KLM, WEIGER MEDEWERKING AAN DE UITZETTING VAN VENANT R NAAR GEVAARLIJK RWANDA!
AAN DE KLMDIRECTIE EN MANAGEMENT Onderwerp:Dringend verzoek, niet mee te werken aan de dreigendeuitzetting van de heer Venant R naar RwandaReden:Oneerlijke rechtsgang aldaar, dreigende kans op een oneerlijkproces, dreigende kans op foltering Geachte DirectieGeacht Management De tijd dringt!Daarom is het van groot belang, dat u onderstaande goedtot u laat doordringen!Het betreft de dreigende uitzetting van de heer Venant R naar onveiligRwanda [in onderstaande licht ik dit nader toe]De heer Venant R wordt, volgens de aan mij verstrekte betrouwbareinformatie, op maandagochtend 26 juli 11.05 op Schiphol overgedragen aan de Rwandese autoriteiten.11.05 is tevens het tijdstip van vertrek:KLM vluchtnummer naar Kigali: KL0537 ACHTERGROND: De reden van de uitlevering van de heer Venant R is, volgens de mijbereikte, betrouwbare informatie, een door de IND [Immigratie en Naturalisatiedienst] [1] geuite beschuldiging van medeplichtigheid aangenocide.Nog afgezien van het feit, of deze IND beschuldiging gebaseerd is opdoorwrochte feiten, is de kwestie waar het hier om gaat het feit,dat in Rwanda van een eerlijke rechtsgang geen sprake is en in eenaantal gevallen verdachten zelfs zijn gefolterd.Dat zo toegelicht.Er is zelfs in 2016 door een Kamermeerderheid gepleit voor opschortingvan uitlevering van verdachten aan Rwanda, vanwege het ontbreken vaneen eerlijke rechtsgang. [2] Niet alleen de Tweede Kamer maakt gewag van de oneerlijke rechtsgang inRwanda:Ook is het te lezen in het Thematische Ambtsbericht over Rwanda 2016 [3]Ik citeer [bladzijde 27]” Het proces tegen Joel Mutabazi en vijftien anderen eindigde in oktober 2014. Joel Mutabazi, een voormalige lijfwacht van president Kagame, werd beschuldigd van het organiseren van aanvallen op de regering en werd veroordeeld tot levenslang. Hij kondigde aan in beroep te zullen gaan. Veel van zijn mede-aangeklaagden verklaarden voor de rechtbank dat zij waren gefolterd en waren gedwongen bekentenissen af te leggen. De rechtbank liet echter na deze aantijgingen te onderzoeken” [4] Ook noemt Amnesty International in haar rapportage over Rwanda [2020[verdwijningen, excessief politiegeweld en-weer-oneerlijke processen. [5]Kortom:Een Gevaarlijk Land om naartoe uitgezet te worden! Bovendien verbiedt het Anti Folterverdrag [door Nederland ondertekenden geratificeerd]uitzetting bij gevaar van foltering [6] UW VERANTWOORDELIJKHEID U, Directie en Management, hebt hierin een directe verantwoordelijkheidomdat u de facilitator bent van het vervoer van de uit te zetten vluchteling naar een land waar een oneerlijk proces en eventuele foltering dreigt.Een land, waarin mensen verdwijnen [7] En komt u niet aan met het Verhaaltje, dat u vervoersplicht hebt: [8]Dat klopt niet [zie noot 9]! En het beste bewijs daarvan is dat u destijds geweigerd hebt, mee te werken aan de uitzetting van Lili en Howick naar Armenie [10], waarvoorik u nog gecomplimenteerd heb [11] Handel nu dan ook zo als in het geval van Lili en HowickDat is uw humanitaire en beschavingsplicht Zo niet, dan zal ik u mede verantwoordelijk houden voor eventuelemensenrechtenschendingen, de heer Vincent R aangedaan.
