AANSCHIPHOLDIRECTIE EN MANAGEMENT Onderwerp:Uitgevoerde Groepsuitzetting, per chartervlucht, naar Nigeria
Geachte DirectieGeacht Management
SHAME ON YOU!Ik schrijf u aan, omdat u, ondanks de vele protesten, van Defencefor Children en diverse actiegroepen [1], de Luchthaven ervoor geleend hebt,medewerking te verlenen aan de door de Nederlandse Overheid geinstigeerdegroepsuitzetting, per chartervlucht, naar Nigeria. [2]Volgens mijn informatie betreft het meerdere personen in vreemdelingendetentie en twee gezinnen met jonge kinderen, diewerden vastgehouden in de Gesloten Gezinsvoorziening in Zeist. [3] De Vlucht waar het om gaat is, zo heb ik uit betrouwbare bron vernomen,uitgevoerd op vrijdag 18 december, 7:30, vluchtnummer P6 6537.Het was een Chartervlucht, uitgevoerd door de Spaanseluchtvaartmaatschappij Privilege Style. [4]Maar u, Directie en Management van Schiphol, hebt dit gefaciliteerd, wat u tot overdrachtelijke Heler maakt. [5]Dit in opdracht van de hoofdverantwoordelijken voordeze schandalige deportatie [want dat IS het, wanneer mensentegen hun wil worden uitgezet], de Nederlandse Overheid, hierbelichaamd in Dienst Terugkeer en Vertrek [6], die deze mail,zoals u ziet, cc ontvangt.
MIJN BEZWAREN MENSENRECHTENSITUATIE NIGERIA Ik heb een aantal bezwaren tegen uw facilitering van deze groepsuitzetting, per chartervlucht, naar Nigeria Ten eerste is de mensenrechtensituatie in Nigeria niet omover naar huis te schrijven, wat een risico kan inhoudenvoor de uitgezette vluchteluingenIn het Algemeen Ambtsbericht Nigeria van de Rijks Overheid [2018]werd gesproken over arbitraire arrestaties en detenties, gepaard gaand met corruptie en eenoneerlijke rechtsgang:Ik citeer bladzijde 37 uit het Ambtsbericht:”Arrestaties, bewaring en detenties Hoewel de grondwet en de lagere wetgeving arbitraire arrestatie en detentie verbieden pasten politie en veiligheidsdiensten deze praktijken wel toe. De politie arresteert en detineert stelselmatig verdachten zonder dat zij worden geïnformeerd over de aard van de aanklacht. Ook wordt verdachten het recht op een advocaat of contact met familieleden ontzegd. De detentie kan gepaard gaan met verzoeken om steekpenningen.” [7] Ook worden er ijselijke feiten over folteringen door een speciale politie eenheid,SARS genaamd, vermeld op bladzijde 38Ik citeer het Ambtsbericht:” In september 2016 rapporteerde Amnesty International over de praktijken van een specifieke politie-eenheid de Special Anti-Robbery Squad (SARS). De SARS is in het leven geroepen om geweldsmisdaden te bestrijden maar onderscheidde zich vooral door het systematisch martelen van gevangenen om ze op die manier tot bekentenissen te dwingen en vervolgens steekpenningen te eisen, aldus Amnesty International. Het rapport laat ook zien dat SARS-officieren, betrokken bij marteling en andere mishandelingen van gevangen, maar zelden ter verantwoording worden geroepen en in sommige gevallen worden overgeplaatst om bestraffing te ontlopen.203 De misstanden bij de SARS leidden in 2017 tot een oproep via sociale media gericht tegen de gestelde brute werkwijze van deze politie-eenheid.204 In februari 2018 werden negen mannen gearresteerd en vastgehouden door de SARS. Ze werden gemarteld en allen, behalve één persoon, stierven in hechtenis” [8]
Niets wijst erop, dat sinds 2018 de mensenrechtensituatie is verbeterd:Integendeel!In october van dit jaar nog maakt Amnesty International melding vangrootschalige protesten tegen het optreden van deze politie eenheidSARS, die zich naast folteringen ook schuldig maakt aan buitengerechtelijkeexecuties! [9]
Buitengewoon zorgelijk dus als mensen naar een dergelijke situatieworden uitgezet!En dat hebt U gefaciliteerd.Willens en wetens, want iedereen, kan achterdeze informatie komen.Juist ook u, met uw immens grote internationale netwerken.
CORONA Bovendien is het niet te rijmen, dat de Nederlandse regering alle landenop Code Oranje gezet heeft en niet noodzakelijke reizen absoluutaan banden wil leggen [11], terwijl er wel vluchtelingen worden uitgezet naarCode Oranje landenIs hun leven en gezondheid dan minder waard? Bovendien kunnen ze eventueel de ziekte ook helpen verspreiden inontwikkelingsland Nigeria.Het is een schande, dat u hieraan heb meegewerkt, terwijl er juist een nieuweCorona uitbraak is in Nigeria! [12] Wist u dat niet?Dat HOORDE u te weten! Nu speelt u met mensenlevens! EPILOOG
Neen, u bent geen vliegmaatschappij zoals de KLM, die zelfuit te zetten vluchtelingen vervoert en daarop kanworden aangesproken, wat ik ook herhaaldelijk heb gedaan [13]En zich NIET kan beroepen op een ”vervoersplicht”Maar u hebt WEL de groepsuitzetting, met chartervlucht,gefaciliteerd [14] en daarmee bent u mede verantwoordelijk voorde eventuele politieke en/of mensenrechtenellende, diede vluchtelingen in hun land van herkomst te wachten zou kunnen staan.Maar ook al zou dat niet zo zijn:Ze komen aan in een verwarrende en chaotische situatie, met veel massa demonstraties. Als ze daar worden blootgesteld aan grof politiegeweld [15] draagt u daarineen verantwoordelijkheid. En willens en wetens faciliteert u deportatievluchten, terwijl de Overheid allelanden op Code Oranje heeft geplaatst. [16] Met dit alles hebt u op grove wijze in strijd met de mensenrechten gehandeld. Leer hiervan en laat het niet meer plaatsvinden.Anders vindt u mij op uw Pad. Vriendelijke groeten
Astrid Essed
Amsterdam
NOTEN
[1]
DEFENCE FOR CHILDRENZORGEN: MORGEN UITZETTING VAN KINDEREN NAAR NIGERIAPER OVERHEIDSVLUCHT17 DECEMBER 2020
Aankomende vrijdag worden er een aantal mensen waaronder een aantal kinderen door Nederland uitgezet met een overheidsvlucht naar Nigeria. Defence for Children ondersteunt vanuit de Kinderrechtenhelpdesk twee van de gezinnen met in totaal drie kinderen in hun bezwaar en juridische procedure tegen deze wijze en moment van uitzetting. Defence for Children is bezorgd om deze uitzettingen en deelt de zorgen van het Meldpunt vreemdelingendetentie hierover. Met name de manier waarop wordt uitgezet en het feit dat de staatssecretaris helemaal niet heeft gekeken naar een alternatief voor de kinderen is in strijd met het VN-Kinderrechtenverdrag. Ook het moment van uitzetting op deze manier wekt bevreemding nu juist de overheid oproept om vanwege Corona alleen als het echt niet anders kan te vliegen en dat diezelfde overheid tegelijkertijd wel een vlucht uitvoert waarbij vrij veel mensen betrokken zullen zijn, terwijl bekend is dat onder gedetineerden het besmettingsrisico groter is. Amnesty International riep daarom eerder al op om alle mensen die om migratieredenen gedetineerd zijn om uitgezet te worden vrij te laten.
Overheidsvlucht
De Nederlandse overheid zet soms mensen uit met een overheidsvlucht. Deze vlucht wordt speciaal gecharterd voor de uitzetting van een groep mensen uit hetzelfde land van herkomst. Deze vluchten kunnen door de Nederlandse overheid zelf worden georganiseerd. Daarnaast komt het voor dat dit soort vluchten worden gefaciliteerd door het EU grensagentschap Frontex waarbij dan vreemdelingen uit verschillende deelnemende landen op dezelfde vlucht worden uitgezet naar een land van herkomst. Zowel ‘gewone’ overheidsvluchten als Frontexvluchten hebben uitsluitend vreemdelingen aan boord die worden uitgezet en begeleidend (overheids)personeel. De vlucht van 18 december 2020 naar Lagos is een overheidsvlucht. Zo’n vlucht is normaal gesproken zonder de aanwezigheid van kinderen, zij worden normaliter met een lijnvlucht uitgezet omdat uitzetting op deze manier zeer traumatisch kan zijn voor kinderen.
Impact uitzetting op kinderen groot
Gedwongen uitzetting per vliegtuig zijn per definitie ingrijpende gebeurtenissen die grote indruk maakt op de betrokkenen. De impact van een gedwongen uitzetting is des te groter op kinderen. Zij zijn sociaal-emotioneel nog in ontwikkeling en om die reden bijzonder kwetsbaar, juist in een dergelijke situatie. Dat belang moet de staatssecretaris ook betrekken bij de keuze die zij maakt voor de wijze waarop kinderen worden uitgezet. De manier waarop dit gebeurt, moet zodanig gekozen worden dat het risico op beschadiging van het kind zo klein mogelijk is. Beangstigende elementen moeten zoveel mogelijk vermeden worden. Een uitzetting met een overheidsvlucht, een speciale vlucht met uitsluitend vreemdelingen die worden uitgezet en begeleidend (overheids)personeel aan boord, kan bijzonder traumatiserend zijn voor kinderen. Ze brengen een aantal uren in een vliegtuig vol onbekenden in handboeien en geüniformeerde overheidsofficieren door, in een grimmige en onrustige sfeer.
Martin Vegter: “Uitzetting op een voor deze kinderen zeer ingrijpende en schadelijke manier doet geen recht aan de betrokken kinderrechten. De Nederlandse Staat is verplicht om het belang van de kinderen de eerste overweging te laten zijn bij de beslissing over hun uitzetting en de wijze waarop deze plaatsvindt, en daarbij beschadiging van kinderen, beangstigend elementen en gezondheidsrisico’s te vermijden. Een uitzetting op deze manier en op dit moment, terwijl er alternatieven zijn verhoudt zich hier niet mee.”
Ze laten weten: “Drie personen in vreemdelingendetentie waarmee wij contact hebben, hebben te horen gekregen dat zij aanstaande vrijdag 18 december om 07:30 zullen worden uitgezet naar Nigeria. Deze uitzetting was al gepland voor 9 december maar is toen niet doorgegaan.
Wat ons duidelijk wordt uit de informatie die we via hen en andere bronnen krijgen is dat het gaat om een chartervlucht, uitgevoerd door vliegmaatschappij Privilege Style. Het gaat om een groep waar onder anderen ook twee gezinnen met in totaal drie jonge kinderen deel van uit maken.”
Het Meldpunt Vreemdelingendetentie heeft bezwaar gemaakt tegen deze uitzetting, “niet in het minst omdat Nederland net een strenge lock-down is ingegaan en reizen naar het buitenland op dit moment door onze eigen overheid sterk wordt afgeraden.”
De gezinnen die nu op het punt staan om gedeporteerd te worden, zaten tot vandaag in Kamp Zeist in de gezinsgevangenis.
Maak bezwaar, per mail, telefoon, via sociale media tegen deze deportatiechartervlucht. Dit is de vlucht: Vrijdag 18 december, 7:30, vluchtnummer P6 6537. STOP DE VLUCHT!
Contacteer Schiphol via de contactmogelijkheden op de contactpage:
Voor sociale media, gebruik: #StopdeportatievluchtNigeria
Anarchistische Antideportatiegroep Utrecht (AAGU) en No Border Netwerk
[ENGLISH] –
URGENT CALL FOR IMMEDIATE ACTION AGAINST DEPORTATION CHARTER TO NIGERIA!
CALL SCHIPHOL!
Meldpunt Vreemdelingendetentie released a statement today about an impending group deportation to Nigeria:
https://meldpuntvreemdelingendetentie.nl/wp-content/uploads/Dreende-groepsuitekenen-Naar-Nigeria-aanzijn-vrijdag-18-december.pdf
They say: "Three persons in immigration detention with whom we have contact have been informed that they will be deported to Nigeria next Friday, December 18 at 7:30 am. This deportation was already planned for December 9, but was canceled at the time.
What becomes clear to us from the information we get through them and other sources is that it is a charter flight, operated by the airline Privilege Style. This is a group that includes two families with a total of three young children. "
Meldpunt Vreemdelingendetentie has objected to this deportation, "not least because the Netherlands has just entered a strict lock-down and traveling abroad is currently strongly discouraged by our own government."
Defence For Children has also raised alarm about this deportation charter flight:
http://defenceforchildren.nl/actueel/nieuws/migratie/2020/zorgelijk-morgen-uitzett-van-kinderen-naar-nigeria-per-overheidsvlucht/
Airline company Privilege Style (Spanish) was also recently involved in a deportation from the UK to Jamaica:
https://corporatewatch.org/privilege-style-the-home-offices-deportation-airline-of-last-resort/ and also supplied the aircraft for a deportation flight to Nigeria from Rotterdam in 2015, coordinated by Frontex (see Ombudsman report: https://www.nationaleombudsman.nl/system/files/onderzoek/Rapport%2020150126%20Onderzoek%20naar%20uitzettingsvluchten%20%282%29.pdf(page 23))
The families who are now on the verge of being deported, were detained in the family prison in Kamp Zeist until today.
Object by e-mail, telephone, via social media against this deportation charter flight. This is the flight: Friday December 18, 7:30 am, flight number P6 6537. STOP THE FLIGHT!
Contact Schiphol via the contact options on the contact page:
https://www.schiphol.nl/nl/contact-schiphol/ or via Media Relations: 020 601 26 73 / press@schiphol.nl
Via customer service: Via klantenservice: 0900 0141
For social media, use: #StopdeportatievluchtNigeria
Meerdere personen in vreemdelingendetentie waarmee wij contact hebben, hebben te horen gekregen dat zij aanstaande vrijdag 18 december om 07:30 zullen worden uitgezet naar Nigeria. Deze uitzetting was al gepland voor 9 december maar is toen niet doorgegaan. Wat ons duidelijk wordt uit de informatie die we via hen krijgen is dat het om een speciaal hiervoor gehuurde chartervlucht gaat, uitgevoerd door vliegmaatschappij Privilege Style waarmee mogelijk een hele groep mensen naar Nigeria wordt uitgezet, op initiatief van de Dienst Terugkeer en Vertrek. Ook twee gezinnen met in totaal drie jonge kinderen wordt op dit moment in de Gesloten Gezinsvoorziening in Zeist voorbereid op uitzetting middels deze vlucht. Een dergelijke groepsvlucht wordt gewoonlijk uitgevoerd met veel beveiligers (escorts) en bij aankomst valt de groep erg op. Er is dus geen sprake van een gebruikelijke lijnvlucht. Wij vinden het niet uit te leggen dat deze groepsuitzetting doorgaat, zeker niet op dit moment, middenin een strenge lockdown vanwege een sterke toename van coronabesmettingen. Op dinsdag 15 december is door het Ministerie van Buitenlandse Zaken besloten om alle landen op code oranje te zetten. Het kabinet heeft opgeroepen om in ieder geval tot half maart niet naar het buitenland te reizen, dat is zelfs ‘asociaal’ genoemd door premier Rutte in de Tweede Kamer. Daarnaast blijkt uit verhalen van mensen die eerder zijn uitgezet naar verschillende landen dat de sfeer op deze groepsvluchten vaak grimmig is vanwege veel beveiliging en onrust aan boord. En weten we uit verhalen van eerdere uitzettingen dat een groep personen die tegelijk wordt uitgezet extra aandacht trekt van veiligheidsinstanties in het land van aankomst, met bijvoorbeeld extra ondervragingen of zelfs inhechtenisneming tot gevolg Het baart het ons grote zorgen dat begeleiders niet goed afstand zullen kunnen houden en dus het oplopen van een coronabesmetting tijdens gedwongen uitzetting een reëel risico is. En we vragen ons af of het risico voor de begeleiders en hun gezinnen goed is afgewogen.
Ook leert ervaring uit het verleden ons dat uitzettingen vlak voor het weekend – laat staan rondom feestdagen – ervoor kunnen zorgen dat mensen dagenlang vast kunnen komen te zitten op het vliegveld, in afwachting van een gehoor en toelating. De situatie in Nigeria is bovendien gespannen, in verband met vele protesten in de afgelopen maanden, die met (dodelijk) geweld gepaard zijn gegaan. Maar ook in verband met de coronapandemie en de angst dat reizigers het virus meebrengen en zullen verspreiden. Uit het door de Nigeriaanse overheid uitgebrachte ‘Revised Quarantine Protocol’ blijkt dat reizigers na aankomst verplicht kunnen worden om direct een test te ondergaan en mogelijk op eigen kosten 14 dagen in quarantaine moeten. Wat er gebeurt als je geen verblijf hebt voor zelf-quarantaine en niet voor een verblijf kan betalen, zoals het geval is met meerdere personen waar wij mee in contact zijn, is niet duidelijk. Wij roepen DT&V en verantwoordelijke overheidsinstanties op om deze vlucht niet door te laten gaan. Wij roepen ertoe op om mensen vrij te laten uit vreemdelingendetentie om het risico op het verspreiden van het coronavirus te verminderen. Meldpunt Vreemdelingendetentie info@meldpuntvreemdelingendetentie.nl 0107470156 Het Meldpunt Vreemdelingendetentie is onderdeel van Stichting LOS www.stichtinglos.nl
EINDE BERICHT
[2]
ZIE NOOT 1
[3]
” Meerdere personen in vreemdelingendetentie waarmee wij contact hebben, hebben te horen gekregen dat zij aanstaande vrijdag 18 december om 07:30 zullen worden uitgezet naar Nigeria. Deze uitzetting was al gepland voor 9 december maar is toen niet doorgegaan. Wat ons duidelijk wordt uit de informatie die we via hen krijgen is dat het om een speciaal hiervoor gehuurde chartervlucht gaat, uitgevoerd door vliegmaatschappij Privilege Style waarmee mogelijk een hele groep mensen naar Nigeria wordt uitgezet, op initiatief van de Dienst Terugkeer en Vertrek. Ook twee gezinnen met in totaal drie jonge kinderen wordt op dit moment in de Gesloten Gezinsvoorziening in Zeist voorbereid op uitzetting middels deze vlucht.”
”Wat ons duidelijk wordt uit de informatie die we via hen en andere bronnen krijgen is dat het gaat om een chartervlucht, uitgevoerd door vliegmaatschappij Privilege Style”
1) Crimineel 2) Diefjesmaat 3) Genezer 4) Handlanger 5) Helper 6) Illegaal genezer 7) Koper van gestolen goed 8) Koper van gestolen goederen 9) Leeft van diefstal 10) Mededader 11) Medeplichtige 12) Misdadiger 13) Opkoper 14) Opkoper van gestolen goed 15) Opkoper van gestolen goederen 16) Poetjesbaas
[6]
”” Wat ons duidelijk wordt uit de informatie die we via hen krijgen is dat het om een speciaal hiervoor gehuurde chartervlucht gaat, uitgevoerd door vliegmaatschappij Privilege Style waarmee mogelijk een hele groep mensen naar Nigeria wordt uitgezet, op initiatief van de Dienst Terugkeer en Vertrek.”
Nigeriaanse veiligheidstroepen moeten onmiddellijk stoppen met het intimideren, lastigvallen en aanvallen van vreedzame demonstranten. Een week lang al gaan overal in het land mensen de straat op om te eisen dat er een einde komt aan het politiegeweld en de corruptie van de politie-eenheid SARS. Daarbij zijn ten minste tien mensen gedood en honderden verwond.
De Special Anti-Robbery Squad (SARS) is een speciale eenheid van de Nigeriaanse politie gericht op het bestrijden van gewelddadige misdrijven. Sinds 8 oktober 2020 protesteren mensen in grote steden door het hele land tegen het geweld, de buitengerechtelijke executies en afpersing waar de eenheid zich aan schuldig maakt.
Geweld tegen demonstranten
‘Deze demonstranten kregen te maken met buitensporig veel geweld. Nigerianen die de straat op gaan, hebben genoeg van de onwettige praktijken van SARS. Zij verdienen merkbare hervormingen die de mensenrechten beschermen. Nigerianen zijn sceptisch over de belofte van de autoriteiten om de misstanden bij de politie aan te pakken, omdat eerdere beweringen dat SARS hervormd zou worden holle frases bleken te zijn’, zegt Osai Ojigho, directeur van Amnesty Nigeria.
Op 1 oktober 2020 ontbond de hoogste baas van de politie SARS. Hij beval alle medewerkers meteen te verdelen over andere politie-eenheden. Osai Ojigho: ‘Doordat agenten nu nog steeds buitensporig veel geweld gebruiken tegen vreedzame demonstranten worden beweringen dat mensenrechtenschendingen bij de Nigeriaanse politie nu echt worden aangepakt meteen overboord gegooid.’
Ook journalisten aangevallen
Agenten vuurden kogels en traangas af op demonstrerende menigtes, zetten waterkanonnen in en sloegen en arresteerden demonstranten. Dat mag niet volgens de Nigeriaanse Grondwet en internationale standaarden. Ook journalisten waren het doelwit. Ze werden in elkaar geslagen en hun filmapparatuur werd afgepakt.
Amnesty’s oproep
Amnesty roept de Nigeriaanse autoriteiten op de veiligheidstroepen met onmiddellijke ingang vreedzame demonstranten te laten beschermen in plaats van aan te vallen.
Daarnaast roepen we de autoriteiten op gehoor te geven aan de eisen van hun volk. Zij moeten snel een grondig, onafhankelijk en transparant onderzoek instellen naar alle mensenrechtenschendingen door de politie, en de verantwoordelijken daarvoor berechten. Dat geldt dus ook voor de schendingen die begaan zijn tegen #EndSARS-demonstranten.
Achtergrond
Al jaren doet Amnesty verslag van buitengerechtelijke executies, buitensporig politiegeweld en marteling door wetshandhavers in Nigeria. In november 2014 publiceerden we hierover het rapport ‘Welcome to hellfire’: Torture and other ill-treatment in Nigeria. In 2016 publiceerden we een ander rapport waaruit blijkt dat de Special Anti-Robbery Squad (SARS) gevangenen op grote schaal martelde en mishandelde. Een Amnesty-rapport van juni 2020 toont aan dat SARS nog steeds ongestraft mensenrechten schendt. Dit ondanks beloftes van de regering om de eenheid te hervormen en ter verantwoording te roepen
De schietpartij in de grootste stad van Nigeria, Lagos, heeft tot veel woede geleid onder de inwoners. De verwachting is dat veel betogers zich niet aan het demonstratieverbod gaan houden. Gisteravond liep het uit de hand toen de militaire politie het vuur opende op demonstranten. Er zijn mogelijk tientallen doden gevallen tijdens een protest tegen politiegeweld.
“De demonstranten willen laten zien dat ze het niet pikken wat er gisteravond is gebeurd”, zegt Afrika-correspondent Elles van Gelder. Ook bekende Nigerianen uiten hun afschuw zoals muzikant Burna Boy. Hij, en vele andere Nigerianen, hebben hun profielfoto op sociale media veranderd in een bebloede Nigeriaanse vlag.
In Lagos opende de militaire politie gisteravond het vuur op betogers bij een protest op een tolweg in de wijk Lekki. Hoeveel doden en gewonden er precies vielen is niet duidelijk. Een getuige zegt tegen Van Gelder dat er zonder waarschuwing werd geschoten, “na een hele middag van vredige protesten”.
Eerder op de dag kregen de demonstranten te horen dat er vanaf 16.00 uur een protestverbod inging. Volgens de getuige, een 24-jarige makelaar, ging de straatverlichting om vijf uur uit. Een paar uur later kwamen er soldaten en werd er geschoten. Er ontstond chaos, vooral omdat het donker was.
De getuige telde zeker vier doden en negen gewonden. Vlak voor hem werd een demonstrant in de borstkast geraakt en overleed. Getuigen meldden aan de BBC dat er twintig doden vielen en tientallen gewonden.
‘Afpersingen en martelingen’
De protesten in de grote steden van Nigeria zijn vooral gericht tegen een politie-eenheid, de Special Anti-Robbery Squad oftewel SARS. Dat is een eenheid die begin jaren 90 werd opgezet om gewelddadige misdaad aan te pakken. “Maar volgens de demonstranten is die eenheid nu zelf crimineel geworden”, zegt Van Gelder. “Betogers beschuldigen SARS van afpersen en martelingen.” De regering luisterde naar de kritiek en ontbond de eenheid, maar volgens betogers is dat niet voldoende. Ze willen dat de agenten die misdaden hebben gepleegd ook vervolgd worden.
Er is nu algehele woede onder de jongeren”, stelt de correspondent. “Het zijn nu meer anti-regeringsprotesten geworden. En ook de overheid heeft door dat het is geëscaleerd. Die spreekt van anarchie. Volgens de overheid begonnen de protesten vreedzaam maar zijn er criminele elementen in geslopen. Zo is er een politiebureau in de fik gezet en elders in het land is een gevangenis bestormd en zijn gevangenen vrijgelaten.”
Recht op demonstreren
De gouverneur van Lagos zegt dat ‘dit een monster is geworden’. De overheid zegt te proberen de anarchie in toom te houden en dat ze de schietpartij van gisteren gaan onderzoeken.
De demonstranten zeggen aan de andere kant juist vredelievend te zijn en hebben gisteravond echt niet geprovoceerd. “Het lag niet aan ons, wij willen ons recht om te demonstreren uitoefenen”, zegt de getuige tegen Van Gelder.
Er zouden bendes actief zijn die voor onrust zorgen. Volgens de demonstranten zijn die bendes door de overheid aangestuurd om hen in diskrediet te brengen.
Vanaf vandaag geldt voor alle landen in de wereld code oranje. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft dat dinsdag besloten vanwege de ernstige situatie met corona in Nederland. Dat betekent dat alle landen die nog op geel stonden (let op: veiligheidsrisico’s) naar oranje (alleen noodzakelijke reizen) zijn gezet.
Tot nu toe stonden alleen nog de Canarische Eilanden op geel, evenals de Nederlands Caribische eilanden Aruba en Bonaire. Premier Rutte kondigde tijdens het coronadebat al aan dat Aruba en Bonaire op oranje gingen.
Asociaal
Maandagavond adviseerde de premier tijdens zijn toespraak over de nieuwe coronamaatregelen om tot half maart geen reis naar het buitenland te boeken. De Tweede Kamer is daar niet gerust op en wil meer actie van het kabinet, bleek in het debat. Zowel in het kabinet als in de Kamer is grote irritatie over de drukte en lange rijen op Schiphol. Rutte noemde “de onbeschaamdheid” van mensen om op wintersport of op een andere vakantie te gaan “asociaal. Niet doen!”
Verscheidene partijen willen weten waarom er geen vliegverbod wordt ingesteld. Rutte zei dat het kabinet een vliegverbod niet uitsluit, maar dat dit een laatste middel is om de reisbewegingen in te perken. Hij wees erop dat de economische schade enorm zal zijn, omdat ook het vrachtverkeer wordt getroffen.
Daarom roept de Kamer, de coalitie voorop, het kabinet op te kijken naar andere mogelijkheden om het aantal niet-noodzakelijke reizen te verminderen en eventueel extra maatregelen te nemen. Rutte heeft al toegezegd dat het kabinet nogmaals gaat praten met vliegmaatschappijen en Schiphol over de vermindering van vliegreizen. Meerdere partijen vinden dat Rutte al veel meer had moeten doen om de reisbewegingen af te kappen.
Zo zei Rutte begin november nog dat er een dringend negatief reisadvies geldt voor reizen naar het buitenland, maar dat het Caribische gedeelte van het koninkrijk daarbuiten valt. Vervolgens zagen reisbureaus het aantal boekingen naar Curaçao binnenstromen. Vorige week ging het reisadvies van Curaçao toch naar oranje. Dat kwam omdat het aantal besmettingen daar opliep.
Nigeria has entered a second wave of coronavirus infections, an official announced Thursday.
The number of COVID-19 cases detected in the country in the past two weeks indicates that a second wave of the outbreak has begun, said Boss Mustapha, Secretary to the Government of the Federation and chairman of the Presidential Task Force on COVID-19.
Mustapha stressed that the country is at risk of losing not only the gains from the hard work of the last nine months but also the lives of citizens.
“We are in a potentially difficult phase of the COVID-19 resurgence. Accessing the hope offered by the arrival of the vaccine is still some time ahead,” he said.
Health Minister Osagie Ehanire had earlier announced that the government would receive 20 million doses of a COVID-19 vaccine by January 2021.
More than 76,000 cases of COVID-19 have been diagnosed in Nigeria so far, while 1,201 people have died from the virus. Over 67,000 patients have recovered.
*Writing by Merve Berker
EINDE BERICHT
[13]
ASTRID ESSED OVER DE KLM
https://www.astridessed.nl/?s=KLM
[14]
SPOEDOPROEP OM PER DIRECT BEZWAAR TE MAKEN TEGEN DEPORTATIECHARTER NAAR NIGERIA! BEL SCHIPHOL!
MISDADEN VAN DE ISRAELISCHE BEZETTINGVERWOESTING VAN GAZA
BEZETTINGSTERREUR foto Oda Hulsen Hebron 2 mei 2017/Verwijst naar foto van een Palestijnse jongen, die tegen de muur wordt gezet doorIsraelische soldaten, die hem toeriepen ”Where is your knife!”/Later vrijgelaten
NB Het is dus NIET de foto van een Palestijnse jongen, die bij de kraag wordt gegrepen
ISRAELISCHE FILMACTRICE GAL GADOT, AANHANGSTER VANOORLOGSMISDADIGERS, HOORT NIET OP DE COVER VAN TV FILM OFANDERE BLADEN
AANRedactie TV FilmOnderwerp: Filmactrice Gal Gadot als ”coverbabe” in uw TV krantGal Gadot verdedigt oorlogsmisdaden
Geachte Redactie,[Zie onder Epiloog wat ik van u verlang en eis.In onderstaande brief is dat toegelicht] YOU DID IT AGAIN!!
Of u provoceert bewust, of u bent hardleers.DAT ging door mij heen, toen ik op de covervan uw TV Film Gids Nummer 26-1- december 2020 t/m 1 januari 2021OPNIEUW de Israelische filmactrice Gal Gadot [beter bekend van haar”Wonder Woman” rol] [1] zag afgebeeld en dat niet alleen:Ook in uw TV filmkrant twee populair-lovende stukjes over haar:Op Pagina 7 [waarover zo meer en op Pagina 4Zie voor de tekst van die stukjes, onder P/SDit naar aanleiding van het feit, dat er een tweede ”Wonder Woman” film in premiere gaat, met in de hoofdrol deze filmactrice Gal Gadot. [2] Nou zult u zeggen:”Niets byzonders”, daaraan moeten we toch aandacht aan besteden.Ja natuurlijk, aandacht is een ding.Maar onversneden propaganda en een idiote eerheerlijking van deze actrice is een tweede.Waarom ik daar bezwaren tegen heb? MAIL AAN U, DD MEI 2020 Daarover heb ik u eerder dit jaar, in mei welteverstaan, reeds een mail gestuurd, waarin ik u uitgebreid, met bronnen onderbouwd, uit de doeken heb gedaan,waarom iedere positieve promoting en propaganda voor deze filmactrice uitden Boze is:Namelijk het feit, dat zij oorlogsmisdaden niet alleen steunt, maar er ookvoor bidt!Zie geheel onderin Ik heb daarop geen enkele reactie van u ontvangen en hoewel dat onbeleefd is, wilde ik daar nog wel overheen stappen, ware het niet, datu, in propaganda, nog uitgebreider hebt uitgepakt mbt deze actrice! Zo meteen krijgt u dit van mij opnieuw over u heen, maar eerst dit: Geeft u in uw stukje op pagina 4 nog slechts achtergrondinformatie over de aankomende film, op bladzijde 7 gaat u helemaal los in uwoverdreven verheerlijking van een actrice, die nu haar tweede rolletjein Wonder Woman mag spelen.”Mooi als Aphrodite, slim als Athena, sneller dan Hermes en sterkerdan Hercules.”Dat is wat u schrijftTot hilariteit heeft dat bij mij WEL geleid, want iedereen, dieiets af weet van de Klassieke Oudheid en Griekse mythologie [3],weet hoe belachelijk dat is, maar misschien kan ik u niets verwijtenwat u nu eenmaal niet schijnt te weten.Dat is dus niet ZO erg, wel de overdreven verheerlijkende teneur van uwstukje en dan met name de spullen met betrekking tot o.a. deze actrice, waarnaar lezers kunnen meedingen in een soort prijsvraag op Internet. Nogmaals:Behalve misschien wat kinderachtig:Normaal is daarmee niets aan de hand: Maar dit tegen het Licht van de achtergrond van deze dame, Gal Gadot,reken ik het u WEL aan: Nogmaals een overzicht dan maar weer: Deze Israelische filmactrice, uw ”coverbabe”, heeft onvermoede, nare kanten.Niet alleen heeft zij gediend in het Israelische leger [4], dat zoals u weet, of althans behoort te weten, een bezettingsleger is, met alle daaraan gekoppelde onderdrukking en terreur [5], het is nog erger. Want nu kan men nog aanvoeren, dat militaire dienstplicht in Israel verplicht is en dat niet iedere Israelische soldaat, hoewel deze wel de bezetting van de Palestijnse gebieden in stand houdt, zich per definitie heeft schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden. ECHTER: Deze ‘coverbabe en filmactrice heeft zich van haar meest weerzinwekkende kant laten zien door de moordende Israelische aanval op Gaza ”Protective Edge” uit juli-augustus 2014, te ondersteunen!Ik citeer de Britse krant The Independent:”As the conflict between Israel and Gaza worsened, she uploaded a photograph of herself praying with her daughter Alma.“I am sending my love and prayers to my fellow Israeli citizens,” she wrote. “Especially to all the boys and girls who are risking their lives protecting my country against the horrific acts conducted by Hamas, who are hiding like cowards behind women and children…We shall overcome!!! Shabbat Shalom! #weareright #freegazafromhamas #stopterror #coexistance #loveidf”” [6] Nou laat ik de politieke en verzetsbeweging Hamas even buiten beschouwing, zonder te ontkennen, dat Hamas zich zeker ook schuldig maakt aan ongerechtigheden [7] , maar daar gaat het hier niet om. Gadot verzwijgt niet alleen het feit, dat Israel bezettingsmacht is sinds 1967 en zich heeft schuldig gemaakt-en nog doet- aan onder andere misdaden zoals foltering, etnische zuiveringen, landroof [bouw en uitbreiding in bezet Palestijns gebied gebouwde illegale nederzettingen], apartheid en oorlogsmisdaden [8] In die die specifieke Israelische militaire aanval op Gaza, waarvoor zij met haar [onschuldige] dochtertje bidt [wat een goddeloos Gebed!][9], heeft Israel zich schuldig gemaakt aan zware oorlogsmisdaden:In de aanval op Gaza in 2014 , waarvoor la Gadot heeft gebeden, zijn in twee maanden tijd 1391 Palestijnse burgers gedood, waaronder 526 kinderen [10], een VN school werd gebombardeerd [11], een ziekenhuis werd beschoten [12], moet ik doorgaan?Ik denk, dat dit wel een Beeld geeft.Wie een dergelijke misdadige aanval verdedigt, applaudisseert dus voor het doden van ongewapende burgers en kinderen en beschietingen van scholen en ziekenhuizen. EPILOOG Ik vraag u niet om aan politiek te doen, WEL stil te staan bij het feit, dat wie openlijk misdaden als het targetten van burgers [13] en beschietingen van scholen en ziekenhuizen verdedigt, geen lovend stukje in uw TV krant verdient , op twee bladzijden nota bene met een malle prijsvraag daaraan gekoppeld. En met name hoort IDF lover Gadot [14] in geen geval op uw voorpagina [de cover] te staan!
Ik reken erop, nogmaals, geen foto’s meer aan te treffen van de bewuste dame of lovende stukjes in uw blad, want zo wordt u, of u het nu wil of niet, onderdeel van het probleem, dat aan de wortel ligt van het huidige Midden Oostenconflict. De onderdrukkende Israelische bezetting van de Palestijnse gebieden. [15] In mijn vorige mail aan u schreef ik als laatste zin
”Houdt u hieraan, anders gaan onze degens elkaar weer kruisen!”Zie onderaan Kennelijk kruist u graag de degens met mij, want u bentopnieuw tegen mij ingegaan Dat moet u vooral doen Ik blijf u hierin kritisch volgen en hoop, dat uzult doen wat ieder fatsoenlijk blad of Magazine zou doen: Geen aanhangers van oorlogsmisdaden verheerlijken,of ze nu in de wereld van de Glitter bekendheid genietenOf niet. Nu eerst de notenDan uw stukjesEn dan mijn eerdere mail aan u
Vriendelijke groeten Astrid EssedAmsterdam NOTEN [1]
”Wonder Woman 84wordt officieel op eerste kerstdag uitgebracht. Dat heeft Warner Bros. woensdag bevestigd. Bijzonder is dat de langverwachte vervolgfilm die dag zowel in de bioscopen als op HBO Max zal verschijnen.”
She then served two years in the Israel Defense Forces as a fitness/combat readiness instructor, after which she began studying law and international relations at IDC Herzliya college while building up her modeling and acting careers.” WIKIPEDIAGAL GADOT
sraeli actress Gal Gadot – who was recently unveiled as the caped superhero in Zack Snyder’s new DC movie Batman v. Superman: Dawn of Justice – caused a stir by posting a message of support for the Israel Defence Forces via her official Facebook page, just days before a poster of her in character first debuted.
As the conflict between Israel and Gaza worsened, she uploaded a photograph of herself praying with her daughter Alma.“I am sending my love and prayers to my fellow Israeli citizens,” she wrote. “Especially to all the boys and girls who are risking their lives protecting my country against the horrific acts conducted by Hamas, who are hiding like cowards behind women and children…We shall overcome!!! Shabbat Shalom! #weareright #freegazafromhamas #stopterror #coexistance #loveidf” The post quickly garnered over 200,000 ‘likes’, and thousands of shares with fellow pro-IDF supporters. It also received more than 15,000 comments, both aggressively opposed to her position and stridently for it “Zionist israeli army is the biggest terrorist organisation!,” one follower responded. “Palestinians are facing ethnic cleansing ever since the zionist israelis started snatching land! What would you do if your land home and everything you had is being taken away constantly?[sic]”
DE ILLEGALITEIT VAN DE IN BEZET PALESTIJNS GEBIED GEBOUWDE NEDERZETTINGEN
DE ILLEGALITEIT VAN DE NEDERZETTINGEN ”The Fourth Geneva Convention prohibits an occupying power from transferring citizens from its own territory to the occupied territory (Article 49).The Hague Regulations prohibit an occupying power from undertaking permanent changes in the occupied area unless these are due to military needs in the narrow sense of the term, or unless they are undertaken for the benefit of the local population.” BTSELEM.ORGSETTLEMENTS
APARTHEIDONGELIJK RECHTSSYSTEEM Israeli’s komen voor de gewone rechter, in bezet Palestijns gebied wonende Palestijnen voor een Militaire Rechtbank, ondanks het feit, dat het burgers zijn!
”A new report published by the Association for Civil Rights in Israel (ACRI) outlines the nature of the legal regime currently operating in the West Bank. Two systems of law are applied in a single territory: one – a civilian legal system for Israeli citizens, and a second – a military court system for Palestinian residents. The result: institutionalized discrimination.” ACRI [ASSOCIATION FOR CIVIL RIGHTS IN ISRAEL]ONE RULE, TWO LEGAL SYSTEMS: ISRAEL’S REGIME OF LAWSIN THE WEST BANK24 NOVEMBER 2014 http://www.acri.org.il/en/2014 /11/24/twosysreport/ REPORT14 OCTOBER 2014ACRI [ASSOCIATION FOR CIVIL RIGHTS IN ISRAEL]ONE RULE, TWO LEGAL SYSTEMS: ISRAEL’S REGIME OF LAWSIN THE WEST BANK http://www.acri.org.il/en/wp-c ontent/uploads/2015/02/Two-Sys tems-of-Law-English-FINAL.pdf
INTERNATIONAL RED CROSSTHE JUDICIAL ARM OF THE OCCUPATION: THE ISRAELI MILITARY COURTS IN THE OCCUPIED TERRITORIES
”1391, or 63%, of the 2,202 Palestinians killed by Israeli security forces in Operation “Protective Edge” did not take part in the hostilities. Of these, 526 – a quarter of all Palestinians killed in the operation – were children under eighteen years of age”
”Het volgt op scherpe wereldwijde kritiek op de Israëlische beschieting van een VN-school in Gaza. De Verenigde Staten reageerden buitengewoon scherp op de tweede raketaanval in een week op een VN-school in de Gaza-strook. Een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zegt ‘geschokt’ te zijn door de ‘schandelijke beschieting van de VN-school’………. ”Eerder op de dag had de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, al zijn afschuw uitgesproken over de beschieting van de VN-school in Rafah waar zo’n 3.000 Palestijnse vluchtelingen verbleven. Zeker tien mensen werden gedood toen een raket insloeg bij de ingang van de school, aldus medische bronnen in Gaza.”
”We explicitly and loudly condemned the direct shelling of the Al Aqsa hospital on July 21st that killed at least four people. We clearly denounce the indiscriminate rocketing of Israel. We stated categorically that even in the midst of warfare, people must be able to receive medical care in safety.
TV film, bladzijde 4WONDER WOMAN 1984 R: PATTY JENKINS, A: GAL GADOT, C HRIS PINE,KRISTEN WIGG E.A., VANAF 16-12 Patty Jenkins [Monster 2003] kwam met stip binnen op nummer een in superheldenland als regisseur van Wonder Womanin 2017.Eindelijk was daar die gedroomde actiefilm met een megabudgetwaarin vrouwen de helden zijn.Een goed idee, want de film bracht 822 miljoen dollar op.Groen licht voor een vervolg was snel gegeven.Vanwege de corona epidemie heeft deze tweede titel enkelemaanden op de plank gelegen, maar na een handvol verschoveb releasedata was het zover: Diana Prince,ofwel DC-Comics Wonder Woman[Gadot] is terug voor een nieuw avontuur, bijgestaan door Steve [Pine]WE GAAN TERUG NAAR DE NEONKLEURIGE JAREN 80Daarin krijgt de heldin te maken met twee gloednieuwe tegenstanders,superschurk Max Lord en Barbara Minerva [Wiig}, bijgenaamdCheetah.ACTIE (PREVIEW)
EINDE TEKST TV FILM, BLADZIJDE 4
TV Film CoverstoryTV film, bladzijde 7 [Met aan de linkerzijde van de tekst een afbeelding van deGal Gadot als ”krijgsheldin”Onder de afbeelding ook: WINWe verloten 5 tassen met daarin: een pluche karakter[Diana,Gouden Diana of Cheeta, dat is een verrassing],een buideltas,airpods.zonneklep en drinkbeker,
Winnen? Ga voor 26-12 maar www.tvfilm.nl klikop ‘winnen’ en beantwoord deze vraag:Uit welk land komt Gal Gadot>a] Ierland b] Israel c] Italie Met aan onderkant en zijkant afbeeldingen van de tewinnen artikelen
GAL GADOTWONDER DER NATUURGal Gadot heeft haar rood-blauwe gevechtstenue weer uit de kastgetrokken. In haar tweede film Wonder Woman 1984 [zie ook pagina5] beleeft de superheldin, ook bekend als Diana Prince, weer de nodigeavonturen. BEELD WARNER BROS
Mooi als Aphrodite, slim als Athena, sneller dan Hermes en sterkerdan Hercules.In de jaren 40 bedacht de schrijver William Moulton Marston, aangespoorddoor zijn vrouw, een superheldin: Wonder Woman.Aan mannelijke helden als Batman, Superman en Green Lantern geen gebrek,maar girl power was ver te zoeken.Maar toen maakte in 1941 Wonder Woman haar opwachting in het decembernummer van de stripreeks All Star Comics. EERSTE WERELDOORLOG
In 1974 maakte Wonder Woman haar debuut op het witte doek,toen vertolkt door Cathy Lee Crosby en in 2009volgde er een animatiefilm rond de heldin.Drie jaar geleden trok Gal Gadot haar rood-blauwe hansop aanvoor het eerste deel van Wonder Woman.Daarin zien we hoe Diane King, prinses van de eilandengroepAmazonen, een gecrashte piloot uit zee redt.Deze Steve (Chris Pine) is een Britse spion, die Diane vertelt over deEerste Wereldoorlog, die zich ver van de Amazonen in Europa en Azie afspeelt.Samen met Steve trekt Diane als Wonder Woman in Europa ten strijde, omdatze vermoedt dat Ares, de god van de oorlog, hierachter zit. JACHTLUIPAARD Drie jaar later komt de tweede film uit.Wonder Woman maakt een sprong naar 1984, de tijd van Amerikaansetv series als Dallas en Call to glory en van de Britse violist metzijn punkhaar: Nigel Kennedy.De heldin vol uitzonderlijke krachten wordt snel met nieuwe vijandengeconfronteerd:The Cheetah (Kristin Wiig met bijpassend luipaardmotiefje) en Max Lord (Pedro Pascall) Zie ook pagina 4 WONDER WOMAN, VANAF 16-12 IN DE BIOSCOOP EINDE TEKST TV FIL, BLADZIJDE 7
AANRedactie TV FilmOnderwerp: Filmactrice Gal Gadot als ”coverbabe” in uw TV krantGal Gadot verdedigt oorlogsmisdaden
Geachte Redactie,[Zie onder Epiloog wat ik van u verlang en eis.In onderstaande brief is dat toegelicht] ”Eindelijk eens NIET de zoveelste blonde of -wat vaker voorkomt- [slecht] geblondeerde dame op de cover van uw blad” dacht ik, toen ik de foto van een donkerharige, inderdaad mooie vrouw op de cover van uw recente TV film gids, nummer 11, 23 mei t/m 5 juni jongstleden zag staan.Totdat ik op uw cover las om wie het gaat:De Israelische filmactrice Gal Gadot.En daar bleef het niet bij:Op bladzijde 83 in uw Gids [zie onder P/S] stond er een lovend stukje over haar en haar rol in ”Wonder Woman”, een Superhelden[heldinnen]bioscoop spektakelfilm uit 2017. [1]Hierop schijnt een vervolg te komen, Wonderwoman 1984.[2] Uw promotie van Gal Gadot is naar aanleiding van het feit, dat Veronica op zondag 31 mei om 20.00 de ”oude” Wonderwoman uitzendt, zoals u vermeldt [met een korte inhoudsbeschrijving, nogal een idioot verhaal mijns inziens, maar dat daargelaten] op bladzijde 82 in uw GidsZie onder P/S
”Waarom is het van belang, dat Astrid Essed ons hierover aanschrijft?”zult u denken.Wel Geachte Redactie, het gaat hier om het volgende: Deze Israelische filmactrice, uw ”coverbabe”, die zo heeft ”geschitterd”[uw woorden, zie onder P/S] als Wonderwoman, heeft onvermoede, nare kanten.Niet alleen heeft zij gediend in het Israelische leger [3], dat zoals u weet, of althans behoort te weten, een bezettingsleger is, met alle daaraan gekoppelde onderdrukking en terreur [4], het is nog erger. Want nu kan men nog aanvoeren, dat militaire dienstplicht in Israel verplicht is en dat niet iedere Israelische soldaat, hoewel deze wel de bezetting van de Palestijnse gebieden in stand houdt, zich per definitie heeft schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden. ECHTER: Deze ”schitterende” coverbabe en filmactrice heeft zich van haar meest weerzinwekkende kant laten zien door de moordende Israelische aanval op Gaza ”Protective Edge” uit juli-augustus 2014, te ondersteunen!Ik citeer de Britse krant The Independent:”As the conflict between Israel and Gaza worsened, she uploaded a photograph of herself praying with her daughter Alma.“I am sending my love and prayers to my fellow Israeli citizens,” she wrote. “Especially to all the boys and girls who are risking their lives protecting my country against the horrific acts conducted by Hamas, who are hiding like cowards behind women and children…We shall overcome!!! Shabbat Shalom! #weareright #freegazafromhamas #stopterror #coexistance #loveidf”” [5] Nou laat ik de politieke en verzetsbeweging Hamas even buiten beschouwing, zonder te ontkennen, dat Hamas zich zeker ook schuldig maakt aan ongerechtigheden [6] , maar daar gaat het hier niet om. Gadot verzwijgt niet alleen het feit, dat Israel bezettingsmacht is sinds 1967 en zich heeft schuldig gemaakt-en nog doet- aan onder andere misdaden zoals foltering, etnische zuiveringen, landroof [bouw en uitbreiding in bezet Palestijns gebied gebouwde illegale nederzettingen], apartheid en oorlogsmisdaden [7] In die die specifieke Israelische militaire aanval op Gaza, waarvoor zij met haar [onschuldige] dochtertje bidt [wat een goddeloos Gebed!][8], heeft Israel zich schuldig gemaakt aan zware oorlogsmisdaden:In de aanval op Gaza in 2014 , waarvoor la Gadot heeft gebeden, zijn in twee maanden tijd 1391 Palestijnse burgers gedood, waaronder 526 kinderen [9], een VN school werd gebombardeerd [10], een ziekenhuis werd beschoten [11], moet ik doorgaan?Ik denk, dat dit wel een Beeld geeft.Wie een dergelijke misdadige aanval verdedigt, applaudisseert dus voor het doden van ongewapende burgers en kinderen en beschietingen van scholen en ziekenhuizen.
EPILOOG Ik vraag u niet om aan politiek te doen, WEL stil te staan bij het feit, dat wie openlijk misdaden als het targetten van burgers [12] en beschietingen van scholen en ziekenhuizen verdedigt, geen lovend stukje in uw TV krant verdient [zie onder P/S, uw pagina 83], dat trouwens sowieso overbodig was, omdat aan de bewuste film waarin Gadot heeft gespeeld, op bladzijde 82 al aandacht was besteed en naar mijn mening meer dan voldoende. En met name hoort IDF lover Gadot [13] in geen geval op uw voorpagina [de cover] te staan! U wist het niet?Dan weet u het nu! Ik reken erop, geen foto’s meer aan te treffen van de bewuste dame of lovende stukjes in uw blad, want zo wordt u, of u het nu wil of niet, onderdeel van het probleem, dat aan de wortel ligt van het huidige Midden Oostenconflict. De onderdrukkende Israelische bezetting van de Palestijnse gebieden. [14] Houdt u hieraan, anders gaan onze degens elkaar weer kruisen!
Vriendelijke groetenAstrid EssedAmsterdam TEKSTEN TV FILM:
STUKJE OP BLADZIJDE 83, TV FILM GIDS
GAL GADOT SLUIT MEI SPETTEREND AF ALS WONDER WOMAN Deze Meimaand Filmmaand heeft Veronica het lekkerste voor het laatst bewaard. Onze coverbabe Gal Gadot schittert weer als Wonder Woman. In 2017 verwierf Gal Gadot wereldfaam als de stoere superheldin. Voor de Israelische schone bleek haar kostje gekocht.Half augustus komt het vervolg uit, althans we hopen, dat we dan naar de bioscoop kunnen om Wonder Woman 1984 op het witte doek te zien en Gal weer in haar roodblauwe pakje door het beeld te zien rennen.En op 8 oktober verschijnt de actrice ook in Death on the Nile. Net als Murder on the Orient Express een verfilming van een spannend verhaal van Agatha Christie met opnieuw Kenneth Branagh als de besnorde speurder Hercule Poirot.Gal speelt de rol van de steenrijke Linnet Ridgeway, die tijdens een cruise over de Afrikaanse rivier de Nijl het loodje legt.WONDER WOMAN 20.00 Veronica
EINDE STUKJE OVER GAL GADOT
TEKST TV FILM MET INHOUDSBESCHRIJVING ”WONDER WOMAN”
TV FILM, bladzijde 82 GAVE ZONDAGFILMS
WONDER WOMAN 20.00 Veronica VS, 2017, R: Patty Jenkins. A: Gal Gadot, Chris Pine, Connie Nielsen e.a. Als piloot Steve Trevor op het eiland Themsyrica neerstort, maakt hij op die manier een einde aan het isolement van de Amazonen.Amazone Diana [Gadot] gaat met hem mee om een eind te maken aan de Eerste Wereldoorlog.Actie [vier van de vijf sterren, door TV Film toegekend]
” She then served two years in the Israel Defense Forces as a fitness/combat readiness instructor, after which she began studying law and international relations at IDC Herzliya college while building up her modeling and acting careers.” WIKIPEDIAGAL GADOT
https://en.wikipedia.org/wiki/Gal_Gadot
[4]
”Tot deze categorie behoorde dus ook de tienduizendste gedode Palestijn, de 15-jarige Muhammad. De jongen werd op 11 maart door een militair in het hoofd geschoten tijdens een aanval van Israëlische kolonisten uit de illegale ‘nederzetting’ Itamar, gesteund door Israëlische militairen. ”
sraeli actress Gal Gadot – who was recently unveiled as the caped superhero in Zack Snyder’s new DC movie Batman v. Superman: Dawn of Justice – caused a stir by posting a message of support for the Israel Defence Forces via her official Facebook page, just days before a poster of her in character first debuted.
As the conflict between Israel and Gaza worsened, she uploaded a photograph of herself praying with her daughter Alma.“I am sending my love and prayers to my fellow Israeli citizens,” she wrote. “Especially to all the boys and girls who are risking their lives protecting my country against the horrific acts conducted by Hamas, who are hiding like cowards behind women and children…We shall overcome!!! Shabbat Shalom! #weareright #freegazafromhamas #stopterror #coexistance #loveidf” The post quickly garnered over 200,000 ‘likes’, and thousands of shares with fellow pro-IDF supporters. It also received more than 15,000 comments, both aggressively opposed to her position and stridently for it “Zionist israeli army is the biggest terrorist organisation!,” one follower responded. “Palestinians are facing ethnic cleansing ever since the zionist israelis started snatching land! What would you do if your land home and everything you had is being taken away constantly?[sic]”
DE ILLEGALITEIT VAN DE IN BEZET PALESTIJNS GEBIED GEBOUWDE NEDERZETTINGEN
DE ILLEGALITEIT VAN DE NEDERZETTINGEN ”The Fourth Geneva Convention prohibits an occupying power from transferring citizens from its own territory to the occupied territory (Article 49).The Hague Regulations prohibit an occupying power from undertaking permanent changes in the occupied area unless these are due to military needs in the narrow sense of the term, or unless they are undertaken for the benefit of the local population.” BTSELEM.ORGSETTLEMENTS
APARTHEIDONGELIJK RECHTSSYSTEEM Israeli’s komen voor de gewone rechter, in bezet Palestijns gebied wonende Palestijnen voor een Militaire Rechtbank, ondanks het feit, dat het burgers zijn!
”A new report published by the Association for Civil Rights in Israel (ACRI) outlines the nature of the legal regime currently operating in the West Bank. Two systems of law are applied in a single territory: one – a civilian legal system for Israeli citizens, and a second – a military court system for Palestinian residents. The result: institutionalized discrimination.” ACRI [ASSOCIATION FOR CIVIL RIGHTS IN ISRAEL]ONE RULE, TWO LEGAL SYSTEMS: ISRAEL’S REGIME OF LAWSIN THE WEST BANK24 NOVEMBER 2014 http://www.acri.org.il/en/2014 /11/24/twosysreport/ REPORT14 OCTOBER 2014ACRI [ASSOCIATION FOR CIVIL RIGHTS IN ISRAEL]ONE RULE, TWO LEGAL SYSTEMS: ISRAEL’S REGIME OF LAWSIN THE WEST BANK http://www.acri.org.il/en/wp-c ontent/uploads/2015/02/Two-Sys tems-of-Law-English-FINAL.pdf ”The laws implemented in the West Bank are inequitable and discriminate against Palestinians. Although the settlers live in the same geographical area in which martial law is imposed, Israel has decided that they are not subject to military law, but rather to Israeli law. The application of two distinct legal systems in a single territory constitutes gross discrimination”
INTERNATIONAL RED CROSSTHE JUDICIAL ARM OF THE OCCUPATION: THE ISRAELI MILITARY COURTS IN THE OCCUPIED TERRITORIES
”1391, or 63%, of the 2,202 Palestinians killed by Israeli security forces in Operation “Protective Edge” did not take part in the hostilities. Of these, 526 – a quarter of all Palestinians killed in the operation – were children under eighteen years of age”
”Het volgt op scherpe wereldwijde kritiek op de Israëlische beschieting van een VN-school in Gaza. De Verenigde Staten reageerden buitengewoon scherp op de tweede raketaanval in een week op een VN-school in de Gaza-strook. Een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zegt ‘geschokt’ te zijn door de ‘schandelijke beschieting van de VN-school’………. ”Eerder op de dag had de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, al zijn afschuw uitgesproken over de beschieting van de VN-school in Rafah waar zo’n 3.000 Palestijnse vluchtelingen verbleven. Zeker tien mensen werden gedood toen een raket insloeg bij de ingang van de school, aldus medische bronnen in Gaza.”
”We explicitly and loudly condemned the direct shelling of the Al Aqsa hospital on July 21st that killed at least four people. We clearly denounce the indiscriminate rocketing of Israel. We stated categorically that even in the midst of warfare, people must be able to receive medical care in safety.
Reacties uitgeschakeld voor Israelische filmactrice Gal Gadot, aanhangster van oorlogsmisdadigers, hoort niet op de cover van TV Film of andere bladen/Brief!
”Macron sloeg na de moord betrekkelijk oorlogszuchtige taal uit, en dit keer begrijpelijk, hij kon het initiatief niet overlaten aan extreemrechts, en de beroemde laïcité, de speciale Franse variant van secularisme, stond onder druk…” EENZAME AANSLAGPLEGERCOLUMN ARNON GRUNBERG IN AMNESTY’S MAANDBLAD WORDT VERVOLGD [NOVEMBER/DECEMBER] https://www.amnesty.nl/wordt-vervolgd/samuel-paty-arnon-grunberg-eenzame-aanslagpleger
VERBOD OP COLLECTIEVE STRAF ARTIKEL 33, 4E CONVENTIE VAN GENEVE ”INDIVIDUAL RESPONSIBILITY, COLLECTIVE PENALTIES, PILLAGE, REPRISALSARTICLE 33 [ Link ]
No protected person may be punished for an offence he or she has not personally committed. Collective penalties and likewise all measures of intimidation or of terrorism are prohibited. Pillage is prohibited. Reprisals against protected persons and their property are prohibited.
Arnon Grunberg is iemand over wie ik gemengde gevoelens heb.En dat gaat dan niet over zijn schrijverschap:Hoewel ik persoonlijk niet veel van hem gelezen heb, behoort hijtot een van Neerlands grote schrijvers, wat ik graag wil aannemen. [1]Neen, mijn [soms felle] kritiek EN bewondering [want beide elementen zijn inmijn mening over hem vervlochten] gelden zijn opvattingen oppolitiek-maatschappelijk gebied, maar ook in meer persoonlijke zin. BEWONDERING Zo heb ik destijds met grote instemming kennisgenomen van Grunberg’sVolkskrant ”Voetnoot” ”Een slordig excuus van haat”, waarin hij, terecht,van leer trok tegen de Marokkaanse [grote, dat zeker!] schrijver en IslamofoobHafid Bouazza, die in een NRC artikel van 9 januari 2016 Arabische mannenaanduidde als ”zandnegers”EN vervolgens een verdiend Koekje van Eigen Deeg kreeg van deextreem-rechtse haat en scheldwebsite Geen Stijl, dat zich als volgt uitdrukteover Hafid Bouazza”Hafid Bouazza is onze favoriete zandneger……” [2]Want ja, Hafid Bouazza is Marokkaan en ”zandneger” is een racistisch scheldwoord voor Marokkanen……..Welnu, in een vlammend en juist betoog dus ”Een slordig excuus voor haat”,gaf Grunberg Bouazza en zijn racisme flink van langs. [3]Het deed mij goed, dat te lezen. Wat mij ook goed deed te lezen, was Grunberg’s 4 MEI VOORDRACHT 2020 ‘[4],waarin hij onverbloemd en fel van leer trok tegen het hedendaags racismeIk citeer Grunberg:”Als we ontkennen dat de ziektes van de vorige eeuw, die van het geïndustrialiseerde totalitarisme, van het tot genocide verworden antisemitisme, van het biologisch racisme, diep in onze cultuur zitten, dan weten we niet wie we zijn. En juist dan zijn wij vatbaar voor verleiders die ons komen vertellen wie wij zijn en wie wij moeten vrezen.” EN ” Ik had toen niet gedacht dat ik een paar decennia later als columnist voor een Nederlandse krant een reeks onbeschaamd antisemitische e-mails zou ontvangen. Ik dacht toen dat het taboe te groot was. Dat was naïef. En het is ook logisch dat als er gesproken wordt over bepaalde bevolkingsgroepen op een manier die doet denken aan de meest duistere tijd uit de twintigste eeuw, als dat gewoon is geworden, er vroeg of laat op die manier ook weer over Joden gesproken kan worden. Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij.” [5]
FELLE KRITIEK
Tot zover dus bewondering:Maar er is ook felle kritiek Namelijk de manier, waarop Arnon Grunberg, tijdens een felle,uit de hand gelopen discussie, een ad hominem aanval opendeop oud-ambassadeur en pleitbezorger voor de naleving van hetInternationaal Recht in het Midden-Oostenconflict, drs J Wijenberg. [6]Onder andere werd Wijenberg, geheel ten onrechte, door Grunberg beschuldigd van ”anti semitisme” [7], omdat hij kritiek ventileerde op bezettingsstaat Israel. [8]Ook trok hij de geestelijke vermogens van Wijenberg in twijfel. [9]Zie voor de gehele, onverkwikkelijke discussie en gang van zaken, noot 10.By the way onthulde Grunberg ook nog in deze ”mailwisseling”, dat hijnul comma nul respect had voor het Internationaal Recht [11], waarbij hijzich de facto verdediger van bezettingsstaat Israel toonde.Dat vind ik al heel kwalijk, maar vooral dus zijn onverkwikkelijke ad hominemaanval op Wijenberg.Ik heb hierover zowel Amnesty International Nederland, waarvoor hij columns schrijft, als de Volkskrant en NRC, waarvoor hij eveneens columns schrijft, op aangeschreven [12]Zie onder noot 13 de reactie van het Bestuur van Amnesty International enmijn antwoord.
EEN EENZAME AANSLAGPLEGER Tot dusver dus bewondering en kritiek op Grunberg.Nu, nadat ik zijn Wordt Vervolgd column ”Een eenzame aanslagpleger”gelezen heb, opnieuw kritiek op Grunberg, die zijn stuk een gevaarlijkewending geeft, door president Macron’s oorlogszuchtige taal-gevolgd door zijn maatregelen,want je kunt het een niet los zien van het andere ”begrijpelijk” te noemen.Daarmee maakt hij niet waar, wat hij in zijn 4 mei Voordracht van 2020 zei:Die Voordracht, die ik zo bewonderde:” Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij.” [14]Door dat beleid van Macron te verdedigen, koos hij de ”verkeerde kant” en zei hij niet, wat hij had moeten zeggen, in de geest van zijn 4 mei Voordracht van 2020:”Als ze het over moslims hebben, dan hebben ze het over mij” De oplettende lezer raadt het al: Het gaat hier om de twee aanslagen, waardoor Frankrijk in october anno Domini2020 werd opgeschrikt:De bizarre onthoofding van de Franse leraar Samuel Paty door een [door de politie doodgeschoten] 18 jarige Tsjetsjeen, vanwege hetin de les tonen van de opnieuw door Charlie Hebdo gepubliceerde Mohammed cartoons, gevolgd door het neersteken van drie kerkgangers in Nice door een 21 jarige Tunesische verdachte, die werd neergeschoten door de politie en is gearresteerd. [15]Daarover zometeen meer.Want behalve de min of meer verdediging van Macron’s oorlogzuchtige taal, waren er meer aspecten aan Grunberg’s column, die mij stoorden: DOODGESCHOTEN DOOR POLITIEZo stoort mij het gemak, waarmee Grunberg schreef over het feit, dat deaanslagpleger op de Franse leraar Paty, de Tsjetjseen Abdoullakh Anzorov [16], door de politie was doodgeschoten.Grunberg schrijft daarover:”Aangezien de moordenaar, Abdoullakh Anzorov – geboren in Moskou, van Tsjetsjeense afkomst, vanaf zijn 6e woonachtig in Frankrijk – vrijwel meteen na de moord door de politie gedood is, zullen bepaalde zaken nooit helemaal opgehelderd worden.” [17]Wat ik daaraan verontrustend vind is dat Grunberg [die weliswaar gelijk heeft, dat zo bepaalde zaken niet meerkunnen worden opgehelderd], helemaal niet stillijkt te staan bij de vraag van de rechtmatigheid van het doodschieten van Abdoullakh Anzorov.Was er echt geen andere mogelijkheid of dat hij WEL gearresteerd kunnen worden en was de politie trigger happy? [18]Te gemakkelijk wordt hier tegenover over heen gestapt, maar van een columnist van Amnesty International’s maandblad Wordt Vervolgd mag toch verwacht worden, dat hij zich hierbij op zijn minst vragen stelt.Immers:Recht op leven is recht op leven [19] en dat geldt iedereen:Brave burger of echte/vermeende terrorist. [20] POLITIEKE OORZAAK EN GEVOLG UITGESLOTEN Ook tegen de volgende schrijfopmerking van Arnon Grunberg heb ik bezwaren.Hij schrijft”Juist bij de eenzame pleger van aanslagen is het moeilijk te zeggen waar het terrorisme begint en de psychiatrische aandoening eindigt. Dat geldt natuurlijk voor veel criminelen – mensen met psychische aandoeningen en mentale handicaps zijn oververtegenwoordigd in gevangenissen. Daarmee wordt niets goedgepraat, maar een maatschappij die verstandig wenst om te gaan met wat haar dreigt te ontwrichten, moet zich verdiepen in de ontwrichters.” [21] Om met de laatste zin te beginnen:Daarin heeft Grunberg gelijk.Verdieping in de achtergronden en evt psychische gesteldheid van aanslagplegers, trouwens criminelenin het algemeen, is van groot belang om enkele oorzaken weg te nemen.Mijn bezwaar is echter, dat Grunberg, die voor zover ikweet geen medisch-psychiatrische kennis heeft [22],zonder zelf veel af te weten van de achtergronden van de Tsjetjeene aanslagpleger Abdoullakh Anzorov en de Tunesische aanslagpleger in Nice, of aanslagplegers in het algemeen, hen neerzet inde psychiatrische hoek.Een nogal onzinnige zin:”Juist bij de eenzame pleger van aanslagen is het moeilijk te zeggen waar het terrorisme begint en de psychiatrische aandoening eindigt.” [23]Hoe weet Grunberg OF en WANNEER er sprake isvan een psychiatrische aandoening?Ook psychiaters kunnen dit pas zeggen na gedegen onderzoek en volgens mij heeft dat hier nog nietplaatsgevonden.In het byzonder stoort dit stukje mij, omdat Grunberg nogal gemakkelijk mensen schijnt te psychiatriseren.Ik verwijs naar de nare, ad hominem aanval opde reeds genoemde oud-ambassadeur drs J Wijenberg. [24]
WAAROM FRANKRIJK? Een manco van Grunberg is, dat hij niet stilstaatbij de vraag ”Waarom in Frankrijk?”, ”Waarom inFrankrijk zoveel aanslagen?”Ik verwacht in zijn column geen uitgebreide analyse, maar iets ter beantwoording van die vraag mag weldoorsijpelen, in plaats van zijn onzinniggepsychiatriseer [25]Aangezien Grunberg het niet doet, wil ik het wel voor HEM doenHAHAHAHA[Grunberg, ik stuur je mijn rekeningnummer wel op] Terrorisme oorzaken in Frankrijk/Enkele Natuurlijk is het geen toeval, dat Frankrijk vaak Kop van Jut is, als het om aanslagen gaat. [26]En die hebben, deels, te maken met Frankrijk’s minderfraaie rol in de wereld, eerst als kolonisator, later [nu] alseen belangrijke rol bij imperialistische interventiemachten.Eerst het kolonialisme:Een belangrijke rol speelt Frankrijk’s koloniale verleden inNoord Afrika [en andere delen in Afrika], waar Frankrijk zich aan stevige oorlogsmisdaden en misdaden tegen demenselijkheid heeft schuldig gemaakt , wat nog lang niet is vergeten. [27]En eerlijk is eerlijk:Voor dat koloniale verleden heeft president Macron excuses aangeboden. [28]Maar wat hem ook betreft:Het gaat niet om zijn woorden [29], maar om zijn beleid en hier tegen de afstammeling van hen, die vroeger hebben gezucht onder het Franse koloniale Juk!En wat die als ”goedmaking” krijgen, is eenhedendaagse heksenjacht! Daarover zo meer.Maar dat is het verleden, hoe pijnlijk ookPunt is, dat Frankrijk ook in het heden in zekerezin dat kolonialisme, nu neo-kolonialisme [30]vrolijk voortzet!Dat is waarschijnlijk nog een grotere grief.Onder het mom van ”Francafrique” [31] gedraagt Frankrijk zich nog steeds, alsof haar voormalige kolonieen in Afrika haar achtertuin zijn. [32]Een Held wil ik in dit verband noemen:Francois Xavier Verschave, econoom, activist en uitdragervan de term ”Francafrique” onvermoeibaar in het aanklagen en ontmaskeren van het Franse neokolonialisme in Afrika. [33] Vanaf deze website plek: HULDE!De Franse neo koloniale obsessie met haar voormalige kolonieen, waarbij zij er niet vies van was, Afrikaanse dictators te steunen en in het zadel te houden, heeft natuurlijk een geopolitieke eneconomische [uitbuitings] achtergrond. [34]En militair optreden is Frankrijk niet vreemd:Ik noem Operatie Serval, opgevolgd door OperatieBarkhane.Lees daarover alles over onder noot 35.En zie voor een overzicht van de Franse imperiale megalomaneDromen en Politieke Schurkenstreken, noot 36Tsja, zo maak je geen Vrienden in de Derde Wereld!Daarbij vervult Frankrijk ook een belangrijke rol bij andere Westerse militaire interventies, zoals de strijd tegen IS [37] en allerlei wordt steeds duidelijker.Voeg daarbij de lasterlijke Mohammed cartoons, diedoor de racistische en Islamofobe Charlie Hebdo redactie waren uitgebracht, met als gevolg die dodelijke aanslag[en] en het Balletje is Rond. Grunberg behoefde daar niet zo uitgebreid op in te gaan als ondergetekende, maar had het WEL moeten noemen, in plaats van een quasi psychologisch Verhaal over de”Eenzame Aanslagpleger” [wie zegt, dat hij ”eenzaam” was?] op te hangen. [38]Want alleen door serieuze, politieke achtergronden tenoemen, krijg je een completer Plaatje. DE OORLOGSTAAL EN MAATREGELEN VAN MACRON Ik citeer Grunberg:”Macron sloeg na de moord betrekkelijk oorlogszuchtige taal uit, en dit keer begrijpelijk, hij kon het initiatief niet overlaten aan extreemrechts, en de beroemde laïcité, de speciale Franse variant van secularisme, stond onder druk. ” [39]Waarom ”begrijpelijk” en tegen wie slaat Macron eigenlijk”oorlogszuchtige taal” uit?NIET tegen de aanslagpleger, want een was reeds doodgeschoten door de politie, terecht of ten onrechte [40] en de andere was neergeschoten en lag zwaargewond in het ziekenhuis [41]Dan doe je niet meer zoveel.Richtte Macron zich tegen terroristische aanslagen inhet algemeen, die, ook al hebben zij achtergronden [onder andere die ik hierboven noemde] altijd uit den Boze zijn als ze tegen burgers en/of burgerdoelen zijn gericht?NEEN!Hij gaf de moslimbevolking in Frankrijk een trap na, ondanks de in mijn ogen overbodige veroordelingen doormoslimorganisaties [42], stapelde belediging op belediging en mondde uit in maatregelen, die veel weg hebben van collectieve straffen!Daarover heb ik nog een Nederlandstalig [naar Nederlandse en Belgische kranten] en Engelstalig Ingezonden Stuk [naar Amerikaanse, Britse, Franse enTurkse kranten] gestuurd.Zie onder noot 43Kennelijk dacht de buitenlandse Pers er net zo over als ik, want Macron nam contact op met diverse internationale redacties om uit te leggen, dat zijn beleidNIET Islamofoob is. [44]LOL! MACRON BEDANKT! DE BELEDIGINGEN Het enige goede, dat Macron, in het prille begin, heeftgedaan, is een Oproep tot Eenheid. J’apelle a l’unite de tous [ik doe een beroep opEenheid tussen iedereen], dat twitterde hij. [45]Een verstandige Oproep, als hij daarin ook zelfhet voorbeeld gaf.Maar dat deed hij niet, want al spoedig werd de ene provocatieve belediging op de andere gestapeld:Want vrijwel direct na het bericht over de onthoofdingvan leraar Samuel Paty ging de Franse Overheid los:De eerste bizarre actie was het tonen van de gewraakteMohammed cartoons van het omstreden tijdschriftCharlie Hebdo, in 2015 getroffen door een aanslag [46] en de reden voor dir bizarre onthoofding [leraar had zein de klas getoond in een les over vrijheid van meningsuiting en deed de aanslagpleger in woede ontsteken] [47].Deze cartoons [48] werden getoond van Overheidsgebouwen. [49]Nog los van wat je ervan vindt [ik vind het een nodeloze provocatie], dus in strijd met artikel 1 van de Franse Grondwet, waarin is vastgelegd het Gelijkheidsbeginsel,respect voor iedereen, ongeacht afkomst of religie, en ook respect voor de religie. [50] Maar dat was nog niet alles!Macron’s opvatting van ”Eenheid onder allen” [51] was ook om loud en clear te verkondigen, dat ”Frankrijk decartoons nooit zou opgeven”! [52]Hoezo dat?Wordt de Franse Overheid niet geacht neutraal te zijn?Behoren in Frankrijk wonende moslims dan niet totFrankrijk? NA DE BELEDIGINGEN/DE AANVAL Maar de Macronen waren nog niet klaar!To add insult to injury [53] kwam de frontale, politieke aanval:Hierbij kondigde Frankrijk’s minister van BinnenlandseZaken Damartin aan, een aantal Islamitische organisatieste willen verbieden, die ”vijanden van de Republiek” zouden zijn. [54]Riekt die term niet verdacht veel naar het begrip ”VijfdeColonne?” [55]Het enge van deze verbied politiek is vooral, dat er geenenkel bewijs is van enige connectie is tussen deze organisaties en de aanslagplegers, wat dus niet alleen neerkomt op willekeur en collectieve straf [56], maarook de overgrote meerderheid van goedwillende moslimsvervreemdt van de Franse Staat.Een van de organisaties waarnaar Damartin zijn tentakelsuitsteekt is het CCIF, een Collectief tegen Islamofobie,dat in Frankrijk actief is. [57]Naar verluidt zou deze organisatie zou ”banden hebbenmet Salafisten” [58]So what?Salafisme is een orthodoxe stroming binnen de Islam [59]zoals in iedere religie orthodoxe stromingen zijn en demeeste Salafisten zijn volkomen vreedzaam.Ook Amnesty International heeft zich fel uitgesproken tegen deze actie tegen CCIF’Zij verklaart daarover het volgende:”Gérald Darmanin, the Minister of Interior, has also announced his intention to dissolve the Collective Against Islamophobia in France (CCIF), an organization that combats discrimination against Muslims. He has described the CCIF as ‘an enemy of the Republic’ and a ‘back room of terrorism’. The Minister has not produced any evidence that could substantiate his claims.
In a video published on social media, one of the parents who opposed Paty’s choice to show the cartoons suggested reporting similar ‘discriminatory acts’ to the CCIF, and got in touch with the organizations. The French authorities have failed to join the dots between this kind of community work and the notion that the CCIF has had any role in promoting violence or ‘separatism’. ” [60]Interessant detail trouwens en tamelijk verontrustend:Minister Damartin heeft zich op een rare manier Islamofoob getoond, eerder Islamofoob betoond, doordaags na de bizarre onthoofding van Samuel Paty te gaan zaniken [een ander woord heb ik er niet voor] over…nee ECHT…..de aanwezigheid van halal producten inFranse winkels! [61]Te bespottelijk voor woorden, maar het geeft wel aan,hoe gevaarlijk het is, als dergelijke lieden het beleidbepalen!Met een dergelijke collectieve aanval op zeker 51 islamitische organisaties zetten Macron en zijn teamin feite de moslimgemeenschap neer als een Vijfde Colonne [62] en dringen hen steeds meer in een positie van tweederangsburgers.Wie hierover meer wil lezen, zie noot 63 DE AANVAL/VLUCHTELINGEN MET EEN ISLAMITISCHE ACHTERGROND Zoals u weet ben ik fel in het verdedigen van vluchtelingenrechten [64]And believe it or not:De aanval van Macron en zijn team strekt zich ook tot hen uit! En misschien vind ik dat nog het laagste, het misselijkstevan de Macron aanval:Dat deze is gericht tegen mensen zonder papierenMensen, die al gevlucht zijn uit vaak hopeloze situaties,part noch deel hebben aan deze aanslagen en nu, alseen hysterische reactie op deze aanslagen, worden uitgezet!Het Parool schrijft hierover:”Verder worden moslimextremisten met een buitenlands paspoort het land uitgezet. “Het gaat met name om 230 radicale moslims zonder geldige verblijfspapieren die nu in de cel zitten en binnenkort vrijkomen,” aldus een ingewijde. “Ze komen vooral uit Noord-Afrika en Rusland.” [65]Mensen dus, die in vreemdelingenbewaring zaten en nogmaals, niets met deze aanslagen te maken hebben.Teruggestuurd naar mensenrechtenschendingen, onrecht, folteringen.Gelukkig heeft Amnesty International zich hier ook’fel tegen uitgesproken.Ik citeer:”A couple of days after the murder, Darmanin voiced his intention to expel 231 foreigners who were suspected of ‘radicalization’ and threatening national security. The authorities then proceeded to carry out 16 expulsions to countries such as Algeria, Morocco, Russia and Tunisia where Amnesty International has documented the use of torture, particularly for persons labelled as threats to national security.” [66]GOED ZO, AMNESTY!
EPILOOG
”Macron sloeg na de moord betrekkelijk oorlogszuchtige taal uit, en dit keer begrijpelijk, hij kon het initiatief niet overlaten aan extreemrechts, en de beroemde laïcité, de speciale Franse variant van secularisme, stond onder druk” [67]DAT is wat Grunberg maakte van de Islamofobe aanvalvan Macron en zijn team, niet alleen in het tekenvan de collectieve straf [68], ook schendingen vande meest elementaire rechtenAmnesty International schreef hierover:”. Last week, for example, French police interviewed four 10-year-old children for hours on suspicion of ‘apology of terrorism’ they apparently questioned Paty’s choice to show the cartoons.” [69] EN ” A couple of days after the murder, Darmanin voiced his intention to expel 231 foreigners who were suspected of ‘radicalization’ and threatening national security. The authorities then proceeded to carry out 16 expulsions to countries such as Algeria, Morocco, Russia and Tunisia where Amnesty International has documented the use of torture, particularly for persons labelled as threats to national security.” [70] BLOOTSTELLING AAN FOLTERING DUS, VAN VLUCHTELINGEN Herinnert Grunberg zich dat gedoemde schip St Louis uit 1939 dan nietmeer, waarop zijn eigen moeder gezeten had? [71]Dat Schip met wanhopige Joodse vluchtelingen, geweigerd inCuba, in de VS, in Canada, waardoor de Joden gedoemd waren,terug te keren naar foltering? [72]Hij heeft zijn moeder’s aanwezigheid zelf genoemd in zijn 4 mei voordracht, anno Domini 2020! [73] Juist van hem had ik daarom meer empathie mogen verwachten. Maar neen, met zijn idiote gepyschiatriseer in zijn column [74], heefthet over alles, behalve mensenrechtenMensenrechten, die door Macron en zijn team op grove wijze zijngeschonden.Vindt Grunberg dat ”deze keer begrijpelijk” [75], want dat is wat hijin zijn column schrijft
De in zijn 4 mei Voordracht uitgesproken dappere woorden ”als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij” [76] heeft hij in deze column niet waargemaakt Hij had moeten zeggen”als ze het over moslims hebben, dan hebben ze het over mij” Maar in plaats daarvan zei hij ”Als ze het over Macron hebben, dan hebben ze het over mij” SHAME ON YOU, ARNON GRUNBERGSHAME ON YOU
[42] ‘De Franse Raad voor het Islamitisch Geloof heeft de aanslag in Nice krachtig veroordeeld. “Als teken van rouw en solidariteit met de slachtoffers en hun nabestaanden, roep ik alle moslims in Frankrijk op alle vieringen van het feest Mawlid an-Nabi (de geboortedag van de profeet Mohammed) af te gelasten,” verklaarde een woordvoerder. Dat feest wordt vandaag gevierd.” JOOP.NLTERREUR IN NICE: DRIE DODEN BIJ MESAANVAL IN KERK29 OCTOBER 2020 https://joop.bnnvara.nl/nieuws/terreur-in-nice-dode-en-gewonden-bij-mesaanval-bij-kerk
Bij een mesaanval in de Notre-Dame in Nice zijn ten minste drie mensen om het leven gekomen. Volgens Nice Matin is een 70-jarige vrouw in de kerk onthoofd. De politie heeft een verdachte opgepakt. Agenten schoten hem neer. Terwijl de verdachte werd behandeld, riep hij ‘Allahu akbar’.
De burgemeester van Nice Christian Estrosi spreekt van een terreurdaad en van ‘islamofascisme’. De Franse minister van Binnenlandse Zaken Darmanin roept mensen op om de binnenstad van Nice te mijden. De buurt rond de kerk is volledig afgezet.
Nog geen twee weken geleden vermoordde een islamitisch geïnspireerde terrorist van Tsjetsjeense afkomst de leraar Samuel Paty, omdat hij tijdens de les Mohammed-cartoons had laten zien. Vorige maand stak een migrant uit Pakistan in op voorbijgangers nabij de plek waar voorheen de redactie van het satirisch tijdschrift Charlie Hebdo was gevestigd.
In 2016 kwamen bij een terroristische aanslag in Nice 86 mensen om het leven. Een Tunesiër reed met een truck in op een menigte die Quatorze Juillet vierden.
President Macron heeft de Fransen opgeroepen een eenheid te vormen.
De Franse president is naar Nice afgereisd en heeft voor de basiliek waar de terreurdaad plaatsvond nog een duidelijk gemaakt dat Frankrijk niet zal wijken voor terroristisch geweld. Hij kondigde aan dat het aantal soldaten dat op straat patrouilleert verdubbeld zal worden naar 7000 en sprak zijn steun uit aan de katholieke gemeenschap.
Macron bracht in herinnering dat in 2016 de priester Jacques Hamel in Normandië werd vermoord door twee terroristen. “Frankrijk wordt aangevallen,” verklaarde de president. “Drie van onze landgenoten zijn vandaag omgekomen in Nice en tegelijkertijd is een Frans consulaat in Saoedi-Arabië aangevallen. Ik wil allereerst mijn steun uitspreken aan de katholieken in Frankrijk en daarbuiten.” De president herinnerde er aan dat het net voor Allerheiligen is, een katholiek feest dat zondag plaatsvindt. “Mensen kunnen geloven of niet-geloven, alle religies kunnen worden gepraktizeerd maar vandaag staat de natie naast onze katholieke landgenoten.”
Ook zei hij dat Nice nu voor de derde keer het doelwit was van islamistische terroristen. “We worden aangevallen vanwege onze waarden, onze vrijheid, de vrijheid om te geloven wat je wilt en niet te zwichten voor terreur. We zullen geen millimeter toegeven.”
Na de moord op Paty heeft Macron aangekondigd islamistisch extremisme te zullen aanpakken door moskeeën waar extremisme wordt gepredikt te sluiten en zo ook organisaties die geweld en radicalisering aanmoedigen. Een andere maatregel is dat Frankrijk af wil imams die vanuit het buitenland worden ingevlogen en geen banden hebben met de samenleving. Dat plan wekt de woede van regeringen, zoals die van Turkije, die gewend zijn via dergelijke imams invloed te blijven uitoefenen over de diaspora.
In een aantal islamitische landen werd, zoals gebruikelijk bij een conflict over de religie, opgeroepen tot een boycot van Franse producten.
De politie sprak van horrortaferelen in de kerk. Volgens media is de dader een 21-jarige Tunesiër die begin oktober via het Italiaanse eiland Lampedusa naar Frankrijk is gereisd. Hij heeft geen asielverzoek ingediend. Twee mensen, een vrouw van 70 en de 55-jarige koster zijn door hem in het kerkgebouw vermoord, een derde vrouw van in de 40 in een bar tegenover de kerk waar ze dekking zocht.
Frankrijk verkeert in de hoogste staat van paraatheid om nieuwe aanslagen te voorkomen. In Lyon is een man opgepakt in “traditioneel Afghaanse kleding” die een mes bij zich droeg.
Eerder werd gemeld dat in Avignon een man mensen zou hebben aangevallen onder de uitroep Alluh Akbar. Dat blijkt te gaan om een man die met een vuurwapen omstanders bedreigde. Het gaat volgens de politie om een lid van de extreemrechtse Identitaire beweging. Agenten hebben de man doodgeschoten.
De Franse Raad voor het Islamitisch Geloof heeft de aanslag in Nice krachtig veroordeeld. “Als teken van rouw en solidariteit met de slachtoffers en hun nabestaanden, roep ik alle moslims in Frankrijk op alle vieringen van het feest Mawlid an-Nabi (de geboortedag van de profeet Mohammed) af te gelasten,” verklaarde een woordvoerder. Dat feest wordt vandaag gevierd.
Verscheidene Franse imams zijn maandag samengekomen in Conflans-Sainte-Honorine om de laatste eer te bewijzen aan Samuel Paty. De docent aardrijkskunde en geschiedenis werd vrijdag onthoofd door een islamitisch geïnspireerde zeloot. De imams riepen Franse moslims op om te bidden voor Paty, die tijdens een les Mohammed-cartoons had laten zien.
“Wij zijn allemaal Samuel Paty. Hij is een martelaar voor de vrijheid”, verklaarde de imam van Drancy, Hassen Chalghoumi, in een emotionele toespraak. Hij riep de Franse moslims op om hun godsdienst niet te laten kapen door islamisten. “Word wakker! Het is jullie toekomst die op het spel staat.”
De minister van Binnenlandse Zaken Gérald Darmanin heeft ondertussen de sluiting geëist van de uiterst conservatieve Pantin-moskee. Deze moskee had een video op Facebook gezet waarin werd geageerd tegen Samuel Paty.
“Ik heb de prefect gevraagd om de moskee te sluiten”, zei Darmanin op TF1. “De imam van die moskee heeft aangezet tot de intimidatie van Paty.” Sinds 2017 zijn in Frankrijk 356 radicale instellingen gesloten. EINDE BERICHT
HEKSENJACHT PRESIDENT MACRON EN ZIJN TEAM OP MOSLIMS
Ingezonden Stuk
Geachte Redactie, Het is bij de Macronen af!
Sinds de bizarre onthoofding van de Franse leraar Samuel Paty door een [door de politie doodgeschoten] 18 jarige Tsjetsjeen, vanwege het in de les tonen van de opnieuw door Charlie Hebdo gepubliceerde Mohammed cartoons, gevolgd door het neersteken van drie kerkgangers in Nice door een 21 jarige Tunesische verdachte, brak de Hel in Frankrijk los.
Want de [re]acties van de Franse Overheid waren in feite een oorlogsverklaring aan moslims,niet alleen in Frankrijk, maar ook internationaal.
Direct na het bericht over de onthoofding van leraar Samuel Paty ging de Franse Overheid los:
De eerste bizarre actie was het tonen van de gewraakte Charlie Hebdo Mohammed cartoons op een aantal Overheidsgebouwen.
Dit in strijd met artikel 1 van de Franse Grondwet, waarin is vastgelegd het gelijkheidsbeginsel, respect voor iedereen, ongeacht afkomst of religie, alsook respect voor iedere religie.
Hoewel het tonen van die cartoons werd verpakt als ”vrijheid van meningsuiting”wist de Franse Overheid dondersgoed, dat dit door moslims alsook een aantal islamitische landen zou worden opgevat als oorlogsverklaring.
En terecht, want wederom werd een voor moslims zo heilig symbool als de Profeet Mohammed op onwaardige wijze vertoond, deze keer door een ”neutrale” Overheid.
Verder gooide president Macron nog olie op het vuur door de uitspraak, dat Frankrijk de cartoons nooit zou opgeven.
Zijn de in Frankrijk wonende moslims, voor wie ze aanstootgevend zijn, dan niet Frankrijk?
Geen wonder, dat een aantal islamitische landen een boycot tegen Franse producten begon.
Nog discriminerender was de derde politieke actie, waarbij de minister van Binnenlandse zaken Damartin aankondigde een aantal islamitische organisatieste willen verbieden, die ”vijanden van de Republiek” zouden zijn, zonder dat daarvan enig bewijs geleverd was en er geen connectie is tussen deze organisaties en genoemde aanslagplegers, waardoor het gevaar levensgroot is, dat de Franse Overheid de meerderheid van moslims van goede wille tegen zich in het harnas jaagt.
Een voorbeeld van een van de doelwitten van Damartin is het onverdachte Frans-islamitische Collectief, dat strijdt tegen Islamofobie.
Ook door Damartin tot ”moslimextremisten” benoemde mensen zonder papieren worden uitgezet, zonder enig bewijs van betrokkenheid bij welke aanslag ook.Dat noem ik en ook het Internationaal Recht een ”collectieve straf”
Dit is geen Staatspolitiek meer, maar een nietsontziende heksenjacht, die niet past in een democratie, maar in een politiestaat.Juist in deze voor Frankrijk onrustige Tijden hoort de Overheid te verbinden, niet te polariseren
LETTER TO THE EDITOR: TITLE THE WITCH HUNT OF PRESIDENT MACRON AND HIS TEAM ONTHE FRENCH MUSLIM COMMUNITY
Letter to the Editor
Dear Editor,
This is the limit!
Since the bizarre beheading of the French middle schoolteacher Samuel Patyby an 18 years old Chechen muslim, Abdoullakh Abouyedovich Anzorov [whowas killed by the police], because of showing his students the Charlie Hebdo 2012 Muhammad cartoons, followed by the stabbing of three Church visitors in a Church in Nice by a 21 Tunesian suspect, two very tragic events, all Hell broke out in France.
Because the [re]actions of the French government were a de facto declaration of war to muslims, not only in France, but also international.Immediately after the news broke out about the beheading of the school teacher, the French government got bananas
.The first bizarre action was the showing of the offending Charlie Hebdo Muhammad cartoons, hanging from French government buildings, violating article 1 of the French Constitution, stating equality and respect for everyone regardless descent, race or religion, as respect for all religions.
Although the showing of the cartoons pretended to be in the name of”freedom ofopinion”, the French government knew full well, that many muslims, asIslamic countries, would consider it as a declaration of war.
Again, a for muslims holy symbol as the Prophet Muhammed was shownon a disrespectful way, this time by a ”neutral” government.
To add insult to injury, president Macron stated, that ”France will not giveup cartoons” in a homage to the beheaded school teacher.Do then the muslims in France not belong to France?
No wonder some islamic countries started a boycott against French products.
The third action of the French government was the more discriminatory:
Minister of Internal Affairs Damartin announced the prohibition of a numberof islamic organisations, being ”enemies of the Republic”, withoutany given proof or connection with any terrorist attack, thus alienating the majority of peaceful muslims in France.
An example of Damartin’s witch hunt is the CCIF, a collective that fights Islamophobia in France.
The intention is also the deportation of illegal refugees, who received thelabel ”muslimextremists” without any proof of involvement with any terroristattack.In my view as the view of International Law, this is a ”collective punishment”
This is no State policy anymore, but a ruthless witch hunt, which has nothing to do with democracy, but with a police State.
Especially in those times, dangerous for France, the French government should connect, not polarize.
De Franse president Macron heeft het aan de stok met de buitenlandse pers. Hij vindt dat niet-Franse journalisten een te negatief beeld geven van zijn beleid tegen moslimextremisten en terroristen.
Afgelopen donderdag nam de president hoogstpersoonlijk contact op met The New York Times. “Hij belde me op vanuit zijn paleis om zich te beklagen”, schrijft columnist Ben Smith van de prestigieuze Amerikaanse krant. “Hij heeft blijkbaar een rekening te vereffenen. Hij vindt dat we vooringenomen zijn.”
Macron zei tegen de journalist: “Bij de aanslagen van vijf jaar geleden stond iedereen achter ons. Nu zijn er buitenlandse kranten die schrijven dat Frankrijk racistisch en islamofoob is, en dat dát het probleem is.”
