Tag archieven: 17e Eeuw

NINSEE nodigt Tweede Kamervoorzitter en Slavernij en Apartheidsfan Bosma uit voor Herdenking Slavernijverleden/SHAME ON THEM!

AAN

NATIONAAL INSTITUUT NEDERLANDS SLAVERNIJVERLEDEN 

NINSEE

AAN VOORZITTER EN  BESTUUR

Mevrouw L Nooitmeer-Mulder, voorzitter

De heer M. Verbeet

Mevrouw M Markelo

Mevrouw W Flores

De heer R Severina

TER ATTENTIE VAN

De heer U. Vyent, Directie

De heer B. Brown, Staf

De walrus sprak:

De tijd is daar
Om over allerlei te praten”

Een schoen, een schip, een kandelaar,

Of koningen ook liegen

En of de zee soms koken kan

En een biggetje kan vliegen.
Uit het Engels vertaald uit:

 THE WALRUS AND THE CARPENTERLEWIS CARROLL: ALICE IN WONDERLAND

https://en.wikipedia.org/wiki/The_Walrus_and_the_Carpenter

Geachte Voorzitter

Geachte Bestuursleden,

Ongerijmd en Bizar?

Dit bovenstaande citaat uit de wereldberoemde klassieker

”Alice in Wonderland? ” [1]

Wel ik moet u zeggen:

Het haalt het niet bij UW ongerijmde en bizarre uitnodigingsbeleid

rond de Nationale Herdenking Nederlands Slavernijverleden 2024!! [2]

Ik weet even niet of ik u door elkaar moet schudden, beklagen, uitlachen of

minachten.

Waarschijnlijk een combinatie van deze Vier.

Want met alle Bizarre Zaken sinds de vorming van de PVV,VVD,NSC en BBB coalitie, dat Fascistenkabinet [3], spant uw Reilen en Zeilen wel de Kroon!

U weet natuurlijk heel goed waar ik het over heb, want er is al heel veel

commotie om geweest en terecht! [4]

U hebt het bestaan om in het kader van de aanstaande Keti Koti Viering [5], een van de belangrijkste Maatschappelijke Momenten van de Afro Caraibische

en Inheemse Gemeenschap in Nederland, Tweede Kamervoorzitter, de PVV’er Martin Bosma

uit te nodigen, zoals u schaamteloos in een Verklaring hebt toegegeven! [6]

Niet alleen is de officiele uitnodiging aan een lid van een Partij, die niet

alleen openlijk discrimineert [[weet u nog de Wilder’s uitspraak, ”drie Beesten

van Surinaamse afkomst? [7], maar ook in haar Verkiezingsprogramma

heeft gepleit voor terugdraaiing van de Slavernijexcuses [8] belachelijk en

onacceptabel:

ER IS MEER!

Niet alleen gaat het om hatelijke standpunten van de PVV zelf, ook om

wat de persoon Martin Bosma zelf zo te berde heeft gebracht in de Loop

der Tijden:

Zo uitte  Bosma zich als een expliciet verdediger van het Zuid-Afrikaanse

Apartheidssysteem:

Ik citeer hier zijn Wikipedia en houdt uw Hart vast!:

”Op 20 mei 2014 maakte NRC Handelsblad melding van een ongepubliceerd, in het najaar van 2013 door uitgeverij Prometheus/Bert Bakker afgewezen manuscript van Bosma over het ANC en de apartheid dat binnen de PVV-fractie circuleert, met als titel “Handlangers van de ANC-apartheid. Hoe Paul WittemanMaartje van WeegenFreek de JongeWim Kok en Adriaan van Dis racisten, communisten, plunderaars en kampbeulen helpen”. Hierin spreekt hij onder meer de vrees uit dat Nederland uitgroeit tot een nieuw Zuid-Afrika, een land waarin de blanke Afrikaners zouden “fungeren als proefkonijn in het multicultureel laboratorium”. Hij bekritiseert hoe onder anderen Nederlandse politici – zoals Joop den UylEd van ThijnWim Kok en Pia Dijkstra – volgens hem eraan zouden hebben bijgedragen dat het land onder het ANC zou zijn uitgegroeid tot een totale ramp.” [9]

Duidelijker kan het niet.

BOSMA/TULAMaar er is meer. Niet alleen kwaakte Bosma tijdens een Kamerdebat [Bron/Koninkrijksrelaties.nl] de ene hatelijkheid na de andere uit overde Herdenking van het Slavernijverleden, Excuses etc [lees zelf maar onder noot 10!], ook nam hij de gelauwerde AntilliaanseVrijheidsstrijder Tula [11] te grazen, door de volgendeMotie in te dienen, luidende als volgt:

DE KAMER

Gehoord de Beraadslaging

Constaterende dat de Nederlandse schoolmeester Gerrit Sabel 

tijdens de Curacaose slavenopstand door slaven onder leiding

van  Tula op wrede wijze werd vernederd, gemarteld en vermoord

overwegebnde, dat Tula verantwoordelijk was voor deze moord

verzoekt de regering Tula geen onderdeel te laten zijn

van het herdenkingsjaar 

En gaat over tot de orde van de dag [12]

WARE HET  NIET ZO TRIEST, IK HAD ER HARTELIJK OM GELACHEN!

Ik heb nog de moeite genomen om te gaan kijken, hoe het is afgelopen

met deze Motie en uiteraard is deze met overweldigende meerderheid verworpen.

Alleen de facisten van de Groep van Haga [gelukkig uit de Kamer],

Forum voor Democratie en Ja21 [13] zagen wel wat in dat Geraaskal [14]

Daarbij bazelt Bosma [Excusez les mots] te pas en te onpas

[Bron/De Goede Zaak] over ”‘anti-blank racisme’, en over ‘propaganda en indoctrinatie’ ten aanzien van het slavernijverleden”'[15]

UW ROL!

Deze fascistische haatzaaierij, deze Ophemeling

van de slavernij EN de Zuid-Afrikaanse Apartheid, die

misdaden tegen de menselijkheid.

U had hiervan moeten weten en ik ga ervan uit, DAT 

u het ook wist [anders vraag ik mij af: Onder

welke Steen hebt u de afgelopen Tijd geslapen?]

Hoe haalt u het dan in uw Hoofd, met verlof gesproken, een [wederom, Excusez Let Mots] Sujet,

dat dergelijke Taal uitslaat, niet een keer, maar als

Politiek Patroon, die Opvattingen heeft, die een warm

Onthaal hadden gevonden in de 19e Eeuw, uit te nodigen voor de Herdenking Slavernijverleden?

En komt u niet met het Onzin Argument-ja, ik

heb uw Verklaring gelezen [16], dat hij als ”vertegenwoordiger van de Tweede Kamer’ [17] is uitgenodigd.

Want u had best, toen u in eerste instantie de Uitnodiging verzond, kunnen voorstellen, dat niet hij, maar de plaatsvervangend Tweede Kamervoorzitteraanwezig zou zijn, met opgaaf van redenen.Overigens hebt u zich-mijns inziens- nog belachelijker gemaakt, door vervolgens te verklaren, dat Bosma alleen welkom zou zijn ”na reflectie” [18]Wat is dat voor ONZINDenkt u, dat de man dan plots van opvattingen verandert?Natuurlijk niet.En natuurlijk heeft hij geweigerd [19]De fout ligt niet bij hem [hij deugt sowieso niet], maarbij u.U had hem nooit op deze wijze moeten uitnodigen, maar van meet af aan zijn vervanger welkom moetenheten.Nu achteraf komen met dat reflectieverhaal bevestigtalleen maar uw zwakke en bizarre stellingname
VERANTWOORDING
Maar Geacht Bestuur:Het gaat verder dan dat.Door deze fascistische Clown uit te nodigen, hebt uniet alleen [onbedoeld] bijgedragen aan het verdernormaliseren van het fascisme, u hebt bovendiende Keti Koti Viering besmeurd en met modder gegooidnaar alles wat de Afro Caraibische en Inheemse Gemeenschap en alle Vrijheidslievende mensen Heilig is:VRIJHEID EN GELIJKHEID
U hebt een Modderfiguur geslagen, de fascist Bosma-die ongetwijfeld komt, reken daar maar op!- isde Lachende Derde en geen Verklaring uwerzijds [20]
maakt dat weer goed! SHAME-SHAME-SHAME ON YOU!
Vriendelijke groeten
Astrid Essed

Amsterdam 
NOTEN
Voor uw gemak zijn de noten als links ondergebracht
NOTEN 1 EN 2
https://www.astridessed.nl/noten-1-en-2-shame/

NOTEN 3 EN 4
https://www.astridessed.nl/noten-3-en-4-shame/

NOTEN 5 T/M 8
https://www.astridessed.nl/noten-5-t-m-8-shame/

NOTEN 9 T/M 13
https://www.astridessed.nl/noten-9-t-m-13-shame/

NOOT 14
https://www.astridessed.nl/noot-14-shame/

NOOT 15

NOTEN 16 EN 17

NOTEN 18 T/M 20

Noten 18 t/m 20/SHAME! | Astrid Essed

Reacties uitgeschakeld voor NINSEE nodigt Tweede Kamervoorzitter en Slavernij en Apartheidsfan Bosma uit voor Herdenking Slavernijverleden/SHAME ON THEM!

Opgeslagen onder Divers

Mail Astrid Essed aan NINSEE dd 19 juni 2024/”Uw uitnodiging aan Tweede Kamervoorzitter de heer M. Bosma

Uw uitnodiging aan Tweede Kamervoorzitter de heer M. Bosma

Astrid Essed

From:astridessed@yahoo.com

To:info@ninsee.nl

Wed, Jun 19 at 5:18 PM

AAN

NATIONAAL INSTITUUT NEDERLANDS SLAVERNIJVERLEDEN 

NINSEE

AAN VOORZITTER EN  BESTUUR

Mevrouw L Nooitmeer-Mulder, voorzitter

De heer M. Verbeet

Mevrouw M Markelo

Mevrouw W Flores

De heer R Severina

TER ATTENTIE VAN

De heer U. Vyent, Directie

De heer B. Brown, Staf

De walrus sprak:

De tijd is daar
Om over allerlei te praten”

Een schoen, een schip, een kandelaar,

Of koningen ook liegen

En of de zee soms koken kan

En een biggetje kan vliegen.
Uit het Engels vertaald uit:

 THE WALRUS AND THE CARPENTERLEWIS CARROLL: ALICE IN WONDERLAND

https://en.wikipedia.org/wiki/The_Walrus_and_the_Carpenter

Geachte Voorzitter

Geachte Bestuursleden,

Ongerijmd en Bizar?

Dit bovenstaande citaat uit de wereldberoemde klassieker

”Alice in Wonderland? ” [1]

Wel ik moet u zeggen:

Het haalt het niet bij UW ongerijmde en bizarre uitnodigingsbeleid

rond de Nationale Herdenking Nederlands Slavernijverleden 2024!! [2]

Ik weet even niet of ik u door elkaar moet schudden, beklagen, uitlachen of

minachten.

Waarschijnlijk een combinatie van deze Vier.

Want met alle Bizarre Zaken sinds de vorming van de PVV,VVD,NSC en BBB coalitie, dat Fascistenkabinet [3], spant uw Reilen en Zeilen wel de Kroon!

U weet natuurlijk heel goed waar ik het over heb, want er is al heel veel

commotie om geweest en terecht! [4]

U hebt het bestaan om in het kader van de aanstaande Keti Koti Viering [5], een van de belangrijkste Maatschappelijke Momenten van de Afro Caraibische

en Inheemse Gemeenschap in Nederland, Tweede Kamervoorzitter, de PVV’er Martin Bosma

uit te nodigen, zoals u schaamteloos in een Verklaring hebt toegegeven! [6]

Niet alleen is de officiele uitnodiging aan een lid van een Partij, die niet

alleen openlijk discrimineert [[weet u nog de Wilder’s uitspraak, ”drie Beesten

van Surinaamse afkomst? [7], maar ook in haar Verkiezingsprogramma

heeft gepleit voor terugdraaiing van de Slavernijexcuses [8] belachelijk en

onacceptabel:

ER IS MEER!

Niet alleen gaat het om hatelijke standpunten van de PVV zelf, ook om

wat de persoon Martin Bosma zelf zo te berde heeft gebracht in de Loop

der Tijden:

Zo uitte  Bosma zich als een expliciet verdediger van het Zuid-Afrikaanse

Apartheidssysteem:

Ik citeer hier zijn Wikipedia en houdt uw Hart vast!:

”Op 20 mei 2014 maakte NRC Handelsblad melding van een ongepubliceerd, in het najaar van 2013 door uitgeverij Prometheus/Bert Bakker afgewezen manuscript van Bosma over het ANC en de apartheid dat binnen de PVV-fractie circuleert, met als titel “Handlangers van de ANC-apartheid. Hoe Paul WittemanMaartje van WeegenFreek de JongeWim Kok en Adriaan van Dis racisten, communisten, plunderaars en kampbeulen helpen”. Hierin spreekt hij onder meer de vrees uit dat Nederland uitgroeit tot een nieuw Zuid-Afrika, een land waarin de blanke Afrikaners zouden “fungeren als proefkonijn in het multicultureel laboratorium”. Hij bekritiseert hoe onder anderen Nederlandse politici – zoals Joop den UylEd van ThijnWim Kok en Pia Dijkstra – volgens hem eraan zouden hebben bijgedragen dat het land onder het ANC zou zijn uitgegroeid tot een totale ramp.” [9]

Duidelijker kan het niet.

BOSMA/TULAMaar er is meer. Niet alleen kwaakte Bosma tijdens een Kamerdebat [Bron/Koninkrijksrelaties.nl] de ene hatelijkheid na de andere uit overde Herdenking van het Slavernijverleden, Excuses etc [lees zelf maar onder noot 10!], ook nam hij de gelauwerde AntilliaanseVrijheidsstrijder Tula [11] te grazen, door de volgendeMotie in te dienen, luidende als volgt:

DE KAMER

Gehoord de Beraadslaging

Constaterende dat de Nederlandse schoolmeester Gerrit Sabel 

tijdens de Curacaose slavenopstand door slaven onder leiding

van  Tula op wrede wijze werd vernederd, gemarteld en vermoord

overwegebnde, dat Tula verantwoordelijk was voor deze moord

verzoekt de regering Tula geen onderdeel te laten zijn

van het herdenkingsjaar 

En gaat over tot de orde van de dag [12]

WARE HET  NIET ZO TRIEST, IK HAD ER HARTELIJK OM GELACHEN!

Ik heb nog de moeite genomen om te gaan kijken, hoe het is afgelopen

met deze Motie en uiteraard is deze met overweldigende meerderheid verworpen.

Alleen de facisten van de Groep van Haga [gelukkig uit de Kamer],

Forum voor Democratie en Ja21 [13] zagen wel wat in dat Geraaskal [14]

Daarbij bazelt Bosma [Excusez les mots] te pas en te onpas

[Bron/De Goede Zaak] over ”‘anti-blank racisme’, en over ‘propaganda en indoctrinatie’ ten aanzien van het slavernijverleden”'[15]

UW ROL!

Deze fascistische haatzaaierij, deze Ophemeling

van de slavernij EN de Zuid-Afrikaanse Apartheid, die

misdaden tegen de menselijkheid.

U had hiervan moeten weten en ik ga ervan uit, DAT 

u het ook wist [anders vraag ik mij af: Onder

welke Steen hebt u de afgelopen Tijd geslapen?]

Hoe haalt u het dan in uw Hoofd, met verlof gesproken, een [wederom, Excusez Let Mots] Sujet,

dat dergelijke Taal uitslaat, niet een keer, maar als

Politiek Patroon, die Opvattingen heeft, die een warm

Onthaal hadden gevonden in de 19e Eeuw, uit te nodigen voor de Herdenking Slavernijverleden?

En komt u niet met het Onzin Argument-ja, ik

heb uw Verklaring gelezen [16], dat hij als ”vertegenwoordiger van de Tweede Kamer’ [17] is uitgenodigd.

Want u had best, toen u in eerste instantie de Uitnodiging verzond, kunnen voorstellen, dat niet hij, maar de plaatsvervangend Tweede Kamervoorzitteraanwezig zou zijn, met opgaaf van redenen.Overigens hebt u zich-mijns inziens- nog belachelijker gemaakt, door vervolgens te verklaren, dat Bosma alleen welkom zou zijn ”na reflectie” [18]Wat is dat voor ONZINDenkt u, dat de man dan plots van opvattingen verandert?Natuurlijk niet.En natuurlijk heeft hij geweigerd [19]De fout ligt niet bij hem [hij deugt sowieso niet], maarbij u.U had hem nooit op deze wijze moeten uitnodigen, maar van meet af aan zijn vervanger welkom moetenheten.Nu achteraf komen met dat reflectieverhaal bevestigtalleen maar uw zwakke en bizarre stellingname
VERANTWOORDING
Maar Geacht Bestuur:Het gaat verder dan dat.Door deze fascistische Clown uit te nodigen, hebt uniet alleen [onbedoeld] bijgedragen aan het verdernormaliseren van het fascisme, u hebt bovendiende Keti Koti Viering besmeurd en met modder gegooidnaar alles wat de Afro Caraibische en Inheemse Gemeenschap en alle Vrijheidslievende mensen Heilig is:VRIJHEID EN GELIJKHEID
U hebt een Modderfiguur geslagen, de fascist Bosma-die ongetwijfeld komt, reken daar maar op!- isde Lachende Derde en geen Verklaring uwerzijds [20]
maakt dat weer goed! SHAME-SHAME-SHAME ON YOU!
Vriendelijke groeten
Astrid Essed

Amsterdam 
NOTEN
Voor uw gemak zijn de noten als links ondergebracht
NOTEN 1 EN 2
https://www.astridessed.nl/noten-1-en-2-shame/

NOTEN 3 EN 4
https://www.astridessed.nl/noten-3-en-4-shame/

NOTEN 5 T/M 8
https://www.astridessed.nl/noten-5-t-m-8-shame/

NOTEN 9 T/M 13
https://www.astridessed.nl/noten-9-t-m-13-shame/

NOOT 14
https://www.astridessed.nl/noot-14-shame/

NOOT 15

NOTEN 16 EN 17

NOTEN 18 T/M 20

Noten 18 t/m 20/SHAME! | Astrid Essed

Reacties uitgeschakeld voor Mail Astrid Essed aan NINSEE dd 19 juni 2024/”Uw uitnodiging aan Tweede Kamervoorzitter de heer M. Bosma

Opgeslagen onder Divers

NINSEE/REACTIE OP COMMOTIE ROND AANWEZIGHEID KAMERVOORZITTER OP NATIONALE HERDENKING NEDERLANDS SLAVERNIJVERLEDEN

 NINSEE

REACTIE OP COMMOTIE ROND AANWEZIGHEID KAMERVOORZITTER OP 

NATIONALE HERDENKING NEDERLANDS SLAVERNIJVERLEDEN

12 JUNI 2024

https://ninsee.nl/wp-content/uploads/2024/06/Reactie-op-commotie-rond-aanwezigheid-kamervoorzitter-op-Nationale-Herdenking-Nederlands-Slavernijverleden-3.pdf

  Amsterdam, 12 juni 2024 

Het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee) heeft een uitnodiging gestuurd aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer om op 1 juli de herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname bij te wonen. 

Deze uitnodiging, die een voortzetting is van een 21-jarige traditie, is aanvaard. De uitnodiging aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer als hoogste besluitvorming organen benadrukt de institutionele rol van de Kamervoorzitters bij deze belangrijke ceremonie.   

  Tijdens de Nationale Herdenking op 1 juli zullen de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer samen, namens de Staten-Generaal, een krans leggen als eerbetoon aan de slachtoffers van de Nederlands transAtlantische slavernij. 

Voor de Tweede Kamer zal de heer Martin Bosma, die op 14 december 2023 gekozen is als voorzitter, de krans leggen. Voor de Eerste Kamer is dat de heer Jan Anthonie Bruijn.  

Over de mogelijke aanwezigheid van de heer Bosma op 1 juli is er in de samenleving commotie ontstaan. 

Deze commotie heeft te maken met uitspraken die de heer Bosma heeft gedaan over het slavernijverleden en de inspanningen van nazaten om de stilte rond dit verleden te doorbreken en het tot volwaardig onderdeel van de Nederlandse geschiedenis te maken.  

  Deze uitspraken hebben terecht afkeer opgewekt. 

Ook de opvattingen van de heer Bosma over de excuses voor het aandeel van Nederland in de transAtlantische slavernij, aangeboden door premier Rutte en Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander respectievelijk op 19 december 2022 en 1 juli 2023, worden als zeer omstreden beschouwd.  

  Linda Nooitmeer, voorzitter bestuur NiNsee: “Wij hebben als bestuur alle begrip voor de ontstane commotie, echter zoals gebruikelijk sinds de invoering van de Herdenking in 2002, worden zowel de vertegenwoordigers van de Eerste als de Tweede Kamer uitgenodigd om deel te nemen aan de herdenking van de slachtoffers van het Nederlands trans-Atlantische slavernijverleden

NiNsee hecht eraan om in lijn met haar al 21 jaar gerespecteerde protocol te handelen en democratisch gekozen bestuurders eenduidig te faciliteren bij de herdenking.

Dat geldt dus ook voor de heer Bosma. 

Daarnaast is de herdenking op 1 juli is niet alleen een ceremonie, maar ook een moment van bezinning en bewustwording.

  Voor de excuses van premier Rutte en Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander was de herdenking op 1 juli een pamflet: hét moment om Nederland – ondanks de stilte rond het slavernijverleden – bewust te maken van die geschiedenis en respect voor de voorouders op te eisen

Sinds 19 december 2022 is het respect voor de voorouders op 1 juli een vanzelfsprekendheid.

 In die zin is de aanwezigheid van juist de heer Bosma bij de herdenking op 1 juli dé gelegenheid om onderdeel te zijn van dat bezinnings- en bewustwordingsmoment   

De recente geschiedenis heeft inmiddels aangetoond waar een nieuw verkregen bewustzijn toe kan leiden.”

 “Daarnaast zijn wij als instelling van mening dat de herdenking van het slavernijverleden een moment van nationale eenheid en respect dient te zijn.

  Het is een gelegenheid om gezamenlijk stil te staan bij de gruwelen van het verleden en onze gezamenlijke inspanningen voor een rechtvaardige en inclusieve toekomst te versterken.

Wij nodigen alle betrokkenen uit om dit belang voorop te stellen en de plechtigheden te respecteren als een teken van onze gezamenlijke inzet voor een goed moment van reflectie”, aldus Linda Nooitmeer. 

EINDE STATEMENT NINSEE  

Reacties uitgeschakeld voor NINSEE/REACTIE OP COMMOTIE ROND AANWEZIGHEID KAMERVOORZITTER OP NATIONALE HERDENKING NEDERLANDS SLAVERNIJVERLEDEN

Opgeslagen onder Divers

Brief van Koning Willem-Alexander aan het volk van Curacao ter gelegenheid van de rehabilitatie van verzetsheld Tula

Brief Koning rehabilitatie Tula

Beeld: ©Rotapool / Mischa Schoemaker

BRIEF KONING AAN HET VOLK VAN CURACAO

HET KONINKLIJK HUIS

https://www.koninklijkhuis.nl/documenten/publicaties/2023/10/03/brief-van-koning-willem-alexander-ter-gelegenheid-van-de-rehabilitatie-van-tula

Tekst van de brief van Koning Willem-Alexander ter gelegenheid van de rehabilitatie van Tula

Publicatie | 03-10-2023


Aan het volk van Curaçao,

Op 3 oktober 1795 stierf Tula, de leider van een van de grootste opstanden tegen het slavernijsysteem in het Caribische gebied. Hij werd op gezag van de Nederlandse koloniale autoriteiten op gruwelijke wijze terechtgesteld, samen met een aantal medestrijders.

In de geschiedenis van uw land en van ons Koninkrijk staat de gestalte van Tula fier overeind. Hij wekt bewondering en respect. Vanwege zijn moed en zijn leiderschap. Vanwege zijn verzet tegen mensonterende uitbuiting. En vanwege de idealen waarmee hij zijn tijd vooruit was. 

Tula was een modern denkend en voelend mens. Tegenover machthebbers die verstokt bleven vasthouden aan onrecht en onderdrukking, geloofde hij in de waarden van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij gaf daar op indrukwekkende wijze uiting aan; intelligent, redelijk, menselijk. “Wij zijn al te erg mishandeld”, zei hij. “Wij willen niemand kwaad doen. Wij verlangen niet anders dan onze vrijheid.”

Tula was een held in zijn daden en in zijn denken. Tijdens het bezoek dat mijn vrouw, mijn oudste dochter en ik in februari 2023 aan de toenmalige plantage Knip brachten, raakten we opnieuw onder de indruk van zijn persoonlijkheid. Tula wist velen te inspireren om te vechten voor een menselijk bestaan zonder slavernij. Hij staat symbool voor de strijd voor de rechten van ieder individu. Hij staat ook symbool voor de kracht van Curaçao.

In 2010 is Tula op Curaçao uitgeroepen tot nationale held. Velen van u hebben zich er met hart en ziel voor ingezet dat ook de Nederlandse regering Tula zou rehabiliteren. Vandaag is dat gebeurd.

Ik hecht eraan u vandaag als uw Koning en als deel van de Nederlandse regering te laten weten hoezeer deze rehabilitatie door mij persoonlijk wordt doorvoeld.

Wij dragen onze gedeelde geschiedenis met ons mee, inclusief alle wreedheden, alle pijn en al het verdriet. Het is belangrijk te erkennen wat in het verleden is misdaan. De rehabilitatie van Tula betekent eerherstel van een groot man die weigerde te buigen en te zwijgen. Zijn stem klinkt dóór en herinnert ons eraan dat vrijheid uiteindelijk het laatste woord heeft. 


Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander

Reacties uitgeschakeld voor Brief van Koning Willem-Alexander aan het volk van Curacao ter gelegenheid van de rehabilitatie van verzetsheld Tula

Opgeslagen onder Divers

Keti Koti/Excuses koning voor slavernijverleden/Artikelen

The swearing-in and investiture of His Majesty King Willem-Alexander took place on Tuesday 30 

KING WILLEM ALEXANDER OF THE NETHERLANDS

https://en.wikipedia.org/wiki/Willem-Alexander_of_the_Netherlands

NOS

https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2481045-vanavond-op-tv-koning-biedt-excuses-aan-voor-slavernijverleden-verdienen-aan-slavernij

RTL NIEUWS

KONING BIEDT EXCUSES AAN VOOR SLAVERNIJVERLEDEN: ”ZE WORDEN DOOR MIJ INTENS BELEEFD”

1 JULI 2023

https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5393770/koning-slavernijverleden-keti-koti-willem-alexander

Koning Willem-Alexander heeft excuses gemaakt voor het slavernijverleden, dat deed hij op Ketikoti. “Ik doe dat als uw koning en als deel van de regering. En ze worden door mij intens beleefd.” Voor het eerst hield de koning een toespraak op de Nationale Herdenking Slavernijverleden.

