Op Twitter plaats ik vaak de sneer “Nou valt het masker af“, wanneer er weer eens ophef is over iets racistisch dat Geert Wilders heeft gezegd of over een asociaal plan van de VVD. Mijn punt is dat iedereen blijft hangen in haar verontwaardiging over Domrechts. We weten dat Thierry Baudets Forum voor Democratie met het nazisme flirt, hoe vaak ga je daar nog geschokt over zijn? Hoe vaak ga je nog brullen over het racisme van Wilders? Waarom blijf je maar kwaad worden over de provocaties van Raisa Blommestijn?
Twee weken geleden werd opeens UvA-docent Laurens Buijs een bekende Nederlander met zijn gezeur over woke, ik heb daar in tweestukjes aandacht aan besteed, die gaan vooral over de domme manier waarop er op hem wordt gereageerd, maar de rest van Nederland blijft zijn tweets maar rondpompen. O, kijk nou toch wat hij weer schrijft, zie toch wat een foute gast dat is. Is Raisa weer op televisie geweest, rent iedereen dáár weer naartoe.
Gewoon gezellig
Er is nu een club die racistische boodschappen op gebouwen projecteert, op de Erasmusbrug en op het Anne Frank-huis, en die daar ontzettend veel media-aandacht voor krijgt. En dan ontdekt iemand weer een nieuwe groep neo-nazi’s en gaat iedereen weer “O, wat verschrikkelijk allemaal”. Maar nazi’s en neo-nazi’s bestaan al heel lang en ze vinden al heel lang hetzelfde. Holocaust-ontkenning is niks nieuws, racisme is niks nieuws en ja, al die FvD’ers zijn heel erg fout. Maar wat ga je eraan dóen? Wanneer ga je die verontwaardiging omzetten in daden?
Nooit, vrees ik. De verontwaardiging over extreemrechts is een industrie. Ze levert clicks op en hoge kijkcijfers en het voelt lekker om een Gutmensch te zijn, om moreel superieur te zijn aan Baudet en Annabel Nanninga. Het is eigenlijk heel gezellig, samen met iedereen boos te zijn op Baudet en Willem Engel en op wappies. Je zou niet meer zonder ze kunnen. Je mist ook geen uitzending van Ongehoord Nederland.
Het zijn bekende Nederlanders, die nazi’s. Die baby’s krijgen en poezen hebben en als iemand wat over de baby van Baudet zegt wordt ie streng terechtgewezen, we gaan geen lelijke dingen over het kind van Baudet zeggen. En als één van de poezen van Wilders jarig is, dan lezen we over de felicitaties die hij kreeg. Joost Eerdmans is een antisemiet maar ook gewoon een hele gezellige gast die DJ is en wat is Rutger Castricum knap geworden, zeg! Opeens loopt iedereen weg met Rutger Castricum. Hij zit in een nieuw programma van Diederik Ebbinge, zie je ‘m hartelijk lachen met Hanneke Groenteman. “Kijk eens twitter: Links en Rechts vinden elkaar aardig! #zokanhetook”. Zondag op TV, komt dat zien. God, Peter, wat ben je weer lekker constructief. Peter is niet gezellig, Peter is rancuneus.
Een neger omdat het moet
Castricum is de gast die op televisie zwarte mensen op straat aansprak dat het geen weer voor een zwarte was of gewoon om ze voor “neger” uit te schelden. Mensen met de verkeerde mening kregen een bezoekje met draaiende camera van hem, werden ze even door hem geïntimideerd, moesten ze daarna een poosje onderduiken of het land uit. Een klootzak die vrouwen toeriep dat er een piemel in moest omdat ze opkwamen voor “rapefugees” werd door hem geportretteerd als een liefdevolle huisvader die niet tegen onrecht kon.
Maar kom, we nodigen hem gezellig uit in ons kletsprogramma, we drinken een borreltje, lekker lachen, grapje maken. Moehaha! “O dat racisme! God, die antisemieten! Uit de Arabische wereld overgewaaid, hè. Net als homofobie en criminaliteit!” En dan straks weer janken dat extreemrechts zoveel zetels heeft.
Dat nazi’s antisemitische teksten op het Anne Frank-huis projecteren is niet schokkend. Ze bekladden al tientallen jaren Joodse grafstenen en gebedshuizen met hakenkruizen. Dat de PVV islamofoob en racistisch is, is ook niet schokkend meer. Ja, Raisa Blommestijn is een racist, Laurens Buijs is extreemrechts, het Forum krijgt waarschijnlijk geld uit Moskou. We weten het nou wel.
Racistische fascist
Maar wat echt schokkend is, is dat racisme is genormaliseerd. Vroeger had je Rock Against Racism, nu kun je alles wel racisme noemen. Nu ben je “andersdenkend” als je vluchtelingen voor ongedierte uitscheldt en continu haatzaait tegen moslims. Hoe komt dat, denk je? Hoe komt het dat je de slechterik bent als je Wilders een racistische fascist noemt?
Omdat je de verjaardag van zijn kutpoezen viert, daarom. Omdat je lekker jolig aan de borreltafel zit met een hufterjournalist van een racistische omroep. Omdat je Joost Eerdmans uitnodigt om zijn plan toe te lichten voor het outsourcen van ons vluchtelingenprobleem aan Rwanda. De politicus die voorstelt om een hek om Europa heen te bouwen, wordt niet met pek en veren bedekt, nee, de politicus die zich ertegen uitspreekt, dát is een kutheks en een kankerhoer.
Maar ach, joh, nodig gewoon die Powned-hufter uit, keuvel lekker met die plaatjesdraaiende antisemiet, en Wilders móet toch ook al vijftien jaar beveiligd worden?
Reacties uitgeschakeld voor [Artikel Frontaal Naakt]/Racisme is gezellig
MISDADEN VAN DE ISRAELISCHE BEZETTINGVERWOESTING VAN GAZA
BEZETTINGSTERREUR foto Oda Hulsen Hebron 2 mei 2017/Verwijst naar foto van een Palestijnse jongen, die tegen de muur wordt gezet doorIsraelische soldaten, die hem toeriepen ”Where is your knife!”/Later vrijgelaten
NB Het is dus NIET de foto van een Palestijnse jongen, die bij de kraag wordt gegrepen
Een Ongerijmde Passage uit de klassieker ”Alice in Wonderland?” [1]
Niet minder ongerijmd is het, dat ondanks het feit, dat ik u er herhaaldelijk op gewezen heb [en hopelijk ik niet alleen] [2], u desondanks doorgaat met
de verkoop van producten uit een land, dat niet alleen een Bezettingsstaat is, maar bovendien door gerenommeerde mensenrechtenorganisaties
als Amnesty International en Human Rights Watch is aangewezen
als Apartheidsstaat! [3]
VERKOOP VAN MANGO’S UIT ISRAEL
En ook nu was het weer raak!
In de week van 2 october t/m 8 october [Week 39/40]
bezocht ik de Vomar en wilde ik graag profiteren van uw
aanbieding van Mango’s [2 stuks voor 1,99, afgeprijsd van 2.89] [4],
om tot de conclusie te komen, dat deze Mango’s uit Israel kwamen!
Weer een minpunt voor u en reden tot het schrijven van deze Brief!
Want kennelijk moeten u opnieuw de oren gewassen worden en
dat doe ik dan bij dezen:
BEZETTINGSSTAAT EN APARTHEIDSSTAAT:
We gaan maar weer eens los!’
U zult weten, hoort dat althans te weten, dat de Staat Israel reeds 55 jaar de Palestijnse gebieden de Westelijke Jordaanoever, Gaza [5] en Oost-Jeruzalem bezet houdt.
En alsof dat al niet erg genoeg is, heeft die bezetting [zoals alle vreemde bezettingen, overal ter wereld] veroorzaakt onderdrukking, vernederingen,[oorlogs] misdaden.
Ik kan en wil die hier niet allemaal opsommen [trouwens, die lijst is onuitputtelijk], maar ernstige voorbeelden zijn Israelische luchtaanvallen op Gaza uit 2021 [niet zo lang geleden dus], waarbij
in de periode tussen 10 en 21 mei 260 mensen zijn omgekomen,
onder wie tenminste 129 burgers [waaronder 66 kinderen] [5]
Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch wees in het
byzonder op een specifieke Israelische luchtaanval op vier dichtbevolkte
gebouwentorens, waarin zich huizen, zaken en persagentschappen
bevonden.
Weliswaar leidde het niet tot dodelijke slachtoffers, maar drie Torens
werden met de grond gelijkgemaakt, velen werden dakloos en
verloren hun baan [6], in een gebied, wat door de wurgende
Blokkade van Gaza al economisch kapot gemaakt is [7]
NEDERZETTINGEN, IN STRIJD MET HET INTERNATIONAAL RECHT!
Dan heb ik het nog niet eens gehad over de in bezet Palestijns gebied
gestichte nederzettingen, waarvan de uitbreiding maar doorgaat en doorgaat [8].
Welnu, die nederzettingen zijn, zoals ik u al in een eerdere brief heb
meegedeeld [9], [dus kom me niet aan met het smoesje, dat
u daarvan niet op de hoogte was], illegaal volgens het Internationaal Recht
[10] EN regelrechte landdiefstal, omdat zij dus worden gebouwd op gestolen Palestijns land!
EN to add insult to injury, is er ook regelmatig sprake van geweld
van die kolonisten [bewoners van de nederzettingen] tegen de bezette
Palestijnse bevolking, vaak nog ondersteund door de Israelische Staat
Zie noot 11, rapportage van de Israelische mensenrechtenorganisatie
B’tselem!
DE BITTERE VRUCHTEN VAN DE STAAT ISRAEL
Ik zou zo nog uren kunnen doorgaan, ik doe het niet, want ik denk
zo wel voldoende duidelijk gemaakt te hebben, dat iedere steun aan
de economie van de Israelische bezettingsstaat [en die verleent u, door
Israelische mango’s of whatever products uit Israel te importeren],
een ondersteuning is van de barbaarse Israelische Apartheidsstaat!
MAAR HET IS NOG ERGER!
U steunt hiermee ook een Land, dat tot stand is gekomen dankzij een neo-koloniaal
project! [12]
Kort gezegd:
Via diefstal van anderman’s land, de Arabische Palestijnen [13]
Wist u dat niet?
Dan weet u het nu!
Maar los van hoe Israel is gevormd, het feit, dat zij een bezettingsstaat is
en reeds 54 jaar lang de bezette Palestijnen onderdrukt, vernedert, uithongert [Blokkade Gaza], hun [bezet] land steelt, militair
bestookt, discrimineert en foltert [14], is meer dan genoeg reden
voor u, deze besmette producten NIET te importeren.
PUNT, UIT!
EPILOOG
Ik heb u in het verleden reeds eerder aangeschreven over uw verkoop
van Israelische producten!
Zie noot 15
En ik blijf u bestoken, zolang het nodig is.
En het is nodig, zolang u in uw filial[en] Israelische producten
verkoopt!
STOP ER DUS MEE!
NU!
Vriendelijke groeten
Astrid Essed
Amsterdam
NOTEN
Voor uw gemak hieronder de noten in links ondergebracht
Van de problematiek rond de stikstofuitstoot en de boerenprotesten [1] ben ik niet erg goed op de hoogte.
Wel lees ik minder vriendelijke dingen over protesterende boeren en hun problematiek bij door mij doorgaans gewaardeerde auteurs/activisten [2]
Zelf ben ik er nog niet uit, maar wel denk ik, dar de zaak veel genuanceerder ligt
Maar nogmaals:
Omdat ik er nog te weinig vanaf weet, behalve dat het mij natuurlijk wel
aangrijpt als ik lees over zelfdodingen bij boeren, die geen gat meer zien
in hun situatie [3], zal ik verder niet op de Boerenproblematiek [kunnen] ingaan.
Wellicht komt dat later nog in een artikel, als ik mij er verder en beter in
verdiept hebt.
TOT DAN!
Nu over iets anders.
Vrijwel iedereen, en zeker mijn lezers, zijn er wel van op de hoogte, dat Neerlands premier Mark Rutte op 19 december anno Domini 2022 namens
de Nederlandse regering excuses heeft aangeboden voor het Nederlandse
Slavernijverleden [4]
Een indrukwekkend moment, een Historisch Moment ook, omdat nu
hoe dan ook, eindelijk, al was het rijkelijk laat, excuses werden
aangeboden voor het Nederlandse aandeel aan de transatlantische slavernij en slavenhandel, die misdaad tegen de Menselijkheid.
GOED ZO
Indrukwekkend ook, omdat Rutte daarover weleens anders heeft gedacht [5]
CAROLINE VAN DER PLAS
En dat brengt mij op Caroline van der Plas, voorvrouw en Tweede Kamerlid
voor de BoerBurgerBeweging [BBB} [6]
En opnieuw:
Door mij zeer gewaardeerde activisten/auteurs laten zich verre van vriendelijk
over haar uit [7], tot zelfs van het hebben van een ”fascistische inslag” [8]
Ik citeer Peter Storm:
”Voor wie bijvoorbeeld twijfelt aan de fascistische inslag van Caroline van der Plas en haar BBB, even dit citaat van haar: ‘Het gaat dus inderdaad niet om de natuur. Het gaat om goedkoop landbouwgrond opkopen voor huizen voor die miljoenen mensen die nog in NL gepropt moeten worden”
[9]
Een fraaie opmerking is dit niet, want het verwijst inderdaad naar migranten [nog los van het feit, dat het inderdaad onzin is, numeriek in ieder geval] [10], maar toch
ben ik van van der Plas’ ”fascistische inslag” nog
lang niet zeker, want daar is echt wel meer voor nodigdan je als Kamerlid vaak een foute en naar mijnmening onwelgevallige hoek te laten aanleunen [11], hoewelze daar zelf niet altijd blij mee lijkt [12]Want om door mij althans van fascisme te worden beschuldigd is o.a. nodig:
Superioriteitswaan, een systematische hetze tegen een gecreeerde zondebok, een obsessie met het echte/
taalgebruik, systematische uitsluiting van groepen in de samenleving,
oproepen tot een hetze tegen gecreeerde zondebokken
Daarvan heb ik bij van der Plas te weinig gemerkt om haar een ”fascistische inslag” toe te dichten.
En tenminste ik heb nog niet eerder gehoord van iemand met een
”fascistische inslag”, die bezwaren uit tegen racistisch gedrag, zoals
Caroline van der Plas WEL gedaan heeft [13]
Goed, maar ik ben nooit te oud om te leren en de Tijd zal het leren en merk
ik dat, dan zal ik niet aarzelen, haar hier op deze website van katoen te geven.