Macron beschuldigde buitenlandse media er in het gesprek van “geweld te legitimeren”. Wat hij daarmee precies bedoelde, zei Macron volgens Smith niet. “Zo’n beschuldiging uiten is het ergste wat je kan doen tegen de pers. Dat zouden we eerder verwachten van de Amerikaanse president.”
Ingezonden brief
Het is niet de eerste keer dat Emmanuel Macron persoonlijk in actie komt tegen negatieve berichtgeving over zijn beleid. Begin deze maand schreef hij een ingezonden brief in de Britse krant Financial Times.
Ook dat ging over zijn aanpak van extremisme en ook daarin haalde Macron uit naar buitenlandse journalisten. “We hebben geen behoefte aan artikelen in de pers die ons verdelen”, schreef Macron.
Hij reageerde daarmee op een kritisch artikel in de Financial Times. De correspondent in Brussel van de Britse zakenkrant, Mehreen Khan, schreef: “De oorlog van Macron tegen moslimseparatisme verdeelt Frankrijk alleen maar verder.” De Britse krant verwijderde dat artikel later van de website wegens “feitelijke onjuistheden”.
Macron schreef in zijn reactie: “Ik word ervan beschuldigd Franse moslims te stigmatiseren uit electorale overwegingen. Maar wij zijn niet tegen een religie, we zijn tegen fanatici en gewelddadig extremisme.”
Spotprenten
Het telefoontje en de ingezonden brief komen na een serie recente aanslagen in Frankrijk. Tussen eind september en eind oktober werd het land getroffen door drie terreurdaden. In Parijs werden twee mensen neergestoken, ten noorden van de hoofdstad werd een leraar onthoofd en in Nice werden drie kerkgangers vermoord.
In reactie daarop kondigde president Macron een strenger beleid aan. Radicale moslimorganisaties worden verboden, een extremistische moskee werd gesloten en radicale imams zullen worden uitgezet. Bovendien herhaalde de president dat spotprenten van Mohammed in Frankrijk gepubliceerd mogen blijven worden.
Daarop ontstond protest in verscheidene landen met veel moslims. De Turkse president Erdogan riep op tot een boycot van Franse producten. In Bangladesh en andere landen werd gedemonstreerd tegen de Franse maatregelen.
Onbegrip
Om de onrust te sussen gaf Macron eind oktober een interview aan de Arabische televisiezender Al Jazeera. Hij zei de gevoelens van moslims “te begrijpen en respecteren”.
In zijn gesprek met Smith van The New York Times zegt hij nu verbaasd te zijn over verhalen in de pers “uit landen die onze waarden delen”.
Volgens Macron is dat terug te voeren op bijvoorbeeld onbegrip over hoe de Franse samenleving is georganiseerd. “De president zei dat buitenlandse media niet begrijpen hoe de Franse scheiding van kerk en staat werkt”, schrijft Smith.
Multicultureel
Macron zei tegen Smith: “De Amerikaanse samenleving is er een van multiculturalisme. Religies en etniciteiten bestaan naast elkaar. Het Franse model is niet multicultureel. Het maakt me niet uit of iemand zwart, geel of wit is, katholiek of moslim. Iedereen is gewoon een Frans burger.”
Maar volgens de Amerikaanse journalist zijn dat “abstracte ideologische verschillen die ver verwijderd lijken van het dagelijks leven van etnische minderheden in Frankrijk, die klagen over machtsmisbruik door de politie, gettovorming en discriminatie op de arbeidsmarkt”.
Cartoons of the Prophet Mohammad were projected onto government buildings in France as part of a tribute to history teacher Samuel Paty, who was murdered by an Islamist terrorist last week.
The controversial depictions from the French satirical newspaperCharlie Hebdowere displayed onto town halls in Montpellier and Toulouse for several hours on Wednesday evening, following an official memorial attended by Paty’s family and President Emmanuel Macron in Paris.
Paty was beheaded while walking home on Friday evening, just days after he showed Charlie Hebdo’s caricatures of Mohammad to pupils in a class about freedom of expression.
In a tribute to the slain teacher, Macron described him as a “quiet hero” who “embodied” the values of the French Republic. The president posthumously awarded Paty the Légion d’Honneur, France’s highest civilian honour.He was killed precisely because he incarnated the Republic. He was killed because the Islamists want our future,” Macron said.
Samuel Paty on Friday became the face of the Republic, of our desire to break the will of the terrorists… and to live as a community of free citizens in our country.”
The attack on Paty is the second terror incident in the capital since a trial began last month against the alleged accomplices of the 2015 killings that took place at Charlie Hebdo’s Paris offices.
The trial sees 14 people accused of providing weapons and logistical support to the gunmen, who were killed by police after three days of attacks that left 17 people dead and dozens injured.
The perpetrator of last Friday’s attack was also shot dead by police, and more than a dozen individuals have since been arrested as part of the investigation.
The front page of latest issue of Charlie Hebdo did not feature an image of the Prophet Mohammad – as it did following the 2015 attack – instead displaying decapitated cartoons of various professions with the headline: “Who’s turn next?”
EINDE ARTIKEL
[50]
ARTIKEL 1, FRANSE GRONDWET: IN HET FRANS:
”
ARTICLE PREMIER.
La France est une République indivisible, laïque, démocratique et sociale. Elle assure l’égalité devant la loi de tous les citoyens sans distinction d’origine, de race ou de religion. Elle respecte toutes les croyances”
PARIJS – Frankrijk zal cartoons nooit opgeven. President Emmanuel Macron zei dat woensdag tijdens een hommage aan de vrijdag onthoofde leraar Samuel Paty (47). Die had in een les over vrijheid van meningsuiting spotprenten van de profeet Mohammed getoond en werd daar vrijdag voor vermoord in de Parijse voorstad Conflans-Sainte-Honorine. In de Sorbonne-universiteit in Parijs werd Paty postuum onderscheiden met de hoogste Franse civiele onderscheiding, de Légion d’Honneur. Er waren vierhonderd gasten, onder wie familie van de docent geschiedenis en aardrijkskunde. Zijn doodskist stond daar met Franse vlaggen terwijl leerlingen, een vriend en een collegaleraar hulde brachten aan Paty. Paty was volgens Macron het slachtoffer van „lafaarden”, terwijl hij de seculiere en democratische waarden van de Franse republiek vertegenwoordigde. „Hij werd gedood omdat islamisten onze toekomst willen”, aldus Macron, die verzekerde dat ze die nooit zullen krijgen.
Zondag kwamen duizenden mensen bijeen op het Parijse Place de République om Paty te herdenken. In andere Franse steden werd de leraar ook herdacht.
De 18-jarige Tsjetsjeense moslimextremist Abdoellakh Anzorov werd door de politie doodgeschoten na de moord. De Franse justitie vervolgt zeven verdachten, onder wie twee scholieren van 14 en 15 jaar, voor een „samenzwering om een terroristische moord te plegen.”
De Franse regering reageert met stevige maatregelen op de onthoofding van leraar Samuel Paty. Minister van Binnenlandse Zaken Gérald Darmanin kondigde aan dat hij islamitische stichtingen die ‘vijanden van de republiek zijn’ wil verbieden.
Het gaat onder meer om het Collectif contre l’islamofobie en France’ (CCIF). Volgens Darmanin heeft die stichting in de aanloop naar de aanslag bijgedragen aan de verspreiding van ‘een fatwa’. De minister doelt op video’s waarop de vader van één van Paty’s leerlingen de docent ‘een schurk’ noemt die moet worden ‘gestopt’.
De vader, die is aangehouden en wordt verhoord, riep andere ouders op contact op te nemen met het CCIF. Vooralsnog is onduidelijk of de stichting die video’s daadwerkelijk op de eigen site verspreid heeft. Maar volgens Darmanin is de organisatie ‘er duidelijk bij betrokken’. De minister gaat laten onderzoeken of het CCIF en een aantal andere vergelijkbare stichtingen kunnen worden ontbonden. ‘We hebben elementen die ons doen vermoeden dat dit een vijand van de republiek is’, zei Darmanin over het CCIF.
Darmanin liet tevens weten dat de Franse politie begonnen is met een onderzoek naar ‘tientallen individuen’. Het zou gaan om mensen die verdacht worden van het online verspreiden van extremistische islamistische denkbeelden.
De regering van president Macron lijkt zo opvallend snel daad bij zijn woorden te voegen. ‘De angst gaat van kant wisselen’, had de president zondag tijdens een spoedberaad met zes ministers en de nationale terrorisme-aanklager naar verluidt gezegd. ‘Islamisten mogen niet rustig kunnen slapen in ons land.’ Macron beloofde ‘onmiddellijke acties’.
Een van die acties is het politieonderzoek naar de ongeveer tachtig steunbetuigingen aan de dader van de onthoofding, die voorbije dagen op de sociale media verschenen. De Franse justitie onderzoekt van wie die berichten afkomstig zijn, en is van plan de afzenders te vervolgen. De politie gaat bij hen huiszoekingen verrichten.
Macron kondigde tijdens het spoedberaad ook aan dat de beveiliging van scholen zal worden aangescherpt. Welke extra veiligheidsmaatregelen precies zullen worden genomen is nog niet bekend. De maatregelen gaan in op 2 november, als de herfstvakantie voorbij is.
De regering richt zijn pijlen ook op de sociale media zelf. Dinsdag gaat staatssecretaris van Burgerschap Marlène Schiappa met vertegenwoordigers van de grote sociale mediabedrijven om tafel om hen aan te spreken op ‘hun medeplichtigheid aan de verspreiding van haatpredikers’. Volgens de regering worden de sociale media ‘op grote schaal gebruikt om oproepen tot geweld te verspreiden’.
De dader van de onthoofding, een 18-jarige Tsjetsjeen die de leraar niet kende, zou tot zijn daad zijn overgegaan nadat hij video’s had gezien waarin werd opgeroepen de docent te stoppen. Kabinetswoordvoerder Gabriel Attal noemde de verspreiding van die video’s ‘een publieke lynchpartij’. Schiappa sprak van ‘cyberislamisme’.
De Franse regering kwam eerder dit jaar met een wetsvoorstel dat sociale media verplichtte haatzaaiende berichten binnen 24 uur te verwijderen. De Constitutionele Raad oordeelde echter dat dat in strijd was met de vrijheid van meningsuiting. Mogelijk komt er nu toch een aangepaste variant van die wet, de zogeheten Loi-Avia.Eerder deze maand kondigde Macron de zogenoemde ‘wet tegen religieus separatisme’ aan. De president wil onder andere dat imams niet in het buitenland maar in Frankrijk worden opgeleid en dat er meer controle komt op islamitische organisaties. De wet wordt op 9 december gepresenteerd in de ministerraad.
Mt ‘de vijfde colonne’ worden mensen in de samenleving aangeduid, die voor de vijand werken. Het betreft spionnen, verraders of samenzweerders, die proberen om de weg vrij te maken voor een buitenlandse vijand. De term ‘de vijfde colonne’ is afkomstig uit deSpaanseBurgeroorlog (1936-1939). Maar wie de term precies heeft bedacht, is behoorlijk omstreden. Was het de nationalistische Spaanse generaal Emilio Mola (1887-1937)? Zijn compagnon, de generaal Gonzalo Queipo de Llano (1875-1951)? Of hun collega: generaalFrancisco Franco(1892-1975)? Of hebben we te maken met een verzonnen propagandistische leus, bedoeld om de publieke opinie te beïnvloeden?
Twee jaar geleden verscheen bij Cambridge University Press het mooie boek The ‘Red Terror’ and the Spanish Civil War, waarin de Spaanse historicus Julius Ruiz de revolutionaire woelingen in Madrid analyseert tijdens de Spaanse Burgeroorlog van 1936-1939. In een korte paragraaf werpt hij licht op de kwestie van ‘de vijfde colonne’. Ruiz komt met een alternatieve, plausibele verklaring van de herkomst van ‘de vijfde colonne’.
Emilio Mola’s ‘vijfde colonne’
De meeste historici – onder wie Lou de Jong (1914-2005) in 1953 in diens proefschrift De Duitse vijfde colonne in de Tweede Wereldoorlog – gaan ervan uit dat de Spaanse generaal Emilio Mola (1887-1937) de term ‘de vijfde colonne’ in 1936 voor het eerst in een interview gebruikte. Hij bedoelde er de nationalistische sympathisanten mee die zich in Madrid bevonden. De nationalisten zouden volgens Mola met vier colonnes Madrid naderen en daar geholpen worden door ‘de vijfde colonne’, die zich in de stad bevond en van tevoren ondermijnend werk zou verrichten. En: die ook de aanval zou inzetten als de tijd rijp was. Dit leidde tot grote paniek bij de linkse groepen (republikeinen en communisten), en hun leiders riepen hen daarbij op de aanwezige nationalisten in Madrid ‘preventief’ uit de weg te ruimen.
Ruiz sluit zich bij deze lezing aan en komt met een vrij exacte datering van het ontstaan van dit begrip. Tussen 28 september en 3 oktober 1936. Zeker is dat de term ‘de vijfde colonne’ ontstond kort na de val van Toledo op 28 september en op 3 oktober voor het eerst publiekelijk gebruikt werd door de journaliste Dolores Ibárruri in de krant Mundo Obrero van 3 oktober 1936. Zij stelde dat ‘de verrader Mola met vier colonnes Madrid naderde, maar dat er een vijfde colonne zou zijn die het offensief zou starten’. En die vijfde colonne bevond zich in Madrid. In een interview met Mola zou hij op de vraag van buitenlandse journalisten welke van de vier colonnes Madrid zouden innemen, geantwoord hebben dat er een vijfde colonne was die dat zou doen.
Andere mogelijke bedenkers: De Llano of Franco
Er zijn ook andere Spaanse media die in oktober 1936 beweerden dat ‘de vijfde colonne’ in een radiospeech van generaal Gonzalo Queipo de Llano was gebruikt. Deze generaal zorgde voor de nationalistische propaganda via de ether. Een analyse van radio-uitzendingen uit deze periode, aldus Ruiz, leidt echter tot de conclusie dat ‘de vijfde colonne’ niet door De Llano gebruikt werd.
Weer een andere bewering is die van de Duitse nazi-diplomaat in Spanje, Hans-Hermann Völckers, die op 30 september 1936 zijn superieuren in Duitsland meldde dat de term ‘de vijfde colonne’ afkomstig was van generaal Francisco Franco. Althans, zo schreef hij expliciet, ‘dat wordt beweerd’, ‘dat verhaal doet de ronde’.
Om de verwarring nog wat groter te maken, beweerde in 1968 de historicus en politicus Manuel Aznar Zubigaray (1893-1975) dat Emilio Mola de originele bedenker is. Maar, anders dan werd aangenomen, gebruikte hij de woorden ‘de vijfde colonne’ in een radio-uitzending en niet richting buitenlandse journalisten. Aznar Zubigaray was een diplomaat van het Franco-regime en dus een ingewijde. Maar zijn bewering werd, net als in de hiervoor genoemde gevallen, wederom niet met primaire bronnen of écht overtuigende argumenten gestaafd.
Of toch de republikeinen?
Eigenlijk, zo concludeert Ruiz realistisch, kan geen enkele lezing over de bedenker en herkomst van ‘de vijfde colonne’ onomstotelijk bewezen worden. Er zijn geen overtuigende bronnen die de andere opties uitsluiten. Daarom opteert Ruiz, heel logisch eigenlijk, voor een andere mogelijkheid. Waren de bedenkers van ‘de vijfde colonne’ niet gewoon de communisten en republikeinen?
Zij raakten in Spanje in de knel toen de nationalisten en militairen oprukten en hadden belang bij zo’n beladen term. Als je de sympathisanten van de nationalisten met een propagandistische term als spionnen en verraders aanduidde, kon je het volk tegen hen ophitsen en deze types – hopelijk – op die manier uitschakelen. Deze suggestie van Ruiz lijkt zeer aannemelijk en verklaart wellicht ook de verwarring over de herkomst van ‘de vijfde colonne’ en het feit dat nooit onomstotelijk bewezen is wie de term heeft bedacht. Dat kan ook niet als er geen directe en overtuigende bronnen zijn.
Daarbij stelt Ruiz dat er in augustus en september verscheidene Russische communisten in Spanje arriveerden, onder wie journalisten en filmmakers, maar ook de NKVD-bons Aleksandr Orlov (1895-1973) – die overigens in 1938 overliep naar de Verenigde Staten. Deze droeg(en) de term vermoedelijk aan vanuit tactisch-propagandistische overwegingen. De Russen steunden namelijk de Spaanse communisten en republikeinen tégen de nationalistische generaals. En ze wilden hen helpen de nationalisten te verslaan. Deze lezing wordt nog waarschijnlijker, als we ons realiseren dat Leon Trotski (1879-1940) de woorden ‘de vijfde colonne’ al eens in de variant ‘het vijfde regiment’ had gebruikt tijdens de Russische Burgeroorlog van 1917-1922.
Maar omgekeerd zijn er ook argumenten om aan te nemen dat Mola of Franco de term ‘de vijfde colonne’ zelf gebruikte. Deze generaals hadden reden om te geloven in de support die ze in Madrid zouden krijgen als ze daar met hun legers zouden aankomen. En als ze dat niet geloofden, konden ze hun republikeinse vijanden bang maken door de term te gebruiken. Wellicht met een preventieve vlucht van de communisten en republikeinen als gevolg.
Later gebruik van ‘de vijfde colonne
Intellectuelen pakten de term ‘de vijfde colonne’ al snel op, en het begrip werd ook in latere tijden nog vaak uit de kast gehaald. De Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway (1899-1961) bracht in 1938 zijn eerste en enige toneelstuk The Fifth Column uit. Het toneelstuk was gebaseerd op Hemingways ervaringen tijdens zijn verblijf in Madrid in 1937, in Hotel Florida. De titel sloeg op de feitelijke betekenis die de communisten aan de term hadden gegeven: in Madrid zou een vijfde colonne nationalistische verraders actief zijn.
Na de Tweede Wereldoorlog, in 1953 in zijn eerder genoemde proefschrift, gebruikte RIOD-historicus Lou de Jong het begrip De vijfde colonne in de titel. De Jong kwam tot de conclusie dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland geen vijfde colonne van de nazi’s was (anders dan tot die tijd werd verondersteld). Geheime Duitse ondergrondse acties speelden, aldus De Jong, slechts een marginale rol tijdens de bezettingsjaren 1940-1945.
Gedurende de Koude Oorlog nam het Westen de term regelmatig in de mond om te waarschuwen voor infiltratie van de communistische vijand. Zo verscheen het begrip the fifth column op Amerikaanse propagandaposters en gebruikte de Republikeinse senator en communistenhater Joseph McCarthy (1908-1957) dit begrip ook met enige regelmaat.
De cineast Theo van Gogh (1957-2004) – op 2 november 2004 vermoord door een moslimfanaticus – gebruikte ‘de vijfde colonne’ regelmatig in zijn columns om moslims in Nederland mee aan te duiden. Een van zijn uitspraken was, in een bundel van zijn columns uit september 2001 (ik citeer De Volkskrant):
“Er is een vijfde colonne van geitenneukers in dit land, die autochtonen veracht en bespuwt. Ze haten onze vrijheid. En hoewel hun niets in de weg wordt gelegd op materieel of cultureel gebied, is het hun overtuiging dat goddeloos Nederland van de aarde weggevaagd moet worden.”
En in diezelfde bundel:
“Want mede dankzij mij zal de vijfde colonne van de geitenneukers binnenkort in een wanhopige schreeuw om respect uw en mijn kinderen met gifgas, ziektes en atoombommen bestoken. Das logisch, hè?”
Van Goghs geestverwant Pim Fortuyn heeft het begrip ‘de vijfde colonne’ ook gemunt. Een laatste voorbeeld is de burgemeester van Antwerpen Bart de Wever. Hij gebruikt in juli 2016 ‘de vijfde colonne’ om de IS-sympathisanten in België mee te typeren.
No protected person may be punished for an offence he or she has not personally committed. Collective penalties and likewise all measures of intimidation or of terrorism are prohibited. Pillage is prohibited. Reprisals against protected persons and their property are prohibited.
”It is alleged that the CCIF had provided legal resources to the father who had brought Paty to public attention. The organisation’s response was that it was still in the process of researching the father’s claim, and does not intervene in freedom of speech controversies like the one involving Paty” WIKIPEDIACOLLECTIVE AGAINST ISLAMOPHOBIA IN FRANCE/DESCRIPTIONAND ACTIONS https://en.wikipedia.org/wiki/Collective_Against_Islamophobia_in_France#Description_and_actions
ORIGINELE BRON
WIKIPEDIACOLLECTIVE AGAINST ISLAMOPHOBIA IN FRANCE
De Franse regering reageert met stevige maatregelen op de onthoofding van leraar Samuel Paty. Minister van Binnenlandse Zaken Gérald Darmanin kondigde aan dat hij islamitische stichtingen die ‘vijanden van de republiek zijn’ wil verbieden.
Het gaat onder meer om het Collectif contre l’islamofobie en France’ (CCIF).
Het gaat onder meer om het Collectif contre l’islamofobie en France’ (CCIF). Volgens Darmanin heeft die stichting in de aanloop naar de aanslag bijgedragen aan de verspreiding van ‘een fatwa’. De minister doelt op video’s waarop de vader van één van Paty’s leerlingen de docent ‘een schurk’ noemt die moet worden ‘gestopt’. VOLKSKRANTFRANSE REGERING KOMT MET STEVIGE MAATREGELEN NAONTHOOFDING LERAAR19 OCTOBER 2020 https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/franse-regering-komt-met-stevige-maatregelen-na-onthoofding-leraar~b4de211c/
[58]
Het CCIF is officieel erkend, maar is er ook vaak van beschuldigd banden te hebben met salafisten. ” HET PAROOLFRANKRIJK IN TEGENAANVAL: VERBOD OP ENKELE MOSLIMORGANISATIES20 OCTOBER 2020
De Franse regering neemt in sneltreinvaart maatregelen tegen moslimextremisme na de onthoofding van leraar Samuel Paty. Een aantal moslimorganisaties wordt verboden en er komt een wet tegen online haatzaaien.
President Emmanuel Macron ontving gisterochtend familieleden en nabestaanden van de vermoorde leraar Samuel Paty in het Elysée, het presidentieel paleis. Hij betuigde daarbij zijn medeleven. Ook bespraken ze hoe het nationaal eerbetoon voor Paty eruit gaat zien.
Achter de schermen wordt ondertussen hard gewerkt aan concrete maatregelen tegen moslimextremisten. “We gaan optreden tegen personen en verenigingen die als radicaal bekendstaan, aldus minister van Binnenlandse Zaken Gérald Darmanin. Een aantal organisaties wil hij op korte termijn verbieden en nog eens 51 verenigingen krijgen nog deze week bezoek van inspecteurs.
Radicalen uitgezet
Er wordt bovendien gewerkt aan een wetsvoorstel om haatzaaien via sociale media tegen te gaan. De afgelopen dagen zijn in twaalf departementen al mensen opgepakt die via internet hun steun hadden betuigd aan de pleger van de moord bij de school. In totaal worden ‘enkele tientallen’ sympathisanten gezocht.
Verder worden moslimextremisten met een buitenlands paspoort het land uitgezet. “Het gaat met name om 230 radicale moslims zonder geldige verblijfspapieren die nu in de cel zitten en binnenkort vrijkomen,” aldus een ingewijde. “Ze komen vooral uit Noord-Afrika en Rusland.”
De 47-jarige geschiedenisleraar Paty werd vrijdag in Conflans-Sainte-Honorine vermoord, nadat hij enkele dagen eerder in zijn klas Mohammedcartoons had laten zien. De dader, die werd doodgeschoten door agenten, is een 18-jarige Tsjetsjeen die erkend was als politiek vluchteling. Hij zou recentelijk zijn geradicaliseerd.De extreemrechtse politica Marine Le Pen hekelde de toekenning van asiel: “De overheid heeft gefaald door deze moordenaar en zijn familie toe te laten.”
Volgens dagblad Le Monde ging de dader vrijdag naar de school toe en bood hij kinderen daar geld om de betreffende leraar aan te wijzen. Een 15-jarige jongen zou dat hebben gedaan, waarna de Tsjetsjeen toesloeg. De jongen is een van de elf personen die op dit moment in hechtenis zitten vanwege de aanslag.
Het vertonen van de Mohammedspotprenten in de klas had tot ophef geleid bij sommige ouders. De vader van een 13-jarige leerlinge uit de klas was woedend. Hij diende een klacht in, maar postte ook verschillende video’s op sociale media. Daarin noemde hij de leraar een ‘schoft’, riep hij hem op ontslag te nemen en noemde hij het adres van de school met daarbij de oproep dat ‘dit moet stoppen’. “Dat was een fatwa, ik kan het niet anders noemen,” zei minister Darmanin maandag.
Vijand van de republiek
De vader deed zijn oproep samen met een prediker, Abdelhakim Sefrioui, die bekendstaat als moslimradicaal. Beide mannen zijn inmiddels aangehouden. Politie en justitie zoeken nu uit of zij de dader kenden. Volgens goed ingelichte bronnen zou de dader de omstreden video’s hebben bekeken, maar staat niet vast dat er ook contact is geweest tussen de Tsjetsjeen, de vader en Sefrioui. De vader van de leerlinge vroeg andere moslims ook hun beklag te doen en riep hen op zich te melden bij het Collectief tegen Islamofobie (CCIF). Die organisatie geeft onder meer juridische bijstand aan moslims die zich gediscrimineerd voelen.
Minister Darmanin maakte gisteren bekend dat hij het CCIF en ook een aantal andere organisaties nu wil ontbinden. Volgens hem is de organisatie ‘een vijand van de republiek’. Het CCIF is officieel erkend, maar is er ook vaak van beschuldigd banden te hebben met salafisten. “Onze inlichtingendiensten volgen het collectief al enige tijd,” laat een hoge ambtenaar weten. “Dergelijke organisaties propageren het idee dat de islam boven de normen en waarden van onze republiek staat.” EINDE ARTIKEL
[59]
”In de eenentwintigste eeuw wordt het salafisme vooral geassocieerd met het “jihadi”-salafisme van Al Qaida en gerelateerde groepen, die oproepen tot het vermoorden van burgers alsmede het afkeuren van vele moslimgroepen en -overheden, zoals de Saoedische overheid.[3] Deze aantijgingen hebben deels te maken met de ideologische wortels die groepen als Al Qaida en de Islamitische Staat hebben in het wahabisme dat op zijn beurt gezien kan worden als een vorm van salafisme. De puristische stroming, veruit de grootste, verwerpt de praktijken van deze bewegingen, alsmede iedere politieke inmenging.”
The horrific murder of Samuel Paty, the French teacher who showed cartoons of the Prophet Mohammed in a class on freedom of expression, sent shockwaves throughout France. It also forced a difficult conversation about freedom of speech and who has the right to exercise it.
President Emmanuel Macron and his government responded to the killing by proclaiming their support for freedom of expression. But they have also doubled down on their perpetual smear campaign against French Muslims, and launched their own attack on freedom of expression. Last week, for example, French police interviewed four 10-year-old children for hours on suspicion of ‘apology of terrorism’ they apparently questioned Paty’s choice to show the cartoons.The horrific murder of Samuel Paty has forced a difficult conversation about freedom of speech and who has the right to exercise it
Amnesty International
The French government is not the champion of free speech that it likes to think it is. In 2019, a court convicted two men for ‘contempt’ after they burnt an effigy depicting President Macron during a peaceful protest. Parliament is currently discussing a new law that criminalizes the use of images of law enforcement officials on social media. It is hard to square this with the French authorities’ vigorous defence of the right to depict the Prophet Mohammed in cartoons.
The right to freedom of expression includes opinions that might disturb, offend or shock, and depictions of the Prophet Mohammed are protected under this. No one should fear violence or harassment for reproducing or publishing such images.
But those who do not agree with publishing the cartoons also have the right to voice their concerns. The right to freedom of expression also protects the ability to criticize the choice to depict religions in ways that may be perceived as stereotypical or offensive. Being opposed to the cartoons does not make one a ‘separatist’, a bigot or an ‘islamist’.
While the right to express opinion or views that may be perceived as offending religious beliefs is strenuously defended, Muslims’ freedoms of expression and religion usually receive scant attention in France under the disguise of Republican universalism. In the name of secularism, or laïcité, Muslims in France cannot wear religious symbols or dress in schools or in public sector jobs.The French government’s rhetoric on free speech is not enough to conceal its own shameless hypocrisy
Amnesty International
France’s record on freedom of expression in other areas is just as bleak. Thousands of people are convicted every year for “contempt of public officials”, a vaguely defined criminal offence that law enforcement and judicial authorities have applied in massive numbers to silence peaceful dissent. In June this year, the European Court of Human Rights found that the convictions of 11 activists in France for campaigning for a boycott of Israeli products violated their free speech.
The murder of Samuel Paty has also prompted actions by the French authorities which recall the state of emergency that followed the 2015 Paris attacks. Beginning in 2015, parliament-approved exceptional measures under the state of emergency led to thousands of abusive and discriminatory raids and house arrest targeting Muslims.
In a disturbing sign of history repeating itself, the French government is now in the process of dissolving organizations and closing mosques, on the basis of the ambiguous concept of ‘radicalization’. Throughout the state of emergency, ‘radicalization’ was often used as a euphemism for ‘devout Muslim’.
Gérald Darmanin, the Minister of Interior, has also announced his intention to dissolve the Collective Against Islamophobia in France (CCIF), an organization that combats discrimination against Muslims. He has described the CCIF as ‘an enemy of the Republic’ and a ‘back room of terrorism’. The Minister has not produced any evidence that could substantiate his claims.
In a video published on social media, one of the parents who opposed Paty’s choice to show the cartoons suggested reporting similar ‘discriminatory acts’ to the CCIF, and got in touch with the organizations. The French authorities have failed to join the dots between this kind of community work and the notion that the CCIF has had any role in promoting violence or ‘separatism’. The murder of Samuel Paty has also prompted actions by the French authorities which recall the state of emergency that followed the 2015 Paris attacks
Amnesty International
A couple of days after the murder, Darmanin voiced his intention to expel 231 foreigners who were suspected of ‘radicalization’ and threatening national security. The authorities then proceeded to carry out 16 expulsions to countries such as Algeria, Morocco, Russia and Tunisia where Amnesty International has documented the use of torture, particularly for persons labelled as threats to national security.
While many in the US and abroad have hopes for the Biden/Harris administration to tackle entrenched racism, the French Ministry of Education has also engaged in a cultural war against multiculturalism and critical race approaches. It has argued that attempts to tackle entrenched racism are based on ideas ‘imported from the US’ and that they are a fertile ground for ‘separatism and extremism’. But it is not extremist to note that Muslims and other minorities are victims of racism in France. It is factual, and to say so is a right protected by freedom of expression.
The French government’s rhetoric on free speech is not enough to conceal its own shameless hypocrisy. Freedom of expression means nothing unless it applies to everyone. The government’s free speech campaign should not be used for covering up the measures that put people at risk of human rights abuses including torture.
The horrific murder of Samuel Paty, the French teacher who showed cartoons of the Prophet Mohammed in a class on freedom of expression, sent shockwaves throughout France. It also forced a difficult conversation about freedom of speech and who has the right to exercise it.
President Emmanuel Macron and his government responded to the killing by proclaiming their support for freedom of expression. But they have also doubled down on their perpetual smear campaign against French Muslims, and launched their own attack on freedom of expression. Last week, for example, French police interviewed four 10-year-old children for hours on suspicion of “apology of terrorism,” after they apparently questioned Paty’s choice to show the cartoons.
The French government is not the champion of free speech that it likes to think it is. In 2019, a court convicted two men for ‘contempt’ after they burnt an effigy depicting President Macron during a peaceful protest. Parliament is currently discussing a new law that criminalizes the use of images of law enforcement officials on social media. It is hard to square this with the French authorities’ vigorous defence of the right to depict the Prophet Mohammed in cartoons.
The right to freedom of expression includes opinions that might disturb, offend or shock, and depictions of the Prophet Mohammed are protected under this. No one should fear violence or harassment for reproducing or publishing such images.
But those who do not agree with publishing the cartoons also have the right to voice their concerns. The right to freedom of expression also protects the ability to criticize the choice to depict religions in ways that may be perceived as stereotypical or offensive. Being opposed to the cartoons does not make one a ‘separatist’, a bigot or an ‘Islamist’.
While the right to express opinion or views that may be perceived as offending religious beliefs is strenuously defended, Muslims’ freedoms of expression and religion usually receive scant attention in France under the disguise of Republican universalism. In the name of secularism, or laïcité, Muslims in France cannot wear religious symbols or dress in schools or in public sector jobs.
France’s record on freedom of expression in other areas is just as bleak. Thousands of people are convicted every year for “contempt of public officials”, a vaguely defined criminal offence that law enforcement and judicial authorities have applied in massive numbers to silence peaceful dissent. In June this year, the European Court of Human Rights found that the convictions of 11 activists in France for campaigning for a boycott of Israeli products violated their free speech.
The murder of Samuel Paty has also prompted actions by the French authorities which recall the state of emergency that followed the 2015 Paris attacks. Beginning in 2015, parliament-approved exceptional measures under the state of emergency led to thousands of abusive and discriminatory raids and house arrest targeting Muslims.
In a disturbing sign of history repeating itself, the French government is now in the process of dissolving organizations and closing mosques, on the basis of the ambiguous concept of ‘radicalization.’ Throughout the state of emergency, ‘radicalization’ was often used as a euphemism for “devout Muslim.”
Gérald Darmanin, the Minister of Interior, has also announced his intention to dissolve the Collective Against Islamophobia in France (CCIF), an organization that combats discrimination against Muslims. He has described the CCIF as “an enemy of the Republic” and a “back room of Islamism.” The Minister has not produced any evidence that could substantiate his claims.
In a video published on social media, one of the parents who opposed Paty’s choice to show the cartoons suggested reporting similar ‘discriminatory acts’ to the CCIF, and discus the cartoons with the organization. The French authorities have failed to join the dots between this kind of community work and the notion that the CCIF has had any role in promoting violence or “separatism.”
A couple of days after the murder, Darmanin voiced his intention to expel 231 foreigners who were suspected of “radicalization” and threatening national security. The authorities then proceeded to carry out 16 expulsions to countries such as Algeria, Morocco, Russia and Tunisia where Amnesty International has documented the use of torture, particularly for persons labelled as threats to national security.
The French Ministry of Education, meanwhile, has also engaged in a war against multiculturalism and critical race approaches. It has argued that attempts to tackle entrenched racism are based on ideas “imported from the U.S.” and that they are a fertile ground for “separatism and extremism.” But it is not extremist to note that Muslims and other minorities are victims of racism in France. It is factual, and to say so is a right protected by freedom of expression.
The French government’s rhetoric on free speech is not enough to conceal its own shameless hypocrisy. Freedom of expression means nothing unless it applies to everyone.
Marco Perolini is the Europe researcher for Amnesty International. [61]
FRANSE BINNENLANDMINISTER HEKELT HALALPRODUCTEN INSUPERMARKTEN
De aanwezigheid van schappen met producten uit “gemeenschappelijke keukens” in Franse supermarkten schokt de Franse Minister van Binnenlandse Zaken.
Gérald Darmanin zegt geschokt te zijn door de aanwezigheid van halal-producten in Franse winkels. “Er mogen in deze winkels geen afdelingen zijn voor alleen die producten.”, zei minister Darmanin in een interview met het Franse BFM TV eerder deze week.
“Dit is hoe het communitarisme begint”, zei Darmanin. “Het kapitalisme heeft hierin een verantwoordelijkheid”, voegde hij toe. Geconfronteerd met de verbaasde reactie van de journalist verduidelijkte Darmanin dat het standpunt slechts zijn persoonlijke mening is. “Ik heb mijn mening en mijn bevindingen maken geen deel uit van de wet van de Republiek”, voegde hij toe.
“Ik begrijp heel goed dat halalvlees in supermarkten wordt verkocht, wat ik jammer vind zijn de schappen. Waarom moet ik een andere afdeling bezoeken? Dus ik zie schappen voor moslims, schappen voor koosjere maaltijden en dan alle anderen (…) Waarom specifieke afdelingen?”, vroeg hij de enigszins verbaasde journalist.
De voorzitter van de Nationale Vergadering (het Franse Lagerhuis) Richard Ferrand werd uitgenodigd om te reageren op de uitspraken van de binnenlandminister. “Dit gaat nergens over”, zei Ferrand. “Dit zit mij niet dwars. Als ik boodschappen doe loop ik naar het schap voor ‘Bretonse producten’, want ik ben Bretons en koop graag lokale producten”, legt hij uit.
Ferrand kaartte de hypocrisie aan in de uitspraak van Darmanin. “In mijn kiesdistrict (…) is er een groot bedrijf dat 500.000 ton kippen per jaar exporteert naar Saoedi-Arabië. Dat zijn halal kippen”, zei Ferrand daarmee verwijzend naar de marktwerking in de Franse economie. “Bedrijven floreren wanneer we ons aanpassen aan de marktvraag”, zei hij tenslotte.
Minister Darmanin raakte eerder deze maand ook al in opspraak nadat hij beweerde dat zijn land in de eerste maanden van dit jaar 73 ‘moskeeën’ heeft gesloten. De lijst met gesloten ‘gebedshuizen’ is echter omstreden omdat critici menen dat deze bewust is aangedikt met instellingen die in realiteit geen moskee of school zijn.
De ‘fouten’ van de Franse minister werden snel opgemerkt door lokale moslimgemeenschappen. Onder de instellingen die het doelwit zijn van de Franse autoriteiten zijn onder meer een ‘illegale’ moskee, een culturele instelling, een informele particuliere Arabische school, vijf winkels en een zestal café’s waar bovendien alcoholische drank werd geserveerd.
Critici hekelen de publicaties die volgens hun enkel bedoeld zijn om het “racistisch electoraat” tevreden te stellen en het wantrouwen jegens minderheden, moslimverenigingen en moskeeën aan te wakkeren.
De Franse minister was recent in Marokko maar moest zijn bezoek staken na de recente terreurdaad in Parijs. Daraman ontmoette tijdens zijn eerste buitenlandse reis als binnenlandminister de Marokkaanse Minister van Buitenlandse Zaken Nasser Bourita en andere topfunctionarissen
“Ze hebben blijkbaar een fatwa tegen de leraar gelanceerd”, zei minister Darmanin over de verdachten na terugkomst in Frankrijk. De leraar werd onthoofd omdat hij cartoons van de profeet Mohammed (saws) aan zijn leerlingen had getoond.
De Franse president Emmanuel Macron heeft na de onthoofding van de docent een hardere aanpak van “moslimextremisme” aangekondigd. Hij noemde onder meer het opheffen van het Collectif Cheikh Yassine, een groep die is vernoemd naar de oprichter van Hamas. Daar zal formeel op woensdag toe worden besloten tijdens een kabinetsbijeenkomst, aldus de president.
De autoriteiten willen ook een moskee laten sluiten die via Facebook een kritisch filmpje over de docent deelde
EINDE BERICHT
ZIE OOK
”Het gaat alleen om extremistische moslims? Eén van Macrons ministers zat een paar dagen na Paty te klagen over de halal-afdelingen in supermarkten. ‘l’Ennemi du dedans‘ zijn doodgewone, brave, wetsgetrouwe Franse moslims.”
Iedereen draait zijn vaste programma af na weer een terroristische aanslag in Frankrijk: de plechtige verklaring (en aperte leugen) dat er voor extremisme geen plaats is in onze vrije democratie, het gelul over de botsing der beschavingen, over de moslimgemeenschap die zich moet uitspreken, de gewelddadige islam en dat we iedereen maar toelaten en dit krijg je nou met die open grenzen en blablabla.
Maar de vraag die verboten is, die je niet mag stellen en een vriendin deed het op Twitter toch en kreeg toen meteen de Gedankenpolizei in d’r nek, is waarom krijgt Frankrijk de hele tijd dit soort shit? Waarom zijn er in Frankrijk altijd een paar psychopaten bereid iemand zijn of haar hoofd af te snijden als een groepje geiteneukers in een ver buitenland daartoe oproept? Nou, dat lijkt me niet ingewikkeld en het is te makkelijk om het te gooien op die blasfemische cartoons die op een overheidsgebouw werden geprojecteerd. De Franse president Emmanuel Macron voert al jaren oorlog tegen de moslims in zijn land.
Mag je ook niet zeggen, want Macron had juist in een toespraak opgeroepen tot eenheid en neemt alleen extremistische islamisten op de korrel, praat iedereen elkaar braaf na. Bovendien: God verhoede dat je zou suggereren dat Frankrijk dit over zichzelf heeft afgeroepen.
Koloniaal verleden
Het is waar, Macron ging verder dan Rutte ooit gegaan is en erkent dat Frankrijk een koloniaal verleden heeft dat nu rondspookt in de Franse voorsteden en dat het land zijn moslims zwaar in de steek gelaten heeft. Maar het zijn woorden. Holle woorden. Wilders, Baudet en Rutte zeggen ook altijd dat het ze om extremistische moslims gaat, terwijl er tegen de extremistische moslims nooit wat gedaan wordt en altijd de gewone, brave, belastingbetalende Nederlandse moslims worden gepakt.
Zelfde in Frankrijk, en dan nog een paar graadjes erger. Meteen na de onthoofding van Samuel Paty, en ik heb al heel duidelijk gemaakt hoe ik daar in sta, ging Macron achter tal van islamitische organisaties in Frankrijk aan. Geen jihadistische halsafsnijders en koppensnellers, maar antiracistische clubs en liefdadigheidsorganisaties, moskeeën en scholen. Een organisatie die de islamofobie in Frankrijk aan de kaak stelt. Wie kritiek heeft op de Franse staat én moslim is, wordt van zijn bed gelicht.
Het gaat alleen om extremistische moslims? Eén van Macrons ministers zat een paar dagen na Paty te klagen over de halal-afdelingen in supermarkten. ‘l’Ennemi du dedans‘ zijn doodgewone, brave, wetsgetrouwe Franse moslims. Met de extremisten doet Frankrijk onbekommerd zaken. Maar onthoofdingen en vermoorde baby’s zijn minder erg als het geen witte Franse slachtoffers betreft. Zo is het gewoon.
Gedwongen uitkleden
En de huidige crackdown is slechts de culminatie van een ontwikkeling die al jaren gaande is. In Frankrijk is geen scheiding van kerk en staat, maar heb je laïcité, dat betekent in de praktijk dat de staat zich met alles bemoeit wat zelfs maar zijdelings met religie te maken heeft. Een verbod op het dragen van zichtbare religieuze symbolen geldt voor christenen, joden, hindoes, moslims, iedereen, maar het treft vooral de moslims. Frankrijk heeft zich de afgelopen jaren ingespannen om de islamitische vrouw helemaal uit het straatbeeld te bannen. Herinner u de ophef, een paar jaar geleden, rond een Franse moslima die een dagje dacht te verpozen aan het strand en door de politie gedwongen werd zich uit te kleden. Het doet sterk denken aan de gedwongen assimilatie van de Franse joden aan het einde van de 19e eeuw, die niet meer herkenbaar joods mochten zijn, wat natuurlijk geen zak uitmaakte, want Fransen pikken de joden er nóg feilloos met hun ogen dicht uit.
Macron wil met de moslims hetzelfde doen als met de joden indertijd: ze mogen alleen een Franse islam aanhangen, te ontwerpen door witte Fransen. Een moderne, verlichte islam, waarmee wordt gesuggereerd dat de miljoenen Franse moslims nu een achterlijke, donkere, sinistere islam aanhangen. Macron heeft daarvoor een wet ontworpen en gebruikt dezelfde retoriek als hier Lodewijk Asscher, over moslims die “met hun rug naar de samenleving staan”.
Met je “het gaat hem om de extremisten.”
Vijfde colonne
Macron heeft de moslims, hun geloof en hun cultuur actief gecriminaliseerd en roept nu op tot “eenheid” in de strijd tegen extremistische terreur. Zo werkt het natuurlijk niet. Als je miljoenen burgers in je eigen land het gevoel geeft, elke dag weer, dat ze op z’n best tweederangsburgers zijn en feitelijk een vijfde colonne, ben jij het die ze van je vervreemdt, niet andersom. Wie moslims verstoot, maakt ze vatbaar voor groepen van buiten, die ze wél het gevoel geven erbij te horen. Dit gaat niet om cartoons, dit gaat om systematische vernedering en ontmenselijking.
Daar hoef je geen terrorisme-expert voor te zijn, of islamdeskundige, een beetje basale mensenkennis en wat gezond verstand volstaan. Ik denk dat Nederland hard op weg is om Frankrijk achterna te gaan, want vriendelijke wijkagenten en begripvolle buurtwerkers hebben plaatsgemaakt voor een militie-achtige politie die gedreven wordt door moslim- en allochtonenhaat. De media toeteren dapper hun islamofobe deuntjes mee. Neem bijvoorbeeld de man die gisteren, ongeveer tegelijkertijd met de aanslag in Nice, in Avignon met een mes stond te zwaaien. Hij zou “Allahoe Akbar” hebben geschreeuwd en er werd dus voetstoots aangenomen dat hij een terrorist was. Later bleek het om een racist te gaan die een nazi-leus had geroepen. Conclusie NU.nl: ‘Geen allahoe akbar, dus geen terrorist‘.
‘Verder worden moslimextremisten met een buitenlands paspoort het land uitgezet. “Het gaat met name om 230 radicale moslims zonder geldige verblijfspapieren die nu in de cel zitten en binnenkort vrijkomen,” aldus een ingewijde. “Ze komen vooral uit Noord-Afrika en Rusland.”
HET PAROOLFRANKRIJK IN TEGENAANVAL: VERBOD OP ENKELE MOSLIMORGANISATIES20 OCTOBER 2020
”A couple of days after the murder, Darmanin voiced his intention to expel 231 foreigners who were suspected of ‘radicalization’ and threatening national security. The authorities then proceeded to carry out 16 expulsions to countries such as Algeria, Morocco, Russia and Tunisia where Amnesty International has documented the use of torture, particularly for persons labelled as threats to national security.’
[67] [67] Macron sloeg na de moord betrekkelijk oorlogszuchtige taal uit, en dit keer begrijpelijk, hij kon het initiatief niet overlaten aan extreemrechts, en de beroemde laïcité, de speciale Franse variant van secularisme, stond onder druk
[69] ‘. Last week, for example, French police interviewed four 10-year-old children for hours on suspicion of ‘apology of terrorism’ they apparently questioned Paty’s choice to show the cartoons.”
[70] A couple of days after the murder, Darmanin voiced his intention to expel 231 foreigners who were suspected of ‘radicalization’ and threatening national security. The authorities then proceeded to carry out 16 expulsions to countries such as Algeria, Morocco, Russia and Tunisia where Amnesty International has documented the use of torture, particularly for persons labelled as threats to national security.”
Op 13 mei 1939 verliet het cruiseschip de St. Louis de haven van Hamburg, met als bestemming de Cubaanse hoofdstad Havanna. Van de 937 passagiers bestond de overgrote meerderheid uit joodse vluchtelingen uit Nazi-Duitsland. Aan de overzijde van de Atlantische Oceaan hoopten zij een veilig heenkomen te vinden. Zowel Cuba als de Verenigde Staten weigerde echter de vluchtelingen op te nemen, waardoor de St. Louis gedwongen was rechtsomkeert te maken naar Europa.
Vluchten uit Nazi-Duitsland
Sinds Hitlers machtsovername in 1933, was de joodse gemeenschap stap voor stap haar rechten ontnomen en systematisch geterroriseerd. Het voorlopige dieptepunt hiervan was de Kristallnacht, een door de het Naziregime georganiseerde pogrom in de nacht van 9 op 10 november 1938. Naarmate hen het leven steeds meer onmogelijk werd gemaakt, besloten steeds meer Duitse joden te emigreren.
Begin 1939 was dit een allesbehalve eenvoudige operatie. De Nazi’s hadden namelijk de Duitse grenzen grotendeels afgesloten. Door de grote stroom vluchtelingen hadden de meeste Europese landen tevens een quotum ingesteld voor het maximum aantal op te nemen joodse vluchtelingen. Vandaar dat de Verenigde Staten als toevluchtsoord in beeld kwamen. Toen de Hamburg-America line de reis van de St. Louis organiseerde, was Amerika voor veel van haar passagiers dan ook het einddoel. De meerderheid van de joodse vluchtelingen had een Amerikaans visum aangevraagd en hoopte bij de eerst mogelijke gelegenheid vanuit Havanna door te kunnen reizen.
Aangename reis
Eenmaal op zee ontstond er al snel een gemoedelijke sfeer onder de vluchtelingen. De St. Louis was als cruiseschip van alle gemakken voorzien en de gedwongen uittocht begon al snel op een vakantie te lijken. Terwijl de kinderen zich in het zwembad uitleefden, konden de volwassenen in de bioscoop en op de dansavonden ontsnappen uit de harde realiteit. Het restaurant serveerde regelmatig maaltijden en de beleefde houding van de obers vormde een schril contrast met de brute behandeling die de Duitse joden de afgelopen zes jaar van de Nazi’s te verduren hadden gehad.
Weerstand in Cuba
Wanneer de vluchtelingen op de hoogte van de situatie in Cuba waren geweest, dan zouden ze zich nooit zo hebben kunnen ontspannen. De reis van het St. Louis was vooraf uitgelekt naar Cubaanse media en hadden daar tot een enorme ophef geleid. De Cubaanse autoriteiten bleken zichzelf met de verkoop van de reisdocumenten te hebben verrijkt. Los van deze corruptie, bestond er onder de Cubaanse bevolking ook enorme weerstand tegen het toelaten van meer vluchtelingen. Cuba had al relatief veel vluchtelingen opgenomen en in tijden van economisch zwaar weer werden deze gezien als ongewenste concurrentie op de arbeidsmarkt. Gecombineerd met de joodse afkomst van de immigranten, had dit op 8 mei 1939 tot een grote antisemitische demonstratie in Havanna geleid. Onder druk van dit alles besloot de Cubaanse president daarop een week voor het vertrek van de St. Louis alle recent uitgegeven reisdocumenten ongeldig te verklaren.
Geweigerd in Havanna
De vluchtelingen aan boord van de St. Louis hadden dit nieuws niet meegekregen. Hun verbazing was dan ook groot toen zij bij aankomst in Havanna op 27 mei 1939 geen toestemming kregen om aan land te gaan. Slechts 28 passagiers, die al over een visum voor de Verenigde Staten beschikten, werden toegelaten. Hierop volgde een week van vruchteloze onderhandelingen met de Cubaanse autoriteiten.
Mislukking in Miami
Na de mislukking in Havanna, zette de St. Louis koers naar Miami, in de hoop daar een veilig heenkomen te vinden voor de vluchtelingen. De Verenigde Staten had in die tijd echter immigratiequota ingesteld, die brede steun genoten onder het electoraat. President Roosevelt was zich hier zeer van bewust en reageerde daarom niet op de oproepen vanuit de St. Louis om het schip toe te laten. Vlak voor Miami kreeg het schip geen toestemming om aan te meren en de passagiers werd te verstaan gegeven dat ze zich maar op de wachtlijst moesten zetten. De St. Louis had daarop geen andere keus dan terug te keren naar Europa.
Terug naar Europa
In tegenstelling tot de heenreis, heerste er nu een grafstemming onder de joodse vluchtelingen. Als schrale troost hoefden ze in elk geval niet terug te keren naar Nazi-Duitsland. Groot-Brittannië, België, Nederland en Frankrijk hadden in de tussentijd besloten elk een deel van de vluchtelingen op te nemen. Op 17 juni kwam het schip uiteindelijk aan in Antwerpen. Vanuit daar verspreiden ze zich over de vier landen, waarvan er drie in 1940 door de Duitsers werden bezet. Uiteindelijk zouden 254 vluchtelingen van de St. Louis in de Holocaust worden vermoord.
EINDE ARTIKEL
[72]
ZIE NOOT 71
[73]
”Mijn moeder arriveerde in de herfst van 1944 in Auschwitz, kort na de opstand van het Sonderkommando, waarvan ze niets heeft meegekregen. Zelf zei ze dat ze gelukkig was in Auschwitz, omdat ze daar hoop had, hoop verloor ze pas na de bevrijding toen de omvang van de catastrofe tot haar doordrong. Ze is geboren in 1927 in Berlijn, in 1939 reisde ze op het beroemd geworden schip St. Louis met haar ouders vanuit Hamburg naar Cuba, maar Cuba sloot de grenzen, Amerika sloot de grenzen, Canada sloot de grenzen, zo spoelde ze met haar ouders aan in Nederland. ” 4 MEI VOORDRACHT 2020 ARNON GRUNBERG https://www.4en5mei.nl/media/documenten/4mei-voordracht2020-arnongrunberg.pdf
BLADZIJDE 1 Nee Vaak heb ik me afgevraagd wat het nut is van herdenken, van bijeenkomsten als deze. Herdenken wij omdat de traditie ons dat voorschrijft, of staat er meer op het spel? Verleden voorjaar tijdens een lezing over het werk van Marga Minco en de oorlog – ik weet niet of de oorlog míj achtervolgt of dat ík het ben die de oorlog achtervolgt – merkte ik op dat herdenken meer zou moeten zijn dan een ritueel, dat het een verlangen naar kennis in zich zou moeten dragen, en dat gemeenplaatsen daarom de vijand zijn van betekenisvolle herdenkingsrituelen. Ik besefte ook dat die andere gemeenplaats, dat we het verhaal over de oorlog en de Joden nu wel kennen, steeds luider is gaan klinken; een hoogmoedige gemeenplaats, die uitgaat van de gedachte dat onze kennis volmaakt is, dat we kunnen scheiden van het betrekkelijk recente verleden. Zeggen het verleden nu wel te kennen is veelal een weigering om er kennis van te nemen. En wie zijn verleden niet kent, is niet zozeer gedoemd het te herhalen, als wel is hij gedoemd niet te weten wie hij is. Niets doet mensen zozeer naar een onwrikbare identiteit verlangen als het knagende vermoeden dat ze geen idee hebben wie ze zijn. En het is vaak de onwrikbare eigen identiteit, de weigering er speels mee om te gaan die ertoe leidt dat de ander als een volstrekte vreemde en een absolute vijand wordt gezien. Na afloop van die lezing over Minco kwam een psychotherapeut naar me toe die zei dat we rituelen en gemeenplaatsen nodig hebben om niet ziek te worden van het herdenken, dat we het verleden op afstand moeten houden om er niet aan onderdoor te gaan. Zeker, maar als we helemaal niet ziek worden van die twintigste eeuw vrees ik dat er niets herdacht is en al helemaal niets begrepen. BLADZIJDE 2 Niet ziek worden zou weleens een symptoom kunnen zijn van wegkijken, van ontkenning. Als we ontkennen dat de ziektes van de vorige eeuw, die van het geïndustrialiseerde totalitarisme, van het tot genocide verworden antisemitisme, van het biologisch racisme, diep in onze cultuur zitten, dan weten we niet wie we zijn. En juist dan zijn wij vatbaar voor verleiders die ons komen vertellen wie wij zijn en wie wij moeten vrezen. Herdenken is altijd ook een manier om aan te geven wie je níet wenst te zijn, maar wie je toch meent te kunnen worden. Geen herdenken zonder dit angstige vermoeden, geen betekenisvol herdenken zonder gegronde vrees dat wij de toekomstige daders en hun helpers zijn. Herdenken gaat uit van de vaststelling dat het verleden niet voltooid is, van het besef dat de buik die het Derde Rijk baarde nog vruchtbaar is. Censuur en uitstoting zijn geen antwoord op die vruchtbaarheid, het is een verworvenheid dat wij in een land leven waar de overheid ons niet vertelt wat zedelijk en onzedelijk denken is. Maar dat betekent niet dat elke grens overschreden moet kunnen worden. Bepaalde taboes hebben zich geleidelijk aan na 1945 met goede redenen in onze cultuur genesteld; de taboebreuk is niet altijd een bevrijding, soms is die taboebreuk slechts een terugval. Deze herdenking is altijd ook een waarschuwing. Het verhaal van de overlevenden, van degenen die uit de concentratiekampen terugkeerden, Joden, Roma en Sinti, politieke tegenstanders, onder wie veel communisten en sociaaldemocraten, is een verhaal van uitzonderingen. De meeste slachtoffers hebben het kamp door de schoorsteen verlaten. Mijn moeder was een uitzondering; haar ouders, mijn grootouders, niet. Herdenken is tevens namens de doden spreken, en namens de doden spreken kan alleen door de ooggetuigen aan het woord te laten. Ik wil een ooggetuige aan het woord laten die zeer dicht bij de doden is geweest, Filip Müller, een Slowaakse Jood, lid van het Sonderkommando van Auschwitz-Birkenau. Het Sonderkommando bestond voornamelijk uit Joden en was belast met het uit de gaskamers halen van de lijken, het knippen van de haren van de lijken, het trekken van gouden tanden uit de lijken, het verbranden van de lijken. De meeste leden van het Sonderkommando werden na enkele maanden
BLADZIJDE 3 vermoord. Het laatste Sonderkommando in Auschwitz kwam in de herfst van 1944 in opstand, waarbij vrijwel alle leden van dat Kommando zijn vermoord. Müller schrijft in zijn memoires over enkele Joodse gezinnen die onder erbarmelijke omstandigheden ondergedoken hebben gezeten in bunkers nabij het Poolse plaatsje Sosnowiec. Door het huilen van de kinderen is de SS hen op het spoor gekomen. Ze zijn naar Auschwitz gebracht. De vrouwen en kinderen wordt gevraagd zich uit te kleden, de normale procedure. Ze worden echter niet vergast maar doodgeschoten, wat uitzonderlijk is. Müller verklaart niet waarom. Misschien waren er even niet genoeg mensen om de gaskamers mee te vullen, het Zyklon B mocht niet worden verspild. De moordmachine van de nazi’s was naast al het andere ook een economische aangelegenheid, een gigantische roofpartij waarbij het doden en wegwerken van de lijken zo efficiënt mogelijk moest gebeuren. De naakte vrouwen staan met hun kinderen voor de executiemuur. Dan schrijft Müller over een vrouw met haar kind in haar armen: ‘Ondertussen liep Voss, de beul, met zijn kleinkalibergeweer nerveus om hen heen, om bij het kind een geschikte plaats te vinden waarop hij het wapen kon richten. Toen de wanhopige moeder dat merkte wrong ze zich in alle bochten om haar kind uit het schootsveld van het dodelijke wapen te houden. Wanhopig probeerde ze elke plek op het lichaam van haar kind met haar armen en handen te bedekken. Toen knalden er opeens een paar schoten door de stilte. Het kind was van opzij in de borst getroffen. De moeder, die voelde dat het bloed van haar kind langs haar lichaam liep, verloor haar zelfbeheersing en smeet de moordenaar het kind in het gezicht, toen die de loop van zijn wapen al op haar had gericht. Oberscharführer Voss was van zijn stuk gebracht en stond daar als versteend. Toen hij het nog warme bloed in zijn gezicht voelde, liet hij zijn geweer vallen en wreef met zijn hand over zijn gezicht.’ Veelzeggend dat we de naam van de Oberscharführer nu kennen, maar de naam van die vrouw en dat kind niet weten en vermoedelijk nooit te weten zullen komen BLADZIJDE 4
Als herdenken ook verlangen naar kennis is, dan zijn details belangrijk, kennis bestaat uit details, dan kunnen we het ons niet permitteren te zeggen dat wij bepaalde details niet wensen te horen omdat ze onze nachtrust verstoren. Aan deze vrouw die haar halfdode kind in het gezicht van Oberscharführer Voss gooide, gingen verkiezingen vooraf, ambtelijke orders, gewillige en minder gewillige helpers, van wie de meesten nooit in een concentratiekamp waren, nooit iemand gedood hebben. Waarbij het goed is te beseffen dat het niet alleen de Duitsers waren die toen de oorlog voorbij was, zeiden dat ze het niet hebben geweten, dat ze slechts orders opvolgden. De literatuurwetenschapper S. Dresden schrijft in zijn studie Vervolging, vernietiging, literatuur over een voorval waarover de schrijver K. Tzetnik, pseudoniem van Yehiel De-Nur, bericht. Een groep levende zigeunervrouwen en -kinderen wordt in een kuil gegooid in Auschwitz, omdat de crematoria overbelast zijn. Een Nederlandse gevangene krijgt het bevel kerosine over de mensen in de kuil te storten. Hij weigert en wordt daarop zelf levend in de vlammen getrapt. ‘Het Nederlandse “Nee! Nee!” klinkt de schrijver nog steeds in de oren,’ noteert Dresden. Mijn moeder arriveerde in de herfst van 1944 in Auschwitz, kort na de opstand van het Sonderkommando, waarvan ze niets heeft meegekregen. Zelf zei ze dat ze gelukkig was in Auschwitz, omdat ze daar hoop had, hoop verloor ze pas na de bevrijding toen de omvang van de catastrofe tot haar doordrong. Ze is geboren in 1927 in Berlijn, in 1939 reisde ze op het beroemd geworden schip St. Louis met haar ouders vanuit Hamburg naar Cuba, maar Cuba sloot de grenzen, Amerika sloot de grenzen, Canada sloot de grenzen, zo spoelde ze met haar ouders aan in Nederland. Mijn vader, eveneens geboren in Berlijn, in 1912, overleefde de oorlog op diverse onderduikadressen. Vaak moest hij zich voordoen als gedeserteerde Wehrmachtsoldaat om een onderduikadres te krijgen. Hij vertelde weinig, en als hij dit al deed eigenlijk per ongeluk, terloops, maar een van de mensen die
BLADZIJDE 5 hem lieten onderduiken, schijnt na de oorlog tegen hem te hebben gezegd: ‘Als we hadden geweten dat je een Jood was, was je er niet ingekomen.’ Met een familie bij wie hij in Rotterdam ondergedoken had gezeten hield hij contact. Een keer per jaar ging hij daar met mij heen. Ze hadden witte muizen in een kooitje. Dan was er nog een haringman die bij de beurs stond op het Rokin in Amsterdam. Hoewel wij in de Rivierenbuurt woonden, ging mijn vader met lijn 25 naar die haringman omdat hij hem nog uit de oorlog kende, de haringman had in het verzet gezeten. Ik ging weleens mee en hoewel ze elkaar goed moeten hebben gekend uit de oorlog zeiden ze nooit echt iets tegen elkaar, ze praatten slechts over haring. Dat was de oorlog voor mij als kind: witte muizen in een kooitje, een haringman bij de beurs, het geluk in Auschwitz. Ik had toen niet gedacht dat ik een paar decennia later als columnist voor een Nederlandse krant een reeks onbeschaamd antisemitische e-mails zou ontvangen. Ik dacht toen dat het taboe te groot was. Dat was naïef. En het is ook logisch dat als er gesproken wordt over bepaalde bevolkingsgroepen op een manier die doet denken aan de meest duistere tijd uit de twintigste eeuw, als dat gewoon is geworden, er vroeg of laat op die manier ook weer over Joden gesproken kan worden. Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij. ‘Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens beoordeelt niet naar wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort,’ schreef Primo Levi in de jaren zestig aan zijn Duitse vertaler. Woorden die wij wekelijks, misschien wel dagelijks zouden moeten herhalen al was het maar om ons eraan te herinneren hoe giftig woorden kunnen zijn. Dat een Nederlander in Auschwitz kerosine over levende vrouwen en kinderen moest uitgieten begon met woorden, met toespraken van politici. Juist in deze geseculariseerde tijden rust, meen ik, een speciale verantwoordelijkheid op Kamerleden, op ministers om het goede voorbeeld te geven, om het woord géén gif te laten zijn, om altijd voor ogen te houden
BLADZIJDE 6
dat de staat noodzakelijk is maar tevens een potentieel kwaad dat met achteloze vanzelfsprekendheid mensen, bevolkingsgroepen kan vermorzelen. De vrouw die haar halfdode kind in het gezicht van Oberscharführer Voss gooide, zij waarschuwt ons. De Nederlander die ‘Nee! Nee!’ riep, weigerde kerosine over levende vrouwen en kinderen uit te gieten, toen zelf het vuur in werd getrapt, hij waarschuwt ons.
[75] ”Macron sloeg na de moord betrekkelijk oorlogszuchtige taal uit, en dit keer begrijpelijk, hij kon het initiatief niet overlaten aan extreemrechts, en de beroemde laïcité, de speciale Franse variant van secularisme, stond onder druk”
Reacties uitgeschakeld voor Noten 41 t/m 76/Eenzame Aanslagpleger/Arnon Grunberg’s gevaarlijke bagatellisering van president Macron’s heksenjacht op moslims
HAFID BOUAZZA VINDT HET HEERLIJK IN NEDERLAND(MAAR HOUDT NIET VAN KNOTJESMORALISTEN M/V)
Hafid Bouazza is onze favoriete zandneger. Al was het maar omdat hij de Nederlandse taal beter beheerst dan wij zelf (wijzelf?). Glimmende trots gloeit in onze roze hartjes als Hafid zijn begeestering over GeenStijl betuigt, en in een eerbiedig traag tempo spellen wij zijn spaarzame stukken als die opduiken op het internet. Maar genoeg sentimenteel geslijmjurk. Daar houdt Hafid niet van en wij zijn er trouwens ook veuls te boertig voor. Laten we het liever over de inhoud hebben. Over zijn duiding van de moraal van de goede strijd, de strijd vóór het immer subtiel zwarten van de ziel van de polemiek en de satire. Parbleu alsook nou moe, we gaan er zowaar wat pedant van tikken zeg. Dat moet je maar ff negeren – we hebben dus net een verse Hafid gelezen en dan krijg je last van aspiraties die wat te hoog boven onze petjes gaan. Laten we onszelf dus vooral niet overschatten door naast ons toetsenbord te gaan lopen – beter houden we het in gepaste bescheidenheid op een stukje citaat, met een verwijzing naar de bron. Hafid said it better, anyway:
‘Geef de mens vrijheid en je krijgt de volle mens ervoor terug’
“Polemiek en satire moeten per definitie genadeloos zijn. Als deze twee bloedverwanten zich zouden conformeren aan de normen en waarden van wat zij verbaal (of visueel) bestrijden, dan zijn ze het niet waard de namen polemiek en satire te dragen. Buigen voor de regels van wat voor autoriteit je ook bevecht, of zij cultureel, moreel, artistiek, journalistiek van aard is, is beelden met knuffelbeesten proberen te breken. Zo zijn wij en iconoclasme niet getrouwd. Zo zet men sentimentaliteit en huichelarij niet in hun voddige hemd. Men zou ze dan enkel met een brokaten mantel bedekken. Slippendragers zijn iets geheel anders dan ballenknijpers, al gebruiken ze dezelfde ledematen voor beide activiteiten.”
[3]
[VOLKSKRANT STUKJE ARNON GRUNBERG]/EEN SLORDIG
EXCUUS VOOR HAAT
VOLKSKRANT
VOETNOOT ”VERVUILEN”
ARNON GRUNBERG
”Hef een lofzang aan op de vrije vrouw, anders zullen de zandnegers of de opgezwollen scrotumkoppen de lucht en het leven hier alleen maar vervuilen.”Aldus schrijver Hafid Bouazza zaterdag in het NRC Handelsblad.Nog niet zo heel lang geleden dreigde een andere bevolkingsgroep het leven en de lucht in Europa te vervuilen, maar historisch besef is ongewenst.Het gebruik van het woord ”zandnegers” lijkt me geen toeval.De reacties op de gebeurtenissen in Keulen herinneren aan de duistere tijden in het zuiden van de Verenigde Staten toen vermeend of werkelijk geweld van zwarte mannen tegen blanke vrouwen een excuus was voor lynchpartijen.De hedendaagse morele verontwaardiging heeft niets van doen met empathie voor slachtoffers of de behoefte problemen op te lossen.Pegida en haar aanhangers willen gewoon, dat alles wat niet wit, ziek of anderszins onrein is, uit Europa verdwijnt.Moraal anno 2016? Een slordig excuus voor haat. Arnon Grunberg”
”Als we ontkennen dat de ziektes van de vorige eeuw, die van het geïndustrialiseerde totalitarisme, van het tot genocide verworden antisemitisme, van het biologisch racisme, diep in onze cultuur zitten, dan weten we niet wie we zijn. En juist dan zijn wij vatbaar voor verleiders die ons komen vertellen wie wij zijn en wie wij moeten vrezen.” EN ” Ik had toen niet gedacht dat ik een paar decennia later als columnist voor een Nederlandse krant een reeks onbeschaamd antisemitische e-mails zou ontvangen. Ik dacht toen dat het taboe te groot was. Dat was naïef. En het is ook logisch dat als er gesproken wordt over bepaalde bevolkingsgroepen op een manier die doet denken aan de meest duistere tijd uit de twintigste eeuw, als dat gewoon is geworden, er vroeg of laat op die manier ook weer over Joden gesproken kan worden. Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij.”
”In augustus 2020 schreef schrijver en columnist Arnon Grunberg een brief aan Wijenberg, waarin hij hem een antisemiet noemde” WIKIPEDIAJAN WIJENBERG
https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Wijenberg
[8]
”ArnonGrunberg
31 jul. 2020 20:07 (8 dagen geleden)
aan mij
Geachte heer Wijenberg, Ik heb uw bijlagen gelezen. De politiek van de staat Israël staat los van de herdenkingen van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Elke poging die twee met elkaar in verband te brengen is gecamoufleerd of minder gecamoufleerd antisemitisme.”……….Op vr 31 jul. 2020 om 20:07 schreef Arnon Grunberg
Arnon Grunberg m>
1 aug. 2020 14:01 (7 dagen geleden)
aan mij
Waarde heer Wijenberg, De politiek van de staat Israël staat los van de vraag hoe de Tweede Wereldoorlog in Nederland of elders herdacht moet worden. Zoals ook de beoordeling van de huidige politiek van de regeringen in Bolivia en Peru volledig losstaat van (onze beoordeling van) de genocide op de oorspronkelijke bevolking in die en andere landen in die contreien enkele eeuwen geleden. ……….”U bent een antisemiet. Het spijt me zeer dat u net iets te laat bent geboren om lid teworden van de Waffen-SS om eigenhandig Joden in Oost-Europa te fusilleren, dat spijt u zelf kennelijk ook……”
Waarde heer Wijenberg, De politiek van de staat Israël staat los van de vraag hoe de Tweede Wereldoorlog in Nederland of elders herdacht moet worden. Zoals ook de beoordeling van de huidige politiek van de regeringen in Bolivia en Peru volledig losstaat van (onze beoordeling van) de genocide op de oorspronkelijke bevolking in die en andere landen in die contreien enkele eeuwen geleden…………”Uw quasi-juridische formuleringen wijzen noch op intelligentie noch op werkelijkekennis van het recht, internationaal of niet…..” VERHITTE DISCUSSIE TUSSEN OUD AMBASSADEUR JAN WIJENBERG EN SCHRIJVER ARNON GRUNBERG/AANLEIDING:BRIEF WIJENBERG OVER 4 MEI HERDENKINGASTRID ESSED25 AUGUSTUS 2020 https://www.astridessed.nl/verhitte-discussie-tussen-oud-ambassadeur-jan-wijenberg-en-schrijver-arnon-grunberg-aanleiding-brief-wijenberg-over-4-mei-herdenking/
”Enkele minuten later werd de vermoedelijke dader, Abdullakh Anzorov, geconfronteerd met de politie op ongeveer 600 meter van de plaats delict in Éragny, en de politie probeerde hem te arresteren.” WIKIPEDIAMOORD OP SAMUEL PATY/ONDERZOEK https://nl.wikipedia.org/wiki/Moord_op_Samuel_Paty#Onderzoek
TEKST In een voorstad van Parijs heeft de politie vrijdagmiddag een man doodgeschoten die een geschiedenisleraar op klaarlichte dag op straat heeft onthoofd met een keukenmes. De Franse politiek is diep geschokt over de aanslag. ‘Een burger is vandaag vermoord omdat hij een leraar was, en les gaf over de vrijheid van meningsuiting, aldus de Franse president Emmanuel Macron.
Het slachtoffer is onthoofd als mogelijke wraakactie, omdat hij recent een spotprent met een afbeelding van de profeet Mohammed had laten zien in een les over vrijheid van meningsuiting.
De Franse minister van Binnenlandse Zaken Darmanin heeft zijn werkbezoek aan Marokko onderbroken wegens crisisberaad. De Franse politiek vat deze op als een ‘aanval op de Franse Republiek’. ‘Als deze terrorist een onderwijzer vermoordt, is dat omdat hij onze Republiek wil vernietigen, en de Verlichting, de mogelijkheid onze kinderen tot vrije burgers te maken. Dit is ons gevecht,’ aldus Macron op de plaats van de misdaad, die de Franse president omschreef als een ‘islamitische terroristische aanval’. De onderwijsvakbonden roepen alle scholen op zaterdag een minuut stilte te houden.
De openbare aanklager voor terrorismezaken heeft een onderzoek ingesteld naar een ‘terroristische criminele organisatie’. De vermeende dader is volgens de politie een achttienjarige man, geboren in Moskou, maar waarschijnlijk van Tsjetseense afkomst. Hij gaat om met een groep waar ook bij de politie bekende geradicaliseerde moslims bij horen.
De man zou rond half zes ’s middags ‘Allah Akbar’ – God is Groot – hebben geroepen. Daarna stortte hij zich met een keukenmes op een geschiedenisleraar van een nabijgelegen middelbare school in de plaats Conflans Saint-Honorine, een rustige voorstad in het noordwesten van Parijs.
De schooldirectie had recent klachten gekregen van leerlingen en hun ouders over de spotprent van de profeet Mohammed waarmee de leraar tien dagen geleden in de klas een discussie over persvrijheid en vrijheid van meningsuiting op gang bracht. Afbeeldingen van Mohammed zijn volgens de islam een vorm van godslastering.
VIDEO
Op Twitter staat sinds begin oktober een video waarin een vader van een 13-jarige leerling van de school zich beklaagt over een ‘schurk’ die zijn dochter lesgeeft, de bewuste geschiedenisdocent. De man vertelt dat de docent eerst vroeg welke leerlingen moslim waren. Kinderen die hun hand opstaken kregen de mogelijkheid om de klas even te verlaten, omdat hij iets ging laten zien wat voor hen pijnlijk kon zijn. De dochter van de vader op Twitter weigerde te vertrekken en was geschokt door de spotprent, waar Mohammed naakt met de billen omhoog ligt.
De vader vond de gang van zaken zo beledigend voor moslims dat hij in de video andere ouders oproept om zich bij hem te melden, omdat hij vindt dat deze ‘misdadige’ docent niet meer voor de klas mag staan. Eerder keerde hij zich op sociale media al tegen de leraar, omdat die in de klas had ‘opgeschept’ dat hij meedeed aan de herdenking van de aanslag op het satirische blad Charlie Hebdo, waar vijf jaar geleden terroristen het vuur openden op de redactie als vergelding voor het publiceren van een spotprent van Mohammed. ‘Julie hebben zijn naam en zijn adres om STOP te zeggen,’ aldus de vader op Facebook. Het is onduidelijk of de vader en de dader iets met elkaar te maken hebben.
Volgens geschrokken ouders van leerlingen, die vrijdagavond bij de school met Franse media spraken, discrimineerde de leraar niet, maar wilde hij voorkomen dat moslimkinderen in zijn klas gekwetst zouden worden door de cartoon. De leraar ontving volgens de Franse krant Le Figaro dermate ernstige bedreigingen van ouders dat hij aangifte bij de politie heeft gedaan.
Toen de politie vrijdagmiddag na telefoontjes van getuigen, die een man verdacht rond de school hadden zien rondhangen, het onthoofde slachtoffer vond, bevond zich op tweehonderd meter afstand van het lijk een in het zwart geklede man met een mes, een luchtdrukpistool en mogelijk een gordel met explosieven. Na een vluchtpoging weigerde hij zich over te geven en bedreigde de politie. Daarop ‘neutraliseerden’ de agenten hem met een tiental kogels.
Vlak na de onthoofding zou de vermeende dader de aanslag hebben opgeëist op Twitter. Daar is de account van gebruiker @Tchetchene_270 opgeschort na het plaatsen van een foto van een bloederig afgesneden hoofd. De gebruiker beweert in de naam van ‘Mohammed de Barmhartige’ te hebben gehandeld, waarna hij zich aan de Franse president richt. ‘Aan Marcon (sic! red.), leider van de ongelovigen, ik heb één van je hellehonden geëxecuteerd’.Frankrijk is de afgelopen jaren regelmatig opgeschrikt door grote aanslagen door islamitische militanten. De moord op de geschiedenisleraar is het tweede geweldsincident sinds het begin van de rechtszaak tegen betrokkenen bij de aanslag in januari 2015 op Charlie Hebdo. Vorige maand viel een van oorsprong Pakistaanse immigrant twee mensen met een kapmes aan in de buurt van het voormalige redactiekantoor van het tijdschrift.
TEKST De verdachte van de onthoofding van een Franse geschiedenisleraar in een Parijse voorstad is een 18-jarige man van Tsjetsjeense afkomst en geboren in Moskou, meldt een justitiële bron aan persbureau AFP.
Nadat vrijdag al vier mensen werden aangehouden, zijn nog eens vijf mensen opgepakt in verband met de zaak. Onder de arrestanten bevinden zich ook de ouders van een leerling die de school bezocht, waar de vermoorde leraar werkte. Het slachtoffer is volgens de politie Samuel Paty, een 47-jarige leraar geschiedenis en aardrijkskunde.
Nadat vrijdag al vier mensen werden aangehouden – twee broers en de grootouders van de verdachte – zijn zaterdag nog eens vijf mensen opgepakt in verband met de zaak. Onder de arrestanten bevinden zich ook de ouders van een leerling die de school bezocht waar de vermoorde leraar werkte. Enkele arrestanten komen uit de familiekring van de dader, die na zijn daad door de politie werd doodgeschoten.
Karikaturen
De leraar werd op straat voor zijn school in de Parijse voorstad Conflans-Sainte-Honorine de keel afgesneden. Hij zou in lessen over de vrijheid van meningsuiting karikaturen van de profeet Mohammed hebben laten zien.
De politie werd kort daarvoor gealarmeerd omdat iemand zich verdacht ophield bij de school. Zij troffen de vermoorde leraar aan en de verdachte, gewapend met een mes, waarmee hij ook de politiemensen bedreigde toen zij hem wilden arresteren. Zij openden daarop het vuur. De verdachte stierf later aan die verwondingen. De aanvaller zou “Allahu Akbar” hebben geroepen naar de politie.
De politie onderzoekt een post op Twitter waarop een foto van het hoofd van het slachtoffer werd getoond. De tweet is inmiddels verwijderd. Het is nog onduidelijk of het bericht door de aanvaller is gepost. Daarin zou ook een dreigement aan het adres van de Franse president Macron staan, die werd beschreven als “de aanvoerder van de ongelovigen”.
Op de school hebben ouders en leraren met bloemen eer betoond aan het slachtoffer.
“Volgens mijn zoon was hij superaardig en supervriendelijk”, zei een van de ouders, Nordine Chaouadi. Over het tonen van de karikaturen zou de leraar volgens haar zoon tegen de moslimkinderen in de klas hebben gezegd: “Verlaat de klas, ik wil jullie gevoelens niet kwetsen.”
Reactie Macron
De Franse president Emmanuel Macron sprak vrijdagavond over een “islamitische terreuraanslag” bij zijn bezoek aan Conflans-Sainte-Honorine, waar hij de plaats van de moord en de school bezocht. “Een burger is vermoord omdat hij leraar was en vrijheid van meningsuiting doceerde”, aldus Macron. “Het hele land staat achter alle leraren in het land.”
Het kabinet van de president kondigde zaterdag een nationaal eerbetoon aan ter ere van Paty.De vereniging van Tsjetsjenen in Europa zei in een verklaring “dat onze gemeenschap net als alle Fransen geschokt is door dit incident”.
EINDE BERICHT
AANSLAG IN NICE
NOS
DRIE DODEN BIJ TERREURAANSLAG IN KERK IN NICE, VERDACHTE AANGEHOUDEN
In de Franse stad Nice zijn drie mensen gedood bij een aanval met een mes. De slachtoffers zijn twee vrouwen en een man. Van zeker een van hen is de keel doorgesneden. Meerdere mensen raakten gewond.
De dader sloeg rond 09.00 uur toe in de kerk Notre-Dame de l’Assomption in het centrum van Nice. Er was geen dienst in de kerk, maar het gebouw was wel open voor gebed.
Allahoe Akbar
Een verdachte is aangehouden. Hij werd daarbij neergeschoten en is gewond afgevoerd naar het ziekenhuis. De burgemeester van Nice zegt dat de man “Allahoe akbar” (God is groot) schreeuwde, ook nog terwijl hij werd verpleegd door ambulancepersoneel.
Burgemeester Estrosi spreekt van een terroristische daad en zegt dat zijn stad opnieuw slachtoffer is van “islamofascisme”. Vier jaar geleden kwamen in de kustplaats 86 mensen om het leven bij een aanslag met een vrachtwagen op de boulevard.
Priester Gil Florini zegt tegen BFMTV dat de kerk enkele dagen geleden is gewaarschuwd voor het risico op een terroristische aanval in aanloop naar Allerheiligen, komende zondag. “We waren een beetje op onze hoede, maar we dachten niet dat het op deze manier zou gebeuren.”
Kort na de aanslag in Nice schoot de politie bij de Zuid-Franse stad Avignon een man dood die omstanders zou hebben bedreigd met een vuurwapen. En in de Saudische havenstad Djedda stak een man een bewaker neer van het Franse consulaat. De medewerker is buiten levensgevaar.
Macron neemt maatregelen
President Macron kwam halverwege de middag aan in Nice om zelf poolshoogte te nemen en de mensen een hart onder de riem te steken. Hij sprak van een islamitische terreuraanslag en zegde toe de beveiliging van scholen en religieuze gebouwen te vergroten. Daarbij zal hij gebruikmaken van het leger, zei hij.
Eerder zei premier Castex al dat de Franse regering met een “stevige en meedogenloze reactie” zal komen. Het veiligheidsniveau van Frankrijk is naar het hoogste niveau bijgesteld.
De Franse koepel van islamitische organisaties CFCM veroordeelt de aanslag en roept Franse moslims op als teken van rouw alle festiviteiten te annuleren rond het Mawlid-feest, waarbij wordt stilgestaan bij de geboortedag van de profeet Mohammed.
De aanval komt twee weken na de onthoofding van de Franse leraar Samuel Paty in de buurt van Parijs. Dat was een reactie op het vertonen van cartoons van de profeet Mohammed in zijn les. In de nasleep van de aanslag nam de Franse regering maatregelen tegen islamitische scholen en verenigingen. Ook wil president Macron de scheiding tussen kerk en staat verder verstevigen.
Daarop ontstond felle kritiek in islamitische landen. De Turkse president Erdogan zei dat Macron psychische hulp nodig heeft en bezig is met een heksenjacht tegen moslims. Ook werd kritiek geuit op solidariteitsacties in onder meer Montpellier en Toulouse, waarbij spotprenten van profeet Mohammed op overheidsgebouwen werden geprojecteerd.
EINDE BERICHT
”De Franse politie heeft een tweede mogelijke handlanger gearresteerd van de moslimextremist die gisteren een aanslag pleegde op een kerk in Nice, waarbij drie mensen om het leven kwamen.”
De Franse politie heeft een tweede mogelijke handlanger gearresteerd van de moslimextremist die gisteren een aanslag pleegde op een kerk in Nice, waarbij drie mensen om het leven kwamen.
De gearresteerde persoon (35) stond in contact met de dader. Hij zou in ieder geval een dag voor de aanslag nog contact hebben gehad. De dader van de aanslag werd door de politie neergeschoten en kon worden gearresteerd.
Tweede handlanger
Donderdagavond was al een 47-jarige man aangehouden. Ook hij zou op de dag voor de aanslag samen zijn geweest met de 21-jarige moslimextremist die als migrant uit Tunesië in Frankrijk belandde.
Frankrijk gaat gebukt onder een reeks islamitische aanslagen, nadat twee weken geleden de vlam in de pan sloeg toen een leraar op straat werd onthoofd door een terrorist. Die wilde wraak nemen omdat hij gehoord had dat de leraar in de klas spotprenten van Mohammed had laten zien als onderdeel van een les over vrijheid van meningsuiting.
EINDE BERICHT
[16]’Enkele minuten later werd de vermoedelijke dader, Abdullakh Anzorov, geconfronteerd met de politie op ongeveer 600 meter van de plaats delict in Éragny, en de politie probeerde hem te arresteren.” WIKIPEDIAMOORD OP SAMUEL PATY/ONDERZOEK https://nl.wikipedia.org/wiki/Moord_op_Samuel_Paty#Onderzoek
‘Aangezien de moordenaar, Abdoullakh Anzorov – geboren in Moskou, van Tsjetsjeense afkomst, vanaf zijn 6e woonachtig in Frankrijk – vrijwel meteen na de moord door de politie gedood is, zullen bepaalde zaken nooit helemaal opgehelderd worden.’ WORDT VERVOLGDEENZAME AANSLAGPLEGERARNON GRUNBERG https://www.amnesty.nl/wordt-vervolgd/samuel-paty-arnon-grunberg-eenzame-aanslagpleger
Mede dankzij het virus werd onze obsessie met terrorisme tijdelijk naar de achtergrond verdrongen, en mede dankzij de 45e president van Amerika kon je vergeten dat er officieel nog altijd een oorlog tegen terrorisme wordt gevoerd.
Het was overigens de Franse president Macron die de meest oorlogszuchtige taal uitsloeg tegen het virus, en dat al op 16 maart, toen hij verklaarde dat we in oorlog waren. Had het virus ons de oorlog verklaard? Vanuit het perspectief van pakweg varkens en koeien hebben wij dan het vee de oorlog verklaard.
De moord op de leraar Samuel Paty in een voorstadje van Parijs op vrijdag 16 oktober veranderde zeker in Frankrijk, maar ook in Nederland, op zijn minst tijdelijk het discours.
Aangezien de moordenaar, Abdoullakh Anzorov – geboren in Moskou, van Tsjetsjeense afkomst, vanaf zijn 6e woonachtig in Frankrijk – vrijwel meteen na de moord door de politie gedood is, zullen bepaalde zaken nooit helemaal opgehelderd worden. Weliswaar is Anzorov de maanden voor de moord aan het radicaliseren geslagen, uit niets blijkt vooralsnog dat Anzorov deel uitmaakte van een terroristisch netwerk.
Een maatschappij die verstandig wenst om te gaan met wat haar dreigt te ontwrichten, moet zich verdiepen in de ontwrichters
Juist bij de eenzame pleger van aanslagen is het moeilijk te zeggen waar het terrorisme begint en de psychiatrische aandoening eindigt. Dat geldt natuurlijk voor veel criminelen – mensen met psychische aandoeningen en mentale handicaps zijn oververtegenwoordigd in gevangenissen. Daarmee wordt niets goedgepraat, maar een maatschappij die verstandig wenst om te gaan met wat haar dreigt te ontwrichten, moet zich verdiepen in de ontwrichters.
Een netwerk of niet, verwardheid of niet, Paty werd vermoord omdat hij in een les een karikatuur van de profeet had getoond, onder andere eentje waarop de profeet naakt te zien is. Hoewel Paty zorgvuldig te werk lijkt te zijn gegaan, kwamen er klachten van ouders over de karikaturen.
Macron sloeg na de moord betrekkelijk oorlogszuchtige taal uit, en dit keer begrijpelijk, hij kon het initiatief niet overlaten aan extreemrechts, en de beroemde laïcité, de speciale Franse variant van secularisme, stond onder druk. Niet eens zozeer vanwege de moord, maar omdat het schoolsysteem waar Franse kinderen tot Franse burgers moeten worden opgevoed, het secularisme niet meer echt kon waarborgen. Anders dan bijvoorbeeld Amerika ziet Frankrijk de staat als een verdedigingslinie tegen de kerk en daarmee tegen alle religie.
Hoe om te gaan met religieuze vrijheid is een debat dat nog lang zal worden gevoerd. Zeker is dat kennisoverdracht per definitie kwetsend is.
Een fatsoenlijk schoolsysteem wil leerlingen niet vernederen, maar we zijn misschien iets te veel rekening gaan houden met gevoeligheden. De klacht heeft het gesprek te vaak vervangen.
Een functionerend schoolsysteem leidt leerlingen op om hun ongenoegen verbaal, dat wil zeggen nauwkeurig en met respect, te uiten.
Waar dat gesprek niet meer kan plaatsvinden, vindt geen onderwijs meer plaats en wordt de maatschappij inderdaad uitgehold.
Naar aanleiding van de verschrikkelijke gebeurtenissen in Parijs waar drie extremisten bijna twee weken geleden een bloedbad aanrichtten waarbij zeventien onschuldige mensen en zijzelf om het leven kwamen, is de laatste weken een discussie op gang gekomen over de –grenzen van – vrijheid van meningsuiting. En dat is goed. Vrijheid van meningsuiting betekent in een democratie ook het recht op informatie, je kunt je pas uiten over kwesties als je daar kennis van draagt. Anders leef je het leven van een mens die in een bunker opgesloten zit. Een hersendode. Geen artikelen, geen meningen, geen cartoons. Geen Kalasjnikovs en executies.
Het vreemde is dat die vrijheid van meningsuiting, het recht op informatie, door de Franse en Belgische autoriteiten met voeten getreden wordt waar het gaat om informatie over de wijze van uitschakelen van mannen die er van verdacht worden vreselijke dingen te hebben gedaan, namelijk het in koelen bloede vermoorden van onschuldige mensen. Deze autoriteiten gedragen zich als Big Brother, de almachtige, de alwetende, de alleenheerser en wij nemen genoegen met hun: geen commentaar. Vorige week zag ik op de tv de Belgische minister Jambon die naar aanleiding van de gebeurtenissen in het Belgische Verviers en in antwoord op een vraag van een Nederlandse journalist glimlachend antwoordde dat de zaak daar mooi gekuist was. Schoongemaakt. Zo omschreef hij de dood van twee mannen die in een vuurgevecht met Belgische veiligheidsdiensten werden doodgeschoten. Gekuist. De journalist vroeg niet verder, niemand vroeg verder.
De dag na de moorden in Parijs, op de stagiaire van de Franse politie, de klanten van de Joodse supermarkt en de medewerkers van het satirische blad Charlie Hebdo, werden de broers Kouachi- verdacht van deze vreselijke feiten, door de politie of veiligheidsdiensten doodgeschoten toen ze ‘al schietend de drukkerij verlieten waar ze zich hadden verschanst’. Zestigduizend politiemensen waren er op de been om de twee mannen op te sporen en voor de rechter te brengen. Zoals in een rechtsstaat normaal en gebruikelijk is. Frankrijk en België zijn landen waar nog steeds- in dit geval een jury en een rechter oordelen over iemands schuld. Dat recht hebben we als burgers gedelegeerd om volksgerichten en blinde woede en wraakzucht te voorkomen. Vrouwe Justitia met de blinddoek voor. Niet de rechter maar zwaarbewapende politiemensen en/of militairen velden en voltrokken het vonnis.
Journalisten vroegen niet verder, niemand vroeg verder.
Misschien kon het niet anders. Niemand weet of het doodschieten van de vijf mannen-drie in Parijs, twee in Verviers, te voorkomen was geweest. Omdat er geen informatie over is en alleen maar vragen rijzen. Waarom werden de twee mannen die ‘al schietend’ uit de drukkerij renden niet uitgeschakeld door goed opgeleide scherpschutters? Waarom gebeurde dat ook niet in Verviers? Was de situatie er niet naar. Er waren toch goed geoefende en uitgeruste ‘speciale eenheden’ aanwezig. We weten het niet, er is gekuist. Eenieder zou voor de wet gelijk moeten zijn: ook terroristen. In dit geval verdachten, tot de rechter heeft gesproken. Zo zou het moeten zijn in een Europa waar miljoenen mensen de straat opgaan om vrijheid van meningsuiting te verdedigen. We zijn aangeland op het niveau van het kuisen van mensen en niemand maakt zich er druk over. Niemand wil weten wat de waarheid is.
EINDE BERICHT
[19]
”Ieder heeft het recht op leven. Dit recht wordt door de wet beschermd. Niemand mag naar willekeur van zijn leven worden beroofd.”