De koning noemde slavernij ‘van alle vormen van onvrijheid het meest kwetsend, het meest mensonterend’.

Hij refereerde aan bezoeken aan Suriname en Curaçao met zijn vrouw en oudste dochter. “We hebben met mensen gesproken die maar drie generaties terug hoeven te gaan voor een familielid dat tot slaaf was gemaakt.”

Stemmen verwaaid in de wind

Ook het onderzoek naar de rol van de koninklijke familie bij de slavernij kwam nadrukkelijk ter sprake. Daarbij leek de koning geëmotioneerd. Volgens hem moet het onderzoek het ware verhaal van tot slaaf gemaakten terughalen: “De archieven tonen de feiten door de bril van de boekhouder. Maar de stemmen van de tot slaaf gemaakten zijn verwaaid in de wind.”

Willem-Alexander vroeg bovendien ‘vergiffenis voor het overduidelijke gebrek aan handelen tegen de misdaden tegen de menselijkheid’. “Slavenhandel en slavernij worden erkend als een misdaad tegen de menselijkheid. De stadhouders en de koningen van het Huis van Oranje-Nassau hebben hier niets tegen ondernomen. Ze handelden binnen het kader van wat toen wettelijk geoorloofd werd geacht. Maar het slavernijsysteem illustreerde het onrecht van die wetten. Op een gegeven moment voel je de morele plicht om op te treden.”

De koning richtte ook het woord aan mensen die kritisch staan tegenover excuses voor de Nederlandse rol in het slavernijverleden. “Tegen die mensen zeg ik: stel uw hart open voor een samenleving waarin iedereen volwaardig kan meedoen.” Hij stelde dat we ‘elkaar de hand reiken’ en samen werken aan ‘heling, verzoening en herstel’.

Nederland zit in ‘een proces van heling’ over het koloniale verleden, zei koning Willem-Alexander in april al in de podcast ‘Door de ogen van de Koning’ met radio-dj Edwin Evers. “Er was ook al heel duidelijk gezegd: het was een komma en geen punt. Het is het begin van een proces waar nog veel tijd overheen zal gaan, waar nog veel gesprekken overheen zullen gaan en waar veel emoties een rol zullen spelen.”

Vaak gevraagd om excuses

De afgelopen maanden is de koning regelmatig opgeroepen tot het uitspreken van excuses, bijvoorbeeld in februari tijdens het bezoek van Willem-Alexander, koningin Máxima en kroonprinses Amalia in het Caribisch deel van het koninkrijk.

Premier Mark Rutte maakte eerder al excuses voor het slavernijverleden, dat deed hij op 19 december 2022 in verschillende talen. Hij zei: “Vandaag bied ik namens de Nederlandse regering excuses aan voor het handelen van de Nederlandse staat in het verleden: postuum aan alle tot slaafgemaakten die wereldwijd onder dat handelen hebben geleden, aan hun dochters en zonen, en aan al hun nazaten tot in het hier en nu.”

Het is uniek voor een monarch dat de koning excuses aanbood, maar dat past ook ‘binnen een trend’, zegt historicus en auteur Arnout van Cruyningen. Hij schreef boeken over het koningshuis en is gespecialiseerd in de Europese monarchie. Steeds meer Europese landen worden volgens Van Cruyningen aangesproken op het koloniale verleden.

Het is niet de eerste keer dat koning Willem-Alexander excuses aanbiedt voor de rol van Nederland in de geschiedenis. In maart 2020 bood hij in Indonesië zijn excuses aan voor het Nederlandse geweld bij de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië.

EINDE ARTIKEL

AD

ONDERZOEK HISTORICUS: ORANJES VERDIENDEN

MINSTENS HALF MILJARD AAN KOLONIALE UITBUITING

15 JUNI 2023

https://www.ad.nl/binnenland/onderzoek-historicus-oranjes-verdienden-minstens-half-miljard-aan-koloniale-uitbuiting~aa77e385/

De voorouders van koning Willem-Alexander hebben zich flink verrijkt met de koloniale uitbuiting van Nederlands-Indië. De prinsen van Oranje speelden een belangrijke rol in de politiek van roof, uitbuiting, slavernij en dwangarbeid, en streken in de Gouden Eeuw een half miljard euro van de winst op. Dat blijkt uit het donderdag gepresenteerde boek Staat en slavernij.

Historicus Raymund Schütz bracht de koloniale winsten van enkele prinsen van Oranje, de stadhouders Willem III, IV en V, in de periode 1675-1770 in kaart. De prinsen bekleedden na bevrijding van de Spaanse tirannie belangrijke functies in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Daarnaast speelden ze een prominente rol in de koloniale politiek als opperbewindvoerder van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) en West-Indische Compagnie (WIC).

Schütz constateert dat er tot nu toe weinig onderzoek is gedaan naar de koloniale verrijking door de Oranjes. Dat kwam mede doordat er rond de boekhouding van de VOC een zweem van geheimzinnigheid hing en veel administratie verloren is gegaan.

De VOC werd opgericht met steun van de staat. In ruil voor octrooien op de handel in Azië vloeiden ook de koloniale winsten uit Nederlands-Indië terug in de staatskas én op de privérekening van de Oranjes. De stadhouders kregen volgens afspraak met het VOC-bestuur een 33ste van de inkomsten uitgekeerd, zonder zelf een cent te investeren. Dat hadden de aandeelhouders geregeld.

AGRESSIEVE HANDELSPOLITIEK

,,De ruggensteun van de Staten-Generaal en de machtspolitiek van de stadhouder maakten de agressieve overzeese handelspolitiek van de VOC mogelijk’’, stelt Schütz in het boek. ,,De prins en Staten speelden niet alleen formeel en op afstand een rol in de koloniale expansiepolitiek, maar kwamen soms actief voor de belangen van de VOC en haar participanten op.’

Willem III, koning van Engeland en stadhouder, kreeg in 1700 van de VOC een winstuitkering van 25.000 gulden. Dat bedrag stond gelijk aan honderd (gemiddeld hoge) jaarsalarissen van een dagarbeider. Schütz: ,,Als we uitgaan van het gemiddelde bruto jaarsalaris in 2021 van 44.800 euro, dan zou dit tegenwoordig gelijkstaan aan een uitkering van maar liefst 4,5 miljoen euro.’’

Schütz becijfert dat de drie Oranjes in hun periode als stadhouder bij elkaar 2.009.998 gulden aan winstuitkeringen van de VOC hebben gekregen. Omgerekend naar nu is dat 360.191.642 euro. Willem III verdiende er met bijna 200 miljoen euro het meest aan aan, Willem IV ‘slechts’ 50 miljoen euro.

Opium

Daarnaast kregen de Oranjes ook nog geld van andere handelscompagnieën, zoals bijna 46 miljoen euro van de Amphioen Sociëteit (opium), en ruim 13 miljoen euro als opperbewindhebber van de VOC. Bij elkaar verdienden de prinsen zo’n 420 miljoen euro aan het kolonialisme in Nederlands-Indië.

Bovendien was geregeld dat de Oranjes een bepaald percentage kregen van de kaapvaart, door de VOC en WIC veroverde vijandelijke schepen. Tel daar de verovering va de befaamde Spaanse zilvervloot door Piet Hein bij op – de stadhouder Frederik Hendrik kreeg daarvoor 700.000 gulden (125 miljoen euro).

,,Op basis van dit overzicht kan vastgesteld worden dat alleen al met de op dit moment bekende inkomsten de Oranjes een totaal van 3,04 miljoen gulden ontvingen uit koloniaal profijt. Omgerekend heeft dit een hedendaagse waarde van 545 miljoen euro’’, concludeert Schütz.

De koloniale winsten komen bovenop een bijna vergelijkbaar bedrag aan inkomsten (502 miljoen euro) uit reguliere functies (militaire opperbevelhebber, Staten-Generaal en Raad van State) die de Oranjes bekleedden.

,,Het is belangrijk om te benoemen dat ook deze reguliere inkomsten verweven waren met koloniale belangen, door de rol van de stadhouder in de landelijke besluitvorming, internationale politiek en oorlogsvoering. Het reguliere inkomen van de stadhouders bestond dus voor een belangrijk deel uit koloniale winsten, maar de data zijn nog lang niet compleet.’’

Zo is niet bekend of de Oranjes ook voor 1675 winstuitkeringen kregen en moeten de koloniale winsten uit Suriname en het Caribisch gebied via de WIC nog worden onderzocht.

Zwart kind als cadeau

Bekend is dat aan het hof van de Oranjes in Den Haag diverse zwarte bedienden werkten, van wie een aantal als kind ‘cadeau’ werd gedaan aan het hof. Zo had de hofhouding van Oranje de bedienden Cupido (westkust van Afrika) en Sideron (Curaçao) in dienst.

Koning Willem-Alexander gaf eind vorig jaar opdracht tot een onafhankelijk onderzoek naar de rol van zijn voorouders, het Huis van Oranje-Nassau, in de koloniale geschiedenis. Hij woont op 1 juli in Amsterdam de jaarlijkse herdenking en viering van de afschaffing van de slavernij (Keti Koti) bij. Uit recent onderzoek van EenVandaag blijkt dat 70 procent van de Afro-Surinaamse en Caribische gemeenschap wil dat de koning daar excuses maakt.

Minister: onderzoek naar rol Staat bij slavernij ‘confronterend’ 

Het onderzoek naar de rol van de Oranjes en de Nederlandse staat in het slavernijverleden schetst een ‘confronterend en zeer pijnlijk beeld’, schrijft minister Hanke Bruins Slot (Binnenlandse Zaken) in een brief aan de Kamer over het onderzoek. De bevindingen zijn ‘kraakhelder’, zei de minister bij ontvangst van het onderzoek in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Ze spreekt van een ‘ongekende schaal van slavenhandel en slavernij’, waarbij de Staat zeer betrokken was.

‘Via de Staat’ speelden ook lagere overheden, kerken, handelsondernemingen en andere bedrijven een belangrijke rol. ,,Dit verhaal had eerder verteld moeten worden”, aldus de bewindsvrouw. ,,Want we moeten het samen onder ogen komen.”

Sowieso is wat nu bekend is geworden nog maar ‘het topje van de ijsberg’, zegt Bruins Slot. Het kabinet laat zelf ook vervolgonderzoek doen, meldt Bruins Slot aan de Kamer. Het zal daarvoor in gesprek gaan met nazaten van tot slaaf gemaakten en wetenschappers over hoe dit onderzoek wordt vormgegeven.

EINDE ARTIKEL

Reacties uitgeschakeld voor Keti Koti/Excuses koning voor slavernijverleden/Artikelen

Opgeslagen onder Divers

Koning biedt excuses aan voor slavernijverleden/Historisch moment!/Toespraak koning Willem Alexander bij Keti Koti

The swearing-in and investiture of His Majesty King Willem-Alexander took place on Tuesday 30 

KING WILLEM ALEXANDER OF THE NETHERLANDS

https://en.wikipedia.org/wiki/Willem-Alexander_of_the_Netherlands

NOS

https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2481045-vanavond-op-tv-koning-biedt-excuses-aan-voor-slavernijverleden-verdienen-aan-slavernij
https://www.astridessed.nl/koning-biedt-excuses-aan-voor-slavernijverleden-historisch-moment-toespraak-koning-willem-alexander-bij-ke

HET KONINKLIJK HUIS

TOESPRAAK VAN KONING WILLEM ALEXANDER TIJDENS

DE NATIONALE HERDENKING SLAVERNIJVERLEDEN 2023

IN HET OOSTERPARK IN AMSTERDAM

https://www.koninklijkhuis.nl/documenten/toespraken/2023/07/01/toespraak-van-koning-willem-alexander-tijdens-de-nationale-herdenking-slavernijverleden-2023

Toespraak | 01-07-2023


Dames en heren, hier in het Oosterpark, op het Museumplein, in Suriname, in het Caribische deel van ons Koninkrijk en waar ter wereld u ook meekijkt.

“Binnen der Stadt van Amstelredamme ende hare vrijheydt, zijn alle menschen vrij, ende gene slaven.”

Zo luidde de officiële bepaling uit 1644.

Samen met u sta ik hier in de stad die de vrijheid al eeuwenlang boven alles liefheeft. 
De hoofdstad van een land dat in de loop van de geschiedenis steeds weer heeft gestreden tegen tirannie en onderdrukking.

Maar wat binnen deze stad en binnen dit land vanzelfsprekend was, gold buiten onze grenzen niet. 
Hier was slavernij verboden. Overzee niet.

Van alle vormen van onvrijheid is slavernij wel het meest kwetsend, het meest vernederend, het meest mensonterend.

Een medemens zien als koopwaar waarover je naar goeddunken kunt beschikken. Als een willoos werktuig om winst mee te maken. Dat je kunt vastketenen, verhandelen, brandmerken, afbeulen, straffen, straffeloos doden zelfs.

De afgelopen tijd hebben de Koningin en ik veel gesprekken gevoerd, in Nederland en op de eilanden in het Caribische deel van het Koninkrijk. We hebben gesproken met mensen die hun wortels hebben in Suriname en ook met mensen die een binding hebben met Indonesië. Onder hen mensen die maar drie generaties terug hoeven te gaan voor een familielid dat in slavernij werd geboren.

Zij hebben ons duidelijk gemaakt hoezeer de pijn nog steeds in de haarvaten zit. 

Dankzij het werk van gedreven onderzoekers weten we steeds meer over het Nederlandse slavernijverleden. We weten dat meer dan 600.000 mensen op Nederlandse schepen uit Afrika over de Atlantische Oceaan werden vervoerd om te worden verkocht als slaaf of te worden ingezet op plantages. 75.000 van hen overleefden de oversteek niet. We weten óók over de omvangrijke slavenhandel oostwaarts, in gebieden onder VOC-bewind. En we weten over de wreedheden tegen de inheemse bevolking in de koloniën.

Maar er is ook zoveel wat we niet weten. In de archieven zijn veelal wel de dorre cijfers overgeleverd. Ze tonen ons de feiten door de bril van de boekhouder. Maar de stemmen van de tot slaaf gemaakten zijn verwaaid in de wind. Zij lieten nauwelijks sporen na.

Het wekt ontzag dat niet weinigen van hen de kracht vonden om in opstand te komen, ook al was het vaak met de moed der wanhoop. Verzetsstrijders als Boni, Baron en Joli-Coeur daagden vanuit de uitgestrekte bos- en moerasgebieden in Suriname het onmenselijke slavernijsysteem uit. Hun heldhaftigheid – en die van vele anderen – getuigt van trots en kracht die niet te breken is.

Heel soms is de stem van een zwarte vrijheidsstrijder via geschreven bronnen aan ons overgeleverd. Zoals de stem van Tula, de leider van de opstand van 1795 op Curaçao. Vijf maanden geleden waren wij samen met onze oudste dochter op de plek waar hij woonde en werkte: de toenmalige plantage Knip. 

Hoe redelijk en menselijk klinken Tula’s woorden in onze moderne oren. Hij beriep zich op de idealen van de Franse Revolutie en de gelijkheid van alle mensen, ongeacht hun kleur. “Wij willen niemand kwaad doen’, zei hij. “Wij verlangen niet anders dan onze vrijheid.”

Het antwoord van het bevoegd gezag was bruut en genadeloos. Tula werd als straf geradbraakt en onthoofd.

Wij dragen de gruwelijkheid van het slavernijverleden met ons mee. De gevolgen daarvan zijn vandaag nog steeds te voelen in racisme in onze samenleving.

Op 19 december vorig jaar heeft de minister-president namens de Nederlandse regering excuses aangeboden voor het feit dat mensen in naam van de Nederlandse staat eeuwenlang tot handelswaar zijn gemaakt, zijn uitgebuit en mishandeld. 

Vandaag sta ik hier voor u. Als uw Koning en als deel van de regering maak ik vandaag deze excuses zelf. Ze worden door mij met hart en ziel intens beleefd.

Maar voor mij is er daarnaast nog een andere persoonlijke dimensie.

Slavenhandel en slavernij worden erkend als een misdaad tegen de menselijkheid. De stadhouders en de koningen van het Huis van Oranje-Nassau hebben hier niets tegen ondernomen. 

Ze handelden binnen het kader van wat toen wettelijk geoorloofd werd geacht. Maar het slavernijsysteem illustreerde het onrecht van die wetten. 

De Tweede Wereldoorlog heeft ons geleerd dat je je niet tot het uiterste achter wetten kunt verschuilen wanneer medemensen tot beesten worden gereduceerd en aan de willekeur van machthebbers zijn overgeleverd. 

Op een gegeven moment groeit de morele plicht om op te treden. Temeer daar slavernij hier in Europees Nederland strikt verboden was. Wat in de koloniën en in de handel overzee normaal werd gevonden en op grote schaal werd gepraktiseerd en aangemoedigd, was hier niet toegestaan. Dat wringt.

Het onafhankelijke onderzoek waartoe ik heb besloten, zal méér licht werpen op de precieze rol van het Huis van Oranje-Nassau in de koloniale geschiedenis en de slavernij. Maar voor het overduidelijke gebrek aan handelen tegen deze misdaad tegen de menselijkheid, vraag ik vandaag, op deze dag dat we samen het Nederlands slavernijverleden herdenken, vergiffenis.

Ik realiseer me heel goed dat lang niet iedereen dezelfde gevoelens heeft bij deze herdenking. Er zijn ook inwoners van Nederland die het aanbieden van excuses zo lang na de afschaffing van de slavernij overdreven vinden. Zij ondersteunen echter in overgrote meerderheid wél de strijd voor gelijkwaardigheid van alle mensen, ongeacht kleur of culturele achtergrond.

Daarom wil ik u vragen: stel uw hart open voor al die mensen die hier vandaag niet zijn, maar die wél samen met u willen werken aan een samenleving waarin iedereen volwaardig kan meedoen. Respecteer dat er verschillen zijn in beleving, achtergrond en voorstellingsvermogen. 

Tijdens de gesprekken die de Koningin en ik hebben gevoerd met nazaten van tot slaaf gemaakten, zei een van hen: “we moeten los van de verkramptheid. Fouten maken mag.” Iemand anders zei: “laten we het ongemak omarmen.”

Er is geen blauwdruk voor het proces van heling, verzoening en herstel. We betreden samen nieuw gebied. Laten we elkaar steunen en vasthouden!

Het is vandaag zestig jaar geleden dat een groep Surinaamse Nederlanders door de binnenstad van Amsterdam trok met spandoeken waarop stond ‘Ketie Kotie fri moe de’. Zij ontstaken het herdenkingsvuur dat wij vandaag brandend houden. 

Dit is een belangrijke dag voor iedereen die een binding heeft met Suriname, óók degenen van wie de voorouders als contractarbeiders naar de kolonie kwamen.

Ik hoop dat de nakomelingen van tot slaaf gemaakten en van hen die gedwongen arbeid verrichtten in andere delen van de wereld zich vandaag opgenomen voelen in dit samenzijn. Dat zij zich evenzeer gehoord voelen. Mensen uit het Caribische deel van het Koninkrijk. En de vele Nederlanders die een binding hebben met Indonesië en die de pijn van grof onrecht in het verleden met zich meetorsen.

We hebben allemaal onze eigen familiegeschiedenis. Onze eigen emoties. Onze eigen culturele traditie die houvast geeft. Onze rituelen die troosten, symbolen die bemoedigen, woorden van wijsheid die weerklinken in ons hart.

Al die tradities zijn kostbaar en verdienen respect. Maar laten we in het verlengde daarvan elkaar de hand reiken en samen bouwen aan een wereld zonder racisme, discriminatie en economische uitbuiting. 

Na erkenning en excuses mogen we samen werken aan heling, verzoening en herstel. Zodat we uiteindelijk allen trots kunnen zijn op alles wat we delen. En kunnen zeggen:

Ten kon drai
Tijden zijn veranderd

Den keti koti, brada, sisa
De ketenen zijn verbroken, broeder, zuster

Ten kon drai
Tijden zijn veranderd

Den keti koti, fu tru!
De ketenen zijn verbroken, echt waar! 

EINDE TOESPRAAK KONING WILLEM ALEXANDER

ZIE OOK:

TOESPRAAK KONING WILLEM ALEXANDER, OVERGENOMEN VAN DE WEBSITE ORANJES,NL:

“Vandaag sta ik hier voor u. Als uw Koning en als deel van de regering maak ik vandaag deze excuses zelf. Ze worden door mij met hart en ziel intens beleefd.”

…..

……

Het onafhankelijke onderzoek waartoe ik heb besloten, zal méér licht werpen op de precieze rol van het Huis van Oranje-Nassau in de koloniale geschiedenis en de slavernij. Maar voor het overduidelijke gebrek aan handelen tegen deze misdaad tegen de menselijkheid, vraag ik vandaag, op deze dag dat we samen het Nederlands slavernijverleden herdenken, vergiffenis. ”

TOESPRAAK KONING WILLEM ALEXANDER KETI KOTI

ZATERDAG 1 JULI 2023

https://www.deoranjes.nl/2023/07/toespraak-koning-willem-alexander-keti.html

“Vandaag sta ik hier voor u. Als uw Koning en als deel van de regering maak ik vandaag deze excuses zelf. Ze worden door mij met hart en ziel intens beleefd. Maar voor mij is er daarnaast nog een andere persoonlijke dimensie. Slavenhandel en slavernij worden erkend als een misdaad tegen de menselijkheid. De stadhouders en de koningen van het Huis van Oranje-Nassau hebben hier niets tegen ondernomen. Ze handelden binnen het kader van wat toen wettelijk geoorloofd werd geacht. Maar het slavernijsysteem illustreerde het onrecht van die wetten. “ aldus de Koning.
De volledige toespraak: 
Dames en heren, hier in het Oosterpark, op het Museumplein, in Suriname, in het Caribische deel van ons Koninkrijk en waar ter wereld u ook meekijkt. “Binnen der Stadt van Amstelredamme ende hare vrijheydt, zijn alle menschen vrij, ende gene slaven.” Zo luidde de officiële bepaling uit 1644. Samen met u sta ik hier in de stad die de vrijheid al eeuwenlang boven alles liefheeft. De hoofdstad van een land dat in de loop van de geschiedenis steeds weer heeft gestreden tegen tirannie en onderdrukking. Maar wat binnen deze stad en binnen dit land vanzelfsprekend was, gold buiten onze grenzen niet. Hier was slavernij verboden. Overzee niet. Van alle vormen van onvrijheid is slavernij wel het meest kwetsend, het meest vernederend, het meest mensonterend. Een medemens zien als koopwaar waarover je naar goeddunken kunt beschikken. Als een willoos werktuig om winst mee te maken. Dat je kunt vastketenen, verhandelen, brandmerken, afbeulen, straffen, straffeloos doden zelfs. De afgelopen tijd hebben de Koningin en ik veel gesprekken gevoerd, in Nederland en op de eilanden in het Caribische deel van het Koninkrijk. We hebben gesproken met mensen die hun wortels hebben in Suriname en ook met mensen die een binding hebben met Indonesië. Onder hen mensen die maar drie generaties terug hoeven te gaan voor een familielid dat in slavernij werd geboren. Zij hebben ons duidelijk gemaakt hoezeer de pijn nog steeds in de haarvaten zit. 

Dankzij het werk van gedreven onderzoekers weten we steeds meer over het Nederlandse slavernijverleden. We weten dat meer dan 600.000 mensen op Nederlandse schepen uit Afrika over de Atlantische Oceaan werden vervoerd om te worden verkocht als slaaf of te worden ingezet op plantages. 75.000 van hen overleefden de oversteek niet. We weten óók over de omvangrijke slavenhandel oostwaarts, in gebieden onder VOC-bewind. En we weten over de wreedheden tegen de inheemse bevolking in de koloniën. Maar er is ook zoveel wat we niet weten. In de archieven zijn veelal wel de dorre cijfers overgeleverd. Ze tonen ons de feiten door de bril van de boekhouder. Maar de stemmen van de tot slaaf gemaakten zijn verwaaid in de wind. Zij lieten nauwelijks sporen na. Het wekt ontzag dat niet weinigen van hen de kracht vonden om in opstand te komen, ook al was het vaak met de moed der wanhoop. Verzetsstrijders als Boni, Baron en Joli-Coeur daagden vanuit de uitgestrekte bos- en moerasgebieden in Suriname het onmenselijke slavernijsysteem uit. Hun heldhaftigheid – en die van vele anderen – getuigt van trots en kracht die niet te breken is. Heel soms is de stem van een zwarte vrijheidsstrijder via geschreven bronnen aan ons overgeleverd. Zoals de stem van Tula, de leider van de opstand van 1795 op Curaçao. Vijf maanden geleden waren wij samen met onze oudste dochter op de plek waar hij woonde en werkte: de toenmalige plantage Knip. Hoe redelijk en menselijk klinken Tula’s woorden in onze moderne oren. Hij beriep zich op de idealen van de Franse Revolutie en de gelijkheid van alle mensen, ongeacht hun kleur. “Wij willen niemand kwaad doen’, zei hij. “Wij verlangen niet anders dan onze vrijheid.” Het antwoord van het bevoegd gezag was bruut en genadeloos. Tula werd als straf geradbraakt en onthoofd. 

Wij dragen de gruwelijkheid van het slavernijverleden met ons mee. De gevolgen daarvan zijn vandaag nog steeds te voelen in racisme in onze samenleving. Op 19 december vorig jaar heeft de minister-president namens de Nederlandse regering excuses aangeboden voor het feit dat mensen in naam van de Nederlandse staat eeuwenlang tot handelswaar zijn gemaakt, zijn uitgebuit en mishandeld. Vandaag sta ik hier voor u. Als uw Koning en als deel van de regering maak ik vandaag deze excuses zelf. Ze worden door mij met hart en ziel intens beleefd. Maar voor mij is er daarnaast nog een andere persoonlijke dimensie. Slavenhandel en slavernij worden erkend als een misdaad tegen de menselijkheid. De stadhouders en de koningen van het Huis van Oranje-Nassau hebben hier niets tegen ondernomen. Ze handelden binnen het kader van wat toen wettelijk geoorloofd werd geacht. Maar het slavernijsysteem illustreerde het onrecht van die wetten. 

De Tweede Wereldoorlog heeft ons geleerd dat je je niet tot het uiterste achter wetten kunt verschuilen wanneer medemensen tot beesten worden gereduceerd en aan de willekeur van machthebbers zijn overgeleverd. Op een gegeven moment groeit de morele plicht om op te treden. Temeer daar slavernij hier in Europees Nederland strikt verboden was. Wat in de koloniën en in de handel overzee normaal werd gevonden en op grote schaal werd gepraktiseerd en aangemoedigd, was hier niet toegestaan. Dat wringt. Het onafhankelijke onderzoek waartoe ik heb besloten, zal méér licht werpen op de precieze rol van het Huis van Oranje-Nassau in de koloniale geschiedenis en de slavernij. Maar voor het overduidelijke gebrek aan handelen tegen deze misdaad tegen de menselijkheid, vraag ik vandaag, op deze dag dat we samen het Nederlands slavernijverleden herdenken, vergiffenis. 