Maar neen, in tegenstelling tot wat een aantal links-progressieve schrijvers
over haar zegt/schrijft, heb ik een ander oordeel.
En dat houdt hier een compliment in
Namelijk het feit, dat zij, na een aanvankelijke tegenstander te
zijn geweest van excuses voor het Nederlandse slavernijverleden, op
19 december 2022 namens de Nederlandse regering aangeboden
door minister-president Mark Rutte [14], trouwens ook ooit
een tegenstander van excuses [15], tijdens een debat erkende,
tot een ander oordeel te zijn gekomen.
Ik citeer van der Plas:
”:Eh, voorzitter en inwoners van Nederland.
Eh, zelf ben ik bezig met het uitzoeken eh waar mijn voorouders allemaal
vandaan komen en eh daar heb je allemaal hele mooie, hele mooie sites voor en eh, het is heel leuk om te zien, dat ik al
is heel leuk om te zien, dat ik al echt tot in 1700 kan kijken en dat ik eh, nou ja
kan zien waar ze woonden, wat ze deden en eh, [0.48] mevrouw Simons raakte mij een paar maanden geleden heel erg in een debat, ik had er nooit bij
stilgestaan, en ze zei, ja, eh, ik kan eigenlijk alleen maar tot mijn overgrootmoeder gaan en voor de rest, ja, weet ik het niet.
[1.00]
En dat was voor mij wel een beetje een eye opener.
Want ik zal je eerlijk zeggen, ik was echt wel met, ook wel echt
wel met gestrekt been over excuses, is dat allemaal nodig en wat een onzin
allemaal, maar dat heeft mij wel eh, eigenlijk wel anders doen denken.
Eh, dus dat vind ik heel waardevol en ik vind ook, dat we moeten beseffen, dat wij dat dus wel allemaal kunnen he, dat uitzoeken van voorouders, het is
misschien maar een heel klein iets, maar ik kan me heel goed voorstellen,
dat het voor mensen, die dat niet kunnen, dat dat, ja, dat het gewoon heel
pijnlijk of erg (?) is, want die hebben geen keus, die kunnen het gewoon
niet. Punt. [1.36]
Wat me ook heel erg raakte eh, eh, wat mevrouw Simons ook heeft gezegd,
eh, dat is, eh, ik geloof dat haar oma dat ….verteld aan haar of gezegd eh,
Sylvana het is niet dat dat 150 jaar geleden is afgeschaft, het is het punt,
dat het 350 jaar heeft geduurd en ook daarvan dacht ik: ja…..
En dat zijn dingen waarover ik dus zelf eigenlijk nooit over na heb gedacht
en daarom vind ik het heel goed, dat wij dat debat voeren……..[16]
…..
……
” En volgens mij heeft niemand gezegd, dat alle Nederlanders moeten
buigen of knielen of persoonlijk excuses moeten aanbieden.
Volgens mij is er gevraagd om namens de regering excuses aan te bieden
voor wat wij in die tijd hebben gedaan, nou die mensen, die in die
tijd in de regering zitten, die kunnen dat niet meer, die liggen al even (?)
onder de grond, maar onze regering kan dat wel, dus eh, ik ben ook helemaal
dus niet tegen excuses eh aanbieden voor het slavernijverleden. [17]
WELL DONE!
Want aan alles kun je zien en horen, dat het slavernijverleden en debatten
over racisme en inclusie ver van Caroline van der Plas af staan
Ze zei het zelf in het aangehaalde debat, dat ze niet eerder had stilgestaan
bij de impact van 350 jaar slavernijverleden [18] en het blijkt ook uit
haar debatbijdrage over Oekraiense asielzoekers, waarin ze refereerde
aan racistische uitingen van sommige Oekraiense leerlingen tegenover
” leerlingen met een donkere huidskleur’ [19], iets wat allang niet
meer zo wordt aangeduid.
Des te meer te waarderen is het, dat zij ruiterlijk kan toegeven, er eerst
”met gestrekt been” tegen de excuses te zijn ingegaan [20], maar daar
nu, geraakt door de opmerkingen van Sylvana Simons [voorvrouw Bij1] [21], vanaf gestapt te zijn en nu voor excuses is [22]
Dat is een stap, een belangrijke stap, die dus een complimentwaard is! WEL moet zij naar mijn mening nog wel wat leren:Zo toonde zij zich een tegenstander van het kabinetsbesluit, eenBewustwordingsfonds van 200 miljoen op te richten [23], waaroverzij opmerkt:”
Eh, nog even over het Fonds
Ja, daar ziet eh BBB helemaal niks in.
We hebben zol ongelooflijk veel subsidiepotjes in Nederland, d’r zijn
miljoenen, tientallen, misschien wel honderden miljoenen beschikbaar
voor mensen, die iets willen met bewustwording en die kunnen gewoon
daarvoor een subsidie aanvragen en ik vind het in deze tijd
van koopkracht en mensen, die hun rekeningen niet kunnen betalen
vind ik het ook eigenlijk niet kunnen, dat we dan 200 miljoen extra gaan
uittrekken voor zo’n fonds.[4.24] [24]
Uit deze anti Fonds stellingname blijkt wel, hoever nog de impact van
het slavernijverleden, kolonialisme en de doorwerking in racisme
en achterstelling afstaat van Caroline van der Plas.
Hoe weinig zij zich kennelijk nog realiseert wat de impact is van
het beschouwd te zijn als Ding, als Werktuig, gedehumaniseerd te
zijn en honderden jaren voor niets gewerkt te hebben, ten
behoeve van de onderdrukker [25]
En of je nu voor zo’n Fonds bent of voor Herstelbetalingen [26]
,waarvan ik persoonlijk een voorstander ben, de impact grijpt diep in, voelt diep en heeft nog in het heden bittere sporen achtergelaten, niet alleen
vanwege de Misdaad der Slavernij op zich, maar zijn lelijke Vruchten
als kolonialisme, witte superioriteitswaan, racisme, achterstelling
Dat realiseert van der Plas zich nog veel te weinig
Maar toch complimenten vanwege haar veranderde stellingname
En de moed, haar eigen aanvankelijk Foute Standpunten te
DE BUHNE ALS GEZWEGEN WORDT OVER MODERNE SLAVERNIJ”
[Caroline van der Plas, BBB]
”Dank u wel.
Allereerst dank aan de collega Kamerleden voor de eh coulance dat is
heel fijn zeker voor kleine partijen, maar ik denk, dat het ook een heel goeie
uitstraling is naar buiten toe, dat we hier niet alleen maar aan het vechten zijn,
maar dat we mekaar ook dingen gunnen.
Eh, dat gezegd hebbende wil ik beginnen.
Met wat ik te zeggen heb.
[0.23]
Eh, voorzitter en inwoners van Nederland.
Eh, zelf ben ik bezig met het uitzoeken eh waar mijn voorouders allemaal
vandaan komen en eh daar heb je allemaal hele mooie, hele mooie sites voor en eh, het is heel leuk om te zien, dat ik al
is heel leuk om te zien, dat ik al echt tot in 1700 kan kijken en dat ik eh, nou ja
kan zien waar ze woonden, wat ze deden en eh, [0.48] mevrouw Simons raakte mij een paar maanden geleden heel erg in een debat, ik had er nooit bij
stilgestaan, en ze zei, ja, eh, ik kan eigenlijk alleen maar tot mijn overgrootmoeder gaan en voor de rest, ja, weet ik het niet.
[1.00]
En dat was voor mij wel een beetje een eye opener.
Want ik zal je eerlijk zeggen, ik was echt wel met, ook wel echt
wel met gestrekt been over excuses, is dat allemaal nodig en wat een onzin
allemaal, maar dat heeft mij wel eh, eigenlijk wel anders doen denken.
Eh, dus dat vind ik heel waardevol en ik vind ook, dat we moeten beseffen, dat wij dat dus wel allemaal kunnen he, dat uitzoeken van voorouders, het is
misschien maar een heel klein iets, maar ik kan me heel goed voorstellen,
dat het voor mensen, die dat niet kunnen, dat dat, ja, dat het gewoon heel
pijnlijk of erg (?) is, want die hebben geen keus, die kunnen het gewoon
niet. Punt. [1.36]
Wat me ook heel erg raakte eh, eh, wat mevrouw Simons ook heeft gezegd,
eh, dat is, eh, ik geloof dat haar oma dat ….verteld aan haar of gezegd eh,
Sylvana het is niet dat dat 150 jaar geleden is afgeschaft, het is het punt,
dat het 350 jaar heeft geduurd en ook daarvan dacht ik: ja…..
En dat zijn dingen waarover ik dus zelf eigenlijk nooit over na heb gedacht
en daarom vind ik het heel goed, dat wij dat debat voeren, maar ook
met ruimte voor andere meningen he of andere standpunten.
Ik kan me namelijk ook gewoon heel erg goed voorstellen, dat er mensen in
Nederland zijn, die het, ja wel onzin vinden, die denken, ja maar waarom
moet ik nou excuses aanbieden.
[2.21] En volgens mij heeft niemand gezegd, dat alle Nederlanders moeten
buigen of knielen of persoonlijk excuses moeten aanbieden.
Volgens mij is er gevraagd om namens de regering excuses aan te bieden
voor wat wij in die tijd hebben gedaan, nou die mensen, die in die
tijd in de regering zitten, die kunnen dat niet meer, die liggen al even (?)
onder de grond, maar onze regering kan dat wel, dus eh, ik ben ook helemaal
dus niet tegen excuses eh aanbieden voor het slavernijverleden. [2.52]
Eh…we zullen het gesprek over de geschiedenis zullen we wel moeten
blijven voeren en ook op zoek blijven gaan naar elkaars verhaal en eh ik vind, dat we een debat moeten eh voeren, niet gestoeld op alles wat uit Amerika
overwaait, maar wat er hier in de samenleving wordt gedacht en gevoeld en
waarover wordt gediscussieerd.
Eh…..wat er uit Amerika…wat er op de universiteit gebeurt waait hiernaartoe
over dat komt bij ons in het Amsterdamse studenten….of in de grachtengordel,,,,
eh….maar ja buiten de Ring A10 zijn mensen eh daar helemaal niet mee bezig
en die zijn niet bezig met termen als ”white virgility” (?) of ”kritische rassentheorie” of ”dekolonisatie” eh, dus ik wil graag (?) een oproep doen
om het Nederlandse of het debat over slavernij in Nederland voeren he…het
Nederlandse debat, niet het Amerikaanse debat.
[3.56] Eh, nog even over het Fonds:
Ja, daar ziet eh BBB helemaal niks in.
We hebben zol ongelooflijk veel subsidiepotjes in Nederland, d’r zijn
miljoenen, tientallen, misschien wel honderden miljoenen beschikbaar
voor mensen, die iets willen met bewustwording en die kunnen gewoon
daarvoor een subsidie aanvragen en ik vind het in deze tijd
van koopkracht en mensen, die hun rekeningen niet kunnen betalen
vind ik het ook eigenlijk niet kunnen, dat we dan 200 miljoen extra gaan
uittrekken voor zo’n fonds.[4.24]
[4.25]
Waar ik ook aandacht voor wil vragen is eh inderdaad, moderne slavernij,
de heer Bisschop heeft het (?) net heel goed aangegeven…
Kijk, als wij excuses aanbieden voor de slavernij eh, eh, wat ik dus persoonlijk
terechte excuses vind [4.39], namens de regering, niet elke Nederlander hoeft dat persoonlijk te doen, vind ik ook, dat we eh echt de nadruk nu moeten gaan
vestigen op de moderne slavernij.
We hebben hier allemaal smartphones eh, we willen niet weten wat voor dwangarbeid daar is, kinderarbeid daarvoor is.
[4.59] En ik vind, dat als we dat niet doen, die moderne slavernij
niet benoemen, hierna, dan vind ik eigenlijk, dat die excuses dan ook maar voor de Buhne zijn geweest, want het is heel goed wat de heer Bisschop zei, wat zulllen de volgende generaties eh ja van ons vinden, als wij dat zomaar
toelaten.
Eh, ja, voorzitter tot slot, ja ik heb niet zozeer een vraag aan de minister-president of de minister maar wel aan de minister van Onderwijs, want
ik zou de minister van Onderwijs eigenlijk graag willen vragen of hij kan kijken
nadat(?) wij zeg maar in onze schoolboeken dus niet alleen zeg maar aandacht vestigen op het slavernijverleden, van toen, maar of in de schoolboeken ook
heel duidelijk gezegd kan worden, kinderen bewust kan maken, van hun consumentengedrag bijvoorbeeld en als ze een smartphone kopen
of kleding, dat zij dan ook eh, eh, ja, dat ze ook weten, dat er moderne
slavernij is en of dat in eh lesboeken terecht kan komen of dat de minister
bereid is met onderwijsorganisaties daarover te spreken, dat dat nadrukkelijk…..
EINDE YOUTUBE FILMPJE
Reacties uitgeschakeld voor Caroline van der Plas over het slavernijverleden/Een Well Done compliment!
DEN HAAG – Nederland wil in het kader van herstelbetalingen voor het slavernijverleden niet verder gaan dan een bewustwordingsfonds. Dat zei minister Hanke Bruins Slot gisteren in de Tweede Kamer. Eerder zei premier Mark Rutte ook al dat het kabinet niets ziet in herstelbetalingen.
De Tweede Kamer debatteerde woensdag over de excuses van de Nederlandse regering voor het slavernijverleden. Rutte bood die excuses 19 december vorig jaar aan.
Vanuit de Tweede Kamer werd door verschillende oppositiepartijen wél aangedrongen op zo’n extra financiële vergoeding. Maar de CDA-bewindsvrouw houdt het bij een bewustwordingsfonds, waarin 200 miljoen euro komt. Dat eenmalige bedrag is meerdere jaren te besteden.
Het fonds bestaat uit twee deelfondsen, waarin ieder 100 miljoen zit. Het eerste deel is ’een laagdrempelig toegankelijke subsidieregeling’. De andere 100 miljoen is onder meer beschikbaar voor onderzoek. „We gaan het fonds in gemeenschappelijkheid met nazaten van tot slaaf gemaakten vormgeven”, zegt Bruins Slot.
Dat fonds lijkt er met steun van een Kamermeerderheid te komen, al vragen sommige partijen om nog meer geld. Coalitiepartij D66 wil zich niet aan een oordeel daarover wagen, al zegt D66-Kamerlid Belhaj wel voor structurele financiering voor bewustwording te zijn.
In welke vorm wil ze niet zeggen. „Ik zou het jammer vinden als het alleen over geld gaat”, zegt Belhaj. „Dat het financiële implicaties heeft vind ik een bijzaak, heel weinig mensen hebben het erover gehad. Ik vind het ongemakkelijk. Meer wil ik er niet over zeggen.”