Ik verwacht van u, dat u het juiste doet en NIET meewerkt aandeze uitzetting. Vriendelijke groetenAstrid EssedAmsterdam NOTEN [1] IMMIGRATION AND NATURALISATION SERVICE https://ind.nl/en/Pages/default.aspx
Op initiatief van de ChristenUnie pleit een meerderheid van de Tweede Kamer voor opschorting van uitlevering van verdachten aan de Rwanda. In Rwanda kunnen verdachten niet rekenen op een verdediging die voldoet aan internationale standaarden. Processen verlopen daardoor oneerlijk. Vervolging van Rwandese verdachten gebeurt wat de ChristenUnie betreft voorlopig in Nederland. Een Kamermeerderheid van PvdA, D66, SP en GroenLinks steunen het initiatief.
ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind: “In Rwanda is er op dit moment helaas geen sprake van een eerlijke rechtsgang. Dat is onder meer bevestigd door M.R. Witteveen die als officier van justitie jarenlang onderzoek heeft gedaan in Rwanda. Ook Amnesty International heeft regelmatig gewaarschuwd voor het Rwandese rechtssysteem. In het ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt bovendien aangegeven dat de rechtspraak beïnvloed kan worden door de politiek, het leger of vermogende zakenlieden. Daarnaast is er amper sprake van een adequate juridische verdediging. Nederland staat op het punt om twee genocideverdachten uit te leveren aan Rwanda. Iedereen heeft er baat bij dat juist genocideplegers vervolgd worden, maar dan moet Nederland er ook zeker van zijn dat er sprake is van een eerlijke rechtsgang. Daarom pleit een meerderheid van de Tweede Kamer er gelukkig voor om de uitlevering aan Rwanda op te schorten en het proces in Nederland te laten plaatsvinden”.
—
Schriftelijke vragen namens de leden Voordewind (ChristenUnie), Recourt (PvdA), Sjoerdsma (D66), Gesthuizen (SP) en Voortman (GroenLinks) aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en de Minister van Buitenlandse Zaken over de uitlevering van verdachten aan Rwanda?
1. Is het juist dat Nederland medewerking verleent aan de uitlevering van twee verdachten[1] van (indirecte) betrokkenheid bij de genocide aan Rwanda nu er geen juridisch beroep tegen de uitlevering meer openstaat?
2. Wat is uw reactie op de deskundige adviezen van mr. M.R. Witteveen, die als expert door het Ministerie van Buitenlandse Zaken uitgezonden is geweest als adviseur voor de Rwandese autoriteiten en die onlangs heeft opgetreden als expert getuige te Londen in een vergelijkbare uitleveringszaak, die stelt dat Rwandese verdachten in Rwanda geen kans hebben op een eerlijk proces omdat er geen sprake is van adequate verdediging die voldoet aan de meest elementaire internationale standaarden[2]?
3. Hoe verhoudt de voorgenomen uitlevering zich tot de constatering in het ambtsbericht dat verschillende bronnen suggereren dat de rechtspraak slechts ‘in theorie onafhankelijk’ is terwijl er sprake is van ‘politieke invloed op processen waarbij militairen, leden van de politieke oppositie of vermogende zakenlieden zijn betrokken[3]’?
4. Bent u op basis van het voorgaande ook niet van mening dat het in ieders belang is en daarom verre de voorkeur verdient als van genocide verdachte personen in Nederland worden berecht, waar de onafhankelijke waarheidsvinding is gegarandeerd en de kennis en ervaring voorhanden is en dat dat belang veel zwaarder weegt dan dat de feiten worden berecht daar waar ze gepleegd zijn?
5. Bent u bereid om uitleveringen aan Rwanda op te schorten zolang er in Rwanda geen sprake is van een eerlijke rechtsgang en/of tot de uitleveringsrechter in Londen een definitief oordeel heeft gegeven? Bent u bereid verder onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de rechtspleging in Rwanda in genocide zaken, omdat er op zijn minst gerede twijfel is over de eerlijkheid daarvan?