Ik realiseer me heel goed dat lang niet iedereen dezelfde gevoelens heeft bij deze herdenking. Er zijn ook inwoners van Nederland die het aanbieden van excuses zo lang na de afschaffing van de slavernij overdreven vinden. Zij ondersteunen echter in overgrote meerderheid wél de strijd voor gelijkwaardigheid van alle mensen, ongeacht kleur of culturele achtergrond. Daarom wil ik u vragen: stel uw hart open voor al die mensen die hier vandaag niet zijn, maar die wél samen met u willen werken aan een samenleving waarin iedereen volwaardig kan meedoen. Respecteer dat er verschillen zijn in beleving, achtergrond en voorstellingsvermogen. Tijdens de gesprekken die de Koningin en ik hebben gevoerd met nazaten van tot slaaf gemaakten, zei een van hen: “we moeten los van de verkramptheid. Fouten maken mag.” Iemand anders zei: “laten we het ongemak omarmen.” Er is geen blauwdruk voor het proces van heling, verzoening en herstel. We betreden samen nieuw gebied. Laten we elkaar steunen en vasthouden! Het is vandaag zestig jaar geleden dat een groep Surinaamse Nederlanders door de binnenstad van Amsterdam trok met spandoeken waarop stond ‘Ketie Kotie fri moe de’. Zij ontstaken het herdenkingsvuur dat wij vandaag brandend houden. Dit is een belangrijke dag voor iedereen die een binding heeft met Suriname, óók degenen van wie de voorouders als contractarbeiders naar de kolonie kwamen. 

Ik hoop dat de nakomelingen van tot slaaf gemaakten en van hen die gedwongen arbeid verrichtten in andere delen van de wereld zich vandaag opgenomen voelen in dit samenzijn. Dat zij zich evenzeer gehoord voelen. Mensen uit het Caribische deel van het Koninkrijk. En de vele Nederlanders die een binding hebben met Indonesië en die de pijn van grof onrecht in het verleden met zich meetorsen. We hebben allemaal onze eigen familiegeschiedenis. Onze eigen emoties. Onze eigen culturele traditie die houvast geeft. Onze rituelen die troosten, symbolen die bemoedigen, woorden van wijsheid die weerklinken in ons hart. Al die tradities zijn kostbaar en verdienen respect. Maar laten we in het verlengde daarvan elkaar de hand reiken en samen bouwen aan een wereld zonder racisme, discriminatie en economische uitbuiting. Na erkenning en excuses mogen we samen werken aan heling, verzoening en herstel. Zodat we uiteindelijk allen trots kunnen zijn op alles wat we delen. En kunnen zeggen: Ten kon drai Tijden zijn veranderd Den keti koti, brada, sisa De ketenen zijn verbroken, broeder, zuster Ten kon drai Tijden zijn veranderd Den keti koti, fu tru! De ketenen zijn verbroken, echt waar!

EINDE TOESPRAAK KONING WILLEM ALEXANDER

Reacties uitgeschakeld voor Koning biedt excuses aan voor slavernijverleden/Historisch moment!/Toespraak koning Willem Alexander bij Keti Koti

Opgeslagen onder Divers

Antwoord Astrid Essed aan Dagblad Trouw/Waar een grote krant klein in kan zijn/De kwestie historicus Piet Emmer

ANTWOORD ASTRID ESSED AAN DAGBLAD TROUW/WAAR EEN GROTE KRANT KLEIN IN KAN ZIJN/KRITIEK ASTRID ESSED OPHISTORICUS PIET EMMER

De aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images) Beeld Getty ImagesDe aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images)Beeld Getty ImagesFoto

De indeling op het schip, iedereen zat ontzettend dicht op elkaarhttps://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-bij-piet-emmer-hadden-de-slaven-een-prima-gelijkwaardig-bestaan-in-de-kolonies~b1338777/

De indeling op het schip, iedereen zat ontzettend dicht op elkaar
https://slavernijnederland.weebly.com/de-reis.html

VOORAF
Ik heb even getwijfeld, of ik onderstaande wel zou delen, omdat ik het eigenlijk zonde van mijn Tijd vond.Ik heb meer te doen!Aan de andere kant wilde ik mijn lezers toch laten weten, hoe het was afgelopenmet de toezending van mijn Opinieartikel over historicus Piet Emmer aan deOpinieredactie van Trouw.Mijn Opinieartikel heb ik met u gedeeldZie noot 1
Daags na mijn mail aan Trouw kreeg ik bericht, dat zij mijn stukuiteindelijk niet zouden plaatsen.Nu zijn zij daarin natuurlijk vrij, maar geef dan niet zo’n overduidelijke flutredenop, die ook nog apert onjuist is!Als reden werd opgegeven, ik citeer:” Over plaatsing van artikelen beslissen we altijd pas nadat we een stuk gelezen hebben en met elkaar besproken, nooit op voorhand. Ook met u hadden we daar geen afspraak over gemaakt.”Zie mail Trouw en eerdere correspondentie  [noot 2] [aan die eerdere correspondentie onder noot 2hoeft u niet veel aandacht te besteden, slechts voor de volledigheid erbij gedaan]Natuurlijk is dat op zich juist, maar ze hadden wel min of meer toegezegd,dat mijn stuk eventueel voor plaatsing in aanmerking kwamZie eerdere mail Trouw aan ondergetekende [3]
GOED.Daarover kun je van mening verschillen en feitelijk maakt dat mij niet zoveel uit, maar daarna schreven zij ook in de onder noot 2 reeds genoemde mail:” Bovendien is uw artikel erg op de man gericht, terwijl wij een voorkeur hebben voor artikelen die op een kwestie ingaan.” [4]En dat is natuurlijk aperte onzin, want de meeste mensen, die mijn stuk gelezen hebben en iets begrijpen van begrijpend lezen, zullen hebben begrepen, dat ik INHOUDELIJKE KRITIEK gegeven heb op de STANDPUNTEN van Emmeren dat niets op de persoon [die mij verder niet interesseert] is gespeeld.Bovendien, wat schrijft Trouw zelf?[Ik citeer]””TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed,Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie ” [5]Juist ja, de STANDPUNTENA van de heer Emmer.Kun je dan critici verwijten, dat uiteraard zijn naam wordt genoemd?
Hoe dan ook, direct onder bovenstaande verwijzingen [noten 1 t/m 5]de reactie van Trouw op de toezending van mijn stuk en daaronder mijnantwoord aan Trouw, in ”gewone” vorm en in mailvorm
Zo bent u weer op de hoogte.
ZO:En nu ga ik mij weer met belangrijkere zaken bezighouden danTrouw van repliek dienen vanwege het aanvoeren van flutredenen
Dit wilde ik dus met u delen
ASTRID ESSED

NOTEN, HORENDE BIJ ”VOORAF”

[1]

OPINIEARTIKEL/AANVAL OP BAGATELLISERING WESTERSE SLAVERNIJDOOR HISTORICUS PIET EMMERASTRID ESSED
https://www.astridessed.nl/opinieartikel-aanval-op-bagatellisering-westerse-slavernij-door-historicus-piet-emmer/

OF

https://www.dewereldmorgen.be/community/opinieartikel-aanval-op-bagatellisering-westerse-slavernij-door-historicus-piet-emmer/

[2]
ANTWOORD VAN DE TROUW OPINIE REDACTIE OP MIJNTOEZENDING VAN HET OPINIEARTIKEL, MET DIRECT DAARONDER DE VOORGAANDE CORRESPONDENTIE TUSSEN MIJ EN TROUWLET VOORAL OP HET ANTWOORD VAN TROUW, DIRECT HIERONDER,WAARNAAR NOOT 2 DIRECT VERWIJST 

TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedTue, Jul 13 at 4:52 PMGeachte Astrid Essed,Graag reageer ik op uw mail. De opinieredactie van Trouw staat in principe open voor inzendingen. We zeggen zelden tegen auteurs dat ze maar beter niet moeten schrijven. Over plaatsing van artikelen beslissen we altijd pas nadat we een stuk gelezen hebben en met elkaar besproken, nooit op voorhand. Ook met u hadden we daar geen afspraak over gemaakt. In de correspondentie met u hebben we aangegeven dat een reactie op een artikel dat in de Volkskrant gestaan heeft, niet in Trouw thuishoort. Natuurlijk staat het u dan vrij ons een andere opinie te sturen, maar het artikel dat u stuurde heeft opnieuw de uitspraak van Emmer in de Volkskrant als aanleiding.  Bovendien is uw artikel erg op de man gericht, terwijl wij een voorkeur hebben voor artikelen die op een kwestie ingaan.  Dat was voor ons reden om uw artikel nu niet te plaatsen. Er komen ongetwijfeld nieuwe aanleidingen voor u om een opinieartikel in te sturen. We lezen graag wat er bij ons binnenkomt.vriendelijke groet,Monic Slingerlandchef opinieredactie Trouw
BOVENSTAANDE NAAR AANLEIDING VAN MIJN OPINIE-ARTIKEL
https://www.astridessed.nl/opinieartikel-aanval-op-bagatellisering-westerse-slavernij-door-historicus-piet-emmer/

VERDERE CORRESPONDENTIE MET TROUWIN VOLGORDE TE LEZEN VAN BENEDEN NAAR BOVEN [NOOT 2 DUS]
MAAR MINDER BELANGRIJK, MEER VOOR DE VOLLEDIGHEID MEEGESTUURDDUS WIE HET TE INGEWIKKELD VINDT, SPRINGE OVERNAAR NOOT 3!

ANTWOORD ASTRID ESSED OP REACTIE TROUW
Op ma 12 jul. 2021 om 17:12 schreef Astrid Essed
AANTROUW OPINIE

Geachte Redactie
Ik begrijp uw overwegingen.Echter:Toch hebt u mij misleid.Uit eerdere correspondentie met uw redactie hebt u mij deindruk gegeven, dat ik een Opinieartikel kon schrijven, dat evt inuw krant zou worden geplaatst.Daarom ook heb ik de moeite genomen, er een te schrijven, zoals aan u toegezonden.Aangezien u, mijns inziens, verantwoordelijk bent voor hedt ontstanemisverstand [en zo beslag gelegd hebt op mijn tijd en moeite,een stuk voor uw krant te publiceren, verwacht ik van u, dat u, hoe dan ook, serieus plaatsing in uw krant overweegt.Mijn tijd als schrijver en journalist is kostbaar, dus ga ik ervan uit, dat daarop niet for the fun een beroep wordt gedaan.Want zo komt het wel over.Direct hieronder delen uit onze eerdere correspondentie [A]En daaronder opnieuw mijn Opinie artikel
Vriendelijke groetenAstrid EssedAmsterdam 
A

DE AANVANKELIJKE TOEZEGGING DOOR TROUW

TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed,
Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie
Op ma 5 jul. 2021 om 03:03 schreef Astrid Essed <astridessed@yahoo.com>:
VERVOLG CORRESPONDENTIE

Astrid Essed <astridessed@yahoo.com>To:TR OpinieTue, Jul 6 at 5:08 PMGraag gedaan
Vriendelijke groetenAstrid Essedwww.astridessed.nl
Hide original messageOn Tuesday, July 6, 2021, 04:59:26 PM GMT+2, TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net> wrote:

Dank u voor de verduidelijking.  Met groet, Opinieredactie Trouw
Op di 6 jul. 2021 om 15:53 schreef Astrid Essed
Geachte Redactie
Ik begrijp de verwarring.De zaak zit zo:Ik ga zometeen mijn aan uw krant gerichte excuses op mijn website plaatsenover het feit, dat ik abusievelijk het opiniestuk van Emmer heb beschouwd alsgepubliceerd door uw krant.Het was een vergissing van mij, het bleek een Volkskrant artikel te zijn. [1]Vandaar, dat ik de Volkskrant hierop heb geattacqueerd, maar met cc aan u,om zo duidelijk te maken, dat ik mij had vergist.De excuses aan uw krant komen dus op mijn website.
Het opiniestuk stuur ik u zo snel mogelijk toe
Hoop zo de zaak te hebben opgehelderd.
Vriendelijke groetenAstrid Essed Amsterdam 
TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedTue, Jul 6 at 10:43 AMBeste mevrouw Essed, ik neem aan dat deze mail per ongeluk is aangekomen bij Trouw en dit niet het opiniestuk is dat u ons zou willen aanbieden.Met vriendelijke groet, Opinieredactie Trouw

REACTIE TROUW OP TOEZENDING VAN MIJN OPINIEARTIKEL
On Monday, July 12, 2021, 04:35:05 PM GMT+2, TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net> wrote:

Geachte mevrouw Essed,Dank voor het sturen van dit opinieartikel.Uw stuk is een reactie op een opinieartikel van Piet Emmer in de Volkskrant. Dat is lastig voor ons, omdat onze lezers dat stuk niet kennen.  Het artikel dat Emmer in Trouw schreef over dit onderwerp is uit april van dit jaar. Wij hebben toen drie dagen later een tegenstuk met ongeveer de strekking van uw betoog geplaatst.Om die reden hebben we besloten dat het nu niet passend is om uw reactie op hem te plaatsen. Mogelijk komt er later een goede aanleiding. Dan bent u van harte uitgenodigd om met een stuk te reageren.vriendelijke groet,Opinieredactie
[Onderstaand het aan de Volkskrant opgestuurde stuk,dat cc naar Trouw ging en waarop Trouw Opinie in bovenstaandereageerde]

ZIE

OPINIEARTIKEL WAARNAAR VERWEZEN IN DIRECT BOVENSTAANDE MAIL
https://www.astridessed.nl/opinieartikel-aanval-op-bagatellisering-westerse-slavernij-door-historicus-piet-emmer/

[3]

”’TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed,Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie ”

[4]
TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedTue, Jul 13 at 4:52 PMGeachte Astrid Essed,Graag reageer ik op uw mail. De opinieredactie van Trouw staat in principe open voor inzendingen. We zeggen zelden tegen auteurs dat ze maar beter niet moeten schrijven. Over plaatsing van artikelen beslissen we altijd pas nadat we een stuk gelezen hebben en met elkaar besproken, nooit op voorhand. Ook met u hadden we daar geen afspraak over gemaakt. In de correspondentie met u hebben we aangegeven dat een reactie op een artikel dat in de Volkskrant gestaan heeft, niet in Trouw thuishoort. Natuurlijk staat het u dan vrij ons een andere opinie te sturen, maar het artikel dat u stuurde heeft opnieuw de uitspraak van Emmer in de Volkskrant als aanleiding.  Bovendien is uw artikel erg op de man gericht, terwijl wij een voorkeur hebben voor artikelen die op een kwestie ingaan.  Dat was voor ons reden om uw artikel nu niet te plaatsen. Er komen ongetwijfeld nieuwe aanleidingen voor u om een opinieartikel in te sturen. We lezen graag wat er bij ons binnenkomt.vriendelijke groet,Monic Slingerlandchef opinieredactie Trouw

[5]

”’TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed,Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie ”

EINDE NOTEN 1 T/M 5, BEHORENDE BIJ ”VOORAF”

EINDE NOTEN, HORENDE BIJ ”VOORAF”
en iets begrijpt van begrijpend lezen, zal waarschijnlijk 

A
REACTIE VAN TROUW AAN ASTRID ESSED
TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedTue, Jul 13 at 4:52 PMGeachte Astrid Essed,Graag reageer ik op uw mail. De opinieredactie van Trouw staat in principe open voor inzendingen. We zeggen zelden tegen auteurs dat ze maar beter niet moeten schrijven. Over plaatsing van artikelen beslissen we altijd pas nadat we een stuk gelezen hebben en met elkaar besproken, nooit op voorhand. Ook met u hadden we daar geen afspraak over gemaakt. In de correspondentie met u hebben we aangegeven dat een reactie op een artikel dat in de Volkskrant gestaan heeft, niet in Trouw thuishoort. Natuurlijk staat het u dan vrij ons een andere opinie te sturen, maar het artikel dat u stuurde heeft opnieuw de uitspraak van Emmer in de Volkskrant als aanleiding.  Bovendien is uw artikel erg op de man gericht, terwijl wij een voorkeur hebben voor artikelen die op een kwestie ingaan.  Dat was voor ons reden om uw artikel nu niet te plaatsen. Er komen ongetwijfeld nieuwe aanleidingen voor u om een opinieartikel in te sturen. We lezen graag wat er bij ons binnenkomt.vriendelijke groet,Monic Slingerlandchef opinieredactie Trouw

EINDE REACTIE OPINIE TROUW AAN ASTRID ESSED
B
ANTWOORD ASTRID ESSED AAN TROUW
AANMEVROUW M SLINGERLANDCHEF REDACTIE OPINIE TROUW

Geachte mevrouw Slingerland
Bedankt voor uw reactie.Hoewel ik het niet met u eens ben, dat er geen stilzwijgende afspraak met mijgemaakt was, dat mijn stuk in ieder geval de overweging van het plaatsenzou inhouden [want in dat geval had ik niet hoeven worden aangemoedigd, omeen stuk te plaatsen, zie onderstaande copy/past mail, waardoor ik het blijfbeschouwen als een impliciete uitnodiging tot schrijven], kan ikdaarin in zekere zin nog met u meegaan
Maar u schrijft ook:
”Bovendien is uw artikel erg op de man gericht, terwijl wij een voorkeur hebben voor artikelen die op een kwestie ingaan.  ”
Dat is, met alle respect, aperte onzin.Nog afgezien van het feit, dat u kennelijk de behoefte gevoelt,historicus Emmer in bescherming te nemen [wat natuurlijk aan u is]ben ik  wel degelijk duidelijk op de kwestie zelf ingegaan!
A
NIET OP DE MAN, OP DE KWESTIE ZELF
APOLOGETISCHE SMOESARABIEREN EN AFRIKANEN HANDELDEN OOK IN SLAVEN
IN AFRIKA WAS OOK SLAVERNIJ
Ik citeer mijzelf:[lees even het volgende]”Daarin kwamen oude Emmer stokpaardjes naar boven:Zo schrijft Emmer, dat  in de tentoonstelling ”hedendaagse morele oordelen”werden losgelaten op de beoordeling van de slavernij, terwijl er reeds in de 17 e eeuw verzet van dominees tegen slavernij en slavenhandel was.Ook haalt Emmer er de Gouwe Ouwe bij, dat ook Afrikanen en Arabieren zichschuldig maakten aan slavernij en slavenhandel en daarbij witte slavenhandelaren ondersteunden in het vangen en roven van Afrikanen.Op zich waar, maar, zo vraag ik mijzelf af: Wat wil Emmer daarmee beweren?Dat, omdat ook Afrikanen en Arabieren zich onledig hielden met de misdaad slavernij, daarmee de Westerse slavernij minder ernstig was?”
Hiermee raak ik aan een kwestie, die ook bij andere Westerse slavernij vergoeilijkers heeft gespeeld, namelijk het apologetisch element, dater ook Afrikaanse en Arabische slavenhandelaars waren, dat slavernij ookin Europa voorkwam.
Ik citeer in dit verband ook Sander Philipse uit zijn artikel:”Twaalf vragen over slavernij, die je maar beter niet had kunnen stellen”[Ik citeer}”

AFRIKANEN WERDEN VAAK VERKOCHT DOOR ANDERE AFRIKANEN.

Correct. Dus?” [1]

B

NIET OP DE MAN, OP DE KWESTIE ZELF

LANDARBEIDERS LEEFDEN OOK IN

VERSCHRIKKELIJKE OMSTANDIGHEDEN

EN WAREN NIET BETER AF DAN SLAVEN

Ik citeer mijzelf”Emmer noemt ook de mensonterende omstandigheden van de landarbeiders in Drenthe, die, in tegenstelling tot slaven, die dat wel kregen, geen huisvesting,moestuin en doktershulp hadden.Natuurlijk waren de omstandigheden van Drentse landarbeiders mensonterend,maar moet ik uitleggen, dat een dergelijke vergelijking schaamteloos is?Dat niet alleen slaven geen loon ontvingen, in tegenstelling tot het [weliswaar schamele] loon van landarbeiders, maar het fundamentele aan slavernij, dateen slaaf eigendom van zijn meester was, een Ding, dat kon worden gekocht enverkocht, zonder zeggenschap over zijn/haar leven?”
Ook dit raakt weer de kwestie zelf, dat er slavernij apologeten zijn,die de mensonterende omstandigheden van Europese landarbeiders[hier Nederlandse] vergeleken met die van slaven, terwijl natuurlijk de essentie was, dat landarbeiders, hoe beroerd ook de omstandigheden,vrije mensen waren en slaven niet
OP DE MAN?/OPVATTINGEN VAN EMMER
En natuurlijk was mijn artikel, dat qua essentie over de SLAVERNIJOPVATTINGEN van Emmer gericht was, in zoverrepersoonlijk, omdat deze opvattingen van Emmer zelf komen!
En bent u hier niet een beetje tegenstrijdig in, mevrouw Slingerland?Want zelf heeft uw Opinie Redactie aan ondergetekende geschreven
TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed,Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie
Hoe kan ik anders ingaan op de opvattingen van Emmer, zonder Emmerin zijn functie als hoogleraar [nu Emeritus] geschiedenis te noemen?
TENSLOTTE
Als uw redactie om welke redenen dan ook, mijn Opinieartikel nietwilt plaatsen, is zij daarin volkomen vrij, laat dat duidelijk zijn.Maar komt u dan niet aanzetten met flutargumenten, dat ik”op de man” speel, terwijl uit mijn stuk overduidelijk blijkt, dat het mij hier om de KWESTIE ZELF gaat!Met Emmer als man/mens heb ik verder niets te maken, het gaatmij om zijn opvattingen en die kan ik moeilijk los zien van Emmer,die kranten [waaronder ook de uwe, wat mij teleurgesteld heeft,want dan hebt u deze apologeet ook gefaciliteerd, daarop zou ik u zekeer hebben aangeschtreven, had ik dat toen geweten]volschrijft met zijnapologieen van deze misdaad tegen de menselijkheid. [2]
Dat u mijn stuk dan toch terugbrengt tot ”op de man spelen”heeft mij erg teleurgesteld.Ik dacht dat een chef Opinieredactie beter kon.
Dat mijn opiniestuk niet in de vergetelheid is geraakt, ondanks uwweigering tot plaatsing, blijkt uit noot 3

Wat mij betreft is verder de discussie geslotenU hebt al genoeg van mijn Tijd in beslag genomen.
Vriendelijke groetenAstrid EssedAmsterdam
NOTEN
[1]
COPY PAST UIT DELEN CORRESPONDENTIE MET DAGBLAD TROUW/OPINIEREDACTIE
TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed,
Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie

[1]

AFRIKANEN WERDEN VAAK VERKOCHT DOOR ANDERE AFRIKANEN.

Correct. Dus?”

ONE WORLD

TWAALF VRAGEN OVER DE SLAVERNIJ, DIE

JE MAAR BETER NIET HAD KUNNEN STELLEN

SANDER PHILIPSE

Je kent het wel: je zegt iets over het Nederlandse aandeel in het systeem van de trans-Atlantische slavenhandel, en dan begint meneer opeens over de zware onderdrukking van Brabanders.

Nee Arzu, verdiep je in de geschiedenis van Nederland. Wij Brabanders waren ook slaven van Holland. Moesten 80% belasting betalen.

— Roland J. Brouwer (@RolandBrouwer78) 18 oktober 2016

He, ik snap het, het is allemaal heel moeilijk dat mensen het hier nog over willen hebben. Waarom kunnen we niet gewoon doen alsof het nooit is gebeurd? Die vijf jaar Tweede Wereldoorlog hoor je ook nooit meer iets over, toch?

Maar goed, als we het er niet over hebben, dan blijven al je vragen en reflexen ook onbeantwoord. Hoe moet je dan besluiten dat je je helemaal niet schuldig hoeft te voelen over een racistisch systeem van slavernij dat eeuwen in stand is gehouden?
Dus hier heb je twaalf antwoorden op reflexen vragen over Atlantische slavernij die je eigenlijk maar beter niet in de mond had kunnen nemen.

AFRIKANEN WERDEN VAAK VERKOCHT DOOR ANDERE AFRIKANEN.

Correct. Dus?

DUS KUNNEN WE EUROPEANEN NIET SCHULDIG HOUDEN VOOR TRANS-ATLANTISCHE SLAVERNIJ!

Oeh, die ga ik de volgende keer in de rechtszaal gebruiken. “Edelachtbare, ik ben niet schuldig aan brandstichting want Pietje Bell gaf me de benzine.” Daarnaast valt er nogal wat te zeggen over de rol die Europees kapitaal speelde in het aansporen, uitbreiden en in stand houden van de West-Afrikaanse slavernij.

OKE MAAR DE ARABISCHE SLAVENHANDEL DAN?

“Ja maar hullie doen ‘t ook” had je al af moeten leren in groep 3.

DAT BETEKENT TOCH DAT ATLANTISCHE SLAVERNIJ NIET ZO UNIEK WAS?

Ken jij een ander systeem waarbij gedurende drie eeuwen zo’n 12.5 miljoen mensen in op elkaar gepakte ruimen een oceaan over werden verscheept, onderweg ~1.5 miljoen mensen stierven, de overlevenden onderworpen werden aan een systeem dat hen en al hun kinderen behandelde als objecten, allemaal om wat geld te kunnen verdienen? En dan hebben we het nog niet eens over dat systeem als oorsprong van racisme.

De specifieke vorm van chattel slavery waar Europeanen zwarte mensen in de Amerika’s aan onderwierpen is uniek.

Slavernij is een constante in de menselijke geschiedenis, maar de specifieke vorm van chattel slavery waar Europeanen zwarte mensen in de Amerika’s aan onderwierpen is uniek. De combinatie van totale ontmenselijking van een geracialiseerde bevolkingsgroep van miljoenen mensen, absolute erfelijkheid van slavernij, social death, ontvoering uit de oorspronkelijke sociale omgeving, en op winst gerichte gewelddadige uitbuiting zien wij nergens anders.

EN DE IEREN IN AMERIKA DAN?

Dat was tijdelijke dwangarbeid, niet geracialiseerde, erfelijke slavernij. Zie ook het verschil tussen de Arbeitseinsatz van niet-Joodse Nederlanders in Duitse werkkampen, en Auschwitz.

BARBARIJSE SLAVENHANDEL WAS EEN DING!