EINDE ARTIKEL
[24]’
Eh, nog even over het Fonds:
Ja, daar ziet eh BBB helemaal niks in.
We hebben zol ongelooflijk veel subsidiepotjes in Nederland, d’r zijn
miljoenen, tientallen, misschien wel honderden miljoenen beschikbaar
voor mensen, die iets willen met bewustwording en die kunnen gewoon
daarvoor een subsidie aanvragen en ik vind het in deze tijd
van koopkracht en mensen, die hun rekeningen niet kunnen betalen
vind ik het ook eigenlijk niet kunnen, dat we dan 200 miljoen extra gaan
De Nationale Reparatie Commissie heeft afgelopen woensdag in de vergaderzaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken, aan leden van de media, een presentatie gegeven die betrekking had op de status van het onderzoek over het slavernijverleden van inheemsen en Afrikanen die tot slaaf werden gemaakt door de toenmalige Nederlandse regering. Armand Zunder, voorzitter van de Nationale Reparatie Commissie, stelde tijdens zijn presentatie voor, dat zij reparatiekosten zullen eisen van euro 10 miljard, dat in een fonds moet worden geplaatst voor het programma van herstel. Maar eerst wil de commissie dat de Nederlandse regering haar excuses aanbiedt, waarna er overeenstemming bereikt moet worden over een programma van herstel en over hoe de aangerichte schade te herstellen. De commissie zal komende week ook een presentatie verzorgen voor de delegatie van het Nederlandse parlement.ExcusesVolgens Zunder zijn de conclusies van de Nederlandse wetenschappelijke wereld die zich bezighoudt met slavernij, totaal verkeerd bekeken. De wetenschappers hebben elkaar gewoon nagesproken net als papegaaien en het is allemaal vastgelegd, zegt Zunder. Hij heeft bij de publicaties over het slavernijverleden, aan de Nederlandse onderzoekers gevraagd om commentaar te leveren, maar tot nu toe is het commentaar niet gekomen. ‘’Ondertussen is het wel zo dat twee hoogleraren hebben gesteld via de media, dat Zunder wel gelijk heeft en dat zij het verkeerd hebben gezien. Het vraagstuk over slavernij lijkt op een juridisch ding, maar het is gewoon een zaak die heel veel pijn heeft veroorzaakt, waar men verschrikkelijk veel aan verdiend heeft en de gevolgen zijn tot op de dag van vandaag zichtbaar in de Caribische gemeenschappen, maar ook in de Surinaamse samenleving.In het bijzonder bij de Inheemsen en de nazaten van de Afrikanen. Dit komt niet in rapporten voor van onderzoekers en in de tweede plaats was de Nederlandsche bank de bankier van de Staat en alle wissels die in 1863 aan de plantagehouders werden uitbetaald zijn via de Nederlandsche bank uitbetaald. Men heeft toen niet berekend wat de Nederlandsche Bank heeft verdiend aan de periode van de slavernij. Onderzoekers hebben in feite de mensen die verkeerd waren bij de Nederlandsche Bank, verschoond en daarvoor heeft de Nederlandsche Bank wel haar excuses aangeboden. Hiermee is de Nederland-sche Bank de eerste instelling in Nederland die op 1 juli niet alleen excuses heeft aangeboden, maar ook heeft gesteld, dat er sprake is van doorwerking. Hiermee heeft de Nederlandsche Bank een gebaar gemaakt van euro 10 miljoen, en in gesprekken met de president van de Nederlandsche Bank heeft hij aangegeven, dat zij gezamenlijk zullen kijken hoe dit proces verder zal verlopen”, aldus Zunder.Euro 10 miljard“Wij van de Nationale Reparatie Commissie vinden dat als er sprake is van excuses, dan moeten ze in Suriname worden aangeboden, want er was nooit sprake van slavernij in Nederland, zij hebben alleen geprofiteerd van de slavernij. Als er excuses worden aangeboden, dan moet de hoogste autoriteit, de koning van Nederland en/of de premier hier komen en de locatie daarvoor is al uitgekozen op het onafhankelijkheidsplein. Aan de andere kant zeggen wij ook, dat wij geen excuses willen zonder een programma van reparaties en voor wat betreft het bezoek van de Nederlandse delegatie stellen wij, dat voor reparatie en herstel van het slavernijverleden van de inheemsen en Afrikanen het om een bedrag van euro 10 miljard gaat. Dat bedrag moet in een fonds worden gestopt dat vanuit hier wordt beheerd en niet vanuit Nederland. Hiermee kan men gaan werken aan projecten en programma’s om de ellende waarin men deze groepen heeft gestopt, te corrigeren. We hebben ook reparaties berekend voor het leed dat de contractarbeiders is aangedaan en ook het leed dat de boeroes (Nederlandse kolonisten) is aangedaan”, benadrukt Zunder. “De vrijgekomen financiële middelen dienen in een fonds gestopt te worden. De middelen die nog niet gebruikt worden, moeten internationaal belegd worden, zodat je een zeker rendement eruit kan krijgen”, aldus de voorzitter.Informatie koloniaal verledenDe Nederlandse premier Mark Rutte wordt op 12 september verwacht en de delegatie van Nederlandse volksvertegenwoordigers die dit weekend aankomt, zal Suriname, Curaçao en Sint Maarten aandoen om geïnformeerd te worden over het koloniale verleden. Zunder zegt dat zij hiermee bewustwording willen creëren en de mensen willen informeren over de opinie van de commissie die ook ondersteund wordt door de reparatiecommissie van het Caribisch gebied. Hiermee wil de commissie aangeven, dat er zal moeten worden vastgesteld, wat de materiële en immateriële schade is geweest van het koloniale verleden.
De Nationale Reparatie Commissie heeft afgelopen woensdag in de vergaderzaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken, aan leden van de media, een presentatie gegeven die betrekking had op de status van het onderzoek over het slavernijverleden van inheemsen en Afrikanen die tot slaaf werden gemaakt door de toenmalige Nederlandse regering. Armand Zunder, voorzitter van de Nationale Reparatie Commissie, stelde tijdens zijn presentatie voor, dat zij reparatiekosten zullen eisen van euro 10 miljard, dat in een fonds moet worden geplaatst voor het programma van herstel. Maar eerst wil de commissie dat de Nederlandse regering haar excuses aanbiedt, waarna er overeenstemming bereikt moet worden over een programma van herstel en over hoe de aangerichte schade te herstellen. De commissie zal komende week ook een presentatie verzorgen voor de delegatie van het Nederlandse parlement.
Excuses
Volgens Zunder zijn de conclusies van de Nederlandse wetenschappelijke wereld die zich bezighoudt met slavernij, totaal verkeerd bekeken. De wetenschappers hebben elkaar gewoon nagesproken net als papegaaien en het is allemaal vastgelegd, zegt Zunder. Hij heeft bij de publicaties over het slavernijverleden, aan de Nederlandse onderzoekers gevraagd om commentaar te leveren, maar tot nu toe is het commentaar niet gekomen. ‘’Ondertussen is het wel zo dat twee hoogleraren hebben gesteld via de media, dat Zunder wel gelijk heeft en dat zij het verkeerd hebben gezien. Het vraagstuk over slavernij lijkt op een juridisch ding, maar het is gewoon een zaak die heel veel pijn heeft veroorzaakt, waar men verschrikkelijk veel aan verdiend heeft en de gevolgen zijn tot op de dag van vandaag zichtbaar in de Caribische gemeenschappen, maar ook in de Surinaamse samenleving.
In het bijzonder bij de Inheemsen en de nazaten van de Afrikanen. Dit komt niet in rapporten voor van onderzoekers en in de tweede plaats was de Nederlandsche bank de bankier van de Staat en alle wissels die in 1863 aan de plantagehouders werden uitbetaald zijn via de Nederlandsche bank uitbetaald. Men heeft toen niet berekend wat de Nederlandsche Bank heeft verdiend aan de periode van de slavernij. Onderzoekers hebben in feite de mensen die verkeerd waren bij de Nederlandsche Bank, verschoond en daarvoor heeft de Nederlandsche Bank wel haar excuses aangeboden. Hiermee is de Nederland-sche Bank de eerste instelling in Nederland die op 1 juli niet alleen excuses heeft aangeboden, maar ook heeft gesteld, dat er sprake is van doorwerking. Hiermee heeft de Nederlandsche Bank een gebaar gemaakt van euro 10 miljoen, en in gesprekken met de president van de Nederlandsche Bank heeft hij aangegeven, dat zij gezamenlijk zullen kijken hoe dit proces verder zal verlopen”, aldus Zunder.
Euro 10 miljard
“Wij van de Nationale Reparatie Commissie vinden dat als er sprake is van excuses, dan moeten ze in Suriname worden aangeboden, want er was nooit sprake van slavernij in Nederland, zij hebben alleen geprofiteerd van de slavernij. Als er excuses worden aangeboden, dan moet de hoogste autoriteit, de koning van Nederland en/of de premier hier komen en de locatie daarvoor is al uitgekozen op het onafhankelijkheidsplein. Aan de andere kant zeggen wij ook, dat wij geen excuses willen zonder een programma van reparaties en voor wat betreft het bezoek van de Nederlandse delegatie stellen wij, dat voor reparatie en herstel van het slavernijverleden van de inheemsen en Afrikanen het om een bedrag van euro 10 miljard gaat. Dat bedrag moet in een fonds worden gestopt dat vanuit hier wordt beheerd en niet vanuit Nederland. Hiermee kan men gaan werken aan projecten en programma’s om de ellende waarin men deze groepen heeft gestopt, te corrigeren. We hebben ook reparaties berekend voor het leed dat de contractarbeiders is aangedaan en ook het leed dat de boeroes (Nederlandse kolonisten) is aangedaan”, benadrukt Zunder. “De vrijgekomen financiële middelen dienen in een fonds gestopt te worden. De middelen die nog niet gebruikt worden, moeten internationaal belegd worden, zodat je een zeker rendement eruit kan krijgen”, aldus de voorzitter.
Informatie koloniaal verleden
De Nederlandse premier Mark Rutte wordt op 12 september verwacht en de delegatie van Nederlandse volksvertegenwoordigers die dit weekend aankomt, zal Suriname, Curaçao en Sint Maarten aandoen om geïnformeerd te worden over het koloniale verleden. Zunder zegt dat zij hiermee bewustwording willen creëren en de mensen willen informeren over de opinie van de commissie die ook ondersteund wordt door de reparatiecommissie van het Caribisch gebied. Hiermee wil de commissie aangeven, dat er zal moeten worden vastgesteld, wat de materiële en immateriële schade is geweest van het koloniale verleden.
Reacties uitgeschakeld voor Noten 22 t/m 26/Caroline van der Plas van een andere kant
DE BUHNE ALS GEZWEGEN WORDT OVER MODERNE SLAVERNIJ”
[Caroline van der Plas, BBB]
”Dank u wel.
Allereerst dank aan de collega Kamerleden voor de eh coulance dat is
heel fijn zeker voor kleine partijen, maar ik denk, dat het ook een heel goeie
uitstraling is naar buiten toe, dat we hier niet alleen maar aan het vechten zijn,
maar dat we mekaar ook dingen gunnen.
Eh, dat gezegd hebbende wil ik beginnen.
Met wat ik te zeggen heb.
[0.23]
Eh, voorzitter en inwoners van Nederland.
Eh, zelf ben ik bezig met het uitzoeken eh waar mijn voorouders allemaal
vandaan komen en eh daar heb je allemaal hele mooie, hele mooie sites voor en eh, het is heel leuk om te zien, dat ik al
is heel leuk om te zien, dat ik al echt tot in 1700 kan kijken en dat ik eh, nou ja
kan zien waar ze woonden, wat ze deden en eh, [0.48] mevrouw Simons raakte mij een paar maanden geleden heel erg in een debat, ik had er nooit bij
stilgestaan, en ze zei, ja, eh, ik kan eigenlijk alleen maar tot mijn overgrootmoeder gaan en voor de rest, ja, weet ik het niet.
[1.00]
En dat was voor mij wel een beetje een eye opener.
Want ik zal je eerlijk zeggen, ik was echt wel met, ook wel echt
wel met gestrekt been over excuses, is dat allemaal nodig en wat een onzin
allemaal, maar dat heeft mij wel eh, eigenlijk wel anders doen denken.
Eh, dus dat vind ik heel waardevol en ik vind ook, dat we moeten beseffen, dat wij dat dus wel allemaal kunnen he, dat uitzoeken van voorouders, het is
misschien maar een heel klein iets, maar ik kan me heel goed voorstellen,
dat het voor mensen, die dat niet kunnen, dat dat, ja, dat het gewoon heel
pijnlijk of erg (?) is, want die hebben geen keus, die kunnen het gewoon
niet. Punt. [1.36]
Wat me ook heel erg raakte eh, eh, wat mevrouw Simons ook heeft gezegd,
eh, dat is, eh, ik geloof dat haar oma dat ….verteld aan haar of gezegd eh,
Sylvana het is niet dat dat 150 jaar geleden is afgeschaft, het is het punt,
dat het 350 jaar heeft geduurd en ook daarvan dacht ik: ja…..
En dat zijn dingen waarover ik dus zelf eigenlijk nooit over na heb gedacht
en daarom vind ik het heel goed, dat wij dat debat voeren, maar ook
met ruimte voor andere meningen he of andere standpunten.
Ik kan me namelijk ook gewoon heel erg goed voorstellen, dat er mensen in
Nederland zijn, die het, ja wel onzin vinden, die denken, ja maar waarom
moet ik nou excuses aanbieden.
[2.21] En volgens mij heeft niemand gezegd, dat alle Nederlanders moeten
buigen of knielen of persoonlijk excuses moeten aanbieden.
Volgens mij is er gevraagd om namens de regering excuses aan te bieden
voor wat wij in die tijd hebben gedaan, nou die mensen, die in die
tijd in de regering zitten, die kunnen dat niet meer, die liggen al even (?)
onder de grond, maar onze regering kan dat wel, dus eh, ik ben ook helemaal
dus niet tegen excuses eh aanbieden voor het slavernijverleden. [2.52]
Eh…we zullen het gesprek over de geschiedenis zullen we wel moeten
blijven voeren en ook op zoek blijven gaan naar elkaars verhaal en eh ik vind, dat we een debat moeten eh voeren, niet gestoeld op alles wat uit Amerika
overwaait, maar wat er hier in de samenleving wordt gedacht en gevoeld en
waarover wordt gediscussieerd.