[1] Jean Claude Iyamuremye en Jean Baptiste Mugimba
The authorities took measures to promote the right to health during the COVID-19 pandemic and promised accountability for excessive use of force by police officers. Reports of enforced disappearances, arbitrary detention, excessive use of force, unfair trials and restrictions on the right to freedom of expression continued.
Right to health
In March, the authorities responded rapidly to the COVID-19 pandemic, imposing a strict nationwide lockdown and suspending commercial flights. They provided free treatment and mass testing. Until mid-May, the government covered the cost of mandatory quarantine for travellers entering the country. Thereafter, it offered subsidized provision.
Children’s rights
In January, the UN Committee on the Rights of the Child reviewed the government’s report and commended Rwanda’s progress in reducing poverty and infant and child mortality rates, improving access to education and health services, and fighting HIV/AIDS. Meanwhile, it urged the government to take further measures to tackle sexual exploitation and abuse of children, to ensure that protection of children with disabilities included those with intellectual and psychosocial disabilities, and to ensure the police fully respected the rights of children living on the streets.
Sexual and reproductive rights
In May, the President pardoned 36 women convicted for abortion. All except eight of them were arrested and convicted after 2018 Penal Code revisions. While abortion remained illegal in most circumstances, the 2018 Penal Code introduced legal exceptions in cases of rape, incest or forced marriage.
Right to life
On 17 February, the Rwanda National Police announced that the popular singer Kizito Mihigo had been found dead that morning in his cell in Remera police station in the capital, Kigali. Three days earlier the Rwanda Investigation Bureau (RIB) had confirmed his arrest on charges which included joining “terrorist” groups and attempting to cross the border illegally. There was no independent investigation into his death. The National Public Prosecution Authority concluded he died by suicide and that there was no basis for criminal charges, in a finding based on a RIB investigation and the Rwanda Forensic Laboratory.1
Enforced disappearances
Enforced disappearances of political opposition members continued and several probable cases from previous years remained unresolved. In June, Venant Abayisenga, a member of Development and Liberty for All (DALFA-Umurinzi), and former member of the United Democratic Forces (FDU-Inkingi), both unregistered opposition political parties, was reported missing. He had been acquitted in January of forming an irregular armed group and released from prison. He told the media that he was tortured in detention. His whereabouts remained unknown at the end of the year.
Rwanda had not ratified the International Convention for the Protection of All Persons from Enforced Disappearance.2
Excessive use of force
In September, following an outcry on social media in response to police use of excessive, and at times lethal, force, including in response to alleged curfew violations, the President and the Minister of Justice condemned the actions of individual police officers. They said these actions violated operational guidelines and promised to hold perpetrators accountable. On 9 September, a police spokesperson said several officers were in custody while investigations and prosecutions were ongoing.
unfair trials
On 31 August, the RIB announced the arrest of Paul Rusesabagina, famed as the manager of Hotel des Milles Collines where over 1,200 people sought refuge during the 1994 genocide. He was later charged with offences including terrorism, arson, kidnap and murder in relation to his support for an armed group. He had left Dubai overnight on 27/28 August in mysterious circumstances; in court in November, he said that he had been abducted and blindfolded with his arms and legs bound. The authorities refused to explain how he arrived in Kigali but asserted that due process had been followed. He was initially denied access to a lawyer hired by his family and chose two lawyers from a list of pro bono advocates. From November he was represented by the lawyer chosen by his family. He remained in pre-trial detention at the end of the year, after three requests for release on bail were denied.3
Right to truth, justice and reparation
In May, Félicien Kabuga, acknowledged as a chief financier of the 1994 genocide, was arrested by French authorities in a Paris suburb. In 1997 the International Criminal Tribunal for Rwanda (ICTR), which tried genocide cases until 2015, indicted him on seven counts of genocide and related crimes. He was transferred to the custody of the International Residual Mechanism for Criminal Tribunals (IRMCT) in The Hague in October, and a plea of not guilty was entered during a pre-trial hearing in November.