Die maakte maximaal 1.25 miljoen Christelijke slachtoffers, en dat is bijna zeker een grove overschatting want het boek waar die cijfers op zijn gebaseerd is broddelwerk. Maar zelfs in die overschatting vallen die cijfers in het niet bij trans-Atlantische slavernij, en is er geen sprake van een geracialiseerd, erfelijk systeem van chattel slavery.

OKE HET WAS UNIEK, MAAR ZO VEEL VERDIENDEN WE ER NIET EENS MEE

Oh, dus naast dat we al die shit deden waren we ook nog eens incompetent?

(Maar zie Van Rossum & Fatah-Black die benadrukken dat slavernij vaak wel winstgevend was, en de Nederlandse economie als geheel stimuleerde)

DOE NIET ZO MOEILIJK, IEDEREEN VOND DIT TOEN NORMAAL

Als iedereen slavernij normaal vond, hoe verklaar je dan de vele opstanden van (ontsnapte) tot slaaf gemaakten? Vallen zij niet onder ‘iedereen’?

Of bedoelde je eigenlijk te zeggen dat wij West-Europeanen het heel normaal vonden? Dat spreekt niet echt voor je argument dat wij niet zo erg waren, he — maar het is ook onwaar: een actieve, witte anti-slavernijbeweging ontstond vanaf het midden van de 18e eeuw, vooral in Groot-Brittanië. Bredero vond het in 1615 ook niet

zo moeilijk om een karakter slavernij af te laten keuren:

Onmenschelyck ghebruyck! Godlóóse schelmery! Datmen de menschen vent, tot paartsche slaverny! Hier zynder oock in stadt, die sulcken handel dryven,
In Farnabock: maar ‘tsal Godt niet verhoolen blyven.

SLAVERNIJ IS FOUT, MAAR NEDERLAND WAS MAAR HEEL KLEIN DAARIN

Nederland heeft zo’n 610.000 mensen over de Atlantische oceaan ontvoerd, volgens de meest recente schatting van Fatah-Black en Van Rossum. Daarnaast hebben Nederlanders meer dan twee eeuwen lang slavernijplantages gerund in de Amerika’s, voornamelijk in Suriname.

Wij vonden toen ook het systeem van suikerplantages bewerkt door Afrikaanse tot slaaf gemaakten uit

Sterker nog: in het midden van de 17e eeuw — toen het Atlantische slavernijsysteem in de kinderschoenen stond — domineerden wij de trans-Atlantische

handel in mensen. Wij vonden toen ook het systeem van suikerplantages bewerkt door Afrikaanse tot slaaf gemaakten uit dat vanaf toen tot het midden van de negentiende eeuw de Caraïben zou beheersen.

En dan hebben we het nog niet over het Nederlandse aandeel in slavernij in Azië gehad.

MAAR WIJ HEBBEN SLAVERNIJ TOCH AFGESCHAFT?

Eerst eeuwenlang een systeem opzetten, en dan nog credits willen voor de afschaffing ook. Knap hoor. Nederland was een van de allerlaatste Europese landen die haar Atlantische slavernij systeem afschafte, overigens, en in het activisme en de vaak bloedige strijd om die Europese afschaffing te bewerkstelligen hebben mensen van Afrikaanse afkomst een cruciale rol gespeeld. Het is geen witte verworvenheid, wil ik maar zeggen.

MOET IK ME DAN SCHULDIG GAAN VOELEN, HET IS ZO LANG GELEDEN!

Er zijn mensen in leven wiens overgrootouders in Suriname in slavernij werden geboren. Hoe je je daarover voelt mag je zelf bepalen.

OKE, BEST, HET WAS FOUT — WAT MAAKT DAT NU DAN UIT?

Het is onderdeel van de Nederlandse geschiedenis, en alleen daarom zouden we het moeten blijven bespreken. Die geschiedenis is nog steeds zichtbaar in alle grote steden.
Maar het heeft ook effect op de huidige maatschappij. Onze ideeën over ras (en dus racisme) zijn ontstaan uit slavernij, de samenstelling van de Nederlandse bevolking en die van voormalige Nederlandse koloniën is er door vormgegeven, en de huidige raciale ongelijkheid in ons land vindt zijn oorsprong in die slavernij. Dat maakt uit.

EINDE ARTIKEL

[2]

”[[Deze mailbrief is tevens cc gestuurd aan de heer Piet Emmer, emeritus hoogleraar, Universiteit Leiden, het Rijksmuseum en de kranten AD en ElsevierMagazine, omdat ook zij historicus Piet Emmer een podium gegeven hebben voor zijn bagatellisering van de Westerse slavernijZie in onderstaande brief, noot 7]”

ZIE NOOT 7 VAN ONDERSTAANDE BRIEF

REDACTIE VOLKSKRANT, U BENT MOREEL MEDEPLICHTIG AAN

DE BAGATELLISERING VAN DE WESTERSE SLAVERNIJ DOOR HISTORICUS PIET EMMER

ASTRID ESSED

[3]

OPINIEARTIKEL/AANVAL OP BAGATELLISERING

WESTERSE SLAVERNIJ DOOR HISTORICUS PIET EMMER

ASTRID ESSED

12 JULI 2021

OF

Opinieartikel/Aanval op bagatellisering Westerse slavernij door historicus Piet Emmer – DeWereldMorgen.be

EINDE NOTEN

EINDE ANTWOORD ASTRID ESSED AAN TROUW

C

MAILANTWOORD ASTRID ESSED AAN TROUW

Astrid Essed12:03 PM (1 minute ago)
to TR, redactie@trouw.nlopinie@trouw.nl

AANMEVROUW M SLINGERLANDCHEF REDACTIE OPINIE TROUW

Geachte mevrouw Slingerland
Bedankt voor uw reactie.Hoewel ik het niet met u eens ben, dat er geen stilzwijgende afspraak met mijgemaakt was, dat mijn stuk in ieder geval de overweging van het plaatsenzou inhouden [want in dat geval had ik niet hoeven worden aangemoedigd, omeen stuk te plaatsen, zie onderstaande copy/past mail, waardoor ik het blijfbeschouwen als een impliciete uitnodiging tot schrijven], kan ikdaarin in zekere zin nog met u meegaan
Maar u schrijft ook:
”Bovendien is uw artikel erg op de man gericht, terwijl wij een voorkeur hebben voor artikelen die op een kwestie ingaan.  ”
Dat is, met alle respect, aperte onzin.Nog afgezien van het feit, dat u kennelijk de behoefte gevoelt,historicus Emmer in bescherming te nemen [wat natuurlijk aan u is]ben ik  wel degelijk duidelijk op de kwestie zelf ingegaan!
A
NIET OP DE MAN, OP DE KWESTIE ZELF
APOLOGETISCHE SMOESARABIEREN EN AFRIKANEN HANDELDEN OOK IN SLAVEN
IN AFRIKA WAS OOK SLAVERNIJ
Ik citeer mijzelf:[lees even het volgende]”Daarin kwamen oude Emmer stokpaardjes naar boven:Zo schrijft Emmer, dat  in de tentoonstelling ”hedendaagse morele oordelen”werden losgelaten op de beoordeling van de slavernij, terwijl er reeds in de 17 e eeuw verzet van dominees tegen slavernij en slavenhandel was.Ook haalt Emmer er de Gouwe Ouwe bij, dat ook Afrikanen en Arabieren zichschuldig maakten aan slavernij en slavenhandel en daarbij witte slavenhandelaren ondersteunden in het vangen en roven van Afrikanen.Op zich waar, maar, zo vraag ik mijzelf af: Wat wil Emmer daarmee beweren?Dat, omdat ook Afrikanen en Arabieren zich onledig hielden met de misdaad slavernij, daarmee de Westerse slavernij minder ernstig was?”
Hiermee raak ik aan een kwestie, die ook bij andere Westerse slavernij vergoeilijkers heeft gespeeld, namelijk het apologetisch element, dater ook Afrikaanse en Arabische slavenhandelaars waren, dat slavernij ookin Europa voorkwam.
Ik citeer in dit verband ook Sander Philipse uit zijn artikel:”Twaalf vragen over slavernij, die je maar beter niet had kunnen stellen”[Ik citeer}”

AFRIKANEN WERDEN VAAK VERKOCHT DOOR ANDERE AFRIKANEN.

Correct. Dus?” [1]

B

NIET OP DE MAN, OP DE KWESTIE ZELF

LANDARBEIDERS LEEFDEN OOK IN

VERSCHRIKKELIJKE OMSTANDIGHEDEN

EN WAREN NIET BETER AF DAN SLAVEN

Ik citeer mijzelf”Emmer noemt ook de mensonterende omstandigheden van de landarbeiders in Drenthe, die, in tegenstelling tot slaven, die dat wel kregen, geen huisvesting,moestuin en doktershulp hadden.Natuurlijk waren de omstandigheden van Drentse landarbeiders mensonterend,maar moet ik uitleggen, dat een dergelijke vergelijking schaamteloos is?Dat niet alleen slaven geen loon ontvingen, in tegenstelling tot het [weliswaar schamele] loon van landarbeiders, maar het fundamentele aan slavernij, dateen slaaf eigendom van zijn meester was, een Ding, dat kon worden gekocht enverkocht, zonder zeggenschap over zijn/haar leven?”
Ook dit raakt weer de kwestie zelf, dat er slavernij apologeten zijn,die de mensonterende omstandigheden van Europese landarbeiders[hier Nederlandse] vergeleken met die van slaven, terwijl natuurlijk de essentie was, dat landarbeiders, hoe beroerd ook de omstandigheden,vrije mensen waren en slaven niet
OP DE MAN?/OPVATTINGEN VAN EMMER
En natuurlijk was mijn artikel, dat qua essentie over de SLAVERNIJOPVATTINGEN van Emmer gericht was, in zoverrepersoonlijk, omdat deze opvattingen van Emmer zelf komen!
En bent u hier niet een beetje tegenstrijdig in, mevrouw Slingerland?Want zelf heeft uw Opinie Redactie aan ondergetekende geschreven
TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed,Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie
Hoe kan ik anders ingaan op de opvattingen van Emmer, zonder Emmerin zijn functie als hoogleraar [nu Emeritus] geschiedenis te noemen?
TENSLOTTE
Als uw redactie om welke redenen dan ook, mijn Opinieartikel nietwilt plaatsen, is zij daarin volkomen vrij, laat dat duidelijk zijn.Maar komt u dan niet aanzetten met flutargumenten, dat ik”op de man” speel, terwijl uit mijn stuk overduidelijk blijkt, dat het mij hier om de KWESTIE ZELF gaat!Met Emmer als man/mens heb ik verder niets te maken, het gaatmij om zijn opvattingen en die kan ik moeilijk los zien van Emmer,die kranten [waaronder ook de uwe, wat mij teleurgesteld heeft,want dan hebt u deze apologeet ook gefaciliteerd, daarop zou ik u zekeer hebben aangeschtreven, had ik dat toen geweten]volschrijft met zijnapologieen van deze misdaad tegen de menselijkheid. [2]
Dat u mijn stuk dan toch terugbrengt tot ”op de man spelen”heeft mij erg teleurgesteld.Ik dacht dat een chef Opinieredactie beter kon.
Dat mijn opiniestuk niet in de vergetelheid is geraakt, ondanks uwweigering tot plaatsing, blijkt uit noot 3

Wat mij betreft is verder de discussie geslotenU hebt al genoeg van mijn Tijd in beslag genomen.
Vriendelijke groetenAstrid EssedAmsterdam
NOTEN
[1]
COPY PAST UIT DELEN CORRESPONDENTIE MET DAGBLAD TROUW/OPINIEREDACTIE
TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed,
Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie

[1]

AFRIKANEN WERDEN VAAK VERKOCHT DOOR ANDERE AFRIKANEN.

Correct. Dus?”

ONE WORLD

TWAALF VRAGEN OVER DE SLAVERNIJ, DIE

JE MAAR BETER NIET HAD KUNNEN STELLEN

SANDER PHILIPSE

Je kent het wel: je zegt iets over het Nederlandse aandeel in het systeem van de trans-Atlantische slavenhandel, en dan begint meneer opeens over de zware onderdrukking van Brabanders.

Nee Arzu, verdiep je in de geschiedenis van Nederland. Wij Brabanders waren ook slaven van Holland. Moesten 80% belasting betalen.

— Roland J. Brouwer (@RolandBrouwer78) 18 oktober 2016

He, ik snap het, het is allemaal heel moeilijk dat mensen het hier nog over willen hebben. Waarom kunnen we niet gewoon doen alsof het nooit is gebeurd? Die vijf jaar Tweede Wereldoorlog hoor je ook nooit meer iets over, toch?

Maar goed, als we het er niet over hebben, dan blijven al je vragen en reflexen ook onbeantwoord. Hoe moet je dan besluiten dat je je helemaal niet schuldig hoeft te voelen over een racistisch systeem van slavernij dat eeuwen in stand is gehouden?
Dus hier heb je twaalf antwoorden op reflexen vragen over Atlantische slavernij die je eigenlijk maar beter niet in de mond had kunnen nemen.

AFRIKANEN WERDEN VAAK VERKOCHT DOOR ANDERE AFRIKANEN.

Correct. Dus?

DUS KUNNEN WE EUROPEANEN NIET SCHULDIG HOUDEN VOOR TRANS-ATLANTISCHE SLAVERNIJ!

Oeh, die ga ik de volgende keer in de rechtszaal gebruiken. “Edelachtbare, ik ben niet schuldig aan brandstichting want Pietje Bell gaf me de benzine.” Daarnaast valt er nogal wat te zeggen over de rol die Europees kapitaal speelde in het aansporen, uitbreiden en in stand houden van de West-Afrikaanse slavernij.

OKE MAAR DE ARABISCHE SLAVENHANDEL DAN?

“Ja maar hullie doen ‘t ook” had je al af moeten leren in groep 3.

DAT BETEKENT TOCH DAT ATLANTISCHE SLAVERNIJ NIET ZO UNIEK WAS?

Ken jij een ander systeem waarbij gedurende drie eeuwen zo’n 12.5 miljoen mensen in op elkaar gepakte ruimen een oceaan over werden verscheept, onderweg ~1.5 miljoen mensen stierven, de overlevenden onderworpen werden aan een systeem dat hen en al hun kinderen behandelde als objecten, allemaal om wat geld te kunnen verdienen? En dan hebben we het nog niet eens over dat systeem als oorsprong van racisme.

De specifieke vorm van chattel slavery waar Europeanen zwarte mensen in de Amerika’s aan onderwierpen is uniek.

Slavernij is een constante in de menselijke geschiedenis, maar de specifieke vorm van chattel slavery waar Europeanen zwarte mensen in de Amerika’s aan onderwierpen is uniek. De combinatie van totale ontmenselijking van een geracialiseerde bevolkingsgroep van miljoenen mensen, absolute erfelijkheid van slavernij, social death, ontvoering uit de oorspronkelijke sociale omgeving, en op winst gerichte gewelddadige uitbuiting zien wij nergens anders.

EN DE IEREN IN AMERIKA DAN?

Dat was tijdelijke dwangarbeid, niet geracialiseerde, erfelijke slavernij. Zie ook het verschil tussen de Arbeitseinsatz van niet-Joodse Nederlanders in Duitse werkkampen, en Auschwitz.

BARBARIJSE SLAVENHANDEL WAS EEN DING!

Die maakte maximaal 1.25 miljoen Christelijke slachtoffers, en dat is bijna zeker een grove overschatting want het boek waar die cijfers op zijn gebaseerd is broddelwerk. Maar zelfs in die overschatting vallen die cijfers in het niet bij trans-Atlantische slavernij, en is er geen sprake van een geracialiseerd, erfelijk systeem van chattel slavery.

OKE HET WAS UNIEK, MAAR ZO VEEL VERDIENDEN WE ER NIET EENS MEE

Oh, dus naast dat we al die shit deden waren we ook nog eens incompetent?

(Maar zie Van Rossum & Fatah-Black die benadrukken dat slavernij vaak wel winstgevend was, en de Nederlandse economie als geheel stimuleerde)

DOE NIET ZO MOEILIJK, IEDEREEN VOND DIT TOEN NORMAAL

Als iedereen slavernij normaal vond, hoe verklaar je dan de vele opstanden van (ontsnapte) tot slaaf gemaakten? Vallen zij niet onder ‘iedereen’?

Of bedoelde je eigenlijk te zeggen dat wij West-Europeanen het heel normaal vonden? Dat spreekt niet echt voor je argument dat wij niet zo erg waren, he — maar het is ook onwaar: een actieve, witte anti-slavernijbeweging ontstond vanaf het midden van de 18e eeuw, vooral in Groot-Brittanië. Bredero vond het in 1615 ook niet

zo moeilijk om een karakter slavernij af te laten keuren:

Onmenschelyck ghebruyck! Godlóóse schelmery! Datmen de menschen vent, tot paartsche slaverny! Hier zynder oock in stadt, die sulcken handel dryven,
In Farnabock: maar ‘tsal Godt niet verhoolen blyven.

SLAVERNIJ IS FOUT, MAAR NEDERLAND WAS MAAR HEEL KLEIN DAARIN

Nederland heeft zo’n 610.000 mensen over de Atlantische oceaan ontvoerd, volgens de meest recente schatting van Fatah-Black en Van Rossum. Daarnaast hebben Nederlanders meer dan twee eeuwen lang slavernijplantages gerund in de Amerika’s, voornamelijk in Suriname.

Wij vonden toen ook het systeem van suikerplantages bewerkt door Afrikaanse tot slaaf gemaakten uit

Sterker nog: in het midden van de 17e eeuw — toen het Atlantische slavernijsysteem in de kinderschoenen stond — domineerden wij de trans-Atlantische

handel in mensen. Wij vonden toen ook het systeem van suikerplantages bewerkt door Afrikaanse tot slaaf gemaakten uit dat vanaf toen tot het midden van de negentiende eeuw de Caraïben zou beheersen.

En dan hebben we het nog niet over het Nederlandse aandeel in slavernij in Azië gehad.

MAAR WIJ HEBBEN SLAVERNIJ TOCH AFGESCHAFT?

Eerst eeuwenlang een systeem opzetten, en dan nog credits willen voor de afschaffing ook. Knap hoor. Nederland was een van de allerlaatste Europese landen die haar Atlantische slavernij systeem afschafte, overigens, en in het activisme en de vaak bloedige strijd om die Europese afschaffing te bewerkstelligen hebben mensen van Afrikaanse afkomst een cruciale rol gespeeld. Het is geen witte verworvenheid, wil ik maar zeggen.

MOET IK ME DAN SCHULDIG GAAN VOELEN, HET IS ZO LANG GELEDEN!

Er zijn mensen in leven wiens overgrootouders in Suriname in slavernij werden geboren. Hoe je je daarover voelt mag je zelf bepalen.

OKE, BEST, HET WAS FOUT — WAT MAAKT DAT NU DAN UIT?

Het is onderdeel van de Nederlandse geschiedenis, en alleen daarom zouden we het moeten blijven bespreken. Die geschiedenis is nog steeds zichtbaar in alle grote steden.
Maar het heeft ook effect op de huidige maatschappij. Onze ideeën over ras (en dus racisme) zijn ontstaan uit slavernij, de samenstelling van de Nederlandse bevolking en die van voormalige Nederlandse koloniën is er door vormgegeven, en de huidige raciale ongelijkheid in ons land vindt zijn oorsprong in die slavernij. Dat maakt uit.

EINDE ARTIKEL

[2]

”[[Deze mailbrief is tevens cc gestuurd aan de heer Piet Emmer, emeritus hoogleraar, Universiteit Leiden, het Rijksmuseum en de kranten AD en ElsevierMagazine, omdat ook zij historicus Piet Emmer een podium gegeven hebben voor zijn bagatellisering van de Westerse slavernijZie in onderstaande brief, noot 7]”

ZIE NOOT 7 VAN ONDERSTAANDE BRIEF

REDACTIE VOLKSKRANT, U BENT MOREEL MEDEPLICHTIG AAN

DE BAGATELLISERING VAN DE WESTERSE SLAVERNIJ DOOR HISTORICUS PIET EMMER

ASTRID ESSED

[3]

OPINIEARTIKEL/AANVAL OP BAGATELLISERING

WESTERSE SLAVERNIJ DOOR HISTORICUS PIET EMMER

ASTRID ESSED

12 JULI 2021

OF

Opinieartikel/Aanval op bagatellisering Westerse slavernij door historicus Piet Emmer – DeWereldMorgen.be

EINDE NOTEN

EINDE MAILANTWOORD ASTRID ESSED AAN TROUW

Reacties uitgeschakeld voor Antwoord Astrid Essed aan Dagblad Trouw/Waar een grote krant klein in kan zijn/De kwestie historicus Piet Emmer

Opgeslagen onder Divers

Opinieartikel/Aanval op bagatellisering Westerse slavernij door historicus Piet Emmer

OPINIEARTIKEL/AANVAL OP BAGATELLISERING WESTERSE SLAVERNIJDOOR HISTORICUS PIET EMMER

De aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images) Beeld Getty ImagesDe aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images)Beeld Getty ImagesFoto

De indeling op het schip, iedereen zat ontzettend dicht op elkaarhttps://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-bij-piet-emmer-hadden-de-slaven-een-prima-gelijkwaardig-bestaan-in-de-kolonies~b1338777/

De indeling op het schip, iedereen zat ontzettend dicht op elkaar
https://slavernijnederland.weebly.com/de-reis.html


Welcome, to Cyprus.–Goats and monkeys!
[Vrij vertaald naar Shakespeare’s Othello, Act IV, Scene I

http://shakespeare.mit.edu/othello/full.html


https://www.youtube.com/watch?v=Ee8NvgURCZs


VOORAF
Mijn loyale  lezers weten, dat ik recentelijk een stukgeschreven heb, waarin ik de vloer heb aangeveegd met de bagatelliseringvan de Westerse slavernij door emeritus hoogleraar geschiedenis aande Universiteit van Leiden, Piet Emmer [1]Op aansporing van de Opinieredactie van het Dagblad Trouw, dat ikhad aangeschreven [2], heb ik nu dus [maandag 12 juli 2021] een stuk,bestemd voor de Opiniepagina van Trouw geschreven.Of Trouw het publiceert, weet ik natuurlijk niet, maar hierbij dus metu, lezers, mijn Opinieartikel, bestaande uit ongeveer 600 woorden, gedeeldZie onder notenapparaat, onder B
Veel leesplezier en tot de Volgende KeerHAHAHA
Astrid Essed
A
NOTEN EN REACTIE TROUW OPINIE REDACTIE[1]
HISTORICUS PIET EMMER, WEGPOETSER VAN HET BLOED, DAT AANDE WESTERSE SLAVERNIJ KLEEFTASTRID ESSED30 JUNI 2021
https://www.astridessed.nl/historicus-piet-emmer-wegpoetser-van-het-bloed-dat-aan-de-westerse-slavernij-kleeft/

[2]
[TOELICHTING]

EXCUSES AAN HET DAGBLAD TROUW IN VERBAND MET HET MISVERSTAND OVER HET ARTIKEL VAN HISTORICUS PIET EMMERASTRID ESSED
https://www.astridessed.nl/excuses-aan-het-dagblad-trouw-in-verband-met-het-misverstand-over-het-artikel-van-historicus-piet-emmer/

[Het klopt, dat Trouw het door mij gewraakte artikel van Piet Emmer niet had gepubliceerd, maarde VolkskrantDaarvoor bovenstaande excuusmail naar Trouw
Echter, naar aanleiding van mijn abusievelijke mailbrief aan Trouw, reageerde de Opinieredactie Trouw met haar verzoek om een opinie-artikel mijnerzijds
Zie de verwijdering van mijn website van de abusievelijke mailbrief aan TrouwZie mijn mailbrief aan de juiste krant, de VolkskrantZie het gewraakte artikel van Piet Emmer in de Volkskrant
Mailbrief Aan Trouw[verwijderd]
https://www.astridessed.nl/redactie-trouw-u-bent-moreel-medeplichtig-aan-de-bagatellisering-van-de-westerse-slavernij-door-historicus-piet-emmer/

MailbriefAan de Volkskrant [zelfde inhoud]
https://www.astridessed.nl/redactie-volkskrant-u-bent-moreel-medeplichtig-aan-de-bagatellisering-van-de-westerse-slavernij-door-historicus-piet-emmer/

Gewraakte artikel Piet Emmer in de Volkskrant
https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/

REACTIE TROUW OPINIE OP MIJN MAILBRIEF
TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed,
Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie

B
HISTORICUS PIET EMMER, WEGPOETSER WESTERSE SLAVERNIJ
Vanaf het moment, dat ik hem in de collegebanken van de Universiteit van Amsterdam heb horen spreken als gastdocent, heb ik historicus Piet Emmer, gevolgd, sommige periodes intensiever dan andere.Wat daarbij opviel was niet het feit, dat Emmer betoogde [tijdens dat gastcollege], dat de toenmalige Republiek der Verenigde Nederlanden [via zijn kooplieden, andere belanghebbenden en de VerenigdeWest Indische Compagnie] niet zoveel aan slavenhandel/slavernij verdiend had als men wel zou denken [dat had waar kunnen zijn, al werd het later door wetenschappelijk onderzoek ontkracht], maar het feit, dat Emmer op dat aspectzodanig de nadruk legde, dat het verdacht veel leek op bagatellisering vande Westerse slavenhandel en slavernij.Het leverde hem dan ook, in genoemd gastcollege, maar ook later, veelkritiek op.Als hij het daarbij gelaten had ik dit stuk waarschijnlijk niet geschreven,maar niet alleen bleef Emmer in de loop der jaren de minder grote profijtelijkheid van slavernij en slavenhandel verdedigen, maar hij ging verder op de bagatelliseringstoer, tot nog in juni 2021, in een in de Volkskrant verschenen stuk ”Wie een beperkte blik op de slavernij wil, spoede zich naar het Rijksmuseum”, waarin hij kritiek ventileerde op de zijns inziens ”eenzijdige” slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum.Daarin kwamen oude Emmer stokpaardjes naar boven:Zo schrijft Emmer, dat  in de tentoonstelling ”hedendaagse morele oordelen”werden losgelaten op de beoordeling van de slavernij, terwijl er reeds in de 17 e eeuw verzet van dominees tegen slavernij en slavenhandel was.Ook haalt Emmer er de Gouwe Ouwe bij, dat ook Afrikanen en Arabieren zichschuldig maakten aan slavernij en slavenhandel en daarbij witte slavenhandelaren ondersteunden in het vangen en roven van Afrikanen.Op zich waar, maar, zo vraag ik mijzelf af: Wat wil Emmer daarmee beweren?Dat, omdat ook Afrikanen en Arabieren zich onledig hielden met de misdaad slavernij, daarmee de Westerse slavernij minder ernstig was?Mijn veronderstelling wordt bevestigd door Emmer zelf, die in het genoemdeVolkskrant stuk opmerkt: ”Deden hun Arabische en Afrikaanse collega’s dat[het maken van slaven tot object] dan niet? Kun je de Europeanen verwijten, dat ze steeds meer kindslaven kochten?”Doorredenerend zijn de liquidaties, die worden toegeschreven aan crimineel Redouan T minder erg, omdat andere topcriminelen ook liquideren….Emmer noemt ook de mensonterende omstandigheden van de landarbeiders in Drenthe, die, in tegenstelling tot slaven, die dat wel kregen, geen huisvesting,moestuin en doktershulp hadden.Natuurlijk waren de omstandigheden van Drentse landarbeiders mensonterend,maar moet ik uitleggen, dat een dergelijke vergelijking schaamteloos is?Dat niet alleen slaven geen loon ontvingen, in tegenstelling tot het [weliswaar schamele] loon van landarbeiders, maar het fundamentele aan slavernij, dateen slaaf eigendom van zijn meester was, een Ding, dat kon worden gekocht enverkocht, zonder zeggenschap over zijn/haar leven?Dat zijn/haar kinderen konden worden verkocht zonder enige invloed van de slaaf daarop, in tegenstelling tot arme Drentse landarbeiderskinderen, die Emmer ook noemt?Niet alleen de vergelijking is absurd, maar de morele laagheid om onderdruktegroepen zo tegen elkaar uit te spelen.Het meest bizarre is nog, dat Emmer in een onderzoek de ruimte op slavenschepen vergeleek met die van landverhuizers op weg naar de Verenigde Staten [19e en begin 20e eeuw] en de ruimte, die er nu is in de economy class’
van een vliegtuig.Alsof vrije landverhuizers, hoe arm ook, alsof, nog bizarrer, toeristen, op wegnaar een vakantiebestemming, geketend worden vervoerd, gekocht worden ofverkocht?Sinds de 70 er jaren, toen Emmer zijn bagatelliseringstoer startte, tot 2021,heeft hij niets moreels bijgeleerd.Wordt het niet tijd, dat alle media deze apologeet vande misdaad tegen de menselijkheid, die slavernij heet, gaan weren?
Astrid EssedAmsterdam

EINDE OPINIESTUK

Reacties uitgeschakeld voor Opinieartikel/Aanval op bagatellisering Westerse slavernij door historicus Piet Emmer

Opgeslagen onder Divers

Redactie Volkskrant, u bent moreel medeplichtig aan de bagatellisering van de Westerse slavernij door historicus Piet Emmer

De aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images) Beeld Getty ImagesDe aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images)Beeld Getty Images

Foto

De indeling op het schip, iedereen zat ontzettend dicht op elkaarhttps://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-bij-piet-emmer-hadden-de-slaven-een-prima-gelijkwaardig-bestaan-in-de-kolonies~b1338777/

De indeling op het schip, iedereen zat ontzettend dicht op elkaar
https://slavernijnederland.weebly.com/de-reis.html

REDACTIE VOLKSKRANT, U BENT MOREEL MEDEPLICHTIG AANDE BAGATELLISERING VAN DE WESTERSE SLAVERNIJ DOOR HISTORICUS PIET EMMER


ZIE VOORAF
https://www.astridessed.nl/excuses-aan-het-dagblad-trouw-in-verband-met-het-misverstand-over-het-artikel-van-historicus-piet-emmer/

EN LEES NU MAAR DOOR. LEZERS!