Eh…..wat er uit Amerika…wat er op de universiteit gebeurt waait hiernaartoe
over dat komt bij ons in het Amsterdamse studenten….of in de grachtengordel,,,,
eh….maar ja buiten de Ring A10 zijn mensen eh daar helemaal niet mee bezig
en die zijn niet bezig met termen als ”white virgility” (?) of ”kritische rassentheorie” of ”dekolonisatie” eh, dus ik wil graag (?) een oproep doen
om het Nederlandse of het debat over slavernij in Nederland voeren he…het
Nederlandse debat, niet het Amerikaanse debat.
[3.56] Eh, nog even over het Fonds:
Ja, daar ziet eh BBB helemaal niks in.
We hebben zol ongelooflijk veel subsidiepotjes in Nederland, d’r zijn
miljoenen, tientallen, misschien wel honderden miljoenen beschikbaar
voor mensen, die iets willen met bewustwording en die kunnen gewoon
daarvoor een subsidie aanvragen en ik vind het in deze tijd
van koopkracht en mensen, die hun rekeningen niet kunnen betalen
vind ik het ook eigenlijk niet kunnen, dat we dan 200 miljoen extra gaan
uittrekken voor zo’n fonds.[4.24]
[4.25]
Waar ik ook aandacht voor wil vragen is eh inderdaad, moderne slavernij,
de heer Bisschop heeft het (?) net heel goed aangegeven…
Kijk, als wij excuses aanbieden voor de slavernij eh, eh, wat ik dus persoonlijk
terechte excuses vind [4.39], namens de regering, niet elke Nederlander hoeft dat persoonlijk te doen, vind ik ook, dat we eh echt de nadruk nu moeten gaan
vestigen op de moderne slavernij.
We hebben hier allemaal smartphones eh, we willen niet weten wat voor dwangarbeid daar is, kinderarbeid daarvoor is.
[4.59] En ik vind, dat als we dat niet doen, die moderne slavernij
niet benoemen, hierna, dan vind ik eigenlijk, dat die excuses dan ook maar voor de Buhne zijn geweest, want het is heel goed wat de heer Bisschop zei, wat zulllen de volgende generaties eh ja van ons vinden, als wij dat zomaar
toelaten.
Eh, ja, voorzitter tot slot, ja ik heb niet zozeer een vraag aan de minister-president of de minister maar wel aan de minister van Onderwijs, want
ik zou de minister van Onderwijs eigenlijk graag willen vragen of hij kan kijken
nadat(?) wij zeg maar in onze schoolboeken dus niet alleen zeg maar aandacht vestigen op het slavernijverleden, van toen, maar of in de schoolboeken ook
heel duidelijk gezegd kan worden, kinderen bewust kan maken, van hun consumentengedrag bijvoorbeeld en als ze een smartphone kopen
of kleding, dat zij dan ook eh, eh, ja, dat ze ook weten, dat er moderne
slavernij is en of dat in eh lesboeken terecht kan komen of dat de minister
bereid is met onderwijsorganisaties daarover te spreken, dat dat nadrukkelijk…..
Caroline van der Plas en Sylvana Simons laten zien dat het debat op de inhoud gevoerd kan worden, en met respect voor de ander. ‘Filosofisch hebben wij wel iets gemeen.’
Het afgelopen jaar kon je door Nederland rijden en je soms afvragen: komt het nog goed? Vlaggen werden gekanteld, demonstranten in Staphorst belaagd en boeren werden zo angstig dat ze soms zelfs agressief werden. De Tweede Kamer bevond zich ondertussen in een doorlopende zoektocht naar hoe ze bruinrechtse krachten uit haar midden moet weren. Er werd, kortom, veel verzucht over ‘de flanken’. Zij zouden het debat onmogelijk maken, zelfs de bestuurbaarheid van het land in gevaar brengen.
Maar die snelle analyse dreigt het zicht te ontnemen op precies dat waar het Nederlandse democratische systeem enorm goed in kan zijn. Juist in een ideologisch snel van kleur verschietend Nederland zou het makkelijk kunnen toetreden tot de belangrijkste vergaderzaal van het land best eens een antidotum kunnen zijn voor verdere polarisatie. Wie daar een mooi voorbeeld van wilde zien kon op 9 maart tijdens het eerste debat over ‘omgangsvormen’ – een soort terugkerende zelftherapie van het parlement om uit te vinden hoe je nog met elkaar praat in dit land – lichtpuntjes ontwaren.
Opvallend: uitgerekend de twee voorvrouwen van twee soorten Nederland die nog maar moeilijk te verzoenen lijken, hielden dat gesprek op de rails. In de ene hoek stond Caroline van der Plas, leider van een beweging die zich opwerpt voor boeren, traditie en het platteland. In de andere hoek stond Sylvana Simons die in alles haar tegendeel is: stads, zeer progressief en woke. De een geworteld in de klei van de boer, de ander in een kosmopolitisch debat over inclusie en diversiteit.
‘Wat mij betreft behoort dit huis veilig te zijn’, zei Bij1-leider Sylvana Simons, een plek zonder ‘racisme, fascisme, seksisme en validisme’. Op dat moment stapte Caroline van der Plas van de BoerBurgerBeweging naar de interruptiemicrofoon. ‘Ik maak waarschijnlijk ook weleens opmerkingen waarvan ik echt totaal niet het idee heb dat die niet kunnen of dat mensen daardoor gekwetst zijn of wat dan ook. Dat gebeurt weleens. Dat gebeurt volgens mij niet altijd kwaadwillig.’ Maar ook zij had kritiek. ‘Soms worden er in een debat door mij of door anderen weleens opmerkingen gemaakt waar mevrouw Simons het totaal niet mee eens is. Dat mag, want daarom zitten we in een debat. Mevrouw Simons begint dan eigenlijk altijd keihard te lachen (…). Persoonlijk voel ik dan dat ik in een onveilige werkomgeving zit.’ Het was het beeld van de somewhere die de anywhere vertelde dat zij zich niet serieus genomen voelde – uitgelachen zelfs.
Simons nam het zeer serieus. Al bezwoer ze ook: ik heb u nooit uitgelachen, dit is mijn ‘overlevingsmechanisme’. Een manier van een zwarte vrouw om zich een houding te geven op een plek waar ze snel kritiek krijgt op haar houding. ‘Ik lach heel vaak om niet te huilen’, zegt Simons terugblikkend. ‘Want als ik boos word is dat een probleem, als ik lach is het ook een probleem. Mag ik gewoon in een ruimte zijn zonder dat iemand aanstoot neemt?’ Tegelijkertijd: ‘Ik had respect voor de kwetsbaarheid die zij toonde, dat zij gewoon zei: dit is hoe ik mij voel als u zich zo gedraagt.’
De respectvolle uitwisseling tussen twee tegenpolen is het resultaat van een langlopend gesprek tussen beide vrouwen. ‘Wij hebben een wonderlijke relatie want wij zijn met ruzie begonnen en nu kunnen we het goed vinden’, zei Van der Plas in het debat. Dat ruzietje begon een dag na de landelijke verkiezingen die hun beiden een zetel bracht, in talkshow Jinek. Van der Plas noemde Simons ‘superlinks’ en twijfelde of zij wel echt volksvertegenwoordiger wilde zijn. ‘Ik vraag me af of je niet te erg op die ene kleine doelgroep zit.’
‘Het was unfair’, zegt Simons. ‘Al begreep ik het wel. Wij kwamen net uit de campagne dus iedereen zat nog in de kill and attack-modus.’ Van der Plas was na de uitzending naar huis gereden, keek het fragment terug en concludeerde ook: dit is niet de manier. Ze stuurde de volgende dag een mailtje om het goed te maken. Enkele dagen later troffen ze elkaar in een wandelgang, allebei nieuw en allebei zoekend naar de juiste vergaderzaal. Ze dronken koffie en nog veel belangrijker: ze bleken rokers. Al rokend troffen ze elkaar steeds op dezelfde plek en spraken over hun families, het leven en over koetjes en kalfjes.
Na een Kamerbijdrage over het slavernijverleden waarin Simons uitgebreid had verteld over hoe haar stamboom ophoudt na haar overgrootmoeder, sprak Van der Plas haar buiten bij een volgend sigaretje aan. ‘Jeetje, daar had ik echt nooit bij stilgestaan.’ Zij is inmiddels voorstander van het aanbieden van excuses voor het slavernijverleden.
‘Ik blijf het voor 99 procent met haar oneens en andersom is dat ook zo, denk ik’, zegt Van der Plas. Simons bevestigt dat: ‘Onze oplossingen en vertrekpunten zijn echt heel anders, maar filosofisch hebben wij wel iets gemeen.’ Waar die overeenkomst in schuilt? Beiden voelen zich vertegenwoordigers van groepen die zich jarenlang te weinig gehoord hebben gevoeld, te weinig aangehaakt waren op het publieke debat. De ene beweging vreest dat hun manier van leven op het spel staat, de andere dat er voor hun manier van leven nooit ruimte is geweest. ‘Wij zijn allebei representant van een nieuw soort politiek: politiek die heel uitgesproken niet het midden wil zijn’, zegt Simons. ‘Wij staan allebei voor groepen waar jarenlang over is gesproken maar heel weinig mee is gesproken.’
‘Nu komen er twee van die recalcitrante vrouwen de boel verstoren’, zegt Van der Plas vrolijk. Het is de schoonheid van het Nederlandse systeem dat die groepen zo snel aan tafel zijn gekomen en nu meespreken via hun leiders. Al leidt het soms nog tot een gefronste wenkbrauw bij de achterban. ‘Waarom dien je samen met Sylvana een motie in? Ben je nu links geworden?’ krijgt Van der Plas weleens te horen. Simons: ‘Ik leg vaak uit aan mijn achterban dat dit de politieke arena is. En dat dat een andere arena is dan die van een demonstratie, een betoging of een activistische bijeenkomst. Ik heb mij te verhouden tot het parlementaire proces en ik kan mijn werk niet goed doen als ik niet zelf probeer om de menselijkheid daar hoog te houden. Ik denk dat Caroline vanuit haar idealen hetzelfde doet.’
[18]
”Wat me ook heel erg raakte eh, eh, wat mevrouw Simons ook heeft gezegd,
eh, dat is, eh, ik geloof dat haar oma dat ….verteld aan haar of gezegd eh,
Sylvana het is niet dat dat 150 jaar geleden is afgeschaft, het is het punt,
dat het 350 jaar heeft geduurd en ook daarvan dacht ik: ja…..”
Nieuwrechts.nl zegt een nieuwswebsite voor rechtsdenkend Nederland te zijn en maakt daarvoor promotie op sociale media. Op een poster met de naam van de website zijn portretten geplakt van Wybren van Haga (Groep Van Haga), Geert Wilders (PVV), Pieter Omtzigt (partijloos), Thierry Baudet (FvD), Annabel Nanninga (JA21) en centraal een foto van Van der Plas.
,,We hebben het er ook over gehad hier intern en zijn van plan te vragen of mijn foto hier wordt weggehaald’’, laat Van der Plas via Whatsapp weten, terwijl ze meedoet aan het debat in Den Haag over de omgangsvormen in de Tweede Kamer.
,,BBB vaart een eigen koers. Soms zijn we rechts, soms zijn we links. Dat verschilt per onderwerp. Het is niet zo dat ik me afzet tegen de mensen op deze foto, maar hier wordt BBB wel gelijk gesteld aan PVV, Van Haga en FvD. En op veel van hun onderwerpen zit ik niet op hun lijn.’’
[13]
”En ons ook onze ogen niet moeten sluiten voor eventuele problemen,
die op ons afkomen.
Want het is niet allemaal koek en ei.
[2.16]
Zo vertelde een docent van de Middelbare School mij vorige
week, dat er problemen worden ondervonden bij het onderwijzen
van Oekraiense kinderen.
Kinderen, die moeilijk kunnen meekomen en zelfs een aantal incidenten,
van racisme.
Meisjes met hoofddoekjes, die worden uitgescholden en het gooien met
bananen naar leerlingen met een donkere huidskleur.
[2.35]
Natuurlijk doen niet alle Oekraiense kinderen dit, maar het gebeurt kennelijk wel.
Is de minister eh ja, ik stel maar even een vraag en ik hoop, dat ik
antwoord krijg, is de minister daarvan op de hoogte?
We moeten dit wel benoemen en behandelen en niet doodzwijgen.
Hoe worden docenten hierin begeleid en kunnen zij met hun zorgen
ergens terecht, worden deze zorgen serieus genomen?”
Minister-president Mark Rutte biedt in deze toespraak excuses aan voor het handelen van de Nederlandse staat in het verleden: postuum aan alle tot slaafgemaakten die wereldwijd onder dat handelen hebben geleden, aan hun dochters en zonen, en aan al hun nazaten tot in het hier en nu. De minister-president uitte zijn excuses in het Nationaal Archief in Den Haag in aanwezigheid van vertegenwoordigers van organisaties die zich sterk maken voor erkenning van de gevolgen van slavernij.
Dames en heren, goedemiddag. En voor iedereen die meekijkt of luistert in een andere tijdzone: Bun morgu, Bon dia, Good morning,
Hier in het Nationaal Archief spreekt de geschiedenis tot ons in miljoenen documenten. En ook al horen we de ongeschreven stemmen uit het verleden niet, het verhaal dat uit al die archiefstukken naar voren komt, is niet alleen maar mooi. Het is vaak ook lelijk, pijnlijk en zelfs ronduit beschamend. Dat geldt zeker voor de rol van Nederland in het slavernijverleden. Wij, levend in het hier en nu, kunnen slavernij alleen in de allerduidelijkste bewoordingen erkennen en veroordelen als misdaad tegen de menselijkheid. Als een misdadig systeem, dat wereldwijd onnoemelijk veel mensen onnoemelijk veel en groot leed heeft gebracht, en dat doorwerkt in de levens van mensen hier en nu. En wij in Nederland moeten ons aandeel in dat verleden onder ogen zien. Daarom is het goed dat we elkaar vandaag in het Nationaal Archief ontmoeten. Hier ligt ons nationale geheugen opgeslagen. Dus dit is de plek voor nationaal gewetensonderzoek.
Hier kun je niet om de historische feiten heen. Tot 1814 werden ruim 600.000 tot slaaf gemaakte Afrikaanse vrouwen, mannen en kinderen onder erbarmelijke omstandigheden naar het Amerikaanse continent verscheept door Nederlandse slavenhandelaren. De meesten naar Suriname, maar ook naar Curaçao, Sint Eustatius en andere plaatsen. Zij werden weggerukt van hun families, ontmenselijkt, als vee vervoerd en behandeld. Vaak onder het overheidsgezag van de West-Indische Compagnie. In Azië werden tussen de 660.000 en ruim 1 miljoen mensen – we weten het niet eens precies – verhandeld binnen de gebieden die onder het gezag stonden van de Verenigde Oost-Indische Compagnie.