ARTIKEL 6, LID 1
INTERNATIONAAL VERDRAG INZAKE BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN
”Juist bij de eenzame pleger van aanslagen is het moeilijk te zeggen waar het terrorisme begint en de psychiatrische aandoening eindigt. Dat geldt natuurlijk voor veel criminelen – mensen met psychische aandoeningen en mentale handicaps zijn oververtegenwoordigd in gevangenissen. Daarmee wordt niets goedgepraat, maar een maatschappij die verstandig wenst om te gaan met wat haar dreigt te ontwrichten, moet zich verdiepen in de ontwrichters.’ WORDT VERVOLGDEENZAME AANSLAGPLEGERARNON GRUNBERG https://www.amnesty.nl/wordt-vervolgd/samuel-paty-arnon-grunberg-eenzame-aanslagpleger
”Ik verwacht in zijn column geen uitgebreide analyse, maar iets ter beantwoording van die vraag mag weldoorsijpelen, in plaats van zijn onzinniggepsychiatriseer” ZIE NOOT 21
”Er lijkt een aantal redenen voor de haat tegen Frankrijk te zijn, waarvan er een aantal ver in het verleden liggen. Veel islamitische groeperingen hebben een afkeer van het land door de koloniale geschiedenis. Zo waren Algerije, Marokko en Tunesië allemaal Franse koloniën. ” NOSWAAROM WEER EEN AANSLAG IN FRANKRIJK?15 JULI 2016 https://nos.nl/artikel/2117762-waarom-weer-een-aanslag-in-frankrijk.html
Waarom is Frankrijk weer het doelwit van een aanslag? Het is niet de eerste keer dat deze vraag wordt gesteld. Frankrijk wordt sinds anderhalf jaar geteisterd door aanslagen, maar is dat toeval?
Er lijkt een aantal redenen voor de haat tegen Frankrijk te zijn, waarvan er een aantal ver in het verleden liggen. Veel islamitische groeperingen hebben een afkeer van het land door de koloniale geschiedenis. Zo waren Algerije, Marokko en Tunesië allemaal Franse koloniën.
Nadat de landen in Noord-Afrika onafhankelijk waren geworden, gaf Frankrijk vaak steun aan dictators in die landen. Voorbeeld is Algerije, waar in de jaren 90 een islamitische partij de verkiezingen won. De militaire regering erkende die uitslag niet, waarna een burgeroorlog uitbrak en het land werd overspoeld door aanslagen. Frankrijk steunde de militaire regering en kreeg in 1995 ook te maken met meerdere aanslagen door een Algerijnse islamitische groepering.
“
Door onder meer de koloniale geschiedenis zien moslimextremisten Frankrijk als een legitiem doelwit.Terrorisme-expert Quirine Eijkman
Voedingsbron
“Door die geschiedenis zien moslimextremisten Frankrijk als een legitiem doelwit”, vertelt terrorisme-expert Quirine Eijkman. Ook heeft Frankrijk een van de grootste moslimpopulaties van Europa. “Dat wil niet zeggen dat alle moslims deze aanslagen steunen, maar er is wel een voedingsbron. Een hele kleine groep die zich niet thuis voelt in het land is er wel.”
Volgens haar wordt een kleine groep ook getroffen door islamofobie. “Zo’n dag als 14 juli, waarop onder meer het ‘Fransman zijn’ wordt gevierd, is dan een logisch moment voor een aanslag.”
De derde reden voor de vele aanslagen in het land is de leidende rol van Frankrijk in de strijd tegen Islamitische Staat (IS). “Frankrijk voert veel bombardementen uit op IS”, zegt Eijkman. “Doordat ze bij de leidende landen horen, vormen ze een legitiem doelwit bij IS-gerelateerde aanslagen.” Overigens is nog onduidelijk of dat bij de dader van de aanslag in Nice heeft meegespeeld.
Vorig jaar vonden er vijf aanslagen in Frankrijk plaats. Dit jaar zijn er twee aanslagen gepleegd, waarbij de aanslag in Nice de meeste slachtoffers eiste.
Op 7 januari vorig jaar vielen er twaalf doden bij een terroristische aanslag op de redactie van Charlie Hebdo. Vooral de redactie van het satirische tijdschrift werd getroffen: tien redactieleden en twee politiemannen kwamen om. Kort na de aanslag werd de uitspraak Je suis Charlie populair, als steunbetuiging aan de vrijheid van meningsuiting, maar ook aan de slachtoffers van de aanslag. Kort daarna gijzelden moslimextremisten toen bezoekers in een Joodse supermarkt. Daarbij vielen vijf doden.
Een maand later, op 3 februari, werden in Nice drie militairen aangevallen door een man met een mes. De militairen patrouilleerden voor een Joods gebouw. Ze overleefden het.
Arabische teksten
Op 26 juni vorig jaar werd een onthoofd lichaam gevonden bij een fabriek in Lyon. Bij het lichaam lagen twee vlaggen met Arabische teksten. Ook op het hoofd van het slachtoffer waren Arabische teksten geschreven. De dader had banden met een salafistische organisatie.
Op 21 augustus 2015 werd een aanslag verijdeld in de Thalys van Amsterdam naar Parijs. Een man schoot in de trein met een kalasjnikov, maar werd in Brussel overmeesterd. Drie mensen raakten daarbij gewond.
De bloedigste aanslagen ooit in Frankrijk werden gepleegd op 13 november vorig jaar. Bij zes aanslagen in Parijs kwamen in totaal 129 mensen om het leven. De aanslagen waren in het 10de en 11de arrondissement van Parijs en in de voorstad Saint-Dénis.
Een overzicht van de aanslagen in Frankrijk in 2015:
– 7-9 januari: Aanslag op satirisch tijdschrift Charlie Hebdo en gijzeling in een drukkerij
– 3-2: Man steekt drie bewakers neer in het Joods centrum in Nice
– 26-6: Terrorist onthoofdt man bij fabriek in Lyon
– 21-8: Een poging tot een aanslag op een Thalys wordt verijdeld
– 13-11: Tientallen doden bij meerdere aanslagen in Parijs, onder meer in theater de Bataclan
In de eerste maanden van dit jaar waren er twee aanslagen in Frankrijk. Op 13 juni viel in een stadje ten westen van Parijs een IS-aanhanger een politiecommissaris en zijn vrouw aan met een mes. Zij kwamen beiden om het leven. De man zond de moorden live uit op Facebook.
En gisteravond laat vielen bij de aanslag in Nice, waarbij een vrachtwagenchauffeur op een menigte inreed, ruim tachtig doden. De dader kwam daarbij om.
Een overzicht van de aanslagen in Frankrijk in 2016:
– 13-6: IS-gezant valt politiecommissaris en vrouw aan in een voorstad bij Parijs. Ze overleven beiden de aanslag niet.
– 14-7: Vrachtwagenchauffeur rijdt in op menigte in Nice. Er vallen ruim tachtig slachtoffers.
Maar Frankrijk is niet de enige plek in het westen waar aanslagen plaatsvinden. Ook in Brussel, Ankara en Istanbul vonden de laatste maanden grote aanslagen plaats.
In februari en maart dit jaar werden er twee grote aanslagen gepleegd in de Turkse stad Ankara. Bij de eerste aanslag, met een autobom, kwamen 28 mensen om het leven. Een maand later vielen door weer een autobom 34 doden.
Op 22 maart dit jaar pleegden terroristen twee aanslagen in Brussel. Bij de aanslagen, die in metrostations en op het vliegveld Zaventem plaatsvonden, vielen dertig doden.
In Istanbul werden de afgelopen maanden zes aanslagen gepleegd. De grootste aanslag werd eind juni gepleegd op het vliegveld in de stad, daarbij vielen 39 doden. Bij de andere vijf aanslagen vielen 51 doden. Na de aanslag eind juni riep president Erdogan de wereld op vastberaden op te treden tegen terrorisme.
EIND NOS BERICHT
”In de zoektocht naar verklaringen waarom juist Frankrijk zo vaak en heftig doelwit is van aanslagen, klinken daarnaast vaak verwijzingen naar de actieve buitenlandse politiek van Parijs en de koloniale geschiedenis.
Frankrijk was donderdag voor de derde keer in korte tijd het toneel van een terreuraanslag. De aanvallen hebben als overeenkomst dat ze door enkelingen zijn uitgevoerd. Dat maakt het voor inlichtingendiensten nog moeilijker er de vinger achter te krijgen.
Dat een kerk het doelwit van een aanslag was, verbaast onderzoeker Marc Hecker van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen niets. „Kerken zijn altijd doelwit geweest van IS”, zei de specialist radicalisering donderdag in de Franse krant La Croix. „Die dreiging is nooit verminderd.”
Le Figaro schrijft dat er sinds zondag al een specifieke dreiging bestond voor kerken. De Franse minister van Binnenlandse Zaken, Gérald Darmanin, waarschuwde de departementen voor een islamistische oproep tot een „individuele jihad” tegen symbolen van het christendom. De veiligheidsdiensten waren daarom al verschillende dagen extra alert.
Duizend wonden
Het heeft de aanslag in Nice duidelijk niet kunnen voorkomen. De mesaanval was voor de autoriteiten reden om naar het hoogste dreigingsniveau op te schalen. De Franse president Emmanuel Macron beloofde donderdag duizenden militairen in te zetten om scholen en kerken extra te bewaken.
Maar de realiteit is dat de dreiging onmogelijk helemaal valt weg te nemen. „De grote moeilijkheid is het enorme aantal kerken in Frankrijk”, zei Hecker in La Croix. „Het is onmogelijk om permanent bij alle gebedshuizen te surveilleren. En dat is waar het terrorisme bij gedijt: het aanwakkeren van de angst dat het altijd en overal kan toeslaan.”
Kerken zijn eerder doelwit geweest. In Niger, in West-Afrika, kregen in reactie op de publicatie van cartoons in het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in 2015 72 kerken te maken met brandstichting. In hetzelfde jaar werd een aanslag tijdens een kerkdienst in de Parijse voorstad Villejuif verijdeld. In juli 2016 werd pater Jacques Hamel in het Franse dorp Saint-Étienne-du-Rouvray op het altaar vermoord, officieel uit protest tegen Franse bombardementen in Syrië. Hamel had daar natuurlijk niets mee te maken. De kerk is bovendien wel de laatste instantie die verspreiding van cartoons van de profeet Mohammed zal aanmoedigen. Dat doet er echter niet toe, omdat de kerk bij uitstek symbool staat voor het door jihadisten verachte christelijke westen.
De recente aanslagen hebben als overeenkomst dat er zeer jonge daders in het spel waren, die allen nog niet lang in Frankrijk woonden. Ze opereerden naar het zich laat aanzien alleen, hoewel sommige experts erop wijzen dat hun handelswijze in te passen is in de strategie van ”duizend wonden”, die vooral door IS is gepromoot. Het idee is dat een groot aantal kleine aanslagen de sociale structuur van een samenleving kan ontwrichten. Voor inlichtingendiensten is het bovendien veel moeilijker om zelfstandig opererende cellen op te sporen.
Proces Charlie Hebdo
Sinds de grote aanslagen van 2015 en 2016 is het in Frankrijk op het gebied van terrorisme rustig gebleven – verijdelde aanslagen daargelaten. Het algehele dreigingsniveau steeg echter weer sinds begin september, toen het proces over de aanslag op Charlie Hebdo van start ging. Met name de beslissing van het tijdschrift om cartoons van de profeet Mohammed ter gelegenheid daarvan opnieuw te publiceren, zette in jihadistische kringen kwaad bloed.
Experts Jean-Charles Brisard en Thibault de Montbrial schreven eind september in Le Figaro dat het proces leidde tot een heropleving van vijandigheden bij geradicaliseerde individuen, daartoe aangespoord door de belangrijkste jihadistische groepen. Ze waarschuwden daarom voor „een heropleving van terroristische aanslagen op ons grondgebied.”
De start van het proces viel daarbij min of meer toevallig samen met de aankondiging van de regering om een wet in te voeren tegen „het islamitisch separatisme.” President Macron doelde daarmee op het ontstaan van autonome eilandjes binnen Frankrijk waar niet primair de wetten van het land maar die van de politieke islam bepalend zijn. Daarbij kwam de moord op geschiedenisleraar Samuel Paty op 16 oktober, reden voor Macron om nog eens krachtig te benadrukken dat „wij deze spotprenten nooit zullen laten vallen.”
De Franse president onderstreepte donderdag opnieuw dat de waarden van de Republiek overeind blijven staan. „Wij zijn een familie”, zei hij. „Verbonden in deze beproevingen. Samengekomen om de waarden te verdedigen die de grondslag van onze verbintenis zijn.”
Het is juist dit „universalistische” model dat wel wordt aangewezen als reden voor grote breuklijnen in de Franse maatschappij. Wat in Frankrijk telt, is verbondenheid door de Franse republikeinse waarden; religieuze overtuigingen doen er in de publieke ruimte niet toe. Dat botst met de overtuigingen van met name de islamitische gemeenschap.
In de zoektocht naar verklaringen waarom juist Frankrijk zo vaak en heftig doelwit is van aanslagen, klinken daarnaast vaak verwijzingen naar de actieve buitenlandse politiek van Parijs en de koloniale geschiedenis. Frankrijk was een van de kartrekkers in de coalitie tegen IS en is bovendien prominent aanwezig in de strijd tegen jihadisme in landen als Mali. In de voormalige Noord-Afrikaanse koloniën leeft daarnaast nog veel oud zeer over de moeizame onafhankelijkheidsoorlogen. Het is een van de rechtvaardigingsgronden voor terroristische operaties op Franse bodem.
French colonialism and related wars of independence and the country’s treatment of Jews and other persecuted peoples during the second world war are still very sensitive topics in modern France.
Macron and Le Pen hold opposing views on many issues, both domestic and foreign. But there’s one thing they share: both provoked outrage, each in their own way, when they tried to invoke certain divisive moments in French history to galvanise their constituencies.
They bumped up against the fact that when it comes to France’s colonial past public opinion remains profoundly divided.
Still, Marine Le Pen has maintained a hegemonist, unapologetic stance on French colonies, which included in the mid-20th century not just Algeria but also other northwestern African nations, Tunisia and Morocco.
And on April 10 she was following in her father’s footsteps when she categorically stated that France as a nation was not officially responsible for the July 1942 Vel d’Hiv roundup, in which 13,000 Jews were seized by French authorities and sent to the Nazi gas chambers.
Her opponent has also made controversial statements about France’s past. In February, during a two-day visit to Algeria, Macron stirred up a hornet’s nest when he remarked that France should officially apologise for colonial atrocities committed there.
Macron stated that French colonisation itself was a crime against humanity, an international legal term for acts of violence directed against a specific, identifiable population as part of a widespread and systematic attack.
This topic has only recently entered public debate in France. Over the past decade, several statements have recognised the brutalities of this war, and last year, President François Hollande honoured the memory of native Arab Harkis soldiers, who fought in the Algerian war only to be abandoned by the French army afterwards.
These gestures have done little to lift the taboo surrounding the French-Algerian war and other shameful “details” of French history.
It would be difficult for either candidate, or any single politician for that matter, to reconcile France with its troubled past through such public declarations. The country remains profoundly unwilling to face its demons.
As a state and a nation, France has thus far denied any responsibility for crimes against humanity while, rightly, punishing guilty individuals.
France’s first formal encounter with crimes against humanity came in 1945 with the Nuremberg Tribunal in Germany. As an allied victor, France was on the right side of history and helped ensure that Nazis responsible for the Holocaust on French soil were punished.
The trials of Klaus Barbie, Paul Touvier and Maurice Papon shed light on France’s historical approach to this issue.
According to the Nuremberg judges, only Nazi Germany fit this definition. Barbie, acting on behalf of such a state, was found guilty and sentenced to life in prison.
France, on the other hand, was granted immunity from legal liability. According to the judges, the law applied only to criminal acts committed in association with the Nazis.
On the same grounds, Paul Touvier, a notorious Nazi collaborator and a high-ranking member of the French militia (a kind of Vichy police that helped the Gestapo) in 1992 was acquitted of crimes against humanity. French legislation claimed that an individual acting under the orders of the Nazi regime was not criminally responsible.
The court later reversed its judgement on appeal. In 1994, based on the Nuremberg standards, Touvier was found guilty of perpetrating crimes against humanity in the “interests of the Axis powers”. He was the first French citizen to receive that sentence.
Some years later, he would be joined by Maurice Papon, a high-ranking French civil servant who was convicted in 1998 for his role in deporting Jews in the southwest of France. But the court determined that no deeper investigation into the country’s role was necessary.
France as a nation has been repeatedly absolved of any responsibility in the second world war on the basis that all Europe was plagued by Nazi dominance, notwithstanding Vichy France’s widespread and well-acknowledged country collaboration.
Will France ever own up?
Collective and national responsibility is indeed an uncomfortable topic, for it questions every citizen’s complicity in atrocities.
But it does happen. It happened not just at Nuremberg but also today, as European governments demand that other countries, notably Syria, reckon with the violence they’ve perpetrated against their own people.
Can France ever face its own past?
Marine Le Pen is unlikely to broach the subject. If the National Front ever wins the Elysee Palace, she would not want to see her country answer for its own terrible crimes.
And if Macron were to reopen the debate when in power, he would most certainly be hounded again by the right-wing political establishment.
Still, France is the birthplace of the Enlightenment. If only in the interest of free inquiry and rationality, it’s time for the country to see the dawn of a new era: one of historical responsibility.
1. For the purpose of this Statute, “crime against humanity” means any of the following acts when committed as part of a widespread or systematic attack directed against any civilian population, with knowledge of the attack:
[28][28] ”Macron stated that French colonisation itself was a crime against humanity, an international legal term for acts of violence directed against a specific, identifiable population as part of a widespread and systematic attack.”
French President Emmanuel Macron said Saturday that “colonialism was a grave mistake” and called for “turning the page” on the past during a visit to Ivory Coast, a former French colony.
Macron, speaking in Ivory Coast’s main city Abidjan, said France was still often seen as maintaining a “hegemonic view and the trappings of colonialism”, which he said was “a grave mistake – a fault of the Republic”.
“I belong to a generation which was not that of colonisation,” he added.
“The African continent is a young continent,” he said. “Three-fourths of your country never knew colonialism,” he continued, addressing the Ivoirian audience, and called on African youth to “build a new partnership of friendship with France”.
Macron made the comments during a press conference alongside Ivorian President Alassane Ouattara, soon after the announcement that the CFA franc currency used by eight West African countries (almost all of them former French colonies) would be transformed into the “eco” and largely severed from French governance.
The CFA franc has long been criticised as a vestige of French colonialism. It was first pegged to the French franc and later the euro. France also played an important role in governing the currency and required that 50 percent of reserves be held in the French treasury. The eco will reverse these policies but will still be pegged to the euro.
During his election campaign, Macron created a storm of controversy in France by calling the colonisation of Algeria a “crime against humanity”. In a 2017 TV interview, he said French actions in Algeria, which achieved independence in 1962 after eight years of war, were “genuinely barbaric, and constitute a part of our past that we have to confront by apologising”.
Call for greater ‘political clarity’ from G5 Sahel
Macron’s joint press conference with Ouattara came in the context of a West African visit dominated by security concerns. Macron arrived in Ivory Coast on Friday to celebrate Christmas with French soldiers, even as a renewed jihadist insurgency has raised questions about the effectiveness of French and UN troops in the region.
In Abidjan on Saturday, Macron called for greater “political clarity” from Sahel countries hosting French troops fighting Islamist militants. Ivory Coast is not part of the G5 Sahel, the group of countries cooperating in France’s anti-jihadist Operation Barkhane, but hosts a separate French operation.
“We need the political conditions to accompany the military work we do,” Macron told troops from the 900-strong French contingent serving in the country. “I cannot ask our soldiers to take risks to fight against terrorism… and on the other hand have public opinions of these same countries believing in untruths.”
“France is not there with imperial intentions,” Macron said. “It doesn’t have an economic agenda, as is sometimes said.”
The leaders of the anti-jihadist G5 Sahel military alliance are due to attend a summit in France on January 13, when Macron said they would clarify the “political and strategic framework” of the operation after tensions emerged.
Mali’s President Ibrahim Boubacar Keita on Saturday told French television that the G5 leaders – Mali, Burkina Faso, Niger, Mauritania and Chad – will deliver a message demanding a “respectable and respectful” relationship with the former colonial power.
Deadly raid
In a separate speech to the French community in Ivory Coast, Macron said 33 “terrorists” had been “neutralised” in neighbouring Mali. French soldiers also released two Malian gendarmes being held by jihadists, Macron added.
The operation involving teams of commandos and attack helicopters in the flashpoint city of Mopti in central Mali came just weeks after 13 French soldiers were killed in a helicopter crash as they pursued jihadists in the country’s north.
Despite a French troop presence and a 13,000-strong UN peacekeeping force in Mali, the conflict that erupted in 2012 has engulfed the centre of the country and spread to neighbouring Burkina Faso and Niger.
“This considerable success shows the commitment of our forces, the support that we bring to Mali, to the region and to our own security,” Macron said.
“We have had losses, we also have victories this morning thanks to the commitment of our soldiers and Operation Barkhane,” he said.
Last month’s crash was the biggest single-day loss for the French military in nearly four decades, dealing a further blow to troop morale in an operation that has already faced severe criticism from G5 Sahel members.(FRANCE 24 with AFP) EINDE BERICHT
[29]
[29] ”Het is waar, Macron ging verder dan Rutte ooit gegaan is en erkent dat Frankrijk een koloniaal verleden heeft dat nu rondspookt in de Franse voorsteden en dat het land zijn moslims zwaar in de steek gelaten heeft. Maar het zijn woorden. Holle woorden
Wilders, Baudet en Rutte zeggen ook altijd dat het ze om extremistische moslims gaat, terwijl er tegen de extremistische moslims nooit wat gedaan wordt en altijd de gewone, brave, belastingbetalende Nederlandse moslims worden gepakt.
A Janus-faced entity – one African, the other French – Françafrique is the ultimate symbol of a confiscated, perverted sovereignty. This singular coinage perfectly illustrates France’s dogged refusal to decolonise. And as Senegalese novelist Boubacar Boris Diop notes, as such it continues to beget little monsters.
Intellectuals from countries like Nigeria, Kenya or Mozambique may not be familiar with the composite neologism Françafrique. It’s not only because it’s a French invention. Actually, Françafrique refers to a unique and absolutely fascinating political phenomenon: the continuous subjugation of supposedly sovereign African states – Côte d’Ivoire, Senegal, Gabon, to name a few – by their former colonial master, in this case France.
The process started in the mid-fifties and early sixties, when defeats in Indochina and then in Algeria persuaded Paris that it was wiser to grant nominal independence to its colonies in Sub-Saharan African while keeping a tight rein on them. Gradually, the French Empire switched from brutal overseer to absentee landlord.
The word Françafrique itself has met with a fate most bizarre. It is readily associated with François Xavier Verschave, a brilliantly lucid French intellectual who dedicated most of his life to exposing France’s rollback and nullification of African independences through foul neocolonial schemes.
Although I co-authored Négrophobie with him and Odile Tobner, we never met in person. Verschave died from cancer in June 2005, just five days after our book was released. But I knew he was so reviled by the elites of his country that for decades moneyed intellectuals, newspaper hitmen and digital media hacks from all quarters feigned to ignore his existence, to the point of never mentioning the portmanteau word he coined, i.e., Françafrique.
This hardly mattered to Verschave. Undaunted, he kept on exposing unpleasant truths, claiming loud and clear that Françafrique is “the longest scandal of the Fifth Republic.’’ Verschave was not just another disgruntled intellectual descrying a conspiracy, but a relentless file-comber. His flawless arguments were therefore backed by well-documented facts and figures, and “well-sourced” quotes. Thus, for several years he painstakingly took apart, piece by piece, joint by joint, the mechanisms of Françafrique.
On the one hand, African heads of state were handpicked by Paris, after two “ job interviews,” first with Jacques Foccart, General de Gaulle’s trusted advisor on African matters, then with de Gaulle himself, if the first screening was conclusive. Nothing was ever said on record, of course, but the African president thus “elected” was neither foolish nor foolhardy, and knew what was expected of him: to put the resources of his country at France’s disposal and routinely vote alongside the latter at the UN.
To put it bluntly, this politician should never forget that he was nothing but a puppet, or that he must consider a foreign country’s interests before taking any decision or signing any bill. This approach is how France has maintained, since the sixties and up to the present day, its status as a “world power” wielding a modicum of clout, and feels more… independent vis-à-vis its powerful American ally! As long as the terms of this “gentlemen’s agreement” are complied with, the African president can toss his political opponents to the sharptoothed, flesh-hungry crocodiles frothing in his private pond, crown himself emperor, embezzle and deposit billions in Swiss accounts, all without fearing the slightest rebuke. In any case, the well-oiled engine runs only through back channels and shady networks.
Huge, eye-popping bonanzas are shared among African and French leaders, money that the beleaguered economies of poor countries can ill-afford to lose. True, de Gaulle and Foccart, men of integrity who acted out of a keen sense of patriotism, never coveted, let alone profited from this neocolonial treasure-trove, but the same cannot be said of their successors. Three examples, among countless others, will be enough to make the point: Bokassa’s diamonds; the ELF Affair; and the notorious Robert Bourgi scandal. The latter, a French lawyer of Lebanese descent, who had served for decades as an errand boy for Françafrique’s marquee figures, decided suddenly in September 2011 to tell the Journal du dimanche how he used to carry from Abidjan, Libreville or Brazzaville briefcases stuffed with millions of francs he gave at the Elysée to Jacques Chirac, adding even in this interview: “I saw Chirac and Dominique de Villepin count the money in front of me.’’ In any other European country such revelations would have resulted in a huge political earthquake. In France, nothing happened at all.
All this proves, beyond reasonable doubt, that some French presidents have shamelessly enriched themselves through such shenanigans. But Françafrique also entails more sinister aspects, like an orgy of political violence. For the truth is, Paris does not shy away from eliminating those who stand in the way, nor from intervening militarily, with boots on the ground if necessary, when popular revolts go overboard or when an unauthorised military coup threatens to put one of its precious stooges out of power.
I won’t say that ordinary French citizens underwrite what their politicians are doing in Africa: they know how this neocolonial system can be unfair and even criminal but they are also convinced that, without France’s involvement, the situation in its former colonies would be much worse. To be frank, the meek silence of Francophone African intellectuals is the main reason why French public opinion thinks there is nothing wrong with Françafrique.
Verschave’s chief contribution is to have connected the dots between all these loose ends, between seemingly unrelated political events in Africa and tabloid infotainment, so that the public is enlightened as to what and who is behind all this. Ultimately, his dogged adversarial journalism has helped him to prevail against all odds, to the extent that ordinary language has adopted the neologism he forged.
The clearest indicator of this moral victory is that his enemies, such as Stephen Smith, the racist author of Négrologie, are trying to deny him ownership of the term, claiming htat it was Houphouët-Boigny who invented it. They are beating a dead horse, and throwing bones to the pundits for pointless debates and endless media trivia. In actual fact, the Ivorian politician purported to highlight the osmosis between France and former African colonies.
However, the funniest thing occurred when chroniclers who have denied the reality of Françafrique for decades, hastened to pronounce it dead as soon as Nicolas Sarkozy arrived on the scene.
Yet it was Sarkozy who ordered his military to use their tanks to dislodge Gbagbo, the elected Ivorian president, from his palace. Why? Because he was suspected by Paris of being increasingly defiant. Unlike Alassane Dramane Ouattara and Guillaume Soro to whom he was turned over by French soldiers.
Further, all that has been done and said by French authorities in the wake of the so-called “Arab Spring’’ – the infamous assassination of Gaddafi in Libya and the occupation of Mali – is consistent with the political rationale behind Françafrique.
France also heavily weighing in on the Gabonese presidential election that took place on 28 August. As it is, the system has strongly adjusted itself to the new multicentric geopolitical environment, and is therefore still very much in place. As Brecht said of Nazism after 1945, “the bitch is still in heat.”
A Janus-faced entity – one African, the other French – Françafrique is the ultimate symbol of a confiscated, perverted sovereignty. Worse still, it is currently begetting little monsters, as one speaks, every now and then, such as Chinafrique and even Canadafrique. Nevertheless, this singular coinage perfectly illustrates France’s dogged refusal to decolonise, and that’s why it is in that country, and nowhere else, that it rings true.
There are many signs that the situation is changing. France is no longer the great world power she used to be three decades ago, when Paris could easily topple an African head of state without too much fuss. Now, she needs the “approval’’of the UN – and the money – to do so. Moreover, most of the new African leaders were born after these strange “independences’’ their fathers threw so cowardly to the dogs. Even though many of these young presidents still have a slave mentality vis-à-vis Paris, some of them refuse to act as its obedient lackeys.
Ironically, these “resisters” are the ones who will, at last, decolonise France, a country still haunted by its colonial past – tragicomically at times.
EINDE ARTIKELGROENEFRANKRIJK IS NOG GEWOON DE BAAS20 FEBRUARI 2013
Een paar maanden nadat de zoveelste Franse president afstand had genomen van het neokolonialisme jagen de légionnaires al weer rebellen uit een Afrikaanse dictatuur. Frankrijk lijkt maar geen afstand te kunnen nemen van het schimmige web van belangen en prestige dat La Françafrique heet.
De ene interventie is de andere niet. Waar al bijna twee jaar vruchteloos wordt gesteggeld over ingrijpen in Syrië stuurde Frankrijk een maand geleden van de ene op de andere dag een paar duizend soldaten naar Mali. Schijnbaar de hele wereld brak uit in spontaan applaus – buurlanden, wereldmachten, internationale organisaties – terwijl de Franse soldaten de ene na de andere woestijnstad binnenrolden, soms opgehouden door aanslagen of een verrassingsoffensief per kano over de Niger.
Een VN-resolutie om het allemaal te legitimeren dobbert nu pas, nu de Fransen zich al weer opmaken om uit Mali te vertrekken, zonder enige tegenstand door de Veiligheidsraad. Slechts een enkeling sputtert een beetje. Zoals de Canadese minister van Buitenlandse Zaken, die vorige week zei dat de missie in Mali ‘nu al een counter-insurgency’ is en dat Mali ‘een nieuw Afghanistan’ dreigt te worden. Maar niemand legt Frankrijk werkelijk iets in de weg. De linkeroeverintellectuelen van Parijs al helemaal niet. ‘Frankrijk neemt de morele en operationele leiding van een rechtvaardige oorlog’, ronkte filosoof Bernard-Henri Lévy op zijn blog. ‘Met zijn beperkte middelen en hoge werkloosheid staat Frankrijk aan het hoofd van een andere vorm van globalisering, een deugdzame, genereuze variant: de globalisering van de democratie en vrede.’
Dat klinkt heel mooi, maar het roept toch vooral herinneringen op aan de recente Franse interventie in Libië, waarbij Lévy in zijn oogverblindend witte overhemd welhaast de troepen leek te leiden. Algemener gesproken is de aanblik van légionnaires die rebellen uit een Afrikaanse dictatuur jagen al decennia een vertrouwd gezicht. Een argeloze toeschouwer zou kunnen denken dat militair interventionisme in Afrika officieel Frans beleid is, zoals het dat lang is geweest.
Niets is echter minder waar. François Hollande beloofde nog maar een paar maanden geleden dat hij het aantal Franse soldaten in Mali omlaag zou schroeven. Sterker nog, hij beloofde dat voor heel Afrika. ‘Frankrijk heeft geen soldaten nodig in Afrika’, zei Hollande in oktober in Senegal, ‘maar een gedeelde visie op onze verantwoordelijkheden.’ De president verklaarde dat hij vastbesloten was om de relatie tussen Frankrijk en Afrika ‘te herstarten op een nieuwe basis’. En hij verzekerde zijn publiek: ‘Het tijdperk van wat eens “Françafrique” werd genoemd, is voorbij.’
Dat was klare taal. Maar in de zaal veroorzaakte dat niet direct opwinding. Want Hollande’s afscheid van La Françafrique was niet zozeer een hartenkreet als wel een verplicht nummer voor Franse gezagsdragers. ‘De tijden zijn veranderd’, zei Hollande’s voorganger, Nicolas Sarkozy, bijvoorbeeld een paar jaar geleden even plechtig in Kaapstad. En: ‘Frankrijk kan niet meer de gendarme van Afrika spelen.’ Wat later liet de voormalige gendarme de légionnaires invliegen om orde op zaken te stellen in Tsjaad, Ivoorkust en Libië. Ook Lionel Jospin, de socialistische premier van eind jaren negentig, kondigde al een ‘nieuw hoofdstuk’ aan in de Frans-Afrikaanse betrekkingen, met ‘noch inmenging, noch onverschilligheid’ als devies. De verschillende Franse militaire bases in Afrika bleven gewoon open. Zelfs president Jacques Chirac, de neo-gaullist pur sang, prevelde bij tijd en wijle iets over ‘nieuwe bladzijden’ in de Frans-Afrikaanse betrekkingen. Maar als puntje bij paaltje kwam, leek er toch vooral heel veel continuïteit te bestaan in de ‘speciale band’ tussen Frankrijk en Afrika.
Dat verbaast in de eerste plaats de Fransen zelf. ‘De Franse positie in Afrika is veel langer intact gebleven dan iedereen hier had verwacht’, zegt Antoine Glaser vanuit Parijs. Glaser is hoofdredacteur van Africa Intelligence, een Frans tijdschrift over Afrikaanse politiek en economie voor en achter de schermen. ‘Het Franse imperium bestond bij de gratie van de VS’, aldus Glaser. ‘Toen de Koude Oorlog afliep dachten politici, analisten en militairen dat Frankrijk zijn positie snel zou verliezen. Frankrijk is nu een zwak land, dat niet op kan tegen China, Brazilië en de andere nieuwe spelers. Maar het handjeklap tussen Franse en Afrikaanse leiders is er nog steeds. De economische belangen zijn er nog steeds, ondersteund door persoonlijke relaties. En in militair opzicht is Frankrijk in Afrika nog altijd alleen. Elke Franse president zegt wel: “O ja, Françafrique is nu echt definitief afgelopen.” Maar elk van hen eindigt weer met een Afrikaans masker op.’
Wie het heden wil begrijpen van de Franse positie in Afrika moet altijd eerst een stuk terug in de tijd. Naar de geschiedenis van La Françafrique, een term die maar niet in vergetelheid wil raken, hoe graag Franse presidenten dat ook willen. De Ivoriaanse president Félix Houphouët-Boigny nam de term als eerste in de mond, in de jaren vijftig. Hij bedoelde dat positief, als omschrijving van de vaderlijke begeleiding die Parijs bood aan de staten die net onafhankelijk waren geworden van Frankrijk. Maar het duurde maar kort voor de term zijn nare bijsmaak kreeg. Françafrique begon een synoniem te worden voor een schimmig, oncontroleerbaar netwerk van politici, zakenmannen, huurlingen, diplomaten, geheim agenten en andere tussenpersonen, die geld en diensten heen en weer sluisden tussen Parijs en Afrikaanse hoofdsteden.
Volgens critici kwam Françafrique neer op een cynische ruil. De Afrikaanse leiders hielden de boel rustig in de Franse achtertuin, leverden hun bodemschatten aan Franse bedrijven, en stortten af en toe wat tonnen op geheime rekeningen waarmee Franse politici hun campagnes bekostigden. Als tegenprestatie vlogen de Fransen hun soldaten in als de woedende massa’s of de rebellen door de straten trokken, of helikopterden ze de leiders naar hun Parijse villa’s als de boel niet meer te houden was. Een soort levensverzekering voor Afrikaanse despoten in ruil voor geld, toegang en invloed. Françafrique betekende daarom eigenlijk France à fric (‘Poen voor Frankrijk’), schreef de econoom François-Xavier Verschave in La Françafrique: Le plus long scandale de la République.
De kopstukken van Françafrique vormen een rijk tableau. Zoals de machtige Jacques Foccart, rechterhand van de presidenten De Gaulle, Pompidou en Chirac, en bewezen of vermoed instigator van een reeks staatsgrepen en andere intriges. Of Maurice Robert, eerst Afrika-chef van de geheime dienst, daarna topman bij olieconcern Elf, toen ambassadeur in Gabon (dat door Elf werd leeggepompt), toen weer terug naar Elf. Omar Bongo, ruim vier decennia capo/president van Gabon, het archetype van een kleptocratische oliestaat, en eigenaar van 33 villa’s en appartementen in Frankrijk. Bob Denard, de extreem-rechtse ex-stofzuigerverkoper die Frankrijks beruchtste huurling en serieel couppleger werd en die van de Comoren een privé-koninkrijk voor hem en zijn zeven vrouwen maakte. Jean-Christophe Mitterrand, oud_-_AFP-correspondent, veroordeeld wapensmokkelaar, zoon annex gezant van de president en in Afrika bekend als Papamadi (‘Mijn papa zei’). En naast hen nog een eindeloze rij minder kleurrijke, anonieme functionarissen en tussenpersonen.
Het netwerk van deze mannen leverde Frankrijk niet alleen wit, zwart en grijs geld op maar ook grote politieke voordelen. De Franse kolonies in Afrika werden in 1960 onafhankelijk, net toen generaal De Gaulle aan zijn presidentschap begon. Voor De Gaulle was het behouden van de Franse invloed en prestige als grootmacht het hoogste doel. Een Afrikaans pré-carré, een voorpost van bevriende staten, was voor hem essentieel als bolwerk tegen de voortkruipende ‘Angelsaksische’ invloed. En dus stemde de pré-carré in de Verenigde Naties en andere internationale organisaties braaf mee met Frankrijk en eisten de landen ervan overal Frans als voertaal. Ironisch genoeg bleef de pré-carré vooral intact omdat de VS de Franse positie in Afrika ijverig ondersteunden. Opeenvolgende Amerikaanse regeringen zagen Françafrique namelijk als een nuttig bolwerk tegen het voortkruipende communisme.
Na de Koude Oorlog viel de dreiging van het communisme weg, en daarmee de zwijgende Amerikaanse steun voor Françafrique. Nog erger was de morele doodsteek in 1994. Uit reconstructies van Britse kranten, Human Rights Watch en anderen blijkt dat het kabinet-Mitterrand de burgeroorlog in Rwanda zag als een ‘anglofoon complot’ tegen een Franssprekend land, en vervolgens met wapens, militaire adviseurs en inlichtingen de Hutu-regering steunde tegen de Tutsi-rebellen. Het liep uit op genocide. Iedereen in Frankrijk zag dat het anders moest, zelfs Jacques Chirac. En sindsdien zoekt daarom elke Franse president naar een ‘nieuw begin’ in de relatie met Afrika. En een einde aan Françafrique. Maar lukt dat?
‘Dat hangt ervan af wat je verstaat onder Françafrique’, zegt politicoloog Bruno Charbonneau, auteur van France and the New Imperialism in een telefonisch gesprek. ‘De oude, informele netwerken waar de term naar verwees – de persoonlijke, politieke, soms criminele netwerken – die dicteren het Franse beleid niet meer. Ook qua stijl is er een duidelijke verandering. De Franse regeringen hunkeren naar legitimiteit in de ogen van hun eigen bevolking en die van Afrika. De dagen van Jacques Foccart zijn voorbij, waarin Frankrijk in Afrika gewoon deed wat het wilde. Maar als je Françafrique ziet als de Franse positie en belangen in Afrika, dan zie je onder die veranderingen vooral veel continuïteit.’
Frankrijk mag dan wel afscheid willen nemen van zijn imago als neo-kolonisator en er is in Frankrijk voortdurend debat over de kosten versus de baten en de moraliteit van de Franse positie in Afrika. Maar de economische belangen op het continent, de politieke voordelen van de speciale positie en ja, de Franse rol op het wereldtoneel maken dat Franse regeringen als puntje bij paaltje komt maar weinig afstand nemen van de oude praktijk.
In militair opzicht, bijvoorbeeld. Nicolas Sarkozy wilde duidelijk een nieuwe koers varen. Hij verklaarde dat Afrika voor Frankrijk minder belangrijk was dan het Midden-Oosten en opende daarom een grote militaire basis in Abu Dhabi. Hij nam afstand van het militaire establishment en omringde zich in crisissituaties met vertrouwde adviseurs. ‘Hij imiteerde de war room van Amerikaanse presidenten’, zegt Charbonneau. Maar toen het moment kwam om een beslissing te nemen over de grote Franse militaire basis in Libreville, de hoofdstad van Gabon, besloot Sarkozy die open te houden. Ook elders bleven de laarzen op Afrikaanse bodem.
‘De Franse militaire positie in Afrika is niet aangetast’, zegt Charbonneau. ‘De interventie in Mali illustreert dat Frankrijk nog steeds wíl interveniëren in Afrika, dat het de enige is die dat ook kán, en dat er nog steeds Afrikaanse leiders zijn die erom vragen.’ En niet alleen Afrikaanse leiders. De VS lieten Frankrijk in Libië de kar trekken. In Mali trokken de Amerikanen een pak geld voor de Fransen en hielpen met militaire logistiek. De Britten ook, maar hun transportvliegtuig stond op dag één al aan de grond met panne. Dat zorgde voor enig gegniffel in Frankrijk, maar het illustreerde ook dat alleen de Fransen in de Sahel kunnen wat ze nu doen.
Ook als het gaat om de vriendjespolitiek verandert er minder dan Franse presidenten graag suggereren. Frankrijk eist nu van Afrikaanse leiders goed bestuur en sommeert oude vrienden soms om op te krassen als ze verkiezingen hebben verloren. Maar de ene vriend is de andere niet. In 2008 zei Jean-Marie Bockel, de eigenzinnige staatssecretaris voor Ontwikkeling en La Francophonie, tegen Le Monde dat hij ‘het doodscertificaat van Françafrique’ wilde tekenen. En hij bekritiseerde wanbestuur en corruptie ‘in sommige Afrikaanse staten’. Dat wekte de woede van Omar Bongo, die zich geheel terecht aangesproken voelde. Wat telefoontjes volgden naar het Elysée en Bockel werd door Sarkozy weggepromoveerd.
Sarkozy had als signaal ook de oude ‘Afrika-cel’ in het Elysée afgeschaft, waar Foccart zijn continent bestierde. Maar contact met Afrikaanse vrienden hield Sarkozy, zoals zijn voorgangers, via een informele tussenpersoon: de jurist Robert Bourgi. Toen Omar Bongo in 2009 overleed, werd diens zoon Ali in de verkiezingsrace bijgestaan door Bourgi. ‘In Gabon steunt Frankrijk geen kandidaat’, zei Bourgi toen, ‘maar de kandidaat van Robert Bourgi is Ali Bongo. En ik ben een zeer invloedrijke vriend van Nicolas Sarkozy. Op sublieme wijze zullen de stemmers het begrijpen.’ Ali Bongo won.
Ook incidenten in andere landen zetten Françafrique soms ongewenst in de schijnwerpers. In 2010 werd de spelersbus van het voetbalteam van Togo, op weg naar de Afrika Cup, beschoten door rebellen in de Angolese provincie Cabinda. Opeens zag de wereld dat daar een afscheidingsbeweging met geweld een olieprovincie van een geplaagd land afschermde. De kantoren van zowel de rebellen als de oliebedrijven die de olie nu oppompten, zaten in Parijs. Vertegenwoordigers van multinational Total, waar onder meer Elf in opgegaan is, zijn nog altijd cruciale spelers in het Afrika van vandaag.
Voor sommige Afrikaanse intellectuelen is het voortbestaan van deze patronen een enorme frustratie. ‘De nieuwe Afrikaanse leiders hebben duidelijk gekozen voor continuïteit in het beheer van Françafrique, het systeem van wederzijdse corruptie dat Frankrijk sinds het einde van het kolonialisme aan zijn Afrikaanse zetbazen bindt’, schreef de Kameroense filosoof Achille Mbembé drie jaar geleden.
In het geval van Mali spelen de informele netwerken en vriendjespolitiek volgens Jean-Marie Bockel, de voormalige staatssecretaris, echter ‘geen bepalende rol’. ‘De vorm van de interventie en het debat eromheen zijn natuurlijk bepaald door de geschiedenis van Frankrijk in Afrika’, zegt hij in een telefonisch gesprek. ‘Maar de interventie in Mali was vooral een kwestie van Franse en internationale veiligheid. De radicale islamisten moesten worden gestopt en Frankrijk is de enige die snel genoeg ter plaatse kon zijn om dat te doen.’ Dat is precies ook de positie van de Franse regering. François Hollande wil graag duidelijk maken dat deze interventie heel anders is dan die van vroeger en hamert er daarom voortdurend op dat Frankrijk nauwelijks economische belangen heeft in Mali. ‘Het enige doel van deze interventie is de strijd tegen terrorisme’, zei hij. Maar natuurlijk speelt er meer.
‘Hollande zet zwaar in op het thema van de radicale islam, om een juridisch dubieuze ingreep te verkopen’, zegt politicoloog Charbonneau. ‘Hollande blaast de terroristische dimensie enorm op. Mali is op geen enkele manier een existentiële bedreiging voor Europa. Het is een burgeroorlog in een falende staat, nota bene in een land dat lang een voorbeeld voor Afrikaanse democratie was tot de militairen vorig jaar de macht grepen. Een kwestie van mondiaal terrorisme is het zeker niet. Maar het is wel een burgeroorlog die allerlei Franse belangen bedreigde en de belangen van bevriende staten in de regio.’
Die belangen zijn, net als in voorgaande decennia, vaak economisch. ‘Hollande benadrukt steeds dat Frankrijk weinig economische belangen heeft in Mali. Dat is inderdaad waar, maar in de buurlanden zijn die belangen juist groot’, zegt Charbonneau. ‘Twee mijnen in Niger, in de provincie die naast Mali ligt, leveren het leeuwendeel van het uranium voor Frankrijks nucleaire industrie. Frankrijk stuurde meteen commando’s naar die mijnen om ze te beschermen. En er zit ook olie in Zuid-Libië en Zuid-Algerije, waar Frankrijk een oogje op heeft. Franse bedrijven zijn nog erg dominant in Ivoorkust, een buurland van Mali. Al die belangen beschermt Frankrijk door Mali stabiel te houden.’
En stabiliteit is niet alleen belangrijk voor de Franse portemonnee. Als de oorlog in Mali zich uitbreidt, bijvoorbeeld naar het instabiele Niger of Tsjaad, zal de wereld toch weer naar Frankrijk kijken om het op te lossen. Als Frankrijk dat niet doet, komen de problemen vanzelf wel naar Frankrijk. Miljoenen Fransen hebben Afrikaanse wortels, en als de Sahel-regio ontwricht zou raken, kijken de vluchtelingen vanzelf naar Frankrijk. ‘Sarkozy wilde Afrika meer loslaten, maar het thema van immigratie trok hem er vanzelf naar terug’, zegt _Africa Intelligence-_hoofdredacteur Antoine Glaser. ‘Het controleren van immigratieroutes maakt stabiliteit in Afrika belangrijk voor binnenlandse politiek. Net als het thema van de radicale islam. En net als het controleren van drugsroutes door de Sahel.’
Telkens als een Franse president zich meer wil losmaken uit Afrika blijkt Frankrijk meer verstrikt in het continent dan gedacht. Of, cynisch geformuleerd, vindt Françafrique een nieuwe reden voor zijn bestaan. Ook de droom van Franse grandeur heeft zich weer opgericht. ‘De legertop had veel invloed verloren bij Sarkozy, maar ze leunen weer sterk op Hollande’, zegt Glaser. ‘In het leger is het nog altijd een dogma dat Frankrijk zonder Afrika geostrategisch is uitgespeeld. De Franse rol in de Veiligheidsraad van de VN leunt op de militaire aanwezigheid in Afrika. Het idee dat Frankrijk daar niet zonder kan, is weer helemaal terug.’ En ook de Amerikaanse steun is terug, met de Amerikaanse zorgen om terrorisme in plaats van de vroegere Amerikaanse zorgen om communisme.
Françafrique dood? Even dood als die andere keren dat het verscheiden ervan werd aangekondigd, schreef Christophe Boisbouvier, Afrika-redacteur van Radio France International. Als na ‘Rwanda’. Als na het ‘doodscertificaat’ van Bockel. Als toen Afrikaanse leiders en Mitterrand zich symbolisch rond de doodskist schaarden van Houphouët-Boigny, de bedenker van de term Françafrique. Zelfs de illegale financiering van Franse politici bestaat volgens hem nog.Het is een enorm contrast met de nieuwe richting die Afrika ingeslagen is. Over bijna het hele continent groeit de middenklasse en uit de hele wereld stromen de investeringen binnen. ‘Afrika is het nieuwe speelterrein voor iedereen’, zegt Glaser. ‘Frankrijk verliest voortdurend marktaandeel aan nieuwkomers. Aan China en Brazilië, natuurlijk, maar ook aan Turkije, India, Arabische landen en al die nieuwe spelers in de wereldeconomie. Maar zij zien Afrika alleen als markt en ze laten Afrika in politiek en strategisch opzicht links liggen. In de pré-carré is Frankrijk nog gewoon de baas.’ EINDE ARTIKEL
”The word Françafrique itself has met with a fate most bizarre. It is readily associated with François Xavier Verschave, a brilliantly lucid French intellectual who dedicated most of his life to exposing France’s rollback and nullification of African independences through foul neocolonial schemes.
Although I co-authored Négrophobie with him and Odile Tobner, we never met in person. Verschave died from cancer in June 2005, just five days after our book was released. But I knew he was so reviled by the elites of his country that for decades moneyed intellectuals, newspaper hitmen and digital media hacks from all quarters feigned to ignore his existence, to the point of never mentioning the portmanteau word he coined, i.e., Françafrique.
This hardly mattered to Verschave. Undaunted, he kept on exposing unpleasant truths, claiming loud and clear that Françafrique is “the longest scandal of the Fifth Republic.’’ Verschave was not just another disgruntled intellectual descrying a conspiracy, but a relentless file-comber. His flawless arguments were therefore backed by well-documented facts and figures, and “well-sourced” quotes. Thus, for several years he painstakingly took apart, piece by piece, joint by joint, the mechanisms of Françafrique.”NEW AFRICAN MAGAZINEFRANCAFRIQUE: A BRIEF HISTORY OF A SCANDALOUS WORD
”Volgens critici kwam Françafrique neer op een cynische ruil. De Afrikaanse leiders hielden de boel rustig in de Franse achtertuin, leverden hun bodemschatten aan Franse bedrijven, en stortten af en toe wat tonnen op geheime rekeningen waarmee Franse politici hun campagnes bekostigden. Als tegenprestatie vlogen de Fransen hun soldaten in als de woedende massa’s of de rebellen door de straten trokken, of helikopterden ze de leiders naar hun Parijse villa’s als de boel niet meer te houden was. Een soort levensverzekering voor Afrikaanse despoten in ruil voor geld, toegang en invloed. Françafrique betekende daarom eigenlijk France à fric (‘Poen voor Frankrijk’), schreef de econoom François-Xavier Verschave in La Françafrique: Le plus long scandale de la République.” GROENEFRANKRIJK IS NOG GEWOON DE BAAS20 FEBRUARI 2013
A Janus-faced entity – one African, the other French – Françafrique is the ultimate symbol of a confiscated, perverted sovereignty. This singular coinage perfectly illustrates France’s dogged refusal to decolonise. And as Senegalese novelist Boubacar Boris Diop notes, as such it continues to beget little monsters.
Intellectuals from countries like Nigeria, Kenya or Mozambique may not be familiar with the composite neologism Françafrique. It’s not only because it’s a French invention. Actually, Françafrique refers to a unique and absolutely fascinating political phenomenon: the continuous subjugation of supposedly sovereign African states – Côte d’Ivoire, Senegal, Gabon, to name a few – by their former colonial master, in this case France.
The process started in the mid-fifties and early sixties, when defeats in Indochina and then in Algeria persuaded Paris that it was wiser to grant nominal independence to its colonies in Sub-Saharan African while keeping a tight rein on them. Gradually, the French Empire switched from brutal overseer to absentee landlord.
The word Françafrique itself has met with a fate most bizarre. It is readily associated with François Xavier Verschave, a brilliantly lucid French intellectual who dedicated most of his life to exposing France’s rollback and nullification of African independences through foul neocolonial schemes.
Although I co-authored Négrophobie with him and Odile Tobner, we never met in person. Verschave died from cancer in June 2005, just five days after our book was released. But I knew he was so reviled by the elites of his country that for decades moneyed intellectuals, newspaper hitmen and digital media hacks from all quarters feigned to ignore his existence, to the point of never mentioning the portmanteau word he coined, i.e., Françafrique.
This hardly mattered to Verschave. Undaunted, he kept on exposing unpleasant truths, claiming loud and clear that Françafrique is “the longest scandal of the Fifth Republic.’’ Verschave was not just another disgruntled intellectual descrying a conspiracy, but a relentless file-comber. His flawless arguments were therefore backed by well-documented facts and figures, and “well-sourced” quotes. Thus, for several years he painstakingly took apart, piece by piece, joint by joint, the mechanisms of Françafrique.
On the one hand, African heads of state were handpicked by Paris, after two “ job interviews,” first with Jacques Foccart, General de Gaulle’s trusted advisor on African matters, then with de Gaulle himself, if the first screening was conclusive. Nothing was ever said on record, of course, but the African president thus “elected” was neither foolish nor foolhardy, and knew what was expected of him: to put the resources of his country at France’s disposal and routinely vote alongside the latter at the UN.
To put it bluntly, this politician should never forget that he was nothing but a puppet, or that he must consider a foreign country’s interests before taking any decision or signing any bill. This approach is how France has maintained, since the sixties and up to the present day, its status as a “world power” wielding a modicum of clout, and feels more… independent vis-à-vis its powerful American ally! As long as the terms of this “gentlemen’s agreement” are complied with, the African president can toss his political opponents to the sharptoothed, flesh-hungry crocodiles frothing in his private pond, crown himself emperor, embezzle and deposit billions in Swiss accounts, all without fearing the slightest rebuke. In any case, the well-oiled engine runs only through back channels and shady networks.
Huge, eye-popping bonanzas are shared among African and French leaders, money that the beleaguered economies of poor countries can ill-afford to lose. True, de Gaulle and Foccart, men of integrity who acted out of a keen sense of patriotism, never coveted, let alone profited from this neocolonial treasure-trove, but the same cannot be said of their successors. Three examples, among countless others, will be enough to make the point: Bokassa’s diamonds; the ELF Affair; and the notorious Robert Bourgi scandal. The latter, a French lawyer of Lebanese descent, who had served for decades as an errand boy for Françafrique’s marquee figures, decided suddenly in September 2011 to tell the Journal du dimanche how he used to carry from Abidjan, Libreville or Brazzaville briefcases stuffed with millions of francs he gave at the Elysée to Jacques Chirac, adding even in this interview: “I saw Chirac and Dominique de Villepin count the money in front of me.’’ In any other European country such revelations would have resulted in a huge political earthquake. In France, nothing happened at all.
All this proves, beyond reasonable doubt, that some French presidents have shamelessly enriched themselves through such shenanigans. But Françafrique also entails more sinister aspects, like an orgy of political violence. For the truth is, Paris does not shy away from eliminating those who stand in the way, nor from intervening militarily, with boots on the ground if necessary, when popular revolts go overboard or when an unauthorised military coup threatens to put one of its precious stooges out of power.
I won’t say that ordinary French citizens underwrite what their politicians are doing in Africa: they know how this neocolonial system can be unfair and even criminal but they are also convinced that, without France’s involvement, the situation in its former colonies would be much worse. To be frank, the meek silence of Francophone African intellectuals is the main reason why French public opinion thinks there is nothing wrong with Françafrique.
Verschave’s chief contribution is to have connected the dots between all these loose ends, between seemingly unrelated political events in Africa and tabloid infotainment, so that the public is enlightened as to what and who is behind all this. Ultimately, his dogged adversarial journalism has helped him to prevail against all odds, to the extent that ordinary language has adopted the neologism he forged.
The clearest indicator of this moral victory is that his enemies, such as Stephen Smith, the racist author of Négrologie, are trying to deny him ownership of the term, claiming htat it was Houphouët-Boigny who invented it. They are beating a dead horse, and throwing bones to the pundits for pointless debates and endless media trivia. In actual fact, the Ivorian politician purported to highlight the osmosis between France and former African colonies.
However, the funniest thing occurred when chroniclers who have denied the reality of Françafrique for decades, hastened to pronounce it dead as soon as Nicolas Sarkozy arrived on the scene.
Yet it was Sarkozy who ordered his military to use their tanks to dislodge Gbagbo, the elected Ivorian president, from his palace. Why? Because he was suspected by Paris of being increasingly defiant. Unlike Alassane Dramane Ouattara and Guillaume Soro to whom he was turned over by French soldiers.
Further, all that has been done and said by French authorities in the wake of the so-called “Arab Spring’’ – the infamous assassination of Gaddafi in Libya and the occupation of Mali – is consistent with the political rationale behind Françafrique.
France also heavily weighing in on the Gabonese presidential election that took place on 28 August. As it is, the system has strongly adjusted itself to the new multicentric geopolitical environment, and is therefore still very much in place. As Brecht said of Nazism after 1945, “the bitch is still in heat.”
A Janus-faced entity – one African, the other French – Françafrique is the ultimate symbol of a confiscated, perverted sovereignty. Worse still, it is currently begetting little monsters, as one speaks, every now and then, such as Chinafrique and even Canadafrique. Nevertheless, this singular coinage perfectly illustrates France’s dogged refusal to decolonise, and that’s why it is in that country, and nowhere else, that it rings true.
There are many signs that the situation is changing. France is no longer the great world power she used to be three decades ago, when Paris could easily topple an African head of state without too much fuss. Now, she needs the “approval’’of the UN – and the money – to do so. Moreover, most of the new African leaders were born after these strange “independences’’ their fathers threw so cowardly to the dogs. Even though many of these young presidents still have a slave mentality vis-à-vis Paris, some of them refuse to act as its obedient lackeys.
Ironically, these “resisters” are the ones who will, at last, decolonise France, a country still haunted by its colonial past – tragicomically at times.
EINDE ARTIKEL
GROENEFRANKRIJK IS NOG GEWOON DE BAAS20 FEBRUARI 2013
Een paar maanden nadat de zoveelste Franse president afstand had genomen van het neokolonialisme jagen de légionnaires al weer rebellen uit een Afrikaanse dictatuur. Frankrijk lijkt maar geen afstand te kunnen nemen van het schimmige web van belangen en prestige dat La Françafrique heet.
De ene interventie is de andere niet. Waar al bijna twee jaar vruchteloos wordt gesteggeld over ingrijpen in Syrië stuurde Frankrijk een maand geleden van de ene op de andere dag een paar duizend soldaten naar Mali. Schijnbaar de hele wereld brak uit in spontaan applaus – buurlanden, wereldmachten, internationale organisaties – terwijl de Franse soldaten de ene na de andere woestijnstad binnenrolden, soms opgehouden door aanslagen of een verrassingsoffensief per kano over de Niger.
Een VN-resolutie om het allemaal te legitimeren dobbert nu pas, nu de Fransen zich al weer opmaken om uit Mali te vertrekken, zonder enige tegenstand door de Veiligheidsraad. Slechts een enkeling sputtert een beetje. Zoals de Canadese minister van Buitenlandse Zaken, die vorige week zei dat de missie in Mali ‘nu al een counter-insurgency’ is en dat Mali ‘een nieuw Afghanistan’ dreigt te worden. Maar niemand legt Frankrijk werkelijk iets in de weg. De linkeroeverintellectuelen van Parijs al helemaal niet. ‘Frankrijk neemt de morele en operationele leiding van een rechtvaardige oorlog’, ronkte filosoof Bernard-Henri Lévy op zijn blog. ‘Met zijn beperkte middelen en hoge werkloosheid staat Frankrijk aan het hoofd van een andere vorm van globalisering, een deugdzame, genereuze variant: de globalisering van de democratie en vrede.’
Dat klinkt heel mooi, maar het roept toch vooral herinneringen op aan de recente Franse interventie in Libië, waarbij Lévy in zijn oogverblindend witte overhemd welhaast de troepen leek te leiden. Algemener gesproken is de aanblik van légionnaires die rebellen uit een Afrikaanse dictatuur jagen al decennia een vertrouwd gezicht. Een argeloze toeschouwer zou kunnen denken dat militair interventionisme in Afrika officieel Frans beleid is, zoals het dat lang is geweest.
Niets is echter minder waar. François Hollande beloofde nog maar een paar maanden geleden dat hij het aantal Franse soldaten in Mali omlaag zou schroeven. Sterker nog, hij beloofde dat voor heel Afrika. ‘Frankrijk heeft geen soldaten nodig in Afrika’, zei Hollande in oktober in Senegal, ‘maar een gedeelde visie op onze verantwoordelijkheden.’ De president verklaarde dat hij vastbesloten was om de relatie tussen Frankrijk en Afrika ‘te herstarten op een nieuwe basis’. En hij verzekerde zijn publiek: ‘Het tijdperk van wat eens “Françafrique” werd genoemd, is voorbij.’
Dat was klare taal. Maar in de zaal veroorzaakte dat niet direct opwinding. Want Hollande’s afscheid van La Françafrique was niet zozeer een hartenkreet als wel een verplicht nummer voor Franse gezagsdragers. ‘De tijden zijn veranderd’, zei Hollande’s voorganger, Nicolas Sarkozy, bijvoorbeeld een paar jaar geleden even plechtig in Kaapstad. En: ‘Frankrijk kan niet meer de gendarme van Afrika spelen.’ Wat later liet de voormalige gendarme de légionnaires invliegen om orde op zaken te stellen in Tsjaad, Ivoorkust en Libië. Ook Lionel Jospin, de socialistische premier van eind jaren negentig, kondigde al een ‘nieuw hoofdstuk’ aan in de Frans-Afrikaanse betrekkingen, met ‘noch inmenging, noch onverschilligheid’ als devies. De verschillende Franse militaire bases in Afrika bleven gewoon open. Zelfs president Jacques Chirac, de neo-gaullist pur sang, prevelde bij tijd en wijle iets over ‘nieuwe bladzijden’ in de Frans-Afrikaanse betrekkingen. Maar als puntje bij paaltje kwam, leek er toch vooral heel veel continuïteit te bestaan in de ‘speciale band’ tussen Frankrijk en Afrika.
Dat verbaast in de eerste plaats de Fransen zelf. ‘De Franse positie in Afrika is veel langer intact gebleven dan iedereen hier had verwacht’, zegt Antoine Glaser vanuit Parijs. Glaser is hoofdredacteur van Africa Intelligence, een Frans tijdschrift over Afrikaanse politiek en economie voor en achter de schermen. ‘Het Franse imperium bestond bij de gratie van de VS’, aldus Glaser. ‘Toen de Koude Oorlog afliep dachten politici, analisten en militairen dat Frankrijk zijn positie snel zou verliezen. Frankrijk is nu een zwak land, dat niet op kan tegen China, Brazilië en de andere nieuwe spelers. Maar het handjeklap tussen Franse en Afrikaanse leiders is er nog steeds. De economische belangen zijn er nog steeds, ondersteund door persoonlijke relaties. En in militair opzicht is Frankrijk in Afrika nog altijd alleen. Elke Franse president zegt wel: “O ja, Françafrique is nu echt definitief afgelopen.” Maar elk van hen eindigt weer met een Afrikaans masker op.’
Wie het heden wil begrijpen van de Franse positie in Afrika moet altijd eerst een stuk terug in de tijd. Naar de geschiedenis van La Françafrique, een term die maar niet in vergetelheid wil raken, hoe graag Franse presidenten dat ook willen. De Ivoriaanse president Félix Houphouët-Boigny nam de term als eerste in de mond, in de jaren vijftig. Hij bedoelde dat positief, als omschrijving van de vaderlijke begeleiding die Parijs bood aan de staten die net onafhankelijk waren geworden van Frankrijk. Maar het duurde maar kort voor de term zijn nare bijsmaak kreeg. Françafrique begon een synoniem te worden voor een schimmig, oncontroleerbaar netwerk van politici, zakenmannen, huurlingen, diplomaten, geheim agenten en andere tussenpersonen, die geld en diensten heen en weer sluisden tussen Parijs en Afrikaanse hoofdsteden.
Volgens critici kwam Françafrique neer op een cynische ruil. De Afrikaanse leiders hielden de boel rustig in de Franse achtertuin, leverden hun bodemschatten aan Franse bedrijven, en stortten af en toe wat tonnen op geheime rekeningen waarmee Franse politici hun campagnes bekostigden. Als tegenprestatie vlogen de Fransen hun soldaten in als de woedende massa’s of de rebellen door de straten trokken, of helikopterden ze de leiders naar hun Parijse villa’s als de boel niet meer te houden was. Een soort levensverzekering voor Afrikaanse despoten in ruil voor geld, toegang en invloed. Françafrique betekende daarom eigenlijk France à fric (‘Poen voor Frankrijk’), schreef de econoom François-Xavier Verschave in La Françafrique: Le plus long scandale de la République.
De kopstukken van Françafrique vormen een rijk tableau. Zoals de machtige Jacques Foccart, rechterhand van de presidenten De Gaulle, Pompidou en Chirac, en bewezen of vermoed instigator van een reeks staatsgrepen en andere intriges. Of Maurice Robert, eerst Afrika-chef van de geheime dienst, daarna topman bij olieconcern Elf, toen ambassadeur in Gabon (dat door Elf werd leeggepompt), toen weer terug naar Elf. Omar Bongo, ruim vier decennia capo/president van Gabon, het archetype van een kleptocratische oliestaat, en eigenaar van 33 villa’s en appartementen in Frankrijk. Bob Denard, de extreem-rechtse ex-stofzuigerverkoper die Frankrijks beruchtste huurling en serieel couppleger werd en die van de Comoren een privé-koninkrijk voor hem en zijn zeven vrouwen maakte. Jean-Christophe Mitterrand, oud_-_AFP-correspondent, veroordeeld wapensmokkelaar, zoon annex gezant van de president en in Afrika bekend als Papamadi (‘Mijn papa zei’). En naast hen nog een eindeloze rij minder kleurrijke, anonieme functionarissen en tussenpersonen.
Het netwerk van deze mannen leverde Frankrijk niet alleen wit, zwart en grijs geld op maar ook grote politieke voordelen. De Franse kolonies in Afrika werden in 1960 onafhankelijk, net toen generaal De Gaulle aan zijn presidentschap begon. Voor De Gaulle was het behouden van de Franse invloed en prestige als grootmacht het hoogste doel. Een Afrikaans pré-carré, een voorpost van bevriende staten, was voor hem essentieel als bolwerk tegen de voortkruipende ‘Angelsaksische’ invloed. En dus stemde de pré-carré in de Verenigde Naties en andere internationale organisaties braaf mee met Frankrijk en eisten de landen ervan overal Frans als voertaal. Ironisch genoeg bleef de pré-carré vooral intact omdat de VS de Franse positie in Afrika ijverig ondersteunden. Opeenvolgende Amerikaanse regeringen zagen Françafrique namelijk als een nuttig bolwerk tegen het voortkruipende communisme.
Na de Koude Oorlog viel de dreiging van het communisme weg, en daarmee de zwijgende Amerikaanse steun voor Françafrique. Nog erger was de morele doodsteek in 1994. Uit reconstructies van Britse kranten, Human Rights Watch en anderen blijkt dat het kabinet-Mitterrand de burgeroorlog in Rwanda zag als een ‘anglofoon complot’ tegen een Franssprekend land, en vervolgens met wapens, militaire adviseurs en inlichtingen de Hutu-regering steunde tegen de Tutsi-rebellen. Het liep uit op genocide. Iedereen in Frankrijk zag dat het anders moest, zelfs Jacques Chirac. En sindsdien zoekt daarom elke Franse president naar een ‘nieuw begin’ in de relatie met Afrika. En een einde aan Françafrique. Maar lukt dat?
‘Dat hangt ervan af wat je verstaat onder Françafrique’, zegt politicoloog Bruno Charbonneau, auteur van France and the New Imperialism in een telefonisch gesprek. ‘De oude, informele netwerken waar de term naar verwees – de persoonlijke, politieke, soms criminele netwerken – die dicteren het Franse beleid niet meer. Ook qua stijl is er een duidelijke verandering. De Franse regeringen hunkeren naar legitimiteit in de ogen van hun eigen bevolking en die van Afrika. De dagen van Jacques Foccart zijn voorbij, waarin Frankrijk in Afrika gewoon deed wat het wilde. Maar als je Françafrique ziet als de Franse positie en belangen in Afrika, dan zie je onder die veranderingen vooral veel continuïteit.’
Frankrijk mag dan wel afscheid willen nemen van zijn imago als neo-kolonisator en er is in Frankrijk voortdurend debat over de kosten versus de baten en de moraliteit van de Franse positie in Afrika. Maar de economische belangen op het continent, de politieke voordelen van de speciale positie en ja, de Franse rol op het wereldtoneel maken dat Franse regeringen als puntje bij paaltje komt maar weinig afstand nemen van de oude praktijk.
In militair opzicht, bijvoorbeeld. Nicolas Sarkozy wilde duidelijk een nieuwe koers varen. Hij verklaarde dat Afrika voor Frankrijk minder belangrijk was dan het Midden-Oosten en opende daarom een grote militaire basis in Abu Dhabi. Hij nam afstand van het militaire establishment en omringde zich in crisissituaties met vertrouwde adviseurs. ‘Hij imiteerde de war room van Amerikaanse presidenten’, zegt Charbonneau. Maar toen het moment kwam om een beslissing te nemen over de grote Franse militaire basis in Libreville, de hoofdstad van Gabon, besloot Sarkozy die open te houden. Ook elders bleven de laarzen op Afrikaanse bodem.
‘De Franse militaire positie in Afrika is niet aangetast’, zegt Charbonneau. ‘De interventie in Mali illustreert dat Frankrijk nog steeds wíl interveniëren in Afrika, dat het de enige is die dat ook kán, en dat er nog steeds Afrikaanse leiders zijn die erom vragen.’ En niet alleen Afrikaanse leiders. De VS lieten Frankrijk in Libië de kar trekken. In Mali trokken de Amerikanen een pak geld voor de Fransen en hielpen met militaire logistiek. De Britten ook, maar hun transportvliegtuig stond op dag één al aan de grond met panne. Dat zorgde voor enig gegniffel in Frankrijk, maar het illustreerde ook dat alleen de Fransen in de Sahel kunnen wat ze nu doen.
Ook als het gaat om de vriendjespolitiek verandert er minder dan Franse presidenten graag suggereren. Frankrijk eist nu van Afrikaanse leiders goed bestuur en sommeert oude vrienden soms om op te krassen als ze verkiezingen hebben verloren. Maar de ene vriend is de andere niet. In 2008 zei Jean-Marie Bockel, de eigenzinnige staatssecretaris voor Ontwikkeling en La Francophonie, tegen Le Monde dat hij ‘het doodscertificaat van Françafrique’ wilde tekenen. En hij bekritiseerde wanbestuur en corruptie ‘in sommige Afrikaanse staten’. Dat wekte de woede van Omar Bongo, die zich geheel terecht aangesproken voelde. Wat telefoontjes volgden naar het Elysée en Bockel werd door Sarkozy weggepromoveerd.
Sarkozy had als signaal ook de oude ‘Afrika-cel’ in het Elysée afgeschaft, waar Foccart zijn continent bestierde. Maar contact met Afrikaanse vrienden hield Sarkozy, zoals zijn voorgangers, via een informele tussenpersoon: de jurist Robert Bourgi. Toen Omar Bongo in 2009 overleed, werd diens zoon Ali in de verkiezingsrace bijgestaan door Bourgi. ‘In Gabon steunt Frankrijk geen kandidaat’, zei Bourgi toen, ‘maar de kandidaat van Robert Bourgi is Ali Bongo. En ik ben een zeer invloedrijke vriend van Nicolas Sarkozy. Op sublieme wijze zullen de stemmers het begrijpen.’ Ali Bongo won.
Ook incidenten in andere landen zetten Françafrique soms ongewenst in de schijnwerpers. In 2010 werd de spelersbus van het voetbalteam van Togo, op weg naar de Afrika Cup, beschoten door rebellen in de Angolese provincie Cabinda. Opeens zag de wereld dat daar een afscheidingsbeweging met geweld een olieprovincie van een geplaagd land afschermde. De kantoren van zowel de rebellen als de oliebedrijven die de olie nu oppompten, zaten in Parijs. Vertegenwoordigers van multinational Total, waar onder meer Elf in opgegaan is, zijn nog altijd cruciale spelers in het Afrika van vandaag.
Voor sommige Afrikaanse intellectuelen is het voortbestaan van deze patronen een enorme frustratie. ‘De nieuwe Afrikaanse leiders hebben duidelijk gekozen voor continuïteit in het beheer van Françafrique, het systeem van wederzijdse corruptie dat Frankrijk sinds het einde van het kolonialisme aan zijn Afrikaanse zetbazen bindt’, schreef de Kameroense filosoof Achille Mbembé drie jaar geleden.
In het geval van Mali spelen de informele netwerken en vriendjespolitiek volgens Jean-Marie Bockel, de voormalige staatssecretaris, echter ‘geen bepalende rol’. ‘De vorm van de interventie en het debat eromheen zijn natuurlijk bepaald door de geschiedenis van Frankrijk in Afrika’, zegt hij in een telefonisch gesprek. ‘Maar de interventie in Mali was vooral een kwestie van Franse en internationale veiligheid. De radicale islamisten moesten worden gestopt en Frankrijk is de enige die snel genoeg ter plaatse kon zijn om dat te doen.’ Dat is precies ook de positie van de Franse regering. François Hollande wil graag duidelijk maken dat deze interventie heel anders is dan die van vroeger en hamert er daarom voortdurend op dat Frankrijk nauwelijks economische belangen heeft in Mali. ‘Het enige doel van deze interventie is de strijd tegen terrorisme’, zei hij. Maar natuurlijk speelt er meer.
‘Hollande zet zwaar in op het thema van de radicale islam, om een juridisch dubieuze ingreep te verkopen’, zegt politicoloog Charbonneau. ‘Hollande blaast de terroristische dimensie enorm op. Mali is op geen enkele manier een existentiële bedreiging voor Europa. Het is een burgeroorlog in een falende staat, nota bene in een land dat lang een voorbeeld voor Afrikaanse democratie was tot de militairen vorig jaar de macht grepen. Een kwestie van mondiaal terrorisme is het zeker niet. Maar het is wel een burgeroorlog die allerlei Franse belangen bedreigde en de belangen van bevriende staten in de regio.’
Die belangen zijn, net als in voorgaande decennia, vaak economisch. ‘Hollande benadrukt steeds dat Frankrijk weinig economische belangen heeft in Mali. Dat is inderdaad waar, maar in de buurlanden zijn die belangen juist groot’, zegt Charbonneau. ‘Twee mijnen in Niger, in de provincie die naast Mali ligt, leveren het leeuwendeel van het uranium voor Frankrijks nucleaire industrie. Frankrijk stuurde meteen commando’s naar die mijnen om ze te beschermen. En er zit ook olie in Zuid-Libië en Zuid-Algerije, waar Frankrijk een oogje op heeft. Franse bedrijven zijn nog erg dominant in Ivoorkust, een buurland van Mali. Al die belangen beschermt Frankrijk door Mali stabiel te houden.’
En stabiliteit is niet alleen belangrijk voor de Franse portemonnee. Als de oorlog in Mali zich uitbreidt, bijvoorbeeld naar het instabiele Niger of Tsjaad, zal de wereld toch weer naar Frankrijk kijken om het op te lossen. Als Frankrijk dat niet doet, komen de problemen vanzelf wel naar Frankrijk. Miljoenen Fransen hebben Afrikaanse wortels, en als de Sahel-regio ontwricht zou raken, kijken de vluchtelingen vanzelf naar Frankrijk. ‘Sarkozy wilde Afrika meer loslaten, maar het thema van immigratie trok hem er vanzelf naar terug’, zegt _Africa Intelligence-_hoofdredacteur Antoine Glaser. ‘Het controleren van immigratieroutes maakt stabiliteit in Afrika belangrijk voor binnenlandse politiek. Net als het thema van de radicale islam. En net als het controleren van drugsroutes door de Sahel.’
Telkens als een Franse president zich meer wil losmaken uit Afrika blijkt Frankrijk meer verstrikt in het continent dan gedacht. Of, cynisch geformuleerd, vindt Françafrique een nieuwe reden voor zijn bestaan. Ook de droom van Franse grandeur heeft zich weer opgericht. ‘De legertop had veel invloed verloren bij Sarkozy, maar ze leunen weer sterk op Hollande’, zegt Glaser. ‘In het leger is het nog altijd een dogma dat Frankrijk zonder Afrika geostrategisch is uitgespeeld. De Franse rol in de Veiligheidsraad van de VN leunt op de militaire aanwezigheid in Afrika. Het idee dat Frankrijk daar niet zonder kan, is weer helemaal terug.’ En ook de Amerikaanse steun is terug, met de Amerikaanse zorgen om terrorisme in plaats van de vroegere Amerikaanse zorgen om communisme.
Françafrique dood? Even dood als die andere keren dat het verscheiden ervan werd aangekondigd, schreef Christophe Boisbouvier, Afrika-redacteur van Radio France International. Als na ‘Rwanda’. Als na het ‘doodscertificaat’ van Bockel. Als toen Afrikaanse leiders en Mitterrand zich symbolisch rond de doodskist schaarden van Houphouët-Boigny, de bedenker van de term Françafrique. Zelfs de illegale financiering van Franse politici bestaat volgens hem nog.Het is een enorm contrast met de nieuwe richting die Afrika ingeslagen is. Over bijna het hele continent groeit de middenklasse en uit de hele wereld stromen de investeringen binnen. ‘Afrika is het nieuwe speelterrein voor iedereen’, zegt Glaser. ‘Frankrijk verliest voortdurend marktaandeel aan nieuwkomers. Aan China en Brazilië, natuurlijk, maar ook aan Turkije, India, Arabische landen en al die nieuwe spelers in de wereldeconomie. Maar zij zien Afrika alleen als markt en ze laten Afrika in politiek en strategisch opzicht links liggen. In de pré-carré is Frankrijk nog gewoon de baas.’ EINDE ARTIKEL
FRANCE’S NEO COLONIAL WAR ON TERROR IN MALI11 APRIL 2019
French-backed militarisation in Mali is aimed at protecting its economic interests, and only compounds Mali’s problems.
In his book 1984, George Orwell says: “He who controls the past, controls the future; and he who controls the present, controls the past.”
When seeking a balanced glimpse into the history of Islam in Africa, the journey is enlightening. This is especially true when researching areas like Mali and Nigeria – both of whom hosted two of the most glorious African Islamic empires in the history of the world: that of Mansa Musa (14th and 15th centuries) and the Sokoto Caliphate of Uthman don Fadio (19th century).
Documents recovered in Timbuktu show that it was through these men that the light of Islamic law, literature, the sciences and exploration spread throughout the continent, and under whom other religions were not only respected but protected.
African Islamic history is re-emerging
Despite some concerted attempts to prevent it from doing so, the history of Islam in Africa is re-emerging and forcing us to reconsider current Eurocentric history.
Two huge maritime voyages of the Malian Empire under the command of the explorer king Mansa Abubakari II, who succeeded Mansa Musa, and is said to have landed in the Americas 181 years before Columbus. This explains the fascinating accounts of the Muslim roots of Afro-Caribbean slaves, and also the shadows of Islam in the early blues.
Recent academic research in the US has found that Islam formed a pivotal force in both the shaping of early American law and in the calls to end slavery there.
But Mali is also a key focus in the West’s ‘War on Terror’. Caught amidst this terrible conflict are the documents and knowledge that bear testimony to this glorious past: in Timbuktu.
French colonisation and the Tuareg resistance
A closer look at the roots of the current conflict cannot ignore the nation’s northern populations, especially the Tuareg people, nomadic Berbers who adopted Islam in the 7th century and took the religion throughout north Africa.
When the French colonised the region at the turn of the 19th century, Tuareg Muslims mounted fierce resistance, winning some decisive battles, but in the end, had to accept the superiority of France’s weaponry.
The dismemberment of the territory under France, and the introduction of foreign governance and economic systems, together with desertification in the north, reduced people to extreme poverty and ethnic conflict that simmers to this day.
This conflict, since 9/11, has been framed within a ‘War on Terror’ narrative. The Tuareg uprisings, however, are not purely an “Islamist” problem, as so-called experts have characterised it. Anti-government and anti-French sentiment is not the sole purview of the Muslims – rather it extends to other ethnic groups in the economically crippled north and is grounded in valid grievances.
According to the World Bank, almost 44 percent of Malians live below the poverty line, which is a travesty considering the abundant natural resources of the region.
A war driven by global consumerism
France’s interests in the region are primarily economic. Their military actions protect their access to oil and uranium in the region – all of which are required to sustain the demands of consumerism.
French energy giants like Total control many of the downstream oil distribution networks in Mali, which arise in the Taoudeni Basin, a massive oilfield that stretches 1,000 km (600 miles) from Mauritania across Mali and into Algeria.
An incredible 75 percent of France’s electric power is generated by nuclear plants that are mostly fuelled by uranium extracted on Mali’s border region of Kidal – a region beset with violence between French-backed troops and forces of Al Qaeda in the Islamic Maghreb (AQIM).
Let’s not forget about the gold; Mali is Africa’s third largest gold producer, and there are several multinational mining companies, including Randgold (UK), AngloGold Ashanti (South Africa), B2Gold (Canada) and Resolute Mining (Australia), that have huge operations there.
Major players in the conflict
The conflict in Mali involves several players, including the Malian army, which relies on support from the UN Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA), as well as French forces with the tacit support of the US and the UK, and other allies.
These forces up until very recently were pitted against various violent groups – like the National Movement for the Liberation of Azawad (MNLA) and Ansar Al Dine (AAD) – but those have now united under Jama’a Nusrat ul-Islam wa al-Muslimin (JNIM), or the Group to Support Islam and Muslims.
This group also includes members of Al Qaeda in the Maghreb (AQIM), under the leadership of Iyad Ag Ghali, a historical Tuareg fighter (and member of MNLA) and who has pledged allegiance to the Taliban and Ayman Mohammed Rabie al Zawahiri.
The dominant colonial player, France, is supported by the United States through three covert bases. The US also funds a variety of ‘hearts and minds’ programs including radio stations and counter-extremism initiatives, in the same manner as elsewhere in Africa under the banner of “aid”.
The Malian people face the constant threat of armed drones operated by France under the pretence of incinerating the “militant” who “dissimulates himself amidst the civilian population”.
Accusations of war crimes abound against armies on all sides of the conflict, but there is no objective, reliable and transparent judicial process to address yet another of the many global sinkholes of violence exacerbated by the ‘War on Terror’.
Dialogue must allow a return to the best of Mali’s peaceful past
Groups opposing the French-backed militarisation of the country use anti-colonial language from an Islamic perspective, and their message is: you have to chase the French coloniser who hates Islam.
With the ongoing abuse and conflict in the area and the continued removal of resources by Western multinationals in the face of dire poverty and suffering, it is not hard to see why this narrative has gained traction. This statement is not to condone it – far from it – but the context of rage and violence must be understood to chart a path ahead that is genuinely invested in peace and equality.
Key to finding peace in the region is that Islam should be allowed to flourish as it did under Musa and Fodio, despite current concerted efforts to shroud Islam there in dishonour.
France was in a sense attacked twice this fall, because apart from the horrific massacre in Paris on Nov. 13, the jihadi attack one week later on the Radisson Blu Hotel in Bamako, the capital of the former French colony of Mali in northern Africa, was also to a large extent aimed at the French.
The posh establishment is in an upscale neighbourhood, frequented by many westerners. Aid workers, diplomats and United Nations officials — not to mention Air France flight crews — all stay there.
The hotel was, ironically, hosting meetings meant to stabilize the country’s volatile north. Peace negotiations have been dragging on between the central government and northern separatist groups for more than two years in an effort to end the disputes that turned large sections of the country into a haven for radical Islamic militants.
“The attack was targeting the peace agreement,” said Sidi Brahim Ould Sidati, a representative of the Co-ordination of Azawad Movements, a coalition of groups that include ethnic Arabs and Tuaregs seeking autonomy in northern Mali.
They killed 20 people, including six Russians, three Chinese, two Belgians, an American and an Israeli.
Al-Qaeda in the Islamic Maghreb (AQIM) and its affiliate, al-Mourabitoun, has said they were responsible for the attack. Al-Mourabitoun, a group located in northern Mali and made up mostly of Tuaregs and Arabs, was formed around two years ago and is headed by former al-Qaeda fighter Mokhtar Belmokhtar, an Algerian.
Al-Mourabitoun has claimed responsibility for the death of five people last March in an attack on a restaurant in Bamako; a suicide attack on a group of UN peacekeepers in northern Mali in April in which at least three people died; and an attack on a hotel in Sévaré in central Mali in August in which 17 people were killed.
Jihadis controlled the northern two-thirds of the vast country for a time. Though secular separatist groups first wrested northern Mali, an area known as Azawad, from the government in March 2012, using weapons looted from arsenals in neighbouring Libya, they were soon overtaken by al-Qaeda-allied radicals.
France intervened in January 2013. That lightning operation succeeded in breaking their grip on northern Mali and liberating more than a million people from their rule.
But Operation Serval, as the French intervention was called, didn’t end the terrorist threat. The African Union and UN forces that largely replaced French troops in much of the country have been less effective.
A new group, the Macina Liberation Front, came to prominence in January 2015, when it began claiming responsibility for attacks in central and southern Mali. Led by the radical Muslim cleric Amadou Koufa, a strong proponent of strict Islamic law in Mali, it draws most of its support from the Fulani ethnic group, who are found across the Sahel region of Africa.
Koufa is a close ally of Tuareg jihadist Iyad Ag Ghali, who leads the powerful group Ansar Dine. It implemented Sharia law in towns it captured during the 2012 uprising, including the ancient city of Timbuktu. Ghali had recently called for attacks on France and its interests in Mali.
France now has 3,500 forces operating in the Sahel as part of an anti-terror operation known as Operation Barkhane. Established in August 2014, it is targeting five former French colonies — Burkina Faso, Chad, Mauritania, Niger and Mali.
In response to the latest attack, France has now deployed its Special Forces unit to Bamako, including the National Gendarmerie Intervention Group (GIGN) that was involved in countering the recent Paris attacks.
The timing of the Bamako attack could have been an attempt by AQIM and its allies to assert its relevance following the Paris attacks by the rival Islamic State group that killed 130 people a week earlier.
In what was perhaps a follow-up, a United Nations peacekeeping base in Kidal in northern Mali was attacked on Nov. 28, killing three people. They were part of the 10,000-person UN Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali. Ansar Dine claimed responsibility.
EINDE ARTIKEL THE MILITARY INTERVENTION IN MALI AND BEYOND: AN INTERVIEWWITH BRUNO CHARBONNEAU28 March 2019
Distinguished scholar and Sahel specialist Bruno Charbonneau critically examines the 2013 French military intervention in Mali and the peacekeeping initiative which followed.
Q. Why did the French launch a military intervention in Mali in 2013?
Officially, French President François Hollande launched operation Serval in January 2013 to prevent jihadist armed groups from reaching Bamako and to restore Mali’s territorial integrity. During the summer of 2012, the jihadist armed groups had taken over the rebellion from the separatists and had begun imposing their rule over the northern territories of Mali. In December, the UN Security Council authorised the deployment of an African force (AFISMA), which is likely what prompted the jihadists to move south a few weeks later, towards the strategic airport at Sévaré, in Central Mali. These troop movements were interpreted in Paris as a threat to Bamako, and thus as a cause for triggering operation Serval.
There is no doubt that, for the French government, this was (and still is) a military intervention launched under the necessities of the global war on terror; a war or an intervention which was often compared to Afghanistan. And since the Malian army had been unable to face it, and African regional organisations were slow in responding, the French military was the assumed ‘normal’ alternative in the context of Francophone Africa.
The imperial legacies of French military interventions in Africa always loom large. Yet, on the heels of the 2011 Ivorian election crisis, the French government never claimed that it could or wanted to impose a solution to the Malian armed conflict. Hollande and his generals were clear: the French army was to fight terrorists and stabilise the situation. The conflict resolution and peacebuilding work was to be done by Malians with UN help. Serval was supposed to be a ‘bridging force’ for a UN peacekeeping mission and for establishing the conditions deemed necessary for a political solution.
Q. Following Operation Serval, the UN authorised the Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA). Originally, what was MINUSMA’s mandate?
In 2013, acting under Chapter VII of the UN Charter, MINUSMA’s mandate included three core missions: stabilisation, support for the reestablishment of the Malian state authority over its territory, and support of a transitional road map. UN Security Council resolution 2100 also authorised French troops to ‘use all necessary means’ in order ‘to intervene in support of elements of MINUSMA’.
Q. How have MINUSMA’s mandates changed since 2013?
The three core missions never really changed, but the mandate nevertheless evolved in two significant ways. First, with resolution 2227 (2015), support for the implementation of the 2015 Agreement for Peace and Reconciliation in Mali became a priority task, then MINUSMA’s strategic priority with resolution 2295 (2016). From then on, the roadmap for implementing the Agreement was intimately intertwined with the restoration of Malian state authority. Political and institutional reforms, support for SSR and DDR programs, for reconciliation and justice measures, and for the organisation of elections, and more, are conceived as building the necessary state capacity for asserting state authority. The extent to which the UN or MINUSMA distinguishes capacity from authority is unclear, but, as my colleague Jonathan Sears argued, this technical-capacity focus often undermines contextualised understandings ‘of the bureaucratic, political, and perceptual challenges that the State faces.’
The second way is in how MINUSMA’s mandate has adapted to and authorised parallel counterterrorist operations: namely French and G5 Sahel forces. In the case of the former, despite the early tactical successes of Serval, as early as 2014 France assessed that it could not leave Mali. The situation was not stable and the fear was to see the jihadists make a comeback. But the French needed a success story, so they claimed ‘mission accomplished’ for Serval and transformed it into operation Barkhane. While it is usually minimised, I think that this was a radical move.
Barkhane is a permanent military intervention that operates not within a country, but over the G5 Sahel countries of Burkina Faso, Chad, Mali, Mauritania, and Niger. Barkhane moves rather freely across these countries (except Mauritania, and some restrictions in Burkina Faso), operates autonomously in Mali, and autonomously in Niger if under ‘emergency conditions’, while it needs the approval of the respective governments of the other countries for offensive missions. While the reach of Barkhane goes well beyond Serval’s, UN Security Council resolutions have continued authorising French troops to ‘use all necessary means’ to support elements of MINUSMA. I do not know of any other such post-1945 arrangement or military intervention that officially authorises such freedom of military movement and intervention across multiple borders.
On the other hand, since 2017 MINUSMA must provide operation and logistical support to the defence and security forces of the states of the G5 Sahel when they intervene on Malian territory as part of the G5 Joint Force. This includes medical evacuation and access to ‘essentials’ like fuel, water, and rations.
As the security situation has unabatedly worsened since 2014 (since 2015, all reports by the UN Special Representative on the situation in Mali have stated that the security and humanitarian situation keeps worsening), MINUSMA’s posture and mandate were not really transformed to reinvigorate the peace process, but rather to support the counter-terrorist posture, notably the G5 Sahel Joint Force. MINUSMA’s political mission of supporting the peace process has been subordinated to military logic.
Q. Is “counter-terrorism” an accurate description of MINUSMA’s activities? Is there a realistic idea of who the “terrorists” they are meant to be fighting in Mali are?
It really depends on how you define counter-terrorism. Strictly speaking, MINUSMA is not engaging in counter-terrorist kinetic actions like the French and their allies. At the least, it engages in counter-terrorism in the very limited meaning of the term as tactical measures to protect UN peacekeeping personnel (as of 1 March 2019, the mission has lost 122 personnel and 358 suffered serious injuries from ‘malicious acts’).
Having said that, MINUSMA enables counter-terrorist activities in several ways. One is through its mandate which authorises and supports French and African counter-terrorist forces, as discussed previously. Two, it is an open secret that MINUSMA shares intelligence and analyses with the parallel forces deployed in Mali, even though such exchanges are rarely reciprocal. Third, with the exception of the Mopti base, all MINUSMA camps are contiguous or even common (in the cases of Kidal and Tessalit) to those of the Barkhane force. MINUSMA provides logistical support (air travel mostly) to French forces when needed. For instance, the Canadian contingent based in Gao recently evacuated injured French soldiers who were ambushed near the Niger border. All of this is justified and defined in terms of a “division of labour” between MINUSMA who engages with the legitimate political actors part of the peace process, and counterterrorist troops who deal with terrorists.
This division of labour is thus premised on the ability and on the authority to distinguish between terrorist and non-terrorist actors, and between legitimate and illegitimate spheres of activities and politics. This totally works on paper, as a broader strategy of violence legitimization, because it addresses the legal aspects of having two international military forces operating in the same theater, of separating UN peacekeepers from combat troops.
Of course, in practice, reality is not written in binary code. Researchers have shown, time and again, that so-called terrorist groups in Mali and the Sahel are embedded in local dynamics, and have some degree of political authority and legitimacy as they find support in criticisms of and protests over bad governance and lack of justice. The ‘terrorist’ label disarticulates these groups, movements, and dynamics from the contexts of their historical and contemporary relations, but articulates the legal and doctrinal need for clearly defined roles and responsibilities. Moreover, the same label is not applied to non-jihadist armed militias when they kill and burn civilians, at least 160 in the Ogossagou massacre of 23 March 2019, suggesting both the hypocrisy and the inadequacies of the ‘terrorism’ conflict narrative.
Q. The Mali intervention and some other cases have yielded much discussion about the desirability of peacekeepers undertaking counterterrorism roles. Can UN peacekeeping ever work effectively within a counterterrorism paradigm?