[[Deze mailbrief is tevens cc gestuurd aan de heer Piet Emmer, emeritus hoogleraar, Universiteit Leiden, het Rijksmuseum en de kranten AD en ElsevierMagazine, omdat ook zij historicus Piet Emmer een podium gegeven hebben voor zijn bagatellisering van de Westerse slavernijZie in onderstaande brief, noot 7]
AANREDACTIE DAGBLAD DE VOLKSKRANTOnderwerp: Uw facilitering van slavernij apologeet Professor EmeritusP. C. Emmer, Universiteit Leiden
”””Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdaden niet uitwissen”Vrij vertaald naar Shakespeare’s Macbeth [slaapwandelende Lady Macbeth,Act 5, Scene 1]”
http://www.shakespeare-online.com/plays/macbeth_5_1.html

Geachte Redactie,
Zoals u hebt kunnen lezen, begin ik mijn aanklacht tegen u [want dit is niet meerof minder dan een aanklacht] met een citaat uit William Shakespeare’s onvergetelijke toneelsruk/tragedie MacBeth [1]:””Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdaden niet uitwissen” [2],want dat is het Leitmotiv van mijn brief/aanklacht tegen uw publicatie vaneen artikel van genoemde Professor [vanaf nu voor het gemak ”de heer Emmer” of ”Emmer” genoemd], dd 22 juni jongstleden: ”Wie een beperkte blik op de slavernij wil, spoede zich naar het Rijksmuseum” [3]
Want de heer Emmer heeft zich kennelijk van meet af aan [ooit heeft ondergetekende in de jaren zeventig een van de eerste hoor/gastcolleges bij hem gevolgd, aande Universiteit van Amsterdam, hetgeen tot veel commotie leidde] als Levensdoel gesteld, de Westerse slavernij, oftewel de transatlantische slavenhandel [4] en de daaruit voortvloeiende slavernij in de Amerika’s, opalle mogelijke manieren en drogeredenaties, op zijn vriendelijkst gezegd,te bagatelliseren.Over het inhoudelijke, waarvoor uw krant, door hem een podium te geven, moreel medeverantwoordelijk bent, kom ik zo te spreken.
HOOR/GASTCOLLEGE IN DE JAREN 70]Eerst over dat gewraakte hoor/gastcollege uit het verleden, waarbij ondergetekende aanwezig was:De heer Emmer betoogde, dat de slavenhandel voor de toenmalige Republiek der Verenigde Nederlanden lang niet zo profijtelijk was, als was aangenomen [5],waarop een storm van kritiek losbarstte.Uit later onderzoek bleek, dat de winstmarge [nu ruimer berekend] groter was dan de heer Emmer had beweerd. [6]Maar de toenmalige kritiek op Emmer was niet zozeer zijn lage inschattingvan de profijtelijkheid, maar de nadruk, die hij daarop legde, waarbij de bagatellisering van deze misdaad tegen de menselijkheid om de hoek kwam kijken.Die neiging tot bagatellisering ben ik in een aantal andere publicaties/interviews ook tegengekomen, want niet alleen uw krant [eerlijkheid gebiedt dat te zeggen], maar ook andere media hebben Emmer in de loop der tijden ruim baan gegeven. [7]
ARTIKEL EMMER ”WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM’
En dan nu het in uw Dagblad geplaatste artikel van Emmer, tevens dereden van deze Brief:”WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM'[8]
Op dit artikel heeft ondergetekende een stevige kritiek geschreven, die uonder noot 9 kunt [moet zelfs, wil u mijn als hierop volgende korte samenvatting kunnen begrijpen en controleren op bronnen/feiten] lezen:
SAMENGEVAT:
In een AD artikel [10][dat echter naadloos aansluit bij zijn opvattingen inhet door u gepubliceerde artikel], bagatelliseert Emmer de slavernij/slavenhandel, doorde misdadige omstandigheden van de slavenhandel te vergelijken [qua ruimte]met de vrije overtocht, per vliegtuig/economy class, van vrije migranten, doorhet slavenhandel transport te vergelijken met de overtocht van landverhuizers naar de VS, die, hoe slecht de omstandigheden vaak ook, een overtocht van vrije mensen was, die niet geketend waren, wier vrouwen niet werden verkrachtdoor de bemanning.Die niet gekocht en verkocht werden bij aankomst in de VS.
Emmer heeft in uw Volkskrant artikel de guts, de slechte omstandigheden van een Drents landarbeiderskind [dat hoezeer verpauperd ook, niet kon worden gekochten verkocht te vergelijken met die van een slavenkind in de Amerika’s. [12]
Verder verwijst hij  bij de Westers-Europese rooftochten van Afrikanen naarde rol van de Afrikaanse slavenhalers in opdracht van de blanken, de Arabischeslavenhandelaars, de Afrikaanse slavernij.Op zich juist, maar hij gebruikt deze eveneens huiveringwekkende zaken, omde rol van de Europese handelaars [in wier opdracht de slaven immers geroofd waren] te bagatelliseren. [13]
BEWIJS?Emmer schrijft in zijn artikel o.a.”Dat de tentoonstelling geen wetenschappelijk, maar een activistisch karakter draagt blijkt ook uit de constatering dat de Europese slavenhandelaren slaven ‘tot object’ maakten. Deden hun Afrikaanse en Arabische collega’s dat dan niet? Kun je de Europeanen verwijten dat ze steeds meer kindslaven kochten?” [14]Ja, Redactie, de zin staat er ECHT:”Kun je de Europeanen verwijten dat ze steeds meer kindslaven kochten?” [15]
En een dergelijke apologeet van slavenhandel en slavernij, die de ruimte op stinkende slavenschepen [16]met droge ogen vergelijkt met de volgens hem zo krappe ruimte in de Economy class, die onzin opmerkingenmaakt over ”loon” dat slaven zou worden uitgekeerd in de vorm van eten en kleding [17], die vindt, dat op deze misdaden tegen de menselijkheid geen ”hedendaagse morele oordelen” moeten worden toegepast [18], terwijl hij dondersgoed weet van het 17 eeuwse verzet tegenslavernij [hij noemt het zelf in een ander artikel] [19]
Welnu, een dergelijke apologeet hoort niet thuis in uw krant, of welke andere krant ook, als u zichzelf tenminste ”kwaliteitskrant” wilt blijven noemen.
Door Emmer’s artikel te hebben gefaciliteerd, hebt u zich, evenals andere media zoals Elsevier Magazine en AD [die deze mail cc ontvangen]moreel schuldig gemaakt aan het verspreiden van de bagatellisering van misdaden tegen de menselijkheid.  [20]
Dit is een schande.Een grotere schande is het, dat ik u daarop moet aanspreken.
Stop hier dus direct mee en verleen geen publicitaire medewerking meer aan schrijfsels zoals van Emmer, die impliciet ofexpliciet, een van de Donkerste Bladzijden van de Westerse Geschiedenis, een Make Over geven.
Ik verwacht, dat u mijn dringend verzoek, nee Eis, inwilligt.
En excuses aan de nazaten van de tot slaafgemaakten zijn hier zeker op zijn plaats, want u weet waaraan u hebt meegewerkt.
En denk er goed aan:””Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdaden niet uitwissen”[21]

Dat geldt ook voor uw medeplichtigheid aan Emmer’s bagatellisering!Vriendelijke groeten
Astrid EssedAmsterdam 
ZIE VOOR NOTEN 1 t/m 21 [Voor uw gemak in eenlink ondergebracht]
https://www.astridessed.nl/noten-1-t-m-21-bij-brief-aan-trouw-over-artikel-historicus-piet-emmer/

OF

https://www.dewereldmorgen.be/community/noten-1-t-m-21-bij-brief-aan-trouw-over-artikel-historicus-piet-emmer/

ZIE VOOR DE FYSIEKE NOTEN

[1]

LADY MACBETHHere’s the smell of the blood still: all the
perfumes of Arabia will not sweeten this little
hand. Oh, oh, oh!”

MACBETHACT V, SCENE 1
http://www.shakespeare-online.com/plays/macbeth_5_1.html

SHAKESPEAREMACBETH
http://www.shakespeare-online.com/plays/macbethscenes.html

[2]

‘”Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdaden niet uitwissen”

”Vrij vertaald naar Shakespeare’s Macbeth [slaapwandelende Lady Macbeth,Act 5, Scene 1]”

ZIE NOOT 1

[3]

VOLKSKRANTWIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

Dat slavernij overal in de wereld voorkwam lijkt het Rijksmuseum niet te interesseren. De bezoeker krijgt de indruk dat de slavenhandel en slavernij voornamelijk Europese erfzonden zijn.

De met veel tamtam aangekondigde en inmiddels geopende tentoonstelling ‘Slavernij’ in het Rijksmuseum typeert de slaven vrijwel zonder uitzondering als zielige underdogs, terwijl veel wetenschappelijke studies van de laatste vijftig jaar keer op keer laten zien dat die gedweeë, sullige ‘Sambo’ zonder initiatief, die alles accepteert en zich naar believen laat straffen, vernederen en uitbuiten, nooit heeft bestaan.

De tentoonstelling documenteert slechts een aantal levensgeschiedenissen van slaven en die beperking verhindert dat er een aantal fundamentele problemen aan de orde komen, zoals de vraag waarom de Europeanen voor hun koloniën slaven uit Afrika en Azië haalden en niet uit hun eigen continent en waarom Afrika en Azië in staat bleken in de loop der eeuwen steeds meer slaven te leveren.

Morele oordelen

Bovendien worden zowel de bezoekers van de tentoonstelling als de lezers van de daarbij behorende bundel opstellen voortdurend geconfronteerd met hedendaagse morele oordelen zoals de verontwaardiging over het feit dat de slaven af en toe op zaterdag moesten werken. Pardon, een vrije zaterdag in de 18de en 19de eeuw?

Dat slavernij overal in de wereld voorkwam lijkt het Rijksmuseum niet te interesseren, waardoor de bezoeker de indruk krijgt dat de slavenhandel en slavernij voornamelijk Europese erfzonden zijn: ‘In Afrika leefden mensen in de koloniale tijd met de realiteit van mensenhandelaren, nomaden op paarden, die nachtelijke rooftochten organiseerden om mensen te ontvoeren.’

Niet gekoloniseerd

Het Rijksmuseum verzwijgt echter dat Afrika ten tijde van de Atlantische slavenhandel helemaal nog niet gekoloniseerd was en dat de ‘rooftochten’ en ‘ontvoeringen’ dus onmogelijk de Europeanen in de schoenen kunnen worden geschoven.

Tegen alle logica beweert de directeur van het Rijks, Taco Dibbits in het voorwoord van het magazine voor scholieren Slavernij en nu? dat ‘de arbeiders op de plantages niet betaald’ kregen. Zou hij werkelijk geloven dat de plantagebezitters hun voor veel geld gekochte slaven lieten verhongeren?

Beloning

Niets is minder waar. Zo kregen de slaven van de Surinaamse plantage ‘Catharina Sophia’ in de 19de eeuw weliswaar geen geld, maar gemiddeld 94,57 gulden per jaar aan voedsel en 13,58 gulden aan kleding en huishoudelijke artikelen alsmede huisvesting, het gebruik van een moestuin en medische zorg.

In dezelfde tijd verdienden de landarbeiders in Drenthe ongeveer 150 gulden per jaar zonder huisvesting, moestuin en doktershulp. Bovendien wijst de directeur op de Nachtwacht van Rembrandt met daarop een jong kind met een donkere huidskleur en vraagt: ‘En waarom moest hij als kind al werken?’. Is hij niet op de hoogte van het feit dat in Rembrandts tijd en nog velen eeuwen daarna kinderarbeid heel normaal was?

Bezit

Zonder enig bewijs meldt de tentoonstellingsbundel dat slaven geen bezit mochten hebben. Hoe was het dan mogelijk dat sommige slaven zichzelf vrijkochten en waar kwam in het eerste jaar na de vrijverklaring die koopgolf onder de ex-slaven vandaan? Ook beweert de bundel dat slaven niet mochten lezen en schrijven, maar hoe kon de zwarte abolitionist (voorstander afschaffing slavernij, red.) Equiano dan zijn memoires schrijven als hij dat als slaaf niet had geleerd? De slaven waren het eigendom van een ander en ‘daarom kon er juridisch gezien geen sprake van mishandeling of verkrachting zijn’ door de eigenaar.

Waarom zijn er dan processen gevoerd tegen planters, die een slaaf hadden gemarteld of gedood? Dat de tentoonstelling geen wetenschappelijk, maar een activistisch karakter draagt blijkt ook uit de constatering dat de Europese slavenhandelaren slaven ‘tot object’ maakten. Deden hun Afrikaanse en Arabische collega’s dat dan niet? Kun je de Europeanen verwijten dat ze steeds meer kindslaven kochten?

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat alleen Afrikaanse handelaren bepaalden hoeveel man-, vrouw- en kindslaven te koop werden aangeboden. Zelfs de plantageklok, die ’s morgens het begin van de werkdag aankondigde, is volgens het Rijksmuseum een symbool van uitbuiting en geweld. Maar zou dat instrument net als in Europa geen middel zijn geweest om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?

Wie hoopt dat de tentoonstelling hem of haar op de hoogte brengt van de laatste wetenschappelijke inzichten hoeft het Rijksmuseum niet te bezoeken, maar wie zijn stereotiepe opvatting over de slavenhandel en slavernij bevestigd wil zien, komt in het Rijksmuseum ruimschoots aan zijn trekken.

Piet Emmer is auteur van De geschiedenis van de Nederlandse slavernij in een notendop (2021).

EINDE ARTIKEL VOLKSKRANT

[4]

WIKIPEDIA

TRANS ATLANTISCHE SLAVENHANDEL

https://nl.wikipedia.org/wiki/Trans-Atlantische_slavenhandel

[5][5]
BEVESTIGD IN ONDERSTAAND ARTIKEL:

”De indruk kan ontstaan zijn dat de slavenhandel een essentieel onderdeel van de Nederlandse economie vormde en dat afschaffing van de slavernij de economisch totaal ontwricht zou worden. Volgens P.C. Emmer is die gedachte beslist niet waar. Hij stelt dat de Nederlandse slavenhalers op hun hoogtepunt jaarlijks dertig slavenschepen lieten uitvaren, maar dat deze schepen samen nog geen één procent vormde van de totale koopvaardijvloot, die toen geschat werd op ongeveer vierduizend schepen. Ook voor de werkgelegenheid vormde de slavenvaart geen absolute noodzakelijkheid. Emmer stelt het aantal zeevarenden op slavenschepen op duizend tot twaalfhonderd, en dat in de hoogtijdagen. Als er in ogenschouw wordt genomen dat de werkgelegenheid in de scheepvaart vele malen groter was (volgens Emmer ongeveer 44.700 in 1770) dan vormen de ruim duizend slavenhalers slechts een zeer kleine, haast onbetekende groep.”……….”Maar was de slavenhandel van essentieel belang voor de gehele Nederlandse economie? Met andere woorden: hadden de Nederlanden zonder slavenhandel gekund, bijvoorbeeld als zij als enigen ter wereld een verbod op slavenhandel naleefden? Emmer meent dat de Nederlanden zonder veel moeite van slavernij hadden kunnen afzien. Nederlandse plantages hebben nooit meer dan de helft van de geïmporteerde suiker en koffie geleverd, en dit zou gemakkelijk door het buitenland kunnen worden opgevangen. Daar een groot deel van de Atlantische handel en scheepvaart mogelijk werd gemaakt door de inzet van buitenlandse gastarbeiders, zou het hoogstens betekenen dat er minder gastarbeiders naar de Nederlanden waren gekomen op zoek naar werk”
HISTORIENDE NEDERLANDSE SLAVENHANDEL IN DE 17E EN 18 E EEUW
http://www.historien.nl/geschiedenis-van-de-nederlandse-slavenhandel/

De Nederlandse slavenhandel in de 17e en 18e eeuw

Gepubliceerd  | Door Erik Sweers

De Nederlandse slavenhandel in de zeventiende en achttiende eeuw wordt over het algemeen als zeer winstgevend omschreven. Maar klopt die stelling ook? Een onderzoek naar de geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel.

Het Nederlandse handelsverleden wordt dikwijls geassocieerd met de successen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Vuistdikke handboeken zijn verschenen over dit onderwerp en de publicatiestroom over deze roemruchte handelsonderneming is nog lang niet ten einde. De herinnering aan de VOC is in de hedendaagse literatuur nog springlevend, maar de geschiedenis van haar wellicht even roemruchte, op “de West” varende tegenhanger wordt enigszins tekort gedaan. Misschien heeft dit tekort aan aandacht ook te maken met het feit dat deze West-Indische Compagnie (WIC), in tegenstelling tot de VOC, voornamelijk periodes van economische tegenspoed en onzekerheid kende en dat het voornaamste deel van haar handelswaar uit slaven bestond.

Slavenhandel: een winstgevend bedrijf?

De handelssuccessen van de WIC lijken paradoxaal: de slavenhandel was kennelijk niet succesvol genoeg en het lijkt dan voor de hand te liggen om over te gaan op andere “handelswaar”. De WIC deed dit echter niet; de Nederlandse slavenhandel bleef bijna twee eeuwen standhouden, tot uiteindelijk in 1818 ook in de Nederlanden de handel in slaven werd afgeschaft. Er moet dus een goede reden zijn geweest om deze verlieslijdende handel te continueren. Maritiem historicus Willem Flinkenflögel laat in zijn werk “Nederlandse slavenhandel” (1621-1803) de zeventiende eeuwse Zeeuwse arts en slavenkeurder D.H. Gallandat aan het woord. Gallandat stelt “dat er vele bedrijven plaatshebben, die ongeoorloofd zouden schijnen, indien er geen bijzonder voordeel in te vinden was. Getuige hiervan is de slavenhandel, die men alleen door het voordeel dat hij aan de kooplieden toebrengt, van onwettigheden kan vrijspreken”. Maar over welk voordeel voor de kooplieden heeft Gallandat het hier? Ook Flinkenflögel stelt immers dat de koopmanslogica van Gallandat geen stand lijkt te houden tegen de hedendaagse opvatting dat de Nederlandse slavenhandel weliswaar een hardnekkig bestaan leidde, maar in termen van winst niet bijster interessant was. Om de “waarom-vraag” te kunnen beantwoorden, is het noodzakelijk om eerst een uiteenzetting te geven over de vroegste geschiedenis van de WIC.

Oprichting van de WIC

De Brit Jonathan Israel stelt in zijn werk “Nederland als centrum van de wereldhandel, 1585-1740” heel duidelijk dat de Nederlandse zeelieden zich in de beginfase van deze kaperoorlog afzijdig hielden. De Lage Landen waren volgens Israel tegen het einde van de vijftiende eeuw gespecialiseerd in het vervoer van bulkgoederen, zoals de graanhandel op het Oostzeegebied. Graanoverschotten werden naar het Middellandse Zeegebied getransporteerd, waar de Nederlandse zeelieden zout haalden. Dit zout was nodig voor een ander belangrijk Nederlands handelsproduct: haring. De Europese handel verliep voor deze Nederlandse handelaren dermate voortvarend dat er geen behoefte was aan de perikelen met Spanje in bijvoorbeeld het Caribisch gebied.

Rond 1590 ziet Israel een keerpunt. Vanaf die tijd spreekt hij van de hegemonie in de wereldhandel van de Nederlandse stapelmarkt. Dit zou het gevolg zijn van een belangrijke verandering in de oorlog tegen Spanje. De Spanjaarden hadden het embargo tegen de Nederlanders beëindigd omdat zij dringend door de Nederlanders moesten worden voorzien van Baltisch graan en scheepsbenodigdheden, terwijl ze het embargo tegen Engeland in stand hielden. Naast de handel met de Spanjaarden voerden de Zeven Provinciën ook een groot en succesvol offensief uit (1591). De ontstane situatie zorgde voor het aantrekken van een handelselite, waardoor de economie een enorme impuls kreeg.

In 1598 kondigde de Spaanse koning echter strenge maatregelen aan om de zoutafname van de Nederlanders een halt toe te roepen. Vanaf dit moment waren de Nederlandse handelaren genoodzaakt het zout uit het Caribisch gebied te halen. Dit werd door de Spanjaarden zoveel mogelijk bestreden, maar voordat het tot een echt conflict kon komen, zorgde het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) ervoor dat het zout weer in Spanje gehaald kon worden.

Dat de Nederlandse zouthalers na de beëindiging van het Twaalfjarig Bestand kennelijk geen vertrouwen hadden in de Spaanse gastvrijheid blijkt uit het feit dat onmiddellijk na afloop van het Bestand werd overgegaan tot de oprichting van de “Geoctroyeerde Westindische Compagnie”. Omdat de Nederlanden inmiddels weer volop in oorlog waren met Spanje en de kosten voor de vloot zoveel mogelijk gedekt moesten worden, was de WIC genoodzaakt haar inkomsten voornamelijk op oorlogsbuit en kaapvaart te baseren.

De eerste dertig jaar van haar bestaan werd de WIC vooral gekenmerkt door een zeer agressief en expansief beleid om met name het katholiek Spanje en Portugal zo hard mogelijk te treffen. Kaapvaart, in tegenstelling tot zeeroverij door de overheid toegestaan, en gebiedsverovering waren hiervoor de meest effectieve middelen. Volgens Johannes de Laet, die in zijn “Iaerlijck Verhael” de verrichtingen van de WIC beschrijft, werden de Spanjaarden en Portugezen tussen 1623 en 1636 van niet minder dan 547 schepen beroofd.

Van kaapvaart naar slavenhandel

De overstap van kaapvaart naar slavenhandel lag in eerste instantie niet echt voor de hand. Het werd zelfs in de beginjaren der compagnie op calvinistische gronden verworpen. In zijn werk “The Dutch in the Atlantic Slave Trade 1600-1815” haalt Johannes Menne Postma een citaat aan uit het toneelstuk “Moortje”, van de Nederlandse dichter Brederode: “Inhumane custom! Godless rascality! That people are being sold, like horselike slavery. In this city there are also those, who engage in that trade. In Farnabock, but God will know”.

Na de verovering van Recife in Brazilië vond er een ommekeer plaats en werd de slavenhandel al snel begonnen. Deze verandering was mogelijk doordat de commerciële voordelen van de slavenhandel inmiddels volledig duidelijk waren. Volgens de Leidse hoogleraar P.C. Emmer behaalden de Engelsen met hun slavenhandel gemiddelde winstpercentages van zes tot zeven procent. In deze tijd niet bijster veel, in die tijd volgens Emmer volstrekt normaal. Een tweede factor die de slavenhandel niet alleen mogelijk maakte maar zelfs legitimeerde was het feit dat belangrijke theologen de slavenvaart niet langer in strijd achtten met het calvinistische gedachtegoed. Indien er werd gehandeld in niet-christenen, werd de slavenhandel toegestaan.

Nu in principe niets de Nederlandse slavenhandel nog in de weg stond, wilden de slavenhalers zich verzekeren van een regelmatige aanvoer van slaven ten behoeve van de plantages. Om dit te bewerkstelligen werden er plaatsen aan de West-Afrikaanse kust veroverd om als “slaven-inzamelingspunt” te dienen. In 1637 werd Elmina, het grote Portugese slavenhandelbolwerk, door Nederlanders aangevallen en ingenomen. Elmina zou vanaf dit moment tot aan de opheffing van de WIC het hoofdkwartier van de compagnie in West-Afrika zijn. In 1641 volgde een andere Portugese nederzetting, Luanda. De WIC breidde haar macht aan de Afrikaanse westkust gestaag uit, waardoor de slavenhandel pas echt goed op gang kon komen. Dit was ook hard nodig, daar de Nederlanders in Brazilië de op de Portugezen veroverde suikermolens weer in gebruik wilden nemen. De meeste slaven waren echter gevlucht en de toenmalige bestuurder van Nederlands-Brazilië, Johan Maurits van Nassau (1636-1644) werd bedolven onder verzoeken om voor voldoende aanvoer van “levend ebbenhout” te zorgen. Afrikaanse slavenhandelaren haalden slaven uit Dahomey, Angola en andere West-Afrikaanse landen en ruilden ze aan de kust tegen goederen uit de Republiek. De slaven werden vervolgens naar Amerika getransporteerd alwaar ze weer geruild werden tegen tropische producten, die dan weer naar de Republiek vervoerd werden. Deze handel is beter bekend onder de naam “driehoeksvaart”.