De getallen zijn onvoorstelbaar. Het menselijk leed dat er achter schuilgaat, is nog veel onvoorstelbaarder. Talloos zijn de overgeleverde verhalen en getuigenissen die bewijzen hoe er in het slavernijsysteem geen maat stond op wreedheid en willekeur. En dus geen maat op onrecht en pure angst. We hoeven alleen maar Anton de Koms Wij slaven van Suriname open te slaan om te lezen over de meest gruwelijke behandelingen en straffen. We lezen over geseling en marteling tot de dood erop volgde, over mensen van wie ledematen werden afgehakt, over brandmerken in het gezicht. Het lot van de ene persoon nog verschrikkelijker dan van de andere, op elke pagina onrecht en nog meer onrecht. En zoals Anton de Kom het beschreef voor Suriname, zo gebeurde het ook elders, onder hetzelfde Nederlandse overheidsgezag. We lezen het, we weten het, en toch is het afschuwelijke lot van tot slaaf gemaakte mensen nauwelijks te bevatten.
Of neem, inderdaad, de feiten zoals die uit de archieven spreken. Bijvoorbeeld uit de enorme administratie die is opgezet rond de afschaffing van de slavernij in 1863 en die hier ingezien kan worden. Pagina na pagina staan daarop per plantage en per slaveneigenaar de namen vermeld van tot slaaf gemaakten plus nog enkele andere persoonlijke gegevens. Zakelijk, systematisch, in een droge opsomming, die juist daardoor zo confronterend is, omdat het de absurditeit onderstreept van een systeem waarin de ene mens de andere mens tot handelswaar maakte. Een systeem zo onmenselijk en onrechtvaardig, dat in 1863 niet de tot slaaf gemaakten financieel werden gecompenseerd door de staat, maar de slaveneigenaren. En nog kon het hardvochtiger, nog oneerlijker, want iedereen die in Suriname in 1863 in naam vrij werd, moest gedwongen nog tien jaar lang onder staatstoezicht blijven werken. De facto betekende dat voor velen nog tien jaar langer een leven in onvrijheid, een leven onder dwang. Tot 1873. Komend jaar is dat 150 jaar geleden.
Die geschiedenis houdt ons bezig. Een complexe geschiedenis, waarin op verschillende plaatsen verschillende jaartallen en gebeurtenissen betekenis hebben. Niet alleen 1863 en 1873. Maar bijvoorbeeld ook 1860, de wettelijke afschaffing van de slavernij in toenmalig Nederlands Indië. 1814, het jaar dat ook Nederland de trans-Atlantische slavenhandel afschafte. 1848, toen op Sint Maarten de slavernij de facto voorbij was. Of bijvoorbeeld 1795, toen onder leiding van Tula op Curaçao een opstand plaatsvond die nog jaarlijks wordt herdacht. Eindeloos veel momenten, eindeloos veel verhalen, eindeloos veel geschiedenis.
Die geschiedenis krijgt de laatste jaren meer aandacht – in tentoonstellingen, in publicaties en in het maatschappelijk debat. Er vindt maatschappelijke bewustwording plaats. En daardoor ook een verandering in het denken. Dat is goed en terecht en nodig, want te lang is het stil gebleven.
Ik heb die verandering in denken ook persoonlijk doorgemaakt – daar wil ik open over zijn. Lange tijd dacht ik dat het niet goed mogelijk is op een betekenisvolle manier verantwoordelijkheid te nemen voor iets dat zo lang geleden is, en waar niemand van ons zelf bij is geweest. Lange tijd dacht ik dus eigenlijk: het slavernijverleden is geschiedenis die achter ons ligt. Maar ik had het mis. Want eeuwen van onderdrukking en uitbuiting werken door in het hier en nu. In racistische stereotypen. In discriminerende patronen van uitsluiting. In sociale ongelijkheid. En om dat te doorbreken, moeten we ook het verleden open en eerlijk onder ogen zien. Een verleden dat we delen met andere landen, waardoor onze samenlevingen voor altijd op een speciale manier met elkaar zijn verbonden. Het klopt dat niemand die nu leeft persoonlijk schuld draagt voor de slavernij. Maar het klopt ook dat de Nederlandse Staat in al zijn historische verschijningsvormen verantwoordelijkheid draagt voor het grote leed dat tot slaafgemaakten en hun nazaten is aangedaan. En dus kunnen we niet voorbij gaan aan de doorwerking van het verleden in onze tijd.
Het rapport Ketenen van het verleden van de Dialooggroep Slavernijverleden speelt een belangrijke rol in het bewustwordingsproces dat velen van ons doormaken. Dat rapport verscheen op 1 juli vorig jaar en bevatte een aantal niet mis te verstane conclusies en aanbevelingen. De drie kernwoorden zijn: erkenning, excuses, herstel. Vandaag sturen we de officiële kabinetsreactie naar de Tweede Kamer. Daarin omarmen we de analyse en conclusies van de Dialooggroep. In de tussenliggende anderhalf jaar heeft het kabinet op verschillende manieren, op verschillende plekken en met verschillende mensen en groepen over het slavernijverleden gesproken. Ik ben zelf in september jongstleden in Suriname geweest, waar ik heb geleerd hoe diep de geschiedenis nog altijd ingrijpt in het dagelijks leven van mensen, ook spiritueel. Ik heb ook geleerd hoe ervaringen, herinneringen en gevoelens per groep en per persoon kunnen verschillen. Het maakt uit of je voorouders uit Afrika werden geroofd of behoorden tot de oorspronkelijke bewoners. Het maakt uit in welk land of regio hun leven zich afspeelde. En het maakt ook uit in welke periode zij leefden.
Die historische, geografische en culturele verschillen tussen bevolkingsgroepen en mensen doen ertoe, ook in het hier en nu. En dat maakt het doen van algemene uitspraken over het slavernijverleden ook zo kwetsbaar. Want hoe doe je recht aan al die verschillen? Wat is daarvoor het beste moment? Hoe doe je recht aan alle spirituele symbolen en rituelen, die in sommige culturen zo enorm belangrijk zijn? En hoe omvat je met woorden zoveel onrecht, zoveel pijn, zoveel gruwelijkheden? Elke poging daartoe zal altijd onvolkomen zijn en nieuwe vragen en discussies oproepen. Met alle emoties die daarbij horen. Met alle beladenheid. We weten dat er niet één goed moment is voor iedereen, niet de juiste woorden voor iedereen, niet één juiste plaats voor iedereen. En ik erken dat de aanloop naar deze dag beter had gekund. Maar laat dat geen reden zijn dan maar niets te doen. We moeten met elkaar stappen vooruit zetten. We moeten met elkaar verder komen. Dus laat ons dat gesprek over het slavernijverleden alsjeblieft voeren, ook als dat een moeilijk gesprek is.
En dat gesprek begint met erkenning. Erkenning van het afschuwelijke leed dat generaties tot slaaf gemaakten is aangedaan. Erkenning van en eerherstel voor al die mensen die in verzet kwamen, zoals de dappere Marrons van Suriname. Ik noem vandaag met eerbied de namen van Tula op Curaçao, Jolicoeur, Boni en Baron in Suriname, One-Tété-Lohkay op Sint Maarten en we gedenken al die naamloos gebleven vrouwen en mannen die door de eeuwen heen heldhaftig de vrijheid zochten en daar vaak op de meest gruwelijke manier voor werden gestraft. En natuurlijk erkenning van historische verantwoordelijkheid, met de woorden die daarbij horen. Deze woorden.
Eeuwenlang hebben de Nederlandse staat en zijn vertegenwoordigers slavernij mogelijk gemaakt, gestimuleerd, in stand gehouden en ervan geprofiteerd. Eeuwenlang zijn in naam van de Nederlandse staat mensen tot handelswaar gemaakt, uitgebuit en mishandeld. Eeuwenlang is onder Nederlands staatsgezag de menselijke waardigheid met voeten getreden op de meest afschuwelijke manier. En te weinig hebben opeenvolgende Nederlandse regeringen na 1863 gezien en erkend dat het slavernijverleden een negatieve doorwerking had en heeft.
Daarvoor bied ik namens de Nederlandse regering excuses aan. Today I apologize. Awe mi ta pidi diskulpa. Tide mi wani taki pardon.
Vandaag bied ik namens de Nederlandse regering excuses aan voor het handelen van de Nederlandse staat in het verleden: postuum aan alle tot slaafgemaakten die wereldwijd onder dat handelen hebben geleden, aan hun dochters en zonen, en aan al hun nazaten tot in het hier en nu. We doen dit niet om schoon schip te maken. Niet om het verleden af te sluiten en achter ons te laten. We doen dit en we doen dit nu, om staande op de drempel van een belangrijk herdenkingsjaar, samen de weg vooruit te vinden. We delen niet alleen het verleden, maar ook de toekomst. Dus zetten we vandaag een komma, geen punt. Het gesprek over het slavernijverleden moet zo breed mogelijk worden gevoerd, niet alleen in Nederland, maar juist ook op de plekken waar het gebeurde, met iedereen die betrokken is of zich betrokken voelt. Daarom klinken de excuses die ik net uitsprak vandaag door op zeven andere plekken in de wereld, daar waar de pijn en de gevolgen van het slavernijverleden tot de dag van vandaag het meest worden gevoeld en het meest zichtbaar zijn. Ze klinken door in de woorden die worden uitgesproken door zeven vertegenwoordigers van de Nederlandse regering. In Suriname. Op Curaçao. Op Sint Maarten. Op Aruba. Op Bonaire. Op Saba. En op Sint Eustatius.
“We doen dit, en we doen dit nu, om staande op de drempel van een belangrijk herdenkingsjaar, samen de weg vooruit te vinden. We delen niet alleen het verleden, maar ook de toekomst. Dus zetten we vandaag een komma, geen punt.”
De regering wil in overleg met alle groepen en mensen uit alle landen waarmee wij dit verleden delen, intensiever werken aan meer kennis over het slavernijverleden en dus aan meer bewustwording, erkenning en begrip. Dat proces vraagt tijd en we kunnen het werk alleen in gezamenlijkheid doen. Op weg naar die belangrijke symbolische datum 1 juli 2023. Daarna, in het hele herdenkingsjaar. En in de jaren die daar op volgen. De kabinetsreactie op het rapport van de Dialooggroep Slavernijverleden gaat hier uitvoerig op in. Het belangrijkste is nu dat we alle stappen die we gaan zetten ook echt gezamenlijk zetten. In overleg, luisterend en met als enige intentie: recht doen aan het verleden, heling in het heden. Een komma, geen punt.
Met Suriname, met de Caribische delen van het Koninkrijk en met alle nazaten in Nederland werken we aan zichtbaarheid van erfgoed, aan bewustwording via onderwijs en aan wetenschappelijk historisch onderzoek. Tijdens het herdenkingsjaar zullen alle facetten van het slavernijverleden en de doorwerking in onze tijd in het volle licht staan. De Koning voelt zich persoonlijk zeer betrokken bij het onderwerp en zal op 1 juli aanwezig zijn bij de herdenking en viering in Amsterdam. En we kijken verder, over 2023 heen. Een onafhankelijk en breed samengesteld Herdenkingscomité buigt zich over de beste manier om ook in de toekomst waardig en zo veel mogelijk gezamenlijk te herdenken. En er komt een fonds voor maatschappelijke initiatieven in het hele Koninkrijk en Suriname, waarmee de doorwerking van het slavernijverleden de zichtbaarheid, aandacht en aanpak krijgt die nodig is. Het helingsproces moet nu beginnen en het programma daarvoor, schrijven we samen.
Dames en heren, Het boek van onze gedeelde geschiedenis kent veel pagina’s die ons – levend in de 21e eeuw – met verbijstering en afschuw vervullen. En met diepe schaamte. Die pagina’s wissen we met excuses niet uit en dat is ook niet de bedoeling. We kunnen het verleden niet veranderen, alleen onder ogen zien. Wat de regering vurig hoopt, wat ik ook persoonlijk vurig hoop, is dat dit moment, dat deze dag ons helpt Koninkrijksbreed en samen met Suriname en andere landen, de open pagina’s die vóór ons liggen in te vullen met dialoog, erkenning en heling. Dank u wel.
Wat hebben we eraan als iedereen Wilders nu stom vindt, als iedereen zelf een familievriendelijke kloon van Wilders is geworden? Een familievriendelijke versie, die racisme bedrijft zonder het n-woord te gebruiken. Als de kwaliteitskranten in plaats van Wilders en Baudet nu Joost Eerdmans en Caroline van der Plas als knuffelfascisten promoten?”
VOOR EEN CORDON SANITAIRE OM WILDERS IS HET EIGENLIJK AL TE LAAT
”Voor wie bijvoorbeeld twijfelt aan de fascistische inslag van Caroline van der Plas en haar BBB, even dit citaat van haar: ‘Het gaat dus inderdaad niet om de natuur. Het gaat om goedkoop landbouwgrond opkopen voor huizen voor die miljoenen mensen die nog in NL gepropt moeten worden’
Het lijkt erop dat we eindelijk een kabinet hebben dat de stikstofcrisis op wil lossen. Aangezien de landbouw, en met name de veeteelt, verantwoordelijk is voor het leeuwendeel van de stikstof-emissie in Nederland kan dat niet zonder de veestapel in Nederland drastisch te verkleinen. Dat weten we al decennia en er wordt ook al decennia over gediscussieerd. Het lijkt er nu eindelijk van te komen. Er is een flink budget om veehouders uit te kopen of te helpen verhuizen en om de Nederlandse landbouw te helpen verduurzamen. Als het echt niet anders kan zal een beperkt aantal veehouderijen op onvrijwillige basis moeten verdwijnen.
Dat kan in bepaalde omstandigheden zeer ingrijpend zijn en daar moeten we oog voor hebben. Het is zaak boerenbedrijven (vaak ook familiebedrijven) ruimhartig te vergoeden en te steunen met alternatieven. Helaas heeft een stevige aanpak te lang op zich laten wachten en zijn de gevolgen onnodig groter geworden. Dat komt vooral door het jarenlang pappen en nathouden van CDA-bestuurders en in het bijzonder door het sloopwerk van Henk Bleker tijdens Rutte I.
Je kunt verwachten dat het een hete zomer wordt vol trekkers op het Malieveld en opportunistische populisten die het vuurtje mogen opstoken in de dagelijkse talkshows. Ongetwijfeld met een hoofdrol voor Caroline van der Plas, die tegenwoordig als woordvoerder van Big Agro in de Tweede Kamer zit. Het ziet er niet naar uit dat de intensieve veeteelt op korte termijn bereid is mee te werken aan aan constructieve oplossingen, dus Van der Plas en de agrarische lobby zullen eerst de emoties nog even aanwakkeren.