Not if you believe that UN peacekeeping is a distinct and worthy instrument for conflict management and resolution. Doing so defeats the purpose of UN peacekeeping because counterterrorism undermines the impartiality principle of the former. The logic, ethics and purpose of counterterrorism are grounded in enmity: it needs to identify an enemy to destroy. By definition, UN peacekeepers are not supposed to have or identify enemies. Otherwise, they become just like all the other soldiers, lose what makes them unique, and might as well just go to war. Impartiality is, here, the key principle because it plays a fundamental function in drawing the limits to the use of force and its purpose. Impartiality does not prohibit peacekeepers from using military force, but severs the link between violent coercion and enmity; between the use of military force and the identification of an enemy. Instead, it links and limits the use of force to a political process and the search for a political solution.
Q. In 2019, how stable is the situation in Mali?
The situation seems to be going nowhere but downhill. The North has been relatively stable since 2017, but there are sporadic attacks against Malian and UN forces, or fighting between rival armed groups, notably around the traffic (in licit and illicit goods) hubs that are Gao and Meneka.
The situation in the Centre of Mali (Mopti and Segou regions) is nearly catastrophic. The patterns of violence are different from the 2012 origins of the conflict, and not really addressed by the 2015 Agreement or MINUSMA’s mandate and posture. The Centre is a mixed bag of community fragmentation, historical herders-pastoral conflicts, ethnicization of violence, militias and various armed groups (including jihadists) protection economy, and a retreating state whose army is known for committing human rights abuses. The severity of the Ogossagou tragedy might be a turning point in the escalation of violence.
Several armed groups have spread south towards the capital Bamako, but Bamako remains an ‘island of peace’ for now. The regional situation must also be considered, as the instability has been steadily spreading to Burkina Faso since 2015, and somewhat less so to Niger, along the tri-border area between the three countries. Overall, the prognostic is bad: the Malian state is losing ground and the government shows little interest in working towards serious implementation of the Peace and Reconciliation Agreement; jihadist elements and various armed groups are governing parts of the country, assuming the role of the state, especially in the Centre, and some are spreading south and to neighbouring countries. The French might claim all sorts of tactical victories, but the military counter-terrorist approach is clearly not working, and has arguably made things worse.
Q. Is Mali reflective of a broader trend in modern security? Are seemingly perpetual conflicts and interventions the new normal?
Military intervention in Mali is articulated in the joining of French-led counter-terrorism and UN peacekeeping, presented as a ‘division of labour’ between parallel forces. Criticising this posture is difficult, even censored at times, as it is assumed to be necessary given the so-called limits of UN peacekeeping in facing terrorist groups and the fragmentation of conflict actors. In this context, UN peacekeeping compares to counter-insurgency, counter-terrorism or imperial pacification, but such comparisons have been limited to tactical and operational concerns, thus largely missing the ‘big picture’. In Mali, the difficulties in implementing this division of labour have revealed the intense international politics involved in defining, and laying claims to, the tolerable limits of military intervention. Mali exposed and revealed what I call ‘counter-insurgency politics’.
Counter-insurgency politics is military intervention that does not seek conflict resolution, or even ‘victory’, but sustained military engagement in the management and suppression of instability and its effects. It is a mode of global governance, with military intervention at its centre. But there are at least ‘two sides’ to this. On the one hand, it is indeed about claims to the necessities of perpetual military intervention. To me, in the Sahel, it is rather clear that European involvement (4,500 French Barkhane troops; 580 European troops under EUTM; 900 German and 470 Italian troops in Niger; plus European contributions to MINUSMA’s intelligence-gathering units) is not about supporting a peace process, but a permanent intervention to prevent the ‘flows’, as EU officials call it, of migration and illicit trafficking to Europe. Flows that are assumed to be caused, in part, by Malian instability.
But it is also, on the other hand, about transforming or integrating the post-colonial state within this logic. How do you make permanent military intervention integral to the existence of the post-colonial state? In part, the failure of the post-colonial state to monopolize violence is part of the space in which such military intervention and the associated politics can exist and take shape. What is happening in Mali is not some French neo-colonial endeavour in the West African Sahel. This is not the counter-insurgency doctrine of ‘winning hearts and minds’ to build liberal subjects. Intervention in Mali is an extensive international engagement of transforming regional and national security management and governance, involving a multitude of global governance structures and transnational elite networks that normalise the use of force on the basis of claims about countering or preventing terrorism and violent extremism. Military intervention incorporates ‘development’ and ‘holistic approaches’ into its logic only to the extent that it normalises and legitimises the use of force. And the distinctive feature of this counter-insurgency politics, or counter-insurgency governance, is perpetual war.
EINDE ARTIKEL
[37]
De derde reden voor de vele aanslagen in het land is de leidende rol van Frankrijk in de strijd tegen Islamitische Staat (IS). “Frankrijk voert veel bombardementen uit op IS”, zegt Eijkman. “Doordat ze bij de leidende landen horen, vormen ze een legitiem doelwit bij IS-gerelateerde aanslagen.” NOSWAAROM WEER EEN AANSLAG IN FRANKRIJK?15 JULI 2016 https://nos.nl/artikel/2117762-waarom-weer-een-aanslag-in-frankrijk.html
[38]
”Juist bij de eenzame pleger van aanslagen is het moeilijk te zeggen waar het terrorisme begint en de psychiatrische aandoening eindigt. Dat geldt natuurlijk voor veel criminelen – mensen met psychische aandoeningen en mentale handicaps zijn oververtegenwoordigd in gevangenissen. Daarmee wordt niets goedgepraat, maar een maatschappij die verstandig wenst om te gaan met wat haar dreigt te ontwrichten, moet zich verdiepen in de ontwrichters.”
”Macron sloeg na de moord betrekkelijk oorlogszuchtige taal uit, en dit keer begrijpelijk, hij kon het initiatief niet overlaten aan extreemrechts, en de beroemde laïcité, de speciale Franse variant van secularisme, stond onder druk. ”
Aangezien de moordenaar, Abdoullakh Anzorov – geboren in Moskou, van Tsjetsjeense afkomst, vanaf zijn 6e woonachtig in Frankrijk – vrijwel meteen na de moord door de politie gedood is, zullen bepaalde zaken nooit helemaal opgehelderd worden.’ WORDT VERVOLGDEENZAME AANSLAGPLEGERARNON GRUNBERG https://www.amnesty.nl/wordt-vervolgd/samuel-paty-arnon-grunberg-eenzame-aanslagpleger
Naar aanleiding van de verschrikkelijke gebeurtenissen in Parijs waar drie extremisten bijna twee weken geleden een bloedbad aanrichtten waarbij zeventien onschuldige mensen en zijzelf om het leven kwamen, is de laatste weken een discussie op gang gekomen over de –grenzen van – vrijheid van meningsuiting. En dat is goed. Vrijheid van meningsuiting betekent in een democratie ook het recht op informatie, je kunt je pas uiten over kwesties als je daar kennis van draagt. Anders leef je het leven van een mens die in een bunker opgesloten zit. Een hersendode. Geen artikelen, geen meningen, geen cartoons. Geen Kalasjnikovs en executies.
Het vreemde is dat die vrijheid van meningsuiting, het recht op informatie, door de Franse en Belgische autoriteiten met voeten getreden wordt waar het gaat om informatie over de wijze van uitschakelen van mannen die er van verdacht worden vreselijke dingen te hebben gedaan, namelijk het in koelen bloede vermoorden van onschuldige mensen. Deze autoriteiten gedragen zich als Big Brother, de almachtige, de alwetende, de alleenheerser en wij nemen genoegen met hun: geen commentaar. Vorige week zag ik op de tv de Belgische minister Jambon die naar aanleiding van de gebeurtenissen in het Belgische Verviers en in antwoord op een vraag van een Nederlandse journalist glimlachend antwoordde dat de zaak daar mooi gekuist was. Schoongemaakt. Zo omschreef hij de dood van twee mannen die in een vuurgevecht met Belgische veiligheidsdiensten werden doodgeschoten. Gekuist. De journalist vroeg niet verder, niemand vroeg verder.
De dag na de moorden in Parijs, op de stagiaire van de Franse politie, de klanten van de Joodse supermarkt en de medewerkers van het satirische blad Charlie Hebdo, werden de broers Kouachi- verdacht van deze vreselijke feiten, door de politie of veiligheidsdiensten doodgeschoten toen ze ‘al schietend de drukkerij verlieten waar ze zich hadden verschanst’. Zestigduizend politiemensen waren er op de been om de twee mannen op te sporen en voor de rechter te brengen. Zoals in een rechtsstaat normaal en gebruikelijk is. Frankrijk en België zijn landen waar nog steeds- in dit geval een jury en een rechter oordelen over iemands schuld. Dat recht hebben we als burgers gedelegeerd om volksgerichten en blinde woede en wraakzucht te voorkomen. Vrouwe Justitia met de blinddoek voor. Niet de rechter maar zwaarbewapende politiemensen en/of militairen velden en voltrokken het vonnis.
Journalisten vroegen niet verder, niemand vroeg verder.
Misschien kon het niet anders. Niemand weet of het doodschieten van de vijf mannen-drie in Parijs, twee in Verviers, te voorkomen was geweest. Omdat er geen informatie over is en alleen maar vragen rijzen. Waarom werden de twee mannen die ‘al schietend’ uit de drukkerij renden niet uitgeschakeld door goed opgeleide scherpschutters? Waarom gebeurde dat ook niet in Verviers? Was de situatie er niet naar. Er waren toch goed geoefende en uitgeruste ‘speciale eenheden’ aanwezig. We weten het niet, er is gekuist. Eenieder zou voor de wet gelijk moeten zijn: ook terroristen. In dit geval verdachten, tot de rechter heeft gesproken. Zo zou het moeten zijn in een Europa waar miljoenen mensen de straat opgaan om vrijheid van meningsuiting te verdedigen. We zijn aangeland op het niveau van het kuisen van mensen en niemand maakt zich er druk over. Niemand wil weten wat de waarheid is.
EINDE BERICHT
Reacties uitgeschakeld voor Noten 1 t/m 40/Eenzame Aanslagpleger/Arnon Grunberg’s gevaarlijke bagatellisering van president Macron’s heksenjacht op moslims
Met dank aan Jan Wijenberg, oud ambassadeur en dynamisch enonvermoeibaar ijveraar voor de naleving van het InternationaalRecht in het Midden Oostenconflict.
INLEIDING Beste lezers, Vandaag is het de Internationale Dag van de Mensenrechten.En vanzelfsprekend wil uw Wreker van het Onrecht deze Dag niet ongemerkt voorbij laten gaanHet is bekend, dat ik mij sinds Jaar en Dag bezighoud met Palestina
https://www.astridessed.nl/tag/palestina/
Daarom heb ik ervoor gekozen, enkele onthutsende uitspraken van Israelische leiders en influencers over de Palestijnen onder de aandacht te brengen Ze zijn onthutsend in hun soms fascistische inslag, waardoor het des te minderverbazing wekt, dat Israel de mensenrechten so grootschalig schendten zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.Voor dat laatste verwijs ik naar de Bedoeinenverdrijving door Israel,want misdaden tegen de menselijkheid gelden onder andere etnische zuiveringen. [1]Meer voorbeelden van Israelisch onrecht, met name de misdadige bezettingen nederzettingenpolitiek, alsmede het racisme tegen Ethiopische Jodenen Afrikaanse asielzoekers, zie https://www.astridessed.nl/tag/palestina/
Maar wat betreft de onthutsende politieke en influencers uitspraken over Palestijnen, zie direct onder het notenapparaatHet is ontleend uit een magnum opus van oud ambassadeur Jan Wijenberg, een onvolprezen advocaat van het Internationaal Recht in het Midden-Oostenconflict.Zijn magnum opus [meesterwerk/Latijn] is getiteld: ”Israel, een gevaarlijkzieke patient”, gepubliceerd in Civis Mundi en wijdverspreid.Maar het verdient NOG meer verspreiding. Lees dus, beste lezers, de onthutsende en tegen fascisme aangrenzendeuitspraken van een aantal Israelische leiders en influencers DAT HET ONRECHT BESTREDEN WORDE!
http://hrlibrary.umn.edu/instree/b1udhr.htm
Astrid Essed
[1]
Article 7 Crimes against humanity 1. For the purpose of this Statute, “crime against humanity” means any of the following acts when committed as part of a widespread or systematic attack directed against any civilian population, with knowledge of the attack: (a) Murder; (b) Extermination; (c) Enslavement; (d) Deportation or forcible transfer of population;
TEKST Afgelopen week sloopte Israël voor de 116e keer het Palestijnse bedoeïenendorp Al-Araqib. De sloop maakt deel uit van de etnische zuivering van de Naqab-woestijn, die sinds eind 1947 wordt ontdaan van zijn oorspronkelijke bevolking
sraëische autoriteiten hebben dinsdag het Palestijnse bedoeïenendorp Al-Araqib gesloopt. Niet voor het eerst: sinds 2010 was het de 116e keer dat zwaar materieel werd ingezet om de schamele huizen te verwoesten. Die waren juist weer herbouwd sinds de laatste sloop, vier weken geleden.
Al-Araqib ligt in de Naqab-woestijn (Negev) en is een van ongeveer veertig ‘niet-erkende’ Palestijnse bedoeïenendorpen. Die status dankt het dorp aan het Israëlische beleid om de woestijn van zijn bedoeïenenpopulatie te ontdoen om op die manier ruimte te scheppen voor woningbouwprojecten ten bate van uitsluitend de joods-Israëlische bevolking. Dat proces woedt sinds december 1947 en nadert zijn voltooiing.
Etnische zuivering van de Naqab
De Palestijnse bedoeïnen leven al tenminste vierduizend jaar als semi-nomaden in de Naqab en omringende woestijnen zoals de Sinaï. In 1947, aan de vooravond van de Nakba – de etnische zuivering van Palestina door Europese zionisten –, werd de Naqab bevolkt door 90 duizend bedoeïenen, die er 99 procent van de bevolking uitmaakten. Tijdens de Nakba werden 80 duizend van hen verdreven of gedwongen te vluchten. De elfduizend bedoeïenen die zich in de woestijn wisten te handhaven, werden in 1950 door de nieuwe staat Israël samengebracht in een reservaat, de siyag.
Door middel van wetgeving ontnam Israël de bedoeïenen hun land en bezittingen. Specifieke wetten legden bovendien een verbod op hun economische activiteiten; zo ontzegde de bizarre ‘wet op de zwarte geit’ hen het houden van hun traditionele geiten. Al in 1949 werden alle Arabische namen in de Naqab vervangen, om de herinnering aan de oorspronkelijke bewoners – en dus rechthebbenden – uit de geschiedenis te wissen. David Ben-Gurion, Israëls eerste premier en een van de aanjagers van deze praktijk, zei daarover:
Men is verplicht om de Arabische namen te wissen in het belang van de staat. Men erkent niet langer de Palestijnse politieke eigendomsrechten van het Arabische grondgebied, dus ook niet langer de geestelijke eigendommen zoals hun namen.
In 1963 formuleerde Moshe Dayan, destijds minister van Landbouw, Israëls intenties ten aanzien van de Palestijnse bedoeïenen als het binnen twee generaties transformeren van een trotse, onafhankelijke bevolking tot verpauperde, vernederde en kansloze ‘stedelingen’, die vanzelf hun heil elders zouden zoeken. Hun vrijgekomen land werd voorbehouden aan joodse Israëli’s.
Niet-erkende dorpen versus townships
In 1965 definieerde een nieuwe Israëlische wet de bijna veertig bedoeïenendorpen binnen de grenzen van de siyag als ‘niet-erkende dorpen’. De dorpen werden daarmee letterlijk van de kaart geveegd: ze komen niet voor op officiële kaarten of in het kadaster, hebben geen recht op de levering van water, gas of elektriciteit, en ontberen infrastructuur en diensten als onderwijs en gezondheidszorg. De bouw van nieuwe woningen werd verboden.
Vanaf 1968 begon Israël de bouw van zeven ‘erkende’ townships als ‘residential dormitories’, naargeestige locaties waarin de bedoeïenen werden ‘opgehokt’ om te dienen als goedkope arbeidskrachten voor de Israëlische industrie. Anno 2017 leeft de helft van de inmiddels circa 180 duizend Palestijnse bedoeïenen in deze townships, waar armoede en werkloosheid enorme proporties hebben aangenomen.
De overige 90 duizend bedoeïenen leven in de niet-erkende dorpen, tot ook zij zich neerleggen bij een toekomst in de townships. Om dat proces te bevorderen worden hun dorpen door Israël keer op keer met de grond gelijkgemaakt, Al-Araqib nu dus voor de 116e keer. Daar blijft het niet bij: de dorpelingen hebben recent een rekening ontvangen van circa 500 duizend euro, zijnde de kosten voor de Israëlische sloopwerkzaamheden sinds 2010.
Toekomstperspectief
In 2013 presenteerde Israël het zogenoemde Prawer Plan, dat een wettelijke basis moest bieden om de 90 duizend bedoeïenen zonder verder oponthoud naar de townships te deporteren en hun niet-erkende dorpen te confisqueren. Dat plan werd onder grote internationale druk bevroren. Eind 2016 presenteerde de huidige minister van Landbouw, Uri Ariel, een nieuw plan, Prawer II, dat in vrijwel niets verschilt van zijn voorganger.
Inmiddels leven circa 400 duizend joodse Israëli’s in de Naqab, voorzien van moderne faciliteiten. Vijf nieuwe woningbouwprojecten wachten op uitvoering; twee daarvan zijn gepland op het land van de niet-erkende bedoeïenendorpen. Daarnaast bevordert de Israëlische regering de stichting van joodse boerenbedrijven.
De vraag die voorligt is of Israël het aandurft om Prawer II aan te nemen en uit te voeren, of dat het land volhardt in zijn huidige beleid van het ‘wegpesten’ – een eufemisme voor wat een ‘langzame etnische zuivering’ wordt genoemd – van de resterende lokale bevolking. In beide gevallen lijkt het lot van de bedoeïenen na vierduizend jaar bezegeld.
EINDE BERICHT
UITSPRAKEN ISRAELISCHE LEIDERS EN INFLUENCERSOVER PALESTIJNEN
Hou toch op over die Arabousjiem – het zijn geen mensen,’ antwoordde de radiotelefonist.”
Yizhar Smilanksy, [aka S. Yizhar], het verhaal van Chirbet Chiz’a, 1949; uit het Hebreeuws vertaald door Michaël Zeeman, 2009, copyright Nederlandse vertaling Ruben Verhasselt/Atheneum-Polak & Van Gennip. Het boek is een deelnemersverslag vanuit het perspectief van Joodse terreurorganisaties van rond 1948.
“There was no such thing as Palestinians, they never existed.”
Golda Meir, Premier van Israël, 15 juni 1969
“[The Palestinians are] beasts walking on two legs.”
Menachim Begin, toespraak tot de Knesset, geciteerd in Amnon Kapeliouk, “Begin and the Beasts”, New Statesman,25 juni 1982
“We declare openly that the Arabs have no right to settle on even one centimeter of Eretz Israel… Force is all they do or ever will understand. We shall use the ultimate force until the Palestinians come crawling to us on all fours.”
Raphael Eitan, Chief of Staff of the Israeli Defence Forces – Gad Becker, Yediot Ahronot, 13 april 1983, New York Times, 14 april 1983
“When we have settled the land, all the Arabs will be able to do about it will be to scurry around like drugged cockroaches in a bottle.”
Raphael Eitan, Chief of Staff of the Israeli Defence Forces, New York Times, 14 april 1983
” ’The Palestinians’ would be crushed like grasshoppers … heads smashed against the boulders and walls”
Yitzhak Shamir, Israël’s Premier, in een toespraak voor joodse settles, New York Times, 1 april 1988
“The Palestinians are like crocodiles, the more you give them meat, they want more …”
Ehud Barak, Premier van Israël, Jerusalem Post, 28 augustus 2000
“Let Abu Mazen [Mahmoud Abbas, president of the Palestinian Authority] and all these evil folk perish from this world. May God smite them with plague, them and these Palestinians.”
Rabbi Ovadia Yosef, the spiritual leader of Israel’s ultra-orthodox Shas party, in a blessing for the Jewish New Year Rosh Hashanah, The Financial Times, 30 August 2010
‘We zullen disproportioneel geweld gebruiken tegen ieder dorp van waaruit schoten worden gelost op Israël, en we zullen immense schade en vernietiging teweegbrengen. Vanuit ons gezichtspunt zijn zij geen burgerdorpen, zij zijn militaire bases. Dit is geen aanbeveling, dit is een plan dat reeds is geautoriseerd.’
Generaal Eisenkot, 3 oktober 2008, Yedioth Ahronoth
When 2.5 million [Palestinians] live in closed-off Gaza [ . . .] those people will become even bigger animals than they are today, with the aid of an insane fundamentalist Islam. [. . ]. So, if we want to remain alive, we will have to kill and kill and kill. All day, every day. If we don’t kill, we will cease to exist. The only thing that concerns me is how to insure that the [Jewish] boys and men who are going to have to do the killing will be able to return home to their families and be normal human beings.”
Arnon Sofer, regeringsadviseur en Professor in de Geografie, Haifa University, in Up Front, het weekend bijvoegsel van The Jerusalem Post, 21 mei 2004)
Hij [Matan Vilnai, Onderminister van Defensie van Israël]waarschuwde daarbij dat de Palestijnen een “shoah” riskeren. […] in Israël wordt de term zelden gebruikt voor iets anders dan de door het naziregime aangerichte massamoord op de joden.
NRC Handelsblad, 1 maart 2008
“Between ourselves it must be clear that there is no room for both peoples together in this country. We shall not achieve our goal if the Arabs are in this small country. There is no other way than to transfer the Arabs from here to neighboring countries – all of them. Not one village, not one tribe should be left.”
Joseph Weitz, hoofd van het Jewish Agency’s Colonization Department in 1940. In “A solution to the Refugee Problem”.
“Israel should have exploited the repression of the demonstrations in China, when the world attention focussed on that country, to carry out mass expulsions among the Arabs of the territories.”
Benyamin Netanyahu, toen Plaatsvervangend Minister van Buitenlandse Zaken, voormalig Premier van Israël, sprekend tot studenten van de Bar Ilan University. Uit het Israëlische journaal Hotam, 24 november 1989
BRON
CIVIS MUNDI
ISRAEL, EEN GEVAARLIJK ZIEKE PATIENT
https://www.civismundi.nl/?p=artikel&aid=3455
TEKST
Israël, een gevaarlijk zieke patiënt
Civis Mundi Digitaal #47
door Jan Wijenberg
Intro (red.)
Het Israëlisch-Palestijns conflict is in Civis Mundi al jarenlang nauwgezet gevolgd, geanalyseerd en van kritisch commentaar voorzien. De out-ambassadeur Jan Wijenberg heeft daarover ook vaak zijn kritische oordeel gegeven. In dit nummer komt hij daar nog eens uitvoerig op terug. Hij stelt Israël daarbij centraal als oorzaak van dit conflict, en concipieert die nieuwe staat als zodanig als een gevaarlijk zieke patiënt. Na een schets van de voorgeschiedenis en een diagnose van de politieke ziekte besluit hij zijn essay door opnieuw zijn visie te geven op het genezingsproces, dat hij nog altijd zoekt in een tweestatenoplossing, ondanks alle teleurstellende feiten. Langs die weg acht hij nog altijd genezing van dit eindeloos lijkende conflict mogelijk. Nu de Amerikaanse president ook op zoek is naar een oplossing van dit conflict, dat zich 50 jaar geleden toespitste sinds de zesdaagse oorlog in 1967, die Israël zoals bekend glansrijk won, is er alleszins reden hierop in Civis Mundi terug te komen.
Inhoudsopgave
Inleiding
Samenvatting en conclusies
Deel I: De anamnese, de voorgeschiedenis
I-1 de politiekzionistische ideologie
I-2 de ideologie van de kolonisten
I-3 paranoïde
I-4 dehumanisering, demonisering
I-5 de Daniyha doctrine
I-6 moord
I-7 Palestijnse vluchtelingen
I-8 Palestijnse kinderen
I-9 Palestijnse gevangenen
Deel II: De diagnose
II-1 racisme en Apartheid
II-2 fascisme
II-3 genocide
II-4 een sekte
Deel III: Het genezingsproces
III-1 de staat Israël is zeer instabiel en kan imploderen
III-2 de één staat oplossing, geen oplossing
III-3 de twee staten oplossing, de weg naar vrede
Deel IV: Genezing mogelijk
Noten
Inleiding
In de discussie over Israël en Palestina wordt het conflict wel ’de Palestijnse kwestie’ genoemd. Die aanduiding mist de essentie van het vraagstuk. De kern, de oorzaak van het probleem, ligt vrijwel geheel bij Israël, de schender van het internationaal recht, de bezetter en de onderdrukker. Het streven naar een rechtvaardige, dus duurzame vrede, zoals verwoord in het internationaal recht, vindt zijn aangrijpingspunt bij Israël, en meer specifiek bij het Israëlische regime.
De Nederlanders kunnen een nieuwe regeringscoalitie tegemoet zien. De bedoeling zal zijn dat het kabinet de volle periode van vier jaar regeringsverantwoordelijkheid draagt. Hoewel Israël in de diverse verkiezingscampagnes niet of nauwelijks onderwerp van discussie was, kan met zekerheid worden aangenomen dat Israël in de komende regeerperiode de aandacht op zal eisen.
Waarom? Er zijn tenminste drie redenen.
Ten eerste, het Israëlische regime zal op termijn de aangekondigde uitstoting van alle niet-Joodse gemeenschappen uit ’Groot Israël’ uitvoeren. [Donald Trump’s presidentschap kan het window of opportunity verschaffen.] Dat zou een extra vluchtelingenlast betekenen voor de toch al overbelaste buurlanden, vooral Jordanië en Libanon, en de gewisse dood voor de Gazaanse bevolking in de Sinaï woestijn.
Ten tweede, Israël is een notoir instabiel land, enerzijds vanwege de onhoudbaarheid van het door extreemorthodoxe kolonisten gedreven nederzettingenbeleid. Anderzijds kunnen de explosieve interne spanningen tussen de verschillende Joodse segmenten tot ontploffing komen. Het afdwingen door de internationale gemeenschap van de vereisten van het internationaal recht houdt weliswaar de beste langere termijn belofte voor vrede in, maar de Israëlische verdeeldheid maakt een op vreedzame wijze bereikte vrede vrijwel illusoir.
Ten derde, de vrijwel onvermijdbaar komende geweldexplosie tussen Joodse groeperingen in Israël en de bezette gebieden zal een nog grotere instabiliteit in de regio tot gevolg hebben. De repercussies in de toch al op drift zijnde Arabische wereld zullen aanzienlijk zijn, maar hoe precies op dit moment onmogelijk in te schatten.
De recente ervaringen met golven van vooral Irakese en Syrische vluchtelingen, mogen EU-leiders behoeden voor gemakzucht bij hernieuwde vluchtelingenstromen als gevolg van de effecten van verdere Israëlische agressie en/of met een regelrechte implosie van de staat Israël.
Er is dus genoeg reden om het onderwerp Israël weer eens tegen het licht te houden: wat is de kern van het conflict en welk beleid geeft vrede de grootste kans. Tegen die achtergronden komt het als gewenst voor om de hoofdlijnen van het probleem en de vereisten van het Nederlandse Israëlibeleid in herinnering te brengen.
De onontkoombare en onvermijdbare conclusie is: Israël is een doodziek land, gevaarlijk voor de regio, gevaarlijk voor ons in de Europese Unie, maar vooral ook voor zichzelf. Israël lijdt aan diverse ernstige, besmettelijke, mogelijk zelfs dodelijke ziektes. De onderstaande analyse ontleent, met excuses aan de medische stand, enige onderzoeksmethoden aan de medische wereld.
Samenvatting en conclusies
Bronnenonderzoek, van vooral Israëlische bronnen, leidt tot de volgende conclusies.
Aan de hand van het feitenonderzoek naar negen onderdelen van het ziektebeeld van de Israëlische samenleving, onderzocht in Deel I, kan in Deel II de diagnose worden gesteld.
Israël lijdt aan racisme en een ernstige vorm van Apartheid. De Israëlische samenleving voldoet aan alle kenmerken die het fascistische karakter daarvan bepalen. De bronnen leveren voorts voldoende aanwijzingen op voor de conclusie dat rechtsprekende internationale instanties nader onderzoek dienen in te stellen naar Israëlisch handelen dat duidt op het plegen van genocide. Wanneer aan de hand van de feiten en op basis van het vigerend internationaal recht genocide wordt vastgesteld, dienen de verantwoordelijken en de uitvoerders berecht te worden.
Veelvuldig in de media optredende zionistische Joden huldigen de verkeerde opvatting dat Israël hen zo nodig een veilig thuis zal bieden. In de media presenteren zij in tegenspraak van de feiten Israël als een voortreffelijke samenleving. Met halve waarheden en hele leugens wordt – met opmerkelijk succes – dekking aan het fascistische Israëlische regime verleend. Veel aspecten doen het beeld opkomen van een in zichzelf gekeerde sekte met een uitstekende pr.
Een niet onbelangrijk aantal analisten verwacht bij gelijkblijvend beleid op termijn de implosie van de staat Israël. Anderen hopen op het ontstaan van één democratische staat via de integratie van de staten Israël en Palestina, een fata morgana.
Het enige uitzicht op vrede – ook in het belang van Israël – vormt de uitvoering van de instructies van de hoogste internationale rechtsprekende instantie, het Internationaal Gerechtshof in zijn Advisory Opinion van 9 juli 2004:
– Israël is under an obligation om de muur op Palestijns gebied af te breken en de slachtoffers schadeloos te stellen;
– Israël is under an obligation om zich vreedzaam, zonder voorwaarden of landruil, terug te trekken achter de Bestandslijn van voor 1967 – waarna pas finale status onderhandelingen tussen beide staten worden gevoerd;
– Israël is under an obligation om alle van toepassing zijnde verdragsbepalingen te respecteren en te honoreren.
Israëls verdragspartners staan under an obligation om Israël daaraan te houden.
Gegeven de spreekwoordelijke weerspannigheid van het politiekzionistische regime, dienen in ons aller belang aan Israël zware sancties te worden opgelegd.
Het ligt om allerlei redenen voor de hand dat de Europese Unie het voortouw neemt. Daarvoor is een sterkte, permanente politieke wil vereist.
D e e l I
De anamnese, de voorgeschiedenis
I-1 de politiekzionistische ideologie
“We must do everything to insure (the Palestinians) never do return.” Assuring his fellow Zionists that Palestinians will never come back to their homes. “The old will die and the young will forget.”
David Ben-Gurion, in zijn dagboek, 18 juli 1948, geciteerd in Michael Bar Zohar’s ’Ben-Gurion: the Armed Prophet, Prentice-Hall, 1967, blz. 157
De staat Israël kwam tot stand na decennia durende Joodse terroristische aanslagen. Al kort na de Eerste Wereldoorlog manifesteerden zich twee hoofdstromingen binnen de zionistische beweging in Palestina: één stroming wilde een Joodse samenleving stichten in samenwerking met de autochtone Palestijnse samenleving; een andere streefde naar een exclusief Joodse staat. De laatste, het politiek zionisme, won rond de Tweede Wereldoorlog de ideologische en politieke strijd.
Het politiek zionisme maakt geen geheim van de eigen doelstellingen: het stichten van der Judenstaat [Theodor Herzl], exclusief Joods. Deze staat, Eretz of Groot-Israël genoemd, omvat volgens deze religieuze ideologie het huidige Israël, Oost-Jeruzalem, de Westoever van de rivier de Jordaan en Gaza. Daarbinnen is geen plaats voor niet-Joden, afstammelingen van de eeuwenoude oorspronkelijke bewoners. Zij mogen vertrekken.
Zo niet, dan worden zij volledig onder controle gebracht, van hun bezittingen en hun rechten beroofd. Uiteindelijk worden ook zij verdreven.
I-2 de ideologie van de kolonisten
Gush Emunim staat voor de organisatie en de ideologie van de kolonisten.
“[…] the ideology of Gush Emunim (Bloc of the Faithful), which since the 1970s […] has established the concrete basis for the actions of Israel’s governments. Even governments that were ostensibly far removed from the Gush Emunim strategy implemented it in practice. […]
The strategy that follows from the ideology of Gush Emunim is clear and simple: It perceives of the Six-Day War as the continuation of the War of Independence, both in terms of seizure of territory, and in its impact on the Palestinian population. According to this strategy, the occupation boundaries of the Six-Day War are the borders that Israel must set for itself. And with regard to the Palestinians living in that territory – those who did not flee or were not expelled – they must be subjected to a harsh regime that will encourage their flight, eventuate in their expulsion, deprive them of their rights, and bring about a situation in which those who remain will not be even second-class citizens, and their fate will be of interest to no one. […]
The ideology of Gush Emunim springs from religious, not political motivations. It holds that Israel is for the Jews, and it is not only the Palestinians in the territories who are irrelevant: Israel’s Palestinian citizens are also exposed to discrimination with regard to their civil rights and the revocation of their citizenship.
This is a strategy of territorial seizure and apartheid. It ignores judicial aspects of territorial ownership and shuns human rights and the guarantees of equality enshrined in Israel’s Declaration of Independence. It is a strategy of unlimited patience; what is important is the unrelenting progress toward the goal. At the same time, it is a strategy that does not pass up any opportunity that comes its way, such as the composition of the present Knesset and the unclear positions of the prime minister. […]
This ideology views the creation of an Israeli apartheid regime as a necessary tool for its realization. It has no difficulty with illegal actions and with outright criminality, because it rests on mega-laws that it has adopted and that have no connection with the laws of the state, and because it rests on a perverted interpretation of Judaism. It has scored crucial successes. Even when actions inspired by the Gush Emunim ideology conflict with the will of the government, they still quickly win the backing of the government. The fact that the government is effectively a tool of Gush Emunim and its successors is apparent to everyone who has dealings with the settlers, creating a situation of force multiplication. […]
Because of its inherent illegality, at least in democratic terms, an apartheid regime cannot allow opposition and criticism. The Gush Emunim ideology is obliged to eliminate the latter, and to prevent every effort to block its activity, even if that activity is illegal and even criminal, meant to maintain apartheid. The illegal activity needs to be made legal, whether by amending laws or by changing their judicial interpretation – such things have occurred before, in other places and at other times. […]
Does an Israel of this kind have a future? Over and beyond the question of whether Jewish morality and the Jewish experience allow such circumstances to exist, it is clear that this is a flagrantly unstable and even dangerous situation. It is a situation that will prevent Israel from fully realizing its vast potential […]. “
Amos Schocken, eigenaar en hoofdredacteur van Haartez, The necessary elimination of Israeli democracy, 25-11-2011, Haaretz
I-3 paranoïde
“The people Gratch writes about are plagued by the memory of the Holocaust; they possess an arrogance and a know-it-all-ness that is unparallel; they are both successful and guilty over their successes.
Gratch describes what he calls Israel’s post-traumatic stress. And at the same time, he explains, Israelis have a persecution complex. On the one hand they strive to be simply normal, on the other and at the same time they want or need to be exceptional.
And then there are the real conflicts that Israel faces. Here Gratch suggests that Israelis must directly confront these conflicts and not simply see them as a threat or try to shut them out and say there are no solutions. These conflicts could ultimately cause the demise of Israel.”
Micah D. Halpern, review of The Israeli Mind, How the Israeli national character shapes our world, Alon Gratch, 2015, St. Martin’s Press New York
Het aantal publicaties over Israëlische paranoïde is opmerkelijk groot. Kennelijk voorziet het in een behoefte bij het Joodse segment van de samenleving in ’Groot Israël’, terwijl het Arabische deel daar geen last van heeft.
” “Netanyahu is well entrenched through the socialization process to be a typical representative of a Jew who views the world through the prisme of Jewish persecution[…] When he talks about Iran being a Nazi country or Ahmadinejad being Hitler, he really believes it. But it also falls on a really fertile soil. When he speaks in these terms, many Israelis believe what he’s saying. It falls on very open ears, this kind of rhetoric, with the people who are used to the trauma of Hitler and the Holocaust.” ” […]
The Holocaust is a focus of history classes and Jewish education in Israeli public schools and is relentlessly invoked in Israeli media, with Palestinian militants often portrayed as “Nazis” while Jews are presented as victims requiring heroic rescue from brave Israeli soldiers. […] But in Israel, they are routinely exploited to advance narrow nationalistic goals. […] People are trained to think that the Arabs are going to unite with the Nazis and come and kill us.”
Max Blumenthal, Goliath, Life and Loathing in Greater Israel, 2013, Nations Books, New York, blz. 194, 195
Uit diverse berichten, zoals uit de analyse van Amos Shocken over Gush Emunim, blijkt ook dat het politiekzionistische regime de angst voor een tweede Holocaust stelselmatig aanwakkert. Door de overheid gestimuleerde angst schept de onzekerheid die het regime nodig heeft om de bevolking te manipuleren. Zo geloven veel Israëlische Joden dat hun veiligheid altijd maximaal gegarandeerd moet zijn. Zij begrijpen kennelijk niet dat hun eigen tomeloze agressie de voornaamste oorzaak voor hun onveiligheid is. Dat is een gedurende decennia bewust gedurende zes decennia gecreëerde vorm van paranoïde. In moderne termen vertaald, is dat voornamelijk fake news met afzichtelijke consequenties.
I-4 dehumanisering, demonisering
” ’Hou toch op over die Arabousjiem – het zijn geen mensen,’ antwoordde de radiotelefonist.”
Yizhar Smilanksy, [aka S. Yizhar], het verhaal van Chirbet Chiz’a, 1949; uit het Hebreeuws vertaald door Michaël Zeeman, 2009, copyright Nederlandse vertaling Ruben Verhasselt/Atheneum-Polak & Van Gennip. Het boek is een deelnemersverslag vanuit het perspectief van Joodse terreurorganisaties van rond 1948.
“There was no such thing as Palestinians, they never existed.”
Golda Meir, Premier van Israël, 15 juni 1969
“[The Palestinians are] beasts walking on two legs.”
Menachim Begin, toespraak tot de Knesset, geciteerd in Amnon Kapeliouk, “Begin and the Beasts”, New Statesman,25 juni 1982
“We declare openly that the Arabs have no right to settle on even one centimeter of Eretz Israel… Force is all they do or ever will understand. We shall use the ultimate force until the Palestinians come crawling to us on all fours.”
Raphael Eitan, Chief of Staff of the Israeli Defence Forces – Gad Becker, Yediot Ahronot, 13 april 1983, New York Times, 14 april 1983
“When we have settled the land, all the Arabs will be able to do about it will be to scurry around like drugged cockroaches in a bottle.”
Raphael Eitan, Chief of Staff of the Israeli Defence Forces, New York Times, 14 april 1983
” ’The Palestinians’ would be crushed like grasshoppers … heads smashed against the boulders and walls”
Yitzhak Shamir, Israël’s Premier, in een toespraak voor joodse settles, New York Times, 1 april 1988
“The Palestinians are like crocodiles, the more you give them meat, they want more …”
Ehud Barak, Premier van Israël, Jerusalem Post, 28 augustus 2000
“Let Abu Mazen [Mahmoud Abbas, president of the Palestinian Authority] and all these evil folk perish from this world. May God smite them with plague, them and these Palestinians.”
Rabbi Ovadia Yosef, the spiritual leader of Israel’s ultra-orthodox Shas party, in a blessing for the Jewish New Year Rosh Hashanah, The Financial Times, 30 August 2010
“The checkpoint was manned by soldiers of the Nachal Brigade – Nachal is an acronym that means ’Fighting Pioneer Youth – and, by their looks there were new immigrants among them. Nachal frequently assembles garinim, seed groups, of recent immigrants, and teaches them to be Israeli. Today’s lesson was in humiliation.”
Prisoners, A Story of Friendship and Terror, Chapter 22, A happy man in Palestine, p. 280, Jeffrey Goldberg, Vintage Books, ISBN:978-0-375-72670-5, 2006
“Palestinians and Israeli Arabs are fair game. They’re fair game in the occupied territories and fair game in Israel. They’re fair game because their blood is cheap. It’s cheap in Umm al-Hiran and cheap at the Tul Karm checkpoint. It’s cheap at construction sites and cheap at roadblocks.
When the people killed are Arabs, nobody cares. When a soldier is killed in an accident, it’s front-page news. But when a Palestinian is killed while just waking up at home, nobody cares”
Sinds oktober 2008 kennen de Israel Defence Forces [IDF] – onder het motto ’we zullen disproportioneel geweld gebruiken’ – de Daniyha doctrine: ook burgers zijn legitieme militaire doelwitten.
‘We zullen disproportioneel geweld gebruiken tegen ieder dorp van waaruit schoten worden gelost op Israël, en we zullen immense schade en vernietiging teweegbrengen. Vanuit ons gezichtspunt zijn zij geen burgerdorpen, zij zijn militaire bases. Dit is geen aanbeveling, dit is een plan dat reeds is geautoriseerd.’
Generaal Eisenkot, 3 oktober 2008, Yedioth Ahronoth
Aanvallen op burgers die niet direct betrokken zijn bij de vijandelijkheden vormen een ernstige schending van de Vierde Conventie van Genève. Degene die daartoe opdracht geeft of een dergelijke aanval plant, organiseert of uitvoert, is strafbaar. Worden de misdrijven wijdverspreid en systematisch gepleegd, dan zijn de verantwoordelijken en de uitvoerders strafbaar aan misdrijven tegen de menselijkheid [1]
De Daniyha doctrine werd de eerste maal toegepast tijdens de Gasoorlog van 2008.
I-6 moord
“When 2.5 million [Palestinians] live in closed-off Gaza [ . . .] those people will become even bigger animals than they are today, with the aid of an insane fundamentalist Islam. [. . ]. So, if we want to remain alive, we will have to kill and kill and kill. All day, every day. If we don’t kill, we will cease to exist. The only thing that concerns me is how to insure that the [Jewish] boys and men who are going to have to do the killing will be able to return home to their families and be normal human beings.”
Arnon Sofer, regeringsadviseur en Professor in de Geografie, Haifa University, in Up Front, het weekend bijvoegsel van The Jerusalem Post, 21 mei 2004)
Hij [Matan Vilnai, Onderminister van Defensie van Israël]waarschuwde daarbij dat de Palestijnen een “shoah” riskeren. […] in Israël wordt de term zelden gebruikt voor iets anders dan de door het naziregime aangerichte massamoord op de joden.
NRC Handelsblad, 1 maart 2008
Een officiële telling vond dat vanaf de stichting van de staat Israël in 1948 tot rond 2011 door voornamelijk de Israel Defence Forces [IDF] en de Joodse kolonisten ongeveer 800.000 Palestijnen werden vermoord; ter vergelijking, ruwweg de gehele bevolking van Amsterdam.
Adalah, de belangenorganisatie van Palestijnse Israëliërs, deed recent onderzoek naar de enorme toename van hate mail, anti-Arabische berichten op Hebreeuwse sociale media. Daaronder bevinden zich talloze doodsbedreigingen. Member of Knesset [MK] Haneen Zoabi – Palestijns/Israëlische – is het belangrijkste doelwit met 60.000 doodsbedreigingen. MK Ahmed al-Tibi ontving 40.000 doodsbedreigingen, Palestijnse president Mahmoud Abbas 30.000, MK Ayman Odeh 25.000 en MK Bassel Ghattas 15.000.
I-7 Palestijnse vluchtelingen
“Between ourselves it must be clear that there is no room for both peoples together in this country. We shall not achieve our goal if the Arabs are in this small country. There is no other way than to transfer the Arabs from here to neighboring countries – all of them. Not one village, not one tribe should be left.”
Joseph Weitz, hoofd van het Jewish Agency’s Colonization Department in 1940. In “A solution to the Refugee Problem”.
“Israel should have exploited the repression of the demonstrations in China, when the world attention focussed on that country, to carry out mass expulsions among the Arabs of the territories.”
Benyamin Netanyahu, toen Plaatsvervangend Minister van Buitenlandse Zaken, voormalig Premier van Israël, sprekend tot studenten van de Bar Ilan University. Uit het Israëlische journaal Hotam, 24 november 1989
In 2010 waren wereldwijd 15,4 miljoen mensen op de vlucht. Het aandeel van vluchtelingen uit de bezette Palestijnse Gebieden was 4,8 miljoen, of 31,3%.[2] Relatief is dat aandeel, vanwege de toename van Syrische en Irakese vluchtelingen, inmiddels gedaald tot ongeveer 25%. Toch is het aandeel van Palestijnse vluchtelingen in aantal steeds toegenomen. Zo’n 7,2 miljoen Palestijnen werden verdreven. De United Nations Works and Relief Agency [UNWRA] verschaft assistentie en bescherming voor zo’n 5 miljoen Palestijnse vluchtelingen. [3]
De oorsprong en oorzaak van het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk liggen uitsluitend bij de ideologie en het beleid van het politiekzionistische regime. Ondanks de grote financiële tekorten voor de opvang van vluchtelingen, wordt Israël niet gevraagd de kosten voor de ondersteuning van de Palestijnse vluchtelingen voor zijn rekening te nemen.
I-8 Palestijnse kinderen
In de periode van begin september 2000 tot einde december 2014 hebben de IDF en kolonisten gemiddeld één Palestijn per dag vermoord. Daaronder bevonden zich 1.587 Palestijnse minderjarigen, gemiddeld één Palestijns kind per elke drie dagen. [4] Het aantal recente aanvallen op militairen door wanhopige kinderen, meestal resulterend in hun dood, zal dit gemiddelde hebben opgestuwd.
1-9 Palestijnse gevangenen
Het Israëlische militaire rechtssysteem geldt voor alle niet-Joodse burgers in de bezette Palestijnse gebieden, als zodanig al een schending van het internationaal recht.
Israël houdt het jaarlijkse bestand van Palestijnse kindgevangenen permanent op ca. 1.000. Zij worden onder Israëlische militaire recht gebracht. Ca. 98% wordt ’schuldig’ bevonden. Het overgrote deel van deze minderjarigen wordt gemarteld.
Het Palestijnse Addameer [’Geweten’] komt op voor de Palestijnen in Israëlische gevangenschap. Jaarlijks brengt deze ngo, naast deelrapportages, ook jaarrapporten uit. De inhoudsopgave van het Annual Violations Report Violations of Palestinian Prisoners’ Rights in Israeli Prisons. 2015 [5]verschaft al een hoogst verontrustend feitelijk beeld van de Israëlische misdaden tegen Palestijnse gevangenen. [6] In de inleiding stelt Addameer onder andere:
“The Israeli occupation continued its detention policy in 2015 as an integral part of its comprehensive efforts to destroy the Palestinian youth and disperse Palestinian families. This severely affected the fabric of the Palestinian community in all of its denominations on both short and long terms, with the number of arrests amounting to 6335 in 2015, translating into 17 arrests per day. Arrests did not target one specific group, but rather included children, women, human rights defenders, Palestinian Legislative Council members, as well as university and school students. […]
Upon a closer look, we find that the overall policies of the Israeli institutions, including the legislative, executive and judicial branches, operate as an integrated system aiming, firstly and lastly, to dismember the Palestinian social fabric. The efforts concentrated in continuous attempts of forcible transfers and deportations, arbitrary arrests, field executions, and division of Palestinian land. Moreover, Israel continued with its efforts to turn Palestinian prisoners into financial burdens weighing down their families by linking their freedom to high bails and heavy fines. The year 2015 clearly reflected the comprehensive nature of the Israeli occupation, in particular the passing of racist legislations targeting Palestinians and imposing long jail sentences for stone-throwing offenses.”
Uit de ’conclusions and findings’, twee van de elf:
nummer 1:
The report shows the widespread systematic use of physical and mental torture, as well as degrading treatment by the Israeli occupation forces as a repressive measure against Palestinian prisoners since their arrest and throughout interrogation. The occupation provides a political cover for its actions, supported by the Israeli judicial institutions and the public opinion. The actions constitute violations of the Convention against Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment ratified by Israel in 1991.
nummer 10:
The report documented the deteriorating conditions in Israeli prisons in 2015, including repeated raids, torture and humiliation, medical neglect, as well as the Israeli Prison Service’s deliberate actions to maintain the meager conditions of prison clinics that do not meet the bare minimum medical care standards. Israel continues to breach international conventions and norms by enforcing solitary
confinement with ten prisoners placed in solitary confinement and isolation in 2015. Moreover, prisoners are deprived of their rights to family visits. These policies are part of the Israeli efforts to weaken and render futile the Palestinian Prisoners Movement’s efforts in exercising their rights.
D E E L II
De diagnose
II-1 racisme en Apartheid
“I’m a South African who lived through apartheid. I have no hesitation in saying that Israel’s crimes are infinitely worse than those committed by the apartheid regime of South Africa. […] And I, like virtually every South African who visits the occupied territory, has a terrible sense of déjà vu. We’ve seen it all before, except that it is infinitely worse.”
John Dugard, internationaal rechtsgeleerde, plaatsvervangend rechter bij het Internationaal Gerechtshof, voormalig VN-rapporteur Mensenrechtenschendingen in de Palestijnse gebieden, Independent Global News, 06-05-2015]
Het Zuid-Afrikaanse Apartheid regime behandelde niet-blanken als groepen met veel minder rechten dan de blanke overheersers. De gekleurde en zwarte medemensen werden grotendeels samengedreven in ’Bantustans’. Er vielen doden en het regime was zeer streng, De niet geprivilegieerde klassen waren nodig als laaggeschoolde arbeiders. Zij werden vooral ingezet als landarbeiders, mijn- en industriewerkers en huishoudelijk personeel.
Het politiekzionistische regime daarentegen heeft zich het volledig elimineren van niet-Joden uit der Judenstaat tot lange termijn doel gesteld. Zij worden uit de bezette Palestijnse gebieden verdreven. Niet minder dan 25% van alle vluchtelingen ter wereld zijn Palestijnen. [Zie I-7 hierboven] Wie achterblijven worden samengedreven in wat ook ’Bantustans’ worden genoemd, bestolen en onderdrukt. Een meerderheid van de Israëlische/Joodse bevolking en van de kolonisten beschouwen de Palestijnen niet als menselijke wezens. [Zie I-4 hierboven] Zij kunnen en worden – zonder [juridische] gevolgen door de IDF, kolonisten en Israëlische Joden – in grote aantallen vermoord. Het uiteindelijke doel is alle niet-Joden uit Groot-Israël te verdrijven. [Zie I-1 hierboven]
Daarom is het Israëlische regime oneindig veel slechter dan het Zuid-Afrikaanse Apartheid regime.
II-2 fascisme
To the Editors of the New York Times, New York, Dec, 2, 1948
“Among the most disturbing political phenomena of our times is the emergende in the newly created state of Israel of the “Freedom Party” (Tnuat Haherut [7]), a political party closely akin in its organisation, methods, political philosophy and social appeal to the Nazi and Fasist parties. It was formed of the membership and following of the former Irgun Zvai Leumi, a terrorist, right-wing, chauvinist organisation in Palestine. […]
The discrepancies between the bold claims now being made by Begin and his party, and their record of past performance in Palestine bear the imprint of no ordinary political party. This is the unmistakably stamp of a Fascist party for whom terrorism (against Jews, Arabs, and the British alike), and misrepresentation are means, and a “LeaderState” is the goal. […]”
ISIDORE ABRAMOWITZ, HNNAH ARENDT, ABRAHAM BRICK, RABBI JESSERUN CARDOZO, ALBERT EINSTEIN, HERMAN EISEN M.D., HAYIM FINEMAN, M.GALLEN, M.D., H.H. HARRIS, ZELIG S. HARRIS, SIDNEY HOOK, FRED KARUSH, BRURIA KAUFMAN, IRMA L. LINDSHEIM, NACHMAN MAISEL, SEYMOUR MELMAN, MEYER D. MENDELSON, M.D., HARRY M. OSLINSKY, SAMUEL PITLICK, FRITS ROHRLICH, LOUIS P. ROCKER, RUTH SAGIS, ITZHAK SANKOWSKY, I.J. SCHOENBERG, SAMUEL SHUMAN, M. SINGER, IRMA WOLFE, STEFAN WOLFE.
Mag, behalve Likoed en Kadima, het gehele Israëlische politiekzionistische systeem fascistisch worden genoemd?
Robert Paxton, een Amerikaanse geschiedkundige, identificeert in zijn standaardwerk The Anatomy of Fascism negen kenmerken van het fascisme.[8] Zouden deze kenmerken van toepassing zijn op het Israëlische regime, de Israëlische Joden en de kolonisten?
1. een gevoel van een overweldigende crisis waar geen traditionele oplossingen voor bestaan.
De Joods/Israëlische bevolking is geobsedeerd door een ’tweede Holocaust’. [zie 1-3, paranoia, hierboven]
2. de groep gaat boven alles; tegenover de groep heeft men plichten die boven elk recht verheven zijn, of het nu een individueel of universeel recht is; een individu is ondergeschikt aan de groep
[zie 1-1, de politiek zionistische ideologie], 1-2 [Gush Emunim, de ideologie van de kolonisten en 1-5 [de Daniyha doctrine]; het individu is ondergeschikt aan de groep. [weer: 1-1, 1-2, 1-5]
3. het geloof dat de eigen groep geslachtofferd wordt, een gevoel dat elke daad tegen in- of externe vijanden rechtvaardigt, zonder wettelijke of morele grenzen. Een overgrote meerderheid van Israëlische Joden gelooft dat de hele wereld tegen hen is, die aan hen een tweede Holocaust wil opleggen.
Voor illegale interne agressie, zie 1-4, dehumanisering, demonisering; 1-6, moord;
Voor illegale externe agressie: het regime viel en valt met militaire aanvallen meer dan een dozijn soevereine staten aan, met Libanon, Gaza en Syrië als de grootste slachtoffers. Omdat Israël nooit de instemming van de VN Veiligheidsraad zoekt, is alle agressie illegaal. [Zie ook II-3, genocide, hieronder]
4. de vrees dat de groep door de ondermijnende effecten van het individuele liberalisme, de klassenstrijd en buitenlandse invloeden zal verzwakken.
De Palestijnen in de bezette gebieden zijn beroofd van werkelijk al hun wettelijke en burgerlijke rechten; een soortgelijk proces is onderweg tegen alle niet-Joodse samenlevingen in Israël. Israëlische mensenrechten ngo’s zijn via wetgeving illegaal gemaakt.
Het recente weigeren van een visum aan Derk Walters, de NRC-correspondent, is slechts een van de vele manieren om de gruwelijke Israëlische werkelijkheid te maskeren. De acties van het CIDI, Federaal Joods Nederland en vele andere zionistische organisaties en individuen maskeren eveneens doelbewust de werkelijkheid van het Israëlische regime.
Het Israëlische regime gebruikt een wereldomspannend netwerk, ’The Israel Lobby’, om kritiek en politieke oppositie te weerstaan. Het CIDI is er een voorbeeld van. Het regime verklaarde ’oorlog’ tegen de wereldwijd werkende burgerbeweging Boycot, Desinvesteren en Sancties [BDS].
5. de noodzaak voor een hechtere integratie van een zuiverder gemeenschap, indien mogelijk met algemene instemming, of als het niet anders kan door een gewelddadig uitzettingsbeleid.
Het Israëlische regime verenigt supporters wereldwijd, met – wanneer zij niet gehoorzamen – de inzet van voor Israël bedreigende voorspiegelingen.
De optie van een gewelddadig uitzettingsbeleid is vastgelegd in de ideologieën van het politiek zionisme [1-1] en van Gush Emunim [1-2]. Dat is geen optie, het is werkelijkheid [1-7].
6. De behoefte aan gezag door natuurlijke leiders (altijd mannelijk), culminerend in een nationale leider die hoogstpersoonlijk het lot van de groep belichaamt. David Ben Gurion, Moshe Dayan, Menachem Begin, Ehud Barak, Shimon Peres, Ariel Sharon, Benjamin Netanyahu, om er maar een paar te noemen.
7. het instinkt van de leider gaat boven de abstracte en universele reden.
De onder ad 6 genoemde leiders excelleerden in instincten en negeerden ook de abstracte en universele reden.
8. de schoonheid van het geweld en de kracht van de wil, als ze worden ingezet voor het welslagen van de groep.
Gush Emunim, I-2, hierboven; de ’natuurlijke leiders’, genoemd ad 6, hierboven.
Maccabi Tel Aviv Football Club, opgericht in 1906, werd in 1992 op goede gronden uit de Aziatische voetbalbond gestoten en ten onrechte opgenomen in de Europese evenknie. Omdat Israël maar één optie heeft: aan zich vreedzaam integreren in de eigen regio, wordt Israël zo geen dienst bewezen. [Dat geldt overigens ook voor de Israëlische participatie aan het Euro Songfestival.]
Maccabi Tel Aviv organiseerde na de derde, ook illegale aanval van de Israel Defence Forces [IDF] op Gaza [2.200 doden, de meesten burgers en massieve schade aan de infrastructuur] in 2014 een benefietwedstrijd voor de IDF.
Het Russell Tribunaal concludeerde na onderzoek dat Israël zich met deze aanval verder had begeven op de weg naar genocide op de Gazaanse bevolking.
Yordi Cruijff, technisch directeur vanaf 2012, zag en ziet daar kennelijk geen aanleiding in om zijn band met deze club te verbreken. Peter Bosz, nu Ajax trainer, vond deze omstandigheden geen belemmering om in 2015 tot Maccabi Tel Aviv als trainer toe te treden. Bedrijfsblindheid of politiek onbenul of beide?
Inmiddels wordt de FIFA verzocht Israël te verwijderen. Het regime verhindert voortdurend dat het nationale Palestijnse elftal kan trainen en interlandwedstrijden kan spelen.
9. het recht van het uitverkoren volk om anderen te domineren, zonder beperking door welke menselijke of goddelijke wet dan ook; of de groep hiertoe het recht heeft, hangt enkel af van de dapperbaarheid van de groep in een darwinistische strijd,
“Goyim were born only to serve us. Without that, they have no place in the world; only to serve the People of Israel. Why are gentiles needed? They will work, they will plow, they will reap. We will sit like an effendi and eat. With gentiles, it will be like any person: They need to die, but God will give them longevity. Why? Imagine that one’s donkey would die, they’d lose their money. This is his servant. That’s why he gets a long life, to work well for this Jew.
Rabbi Ovadia Yosef, the spiritual leader of Israel’s ultra-orthodox Shas party and the former chief Sephardi rabbi of Israel, in his weekly Saturday night sermon, JTA, The Global News Service of the Jewish People, 18 October 2010
Het Israëlische politieke systeem voldoet aan alle kenmerken van het fascisme.
II-3 genocide
“Genocide does not necessarily mean the immediate destrction of a nation…. It is intended rather to signify a coordinated plan of different actions aiming at the destruction of the life of national groups, with the aim of annihilating the groups themselves. The objectives of such a plan would be the disintegration of the political and social institutions, of culture, language, national feelings, religion, liberty, dignity, and even the lives of the individuals belonging to such groups.”
Ralphael Lemkin, the Polish-Jewish legal scholar who pushed for the genocide convention, his definition is from 1943
Genocide, eenmaal uitgevoerd, blijkt in het collectieve geheugen onuitroeibaar. Wat de Turkse overheid ook mag proberen, de Eerste Holocaust, die op de Armeniërs, blijft een schandvlek die aan Turkije blijft kleven. Duitsland wordt na zo’n honderd jaar geconfronteerd met daden tegen de menselijkheid in Namibië. Het Israëlische regime zal tot in lengte van dagen worden vereenzelvigd met hun eigen genocide op de Palestijnen, de bedoeïenen en hun samenlevingen.
Onder de leiding van Ben-Gurion vond rond 1948 de verdrijving van 75% van de Arabische bevolking plaats en werd een groot aantal dorpen vernietigd. Dit is zonder meer
’a coordinated plan of different actions aiming at the destruction of the life of national groups, with the aim of annihilating the groups themselves’.
Met oneindig geduld [zie I-2 hierboven] is dit gecoördineerde plan nog steeds in volle hevigheid en succesvol in uitvoering.
De Palestijnen noemen deze periode ’al Naqba’. Zij herdenken deze Catastrofe in begin april van elk jaar op ’de Dag van het Land’.
Verschillende analytici hebben zich al uitgelaten over Israëlische genocide.
Zoschreef Richard Falk [9] op 7 juli 2007 het artikel Slouching Towards a Palestinian Holocaust in The Palestine Chronical. Enige passages:
“Is it an irresponsible overstatement to associate the treatment of Palestinians with this criminalized Nazi record of collective atrocity? I think not. The recent developments in Gaza are especially disturbing because they express so vividly a deliberate intention on the part of Israel and its allies to subject an entire human community to life-endangering conditions of utmost cruelty. The suggestion that this pattern of conduct is a holocaust-in-the-making represents a rather desperate appeal to the governments of the world and to international public opinion to act urgently to prevent these current genocidal tendencies from culminating in a collective tragedy. If ever the ethos of ‘a responsibility to protect,’ recently adopted by the UN Security Council as the basis of ‘humanitarian intervention’ is applicable, it would be to act now to start protecting the people of Gaza from further pain and suffering. But it would be unrealistic to expect the UN to do anything in the face of this crisis, given the pattern of US support for Israel and taking into account the extent to which European governments have lent their weight to recent illicit efforts to crush Hamas as a Palestinian political force. […]
Israel is currently stiffening the boycott on economic relations that has brought the people of Gaza to the brink of collective starvation. This set of policies, carried on for more than four decades, has imposed a sub-human existence on a people that have been repeatedly and systematically made the target of a variety of severe forms of collective punishment. The entire population of Gaza is treated as the ‘enemy’ of Israel, and little pretext is made in Tel Aviv of acknowledging the innocence of this long victimized civilian society.
To persist with such an approach under present circumstances is indeed genocidal, and risks destroying an entire Palestinian community that is an integral part of an ethnic whole. It is this prospect that makes appropriate the warning of a Palestinian holocaust in the making, and should remind the world of the famous post-Nazi pledge of ‘never again.’ “
Nadia Hijab [10] vroeg zich op 31 december 2008 af When does it Become Genocide? Zij vond het volgende: “More people have started to apply the term ’genocide’ to what Israel is doing to Gaza. Israel would not directly kill tens of thousands of Palestinians, but it would create the conditions for tens of thousands to die. Any epidemic could finish the job […]”
“Russell Tribunaal vindt bewijs voor aanzetten tot genocide en misdaden tegen de menselijkheid in Gaza”
Russell Tribunaal on Palestine, officiële Samenvatting, Brussels, 25-09-2014
Na de derde Israëlische aanslag op Gaza kwam het Russell Tribunaal in spoedzitting in Brussel bijeen. Een vracht aan bewijsmateriaal werd aangedragen, op grond waarvan deze hoofdconclusie werd getrokken.
De Algemene Vergadering van de VN aanvaardde op 9 december 1948 de Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide. Het is voorbehouden aan de rechtsprekende instanties van de Verenigde Naties om de beschuldigingen van Israëlische genocide te onderzoeken en eventueel schuldig bevonden individuen te bestraffen. Wellicht kan, gegeven de juridische en vooral politieke problemen rond het Internationaal Strafhof, overwogen worden een speciaal Israël Tribunaal in te stellen.
II-4 een sekte
De Amerikaanse hoogleraren John J. Mearsheimer en Stephen M. Walt schreven De Israël lobby [11].
“Zij bieden onthullende inzichten in een kernkwestie in de internationale betrekkingen met hun stelling dat de haast blinde steun voor Israël in de Amerikaanse politiek de vrucht is van de doelgerichte inspanningen van de ’Israëllobby’, een los samenhangend netwerk van joods-Amerikaanse organisaties, christelijke fundamentalisten en neoconservatieve ideologen. De Israëllobby legt alle ongesproken waarheden op tafel, helder onderbouwd en onweerlegbaar”, aldus de stofomslag van het boek.
Eén conclusie – op blz. 418 – springt in het oog:
“Beëindiging van het Israëlisch-Palestijns conflict draagt ook op een andere manier bij aan het Amerikaanse nationale belang. Ondanks zijn militaire bekwaamheid en geografische ligging is de strategische waarde van Israël voor de Verenigde Staten beperkt, doordat het land de paria van de regio is. […] Dat wil dus zeggen dat als het conflict wordt opgelost, Israël het strategisch belang krijgt waarvan zijn vrienden dikwijls zeggen dat het dat nu heeft.”
Geconcludeerd mag worden, dat dit inzicht noch bij het Israëlische regime, noch bij de Israël lobby is doorgedrongen.
De Nederlandse tak van de Israël lobby, en meer in het bijzonder de Joodse zijtak, draagt opvallend veel gelijkenis met de gedragingen van religieuze sektes. De leden hebben één overtuiging gemeen: Israël moet koste wat kost verdedigd worden. Zij verkeren in de vaste veronderstelling dat Israël zo nodig een veilig thuis zal bieden. Dat is een dramatische vergissing.
Kenmerkend voor sektes, zijn de werkelijkheid en de waarheid volstrekt ondergeschikt gemaakt aan het ideaal. Halve waarheden en hele leugens worden ingezet om het blazoen van Israël schoon en rein te houden.
Een halve waarheid is bijvoorbeeld dat Israël in 1948 toegelaten werd tot de Verenigde Naties. De andere helft wordt consequent weggelaten: niet alleen werd ook de Arabische staat toegelaten, Israël diende als voorwaarde van toetreding deze staat te erkennen, maar is daarin nog steeds in gebreke. (Naftaniël, Van Weezel) Een hele leugen is dat Palestina eerst Israël moet erkennen (Naftaniël). En dat heeft president Yasser Arafat al jaren geleden gedaan.
Tel Aviv wordt in warme termen omschreven. (Frits Barend, Van Weezel) De sekte is niet geïnteresseerd in de duistere kanten van deze stad en directe omgeving. [12]
Steevast wordt de leugenachtige Israëlische frame over Hamas (Max en Natacha van Weezel) en Hezbollah onderschreven, bizarre etiketten – zoals ’zelfhatende Joden’ – opgeplakt (Mischa Cohen) en critici van Israël onterecht vrijwel routinematig beschuldigd van antisemitisme, in Nederland een misdaad (Hanneke Groenteman, Max van Weezel, rabbijn Everts, Barbara Barend, Natacha van Weezel).
Rosanne Hertzberger, NRC kroniekschrijver, weet heel veel van de ’E’ componenten van voedsel, maar blijkt weinig kaas te hebben gegeten van het fascistische karakter van het Israëlische regime:
“In een van haar laatste columns schrijft ze over een ‘intelligenter soort antisemitisme’ van het type dat bij ieder incidenten op de West Bank verwijst naar het concept dat ‘de Joden toch beter zouden moeten weten’ […] Ze zegt ook: „Ik heb er geen probleem mee lid te zijn van de Joodse kudde. We zijn hier een piepkleine minderheid, als we er niets aan doen verwatert het jodendom, en dan verwatert je identiteit. Het is een gevoel, moeilijk uit te leggen, maar als onderdeel van die Joodse kudde ben ik bewuster Joods dan ik anders zou zijn geweest. Als ik bijvoorbeeld in Israël zou zijn opgegroeid, was ik niet zo bewust bezig geweest met het Joods zijn en was ik wellicht ook een stuk seculierder geweest.” [13]
Nb. zie over het gebruik en het misbruik van het begrip ’antisemitisme’ bij het één na laatste gedachtestreepje, hieronder.
De sekte grossiert in steeds dezelfde thema’s:
– het vreselijke lot van vele Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog is het ergste dat welke bevolkingsgroep ooit is overkomen. Niets mag natuurlijk worden afgedaan aan hun vreselijke lot, maar de stelling ontbeert waarheidsgetrouwheid. Denk bijvoorbeeld aan de volkerenmoord op Armeniërs door het Ottomaanse rijk, aan Stalin, Mao Tse Tung, Pol Pot en aan het Israëlische politiekzionistische bewind.
Rond de Dodenherdenking van 4 mei 2017 was het weer raak. Dominee Rikko Voorberg wilde dat ook de vluchtelingen zouden worden herdacht. De NRC van 5 mei 2017: “Weken van tevoren worden de messen geslepen voor het jaarlijkse oorlogje over de vraag: wie herdenken we precies? Alleen de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, of ook bijvoorbeeld de recent omgekomen vluchtelingen, zoals theoloog Rikko Voorberg voorstelde. Het leidde tot zoveel razernij dat hij zijn geplande manifestatie uiteindelijk afgelastte.” [14]
NRC-redacteur Jisca Cohen: “Als kleindochter van grootouders die zo door de oorlog geraakt zijn, begrijp ik de weerstand” (tegen Voorberg’s plan) […] “Donderdagochtend maakte de organisatie bekend dat de manifestatie toch niet doorgaat, vanwege aangekondigde protesten en bezwaar van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), omdat tijdens de oorlog vanaf de Nieuwmarkt Joden werden gedeporteerd. […] Het CIDI zegt: initiatieven als deze verwateren de betekenis van de Dodenherdenking.” [15]
Gestorven vluchtelingen gedenken is een goed idee. Maar het past moeilijk binnen de aard van onze nationale Dodenherdenking op 4 mei. De betreffende autoriteiten kunnen voor de Dodenherdenking van 4 mei 2018 beter in overweging nemen de in Israël en de bezette Palestijnse gebieden vermoorde Palestijnen en bedoeïenen te gedenken. Mede dankzij de rol van Nederlandse zionisten, niet in de laatste plaats het CIDI, kunnen deze onschuldige groepen zonder meer gerekend worden tot de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog;
– gewaakt wordt dat tijdens de Dodenherdenkingen van 4 mei de Joodse slachtoffers van de Nazi’s de meeste aandacht krijgen. De slachtoffers onder de zigeuners mogen op beperkte aandacht rekenen. De vervolgde Jehova Getuigen wordt aandacht ontzegd: zij hadden, anders dan Joden, de optie om hun geloof af te zweren. [sic] Slachtoffers onder homoseksuelen, lichamelijk en geestelijk gehandicapten mogen niet op aandacht van de sekte hopen;
– Anne Frank wordt voortdurend in de publieke aandacht geplaatst: een stervende boom, bezoekers op straat, ruzie tussen twee organisaties, een eigen theater, een eigen toneelvoorstelling. Er zijn al mensen die vanwege het openbare gedram de naam Anne Frank, helaas ten onrechte, niet meer kunnen horen;
– positieve aspecten over Israël worden benadrukt, negatieve openbare uitingen vermeden. Kritische uitlatingen over Israël worden actief bestreden, verontrustend vaak met succes. Leden spannen samen om karaktermoord te plegen [door NRC’s Frits Abramans, zoals onder andere in de aanloop van de VPRO-reeks Zomergasten 2016 bleek met de georkestreerde aanval op Dyab Abou Jahjah. Zelfs tot na het interview werd hij besmeurd met insinuaties: Federatief Joods Nederland in de NRC: ’Hij zegt het nu wel mooi, maar zijn werkelijke bedoelingen liet hij niet zien.’;
– niet alleen worden met het grootste gemak critici van Israël zonder enige onderbouwing beschuldigd van antisemitisme, onder andere Hanneke Groenteman, Barbara Barends en Natacha van Weezel beschouwen het antisemitisme als een onbegrijpelijke, uit de lucht gegrepen aantijging, als een uiting van het haten van Joden omdat zij Joden zijn. Stelselmatig laten zij ten onrechte de Israëlische misdaden mee te wegen in de woede van niet-Joden. Die woede is eerder een juist antizionisme, dan antisemitisme.
– om de aandacht van Israël af te leiden, wordt voortdurend de vraag gesteld waarom geen energie wordt gestoken in ’erge’ misstanden: Dafur, Tibet, Afghanistan, Irak, enz.;
Kortom, de Nederlandse zionisten leveren dekking aan een puur fascistisch regime.
De meest effectieve manier om leden van een sekte van hun waanideeën af te brengen is een langdurige therapeutische behandeling. Deze therapie moet gericht zijn op het neutraliseren van de paranoïde voorstellingen van zaken over Israël en om de patiënt te helpen om de relatie met de werkelijkheid en het primaat van de moraliteit te herstellen.
Aansluiting bij Een Ander Joods Geluid wordt aanbevolen.
D E E L III
Het genezingsproces
III-1 de staat Israël is zeer instabiel en kan imploderen
Zoveel is duidelijk, op ruime schaal ontbreekt stabiliteit in de Midden-Oosten regio. Daarvoor worden vele relevante verklaringen aangedragen. Israël vormt ook één van de verklaringen. Het bereiken van vrede tussen Israël en Palestina is van vitaal belang voor het bevorderen van de stabiliteit in de regio. Daarom is de ontwikkeling in het Israëlische staatsbestel essentieel. Drie varianten zijn denkbaar: de staat Israël kan imploderen, een één staat oplossing en de twee staten oplossing.
Het Israëlische regime draagt met tenminste twee factoren en een toekomstverwachting bij aan de heersende chaos, en dus aan de regionale instabiliteit.
De eerste factor is de combinatie van verdrijving uit hun eeuwenoude grondgebied van honderdduizenden Palestijnen en de wrede onderdrukking, inclusief moord, van wie in Israël en de bezette Palestijnse gebieden zijn achtergebleven.
De geloofsgemeenschap van ca. 1,4 miljard Moslims – de ’Umma’ – is hierover verontwaardigd en bestrijdt de Israëlische misdaden tegen hun geloofsgenoten. Deze strijd werd eerst gewapenderhand gevoerd. Nu vormen de Arabische landen en landen met grote moslimgemeenschappen – zoals Indonesië – in de VN-familie van organisaties een blok dat strijdt voor gerechtigheid voor de Palestijnen. Post-Apartheid Zuid-Afrika schaart zich voluit bij het Islamitische blok.
Dit streven wordt gedwarsboomd door westerse landen. Sommige beschikken over het machtige wapen, het vetorecht: de VS, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Andere westerse landen blokkeren eveneens regelmatig de pogingen om het lot van de Palestijnen te verbeteren: Duitsland en Nederland bijvoorbeeld.
Naast de corrupte VS [16], nemen ook Canada en Australië het op voor het Israëlische regime. Opmerkelijk – of misschien juist niet – hebben deze drie immigratielanden de overeenkomst dat zij hun autochtone bevolkingen op brute wijze hebben onderworpen, van hun bezittingen beroofd en velen vermoord. Deze parallel met Israël verdient meer aandacht.
De tweede factor is de tomeloze agressie van het Israëlische regime tegen hun wijdere omgeving. Libanon en Gaza zijn de grootste slachtoffers. Syrië wordt voortdurend aangevallen. Tientallen landen hebben te maken gekregen met Israëlische interventies, zoals standrechtelijke executies, ontvoeringen, vernietiging van infrastructuur [Iran, Syrië].
In Deel I zijn de oorzaken van die tomeloze agressie in kaart gebracht. Daaronder bevindt zich nadrukkelijk niet het aspect ’Israëlische veiligheid’. Israël is het best bewapende land in de regio en het gevoel van gevaar voor haar veiligheid ontstaat vooral als gevolg van eigen agressie en misdaden.
De toekomstverwachting is de implosie van de Israëlische staat. In Deel I wordt naar verschillende bronnen gewezen die deze verwachting formuleren.
De toenmalige president van Iran, Mahmoud Ahmadinejad, zei eens dat Israël zal verdwijnen, zoals gebeurd is met de Shah van Perzië, de Sovjet Unie en het Zuid-Afrikaanse Apartheidsbewind. [Hij heeft nooit beweerd dat Iran daar een rol in zou spelen. Dat was een Israëlische ’frame’.] Hij deelt die visie opmerkelijk genoeg met achtenswaardige analisten als Uri Avneri, Amira Hass en Gideon Levy. Deze Israëlische analisten beschouwen het extreem rechtse bewind, de spanningen tussen verschillende Joodse segmenten en het onhoudbare nederzettingenbeleid als de belangrijkste oorzaken.
III-2 de één staat oplossing, geen oplossing
Betrokkenen, vooral Palestijnen maar ook enige Israëliërs, raken steeds meer gefrustreerd door het uitblijven van een oplossing van het slepende conflict tussen Israël en Palestina. Sommigen stellen voor om van Israël en de bezette Palestijnse gebieden één staat te maken. In die staat mag geen onderscheid gemaakt worden tussen bevolkingsgroepen. Allen zullen gelijke rechten en plichten hebben.
Deze voorstellen gaan uit van goede democratische principes. Echter, deze lovenswaardige gedachten worden geconfronteerd met de harde praktijk. Hoe gaat die staat heten: Israël of Palestina? Welke wordt de nationale vlag? Belangrijker nog lijkt de vraag of de Joods-Israëlische gemeenschap en de kolonisten de onderdrukking van de Palestijnen en de bedoeïenen en hun minachting voor deze niet-Joden kunnen afzweren. Hoe kunnen de Palestijnen hun gestolen bezittingen, hun land en hun huizen weer terugkrijgen? Hoe worden de illegale nederzettingen ontmanteld? Wordt in deze staat het recht op terugkeer van verdreven Palestijnen gehonoreerd? Wie betaalt het herstel van het geruïneerde Gaza?
Deze en vele andere aspecten zouden diep ingrijpen in zowel de Israëlische als de Palestijnse samenleving.
Een ander aspect is wat wel genoemd wordt: “Ask for one state, get two”. Deze eenheidsstaat zou een Palestijnse meerderheid opleveren en dus het einde betekenen van der Judenstaat. Het Israëlische regime zou nog liever een Palestijnse staat tolereren dan het ideaal van een uitsluitend door Joden bevolkte eigen staat opgeven, zo luidt één van de afwegingen over de één staat optie.
De conclusie lijkt te zijn, dat de één staat optie een fata morgana is en dat ook zal blijven.
III-3 de twee staten oplossing, de weg naar vrede
Gerespecteerde deskundigen in het internationaal recht zien in het verlenen van het mandaad over Palestina door de Volkerenbond in het begin van de twintiger jaren van de vorige eeuw aan het Verenigd Koninkrijk als het ontstaan van de staat Palestina. Israël werd daarvan een afsplitsing.
Het Internationaal Gerechtshof [IGH] maakte korte metten met Eretz of Groot Israël. Het Hof deed uitspraak over verschillende aspecten van internationaal recht in de Advisory Opinion [17]van 9 juli 2004. De uitspraak betreft drie onderdelen waar Israël zich aan heeft te houden: “Israel is under an obligation …” en één uitspraak die andere verdragspartijen hebben te honoreren: verdragspartijen “are under an obligation …..”.
Drie internationale verdragsverplichtingen voor Israël:
1. Israël is under an obligation om zich vreedzaam terug te trekken zonder voorwaarden, zonder landruil achter de Groene of Bestandslijn van voor 1967 terug te trekken. Pas daarna worden op voet van gelijkheid finale status onderhandelingen gevoerd. Alle bezette gebieden zijn door Israël illegaal bezet. Niet alleen bevestigt het Hof het bestaan van Israël en Palestina, het bevestigt hiermee ook de status van Palestina als staat;
2. Israël is under an obligation om de muur, voor zover op Palestijns gebied, af te breken en de getroffenen schadeloos te stellen;
3. Israël is under an obligation om zich nauwkeurig te houden aan zijn verdragsverplichtingen aangaande de mensenrechten en de bescherming van burgers in tijden van geweld en van burgers onder bezetting.
De medeverdragspartners zijn:
4. under an obligation Israël te houden aan die verdragsverplichtingen.
Verwacht zou mogen worden dat een beschaafde internationale gemeenschap – en zeker de Nederlandse overheid, met de eed van trouw aan de Grondwet gebonden aan deze uitspraak – uitvoering zou hebben gegeven aan deze dwingende aanwijzing van de hoogste rechtsprekende instantie.
Niets is minder waar. Door Israël in de EU en in de VN te steunen en zelfs door de bezetting mede te financieren, hebben die gemeenschap en dat Nederland niet bijgedragen aan de bevordering van vrede en van stabiliteit in de regio, maar wèl bijgedragen aan de dreigende implosie van de Israëlische staat met alle mogelijke en zorgelijke implicaties van dien. Evenmin werd bijgedragen aan het tot stand komen van een daadwerkelijk soevereine Palestijnse staat.
Dringender dan ooit dient de internationale gemeenschap Israël, ook in zijn eigen belang, te dwingen uitvoering te geven aan de instructies van het Internationaal Gerechtshof. Gegeven het recalcitrante karakter van het Israëlische regime, zijn daarvoor voor Israël pijnlijke politieke, consulaire, financiële, bancaire, en handels- en visa sancties onontbeerlijk. Zolang Israël zijn verplichting de Arabische staat te erkennen niet honoreert, dient het lidmaatschap van Israël in de Verenigde Naties en in alle aangesloten organisaties opgeschort te zijn.
De nabijheid van Israël en de Midden-Oosten regio bij de Europese Unie en het Amerikaanse onvermogen leiding te geven in aanmerking nemend, ligt het voor de hand dat de EU het voortouw neemt. De EU moet afdwingen dat de Advisory Opinion werkelijkheid wordt. Daarvoor is de vaste politieke wil van Europese leiders een harde voorwaarde.
Waar Israël zich tot de dag van vandaag niet houdt aan de toetredingsvoorwaarden tot de VN, dienen de activiteiten van het land in alle geledingen van het VN-systeem opgeschort te worden. [18]
Wanneer Israël zich daadwerkelijk terugtrekt uit alle bezette Palestijnse gebieden, ligt het voor de hand te verwachten dat Israël op korte termijn een half miljoen kolonisten moet herhuisvesten. Dat is op zich een grote opgave. Bovendien zullen zwaar bewapende orthodoxe kolonisten zich niet zo maar aan deze omstandigheden willen onderwerpen. Een Israëlische burgeroorlog behoort onder die omstandigheden tot de waarschijnlijkheden.
Moet daarom van het terugtrekken en het uitzicht op vrede tussen Israël en Palestina worden afgezien? Om vier dringende redenen mag dat niet het geval zijn:
– een rechtvaardige en dus duurzame vree is daarvoor te belangrijk;
– het uitzicht op het voortbestaan van de staat Israël berust geheel bij het uitvoeren van de Advisory Opinion;
– het Israëlische leger heeft bewezen sterk genoeg te zijn om aan de opstandige kolonisten het hoofd te bieden;
– Israël heeft deze problemen welbewust gecreëerd en moet die zelf oplossen.
D E E L IV
Genezing mogelijk
Regeringen kunnen hun slechte internationale gewoonten alleen afschudden door het internationaal recht als medicijn tot zich te nemen. Dat geldt zeker voor het politiekzionistische regime, dat dringend aan het infuus van de Advisory Opinion van het Internationaal Gerechtshof moet worden aangesloten. Bij een succesvolle behandeling komen vrede en meer stabiliteit in de regio in zicht.
De rechtvaardige, dus duurzame vrede is in ons aller belang, en niet in de laatste plaats van Israël zelf. Deze kan niet bereikt worden door de verslaving aan ondeugdelijk gebleken politiek gedreven stokpaardjes te blijven koesteren.
Vrede is de kern van het internationaal recht. Vrede kan dus slechts bereikt worden met het honoreren van het internationaal recht, te beginnen met het in uitvoering nemen van de Advisory Opinion van het Internationaal Gerechtshof.
De Nederlandse politiekzionistische sekte moet bestreden worden en de leden begeleid bij de terugkeer naar de beschaafde samenleving.
n o t e n
[1] Heikelien Verrijn Stuart, We shall use disproportional force, Nederlands Juristenblad, januari 2009
[2] Stichting Vluchteling, Vluchtelingen in getal, 2012
[8] Vrij Nederland paste deze bewerking van Paxton’s kenmerken toe op verschillende politieke leiders, echter niet op de situatie in Israël, blz. 21, mei 2017
[9]Richard Falk is Professor Emeritus of International Law and Practice at Princeton University and Distinguished Visiting Professor at the University of California at Santa Barbara. (This article was featured atwww.transnational.org, and also republished by ZNet.org)
[10] Nadia Hijab is an independent analyst and a senior fellow at the Institute for Palestinian Studies.
[11] John J. Mearsheimer en Stephen M. Walt, De Israëllobby, 2006, Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen
[12] Zie Max Blumenthal, Goliath, Life and Loathing in Greater Israel, blz. 331-334, 338-341; 295- 296; 33-38, 321-322, 334-335, 342-347; 313=314, 319-320, 344-345; 51-52, 116, 156, 331, 364; 51; 52; 321, 329; 332; 307, 330-331; 316-317
[13] interview Ted de Hoog, Rosanne Hertzberger, de verzamelde stukjes, NIW [kennelijk het Nieuw Israëlitiesch Weekblad, z.j.
[14] Kroniek van Floor Rusman, Dag van eenheid werd bron van conflict, 05-05-2017, NRC
[15] Dubbelgesprek Jisca Cohen en Rikko Voorberg, Herdenken op 4 mei, Ik begin je nu beter te begrijpen, 05-05-2017, NRC
[16] de Amerikaanse presidentsverkiezingen worden sterk beïnvloed door financiële donaties met politieke consequenties. Eén donateur – Sheldon Adelson, casinobaas in Las Vegas – is bereid enige honderden miljoenen dollars te schenken aan de verkiezingskas van de Republikeinse Partij onder de voorwaarde dat de winnaar van de verkiezingen gedurende zijn ambtstermijn Israël onvoorwaardelijke steun geeft. De Democratische Partij heeft eveneens een miljardair – Haim Saban, TV producent – die bereid is substantieel bij te dragen aan die verkiezingskas en onder dezelfde voorwaarden.
Elke kandidaat heeft het geld nodig en aanvaardt de voorwaarden. De Amerikaanse democratie is verworden tot een plutocratie. Niet de kiezers, maar rijke mensen bepalen het VS-beleid.
[17] Het Internationaal Gerechtshof brengt eerst het vigerende, dwingende internationaal recht in kaart en baseert daarop de conclusies. Deze Opinie zelf wordt daarmee dwingend internationaal recht. Het Advisory deel instrueert Israël en andere lidstaten/verdragspartners zich in wetgeving en praktisch handelen te conformeren aan deze Opinie.
[18] Francis A. Boyle – ’a leading American professor, practitioner and advocate of international law’ – Palestine, Palestinians and International Law, 2003, Clarity Press, INC, Atlanta, USA. Boyle states at page 151:
“A condition for Irael’s admission to the United Nations Organization was its acceptance of General Assembly Resolution 181 (II) (19470 […] and General Assembly Resolution 194 (III) (1948). […] Nevertheless, the government of Israel has expressly repudiated both Resolutions […] Therefore, insofar as Israel has violatedits conditions for admission to UN mewmbership, it must accordingly be suspended on a de facto basis from any participation throughout the entire United Nations system. “
Inhoudsopgave
Inleiding
Samenvatting en conclusies
Deel I De anamnese, de voorgeschiedenis
I-1 de politiekzionistische ideologie
I-2 de ideologie van de kolonisten
I-3 paranoïde
I-4 dehumanisering, demonisering
I-5 de Daniyha doctrine
I-6 moord
I-7 Palestijnse vluchtelingen
I-8 Palestijnse kinderen
I-9 Palestijnse gevangenen
Deel II De diagnose
II-1 racisme en Apartheid
II-2 fascisme
II-3 genocide
II-4 een sekte
Deel III Het genezingsproces
III-1 de staat Israël is zeer instabiel en kan imploderen
III-2 de één staat oplossing, geen oplossing
III-3 de twee staten oplossing, de weg naar vrede
Deel IV Genezing mogelijk
Noten
Jan J. Wijenberg
Oud-ambassadeur
Den Haag
mei 2017
Inleiding
In de discussie over Israël en Palestina wordt het conflict wel ’de Palestijnse kwestie’ genoemd. Die aanduiding mist de essentie van het vraagstuk. De kern, de oorzaak van het probleem, ligt vrijwel geheel bij Israël, de schender van het internationaal recht, de bezetter en de onderdrukker. Het streven naar een rechtvaardige, dus duurzame vrede, zoals verwoord in het internationaal recht, vindt zijn aangrijpingspunt bij Israël, en meer specifiek bij het Israëlische regime.
De Nederlanders kunnen een nieuwe regeringscoalitie tegemoet zien. De bedoeling zal zijn dat het kabinet de volle periode van vier jaar regeringsverantwoordelijkheid draagt. Hoewel Israël in de diverse verkiezingscampagnes niet of nauwelijks onderwerp van discussie was, kan met zekerheid worden aangenomen dat Israël in de komende regeerperiode de aandacht op zal eisen.
Waarom? Er zijn tenminste drie redenen.
Ten eerste, het Israëlische regime zal op termijn de aangekondigde uitstoting van alle niet-Joodse gemeenschappen uit ’Groot Israël’ uitvoeren. [Donald Trump’s presidentschap kan het window of opportunity verschaffen.] Dat zou een extra vluchtelingenlast betekenen voor de toch al overbelaste buurlanden, vooral Jordanië en Libanon, en de gewisse dood voor de Gazaanse bevolking in de Sinaï woestijn.
Ten tweede, Israël is een notoir instabiel land, enerzijds vanwege de onhoudbaarheid van het door extreemorthodoxe kolonisten gedreven nederzettingenbeleid. Anderzijds kunnen de explosieve interne spanningen tussen de verschillende Joodse segmenten tot ontploffing komen. Het afdwingen door de internationale gemeenschap van de vereisten van het internationaal recht houdt weliswaar de beste langere termijn belofte voor vrede in, maar de Israëlische verdeeldheid maakt een op vreedzame wijze bereikte vrede vrijwel illusoir.
Ten derde, de vrijwel onvermijdbaar komende geweldexplosie tussen Joodse groeperingen in Israël en de bezette gebieden zal een nog grotere instabiliteit in de regio tot gevolg hebben. De repercussies in de toch al op drift zijnde Arabische wereld zullen aanzienlijk zijn, maar hoe precies op dit moment onmogelijk in te schatten.
De recente ervaringen met golven van vooral Irakese en Syrische vluchtelingen, mogen EU-leiders behoeden voor gemakzucht bij hernieuwde vluchtelingenstromen als gevolg van de effecten van verdere Israëlische agressie en/of met een regelrechte implosie van de staat Israël.
Er is dus genoeg reden om het onderwerp Israël weer eens tegen het licht te houden: wat is de kern van het conflict en welk beleid geeft vrede de grootste kans. Tegen die achtergronden komt het als gewenst voor om de hoofdlijnen van het probleem en de vereisten van het Nederlandse Israëlibeleid in herinnering te brengen.
De onontkoombare en onvermijdbare conclusie is: Israël is een doodziek land, gevaarlijk voor de regio, gevaarlijk voor ons in de Europese Unie, maar vooral ook voor zichzelf. Israël lijdt aan diverse ernstige, besmettelijke, mogelijk zelfs dodelijke ziektes. De onderstaande analyse ontleent, met excuses aan de medische stand, enige onderzoeksmethoden aan de medische wereld.
Samenvatting en conclusies
Bronnenonderzoek, van vooral Israëlische bronnen, leidt tot de volgende conclusies.
Aan de hand van het feitenonderzoek naar negen onderdelen van het ziektebeeld van de Israëlische samenleving, onderzocht in Deel I, kan in Deel II de diagnose worden gesteld.
Israël lijdt aan racisme en een ernstige vorm van Apartheid. De Israëlische samenleving voldoet aan alle kenmerken die het fascistische karakter daarvan bepalen. De bronnen leveren voorts voldoende aanwijzingen op voor de conclusie dat rechtsprekende internationale instanties nader onderzoek dienen in te stellen naar Israëlisch handelen dat duidt op het plegen van genocide. Wanneer aan de hand van de feiten en op basis van het vigerend internationaal recht genocide wordt vastgesteld, dienen de verantwoordelijken en de uitvoerders berecht te worden.
Veelvuldig in de media optredende zionistische Joden huldigen de verkeerde opvatting dat Israël hen zo nodig een veilig thuis zal bieden. In de media presenteren zij in tegenspraak van de feiten Israël als een voortreffelijke samenleving. Met halve waarheden en hele leugens wordt – met opmerkelijk succes – dekking aan het fascistische Israëlische regime verleend. Veel aspecten doen het beeld opkomen van een in zichzelf gekeerde sekte met een uitstekende pr.
Een niet onbelangrijk aantal analisten verwacht bij gelijkblijvend beleid op termijn de implosie van de staat Israël. Anderen hopen op het ontstaan van één democratische staat via de integratie van de staten Israël en Palestina, een fata morgana.
Het enige uitzicht op vrede – ook in het belang van Israël – vormt de uitvoering van de instructies van de hoogste internationale rechtsprekende instantie, het Internationaal Gerechtshof in zijn Advisory Opinion van 9 juli 2004:
– Israël is under an obligation om de muur op Palestijns gebied af te breken en de slachtoffers schadeloos te stellen;
– Israël is under an obligation om zich vreedzaam, zonder voorwaarden of landruil, terug te trekken achter de Bestandslijn van voor 1967 – waarna pas finale status onderhandelingen tussen beide staten worden gevoerd;
– Israël is under an obligation om alle van toepassing zijnde verdragsbepalingen te respecteren en te honoreren.
Israëls verdragspartners staan under an obligation om Israël daaraan te houden.