In May, the IRMCT Chief Prosecutor confirmed DNA tests had proved that Augustin Bizimana, whom the ICTR had indicted in 2001 for genocide, had died in 2000 in the Republic of the Congo.
The authorities sought the extradition of genocide suspect Aloys Ntiwiragabo from France. In July, a preliminary investigation for crimes against humanity was launched in France after a journalist located him in Orléans, about 100km south-west of Paris.
Arbitrary detention
A night-time curfew was introduced in response to the COVID-19 pandemic. Police instructed those alleged to have violated the curfew to report to centres, including open-air stadiums, where they remained until the end of curfew the next morning. The police spokesperson said these were not “detention or prison facilities” but “central grounds used to control movements during curfew hours as well as sensitization centres with space for physical distancing, where people are educated on the pandemic and safety practices.”
In July, the Rwanda National Police published a list of 498 motorists (including some registration plate details) who, since April, had allegedly ignored orders and not reported to the centres. Those who did not report to the police within an allotted time were warned they would be arrested. Several similar lists were published on a regular basis until October.
Freedom of expression
In April, several YouTube bloggers reported on allegations that soldiers raped women and committed other human rights violations during lockdown in the Kangondo II neighbourhood known as “Bannyahe” in Kigali. Although the Rwanda Defence Force announced on 4 April that they were holding five soldiers suspected of involvement in these crimes, four bloggers who reported on the abuses and other consequences related to the authorities’ COVID-19 response, were later arrested. Two of the bloggers were provisionally released later the same month, and one was released on bail in May while Dieudonné Niyonsenga, also known as Cyuma Hassan, and his driver, Fidèle Komezusenge, remained in detention at the end of the year. The Rwanda Media Commission said that bloggers were not recognized as journalists and were “not authorized to interview the population.”
Refugees and asylum-seekers
In late August, UNHCR, the UN refugee agency, and the governments of Rwanda and Burundi began to facilitate organized returns of Burundian refugees from Rwanda.EINDE VERSLAG AMNESTY INTERNATIONAL[6] ARTIKEL 3, ANTI FOLTERVERDRAG1. No State Party shall expel, return (“refouler”) or extradite a person to another State where there are substantial grounds for believing that he would be in danger of being subjected to torture. CONVENTION AGAINST TORTURE AND OTHER CRUEL, INHUMAN ORDEGRADING TREATMENT OR PUNISHMENThttp://hrlibrary.umn.edu/instree/h2catoc.htm
ONDERTEKEND EN GERATIFICEERD DOOR NEDERLANDhttp://hrlibrary.umn.edu/research/ratification-netherlands.html [7]ZIE NOOT 5 [8] ”Onze referentie:6397669001Geachte mevrouw Essed, Vriendelijk dank voor uw bericht. We waarderen uw bezorgdheid. Vanwege privacy en veiligheidsredenen kunnen we niet bevestigen dat deze persoon met ons reist. Het is overigens niet ongebruikelijk dat luchtvaartmaatschappijen in opdracht van de autoriteiten passagiers vervoeren. KLM is daar geen uitzondering op. Voor vragen en opmerkingen over het overheidsbeleid verwijzen we naar de autoriteiten. Verder zal ik niet inhoudelijk ingaan op uw email. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, PASSENGER BUSINESSMw. T.van der Linde Customer Care KLM Nederland DEZE KLM REACTIE STAAT VERMELD IN MIJN VOLGENDE BRIEF, DIE EEN ANTWOORD IS OP BOVENSTAANDE KLM REACTIE KLM MEDEPLICHTIGHEID AAN UITZETTING SOMALISCHE VLUCHTELING/REACTIE OP BRIEF KLMASTRID ESSED3 MEI 2013 https://www.astridessed.nl/klm-medeplichtigheid-aan-uitzetting-somalische-vluchtelingreactie-op-brief-klm-2/