De vertegenwoordigers van de intensieve veeteelt hebben alleen een probleem. Hun argumenten zijn op. De meeste mensen zien wel in dat het obsceen is dat we in Nederland miljoenen dieren fokken voor de export. Hiervoor importeren we miljarden kilo’s soja uit Brazilië. Ons kikkerlandje is de grootste exporteur van vlees in de EU. De mest en de daarbij behorende stikstofproblematiek mogen we houden.
Landbouwgrond is meestal geen natuur, maar dode grond. Insecten hebben het beter in een Vinex-wijk dan op het platteland. Dus ook de rol van boeren als vermeende hoeders van de natuur gaat niet op als argument. Onze natuurgebieden zijn nog door de enorme neerslag van stikstof kwetsbaarder dan ooit. Zeker als ze grenzen aan grote industriegebieden (want dat zijn het) vol varkens en koeien. Al met al is het moeilijk om nog sympathie op te brengen voor grootschalige intensieve veeteelt in Nederland.
Daar kun je aan toevoegen dat die veeteelt een risico vormt voor de volksgezondheid en dat het niet wenselijk om zo met dieren om te gaan. En dan is er ook nog de nadelige invloed op het klimaat. Doordat we veel te veel stikstof uitstoten zit het land inmiddels op slot, we kunnen niet meer bouwen. Dat komt niet alleen door de landbouw, maar wel voor een heel groot gedeelte. De sector probeert het rekenmodel verdacht te maken, maar ook dat argument gaat niet op. Tom-Jan Meeus schreef in de NRC een goed stuk over de gebruikte methodiek in Nederland.
En, je zou het bijna vergeten, Nederland is een rechtstaat. Door de overdadige uitstoot verbiedt de rechtbank overal in het land woningbouwprojecten. Het komt erop neer dat we al die broodnodige huizen pas kunnen bouwen als we onze stikstofhuishouding op orde hebben. En dat kan eenvoudigweg niet zonder de intensieve veeteelt te saneren. Je kunt nog zoveel snelwegen blokkeren met je trekker (helpt ook niet, trouwens), maar ook de Nederlandse overheid moet zich gewoon aan de wet houden.
Op 10 juni jongstleden twitterde Caroline van der Plas: “Het gaat dus inderdaad niet om natuur. Het gaat om goedkoop landbouwgrond opkopen voor huizen voor die miljoenen mensen die nog in NL gepropt moeten worden.”
Als al je argumenten op zijn kun je altijd nog teruggrijpen naar de oudste truc uit het handboek voor populisten: vreemdelingen de schuld geven. Het is om meerdere redenen een vals argument. Ten eerste legt Van der Plas zo (niet als eerste of enige) een suggestief verband tussen migratie en landbouwbeleid. Er moeten nog ‘miljoenen mensen in Nederland gepropt worden’. Zelfs als het waar zou zijn (dat is het niet, en het suggereert een intentie), is het overduidelijke misleiding om dat te linken aan het stikstofbeleid.
Ruimtelijk gezien past de gemeente Amsterdam (met bijna een miljoen inwoners) ruim twee keer in de Noordoostpolder. Dat is nog geen tweeënhalf procent van alle landbouwgrond in Nederland. Als we alle landbouwgrond in Nederland stedelijk willen bebouwen hebben we ruim 80 miljoen immigranten nodig om al die huizen te vullen. De suggestie dat het zou gaan om goedkope bouwgrond is dus kletspraat. Maar ondertussen kunnen we wel lekker de schuld geven aan migratie, terwijl deze situatie gewoon het gevolg is van decennia aan wanbeleid. Daar komt bij dat de plekken waar mogelijk bedrijven moeten verdwijnen grenzen aan natuurgebieden. Het is onlogisch te denken dat daar gebouwd zou gaan worden, het ligt juist voor de hand om die gronden toe te voegen aan de natuur.
Caroline van der Plas en de veeteeltlobby gebruiken valse argumenten om de hoogstnoodzakelijke oplossing van de stikstofcrisis te traineren. Bij gebrek aan legitieme argumenten wordt het probleem gekoppeld aan migratie, terwijl er feitelijk geen enkel verband bestaat.
Caroline van der Plas wordt altijd een beetje pissig als ze geassocieerd wordt met extreemrechts, maar lokt datzelfde extreemrechts op deze manier doelbewust in haar kamp.
Misleide boeren, wappies en identitair Nederland zullen straks samen optrekken tegen het algemeen belang en de natuur. Op trekkers met een domme omgekeerde vlag. Ongetwijfeld slepen ze ook nog het World Economic Forum, omvolking en ‘The Great Reset’ erbij. Het gevolg is dat het alleen maar langer duurt tot de crisis wordt opgelost en de sfeer in het land verder verhardt. Uiteindelijk heeft helemaal niemand daar belang bij, behalve de lobbyclub (BBB) van Caroline van der Plas. Want dat goedkope populisme doet het wel lekker in de peilingen.
”En waarom nog meer? Vanwege de extreem rechtse inslag van een flink deel van het protest. Heel vriendelijk gezegd: deelnemers en organisatoren laten zich de steun van halve en hele fascisten aanleunen – van de onvermijdelijke Caroline van der Plas via FvD, PVV, BVNL, Ja21 en de SGP”
Wat een foto van @SemvanderWalNL (ANP).Vlnr: FVD, PVV, BVNL, JA21, BBB en SGP laten zich toejuichen op het boerenprotest. (Hun collega’s van VVD en D66 bleven weg omdat de NCTV hun veiligheid niet kon garanderen.) pic.twitter.com/RFgnFgpBNG
(ANP).Vlnr: FVD, PVV, BVNL, JA21, BBB en SGP laten zich toejuichen op het boerenprotest. (Hun collega’s van VVD en D66 bleven weg omdat de NCTV hun veiligheid niet kon garanderen.)
Translate Tweet
Reacties uitgeschakeld voor Noten 6 t/m 11/Caroline van der Plas van een andere kant
”Je kunt twisten over de zin van specifieke maatregelen. Je kunt twisten over de stikstofkaart waar het kabinet intussen mee is gekomen: klopt die wel helemaal? Maar daar gaat het agrarische protest niet om. Het gaat de gangmakers achter dat protest er om dat het hele stikstofbeleid van tafel moet. De actievoerders eisen geen overleg. Ze zoeken geen betere oplossing van het stikstofprobleem. Ze ontkennen het probleem, of ze schuiven het eenzijdig door naar andere bedrijfstakken.
”Wat ze feitelijk eisen is het recht om te vervuilen naar eigen inzicht. Wat ze feitelijk willen is de totale ondernemersvrijheid – van henzelf maar vooral van hun geldschieters van de Rabobank en van hun leveranciers. Deze vrijheid – om te ondernemen zoals ze willen om te vervuilen naar believen – verdient in zichzelf geen enkele erkenning of waardering. Niemand heeft het recht om de natuur te slopen en het milieu verder de vernieling in te helpen via de uitstoot van stinkende rotzooi, enkel en alleen omdat het vrije ondernemerschap, de rentabiliteit de afbetaling van schulden aan de banken of welke kapitalistische logica dan ook dit vereist.”
”En terwijl de ‘boeren’ al een hele tijd de aandacht en het recht op vervuilen en dierenmishandeling opeisen, klagen de burgemeester van het Veiligheidsberaad vandaag steen en been over zogenaamde ‘veiligelanders’ die er teveel zouden zijn, waardoor er geen ruimte zou zijn voor opvang, aldus Bruls, burgemeester van Nijmegen en voorzitter van dat Veiligheidsberaad.”
”Inmiddels verbranden de boeren autobanden en asbest op de snelwegen, dumpen ze er hun afval en steken ze bermen in brand, en bedreigen ze de bedrijven die hun rotzooi willen opruimen. Ze worden aangemoedigd door fascisten over de hele wereld. Elke dag worden tienduizend Nederlanders gegijzeld en in levensgevaar gebracht door het boerentuig. De politie trekt een onschuldig gezichtje en doet niks. O, wacht, daar is een vader die probeert een boerenblokkade te ontwijken. Die weet de politie wél meteen in de kladden te grijpen en een draconische boete op te leggen. Wat. Een. Klootzakken.
Nederland zucht onder een fascistisch terreurbewind en nóg speelt de pers het klaar om te blijven spreken van “boerenprotesten”. Dat het maar om een klein deel van de boeren zou gaan, is ook bullshit. Als dat zo is, wil ik boeren horen die afstand nemen van deze terreur. ‘Het is gevaarlijk om de boerendiscussie alleen maar over het geweld te laten gaan’, schrijft NRC. ‘De boeren hebben immers een punt’. Bin Laden had ook een punt, sukkels. Maar op het moment dat er geweld, intimidatie en bedreigingen worden ingezet om je punt te maken hebben we het alleen maar over het geweld, en hoe we dit fascisme zo snel en zo hard mogelijk de kop indrukken.”
Zware en steeds veranderende wet- en regelgeving, financiële zorgen, onzekerheid over de toekomst en soms felle kritiek vanuit de maatschappij. Voor boeren is het er de laatste jaren niet makkelijker op geworden. De psychische problemen in de agrarische sector nemen toe. En het aantal zelfdodingen steeg de afgelopen jaren zelfs naar 17,4 op 100.000 mensen. Daarmee staat de sector in de top tien van beroepen met relatief gezien de meeste zelfdodingen.
Christel van Raaij van AgroZorgwijzer vertelt dat niet alleen boeren die stoppen met hun bedrijf de donkere wolken boven het erf zien opstapelen, het stille leed reikt verder. Ook boeren die bezig zijn met de vragen ‘Hoe kan ik mijn bedrijf toekomstbestendig voortzetten, aan alle eisen voldoen en nog steeds een boterham verdienen?’ worstelen soms met psychische problemen.
“De onzekerheid speelt een grote rol en die onzekerheid over de toekomst is groot voor veel boeren, tuinders en vissers.”
De toename in het aantal zelfdodingen in de agrarische sector is reden voor 113 zelfmoordpreventie om sinds 2019 actief in te zetten op preventie, samen met verschillende andere partijen. Per dag in heel Nederland stappen vijf mensen uit het leven en zijn er 25 pogingen tot zelfdoding. Dat komt neer op 10,6 mensen op 100.000. Dat blijkt uit cijfers van 113 zelfmoordpreventie.
Taboe
Christel weet dat het praten over suïcidale gedachten en psychische problemen nog steeds taboe is. “Erover praten helpt, maar dat zit niet in de boer of tuinder, ik denk dat dat ook het stukje plattelandscultuur is. Een boer werkt heel zelfstandig, lost zelf zaken op, moppert misschien een keer op de veroorzaker in zijn ogen en gaat dan weer aan het werk. Maar als die gedachten steeds zwaarder worden kan het verkeerd gaan en kom je er zelf niet meer uit.”
RTV Oost besteedt vandaag meerdere keren aandacht aan het onderwerp ‘zelfdoding in de agrarische sector’. Later vandaag volgt onder meer een persoonlijk verhaal met Karin Bras die haar man verloor.
Signaleren
Buren, familie en erfbetreders (zoals de veearts, adviseurs of de chauffeur van de melkwagen) die denken dat het niet goed gaat, kunnen altijd hulp inschakelen bij een huisarts of een professionele zorgverlener. Maar soms is het doorvragen of het echt goed gaat al een stap in de goede richting.
“Signalen als verrommeling van een erf, of iemand die altijd naar bijeenkomsten gaat en nu nooit meer komt, kunnen wijzen op problemen. Maar ook de andere kant kan een teken aan de wand zijn. Dat iemand ineens het erf heel netjes wil achterlaten of normaal nooit tijd heeft voor een praatje en dan juist uitgebreid wil koffiedrinken. Het is niet altijd duidelijk of eenduidig. Let op verandering, dat is wat wij adviseren.”
Doorvragen
De angst om door te vragen kennen ze bij AgrioZorgwijzer ook, voor je het weet voel je jezelf een maatschappelijk werker. “Dat is niet nodig, wees daar ook niet bang voor. Als mens kan je prima doorvragen hoe het met iemand gaat, maar schakel hulp in als het echt acuut is.”
De gouden tip om mensen te helpen is er eigenlijk niet. Maar uitgaan van je eigen kracht zodat je beter kan omgaan met bijvoorbeeld kritiek is belangrijk. Soms helpt het door met een erfcoach te praten als de gesprekken aan de keukentafel vastlopen.
Preventie
Samen met de GGD IJsselland en 113 zelfmoordpreventie is een speciale film gemaakt gericht op de agrarische sector, Waarom niet Eerder. Eigenlijk is het een aanvulling op de film die begin 2021 werd gepubliceerd. De kernboodschap is praten en hulp vragen, preventie.
Minister-president Mark Rutte biedt in deze toespraak excuses aan voor het handelen van de Nederlandse staat in het verleden: postuum aan alle tot slaafgemaakten die wereldwijd onder dat handelen hebben geleden, aan hun dochters en zonen, en aan al hun nazaten tot in het hier en nu. De minister-president uitte zijn excuses in het Nationaal Archief in Den Haag in aanwezigheid van vertegenwoordigers van organisaties die zich sterk maken voor erkenning van de gevolgen van slavernij.
Dames en heren, goedemiddag. En voor iedereen die meekijkt of luistert in een andere tijdzone: Bun morgu, Bon dia, Good morning,
Hier in het Nationaal Archief spreekt de geschiedenis tot ons in miljoenen documenten. En ook al horen we de ongeschreven stemmen uit het verleden niet, het verhaal dat uit al die archiefstukken naar voren komt, is niet alleen maar mooi. Het is vaak ook lelijk, pijnlijk en zelfs ronduit beschamend. Dat geldt zeker voor de rol van Nederland in het slavernijverleden. Wij, levend in het hier en nu, kunnen slavernij alleen in de allerduidelijkste bewoordingen erkennen en veroordelen als misdaad tegen de menselijkheid. Als een misdadig systeem, dat wereldwijd onnoemelijk veel mensen onnoemelijk veel en groot leed heeft gebracht, en dat doorwerkt in de levens van mensen hier en nu. En wij in Nederland moeten ons aandeel in dat verleden onder ogen zien. Daarom is het goed dat we elkaar vandaag in het Nationaal Archief ontmoeten. Hier ligt ons nationale geheugen opgeslagen. Dus dit is de plek voor nationaal gewetensonderzoek.