Gegeven de spreekwoordelijke weerspannigheid van het politiekzionistische regime, dienen in ons aller belang aan Israël zware sancties te worden opgelegd.
Het ligt om allerlei redenen voor de hand dat de Europese Unie het voortouw neemt. Daarvoor is een sterkte, permanente politieke wil vereist.
D e e l I
De anamnese, de voorgeschiedenis
I-1 de politiekzionistische ideologie
“We must do everything to insure (the Palestinians) never do return.” Assuring his fellow Zionists that Palestinians will never come back to their homes. “The old will die and the young will forget.”
David Ben-Gurion, in zijn dagboek, 18 juli 1948, geciteerd in Michael Bar Zohar’s ’Ben-Gurion: the Armed Prophet, Prentice-Hall, 1967, blz. 157
De staat Israël kwam tot stand na decennia durende Joodse terroristische aanslagen. Al kort na de Eerste Wereldoorlog manifesteerden zich twee hoofdstromingen binnen de zionistische beweging in Palestina: één stroming wilde een Joodse samenleving stichten in samenwerking met de autochtone Palestijnse samenleving; een andere streefde naar een exclusief Joodse staat. De laatste, het politiek zionisme, won rond de Tweede Wereldoorlog de ideologische en politieke strijd.
Het politiek zionisme maakt geen geheim van de eigen doelstellingen: het stichten van der Judenstaat [Theodor Herzl], exclusief Joods. Deze staat, Eretz of Groot-Israël genoemd, omvat volgens deze religieuze ideologie het huidige Israël, Oost-Jeruzalem, de Westoever van de rivier de Jordaan en Gaza. Daarbinnen is geen plaats voor niet-Joden, afstammelingen van de eeuwenoude oorspronkelijke bewoners. Zij mogen vertrekken.
Zo niet, dan worden zij volledig onder controle gebracht, van hun bezittingen en hun rechten beroofd. Uiteindelijk worden ook zij verdreven.
I-2 de ideologie van de kolonisten
Gush Emunim staat voor de organisatie en de ideologie van de kolonisten.
“[…] the ideology of Gush Emunim (Bloc of the Faithful), which since the 1970s […] has established the concrete basis for the actions of Israel’s governments. Even governments that were ostensibly far removed from the Gush Emunim strategy implemented it in practice. […]
The strategy that follows from the ideology of Gush Emunim is clear and simple: It perceives of the Six-Day War as the continuation of the War of Independence, both in terms of seizure of territory, and in its impact on the Palestinian population. According to this strategy, the occupation boundaries of the Six-Day War are the borders that Israel must set for itself. And with regard to the Palestinians living in that territory – those who did not flee or were not expelled – they must be subjected to a harsh regime that will encourage their flight, eventuate in their expulsion, deprive them of their rights, and bring about a situation in which those who remain will not be even second-class citizens, and their fate will be of interest to no one. […]
The ideology of Gush Emunim springs from religious, not political motivations. It holds that Israel is for the Jews, and it is not only the Palestinians in the territories who are irrelevant: Israel’s Palestinian citizens are also exposed to discrimination with regard to their civil rights and the revocation of their citizenship.
This is a strategy of territorial seizure and apartheid. It ignores judicial aspects of territorial ownership and shuns human rights and the guarantees of equality enshrined in Israel’s Declaration of Independence. It is a strategy of unlimited patience; what is important is the unrelenting progress toward the goal. At the same time, it is a strategy that does not pass up any opportunity that comes its way, such as the composition of the present Knesset and the unclear positions of the prime minister. […]
This ideology views the creation of an Israeli apartheid regime as a necessary tool for its realization. It has no difficulty with illegal actions and with outright criminality, because it rests on mega-laws that it has adopted and that have no connection with the laws of the state, and because it rests on a perverted interpretation of Judaism. It has scored crucial successes. Even when actions inspired by the Gush Emunim ideology conflict with the will of the government, they still quickly win the backing of the government. The fact that the government is effectively a tool of Gush Emunim and its successors is apparent to everyone who has dealings with the settlers, creating a situation of force multiplication. […]
Because of its inherent illegality, at least in democratic terms, an apartheid regime cannot allow opposition and criticism. The Gush Emunim ideology is obliged to eliminate the latter, and to prevent every effort to block its activity, even if that activity is illegal and even criminal, meant to maintain apartheid. The illegal activity needs to be made legal, whether by amending laws or by changing their judicial interpretation – such things have occurred before, in other places and at other times. […]
Does an Israel of this kind have a future? Over and beyond the question of whether Jewish morality and the Jewish experience allow such circumstances to exist, it is clear that this is a flagrantly unstable and even dangerous situation. It is a situation that will prevent Israel from fully realizing its vast potential […]. “
Amos Schocken, eigenaar en hoofdredacteur van Haartez, The necessary elimination of Israeli democracy, 25-11-2011, Haaretz
I-3 paranoïde
“The people Gratch writes about are plagued by the memory of the Holocaust; they possess an arrogance and a know-it-all-ness that is unparallel; they are both successful and guilty over their successes.
Gratch describes what he calls Israel’s post-traumatic stress. And at the same time, he explains, Israelis have a persecution complex. On the one hand they strive to be simply normal, on the other and at the same time they want or need to be exceptional.
And then there are the real conflicts that Israel faces. Here Gratch suggests that Israelis must directly confront these conflicts and not simply see them as a threat or try to shut them out and say there are no solutions. These conflicts could ultimately cause the demise of Israel.”
Micah D. Halpern, review of The Israeli Mind, How the Israeli national character shapes our world, Alon Gratch, 2015, St. Martin’s Press New York
Het aantal publicaties over Israëlische paranoïde is opmerkelijk groot. Kennelijk voorziet het in een behoefte bij het Joodse segment van de samenleving in ’Groot Israël’, terwijl het Arabische deel daar geen last van heeft.
” “Netanyahu is well entrenched through the socialization process to be a typical representative of a Jew who views the world through the prisme of Jewish persecution[…] When he talks about Iran being a Nazi country or Ahmadinejad being Hitler, he really believes it. But it also falls on a really fertile soil. When he speaks in these terms, many Israelis believe what he’s saying. It falls on very open ears, this kind of rhetoric, with the people who are used to the trauma of Hitler and the Holocaust.” ” […]
The Holocaust is a focus of history classes and Jewish education in Israeli public schools and is relentlessly invoked in Israeli media, with Palestinian militants often portrayed as “Nazis” while Jews are presented as victims requiring heroic rescue from brave Israeli soldiers. […] But in Israel, they are routinely exploited to advance narrow nationalistic goals. […] People are trained to think that the Arabs are going to unite with the Nazis and come and kill us.”
Max Blumenthal, Goliath, Life and Loathing in Greater Israel, 2013, Nations Books, New York, blz. 194, 195
Uit diverse berichten, zoals uit de analyse van Amos Shocken over Gush Emunim, blijkt ook dat het politiekzionistische regime de angst voor een tweede Holocaust stelselmatig aanwakkert. Door de overheid gestimuleerde angst schept de onzekerheid die het regime nodig heeft om de bevolking te manipuleren. Zo geloven veel Israëlische Joden dat hun veiligheid altijd maximaal gegarandeerd moet zijn. Zij begrijpen kennelijk niet dat hun eigen tomeloze agressie de voornaamste oorzaak voor hun onveiligheid is. Dat is een gedurende decennia bewust gedurende zes decennia gecreëerde vorm van paranoïde. In moderne termen vertaald, is dat voornamelijk fake news met afzichtelijke consequenties.
I-4 dehumanisering, demonisering
” ’Hou toch op over die Arabousjiem – het zijn geen mensen,’ antwoordde de radiotelefonist.”
Yizhar Smilanksy, [aka S. Yizhar], het verhaal van Chirbet Chiz’a, 1949; uit het Hebreeuws vertaald door Michaël Zeeman, 2009, copyright Nederlandse vertaling Ruben Verhasselt/Atheneum-Polak & Van Gennip. Het boek is een deelnemersverslag vanuit het perspectief van Joodse terreurorganisaties van rond 1948.
“There was no such thing as Palestinians, they never existed.”
Golda Meir, Premier van Israël, 15 juni 1969
“[The Palestinians are] beasts walking on two legs.”
Menachim Begin, toespraak tot de Knesset, geciteerd in Amnon Kapeliouk, “Begin and the Beasts”, New Statesman,25 juni 1982
“We declare openly that the Arabs have no right to settle on even one centimeter of Eretz Israel… Force is all they do or ever will understand. We shall use the ultimate force until the Palestinians come crawling to us on all fours.”
Raphael Eitan, Chief of Staff of the Israeli Defence Forces – Gad Becker, Yediot Ahronot, 13 april 1983, New York Times, 14 april 1983
“When we have settled the land, all the Arabs will be able to do about it will be to scurry around like drugged cockroaches in a bottle.”
Raphael Eitan, Chief of Staff of the Israeli Defence Forces, New York Times, 14 april 1983
” ’The Palestinians’ would be crushed like grasshoppers … heads smashed against the boulders and walls”
Yitzhak Shamir, Israël’s Premier, in een toespraak voor joodse settles, New York Times, 1 april 1988
“The Palestinians are like crocodiles, the more you give them meat, they want more …”
Ehud Barak, Premier van Israël, Jerusalem Post, 28 augustus 2000
“Let Abu Mazen [Mahmoud Abbas, president of the Palestinian Authority] and all these evil folk perish from this world. May God smite them with plague, them and these Palestinians.”
Rabbi Ovadia Yosef, the spiritual leader of Israel’s ultra-orthodox Shas party, in a blessing for the Jewish New Year Rosh Hashanah, The Financial Times, 30 August 2010
“The checkpoint was manned by soldiers of the Nachal Brigade – Nachal is an acronym that means ’Fighting Pioneer Youth – and, by their looks there were new immigrants among them. Nachal frequently assembles garinim, seed groups, of recent immigrants, and teaches them to be Israeli. Today’s lesson was in humiliation.”
Prisoners, A Story of Friendship and Terror, Chapter 22, A happy man in Palestine, p. 280, Jeffrey Goldberg, Vintage Books, ISBN:978-0-375-72670-5, 2006
“Palestinians and Israeli Arabs are fair game. They’re fair game in the occupied territories and fair game in Israel. They’re fair game because their blood is cheap. It’s cheap in Umm al-Hiran and cheap at the Tul Karm checkpoint. It’s cheap at construction sites and cheap at roadblocks.
When the people killed are Arabs, nobody cares. When a soldier is killed in an accident, it’s front-page news. But when a Palestinian is killed while just waking up at home, nobody cares”
Sinds oktober 2008 kennen de Israel Defence Forces [IDF] – onder het motto ’we zullen disproportioneel geweld gebruiken’ – de Daniyha doctrine: ook burgers zijn legitieme militaire doelwitten.
‘We zullen disproportioneel geweld gebruiken tegen ieder dorp van waaruit schoten worden gelost op Israël, en we zullen immense schade en vernietiging teweegbrengen. Vanuit ons gezichtspunt zijn zij geen burgerdorpen, zij zijn militaire bases. Dit is geen aanbeveling, dit is een plan dat reeds is geautoriseerd.’
Generaal Eisenkot, 3 oktober 2008, Yedioth Ahronoth
Aanvallen op burgers die niet direct betrokken zijn bij de vijandelijkheden vormen een ernstige schending van de Vierde Conventie van Genève. Degene die daartoe opdracht geeft of een dergelijke aanval plant, organiseert of uitvoert, is strafbaar. Worden de misdrijven wijdverspreid en systematisch gepleegd, dan zijn de verantwoordelijken en de uitvoerders strafbaar aan misdrijven tegen de menselijkheid [1]
De Daniyha doctrine werd de eerste maal toegepast tijdens de Gasoorlog van 2008.
I-6 moord
“When 2.5 million [Palestinians] live in closed-off Gaza [ . . .] those people will become even bigger animals than they are today, with the aid of an insane fundamentalist Islam. [. . ]. So, if we want to remain alive, we will have to kill and kill and kill. All day, every day. If we don’t kill, we will cease to exist. The only thing that concerns me is how to insure that the [Jewish] boys and men who are going to have to do the killing will be able to return home to their families and be normal human beings.”
Arnon Sofer, regeringsadviseur en Professor in de Geografie, Haifa University, in Up Front, het weekend bijvoegsel van The Jerusalem Post, 21 mei 2004)
Hij [Matan Vilnai, Onderminister van Defensie van Israël]waarschuwde daarbij dat de Palestijnen een “shoah” riskeren. […] in Israël wordt de term zelden gebruikt voor iets anders dan de door het naziregime aangerichte massamoord op de joden.
NRC Handelsblad, 1 maart 2008
Een officiële telling vond dat vanaf de stichting van de staat Israël in 1948 tot rond 2011 door voornamelijk de Israel Defence Forces [IDF] en de Joodse kolonisten ongeveer 800.000 Palestijnen werden vermoord; ter vergelijking, ruwweg de gehele bevolking van Amsterdam.
Adalah, de belangenorganisatie van Palestijnse Israëliërs, deed recent onderzoek naar de enorme toename van hate mail, anti-Arabische berichten op Hebreeuwse sociale media. Daaronder bevinden zich talloze doodsbedreigingen. Member of Knesset [MK] Haneen Zoabi – Palestijns/Israëlische – is het belangrijkste doelwit met 60.000 doodsbedreigingen. MK Ahmed al-Tibi ontving 40.000 doodsbedreigingen, Palestijnse president Mahmoud Abbas 30.000, MK Ayman Odeh 25.000 en MK Bassel Ghattas 15.000.
I-7 Palestijnse vluchtelingen
“Between ourselves it must be clear that there is no room for both peoples together in this country. We shall not achieve our goal if the Arabs are in this small country. There is no other way than to transfer the Arabs from here to neighboring countries – all of them. Not one village, not one tribe should be left.”
Joseph Weitz, hoofd van het Jewish Agency’s Colonization Department in 1940. In “A solution to the Refugee Problem”.
“Israel should have exploited the repression of the demonstrations in China, when the world attention focussed on that country, to carry out mass expulsions among the Arabs of the territories.”
Benyamin Netanyahu, toen Plaatsvervangend Minister van Buitenlandse Zaken, voormalig Premier van Israël, sprekend tot studenten van de Bar Ilan University. Uit het Israëlische journaal Hotam, 24 november 1989
In 2010 waren wereldwijd 15,4 miljoen mensen op de vlucht. Het aandeel van vluchtelingen uit de bezette Palestijnse Gebieden was 4,8 miljoen, of 31,3%.[2] Relatief is dat aandeel, vanwege de toename van Syrische en Irakese vluchtelingen, inmiddels gedaald tot ongeveer 25%. Toch is het aandeel van Palestijnse vluchtelingen in aantal steeds toegenomen. Zo’n 7,2 miljoen Palestijnen werden verdreven. De United Nations Works and Relief Agency [UNWRA] verschaft assistentie en bescherming voor zo’n 5 miljoen Palestijnse vluchtelingen. [3]
De oorsprong en oorzaak van het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk liggen uitsluitend bij de ideologie en het beleid van het politiekzionistische regime. Ondanks de grote financiële tekorten voor de opvang van vluchtelingen, wordt Israël niet gevraagd de kosten voor de ondersteuning van de Palestijnse vluchtelingen voor zijn rekening te nemen.
I-8 Palestijnse kinderen
In de periode van begin september 2000 tot einde december 2014 hebben de IDF en kolonisten gemiddeld één Palestijn per dag vermoord. Daaronder bevonden zich 1.587 Palestijnse minderjarigen, gemiddeld één Palestijns kind per elke drie dagen. [4] Het aantal recente aanvallen op militairen door wanhopige kinderen, meestal resulterend in hun dood, zal dit gemiddelde hebben opgestuwd.
1-9 Palestijnse gevangenen
Het Israëlische militaire rechtssysteem geldt voor alle niet-Joodse burgers in de bezette Palestijnse gebieden, als zodanig al een schending van het internationaal recht.
Israël houdt het jaarlijkse bestand van Palestijnse kindgevangenen permanent op ca. 1.000. Zij worden onder Israëlische militaire recht gebracht. Ca. 98% wordt ’schuldig’ bevonden. Het overgrote deel van deze minderjarigen wordt gemarteld.
Het Palestijnse Addameer [’Geweten’] komt op voor de Palestijnen in Israëlische gevangenschap. Jaarlijks brengt deze ngo, naast deelrapportages, ook jaarrapporten uit. De inhoudsopgave van het Annual Violations Report Violations of Palestinian Prisoners’ Rights in Israeli Prisons. 2015 [5]verschaft al een hoogst verontrustend feitelijk beeld van de Israëlische misdaden tegen Palestijnse gevangenen. [6] In de inleiding stelt Addameer onder andere:
“The Israeli occupation continued its detention policy in 2015 as an integral part of its comprehensive efforts to destroy the Palestinian youth and disperse Palestinian families. This severely affected the fabric of the Palestinian community in all of its denominations on both short and long terms, with the number of arrests amounting to 6335 in 2015, translating into 17 arrests per day. Arrests did not target one specific group, but rather included children, women, human rights defenders, Palestinian Legislative Council members, as well as university and school students. […]
Upon a closer look, we find that the overall policies of the Israeli institutions, including the legislative, executive and judicial branches, operate as an integrated system aiming, firstly and lastly, to dismember the Palestinian social fabric. The efforts concentrated in continuous attempts of forcible transfers and deportations, arbitrary arrests, field executions, and division of Palestinian land. Moreover, Israel continued with its efforts to turn Palestinian prisoners into financial burdens weighing down their families by linking their freedom to high bails and heavy fines. The year 2015 clearly reflected the comprehensive nature of the Israeli occupation, in particular the passing of racist legislations targeting Palestinians and imposing long jail sentences for stone-throwing offenses.”
Uit de ’conclusions and findings’, twee van de elf:
nummer 1:
The report shows the widespread systematic use of physical and mental torture, as well as degrading treatment by the Israeli occupation forces as a repressive measure against Palestinian prisoners since their arrest and throughout interrogation. The occupation provides a political cover for its actions, supported by the Israeli judicial institutions and the public opinion. The actions constitute violations of the Convention against Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment ratified by Israel in 1991.
nummer 10:
The report documented the deteriorating conditions in Israeli prisons in 2015, including repeated raids, torture and humiliation, medical neglect, as well as the Israeli Prison Service’s deliberate actions to maintain the meager conditions of prison clinics that do not meet the bare minimum medical care standards. Israel continues to breach international conventions and norms by enforcing solitary
confinement with ten prisoners placed in solitary confinement and isolation in 2015. Moreover, prisoners are deprived of their rights to family visits. These policies are part of the Israeli efforts to weaken and render futile the Palestinian Prisoners Movement’s efforts in exercising their rights.
D E E L II
De diagnose
II-1 racisme en Apartheid
“I’m a South African who lived through apartheid. I have no hesitation in saying that Israel’s crimes are infinitely worse than those committed by the apartheid regime of South Africa. […] And I, like virtually every South African who visits the occupied territory, has a terrible sense of déjà vu. We’ve seen it all before, except that it is infinitely worse.”
John Dugard, internationaal rechtsgeleerde, plaatsvervangend rechter bij het Internationaal Gerechtshof, voormalig VN-rapporteur Mensenrechtenschendingen in de Palestijnse gebieden, Independent Global News, 06-05-2015]
Het Zuid-Afrikaanse Apartheid regime behandelde niet-blanken als groepen met veel minder rechten dan de blanke overheersers. De gekleurde en zwarte medemensen werden grotendeels samengedreven in ’Bantustans’. Er vielen doden en het regime was zeer streng, De niet geprivilegieerde klassen waren nodig als laaggeschoolde arbeiders. Zij werden vooral ingezet als landarbeiders, mijn- en industriewerkers en huishoudelijk personeel.
Het politiekzionistische regime daarentegen heeft zich het volledig elimineren van niet-Joden uit der Judenstaat tot lange termijn doel gesteld. Zij worden uit de bezette Palestijnse gebieden verdreven. Niet minder dan 25% van alle vluchtelingen ter wereld zijn Palestijnen. [Zie I-7 hierboven] Wie achterblijven worden samengedreven in wat ook ’Bantustans’ worden genoemd, bestolen en onderdrukt. Een meerderheid van de Israëlische/Joodse bevolking en van de kolonisten beschouwen de Palestijnen niet als menselijke wezens. [Zie I-4 hierboven] Zij kunnen en worden – zonder [juridische] gevolgen door de IDF, kolonisten en Israëlische Joden – in grote aantallen vermoord. Het uiteindelijke doel is alle niet-Joden uit Groot-Israël te verdrijven. [Zie I-1 hierboven]
Daarom is het Israëlische regime oneindig veel slechter dan het Zuid-Afrikaanse Apartheid regime.
II-2 fascisme
To the Editors of the New York Times, New York, Dec, 2, 1948
“Among the most disturbing political phenomena of our times is the emergende in the newly created state of Israel of the “Freedom Party” (Tnuat Haherut [7]), a political party closely akin in its organisation, methods, political philosophy and social appeal to the Nazi and Fasist parties. It was formed of the membership and following of the former Irgun Zvai Leumi, a terrorist, right-wing, chauvinist organisation in Palestine. […]
The discrepancies between the bold claims now being made by Begin and his party, and their record of past performance in Palestine bear the imprint of no ordinary political party. This is the unmistakably stamp of a Fascist party for whom terrorism (against Jews, Arabs, and the British alike), and misrepresentation are means, and a “LeaderState” is the goal. […]”
ISIDORE ABRAMOWITZ, HNNAH ARENDT, ABRAHAM BRICK, RABBI JESSERUN CARDOZO, ALBERT EINSTEIN, HERMAN EISEN M.D., HAYIM FINEMAN, M.GALLEN, M.D., H.H. HARRIS, ZELIG S. HARRIS, SIDNEY HOOK, FRED KARUSH, BRURIA KAUFMAN, IRMA L. LINDSHEIM, NACHMAN MAISEL, SEYMOUR MELMAN, MEYER D. MENDELSON, M.D., HARRY M. OSLINSKY, SAMUEL PITLICK, FRITS ROHRLICH, LOUIS P. ROCKER, RUTH SAGIS, ITZHAK SANKOWSKY, I.J. SCHOENBERG, SAMUEL SHUMAN, M. SINGER, IRMA WOLFE, STEFAN WOLFE.
Mag, behalve Likoed en Kadima, het gehele Israëlische politiekzionistische systeem fascistisch worden genoemd?
Robert Paxton, een Amerikaanse geschiedkundige, identificeert in zijn standaardwerk The Anatomy of Fascism negen kenmerken van het fascisme.[8] Zouden deze kenmerken van toepassing zijn op het Israëlische regime, de Israëlische Joden en de kolonisten?
1. een gevoel van een overweldigende crisis waar geen traditionele oplossingen voor bestaan.
De Joods/Israëlische bevolking is geobsedeerd door een ’tweede Holocaust’. [zie 1-3, paranoia, hierboven]
2. de groep gaat boven alles; tegenover de groep heeft men plichten die boven elk recht verheven zijn, of het nu een individueel of universeel recht is; een individu is ondergeschikt aan de groep
[zie 1-1, de politiek zionistische ideologie], 1-2 [Gush Emunim, de ideologie van de kolonisten en 1-5 [de Daniyha doctrine]; het individu is ondergeschikt aan de groep. [weer: 1-1, 1-2, 1-5]
3. het geloof dat de eigen groep geslachtofferd wordt, een gevoel dat elke daad tegen in- of externe vijanden rechtvaardigt, zonder wettelijke of morele grenzen. Een overgrote meerderheid van Israëlische Joden gelooft dat de hele wereld tegen hen is, die aan hen een tweede Holocaust wil opleggen.
Voor illegale interne agressie, zie 1-4, dehumanisering, demonisering; 1-6, moord;
Voor illegale externe agressie: het regime viel en valt met militaire aanvallen meer dan een dozijn soevereine staten aan, met Libanon, Gaza en Syrië als de grootste slachtoffers. Omdat Israël nooit de instemming van de VN Veiligheidsraad zoekt, is alle agressie illegaal. [Zie ook II-3, genocide, hieronder]
4. de vrees dat de groep door de ondermijnende effecten van het individuele liberalisme, de klassenstrijd en buitenlandse invloeden zal verzwakken.
De Palestijnen in de bezette gebieden zijn beroofd van werkelijk al hun wettelijke en burgerlijke rechten; een soortgelijk proces is onderweg tegen alle niet-Joodse samenlevingen in Israël. Israëlische mensenrechten ngo’s zijn via wetgeving illegaal gemaakt.
Het recente weigeren van een visum aan Derk Walters, de NRC-correspondent, is slechts een van de vele manieren om de gruwelijke Israëlische werkelijkheid te maskeren. De acties van het CIDI, Federaal Joods Nederland en vele andere zionistische organisaties en individuen maskeren eveneens doelbewust de werkelijkheid van het Israëlische regime.
Het Israëlische regime gebruikt een wereldomspannend netwerk, ’The Israel Lobby’, om kritiek en politieke oppositie te weerstaan. Het CIDI is er een voorbeeld van. Het regime verklaarde ’oorlog’ tegen de wereldwijd werkende burgerbeweging Boycot, Desinvesteren en Sancties [BDS].
5. de noodzaak voor een hechtere integratie van een zuiverder gemeenschap, indien mogelijk met algemene instemming, of als het niet anders kan door een gewelddadig uitzettingsbeleid.
Het Israëlische regime verenigt supporters wereldwijd, met – wanneer zij niet gehoorzamen – de inzet van voor Israël bedreigende voorspiegelingen.
De optie van een gewelddadig uitzettingsbeleid is vastgelegd in de ideologieën van het politiek zionisme [1-1] en van Gush Emunim [1-2]. Dat is geen optie, het is werkelijkheid [1-7].
6. De behoefte aan gezag door natuurlijke leiders (altijd mannelijk), culminerend in een nationale leider die hoogstpersoonlijk het lot van de groep belichaamt. David Ben Gurion, Moshe Dayan, Menachem Begin, Ehud Barak, Shimon Peres, Ariel Sharon, Benjamin Netanyahu, om er maar een paar te noemen.
7. het instinkt van de leider gaat boven de abstracte en universele reden.
De onder ad 6 genoemde leiders excelleerden in instincten en negeerden ook de abstracte en universele reden.
8. de schoonheid van het geweld en de kracht van de wil, als ze worden ingezet voor het welslagen van de groep.
Gush Emunim, I-2, hierboven; de ’natuurlijke leiders’, genoemd ad 6, hierboven.
Maccabi Tel Aviv Football Club, opgericht in 1906, werd in 1992 op goede gronden uit de Aziatische voetbalbond gestoten en ten onrechte opgenomen in de Europese evenknie. Omdat Israël maar één optie heeft: aan zich vreedzaam integreren in de eigen regio, wordt Israël zo geen dienst bewezen. [Dat geldt overigens ook voor de Israëlische participatie aan het Euro Songfestival.]
Maccabi Tel Aviv organiseerde na de derde, ook illegale aanval van de Israel Defence Forces [IDF] op Gaza [2.200 doden, de meesten burgers en massieve schade aan de infrastructuur] in 2014 een benefietwedstrijd voor de IDF.
Het Russell Tribunaal concludeerde na onderzoek dat Israël zich met deze aanval verder had begeven op de weg naar genocide op de Gazaanse bevolking.
Yordi Cruijff, technisch directeur vanaf 2012, zag en ziet daar kennelijk geen aanleiding in om zijn band met deze club te verbreken. Peter Bosz, nu Ajax trainer, vond deze omstandigheden geen belemmering om in 2015 tot Maccabi Tel Aviv als trainer toe te treden. Bedrijfsblindheid of politiek onbenul of beide?
Inmiddels wordt de FIFA verzocht Israël te verwijderen. Het regime verhindert voortdurend dat het nationale Palestijnse elftal kan trainen en interlandwedstrijden kan spelen.
9. het recht van het uitverkoren volk om anderen te domineren, zonder beperking door welke menselijke of goddelijke wet dan ook; of de groep hiertoe het recht heeft, hangt enkel af van de dapperbaarheid van de groep in een darwinistische strijd,
“Goyim were born only to serve us. Without that, they have no place in the world; only to serve the People of Israel. Why are gentiles needed? They will work, they will plow, they will reap. We will sit like an effendi and eat. With gentiles, it will be like any person: They need to die, but God will give them longevity. Why? Imagine that one’s donkey would die, they’d lose their money. This is his servant. That’s why he gets a long life, to work well for this Jew.
Rabbi Ovadia Yosef, the spiritual leader of Israel’s ultra-orthodox Shas party and the former chief Sephardi rabbi of Israel, in his weekly Saturday night sermon, JTA, The Global News Service of the Jewish People, 18 October 2010
Het Israëlische politieke systeem voldoet aan alle kenmerken van het fascisme.
II-3 genocide
“Genocide does not necessarily mean the immediate destrction of a nation…. It is intended rather to signify a coordinated plan of different actions aiming at the destruction of the life of national groups, with the aim of annihilating the groups themselves. The objectives of such a plan would be the disintegration of the political and social institutions, of culture, language, national feelings, religion, liberty, dignity, and even the lives of the individuals belonging to such groups.”
Ralphael Lemkin, the Polish-Jewish legal scholar who pushed for the genocide convention, his definition is from 1943
Genocide, eenmaal uitgevoerd, blijkt in het collectieve geheugen onuitroeibaar. Wat de Turkse overheid ook mag proberen, de Eerste Holocaust, die op de Armeniërs, blijft een schandvlek die aan Turkije blijft kleven. Duitsland wordt na zo’n honderd jaar geconfronteerd met daden tegen de menselijkheid in Namibië. Het Israëlische regime zal tot in lengte van dagen worden vereenzelvigd met hun eigen genocide op de Palestijnen, de bedoeïenen en hun samenlevingen.
Onder de leiding van Ben-Gurion vond rond 1948 de verdrijving van 75% van de Arabische bevolking plaats en werd een groot aantal dorpen vernietigd. Dit is zonder meer
’a coordinated plan of different actions aiming at the destruction of the life of national groups, with the aim of annihilating the groups themselves’.
Met oneindig geduld [zie I-2 hierboven] is dit gecoördineerde plan nog steeds in volle hevigheid en succesvol in uitvoering.
De Palestijnen noemen deze periode ’al Naqba’. Zij herdenken deze Catastrofe in begin april van elk jaar op ’de Dag van het Land’.
Verschillende analytici hebben zich al uitgelaten over Israëlische genocide.
Zoschreef Richard Falk [9] op 7 juli 2007 het artikel Slouching Towards a Palestinian Holocaust in The Palestine Chronical. Enige passages:
“Is it an irresponsible overstatement to associate the treatment of Palestinians with this criminalized Nazi record of collective atrocity? I think not. The recent developments in Gaza are especially disturbing because they express so vividly a deliberate intention on the part of Israel and its allies to subject an entire human community to life-endangering conditions of utmost cruelty. The suggestion that this pattern of conduct is a holocaust-in-the-making represents a rather desperate appeal to the governments of the world and to international public opinion to act urgently to prevent these current genocidal tendencies from culminating in a collective tragedy. If ever the ethos of ‘a responsibility to protect,’ recently adopted by the UN Security Council as the basis of ‘humanitarian intervention’ is applicable, it would be to act now to start protecting the people of Gaza from further pain and suffering. But it would be unrealistic to expect the UN to do anything in the face of this crisis, given the pattern of US support for Israel and taking into account the extent to which European governments have lent their weight to recent illicit efforts to crush Hamas as a Palestinian political force. […]
Israel is currently stiffening the boycott on economic relations that has brought the people of Gaza to the brink of collective starvation. This set of policies, carried on for more than four decades, has imposed a sub-human existence on a people that have been repeatedly and systematically made the target of a variety of severe forms of collective punishment. The entire population of Gaza is treated as the ‘enemy’ of Israel, and little pretext is made in Tel Aviv of acknowledging the innocence of this long victimized civilian society.
To persist with such an approach under present circumstances is indeed genocidal, and risks destroying an entire Palestinian community that is an integral part of an ethnic whole. It is this prospect that makes appropriate the warning of a Palestinian holocaust in the making, and should remind the world of the famous post-Nazi pledge of ‘never again.’ “
Nadia Hijab [10] vroeg zich op 31 december 2008 af When does it Become Genocide? Zij vond het volgende: “More people have started to apply the term ’genocide’ to what Israel is doing to Gaza. Israel would not directly kill tens of thousands of Palestinians, but it would create the conditions for tens of thousands to die. Any epidemic could finish the job […]”
“Russell Tribunaal vindt bewijs voor aanzetten tot genocide en misdaden tegen de menselijkheid in Gaza”
Russell Tribunaal on Palestine, officiële Samenvatting, Brussels, 25-09-2014
Na de derde Israëlische aanslag op Gaza kwam het Russell Tribunaal in spoedzitting in Brussel bijeen. Een vracht aan bewijsmateriaal werd aangedragen, op grond waarvan deze hoofdconclusie werd getrokken.
De Algemene Vergadering van de VN aanvaardde op 9 december 1948 de Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide. Het is voorbehouden aan de rechtsprekende instanties van de Verenigde Naties om de beschuldigingen van Israëlische genocide te onderzoeken en eventueel schuldig bevonden individuen te bestraffen. Wellicht kan, gegeven de juridische en vooral politieke problemen rond het Internationaal Strafhof, overwogen worden een speciaal Israël Tribunaal in te stellen.
II-4 een sekte
De Amerikaanse hoogleraren John J. Mearsheimer en Stephen M. Walt schreven De Israël lobby [11].
“Zij bieden onthullende inzichten in een kernkwestie in de internationale betrekkingen met hun stelling dat de haast blinde steun voor Israël in de Amerikaanse politiek de vrucht is van de doelgerichte inspanningen van de ’Israëllobby’, een los samenhangend netwerk van joods-Amerikaanse organisaties, christelijke fundamentalisten en neoconservatieve ideologen. De Israëllobby legt alle ongesproken waarheden op tafel, helder onderbouwd en onweerlegbaar”, aldus de stofomslag van het boek.
Eén conclusie – op blz. 418 – springt in het oog:
“Beëindiging van het Israëlisch-Palestijns conflict draagt ook op een andere manier bij aan het Amerikaanse nationale belang. Ondanks zijn militaire bekwaamheid en geografische ligging is de strategische waarde van Israël voor de Verenigde Staten beperkt, doordat het land de paria van de regio is. […] Dat wil dus zeggen dat als het conflict wordt opgelost, Israël het strategisch belang krijgt waarvan zijn vrienden dikwijls zeggen dat het dat nu heeft.”
Geconcludeerd mag worden, dat dit inzicht noch bij het Israëlische regime, noch bij de Israël lobby is doorgedrongen.
De Nederlandse tak van de Israël lobby, en meer in het bijzonder de Joodse zijtak, draagt opvallend veel gelijkenis met de gedragingen van religieuze sektes. De leden hebben één overtuiging gemeen: Israël moet koste wat kost verdedigd worden. Zij verkeren in de vaste veronderstelling dat Israël zo nodig een veilig thuis zal bieden. Dat is een dramatische vergissing.
Kenmerkend voor sektes, zijn de werkelijkheid en de waarheid volstrekt ondergeschikt gemaakt aan het ideaal. Halve waarheden en hele leugens worden ingezet om het blazoen van Israël schoon en rein te houden.
Een halve waarheid is bijvoorbeeld dat Israël in 1948 toegelaten werd tot de Verenigde Naties. De andere helft wordt consequent weggelaten: niet alleen werd ook de Arabische staat toegelaten, Israël diende als voorwaarde van toetreding deze staat te erkennen, maar is daarin nog steeds in gebreke. (Naftaniël, Van Weezel) Een hele leugen is dat Palestina eerst Israël moet erkennen (Naftaniël). En dat heeft president Yasser Arafat al jaren geleden gedaan.
Tel Aviv wordt in warme termen omschreven. (Frits Barend, Van Weezel) De sekte is niet geïnteresseerd in de duistere kanten van deze stad en directe omgeving. [12]
Steevast wordt de leugenachtige Israëlische frame over Hamas (Max en Natacha van Weezel) en Hezbollah onderschreven, bizarre etiketten – zoals ’zelfhatende Joden’ – opgeplakt (Mischa Cohen) en critici van Israël onterecht vrijwel routinematig beschuldigd van antisemitisme, in Nederland een misdaad (Hanneke Groenteman, Max van Weezel, rabbijn Everts, Barbara Barend, Natacha van Weezel).
Rosanne Hertzberger, NRC kroniekschrijver, weet heel veel van de ’E’ componenten van voedsel, maar blijkt weinig kaas te hebben gegeten van het fascistische karakter van het Israëlische regime:
“In een van haar laatste columns schrijft ze over een ‘intelligenter soort antisemitisme’ van het type dat bij ieder incidenten op de West Bank verwijst naar het concept dat ‘de Joden toch beter zouden moeten weten’[…] Ze zegt ook: „Ik heb er geen probleem mee lid te zijn van de Joodse kudde. We zijn hier een piepkleine minderheid, als we er niets aan doen verwatert het jodendom, en dan verwatert je identiteit. Het is een gevoel, moeilijk uit te leggen, maar als onderdeel van die Joodse kudde ben ik bewuster Joods dan ik anders zou zijn geweest. Als ik bijvoorbeeld in Israël zou zijn opgegroeid, was ik niet zo bewust bezig geweest met het Joods zijn en was ik wellicht ook een stuk seculierder geweest.” [13]
Nb. zie over het gebruik en het misbruik van het begrip ’antisemitisme’ bij het één na laatste gedachtestreepje, hieronder.
De sekte grossiert in steeds dezelfde thema’s:
– het vreselijke lot van vele Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog is het ergste dat welke bevolkingsgroep ooit is overkomen. Niets mag natuurlijk worden afgedaan aan hun vreselijke lot, maar de stelling ontbeert waarheidsgetrouwheid. Denk bijvoorbeeld aan de volkerenmoord op Armeniërs door het Ottomaanse rijk, aan Stalin, Mao Tse Tung, Pol Pot en aan het Israëlische politiekzionistische bewind.
Rond de Dodenherdenking van 4 mei 2017 was het weer raak. Dominee Rikko Voorberg wilde dat ook de vluchtelingen zouden worden herdacht. De NRC van 5 mei 2017: “Weken van tevoren worden de messen geslepen voor het jaarlijkse oorlogje over de vraag: wie herdenken we precies? Alleen de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, of ook bijvoorbeeld de recent omgekomen vluchtelingen, zoals theoloog Rikko Voorberg voorstelde. Het leidde tot zoveel razernij dat hij zijn geplande manifestatie uiteindelijk afgelastte.” [14]
NRC-redacteur Jisca Cohen: “Als kleindochter van grootouders die zo door de oorlog geraakt zijn, begrijp ik de weerstand” (tegen Voorberg’s plan) […] “Donderdagochtend maakte de organisatie bekend dat de manifestatie toch niet doorgaat, vanwege aangekondigde protesten en bezwaar van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), omdat tijdens de oorlog vanaf de Nieuwmarkt Joden werden gedeporteerd. […] Het CIDI zegt: initiatieven als deze verwateren de betekenis van de Dodenherdenking.” [15]
Gestorven vluchtelingen gedenken is een goed idee. Maar het past moeilijk binnen de aard van onze nationale Dodenherdenking op 4 mei. De betreffende autoriteiten kunnen voor de Dodenherdenking van 4 mei 2018 beter in overweging nemen de in Israël en de bezette Palestijnse gebieden vermoorde Palestijnen en bedoeïenen te gedenken. Mede dankzij de rol van Nederlandse zionisten, niet in de laatste plaats het CIDI, kunnen deze onschuldige groepen zonder meer gerekend worden tot de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog;
– gewaakt wordt dat tijdens de Dodenherdenkingen van 4 mei de Joodse slachtoffers van de Nazi’s de meeste aandacht krijgen. De slachtoffers onder de zigeuners mogen op beperkte aandacht rekenen. De vervolgde Jehova Getuigen wordt aandacht ontzegd: zij hadden, anders dan Joden, de optie om hun geloof af te zweren. [sic] Slachtoffers onder homoseksuelen, lichamelijk en geestelijk gehandicapten mogen niet op aandacht van de sekte hopen;
– Anne Frank wordt voortdurend in de publieke aandacht geplaatst: een stervende boom, bezoekers op straat, ruzie tussen twee organisaties, een eigen theater, een eigen toneelvoorstelling. Er zijn al mensen die vanwege het openbare gedram de naam Anne Frank, helaas ten onrechte, niet meer kunnen horen;
– positieve aspecten over Israël worden benadrukt, negatieve openbare uitingen vermeden. Kritische uitlatingen over Israël worden actief bestreden, verontrustend vaak met succes. Leden spannen samen om karaktermoord te plegen [door NRC’s Frits Abramans, zoals onder andere in de aanloop van de VPRO-reeks Zomergasten 2016 bleek met de georkestreerde aanval op Dyab Abou Jahjah. Zelfs tot na het interview werd hij besmeurd met insinuaties: Federatief Joods Nederland in de NRC: ’Hij zegt het nu wel mooi, maar zijn werkelijke bedoelingen liet hij niet zien.’;
– niet alleen worden met het grootste gemak critici van Israël zonder enige onderbouwing beschuldigd van antisemitisme, onder andere Hanneke Groenteman, Barbara Barends en Natacha van Weezel beschouwen het antisemitisme als een onbegrijpelijke, uit de lucht gegrepen aantijging, als een uiting van het haten van Joden omdat zij Joden zijn. Stelselmatig laten zij ten onrechte de Israëlische misdaden mee te wegen in de woede van niet-Joden. Die woede is eerder een juist antizionisme, dan antisemitisme.
– om de aandacht van Israël af te leiden, wordt voortdurend de vraag gesteld waarom geen energie wordt gestoken in ’erge’ misstanden: Dafur, Tibet, Afghanistan, Irak, enz.;
Kortom, de Nederlandse zionisten leveren dekking aan een puur fascistisch regime.
De meest effectieve manier om leden van een sekte van hun waanideeën af te brengen is een langdurige therapeutische behandeling. Deze therapie moet gericht zijn op het neutraliseren van de paranoïde voorstellingen van zaken over Israël en om de patiënt te helpen om de relatie met de werkelijkheid en het primaat van de moraliteit te herstellen.
Aansluiting bij Een Ander Joods Geluid wordt aanbevolen.
D E E L III
Het genezingsproces
III-1 de staat Israël is zeer instabiel en kan imploderen
Zoveel is duidelijk, op ruime schaal ontbreekt stabiliteit in de Midden-Oosten regio. Daarvoor worden vele relevante verklaringen aangedragen. Israël vormt ook één van de verklaringen. Het bereiken van vrede tussen Israël en Palestina is van vitaal belang voor het bevorderen van de stabiliteit in de regio. Daarom is de ontwikkeling in het Israëlische staatsbestel essentieel. Drie varianten zijn denkbaar: de staat Israël kan imploderen, een één staat oplossing en de twee staten oplossing.
Het Israëlische regime draagt met tenminste twee factoren en een toekomstverwachting bij aan de heersende chaos, en dus aan de regionale instabiliteit.
De eerste factor is de combinatie van verdrijving uit hun eeuwenoude grondgebied van honderdduizenden Palestijnen en de wrede onderdrukking, inclusief moord, van wie in Israël en de bezette Palestijnse gebieden zijn achtergebleven.
De geloofsgemeenschap van ca. 1,4 miljard Moslims – de ’Umma’ – is hierover verontwaardigd en bestrijdt de Israëlische misdaden tegen hun geloofsgenoten. Deze strijd werd eerst gewapenderhand gevoerd. Nu vormen de Arabische landen en landen met grote moslimgemeenschappen – zoals Indonesië – in de VN-familie van organisaties een blok dat strijdt voor gerechtigheid voor de Palestijnen. Post-Apartheid Zuid-Afrika schaart zich voluit bij het Islamitische blok.
Dit streven wordt gedwarsboomd door westerse landen. Sommige beschikken over het machtige wapen, het vetorecht: de VS, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Andere westerse landen blokkeren eveneens regelmatig de pogingen om het lot van de Palestijnen te verbeteren: Duitsland en Nederland bijvoorbeeld.
Naast de corrupte VS [16], nemen ook Canada en Australië het op voor het Israëlische regime. Opmerkelijk – of misschien juist niet – hebben deze drie immigratielanden de overeenkomst dat zij hun autochtone bevolkingen op brute wijze hebben onderworpen, van hun bezittingen beroofd en velen vermoord. Deze parallel met Israël verdient meer aandacht.
De tweede factor is de tomeloze agressie van het Israëlische regime tegen hun wijdere omgeving. Libanon en Gaza zijn de grootste slachtoffers. Syrië wordt voortdurend aangevallen. Tientallen landen hebben te maken gekregen met Israëlische interventies, zoals standrechtelijke executies, ontvoeringen, vernietiging van infrastructuur [Iran, Syrië].
In Deel I zijn de oorzaken van die tomeloze agressie in kaart gebracht. Daaronder bevindt zich nadrukkelijk niet het aspect ’Israëlische veiligheid’. Israël is het best bewapende land in de regio en het gevoel van gevaar voor haar veiligheid ontstaat vooral als gevolg van eigen agressie en misdaden.
De toekomstverwachting is de implosie van de Israëlische staat. In Deel I wordt naar verschillende bronnen gewezen die deze verwachting formuleren.
De toenmalige president van Iran, Mahmoud Ahmadinejad, zei eens dat Israël zal verdwijnen, zoals gebeurd is met de Shah van Perzië, de Sovjet Unie en het Zuid-Afrikaanse Apartheidsbewind. [Hij heeft nooit beweerd dat Iran daar een rol in zou spelen. Dat was een Israëlische ’frame’.] Hij deelt die visie opmerkelijk genoeg met achtenswaardige analisten als Uri Avneri, Amira Hass en Gideon Levy. Deze Israëlische analisten beschouwen het extreem rechtse bewind, de spanningen tussen verschillende Joodse segmenten en het onhoudbare nederzettingenbeleid als de belangrijkste oorzaken.
III-2 de één staat oplossing, geen oplossing
Betrokkenen, vooral Palestijnen maar ook enige Israëliërs, raken steeds meer gefrustreerd door het uitblijven van een oplossing van het slepende conflict tussen Israël en Palestina. Sommigen stellen voor om van Israël en de bezette Palestijnse gebieden één staat te maken. In die staat mag geen onderscheid gemaakt worden tussen bevolkingsgroepen. Allen zullen gelijke rechten en plichten hebben.
Deze voorstellen gaan uit van goede democratische principes. Echter, deze lovenswaardige gedachten worden geconfronteerd met de harde praktijk. Hoe gaat die staat heten: Israël of Palestina? Welke wordt de nationale vlag? Belangrijker nog lijkt de vraag of de Joods-Israëlische gemeenschap en de kolonisten de onderdrukking van de Palestijnen en de bedoeïenen en hun minachting voor deze niet-Joden kunnen afzweren. Hoe kunnen de Palestijnen hun gestolen bezittingen, hun land en hun huizen weer terugkrijgen? Hoe worden de illegale nederzettingen ontmanteld? Wordt in deze staat het recht op terugkeer van verdreven Palestijnen gehonoreerd? Wie betaalt het herstel van het geruïneerde Gaza?
Deze en vele andere aspecten zouden diep ingrijpen in zowel de Israëlische als de Palestijnse samenleving.
Een ander aspect is wat wel genoemd wordt: “Ask for one state, get two”. Deze eenheidsstaat zou een Palestijnse meerderheid opleveren en dus het einde betekenen van der Judenstaat. Het Israëlische regime zou nog liever een Palestijnse staat tolereren dan het ideaal van een uitsluitend door Joden bevolkte eigen staat opgeven, zo luidt één van de afwegingen over de één staat optie.
De conclusie lijkt te zijn, dat de één staat optie een fata morgana is en dat ook zal blijven.
III-3 de twee staten oplossing, de weg naar vrede
Gerespecteerde deskundigen in het internationaal recht zien in het verlenen van het mandaad over Palestina door de Volkerenbond in het begin van de twintiger jaren van de vorige eeuw aan het Verenigd Koninkrijk als het ontstaan van de staat Palestina. Israël werd daarvan een afsplitsing.
Het Internationaal Gerechtshof [IGH] maakte korte metten met Eretz of Groot Israël. Het Hof deed uitspraak over verschillende aspecten van internationaal recht in de Advisory Opinion [17]van 9 juli 2004. De uitspraak betreft drie onderdelen waar Israël zich aan heeft te houden: “Israel is under an obligation …” en één uitspraak die andere verdragspartijen hebben te honoreren: verdragspartijen “are under an obligation …..”.
Drie internationale verdragsverplichtingen voor Israël:
1. Israël is under an obligation om zich vreedzaam terug te trekken zonder voorwaarden, zonder landruil achter de Groene of Bestandslijn van voor 1967 terug te trekken. Pas daarna worden op voet van gelijkheid finale status onderhandelingen gevoerd. Alle bezette gebieden zijn door Israël illegaal bezet. Niet alleen bevestigt het Hof het bestaan van Israël en Palestina, het bevestigt hiermee ook de status van Palestina als staat;
2. Israël is under an obligation om de muur, voor zover op Palestijns gebied, af te breken en de getroffenen schadeloos te stellen;
3. Israël is under an obligation om zich nauwkeurig te houden aan zijn verdragsverplichtingen aangaande de mensenrechten en de bescherming van burgers in tijden van geweld en van burgers onder bezetting.
De medeverdragspartners zijn:
4. under an obligation Israël te houden aan die verdragsverplichtingen.
Verwacht zou mogen worden dat een beschaafde internationale gemeenschap – en zeker de Nederlandse overheid, met de eed van trouw aan de Grondwet gebonden aan deze uitspraak – uitvoering zou hebben gegeven aan deze dwingende aanwijzing van de hoogste rechtsprekende instantie.
Niets is minder waar. Door Israël in de EU en in de VN te steunen en zelfs door de bezetting mede te financieren, hebben die gemeenschap en dat Nederland niet bijgedragen aan de bevordering van vrede en van stabiliteit in de regio, maar wèl bijgedragen aan de dreigende implosie van de Israëlische staat met alle mogelijke en zorgelijke implicaties van dien. Evenmin werd bijgedragen aan het tot stand komen van een daadwerkelijk soevereine Palestijnse staat.
Dringender dan ooit dient de internationale gemeenschap Israël, ook in zijn eigen belang, te dwingen uitvoering te geven aan de instructies van het Internationaal Gerechtshof. Gegeven het recalcitrante karakter van het Israëlische regime, zijn daarvoor voor Israël pijnlijke politieke, consulaire, financiële, bancaire, en handels- en visa sancties onontbeerlijk. Zolang Israël zijn verplichting de Arabische staat te erkennen niet honoreert, dient het lidmaatschap van Israël in de Verenigde Naties en in alle aangesloten organisaties opgeschort te zijn.
De nabijheid van Israël en de Midden-Oosten regio bij de Europese Unie en het Amerikaanse onvermogen leiding te geven in aanmerking nemend, ligt het voor de hand dat de EU het voortouw neemt. De EU moet afdwingen dat de Advisory Opinion werkelijkheid wordt. Daarvoor is de vaste politieke wil van Europese leiders een harde voorwaarde.
Waar Israël zich tot de dag van vandaag niet houdt aan de toetredingsvoorwaarden tot de VN, dienen de activiteiten van het land in alle geledingen van het VN-systeem opgeschort te worden. [18]
Wanneer Israël zich daadwerkelijk terugtrekt uit alle bezette Palestijnse gebieden, ligt het voor de hand te verwachten dat Israël op korte termijn een half miljoen kolonisten moet herhuisvesten. Dat is op zich een grote opgave. Bovendien zullen zwaar bewapende orthodoxe kolonisten zich niet zo maar aan deze omstandigheden willen onderwerpen. Een Israëlische burgeroorlog behoort onder die omstandigheden tot de waarschijnlijkheden.
Moet daarom van het terugtrekken en het uitzicht op vrede tussen Israël en Palestina worden afgezien? Om vier dringende redenen mag dat niet het geval zijn:
– een rechtvaardige en dus duurzame vree is daarvoor te belangrijk;
– het uitzicht op het voortbestaan van de staat Israël berust geheel bij het uitvoeren van de Advisory Opinion;
– het Israëlische leger heeft bewezen sterk genoeg te zijn om aan de opstandige kolonisten het hoofd te bieden;
– Israël heeft deze problemen welbewust gecreëerd en moet die zelf oplossen.
D E E L IV
Genezing mogelijk
Regeringen kunnen hun slechte internationale gewoonten alleen afschudden door het internationaal recht als medicijn tot zich te nemen. Dat geldt zeker voor het politiekzionistische regime, dat dringend aan het infuus van de Advisory Opinion van het Internationaal Gerechtshof moet worden aangesloten. Bij een succesvolle behandeling komen vrede en meer stabiliteit in de regio in zicht.
De rechtvaardige, dus duurzame vrede is in ons aller belang, en niet in de laatste plaats van Israël zelf. Deze kan niet bereikt worden door de verslaving aan ondeugdelijk gebleken politiek gedreven stokpaardjes te blijven koesteren.
Vrede is de kern van het internationaal recht. Vrede kan dus slechts bereikt worden met het honoreren van het internationaal recht, te beginnen met het in uitvoering nemen van de Advisory Opinion van het Internationaal Gerechtshof.
De Nederlandse politiekzionistische sekte moet bestreden worden en de leden begeleid bij de terugkeer naar de beschaafde samenleving.
n o t e n
[1] Heikelien Verrijn Stuart, We shall use disproportional force, Nederlands Juristenblad, januari 2009
[2] Stichting Vluchteling, Vluchtelingen in getal, 2012
[8] Vrij Nederland paste deze bewerking van Paxton’s kenmerken toe op verschillende politieke leiders, echter niet op de situatie in Israël, blz. 21, mei 2017
[9]Richard Falk is Professor Emeritus of International Law and Practice at Princeton University and Distinguished Visiting Professor at the University of California at Santa Barbara. (This article was featured atwww.transnational.org, and also republished by ZNet.org)
[10] Nadia Hijab is an independent analyst and a senior fellow at the Institute for Palestinian Studies.
[11] John J. Mearsheimer en Stephen M. Walt, De Israëllobby, 2006, Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen
[12] Zie Max Blumenthal, Goliath, Life and Loathing in Greater Israel, blz. 331-334, 338-341; 295- 296; 33-38, 321-322, 334-335, 342-347; 313=314, 319-320, 344-345; 51-52, 116, 156, 331, 364; 51; 52; 321, 329; 332; 307, 330-331; 316-317
[13] interview Ted de Hoog, Rosanne Hertzberger, de verzamelde stukjes, NIW [kennelijk het Nieuw Israëlitiesch Weekblad, z.j.
[14] Kroniek van Floor Rusman, Dag van eenheid werd bron van conflict, 05-05-2017, NRC
[15] Dubbelgesprek Jisca Cohen en Rikko Voorberg, Herdenken op 4 mei, Ik begin je nu beter te begrijpen, 05-05-2017, NRC
[16] de Amerikaanse presidentsverkiezingen worden sterk beïnvloed door financiële donaties met politieke consequenties. Eén donateur – Sheldon Adelson, casinobaas in Las Vegas – is bereid enige honderden miljoenen dollars te schenken aan de verkiezingskas van de Republikeinse Partij onder de voorwaarde dat de winnaar van de verkiezingen gedurende zijn ambtstermijn Israël onvoorwaardelijke steun geeft. De Democratische Partij heeft eveneens een miljardair – Haim Saban, TV producent – die bereid is substantieel bij te dragen aan die verkiezingskas en onder dezelfde voorwaarden.
Elke kandidaat heeft het geld nodig en aanvaardt de voorwaarden. De Amerikaanse democratie is verworden tot een plutocratie. Niet de kiezers, maar rijke mensen bepalen het VS-beleid.
[17] Het Internationaal Gerechtshof brengt eerst het vigerende, dwingende internationaal recht in kaart en baseert daarop de conclusies. Deze Opinie zelf wordt daarmee dwingend internationaal recht. Het Advisory deel instrueert Israël en andere lidstaten/verdragspartners zich in wetgeving en praktisch handelen te conformeren aan deze Opinie.
[18] Francis A. Boyle – ’a leading American professor, practitioner and advocate of international law’ – Palestine, Palestinians and International Law, 2003, Clarity Press, INC, Atlanta, USA. Boyle states at page 151:
“A condition for Irael’s admission to the United Nations Organization was its acceptance of General Assembly Resolution 181 (II) (19470 […] and General Assembly Resolution 194 (III) (1948). […] Nevertheless, the government of Israel has expressly repudiated both Resolutions […] Therefore, insofar as Israel has violatedits conditions for admission to UN mewmbership, it must accordingly be suspended on a de facto basis from any participation throughout the entire United Nations system. “
EINDE
Reacties uitgeschakeld voor Internationale Dag van de Mensenrechten/Uitspraken Israelische leiders en andere Israelische influencers over Palestijnen
Zonder vorm van proces werden mensen die van plundering of andere misdaden werden verdacht in het openbaar afgeranseld (Panorama).WEERZINWEKKEND WAS OOK HET [KORT NA DE MILITAIRE COUPIN 1980] IN HET OPENBAAR AFRANSELEN VAN MENSEN, DIEVAN PLUNDERING WERDEN BESCHULDIGDhttp://kennisaanval.blogspot.com/2012/01/revolutie-in-suriname.htmlSCHOKKEND!STANDRECHTELIJKE EXECUTIE SERGEANT MAJOOR HAWKER
Deze foto van de tweede grote vrouwenmars in Paramaribo, vorige week donderdag, is nu pas naar buiten gekomen. De politie dreef de betogers op het onafhankelijkheidsplein uiteen. (Nieuws van de Dag, 22 december 1982)DAPPERE VROUWEN, DIE NA DE DECEMBERMOORDEN,HET AANDURFDEN DE STRAAT OP TE GAAN OM TE PROTESTEREN!http://kennisaanval.blogspot.com/2012/01/revolutie-in-suriname.html‘
MOIWANA MONUMENT/TER HERDENKING VAN DE MASSASLACHTINGIN BOSNEGERDORP MOIWANA, WAARBIJ IN 1986 39 BURGERS WERDENDOODGESCHOTEN TIJDENS DE BINNENLANDSE OORLOG, ONDERVERANTWOORDELIJKHEID VAN LEGERBEVELHEBBER BOUTERSEhttp://en.wikipedia.org/wiki/Moiwana
Sandew Hira en president Desi Bouterse op een boomstronk in Brokobaka.
38 jaar Decembermoorden.Vandaag. op 8 December 2020, is het 38 Jaar geleden, dat vijftientegenstanders van het militaire regime Bouterse, standrechtelijk zijngeexecuteerd, na eerst te zijn gefolterd. [1]Een Schok ging door de Surinaamse samenleving en door Nederland, dat de ontwikkelingshulp aan Suriname opschortte. [2]Een groffe misdaad, een standrechtelijke executie, misdrijven tegende menselijkheid. [3] Een groot Trauma voor de Surinaamse bevolking.De Surinaamse Gemeenschap is klein:Iedereen kent wel een van de slachtoffers, of familieledenIs zelf familie, heeft bij een der slachtoffers op schoolgezeten of heeft familieleden, die bij hen op schoolgezeten heeft.Ga zo maar door. Maar hoe is het nu zo gekomen, dat in een relatief vreedzame samenleving,een dergelijke Gruwel heeft kunnen plaatsvinden? Een Terugblik: Reis met mij terug in de Tijd, om te zien. hoe het allemaal is gekomen…..En al lezende, zult u zien, dat er naast deze standrechtelijke executies,die ieder jaar worden herdacht, veel meer misdaden zijn gepleegdKom mee naar the House of Horror……BEGIN VAN EEN HORROR STORY…MISDADENEEN OVERZICHT:Een terugblik op een aantal mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden [wie weet, wat er in de toekomst nog meer aanhet licht komt….], waaraan [nu president] D. Bouterse zich in zijn hoedanigheid als lid van de Nationale Militaire Raad [4], bevelhebber van het Surinaamse leger [5]en voormalig dictator schuldig gemaakt heeft, samen met de kliek om hemheen:MILITAIRE COUPNa het plegen van de militaire coup op 25 februari 1980 door zestien militairen, waaronder Bouterse De Groep van Zestien [6] werd deNationale Militaire Raad geinstalleerd [7], waar Bouterse een belangrijk lid van was.Op 15 maart 1980 werd een burgerregering gevormd, waarvan medisch specialist Henk Chin A Sen premier werd.Kort daarna echter werd een Wet aangenomen, die de macht van het parlement beperkte ten gunste van de regering, waarmee de democratische rechten steeds meer werden ingeperkt [8]
Er zouden trouwens pas weer vrije verkiezingen komen in 1987, met als resultaat de eerste democratisch gekozen regering sinds demilitaire coup in 1980.
MENSENRECHTENSCHENDINGEN BOUTERSE
VOOR DE DECEMBERMOORDEN:
Voor de decembermoorden hebben Bouterse en de politiek-militair
verantwoordelijken zich ook schuldig gemaakt aan ernstige mensenrechten
schendingen
Bouterse:
Onder zijn verantwoordelijkheid als lid van de Nationale Militaire Raad en
vanaf juli 1980 bevelhebber van het leger vallen, arrestaties op vage gronden
en de slechte detentieomstandigheden/mishandelingen van arrestanten onder
detentieomstandigheden onder voormalige politicide zogenaamde oude politiek en ”dissidente” militairen [9] MENSENRECHTENSCHENDINGEN BOUTERSE:STANDRECHTELIJKE EXECUTIE HAWKERDECEMBERMOORDENONOPGEHELDERDE DOOD HORBMASSASLACHTING MOIWANABETROKKENHEID BIJ DRUGSHANDELDe mensenrechtenschendingen betreffen NIET alleen de decembermoorden
Ook andere misdaden hebben plaatsgehad onder verantwoordelijkheid van Bouterse
A
Standrechtelijke executie van Sergeant Majoor Hawker
In maart 1982 vond een mislukte coup plaats onder leiding van Hawker en Rambocus
Enkele dagen later werd de gewonde Hawker op zijn brancard, voor het oog
van de wereld, standrechtelijk geexecuteerd [10]
Volgens de Geneefse Conventies, het Internationaal Humanitair Oorlogsrecht en de Internationale Mensenrechtenverdragen is een standrechtelijke executie een oorlogsmisdaad
B
Standrechtelijke executie 15 critici van het militair regime
De decembermoorden
In de nacht van 8/9 december werden 15 critici van het militaire regime in Fort
Zeelandia standrechtelijk geexecuteerd, na ernstige folteringen [11]
Het officiele verhaaltje, dat zij ”op de vlucht waren neergeschoten”, werd al gauw ontkracht.
C
Onopgehelderde dood Horb
Op 30 januari 1982 werd de na de decembermoorden in ongenade gevallen tweede
man van Bouterse, Majoor Horb, gearresteerd op verdenking van het ondermijnen van de Staatsveiligheid
Enkele dagen later wordt hij dood in zijn cel aangetroffen
Hij zou zich aan het koord van zijn sportbroek hebben opgehangen
Er ontstaan vrijwel direct twijfels over de doodsoorzaak, die nooit is
opgehelderd [12]
D
Moiwana/Massaslachting
In het gewapende conflict tussen Bouterse en de leider van het zgn Jungle
Commando, Brunswijk van 1986 tot 1992, zijn aan beide zijden [13] een groot aantal mensenrechtenschendingen
en oorlogsmisdaden gepleegd
De beruchtste is de door het Nationaal Leger onder leiding van Bouterse aangerichte massaslachting
onder de bewoners van Moiwana, een dorp in het binnenland van Suriname,
van wie tientallen werden gedood [14]
Het Inter Amerikaans Hof voor de Mensenrechten veroordeelde Suriname
in 2005 voor de massamoord [15]
Zowel de Decembermoorden als de massaslachting in
Moiwana zijn gekwalificeerd als misdaden tegen de menselijkheid. [16]
E
Drugshandel
En als klap op de vuurpeil is hij door Nederland bij verstek veroordeeld tot
11 jaar gevangenisstraf vanwege drugshandel [17]
Wikileaks onthulde bovendien, dat Bouterse nog tot 2006 actief zou zijn
geweest in de drugshandel [18]Met dank aan Bouterse is drugsverslaving en de daaraan gerelateerde criminaliteit nu een groot probleem in SurinameNog los van alle slachtoffers, die zijn aandeel in de drugshandel ook buiten Suriname heeft gemaakt.VERRAAD!!DICTATOREN EN HUN HELPERS/SANDEW HIRA, ADVOCAAT VANSTRAFFELOOSHEID VAN OORLOGSMISDADEN EN MISDADENTEGEN DE MENSELIJKHEIDDat de hoofdverdachte in het Decembermoordenproces [19],president D Bouterse, op allerlei manieren heeft getracht, de rechtsgangte frustreren, was gezien zijn evil track record te verwachten.Hij heeft het geprobeerd via de zogenaamde ”amnestiewet” [20] en toendat niet afdoende bleek [21], door te trachten in te grijpen in het rechtsprocesmet verwijzing naar de Staatsveiligheid [22].Veel heeft hem dat niet opgeleverd, want het proces gaat-althansvoorlopig- [weet ik veel, wat D.B. en aanhang later weer bedenken-door. [23]Er is tegen zes verdachten in het Decemberproces, waaronder Bouterse,zelfs 20 jaar gevangenisstraf geeeist! [24]Goed!Maar what about een nabestaande van een van de Decemberslachtoffers,die straffeloosheid voor de verdachten van moord en foltering heeft bepleit?Als iemand mij voor 2015, toen this HUGH BETRAYAL plaatsvond,had verteld, dat een broer van een van de slachtoffers van de Decembermoordenzou proberen, Bouterse voor een rechtszaak te behoeden en zelfs met hemop een boomstronk in de buurt van zijn buitenhuis, Brokobaka, zou gaanzitten keuvelen [25], zou ik diegene voor gek hebben verklaard!En toch is het een feit:Dew Baboeram, beter bekend als Sandew Hira, de broer van 8 Decemberslachtofferde advocaat John Baboeram [26] heeft in 2015 via een ”brief aan presidentBouterse” [27] met president D Bouterse aangepapt met maar een doel:Een rechtszaak tegen hem frustreren via zijn zogenaamde ”Getuigenisprojectpresident Bouterse. [28]Het begon dus allemaal met Hira’s ”Open Brief aan president Bouterse [29],waarin deze werd opgeroepen, ”getuigenis” af te leggen van alle[ik citeer Hira] ”gebeurtenissen waarbij u betrokken bent geweest en waarbij geweld een bepalende factor is geweest” [30]Zonder juridische consequenties, vandaar mijn term ”straffeloosheidsproject”.Vervolgens, ter promoting van zijn straffeloosheidsproject, ging Hirade wereld lastigvallen met ellenlange ”persconferenties” [31],als ware het ”Koninklijke Proclamaties” [32] en Hira een absoluut vorst. [33]Met als voor mij bizar dieptepunt:De persconferentie van 8 December 2016, herdenkingsdag van de slachtoffers van de Decembermoorden [34], waaronder Hira’s eigen broer, John Baboeram. [35]Dat Hira bij een aangekondigde ontmoeting met president en ex dictatorD. Bouterse, voorafgaande aan zijn interview, gezellig een boswandeling gingmaken en een biertje dronk op een boomstronk [36], is natuurlijk zijn eigen keuze en zaak.Ware het niet, dat hij zijn straffeloosheidsproject aan het Surinaamse volkopdringt, hij groepen nabestaanden tegen elkaar uitspeelt en met modder gooit naarnaar diegenen, die WEL ijveren voor berechting van [oorlogs] misdadenen misdaden tegen de menselijkheid [37], waaronder [het kan niet genoeg gezegd]Hira’s eigen broer, John Baboeram. [38]Om tenslotte het ultieme verraad [ik ben boos!] te plegen doorondanks alle aantoonbare bewijzen van het tegendeel [39]de oude leugen van Bouterse en consorten over ”coupplannen”[40] op te rakelen en zijn eigen broer te beschuldigen,dat deze betrokken zou zijn geweest bij de door Bouterse enHira gelogen ”tegencoup” [41]En waarop baseert Hira deze ”wijsheden”?Op grond van wat ”mensen” tegen hem zeidenIk citeer Hira [bron: De Ware Tijd Online]”Het is pijnlijk om dat te horen van mensen, die erbij waren,dat hij erbij zat” [42]Lekker wetenschappelijk…En dan rest MIJ de vraag, wie ”die mensen” dan wel niet warenWant volgens mij waren dat alleen de aanwezige beulen en hun handlangers.Maar dat daargelaten:Ook al ZOU Hira’s bewering[tegen alle bewijzen in!] waar zijn, rechtvaardigt datdan buitengerechtelijke executies, foltering en moord?Ga je er dan voor ijveren, dat de beulen van ongewapende mensen,van je eigen broer, NIET voor de rechter komen?Het is ongehoord.Zie de felle kritiek op Hira door deskundige en Bouterse criticusvan het eerste uur, Theo Para. [43]Ook ik heb ik hem bekritiseerd in eerdere stukken. [44]Echt pijnlijk voor Hira is geweest, dat zijn familie in een verklaringopenlijk afstand van zijn acties heeft genomen.Zij schrijven onder andere:”“Gefaald in zijn pogingen om respect af te dwingen bij zijn omgeving, is Sandew Hira afgegleden tot spreekbuis van de man aan wiens handen bloed kleeft, ook het bloed van zijn broer” [45]Pijnlijk voor Hira [en de familie], maar het directe gevolg van zijn villeineaanpapperij van de hoofdverantwoordelijke voor de misdaden tijdenszijn regime, de Decembermoorden en andere.Moreel failliet zijn diegenen, die de rechtsgang van de 8 Decembermisdadenfrustreren, ex dictatoren en hun consorten uit de wind willen houdenen leugens en verdachtmakingen over anderen, die WEL gerechtigheid nastreven, rondstrooien.Maar goed, dat is Hira’s zaak en verantwoordelijkheid.De geschiedenis zal afrekenen met Hira en co. [46]
EINDELIJK GERECHTIGHEID! Het inschakelen van landverraders als Sandew Hira [47], intimidatie [48] en wat dies meer zij heeft niet geholpen: WANT OP 29 NOVEMBER 2019 WAS HET ZOVER!President D Bouterse werddoor de Krijgsraad veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf! [49]Een Dag waarop ik en vele anderen lang hadden gewacht!Alle respect voor de[vrouwelijke] rechters, die ondanks intimiderendeomstandigheden hun taak moedig en eervol hebben vervuld en een belangrijke stap hebben gezet naar Suriname als democratische rechtsstaat! [50]Of D Bouterse ook werkelijk de cel ingaat is nog maar de vraag:Voorlopig is hij in Hoger Beroep gegaan [51] en maakt weer behoorlijk,intimiderend Lawaai [52]Laten we hopen, dat hij nu een Papieren Tijger blijkt.
LATEN WE HERDENKEN Maar laten we nu doen waar het allemaal om begonnen was:Het herdenken van de slachtoffers van de Decembermoorden,die nu in ieder geval juridisch gekregen hebben wat ze verdienen:Gerechtigheid
Laten we hen herdenken:
JOHN BABOERAM, ADVOCAAT
WIJ GEDENKEN U
BRAM BEHR, JOURNALIST EN STRIJDER VOOR SOCIALE GERECHTIGHEID
WIJ GEDENKEN U
CYRILL DAAL, VOORZITTER VAN VAKBOND MOEDERBOND
WIJ GEDENKEN U
KENNETH CONCALVES, ADVOCAAT EN PRESIDENT VAN DE ORDE VAN ADVOCATEN
WIJ GEDENKEN U
EDDY HOOST, ADVOCAAT
WIJ GEDENKEN U
ANDRE KAMPERVEEN, SPORTMAN, EIGENAAR VAN ABC RADIO, VICEPRESIDENT VAN DE FIFA
WIJ GEDENKEN U
GERARD LECKIE, PSYCHOLOOG EN DECAAN AAN DE UNIVERSITEIT VAN SURINAME
WIJ GEDENKEN U
SUGRIM OEMRAWSINGH, WIS EN NATUURKUNDIGE EN VOORMALIG PARLEMENTSLID
WIJ GEDENKEN U
LESLEY RAHMAN, JOURNALIST EN STRIJDER VOOR SOCIALE GERECHTIGHEID
WIJ GEDENKEN U
SURENDRE RAMBOCUS, MILITAIR, BETROKKEN BIJ DE TEGENCOUP TEGEN D. BOUTERSE
WIJ GEDENKEN U
HAROLD RIEDEWALD, ADVOCAAT
WIJ GEDENKEN U
JIWANSINGH SHEOMBAR, BETROKKEN BIJ DE TEGENCOUP TEGEN D BOUTERSE
WIJ GEDENKEN U
JOSEPH SLAGVEER, JOURNALIST EN DIRECTEUR VAN NIEUWSAGENTSCHAP INFORMA
WIJ GEDENKEN U
ROBBY SOHANSINGH, ONDERNEMER
WIJ GEDENKEN U
FRANK WIJNGAARDE, JOURNALIST EN RADIO OMROEPER BIJ
In Suriname is de omstreden amnestiewet aangenomen. Dat gebeurde na dagenlang vergaderen in de Nationale Assemblee in Paramaribo. Uiteindelijk stemden 28 afgevaardigden voor en 12 tegen.
Op verzoek van het oppositionele Nieuw Front was de stemming hoofdelijk, zodat duidelijk zou zijn welke parlementariërs voor de wet hebben gestemd. Dankzij de wet kunnen de verdachten van de Decembermoorden in 1982 amnestie krijgen, onder wie president Desi Bouterse.
Verstoord
Volgens Ricardo Panka, partijgenoot van Bouterse, zal hiermee een einde komen aan het slepende strafproces tegen Bouterse en zijn medeverdachten. Hij noemde de wet noodzakelijk om een einde te maken aan de verdeeldheid in het land.
“We hopen dat het besluit van vandaag in de historie wordt gemarkeerd als een eerste stap naar een nieuw Suriname”, zei Panka na de stemming.
Het parlement heeft drie dagen over de wet gedebatteerd. De oppositie was tegen en wil niet dat het strafproces wordt verstoord door de nieuwe wet. “De scheiding van de wetgevende en rechtelijke macht is vertrapt”, zei parlementslid Chandrikapersad Santokhi.
Veroorloven
Ronnie Brunswijk, een vroegere rivaal van Bouterse, stemde “met veel pijn in zijn hart” voor de wet. Hij verontschuldigde zich tegenover de nabestaanden van de slachtoffers van de Decembermoorden, maar zei dat het land het zich niet kan veroorloven om een president te hebben die veroordeeld wordt in een rechtzaak.
Vlak voor de stemming eiste Brunswijk dat de amnestiewet niet zou gelden voor daders van de slachtpartij in Moiwana in 1986. Daarbij kwamen ongeveer vijftig mensen om, onder wie zwangere vrouwen en kinderen. De eis van Brunswijk werd aangenomen.
De regeringspartijen hebben aangekondigd dat er een waarheidscommissie wordt ingesteld, die de gebeurtenissen van december 1982 gaat onderzoeken.
Volgens de oppositiepartijen in Suriname wil president Desi Bouterse aansturen op een noodtoestand. Bouterse zou zo een veroordeling voor zijn aandeel in de Decembermoorden van 1982 willen voorkomen.
Bouterse sprak gisteren met de partijen. De Nationale Partij Suriname (NPS) vond het gesprek zo verontrustend dat de partijtop vannacht in een spoedvergadering bijeenkwam. “Er wordt een onheilspellend pad betreden”, zei de partij na afloop. Ook de Pertjajah Luhur (PL) maakt zich zorgen.
Crisis
Bouterse hield afgelopen weekend al ‘constitutioneel overleg‘ met de rechterlijke macht, de voorzitter van het parlement en de leger- en politietop. Ook werden het leger en de politie geïnformeerd over de zogenoemde ‘constitutionele crisis’.
Aanleiding voor de gesprekken is de uitspraak van de krijgsraad vorige week, dat de vervolging van de 24 verdachten van de Decembermoorden moet doorgaan. President Bouterse is hoofdverdachte.
“Het is politiek lijfsbehoud”, zegt Iwan Brave, hoofdredacteur van de Ware Tijd. “Bouterse en zijn mensen zijn alles aan het doen om hem in het zadel te houden. Ze gebruiken alle middelen in het wettelijk kader, dat ze flink aan het uitrekken zijn, om hem te beschermen.”
De Amnestiewet was zijn laatste strohalm.Iwan Brave
Ook Brave denkt dat Bouterse aanstuurt op een noodtoestand. “Met de constitutionele crisis stuurt de president aan op een noodtoestand, net als in Venezuela. Dit is de aanloop daarnaartoe”, zegt Brave. Bouterse wil daarmee het proces naar de Decembermoorden stilleggen.
Volgens Brave zijn Bouterse en zijn partij onzeker geworden nadat de krijgsraad oordeelde dat de omstreden Amnestiewet van tafel moet omdat hij ingrijpt in een lopend proces. “De Amnestiewet was zijn laatste strohalm. Ik denk dat ze geen ander antwoord hebben dan op deze manier te reageren.”
Toch denkt de hoofdredacteur dat de zaak met een sisser afloopt. “Als ik kijk naar hoe Suriname zich de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld, dan ga ik ervan uit dat het spannend wordt, maar zal Bouterse aan het kortste eind trekken.” TROUWBOUTERSE DREIGT MET INGRIJPEN22 JUNI 2016 https://www.trouw.nl/home/bout erse-dreigt-met-ingrijpen~a737 f4be/TEKST
President Bouterse lijkt vastberaden om aan strafvervolging te ontkomen. Volgt een presidentiële coup?
Een presidentiële coup, zo noemde de oppositie gisteren de wijze waarop president Bouterse de afgelopen dagen vastberaden werkte aan een methode om strafvervolging te voorkomen.
De krijgsraad oordeelde onlangs dat een amnestiewet uit 2012, die Bouterse moest vrijwaren voor vervolging als hoofdverdachte van de Decembermoorden, in strijd is met de grondwet van het land. Nog deze maand moet de strafzaak daarom voortgezet worden. Het staatshoofd legt zich echter niet neer bij die uitspraak en gaat in de tegenaanval.
Bouterse lijkt vastberaden om ervoor te zorgen dat de aanklager in de strafzaak op 30 juni wederom niet met een strafeis kan komen. De voormalige legerleider, die sinds 2007 terechtstaat voor de standrechtelijke executie van vijftien opposanten in december 1982, is bereid daartoe alle registers open te trekken.
Noodtoestand Er zijn meer en meer aanwijzingen dat Bouterse eraan denkt de noodtoestand in de republiek uit te roepen, al wordt dat officieel vooralsnog ontkend. De grondwet geeft de president die mogelijkheid, maar dan enkel wel ‘in geval van een ernstige bedreiging of verstoring van de inwendige orde van de staat’.
De afgelopen dagen is de president druk doende geweest zoveel mogelijk mensen ervan te overtuigen dat zijn persoonlijke, juridische problemen daadwerkelijk een interne bedreiging voor het gehele land zijn. Het uitroepen van de noodtoestand zou hem handig uitkomen. Hij kan dan per decreet regeren en de grondwet – die een toepassing van de amnestiewet onmogelijk maakt – tijdelijk buiten werking stellen.
Zo belegde Bouterse afgelopen vrijdag een twee uur durend onderhoud op het presidentieel paleis met de waarnemend voorzitter van het Hof van Justitie, de hoogste rechter. Onderwerp van gesprek: ‘een grondwettelijk vraagstuk’.
‘Verkeerde beslissing’ Een dag later trokken naaste adviseurs van Bouterse naar de kazerne, waar de legertop te horen kreeg dat de krijgsraad ‘een verkeerde beslissing’ heeft genomen. Op die manier probeert de president zich nu al verzekerd te zien van de onvoorwaardelijke steun van het militaire apparaat, voor het geval dat nodig zou zijn.
“Als je vanaf het begin van de rechtszaak al het gevoel hebt dat de rechters niet onpartijdig zijn, dan heb je een probleem. En dat probleem heeft het hele land nu”, sprak kabinetschef Eugene van der San er de militairen toe.
Maandag nodigde Bouterse verschillende oppositiepartijen uit. “Wij kregen van de president te horen dat hij vindt dat er sprake is van een constitutionele crisis. De veiligheid van de staat zou in het geding zijn. Al deze ontwikkelingen verontrusten ons”, zei parlementslid Paul Somohardjo tegen de lokale nieuwssite Starnieuws.
“Een beslissing van de rechter gebaseerd op de grondwet kan volgens ons helemaal geen constitutionele crisis veroorzaken. Wij roepen de president op het hoofd koel te houden”, laat oppositielid Gregory Rusland in een verklaring weten.
Het voorlopige sluitstuk volgde maandagavond op de staatstelevisie, waar de woordvoerder van Bouterse de bevolking van Suriname klaarstoomde voor wat mogelijk komen gaat. “De krijgsraad heeft de amnestiewet terzijde geschoven. Mag dat wel?”, schalde het retorisch door de huiskamers.
‘Rechters laten opdonderen’ Ook vertrouwelingen van Bouterse helpen een handje om hun baas te helpen. Parlementslid Rachied Doekhie moedigde in een interview de president aan om ‘de rechters te laten opdonderen’. Melvin Bouva, ondervoorzitter van het Surinaamse parlement, liet zich evenmin onbetuigd. “Onze rechterlijke macht is nooit in staat gebleken zo’n immense strafzaak als 8 december te kunnen dragen. Dat hebben ze nu alweer bewezen. Dit is een ernstige zaak.”
Bouterse zelf gisteren: “Er is sprake van een verstoring tussen de rechterlijke, wetgevende en uitvoerende machten. Indien deze crisis blijft bestaan, dan kan er chaos ontstaan. Dat moeten we voorkomen.”HET PAROOLBOUTERSE ROEPT PARLEMENT BIJEEN VOOR GEHEIMEZITTING28 JUNI 2016 https://www.parool.nl/buitenla nd/bouterse-roept-parlement-bi jeen-voor-geheime-zitting~a432 8962/ De Surinaamse president Desi Bouterse heeft maandag (lokale tijd) aan de parlementsvoorzitter gevraagd om het parlement woensdag bijeen te roepen voor een Comité-Generaal. Dat meldt de Surinaamse website Star Nieuws Het gaat om een speciale geheime zitting waarin zaken als staatsveiligheid kunnen worden besproken. Volgens Bouterse is er in Suriname sprake van een constitutionele crisis en wil hij het parlement achter gesloten deuren informeren over de huidige stand van zaken omtrent het proces van de Decembermoorden. De president vindt dat de staatsveiligheid in gevaar is gebracht door de uitspraak van de krijgsraad. De raad besloot begin juni de omstreden Amnestiewet niet van toepassing te verklaren op dit strafproces. Door die uitspraak wordt het Decembermoordenproces, waarin Bouterse de hoofdverdachte is, na een schorsing van vier jaar naar alle waarschijnlijkheid donderdag hervat.
De waarnemend president van het hof van Justitie heeft gezegd dat er geen sprake is van een crisis en ook dat de rechtstaat niet in gevaar is. Een crisis kan nooit ontstaan op basis van een uitspraak van de krijgsraad, stelde hij. De procureur-generaal heeft aangegeven dat besluiten van rechters altijd gerespecteerd moeten worden.
Het proces draait om de moord in 1982 op vijftien tegenstanders van het toenmalige militaire regime van Desi Bouterse.
STARNIEUWS.COMPRESIDENT WIL DNA IN COMITE GENERAAL INFORMEREN27 JUNI 2016 http://www.starnieuws.com/inde x.php/welcome/index/nieuwsitem /36127 President Desi Bouterse heeft Assembleevoorzitter Jennifer Geerlings-Simons gevraagd om achter gesloten deuren de volksvertegenwoordiging te informeren over de situatie rond de uitspraak van de Krijgsraad. De president wil in comité-generaal woensdag informatie verschaffen over deze zaak, waarbij volgens hem de staatsveiligheid in gevaar is. De Krijgsraad heeft bepaald dat het 8 december strafproces op 30 juni wordt voortgezet.
Het Assembleelid Asiskumar Gajadien (VHP) heeft zojuist aan Simons gevraagd wanneer de informatie van de regering komt. De president had de vorige week gewag van gemaakt dat gewacht wordt op een nieuwe brief van minister Jennifer van Dijk-Silos van Justitie en Politie. Zij had een schrijven gericht naar de president na de uitspraak van de Krijgsraad op 9 juni nadat bekend werd dat de vervolging van de verdachten in het 8 decemberproces op 30 juni voortgang zal vinden. Bouterse is de hoofdverdachte in deze moordzaak. Volgens de minister is er sprake van een constitutioneel vraagstuk.
De president zei dat nadat het vonnis op schrift beschikbaar was, de situatie veel erger bleek te zijn. Hij deelde mee dat de staatsveiligheid in gevaar is gebracht door de uitspraak van de Krijgsraad. De waarnemend president van het Hof van Justitie, Iwan Rasoelbaks, heeft intussen publiekelijk gesteld geen constitutionele crisis te zien. Deze kan nimmer ontstaan op basis van de uitspraak van de Krijgsraad, stelde hij.
De Assembleevoorzitter zal in overleg treden met de president om na te gaan of de besloten vergadering op dinsdag kan worden gehouden. Zij zal later hier mededelingen over doen. EINDE BERICHT
”Move 2Intimidatie Bouterse/Dreigen met noodtoestandMaar Bouterse zou Bouterse niet zijn, als hij niet meteen tegenaanval zou komen.En zoals we van hem gewend zijn, was die aanval intimiderend,waarbij alle registers werden opengetrokken.Dreiging, intimidatie, spierballen taal.En uiteindelijk een coup.Een artikel 148 coup………..BOUTERSE, DE DECEMBERMOORDEN EN GERECHTIGHEID/STRIJDEN TEGEN STRAFFELOOSHEIDASTRID ESSED2 SEPTEMBER 2016 https://www.astridessed.nl/bouterse-de-decembermoorden-en-gerechtigheidstrijden-tegen-straffeloosheid/
De Surinaamse president Desi Bouterse is veroordeeld tot 20 jaar cel voor de Decembermoorden in 1982. Dat heeft de Krijgsraad vandaag bekendgemaakt. Bouterse was destijds leider van het militaire regime en medeplichtig aan de martelingen en executies van 15 Surinaamse critici. De rechter gelast echter niet zijn aanhouding. De Krijgsraad acht de feiten waar Bouterse van verdacht wordt, bewezen. Hij nam als bevelhebber het besluit 15 politieke tegenstanders van zijn regime op 8 december 1982 op te pakken en in Fort Zeelandia te doden.
Bouterse verklaarde destijds dat de slachtoffers een machtsovername beraamden en dat ze op de vlucht waren doodgeschoten. Volgens de Krijgsraad is het verhaal van de coup verzonnen en was het onmogelijk te vluchten uit Fort Zeelandia.
De Krijgsraad in Suriname sprak vandaag geheel onverwacht de eerste vonnissen uit in het 8 Decemberstrafproces. Daarin is Bouterse, de huidige president van Suriname, de hoofdverdachte. Hij was destijds bevelhebber van het Nationaal Leger, en sinds 1980 aan de macht na een staatsgreep. Het Openbaar Ministerie eiste ook 20 jaar cel tegen hem.
Oemrawsingh beseft dat het ‘pad naar gerechtigheid’ nog lang is. Omdat Bouterse bij de start van het proces in november 2007 niet aanwezig was, verleende de rechtbank hem verstek. Hij kan binnen twee weken aangeven of hij ‘in verzet’ wil komen tegen het vonnis. Als de rechters dat goedkeuren, moet hij daarna binnen twee weken hoger beroep aantekenen.
Bouterse is momenteel op staatsbezoek in China. Morgen vliegt hij door naar Cuba voor een officieel bezoek. Bouterse is niet immuun, maar Oemrawsingh verwacht niet dat hij uit zichzelf zijn functie neerlegt. Het parlement kan dan een afzettingsprocedure in gang zetten. In het uiterste geval kan de vice-president Bouterse via een omweg nog gratie verlenen.
,,Het zou een gotspe zijn als hij dat doet, maar alles is mogelijk,’’ zegt strafpleiter Gerard Spong tegen radiozender ABC. ,,Dit is een bijzondere dag voor Suriname. Ik ben buitengewoon verheugd. Dit vonnis bewijst dat Suriname een rechtsstaat is en beschikt over moedige rechters. Dat kan alleen maar gevierd worden.’’
Niet verrast
Hugo Essed, advocaat van de nabestaanden, is niet verrast door het vonnis. Hij had niet anders verwacht dan dat de krijgsraad de eis van 20 jaar cel van het Openbaar Ministerie zou overnemen.
Essed is goed te spreken over de uitgebreide motivatie die de president van de krijgsraad, Cynthia Valstein-Montnor, gaf in de toelichting op het vonnis tegen Bouterse. Zo is ze uitgebreid ingegaan op de vele getuigenverklaringen en processen-verbaal die in de afgelopen jaren zijn verzameld.
,,Dit vonnis staat als een huis en kan een hoger beroep wel overleven’’, zegt Essed. ,,De president heeft heel duidelijk aangetoond dat Bouterse die dagen in Fort Zeelandia verbleef op het moment dat vijftien mensen om het leven werden gebracht.’’
Irvin Kanhai, advocaat van Bouterse, heeft aangekondigd in hoger beroep te gaan. Volgens Kanhai heeft de rechter essentiële getuigenverklaringen bewust niet gebruikt.
De woordvoerder van Bouterse heeft op de Surinaamse staatsradio burgers opgeroepen rustig te blijven. Hij liep nog voor het vonnis vooruit op een eventuele veroordeling van de president. ,,De uitspraak is weer een poging van Nederland om de politicus Desi Bouterse te isoleren. Ik weet niet eens of er wel bewijzen zijn tegen Bouterse over die Decembermoorden.’’
Doodvonnis
Bouterse heeft altijd ontkend dat hij bij de executies aanwezig was. Wel bood hij in 2007 zijn excuses aan voor de Decembermoorden, omdat hij destijds politiek verantwoordelijk was.
Toch hebben verschillende getuigen verklaard dat Bouterse op het moment van de executies aanwezig was in Fort Zeelandia. Alle slachtoffers zouden daar in zijn werkkamer één voor één aan hem zijn voorgeleid, waarna hij persoonlijk hun doodvonnis velde.
De rechters gingen uitgebreid in op de getuigenverklaringen. Cruciaal was de verklaring van vakbondsleider Fred Derby. Hij is die nacht ook gearresteerd en naar Fort Zeelandia overgebracht, maar werd om onduidelijke reden vrijgelaten.
Derby overleed in 2001 maar hij liet wel een getuigenis achter over de gebeurtenissen. Hij verklaarde dat Bouterse ‘beheerst en koelbloedig’ de beslissingen nam en dat van tevoren was afgesproken dat de slachtoffers zouden worden ‘afgemaakt’.
Eerder vandaag sprak de Krijgsraad ex-militair Etienne Boerenveen vrij. Hij geldt na Bouterse als een van de belangrijkste verdachten. Volgens getuigen zou de bataljonscommandant destijds slachtoffer Soerendre Rambocus hebben overgebracht naar Fort Zeelandia, waar die kort daarna werd vermoord. Rambocus zat vast vanwege een mislukte tegencoup in maart 1982. De Krijgsraad vindt dat er onvoldoende bewijs is tegen Boerenveen. Het OM had 20 jaar cel geëist.
De rechters spraken ook Jimmy Stolk vrij. Dat is conform de eis van het OM. De zaak van Arthy Gorré werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij inmiddels is overleden.
Meesterzet
Romeo Hoost, voorzitter van het Comité Herdenking Slachtoffers, zei eerder blij te zijn dat de rechters vandaag vonnis wijzen. Hij is de neef van de vermoorde advocaat Eddy Hoost. ,,Ik ben met stomheid geslagen. Het is een meesterzet van de Krijgsraad om ze naar de rechtbank te lokken alsof er nog niks aan de hand is. De uitspraak van Boerenveen is jammer. Dan begin ik wel te twijfelen aan de afloop. Maar hij is minder belangrijk. Voor mij gaat het vooral om Bouterse.’’
De veroordeling van de Surinaamse president Desi Bouterse ‘dient te worden gerespecteerd’, aldus minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken in reactie op het vonnis.
In een gezamenlijke verklaring van zes diplomatieke vertegenwoordigingen in Suriname wordt eenzelfde oproep gedaan. ‘Het is cruciaal dat het slotvonnis in de zaak van de moord op vijftien burgers (…) wordt uitgevoerd.’ Het vonnis zal volgens de diplomaten van Nederland, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Groot-Brittannië en Verenigde Staten ‘zonder twijfel behulpzaam zijn om het land richting verzoening te brengen’. Ze noemen de ‘integriteit en onafhankelijkheid van de rechtspraak een steunpilaar van de Surinaamse samenleving’.
Strenge veiligheidsmaatregelen
Na ruim een jaar stilte zette de Krijgsraad vanochtend het 8 Decemberstrafproces voort. Dat gebeurde onder strenge veiligheidsmaatregelen. De straat waar de rechtbank is gevestigd is helemaal afgesloten. Vijf scholen in de directe omgeving zijn vandaag vanwege de zitting dicht gebleven.