[9]
”Is er een verplichting om mee te werken aan uitzettingen?Met betrekking tot een eventuele verplichting om mee te werken met uitzettingen, is Hoofdstuk 5, paragraaf C van Annex 9 van het Verdrag van Chicago relevant. Deze paragraaf ziet specifiek op “deportees”, en moet worden gelezen in samenhang met de niet-bindende Guidelines die IATA (de internationale organisatie van luchtvaartmaatschappijen) opstelde over de verwijdering van “deportees”. Echter, nergens wordt er een verplichting aan luchtvaartmaatschappijen opgelegd om mee te werken aan het uitvoeren van uitzettingen. Daar waar sprake is van een “deportation order”, gaat het om het bevel aan de vreemdeling om te vertrekken, niet om een bevel aan de luchtvaartmaatschappij om uit te zetten. De Guidelines definiëren zo’n “order” als: “A written order, issued by the competent authorities of a State and served upon a deportee, directing that person to leave that State” (cursivering toegevoegd), een terugkeerbesluit dus. Ook is sprake van “making arrangements with an aircraft operator for the removal of a deportee” (punt 5.19). Hieruit blijkt dat medewerking plaatsvindt op basis van een overeenkomstmet de vervoerder, niet op basis van een verplichtingvan de vervoerder.’
VERBLIJFBLOGMOET KLM MEEWERKEN AAN DE VERWIJDERING VAN AFGEWEZEN ASIELZOEKERS? MAARTEN DEN HEIJER
Een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat het Kinderpardon wordt verruimd en dat in afwachting daarvan de betreffende kinderen niet worden uitgezet. Staatssecretaris Harbers wil de uitzetting niet opschorten en KLM voert aan dat het moet mee werken. Bestaat er zo’n verplichting voor luchtvaartmaatschappijen?
Door Maarten den Heijer, Jorrit Rijpma en Thomas Spijkerboer
Staatssecretaris Harbers wil geen verruiming van het Kinderpardon, en wil daarom ook geen uitzettingen opschorten. Er is een moreel beroep gedaan op de KLM om niet mee te werken aan de uitzetting van kinderen die onder het pardon zouden kunnen vallen. De KLM voert aan dat zij op basis van haar vervoersplicht geen andere keuze heeft dan mee te werken aan uitzettingen. Rust op luchtvaartmaatschappijen de verplichting uitzettingen te faciliteren?
Wat zijn de verplichtingen van vervoersondernemingen? De Vreemdelingenwet somt de verplichtingen op van vervoersondernemingen (luchtvaartmaatschappijen zoals de KLM, maar ook botennaar Engeland of busmaatschappijen):
zij moeten het nodige doen om te voorkomen dat vreemdelingen zonder toestemming naar Nederland komen; controles aan de incheckbalie gaan niet alleen over of u een ticket heeft, maar ook over de vraag of u een Nederlands paspoort heeft, of een visum als dat vereist is (artikel 4 lid 1 Vw);
op bepaalde, speciaal aangewezen vluchten is het verplicht om kopieën te maken van de reisdocumentenvan de passagiers (artikel 4 lid 2 Vw);
er kan gevraagd worden gegevens over de passagiers en de bemanning aan de grensbewaking te geven (artikel 4 lid 3 Vw);
als vreemdelingen aan de grens (in de praktijk vooral: op Schiphol) worden geweigerd, moet de luchtvaartmaatschappij hen weer mee terugnemen en ze gratis naar een plek buiten Nederland brengen (artikel 65 lid 1 onder a Vw; gratis: zie artikel 65 lid 2 Vw);
als vreemdelingen binnen zes maanden nadat ze zijn binnengekomen worden aangehouden, moet de vervoersmaatschappij waarmee ze zijn gekomen ze gratis naar een plek buiten Nederland brengen (artikel 65 lid 1 onder b Vw; gratis:zie artikel 65 lid 2 Vw).