Een belangrijke rol was voor Curaçao weggelegd. Dit eiland werd langzamerhand het Nederlandse verzamelcentrum voor slaven. Vanaf Curaçao werden slaven vervoerd naar Spaans Zuid-Amerika en de Franse en Engelse eilanden in de regio. De meeste slaven gingen naar Suriname, dat vanaf 1668 definitief in Nederlandse handen was.

Problemen voor de WIC

Hoewel de slavenhandel onverminderd doorging, kwam de WIC in grote problemen. De compagnie ontketende in de eerste helft van de jaren veertig van de zeventiende eeuw een nieuwe reeks roofovervallen op Spaanse bezittingen in het Caribisch gebied, maar onttrok daarvoor manschappen aan Nederlands-Brazilië. De WIC weigerde ook in te stemmen met een voorgesteld bestand van de nieuwe Portugese koning, nadat Portugal in december 1640 tegen de Spanjaarden in opstand was gekomen en zich had losgemaakt. Een bestand zou immers de gebiedsuitbreiding in Nederlands Brazilië tot stilstand brengen en een einde maken aan de roofovervallen op Portugese schepen. Het bestand werd echter toch gesloten, met als gevolg dat de Portugese suikereconomie in Brazilië weer sterk kon opleven. De concurrentie met de Nederlandse suikerplanters nam sterk toe, waardoor ook de polarisatie tussen de Nederlandse en Portugese planters toenam. Een opstand der Portugezen was het gevolg. Nederlands-Brazilië was verloren. Nadat de rust tussen de Nederlanders en de Portugezen was teruggekeerd werden er verdragen en handelsovereenkomsten gesloten, waardoor de rust tussen deze twee groepen bestendigd werd.Heel anders was de relatie met de Engelsen. De Engelse marine slaagde er keer op keer in om de Nederlandse slavenvaart grote schade te berokkenen.

Op de Afrikaanse kust zaten Nederlanders en Engelsen elkaar enorm in de weg, maar geen van beide partijen wist het tij in het eigen voordeel te keren, wegens gebrek aan manschappen.Afgezien van de buitenlandse concurrentie lag de grootste factor die het monopolie van de WIC aantastte volgens P.C. Emmer in eigen land. Na het faillissement van de WIC in 1674 ten gevolg van het echec in Brazilië, werd in hetzelfde jaar een nieuw octrooi aan de compagnie verleend (ook wel de tweede WIC genoemd). Groot verschil was dat het handelsmonopolie van de WIC niet werd voortgezet. Iedereen die handel wilde drijven in het Atlantisch gebied, kon zijn gang gaan, op voorwaarde dat er een belasting werd betaald aan de WIC. Alleen de slavenhandel bleef een WIC-aangelegenheid. Ondanks dit slavenhandelsmonopolie slaagde de WIC er niet in om winst te maken, zelfs niet met enorme overheidssubsidies. Volgens Emmer had dit te maken met factoren die niets met slavenhandel te maken hadden. Zo werd de tweede WIC opgezadeld met schulden van de eerste WIC en werd een dure, gedecentraliseerde districtsstructuur zonder wijzigingen overgenomen. Bovendien was de tweede WIC ook geen zuivere slavenhandelsrederij. Zij verdedigde ook en aantal forten en koloniën in het Caribisch gebied en Afrika, waarmee enorme kosten gemoeid waren.

De periode van vrije slavenhandel

Ook aan het WIC-monopolie op de slavenvaart kwam een einde. Volgens Flinkenflögel was het WIC-monopolie op de slavenhandel vele planters en reders een doorn in het oog, daar zij het in strijd met de “mare liberum” gedachte achtten. Daarnaast was het in de achttiende eeuw zo dat de vraag naar slaven het aanbod overtrof. Tussen 1730 en 1738 verviel het monopolie van de WIC en werd de vrije slavenhandel een feit. Wat overbleef was dat de vrije slavenhandelaren nu “recognitiegelden” dienden te betalen aan de WIC. Het was het einde van de WIC als transatlantisch slavenexporteur.Met de geleidelijke opheffing van het WIC monopolie op de slavenhandel namen de Zeeuwen met hun “Middelburgse Commercie Compagnie” (MCC) een vooraanstaande rol in wat betreft de Nederlandse slavenhandel. In 1754 had de MCC zo”n belangrijke plaats veroverd op het gebied van de slavenhandel, dat zij niet langer verplicht was de recognitiegelden aan de WIC af te dragen.

Relatie tussen verlies en sterfte

Vanaf 1730, het aanbreken van de periode van vrije slavenhandel, kan met enige zekerheid iets worden gezegd over de rentabiliteit van de Nederlandse slavenhandel. Volgens P.C. Emmer komt dit doordat er vanaf dat moment geen vermenging meer was van overheidstaken en commerciële activiteiten. Emmer stelt echter ook dat een er slechts een beeld te geven is van winst en verlies, aangezien alleen de boekhouding van slechts één slavenhandelsrederij, de MCC, bewaard is gebleven. Zelfs van de WIC is geen enkele complete boekhouding terug gevonden. Postma voegt daaraan toe dat vergelijking moeilijk is doordat elke slavenhandelende natie zijn eigen munteenheid, gewichtseenheden en maten kende. In de Nederlanden waren zelfs twee monetaire systemen: de Zeeuwen gebruikten het Vlaamse pond, de rest van de Republiek hield vast aan de gulden. Daarnaast hanteerden de slavenhandelaren een variëteit aan maateenheden. Op basis van gegevens over de waarde van schepen, gebouwen en andere bezittingen komt Emmer tot een jaarlijks winstpercentage van twee tot drie procent, wat hij normaal acht voor die tijd. Hij stelt echter ook de vraag waarom de directeuren van de MCC hier genoegen mee namen. Immers, het geld had net zo goed simpelweg op de bank gezet kunnen worden. Emmer vermoedt dat de investeerders in de compagnie hoopten op snelle en hoge winsten. Zonder tegenslagen was dat ook vast mogelijk geweest, maar de werkelijkheid was anders. Een aantal slavenreizen van de MCC leverden inderdaad vijftig tot tachtig procent winst op, maar minstens evenveel ondernemingen eindigden met een negatief resultaat. Dit had met name te maken met de hoge sterfte onder de slaven (voor oorzaken, zie tabel 1), waardoor verliespercentages van twintig tot dertig procent vrij normaal waren.

Tabel 1: doodsoorzaken van slaven op slavenschepen in de achttiende eeuw

Slaves in sample aggregates 20653Deaths 3563% 17.3Frequency 42
Diseases Dutch equivalentes
Dysentery (Loop, dysentery, (persing’)120033.741
Smallpox (kinderpokken, pokken)54015.119
Scurvy (scheurbuyk)52414.719
Tuberculosis (teering)2707.620
Long illness (landurige ziekte)391.111
Sudden death (schielijck, subiete dood)2446.822
Heart attack (hartvangh)441.27
Illness (ziekte, natuurlijke ziekte)2607.315
Fevers (koorts, hevige coors etc.)1163.323
Dropsy (hydrope, waterzucht, ’t water)671.922
Epilepsy (stuypen, vallen, syncope etc.)361.013
suicide (overboord, hangen, niet eten)280.818
accident (verwonding, in water gevallen)190.511
Mental/emotional (gek, dol, kwaad, mal)200.67
Respiratory (hosten, benauwdheid etc.)130.46
Pleurisy (pleuris)140.45
Reproductive/veneral (craam, venus)210.67
Parasitic worms100.33
Blindness60.21
Sleeping sickness20.11
Miscellaneous (koudvuur, abcess, klapoor, colyck, litergus, verlamming etc.)902.525
Total3563100


Het is enigszins vreemd dat de Engelsen, gelet op de winstpercentages, aanzienlijk succesvoller waren in de slavenhandel. Engelse slavenhalers boekten een gemiddeld winstpercentage van zes tot zeven procent, ruim het dubbele van de Nederlanders. Hoe was dit nu mogelijk? Emmer wijst opnieuw op de sterfte onder de slaven. De Engelsen kochten over het algemeen gezondere en conditioneel beter slaven in op de welvarende delen van de Afrikaanse kusten. Ook verzorgden de Engelsen hun slaven beter. Zo hadden de Engelsen een ingenieus luchtverversingssysteem ontwikkeld, tot jaloezie van de Nederlanders.

Vrijman citeert uit een niet nader genoemde bron om de situatie op de Nederlandse slavenschepen te omschrijven:“Vochtig weer en sterken wind belet hebbende de luchtgaten te openen begonnen koortzen en roode loop de negers te plaagen: hun vertrek was zoo ondraaglijk heet, dat ik er maar een oogenblik in konde verblyven. De hitte alleen maakte dit niet onmogelyk; de planken waren zoo met bloed bevlekt dat deze arme menschen als het ware daarin zwommen. Als zy door de ziekte door hun vel en hun vleesch komen, kwynen zy nog enige tyd in die toestand; door het liggen op de planken, waardoor de uitstekende knoken, vooral by de zieken, dikwijls ontveld worden, treed dikwijls koud vuur in, totdat de barmhartige God hen den dood toezend, om dit leven van ellende te eindigen”.

De Engelse schepen beschikten ook over meer scheepsartsen met ervaring in de slavenhandel en deze artsen wisten de sterfte eveneens te beperken. In tegenstelling tot Emmer heeft Vrijman echter juist kritiek op de Engelsen en Fransen en roemt hij de Nederlanders: “Door schade en schande wijs geworden, behandelde de Loffelijke Westindische Compagnie” haar transporten buitengewoon goed, althans in vergelijking met hetgeen de zwarten op de Engelsche en Fransche schepen te verduren hadden..De Edele Compagnie huldigde een gezond koopmansprincipe; een goede behandeling van de koopwaar is de beste waarborg, dat de lading goed geconditioneerd overkomt, met de minste verliezen door sterven, ziekten en anderszins. Vooral op Engelsche schepen kon het bar toegaan. In laatere tijden voeren eenige wel een dokter, maar die was er dan ook naar!”. De beschrijvingen van Vrijman lijken de feitelijke waarheid echter geweld aan te doen.

Neergang van de slavenhandel in de achttiende eeuw

Tegen het einde van de achttiende eeuw kreeg de Nederlandse slavenhandel een enorme klap te verwerken. De planters in Suriname hadden zoveel geld in Nederland geleend, dat zij op een gegeven moment niet langer in staat waren om de rente te betalen, laat staan dat zij bij machte waren om de hoofdsom terug te betalen en velen van hen gingen failliet. De financiële crisis die in 1773 volgde zorgde voor een scherpe terugval in de afname van slaven in Suriname. De reders probeerden de Staten-Generaal te bewegen tot het afschaffen van de belasting op het “uittreden”schepen. De Staten-Generaal stemden in 1789 in, omdat de handel op de West van levensbelang was voor de Nederlandse planters in dat gebied. De Staten-Generaal meende dat de slavenhandel aangemerkt diende te worden als onafscheidelijk van de bloei en voorspoed van de koloniën in de West.

Het aantal uittredingen na 1780 was inmiddels gedaald tot slechts drie tot vier per jaar. Het lijkt dan voor de hand te liggen dat de campagne om een einde te maken aan de slavenhandel juist in Nederland succes zou hebben. Niets was echter minder waar. Juist in Nederland waren in deze tijd nauwelijks protesten te horen tegen de slavenhandel, terwijl er in Engeland vreemd genoeg een effectieve lobby voor de afschaffing van de slavenhandel ontstond. De Nederlanders wilden echter van geen wijken weten en meenden dat de winsten in de slavenhandel weliswaar laag waren, maar dat deze tak van commercie voor de Nederlandse economie van groot belang was.

Het economisch belang van de Nederlandse slavenhandel

De indruk kan ontstaan zijn dat de slavenhandel een essentieel onderdeel van de Nederlandse economie vormde en dat afschaffing van de slavernij de economisch totaal ontwricht zou worden. Volgens P.C. Emmer is die gedachte beslist niet waar. Hij stelt dat de Nederlandse slavenhalers op hun hoogtepunt jaarlijks dertig slavenschepen lieten uitvaren, maar dat deze schepen samen nog geen één procent vormde van de totale koopvaardijvloot, die toen geschat werd op ongeveer vierduizend schepen. Ook voor de werkgelegenheid vormde de slavenvaart geen absolute noodzakelijkheid. Emmer stelt het aantal zeevarenden op slavenschepen op duizend tot twaalfhonderd, en dat in de hoogtijdagen. Als er in ogenschouw wordt genomen dat de werkgelegenheid in de scheepvaart vele malen groter was (volgens Emmer ongeveer 44.700 in 1770) dan vormen de ruim duizend slavenhalers slechts een zeer kleine, haast onbetekende groep.

Vervolgens meent Emmer dat deze marginale aantallen het belang van goederen en slaven die naar West-Afrika en West-Indië werden geïmporteerd en geëxporteerd, kunnen verhullen. Op één of andere manier was dit alles van vitaal belang voor de Nederlandse economie. Hij baseert zijn stelling op een aantal interessante cijfers. Rond 1770 voerden de Nederlanden voor 60 miljoen gulden in uit de buitengebieden. Slechts 20 miljoen kwam echter voor rekening van de VOC. De overige veertig miljoen werd door Afrika en de West geleverd, waarvan de helft direct uit de Nederlandse koloniën kwam. De slavenhandel heeft indirect zo”n vijftien procent van de invoer voor haar rekening genomen. De slavenhandel was derhalve een belangrijke motor van de Nederlandse import en export.

Maar was de slavenhandel van essentieel belang voor de gehele Nederlandse economie? Met andere woorden: hadden de Nederlanden zonder slavenhandel gekund, bijvoorbeeld als zij als enigen ter wereld een verbod op slavenhandel naleefden? Emmer meent dat de Nederlanden zonder veel moeite van slavernij hadden kunnen afzien. Nederlandse plantages hebben nooit meer dan de helft van de geïmporteerde suiker en koffie geleverd, en dit zou gemakkelijk door het buitenland kunnen worden opgevangen. Daar een groot deel van de Atlantische handel en scheepvaart mogelijk werd gemaakt door de inzet van buitenlandse gastarbeiders, zou het hoogstens betekenen dat er minder gastarbeiders naar de Nederlanden waren gekomen op zoek naar werk. Maar dan nogmaals: waarom de invoering en vooral voortzetting van de slavernij, terwijl investeerders hun geld wellicht ook in andere, winstgevende projecten konden steken? Emmer verwerpt deze gedachte met de stelling dat het kapitaal dat in de slavenhandel geïnvesteerd was, niet zo simpel ergens anders onder te brengen was. Ook acht hij het niet als vanzelfsprekend dat de schepen die actief waren in de slavenhandel, dan zomaar op andere routes konden worden ingezet. “In de moderne economie gaan de experts steeds uit van de veronderstelling dat er voor elke economische activiteit wel een alternatief bestaat en dat er steeds sprake is van economische groei. Beide verschijnselen waren in het Nederland van de zeventiende en achttiende eeuw helemaal niet vanzelfsprekend”, aldus Emmer. Bovendien maakten Amsterdamse handelshuizen goede winsten bij het transport en de verkoop van plantageproducten.

Bijzondere belangen van de slavenhandelaars 

Hoewel Emmer een plausibele verklaring geeft voor de voortzetting van de slavernij, kunnen er toch kanttekeningen worden geplaatst. Slavenhandel mag dan wel een belangrijke motor voor de in- en export geweest zijn, het was volgens Emmer ook geen absolute noodzaak voor het gezond houden van de Nederlandse economie. De slavenhandelaren leden een financieel onzeker bestaan, waarbij verlies en winst elkaar snel en met grote marges afwisselden. Dat lijkt in ieder geval een weinig aantrekkelijk toekomstbeeld voor deze handelaren. Is het dan werkelijk de goede hoop die velen van hen hadden, dat de slavenhandel op en dag wel die vaste winst opleverde waar velen van hen ongetwijfeld naar verlangden? Of waren er juist andere motieven, om toch zo lang en zo hardnekkig aan de slavenhandel vast te houden. Om deze vragen te kunnen beantwoorden, dienen de werken van Postma en Flinkenflögel ter hand genomen te worden.

Postma geeft in navolging van Emmer eveneens aan dat de slavenhandelaren deels werden gedreven door goede hoop. “Even if an assessment of profitability of individual slaving ventures shows erratic and low financial gains, there was always the gambling mentality to keep slave traders going; the next venture could always be better”. Aangezien zowel Postma als Emmer dit argument naar voren brengen, kan worden aangenomen dat deze ogenschijnlijke naïviteit van de slavenhandelaren een bepaalde rol speelde. Ook zegt Postma dat de slavenhandel niet op zichzelf stond. Het was een onderdeel van een veel groter systeem waartoe ook de plantages, nederzettingen en nationale economie behoorden. Maar dan slaat Postma een andere weg in. Hij stelt namelijk dat “many of the merchants involved in the slave trade also owned plantations in Surinam, and they knew that unless fresh slaves were brought from Africa, their other investment would suffer. This is illustrated by the slaving firm, Coopstad en Rochussen of Rotterdam, and also by repeated requests written by West-Indian planters”. Dit is een zeer belangrijk gegeven. Daar veel planters dus zelf eigenaar van één of meerdere plantages waren en zij dus niet als slavenhandelaren maar als planters afhankelijk waren van de slavenhandel, kan er worden gesproken van eigen belang als belangrijke reden voor het voortzetten van de slavenhandel.

Flinkenflögel voegt daaraan toe dat het niet enkel ging om slavenhandelaren die eigenaars van de plantages waren. De meeste rederijen hadden ook reusachtige kredieten aan plantage-eigenaren verstrekt, en het aanleveren van slaven was zodoende noodzaak, om te voortkomen dat hun onderpand failliet ging. Het lot van de Nederlandse West-Indische plantagekoloniën lag daardoor in handen van Nederlandse geldschieters van wie een aantal tevens slavenhandelaar was. Slavenhandel en plantagebezit waren onlosmakelijk met elkaar verbonden. De handel in dienstbaren, zoals de slaven ook wel genoemd werden, stond niet op zichzelf, maar was slechts een component van de complexe handel tussen de Republiek, West-Afrika en West-Indië.

Het einde van de slavenhandel

Het begin van het einde van de slavenhandel begon in de jaren zeventig van de achttiende eeuw. Hoewel de slavenhandel eerste jaren nog een hoogtepunt bereikte, bracht de economische recessie van 1773 de activiteiten rond de slavenhandel een zware klap toe. In 1780 tenslotte koos de Republiek openlijk de kant van de Amerikaanse opstandelingen tijdens de Amerikaanse Revolutie. Hierdoor raakte de Republiek in de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) verzeild. Helaas voor de Nederlanders was de Engelse Marine heer en meester op de wereldzeeën en de oorlog had dan ook rampzalige gevolgen voor de Nederlandse slaafvaart. Veel Nederlandse schepen werden door de Engelsen buitgemaakt, het aantal vervoerde slaven daalde drastisch en in 1783 kwam er zelfs geen enkele slaaf aan in West-Indië. De slavenhandel werd echter niet beëindigd. Met het einde van de oorlog met Engeland in 1784 kwam de slavenhandel weer op gang en in 1793 werd zelfs een kleine piek bereikt (tabel 2).

Tabel 2: slavenvervoer 1780 – 1803

YearsFrom AfricaTo SurinamTo DemeraraOther DestinationsUnknown Dest.Totals imports
1780-17845905185684013349755005
1785-17897399242327938656081
1790-1795924036051177156621958543
1802-1803120610871087
Total23750897148102900403520716

Bron: Postma, 285.

Het was slechts een tijdelijke opleving. In 1795 kwam de Republiek, nu de Bataafse Republiek geheten, als bondgenoot van Frankrijk opnieuw in oorlog met Engeland. Vrijwel direct kwam de volledige Nederlandse Atlantische slavenhandel stil te liggen. Na het Verdrag van Amiens (1802) volgde nog een laatste opleving, maar de hervatting van de oorlog in 1803 betekende de doodssteek voor de Nederlandse slavenhandel. Net zoals in de periode 1799-1802 kwamen de Nederlandse plantages onder Brits protectoraat en werden daardoor ook bevoorraad door Engelse slavenhandelaren in plaats van de Nederlanders.

Na de beëindiging van de oorlog in 1815 keerde de rust terug, maar niet de slavenhandel. Net als de Amerikanen hadden de Britten de handel in slaven wettelijk verboden. In principe kon dit de Nederlanders er niet van weerhouden de slavenhandel weer op te pakken. De in 1813 uit ballingschap in Engeland teruggekeerde koning Willem I stemde de Britten gunstig door geen toestemming te geven voor een voortzetting van de slavenhandel. Of dit een humanitaire overweging was, valt moeilijk na te gaan. Tactisch was het in ieder geval wel. In ruil voor het afwijzen van slavenhandel wist Willem I zich te verzekeren van Engelse steun bij de uitbreiding van het Nederlandse koninkrijk en was er grote kans dat de Nederlandse gebieden die tijdens de oorlogen onder Brits protectoraat gekomen waren, weer overgingen in Nederlandse handen.

De Nederlandse slavenhandel werd uiteindelijk in juni 1814, per koninklijk decreet, voorgoed afgeschaft.

Conclusie

De periode van de Nederlandse slavenhandel wordt gekenmerkt door complexiteit. Belangrijk is in ieder geval dat slavenhandel in eerste instantie geen doelstelling van de WIC was, terwijl de WIC vaak onlosmakelijk wordt verbonden met deze handelspraktijken. Slavenhandel ontstond pas toen de economische voordelen (met Engelse en Franse slavenhandel als voorbeeld) en economische noodzaak (arbeid voor de plantages in de West) duidelijk werden.

Duidelijk is ook dat slavenhandel geen zuiver Europese (en later ook Amerikaanse) aangelegenheid was. De Afrikaanse slaven werden immers gekocht van Afrikaanse, inheemse slavenhandelaars. De blanken waagden zich slechts in de kuststreken.

Was de slavenhandel nodig? Achteraf bekeken niet, maar tot in de hoogste regionen van de regering heerste de overtuiging dat het een absolute noodzaak was, om de plantages te voorzien van arbeidskrachten. Emmer heeft uiteengezet dat dit niet nodig was: zonder suiker en koffie van de Nederlandse plantages zou het via de Engelsen geïmporteerd kunnen worden. Ook hoefden de plantages in principe niet afhankelijk te zijn van de Nederlandse slavenhalers: immers, tijdens de perioden van Brits protectoraat werden dezelfde plantages door Britse slavenhalers bevoorraad. Postma heeft echter aangetoond dat de Nederlandse slavenhandel noodzakelijk was omdat slavenhandel en plantage-economie onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Vele slavenhandelaren bezaten plantages en derhalve bevoorraadden ze hun eigen projecten. Hetzelfde geldt voor de rederijen en de kredietverstrekkers. De plantage-eigenaren hebben diep in de schulden gezeten en om de investeringen veilig te stellen, dienden slaven te worden geleverd.

Het einde van de slavenhandel werd voor een groot deel bepaald door externe gebeurtenissen. De oorlogen met Engeland gaven echter de doodssteek. Daar de slavenhandel al lang had stilgelegen en de afschaffing gepaard ging met Britse steun voor de uitbreiding van het Nederlandse koninkrijk alsmede de teruggave van de tijdens de oorlogen verloren gebieden, was de Nederlandse slavenhandel vanaf 1814 voorgoed verleden tijd.

EINDE ARTIKEL

[6]

”Uiteraard was hun doel winst, maar door moeilijkheden aan de Afrikaanse kust, hoge sterfte aan boord (gemiddeld zo’n 20 procent van de menselijke ‘lading’) en verzet van de tot slaaf gemaakten zelf lukte dit lang niet altijd. Piet Emmer komt zelfs tot de conclusie dat de winstmarges verwaarloosbaar waren. Maar onlangs hebben de historici Karwan Fatah-Black en Matthias van Rossum betoogd dat dit oordeel vooral gebaseerd is op een extreem beperkte definitie wat gerekend moet worden tot de ‘winst’ van de slavenhandel. Zij berekenden de ‘bruto-marge’ van de slavenhandel – de verschillen tussen de inkoopprijs en verkoopprijs voor de honderdduizenden verhandelde mensen. Een deel van die marge kwam als winst in de boeken van handelsmaatschappijen als de WIC en de MCC, maar de rest van die marge verdween niet in de lucht. Ze vulde de zakken van de toeleveranciers en scheepsbouwers, van geldschieters en andere tussenpersonen.”

SOCIALISME.NU

SLAVERNIJ, EEN BLINDE VLEK IN DE GESCHIEDSCHRIJVING

Op 1 juli 1863 schafte Nederland als een van de laatste Europese landen bij wet de slavernij af in Suriname en de Antillen. Dit jaar wordt de afschaffing herdacht door middel van tentoonstellingen, herdenkingen en een groot aantal nieuwe publicaties. Maar de overheersende trend in de Nederlandse geschiedschrijving is nog altijd om het belang van slavenhandel en slavernij te bagatelliseren. Historicus Pepijn Brandon legt deze trend kritisch onder de loep.

De aandacht in de Nederlandse historische kringen en in de media voor het slavernijverleden is het resultaat van een lange strijd tegen misschien wel de grootste witwasoperatie in de Nederlandse geschiedenis. De nauwe band tussen Nederlandse rijkdom en de trans-Atlantische slavernij werd lange tijd verhuld achter een scherm van stilzwijgen. De ‘koopmansgeest’ van blanke handelaren – of zelfs hun ‘VOC-mentaliteit’ – werd gepresenteerd als de bron van de Nederlandse welvaart. Dat een deel van hun handel was gebouwd op het werk van zwarte Afrikanen in ketenen was weliswaar bekend, maar had in de oude canon van de Nederlandse geschiedenis nauwelijks een plek.