Hier kun je niet om de historische feiten heen. Tot 1814 werden ruim 600.000 tot slaaf gemaakte Afrikaanse vrouwen, mannen en kinderen onder erbarmelijke omstandigheden naar het Amerikaanse continent verscheept door Nederlandse slavenhandelaren. De meesten naar Suriname, maar ook naar Curaçao, Sint Eustatius en andere plaatsen. Zij werden weggerukt van hun families, ontmenselijkt, als vee vervoerd en behandeld. Vaak onder het overheidsgezag van de West-Indische Compagnie. In Azië werden tussen de 660.000 en ruim 1 miljoen mensen – we weten het niet eens precies – verhandeld binnen de gebieden die onder het gezag stonden van de Verenigde Oost-Indische Compagnie.
De getallen zijn onvoorstelbaar. Het menselijk leed dat er achter schuilgaat, is nog veel onvoorstelbaarder. Talloos zijn de overgeleverde verhalen en getuigenissen die bewijzen hoe er in het slavernijsysteem geen maat stond op wreedheid en willekeur. En dus geen maat op onrecht en pure angst. We hoeven alleen maar Anton de Koms Wij slaven van Suriname open te slaan om te lezen over de meest gruwelijke behandelingen en straffen. We lezen over geseling en marteling tot de dood erop volgde, over mensen van wie ledematen werden afgehakt, over brandmerken in het gezicht. Het lot van de ene persoon nog verschrikkelijker dan van de andere, op elke pagina onrecht en nog meer onrecht. En zoals Anton de Kom het beschreef voor Suriname, zo gebeurde het ook elders, onder hetzelfde Nederlandse overheidsgezag. We lezen het, we weten het, en toch is het afschuwelijke lot van tot slaaf gemaakte mensen nauwelijks te bevatten.
Of neem, inderdaad, de feiten zoals die uit de archieven spreken. Bijvoorbeeld uit de enorme administratie die is opgezet rond de afschaffing van de slavernij in 1863 en die hier ingezien kan worden. Pagina na pagina staan daarop per plantage en per slaveneigenaar de namen vermeld van tot slaaf gemaakten plus nog enkele andere persoonlijke gegevens. Zakelijk, systematisch, in een droge opsomming, die juist daardoor zo confronterend is, omdat het de absurditeit onderstreept van een systeem waarin de ene mens de andere mens tot handelswaar maakte. Een systeem zo onmenselijk en onrechtvaardig, dat in 1863 niet de tot slaaf gemaakten financieel werden gecompenseerd door de staat, maar de slaveneigenaren. En nog kon het hardvochtiger, nog oneerlijker, want iedereen die in Suriname in 1863 in naam vrij werd, moest gedwongen nog tien jaar lang onder staatstoezicht blijven werken. De facto betekende dat voor velen nog tien jaar langer een leven in onvrijheid, een leven onder dwang. Tot 1873. Komend jaar is dat 150 jaar geleden.
Die geschiedenis houdt ons bezig. Een complexe geschiedenis, waarin op verschillende plaatsen verschillende jaartallen en gebeurtenissen betekenis hebben. Niet alleen 1863 en 1873. Maar bijvoorbeeld ook 1860, de wettelijke afschaffing van de slavernij in toenmalig Nederlands Indië. 1814, het jaar dat ook Nederland de trans-Atlantische slavenhandel afschafte. 1848, toen op Sint Maarten de slavernij de facto voorbij was. Of bijvoorbeeld 1795, toen onder leiding van Tula op Curaçao een opstand plaatsvond die nog jaarlijks wordt herdacht. Eindeloos veel momenten, eindeloos veel verhalen, eindeloos veel geschiedenis.
Die geschiedenis krijgt de laatste jaren meer aandacht – in tentoonstellingen, in publicaties en in het maatschappelijk debat. Er vindt maatschappelijke bewustwording plaats. En daardoor ook een verandering in het denken. Dat is goed en terecht en nodig, want te lang is het stil gebleven.
Ik heb die verandering in denken ook persoonlijk doorgemaakt – daar wil ik open over zijn. Lange tijd dacht ik dat het niet goed mogelijk is op een betekenisvolle manier verantwoordelijkheid te nemen voor iets dat zo lang geleden is, en waar niemand van ons zelf bij is geweest. Lange tijd dacht ik dus eigenlijk: het slavernijverleden is geschiedenis die achter ons ligt. Maar ik had het mis. Want eeuwen van onderdrukking en uitbuiting werken door in het hier en nu. In racistische stereotypen. In discriminerende patronen van uitsluiting. In sociale ongelijkheid. En om dat te doorbreken, moeten we ook het verleden open en eerlijk onder ogen zien. Een verleden dat we delen met andere landen, waardoor onze samenlevingen voor altijd op een speciale manier met elkaar zijn verbonden. Het klopt dat niemand die nu leeft persoonlijk schuld draagt voor de slavernij. Maar het klopt ook dat de Nederlandse Staat in al zijn historische verschijningsvormen verantwoordelijkheid draagt voor het grote leed dat tot slaafgemaakten en hun nazaten is aangedaan. En dus kunnen we niet voorbij gaan aan de doorwerking van het verleden in onze tijd.
Het rapport Ketenen van het verleden van de Dialooggroep Slavernijverleden speelt een belangrijke rol in het bewustwordingsproces dat velen van ons doormaken. Dat rapport verscheen op 1 juli vorig jaar en bevatte een aantal niet mis te verstane conclusies en aanbevelingen. De drie kernwoorden zijn: erkenning, excuses, herstel. Vandaag sturen we de officiële kabinetsreactie naar de Tweede Kamer. Daarin omarmen we de analyse en conclusies van de Dialooggroep. In de tussenliggende anderhalf jaar heeft het kabinet op verschillende manieren, op verschillende plekken en met verschillende mensen en groepen over het slavernijverleden gesproken. Ik ben zelf in september jongstleden in Suriname geweest, waar ik heb geleerd hoe diep de geschiedenis nog altijd ingrijpt in het dagelijks leven van mensen, ook spiritueel. Ik heb ook geleerd hoe ervaringen, herinneringen en gevoelens per groep en per persoon kunnen verschillen. Het maakt uit of je voorouders uit Afrika werden geroofd of behoorden tot de oorspronkelijke bewoners. Het maakt uit in welk land of regio hun leven zich afspeelde. En het maakt ook uit in welke periode zij leefden.
Die historische, geografische en culturele verschillen tussen bevolkingsgroepen en mensen doen ertoe, ook in het hier en nu. En dat maakt het doen van algemene uitspraken over het slavernijverleden ook zo kwetsbaar. Want hoe doe je recht aan al die verschillen? Wat is daarvoor het beste moment? Hoe doe je recht aan alle spirituele symbolen en rituelen, die in sommige culturen zo enorm belangrijk zijn? En hoe omvat je met woorden zoveel onrecht, zoveel pijn, zoveel gruwelijkheden? Elke poging daartoe zal altijd onvolkomen zijn en nieuwe vragen en discussies oproepen. Met alle emoties die daarbij horen. Met alle beladenheid. We weten dat er niet één goed moment is voor iedereen, niet de juiste woorden voor iedereen, niet één juiste plaats voor iedereen. En ik erken dat de aanloop naar deze dag beter had gekund. Maar laat dat geen reden zijn dan maar niets te doen. We moeten met elkaar stappen vooruit zetten. We moeten met elkaar verder komen. Dus laat ons dat gesprek over het slavernijverleden alsjeblieft voeren, ook als dat een moeilijk gesprek is.
En dat gesprek begint met erkenning. Erkenning van het afschuwelijke leed dat generaties tot slaaf gemaakten is aangedaan. Erkenning van en eerherstel voor al die mensen die in verzet kwamen, zoals de dappere Marrons van Suriname. Ik noem vandaag met eerbied de namen van Tula op Curaçao, Jolicoeur, Boni en Baron in Suriname, One-Tété-Lohkay op Sint Maarten en we gedenken al die naamloos gebleven vrouwen en mannen die door de eeuwen heen heldhaftig de vrijheid zochten en daar vaak op de meest gruwelijke manier voor werden gestraft. En natuurlijk erkenning van historische verantwoordelijkheid, met de woorden die daarbij horen. Deze woorden.
Eeuwenlang hebben de Nederlandse staat en zijn vertegenwoordigers slavernij mogelijk gemaakt, gestimuleerd, in stand gehouden en ervan geprofiteerd. Eeuwenlang zijn in naam van de Nederlandse staat mensen tot handelswaar gemaakt, uitgebuit en mishandeld. Eeuwenlang is onder Nederlands staatsgezag de menselijke waardigheid met voeten getreden op de meest afschuwelijke manier. En te weinig hebben opeenvolgende Nederlandse regeringen na 1863 gezien en erkend dat het slavernijverleden een negatieve doorwerking had en heeft.
Daarvoor bied ik namens de Nederlandse regering excuses aan. Today I apologize. Awe mi ta pidi diskulpa. Tide mi wani taki pardon.
Vandaag bied ik namens de Nederlandse regering excuses aan voor het handelen van de Nederlandse staat in het verleden: postuum aan alle tot slaafgemaakten die wereldwijd onder dat handelen hebben geleden, aan hun dochters en zonen, en aan al hun nazaten tot in het hier en nu. We doen dit niet om schoon schip te maken. Niet om het verleden af te sluiten en achter ons te laten. We doen dit en we doen dit nu, om staande op de drempel van een belangrijk herdenkingsjaar, samen de weg vooruit te vinden. We delen niet alleen het verleden, maar ook de toekomst. Dus zetten we vandaag een komma, geen punt. Het gesprek over het slavernijverleden moet zo breed mogelijk worden gevoerd, niet alleen in Nederland, maar juist ook op de plekken waar het gebeurde, met iedereen die betrokken is of zich betrokken voelt. Daarom klinken de excuses die ik net uitsprak vandaag door op zeven andere plekken in de wereld, daar waar de pijn en de gevolgen van het slavernijverleden tot de dag van vandaag het meest worden gevoeld en het meest zichtbaar zijn. Ze klinken door in de woorden die worden uitgesproken door zeven vertegenwoordigers van de Nederlandse regering. In Suriname. Op Curaçao. Op Sint Maarten. Op Aruba. Op Bonaire. Op Saba. En op Sint Eustatius.
“We doen dit, en we doen dit nu, om staande op de drempel van een belangrijk herdenkingsjaar, samen de weg vooruit te vinden. We delen niet alleen het verleden, maar ook de toekomst. Dus zetten we vandaag een komma, geen punt.”
De regering wil in overleg met alle groepen en mensen uit alle landen waarmee wij dit verleden delen, intensiever werken aan meer kennis over het slavernijverleden en dus aan meer bewustwording, erkenning en begrip. Dat proces vraagt tijd en we kunnen het werk alleen in gezamenlijkheid doen. Op weg naar die belangrijke symbolische datum 1 juli 2023. Daarna, in het hele herdenkingsjaar. En in de jaren die daar op volgen. De kabinetsreactie op het rapport van de Dialooggroep Slavernijverleden gaat hier uitvoerig op in. Het belangrijkste is nu dat we alle stappen die we gaan zetten ook echt gezamenlijk zetten. In overleg, luisterend en met als enige intentie: recht doen aan het verleden, heling in het heden. Een komma, geen punt.
Met Suriname, met de Caribische delen van het Koninkrijk en met alle nazaten in Nederland werken we aan zichtbaarheid van erfgoed, aan bewustwording via onderwijs en aan wetenschappelijk historisch onderzoek. Tijdens het herdenkingsjaar zullen alle facetten van het slavernijverleden en de doorwerking in onze tijd in het volle licht staan. De Koning voelt zich persoonlijk zeer betrokken bij het onderwerp en zal op 1 juli aanwezig zijn bij de herdenking en viering in Amsterdam. En we kijken verder, over 2023 heen. Een onafhankelijk en breed samengesteld Herdenkingscomité buigt zich over de beste manier om ook in de toekomst waardig en zo veel mogelijk gezamenlijk te herdenken. En er komt een fonds voor maatschappelijke initiatieven in het hele Koninkrijk en Suriname, waarmee de doorwerking van het slavernijverleden de zichtbaarheid, aandacht en aanpak krijgt die nodig is. Het helingsproces moet nu beginnen en het programma daarvoor, schrijven we samen.
Dames en heren, Het boek van onze gedeelde geschiedenis kent veel pagina’s die ons – levend in de 21e eeuw – met verbijstering en afschuw vervullen. En met diepe schaamte. Die pagina’s wissen we met excuses niet uit en dat is ook niet de bedoeling. We kunnen het verleden niet veranderen, alleen onder ogen zien. Wat de regering vurig hoopt, wat ik ook persoonlijk vurig hoop, is dat dit moment, dat deze dag ons helpt Koninkrijksbreed en samen met Suriname en andere landen, de open pagina’s die vóór ons liggen in te vullen met dialoog, erkenning en heling. Dank u wel.
””Ik heb die verandering in denken ook persoonlijk doorgemaakt – daar wil ik open over zijn.
Lange tijd dacht ik dat het niet goed mogelijk is op een betekenisvolle manier verantwoordelijkheid te nemen voor iets dat zo lang geleden is, en waar niemand van ons zelf bij is geweest. Lange tijd dacht ik dus eigenlijk: het slavernijverleden is geschiedenis die achter ons ligt. Maar ik had het mis.”
De aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images)Beeld Getty Images
MARK RUTTE, OOIT TEGENSTANDER EXCUSES SLAVERNIJVERLEDEN…
LEZERS
Iedereen is ervan op de hoogte, dat Neerland’s premier, Mark Rutte, op
19 december 2022 namens de Nederlandse regering excuses heeft aangebden voor het Nederlandse slavernijverleden. [1]
In zijn redevoering viel echter een interessante zelfbekentenis op
Ik citeer ons premier
”Ik heb die verandering in denken ook persoonlijk doorgemaakt – daar wil ik open over zijn.Lange tijd dacht ik dat het niet goed mogelijk is op een betekenisvolle manier verantwoordelijkheid te nemen voor iets dat zo lang geleden is, en waar niemand van ons zelf bij is geweest. Lange tijd dacht ik dus eigenlijk: het slavernijverleden is geschiedenis die achter ons ligt. Maar ik had het mis.” [2]Altijd fijn, als iemand zijn ”fout” inzietDaarom hier een fragment van wat Rutte in 2016 in het programma”Zomergasten” zei over excuses van regeringswege over hetslavernijverleden LEES DIRECT HIERONDEREn geheel onderaan de Noten VEEL LEESPLEZIER ASTRID ESSED
Minister-president Mark Rutte biedt in deze toespraak excuses aan voor het handelen van de Nederlandse staat in het verleden: postuum aan alle tot slaafgemaakten die wereldwijd onder dat handelen hebben geleden, aan hun dochters en zonen, en aan al hun nazaten tot in het hier en nu. De minister-president uitte zijn excuses in het Nationaal Archief in Den Haag in aanwezigheid van vertegenwoordigers van organisaties die zich sterk maken voor erkenning van de gevolgen van slavernij.