Na een proces van bijna twintig jaar snakten de nabestaanden naar een vonnis. De Decembermoorden zijn het grootste trauma in de jonge geschiedenis van Suriname. Het proces hangt als een zwaard van Damocles boven het land. Negentien jaar geleden werd het strafrechtelijk onderzoek gestart. Vandaag is het – op één dag na- precies 12 jaar na de start van de strafzaak tegen 25 verdachten.
Klap op klap
Voor nabestaanden waren het tropenjaren, waarin ze klap op klap kregen maar de rug recht hielden in hun strijd om gerechtigheid. ,,Velen van ons hebben inmiddels grijze haren gekregen en sommige ouders, broers en zussen zijn heengegaan’’, zegt Oemrawsingh. ,,De emoties liepen soms hoog op. Mensen maakten hun ongenoegen duidelijk of kregen een woede-uitbarsting. Sommigen stormden de rechtszaal uit of gooiden hun telefoon kapot.’’
Oemrawsingh ergerde zich aan het ‘selectieve geheugenverlies’ van de verdachten. ,,Zij zijn vader van een gezin. Zij kunnen hun kinderen geborgenheid en warmte geven. Dat hebben ze de slachtoffers ontnomen. Het is zo onrechtvaardig.’’
De ogen zijn vooral gericht op hoofdverdachte Bouterse. Bij het gerechtelijk vooronderzoek is hij wel bij de rechter-commissaris geweest, maar hij verscheen nimmer bij een zitting in de rechtbank.
Schoolboek verboden
Waar zijn advocaat elke juridische mogelijkheid aangreep om de rechtszaak de grond in te boren, daar gebruikte Bouterse zijn staatsmacht om onder vervolging uit te komen. Het proces lag vier jaar stil na de invoering van een Amnestiewet. Bouterse verbood ook een schoolboek waarin kritische passages stonden over de Decembermoorden, met een foto van een protestbord met daarop: ‘Bouterse is een moordenaar’. EINDE BERICHT
In Suriname is president Desi Bouterse veroordeeld tot twintig jaar cel vanwege zijn aandeel in de Decembermoorden. Betekent zijn veroordeling dat hij daadwerkelijk de cel in gaat?
“Nee, die kans is heel erg klein”, zegt correspondent Harmen Boerboom. “Er is geen gevangenneming gelast. Dat is op zich niet zo verwonderlijk, omdat hij gedurende de hele rechtszaak ook nooit heeft vastgezeten.”
Bouterses advocaat heeft al aangekondigd in beroep te gaan tegen het vonnis. Als hij dan weer wordt veroordeeld, moet hij volgens Boerboom wel de gevangenis in.
Recht op gratie
Volgens advocaat Geert-Jan Knoops hangt van de Grondwet af of die straf ook uitgevoerd kan worden.
In Artikel 109 van de Grondwet staat dat de president het recht heeft om gratie te krijgen als hij door een rechter wordt veroordeeld. Hij oefent dit recht uit na advies te hebben ingewonnen van de rechter, die het vonnis heeft uitgesproken.
Dat zou dus kunnen betekenen dat Bouterse, zolang hij president is, de veroordeling door de rechter niet hoeft te ondergaan. Maar daar moet de rechter dan wel in meegaan.
Noodtoestand
Na een veroordeling in hoger beroep zijn er nog verschillende manieren waarop Bouterse onder gevangenisstraf uit kan komen.
Zo zou hij zijn straf kunnen ontlopen door de noodtoestand uit te roepen in Suriname. Hij zou ook tijdelijk kunnen terugtreden als president, zodat vicepresident Ashwin Adhin hem als waarnemend staatshoofd gratie kan verlenen.
Aftreden
Bouterse is op dit moment in China voor een staatsbezoek. Volgens correspondent Harmen Boerboom keert hij dit weekend terug, maar mogelijk bezoekt hij eerst nog Cuba.
Universitair docent Internationaal Recht Marieke de Hoon zegt tegen Nieuwsuur dat het haar onwaarschijnlijk lijkt dat Bouterse überhaupt terugkeert. “De hele reden dat hij nu in China is kan geen toeval zijn. Hij heeft gezorgd dat hij nu niet in het land is. Teruggaan naar Suriname lijkt mij voor hem een groot risico. Hij komt alleen terug als hem een vorm van gratie wordt verleend.”
De advocaat van de nabestaanden vindt dat de president moet aftreden, “want een veroordeelde president, dat kan niet”. Maar volgens correspondent Boerboom heeft Bouterses woordvoerder al gezegd dat van het aftreden van de president op dit moment geen enkele sprake is.
De Surinaamse president Bouterse is door de krijgsraad in Paramaribo veroordeeld tot twintig jaar cel voor zijn rol in de Decembermoorden in 1982. Dat is conform de eis van de openbaar aanklager. De oud-legerleider is niet in het land, hij is op staatsbezoek in China. De krijgsraad heeft geen onmiddellijke gevangenneming gelast.
Bouterse’s advocaat heeft aangekondigd dat zijn cliënt beroep aantekent tegen de uitspraak.
Volgens de krijgsraad zijn opzet en voorbedachte raad voldoende bewezen. Het vonnis over Bouterse telt 120 pagina’s. “Verdachte Bouterse bepaalde het beleid. Hij was de machtigste man binnen het leger en toonde dat door Derby weg te sturen.” Daarmee doelt de krijgsraad op het wegsturen van Fred Derby, een vakbondsleider die als enige het drama kon navertellen.
De rechter in Suriname begon eerder vanmiddag onverwacht aan het voorlezen van de vonnissen. Oud-bataljonscommandant Etienne Boerenveen kreeg vrijspraak wegens gebrek aan bewijs. De aanklager wilde dat ook hij twintig jaar de cel inging.
Ook de verdachte oud-militair Jimmy Stolk is vrijgesproken en de aanklager is in de zaak tegen Arthy Gorré niet-ontvankelijk verklaard. Gorré, tegen wie twintig jaar was geëist, overleed vorig jaar. Gorré en Boerenveen hebben altijd ontkend dat ze tijdens de moorden aanwezig waren op de plaats delict, Fort Zeelandia in Paramaribo.
Bouterse ontkent betrokkenheid
In het megaproces, dat loopt sinds 2007, stond Bouterse met 24 medeverdachten terecht voor betrokkenheid bij het martelen en vermoorden van vijftien politieke tegenstanders in december 1982. Bouterse en zijn advocaat spraken eerder van een oneerlijk, politiek proces dat wordt aangestuurd door Nederland. De president heeft zijn persoonlijke betrokkenheid bij de Decembermoorden altijd ontkend.
De openbaar aanklager had in juni 2017 twintig jaar celstraf geëist tegen Bouterse. Voor de aanklager stond het vast dat de toenmalige legerleider nauw betrokken was bij de dood van de slachtoffers.
Proces van lange adem
De rechtsgang liep jaren vertraging op doordat het Bouterse in 2012 lukte om een amnestiewet door het parlement te krijgen. Pas in 2016 stelde de krijgsraad de wet buiten werking, omdat die ingreep in een lopend proces.
De veroordeling van president Desi Bouterse, ex-dictator en legerbevelhebber, tot 20 jaar gevangenisstraf voor de Decembermoorden, waarbij 15 tegenstanders van zijn militaire regime zonder vorm van proces werden geëxecuteerd, is een groot compliment voor de Surinaamse rechterlijke macht. Want het komt maar zelden voor, dat een president tijdens zijn ambtsperiode wordt veroordeeld voor misdaden op dit niveau.
Ook is die veroordeling een grote overwinning voor de rechtsstaat in Suriname, die een ernstige knauw heeft gekregen door de straffeloosheid, op het hoogste niveau, van deze ernstige misdaden.
Een terugblik in de recente geschiedenis, want Desi Bouterse heeft meer misdrijven op zijn kerfstok, zoals arrestaties op vage gronden, slechte detentieomstandigheden en mishandelingen van politici uit “de oude politiek” die vóór de militaire coup aan de macht waren. Arrestaties op vage gronden en slechte detentieomstandigheden van “dissidente” militairen, militairen met wie Bouterse c.s. politieke meningsverschillen had. De standrechtelijke executie van sergeant-majoor Hawker na een poging tot een tegencoup in maart 1982, geëxecuteerd, gewond op zijn brancard op televisiebeelden getoond. De massaslachting onder bewoners van het dorp Moiwana tijdens de Binnenlandse Oorlog (1986-1992) tussen Bouterse en voormalig lijfwacht Ronnie Brunswijk, waarbij tenminste 50 mensen werden gedood. En uiteraard de Decembermoorden, waarvoor hij nu is veroordeeld.
Of Bouterse ook daadwerkelijk de gevangenis ingaat, weten we nu natuurlijk nog niet, maar die veroordeling is een belangrijk signaal tot herstel van de democratische rechtsstaat in Suriname.
Astrid Essed
EINDE INGEZONDEN STUK ASTRID ESSED
NOS
VONNIS BOUTERSE: VROUWE JUSTITIA KOMT NU WEER RECHT OVEREIND
Nabestaanden en vertegenwoordigers van slachtoffers van de Decembermoorden op 8 december 1982 reageren verheugd op de veroordeling van de Surinaamse president Desi Bouterse. De krijgsraad in Suriname legde hem twintig jaar celstraf op voor zijn rol in de Decembermoorden, de straf die de openbaar aanklager twee jaar geleden ook eiste.
“We zijn bijzonder tevreden”, zegt nabestaande en vertegenwoordiger van de nabestaanden Sunil Oemrawsingh op de lokale radio. “Wat de samenleving al decennia wist, staat nu ook juridisch vast. We zijn niet alleen blij om het vonnis, maar ook om het haarfijn motiveren daarvan. Onze eerste gedachten gaan naar de weduwen, moeders en familieleden.”
De uitspraak bezorgt Oemrawsingh een “goed gevoel”. “Een heel sterk gevoel van rechtvaardigheid. Maar nog niet voldaan. We verwachten dat de hoofdverdachte binnen veertien dagen in beroep gaat. Elke verdachte die veroordeeld is, moet de straf uitzitten.”
Bouterse’s advocaat Irvan Kanhai kondigde kort na de uitspraak inderdaad een hoger beroep aan. “Ik heb nu nog twee rechtsmiddelen: verzet en beroep. Ik ga ze allebei gebruiken.” Volgens hem zijn er opzettelijk getuigenverklaringen genegeerd.
Advocaat Hugo Essed, die nabestaanden van de Decembermoorden bijstaat, reageerde bij Apintie Radio. De uitspraak getuigt volgens hem van het herstel van de Surinaamse rechtsstaat.
“Met dit vonnis is gebleken dat de Vrouwe Justitia van Suriname, die in 1982 op een wrede wijze van haar sokkel is geslagen, weer aan het opstaan is. We zijn ervan overtuigd dat dit vonnis ertoe zal bijdragen dat Vrouwe Justitia weer recht overeind komt te staan.”
Spong: levendige rechtsstaat
Advocaat Gerard Spong houdt zich al bijna twintig jaar bezig met het proces. Hij is “zeer verheugd” over de uitspraak. “En ik ben trots op Suriname en met name op de moedige Surinaamse rechters, die dit hebben gedaan”, zegt hij. “U moet zich even voorstellen dat de rechters recht hebben gesproken onder zeer intimiderende omstandigheden. Ze hebben zich niet van de wijs laten brengen, noch door de talrijke juridische acties van Bouterse en zijn raadsman, de amnestiewetgeving. Ze hebben alles geprobeerd om onder dat vonnis uit te komen.”
Of Bouterse ook echt achter de tralies komt, is voor Spong afwachten. “Die kans is natuurlijk met een vonnis van 20 jaar cel voor hem aanmerkelijk dichterbij gekomen dan voorheen. Ik twijfel er niet aan dat hij ook in hoger beroep veroordeeld wordt. Maar de vraag is wel, hoe dan verder. Bouterse is ook de jongste niet meer.”
Correspondent Harmen Boerboom vindt het niet vreemd dat er nu nog geen gevangenneming gelast is. “Dat is op zich niet zo verwonderlijk, want Bouterse heeft gedurende de rechtszaak nooit vastgezeten.” Een eventuele arrestatie wordt pas na het hoger beroep verwacht, aldus de correspondent.
Suriname: rust bewaren
De Surinaamse regering roept in een verklaring op tot rust. “De democratie blijft immers hoog in het vaandel”, aldus de overheid. De regering zegt “kennis te hebben genomen van de voortgang van het proces”.
In een gezamenlijke reactie zeggen Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Nederland, Spanje en de Verenigde Staten dat ze waardering hebben voor de moeilijke omstandigheden waaronder de Surinaamse rechtbank heeft moeten werken. De landen zeggen dat de uitspraak moet worden gerespecteerd.
Wie waren de slachtoffers van de Decembermoorden?
De slachtoffers waren allemaal vooraanstaande Surinamers die openlijk kritiek hadden op of verzet pleegden tegen het regime van Bouterse.
John Baboeram (36), advocaat
Bram Behr (31), journalist
Cyrill Daal (46), vakbondsleider
Kenneth Gonçalves (42), advocaat en deken van de Surinaamse Orde van Advocaten
Eddy Hoost (48), advocaat en politicus
André Kamperveen (58), journalist en oud-voetballer
Gerard Leckie (39), psycholoog en docent
Sugrim Oemrawsingh (42), wis- en natuurkundige
Lesley Rahman (28), journalist
Surendre Rambocus (29), luitenant
Harold Riedewald (49), advocaat
Jiwansingh Sheombar (25), militair
Jozef Slagveer (42), journalist en directeur van persbureau
Robby Sohansingh (37), zakenman
Frank Wijngaarde (43), journalist
Naast de bovengenoemde slachtoffers, werd ook vakbondsleider Fred Derby gevangengenomen. Hij wist als enige aan de executie te ontsnappen. Zijn verklaring is door de krijgsraad als erg belastend beoordeeld. Derby overleed in 2001 plotseling op 61-jarige leeftijd.
[50]
”Advocaat Gerard Spong houdt zich al bijna twintig jaar bezig met het proces. Hij is “zeer verheugd” over de uitspraak. “En ik ben trots op Suriname en met name op de moedige Surinaamse rechters, die dit hebben gedaan”, zegt hij. “U moet zich even voorstellen dat de rechters recht hebben gesproken onder zeer intimiderende omstandigheden. Ze hebben zich niet van de wijs laten brengen, noch door de talrijke juridische acties van Bouterse en zijn raadsman, de amnestiewetgeving. Ze hebben alles geprobeerd om onder dat vonnis uit te komen.”
NOS
VONNIS BOUTERSE: VROUWE JUSTITIA KOMT NU WEER RECHT OVEREIND
Het is beladen en historisch: de Surinaamse president Desi Bouterse zal vandaag voor het eerst voor de Krijgsraad verschijnen. De rechtbank veroordeelde de president eerder tot 20 jaar cel voor zijn aandeel in de Decembermoorden van 1982.
Bouterse heeft besloten de veroordeling aan te vechten en in hoger beroep te gaan. Dat betekent dat hij aanwezig moet zijn bij de eerste zitting, een voorwaarde in Suriname.
Vrij plotseling
Het duurde jarenlang voordat de Krijgsraad tot een uitspraak kwam. De zaak, die in 2007 begon, werd meerdere keren vertraagd. Tot er eind november vorig jaar, vrij plotseling een vonnis kwam. Bouterse werd veroordeeld tot 20 jaar cel voor het medeplegen van de Decembermoorden, waarbij 15 prominente politieke tegenstanders werden gemarteld en vermoord.
Al die jaren verscheen Bouterse nog nooit voor de Krijgsraad. Daar komt vanaf 13.00 uur Nederlandse tijd nu verandering in. Als het staatshoofd niet verschijnt, dan blijft het vonnis staan. Hoger beroep is dan niet meer mogelijk.
Aanhangers
In de aanloop naar het proces zijn aanhangers van Bouterse opgeroepen om massaal bij de rechtbank aanwezig te zijn. “Kom mee en ondersteun uw president”, is de oproep van de NPD, de partij van Bouterse. Zo worden er zelfs speciale bussen ingezet.
Na de eerste zitting zal Bouterse zijn aanhangers toespreken. Of er ook nabestaanden bij de rechtbank zullen zijn, is onduidelijk.
Tranen bij nabestaanden, direct na het vonnis.
Gratie
Mocht Bouterse plotseling besluiten om vandaag toch niet bij de Krijgsraad aanwezig te zijn, dan zou Bouterse zichzelf nog gratie kunnen verlenen. Dat is dan nog zijn enige mogelijkheid om een celstraf te ontlopen.
Direct na het vonnis zei de advocaat van Bouterse dat hij allebei de rechtsmiddelen, hoger beroep en gratie, zal gebruiken. Dat gaat in overleg met de rechters die het vonnis hebben uitgesproken.
Verkiezingen
“Hoger beroep lijkt aantrekkelijker voor Bouterse, omdat gratie mogelijk kan worden teruggedraaid door de volgende regering”, vertelt correspondent Sandra Korstjens.
Volgend jaar zijn er verkiezingen in Suriname, en Bouterse zal er alles aan doen om die opnieuw te winnen. Met zijn aangekondigde toespraak, en de vraag aan zijn aanhangers om massaal steun te betuigen, lijkt de campagne begonnen.
EINDE BERICHT
[52]
”Bouterse zei in de partijbijeenkomst dat het land onder de huidige regering vijftig jaar wordt teruggeworpen in de tijd en dat “dit soort dingen alleen met wapens weggehaald kunnen worden”. Hij insinueerde verder dat er hier een taak voor jongeren lag.”
De Surinaamse president Chan Santokhi heeft het OM in zijn land gevraagd uitspraken van oud-president Desi Bouterse te onderzoeken. Dat melden Surinaamse media.
Het zou gaan om uitspraken die Bouterse maandag deed op een partijbijeenkomst van zijn Nationale Democratische Partij (NDP), op dezelfde dag dat hij zich voor het eerst inhoudelijk had uitgelaten in het proces over de Decembermoorden.
Bouterse zei in de partijbijeenkomst dat het land onder de huidige regering vijftig jaar wordt teruggeworpen in de tijd en dat “dit soort dingen alleen met wapens weggehaald kunnen worden”. Hij insinueerde verder dat er hier een taak voor jongeren lag.
‘Opruiend en polariserend taalgebruik’
Na de uitspraken van Bouterse veroordeelde de coalitie van president Santokhi dinsdag al de uitlatingen via een persbericht.
“Dergelijk taalgebruik is niet alleen opruiend, maar ook contraproductief en polariserend. Dit soort onverantwoordelijke gedrag kan worden geïnterpreteerd als een overtreding van de wet”, schreven de regeringspartijen.
Inmiddels zou Santokhi dus ook een onderzoeksverzoek hebben ingediend bij procureur-generaal Roy Baidjnath Panday. Dagblad Suriname meldt dat die de politie inmiddels heeft gevraagd ernaar te kijken.
EINDE BERICHT
Reacties uitgeschakeld voor Noten 47 t/m 52/38 Jaar Decembermoorden/Vergeet ze nooit!
25 februari 1980: Staatsgreep door zestien onderofficieren. Desi Delano Bouterse komt naar voren als nieuwe sterke man.
8 december 1982: Decembermoorden. Zestien tegenstanders van het bewind worden opgepakt en op één na gexecuteerd in Fort Zeelandia. Vakbondsman Fred Derby is de enige overlevende. Nederland schort de ontwikkelingshulp op.
25 november 1987: Verkiezingen, de eerste sinds de staatsgreep. Het Nieuw Front, een bundeling van oude partijen, is de grote winnaar.
24 december 1990: De telefooncoup. De nog altijd machtige militairen sturen Shankars regering naar huis, en benoemen een interim-regering onder leiding van premier Jules Wijdenbosch.
24 mei 1991: Verkiezingen, gewonnen door het Nieuw Front. Vorming van de eerste regering Venetiaan.
18 juni 1992: Suriname en Nederland sluiten het Raamverdrag voor economische, sociale en juridische samenwerking.
December 1992: Paramaribo keurt Structureel Aanpassings Programma goed, er is veel verzet en sociale onrust vanwege de saneringsmaatregelen van de economie.
8 december 1992: Voor het eerst worden in Paramaribo de Decembermoorden herdacht.
Mei 1993: Bouterse vervangen als legerleider, wat leidt tot grote spanningen. Arthy Gorré is Bouterse’s opvolger.
Mei 1994: De Haagse justitie opent een gerechtelijk vooronderzoek tegen Bouterse, in verband met cocaïnesmokkel tussen Suriname en Nederland.
23 mei 1996: Ondanks zware economische crisis behoudt Nieuw Front meerderheid in parlement. De NDP van Desi Bouterse weet het Front open te breken, wat in september leidt tot de benoeming van Jules Wijdenbosch tot president.
Augustus 1996: Nederland vraagt Interpol om internationaal opsporingsbevel wegens drugssmokkel tegen Bouterse. Betrekkingen met Suriname bekoelen drastisch.
25 oktober 1997: In Paramaribo worden ongeveer twintig burgers en militairen opgepakt omdat ze een coup tegen de regering zouden hebben beraamd, en Bouterse zouden willen vermoorden. Analisten zien er een afrekening van het regime met rivalen in.
13 november 1997: Suriname weigert minister van ontwikkelingssamenwerking Pronk toegang tot het land.
Mei 2000: Nieuw Front wint verkiezingen. Tweede regering Venetiaan, die in augustus als president wordt beëdigd.
Oktober 2000: Herstel ontwikkelingsrelatie met Nederland. De ministers Herfkens en Van Aartsen, bezoeken Paramaribo.
Beroepsquerulant Sandew Hira heeft mij op zijn persconferentie (17-10-2015) ervan beschuldigd Bram Behr, samen met anderen, middels een ‘coup’ te hebben afgezet als leider van de beweging rond het linkse weekblad Mokro. Ik zou met de ‘rechtse’ oppositie hebben geheuld. Behr zou daarom een nieuwe ‘linkse’ partij willen oprichten. Hira: ‘Maar voordat hij een nieuwe partij kon oprichten om zich te kunnen onderscheiden van de groep van Does (mijn familienaam. TP ) werd hij gearresteerd en vermoord door militairen die hem in het rechtse kamp plaatsen terwijl die lijn niet door hem maar door Does werd gepropageerd in Mokro. Deze getuigenis laat de tragiek zien van Bram Behr maar ook de noodzaak dat anderen zoals Does hun getuigenis afleggen zodat een compleet beeld ontstaat met verschillende visies op dezelfde gebeurtenissen.’ Hira baseerde zijn lasterlijke speculatie op een volstrekt leugenachtige ‘getuigenis’, die hij niet onderwierp aan de onderzoeksnorm van hoor en wederhoor. Dat was geen uiting van nalatigheid, maar van de vooringenomenheid jegens alle critici van het quasi-getuigenis Brokobaka project, dat deel uitmaakt van de campagne het 8 december strafproces definitief stop te zetten.
Macabere verdeel-en-heers tactiek De macabere verdeel-en-heers tactiek tegen de gezamenlijke nagedachtenis van de slachtoffers van de decembermoorden is niet nieuw. Het was Desi Bouterse zelf die suggereerde dat Bram Behr en Lesley Rahman ‘er niet bij hoorden’, alsof ze daarmee weer tot leven kwamen. Bouterse formuleerde zijn onverdraagzame, dichotome (zwart-wit) denken in zijn rechtvaardiging van de decembermoorden, het was ‘zij of wij’. De moord op de twee linkse journalisten had het ideologisch opgesmukte vijanddenken van de dictatuur, de dichotomieën van ‘links-rechts’, ‘revolutionair-contra-revolutionair’ en ‘koloniaal-antikoloniaal’ beslissend ontmaskerd. Niet of men rechts, contrarevolutionair of anti-koloniaal was, vormde de drijfveer van de dictatoriale moordzucht, maar de aanmatiging te kunnen bepalen wie wel en wie niet mag leven, wie wel en wie geen menswaardig bestaan zou leiden. Het willekeurig vermoorden van mensen kan niet worden gerechtvaardigd door de politieke opvattingen van de slachtoffers. In politieke overtuigingen van burgers een reden zien voor het schenden van hun recht op leven is de denkwijze die leidt tot politicide.
Een vermoorde vrijheidsstrijder Dat Hira met zijn ongefundeerde beschuldigingen mij tracht te discrediteren is voorzienbare rancune tegen de boodschapper. Ik heb het schaamteloze bedrog van zijn sentimentele media-briefwisseling met de president-hoofdverdachte voor een groot publiek ontmaskerd. Kwalijker vind ik Hira’s lasterlijke aanval op de politiek-morele en journalistieke nalatenschap van Bram Behr: Bram’s strijd mét Mokro tegen de militaire dictatuur, voor vrijheid, democratie en sociale emancipatie.
De laatste bijeenkomst met Bram Op 7 december 1982, de avond voor zijn ontvoering hadden wij, journalisten en activisten van Mokro, de laatste bijeenkomst met Bram. Hij vertrok na de scholingsbijeenkomst, in ons Revolutionair Vormingscentrum aan de Zwartenhovenbrugstraat, op zijn brommer. Er lag geen spoor van verdeeldheid tussen ons, de eenheid was hechter dan ooit. Dat Bram een andere partij wilde oprichten is volledig uit de duim gezogen. Ook mijn ‘coup’ tegen Bram is klinkklare onzin. Toen ik in het voorjaar van 1982 definitief terugkeerde naar Suriname vroeg Bram mij, al in de auto op weg van Zanderij naar Paramaribo, de leiding van krant en beweging op mij te nemen. Wij deelden de afkeer tegen persoonlijk machtsstreven, we waren onverbeterlijke egalitaristen, en lieten elkaar maar al te graag voorgaan. Bram zei dat hij het gezicht van Mokro zou blijven, want hij was al bekend bij de machthebber. Ik moest voor het repressieve regime onbekend blijven, om de continuïteit van de strijd te waarborgen. Hij had een voorzienige blik.
Indrukwekkende moed Op 7 april 1982, ik was amper in functie als hoofdverantwoordelijke, werd Bram slachtoffer van willekeurige arrestatie door de Militaire Politie. Aan mij de taak, met de technieken van de clandestiniteit, de campagne voor zijn vrijlating te organiseren. Bram kwam toen vrij. Na zijn derde arrestatie door de dictatuur, in de nacht van 7 op 8 december 1982, werd hij evenals zijn veertien lotgenoten gemarteld en vermoord. Maar ook onder dooddreiging demonstreerde hij zijn indrukwekkende moed en getuigde hij van zijn weerzin tegen de dictatuur. Ooggetuige Roy Horb zou later vertellen dat Bram het moordenaarstribunaaltje in het Fort Zeelandia, onder leiding van Bouterse, fel aanklaagde: ‘Dit is fascisme, moord, ik ben gemarteld en heb niets gedaan!’.
Mijn getuigenis Hira daagde mij uit ‘getuigenis af te leggen’. Hij is slecht geïnformeerd. Ik heb al en echt getuigd. Op 2 december 2009 heb ik voor de Krijgsraad te Boxel, in het 8 Decemberstrafproces, getuigd tegen hoofdverdachte Desi Bouterse en verdachte Marcel Zeeuw. Mijn getuigenis tegen de ter zitting aanwezige Zeeuw, richtte zich tegen zijn bedreigen van mijn collega-publicist en vriend Bram Behr en zijn betrokkenheid bij de ontvoering van Bram in de nacht van 7 op 8 december 1982. Mijn getuigenis tegen Bouterse, die het niet had aangedurfd ter zitting te verschijnen, ontmaskerde de laster tegen de slachtoffers als zouden zij een coup willen plegen. Ik onthulde gedocumenteerd de valsheid van de alibi van de hoofdverdachte, en maakte zijn aanwezigheid in Fort Zeelandia ten tijde van de moorden en zijn directe betrokkenheid bij de moorden, nog aannemelijker. Mijn ruim drie uren durende getuigenis werd een aanklacht tegen de militaire dictatuur. Ook schriftelijk legde ik getuigenis af. Mijn verzamelbundel De schreeuw van Bastion Veere, om de rechtsorde in Suriname (Uitgeverij Van Gennep), dat in hetzelfde jaar was verschenen, overhandigde ik als deel van mijn getuigenis aan de president van de Krijgsraad, mr. Cynthia Valstein-Montnor.
Misdrijven tegen de menselijkheid De kern van mijn getuigenis tegen de decembermisdrijven (laster, ontvoeringen, brandstichtingen, folteringen, moorden) was dat de folteringen en moorden kwalificeerden als internationale misdrijven, als misdrijven tegen de menselijkheid. Zij behoorden naar het internationaal strafrecht tot de ernstigste misdrijven, systematisch gepleegd met misbruik van het staatsapparaat in het kader van de discriminatoire vervolging en ontrechting van burgers. Negationisten, zij die de misdrijven willen bagatelliseren of verdunnen, proberen met rekenkundige trucjes het publiek wijs te maken dat vijftien slachtoffers niet zoveel waren. Maar de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) liet in haar Report on the Situation of Human Rights in Suriname (1983) over de grootschalige impact van de decembermisdrijven geen misverstand bestaan: ‘…zelfs in een land met een zeer grote populatie en vele belangrijke stedelijke centra, zou de plotselinge arrestatie en het vermoorden van vijftien vooraanstaande burgers – de voorzitter van de belangrijkste vakbondsfederatie, de Deken van de nationale Orde van Advocaten, de eigenaar van een leidend radiostation, de decaan van de economische faculteit van de nationale universiteit en andere mensen van nationale statuur de hele natie schokken en diepgaande consequenties hebben voor haar politieke en maatschappelijke leven.’ Met mijn overtuiging dat de decembermoorden misdrijven tegen de menselijkheid zijn, verkeer ik in goed gezelschap. Mr.dr. John Dugard is een internationaal gerenommeerd hoogleraar Internationaal Recht. Hij was een vooraanstaand criticus van de Apartheid, een architect van de nieuwe democratische grondwet van Zuid Afrika en wordt als een ‘vader van de mensenrechten in Zuid Afrika’ beschouwd. In 2000 schreef hij, op verzoek van het Gerechtshof Amsterdam als Amicus Curiae (speciaal deskundige) een gedocumenteerd rapport over de vraag of de folteringen en moorden van 8 december 1982 kwalificeerden als misdrijven tegen de menselijkheid. Zijn antwoord, in de terughoudende stijl van de adviseur geschreven, liet er geen misverstand over bestaan: ‘De folteringen en moorden in Paramaribo in 1982 lijken te vallen binnen de definitie van misdrijven tegen de menselijkheid. Ze werden gepleegd door militaire autoriteiten in Suriname (staatsactoren) tegen een groep burgers die tot doelwit werden, niet vanwege hun individuele eigenschappen maar vanwege hun status als leiders van de Surinaamse intellectuele elite. Bovendien, zij werden gepleegd op een systematische manier als onderdeel van een georganiseerd plan, met gebruikmaking van publieke middelen, gericht op vernietiging van potentiële opponenten van de militaire autoriteiten’. Dugard wees er bovendien op dat ernstige schendingen van de mensenrechten door het militaire regime zich ook voor en na december 1982 hadden voltrokken. Dat was een accurate observatie. De Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten van de OAS heeft de massaslachting te Moiwana (1986) als misdrijf tegen de menselijkheid gekwalificeerd.
Misdrijven tegen de menselijkheid worden als misdrijven tegen de hele volkerengemeenschap opgevat. Ze zijn dermate ernstig dat naar internationale norm noch amnestie nog verjaring moreel en strafrechtelijk toelaatbaar worden geacht. Ook in de amnestiewet van 1989 en de zelfamnestiewet van 2012 zijn misdrijven tegen de menselijkheid uitgesloten van amnestie. Dat de Krijgsraad in haar vonnis van 2012 – in lijn met de zelfamnestiewet – zonder poging tot onderbouwing – concludeerde dat de decembermoorden niet kwalificeerden als misdrijven tegen de menselijkheid, betekent niet dat de decembermoorden geen misdrijven tegen de menselijkheid waren. Het demonstreert slechts het ontbreken van argumenten tegen de passendheid van die delictomschrijving voor de decembermisdrijven.
De crypto-propagandist Hira richt zijn factfree aanvallen vooral op critici van de militaire dictatuur en voorvechters van berechting van ernstige schendingen van mensenrechten, in het bijzonder op de beweging van nabestaanden van de vijftien democratische voormannen die op 8 december 1982 werden vermoord. Daarnaast is hij selectief in zijn plastische beschrijvingen van oorlogsmisdaden in de Binnenlandse Oorlog. In gruwelijke details beschrijft hij wandaden van het Junglecommando, maar als het over de massaslachting van Moiwana gaat, roept hij evenals in geval van de decembermoorden, dat we ‘dat al weten’. Hira gedraagt zich als crypto-propagandist van Bouterse. Zijn beschamende kritiekloosheid jegens de regering Bouterse (2010 tot heden)als Starnieuws columnist is achteraf te lezen als een acquisitie. Het bleef niet zonder resultaat. Hij werd door de directeur Nationale Veiligheid, de gevreesde oud-commandant Melvin Linscheer, als ideologisch verwante nabestaande gerekruteerd voor de campagne tégen voortzetting van het 8 Decemberstrafproces. Hira’s quasi-onafhankelijke ‘waarheidsvinding’ werd en wordt ‘in natura’ gefinancierd door het regime van de president-hoofdverdachte. Dat de ‘Getuigenis’ van de hoofdverdachte moet plaatsvinden in diens privé-buitenverblijf te Brokobaka, met uitsluiting van onafhankelijke media en exclusief geregistreerd door de partijdige staatstelevisie, symboliseert de demagogische komedie. Om aan zijn bedenkelijke rol enige geloofwaardigheid te verschaffen heeft Hira zich als wetenschapper geafficheerd. In de wetenschappelijke wereld van vandaag denkt men bij wetenschapper aan een academicus die tenminste is gepromoveerd. Hira is niet alleen een ‘wetenschapper’ zonder proefschrift, hij is ook gespeend van de wetenschappelijke mores. Wetenschappers kenmerken zich door besef van de grenzen van hun vakgebied, kennis, ervaring en vaardigheden. Hira heeft noch de opleiding, noch de ervaring, noch de vaardigheden als het gaat om het onderzoeken van mensenrechtenschendingen, internationale misdrijven en het internationaal humanitair en strafrecht. Hij had een reis naar Zuid Afrika nodig om te ‘leren’ dat het partijdig en niet passend is om in het kader van waarheidsvinding maar één getuige de kans te geven zijn verhaal te doen. Hira mist de precisie van de researcher. Na ruim drie decennia beweert hij dat zijn broer, advocaat John Baboeram, ‘in de nacht van 8 op 9 december 1982 is opgepakt, gemarteld en vermoord’ (Starnieuws 3-8-2015). Dat Bouterse in zijn leugenachtige televisietoespraak van 9 december 1982 – ‘op de vlucht neergeschoten’- in het licht van zijn vals alibi, het idee de wereld in hielp dat de slachtoffers in de nacht van 8 op 9 waren gedood, is door de waarheidsvinding in het kader van het 8 december strafproces volledig onderuit gehaald. Alle slachtoffers zijn in de nacht van 7 op 8 december 1982 ontvoerd en op 8 december op Bastion Veere in het Fort Zeelandia zonder vorm van proces doodgeschoten.
Volgens de 16e ontvoerde van 8 december 1982, Fred Derby en andere ooggetuigen had Bouterse in de willekeurige liquidaties een leidende rol. Sterker nog, verdachte Ruben Rozendaal, lid van de Groep van 16 en toenmalig boezemvriend van Bouterse, heeft getuigd dat Bouterse persoonlijk Surendre Rambocus en Cyrill Daal heeft doodgeschoten. Die verklaring was in lijn met verklaringen van twee andere leden van de Groep van 16: Roy Horb en Paul Bhagwandas, ook aanwezig tijdens de moorden. Rozendaal heeft zich bij Hira aangemeld om ‘ook te getuigen’. Een onafhankelijk onderzoeker zou het aanbod van Rozendaal, als een geschenk uit de hemel, onmiddellijk met beide handen aangrijpen en Rozendaal’s verhaal direct naast die van Bouterse laten registreren en publiceren?! Maar Rozendaal’s geloofwaardige verhaal betekent roet in het eten van de Brokobaka Show. Van het ‘deelrapport’ (?!) dat provocatief en kwetsend juist op 8 december aan de paarse DNA-voorzitter door Hira ‘zal’ worden aangeboden, moest hoe dan ook de lezing van Rozendaal worden uitgesloten. Slechts aan Bouterse komt het (staats)mediapodium toe. Wie betaalt, bepaalt!
Getuigenis als farce Hira gebruikt in zijn Brokobaka project een begrip uit het strafrecht – getuigenis – bij het tegelijkertijd verwerpen van de strafrechtelijke waarborgen voor het waarheidsgetrouw afleggen van getuigenissen. Het strafrecht kent immers naast de notie van getuigenis, onafscheidelijk daarvan, ook de notie van meineed. Getuigen die niet de waarheid spreken bij de rechtbank, nadat zij de eed of de belofte hebben afgelegd om de waarheid en niets anders dan de waarheid te verklaren, maken zich schuldig aan meineed. Dat is een strafbaar feit. Als president Bouterse aan Hira, zoals te voorzien, te Brokobaka niet de waarheid vertelt, dan is Hira ‘teleurgesteld’, oh, oh, oh wat een sanctie! Als hoofdverdachte Bouterse voor de rechter onwaarheden verkondigd dan wordt hij strafrechtelijk gesanctioneerd voor meineed. Daarom slikte Bouterse in het gerechtelijk vooronderzoek voor de rechter-commissaris zijn onverdedigbare leugen van ‘op de vlucht neergeschoten’ volledig in. En daarom durfde hij niet onder het oog van de onafhankelijke media voor de Krijgsraad te verschijnen. Buiten de strenge strafrechtelijke toetsing om, kan iedereen maar wat roepen en elke roddel als ‘getuigenis’ versleten worden. Vanuit constitutioneel, strafrechtelijk en ethisch gezichtspunt is de Brokobaka ‘getuigenis’ van president Bouterse dan ook een farce.
Nationale verzoening Ook in zijn pose als verzoener is Hira ongeloofwaardig gebleken. Verzoeners kenmerken zich door openheid, meervoudig perspectief en het vermogen tot objectiviteit en non-discriminatoire empathie. Beroepsquerulant Hira ziet geen verschil tussen inhoud en persoon. Hij mist de sociaal-emotionele vaardigheden en eerlijkheid om in zo een delicaat vraagstuk als de collectieve verwerking van ernstige mensenrechtenschendingen, op te treden als man van verheldering, verbinding en hoop. Hij gedraagt zich, zoals Henry Behr het treffend zei, als een olifant in een porseleinkast en voegt daarmee toe aan het morele leed van nabestaanden. Slachtoffers en nabestaanden hebben geen baat bij ideologische kwakzalverij en splijtzwammerij onder de vlag van verzoening. Nationale verzoening, het herstel van vertrouwen na de pijnlijke schisma’s door ernstige mensenrechten schendingen, is noodzakelijk. Vertrouwen is onmisbaar voor het gezamenlijke aanpakken van de politieke, economische en maatschappelijke uitdagingen. Cruciaal in herstel van vertrouwen is genoegdoening jegens slachtoffers en hun families, de nabestaanden. Die genoegdoening vraagt om verschillende vormen: eerherstel voor de slachtoffers, berechting van de ernstige schendingen van de mensenrechten, zoals de OAS en Verenigde Naties hebben opgedragen, een onafhankelijke waarheidscommissie, terugtreden van daders uit het openbaar bestuur, openbare excuses, compensatie van de nabestaanden en het schragen van het morele geheugen zoals met het Mensenrechten Monument, het Moiwana ’86 Monument en het Nationaal Monument Bastion Veere – 8 december 1982. Echte wetenschappers en deskundigen op het gebied van transitional justice kunnen van grote waarde zijn in het helpen van Suriname het proces van nationale verzoening succesvol te voltooien. Opdat Suriname als morele gemeenschap volledig uit de schaduw van het dictatoriale verleden kan treden en daarmee eindelijk de in het volkslied bezongen dichtregel ‘Recht en waarheid maken vrij’ daadwerkelijk kan beleven.
Theo Para
EINDE ARTIKEL ”’Decembermoorden’ uit 1982 in Suriname kunnen naar internationaal volkenrecht worden gezien als een misdaad tegen de menselijkheid. Dat concludeert de Zuid-Afrikaanse hoogleraar volkenrecht prof. C. Dugard in een rapport dat hij heeft opgesteld voor het gerechtshof in Amsterdam.”NRCMOORDEN IN ’82 MISDAAD TEGEN DEMENSELIJKHEID12 JULI 2000http://retro.nrc.nl/W2/Lab/HAL15/000712a.htmlZIE BESLISSING GERECHTSHOF AMSTERDAM”5.1 Het hof verenigt zich met de opmerkingen en conclusies van de deskundige, hierop neerkomende dat de onderhavige feiten kunnen worden beschouwd als misdrijven tegen de menselijkheid/folteringen naar internationaal gewoonterecht, omdat zij zijn begaan op een systematische manier volgens een tevoren beraamd plan door de militaire autoriteiten, aan wie Verdachte leiding gaf, en gericht waren tegen een groep burgers, met het doel bekentenissen te verkrijgen of om leden van de burgerbevolking te intimideren of te dwingen.”…………”11 Beslissing
Het hof:
beveelt de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam [voornamen] Verdachte, geboren op[geboortedatum en -plaats], Suriname, te vervolgen wegens de feiten waarop de beklagen betrekking hebben, gepleegd op of omstreeks 8/9 december 1982 in Paramaribo, Suriname;
gelast de officier van justitie bij de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te Amsterdam
een vordering te doen strekkende tot instelling van een gerechtelijk vooronderzoek met betrekking tot genoemde feiten;
– stelt de tekst van deze beschikking algemeen verkrijgbaar.
Deze beschikking is gegeven door de vijfde meervoudige burgerlijke kamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. H.L.C. Hermans, J.H.M. Willems en M.W.E. Koopmann, bijgestaan door mr. M.R. Jöbsis als griffier, en uitgesproken in raadkamer op 20 november 2000.”
Beschikking van 20 november 2000 van de vijfde meervoudige kamer belast met de behandeling van burgerlijke zaken op het beklag met de rekestnummers R 97/163/12 Sv en R 97/176/12 Sv van
[Klager 1] en [Klager 2],
klagers,
raadsman: mr. J.S. Pen,
Keizersgracht 332,
1016 EZ Amsterdam.
1 De verdere behandeling van de klaagschriften
1.1 Het hof verwijst naar zijn beschikkingen in deze zaak van 30 september 1998, 3 maart 2000 en 26 april 2000. De tekst van deze beschikkingen, die in kopie hierbij zijn gevoegd, wordt geacht hier te zijn ingelast.
1.2 Het hof heeft in de beschikking van 3 maart 2000 aangegeven voorlichting nodig te achten van een deskundige op het gebied van het volkenrechtelijk gewoonterecht en elke verdere beslissing aangehouden.
1.3 Bij de beschikking van 26 april 2000 heeft het hof prof. C.J.R. Dugard, hoogleraar in het volkenrecht aan de Universiteit Leiden en Senior Council, Supreme Court of South-Africa, tot deskundige benoemd, verder te noemen: “de deskundige”.
1.4 De deskundige heeft op 7 juli 2000 een rapport over de vragen, zoals geformuleerd in de beschikking van 3 maart 2000, aan het hof doen toekomen.
Dit rapport is in kopie aan deze beschikking gehecht.
1.5 Op 19 september 2000 heeft het hof een raadkamerzitting gehouden waarin voornoemd rapport van de deskundige in diens aanwezigheid aan de orde werd gesteld.
1.6 Klagers zijn in raadkamer verschenen, bijgestaan door mr. J.S. Pen en mr. dr. D. van der Landen, beiden advocaat te Amsterdam. Zij hebben bij monde van mr. Pen volhard in het beklag.
1.7 Ook de advocaat-generaal was in raadkamer aanwezig. Hij heeft gepersisteerd bij zijn eerdere standpunt.
1.8 Verdachte is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. Zijn raadsman, mr. A. Moszkowicz, advocaat te Amsterdam, is wel in raadkamer verschenen.
Mr. Moszkowicz heeft aan de hand van nadien overgelegde pleitnotities primair gevraagd klagers niet ontvankelijk te verklaren en subsidiair gevraagd het beklag af te wijzen.
2 De omvang en strekking van de klachten
2.1 De raadsman van Verdachte heeft aangevoerd dat de klagers kennelijk slechts hebben willen klagen met betrekking tot de misdrijven die gepleegd zijn jegens hun respectieve verwanten en dat het rechtens niet mogelijk is dat de klachten zich mede uitstrekken tot feiten die betrekking hebben op andere slachtoffers.
2.2 Dienaangaande geldt het volgende. Weliswaar wordt de positie van klagers als belanghebbenden in de zin van art. 12 Sv. in dit geval bepaald door de verwantschap die zij met de desbetreffende slachtoffers van het gebeurde hebben, maar dat brengt geenszins mee dat de door hen verlangde vervolging van Verdachte niet mede op gedragingen ten opzichte van andere slachtoffers in dezelfde context betrekking zou kunnen hebben. Voor een zo beperkte uitleg van de klachten als bepleit door de raadsman van Verdachte geeft overigens noch de tekst daarvan, noch de daarop gegeven toelichting voldoende grond.
3 Opportuniteit van berechting door de Nederlandse rechter
3.1 In zijn beschikking van 3 maart 2000 heeft het hof vooropgesteld dat het instellen van een strafrechtelijk onderzoek ter zake van de op eigen grondgebied gepleegde strafbare feiten, die schendingen van mensenrechten opleverden, in beginsel een verplichting is die voor de Republiek Suriname voortvloeit uit het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij het land sedert 1977 partij is. Het hof sprak echter uit dat niet te verwachten viel dat Verdachte in Suriname op afzienbare termijn zou worden vervolgd en berecht ter zake van de feiten waarop het beklag betrekking heeft.
3.2 Inmiddels zijn in de pers recentelijk berichten verschenen die inhouden dat tegen Verdachte in verband met deze feiten in Suriname een gerechtelijk vooronderzoek is aangevangen. Dit roept de vraag op of een vervolging hier te lande nog opportuun moet worden geacht, zoals in het slot van de overweging 4.2 van de beschikking van 3 maart 2000 werd overwogen.
3.3. Omtrent het vermelde gerechtelijk vooronderzoek heeft het hof geen officiële mededeling bereikt en over de eventuele uitkomst daarvan kan geen voorspelling worden gedaan, zo min als zekerheid bestaat over de vraag of vervolgens besloten zal worden een strafzaak tegen Verdachte ter zitting van een rechterlijk college aanhangig te maken. Bij deze stand van zaken ziet het hof onvoldoende aanleiding af te wijken van zijn op 3 maart 2000 ter zake ingenomen standpunt over de opportuniteit van een vervolging hier te lande.
3.4 Die vervolging kan met bewilliging van het hof tenslotte nog worden gestaakt, indien ontwikkelingen in een eventueel Surinaams strafproces daartoe aanleiding zouden geven. Daarbij geldt dat een Surinaams gewijsde door de Nederlandse rechter in beginsel, dat wil zeggen buitengewone omstandigheden daargelaten, moet worden gerespecteerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 68, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Hetzelfde geldt voor een afdoening buiten het strafgeding, zij het dat het, gezien de bijzondere ernst van de feiten, niet goed voorstelbaar is dat daartoe zal worden overgegaan.
4 Geen immuniteit van Verdachte als staatshoofd
4.1 De raadsman van Verdachte heeft gesteld dat deze in verband met de onderhavige feiten niet kan worden vervolgd omdat deze toentertijd de positie van staatshoofd zou hebben bekleed.
4.2 Het hof kan in het midden laten of die onvoldoende gemotiveerde stelling omtrent de positie van Verdachte juist is.
Het plegen van zeer ernstige strafbare feiten als waarom het hier gaat, kan immers niet tot de officiële taken van een staatshoofd worden gerekend.
5 De strafbaarheid van de onderhavige feiten naar volkenrecht en de toepasselijkheid van het universaliteitsbeginsel
5.1 Het hof verenigt zich met de opmerkingen en conclusies van de deskundige, hierop neerkomende dat de onderhavige feiten kunnen worden beschouwd als misdrijven tegen de menselijkheid/folteringen naar internationaal gewoonterecht, omdat zij zijn begaan op een systematische manier volgens een tevoren beraamd plan door de militaire autoriteiten, aan wie Verdachte leiding gaf, en gericht waren tegen een groep burgers, met het doel bekentenissen te verkrijgen of om leden van de burgerbevolking te intimideren of te dwingen.
5.2 Het hof schaart zich eveneens achter het oordeel van de deskundige:
dat foltering als misdrijf tegen de menselijkheid reeds in 1982 een misdrijf was volgens internationaal gewoonterecht en dat de dader daarvan persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld;
dat het in 1982 waarschijnlijk niet (meer) zo was dat een misdrijf tegen de menselijkheid alleen in tijd van oorlog of tijdens een gewapend conflict kon worden begaan, maar ook in tijd van vrede;
dat misdrijven tegen de menselijkheid niet verjaren;
– dat een staat volgens het internationaal gewoonterecht naar de stand van 1982
bevoegd was extraterritoriale (universele) rechtsmacht uit te oefenen ten opzichte van een niet-onderdaan die verdacht werd van een misdrijf tegen de menselijkheid.
5.3 Voorts begrijpt het hof uit het rapport van de deskundige dat het voor de uitoefening van rechtsmacht niet nodig is dat het slachtoffer onderdaan is of de slachtoffers onderdanen zijn van de vervolgende staat, maar dat dit – zoals in het onderhavige geval waarin de klagers verwanten zijn van slachtoffers – de juridische grondslag van een vervolging wel versterkt.
5.4 In het rapport van de deskundige heeft het hof onvoldoende aanknopingspunten kunnen vinden voor de opvatting dat vervolging van Verdachte hier te lande naar maatstaven van internationaal (gewoonte)recht niet mogelijk en toelaatbaar zou zijn, zo lang hij zich niet in Nederland bevindt.
6 Folteringen
6.1 Wat betreft folteringen verwijst het hof naar zijn overwegingen in zijn beschikking van 3 maart 2000, onder 5.2, en volhardt daarbij.
In de lijn hiervan en van hetgeen in de onderhavige beschikking eveneens onder 5.2 is overwogen, ligt besloten dat vervolging van Verdachte wegens folteringen rechtens mogelijk is en derhalve zal worden bevolen.
6.2 Het hof heeft echter in het slot van vermelde overwegingen de vraag opgeworpen of de Uitvoeringswet Folteringverdrag kan worden toegepast op feiten die zijn gepleegd op 8/9 december 1982. Dit zijn immers data die liggen vóór de inwerkingtreding van de wet op 20 januari 1989. Het hof had daarbij het oog op de bedenking, dat alsdan aan de wet terugwerkende kracht zou worden verleend en derhalve mogelijk schending zou plaatsvinden van het legaliteitsbeginsel. Dat beginsel houdt in, dat geen misdaad en geen straf kunnen bestaan dan op grond van een wet die aan de misdaad voorafgaat.
6.3 De deskundige heeft in paragraaf 8.4.3 en volgende van zijn rapport daaromtrent aangegeven dat het Folteringverdrag een declaratoir karakter draagt. Met andere woorden: het verdrag bevestigt slechts wat reeds besloten lag in het internationaal gewoonterecht ten aanzien van het verbod, de bestraffing en de omschrijving van foltering als misdrijf tegen de menselijkheid.
Hieruit volgt naar het oordeel van de deskundige dat de Uitvoeringswet Folteringverdrag met terugwerkende kracht kan worden toegepast op gedrag dat naar Nederlands recht onwettig was vóór 1989, doch niet onder de naam foltering strafbaar was gesteld, zoals mishandeling en moord.
De deskundige heeft in dit verband een onderscheid gemaakt tussen een “retroactieve” en een “retrospectieve” wetgeving. Een retroactieve wet maakt een feit strafbaar dat niet strafbaar was toen het werd begaan. Een retrospectieve wet daarentegen is er niet op gericht nieuwe strafbare feiten in het leven te roepen.
6.4 Het hof sluit zich aan bij deze overwegingen van de deskundige en diens conclusie, hierop neerkomende dat, indien de Nederlandse rechter de Uitvoeringswet Folteringverdrag op een retrospectieve wijze zou toepassen bij de vervolging en berechting van Verdachte op basis van universele rechtsmacht – hetgeen naar het oordeel van het hof niet alleen mogelijk is, maar ook aangewezen voorkomt – artikel 15 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten niet wordt geschonden. Dit artikel bepaalt, voor zover hier van belang, dat het legaliteitsbeginsel niet in de weg staat aan het vonnis en de straf van iemand die schuldig is aan een handelen of nalaten, hetwelk ten tijde dat het handelen of nalaten geschiedde, van strafrechtelijke aard was overeenkomstig de algemene rechtsbeginselen die door de volkerengemeenschap worden erkend.
Op grond van dezelfde overwegingen oordeelt het hof dat voormelde retrospectieve toepassing geen strijd oplevert met artikel 16 van de Grondwet, inhoudende dat geen feit strafbaar is dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.
6.5 Gezien al het voorgaande kan derhalve niet worden geoordeeld dat vervolging, berechting en mogelijk bestraffing van Verdachte inbreuk zouden maken op het legaliteitsbeginsel en/of dat Verdachte er geen rekening mee zou hebben kunnen houden dat hij elders dan in Suriname, in het bijzonder in Nederland, te eniger tijd zou worden vervolgd. Hetgeen de raadsman van Verdachte dienaangaande heeft betoogd kan hieraan niet afdoen.
7 Het begrip foltering in de Uitvoeringswet Folteringverdrag
7.1 In de beschikking van 3 maart 2000 heeft het hof vragen opgeworpen met betrekking tot de toepasselijkheid van de Uitvoeringswet Folteringverdrag, voor zover de feiten betrekking hebben op het ter dood brengen van de slachtoffers. Het hof verwijst naar de overwegingen 5.2.5 tot en met 5.2.7 van die beschikking.
7.2 Bij nadere beschouwing vindt het hof onvoldoende zwaarwegende aanwijzingen om uit te sluiten dat ook het “zelfstandig” doden, dat wil zeggen los van een daaraan voorafgaande foltering, onder de werking van de wet valt.
7.3 In dit verband is van belang dat artikel 1, tweede lid, van de Uitvoeringswet Folteringverdrag met mishandeling gelijkstelt het opzettelijk teweegbrengen van een toestand van hevige angst of een andere vorm van geestelijke ontreddering, hetgeen in het algemeen het geval zal zijn als men de slachtoffers confronteert met een naderende executie. Zoals reeds eerder aangegeven, valt niet wel in te zien dat dit teweegbrengen wèl als een foltering dient te worden beschouwd, doch de executie – de ultieme mishandeling – niet. Eén van de gronden waarop volgens de Memorie van Toelichting op de Uitvoeringswet Folteringverdrag (Tweede Kamer, vergaderjaar 1986-1987, 20 042, nr.3, p.5) de toepasselijkheid van het universaliteitsbeginsel berust, is de ondraaglijkheid van de gedachte dat folteraars, zolang hun door het regime van hun eigen land de hand boven het hoofd gehouden wordt, zich vrijelijk naar andere landen kunnen begeven en daar zelfs ongestraft oog in oog kunnen komen te staan met hun naar het buitenland gevluchte slachtoffers of met, voegt het hof hieraan toe, verwanten of andere bekenden van dezen. Deze overweging is moeilijk verenigbaar met een beperkte uitleg van de wet, die erop zou neerkomen dat juist de daders van de ernstigste misdrijven tegen de menselijkheid van vervolging en eventuele bestraffing gevrijwaard zouden blijven.
7.4 Dit gezichtspunt brengt mee dat alle hier mogelijk te verwijten feiten – mishandeling, al dan niet de dood ten gevolge hebbende én het doden als op zichzelf staande delict – met toepassing van de Uitvoeringswet Folterverdrag hier te lande kunnen worden vervolgd.
7.5 Het hof is van oordeel dat dit niet in strijd is met het uitgangspunt dat strafbepalingen in het algemeen restrictief dienen te worden uitgelegd (Tweede Kamer, vergaderjaar 1986-1987, 20 042, B, p.6, r.k.), omdat alleen dan zou kunnen worden voorkomen dat een strafrechtelijke vervolging volgt op basis van een rechtsnorm waarvan de betrokkene niet bij voorbaat – en in het bijzonder tijdens het begaan van de feiten – redelijkerwijs had kunnen of behoeven te weten, dat zijn gedrag daarmee in strijd is. Het hof verwijst hiervoor naar hetgeen in het rapport van de deskundige in (het slot van) 8.4.4. omtrent het begrip “foltering” is overwogen – in welk verband uitdrukkelijk “murder” (moord) wordt genoemd – en waarmee het hof zich verenigt.
7.6 Het hof onderkent dat op het onderhavige punt verschil van inzicht mogelijk is en dat niet is uit te sluiten dat de strafrechter voor een meer beperkte uitleg zal kiezen. Aangezien de meer uitgebreide uitleg op de door het hof vermelde gronden echter geenszins kan worden uitgesloten, zal de vervolgingsgrondslag te dezen niet worden beperkt. Het hof verwijst in dit verband nog naar hetgeen in rechtsoverweging 8.4 van deze beschikking over de vervolgingsgrondslag zal worden overwogen.
7.7 Daarbij komt dat het hof wenst te vermijden dat het te bevelen onderzoek naar de reeds lang geleden gepleegde feiten waar het in deze zaak om gaat bij voorbaat extra wordt gecompliceerd doordat een onderscheid zou moeten worden gemaakt tussen gevallen waarin een foltering de dood ten gevolge heeft gehad en gevallen waarin de dood, ofschoon mogelijk voorafgegaan door een foltering, niet als een gevolg van de foltering kan worden gezien.
8 Andere grondslagen voor een vervolging
8.1 De gebeurtenissen op 8/9 december 1982 kunnen niet als oorlogsmisdrijven worden gezien. Dit was reeds het voorlopig oordeel van het hof in zijn beschikking van 3 maart 2000. De deskundige heeft in paragraaf 3 van zijn rapport aangegeven zich daarmee te kunnen verenigen. Het hof komt mede aan de hand daarvan niet tot een andere zienswijze.
8.2 De deskundige heeft in zijn rapport voorts vermeld dat Verdachte naar internationaal gewoonterecht voor vervolging in aanmerking komt, maar er tevens – naar het oordeel van het hof terecht – op gewezen dat het Nederlandse recht een nationale wet vereist om internationaalrechtelijke verplichtingen in het eigen stelsel te verwerken voor zover het betreft de strafbaarstelling van menselijk gedrag (vergelijk artikel 94 van de Grondwet).
Het hof deelt de visie van de deskundige, dat misdrijven tegen de menselijkheid buiten het kader van de Uitvoeringswet Folteringverdrag in het Nederlandse recht beperkt strafbaar zijn gesteld, namelijk in de Wet Oorlogsstrafrecht. In die wet worden misdrijven tegen de menselijkheid niet als op zichzelf staande strafbare feiten gezien, maar als strafverzwarende omstandigheden in verband met oorlogsmisdrijven. Oorlogsmisdrijven doen zich, zoals hiervoor overwogen, echter in casu niet voor.
8.3 Het voorgaande brengt mee dat het hof geen reden ziet de vervolging van Verdachte op een andere of ruimere grondslag dan de Uitvoeringswet Folteringverdrag te doen plaatsvinden.
8.4 Het hof acht het evenwel wenselijk dat de rechter die over deze zaak ten gronde zal oordelen de vrijheid behoudt het feit of de feiten naar eigen inzicht te kwalificeren. Daarom zal het bevel tot vervolging niet worden geclausuleerd ten aanzien van de precieze juridische grondslag waarop de vervolging zal dienen te geschieden.
9 Slotsom
De klachten zijn gegrond. Vervolging van Verdachte zal worden bevolen. Onder verwijzing naar de overweging 3.7 van zijn beschikking van 3 maart 2000 zal het hof tevens gelasten dat een gerechtelijk vooronderzoek zal worden gevorderd.
10 De verkrijgbaarheid van deze beschikking
Het hof ziet aanleiding deze beschikking algemeen verkrijgbaar te stellen.
11 Beslissing
Het hof:
beveelt de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam [voornamen] Verdachte, geboren op[geboortedatum en -plaats], Suriname, te vervolgen wegens de feiten waarop de beklagen betrekking hebben, gepleegd op of omstreeks 8/9 december 1982 in Paramaribo, Suriname;
gelast de officier van justitie bij de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te Amsterdam
een vordering te doen strekkende tot instelling van een gerechtelijk vooronderzoek met betrekking tot genoemde feiten;
– stelt de tekst van deze beschikking algemeen verkrijgbaar.
Deze beschikking is gegeven door de vijfde meervoudige burgerlijke kamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. H.L.C. Hermans, J.H.M. Willems en M.W.E. Koopmann, bijgestaan door mr. M.R. Jöbsis als griffier, en uitgesproken in raadkamer op 20 november 2000.
[4] WIKIPEDIANATIONALE MILITAIRE RAAD http://nl.wikipedia.org/wiki/N ationale_Militaire_Raad [5] Bouterse is bevelhebber van het leger geweestvanaf juli 1980 tot december 1992”Op 21 november 1992 biedt Bouterse uiteindelijk zijn ontslag als legerleider aan. Hij vertrekt uit de kazerne en ruilt het camouflagepak in voor de stropdas.”PARBODEBOUTERSE PRESIDENT, HET IS ONZE EIGEN SCHULD30 NOVEMBER 2011
Siegfried Gilds (72) enkel en alleen de geschiedenisboeken laten ingaan als de man die in 2009 veroordeeld werd tot een jaar cel voor witwaspraktijken, zou een veel te grote oneer zijn. De oud-minister van Arbeid, Justitie, Defensie en Handel en Industrie én bloedbroeder van wijlen Fred Derby, ontnam het Nationaal Leger haar politieke macht en maakte zo van Suriname na jaren van militaire dictatuur weer een democratie. “De militairen van weleer zijn allemaal terug. En warempel, Bouterse pakt heel wat problemen beter aan dan zijn voorganger.”
Gilds is in opperbeste stemming wanneer hij Parbode bij hem thuis ontvangt. Hij leidt ons naar een stoffige ruimte achter in zijn huis. “Hier is het Nieuw Front geboren”, zegt hij met gepaste trots. “Acht dagen lang is hier vergaderd. We hadden tafels en stoelen gehuurd en die in een vierkantje gezet. Jagernath Lachmon dronk het ene glas cola na het andere.” Een foto maken van de ruimte, dat mag dan weer niet. Die staat nu vol oude spullen, opgeborgen in kartonnen dozen. “Dat toont niet netjes”, vindt de ex-minister. En dan begint Gilds twee uur lang te praten, openhartig maar geconcentreerd, over de wijze waarop hij ‘de jongens’ na 1987 terug naar de kazerne stuurde. Een moeizaam proces, dat uiteindelijk tot april 1993 zou duren. Begrijpelijk. In de grondwet, aangenomen na een referendum op 30 september 1987, werd het Nationaal Leger bedacht met een voorhoedepositie, waardoor de legerleiding ook in actie kon komen als die vond dat de ‘hoogste rechten van vrijheden van land en volk’ in gevaar waren. Lees: het leger kon elk moment weer de macht opnemen. Dat deed het ook, toen bij de kerstcoup de regering-Shankar naar huis werd getelefoneerd. Gilds kan er tegenwoordig hartelijk om lachen. “Shankar was nog geen drie jaren president toen hij niet werd weggeschoten, maar weggebeld. Kunt u zich dat voorstellen? Weet je hoe bang je dan niet moet zijn? Jezus! De eerste keer hebben de militairen de regering afgezet met het geweer. De tweede keer met de telefoon. Hadden ze het een derde keer gedaan, dan hadden ze ons kunnen wegsturen door gewoon even streng te kijken.”
Burgerregering Na die kerstcoup werd Gilds uiteindelijk door Derby voorgedragen als minister van Defensie. “De militairen deden jarenlang waar ze zin in hadden. Ze lieten gevangenen vrij of beschoten het politiebureau met mitrailleurs. Het was wel duidelijk dat het Front (het toenmalige samenwerkingsverband tussen NPS, VHP en KTPI, red.) de situatie niet de baas kon. Dus zochten ze in 1991 toenadering tot de Surinaamse Partij van de Arbeid. Na acht moeizame dagen van onderhandelingen was het Nieuw Front geboren, na de verkiezingen werd ik minister van Defensie”, legt Gilds uit. Hij kreeg daarmee een extreem gevoelige post en een loodzware opdracht in handen: de centrale macht van het land terugbrengen naar de schoot van de burgerregering. Met die belofte was Derby zelf naar de kiezer gegaan, tot woede van Bouterse. ‘Derby praat met gespleten tong en is een aap gewapend met scheermessen. Ik nodig hem uit zijn schoenen te komen ophalen, die nog in Fort Zeelandia staan’, dreigde ‘Bevel’. Gilds: “We waren voorbereid op de taak die ons te wachten stond. De opdracht was om het leger ondergeschikt te maken aan de burgerregering. Toen Derby mij voordroeg als minister van Defensie, waren de andere partijen op de eerste plaats ontzettend opgelucht dat zij het niet hoefden te doen. Ze krompen al ineen als je alleen nog maar de naam ‘Bouterse’ uitsprak.”
Niets te bepalen Van die angst had Gilds naar eigen zeggen minder last. “Hoe dat komt, dat weet ik eigenlijk ook niet.” Hij denkt lang na. “Op de eerste plaats omdat ik steeds de ruggensteun van Derby voelde. Hij zei altijd: ‘Luister, we zitten in een postmilitaire perio-de. Al heb je honderd zetels in het parlement, we moeten het voorzichtig doen. Als je het niet goed aanpakt, ga je dit land niet kunnen besturen’. Daarnaast heb ik steeds gestructureerd proberen te werken. Ik wou er alles aan doen om ‘dat ding’ in goede banen te leiden. Ik ben nooit bang geweest, maar wel altijd heel voorzichtig. Je moest gewoon geen gekke dingen doen.” Bouterse liet namelijk meteen verstaan dat hij niet met zich zou laten sollen. “Nog voor ik aan het werk ging op het ministerie, trok hij naar Lachmon om hem te zeggen dat ze Defensie niet aan ons mochten geven. Hij wist natuurlijk dat we oprecht van plan waren zijn macht als legerleider in te dammen. Derby reageerde kalm. ‘Zeg aan Bouterse dat hij hier niets te bepalen heeft. Wij zijn de coalitie, wij bepalen wie waar gaat zitten. Deze regering gaat haar termijn volledig uitzitten. Zelfs met een kanon laten we ons niet meer wegschieten’. De coalitiegenoten bleken een stuk banger. Soms kreeg Derby een telefoontje van hen waarin ze hem angstig vroegen wat ik nu weer had gedaan.” Gilds neemt dan ook enkele ingrijpende beslissingen. De macht van bevelhebber Bouterse wordt geleidelijk aan gekortwiekt. Eerst sluit minister Gilds met zijn toenmalige Nederlandse ambtsgenoot de deal dat op de Nederlandse ambassade in Paramaribo wederom een militair attaché aan de slag gaat. Daarna gaat de SPA’er openlijk de confrontatie met Bouterse aan: hij verbiedt de feestelijke herdenking van de coup. Gilds: “Mi Gado, ik kon die houding van Venetiaan maar niet begrijpen. Die man (Bouterse, red.) hield daar elk jaar om middernacht een groot feest. We hebben het toen laten stopzetten.” In maart 1992 schrapt De Nationale Assemblée uiteindelijk de artikelen uit de Grondwet die het Nationaal Leger haar politieke rol gaf. Op 21 november 1992 biedt Bouterse uiteindelijk zijn ontslag als legerleider aan. Hij vertrekt uit de kazerne en ruilt het camouflagepak in voor de stropdas.
Hoofd buigen Maar hoe kijkt Gilds naar het heden? Heel wat machthebbers van weleer, die hij met grote omzichtigheid eindelijk uit het machtscentrum wist te verdrijven, hebben sinds vorig jaar opnieuw de touwtjes in handen. En hoe. Bouterse werd democratisch verkozen tot president, op zijn kabinet accommodeerde hij ex-militairen als Badrissein Sital, Ivan Graanoogst, Etienne Boerenveen en Melvin Linscheer. De door Gilds verboden coupherdenking is nu zelfs een nationale feestdag. Hij glimlacht voorzichtig. “Het was blijkbaar de wil van het volk. Trots alle manipulaties tijdens de formatie, het is een democratisch verkozen regering.” Er valt weer een lange pauze. “Kijk, het zijn geen militairen meer. De Grondwet verbiedt niet dat ze doen wat ze nu doen. Venetiaan durfde het niet aan om in de Grondwet op te nemen dat wie gecoupt heeft, geen politieke macht meer kan dragen. Hij was bang om weer in conflict te komen met de militairen. Het was uiteraard niet de bedoeling van het democratiseringsproces dat Bouterse ooit president zou worden. Als het volk daar echter voor kiest, dan moet je daar het hoofd voor buigen.” Daadkracht De plotse vervanging door president Bouterse van ex-bevelhebber Ernst Mercuur door Hedwig Gilaard, doet bij Gilds ook al geen alarmbellen rinkelen. “In dit land is het zo dat politiek ver doordringt tot in andere instituten. Kijk maar naar het plaatsen van mannetjes op ministeries of bij parastatale bedrijven. We moeten het leger daar niet als uitzondering op zien. Het is op zich dus niet zo vreemd dat Mercuur onmiddelijk werd vervangen.
“We moeten het eerlijk toegeven: de regering had geen daadkracht. Het Nieuw Front heeft vijftien jaar lang de tijd gehad om ontwikkeling te brengen, maar men heeft te weinig daaraan gewerkt”, mijmert Gilds. Hij is onverbiddelijk. “Iedereen mag weten dat ik de huidige regering veel daadkrachtiger vind. Kijk maar naar de aanpak van de goudsector. Toen ik nog minister van Defensie was, probeerde ik een dergelijke ordening te bespreken met Venetiaan. Hij gaf me zelfs de ruimte niet. Hij stond er simpelweg niet voor open. Hadden we gewild dat Bouterse nooit meer zou terugkeren, dan hadden we die Grondwet maar moeten aanpassen. Dat is nooit gebeurd. En wat is die huidige regering aan het doen? Juist ja, die wil de Grondwet nu wel aanpassen. Het gaat hen waarschijnlijk nog lukken ook. Ik wil niemand kwetsen, maar laat ik het maar zeggen: Bouterse pakt heel wat problemen beter aan dan zijn voorganger.”
Een reconstructie van de decembermoorden van 1982 in Suriname. De Surinaamse president Venetiaan kondigde deze week vlak voor de verkiezingen de installatie aan van een commissie die de decembermoorden moet onderzoeken. Amnesty International presenteerde twee weken geleden een reconstructie maar – mede door tegenwerking in Suriname – lukte het Amnesty niet om veel nieuwe feiten boven tafel te krijgen. Argos komt met een nieuwe getuige, die destijds een hoge positie bekleedde in het Surinaamse leger. Hij praat voor het eerst, vertelt over de voorbereiding van de moorden en geeft nieuwe details.
———— Persbericht:
Bouterse heeft privé-wapenarsenaal opgeslagen
Desi Bouterse heeft in 1992, vlak voor zijn opstappen als legerleider, de belangrijkste wapens uit de voorraden van het Surinaamse leger laten verwijderen en privé opgeslagen op diverse plekken. Dat vertelt de Surinaamse ex-legerofficier Glenn Azimullah in Argos. Het verdwijnen van de wapens uit de voorraden van het Surinaamse leger ging door, nadat Nederland de wapens in mei 1993 in het diepste geheim had aangevuld. Dat gebeurde op verzoek van de democratisch gekozen Surinaamse regering-Venetiaan, die kort daarvoor Arthy Gorré had benoemd als nieuwe bevelhebber.
Azimullah, die na de decembermoorden in 1982 Suriname ontvluchtte, weet dit via de contacten die hij nog steeds in het huidige Surinaamse leger heeft. In 1982 was Azimullah in Suriname een hoge militair, commandant van een van de vijf compagnieën van het Surinaamse leger. Azimullah: “Bouterse nam ontslag uit het leger. Maar om in de toekomst zijn positie veilig te stellen heeft hij ervoor gezorgd dat hij over voldoende wapens beschikte buiten de directe poorten van het leger om. Toen duidelijk werd dat de magazijnen van het leger waren leeggehaald, heeft de Nederlandse overheid zelf nog wapens en munitie ten behoeve van de Surinaamse regering ingevlogen. En ook die voorraden zijn voor een groot gedeelte op dit moment buiten de macht van het leger. De situatie binnen de kazernes is erbarmelijk. Grote delen van de manschappen zitten in een slechte economische situatie. Gevolg is dat heel veel wapens verkocht zijn en verhandeld worden. Dat merk je aan het aantal gewapende overvallen en het gebruik van wapens bij de beslechting van de meest eenvoudige conflicten tussen mensen onderling. Wapens zijn structureel geselecteerd en afgevoerd.” Bouterse en zijn direct gelieerden hebben nog steeds de feitelijke leiding van het leger, aldus Azimullah. “Tekenend is dat Glenn Sedney, de huidige bevelhebber, een pion is van Bouterse. Alle figuren die een sleutelpositie hadden tijdens Bouterse, hebben het nog. Onder anderen de huidige commandant Zeeuw. De regering heeft niet de gewapende macht om zijn legitieme wil aan alle burgers op te leggen. Bouterse heeft in wezen een privéleger binnen het Surinaams leger. Want zijn getrouwe manschappen zitten nog binnen het leger. En de beste en effectieve wapens die gebruikt kunnen worden om de regering te bestrijden, zijn in Bouterse’s macht buiten het leger ondergebracht.” Argos vroeg het ministerie van Defensie in Den Haag om een reactie op de uitlatingen van Azimullah dat de wapens uit de Surinaamse kazernes bleven verdwijnen. Ook nadat Nederland het wapenarsenaal van het Surinaamse leger in mei 1993 weer had aangevuld. Defensie wil niet reageren, omdat het om “staatsveiligheidszaken” gaat. Het ministerie wil zelfs nu, drie jaar later, nog niet toegeven dat Nederland in 1993 inderdaad wapens heeft gestuurd. Defensie houdt het bij de formulering ‘geleverde uitrustingsstukken’, die de minister ook in mei 1993 gebruikte in een brief aan de Tweede Kamer.
———– Persbericht:
“Decembermoorden zorgvuldig voorbereid en gepland” en andere nieuwe gegevens over Decembermoorden
De Decembermoorden in 1982 in Suriname waren zorgvuldig voorbereid en gepland. Dat vertelt de Surinaamse ex-legerofficier Glenn Azimullah in Argos. De door Bouterse altijd volgehouden versie van de gebeurtenissen, dat de 15 als verdachten van een tegencoup opgepakte critici op de vlucht zijn neergeschoten, is volgens Azimullah niet waar. “Het was geen toeval. De moorden zijn voorbereid, de doelen zijn selectief en bewust uitgekozen en de acties zijn ook bewust uitgevoerd.” Argos maakte een reconstructie van de decembermoorden. Azimullah vertelt daarin voor het eerst zijn verhaal over de dramatische gebeurtenissen in 1982.
Azimullah was in die tijd in Suriname een hoge militair, commandant van een van de vijf compagnieën waaruit het Surinaamse leger bestond. Hij was in de nacht van 8 op 9 december in een andere kazerne dan Fort Zeelandia waar de moorden plaatsvonden. Maar direct na de moorden werd hij door Roy Horb op de hoogte gebracht van wat er precies was gebeurd. Horb was op dat moment de tweede man na Bouterse in het Surinaamse leger en aanwezig bij de moordpartij. Azimullah maakte zelf de voorbereidingen van de moorden mee. Kort voor de moorden kwam er in Suriname een speciale wapenzending aan vanuit Venezuela. Onderdeel van die zending waren raketwerpers, waarmee in de nacht van 7 op 8 december de gebouwen van de Moederbond, het dagblad ‘De Vrije Stem’ en de radiostations ABC en Radika in Paramaribo in brand werden geschoten. De branden vormden de inleiding op de decembermoorden de volgende nacht. Kort na de branden werden 16 vooraanstaande critici van het militaire bewind opgepakt. Azimullah wist dat de moorden zouden plaatsvinden. Dat kreeg hij op de ochtend voor de moorden te horen van onderminister Robin Ravales in de Memre Boekoe-kazerne. “Hij gaf in een vreugdevolle stemming aan dat de afrekening met de gevestigde orde was begonnen, en dat hun uren geteld waren. Dat was een signaal dat er meer op komst was. En in de avond van 8 december rond een uur of acht kreeg sergeant Kolf van de medische dienst vanuit Fort Zeelandia de opdracht om brancards, desinfecterende middelen en zakken om lichamen in te kunnen opbergen in het Fort af te leveren. En een ambulance.” Roy Horb vertelde Azimullah de dag na de moorden wat er in Fort Zeelandia was gebeurd: “Iedereen is een voor een aan Bouterse voorgeleid. Bouterse gaf in korte bewoordingen doel en strekking van die avond aan. En vervolgens werden ze naar beneden afgevoerd, naar het plein op Fort Zeelandia, waar ze door een groep van militairen onder vuur werden genomen en in sommige gevallen compleet aan flarden geschoten.” Horb vertelde Azimullah ook dat Bouterse toen niet gesproken heeft over de tegencoup, die door de groep van de vijftien vermoorden tegen zijn bewind zou zijn beraamd. “Dat is als verklaring voor de moorden toen niet gegeven”, zegt Azimullah. Dat is achteraf pas gebeurd. Azimullah noemt ook de namen van verschillende militairen die aan de decembermoorden hebben meegedaan: “Ewoud Leefland, Desi Bouterse, Ruben Rozendaal, Robbie Lelawhin, Kolf, Mahadew, Leeuwis, Dijksteel, Wedstede en anderen.” Volgens Azimullah waren ook Bhagwandas en Arthy Gorré in Fort Zeelandia aanwezig. Gorré zou later, in 1992, na het aantreden van de democratisch gekozen regering-Venetiaan, Bouterse opvolgen als bevelhebber van het Surinaamse leger. Azimullah beschuldigt Gorré ervan dat hij tien jaar eerder verregaand medeplichtig was aan de decembermoorden. “Hij heeft aan alle voorbereidingen die tot de feitelijke liquidatie hebben geleid, meegedaan.” Azimullah is de eerste die vertelt over Roy Horbs versie van de gebeurtenissen in december 1982. Zelf kan Horb het niet meer navertellen, want Horb was na de decembermoorden het volgende slachtoffer van Bouterse. Volgens Bouterse zelf was het overigens zelfmoord. Horb was een van de zestien coupplegers uit 1980 en strijdmakker van Bouterse en na hem de machtigste man in het Surinaamse leger. In de loop van 1982 waren Horb en Bouterse steeds meer uit elkaar gegroeid. Horb maakte op Azimullah een zeer verslagen indruk. “Hij gaf mij tijdens dat gesprek aan dat er zaken aan de hand waren waar hij geen greep op had.” Azimullah heeft de lijken van de vijftien slachtoffers van de decembermoorden ook met eigen ogen gezien: “Ik heb de lichamen tot twee keer toe gezien in het mortuarium van het Academisch Ziekenhuis. Vanuit mijn compagnie werd de wacht geleverd voor het mortuarium. Je kon aan de lichamen duidelijk de verwondingen herkennen. Verwondingen, van voren in het lichaam aangebracht door kogelinslagen. En bij een enkeling, daar waren ricochets van kogelinslagen achterin het lichaam te zien. Bijvoorbeeld meneer Wijngaarde, wiens schouderblad van achteren verbrijzeld was. Ik heb verschillende dingen gezien. Jozef Slagveer, wiens schedel helemaal los zat, echt nog aan wat velletjes, het kapsel van zijn schedel schuin achter zijn hoofd. En de arm die nabij de elleboog helemaal los zat, en alleen nog door de huid bij de rest van het lichaam werd gehouden. Cyrill Daal, ontmand; dat is echt gebeurd. En met een kogelinslag aan de zijkant boven zijn slaap. Het kan niet anders dan dat hij van zeer nabij met een vuistvuurwapen door het hoofd is geschoten, gezien ook de schroeiplekken in zijn haar en op zijn oor. En dan André Kamperveen van wie ook zijn arm los zat.” Direct na de moorden vond er een officiersvergadering plaats, zo vertelt Azimullah. Hij is de eerste die melding maakt van deze bijeenkomst, waar zo’n 25 à 30 legerofficieren aanwezig waren. “Het is een bijeenkomst geweest in de officierskantine in de morgen van 9 december, vlak na de moorden, waarbij Bouterse een verklaring kwam geven over wat zich had voltrokken.” Bouterse kwam toen met het bekende verhaal dat de gevangenen hadden geprobeerd te vluchten en toen zijn neergeschoten. Azimullah: “Dat is voor mij de reden geweest om tegen het eind van de bijeenkomst aan te geven dat ik het niet eens was met die verklaring. Dat heb ik tegen Bouterse gezegd en ik heb ook aangegeven dat ik me de consequenties van mijn uitlating realiseerde en die ook wilde dragen. Een ervan was dat ik het vanaf dat moment vertikte om nog gewapend diensten te verrichten. Tijdens die officiersvergadering heeft behalve mijn persoon niemand anders zich kritisch uitgelaten. Op zich ook begrijpelijk, want de sfeer was ernaar om te zwijgen, puur uit lijfsbehoud.” Azimullah leverde zijn wapens in en werd de volgende dag gewaarschuwd door Horb: hij, Azimullah, liep door zijn kritische opstelling gevaar. Azimullah zocht vervolgens contact met kolonel Van Tussenbroek, de militair attaché van Nederland in Suriname, en via hem lukte het om op 31 december 1982 via Frans Guyana naar Nederland te ontkomen. Horb werd in januari 1983 gearresteerd en vervolgens dood in zijn cel aangetroffen. Azimullah: “Ik heb Horb op 11 december 1982 nog bewust gevraagd om van zijn populariteit binnen het leger gebruik te maken om Bouterse af te zetten. Hij heeft dat toen heel pertinent geweigerd. De reden die hij mij gaf, heb ik tot op heden nooit begrepen. Hij wenste niet de wapens tegen zijn bloedbroeder op te nemen.”
———- Reconstructie van de decembermoorden van 1982 in Suriname. Interview met Glenn Azimullah, oud-officier in het Surinaamse leger, die de toedracht schetst van de moord op vijftien vooraanstaande critici van het militaire gezag. Verder verklaart Azimullah, die nog contacten heeft binnen het Surinaamse leger, dat Bouterse, momenteel voorzitter van de NDP, nog steeds achter de schermen de touwtjes in handen heeft. Zo zal er nooit een gedegen onderzoek naar de decembermoorden komen omdat de huidige politici weten dat het oprakelen van de oude zaken en het vervolgen van de daders tot “een militaire actie zal gaan leiden”. Verder gesprekken met oud-vakbondsman Fred Derby, die als enige van de zestien verdachten door Bouterse werd vrijgelaten, en met Rob Wyngaarde, broer van de vermoorde journalist Frank Wijngaarde. Geïllustreerd met HA-fragmenten en met de column door Cor Galis.
———- Inleidende teksten:
Tekst 1 Glenn Azimullah, ex-officier uit het Surinaamse leger. Hij beschrijft twee van de lijken die hij in december 1982 zag in het mortuarium van Paramaribo. Twee slachtoffers van de decembermoorden, waarbij de legertop onder leiding van Bouterse 15 vooraanstaande critici van het militaire bewind om het leven bracht. De gebeurtenissen in die decembermaand, nu meer dan dertien jaar geleden, vormen nog steeds een trauma in de Surinaamse samenleving. Ze wierpen ook de afgelopen weken een schaduw over de verkiezingsstrijd in het land. Vooral, omdat in die verkiezingsstrijd diezelfde Bouterse met zijn politieke partij de NDP een hoofdrol speelde.
Tekst 1-B De Surinaamse president Venetiaan kondigde eerder deze week de installatie aan van een commissie die de decembermoorden moet gaan onderzoeken. Amnesty International presenteerde twee weken geleden een reconstructie van de decembermoorden. Maar het lukte Amnesty niet om veel nieuwe feiten boven tafel te krijgen. Argos komt vandaag met een eigen reconstructie. En laat vooral een nieuwe getuige aan het woord over de moorden door het leger: ex-officier Glenn Azimullah. Hij maakte de voorbereidingen van binnenuit mee. Azimullah was in die tijd een hoge militair, commandant van een van de vijf compagnieën waaruit het Surinaamse leger bestond. Hij vertelt voor het eerst over de dramatische gebeurtenissen in 1982.
Tekst 2 Het verhaal van Azimullah begint in het voorjaar van 1982. Twee jaar nadat de ‘groep van zestien’ onder leiding van de sergeanten Bouterse en Horb via een militaire staatsgreep de macht hebben gegrepen in Suriname. De oude regering, onder leiding van NPS-voorman Arron, hebben ze naar huis gestuurd. In eerste instantie hadden de militaire machthebbers veel goodwill onder de bevolking. Maar er kwam steeds meer ontevredenheid en verzet vanwege het steeds dictatorialer optreden van de militairen. Dat culmineerde in maart 1982 in een tegencoup onder leiding van legerofficier Rambocus. Rambocus bezette met een groep militairen de Memre Boekoe-kazerne in Paramaribo. De NOS-radio slaagde er destijds in contact te krijgen met coupleider Rambocus.
Tekst 2 Rambocus had Bouterse en Horb al dood verklaard. Maar die waren nog springlevend. Dat vertelde Bouterse op dezelfde dag aan de Nederlandse radio vanuit Fort Zeelandia.
Tekst 3 Bouterse kreeg gelijk. De tegencoup mislukte, Rambocus werd gevangen genomen en voor de Krijgsraad gesleept. Volgens ex-officier Azimullah was de Rambocus-coup het grote keerpunt. Vanaf dat moment werden de verhoudingen snel grimmiger. Vroegere medestanders van de militairen, zoals ex-president Chin a Sen en zijn adviseur Jan Haakmat, keerden zich tegen het Bouterse-bewind. Azimullah:
Tekst 4 Een vrijage dus, in die spannende maanden van 1982, tussen Bouterse en de NPS. Een opmerkelijk verhaal, want de NPS, de Nationale Partij Suriname, was de belangrijkste regeringspartij voordat Bouterse in februari 1980 de macht greep. Een van de zogenaamde ‘oude’ partijen, door Bouterse altijd voorgesteld als één corrupte kliek.
Tekst 4-B In de loop van 1982 nam de onrust toe. Er ontstond een brede samenwerking tussen verschillende maatschappelijke organisaties die democratie en vrije verkiezingen eisten. De vakorganisatie ‘de Moederbond’ onder leiding van Cyrill Daal liep daarbij voorop. Dat kwam hem te staan op bedreigingen van de militairen.
Tekst 4-C In oktober organiseerde Daal zelfs een algemene staking. En dat wekte pas echt de woede van legerleider Bouterse.
Tekst 5 We gaan in het offensief, zo kondigde Bouterse op 30 oktober aan, en we zullen meneer Daal de rekening betalen, en wel contant. Ex-legerofficier Azimullah:
Tekst 6 Legerofficier Azimullah kreeg dit direct te horen van het luchthavenpersoneel, omdat de luchthaven onder de verantwoordelijkheid van de Charlie-compagnie viel, waarvan hij de commandant was. Het Surinaamse leger had op dat moment een samenwerkingsovereenkomst met het leger van Venezuela. Op die manier probeerde Bouterse aan wapens te komen die Suriname’s belangrijkste wapenleverancier, Nederland, niet wilde leveren. Onderdeel van die wapenzending uit Venezuela waren de raketwerpers, waarmee in de nacht van 7 op 8 december de gebouwen van de Moederbond, het dagblad ‘De Vrije Stem’ en de radiostations ABC en Radika in brand werden geschoten. De NOS-radio kwam in januari 1983 in het bezit van een band waarop het mobilofoonverkeer in die bewuste nacht valt te horen tussen brandweer en politie.
Tekst 7 De brandweer mocht van de legerleiding niet blussen en de vier gebouwen gingen in vlammen op. In diezelfde nacht werden zestien vooraanstaande critici van het militaire bewind door de militairen opgepakt. Op verdenking van contrarevolutionaire activiteiten, zo vertelde Bouterse in een verklaring op de Surinaamse televisie.
Tekst 8 De branden vormden de inleiding op de decembermoorden een dag later, in de nacht van 8 op 9 december 1982. Legerofficier Azimullah was zelf niet in Fort Zeelandia waar de moorden gebeurden, maar in de Memre Boekoe-kazerne. Maar hij wist wél, dat de moorden gingen plaatsvinden. Onder meer door wat hij gehoord had van onderminister Robin Ravales en bataljonscommandant Etienne Boereveen.
Tekst 9 – LIVE Azimullah is de eerste, die verhaalt over Roy Horb’s versie van de gebeurtenissen in de december 1982. Roy Horb, op dat moment de tweede man in de Surinaamse militaire top. Arthy Gorré, naar wie Azimullah verwijst, was een van de oorspronkelijke 16 coupplegers uit 1980. Gorré zou later, in 1992, na het aantreden van de democratisch gekozen regering-Venetiaan, Bouterse opvolgen als bevelhebber van het Surinaamse leger. Azimullah beschuldigt Gorré ervan dat hij tien jaar eerder verregaand medeplichtig was aan de decembermoorden. U luistert naar Radio 1, VPRO vrijdag, Argos. Vandaag een reconstructie van de decembermoorden in 1982.
Tekst 10 De eerste berichten over het drama in Paramaribo drongen al snel tot Nederland door. In Suriname gaf legerleider Bouterse op de ochtend na de moorden een geheel eigen lezing van de gebeurtenissen.
Tekst 11 Enkele dagen later deed een getuige geschokt zijn relaas bij aankomst op Schiphol vanuit Suriname. Hij zag de lijken in het mortuarium van Paramaribo.
Tekst 12 Ook legerofficier Azimullah zag de lijken kort na de moorden. Tekst 13 Onder de vijftien doden bevonden zich vier advocaten: John Baboeram, Kenneth Goncalves, Eddy Hoost en Harald Riedewald; vijf journalisten: Bram Behr, Lesly Rahman, Jozef Slagveer, Frank Wijngaarde en Andre Kamperveen; twee universitair docenten: Gerard Leckie en Suchrin Oemrawsingh; twee militairen: Surendre Rambocus en Jiwansingh Sheombar, een zakenman Sonradj Sohansingh en een vakbondsleider Cyrill Daal. De zestiende die werd opgepakt, vakbondsleider Fred Derby, werd als enige vrijgelaten. Tot op de dag van vandaag is het onduidelijk gebleven reden waarom hij aan de executies is ontsnapt. Ook zwijgt Derby nog steeds over wat hij die bewuste nacht heeft gezien. Wij belden deze week nog met hem en vroegen hem of hij wilde vertellen wat er toen gebeurd is.
Test 14 Direct na de moorden vond er een officiersvergadering plaats, zo vertelt Azimullah. Hij is de eerste die melding maakt van deze bijeenkomst, waar zo’n 25 a 30 legerofficieren aanwezig waren.
Tekst 15 Roy Horb was na de decembermoorden het volgende slachtoffer van Bouterse. Horb, een van de zestien coupplegers uit 1980, de strijdmakker van Bouterse en na hem de machtigste in het Surinaamse leger. Horb had Azimullah nog wel gewaarschuwd dat hij, Azimullah, door zijn kritische opstelling gevaar liep. Dat vertelde Horb tijdens gesprek dat Azimullah kort na de decembermoorden met hem had.
Tekst 16 De decembermoorden veroorzaakten een grote schok in Suriname. Maar massaal verzet bleef uit. Volgens Azimullah is dat heel begrijpelijk.
Tekst 17 Een van de slachtoffers van de decembermoorden had de Nederlandse nationaliteit, namelijk de journalist Frank Wijngaarde. Zijn broer Rob Wijngaarde, die in Nederland woont, vindt dat de Nederlandse overheid de moordenaars van deze Nederlandse onderdaan zou moeten vervolgen. Toen hij er in december 1990 achter kwam dat Bouterse via Amsterdam naar Zurich en Ghana zou vliegen, ondernam hij dan ook onmiddellijk actie. (!!!!natrekken al in Gelderlander gestaan!!!)
Tekst 18 Bouterse werd wel geïsoleerd gehouden op Schiphol, maar niet gearresteerd en hij kon ongestoord weer vertrekken. Als wij de Haarlemse hoofdofficier De Beaufort om een reactie vragen, kan hij zich niet veel meer herinneren. Wel dat hij Wijngaarde heeft ontmoet. En De Beaufort weet eveneens nog dat de mogelijkheid van een arrestatie toen is bekeken. En ook dat hij contact heeft gehad met het ministerie in Den Haag. Bij het ministerie van Justitie aldaar zegt men zich niet te kunnen herinneren dat tijdens de tussenstop van Bouterse op Schiphol de kwestie van een mogelijke arrestatie aan de orde is geweest.