De nogal verlate ‘ontdekking’ van de slavernij door Nederlandse historici heeft er echter tot nu toe niet toe geleid dat er aan het slavernijverleden ook recht wordt gedaan. In plaats van een scherm van zwijgen is in de afgelopen vijftien jaar zorgvuldig gebouwd aan een scherm van bagatellisering. De belangrijkste gangmaker achter deze visie is de Leidse historicus Piet Emmer, die met zijn De Nederlandse slavenhandel in 2000 een veel verkocht publieksboek schreef dat helaas nog altijd de toon zet in het Nederlandse debat over de slavernij. Dit boek stelt in feite dat de slavenhandel nauwelijks van betekenis is geweest voor de economie, en cijfert de Nederlandse verantwoordelijkheid voor de gruwelen van de slavernij op belangrijke punten weg.

Het type argumenten dat Emmer hiervoor hanteert, klonk sterk door in de veelbekeken NTR-reeks De Slavernij die eind 2011 werd uitgezonden. Misschien wel het meest opmerkelijke voorbeeld was de aflevering waarin hoogleraar Henk den Heijer, staande in slavenfort Elmina aan de West-Afrikaanse kust, betoogde dat verkrachting van slavinnen naar alle waarschijnlijkheid niet vaak voorkwam. Piet Emmer zelf deed daar nog een schepje bovenop: ook bemanningsleden op slavenschepen zouden zich niet vaak schuldig hebben gemaakt aan verkrachting, want zij zouden hier volgens Emmer ‘te moe’ en ‘te ziek’ voor zijn geweest.


Belang van de slavernij

De bagatelliserende visie drijft op een aantal mythes: de mythe dat slavernij slechts van marginale betekenis was voor de ontwikkeling van de Nederlandse economie en maatschappij, de mythe dat de tot slaaf gemaakten berustten in hun lot, en de mythe dat de afschaffing van de slavernij een triomf was voor de (blanke) Nederlandse beschaving.

Allereerst het belang van de slavernij. In de grofweg tweeënhalve eeuw dat Nederland deelnam aan de slavenhandel, vervoerden Nederlandse schepen volgens de meest recente schatting meer dan 600.000 mensen als slaaf van de Afrikaanse naar de Amerikaanse kust.

Daarmee had Nederland een aandeel van ongeveer 5 procent in de totale trans-Atlantische slavenhandel. Lange tijd viel de slavenhandel onder het monopolie van de West-Indische Compagnie, maar vanaf 1730 werd de handel vrijgegeven. De belangrijkste nieuwe speler was de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC), die in totaal meer dan honderd slavenreizen uitrustte.

Uiteraard was hun doel winst, maar door moeilijkheden aan de Afrikaanse kust, hoge sterfte aan boord (gemiddeld zo’n 20 procent van de menselijke ‘lading’) en verzet van de tot slaaf gemaakten zelf lukte dit lang niet altijd. Piet Emmer komt zelfs tot de conclusie dat de winstmarges verwaarloosbaar waren. Maar onlangs hebben de historici Karwan Fatah-Black en Matthias van Rossum betoogd dat dit oordeel vooral gebaseerd is op een extreem beperkte definitie wat gerekend moet worden tot de ‘winst’ van de slavenhandel. Zij berekenden de ‘bruto-marge’ van de slavenhandel – de verschillen tussen de inkoopprijs en verkoopprijs voor de honderdduizenden verhandelde mensen. Een deel van die marge kwam als winst in de boeken van handelsmaatschappijen als de WIC en de MCC, maar de rest van die marge verdween niet in de lucht. Ze vulde de zakken van de toeleveranciers en scheepsbouwers, van geldschieters en andere tussenpersonen.

Misschien nog wel belangrijker is dat Emmer slechts keek naar de slavenhandel. Maar slavenhandel was de ondersteunende tak voor de op slavenarbeid gebaseerde productie. Terwijl een groot deel van de Nederlandse economie in de loop van de achttiende eeuw stagneerde, was de handel in plantageproducten zoals suiker, koffie en tabak die hele periode booming business. De West-Indische koloniën groeiden uit van een relatief onbelangrijk deel van het Nederlandse commerciële wereldrijk tot een van zijn steunpilaren.

Verzet en afschaffing

Een ander belangrijk onderdeel van het betoog van de historici die de betekenis van slavernij bagatelliseren, is de bewering dat de omstandigheden waaronder slaven werden vervoerd en tewerkgesteld relatief gezien helemaal niet zo slecht waren. Zo wijst Piet Emmer herhaaldelijk op het hoge sterftecijfer van matrozen aan boord van slavenschepen om de grote sterfte onder slaven te ‘nuanceren’, en plaatste Trouw op 29 april van dit jaar een interview met onderzoekster Els Langenfeld met de schrijnend ongevoelige titel ‘Curaçao was best goed voor zijn slaven’. Merkwaardig genoeg zien beiden over het hoofd dat dit wellicht meer zegt over het brute en gewelddadige karakter van ‘vrije arbeid’ dan over de aard van de slavernij – een andere hardnekkige blinde vlek in de Nederlandse geschiedschrijving. Daarnaast weigeren zij de permanente onvrijheid en het racisme die inherent waren aan de slavernij te zien als verzwarende factoren.

Een sterk bewijs voor het tegendeel van hun betoog is de grote mate van verzet vanuit de Afrikaanse tot slaaf gemaakten. Op maar liefst 20 procent van de reizen van de MCC was sprake van opstandigheid. Hoewel de tot slaaf gemaakten grote delen van de reis geketend in het ruim moesten doorbrengen, wisten zij hongerstakingen te organiseren, van boord te springen, soms in groepen te ontsnappen, en in een enkel geval zelfs de bemanning te overmeesteren en het schip over te nemen. Dit verzet stopte niet na de verkoop. De plantages in Suriname waren broeinesten van rebellie, en duizenden mensen liepen weg om zich te voegen bij zogenaamde Marron-gemeenschappen aan de randen van de Surinaamse maatschappij. Ontsnapping en verzet waren een onontkoombaar onderdeel van de slaveneconomie. Het hoogtepunt daarvan was de slavenrevolutie die in 1795 onder leiding van Tula plaatsvond op Curaçao. Slechts met moeite werd de opstand neergeslagen. De drie leiders van de opstand werden geradbraakt, gemarteld en onthoofd. Nog eens 29 andere opstandelingen werden opgehangen.

Ook de wijze van beëindigen van de slavernij toonde niet een toenemende beschaving onder de blanke eigenaren, maar eerder de complete onmenselijkheid van dit systeem. Toen Nederland onder druk van economische omstandigheden, slavenverzet en de buitenlandse concurrenten uiteindelijk besloot de slavernij af te schaffen, was het belangrijkste thema voor debat de vraag welke vergoeding er zou moeten worden uitgekeerd. Niet aan de slaven, maar aan de slavenhouders die bij vrijlating ‘verlies’ zouden leiden. De hoogte van dit bedrag werd vastgesteld op 300 gulden per slaaf, en daarnaast werden de voormalige slaven nog tien jaar lang verplicht te blijven werken voor hun oude meesters.

In de hoop zo veel mogelijk te profiteren van deze regeling ontstond onder slavenhouders in 1862 een ware wedren om op het laatste moment nog een zo groot mogelijk aantal slaven in hun bezit te krijgen.

Een jaar voor de ‘emancipatie’ rustte het koloniaal bestuur nog een laatste expeditie uit onder kapitein Steenberghe om zoveel mogelijk Marrons terug te slepen naar hun voormalige meesters. De expeditie werd door de Marrons verslagen, maar zoals de Surinaamse anti-koloniale denker Anton de Kom later stelde zorgde zij ervoor dat ‘ook het laatste hoofdstuk der wettelijke slavernij met bloed werd geschreven’.

De slavenhouders kregen genoegdoening, de voormalige slaven kregen dat niet. En mede dankzij historici als Piet Emmer moeten hun nazaten zelfs honderdvijftig jaar later nog vechten voor erkenning voor de misdaad die hun dankzij de ‘Nederlandse handelsgeest’ werd aangedaan.

Pepijn Brandon werkt als historicus aan de Universiteit van Amsterdam, en doceert daar een vak over de Nederlandse Republiek en de slavenhandel.

EINDE ARTIKEL

EINDE ARTIKEL

[7]

[7]
TWEE VOORBEELDEN VAN MEDIA, DIE EMMER, NAAST HET DAGBLAD DE VOLKSKRANT, DE RUIMTE GEVEN VOOR ZIJN BAGATELLISERINGSROLVAN SLAVENHANDEL EN SLAVERNIJ

ARTIKEL ELSEVIER MAGAZINE

ELSEVIERS WEEKLBLAD MAZAGINEPIET EMMER: TEGENSTANDERS GEBRUIKEN ”KWAADAARDIGE VERZINSELS”28 OCTOBER 2020
https://www.ewmagazine.nl/nederland/achtergrond/2020/10/piet-emmer-mijn-critici-gebruiken-kwaadaardige-verzinselen-785012/

Prof. dr. Piet Emmer (76), emeritus hoogleraar geschiedenis en pionier van het Nederlandse slavernijonderzoek, gaat deze week in Elsevier Weekblad tien pagina’s lang in debat met zichzelf over de kwestie waarin hij zelf onder vuur ligt: het Nederlandse slavernijverleden. Hij doet dat op uitnodiging van de redactie van Elsevier Weekblad.

Emmer gaat in op tal van historische aspecten van de discussie, zoals de rol van de Afrikanen zelf in de trans-Atlantische slavenhandel.

‘In de slavenhandel bepaalden de Afrikanen alles: op welke plek er werd gehandeld, hoeveel slaven ze wilden verkopen, wie ze wilden verkopen, van welke leeftijden en van welk geslacht. Het woord “deportatie” (zoals gebruikt in een tentoonstelling over Johan Maurits, de vroegere eigenaar van het Mauritshuis red.) is een activistische poging dat toe te dekken, het Europese schuldgevoel aan te wakkeren. (…) De bemanningen van de Europese slavenschepen waren helemaal niet bij machte Afrikaanse slaven te “deporteren” om de simpele reden dat de Afrikanen dat niet toestonden. (…) Ik ben dan ook zeer benieuwd hoe het Rijksmuseum, dat volgend jaar een slavernijtentoonstelling wil organiseren, de Afrikaanse rol in de slavenhandel ter sprake zal brengen.’

Ook de vraag waarom Nederland destijds eerst tegen en toen voor slavenhandel was, komt in het gesprek aan bod. Net als de – voor het hedendaagse debat belangrijke – vraag of de slavernij nu om economische of om humanitaire redenen  is afgeschaft.

‘Dat de slavernij niet rendabel zou zijn, kwam weer eens voorbij in de door de EO uitgezonden tv-serie Terug naar de plantage. Daarin werd de mythe herhaald dat de slavernij werd afgeschaft, omdat de slavenarbeid niets meer opbracht. Als dat klopt, dan zouden de prijzen voor de slaven toch niet zijn blijven stijgen, bijna tot het jaar dat de slaven vrij werden verklaard?

En waarom verkochten Afrikanen elkaar dan? Dat deden ze niet, betoogt Emmer, want ze voelden zich net zomin Afrikanen als de Duitsers, Engelsen en Fransen zich Europeanen voelen.

In Afrika werd je tot slaaf gemaakt als je anderen schade had toegebracht, door het maken van schulden of het voeren van oorlog. Dat lijkt logisch en het is dan ook geen wonder dat in de meeste landen ter wereld slavernij een normaal instituut was, ook al omdat er nauwelijks mensen waren die geheel vrijwillig voor een ander wilden werken.

In de meeste landen ter wereld werd het arbeidsaanbod geheel gedomineerd door slaven. De schulden kon je aflossen door als slaaf te werken. En als je oorlogsschade had veroorzaakt, kon je als krijgsgevangen gemaakte slaaf de schade van de overwinnaar herstellen.

Tijdens en na afloop van de Tweede Wereldoorlog is dit principe in Europa ook op grote schaal toegepast. Zo werden na mei 1945 in Nederland de soldaten van het verslagen Duitse leger gedwongen om de ingegraven landmijnen onschadelijk te maken. Ook de Sovjet-Unie liet Duitse krijgsgevangenen soms meer dan tien jaar dwangarbeid verrichten voordat ze – als ze tenminste nog in leven waren – weer naar huis mochten.

Verder gaat Emmer in op de aanhoudende beschuldigingen – gedaan door onder anderen NOS-verslaggever Gerri Eickhof en NRC-columnist Zihni Özdil – dat hij dan wel zijn werk ‘racistisch’ zou zijn. ‘Ik weet dat het niet waar is, dus persoonlijk trek ik me er niets van aan,’ zegt Emmer daarover. Maar de beschuldigingen ondermijnen wel zijn autoriteit, zegt hij. Als je voor racist wordt uitgemaakt, kun je niet meer met gezag over het slavernijverleden schrijven.

Emmer verwijt zijn tegenstanders dat ze hem ‘verzonnen citaten’ en ‘kwaadaardige verzinsels’ voor de voeten werpen. NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong nam inmiddels, in de krant van zaterdag 24 oktober, in scherpe bewoordingen afstand van de column van Özdil: ‘Lieve hemel! Waarom publiceert de krant zoiets?’

Het kan overigens nog erger, want een vergelijkende studie over de Atlantische, de inter-Afrikaanse en de Arabische slavenhandel heeft een Franse collega-onderzoeker zelfs een strafklacht opgeleverd. Een activistisch collectief diende die klacht in, omdat deze studie het unieke kwaad van de Atlantische slavenhandel zou bagatelliseren.

‘Die strafklacht was gebaseerd op een kort tevoren aangenomen wet, waarin alleen de Atlantische slavenhandel als misdaad tegen de menselijkheid werd aangemerkt en de ontkenning daarvan werd bedreigd met boetes en gevangenisstraf. En denk maar niet dat academisch Frankrijk als één man tegen deze klacht heeft geprotesteerd.

‘Gelukkig heeft een aantal Engelse en Amerikaanse collega-onderzoekers de rechtbank in Parijs laten weten dat in de geschiedwetenschap vergelijkingen zoals van de verschillende slavenstromen in en uit Afrika volstrekt wetenschappelijk legitiem zijn. Daarop is de strafklacht ingetrokken.

EINDE ARTIKEL

ARTIKEL AD

ADHISTORICUS PIET EMMER: ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGEEEN HEL OP AARDE WAS22 AUGUSTUS 2020
https://www.ad.nl/binnenland/historicus-emmer-er-wordt-gedaan-alsof-elke-plantage-een-hel-op-aarde-was~ab02e9bd/

SLAVERNIJPiet Emmer is de kop van Jut bij nog al wat Black Lives Matter-sympathisanten. De historicus vindt dat ten onrechte wordt gedaan alsof het slavernijverleden de oorzaak is van alle racismeproblemen. ,,We moeten niet de Verenigde Staten kopiëren.’’
,,Geschiedenis is als wetenschap – meer dan bijvoorbeeld wiskunde – gevoelig voor modegrillen. Zo waren er veel historici die het communisme ophemelden, terwijl toch duidelijk is dat dat tot vreselijke dingen heeft geleid. Dat zie je nu ook in het debat over slavernij en racisme: er wordt selectief met feiten omgegaan.’’

Aan het woord is historicus Piet Emmer (75). Hij schreef twintig jaar geleden het standaardwerk Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel. Collega-historici verwijten hem de ernst van de slavenhandel en de rol van Nederland te bagatelliseren. Zelf verwijt hij zijn tegenstanders juist ‘activistisch’ om te gaan met geschiedenis. ,,Daardoor is er geen ruimte meer voor nuance in het huidige racismedebat’’, zegt hij.

U wordt zelf verweten de geschiedenis te verdraaien om de rol van Nederland in de slavenhandel te verfraaien. Vorige week nog op deze site door uw collega Fatah-Black. Begrijpt u dat?,,Ik begrijp dat het erop lijkt dat ik dingen bagatelliseer. Maar dat is niet zo. Alleen ben je al snel fout als je niet in elke zin benadrukt dat de slavernij verschrikkelijk was. Natuurlijk was het dat, daar hoef je niet voor gestudeerd te hebben. Als historicus ben je er niet om morele oordelen te vellen, maar om dingen in perspectief te zetten zodat je de geschiedenis beter begrijpt. En om te snappen waarom Europeanen zich met slavenhandel inlieten, is het dus belangrijk te kijken hoe er in Europa in die tijd tegen onvrije arbeid werd aangekeken. Veel Engelse mijnwerkers waren bijvoorbeeld min of meer eigendom van de eigenaar van de mijn. Wie geen werk had, kon als landloper gedwongen worden elders te werken, net als weeskinderen en strafgevangenen, desnoods in een verre kolonie. En de omstandigheden waaronder veel volwassenen en kinderen hier tot in de 19de eeuw moesten leven, waren echt niet altijd beter dan die van slaven in Suriname en op de Antillen.’’

Slavernij is toch niet hetzelfde als armoede?,,Ik stel het een niet gelijk aan het ander, ik probeer alleen dingen inzichtelijk te maken. Hoe kon het dat een continent dat slavernij had afgezworen, het wel accepteerde dat slaven in andere landen werden gehouden? Daarbij moet je vergelijken. Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is. Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten. Toch verweten mijn critici dat ik slavernij gelijk stelde aan een vakantiereis. Onzin. Op schepen met Europese landverhuizers was de ruimte per persoon trouwens soms nog krapper.

Overigens waren er ook toen al dominees in Zeeland die zich keerden tegen de slavernij. Maar door anderen werd de slavernij goedgepraat met een verwijzing naar het Bijbelboek Genesis, waarin Noachs zoon Cham werd gestraft en voortaan zijn broers moest dienen. Cham zou donkerder zijn geweest dan zijn broers.’’

Waarom is vergelijken zo belangrijk?,,Om een beter beeld te kunnen krijgen van wat er écht gebeurd is vroeger. Bijvoorbeeld: na de oorlog had iedereen het gevoel dat we ons fel hadden verzet tegen de Duitse Jodenvervolging. Totdat iemand eens ging vergelijken hoeveel joden er na de oorlog eigenlijk nog in leven waren en dat vergeleek met andere bezette landen. Toen bleek dat er nergens zo’n groot percentage joden is vermoord als hier. Dat zegt iets over ons. Iedereen snapt zo’n vergelijking. Maar toen mijn Franse collega Olivier Grenouilleau onderzocht hoe groot de trans-Atlantische slavenhandel door Europeanen was ten opzichte van de slavenhandel door Arabieren en de slavenhandel in Afrika zelf, werd hij voor de rechter gesleept omdat hij westerse slavenhandel zou bagatelliseren. Gelukkig is die aanklacht ingetrokken.’’

Hoe verklaart u die woede over dergelijke vergelijkingen?,,Zeker slavernij is in de geschiedenis vaak anders voorgesteld dan het was. Slavenhouders deden alsof het allemaal wel meeviel om hun verdienmodel te rechtvaardigen. Voorstanders van afschaffing overdreven de gruweldaden op plantages om hun pleidooi kracht bij te zetten. Een historicus moet proberen het in perspectief te zetten. In de jaren zeventig ontstond in de Verenigde Staten het idee dat de economische achterstelling van de zwarte Amerikanen een gevolg was van de slavernij. Sindsdien is het hele onderwerp speelbal geworden van een politieke agenda.’’

Speelt slavernij dan niet door in het heden?,,Racisme en discriminatie zijn vreselijk en moeten worden bestreden. Maar het komt overal voor, in alle tijden. Ook in landen die nooit koloniën hadden. Als je kijkt wie in Nederland onderaan de sociaaleconomische ladder staan, dan zijn dat veelal Marokkanen. Die stammen niet af van slaven, in sommige gevallen eerder van slavenhouders, want de Berbers hielden slaven. Het is te simpel om net te doen alsof iedereen die zwart is slachtoffer is en iedereen die wit is daar schuldig aan is. Na 1800 waren de meeste Surinaamse slaveneigenaren niet blank. Door zwart-wit te denken ga je bijvoorbeeld voorbij aan de ergste vorm van racisme die we kennen: antisemitisme. Jodenhaat heeft niets met slavernij, huidskleur of koloniën te maken.’’

Wat klopt er volgens u niet aan het beeld van slavernij?,,Er wordt gedaan alsof elke plantage een hel op aarde was. Dat behoeft nuance. Er is een groot verschil tussen de plantages in het zuiden van de Verenigde Staten en die in bijvoorbeeld Suriname, waar soms meer dan honderd slaven samenleefden met soms maar twee of drie Europeanen. De slaven daar hadden een veel grotere mate van zelfstandigheid dan wel eens wordt gedacht. Zonder dat ik probeer goed te praten wat er aan vreselijks is gebeurd! De slavernij in Afrika zelf was al heel lang gemeengoed voordat Europese handelaren bij lokale koningen slaven kwamen kopen. Zij werden niet allemaal gedwongen slaven te verkopen. De Europeanen moesten de Afrikaanse koningen en makelaars stroop om de mond smeren om handel te kunnen drijven. En ook het beeld alsof de succesvolle slavenopstand op Haïti het einde van de slavernij inluidde, klopt niet. Die had nauwelijks invloed. Daarna ging de slavenhandel nog lang door en stegen de prijzen alleen maar. De beweging om slavernij overal ter wereld duit te bannen ontstond in Engeland. Maar dat past niet in het populaire beeld dat de zwarte slaaf het juk van de witte slavenhouder heeft afgeworpen.’’

Waarom maakt u zich zo druk over dit onderwerp?,,Doordat de slavernij nu als een soort van stormram wordt gebruikt om allerlei misstanden aan de kaart te stellen en om politieke doelen te bereiken zoals excuses en herstelbetalingen, doe je niet alleen de geschiedenis onrecht aan. Je polariseert ook de samenleving, omdat het leidt tot allerlei tegenreacties. En die zijn soms onfris. Ik word ook tegen mijn zin in een rechts kamp geduwd omdat ik op basis van onderzoek zeg dat sommige beweringen over de slavernij niet kloppen. Ik heb in de Verenigde Staten gewerkt en gezien hoe het debat daar is ontspoord. Dat moeten we echt niet hier kopiëren. We leven in een van de rijkste, gelukkigste en meest egalitaire landen ter wereld. Dat verliezen we nu uit het oog.’’

Hoe groot was de rol van Nederland in de slavenhandel?,,Om en nabij de 5 procent van de slaven die vanuit Afrika naar Noord- en Zuid-Amerika zijn gebracht, zijn door Nederlanders vervoerd. Dat staat overigens los van de slavenhandel in Indonesië, waar veel mensen uit India en Madagaskar het slachtoffer van waren. Maar daar is nooit goed onderzoek naar gedaan. Verder droeg de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij in het topjaar 1770 maar zo’n 5 procent bij aan onze welvaart. Natuurlijk was het bizar dat onze voorvaderen dit onmenselijke systeem optuigden om hier goedkoop suiker, tabak en koffie te kunnen gebruiken. Maar door sommige historici wordt net gedaan alsof het de kurk was waar onze economie op dreef. Dat is aantoonbaar niet waar. De meeste grachtenpanden in Amsterdam stonden er al vóórdat Nederland Suriname veroverde en waren gebouwd door kooplieden, die hun geld verdienden in ons land zoals met bankieren en de graan- wijn en houthandel met de Oostzee, Spanje en Scandinavië.’’

EINDE ARTIKEL

[8]

VOLKSKRANT

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 3

[9]

HISTORICUS PIET EMMER, WEGPOETSER VAN HET BLOED, DAT KLEEFT AAN DE WESTERSE SLAVERNIJ

ASTRID ESSED

30 JUNI 2021

OF

https://www.dewereldmorgen.be/community/historicus-piet-emmer-wegpoetser-van-het-bloed-dat-aan-de-westerse-slavernij-kleeft/

[10]

”Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is. Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten”

AD

HISTORICUS PIET EMMER: ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGEEEN HEL OP AARDE WAS

22 AUGUSTUS 2020

https://www.ad.nl/binnenland/historicus-emmer-er-wordt-gedaan-alsof-elke-plantage-een-hel-op-aarde-was~ab02e9bd/

SLAVERNIJ

Piet Emmer is de kop van Jut bij nog al wat Black Lives Matter-sympathisanten. De historicus vindt dat ten onrechte wordt gedaan alsof het slavernijverleden de oorzaak is van alle racismeproblemen. ,,We moeten niet de Verenigde Staten kopiëren.’’
,,Geschiedenis is als wetenschap – meer dan bijvoorbeeld wiskunde – gevoelig voor modegrillen. Zo waren er veel historici die het communisme ophemelden, terwijl toch duidelijk is dat dat tot vreselijke dingen heeft geleid. Dat zie je nu ook in het debat over slavernij en racisme: er wordt selectief met feiten omgegaan.’’

Aan het woord is historicus Piet Emmer (75). Hij schreef twintig jaar geleden het standaardwerk Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel. Collega-historici verwijten hem de ernst van de slavenhandel en de rol van Nederland te bagatelliseren. Zelf verwijt hij zijn tegenstanders juist ‘activistisch’ om te gaan met geschiedenis. ,,Daardoor is er geen ruimte meer voor nuance in het huidige racismedebat’’, zegt hij.

U wordt zelf verweten de geschiedenis te verdraaien om de rol van Nederland in de slavenhandel te verfraaien. Vorige week nog op deze site door uw collega Fatah-Black. Begrijpt u dat?,,Ik begrijp dat het erop lijkt dat ik dingen bagatelliseer. Maar dat is niet zo. Alleen ben je al snel fout als je niet in elke zin benadrukt dat de slavernij verschrikkelijk was. Natuurlijk was het dat, daar hoef je niet voor gestudeerd te hebben. Als historicus ben je er niet om morele oordelen te vellen, maar om dingen in perspectief te zetten zodat je de geschiedenis beter begrijpt. En om te snappen waarom Europeanen zich met slavenhandel inlieten, is het dus belangrijk te kijken hoe er in Europa in die tijd tegen onvrije arbeid werd aangekeken. Veel Engelse mijnwerkers waren bijvoorbeeld min of meer eigendom van de eigenaar van de mijn. Wie geen werk had, kon als landloper gedwongen worden elders te werken, net als weeskinderen en strafgevangenen, desnoods in een verre kolonie. En de omstandigheden waaronder veel volwassenen en kinderen hier tot in de 19de eeuw moesten leven, waren echt niet altijd beter dan die van slaven in Suriname en op de Antillen.’’

Slavernij is toch niet hetzelfde als armoede?,,Ik stel het een niet gelijk aan het ander, ik probeer alleen dingen inzichtelijk te maken. Hoe kon het dat een continent dat slavernij had afgezworen, het wel accepteerde dat slaven in andere landen werden gehouden? Daarbij moet je vergelijken. Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is. Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten. Toch verweten mijn critici dat ik slavernij gelijk stelde aan een vakantiereis. Onzin. Op schepen met Europese landverhuizers was de ruimte per persoon trouwens soms nog krapper.

Overigens waren er ook toen al dominees in Zeeland die zich keerden tegen de slavernij. Maar door anderen werd de slavernij goedgepraat met een verwijzing naar het Bijbelboek Genesis, waarin Noachs zoon Cham werd gestraft en voortaan zijn broers moest dienen. Cham zou donkerder zijn geweest dan zijn broers.’’