Dames en heren, goedemiddag. En voor iedereen die meekijkt of luistert in een andere tijdzone: Bun morgu, Bon dia, Good morning,
Hier in het Nationaal Archief spreekt de geschiedenis tot ons in miljoenen documenten. En ook al horen we de ongeschreven stemmen uit het verleden niet, het verhaal dat uit al die archiefstukken naar voren komt, is niet alleen maar mooi. Het is vaak ook lelijk, pijnlijk en zelfs ronduit beschamend. Dat geldt zeker voor de rol van Nederland in het slavernijverleden. Wij, levend in het hier en nu, kunnen slavernij alleen in de allerduidelijkste bewoordingen erkennen en veroordelen als misdaad tegen de menselijkheid. Als een misdadig systeem, dat wereldwijd onnoemelijk veel mensen onnoemelijk veel en groot leed heeft gebracht, en dat doorwerkt in de levens van mensen hier en nu. En wij in Nederland moeten ons aandeel in dat verleden onder ogen zien. Daarom is het goed dat we elkaar vandaag in het Nationaal Archief ontmoeten. Hier ligt ons nationale geheugen opgeslagen. Dus dit is de plek voor nationaal gewetensonderzoek.
Hier kun je niet om de historische feiten heen. Tot 1814 werden ruim 600.000 tot slaaf gemaakte Afrikaanse vrouwen, mannen en kinderen onder erbarmelijke omstandigheden naar het Amerikaanse continent verscheept door Nederlandse slavenhandelaren. De meesten naar Suriname, maar ook naar Curaçao, Sint Eustatius en andere plaatsen. Zij werden weggerukt van hun families, ontmenselijkt, als vee vervoerd en behandeld. Vaak onder het overheidsgezag van de West-Indische Compagnie. In Azië werden tussen de 660.000 en ruim 1 miljoen mensen – we weten het niet eens precies – verhandeld binnen de gebieden die onder het gezag stonden van de Verenigde Oost-Indische Compagnie.
De getallen zijn onvoorstelbaar. Het menselijk leed dat er achter schuilgaat, is nog veel onvoorstelbaarder. Talloos zijn de overgeleverde verhalen en getuigenissen die bewijzen hoe er in het slavernijsysteem geen maat stond op wreedheid en willekeur. En dus geen maat op onrecht en pure angst. We hoeven alleen maar Anton de Koms Wij slaven van Suriname open te slaan om te lezen over de meest gruwelijke behandelingen en straffen. We lezen over geseling en marteling tot de dood erop volgde, over mensen van wie ledematen werden afgehakt, over brandmerken in het gezicht. Het lot van de ene persoon nog verschrikkelijker dan van de andere, op elke pagina onrecht en nog meer onrecht. En zoals Anton de Kom het beschreef voor Suriname, zo gebeurde het ook elders, onder hetzelfde Nederlandse overheidsgezag. We lezen het, we weten het, en toch is het afschuwelijke lot van tot slaaf gemaakte mensen nauwelijks te bevatten.
Of neem, inderdaad, de feiten zoals die uit de archieven spreken. Bijvoorbeeld uit de enorme administratie die is opgezet rond de afschaffing van de slavernij in 1863 en die hier ingezien kan worden. Pagina na pagina staan daarop per plantage en per slaveneigenaar de namen vermeld van tot slaaf gemaakten plus nog enkele andere persoonlijke gegevens. Zakelijk, systematisch, in een droge opsomming, die juist daardoor zo confronterend is, omdat het de absurditeit onderstreept van een systeem waarin de ene mens de andere mens tot handelswaar maakte. Een systeem zo onmenselijk en onrechtvaardig, dat in 1863 niet de tot slaaf gemaakten financieel werden gecompenseerd door de staat, maar de slaveneigenaren. En nog kon het hardvochtiger, nog oneerlijker, want iedereen die in Suriname in 1863 in naam vrij werd, moest gedwongen nog tien jaar lang onder staatstoezicht blijven werken. De facto betekende dat voor velen nog tien jaar langer een leven in onvrijheid, een leven onder dwang. Tot 1873. Komend jaar is dat 150 jaar geleden.
Die geschiedenis houdt ons bezig. Een complexe geschiedenis, waarin op verschillende plaatsen verschillende jaartallen en gebeurtenissen betekenis hebben. Niet alleen 1863 en 1873. Maar bijvoorbeeld ook 1860, de wettelijke afschaffing van de slavernij in toenmalig Nederlands Indië. 1814, het jaar dat ook Nederland de trans-Atlantische slavenhandel afschafte. 1848, toen op Sint Maarten de slavernij de facto voorbij was. Of bijvoorbeeld 1795, toen onder leiding van Tula op Curaçao een opstand plaatsvond die nog jaarlijks wordt herdacht. Eindeloos veel momenten, eindeloos veel verhalen, eindeloos veel geschiedenis.
Die geschiedenis krijgt de laatste jaren meer aandacht – in tentoonstellingen, in publicaties en in het maatschappelijk debat. Er vindt maatschappelijke bewustwording plaats. En daardoor ook een verandering in het denken. Dat is goed en terecht en nodig, want te lang is het stil gebleven.
Ik heb die verandering in denken ook persoonlijk doorgemaakt – daar wil ik open over zijn. Lange tijd dacht ik dat het niet goed mogelijk is op een betekenisvolle manier verantwoordelijkheid te nemen voor iets dat zo lang geleden is, en waar niemand van ons zelf bij is geweest. Lange tijd dacht ik dus eigenlijk: het slavernijverleden is geschiedenis die achter ons ligt. Maar ik had het mis. Want eeuwen van onderdrukking en uitbuiting werken door in het hier en nu. In racistische stereotypen. In discriminerende patronen van uitsluiting. In sociale ongelijkheid. En om dat te doorbreken, moeten we ook het verleden open en eerlijk onder ogen zien. Een verleden dat we delen met andere landen, waardoor onze samenlevingen voor altijd op een speciale manier met elkaar zijn verbonden. Het klopt dat niemand die nu leeft persoonlijk schuld draagt voor de slavernij. Maar het klopt ook dat de Nederlandse Staat in al zijn historische verschijningsvormen verantwoordelijkheid draagt voor het grote leed dat tot slaafgemaakten en hun nazaten is aangedaan. En dus kunnen we niet voorbij gaan aan de doorwerking van het verleden in onze tijd.
Het rapport Ketenen van het verleden van de Dialooggroep Slavernijverleden speelt een belangrijke rol in het bewustwordingsproces dat velen van ons doormaken. Dat rapport verscheen op 1 juli vorig jaar en bevatte een aantal niet mis te verstane conclusies en aanbevelingen. De drie kernwoorden zijn: erkenning, excuses, herstel. Vandaag sturen we de officiële kabinetsreactie naar de Tweede Kamer. Daarin omarmen we de analyse en conclusies van de Dialooggroep. In de tussenliggende anderhalf jaar heeft het kabinet op verschillende manieren, op verschillende plekken en met verschillende mensen en groepen over het slavernijverleden gesproken. Ik ben zelf in september jongstleden in Suriname geweest, waar ik heb geleerd hoe diep de geschiedenis nog altijd ingrijpt in het dagelijks leven van mensen, ook spiritueel. Ik heb ook geleerd hoe ervaringen, herinneringen en gevoelens per groep en per persoon kunnen verschillen. Het maakt uit of je voorouders uit Afrika werden geroofd of behoorden tot de oorspronkelijke bewoners. Het maakt uit in welk land of regio hun leven zich afspeelde. En het maakt ook uit in welke periode zij leefden.
Die historische, geografische en culturele verschillen tussen bevolkingsgroepen en mensen doen ertoe, ook in het hier en nu. En dat maakt het doen van algemene uitspraken over het slavernijverleden ook zo kwetsbaar. Want hoe doe je recht aan al die verschillen? Wat is daarvoor het beste moment? Hoe doe je recht aan alle spirituele symbolen en rituelen, die in sommige culturen zo enorm belangrijk zijn? En hoe omvat je met woorden zoveel onrecht, zoveel pijn, zoveel gruwelijkheden? Elke poging daartoe zal altijd onvolkomen zijn en nieuwe vragen en discussies oproepen. Met alle emoties die daarbij horen. Met alle beladenheid. We weten dat er niet één goed moment is voor iedereen, niet de juiste woorden voor iedereen, niet één juiste plaats voor iedereen. En ik erken dat de aanloop naar deze dag beter had gekund. Maar laat dat geen reden zijn dan maar niets te doen. We moeten met elkaar stappen vooruit zetten. We moeten met elkaar verder komen. Dus laat ons dat gesprek over het slavernijverleden alsjeblieft voeren, ook als dat een moeilijk gesprek is.
En dat gesprek begint met erkenning. Erkenning van het afschuwelijke leed dat generaties tot slaaf gemaakten is aangedaan. Erkenning van en eerherstel voor al die mensen die in verzet kwamen, zoals de dappere Marrons van Suriname. Ik noem vandaag met eerbied de namen van Tula op Curaçao, Jolicoeur, Boni en Baron in Suriname, One-Tété-Lohkay op Sint Maarten en we gedenken al die naamloos gebleven vrouwen en mannen die door de eeuwen heen heldhaftig de vrijheid zochten en daar vaak op de meest gruwelijke manier voor werden gestraft. En natuurlijk erkenning van historische verantwoordelijkheid, met de woorden die daarbij horen. Deze woorden.
Eeuwenlang hebben de Nederlandse staat en zijn vertegenwoordigers slavernij mogelijk gemaakt, gestimuleerd, in stand gehouden en ervan geprofiteerd. Eeuwenlang zijn in naam van de Nederlandse staat mensen tot handelswaar gemaakt, uitgebuit en mishandeld. Eeuwenlang is onder Nederlands staatsgezag de menselijke waardigheid met voeten getreden op de meest afschuwelijke manier. En te weinig hebben opeenvolgende Nederlandse regeringen na 1863 gezien en erkend dat het slavernijverleden een negatieve doorwerking had en heeft.
Daarvoor bied ik namens de Nederlandse regering excuses aan. Today I apologize. Awe mi ta pidi diskulpa. Tide mi wani taki pardon.
Vandaag bied ik namens de Nederlandse regering excuses aan voor het handelen van de Nederlandse staat in het verleden: postuum aan alle tot slaafgemaakten die wereldwijd onder dat handelen hebben geleden, aan hun dochters en zonen, en aan al hun nazaten tot in het hier en nu. We doen dit niet om schoon schip te maken. Niet om het verleden af te sluiten en achter ons te laten. We doen dit en we doen dit nu, om staande op de drempel van een belangrijk herdenkingsjaar, samen de weg vooruit te vinden. We delen niet alleen het verleden, maar ook de toekomst. Dus zetten we vandaag een komma, geen punt. Het gesprek over het slavernijverleden moet zo breed mogelijk worden gevoerd, niet alleen in Nederland, maar juist ook op de plekken waar het gebeurde, met iedereen die betrokken is of zich betrokken voelt. Daarom klinken de excuses die ik net uitsprak vandaag door op zeven andere plekken in de wereld, daar waar de pijn en de gevolgen van het slavernijverleden tot de dag van vandaag het meest worden gevoeld en het meest zichtbaar zijn. Ze klinken door in de woorden die worden uitgesproken door zeven vertegenwoordigers van de Nederlandse regering. In Suriname. Op Curaçao. Op Sint Maarten. Op Aruba. Op Bonaire. Op Saba. En op Sint Eustatius.
“We doen dit, en we doen dit nu, om staande op de drempel van een belangrijk herdenkingsjaar, samen de weg vooruit te vinden. We delen niet alleen het verleden, maar ook de toekomst. Dus zetten we vandaag een komma, geen punt.”
De regering wil in overleg met alle groepen en mensen uit alle landen waarmee wij dit verleden delen, intensiever werken aan meer kennis over het slavernijverleden en dus aan meer bewustwording, erkenning en begrip. Dat proces vraagt tijd en we kunnen het werk alleen in gezamenlijkheid doen. Op weg naar die belangrijke symbolische datum 1 juli 2023. Daarna, in het hele herdenkingsjaar. En in de jaren die daar op volgen. De kabinetsreactie op het rapport van de Dialooggroep Slavernijverleden gaat hier uitvoerig op in. Het belangrijkste is nu dat we alle stappen die we gaan zetten ook echt gezamenlijk zetten. In overleg, luisterend en met als enige intentie: recht doen aan het verleden, heling in het heden. Een komma, geen punt.
Met Suriname, met de Caribische delen van het Koninkrijk en met alle nazaten in Nederland werken we aan zichtbaarheid van erfgoed, aan bewustwording via onderwijs en aan wetenschappelijk historisch onderzoek. Tijdens het herdenkingsjaar zullen alle facetten van het slavernijverleden en de doorwerking in onze tijd in het volle licht staan. De Koning voelt zich persoonlijk zeer betrokken bij het onderwerp en zal op 1 juli aanwezig zijn bij de herdenking en viering in Amsterdam. En we kijken verder, over 2023 heen. Een onafhankelijk en breed samengesteld Herdenkingscomité buigt zich over de beste manier om ook in de toekomst waardig en zo veel mogelijk gezamenlijk te herdenken. En er komt een fonds voor maatschappelijke initiatieven in het hele Koninkrijk en Suriname, waarmee de doorwerking van het slavernijverleden de zichtbaarheid, aandacht en aanpak krijgt die nodig is. Het helingsproces moet nu beginnen en het programma daarvoor, schrijven we samen.
Dames en heren, Het boek van onze gedeelde geschiedenis kent veel pagina’s die ons – levend in de 21e eeuw – met verbijstering en afschuw vervullen. En met diepe schaamte. Die pagina’s wissen we met excuses niet uit en dat is ook niet de bedoeling. We kunnen het verleden niet veranderen, alleen onder ogen zien. Wat de regering vurig hoopt, wat ik ook persoonlijk vurig hoop, is dat dit moment, dat deze dag ons helpt Koninkrijksbreed en samen met Suriname en andere landen, de open pagina’s die vóór ons liggen in te vullen met dialoog, erkenning en heling. Dank u wel.
‘Ik heb die verandering in denken ook persoonlijk doorgemaakt – daar wil ik open over zijn.
Lange tijd dacht ik dat het niet goed mogelijk is op een betekenisvolle manier verantwoordelijkheid te nemen voor iets dat zo lang geleden is, en waar niemand van ons zelf bij is geweest. Lange tijd dacht ik dus eigenlijk: het slavernijverleden is geschiedenis die achter ons ligt. Maar ik had het mis.’