Rest nog de vraag waarom onze informant, ex-legerofficier Glenn Azimullah, zo lang heeft gewacht om met zijn verhaal naar buiten te komen.
Tekst 19 Begin dit jaar weigerde het Surinaamse consulaat in Nederland aan Azimullah een visum te verstrekken. Hij wilde naar Suriname om zijn overleden vader te begraven. De visumweigering is voor hem een teken dat ondanks de democratisch gekozen regeringen Bouterse achter de schermen steeds een enorme machtsfactor is gebleven. In politiek en economisch opzicht, maar ook op militair gebied, zo weet Azimullah van de contacten die hij ook nu nog heeft binnen het Surinaamse leger. [12] ”Uiteindelijk bekocht Horb het grote avontuur zelf ook met de dood. In ongenade gevallen bij Bouterse die in hem een CIA-agent begon te zien, eindigde ook zijn leven in Fort Zeelandia, alwaar hij op 3 februari 1983 — dertig jaar oud — bungelend aan het koord van zijn sportbroek in de gevreesde Devil-strafbarak van de Militaire Politie levenloos werd aangetroffen. Volgens de officiële verklaringen van de legerleiding betrof het ook hier zelfmoord. Maar dat werd toen al door helemaal niemand geloofd. Een nagelaten notitie van Horb aan Sariman liet dienaangaande ook weinig ruimte voor illusies: «Als ik mocht doodgaan bij een verkeersongeluk, door verdrinking of wat dan ook, weet één ding: ik ben vermoord. Vermoord door Desi en zijn bende.»”DE GROENE AMSTERDAMMERBLOED VOOR DE REVOLUTIE25 NOVEMBER 2000https://www.groene.nl/artikel/bloed-voor-de-revolutie WATERKANT.NETHORB IS VERMOORDTHEO PARA14 JULI 2011https://www.waterkant.net/suriname/2011/07/14/horb-is-vermoord/TEKST
[INGEZONDEN] Door Theo Para – Roy Horb, de in ongenade gevallen tweede man van het toenmalige Militaire Gezag, is vermoord. De lezing van het toenmalige militaire regime dat Horb zich op 2 februari 1983 in zijn cel in Fort Zeelandia ‘met het koord van zijn onderbroek aan een spijker’ had verhangen blijkt gelogen. Horb zou eerst met behulp van ‘een arts’ om het leven zijn gebracht, daarna hingen zijn moordenaars hem met een koord op aan een spijker in de muur van zijn cel. De getuigenis van oud-politieofficier Herman Doorson liet er geen misverstand over bestaan. De voormalig politieman verscheen op 8 juli als getuige à décharge voor de Krijgsraad in het 8 december strafproces. Dat Doorson als ‘vriend van Bouterse’ deze onthullende verklaring aflegde draagt bij aan de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van zijn versie van de noodlottige epiloog van de decembermoorden van 1982. Bouterse en zijn groep wilden met de brandstichtingen, folteringen, decembermoorden, mediaverboden en afschaffing van verkiezingen niet alleen afrekenen met de democratische volksbeweging, zij wilden ook andersdenkenden binnen hun regime liquideren.
In het boek Decembermoorden in Suriname. Verslag van een ooggetuige (1983) liet Horb zijn getuigenis optekenen door ex-minister Jan Sariman. Hij vertelt daarin dat hij door Bouterse ‘werd gedwongen’ mee te doen aan de moorden op 8 december 1982. De ‘Leider van de Revolutie’ wilde van hem af omdat hij zich niet kon vinden in de koers richting een ‘linkse’ totalitaire staat in Suriname. Om hem te compromitteren liet Bevel, Horb op de televisie met de aangeslagen journalist Jozef Slagveer verschijnen. Slagveer las onder geweldsdreiging een valse zelfbeschuldigende verklaring voor waarin de gearresteerden van 8 december 1982 van een staatsgreep en samenzwering met buitenlandse machten werden beschuldigd. Ook André Kamperveen, een ander 8 decemberslachtoffer, moest zo een valse verklaring voorlezen. Hij verscheen niet op de televisie, slechts op de radio was zijn gebroken stem te horen. Pas veel later, in een zitting van het 8 december strafproces, zouden filmbeelden van zijn verklaring worden vertoond. Op die beelden, die op 8 december 1982 in het Fort Zeelandia waren geschoten, was ook zijn verhoorder te zien: Desi Bouterse. Voor de goede verstaander was daarmee de hoofdverdachte op heterdaad betrapt, hij was wel in het Fort tijdens de folteringen en moorden.
Toen de VN rapporteur voor de mensenrechten mr. Amos Wako verhaal kwam halen bij de legerleiding was het duidelijk in welke schoenen de schuld zou worden geschoven. Sgt. Majoor Zeeuw, toenmalig ondercommandant van de Militaire Politie en vertrouweling van Bouterse, vertelde volgens de rapportage van Wako het volstrekt ongeloofwaardige verhaal dat ‘een soldaat’ met een ‘Bren gun’ plots begon te schieten op de ‘gevangenen’, omdat hij ‘waarschijnlijk ten onrechte dacht dat ze zouden vluchten’. Op de vraag wie de soldaat dan wel niet was, zei hij dat het een ‘dienstplichtig soldaat’ betrof ‘die alleen majoor Horb kende’. Zowel naar verklaringen van Zeeuw, kapt. Graanoogst, als lt. Gorré was alleen (!) Horb in Fort Zeelandia. En Horb was er niet meer. Maar Horb was voorzienig en liet deze getuigenis optekenen: ‘Als ik mocht doodgaan bij een verkeersongeluk, door verdrinking of wat dan ook, weet één ding: ik ben vermoord. Vermoord door Desi en zijn bende.’
Meineed als ‘geheugenverlies’ Irwin Kanhai, advocaat van de hoofdverdachte, was als PALU-kaderlid in 1982 militant van de ‘revolutie’, lees de militaire dictatuur. Hij verdedigt met de hoofdverdachte ook zijn eigen politieke biografie. De ethische gedragscode van advocaten vraagt om onafhankelijkheid van de advocaat in relatie tot zijn cliënt en diens belangen. Bij Kanhai lijkt die onafhankelijkheid zoek, niet alleen vanwege zijn politieke affiliatie met de hoofdverdachte, maar ook vanwege zijn meer politiek-ideologische, dan juridische strategie in de rechtszaal. Kanhai tracht met juridische middelen de desinformatie en lastercampagne van het toenmalige militaire regime tegen zijn slachtoffers en de laffe, valse alibiverhalen van de hoofdverdachte legitimiteit te verschaffen. Hij tracht de leugen dat de decembermoorden het antwoord waren op een dreigende invasie en staatsgreep, waaraan de slachtoffers zouden hebben deelgenomen, kredietwaardigheid te verschaffen. Maar de decembermoorden waren geen antwoord op een dreigende invasie, zij waren als volkenrechtelijk misdrijf tegen de menselijkheid juist aanleiding tot overwegen van een buitenlandse humanitaire interventie. Kanhai poogt slachtoffers en daders met elkaar te verwarren. Maar het is zoals de OAS in haar rapport over de decembermoorden stelde: ook al waren de slachtoffers voornemens een staatsgreep te plegen, dan nog rechtvaardigt niets het martelen en zonder vorm van proces executeren van ongewapende mensen. Soerendre Rambocus en Jiwan Sheombar werden zelfs uit hun gevangeniscellen in Santo Boma gehaald om hen op Bastion Veere dood te schieten. Wat Kanhai tracht te verhullen is dat de decembermoorden onderdeel waren van een totalitaire machtsgreep, waarvan hij en zijn politieke partij ruimschoots hebben geprofiteerd.
Uit de kruitdampen van 8 december 1982 verscheen splinterpartij PALU in de totalitaire regering van 1983 als partij met de meeste ministersposten en het premierschap. Met Doorson trachtte onze politieke advocaat weer het invasiefabeltje iets van geloofwaardigheid te verschaffen. Hij had daarbij, ongetwijfeld tot zijn ergernis, niet alles in de hand. Want naast de ontboezeming over de moord op Horb, verklaarde deze ‘vriend van Bouterse’ ook nog dat oud vakbondsleider Fred Derby, anders dan Bouterse beweerde, geen ‘mol’ van het militaire bewind was en dat het ‘op de vlucht neergeschoten’ verhaal van bevelhebber Bouterse niet waar was. Deze toenmalige politieofficier was gedetacheerd bij Procureur Generaal R.Reeder, die hem na de decembermoorden vroeg gegevens te verzamelen omdat mogelijk strafbare daden waren gepleegd. Er werden geen mensen verhoord. Bovendien kreeg hij na de dood van Horb van de PG te horen dat hij ook met dat gegevens verzamelen moest stoppen. Doorson zei nadrukkelijk dat het niet om een onderzoek en zeker geen strafrechtelijk onderzoek ging. De bewering van Bouterse, veel later, dat er onder zijn bewind na 8 december 1982 onderzoek was verricht, maar dat het was kwijtgeraakt, was dus de zoveelste leugen. Ook in het rapport (1985) van Wako vinden we daarvan de bevestiging. De VN rapporteur schreef dat ‘Lt.Kol. Bouterse’ tegenover hem had verklaard dat ‘er geen poging is ondernomen om een onderzoek naar de gebeurtenissen in te stellen.’ Doorson maakte van zijn verzamelde gegevens een dossier in drievoud. Twee exemplaren bewaarde hij op het kantoor van de PG en een gaf hij vertrouwelijk – ‘een vriendendienst’ – via toenmalig directeur Jozef Brahim in bewaring bij De Surinaamsche Bank. Ter zitting bleek dat alle drie exemplaren waren verdwenen. ‘Een groot raadsel’ zei getuige Jozef Brahim, die vertelde dat in 1993, toen hij met pensioen ging, het bankexemplaar er nog was. Toen de rechters aan getuige Doorson vroegen wat hij zich kon herinneren van zijn gegevens, zei hij dat hij zich had aangeleerd na een ‘zware zaak’ de gegevens uit zijn geheugen ‘te wissen’, want ‘anders wordt je gek’. Voor een ieder met enige kennis van de werking van het menselijke geheugen is die bewering lariekoek. De hersenen zijn geen computer. Treffend gebruikte auditeur-militair Roy Elgin het begrip ‘delete’ voor de ongeloofwaardige pretentie van de getuige. Maar het ‘delete’ knopje van Doorson werkte selectief. Want hij wist wel zich te herinneren dat in het dossier ‘90% harde informatie was dat Nederland Suriname zou binnenvallen’. Derby zou dat aan Horb gezegd hebben. Nee, hij herinnerde zich geen details, ook wist hij geen namen, geen gebeurtenissen, geen feiten, alleen horen zeggen van. Horb en Derby zijn er niet meer, het dossier is foetsie, we moeten het dus alleen doen met het delete-geheugen van de ‘vriend van Bouterse’.
Dat deze getuige buiten zijn rol ging van vertolker onder ede van wat hij heeft waargenomen, bleek uit zijn verdachtmaking (www.caribiana.nl) dat het exemplaar uit de kluis van de bank mogelijk is weggehaald door de Nederlandse ambassade of door Ilse Labadie, voorzitster van de Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede, die toen bij de bank werkte. Zowel Nederland als de nabestaanden zouden er baat bij hebben dat informatie over de ‘invasieplannen’ niet naar buiten zouden komen. De getuige verraadde hiermee niet alleen zijn partijdigheid, hij laadde ook de verdenking op zich de dief te zijn die roept ‘houdt de dief’. Want behalve Jozef Brahim en Herman Doorson wist niemand anders van het exemplaar in de bankkluis en de afspraak was dat alleen als de laatste erom vroeg het uit de kluis zou worden gehaald. En waarom heeft Doorson, toen midden jaren negentig bleek dat het exemplaar uit de bankkluis was verdwenen, geen onderzoek naar de verdwijning laten instellen?! In 1997 werd hij door het regime Bouterse-Wijdenbosch benoemd tot hoofd van de Centrale Inlichtingen Dienst (CID). Zijn ‘vriend’ en naar het unanieme verhaal van alle ooggetuigen de opdrachtgever van de decembermoorden, had alle belang bij de verdwijning van het dossier en waarom zou de gecompromitteerde Doorson zijn Baas daarbij niet van dienst zijn?! Als het gaat om zijn getuigenissen à décharge marcheert Doorson in de parade van pro-Bouterse getuigen die meineed vermommen als ‘geheugenverlies’. Maar ook om andere reden is Doorson – die terloops, in lijn met de leugens van Bouterse en Kanhai, alle schuld in de schoenen van de nu overleden Paul Bhagwandas tracht te schuiven – als getuige à décharge onbetrouwbaar. Het NRC Handelsblad van 17 mei 1997 citeerde uit een vertrouwelijk proces-verbaal van de Haagse regionale criminele inlichtingen dienst dat ‘H.C.E. Doorson, die in het dagelijks leven bij het korps politie Suriname werkt als inspecteur een cocaïnelijn heeft opgezet. Doorson zou een koelvrieshuis hebben in het bedrijf NV Doroe in Suriname alwaar cocaïne geprepareerd zou worden in bevroren vis, bestemd voor Nederland. Doorson heeft zakelijke belangen met Lowes en Bouterse.’
Heropening onderzoek De justitiële autoriteiten in Suriname moeten op straffe van verlies van geloofwaardigheid onmiddellijk het onderzoek naar de dood van Roy Horb heropenen. Doorson moet worden verhoord, terwijl ook de ‘arts’ die mogelijk op flagrante wijze zijn medische eed en de mensenrechten heeft geschonden flink aan de tand moet worden gevoeld. Gezien de huidige ongunstige politieke waarbij de hoofdverdachte president is, is internationale betrokkenheid bij het onderzoek belangrijk voor borging van procedural justice en de geloofwaardigheid van de onderzoeksresultaten. De Surinaamse staat is deze inzet tot waarheidsvinding verplicht aan de Surinamers en de collega’s, vrienden en nabestaanden van Roy Horb.[13] WIKIPEDIA BINNENLANDSE OORLOG http://nl.wikipedia.org/wiki/B innenlandse_Oorlog [14] AMNESTY INTERNATIONAL DECEMBERMOORDEN EN MOIWANA https://www.amnesty.nl/encyclo pedie/decembermoorden-en-moiwa na-surinameDE GROENE AMSTERDAMMER DE HEER BOUTERSE LUST IK RAUW PIJNLIJKE GESCHIEDENIS DE DECEMBERMOORDEN IN SURINAME 6 JANUARI 2010http://www.groene.nl/artikel/d e-heer-bouterse-lust-ik-rauw”Op 15 augustus 2005 werd bekend dat het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten de regering van Suriname heeft veroordeeld inzake de massamoord. De regering moet nabestaanden van de slachtoffers een vergoeding uitkeren; moet smartengeld en schadevergoeding uitkeren aan de overlevenden; moet de daders vervolgen; en moet fondsen ter beschikking stellen voor de ontwikkeling van het dorp. De regering van Suriname is ook veroordeeld in de kosten van het proces.”WIKIPEDIA MOIWANAhttp://nl.wikipedia.org/wiki/M oiwana [15] ”Op 15 augustus 2005 werd bekend dat het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten de regering van Suriname heeft veroordeeld inzake de massamoord. De regering moet nabestaanden van de slachtoffers een vergoeding uitkeren; moet smartengeld en schadevergoeding uitkeren aan de overlevenden; moet de daders vervolgen; en moet fondsen ter beschikking stellen voor de ontwikkeling van het dorp. De regering van Suriname is ook veroordeeld in de kosten van het proces.”WIKIPEDIA MOIWANAhttp://nl.wikipedia.org/wiki/M oiwana [16]ZOWEL DE DECEMBERMOORDEN ALS DE MASSASLACHTING INMOIWANA ZIJN GEKWALIFICEERD ALS MISDADEN TEGEN DEMENSELIJKHEIDDECEMBERMOORDEN”’Decembermoorden’ uit 1982 in Suriname kunnen naar internationaal volkenrecht worden gezien als een misdaad tegen de menselijkheid. Dat concludeert de Zuid-Afrikaanse hoogleraar volkenrecht prof. C. Dugard in een rapport dat hij heeft opgesteld voor het gerechtshof in Amsterdam.”NRCMOORDEN IN ’82 MISDAAD TEGEN DEMENSELIJKHEID12 JULI 2000http://retro.nrc.nl/W2/Lab/ HAL15/000712a.html” Mr.dr. John Dugard is een internationaal gerenommeerd hoogleraar Internationaal Recht. Hij was een vooraanstaand criticus van de Apartheid, een architect van de nieuwe democratische grondwet van Zuid Afrika en wordt als een ‘vader van de mensenrechten in Zuid Afrika’ beschouwd.
In 2000 schreef hij, op verzoek van het Gerechtshof Amsterdam als Amicus Curiae (speciaal deskundige) een gedocumenteerd rapport over de vraag of de folteringen en moorden van 8 december 1982 kwalificeerden als misdrijven tegen de menselijkheid. Zijn antwoord, in de terughoudende stijl van de adviseur geschreven, liet er geen misverstand over bestaan: ‘De folteringen en moorden in Paramaribo in 1982 lijken te vallen binnen de definitie van misdrijven tegen de menselijkheid. Ze werden gepleegd door militaire autoriteiten in Suriname (staatsactoren) tegen een groep burgers die tot doelwit werden, niet vanwege hun individuele eigenschappen maar vanwege hun status als leiders van de Surinaamse intellectuele elite. Bovendien, zij werden gepleegd op een systematische manier als onderdeel van een georganiseerd plan, met gebruikmaking van publieke middelen, gericht op vernietiging van potentiële opponenten van de militaire autoriteiten’. Dugard wees er bovendien op dat ernstige schendingen van de mensenrechten door het militaire regime zich ook voor en na december 1982 hadden voltrokken.”STARNIEUWS.COMDECEMBERMOORDEN, MISDRIJVEN TEGEN DE MENSELIJKHEIDTHEO PARA20 OCTOBER 2015http://www.starnieuws.com/ index.php/welcome/index/ nieuwsitem/31833”5.1 Het hof verenigt zich met de opmerkingen en conclusies van de deskundige, hierop neerkomende dat de onderhavige feiten kunnen worden beschouwd als misdrijven tegen de menselijkheid/folteringen naar internationaal gewoonterecht, omdat zij zijn begaan op een systematische manier volgens een tevoren beraamd plan door de militaire autoriteiten, aan wie Verdachte leiding gaf, en gericht waren tegen een groep burgers, met het doel bekentenissen te verkrijgen of om leden van de burgerbevolking te intimideren of te dwingen.”…………”11 Beslissing
Het hof:
beveelt de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam [voornamen] Verdachte, geboren op[geboortedatum en -plaats], Suriname, te vervolgen wegens de feiten waarop de beklagen betrekking hebben, gepleegd op of omstreeks 8/9 december 1982 in Paramaribo, Suriname;
gelast de officier van justitie bij de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te Amsterdam
een vordering te doen strekkende tot instelling van een gerechtelijk vooronderzoek met betrekking tot genoemde feiten;
– stelt de tekst van deze beschikking algemeen verkrijgbaar.
Deze beschikking is gegeven door de vijfde meervoudige burgerlijke kamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. H.L.C. Hermans, J.H.M. Willems en M.W.E. Koopmann, bijgestaan door mr. M.R. Jöbsis als griffier, en uitgesproken in raadkamer op 20 november 2000.”
Beschikking van 20 november 2000 van de vijfde meervoudige kamer belast met de behandeling van burgerlijke zaken op het beklag met de rekestnummers R 97/163/12 Sv en R 97/176/12 Sv van
[Klager 1] en [Klager 2],
klagers,
raadsman: mr. J.S. Pen,
Keizersgracht 332,
1016 EZ Amsterdam.
1 De verdere behandeling van de klaagschriften
1.1 Het hof verwijst naar zijn beschikkingen in deze zaak van 30 september 1998, 3 maart 2000 en 26 april 2000. De tekst van deze beschikkingen, die in kopie hierbij zijn gevoegd, wordt geacht hier te zijn ingelast.
1.2 Het hof heeft in de beschikking van 3 maart 2000 aangegeven voorlichting nodig te achten van een deskundige op het gebied van het volkenrechtelijk gewoonterecht en elke verdere beslissing aangehouden.
1.3 Bij de beschikking van 26 april 2000 heeft het hof prof. C.J.R. Dugard, hoogleraar in het volkenrecht aan de Universiteit Leiden en Senior Council, Supreme Court of South-Africa, tot deskundige benoemd, verder te noemen: “de deskundige”.
1.4 De deskundige heeft op 7 juli 2000 een rapport over de vragen, zoals geformuleerd in de beschikking van 3 maart 2000, aan het hof doen toekomen.
Dit rapport is in kopie aan deze beschikking gehecht.
1.5 Op 19 september 2000 heeft het hof een raadkamerzitting gehouden waarin voornoemd rapport van de deskundige in diens aanwezigheid aan de orde werd gesteld.
1.6 Klagers zijn in raadkamer verschenen, bijgestaan door mr. J.S. Pen en mr. dr. D. van der Landen, beiden advocaat te Amsterdam. Zij hebben bij monde van mr. Pen volhard in het beklag.
1.7 Ook de advocaat-generaal was in raadkamer aanwezig. Hij heeft gepersisteerd bij zijn eerdere standpunt.
1.8 Verdachte is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. Zijn raadsman, mr. A. Moszkowicz, advocaat te Amsterdam, is wel in raadkamer verschenen.
Mr. Moszkowicz heeft aan de hand van nadien overgelegde pleitnotities primair gevraagd klagers niet ontvankelijk te verklaren en subsidiair gevraagd het beklag af te wijzen.
2 De omvang en strekking van de klachten
2.1 De raadsman van Verdachte heeft aangevoerd dat de klagers kennelijk slechts hebben willen klagen met betrekking tot de misdrijven die gepleegd zijn jegens hun respectieve verwanten en dat het rechtens niet mogelijk is dat de klachten zich mede uitstrekken tot feiten die betrekking hebben op andere slachtoffers.
2.2 Dienaangaande geldt het volgende. Weliswaar wordt de positie van klagers als belanghebbenden in de zin van art. 12 Sv. in dit geval bepaald door de verwantschap die zij met de desbetreffende slachtoffers van het gebeurde hebben, maar dat brengt geenszins mee dat de door hen verlangde vervolging van Verdachte niet mede op gedragingen ten opzichte van andere slachtoffers in dezelfde context betrekking zou kunnen hebben. Voor een zo beperkte uitleg van de klachten als bepleit door de raadsman van Verdachte geeft overigens noch de tekst daarvan, noch de daarop gegeven toelichting voldoende grond.
3 Opportuniteit van berechting door de Nederlandse rechter
3.1 In zijn beschikking van 3 maart 2000 heeft het hof vooropgesteld dat het instellen van een strafrechtelijk onderzoek ter zake van de op eigen grondgebied gepleegde strafbare feiten, die schendingen van mensenrechten opleverden, in beginsel een verplichting is die voor de Republiek Suriname voortvloeit uit het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij het land sedert 1977 partij is. Het hof sprak echter uit dat niet te verwachten viel dat Verdachte in Suriname op afzienbare termijn zou worden vervolgd en berecht ter zake van de feiten waarop het beklag betrekking heeft.
3.2 Inmiddels zijn in de pers recentelijk berichten verschenen die inhouden dat tegen Verdachte in verband met deze feiten in Suriname een gerechtelijk vooronderzoek is aangevangen. Dit roept de vraag op of een vervolging hier te lande nog opportuun moet worden geacht, zoals in het slot van de overweging 4.2 van de beschikking van 3 maart 2000 werd overwogen.
3.3. Omtrent het vermelde gerechtelijk vooronderzoek heeft het hof geen officiële mededeling bereikt en over de eventuele uitkomst daarvan kan geen voorspelling worden gedaan, zo min als zekerheid bestaat over de vraag of vervolgens besloten zal worden een strafzaak tegen Verdachte ter zitting van een rechterlijk college aanhangig te maken. Bij deze stand van zaken ziet het hof onvoldoende aanleiding af te wijken van zijn op 3 maart 2000 ter zake ingenomen standpunt over de opportuniteit van een vervolging hier te lande.
3.4 Die vervolging kan met bewilliging van het hof tenslotte nog worden gestaakt, indien ontwikkelingen in een eventueel Surinaams strafproces daartoe aanleiding zouden geven. Daarbij geldt dat een Surinaams gewijsde door de Nederlandse rechter in beginsel, dat wil zeggen buitengewone omstandigheden daargelaten, moet worden gerespecteerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 68, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Hetzelfde geldt voor een afdoening buiten het strafgeding, zij het dat het, gezien de bijzondere ernst van de feiten, niet goed voorstelbaar is dat daartoe zal worden overgegaan.
4 Geen immuniteit van Verdachte als staatshoofd
4.1 De raadsman van Verdachte heeft gesteld dat deze in verband met de onderhavige feiten niet kan worden vervolgd omdat deze toentertijd de positie van staatshoofd zou hebben bekleed.
4.2 Het hof kan in het midden laten of die onvoldoende gemotiveerde stelling omtrent de positie van Verdachte juist is.
Het plegen van zeer ernstige strafbare feiten als waarom het hier gaat, kan immers niet tot de officiële taken van een staatshoofd worden gerekend.
5 De strafbaarheid van de onderhavige feiten naar volkenrecht en de toepasselijkheid van het universaliteitsbeginsel
5.1 Het hof verenigt zich met de opmerkingen en conclusies van de deskundige, hierop neerkomende dat de onderhavige feiten kunnen worden beschouwd als misdrijven tegen de menselijkheid/folteringen naar internationaal gewoonterecht, omdat zij zijn begaan op een systematische manier volgens een tevoren beraamd plan door de militaire autoriteiten, aan wie Verdachte leiding gaf, en gericht waren tegen een groep burgers, met het doel bekentenissen te verkrijgen of om leden van de burgerbevolking te intimideren of te dwingen.
5.2 Het hof schaart zich eveneens achter het oordeel van de deskundige:
dat foltering als misdrijf tegen de menselijkheid reeds in 1982 een misdrijf was volgens internationaal gewoonterecht en dat de dader daarvan persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld;
dat het in 1982 waarschijnlijk niet (meer) zo was dat een misdrijf tegen de menselijkheid alleen in tijd van oorlog of tijdens een gewapend conflict kon worden begaan, maar ook in tijd van vrede;
dat misdrijven tegen de menselijkheid niet verjaren;
– dat een staat volgens het internationaal gewoonterecht naar de stand van 1982
bevoegd was extraterritoriale (universele) rechtsmacht uit te oefenen ten opzichte van een niet-onderdaan die verdacht werd van een misdrijf tegen de menselijkheid.
5.3 Voorts begrijpt het hof uit het rapport van de deskundige dat het voor de uitoefening van rechtsmacht niet nodig is dat het slachtoffer onderdaan is of de slachtoffers onderdanen zijn van de vervolgende staat, maar dat dit – zoals in het onderhavige geval waarin de klagers verwanten zijn van slachtoffers – de juridische grondslag van een vervolging wel versterkt.
5.4 In het rapport van de deskundige heeft het hof onvoldoende aanknopingspunten kunnen vinden voor de opvatting dat vervolging van Verdachte hier te lande naar maatstaven van internationaal (gewoonte)recht niet mogelijk en toelaatbaar zou zijn, zo lang hij zich niet in Nederland bevindt.
6 Folteringen
6.1 Wat betreft folteringen verwijst het hof naar zijn overwegingen in zijn beschikking van 3 maart 2000, onder 5.2, en volhardt daarbij.
In de lijn hiervan en van hetgeen in de onderhavige beschikking eveneens onder 5.2 is overwogen, ligt besloten dat vervolging van Verdachte wegens folteringen rechtens mogelijk is en derhalve zal worden bevolen.
6.2 Het hof heeft echter in het slot van vermelde overwegingen de vraag opgeworpen of de Uitvoeringswet Folteringverdrag kan worden toegepast op feiten die zijn gepleegd op 8/9 december 1982. Dit zijn immers data die liggen vóór de inwerkingtreding van de wet op 20 januari 1989. Het hof had daarbij het oog op de bedenking, dat alsdan aan de wet terugwerkende kracht zou worden verleend en derhalve mogelijk schending zou plaatsvinden van het legaliteitsbeginsel. Dat beginsel houdt in, dat geen misdaad en geen straf kunnen bestaan dan op grond van een wet die aan de misdaad voorafgaat.
6.3 De deskundige heeft in paragraaf 8.4.3 en volgende van zijn rapport daaromtrent aangegeven dat het Folteringverdrag een declaratoir karakter draagt. Met andere woorden: het verdrag bevestigt slechts wat reeds besloten lag in het internationaal gewoonterecht ten aanzien van het verbod, de bestraffing en de omschrijving van foltering als misdrijf tegen de menselijkheid.
Hieruit volgt naar het oordeel van de deskundige dat de Uitvoeringswet Folteringverdrag met terugwerkende kracht kan worden toegepast op gedrag dat naar Nederlands recht onwettig was vóór 1989, doch niet onder de naam foltering strafbaar was gesteld, zoals mishandeling en moord.
De deskundige heeft in dit verband een onderscheid gemaakt tussen een “retroactieve” en een “retrospectieve” wetgeving. Een retroactieve wet maakt een feit strafbaar dat niet strafbaar was toen het werd begaan. Een retrospectieve wet daarentegen is er niet op gericht nieuwe strafbare feiten in het leven te roepen.
6.4 Het hof sluit zich aan bij deze overwegingen van de deskundige en diens conclusie, hierop neerkomende dat, indien de Nederlandse rechter de Uitvoeringswet Folteringverdrag op een retrospectieve wijze zou toepassen bij de vervolging en berechting van Verdachte op basis van universele rechtsmacht – hetgeen naar het oordeel van het hof niet alleen mogelijk is, maar ook aangewezen voorkomt – artikel 15 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten niet wordt geschonden. Dit artikel bepaalt, voor zover hier van belang, dat het legaliteitsbeginsel niet in de weg staat aan het vonnis en de straf van iemand die schuldig is aan een handelen of nalaten, hetwelk ten tijde dat het handelen of nalaten geschiedde, van strafrechtelijke aard was overeenkomstig de algemene rechtsbeginselen die door de volkerengemeenschap worden erkend.
Op grond van dezelfde overwegingen oordeelt het hof dat voormelde retrospectieve toepassing geen strijd oplevert met artikel 16 van de Grondwet, inhoudende dat geen feit strafbaar is dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.
6.5 Gezien al het voorgaande kan derhalve niet worden geoordeeld dat vervolging, berechting en mogelijk bestraffing van Verdachte inbreuk zouden maken op het legaliteitsbeginsel en/of dat Verdachte er geen rekening mee zou hebben kunnen houden dat hij elders dan in Suriname, in het bijzonder in Nederland, te eniger tijd zou worden vervolgd. Hetgeen de raadsman van Verdachte dienaangaande heeft betoogd kan hieraan niet afdoen.
7 Het begrip foltering in de Uitvoeringswet Folteringverdrag
7.1 In de beschikking van 3 maart 2000 heeft het hof vragen opgeworpen met betrekking tot de toepasselijkheid van de Uitvoeringswet Folteringverdrag, voor zover de feiten betrekking hebben op het ter dood brengen van de slachtoffers. Het hof verwijst naar de overwegingen 5.2.5 tot en met 5.2.7 van die beschikking.
7.2 Bij nadere beschouwing vindt het hof onvoldoende zwaarwegende aanwijzingen om uit te sluiten dat ook het “zelfstandig” doden, dat wil zeggen los van een daaraan voorafgaande foltering, onder de werking van de wet valt.
7.3 In dit verband is van belang dat artikel 1, tweede lid, van de Uitvoeringswet Folteringverdrag met mishandeling gelijkstelt het opzettelijk teweegbrengen van een toestand van hevige angst of een andere vorm van geestelijke ontreddering, hetgeen in het algemeen het geval zal zijn als men de slachtoffers confronteert met een naderende executie. Zoals reeds eerder aangegeven, valt niet wel in te zien dat dit teweegbrengen wèl als een foltering dient te worden beschouwd, doch de executie – de ultieme mishandeling – niet. Eén van de gronden waarop volgens de Memorie van Toelichting op de Uitvoeringswet Folteringverdrag (Tweede Kamer, vergaderjaar 1986-1987, 20 042, nr.3, p.5) de toepasselijkheid van het universaliteitsbeginsel berust, is de ondraaglijkheid van de gedachte dat folteraars, zolang hun door het regime van hun eigen land de hand boven het hoofd gehouden wordt, zich vrijelijk naar andere landen kunnen begeven en daar zelfs ongestraft oog in oog kunnen komen te staan met hun naar het buitenland gevluchte slachtoffers of met, voegt het hof hieraan toe, verwanten of andere bekenden van dezen. Deze overweging is moeilijk verenigbaar met een beperkte uitleg van de wet, die erop zou neerkomen dat juist de daders van de ernstigste misdrijven tegen de menselijkheid van vervolging en eventuele bestraffing gevrijwaard zouden blijven.
7.4 Dit gezichtspunt brengt mee dat alle hier mogelijk te verwijten feiten – mishandeling, al dan niet de dood ten gevolge hebbende én het doden als op zichzelf staande delict – met toepassing van de Uitvoeringswet Folterverdrag hier te lande kunnen worden vervolgd.
7.5 Het hof is van oordeel dat dit niet in strijd is met het uitgangspunt dat strafbepalingen in het algemeen restrictief dienen te worden uitgelegd (Tweede Kamer, vergaderjaar 1986-1987, 20 042, B, p.6, r.k.), omdat alleen dan zou kunnen worden voorkomen dat een strafrechtelijke vervolging volgt op basis van een rechtsnorm waarvan de betrokkene niet bij voorbaat – en in het bijzonder tijdens het begaan van de feiten – redelijkerwijs had kunnen of behoeven te weten, dat zijn gedrag daarmee in strijd is. Het hof verwijst hiervoor naar hetgeen in het rapport van de deskundige in (het slot van) 8.4.4. omtrent het begrip “foltering” is overwogen – in welk verband uitdrukkelijk “murder” (moord) wordt genoemd – en waarmee het hof zich verenigt.
7.6 Het hof onderkent dat op het onderhavige punt verschil van inzicht mogelijk is en dat niet is uit te sluiten dat de strafrechter voor een meer beperkte uitleg zal kiezen. Aangezien de meer uitgebreide uitleg op de door het hof vermelde gronden echter geenszins kan worden uitgesloten, zal de vervolgingsgrondslag te dezen niet worden beperkt. Het hof verwijst in dit verband nog naar hetgeen in rechtsoverweging 8.4 van deze beschikking over de vervolgingsgrondslag zal worden overwogen.
7.7 Daarbij komt dat het hof wenst te vermijden dat het te bevelen onderzoek naar de reeds lang geleden gepleegde feiten waar het in deze zaak om gaat bij voorbaat extra wordt gecompliceerd doordat een onderscheid zou moeten worden gemaakt tussen gevallen waarin een foltering de dood ten gevolge heeft gehad en gevallen waarin de dood, ofschoon mogelijk voorafgegaan door een foltering, niet als een gevolg van de foltering kan worden gezien.
8 Andere grondslagen voor een vervolging
8.1 De gebeurtenissen op 8/9 december 1982 kunnen niet als oorlogsmisdrijven worden gezien. Dit was reeds het voorlopig oordeel van het hof in zijn beschikking van 3 maart 2000. De deskundige heeft in paragraaf 3 van zijn rapport aangegeven zich daarmee te kunnen verenigen. Het hof komt mede aan de hand daarvan niet tot een andere zienswijze.
8.2 De deskundige heeft in zijn rapport voorts vermeld dat Verdachte naar internationaal gewoonterecht voor vervolging in aanmerking komt, maar er tevens – naar het oordeel van het hof terecht – op gewezen dat het Nederlandse recht een nationale wet vereist om internationaalrechtelijke verplichtingen in het eigen stelsel te verwerken voor zover het betreft de strafbaarstelling van menselijk gedrag (vergelijk artikel 94 van de Grondwet).
Het hof deelt de visie van de deskundige, dat misdrijven tegen de menselijkheid buiten het kader van de Uitvoeringswet Folteringverdrag in het Nederlandse recht beperkt strafbaar zijn gesteld, namelijk in de Wet Oorlogsstrafrecht. In die wet worden misdrijven tegen de menselijkheid niet als op zichzelf staande strafbare feiten gezien, maar als strafverzwarende omstandigheden in verband met oorlogsmisdrijven. Oorlogsmisdrijven doen zich, zoals hiervoor overwogen, echter in casu niet voor.
8.3 Het voorgaande brengt mee dat het hof geen reden ziet de vervolging van Verdachte op een andere of ruimere grondslag dan de Uitvoeringswet Folteringverdrag te doen plaatsvinden.
8.4 Het hof acht het evenwel wenselijk dat de rechter die over deze zaak ten gronde zal oordelen de vrijheid behoudt het feit of de feiten naar eigen inzicht te kwalificeren. Daarom zal het bevel tot vervolging niet worden geclausuleerd ten aanzien van de precieze juridische grondslag waarop de vervolging zal dienen te geschieden.
9 Slotsom
De klachten zijn gegrond. Vervolging van Verdachte zal worden bevolen. Onder verwijzing naar de overweging 3.7 van zijn beschikking van 3 maart 2000 zal het hof tevens gelasten dat een gerechtelijk vooronderzoek zal worden gevorderd.
10 De verkrijgbaarheid van deze beschikking
Het hof ziet aanleiding deze beschikking algemeen verkrijgbaar te stellen.
11 Beslissing
Het hof:
beveelt de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam [voornamen] Verdachte, geboren op[geboortedatum en -plaats], Suriname, te vervolgen wegens de feiten waarop de beklagen betrekking hebben, gepleegd op of omstreeks 8/9 december 1982 in Paramaribo, Suriname;
gelast de officier van justitie bij de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te Amsterdam
een vordering te doen strekkende tot instelling van een gerechtelijk vooronderzoek met betrekking tot genoemde feiten;
– stelt de tekst van deze beschikking algemeen verkrijgbaar.
Het standbeeld van koningin Wilhelmina aan de Surinamerivier staat nog altijd als stille getuige naast Fort Zeelandia, waar in 1982 vijftien mannen werden gemarteld en geëxecuteerd. Wat gebeurde er precies op deze plek? En wat was de rol van Desiré Delano Bouterse, destijds bevelhebber, nu president van Suriname? Hier zetten we de feiten op een rij.
Het uitgevoerde scenario
De vijftien slachtoffers zijn zeer vooraanstaande Surinamers. Ze zijn actief als vakbondsleider, militair, advocaat of journalist. Ze hebben één ding gemeen: ze leveren openlijk kritiek op, of voeren democratisch verzet tegen het regime dat aan de macht is gekomen door een coup in 1980, door een groep sergeanten met aan het hoofd Desi Bouterse.
De militairen verklaren dat deze mannen een tegencoup wilden plegen en dat ze vervolgens op de vlucht zijn doodgeschoten. Maar al in het mortuarium blijkt dat die lezing zeer ongeloofwaardig is.
De slachtoffers zijn, duidelijk zichtbaar, doorzeefd met kogels in hoofd en lichaam. Hugo Essed, advocaat van de nabestaanden, noemt de lezing van de militairen “de grootste leugen uit de vorige eeuw”. De moorden zijn volgens hem onderdeel van een vooraf geschreven scenario.
In de jaren daarna wordt niemand berecht voor de moorden. Een van de openbaar aanklagers in die tijd, Ramon de Freitas, onderzoekt de zaak in de jaren 80. Volgens hem verdwijnt, nog voordat de zaak is opgestart, het dossier op mysterieuze wijze uit de kluis waar hij het heeft opgeslagen.
Pas in 2000, een maand voordat de moorden verjaren, komt er door de vasthoudendheid van de nabestaanden een gerechtelijk vooronderzoek. In 2007 begint het strafproces tegen Bouterse en 24 andere verdachten.
Welke vragen zijn er nog?
De grote vraag die de gemoederen al jaren bezig houdt, is wat de rol was van Desi Bouterse bij de moorden. Hij ontkent dat hij aanwezig was in Fort Zeelandia toen de executies werden uitgevoerd. Als hoofdverdachte wordt hij in 2000 gehoord in het gerechtelijk vooronderzoek, maar hij komt nooit opdagen bij de zittingen.
Bouterse vindt dat hij alleen de politieke verantwoordelijkheid draagt voor wat er is gebeurd, omdat hij destijds bevelhebber was van het leger. Maar van een rechtszaak wil hij niets weten.
Hij noemt het een politiek proces. “Wat men wil doen is aangeven: Bouterse heeft die trekker overgehaald, hij heeft geschoten. Dat wil men doen om hem zogenaamd uit te schakelen.”
Welke aanwijzingen zijn er?
Verschillende getuigen verklaren in de jaren na de moorden dat ze Bouterse in het fort hebben gezien tijdens de executies. Er is maar één slachtoffer dat het kan navertellen: vakbondsleider Fred Derby. Hij wordt als enige gespaard door Bouterse en naar huis gebracht op de avond van 9 december. In de jaren 90 doet hij zijn beklemmende verhaal aan verschillende journalisten en aan justitie.
Derby vertelt dat hij op 8 december, net als de andere verdachten, uit de cel wordt gehaald en voor Bouterse moet verschijnen in zijn kantoor in het fort. Tijdens dit ‘tribunaal’ beslist Bouterse over het leven van de mannen.
De vakbondsleider beschrijft hoe hij samen met de andere verdachten doodsangsten uitstaat terwijl hij, staand in zijn onderbroek in de cel, de repeterende schoten hoort. Hij denkt dat hem hetzelfde lot wacht. Maar Bouterse laat hem gaan en Derby ziet dan de lijken van twee slachtoffers.
Waarom Bouterse Derby niet ombrengt, is nooit helemaal duidelijk geworden. Bouterse verklaart zelf in het vooronderzoek dat Derby voor hem werkte als infiltrant. Derby ontkent dit in een gedreven relaas tijdens een persconferentie in 2001. Hij overlijdt later dat jaar, ver voor de start van het proces.
Welk bewijs is er in de rechtszaak naar boven gekomen?
Naast Derby leggen ook andere getuigen een aantal belastende getuigenverklaringen af. Onno Flohr, een van de leden van het vuurpeloton, verklaart dat Bouterse bij de executies aanwezig is, maar niet zelf heeft geschoten.
Een opzienbarende getuigenis is die van Ruben Rozendaal, zelf verdachte. In zijn eerste verhoor verklaart hij dat Bouterse niet in het fort was. Rozendaal zegt dat hij na die verklaring een bedrag van bijna 10.000 Amerikaanse dollar kreeg van Bouterse, als dank.
Maar hij krijgt wroeging en besluit in 2012 alsnog een belastende verklaring tegen Bouterse af te leggen in de rechtszaal. Volgens Rozendaal heeft Bouterse zelf ook twee mannen doodgeschoten: vakbondsleider Cyril Daal en militair Surendre Rambocus.
Advocaat Essed wil niet ingaan op het bewijs dat is geleverd, omdat hij zelf nog aan het woord komt in het proces. “Maar het is niet relevant of Bouterse zelf de trekker heeft overgehaald om te bepalen of hij schuldig is of niet”, zegt hij.
Al met al lijkt er voldoende bewijs dat Bouterse tijdens de executies wel degelijk aanwezig was op het fort.
Hoe groot is de kans dat Bouterse de cel in gaat als hij schuldig wordt bevonden?
Als staatshoofd heeft hij volgens de Surinaamse wet geen immuniteit. Bij een veroordeling moet hij worden opgehaald door de politie, eventueel ondersteund door het leger. Of dat ook zal gebeuren is niet duidelijk. “Wie gaat hem thuis ophalen?”, is in Suriname een veelgestelde vraag. Hij kan bovendien gratie krijgen van de vice-president.
Bouterse heeft een elitekorps dat zorgt voor zijn veiligheid. Daarnaast is hij opperbevelhebber van het leger. Bouterse kan bovendien de noodtoestand uitroepen, waardoor hij absolute zeggenschap in het land krijgt. Dat kan hij doen nog voordat de rechter met een uitspraak komt.
INGEZONDEN – Ik heb met verontwaardiging kennisgenomen van de aanname van de amnestiewet door het Surinaamse parlement, waardoor aan de verdachten in het Decembermoordenproces geen straf meer kan worden opgelegd. Cynisch is bovendien, dat de amnestiewet moet worden bekrachtigd door de hoofdverdachte in het sinds 2007 lopende …Decembermoordenproces, voormalig legerleider en dictator Bouterse, en thans de huidige president van Suriname. In de nacht van 8 op 9 december 1982 werden 15 critici van het middels een coup in 1980 aan de macht gekomen militaire regime Bouterse, zonder enige vorm van proces geëxecuteerd, onder hoofdverantwoordelijkheid van Bouterse, toenmalig legerbevelhebber.Voor de Decembermoorden hadden gedurende het legerbevelhebberschap van Bouterse een groot aantal mensenrechtenschendingen plaats gehad, zoals de standrechtelijke executie van de militair Hawker na een mislukte tegencoup in maart 1982 en mishandelingen en arrestaties op vage gronden van oud-politici en dissidente militairen.Ook heeft onder de verantwoordelijkheid van Bouterse in zijn militair conflict met de toenmalige leider van het Jungle Commando R. Brunswijk in 1986 een massaslachting plaatsgevonden in het bosnegerdorp Moiwana, waarbij tientallen burgers werden doodgeschoten door Surinaamse legertroepen.De amnestiewet leidt tot een cultuur van straffeloosheid, willekeur en rechtsongelijkheid, aangezien ”gewone” misdadigers wel worden bestraft. In Suriname kan geen sprake zijn van een democratische rechtsstaat zonder bestraffing van de Decembermoorden en andere mensenrechtenschendingen. (Astrid Essed)
Het Surinaamse Hof van Justitie heeft bepaald dat het Decembermoorden-proces hervat moet worden. De advocaat van de nabestaanden van de Decembermoorden, Hugo Essed, spreekt van een grote overwinning voor de rechtsstaat.
Gisteren meldde de Surinaamse krant De Ware Tijd op basis van bronnen dat Bouterse en 24 andere verdachten van de Decembermoorden toch moeten worden vervolgd van het hoogste Surinaamse rechtscollege. Uit het vonnis van het hof blijkt nu dat het OM inderdaad het bevel krijgt om de vervolging te hervatten.
Vervolging
Op 8 december 1982 werden vijftien tegenstanders van het toenmalige militaire regime van Bouterse opgepakt, gemarteld en doodgeschoten. Pas in 2007 begon een rechtszaak tegen hoofdverdachte Bouterse en de andere verdachten.
Door de Amnestiewet uit 2012 werd het strafproces tegen de verdachten opgeschort. Maar die wet is nu door het Hof terzijde geschoven.
Volgens een wetsartikel hebben ‘belanghebbenden’ het recht om bij het Hof te klagen wanneer een strafbaar feit niet vervolgd wordt of de vervolging wordt stopgezet. Het Hof kan het OM dan bevelen de vervolging in te stellen of te hervatten. De nabestaanden, die door het Hof als belanghebbenden zijn erkend, hebben nu met succes van dit wetsartikel gebruikgemaakt.
Waarheidsvinding
Het moment waarop de uitspraak van het Hof komt is opmerkelijk. Volgende week maakt de Nederlandse publicist en nabestaande Sandew Hira de tekst openbaar van een interview dat hij het afgelopen weekend met president Bouterse hield als onderdeel van waarheidsvinding.
Andere nabestaanden hebben zich scherp uitgelaten over het waarheidsvindingsproject van Hira omdat zij vinden dat Bouterse voor de rechter moet getuigen en niet tegenover een individuele nabestaande.
Hervatten
“De nabestaanden verwachten naar aanleiding van de uitspraak van het Hof dat het OM de vervolging van president Bouterse en de andere verdachten snel zal hervatten”, aldus Essed.
De presidentiële woordvoerder, Cliff Limburg, wil niet reageren op de uitspraak van het Hof. De advocaat van Bouterse, Irwin Kanhai zei verrast te zijn over de uitspraak van het Hof. “Ik heb het via de media vernomen en zal deze zaak met mijn cliënt bespreken”, aldus de raadsman.[22] WORLDNIEUWS SURINAMEIS ARTIKEL 140 GRONDWET DE UITWEGUIT HET DECEMBERSTRAFPROCES26 JUNI 2016http://www.worldnieuws.com/de- ware-tijd/is-artikel-148-grond wet-de-uitweg-uit-het-december strafproces/TEKST
ACHTERGROND – President Desi Bouterse heeft in het parlement gezegd dat hij binnen het kader van recht en wet de door hem geconstateerde constitutionele crisis zal oplossen. De Ware Tijd stuitte in de grondwet op artikel 148, die mogelijk gebruikt zou kunnen worden om het 8 Decemberstrafproces te stoppen. Bij het voorleggen van deze eventuele mogelijkheid aan deskundigen bleken, zoals vaak bij juridische vraagstukken, de meningen verdeeld.
Tekst: Ivan Cairo
Artikel 148 luidt als volgt: “De regering bepaalt het algemeen vervolgingsbeleid. In het belang van de staatsveiligheid kan de regering in concrete gevallen aan de procureur-generaal bevelen geven met betrekking tot de vervolging”.
Kan de regering op grond van voornoemd artikel de afronding van dit strafproces nog stoppen, nu de Amnestiewet 2012 geen afdoend middel blijkt te zijn? “Het simpele antwoord is ‘nee’. De regering kan namelijk geen proces stoppen. Alleen de Krijgsraad kan beslissen wat er in het strafproces moet gebeuren. Zelfs de Krijgsraad kan overigens het strafproces niet stoppen”, zegt Gaetano Best, jurist internationaal strafrecht. Eugene van der San, hield het aanvankelijk op een cryptisch antwoord. “Als u het leest (Art. 148,… red.) is die vraag van u overbodig. Op grond van wat de Grondwet en die bepaling zeggen, is die vraag van u aan mij overbodig”, stelt Van der San, “kenner van de Grondwet”. Hij sprak op persoonlijke titel.
Onmogelijk
Evenals Best zijn staatsrechtsgeleerde Sam Polanen en advocaat Hugo Essed van oordeel dat artikel 148 niet toegepast kan worden om het 8 Decemberstrafproces te stoppen. “Nee, dat kan niet. Daarvoor is dat artikel niet bedoeld”, zegt Polanen. Hij legt uit dat alleen in “toestanden van nood en toestanden die het onmogelijk maken om op de reguliere wijze volgens de regels van de Grondwet het land te besturen”, een regering desbetreffend grondwetsartikel kan gebruiken om de procureur-generaal (pg) vervolgingsopdrachten te geven. Toepassing van artikel 148 is “het uiterste middel”, aldus Polanen.
“De democratie heeft regels en volgens die regels moeten we het land besturen”, voegt hij er aan toe. Pas wanneer het volgens die regels niet meer lukt om het land te besturen “kom je in een noodtoestand, een situatie die de Grondwet niet heeft voorzien”. Er zou een concrete dreiging tegen de staatsveiligheid moeten zijn waarbij het Openbaar Ministerie niet optreedt en de regering vervolgens instructies geeft aan de procureur-generaal om daartegen acties te ondernemen.
Misbruik
Advocaat Essed merkt op dat de regering in het belang van de staatsveiligheid bevelen geeft aan de pg met betrekking tot de vervolging, maar dan moet de totale regering dat doen en niet alleen de president. Ten tweede moet het bevel in belang van de staatsveiligheid zijn, wat niet geheim mag worden gehouden voor de samenleving. De staatsveiligheid gaat iedereen aan. De regering zal concreet moeten aangeven hoe de staatsveiligheid in gevaar is en hoe het bevel dat ze aan de pg geeft, dat eventueel gevaar zal keren.
De advocaat geeft als voorbeeld, dat indien er een terreurorganisatie in Brokopondo een kamp zou stichten en plannen beramen om naar de hoofdstad of andere plaatsen op te rukken en de pg zou daartegen geen acties ondernemen, kan de regering het parket bevelen maatregelen te treffen om dat gevaar aan te pakken, de dreiging te elimineren en betrokkenen actief te vervolgen. De regering mag pas gebruik maken van artikel 148 van de Grondwet als er “aantoonbaar” een dreiging tegen de staatsveiligheid heerst. Als de geconstateerde dreiging geheim wordt gehouden en toch gebruik wordt gemaakt van voornoemd grondwetsartikel zal dat, aldus Essed, neerkomen op het misbruiken van bevoegdheden door de regering.
“Ik kan me niet goed voorstellen hoe men in dit concreet geval de procureur-generaal de opdracht zal geven om niet te rekwireren of ervoor moet zorgen dat er geen stafeis komt. Als dat gebeurt, wordt misbruik gemaakt van de bevoegdheden, want stoppen van de vervolging of de strafeis is helemaal niet in het belang van de staatsveiligheid”, zegt Essed. Evenals Polanen, zegt Essed, dat er een concrete dreiging moet zijn. De regering moet dat kunnen aantonen, niet alleen maar zeggen dat die er is. Als de staatsveiligheid bedreigd wordt, mag dat niet geheim worden gehouden.
Verdeeld
Dat de meningen onder juristen en belanghebbenden bij juridische vraagstukken verdeeld zijn, is volgens Van der San evident. “Wanneer het gaat om een grondwetsbepaling die in het voordeel of belang is van bepaalde mensen, dan is de rechtsstaat niet in gevaar, en wanneer het gaat om een grondwetsbepaling die niet in hun belang is, dan is de rechtsstaat in gevaar. We hebben in Suriname op dat stuk een groot probleem.” De bestuurskundige merkt desgevraagd op, dat ook het 8 Decemberstrafproces onder voornoemd grondwetsartikel valt.
“Er is geen uitzondering gemaakt in de Grondwet. Het gaat om alle gevallen. Er is geen enkele uitzondering voor een geval”, benadrukt hij. Op de vraag of de regering concreet zou moeten aangeven hoe de staatsveiligheid in gevaar is, antwoordt Van der San dat het grondwetsartikel het kader aangeeft wanneer het toegepast kan worden. “Alles wat in de een Grondwet staat gebruik je in algemeen belang, dus ook deze bepaling. Alle bepalingen in de Grondwet worden in algemeen belang gebruikt, behalve de privégrondrechten”.
Hij zegt verder dat in zijn perceptie een grondwetsartikel sec op basis van wat daarin staat moet worden toegepast. “Ik ga niet na wat de consequentie daarvan zal zijn. Ik kan me natuurlijk vergissen, maar op basis van mijn inzichten is er een bepaling en het kan gebruikt worden en ik kijk niet naar wat de consequenties daarvan zijn.” Dat geldt voor alle bepalingen in de Grondwet, voegt hij er aan toe.
Op grond van het Wetboek van Strafvordering kan de Krijgsraad, aldus Best, in dit stadium van het 8 Decemberstrafproces twee dingen doen: de vervolging voortzetten totdat er een materiële einduitspraak is of de vervolging schorsen. “Meer smaken kent ons strafprocesrecht niet”. Het Hof van Justitie heeft immers gesteld dat er voor schorsing van de vervolging alleen plaats is in geval van een geschilpunt van burgerlijk recht. En dat is in het 8 Decemberstrafproces in het geheel niet aan de orde. Best: “Nu de schorsing van de vervolging is opgeheven, hebben we dus geen enkele andere keus dan om de vervolging voort te zetten totdat er een materiële einduitspraak ligt”.
“De belangrijkste voorwaarde voor toepassing van de concrete aanwijzingsbevoegdheid van artikel 148 van de Grondwet is dat dit ‘in het belang van de staatsveiligheid’ moet zijn. Er moet sprake zijn van een situatie waarin de staatsveiligheid in gevaar is of dreigt in gevaar te komen. Nog scherper geformuleerd, als de regering zou verzuimen om in een concreet geval vervolgingsbevelen aan de pg te geven, zou daarmee de staatsveiligheid in gevaar komen”, stelt Best. Volgens hem is nog op geen enkele wijze aangetoond dat voortzetting van het 8 Decemberstrafproces de staatsveiligheid in gevaar zou brengen.
Dreiging aanpakken
Indien de minister van Justitie en Politie of een andere overheidsinstantie daadwerkelijk over concrete informatie beschikt dat er personen in Suriname aanwezig zijn die bij een voortzetting van het 8 Decemberstrafproces strafbare feiten zullen plegen, zijn er twee keuzes. “We kunnen met een beroep op artikel 148 van de Grondwet trachten de vervolging wederom te schorsen of we kunnen de personen die van plan zijn strafbare feiten te plegen arresteren en vervolgen”, zegt de rechtsgeleerde.
De tweede optie, arrestatie en vervolging van de personen die voornemens zijn strafbare feiten te plegen, ligt volgens hem het meest voor de hand. Kiezen voor het alternatief, namelijk schorsing van de vervolging, komt er volgens hem op neer dat de rechtsstaat Suriname wijkt of zelfs zwicht voor “een stel criminelen die kennelijk samenspannen tot een opstand tegen het in Suriname gevestigde gezag of tot het plegen van misdrijven tegen de openbare orde”.
Best: “Het is in het algemeen belang de straffeloosheid voor meervoudige moord op te heffen. Het strikt persoonlijke belang van personen die tegen strafrechtelijke vervolging van de verdachten van de Decembermoorden zijn, kan in een rechtsstaat nooit prevaleren boven het algemeen belang de strafwet in Suriname te handhaven. Bovendien zou de staatsveiligheid pas in het geding zijn wanneer onze gewapende machten niet opgewassen zouden zijn tegen de personen die bij een voortzetting van het 8 Decemberstrafproces van plan zijn strafbare feiten te plegen. Dat lijkt me hoogst onwaarschijnlijk.”
Obstakels
Als de regering een beroep doet op artikel 148 van de Grondwet, betekent dat dat de pg ter terechtzitting zal moeten beargumenteren en met feiten en omstandigheden zal moeten onderbouwen waarom stopzetting van het strafproces in het belang van de staatsveiligheid is. “Ik kijk daar met grote belangstelling naar uit”, zegt Best. Een ander obstakel dat mogelijk in de weg staat van gebruikmaking van de aanwijzingsbevoegdheid uit artikel 148 van de Grondwet is dat het een bevoegdheid van de voltallige regering is, meent de jurist.
“Elke minister heeft in deze dus een eigen verantwoordelijkheid en moet dus overtuigd zijn van het feit dat stopzetting van het 8 Decemberstrafproces in het belang van de staatsveiligheid is. Van sommige ministers verwacht ik niet anders dan dat ze weigeren mee te werken aan deze onverholen vorm van misbruik van bevoegdheid.” Een laatste obstakel dat in de weg staat aan het bewandelen van de route van artikel 148 van de Grondwet is de Krijgsraad zelf.
Deze zal alleen meegaan met de door de pg namens de regering ingediende vordering om, bijvoorbeeld, de vervolging nog eens te schorsen wanneer de Krijgsraad de onderbouwing dat zulks in het belang van de staatsveiligheid is, onderschrijft. Best: “En ook dat lijkt me zeer onwaarschijnlijk”. Gebruikmaking van artikel 148 van de grondwet typeert hij als “een heilloze weg, simpelweg omdat niet aan de voorwaarden van het artikel wordt voldaan”.
GRONDWET VAN DE REPUBLIEK SURINAME
HOOFDSTUK XV
DE JUSTITIE
VIJFDE AFDELING
HET OPENBAAR MINISTERIE
ARTIKEL 148‘De regering bepaalt het algemeen vervolgingsbeleid. In het belang van deStaatsveiligheid kan de regering in concrete gevallen aan de Procureur/generaal bevelen geven met betrekking tot de vervolging. ´´
President Bouterse lijkt vastberaden om aan strafvervolging te ontkomen. Volgt een presidentiële coup?
Een presidentiële coup, zo noemde de oppositie gisteren de wijze waarop president Bouterse de afgelopen dagen vastberaden werkte aan een methode om strafvervolging te voorkomen.
De krijgsraad oordeelde onlangs dat een amnestiewet uit 2012, die Bouterse moest vrijwaren voor vervolging als hoofdverdachte van de Decembermoorden, in strijd is met de grondwet van het land. Nog deze maand moet de strafzaak daarom voortgezet worden. Het staatshoofd legt zich echter niet neer bij die uitspraak en gaat in de tegenaanval.
Bouterse lijkt vastberaden om ervoor te zorgen dat de aanklager in de strafzaak op 30 juni wederom niet met een strafeis kan komen. De voormalige legerleider, die sinds 2007 terechtstaat voor de standrechtelijke executie van vijftien opposanten in december 1982, is bereid daartoe alle registers open te trekken.
Noodtoestand Er zijn meer en meer aanwijzingen dat Bouterse eraan denkt de noodtoestand in de republiek uit te roepen, al wordt dat officieel vooralsnog ontkend. De grondwet geeft de president die mogelijkheid, maar dan enkel wel ‘in geval van een ernstige bedreiging of verstoring van de inwendige orde van de staat’.
De afgelopen dagen is de president druk doende geweest zoveel mogelijk mensen ervan te overtuigen dat zijn persoonlijke, juridische problemen daadwerkelijk een interne bedreiging voor het gehele land zijn. Het uitroepen van de noodtoestand zou hem handig uitkomen. Hij kan dan per decreet regeren en de grondwet – die een toepassing van de amnestiewet onmogelijk maakt – tijdelijk buiten werking stellen.
Zo belegde Bouterse afgelopen vrijdag een twee uur durend onderhoud op het presidentieel paleis met de waarnemend voorzitter van het Hof van Justitie, de hoogste rechter. Onderwerp van gesprek: ‘een grondwettelijk vraagstuk’.
‘Verkeerde beslissing’ Een dag later trokken naaste adviseurs van Bouterse naar de kazerne, waar de legertop te horen kreeg dat de krijgsraad ‘een verkeerde beslissing’ heeft genomen. Op die manier probeert de president zich nu al verzekerd te zien van de onvoorwaardelijke steun van het militaire apparaat, voor het geval dat nodig zou zijn.
“Als je vanaf het begin van de rechtszaak al het gevoel hebt dat de rechters niet onpartijdig zijn, dan heb je een probleem. En dat probleem heeft het hele land nu”, sprak kabinetschef Eugene van der San er de militairen toe.
Maandag nodigde Bouterse verschillende oppositiepartijen uit. “Wij kregen van de president te horen dat hij vindt dat er sprake is van een constitutionele crisis. De veiligheid van de staat zou in het geding zijn. Al deze ontwikkelingen verontrusten ons”, zei parlementslid Paul Somohardjo tegen de lokale nieuwssite Starnieuws.
“Een beslissing van de rechter gebaseerd op de grondwet kan volgens ons helemaal geen constitutionele crisis veroorzaken. Wij roepen de president op het hoofd koel te houden”, laat oppositielid Gregory Rusland in een verklaring weten.
Het voorlopige sluitstuk volgde maandagavond op de staatstelevisie, waar de woordvoerder van Bouterse de bevolking van Suriname klaarstoomde voor wat mogelijk komen gaat. “De krijgsraad heeft de amnestiewet terzijde geschoven. Mag dat wel?”, schalde het retorisch door de huiskamers.
‘Rechters laten opdonderen’ Ook vertrouwelingen van Bouterse helpen een handje om hun baas te helpen. Parlementslid Rachied Doekhie moedigde in een interview de president aan om ‘de rechters te laten opdonderen’. Melvin Bouva, ondervoorzitter van het Surinaamse parlement, liet zich evenmin onbetuigd. “Onze rechterlijke macht is nooit in staat gebleken zo’n immense strafzaak als 8 december te kunnen dragen. Dat hebben ze nu alweer bewezen. Dit is een ernstige zaak.”
Sandew Hira en president Desi Bouterse op een boomstronk in Brokobaka.
Afgelopen weekend – zaterdag en zondag – had ik het gesprek met president Bouterse op Brokobaka. Vrijdag had ik mijn persconferentie. Op de vraag hoe ik me voelde, antwoordde ik dat ik een gevoel had dat ik niet goed kon duiden, maar leek op verdriet. Een gevoel alsof je van binnen huilt maar je weet niet waarom. Henk Amstelveen, een specialist op het gebied van pijnverwerking, legde me uit wat het zou kunnen zijn. Je hebt twee lagen van verwerking van pijn, legt hij uit. De eerste laag is je verstand. Je probeert met je hoofd te begrijpen wat er aan de hand is met je. Verder ben je bezig om de dagelijkse dingen te doen die horen in het leven. Je verstand leidt dan vervolgens je handelingen.
Maar er is een tweede laag: je onderbewustzijn. Die verwerkt de emoties op een manier waar jij geen greep op hebt. Het heeft zijn eigen logica en volgt zijn eigen weg. In die laag is het mogelijk dat op dit cruciale moment je gevoelens over je ouders en je broers een weg vinden en zich uiten in emoties van verdriet, zonder dat je er greep op hebt. Amstelveen zou best eens gelijk kunnen hebben. Na het gesprek met hem en anderen voelde ik me een stuk beter en opgelucht. Dat gevoel van verdriet was verdwenen.
Mijn vrouw en ik logeerden niet in Brokobaka maar in Berg en Dal. Daar hadden we een cabin gehuurd van waaruit we zaterdag en zondag naar Brokobaka gingen. Zaterdag kwamen we rond 12.00 uur aan in Brokobaka. Als we de hut naderen waar Bouterse ons zou ontvangen, groeit toch de spanning in mijn lichaam. Als ik Amstelveens redenering zou volgen, weet ik niet of op dat moment mijn onderbewustzijn of mijn hoofd de overhand zal hebben.
We stapten uit de auto en liepen de hut binnen. Ik stak mijn hand uit naar president Bouterse die me ontving met een hartelijke handdruk en warme woorden van welkom. Het leek alsof een last van mijn schouders viel omdat er geen spanning was. We kregen wat te drinken en spraken over koetjes en kalfjes. De president stelde voor om een wandeling te maken door het bos. Brokobaka ligt in de jungle. Tijdens de wandeling legde hij me uit hoe het bos werkt. Hij vertelt over de bomen, de planten en het fruit. Op een bepaald moment gingen we op een boomstronk zitten om te praten over hoe we het gesprek zouden gaan voeren.
Hij vertelde hoe 8 december op hem en de gemeenschap al jaren drukt en hij blij is dat er nu een initiatief is gekomen naar waarheidsvinding waar hij graag aan wil meewerken omdat het niet politiek gekleurd is, maar echt gericht op waarheidsvinding. Hij wil meewerken om alle processen van geweld inclusief 8 december tot de bodem uit te zoeken. Ik zei dat ik verwacht dat we van mening zullen kunnen verschillen in onze analyse en beoordeling en die meningsverschillen ook zullen etaleren. Hij had er geen moeite mee.
Na een wandeling van anderhalf uur hebben we lunch gehad. De jonge en zeer professionele technici hadden intussen alles klaargezet voor de opname. Er werden drie camera’s gebruikt: één op mij gericht, één op de president en één voor een totaalshot. De regie was in een aparte afgedekte ruimte waar direct ook de eindmixage werd gedaan. In een andere afgedekte ruimte zaten mijn vrouw en de naaste medewerkers van de president om het gesprek via een scherm te volgen. We zaten onder een boom. De camera’s waren ingesteld en de cameramensen waren in de regie kamer, zodat in de hele omgeving alleen ik en de president er waren. We hadden geen rekening gehouden met het feit dat we constant zouden worden lastig gevallen door vliegen en moesten regelmatig muggenspray gebruiken tijdens het gesprek.
We begonnen zaterdagmiddag en gingen door in de avonduren. We zaten onder een boom voor een kreek. In de avond werden enkele grote lampen werden aangezet en op de achtergrond achter de kreek werd een groot kampvuur aangestoken voor een mooier achtergrondbeeld.
Zondag zijn we ’s ochtends begonnen en hebben ’s middag afgerond. We hebben in totaal acht uur gesproken. Tijdens het gesprek viel me op dat de president wel algemene feiten kende uit het verleden, maar dat hij zich sommige belangrijke details niet goed kon herinneren. Tijdens de lunch zaten we aan tafel met zijn naaste medewerkers die al vanaf het begin met hem optrekken. Zij brachten dan belangrijke details naar boven en konden zijn geheugen weer opfrissen. Eén van die medewerkers, Kenneth Slooten, heeft een encyclopedisch geheugen, en wist alle belangrijke data en handelingen die gepleegd werden. Een andere belangrijke geheugenbank is Melvin Linscheer, directeur Nationale Veiligheid. Hij kende de rapporten van de inlichtingendienst. Hun bijdragen tijdens de lunch waren zo wezenlijk, dat ik de president voorstelde om hen bij het gesprek voor de camera te betrekken, zodat we hiermee zijn geheugen konden opfrissen tijdens het gesprek en de kwaliteit van de informatie konden vergroten. Daarom is het gesprek niet uitsluitend een interview met de president geworden.
De eerste periode hebben we gesproken over hoe 8 december mij heeft beïnvloed en over het proces dat ik ben ingegaan. Daarna is hij van start gegaan met een beschrijving van hoe de coup is ontstaan. Het was geen uit de hand gelopen vakbondsconflict. Vanuit drie hoeken in het leger waren er besprekingen om de zaak vanuit het leger over te nemen.
Over 8 december gingen we heel tijd door. Het was een hard gesprek waarin hij volhield dat hij niemand heeft vermoord en waarin ik zijn verhaal onderwierp aan een kritische analyse. We werden het niet eens met elkaar. Ik had mijn twijfels. Zijn versie is dat hij niemand heeft vermoord. Als hij dat had gedaan, had hij geen enkele moeite om dat toe te geven en uit te leggen waarom hij dat gedaan heeft. Maar hij bleef erbij dat hij het niet heeft gedaan en droeg daar zijn informatie voor aan.
Zijn bijdrage heeft nieuwe richtingen voor het onderzoek geopend, waar niet eerder aan gedacht is en die mogelijk zijn versie van het verhaal kan bevestigen of ontkennen. Hij zou ook in zijn privé-archief duiken en materiaal beschikbaar stellen om zijn versie te staven.
De harde confrontatie tussen ons heeft de sfeer niet verpest. Integendeel. We hebben afgesproken dat hij zijn volledige medewerking zal blijven geven aan een nader diepgaand onderzoek om zijn versie te toetsen aan een breed scala aan getuigenissen. We zijn toen doorgegaan naar de Binnenlandse Oorlog.
Dit is niet mijn laatste gesprek met de president. Hij wil net als ik dat de zaak tot de bodem wordt uitgezocht en bronnen die niet eerder geraadpleegd zijn, bij het onderzoek betrekken.
Vandaag begint ons team in het Nationaal Archief met het uittypen van de banden. In de loop van de week zal ik een commentaar schrijven op ons gesprek en de implicaties hiervan voor ons verdere onderzoek bespreken. Volgende week dinsdag 8 december om 09.30 uur zal ik de transcriptie en CD-rom van alle afleveringen aanbieden aan de voorzitter van DNA, Jennifer Geerlings-Simons. Aansluitend zal ik bij Residence Inn op een persconferentie inhoudelijk ingaan op het gesprek. Dinsdagavond zal de STVS beginnen om het gesprek uit te zenden in een serie afleveringen.
Het gesprek is anders gelopen dan ik dacht en beter dan ik had gehoopt. Het is uitgebreider en diepgaander geworden dan ik gedacht en gehoopt had. Het bevat soms schokkende inzichten. En het heeft de deur geopend naar een grotere en intensievere betrokkenheid van de president en zijn netwerken om bronnen aan te boren voor waarheidsvinding die tot nu toe buiten beeld zijn geworden.
Het weekend is een groot succes geworden, ondanks mijn eerdere twijfels over wat de uitkomst zou kunnen zijn. Het heeft een nieuwe dimensie gebracht in het onderzoek dat de komende maanden met volle kracht verder zal gaan.
U bent op democratische wijze gekozen tot president van Suriname. Aan het eind van uw nieuwe presidentschap bent u 75 jaar, een leeftijd om na te denken over uw nalatenschap voor de geschiedenis van Suriname. Wij kennen elkaar niet persoonlijk. We hebben elkaar nooit eerder ontmoet. We delen samen een drama: de Decembermoorden van 1982. Mijn broer, John Baboeram, is toen onder uw verantwoordelijkheid gemarteld en vermoord in Fort Zeelandia. Het heeft het leven van mijn vader en moeder, en ons heel gezin, getekend voor de rest van hun bestaan. Hun verdriet heeft altijd heel zwaar op mij gedrukt. En niet in het minst vanwege het spanningsveld tussen mijn liefde voor mijn ouders en mijn politieke en morele opvattingen.
U beschouwt 25 februari als een revolutie. Ik beschouw het als een militaire coup met contradicties van links en rechts. Kort na de Decembermoorden werd ik gebeld door een ambtenaar van het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij nodigde me uit voor een gesprek met ex-president Chin A Sen. In dat gesprek vroeg Chin A Sen me om steun uit te spreken voor een militaire operatie die hij met de CIA zou voorbereiden. Hij zou voor zijn vertrek naar Amerika op Schiphol een persbijeenkomst organiseren met iedereen die hem zou steunen. Ik weigerde.
Voor mijn lieve ouders was dat een onbegrijpelijk besluit. Hun pijn vroeg om gerechtigheid. Ik weet heel goed dat mijn antwoord heel onbevredigend voor hen was. Ik gaf een politieke reden voor mijn besluit. Nooit zal ik welke actie van de CIA dan ook ondersteunen, want hun acties hebben nooit het belang gediend van onderdrukte volkeren in de wereld. Ik gaf ook een morele reden: de militaire acties van de CIA zullen leiden tot de dood van onschuldige burgers in Suriname, die ook een vader en moeder hebben. De politieke reden stuitte op onbegrip, de morele leek hen ietsje meer aan te spreken. Op hun vraag “wat is het alternatief?” antwoordde ik: “Geweldloze actie”. Ondanks hun bewondering voor Mahatma Gandhi, hechtten ze weinig waarde aan die strategie. Het spanningsveld tussen mijn liefde voor mijn ouders en mijn politieke en morele opvattingen ging gepaard met een andere pijn, de pijn van principes.
In de jaren daarna heb ik intensief samengewerkt met wijlen Fred Derby voor een herstel van de rechtsstaat in Suriname. Die kwam er dankzij de inzet van veel krachten in Suriname. In 1987 waren de eerste verkiezingen. In 2015 heeft uw partij die gewonnen met een meerderheid van 26 zetels. In de afgelopen 33 jaar zijn de Decembermoorden als een donkere wolk blijven hangen over de Surinaamse gemeenschap in en buiten Suriname. Er is veel veranderd in die tijd. Eertijds tegenstanders van u zijn bij tijd en wijle medestanders geworden. Paul Somohardjo en Ronnie Brunswijk zijn slechts twee opvallende voorbeelden. Pogingen om u via juridische weg aan te spreken op de Decembermoorden zijn op niets uitgelopen. In dat traject heeft de amnestiewet een belangrijke rol gespeeld. Ook daar heb ik de pijn van principes moeten ervaren.
Aan de ene kant is er een groep nabestaanden – ondersteund door politieke krachten in binnen- en buitenland – die pleiten voor een juridisch proces. Ik begrijp hun emoties. Aan de andere kant heeft uw regering – waarin ook Somohardjo en Brunswijk zitting hadden – u vooraf amnestie toegekend en een waarheidscommissie ingesteld. Die commissie is op niets uitgelopen. Ik heb gepleit voor een traject van waarheidsvinding als alternatief voor een juridisch traject en tegen een wet die vooraf amnestie gaf. Het werd me niet in dank afgenomen. Beide trajecten hebben de donkere wolk niet kunnen verdrijven. En die wolk drukt in negatieve zin op onze gemeenschap. Relaties tussen mensen op allerlei niveaus – politiek, economisch, cultureel etc. – worden nog steeds beïnvloed door een standpunt t.a.v. de Decembermoorden. Die verdeeldheid zal blijven zolang er geen proces is van het verwerken van de ervaringen rond deze kwesties. Waarheidsvinding is een belangrijk onderdeel in dit proces. De waarheid maakt ons vrij. Het stelt ons in staat om tegen elkaar te zeggen: ook al zijn we het niet met elkaar eens over hoe we het verleden beoordelen, het feit dat dit verleden niet bedekt wordt, is voldoende om tegen elkaar te zeggen: laten we deze zwarte bladzijde in onze geschiedenis omslaan en samen bouwen aan een nieuwe toekomst voor onze gemeenschappen in en buiten Suriname. Het zal ons goed doen in alle opzichten: politiek, economisch, cultureel etc.
U heeft in dit proces de sleutel in handen. Daarom doe ik u hierbij het volgende voorstel in het licht van het falen van een waarheidscommissie. Dat voorstel bestaat uit vijf punten. 1. U legt in een uitgebreid en diepgaand interview met mij een getuigenis af van de gebeurtenissen waarbij u betrokken bent geweest en waarbij geweld een bepalende factor is geweest. Ik beperk die gebeurtenissen nadrukkelijk niet tot de Decembermoorden. Het gaat hier niet om de verwerking van mijn persoonlijk verdriet, maar om de verwerking van het verdriet van tal van mensen die hebben moeten dealen met geweld in de aanloop naar 25 februari en daarna, inclusief de Decembermoorden, Moiwana en de Binnenlandse Oorlog (van beide zijden). Het gaat mij niet om geweld in de context van persoonlijke verhoudingen, maar om de maatschappelijke en politieke context te begrijpen van wat er is gebeurd, waarom beslissingen zijn genomen zoals ze genomen zijn en hoe achteraf die beslissingen worden beoordeeld. De getuigenis is uw verhaal. Het is geen discussie met mij. Het is geen rechtbank. Het is waarheidsvinding.
2. Als zo´n gesprek onvoorbereid is, kunt u me alles op de mouw spelden. De waarde van het gesprek is dan ook minimaal. Daarom stel ik voor dat ter voorbereiding van deze getuigenis ik met een team van mensen gedurende een paar maanden intensief onderzoek zal doen naar deze periode om de feiten op een rijtje te krijgen en op basis daarvan een serie vragen op te stellen die u vooraf opgestuurd krijgt. Dat onderzoek is gebaseerd op openbare bronnen, interviews met mensen en bronnen binnen het overheidsapparaat. Het beperkt zich niet tot de Decembermoorden maar gaat over de hele periode inclusief de aanloop naar 25 februari. Ik stel voor dat uw regering meewerkt om de bronnen binnen het overheidsapparaat beschikbaar te stellen (justitie en veiligheidsdiensten). Op basis van het onderzoek zal ik de vragen opstellen voor de getuigenis. Ik stel voor dat we net zoveel tijd nemen als nodig is om de getuigenis vast te stellen, ook al zal dat enkele dagen duren. Ik realiseer me dat een president van een land niet zomaar enkele dagen vrij zal kunnen maken voor een interview, maar ik meen dat deze kwestie cruciaal is voor de toekomst van de verhoudingen in onze gemeenschap, ook lang nadat u het tijdelijke met het eeuwige heb verwisseld.
3. Op basis van het onderzoek en uw getuigenis stel ik een rapport op voor de gemeenschap met de onderzoeksfeiten en uw volledige getuigenis. Het rapport zal ik aanbieden aan de voorzitter van De Nationale Assemblee en downloadbaar stellen zodat iedereen het kan raadplegen. Het bronnenmateriaal (de onderliggende stukken en de audiobanden van ons gesprek) zal ter beschikking worden gesteld aan het Nationaal Archief Suriname zodat toekomstige onderzoekers ze kunnen controleren.
4. Als dit idee u niet bevalt, hoeft u niets te doen. Als het u aanspreekt, dan stel ik voor dat u in reactie op deze brief iemand uit uw apparaat aanstelt om dit traject met mij op te starten en dat in een openbare verklaring kenbaar maakt. Het hele proces zal transparant zijn. Ik zal regelmatig via de media verslag doen van de voortgang van het proces.
5. Zo’n traject kost geld. Ik vraag uw regering niet om geld. Als uw regering geld aanbiedt, zal ik het weigeren. Ik zal onze gemeenschap vragen voor financiële bijdragen. Als die niet komt, zal ik toch doorgaan. Het onderzoek zal in alle opzichten onafhankelijk moeten zijn.
Ik heb lang nagedacht over de vraag of ik dit wil doen. Emotioneel valt mij dit heel zwaar. Het idee dat ik in één ruimte met u zal zitten — man-to-man, face-to-face — is bijna een ondraaglijke gedachte. Het idee om u een hand te geven bij een ontmoeting, zoals ieder beschaafd mens hoort te doen, roept sterke emoties bij me op, omdat die gedachte zich mengt met herinneringen aan mijn vader en moeder en hun intens verdriet. Ik weet niet of ik dit zou kunnen als het niet mijn broer, maar mijn kind was geweest.
Ik zie er tegen op. Na dit traject zullen we geen vrienden worden. We zullen niet bij elkaar op bezoek gaan en onze gevoelens en gedachten over het leven uitwisselen. Na dit traject zal ieder van ons doorgaan met zijn leven. Ik weet niet wat dit voor u persoonlijk zal betekenen. Ik weet dat het heel veel zal betekenen voor mij en grote delen van de gemeenschap waarvan u president bent: het zal ons bevrijden van een geestelijke knoop waar we nu al decennialang in vastzitten.
Hier kunt u alle informatie en documenten vinden over de Getuigenis van President Bouterse. De Getuigenis is een traject om de Surinaamse gemeenschap in staat te stellen om traumatische gebeurtenissen met betrekking tot geweld in de aanloop naar 25 februari 1980 en daarna te verwerken.
De aanleiding voor dit traject is een column van Sandew Hira na de verkiezing van Desi Bouterse tot president van Suriname. Daarin werd Bouterse opgeroepen om een getuigenis te geven over zijn betrokkenheid bij deze zaken. In reactie op deze column schreef president Bouterse een antwoord aan Hira waarin hij toezegde om mee te werken aan de getuigenis. In reactie hierop heeft Hira het traject uitgezet voor de getuigenis.
Oproep van Sandew Hira “U bent op democratische wijze gekozen tot president van Suriname. Aan het eind van uw nieuwe presidentschap bent u 75 jaar, een leeftijd om na te denken over uw nalatenschap voor de geschiedenis van Suriname. Wij kennen elkaar niet persoonlijk. We hebben elkaar nooit eerder ontmoet. We delen samen een drama: de Decembermoorden van 1982. Mijn broer, John Baboeram, is toen onder uw verantwoordelijkheid gemarteld en vermoord in Fort Zeelandia. Het heeft het leven van mijn vader en moeder, en ons heel gezin, getekend voor de rest van hun bestaan. Hun verdriet heeft altijd heel zwaar op mij gedrukt. En niet in het minst vanwege het spanningsveld tussen mijn liefde voor mijn ouders en mijn politieke en morele opvattingen. U beschouwt 25 februari als een revolutie. Ik beschouw het als een militaire coup met contradicties van links en rechts.” Klik hier om de hele column te lezen.
Reactiebrief President Bouterse “Geachte heer Sandew Hira, Afgelopen week heb ik uw schrijven over waarheidsvinding gelezen over wat u noemt “een drama welk wij samen delen; de Decembermoorden van 1982”. Net als u noem ook ik het een drama. Ik zeg wel, dat daar vele gebeurtenissen zijn, vanaf 1980, en zelfs al daarvoor, die uiteindelijk hebben geleid tot dit drama. Daarom noem ik het de “December-gebeurtenissen.” Net als u heb ik dit drama bij verschillende gelegenheden in het verleden een “zwarte bladzijde in onze geschiedenis” genoemd. Ik weet niet of u het op dit moment wil horen, maar weet dat ik uw pijn en verdriet en dat van uw ouders, het hele gezin, alsook van andere nabestaanden begrijp. Wij zijn allen mens en geen van ons zou deze pijn en dit verdriet willen ondergaan, geen van ons gunt een ander deze pijn. Ik ook niet. En toch heeft het kunnen gebeuren.” Klik hier om de hele brief te lezen.
Reactie Sandew Hira “Ik ga zijn antwoord niet analyseren. Ik verwelkom zijn positieve reactie en zal verder aan de slag gaan met de voorbereidingen voor het onderzoek t.b.v. de getuigenis. Ik heb een plan van aanpak gemaakt. In Nederland heb ik een onderzoeksteam opgezet. Volgende week zal ik in Suriname een onderzoeksteam en een apparaat opzetten om dit gigantische project uit te voeren. Mijn doel is om op 8 december 2015 een uitgebreid rapport te presenteren en aan te bieden aan het parlement. Het interview met Bouterse moet eind november plaatsvinden. Ik heb een counterpart in Suriname die met mij de praktische zaken gaat voorbereiden. Ik ben een wetenschapper en heb op basis van mijn onderzoekservaring een traject uitgestippeld om de meest uitgebreide beschrijving en analyse te maken van de geschiedenis vanaf de aanloop van 25 februari tot en met nu. Mijn hoofd is er helemaal klaar voor. Mijn hart niet.” Klik hier om de hele brief te lezen.
Het interview
Het interview met Bouterse is in vier delen uitgezonden:
Op 30 juni werd de Dag van Nationale Rouw georganiseerd georganiseerd door het Comité Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld.
Klik hier de achtergronden en een video verslag van de dag.
Het Comité Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld heeft een concept wettekst en Memorie van Toelichting gemaakt voor de erkenning van het leed van Slachtoffers en Nabestaanden. Klik hier om de hier te downloaden.
Zes jaar geleden begon Sandew Hira met het schrijven van een wekelijkse column voor de Surinaamse nieuwssite Starnieuws. Na 347 columns is hij abrupt gestopt. Starnieuws heeft onlangs een aanval van Hugo Essed op Sandew Hira gepubliceerd. Hira heeft niet geantwoord.
Hij legt in dit artikel uit dat hoofdredacteur Nita Ramcharan in augustus een column van hem had geweigerd waarin hij een weerwoord gaf op kritieken van Theo Para en Kanta Adhin. Dat was een inperking van zijn vrijheid van meningsuiting en leidde tot zijn besluit om te stoppen als columnist.
Hier kunt u alle informatie en documenten vinden over de Getuigenis van President Bouterse. De Getuigenis is een traject om de Surinaamse gemeenschap in staat te stellen om traumatische gebeurtenissen met betrekking tot geweld in de aanloop naar 25 februari 1980 en daarna te verwerken.
De aanleiding voor dit traject is een column van Sandew Hira na de verkiezing van Desi Bouterse tot president van Suriname. Daarin werd Bouterse opgeroepen om een getuigenis te geven over zijn betrokkenheid bij deze zaken. In reactie op deze column schreef president Bouterse een antwoord aan Hira waarin hij toezegde om mee te werken aan de getuigenis. In reactie hierop heeft Hira het traject uitgezet voor de getuigenis.
Oproep van Sandew Hira “U bent op democratische wijze gekozen tot president van Suriname. Aan het eind van uw nieuwe presidentschap bent u 75 jaar, een leeftijd om na te denken over uw nalatenschap voor de geschiedenis van Suriname. Wij kennen elkaar niet persoonlijk. We hebben elkaar nooit eerder ontmoet. We delen samen een drama: de Decembermoorden van 1982. Mijn broer, John Baboeram, is toen onder uw verantwoordelijkheid gemarteld en vermoord in Fort Zeelandia. Het heeft het leven van mijn vader en moeder, en ons heel gezin, getekend voor de rest van hun bestaan. Hun verdriet heeft altijd heel zwaar op mij gedrukt. En niet in het minst vanwege het spanningsveld tussen mijn liefde voor mijn ouders en mijn politieke en morele opvattingen. U beschouwt 25 februari als een revolutie. Ik beschouw het als een militaire coup met contradicties van links en rechts.” Klik hier om de hele column te lezen.
Reactiebrief President Bouterse “Geachte heer Sandew Hira, Afgelopen week heb ik uw schrijven over waarheidsvinding gelezen over wat u noemt “een drama welk wij samen delen; de Decembermoorden van 1982”. Net als u noem ook ik het een drama. Ik zeg wel, dat daar vele gebeurtenissen zijn, vanaf 1980, en zelfs al daarvoor, die uiteindelijk hebben geleid tot dit drama. Daarom noem ik het de “December-gebeurtenissen.” Net als u heb ik dit drama bij verschillende gelegenheden in het verleden een “zwarte bladzijde in onze geschiedenis” genoemd. Ik weet niet of u het op dit moment wil horen, maar weet dat ik uw pijn en verdriet en dat van uw ouders, het hele gezin, alsook van andere nabestaanden begrijp. Wij zijn allen mens en geen van ons zou deze pijn en dit verdriet willen ondergaan, geen van ons gunt een ander deze pijn. Ik ook niet. En toch heeft het kunnen gebeuren.” Klik hier om de hele brief te lezen.
Reactie Sandew Hira “Ik ga zijn antwoord niet analyseren. Ik verwelkom zijn positieve reactie en zal verder aan de slag gaan met de voorbereidingen voor het onderzoek t.b.v. de getuigenis. Ik heb een plan van aanpak gemaakt. In Nederland heb ik een onderzoeksteam opgezet. Volgende week zal ik in Suriname een onderzoeksteam en een apparaat opzetten om dit gigantische project uit te voeren. Mijn doel is om op 8 december 2015 een uitgebreid rapport te presenteren en aan te bieden aan het parlement. Het interview met Bouterse moet eind november plaatsvinden. Ik heb een counterpart in Suriname die met mij de praktische zaken gaat voorbereiden. Ik ben een wetenschapper en heb op basis van mijn onderzoekservaring een traject uitgestippeld om de meest uitgebreide beschrijving en analyse te maken van de geschiedenis vanaf de aanloop van 25 februari tot en met nu. Mijn hoofd is er helemaal klaar voor. Mijn hart niet.” Klik hier om de hele brief te lezen.
Het interview
Het interview met Bouterse is in vier delen uitgezonden:
Op 30 juni werd de Dag van Nationale Rouw georganiseerd georganiseerd door het Comité Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld.
Klik hier de achtergronden en een video verslag van de dag.
Het Comité Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld heeft een concept wettekst en Memorie van Toelichting gemaakt voor de erkenning van het leed van Slachtoffers en Nabestaanden. Klik hier om de hier te downloaden.
Zes jaar geleden begon Sandew Hira met het schrijven van een wekelijkse column voor de Surinaamse nieuwssite Starnieuws. Na 347 columns is hij abrupt gestopt. Starnieuws heeft onlangs een aanval van Hugo Essed op Sandew Hira gepubliceerd. Hira heeft niet geantwoord.
Hij legt in dit artikel uit dat hoofdredacteur Nita Ramcharan in augustus een column van hem had geweigerd waarin hij een weerwoord gaf op kritieken van Theo Para en Kanta Adhin. Dat was een inperking van zijn vrijheid van meningsuiting en leidde tot zijn besluit om te stoppen als columnist.
Gesprek met nabestaande slachtoffer Decembermoorden
ARTIKELDe Surinaamse president Desi Bouterse legt zaterdag en zondag voor het eerst een ‘getuigenis’ af over de Decembermoorden tegenover een nabestaande van de slachtoffers. Gaat de oud-legerleider, hoofdverdachte van het bloedbad, eindelijk opening van zaken geven over de moord in 1982 op vijftien prominente tegenstanders? Vijf vragen over het gesprek met Dew Baboeram, broer van de omgebrachte advocaat John Baboeram. Dit stuk verscheen eerder in juli.
De Surinaamse president is op het toppunt van zijn macht. Hij is deze maand voor de tweede keer democratisch gekozen als president. In mei lukte het hem om met zijn NDP een meerderheid te behalen in het parlement. Geen enkele partij slaagde ooit hierin.
Maar Bouterse weet ook, ondanks zijn populariteit, dat hij nooit een Vader des Vaderlands zal zijn. Vanwege de Decembermoorden. Hij kan wel een stap in deze richting zetten door eindelijk de waarheid te vertellen. Waar was hij tijdens de executies? Had hij de leiding? Door hierover openheid van zaken te geven, door openlijk te zeggen wat zijn rol was, zal hij een gevoelige snaar raken bij de Surinamers.
Met name bij de jongeren, die vinden dat dit hoofdstuk moet worden afgesloten. Veel nabestaanden zal hij niet achter zich krijgen. Maar de kans is groot dat Desiré Delano Bouterse dan de geschiedenis zal ingaan als de Surinaamse leider die, op de hoogtepunt van zijn macht, toch aan boetedoening deed.
Wat wil Suriname van Bouterse horen als hij overgaat tot boetedoening?
Bouterse heeft sinds 2007, toen het proces tegen hem en zijn 24 medeverdachten begon, steeds gezegd dat hij niet in Fort Zeelandia was toen de executies begonnen. Maar zijn alibi – de legerleider zou in die nacht bij zijn toenmalige maîtresse Rita Chin A Loi zijn geweest – wordt door niemand in Suriname geloofd.
Wat veel Surinamers nu van hun president willen horen is dat hij erkent dat hij in het fort was en de leiding had over de moorden. Tijdens het proces durfde de ex-militair Onno Flohr, als een van de weinigen, te verklaren dat Bouterse er was tijdens de executies. Ook de verklaring van vakbondsleider Fred Derby, die als enige door Bouterse werd gespaard die nacht, is belastend voor hem.