Waarom is vergelijken zo belangrijk?,,Om een beter beeld te kunnen krijgen van wat er écht gebeurd is vroeger. Bijvoorbeeld: na de oorlog had iedereen het gevoel dat we ons fel hadden verzet tegen de Duitse Jodenvervolging. Totdat iemand eens ging vergelijken hoeveel joden er na de oorlog eigenlijk nog in leven waren en dat vergeleek met andere bezette landen. Toen bleek dat er nergens zo’n groot percentage joden is vermoord als hier. Dat zegt iets over ons. Iedereen snapt zo’n vergelijking. Maar toen mijn Franse collega Olivier Grenouilleau onderzocht hoe groot de trans-Atlantische slavenhandel door Europeanen was ten opzichte van de slavenhandel door Arabieren en de slavenhandel in Afrika zelf, werd hij voor de rechter gesleept omdat hij westerse slavenhandel zou bagatelliseren. Gelukkig is die aanklacht ingetrokken.’’

Hoe verklaart u die woede over dergelijke vergelijkingen?,,Zeker slavernij is in de geschiedenis vaak anders voorgesteld dan het was. Slavenhouders deden alsof het allemaal wel meeviel om hun verdienmodel te rechtvaardigen. Voorstanders van afschaffing overdreven de gruweldaden op plantages om hun pleidooi kracht bij te zetten. Een historicus moet proberen het in perspectief te zetten. In de jaren zeventig ontstond in de Verenigde Staten het idee dat de economische achterstelling van de zwarte Amerikanen een gevolg was van de slavernij. Sindsdien is het hele onderwerp speelbal geworden van een politieke agenda.’’

Speelt slavernij dan niet door in het heden?,,Racisme en discriminatie zijn vreselijk en moeten worden bestreden. Maar het komt overal voor, in alle tijden. Ook in landen die nooit koloniën hadden. Als je kijkt wie in Nederland onderaan de sociaaleconomische ladder staan, dan zijn dat veelal Marokkanen. Die stammen niet af van slaven, in sommige gevallen eerder van slavenhouders, want de Berbers hielden slaven. Het is te simpel om net te doen alsof iedereen die zwart is slachtoffer is en iedereen die wit is daar schuldig aan is. Na 1800 waren de meeste Surinaamse slaveneigenaren niet blank. Door zwart-wit te denken ga je bijvoorbeeld voorbij aan de ergste vorm van racisme die we kennen: antisemitisme. Jodenhaat heeft niets met slavernij, huidskleur of koloniën te maken.’’

Wat klopt er volgens u niet aan het beeld van slavernij?,,Er wordt gedaan alsof elke plantage een hel op aarde was. Dat behoeft nuance. Er is een groot verschil tussen de plantages in het zuiden van de Verenigde Staten en die in bijvoorbeeld Suriname, waar soms meer dan honderd slaven samenleefden met soms maar twee of drie Europeanen. De slaven daar hadden een veel grotere mate van zelfstandigheid dan wel eens wordt gedacht. Zonder dat ik probeer goed te praten wat er aan vreselijks is gebeurd! De slavernij in Afrika zelf was al heel lang gemeengoed voordat Europese handelaren bij lokale koningen slaven kwamen kopen. Zij werden niet allemaal gedwongen slaven te verkopen. De Europeanen moesten de Afrikaanse koningen en makelaars stroop om de mond smeren om handel te kunnen drijven. En ook het beeld alsof de succesvolle slavenopstand op Haïti het einde van de slavernij inluidde, klopt niet. Die had nauwelijks invloed. Daarna ging de slavenhandel nog lang door en stegen de prijzen alleen maar. De beweging om slavernij overal ter wereld duit te bannen ontstond in Engeland. Maar dat past niet in het populaire beeld dat de zwarte slaaf het juk van de witte slavenhouder heeft afgeworpen.’’

Waarom maakt u zich zo druk over dit onderwerp?,,Doordat de slavernij nu als een soort van stormram wordt gebruikt om allerlei misstanden aan de kaart te stellen en om politieke doelen te bereiken zoals excuses en herstelbetalingen, doe je niet alleen de geschiedenis onrecht aan. Je polariseert ook de samenleving, omdat het leidt tot allerlei tegenreacties. En die zijn soms onfris. Ik word ook tegen mijn zin in een rechts kamp geduwd omdat ik op basis van onderzoek zeg dat sommige beweringen over de slavernij niet kloppen. Ik heb in de Verenigde Staten gewerkt en gezien hoe het debat daar is ontspoord. Dat moeten we echt niet hier kopiëren. We leven in een van de rijkste, gelukkigste en meest egalitaire landen ter wereld. Dat verliezen we nu uit het oog.’’

Hoe groot was de rol van Nederland in de slavenhandel?,,Om en nabij de 5 procent van de slaven die vanuit Afrika naar Noord- en Zuid-Amerika zijn gebracht, zijn door Nederlanders vervoerd. Dat staat overigens los van de slavenhandel in Indonesië, waar veel mensen uit India en Madagaskar het slachtoffer van waren. Maar daar is nooit goed onderzoek naar gedaan. Verder droeg de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij in het topjaar 1770 maar zo’n 5 procent bij aan onze welvaart. Natuurlijk was het bizar dat onze voorvaderen dit onmenselijke systeem optuigden om hier goedkoop suiker, tabak en koffie te kunnen gebruiken. Maar door sommige historici wordt net gedaan alsof het de kurk was waar onze economie op dreef. Dat is aantoonbaar niet waar. De meeste grachtenpanden in Amsterdam stonden er al vóórdat Nederland Suriname veroverde en waren gebouwd door kooplieden, die hun geld verdienden in ons land zoals met bankieren en de graan- wijn en houthandel met de Oostzee, Spanje en Scandinavië.’’

EINDE ARTIKEL

[11]VOLKSKRANTWIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 3
[12]
VOLKSKRANTWIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 3

[13]
ZIE NOOT 12

[14]

ZIE NOOT 12

[15]
ZIE NOOT 12

[16]

HART.AMSTERDAM.NLDE GEUR VAN EEN SLAVENSCHIP
https://hart.amsterdam/nl/page/28207/de-geur-van-een-slavenschip

De beurs van Amsterdam is het centrale punt van handel. Aandelen van de VOC en WIC worden gekocht en verkocht. De scheepvaart is de motor van de Nederlandse handel: wat is de andere kant van het verhaal?

Het schip vervult in de 17de eeuw de rol van tanker, trein en vliegtuig. In de Republiek zijn scheepswerven de grootste en meest geavanceerde fabrieken van hun tijd. Duizenden schepen gaan ter haringvangst. De graan-, hout- en ijzerhandel op de Oostzee is lang de kurk waar de Nederlandse economie op drijft. Honderden schepen, efficiënte ‘vrachtwagens’ met weinig personeel, varen jaarlijks heen en weer. Ook in Nederland zelf gaat veel per schip: turf en groenten naar de stad of mensen die, met de reisplanner in de hand, per trekschuit en beurtschip naar stad en dorp varen. De scheepvaart, eerst beperkt tot Noordwest-Europa, breidt zich omstreeks 1600 razendsnel uit over de hele wereld. Iedereen pikt een graantje mee in handel en scheepvaart.

De andere kant van het verhaal

Zo’n 1600 Nederlandse schepen transporteren in de 17de en 18de eeuw ruim 550.000 mannen, vrouwen en kinderen naar Amerika. In benauwde kelders in de forten aan de West Afrikaanse kust wachten de tot slaaf gemaakten tot ze aan boord gaan. Voor vertrek worden ze gekeurd en gebrandmerkt. De reis duurt enkele maanden. Ze liggen opeengepakt en aan elkaar geketend. Zieke slaven worden overboord gegooid. Vrouwen zijn weerloos als bemanningsleden hen verkrachten. Er is onderlinge strijd tussen gevangenen van verschillende stammen, die elkaars taal niet spreken. Het sterftecijfer aan boord bedraagt zo’n 15%. Onder de bemanning is het sterftecijfer net zo hoog vanwege de slechte hygiëne en voedsel. Inwoners van Paramaribo en Willemstad ruiken een slavenschip dat de haven binnenvaart: honderden opeengepakte mensen, soms lijdend aan besmettelijke ziektes.

EINDE ARTIKEL

[17]

”Maar zou dat instrument net als in Europa geen middel zijn geweest om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?”

VOLKSKRANT

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 3

[18]

”Bovendien worden zowel de bezoekers van de tentoonstelling als de lezers van de daarbij behorende bundel opstellen voortdurend geconfronteerd met hedendaagse morele oordelen zoals de verontwaardiging over het feit dat de slaven af en toe op zaterdag moesten werken. Pardon, een vrije zaterdag in de 18de en 19de eeuw?”

VOLKSKRANT

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 3

[19]

”Overigens waren er ook toen al dominees in Zeeland die zich keerden tegen de slavernij”

ARTIKEL AD

AD

HISTORICUS PIET EMMER: ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGEEEN HEL OP AARDE WAS

22 AUGUSTUS 2020
https://www.ad.nl/binnenland/historicus-emmer-er-wordt-gedaan-alsof-elke-plantage-een-hel-op-aarde-was~ab02e9bd/

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 7

[20]

CRIMES AGAINST HUMANITY

BACKGROUND

It is not clear in which context the term “crimes against humanity” was first developed. Some scholars[1] point to the use of this term (or very similar terms) as early as late eighteenth and early nineteenth century, particularly in the context of slavery and the slave trade, and to describe atrocities associated with European colonialism in Africa and elsewhere such as, for example, the atrocities committed by Leopold II of Belgium in the Congo Free State. Other scholars[2] point to the declaration issued in 1915 by the Allied governments (France, Great Britain and Russia) condemning the mass killing of Armenians in the Ottoman Empire, to be the origin of the use of the term as the label for a category of international crimes.

Since then, the notion of crimes against humanity has evolved under international customary law and through the jurisdictions of international courts such as the International Criminal Court, the International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia and the International Criminal Tribunal for Rwanda. Many States have also criminalized crimes against humanity in their domestic law; others have yet to do so.

Crimes against humanity have not yet been codified in a dedicated treaty of international law, unlike genocide and war crimes, although there are efforts to do so. Despite this, the prohibition of crimes against humanity, similar to the prohibition of genocide, has been considered a peremptory norm of international law, from which no derogation is permitted and which is applicable to all States.

UNITED NATIONS

OFFICE ON GENOCIDE PREVENTION AND THE RESPONSIBILITY

TO PROTECT

https://www.un.org/en/genocideprevention/crimes-against-humanity.shtml

[21]

””Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdaden niet uitwissen”Vrij vertaald naar Shakespeare’s Macbeth [slaapwandelende Lady Macbeth,Act 5, Scene 1]

Macbeth Act 5 Scene 1 – Lady Macbeth’s sleepwalking scene

Macbeth Act 5 Scene 1 – Lady Macbeth’s sleepwalking sceneAn act full of misery and hopelessness, beginning with Lady Macbeth’s most famous scene – out damned spot. With …

EINDE NOTEN

Reacties uitgeschakeld voor Redactie Volkskrant, u bent moreel medeplichtig aan de bagatellisering van de Westerse slavernij door historicus Piet Emmer

Opgeslagen onder Divers

Excuses aan het Dagblad Trouw in verband met het misverstand over het artikel van historicus Piet Emmer

EXCUSES AAN HET DAGBLAD TROUW IN VERBAND MET HETMISVERSTAND OVER HET ARTIKEL VAN HISTORICUS PIET EMMER

De aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images) Beeld Getty ImagesDe aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images)Beeld Getty Images

Foto

De indeling op het schip, iedereen zat ontzettend dicht op elkaarhttps://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-bij-piet-emmer-hadden-de-slaven-een-prima-gelijkwaardig-bestaan-in-de-kolonies~b1338777/

De indeling op het schip, iedereen zat ontzettend dicht op elkaar
https://slavernijnederland.weebly.com/de-reis.html

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned


INLEIDINGVooraf:
LEZERS!Vergissen is menselijk, zoals wij allemaal weten.Vergissingen maken wij allemaal, soms pijnlijk, soms hilarisch, soms vervelend, soms ernstig.
In dit geval heeft uw Bloggertje een vervelende en lichtelijk pijnlijke [gezienhet onderwerp: ”Slavernijverleden”] vergissing gemaakt.Naar aanleiding van een stuk van apologeet van de Westerse slavernij,Emeritus hoogleraar geschiedenis, Piet Emmer [1],ben ik in de pen geklommen om hem te attaqueren, aan de hand van citaten uit zijn stuk [2]Zijn stuk was in de Volkskrant verschenen [3], maar abusievelijk heb ik hetaangezien voor een publicatie door het Dagblad Trouw en Trouw daarop,ten onrechte, aangeschreven.Toen ik terecht door de Trouw Opinieredactie daarop werd gewezen, heb ikbesloten, Dagblad Trouw een excuusmail te schrijven.Ook heb ik de post waarin de Trouw Redactie door mij werd aangeschreven, vanmijn website verwijderd. [4]Deze zal worden vervangen door mijn inmiddels verstuurde brief aan de Volkskrant over hun facilitering van historicus Piet Emmer, apologeet van de Westerse slavernij.Hou dus mijn website in de gaten!Het deed mij plezier te lezen, dat de Trouw Opinieredactie mijn voornemenheeft gewaardeerd.
Dit wilde ik graag met u delen, vooral ook om een en ander recht te zetten.Uiteraard heb ik inmiddels WEL de Volkskrant aangeschreven, waarvaneen posting op mijn website zal volgen.
Nu eerst mijn excuusmail aan Trouw [waarvan ook de fysieke mail, onder A]Daaronder de waarderende reactie van Trouw Opinie [onder B]En tenslotte de in deze Inleiding genoemde noten
Astrid Essed
A
EXCUUSMAIL AAN TROUWUITGESCHREVEN EN FYSIEKE MAIL:

UITGESCHREVEN TEKST:

AAN REDACTIE TROUWREDACTIE TROUW OPINIE

Geachte Redactie,
Recentelijk stuurde ik u een aanklacht mail toe [1] in verband met een artikelvan Emeritus hoogleraar de heer P Emmer, getiteld: ”WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM” [2]Dat mede naar aanleiding van mijn eigen analyse op dit stuk van Emmer.Mijn aanklacht aan u was uw facilitering van een apologeet van de Westerse slavernij, zoals de heer Emmer naar mijn oordeel is.Punt was echter, dat dit artikel niet in uw krant, maar in de Volkskrantis gepubliceerd.
Hiervoor bied ik u mijn welgemeende excuses aan.Ik zal dan ook het op mijn website gepubliceerde artikel, waarinuw naam als facilitator genoemd is, vandaag nog [6 juli 2021] verwijderen en een nieuwe post maken met de naam van de juiste krant in dezen:De Volkskrant.
Zoals u kunt zien [u hebt het cc van mij doorgekregen], heb ik inmiddelsde Volkskrant aangeschreven op hun facilitering van het stukvan Emmer.
Overigens blijft uiteraard de inhoud van mijn analyse van het stuk vanEmmer [3] [behalve de verandering van de naam Trouw in ”Volkskrant”,wat helaas niet in mijn gehele notenapparaat mogelijk is, waarvoor excuses, maar wie de link aanklickt, ziet zelf, dat het Volkskrant zijn moet],ongewijzigd.slavernij apologeet 
Nogmaals mijn excuses voor dit onfortuinlijke misverstand, dieik daarom ook zo uitgebreid aanbied omdat het slavernijverledeneen heel gevoelig onderwerp is en ik mijn beschuldigingen graagop conto van het juiste medium scuif.
Deze brief zal ook op mijn website worden gepubliceerd, want men moetzijn eigen fouten kunnen toegeven.
Vriendelijke groeten
Astrid EssedAmsterdam 
www.astridessed.nl

NOTEN

[1]
LET OP!De onder noot 1 genoemde link zal verdwijnen, worden verwijderd van mijn website. omdat niet Trouw, maar De Volkskrant het gewraakte stuk van Emmer heeft gepubliceerd!

REDACTIE TROUW, U BENT MOREEL MEDEPLICHTIG AAN DE BAGATELLISERING VAN DE WESTERSE SLAVERNIJ DOOR HISTORICUSPIET EMMER!ASTRID ESSED
https://www.astridessed.nl/redactie-trouw-u-bent-moreel-medeplichtig-aan-de-bagatellisering-van-de-westerse-slavernij-door-historicus-piet-emmer/

[2]

VOLKSKRANTWIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

[3]

HISTORICUS PIET EMMER. WEGPOETSER VAN HET BLOED, DATAAN DE WESTERSE SLAVERNIJ KLEEFTASTRID ESSED30 JUNI 2021
https://www.astridessed.nl/historicus-piet-emmer-wegpoetser-van-het-bloed-dat-aan-de-westerse-slavernij-kleeft/

EINDE NOTEN

FYSIEKE MAILBRIEF EXCUSES AAN TROUW

Astrid Essed To:redactie@trouw.nl,opinie@trouw.nlCc:redactie@volkskrant.nl,forum@volkskrant.nl,p.c.emmer@hum.leidenuniv.nl,info@ninsee.nlTue, Jul 6 at 10:42 AM
AAN REDACTIE TROUWREDACTIE TROUW OPINIE

Geachte Redactie,
Recentelijk stuurde ik u een aanklacht mail toe [1] in verband met een artikelvan Emeritus hoogleraar de heer P Emmer, getiteld: ”WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM” [2]Dat mede naar aanleiding van mijn eigen analyse op dit stuk van Emmer.Mijn aanklacht aan u was uw facilitering van een apologeet van de Westerse slavernij, zoals de heer Emmer naar mijn oordeel is.Punt was echter, dat dit artikel niet in uw krant, maar in de Volkskrantis gepubliceerd.
Hiervoor bied ik u mijn welgemeende excuses aan.Ik zal dan ook het op mijn website gepubliceerde artikel, waarinuw naam als facilitator genoemd is, vandaag nog [6 juli 2021] verwijderen en een nieuwe post maken met de naam van de juiste krant in dezen:De Volkskrant.
Zoals u kunt zien [u hebt het cc van mij doorgekregen], heb ik inmiddelsde Volkskrant aangeschreven op hun facilitering van het stukvan Emmer.
Overigens blijft uiteraard de inhoud van mijn analyse van het stuk vanEmmer [3] [behalve de verandering van de naam Trouw in ”Volkskrant”,wat helaas niet in mijn gehele notenapparaat mogelijk is, waarvoor excuses, maar wie de link aanklickt, ziet zelf, dat het Volkskrant zijn moet],ongewijzigd.slavernij apologeet 
Nogmaals mijn excuses voor dit onfortuinlijke misverstand, dieik daarom ook zo uitgebreid aanbied omdat het slavernijverledeneen heel gevoelig onderwerp is en ik mijn beschuldigingen graagop conto van het juiste medium scuif.
Deze brief zal ook op mijn website worden gepubliceerd, want men moetzijn eigen fouten kunnen toegeven.
Vriendelijke groeten
Astrid Essed

Amsterdam
www.astridessed.nl

NOTEN

[1]
LET OP!De onder noot 1 genoemde link zal verdwijnen, worden verwijderd van mijn website. omdat niet Trouw, maar De Volkskrant het gewraakte stuk van Emmer heeft gepubliceerd!

REDACTIE TROUW, U BENT MOREEL MEDEPLICHTIG AAN DE BAGATELLISERING VAN DE WESTERSE SLAVERNIJ DOOR HISTORICUSPIET EMMER!ASTRID ESSED
https://www.astridessed.nl/redactie-trouw-u-bent-moreel-medeplichtig-aan-de-bagatellisering-van-de-westerse-slavernij-door-historicus-piet-emmer/

[2]

VOLKSKRANTWIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

[3]

HISTORICUS PIET EMMER. WEGPOETSER VAN HET BLOED, DATAAN DE WESTERSE SLAVERNIJ KLEEFTASTRID ESSED30 JUNI 2021
https://www.astridessed.nl/historicus-piet-emmer-wegpoetser-van-het-bloed-dat-aan-de-westerse-slavernij-kleeft/

EINDE NOTEN

B

WAARDERENDE REACTIE TROUW OP MIJN EXCUSES
On Tuesday, July 6, 2021, 11:46:31 AM GMT+2, TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net> wrote:

Geachte Astrid Essed,Dat is heel sportief van u, we waarderen dat.vriendelijke groet,Monic SlingerlandChef Opinieredactie Trouw020-5623232www.trouw.nl
C
NOTEN, BEHORENDE BIJ ”INLEIDING VOORAF”

[1]

TEKST

Dat slavernij overal in de wereld voorkwam lijkt het Rijksmuseum niet te interesseren. De bezoeker krijgt de indruk dat de slavenhandel en slavernij voornamelijk Europese erfzonden zijn.

De met veel tamtam aangekondigde en inmiddels geopende tentoonstelling ‘Slavernij’ in het Rijksmuseum typeert de slaven vrijwel zonder uitzondering als zielige underdogs, terwijl veel wetenschappelijke studies van de laatste vijftig jaar keer op keer laten zien dat die gedweeë, sullige ‘Sambo’ zonder initiatief, die alles accepteert en zich naar believen laat straffen, vernederen en uitbuiten, nooit heeft bestaan.

De tentoonstelling documenteert slechts een aantal levensgeschiedenissen van slaven en die beperking verhindert dat er een aantal fundamentele problemen aan de orde komen, zoals de vraag waarom de Europeanen voor hun koloniën slaven uit Afrika en Azië haalden en niet uit hun eigen continent en waarom Afrika en Azië in staat bleken in de loop der eeuwen steeds meer slaven te leveren.

Morele oordelen

Bovendien worden zowel de bezoekers van de tentoonstelling als de lezers van de daarbij behorende bundel opstellen voortdurend geconfronteerd met hedendaagse morele oordelen zoals de verontwaardiging over het feit dat de slaven af en toe op zaterdag moesten werken. Pardon, een vrije zaterdag in de 18de en 19de eeuw?

Dat slavernij overal in de wereld voorkwam lijkt het Rijksmuseum niet te interesseren, waardoor de bezoeker de indruk krijgt dat de slavenhandel en slavernij voornamelijk Europese erfzonden zijn: ‘In Afrika leefden mensen in de koloniale tijd met de realiteit van mensenhandelaren, nomaden op paarden, die nachtelijke rooftochten organiseerden om mensen te ontvoeren.’

Niet gekoloniseerd

Het Rijksmuseum verzwijgt echter dat Afrika ten tijde van de Atlantische slavenhandel helemaal nog niet gekoloniseerd was en dat de ‘rooftochten’ en ‘ontvoeringen’ dus onmogelijk de Europeanen in de schoenen kunnen worden geschoven.

Tegen alle logica beweert de directeur van het Rijks, Taco Dibbits in het voorwoord van het magazine voor scholieren Slavernij en nu? dat ‘de arbeiders op de plantages niet betaald’ kregen. Zou hij werkelijk geloven dat de plantagebezitters hun voor veel geld gekochte slaven lieten verhongeren?

Beloning

Niets is minder waar. Zo kregen de slaven van de Surinaamse plantage ‘Catharina Sophia’ in de 19de eeuw weliswaar geen geld, maar gemiddeld 94,57 gulden per jaar aan voedsel en 13,58 gulden aan kleding en huishoudelijke artikelen alsmede huisvesting, het gebruik van een moestuin en medische zorg.

In dezelfde tijd verdienden de landarbeiders in Drenthe ongeveer 150 gulden per jaar zonder huisvesting, moestuin en doktershulp. Bovendien wijst de directeur op de Nachtwacht van Rembrandt met daarop een jong kind met een donkere huidskleur en vraagt: ‘En waarom moest hij als kind al werken?’. Is hij niet op de hoogte van het feit dat in Rembrandts tijd en nog velen eeuwen daarna kinderarbeid heel normaal was?

Bezit

Zonder enig bewijs meldt de tentoonstellingsbundel dat slaven geen bezit mochten hebben. Hoe was het dan mogelijk dat sommige slaven zichzelf vrijkochten en waar kwam in het eerste jaar na de vrijverklaring die koopgolf onder de ex-slaven vandaan? Ook beweert de bundel dat slaven niet mochten lezen en schrijven, maar hoe kon de zwarte abolitionist (voorstander afschaffing slavernij, red.) Equiano dan zijn memoires schrijven als hij dat als slaaf niet had geleerd? De slaven waren het eigendom van een ander en ‘daarom kon er juridisch gezien geen sprake van mishandeling of verkrachting zijn’ door de eigenaar.

Waarom zijn er dan processen gevoerd tegen planters, die een slaaf hadden gemarteld of gedood? Dat de tentoonstelling geen wetenschappelijk, maar een activistisch karakter draagt blijkt ook uit de constatering dat de Europese slavenhandelaren slaven ‘tot object’ maakten. Deden hun Afrikaanse en Arabische collega’s dat dan niet? Kun je de Europeanen verwijten dat ze steeds meer kindslaven kochten?

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat alleen Afrikaanse handelaren bepaalden hoeveel man-, vrouw- en kindslaven te koop werden aangeboden. Zelfs de plantageklok, die ’s morgens het begin van de werkdag aankondigde, is volgens het Rijksmuseum een symbool van uitbuiting en geweld. Maar zou dat instrument net als in Europa geen middel zijn geweest om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?

Wie hoopt dat de tentoonstelling hem of haar op de hoogte brengt van de laatste wetenschappelijke inzichten hoeft het Rijksmuseum niet te bezoeken, maar wie zijn stereotiepe opvatting over de slavenhandel en slavernij bevestigd wil zien, komt in het Rijksmuseum ruimschoots aan zijn trekken.

Piet Emmer is auteur van De geschiedenis van de Nederlandse slavernij in een notendop (2021).
EINDE VOLKSKRANT ARTIKEL
[2]

HISTORICUS PIET EMMER, WEGPOETSER VAN HET BLOED,DAT AAN DE WESTERSE SLAVERNIJ KLEEFTASTRID ESSED30 JUNI 2021
https://www.astridessed.nl/historicus-piet-emmer-wegpoetser-van-het-bloed-dat-aan-de-westerse-slavernij-kleeft/

[3]

VOLKSKRANTWIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

[4]

VAN MIJN WEBSITE VERWIJDERDE MAIL

REDACTIE TROUW, U BENT MOREEL MEDEPLICHTIG AAN DE BAGATELLISERING VAN DE WESTERSE SLAVERNIJ DOOR HISTORICUSPIET EMMER!ASTRID ESSED
https://www.astridessed.nl/redactie-trouw-u-bent-moreel-medeplichtig-aan-de-bagatellisering-van-de-westerse-slavernij-door-historicus-piet-emmer/

EINDE NOTEN

Reacties uitgeschakeld voor Excuses aan het Dagblad Trouw in verband met het misverstand over het artikel van historicus Piet Emmer

Opgeslagen onder Divers