Wat zal Bouterse tegenhouden om de waarheid te vertellen?
Het idee van dit voorstel heeft bij mij het trauma weer opengehaald.
Andre Reeder, kennis van de geëxecuteerde journalist Bram Behr
De oud-bevelhebber gaf zichzelf en zijn medeverdachten in 2012 amnestie met de omstreden Amnestiewet. Hij hoopte dat het proces bij de krijgsraad zou stoppen en de zaak zou doodbloeden. Maar dit is niet gebeurd. De nabestaanden zijn naar het hoogste hof van Zuid-Amerika gestapt, het Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten, om hun gelijk te krijgen.
Ze hebben zich ook gewend tot de hoogste Surinaamse rechter, het Hof van Justitie, om het proces weer te laten hervatten. Ook moet het Constitutionele Hof, dat overigens nog moet worden opgericht, oordelen of de Amnestiewet in strijd is met de Grondwet. Dit alles hangt Bouterse en zijn medeverdachten nog boven het hoofd. Iedere advocaat zal hem afraden, zelfs als zijn jarenlange tegenstander Gerard Spong hem zou bijstaan, om nu openlijk te bekennen dat hij schuldig is aan vijftien moorden.
Wie is Dew Baboeram eigenlijk, de nabestaande aan wie Bouterse zijn verhaal moet vertellen?
Baboeram, broer van de geëxecuteerde advocaat John Baboeram, is beter bekend als de publicist Sandew Hira. De Surinaamse historicus woont al jaren in Nederland en was in de jaren tachtig oprichter van de Haagse migrantenuitgeverij Warray. Een van de publicaties toen was het blad Full Color, een glossy over migranten.
In zijn publicaties ageert Baboeram met name sterk tegen het Nederlandse koloniale verleden. Onder de nabestaanden vormt hij een vreemde eend in de bijt. Hij was begin jaren tachtig aanhanger van Maurice Bishop, de linkse leider van Grenada. Het was Bishop die, een paar maanden voor de Decembermoorden, tijdens een bezoek aan Suriname Bouterse opriep af te rekenen met zijn politieke tegenstanders.
Ook Baboerams pleidooi om via ‘waarheidsvinding’, en niet via een proces, ‘8 December’ af te sluiten, maakte hem niet populair bij de nabestaanden. Ze wijzen zijn gesprek met Bouterse dan ook af. André Reeder, die ooit samenwerkte met de geëxecuteerde journalist Bram Behr, richtte zich op Facebook tot Baboeram. ‘Ik krijg buikpijn als ik aan Bram denk bij je open brief’, schrijft hij over de brief van Baboeram aan Bouterse om nu de waarheid te vertellen.
Reeder: ‘Om zijn waarheid en recht in handen te leggen van de regering van Bouterse. Het idee van dit voorstel heeft in ieder geval bij mij het trauma weer opengehaald. Ik heb er buikpijn van. Laat staan als het werkelijkheid wordt. Don’t do this Dew.’
Kortom, waartoe gaat dit leiden?
Bouterses monsterzege
Desi Bouterses boodschap van een ‘verenigd Suriname’ sloeg in mei aan bij de kiezers. Zijn monsterzege betekent dat de anti-Boutisten zware jaren tegemoet gaan. Of zal hij de president van alle Surinamers zijn? Volkskrant-redacteur Stieven Ramdharie over de overwinning van Bouterse.
Niemand weet het. Baboeram geeft geen commentaar. Hij wil in stilte het initiatief van de grond krijgen, onderzoek doen in Suriname en dan met Bouterse om de tafel gaan zitten. De verklaring van de oud-bevelhebber zal uiteindelijk worden gepubliceerd. Maar of we een andere Bouterse zullen zien, die nu het boetekleed aantrekt, is de grote vraag.
Sandew Hira concludeert na zijn onderzoek, dat Bouterse niet aanwezig was in het fort toen de mannen werden vermoord. Foto: dWT Archief
PARAMARIBO – Desi Bouterse heeft op 8 december 1982 niemand vermoord. Ook heeft hij geen opdracht gegeven daartoe. Tot die conclusie komt Sandew Hira, broer van de op 8 december 1982 door militairen vermoorde advocaat John Baboeram. Tegen de Ware Tijd zegt hij dat zijn broer wel degelijk betrokken was bij coupplannen tegen Bouterse.
“Het is pijnlijk om dat te horen van mensen die erbij waren, dat hij erbij zat”, aldus Hira. Hij begon ruim drie jaar geleden een traject naar waarheidsvinding betreffende de Decembermoorden en sprak ook met mensen die betrokken zouden zijn geweest bij couppogingen tegen het militaire bewind van de jaren tachtig.
Hira, pseudoniem van Dew Baboeram, meent uit een interview met Bouterse, gesprekken met mensen, onder wie voormalige inlichtingenmedewerkers die weten wat er toen is gebeurd, publieke bronnen en het rechtsproces, erachter te zijn gekomen wat zich in Fort Zeelandia heeft afgespeeld.
“Voor 99.9 procent denk ik te weten wat daar is gebeurd. Wat Bouterse heeft gezegd in het interview berust op waarheid. Het wordt bevestigd door alle andere informatie die ik heb verzameld”, zegt Hira. Bouterse zou niet in het fort aanwezig zijn geweest toen de mannen werden vermoord en hij zou daartoe geen opdracht hebben gegeven. Naar eigen zeggen was de toenmalige bevelhebber voorstander van verbanning van de latere slachtoffers.
CONTRAPUNT – Auditeur-militair Roy Elgin heeft er geen misverstand over laten bestaan: de vijftien slachtoffers van de Decembermoorden zijn door de militaire machthebber valselijk beschuldigd van een couppoging. Niet lang na 8 december 1982 hadden de onderzoekscommissies van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en de Verenigde Naties al geconcludeerd, dat de machthebbers op geen enkele wijze hun beschuldigingen tegen de vijftien voormannen van de democratie, konden onderbouwen.
Tekst: Theo Para – beeld: dWT Archief
NA DE ONTVOERING van de zestien critici van de dictatuur, onder wie wetenschappers, journalisten, advocaten, militairen, vakbondsleiders en ondernemers, is door de daders niet eens de schijn van onderzoek naar de vermeende couppoging opgehouden. Zelfs de verdenking was gelogen! De auditeur-militair onthulde ook dat met behulp van een ‘alarmplan’ de indruk moest worden gewekt dat er sprake was van een coup. In de nacht van 8 op 9 december 1982 werd zelfs met ‘losse flodders’ geschoten. Alsof de slachtoffers toen de dood vonden, terwijl ze op 8 december al waren vermoord. Desi Bouterse en zijn militaire dictatuur hebben het Surinaamse volk bedrogen. En hoe!
Foltering
Bouterse had in dit lugubere drama van de vernedering, zich de rollen van choreograaf, regisseur en acteur aangemeten
DE VERENIGDE NATIES definiëren foltering als het toebrengen van ernstige lichamelijke of geestelijke pijn, door of in opdracht van de overheid, met als doel een bekentenis te krijgen of angst aan te jagen. Naar deze definitie zijn Jozef Slagveer en André Kamperveen middels foltering gedwongen om voor de STVS-camera een valse zelfbeschuldiging over een couppoging voor te lezen. Bouterse had in dit lugubere drama van de vernedering, zich de rollen van choreograaf, regisseur en acteur aangemeten.
Op de STVS-videofilm, die tijdens het 8 Decemberstrafproces werd vertoond, is te zien hoe Bouterse, Kamperveen onder dwang aanzet zichzelf en andere slachtoffers valselijk te beschuldigen. De videofilm is opgenomen op 8 december 1982 in het Fort Zeelandia, de dag waarop de vijftien ontvoerde vrijheidsstrijders, door de dictatuur zijn vermoord. Het was het zoveelste bewijs dat de alibi van de leugenachtige bevelhebber – ‘ik was niet in het fort’ – vals was. Zijn alibi gold voor de nacht van de ‘losse flodders’, niet voor de dag van de folteringen en moorden.
Macht-zonder-tegenspraak Ruben Roozendaal, tegen wie tien jaar gevangenisstraf is geëist, kreeg een lagere straf vanwege zijn spijtbetuiging. Hij heeft Bouterse opgeroepen nu eens eindelijk de moed op te brengen in te staan voor zijn daden. De hoofdverdachte leverde immers een schaamteloze a-no-mi-vertoning : valse alibi’s, meineed, valse beschuldigingen, corrupte getuigen a decharge. Er is gemarteld en gemoord, en de hoogst verantwoordelijken dokken. Alsof er misdaden zonder daders bestaan.De daders hebben niet alleen getracht hun persoonlijke betrokkenheid te verhullen. Met hun laster tegen de slachtoffers, verhulden zij ook hun ware oogmerk: het vestigen van een totalitaire dictatuur.
Maar de regeringsverklaring van 1 mei 1983 liet er geen mis verstand over bestaan: verkiezingen werden toen formeel en definitief afgeschaft! De Leider van de Revolutie had het Surinaamse volk met de zelfcoup van de lafheid, van zijn zelfbeschikkingsrecht beroofd om macht-zonder-tegenspraak te vestigen. Daarom moesten de stemmen van democratisch Suriname systematisch en gewelddadig tot zwijgen worden gebracht. Daarom kwalificeerde John Dugard, hoogleraar internationaal recht en ‘vader van de mensenrechten in Zuid-Afrika’, de moorden en folteringen van december 1982 als misdrijven tegen de menselijkheid.
‘Lulkoek’
Immers, alleen het verhaal van de hoofdverdachte kwam aan bod, in urenlange door de paarse STVS -geregiseerde tv-uitzendingen.
HET VOLKSBEDROG VAN 1982 en de lasterlijke beschuldigingen tegen de vijftien slachtoffers, zijn geen verleden tijd. Bouterse financierde’in natura’ de ‘patriot’ Dew Baboeram (Sandew Hira) om als substituut voor onafhankelijke rechtsgang en eventuele waarheidscommissie, een traject van quasiwaarheidsvinding op te zetten. Alleen de naam van het traject was juist: ‘De Getuigenis van President Bouterse’. Immers, alleen het verhaal van de hoofdverdachte kwam aan bod, in urenlange door de paarse STVS -geregiseerde tv-uitzendingen.
Zo liet Hira de oud-dictator onweersproken verklaren dat hij vanaf het begin het ‘op de vlucht neergeschoten’ verhaal, ‘lulkoek’ vond en onderzoek door de procureur-generaal had gelast. Terwijl ook Hira wist dat Bouterse persoonlijk op 9 december 1982 op de televisie het Surinaamse volk had voorgelogen dat de slachtoffers ‘op de vlucht zijn neergeschoten.’ Als ‘wetenschapper’ bevestigde Hira met ‘alternatieve feiten’ de leugens van Bouterse. Bouterse zou onschuldig zijn, hij was niet in het fort.
Hira decriminaliseerde de Decembermoorden door de suggestie dat het om ‘politiek geweld’, met het oog op ‘zelfverdediging’ zou gaan. De slachtoffers zouden bij een coup met de CIA betrokken zijn. Dat zijn eigen broer, advocaat John Baboeram, tot de slachtoffers behoorde en volgens de auditeur-militair door de lijfwacht van Bouterse in het hoofd was geschoten, vormde voor onze ‘wetenschapper’, geen morele belemmering zijn handtekening onder de daderslaster, te plaatsen. Hira riep Bouterse op zijn advocaat terug te trekken uit het 8 Decemberstrafproces. De rechters waren ‘politici in toga’.
In dit drijfzand van anti-rechtsstatelijke radicalisering plantte Hira de vlag van ‘dialoog en verzoening’, compleet met een ‘Comité van Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld’, dat campagne voert voor de cultuur van straffeloosheid (!). En dat alles om een bord linzen. Hira’s etnocentrische doctrine – ‘decolonizing the mind’ – mocht als ideologische window dressing fungeren voor de jaarrede van de president-hoofdverdachte. Onze ‘wetenschapper’ werd ‘columnist’ bij ‘Bakana Tori’, het paarse staatsradioprogramma van Clifton Limburg, volgens de Ware Tijd de hoofdpropagandist van Bouterse. Hoe kon Dew Baboeram de opdrachtgever van de lijfwacht, die zijn broer John Baboeram dodelijk in het hoofd schoot, moreel, politiek en fysiek omhelzen? Wat is die bestuurlijke context die mensen dwingt hun integriteit prijs te geven?
Wet van Giwani
‘Wie in zee gaat met de NDP, tekent zijn eigen doodvonnis. Dat is tegenwoordig de grootste zekerheid in de Surinaamse politiek’
DAT HIRA WAT hij aan reputatie had door ‘De Getuigenis van President Bouterse’ zou verkwanselen, was voorspelbaar. In zijn column ‘Politiek doodvonnis’ beschreef Giwani Zeggen, doortastend een opmerkelijk verschijnsel van de contemporaine politiek in Suriname: ‘Combinaties, partijen uit combinaties of personen uit politieke partijen die een nieuw huis willen beginnen, allemaal ondergaan ze hetzelfde lot. Combinaties worden kapotgeslagen, waarna de losgeweekte partijen worden gedecimeerd. En verraders die hun broeders en zusters de rug toekeren worden met open armen ontvangen, waarna hen vakkundig de nek wordt omgedraaid. Er is geen ontkomen aan. ‘Wie in zee gaat met de NDP, tekent zijn eigen doodvonnis. Dat is tegenwoordig de grootste zekerheid in de Surinaamse politiek.’
Zie daar de Wet van Giwani. Bouterse en zijn kliek zijn moreel gediscrediteerd, nationaal en internationaal. Integere professionals, managers, politici en wetenschappers vermijden een macht, die met drugscriminaliteit en misdrijven tegen de menselijkheid is geassocieerd. Onder deze omstandigheid worden (opportunistische) academici en politici met disproportionele beloningen gelokt. Ministersposten, topbanen, vergunningen, staatsmedia exposure, financiering, al dan niet ‘in natura’, enzovoort.
Als zij toehappen, wordt hun carrière volledig afhankelijk van Bouterse en zijn entourage. Zij kunnen vanwege de teloorgang van hun geloofwaardigheid, niet of uiterst moeilijk nog elders, op een fatsoenlijke plek terecht. De ironie wil dat ze daardoor van minder waarde worden voor Bouterse. Zij moeten steeds harder meezingen in het koor van volksbedrog. Binnen de hiërarchie van autoritarisme heerst de argwaan. Loyalisme moet zichtbaar worden beleden. Wat de overlopende opportunisten in hun inhalige calculatie vergaten, is de hoge prijs van criminogene besmetting. De ontsporing van het geweten. ◊
In zijn laatste stukje kondigt Sandew Hira voor 8 december een provocatieve kranslegging aan. Zijn pro-straffeloosheid groep (inclusief de hoofdverdachte?) zou dat bij ‘Bastion Veere’ in het Fort Zeelandia moeten doen. De bedenkelijkheid van zijn zogenaamde herdenking van de vijftien slachtoffers, blijkt al uit het verzwijgen van de naam van het eerbetoon aan de vijftien voorvechters van de democratie: het Nationaal Monument Bastion Veere – 8 december 1982.
Bovendien blijkt zijn onverschilligheid uit het feit dat hij de gedenkplaat gelijkstelt aan het monument, terwijl het slechts een onderdeel is van het Nationaal Monument, dat heel Bastion Veere, heel de plaats delict, omvat. Een indrukwekkend deel van het Nationaal Monument zijn de kogelgaten in de muur van Bastion Veere, een voor een ieder zichtbaar bewijs van de leugenachtigheid van het ‘op de vlucht neergeschoten’, dat de toenmalige bevelhebber Desi Bouterse, op 9 december 1982 zijn landgenoten voorhield. Met zijn door Bouterse gesubsidieerde mediashow ‘De getuigenis van president Desi Bouterse’, heeft Hira zijn broodheer geholpen de leugen van ‘op de vlucht neergeschoten’, volledig in de schoenen van Paul Bhagwandas te schuiven. Tegen Bouterse is 20 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf geëist vanwege zijn aandeel in de decembermoorden.
Ideologische fantasiewereld Maar Hira deed meer. Zonder onderbouwing beschuldigde hij, ingefluisterd door agenten van ‘Melvin’ (Melvin Linscheer), de slachtoffers van 8 december 1982, inclusief zijn eigen broer, van een poging tot staatsgreep in samenspanning van de CIA. Hij betoonde zich een papegaai van de daders. En alsof dat niet verraderlijk genoeg was, trachtte hij de folteringen en moorden te decriminaliseren, door te suggereren dat het om zelfverdediging van de daders ging. Hira eist stopzetting van het 8-decemberstrafproces en laat geen gelegenheid voorbij gaan, aan zijn broodheer te bewijzen, hoe ‘moedig’ hij – met de gewapende bescherming van ‘Melvin’- ten strijde trekt tegen de strijd om gerechtigheid van ‘de 8-decembergroep’.
Voor een plek in de macht, hij is columnist van de paarse Bakana Tori en zijn ideologische creatie ‘decolonize the mind’ tooit de jaarrede, heeft hij zijn eigen broer en familie verraden; hij heeft zijn nabestaandenschap als politieke handelswaar verkwanseld. Zelfs nu, in zijn stukje waar hij zogenaamd verzoening in de 8 decemberherdenking predikt, is toon en inhoud vals, verwijtend en verdeeldheid zaaiend. Hira zoekt tevergeefs naar een geloofwaardige vorm voor de onoprechte verzoener. Zijn suggestie dat er toestemming nodig zou zijn een krans te leggen bij het Nationaal Monument Bastion Veere – 8 december 1982, is een verzinsel van de verongelijktheid.
Dat de krans van Hira bij het Nationaal Monument Bastion Veere – 8 december 1982, door 8 december-nabestaanden en sympathisanten – als provocatie van het kamp van de straffeloosheid en zelfamnestiewet, zal worden ervaren is voorspelbaar. Die krans draagt immers niet bij aan troost, maar aan het morele leed. Een krans leggen bij het monument van slachtoffers, die je valselijk van staatsgreep beschuldigt en hen en hun nabestaanden recht ontzegt, is een vorm van extreme hypocrisie. En dan nog aan het Bisdom vragen je uit te nodigen dat te doen? Hira leeft in een ideologische fantasiewereld.
Theo ParaDE ONOPRECHTE VERZOENER: COLUMNTHEO PARA14 OCTOBER 2017https://www.waterkant.net/suri name/2017/10/14/onoprechte- verzoener-column/TEKST[Door: Theo Para] – In zijn laatste stukje in Surinam Herald kondigt Sandew Hira voor 8 december een provocatieve kranslegging aan. Zijn pro-straffeloosheid groep (inclusief de hoofdverdachte?) zou dat bij ‘Bastion Veere’ in het Fort Zeelandia moeten doen. De bedenkelijkheid van zijn zogenaamde herdenking van de vijftien slachtoffers, blijkt al uit het verzwijgen van de naam van het beerbetoon aan de vijftien voorvechters van de democratie: het Nationaal Monument Bastion Veere – 8 december 1982. Bovendien blijkt zijn onverschilligheid uit het feit dat hij de gedenkplaat gelijk stelt aan het monument, terwijl het slechts een onderdeel is van het Nationaal Monument, dat heel Bastion Veere, heel de plaats delict, omvat.
Een indrukwekkend deel van het Nationaal Monument zijn de kogelgaten in de muur van Bastion Veere, een voor een ieder zichtbaar bewijs van de leugenachtigheid van het ‘op de vlucht neergeschoten’, dat de toenmalige bevelhebber Desi Bouterse, op 9 december 1982 zijn landgenoten voorhield. Met zijn door Bouterse gesubsidieerde mediashow ‘De getuigenis van president Desi Bouterse’, heeft Hira zijn broodheer geholpen de leugen van ‘op de vlucht neergeschoten’, volledig in de schoenen van Paul Bhagwandas te schuiven. Tegen Bouterse is 20 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf geëist vanwege zijn aandeel in de decemvermoorden.
Ideologische fantasiewereld Maar Hira deed meer. Zonder onderbouwing beschuldigde hij, ingefluisterd door agenten van ‘Melvin’ (Melvin Linscheer), de slachtoffers van 8 december 1982, inclusief zijn eigen broer, van een poging tot staatsgreep in samenspanning van de CIA. Hij betoonde zich een papegaai van de daders. En alsof dat niet verraderlijk genoeg was, trachtte hij de folteringen en moorden te decriminaliseren, door te suggereren dat het om zelfverdediging van de daders ging. Hira eist stopzetting van het 8 december strafproces en laat geen gelegenheid voorbij gaan, aan zijn broodheer te bewijzen, hoe ‘moedig’ hij – met de gewapende bescherming van ‘Melvin’- ten strijde trekt tegen de strijd om gerechtigheid van ‘de 8 december groep’.
Voor een plek in de macht, hij is columnist van de paarse Bakana Tori en zijn ideologische creatie ‘decolonize the mind’ tooit de Jaarrede, heeft hij zijn eigen broer en familie verraden, hij heeft zijn nabestaandenschap als politieke handelswaar verkwanseld. Zelfs nu, in zijn stukje waar hij zogenaamd verzoening in de 8 december herdenking predikt, is toon en inhoud vals, verwijtend en verdeeldheid zaaiend. Hira zoekt tevergeefs naar een geloofwaardige vorm voor de onoprechte verzoener. Zijn suggestie dat er toestemming nodig zou zijn een krans te leggen bij het Nationaal Monument Bastion Veere – 8 december 1982, is een verzinsel van de verongelijktheid.
Dat de krans van Hira bij het Nationaal Monument Bastion Veere – 8 december 1982, door 8 december nabestaanden en sympathisanten – als provocatie van het kamp van de straffeloosheid en zelfamnestiewet, zal worden ervaren is voorspelbaar. Die krans draagt immers niet bij aan troost, maar aan het moreel leed. Een krans leggen bij het monument van slachtoffers, die je valselijk van staatsgreperij beschuldigt en hen en hun nabestaanden recht ontzegt, is een vorm van extreme hypocrisie. En dan nog aan het Bisdom vragen je uit te nodigen dat te doen? Hira leeft in een ideologische fantasiewereld.
De familie Baboeram distantieert zich nadrukkelijk van acties en beweringen van Sandew Hira (Dew Baboeram). Dat deelt de familie mee in en verklaring ondertekend door Arthur Baboeram en acht andere bloedverwanten. Zij stellen dat Sandew Hira “op de schoot van de hoofdverdachte zijn integriteit en loyaliteit heeft verloren”.
De familie vindt dat na de compleet respectloze pogingen tot ‘verzoening’ Sandew Hira zich nu via de media opwerpt als advocaat van de hoofdverdachte in het decembermoordenproces. “Wij hechten waarde aan de rechtsgang en menen dat de verdediging in de rechtszaal moet worden gevoerd en niet via de media door een politieke marionet van de hoofdverdachte’.
“Gefaald in zijn pogingen om respect af te dwingen bij zijn omgeving, is Sandew Hira afgegleden tot spreekbuis van de man aan wiens handen bloed kleeft, ook het bloed van zijn broer”, stellen de familieleden in hun verklaring. Zij hopen dat op basis van feiten die in de rechtszaal komen vast te staan, de verantwoordelijken voor de decembermoorden worden bestraft. Het is aan de rechter een oordeel te vellen.REACTIE SANDEW HIRA OP VERKLARING FAMILIE BABOERAMGFC NIEUWS24 NOVEMBER 2017http://gfcnieuws.com/reactie-sandew-hira-op-verklaring-familie-baboeram/TEKST
Reactie Sandew Hira op verklaring familie Baboeram
24.nov 2017
Dew Baboeram, pseudoniem voor Sandew Hira, heeft intussen gereageerd op een uitgegeven verklaring van familie Baboeram in de media over de 8 decembermoorden. De familie schreef dat Hira nu op de schoot van hoofdverdachte Desi Bouterse zit.
Hira reageert als volgt:
“In de media verscheen een verklaring van de familie Baboeram waarin al mijn broers en zuster verklaren dat ik mijn integriteit en loyaliteit heb verloren en alle contacten met de familie heb verbroken omdat ik hun kritiek niet op prijs zou stellen. Ik wordt aangeduid als een politiek marionet van Bouterse. Ze schrijven verder: “Sandew Hira doet alsof hij een integer geweten heeft, omdat alleen hij ook rekening houdt met leed van nabestaanden van slachtoffers van de Binnenlandse Oorlog. Wij merken echter op dat hij niet eens weet wat moraal, fatsoen en integriteit inhouden. Zijn agenda is slechts gericht op zelfprofilering en daarbij ontziet hij niets en niemand.”
De rest van de verklaring is een voortgezette aanval op mijn integriteit, zoals die de afgelopen twee jaar heeft plaatsgevonden in de media sinds ik het project de getuigenis ben gestart, schrijft Hira verder.
Hij vervolgt met: “de verklaring is ontegenzeggelijk, heel pijnlijk voor mij. Ik begrijp hun emoties van woede en haat heel goed. Ik ben daar geweest. Ik heb heel vaak nagedacht of ik de zaken anders had moeten aanpakken. Uiteindelijk denk ik dat ik naar eer en geweten heb gehandeld en daar trots op mag zijn.
Ik heb mijn familie pas geïnformeerd over het project toen het antwoord van president Bouterse werd gepubliceerd op mijn oproep om tegenover mij een getuigenis af te leggen over de Decembermoorden. Tot dat antwoord wist ik niet of het project überhaupt zou doorgaan. Ik vreesde dat, als ik voor de publicatie van dat antwoord mijn familie op de hoogte zou stellen, het misschien al in de publiciteit zou komen en het hele project niet zou doorgaan.
Na de publicatie van het antwoord was er begrijpelijkerwijs commotie in de familie. Ik heb vervolgens iedereen uitgenodigd om met me in gesprek te gaan. Op die uitnodiging heeft alleen de zoon van mijn vermoorde broer John positief gereageerd. Na terugkeer van mijn eerste reis heb ik nogmaals een uitnodiging gestuurd naar de familie om uitleg te geven en het gesprek aan te gaan. Daar hebben mijn zus en drie broers positief op gereageerd.
Die bijeenkomst verliep uiteindelijk in een goede sfeer. Op die bijeenkomst was ook helderheid verschaft door mijn zus over een verklaring van de familie tegen mij bij de aanvang van het project. Die verklaring bleek te zijn opgesteld door mijn schoonzus, de weduwe van John, zonder de broers daarbij te kennen. Ik had tijdens de bijeenkomst de indruk dat het mogelijk was om argumenten uit te wisselen en een gesprek aan te gaan.
Na het interview met Bouterse heb ik de familie weer uitgenodigd om hen te informeren en met hen het gesprek aan te gaan. Ze hebben dat toen pertinent geweigerd. De communicatie met mij werd verbroken. Na de publicatie van mijn boek heb ik via een broer het boek beschikbaar gesteld voor de familie met het verzoek om een gesprek. Daar is negatief op gereageerd. Het idee dat ik niet in gesprek wilde gaan met de familie over het project klopt dus niet met de feiten. Ik was en ben nog steeds bereid om dat gesprek aan te gaan”, haalt Hira aan.
“In Suriname zijn tussen 1980 en 1992 minstens 450 mensen omgekomen door politiek geweld, waaronder 15 op 8 December, inclusief onze broer. Dat heeft geleid tot een diepe verdeeldheid in de Surinaamse gemeenschap. Tot de aanvang van het project De Getuigenis had de overgrote meerderheid van de slachtoffers geen stem in de maatschappelijke discussie over politiek geweld. Die was gemonopoliseerd door de families van 8 December, inclusief mijn familie. Ik heb de families van die meerderheid leren kennen die net als de mijne nog steeds treuren om het verlies van hun geliefde. Ik heb hun woede en haat naar mij en de families van 8 December, die hun leed ontkenden, moeten trotseren voordat we in staat waren om in dialoog te geraken met elkaar.
Mijn schoonzus was betrokken bij de Bevrijdingsraad die de Binnenlandse Oorlog steunde. Ze is hertrouwd en haar man speelde een rol in de Binnenlandse Oorlog. Hij had vanuit de Bevrijdingsraad de taak om op een gegeven moment Ronny Brunswijk te vermoorden als deze naar de stad zou optrekken en zo de weg vrij te maken voor een Hindostaanse overname van de militaire strijd. Dat heeft hij me zelf verteld. In mijn boek De Getuigenis geef ik ook nog eens openbare bronnen waarin dit ondersteund wordt (p. 110).
Een belangrijke dimensie in het oplossen van politiek geweld is waarheidsvinding. Dat kan een pijnlijk proces zijn. Wat doe je als feiten naar boven komen die tegenspreken wat je 35 jaar geloofd hebt? Je kunt de feiten ontkennen en proberen te verdoezelen. Je kunt de boodschapper verketteren en criminaliseren. Of je kunt ze onder ogen zien en je afvragen of het tijd is om je opvattingen te herzien. Wat je doet, hangt af van je karakter en moraal.
Uiteindelijk moeten we allemaal een keuze maken over hoe we willen omgaan met politiek geweld. Mijn standpunt is een variant op een uitspraak van Mahatma Gandhi: oog om oog, tand om tand, maakt op den duur iedereen blind en tandeloos.
Op internet, sociale media en ingezonden stukken in kranten en nieuwssites wordt al twee jaar een heftige campagne gevoerd tegen mijn onderzoek: niet de feiten en analyse staan ter discussie, maar mijn persoon. Leugens, modder gooien, bedreigingen, beledigingen, scheldpartijen, verdachtmakingen van omkoping zijn de instrumenten in deze campagne. Constante aanvallen op mijn persoon in plaats van mijn argumenten moeten verhullen dat ze geen argumenten hebben.
Ik ben nu 62 jaar. Ik heb lief en leed gedeeld met mijn familie. Ze kennen mij en mijn activisme sinds ik op mijn zestiende jaar in Zoetermeer de eerste solidariteitsacties opzette voor de “Derde Wereld”. Ik heb me sindsdien vanuit een moreel besef en diepgewortelde solidariteit ingezet voor de wereldwijde strijd tegen sociale onrechtvaardigheid. Daar ben ik trots op.
Mijn broers en zus hebben me meegemaakt op dieptepunten van de familie waar ik steeds op allerlei manieren hen geholpen heb waar het nodig was.
Ik kan me voorstellen dat ze het traject dat ik ben ingegaan om dialoog en verzoening te bereiken in Suriname niet zien zitten vanwege de pijn en het verdriet over de moord op mijn broer en dat ze het inhoudelijk niet met me eens zijn. Maar ik kan me niet voorstellen dat ze daardoor mijn karakter en integriteit ter discussie stellen en de lastercampagne tegen mijn persoon ondersteunen. Want over mijn karakter en integriteit moeten ze in de afgelopen decennia al een mening hebben gevormd voordat ik met dit traject begon.
Deze verklaring zat aan te komen, gegeven de intensieve campagne die de afgelopen twee jaar is gevoerd tegen mijn integriteit en mijn persoon in een poging om te voorkomen dat mijn argumenten en onderzoek een eerlijke bespreking zouden krijgen.
Ik had al afscheid genomen van de familie toen bleek dat zij de discussie over het onderzoek niet met mij durfden aan te gaan en mij gingen mijden. Toch is de brief een harde klap, die emotioneel moeilijk te verwerken is. Ik put kracht uit de liefde en steun van mijn vrouw en kinderen. Ik put ook kracht uit de steun van veel vrienden die de tijd en moeite hebben genomen om het gesprek met mij aan te gaan, ook daar waar ze het niet me eens zijn. Zij hebben nooit mijn integriteit ter discussie gesteld. Ik realiseer me meer dan ooit dat vrienden familie zijn die je zelf gekozen hebt, ” zegt Hira tot slot.(GFC)
NOT AN INNOCENT DUTCH FAIRY TALE TRADITION, BUTA DUTCH RACIST TRADITION FROM THE 19TH CENTURY, THECENTURY OF SLAVERY, COLONIALISM AND WHITE SUPREMACY THEORIES!
AND THIS WAS WHAT SLAVERY MADE OF A PROUD MOORISH TRADITION:A PICTURE OF A MAN, THOMAS HEES, WITH HIS SLAVENAMED THOMAS [AFTER HIS MASTER]THE SLAVE, PROBABLY ORIGINATED FROM NORTH=AFRICA, WEARSMOORISH DRESSTHE SAME WAY ”BLACK PETE” WAS IMAGINED AS A SERVANT OFSINTERKLAAS, REFERRING TO THE SUBMISSIVE POSITIONOF BLACK PETE AND THE RACIST SLAVERY CHARACTER OFTHE BLACK PETE TRADITIONSEE AN ARTICLE IN DUTCH ”SWART IN NEDERLAND” [IN ENGLISHBLACK IN THE NETHERLANDS], WITH A DESCRIPTION OF SOMEBLACK SERVANTS, OFTEN SLAVES, IN THE 17TH, 18TH CENTURY”REPUBLIC OF THE UNITED NETHERLANDS”, FROM 1818 THEPRESENT KINGDOM OF THE NETERLANDSINTERESTING IS, THAT THE ARTICLE ALSO DESCRIBES BLACKPEOPLE IN MEDIEVAL NETHERLANDS, BUT THOSE WEREDIPLOMATS, AMBASSADORS, SINCE DUTCH BLACK TRADE SLAVERYDEVELOPED IN THE 17TH CENTURYTHE CONCEPT OF ”BLACK RACE” BEING INFERIOR DEVELOPEDFROM THAT PERIODhttps://bukubooks.wordpress.com/swart/
SEE A PICTURE OF BLACK PETE AS THE SERVANT OFSINTERKLAAS AND YOU SEE THE COMPARISON WITHTHE MOORISH SLAVE
This year, Sinterklaas’ arrival on November 17 was greeted by protests against Black Pete in 18 cities across the Netherlands [Eva Plevier/[Reuters]https://www.aljazeera.com/indepth/features/zwarte-piet-black-pete-dutch-racism-full-display-181127153936872.htmlBLACKFACE BLACK PETE IS A RACIST TRADITION, THAT HASTO GO AND IS ALREADY ON THE RUNUN HAS CONDEMNED IT, DUTCH SHOP KEEPERS ARE REPLACINGHIM BY OTHER COLOUR PETES AND MANY SCHOOLS HAVESAID GOODBYE TO BLACKFACE!
606 × 618Images may be subject to copyright. Find out moreDER STURMER AND THE DUTCH TELEGRAPHESAJAS EN AFFRYIE LOOK DOWN ONTHE NETHERLANDS AND THE SOCALLED”ETERNAL JEW” ON THE WORLDWHAT’S THE DIFFERENCE…..https://en.wikipedia.org/wiki/Der_St%C3%BCrmer
May the fight against Black Pete racism continue!And thanks to all who contribute to this fight! Astrid Essed
THE DUTCH RACIST BLACKFACE TRADITION/GOODBYE TOZWARTE PIET [BLACK PETE]/DANGER OF FASCISMThis is a longread about a racist caricature and the threat of fascismin the NetherlandsWarning:The American ”Father Christmas” Santa Claus and the Dutch”Sinterklaas are two different Fairy Tale Figures, although Santa Clausis derived from the Medieval Dutch ”Sinterlklaas”So the Dutch Feast of ”Sinterklaaas” [5 december] is not Christmas Feast!https://en.wikipedia.org/wiki/Saint_NicholasINTRODUCTIONPART I/BLACK PETEPART II/THE FACE OF FASCISMINTRODUCTIONDear Readers,How would you react, when you saw, in nowadays 21st century, a steamboat, navigatingon sea, river or channel, throwing its anchour, and an old, solemn white man with abeard and a mitre, a Bishop, holding his Entrance [”Intocht”in Dutch] in the city or village with as his servant a black guy in an old fashionedMoorish costume, speaking with an odd accent, with a strangelooking Afro hairpiece, big fat red lips, strange golden [slave like] earrlngs, running around, screaming, kicking, oddly laughinhand for the rest looking very stupid?You guess already?It’s the Dutch Sinterklaas [Dutch for Saint Nicholas] Feast and it isyearly enjoyed at 5 december.Several weeks before, there is the Entrance or Arrival [In Dutch:Intocht] of Sinterklaas, a National Sinterklaas Intocht [Entrance] andlocal Entrances.I hope, that you’ll be embarassed and indignant, recognizing a caricatureof black people?Then we are talking business…..Because not only this ”Zwarte Piet” [Dutch for Black Pete] [1]is an embarrasment, he is, of course, not really black, but a black paintedfigure, like the former American ”Blackface” in movies…..[2]I refer to the annual Dutch Sinterklaas Feast [Dutch for Saint Nicholas], at5 december.Several weeks before, there is the Entrance or Arrival [In Dutch:Intocht] of Sinterklaas, a National Sinterklaas Intocht [Entrance] andlocal Intochten [Entrances].YOU GUESS ALREADY WHAT POINT I WANT TO MAKE:Today I want to talk with you about ”Zwarte Piet”a not so nice Fairy Tale Creature, who happens [and for my concern:”happened”] to be the black helper of ”Sinterklaas” orSt Nicolaas [Saint Nicholas] [3], whocomes from Spain each year, giving the children presents andsweet candies, at least, when they are obedient……[4].When they are naughty, they get nothing……Traditionally, naughty children are being ”punished” by ”Zwarte Piet”[from now on for my English readers ”Black Pete], getting no presentsat all, but are being put in a sack and been brought to Spain.HAHAHA, that’s the tradition, which could be nice, isn’t it?Were it not, that that whole ”Black Pete” figure stems from a racist traditionfrom the 19th century, the century of slavery, racist supremacist theoriesand fanatical colonialism.PART IBLACK PETEBACKGROUND/ORIGINS OF THE RACIST BLACK PETE”Blackface” Black Pete [Zwarte Piet] at first appeared in 1850 in a book bythe Dutch teacher J. Schenkman, titled ”Sint Nikolaas en zijn Knecht” (“Saint Nicholas and his Servant”), [5], but there are signs that Black Peteoperated earlier in the 19th century and was called ”Pietermanknecht”(Dutch for Pete my Servant] [6]Be as it may:Crucial to the story is, that Black Pete was depicted asblack, which meant in the 19th century racist times:Inferior.A servant of the white man [woman]And that was the main problem with the Blackface tradition:Picturing black as inferior didn’t originate out of nothing:It stemmed from the beginning of the transatlantic slave trade andthe 17th, 18th, 19th slavery in the America’sRacism developed and reached its absolute lowest pointin the 19th century, when slavery, fanatical colonialismthe great West European colonial Empires originated from the 19th century]and race supremacy theories from ”white over black”developed.Against this background black meant”inferior ”race”, a servant, ridiculous, stupid and also aggressive,because ”Black Pete” was putting naughty children in a bag, draggingthem to Spaionm, where ”Sinterklaas” and Black Pete came from.Black Pete was dressed ridiculously:In a so called ”Moorish costume” ,which was mainly based onthe paintings of white masters in the Netherlands,picturing themselves with servants or slaves dressedin Moorish clothes, [see the photo’s in my article].So imaging Black Pete like that, symbols, seen in the lightof slavery, a subordinate role. Inferiority of ”race”And Black Pete not only was dressed in that costume in the 19th century, but sticked to it untill now, 2018, the 21st century!This is no innocent folklore, but downright racism, because throughthe 19th century and a great deal of the 20th century, Black Pete remained”funny”, ”stupid”, ”agressive” and most of all:A servant.Moreover it stroked, that Black Pete spoke with a strangeSurinamese like accent [but not real Surinamese: Suriname orDutch Guyana is an ex colony of the Netherlands with ahistory of slavery and it lies in South America, north of Brasil][7]While ”Sinterklaas” spoke the Dutch language correctly from themoment he first came from Spain and set footin the Netherlands with his steamboat!In a colonial and later post colonial society, which had developedinstitutional racism [8] the Figure of Black Pete helped to confirma negative inmage of black people in general, consciously or, andthat’s worse, subconsciously. [9]Admitted, during the second half of the 20th century and nowadays,the strange accent with which Zwarte Piet spoke [in contrary with Sinterklaas] is gone, but the other strereotypes, slave earrings,fat red lips, a strange Afro hair piece, stupid behaviour and especiallythe black skin of course, still remain.Blackface/GolliwogSimilarities with the racist caricature of Black Pete wereGolliwog [in Great Britain] [10] and in the USA, Black Face charactersin theatres and films [11], both also originated in the 19th century [12]Although Golliwogs and Blackface stereotypes have not completelydisapeared, they are on their retour and at least most modernpeople acknowledge the racist character and peopole maintainingGolliwog or Blackface are being pointed as backward and racist.[13]In the Netherlands however, anti Black Pete protests still cause a storm.More about that in a minute.But first about the sillty arguments of the Black Pete defenders:BLACK PETE DEFENDERS:ABLACK PETE WAS NOT AN INVENTIONOF JAN SCHENKMAN, HE ALREADY WAS A COMPANION OF SINTERKLAAS MEDIEVAL TIMESNow some defenders of Blackface Zwarte Piet go out of their way to prove, thatSinterklaas also in the Medieval Netherlands was accompanied by black men, or black ghosts, or whatsoever. [14]Maybe, maybe notOpinions differ [15]But so what, if he already existed in the Middle Ages!The point is not, whether before the 19th century there was[perhaps] a black companion of Sinterklaas.Point is the RACIST CARICATURE Black Pete has become fromthe 19th century untill now!And that’s the reason of the protests, not whether there was some black ghostor companion in the Middle Ages.Because to put things clear:The concept of ”race”, especially the black race inferior to the”white race” is an invention from the 17th century, the periodof transatlantic slavery and slavery in the America’s [16]The horror period of slavery in the America’s, which lastedat least 300 years, provided the patterns of black ”inferiority”So Black Pete was a product from that background:Black Pete being subordinate to the white Sinterklaas andBlack Pete being stupid and inferior because of hisblackness.BLACK PETE DEFENDERSBBLACK PETE IS BLACK, COMING FROM THE CHIMNEYBlack Pete defenders argue, that there is nothing stereotype orracist to the Figure Black Pete, sincwe his blackness stems fromcoming out of the chimney. [17]Now that may be the explanation for the [possible] black companionsof Sinterklaas in the Middle Ages in different European countries [18],but, again, that was in the Middle Ages and has nothing to do withthe racist caricature of the 19th century Black Pete.And it is utter nonsense to allege, that the nowadays racistcaricature became ”black”, coming from the chimney.Or does ”coming out of the chimney” means, that someonegets an Afro hairpiece, silly golden earrings, fat lips, a Moorishdress and and all black skin?It would have been more convincing, when such a figure hadtraces of soot in his face, as the way opposers of theracist Black Pete caricature want to reform the character now.In the socalled ”roetveegpieten” [in English ”soot faced Petes”, seeone of the photo’s at the article]CONSEQUENCES OF BLACK PETE RACISMDISCRIMINATION AND TEASINGBlack Pete defenders always refer to the traditionSinterklaas/Zwarte Piet [Black Pete] as a Feastfor Children.But nothing is less true:Because during Sinterklaas time, black childrenare being teased [and were teased]with the appearance of Black Pete, not only callingthem ”Zwarte Piet” [Black Pete], but also ”stupid”, ”ugly”,”dirty” and more demeaning words. [19]And to my opinion and many other protesters of Black Pete,a children’s Feast is only a children’s Feast, if ALL childrenbenefit from it!PROTESTS AGAINST BLACKFACE BLACK PETEThere’s much to say about the protests and demonstrationsagainst the racist caricature Black Pete and I am not going to mentionthem all [that would fill a book], but a brief overview:Although there were decennialong protests against Black Pete, in 2011there was a real breakthrouigh, when a group of five black artists,among else Quincy Gario and Kno’ledge Cesare [Jerry Affryie], protestedat the Grand Entrance of Sinterklaas in Dordrecht, holding a T shirtwith the text ””Zwarte Piet is Racism”, met police brutality andwere arrested. [20]But police brutality didn’t prevent people from protesting!Protest organisations against Black Pete racism were founded,like Kick Out Zwarte Piet, which organizes the annual antiBlackface Black Pete demonstrations! [21] From 2011 peaceful anti Black Pete protesters were metby fierce police brutality.I can’t recall all incidents here, but one horror exampleare two different arrests of one of the Kick Out Zwarte Piet leaders,Kno’ledge Cesare [who also protested at Dordrecht in 2011and met police brutality too], one in Gouda and the otherin Rotterdam.See Youtube films under note 22 Massarrests of peaceful anti Black Pete protesters took place,also accompanied with police violence.[23] See for more information under note 24 THREATS Every society struggles with changes of behaviour and tradition,so it is not strange, that a majority of Dutch people didn’t see the point, felt [sometimes] offended because they wrongly thought of being accused of racism [it is the caricature that’s racist, notnecessarily the people, who love Zwarte Piet. That dependsof their behaviour and remarks regarding the subject], andstood behind the Fairy Tale Figure of their youth. Yet it’s interesting to see, that although Black Pete defendersargued, that Black Pete is ”only a Feast for children”, many Dutch adults were very upset about any criticism of ZwartePiet [Black Pete] and sent furious reactions and even death threats to people, who opposed Zwarte Piet, likeAnouk, a popular singer and the Dutch children’s Ombudsman,who wrote a very critical report about Zwarte Piet, emphasizing,that the Figure of Black Pete leads to discrimination anda low self esteem of black children. [25]If it is ”only a Children’s Feast”, why then all the fuss? Even worse:When the opposers of Zwarte Piet were black, they receivedracist threats as death threats, like happened to TV presentatorand now politician Sylvana Simons and other black Zwarte Piet protesters.[26] SO AGAIN:If this is all about a Children’s Feast, why all this fuss?Why all those violent threats and even racist attacks? Is it not clear, that especially those racist attacks reveal whatmoves many Black Face defenders most:Racism?Is that not a clear proof, that what they defend is a racisttradition also?Because, again, why else black children are being teased,sometimes very maliciously, with being ”dirty” and ”stupid” as Black Pete [27], giving them a low self esteem, as they themselves testimony. [28] And not only their testimony:The Dutch children’s Ombudsman wrote a very critical report about Zwarte Piet, emphasizing,that the Figure of Black Pete leads to discrimination anda low self esteem of black children. [29] BIZARRE AND A BIT OF FUN”BLOKKEERFRIEZEN” [IN ENGLISH: FRISIANS, WHOBLOCK THE HIGHWAY] In the fight for keeping Black Pete it can’t be bizarre enough.After the announcement, that the National Grand Entrance ofSinterklaas [there are a lot of local Entrances too, but this oneis sponsored by TV and broadcasted] would take place in the small Frisian town Dokkum, the organisation Kick Out Zwarte Piet announced [in the Netherlands one doesn’t have to ask permission to demonstrate, but has to announce it to themayor of the city, who can only forbid or limit the demonstration,when there is a danger of disturbing the peace] its anti Black Pete demonstration and agreements were made with the major.However, pro Blackface people heard that and a localbusinesswoman, Jenny Douwes, incited people onFacebook to protest against it.This resulted in a dangerous b;lockade of the highwayon the place the busses with the anti Blackface protesterswere approaching Dokkum.Result:The demonstration didn’t take place, for on the last momentythe mayor forbid it out of fear for clashes between pro and antiBlackface groups.In fact, the major was especially afraid for the coming of neo-nazi’s, who would use the pro Blackface cause for their owndirty agenda.But the ”Blokkeerfriezen” [the roadblocking Frisians] hadto face Court and were convicted because of violations of the right on demonstration [30]BIZARRE, Blocking a road to defend Blackface…. So far are people prepared to go….. CHANGES But since we are not longer living in the 19th century with fervent colonialism, slavery and white supremacy ideas, changesin the Figure of Blackface Zwarte Piet are inevitable, despite alldeath threats, hatespeeches and a road blockade.You see it already in the steets:A growing number of children go to the Grand Entrance ofSinterklaas as soot faced Petes or sometimes as they are.See the foto’s at this article.But also the colour of Pete is changing.You see a growing number of soot faced Petes, accompanyingSinterklaas. A growing number of schools have said ”Goodbye” to Black Pete and allow only soot faced Petes. [31]High profile store ”De Bijenkorf” has Golden Petes from 2015[32]The big supermarkets react in varying way.The ”zak” of Sinterklaas[”zak” in English: bag, where the candies or presentsare hidden en is believed, that ”Black Pete” is puttingnaughty children in to bring them to Spain, whereSinterklaas and Pete live] is mostly not imaged withBlack Pete anymore, but with Sinterklaas himself.Some supermarkets change the colour of Black Pete,but most of them offer a variety of colours, including black. The grocery chain Lidl is the only one reported to have completely eliminated images deemed racial caricatures. They will have coloring pictures that children may color as they choose. [33]However, like most developments, changes are going faster andearlier in the big cities than in smaller towns and villages.Thus the areas of North and South Holland and Utrecht have seen the most change, while Drenthe, Friesland, and Zeeland, the least. [34]CHANGESCHILDREN’S OMBUDSMANI already mentioned the report of the children’s OmbudsmanSeptember 30, 2016, suggesting that Zwarte Pete be “stripped of discriminatory or stereotypical characteristics.” Otherwise children’s rights for fair treatment and protection from discrimination may be violated. “The figure of Zwarte Piet can contribute to bullying, exclusion or discrimination, and is therefore contrary to the [International Convention on the Rights of the Child],” the report continued. “Many [children of color] who experience discrimination in their daily lives say that it’s worse around Sinterklaas time.” And further, “Several Black children found the typical characteristics and buffoonish behavior of Black Pete to be ‘negative and discriminatory against people with dark skin.’” These characteristics “must be changed so children of colour do not experience any adverse effects, and every child feels safe” during Sinterklaastijd. [35]I also mentioned, that following the report the Children’s Ombudsman received dozens of angry reactions and numerous threats. [36]Again:If it is about ”just a Children’s Feast”, why then all those hysterical reactions?BLACK PETE GOES INTERNATIONAL!UNCONDEMNATION OF BLACK PETEThe fight against the racist caricature Black Pete is supportedinternantionally and at an important level.The United Nations!The United Nations Committee on the Elimination of Racial Discriminationwrote a report, issued in 2015, demanding from the Dutch governmenta change in the racist features of Black Pete [37]I quote from the report:” While the Committee understands that the tradition of Sinterklaas and Black Pete is enjoyed by many persons in Dutch society, the Committee notes with concern that the character of Black Pete is sometimes portrayed in a manner that reflects negative stereotypes of people of African descent and is experienced by many people of African descent as a vestige of slavery, which is injurious to the dignity and self-esteem of children and adults of African descent. ”Another quote:” Considering that even a deeply-rooted cultural tradition does not justify discriminatory practices and stereotypes, the Committee recommends that the State party actively promote the elimination of those features of the character of Black Pete which reflect negative stereotypes and are experienced by many people of African descent as a vestige of slavery. The Committee recommends that the State party find a reasonable balance, such as a different portrayal of Black Pete and ensure respect of human dignity and human rights of all inhabitants of the State party. The Committee further recommends that the State party ensure non-discrimination in the enjoyment of freedom of expression and association, and that attacks on protesters be effectively investigated and duly prosecuted.” [38]Earlier, in 2013, Verene Shephard, a Un official, wrote the Dutch governmentwith the same sort of critics about Black PeteI quote from the letter:” The character and image of Black Pete perpetuate a stereotyped image of African people and people of African descent as second-class citizens, fostering an underlying sense of inferiority within Dutch society and stirring racial differences as well as racism. During the celebration, numerous people playing the Black Pete figure blacken their faces, wear bright red lipstick as well as afro wigs. The Black Pete figure is to act as a fool and as a servant of Santa Claus. The Black Pete segment of Santa Claus celebrations is experienced by African people and people of African descent as a living trace of past slavery and oppression, tracing back to the country’s past involvement in the trade of African slaves in the previous centuries. Reportedly, a growing opposition to the racial profiling of Black Pete within the Dutch society, including by people of non-African origins, is to be noticed. However, it is also alleged that no response has been given to associations defending the rights of African people and people of African descent in the Netherlands, which are asking for dialogue on this issue.”[39]Clear language, as well from the UN report as the letter of mrs Verene Shephard!PART IITHE FACE OF FASCISMInvoke a terrifying internal and external enemyTEN STEPS TO CLOSE DOWN AN OPEN SOCIETYhttps://www.huffingtonpost.com/naomi-wolf/ten-steps-to-close-down-a_b_46695.htmlSo we have seen backward stupidity, threaths, racist or not,road blockades and hateful stuff on social media.But it can be worse, when the Hand of fascism reveals itself:One of the main characteristics of fascism is creatingscapegoats or ”enemies” of the people orthe State.Another side is violence.And both showed itself in a horror way:DEMONISING LEADERS OF KICK OUT ZWARTE PIET:THE TELEGRAPH ARTICLE/GHOSTS OF THE PASTNot long ago [november 2018], extreme right wing and pro Pete journalist Weird Dukwrote a malicious article in the Dutch paper ”The Telegraph”,titled ”The danger of a radical agenda”, thereby demonisingthe Kick Out Zwarte Pete movement, accusing the leaders tobe ”dangerous” and ”extreme” [40]But the worst thing was the photo at the article, picturingMitchell Esajas and Kno’ledge Cesare [Jerry Afriyie] assinister figures, looking down at a peaceful Dutch landscapewith mills and dark clouds as the foreboding of a catastrophe. [41]This horror photo is going back in Time, when – in Nazi Germanyof the thirty years- Jews were portrayed equally.I mention here especially a drawing of a Jew, looking downon a world Globe, which reminds of the Telegraphimage of Mitchell Esajas and Jerry Affriyie, looking downon the Netherlands……And it is not out of the blue, that I make this comparisonin regard to the Telegraph:For the Telegraph has a bad reputation in the past, havingcollaborated with the nazi German occupation in theNetherlands in the Second World War!See under note 42 an antisemitic article in the Telegraphfrom 1942.I quote a passage [first in Dutch]
Jood is en blijft Duitsland’s vijand, of hij nu uit
Portugal, of kersvers uit Jeruzalem, al dan niet voorzien
van een Nederlandse pas of identiteiotskaart, hier verzeild is geraakt’
Translated In English:
”Jew is and remains the enemy of Germany, whether he
set foot in the Netherlands, coming from Portugal, or
newly arrived from Jerusalem, whether or not
in the possession of a Dutch passport or identity card.”
SO
Apparently, the Telegraph has learned nothing from the past……
FASCIST AGRESSION AGAINST PEACEFUL BLACK PETE
DEMONSTRATORS
The hateful article was only the beginning:
During the Entrance of Sinterklaas, which takes place in several
cities and towns [the National Entrance, which also is broadcasted
on TV, was in Zaanstad, North Holland], there were anti Black Pete
protests in at least 18 cities across the Netherlands and while the
Black Pete protesters were peaceful, a bunch of fascist thugs attacked
the protesters in several cities with eggs, bananas and beer cans and what was
still worse [and the reason why I call them ”fascist thugs”], some brought
Hitler salutes and uttered racist insults. [43]
You can see photo’s of the agressive fascist gangs at my article.
Especially in Eindhoven and Rotterdam, pro Pete gangs were very
agrressive. [44]
In Nijmegen en Zwolle, anti Black Pete demonstrations were cancelled , after mayors said they could not guarantee protesters’ safety. [45]
These are very dangerous developments, because
succeeding in violence, although there were
arrests too [46] fascist thugs get confidence and
will enlarge their street operations, which
leads to as well more fascist power as intimidation
of their opponent.
And the very fascist streetoperations is a direct
threat to black migrants and other migrants’
of colour.
Combined with the two fascist political parties,
the PVV [Party for Freedom] of G Wilders and the Forum for Democracy of Thierry Baudet [47]
EPILOGUE
THE MANY FACES OF FASCISM
Evidently not all pro Black Pete supporters are racists, nor
are all pro Black Pete supporters, who attacked the Black Pete
supporters fascists.
Some indeed were ”asos” [anti socials], like prime minister Rutte stated. [48]
But that’s not the point here.
The whole thing lies in the fact, that fascists
have made the Black Pete question to their cause,
because this seemingly ”innocent” Sinterklaas
Feast with Black Pete is an easy way to reach many
people, since the majority of the Dutch still valuates
”Zwarte Piet” [49]
So not only politically, but also by means of
a Feast, fascism gradually creeps into Dutch society.
Like a poison snake.
Fascism is:
Extreme, hierarchic State control with a dominant
Leader.
Exclusion of all people, who are ”foreign” and thus, according to fascists, don’t belong to
the ”Pure Nation [Pure ”race”, here of course
the ”white race”]”, whether they are Jews or black people.
Fascism stands for intimidation and terror and that was exactly what fascists did with the attacks on
peaceful Black Pete protesters!
And fascism is always seeking for a scapegoat,
an ”enemy”, who operates inside the ”Pure Nation”
as a sort of fifth colonne. [50]
And what suits Dutch white [of course there is fascism in other parts of the world too with different ”scapegoats”] facists better than pick up black people and other people of colour, who are already being discriminated and often treated as secondhand civilians.
And the best of it:
In order to win those Dutch people overr, who don’t want to
be openly racist, that socalled ”innocent Children’s
Feast ”Sinterklaas’is the best way to attack black people, since the most Black Pete protesters are black
[although there are many white allies to in
the fight against Zwarte Piet]
So that explains the sudden fascist interest in
Black Pete.
But there is more to worry about than the link
fascism-Zwarte Piet, since almost certainly
Zwarte Piet is going to dissapear.
Because fascism is multitasking!
Directed against refugees [who mostly are black
or of colour], black people and people of colour
in general, Jews [although somewhat hidden because of
the past], Roma [”gypsies” a pejorative term for Roma]
But they are also anti EU ,anti the governmental ”elite’
and against the detoriation of the health services in
the Netherrlands.
And that seeming diversity, sometimes with
some thruth in it [as their objections against the
governmental elite and their seeming worries
about the detoriation of the health services in
the Netherlands]
But the binding element is their racist hatred and
extreme law and order mentality.
To fight fascism in word and deed, that is
the task that lie ahead of us.
Before it is too late.
Astrid Essed
NOTES[1]WIKIPEDIAZWARTE PIET [TEXT IN ENGLISH]https://en.wikipedia.org/wiki/Zwarte_Piet[2]WIKIPEDIABLACKFACE/FILMhttps://en.wikipedia.org/wiki/Blackface#FilmORIGINAL SOURCEWIKIPEDIABLACKFACEhttps://en.wikipedia.org/wiki/Blackface[3]WIKIPEDIASAINT NICHOLAShttps://en.wikipedia.org/wiki/Saint_Nicholas[4]SEE UNDERLYING BACKGROUND ARTICLE ABOUTTHE DUTCH ”SINTERKLAAS”BUT FIRST:WARNING::IN THIS ARTICLE THERE IS A CONFUSIONBETWEEN THE AMERICAN FATHER CHRISTMAS [SANTACLAUS]] AND THE DUTCH ”SINTERKLAAS”, SINCE THE ARTICLESUGGESTS, THAT ”SINTERKLAAS” IS A SORT OFFATHER CHRISTMAS, OR A DUTCH FORM OF CHRISTMASCELEBREATION.THAT IS NOT TRUE:THE AMERICAN ”SANTA CLAUS” IS DERIVED FROMTHE DUTCH [AND EUROPEAN] FAIRY TALE FIGURE ”SINTERKLAAS”’ GOOD GIVER OF PRESENTS [ALSO IN DIFFERENT EUROPEAN COUNTRIES]AND ”SINTERKLAAS” IS DERIVED AGAIN FROM THE HISTORICAL FIFURE”SAINT NICHOLAS”, HISTORICALLYA BISHOP FROM MYRA IN ANATOLIA [WHAT IS NOW TURKEY], WHO LIVED INAND ABOUT 270 UNTIL 343]SEE ALSOWIKIPEDIASAINT NICHOLAS/VENERATIONS AND CELEBRATIONShttps://en.wikipedia.org/wiki/Saint_Nicholas#Veneration_and_celebrationsSOURCEWIKIPEDIASAINT NICHOLAShttps://en.wikipedia.org/wiki/Saint_NicholasSO THE ”SINTERKLAAS” CELEBREATIONS EXISTED ALREADYIN THE MIDDLE AGES, SOMETIMES ACCOMPANIEDBY A BLACK PAINTED FIGURE [A SORT OFTIJL UYLENSPIEGEL [EULENSPIEGEL]-KNAVE, NOT BLACK PETE ASA RACIST CARICATURE, SINCE THE CONCEPT OF RACISM[IN THE SENSE OF THE WHITE ”RACE” SUPERIOR OVER THEBLACK ”RACE”] WAS AN INVENTION FROM THE 17TH CENTURY, WHENTHE TRANSATLANTIC SLAVETRADE FLOURISHED IN EUROPEANLANDS.WIKIPEDIATILL EULENSPIEGELhttps://en.wikipedia.org/wiki/Till_EulenspiegelNOW YOU CAN READ THE BACKGROUND ARTICLEBACKGROUND ARTICLEINFORMATION ABOUT ”BLACK PETE””Mark Mardell explains the festive customs in the Low Countries that prompt an ethical debate – from Sinterklaas the noble Santa Claus figure, to his mischievous minstrel sidekick Zwarte Piet (Black Pete).”HISTORY EXTRAA CHRISTMAS CONTROVERSERYhttps://www.historyextra.com/period/a-christmas-controversy/[5]”In 1850, Amsterdam-based primary school teacher Jan Schenkman published the book Sint Nikolaas en zijn Knecht (“Saint Nicholas and his Servant”), the first time that a servant character is introduced in a printed version of the Saint Nicholas narrative.”WIKIPEDIADEVELOPMENT AND DEPICTION IN THE 19TH ABND 20TH CENTURIEShttps://en.wikipedia.org/wiki/Zwarte_Piet#Development_and_depiction_in_the_19th_and_20th_centuries ORIGINAL SOURCE WIKIPEDIAZWARTE PIET https://en.wikipedia.org/wiki/Zwarte_Piet [6] ”In 1833, an Amsterdam-based magazine made humorous reference to “Pietermanknecht” in describing the fate that those who had sneaked out of their houses to attend that year’s St. Nicholas celebrations were supposed to have met upon their return home.”WIKIPEDIADEVELOPMENT AND DEPICTION IN THE 19TH ABND 20TH CENTURIEShttps://en.wikipedia.org/wiki/Zwarte_Piet#Development_and_depiction_in_the_19th_and_20th_centuries ORIGINAL SOURCE WIKIPEDIAZWARTE PIET https://en.wikipedia.org/wiki/Zwarte_Piet[7]SURINAM OR IN COLONIAL TIMES ”DUTCH GUIANA]SURINAM IS INDEPENDENT SINCE 1975!WIKIPEDIASURINAM (DUTCH COLONY)https://en.wikipedia.org/wiki/Surinam_(Dutch_colony)[8]WIKIPEDIAINSTITUTIONAL RACISMhttps://en.wikipedia.org/wiki/Institutional_racismDUTCHVIEW.COMRACISM IN THE NETHERLANDS: TALKING ABOUT THE ELEPHANT IN THE ROOM25 OCTOBER 20917https://dutchreview.com/culture/living-in-the-netherlands/racism-in-the-netherlands/AL JAZEERASYLVANA SIMONS: RACISM IS ACCEPTEDIN THE NETHERLANDS18 JANUARY 2017https://www.aljazeera.com/news/2017/01/sylvana-simons-racism-accepted-netherlands-170118095205530.html”Perhaps for outsiders, it does not take much to recognize that the figure of Black Pete—with his black face, big red lips, curly hair, and inherently subordinate position next to Sinterklaas—is a caricature borne out of the Netherlands’ colonial past. The Netherlands, however, is ill-equipped to deal with the colonial past or recognize its present day legacy.
School curricula do little to educate the population about the country’s “Golden Age”; the appalling exploits of the Dutch East and West India Company and the Dutch slave trade fill very few pages in the history books of primary and high schools. Ninsee, the one institution that has worked to raise awareness about the history and legacy of slavery outside of formal education, recently saw its state subsidies cut so drastically that it had to close.”
https://www.astridessed.nl/dutch-elections-2017pvv-in-power-or-notterror-reign-or-freedom/ [9]DUTCHVIEW.COMRACISM IN THE NETHERLANDS: TALKING ABOUT THE ELEPHANT IN THE ROOM25 OCTOBER 20917https://dutchreview.com/culture/living-in-the-netherlands/racism-in-the-netherlands/[10]WIKIPEDIAGOLLIWOGhttps://en.wikipedia.org/wiki/Golliwog[11]WIKIPEDIABLACKFACEhttps://en.wikipedia.org/wiki/Blackface[12]”The golliwog, golliwogg or golly is a black fictional character created by Florence Kate Upton that appears in children’s books in the late 19th century and usually depicted as a type of rag doll. It was reproduced, both by commercial and hobby toy-makers as a children’s toy called the “golliwog”, and had great popularity in the UK and Australia into the 1970s. The doll is characterised by black skin, eyes rimmed in white, clown lips and frizzy hair.”WIKIPEDIAGOLLIWOG https://en.wikipedia.org/wiki/Golliwog ”Blackface is a form of theatrical make-up used predominantly by non-black performers to represent a caricature of a black person. It has been considered a racially insensitive representation of blackness by the African American community. The practice gained popularity during the 19th century and contributed to the spread of racial stereotypessuch as the “happy-go-lucky darky on the plantation” or the “dandifiedcoon“.WIKIPEDIABLACKFACEhttps://en.wikipedia.org/wiki/Blackface [13] WIKIPEDIAGOLLIWOG https://en.wikipedia.org/wiki/Golliwog WIKIPEDIABLACKFACE https://en.wikipedia.org/wiki/Blackface [14] Pete is Black because he travels through the chimney. There is a lot of controversy regarding this explanation. People who oppose Black Pete assume that this is just a lame excuse to cover up his real being. If you look at the other giftbringers in Europe however you will find that this explanation is used everywhere to explain the blackness of these midwintercreatures. This is a perfectly reasonable explanation for the fact that Black Pete is much older that most people think and that this was said about predecessors (e.g. the Black Klazen (Nicholasses) and the figures with hides and horns) that did exist in the Netherlands before 1850 and also that Black Pete is very closely tied to these other giftbringers and has a common origin. ”
The Sint en Pieten Gilde clearly shows that Black Peter was not invented by Schenkman
Nowadays it is often assumed that Black Pete is more or less a creation of the schoolmaster Jan Schenkman who wrote a book in 1850: St. Nicholas and his servant. Furthermore, one assumes that he and his illustrators were inspired by paintings of luxurious pages, black lackeys in the service of nobles in Europe. By starting from this lineage and not being critical with regard to the accuracy of this assumption, historically correct ways of portraying Zwarte Piet are wrongly interpreted as racist. The introduction of the Grand Entrance in the village or city, the country of origin: Spain and the Servant are often attributed to Jan Schenkman, making his book seem a blueprint for the current St. Nicholas Feast. However, he didn;t invent the Grand Entrance, the home country of Spain and Zwarte Piet. He has been however the one who added the arrival by steamboat. Click here or on the green colored title above to read the document. The text is now available in English as well. There are some typing errors but it will certainly give you lots of info and an extensive list of sources.
Introduction
Black Pete is an important figure for the Dutch Sinterklaas celebrations on December 5th. Much controversy surrounds the figure of Black Pete (Zwarte Piet). The biggest problem lies in the fact that people can’t say: I don’t agree with you in an acceptable way. On both sides this is accompanied by insults, cursing each other out, silencing people or worse. Some claim that Zwarte Piet is racist, but this claim is far too strong, considering his origins, history, and practices. Most people do not know the cultural back story that this tradition is set in. The very negative judgement on Black Pete is based on incomplete and incorrect information about the celebration and the figure of Black Pete. This leads to conclusions that do not take into account the Dutch and European history of the celebrations that play an important part in Black Pete. This history is ignored as if it never took place. The approach from colonialism and slavery usually doesn’t leave any room for this other history to be considered and suggestions for change take the form of forced obligation that should have no place in this discussion. Some antipete groups are quick to put the label of racist on anyone who doesn’t agree with their statements or is critical about the claims that are made and the sources that are used. This attitude is wrong and harmful. Even more because information provided on Black Pete is too often incorrect and incomplete.
Traditions of original inhabitants.
Most likely there is room for improvement where his looks are concerned for negative associations to go away seeing as he does look a lot like blackface now apparently to people who are not familiar with the custom and it’s history. Changing Black Pete and the direction this should take, should take into account the feelings of all people affected by this change and their respective history. To claim that Pete is racist without taking anything else into account even denying other explanations of the character are incomplete and can therefore never be “the truth”. This seems to be completely lost in the urge to get Black Pete on the agenda and this is not right. Also people should take into account the many changes Black Pete has undergone both in behaviour and appearance. The current Black Pete is not the Black Pete of peoples youth (even though the connection with our ancestors is apparent and should stay that way!) A lot is changed already and people should be aware of that. Also people should get themselves acquanted with the whole history of Black Pete and not focus solely on one aspect, take it out of context and put it under a looking glass. This complete history should be told to children also! It is very important that all of the information should play a role in the discussion between the pro’s and anti’s. It is very important to consider that he is part of the tradition of the indigenous peoples of this region, regardless of other influences that may have had an effect on him in some cases! It should also be noted that this doesn’t affect Black Pete as a whole and it isn’t factual to make these claims as a generalisation. This means at least that he should not be destroyed or changed beyond recognition, just because people do not understand or like the tradition. The black colour is an important and original element. This is 2014 and it may be expected for all people to take this into consideration regarding this issue.
On this website the right to protest against Black Pete is supported. This also goes for the right of others to disagree with certain claims that are made by anti-Black Pete groups. Racism is something that should be eliminated from society. Extremist views and violence surrounding this issue from both the pro- and the antiside are strongly opposed. Working towards a solution is the goal.This site provides information on the origins and history of this character. Many people seem to think thatZwarte Piet was introduced only 150 years ago, but this is not true. Black Pete, or the companion of Sinterklaas, dates back to pagan times. When the church wanted to wipe out the pagan traditions, they added the character of Sinterklaas. This pagan character (Zwarte Piet) became the companion of Saint Nicholas. In the Netherlands, as well as in the whole of Europe, Sinterklaas (aka Santa Claus) is accompanied by an (often black) helper. His appearance varies from country to country, but he can (usually) be recognized by four distinctive characteristics: 1. His masquerade (of which the simplest form is a black face) 2. His chain 3. His bag or basket (sometimes filled with coals). In the Netherlands, the sweets (pepernoten) and presents are in the bag. 4. His switch (roe) also hides and horns are often seen.
Overlap in appearance, conduct and character
The overlap that is visible in the black face between the historical Black Pete figures and the current Black Petes sticks out here. In the review of what Blackface is we will also address overlap in his conduct and character. It is important that people are aware of this when trying to interpret the figure. Clinging rigidly to a one-dimensional explanation for the current Black Pete is both incomplete and wrong. Changing Black Pete to a figure that doesn’t look like blackface should take into account the importance of the figure being unrecognizable, history and the symbolism of black and white in the celebration. The nightly visit from Black Pete and the fact that his face is invisible in the night, is a crucial part of the celebration. Who doesn’t stand by the front door and is sure that he sees Black Pete disappear in the night right after the doorbell has rung or a heavy knockin was heard and the bag with presents stands at the door! This being able to/not being able to see Black Pete is very important!
Through the chimney
Pete is Black because he travels through the chimney. There is a lot of controversy regarding this explanation. People who oppose Black Pete assume that this is just a lame excuse to cover up his real being. If you look at the other giftbringers in Europe however you will find that this explanation is used everywhere to explain the blackness of these midwintercreatures. This is a perfectly reasonable explanation for the fact that Black Pete is much older that most people think and that this was said about predecessors (e.g. the Black Klazen (Nicholasses) and the figures with hides and horns) that did exist in the Netherlands before 1850 and also that Black Pete is very closely tied to these other giftbringers and has a common origin. The chimney explanation is used for Schmutzli (Zwitserland), for Befana (Italy) and for Pere Fouettard (France), and for Knecht Ruprecht (Germany).
The Reformation
During the reformation, the Sinterklaas tradition was attacked by the church. The people, however, kept celebrating. This means that the absence of Sinterklaas and Black Pete in drawings and paintings can also be attributed to this. Some people see this as evidence that black Black Petefigures didn’t exist before 1850, but there is much valuable information available to contradict this belief.The heavy rattling with chains and bells, knocking on doors which is spoken of in many old Dutch texts refers to the fact that there were certainly figures going around around December 5th in the same manner as we remember Black Pete. This website tries to gather this information and make it available, so everyone can form their own opinion.
[15]”’The Saint Nicholas tradition contains a number of elements that are not ecclesiastical in origin.[8][9] In medieval iconography, Saint Nicholas is sometimes presented as taming a chained devil, who may or may not be black. However, no hint of a companion, devil, servant, or any other human or human-like fixed companion to the Saint is found in visual and textual sources from the Netherlands from the 16th until the 19th century””WIKIPEDIAZWARTE PIET/ORIGINShttps://en.wikipedia.org/wiki/Zwarte_Piet#OriginsORIGINAL SOURCEWIKIPEDIAZWARTE PIEThttps://en.wikipedia.org/wiki/Zwarte_PietPete is Black because he travels through the chimney. There is a lot of controversy regarding this explanation. People who oppose Black Pete assume that this is just a lame excuse to cover up his real being. If you look at the other giftbringers in Europe however you will find that this explanation is used everywhere to explain the blackness of these midwintercreatures. This is a perfectly reasonable explanation for the fact that Black Pete is much older that most people think and that this was said about predecessors (e.g. the Black Klazen (Nicholasses) and the figures with hides and horns) that did exist in the Netherlands before 1850 and also that Black Pete is very closely tied to these other giftbringers and has a common origin. ”
BLACK PETE HISTORY WEEBLY.COMBLACK PETE: HISTORY OF THE CHARACTERhttps://blackpetehistory.weebly.com/[18]”Pete is Black because he travels through the chimney. There is a lot of controversy regarding this explanation. People who oppose Black Pete assume that this is just a lame excuse to cover up his real being. If you look at the other giftbringers in Europe however you will find that this explanation is used everywhere to explain the blackness of these midwintercreatures.”
BLACK PETE HISTORY WEEBLY.COMBLACK PETE: HISTORY OF THE CHARACTERhttps://blackpetehistory.weebly.com/[19]””They would call me Zwarte Piet, or you are dirty just like Zwarte Piet. You are only good to be Zwarte Piet.”
Until then, he thought the Sinterklaas festivities were just about fun and collecting sweets.
“I was a child and not politically aware, but I realized we played this dress up with this character who is dumb, who is silly, who doesn’t know much, who needs someone to lead the way, who keeps messing up, who is looking very ugly, and then realising that I am the butt of the joke, I was 12 years old when I realised it.”
As all the children gathered, I remember the feeling of anticipation in the school hall. It was November and I had recently started primary school. All of a sudden, there was a loud banging on the door. I remember looking around and seeing the terror on the other children’s faces when the doors flew open and several grown men stormed into the hall with their faces completely “blacked up”. The terror soon made way for joy when the men starting throwing candy around, but I was left in total confusion. These grown men with blacked-up faces, afros and big red lips were talking to me in broken Dutch and trying to make me smile by prancing around like a clown.
I remember wondering why they were trying to look like my father, and why they were acting so silly. My father was a smart man, a grown-up. These grown men in blackface were acting like misbehaving children.
It became even more confusing when St Nicholas himself entered. The tall, old, white man dressed like the pope was treated with the utmost respect by my teachers, who had been laughing at the blacked-up men that they referred to as Zwarte Pieten – Black Petes.As soon as St Nicholas entered, the Black Petes calmed down and silently followed his orders. I couldn’t understand the strange power that St Nicholas had over these grown men who had moments before seemed uncontrollable.
At that moment, I remember a creeping feeling that something about this was wrong. I knew that Black Pete’s behaviour was wrong and I knew the way St Nicholas was treating Black Pete was wrong, but I did not understand why. I looked around and saw the smiles of the other children and teachers, and thought the only explanation must be that I was the one who was wrong. From that moment onwards, I never thought to question Black Pete again. The acceptance and enjoyment of the tradition became a measure for how Dutch I was, and since Dutch culture was the only culture I knew, I was petrified to be excluded from it.Last week, Amsterdam’s mayor made a statement that finally validated my creeping feeling by proposing a change of image for Black Pete. The proposed makeover follows a local court ruling that the depiction of Black Pete is, in fact, racist. The court determined that the character was “a negative stereotype of black people”. Soon after, the council of Amsterdam filed an appeal against the verdict arguing that the stereotype of Black Pete wasn’t negative.I grew up in a middle-class environment in The Hague where I could count all the people of colour on one hand. Racism was never that overt; perhaps because there weren’t that many of us, so we were not considered a threat. If any negative stereotyping occurred in my presence, it was always quickly followed by “but you’re different”. As a child, I was never sure if I should speak out against the negative stereotypes of black people being lazy, dirty or dumb because I was still afraid of being excluded. My silence came hand in hand with a pang of guilt for not sticking up for my own.And then there were the seemingly positive stereotypes about black people being better at singing, dancing or sports, the example often being the black players in our national football team. I remember feeling proud when such remarks were made by white folks because that meant we had worth. What I did not yet understand was that a positive or romanticised stereotype strips a person of their humanity by denying them individuality in the same way that a negative one does. As noted by policy officer Izalina Tavares, all the Black Petes have the same name, the same face and the same characteristics. They are interchangeable.
If I, as a person of colour, had to be taught that positive stereotypes are just as dehumanising as negative ones, and therefore racist, it is not surprising that a vast majority of Dutch people truly believe that there is nothing racist about Black Pete. He is loved by young and old, he’s funny, he’s giving, he’s athletic. Wouldn’t anyone want to be associated with these traits?
And yes, he can be childish, silly, and even a bit thick at times but we love him in spite of this, so no harm done, right? Wrong. As artist Bianca Berendshas written, research shows that stereotypes contribute to low self-esteem in children of colour and perpetuates the idea of white culture being superior to black culture, which in a multicultural environment will undeniably affect society as a whole.
The main problem is a lack of education on Dutch slavery and colonialism. I was taught in great detail the atrocities that were committed in the British empire, how the Americans dehumanised their African slaves and how racism in Germany led to the Holocaust. Never did we have one history lesson teaching us about the severity of Dutch conduct in Surinam, the Dutch Caribbean, Indonesia or South Africa. Perhaps if this schooling was there, Dutch people would find it easier to connect Black Pete with our history of slavery and racism.
The legacy of slavery and colonialism has preserved structural racism, so for many people of colour it is impossible to disconnect Black Pete from this legacy. Black Pete is a symbol of this legacy and as long as a post-racial society is still a utopian idea, the opposition of Black Pete is completely legitimised.
END OF THE ARTICLE
NEW ARTICLE:
”Stephanie and Abdirashid tell about their experiences with the national blackface tradition Black Pete (“Zwarte Piet”). Both of them have been teased and called Black Pete (Zwarte Piet). “I have a terrible history with Black Pete”, Abdirahman reflects before sharing a painful story of his father being called Black Pete by children in a busy mall while no one intervened to defend him. Stephanie: “Oh you don’t need paint”,children kept calling his father Black Pete at 5 minutes in a mall, people around him didn’t say anything. Stephanie, a ‘plus size’ model, shares her painful experiences as well:
“Besides the fact that is has the same image as Golliwog and blackface and stuff it is rooted in slavery. But also, people don’t understand why it really hurts, and it really hurts. When children see me walking down the street they will tell me I am Zwarte Piet, I am Black Pete. During the 5th of December when Sinterklaas takes place I think twice about wearing red lipstick because people will look at me and think about or even tell me I look like Black Pete. It needs to stop it really needs to stop.”
Dutch Children’s Ombudsman Receives Black Pete Threats
The Dutch ombudsman for children, Margrite Kalverboer, has received dozens of angry reactions and threats after she stated in her report that Black Pete in its current form is in conflict with the UN Convention on the Rights of the Child. Discussions with children showed that the image of Black Pete can be hurtful and can contribute to bullying. Children should not be negatively affected by the annual feast of St. Nicholas, therefore Black Pete should be altered, says the children’s ombudsman. Ard van der Steur, the minister of justice, has condemned the threats.
More:
https://www.nrc.nl/nieuws/2016/09/30/tientallen-bedreigingen-voor-kinderombudsman-om-zwarte-piet-a1524199HERE THE REPORT OF THE KINDEROMBUDSMAN:IN DUTCH ”KINDEROMBUDSMAN: ZWARTE PIET VRAAGT OM AANPASSING”IN ENGLISH:”CHILDREN’S OMBUDSMAN: BLACK PETE DEMANDS ADAPTATION”REPORT IN DUTCH:https://www.dekinderombudsman.nl/ul/cms/fck-uploaded/20160930%20Standpunt%20over%20Zwarte%20Piet.pdfUNDERLYING ARTICLE MISTAKENLY REFERSTO SINTERKLAAS [SAINT NICHOLAS] AS TOA ”CHRISTMAS CHARACTER”:BUT:The American ”Father Christmas” Santa Claus and the Dutch”Sinterklaas are two different Fairy Tale Figures, although Santa Clausis derived from the Medieval Dutch ”Sinterlklaas”So the Dutch Feast of ”Sinterklaaas” [5 december] is not Christmas Feast!”These bans on Zwarte Piet have not come easily. As the movement against the character has grown, so too has organized white supremacy in favor of him. Journalists have received death threats for writing about Zwarte Piet and anti-blackface activists have survived violent attacks. This November, an article in the Dutch newspaper De Telegraaf accused Esajas of being funded by George Soros—a common anti-Semitic smear that often pops up in white supremacist conspiracy theories.”NATIONAL GEOGRAPHIC.COMTHE NOTORIOUS CHRISTMAS CHARACTERIS DIVIDING A COUBNTRY6 DECEMBER 2018https://news.nationalgeographic.com/2017/12/black-pete-christmas-zwarte-piet-dutch/[26]”The images of a black Dutch TV presenter’s face super-imposed on the hanged bodies of victims of a lynching are too nauseating to look at. And yet a video featuring the mocked-up pictures has been widely circulated online here.…………”But it was her criticism of the traditional festive character known as Black Pete that unleashed a backlash of death-threats and misogynistic, racist abuse, which quickly escalated from unpleasant to outright shocking.”BBC,COM NEWSDUTCH RACE HATE ENGULFS PRESENTER SYLVANA SIMONS25 NOVEMBER 2016https://www.bbc.com/news/world-europe-38089469UNDERLYING ARTICLE MISTAKENLY REFERSTO SINTERKLAAS [SAINT NICHOLAS] AS TOA ”CHRISTMAS CHARACTER”:BUT:The American ”Father Christmas” Santa Claus and the Dutch”Sinterklaas are two different Fairy Tale Figures, although Santa Clausis derived from the Medieval Dutch ”Sinterlklaas”So the Dutch Feast of ”Sinterklaaas” [5 december] is not Christmas Feast!”These bans on Zwarte Piet have not come easily. As the movement against the character has grown, so too has organized white supremacy in favor of him. Journalists have received death threats for writing about Zwarte Piet and anti-blackface activists have survived violent attacks. This November, an article in the Dutch newspaper De Telegraaf accused Esajas of being funded by George Soros—a common anti-Semitic smear that often pops up in white supremacist conspiracy theories.”NATIONAL GEOGRAPHIC.COMTHE NOTORIOUS CHRISTMAS CHARACTERIS DIVIDING A COUBNTRY6 DECEMBER 2018https://news.nationalgeographic.com/2017/12/black-pete-christmas-zwarte-piet-dutch/[27]‘”They would call me Zwarte Piet, or you are dirty just like Zwarte Piet. You are only good to be Zwarte Piet.”
Until then, he thought the Sinterklaas festivities were just about fun and collecting sweets.
“I was a child and not politically aware, but I realized we played this dress up with this character who is dumb, who is silly, who doesn’t know much, who needs someone to lead the way, who keeps messing up, who is looking very ugly, and then realising that I am the butt of the joke, I was 12 years old when I realised it.”
Until then, he thought the Sinterklaas festivities were just about fun and collecting sweets.
“I was a child and not politically aware, but I realized we played this dress up with this character who is dumb, who is silly, who doesn’t know much, who needs someone to lead the way, who keeps messing up, who is looking very ugly, and then realising that I am the butt of the joke, I was 12 years old when I realised it.”
Dutch Children’s Ombudsman Receives Black Pete Threats
The Dutch ombudsman for children, Margrite Kalverboer, has received dozens of angry reactions and threats after she stated in her report that Black Pete in its current form is in conflict with the UN Convention on the Rights of the Child. Discussions with children showed that the image of Black Pete can be hurtful and can contribute to bullying. Children should not be negatively affected by the annual feast of St. Nicholas, therefore Black Pete should be altered, says the children’s ombudsman. Ard van der Steur, the minister of justice, has condemned the threats.[37]THE NEW YORK TIMESUN URGES THE NETHERLANDS TO STOP PORTRAYALS OF”BLACK PETE” CHARACTER28 AUGUST 2015https://www.nytimes.com/2015/08/29/world/europe/zwarte-piet-netherlands-united-nations.htmlTEXT
UNITED NATIONS — A United Nations committee has urged the Netherlands to get rid of Black Pete, a popular children’s character who has long been portrayed in early winter by white people in blackface makeup, usually with exaggerated red lips and gold hoops in his ears.
The United Nations Committee on the Elimination of Racial Discrimination wrote in a report issued Friday that “the character of Black Pete is sometimes portrayed in a manner that reflects negative stereotypes of people of African descent and is experienced by many people of African descent as a vestige of slavery.” It urged the Netherlands to “actively promote the elimination” of the racial stereotyping.
The Dutch government responded by dismissing the idea of banning the character, but said it would promote a discussion, however “uncomfortable,” about racism.
The Dutch are already reinventing the way they portray the controversial character, said Lodewijk Asscher, minister for social affairs and employment. “At the school of my own children, the Petes last year were orange,” he said.
The figure of Black Pete — Zwarte Piet, in Dutch — accompanies St. Nicholas in early December. In parades in nearly every city and village, St. Nicholas — almost always a white man in a red suit — arrives on horseback, while Pete, his servant, walks alongside distributing candy.
Black Pete is fodder in a pitched culture war within Dutch society, with antiracism activists denouncing the racial stereotypes and others insisting that the figure represents a harmless tradition, according to which Pete’s skin is darkened by soot from sliding down chimneys with gifts.
Mr. Asscher spoke carefully, saying he understood the hurt feelings on both sides, including those who “fear they are losing their tradition.”
“We must realize that changing an old tradition takes time,” the minister said.
Social media users engaged in a debate more unruly than uncomfortable in response to the United Nations report. On Twitter, critics called the tradition a “disgrace.” Others described the United Nations report as an example of “racism against the Dutch.”
The emotional debate around this one character is part of a broader argument about the limits of multiculturalism in Dutch society.
17. While the Committee understands that the tradition of Sinterklaas and Black Pete is enjoyed by many persons in Dutch society, the Committee notes with concern that the character of Black Pete is sometimes portrayed in a manner that reflects negative stereotypes of people of African descent and is experienced by many people of African descent as a vestige of slavery, which is injurious to the dignity and self-esteem of children and adults of African descent. The Committee is concerned about the discriminatory effect of such portrayals, which may convey a conception at odds with the Convention. The Committee is furthermore concerned at reports that citizens seeking to peacefully protest against such portrayals have been denied authorization to conduct such protests at a meaningful time and place and have been subjected to violent attacks and other forms of intimidation, which have not been adequately investigated. (arts. 2, 5 and 7). 18. Considering that even a deeply-rooted cultural tradition does not justify discriminatory practices and stereotypes, the Committee recommends that the State party actively promote the elimination of those features of the character of Black Pete which reflect negative stereotypes and are experienced by many people of African descent as a vestige of slavery. The Committee recommends that the State party find a reasonable balance, such as a different portrayal of Black Pete and ensure respect of human dignity and human rights of all inhabitants of the State party. The Committee further recommends that the State party ensure non-discrimination in the enjoyment of freedom of expression and association, and that attacks on protesters be effectively investigated and duly prosecuted.
https://tbinternet.ohchr.org/Treaties/CERD/Shared%20Documents/NLD/CERD_C_NLD_CO_19-21_21519_E.pdf ‘[39]LETTER OF UN OFFICIAL VERENE SHEPHARD [AND OTHERS]TO THE DUTCH GOVERNMENT The character and image of Black Pete perpetuate a stereotyped image of African people and people of African descent as second-class citizens, fostering an underlying sense of inferiority within Dutch society and stirring racial differences as well as racism. During the celebration, numerous people playing the Black Pete figure blacken their faces, wear bright red lipstick as well as afro wigs. The Black Pete figure is to act as a fool and as a servant of Santa Claus. The Black Pete segment of Santa Claus celebrations is experienced by African people and people of African descent as a living trace of past slavery and oppression, tracing back to the country’s past involvement in the trade of African slaves in the previous centuries. Reportedly, a growing opposition to the racial profiling of Black Pete within the Dutch society, including by people of non-African origins, is to be noticed. However, it is also alleged that no response has been given to associations defending the rights of African people and people of African descent in the Netherlands, which are asking for dialogue on this issue.UNITED NATIONSOFFICE OF THE UNITED NATIONS HIGHCOMMISSIONER FOR HUMAN RIGHTSMANDATES OF THE CHAIR RAPPORTEUR OF THE WORKING GROUPON PEOPLE OF AFRICAN DESCENT: THE SPECIAL RAPPORTEUR ON THE FIELD OF CULTURAL RIGHTS: THE INDEPENDENT EXPERT ON MINORITYISSUES: AND THE SPECIAL RAPPORTEUR ON CONTEMPORARY FORMSOF RACISM, RACIAL DISCRIMINATION, XENOPHOBIA AND RELATEDINTOLERANCEhttps://spdb.ohchr.org/hrdb/23rd/public_-_AL_Netherlands_17.01.13_(1.2013).pdf[40]THE TELEGRAPH ARTICLE [IN DUTCH]”HET GEVAAR VAN EEN RADICALE AGENDA”[IN ENGLISH]”THE DANGER OF A RADICAL AGENDA”https://pbs.twimg.com/media/Dr3879aXgAAr4io.jpg[41]THE TELEGRAPH ARTICLE [IN DUTCH]”HET GEVAAR VAN EEN RADICALE AGENDA”[IN ENGLISH]”THE DANGER OF A RADICAL AGENDA”WATCH THE SINISTER PHOTO OF THE TWOLEADERS OF KICK OUT ZWARTE PIET, MITCHELLESAJAS AND JERRY AFRIYIE, LOOKING DOWNON THE PEACEFUL NETHERLANDS WITH THE MILLS….SEE ALSO THE PHOTO’S AT MY ARTICLEhttps://pbs.twimg.com/media/Dr3879aXgAAr4io.jpg[42]SEE THE ANTISEMITIC ARTICLE AT THE TELEGRAPH FROM1942https://pbs.twimg.com/media/Dr6R29_X4AMcV1s.jpg:largeA PASSAGE[FIRST IN DUTCH]”Jood is en blijft Duitsland’s vijand, of hij nu uit
Portugal, of kersvers uit Jeruzalem, al dan niet voorzien
van een Nederlandse pas of identiteiotskaart, hier verzeild is geraakt”
TRANSLATED IN ENGLISH:
”Jew is and remains the enemy of Germany, whether he
set foot in the Netherlands, coming from Portugal, or
newly arrived from Jerusalem, whether or not
in the possession of a Dutch passport or identity card.”SEE THE ARTICLEhttps://pbs.twimg.com/media/Dr6R29_X4AMcV1s.jpg:large43]”This year, Sinterklaas’ arrival on November 17 was greeted by protests against Black Pete in 18 cities across the Netherlands. Around 40 people were arrested, primarily counterprotesters supporting Zwarte Piet, who attacked anti-racist demonstrators with eggs and bananas, and in some places, Hitler salutes.”AL JAZEERAZWARTE PIET: BLACK PETE IS ”DUTCH RACISM IN FULL DISPLAY”27 NOVEMBER 2018
https://www.aljazeera.com/indepth/features/zwarte-piet-black-pete-dutch-racism-full-display-181127153936872.html”Supporters of Black Pete attacked several protesters in Rotterdam, where activists had hung a banner reading “Black Pete is Racism” from the city’s Erasmus Bridge.…..…..”Football supporters in Eindhoven threw eggs and beer cans at police and anti-Pete protesters.”REUTERSFESTIVE FUN OR RACISM? DUTCH ”BLACK PETE” ROW GETS VIOLENT18 NOVEMBER 2018
” Prime minister Mark Rutte has described the angry mobs who attacked people demonstrating against the blackface Zwarte Piet tradition at this year’s Sinterklaas processions as ‘asos’ or anti-socials, but failed to explicitly condemn the violence. ‘It is a serious matter because everyone has the right to protest, it has to be possible,’ Rutte told reporters in The Hague. ‘We can’t let anti-social elements stop that.’ Rutte went on to downplay the problems, pointing out that the main procession in Zaandijk, had gone off well. ‘So you see, it can be done,’ the prime minister said. ‘But in a couple of places there were problems because football hooligans were waiting to cause trouble.’