Deze Nederlandse bepalingen vormen voor het overgrote deel de omzetting in Nederlands recht van Europeesrechtelijke verplichtingen. Artikel 26 lid 1 onder a van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst en artikel 3 van Richtlijn 2001/51 zeggen dat een vervoerder een geweigerde vreemdeling die hij zelf heeft aangevoerd moet terugnemen en ergens anders heen moet brengen.
Die bepalingen zijn in lijn met het internationale recht. De toepasselijke regeling is te vinden in hoofdstuk 5, paragraaf B van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago over de burgerluchtvaart. Die bevat een verplichting voor de luchtvaartmaatschappij om aan de grens geweigerde vreemdelingen mee terug te nemen (punt 5.11). Maar ook hier gaat het enkel over vreemdelingen die die luchtvaartmaatschappij zelf heeft aangevoerd, zogenaamde “inadmissible persons”. Punt 5.11 ziet immers specifiek op iemand die wordt “teruggebracht” naar de luchtvaartmaatschappij (“returned to the aircraftoperator for removal from the State”, punt 5.9, cursivering toegevoegd).
Is er een verplichting om mee te werken aan uitzettingen? Met betrekking tot een eventuele verplichting om mee te werken met uitzettingen, is Hoofdstuk 5, paragraaf C van Annex 9 van het Verdrag van Chicago relevant. Deze paragraaf ziet specifiek op “deportees”, en moet worden gelezen in samenhang met de niet-bindende Guidelines die IATA (de internationale organisatie van luchtvaartmaatschappijen) opstelde over de verwijdering van “deportees”. Echter, nergens wordt er een verplichting aan luchtvaartmaatschappijen opgelegd om mee te werken aan het uitvoeren van uitzettingen. Daar waar sprake is van een “deportation order”, gaat het om het bevel aan de vreemdeling om te vertrekken, niet om een bevel aan de luchtvaartmaatschappij om uit te zetten. De Guidelines definiëren zo’n “order” als: “A written order, issued by the competent authorities of a State and served upon a deportee, directing that person to leave that State” (cursivering toegevoegd), een terugkeerbesluit dus. Ook is sprake van “making arrangements with an aircraft operator for the removal of a deportee” (punt 5.19). Hieruit blijkt dat medewerking plaatsvindt op basis van een overeenkomstmet de vervoerder, niet op basis van een verplichtingvan de vervoerder.
Punt 5.19.1 bevestigt enkel de regel dat de luchtvaartmaatschappij en de gezagvoerder (zelfs als de luchtvaartmaatschappij een ticket heeft verkocht om een vreemdeling mee uit te zetten) altijd het laatste woord houden ten aanzien van de veiligheid aan boord en van de vlucht zelf, en dat zij indien deze in geding is verdere medewerking aan uitzettingen mogen stopzetten. Daartoe hebben piloten uitgebreide bevoegdheden gekregen in het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen (Verdrag van Tokio, artikelen 6 t/m 10). Dit wordt ook onderstreept in de Guidelines (punt 1.2), die stellen dat de overeenkomst tussen de uitzettende staat en de luchtvaartmaatschappij niets afdoet aan de bevoegdheid van de gezagvoerder. Piloten van Lufthansa weigeren regelmatig mee te werken aanuitzettingen, en die bevoegdheid hebben ze.
Een luchtvaartmaatschappij heeft dus de verplichting om mee te werken aan de deportatie van vreemdelingen, maar alleen
als die maatschappij de vreemdelingen zelf heeft aangevoerd, en
als die vreemdelingen meteen na aankomst worden geweigerd, of als die vreemdelingen maximaal zes maanden na aankomst worden aangehouden en dan worden teruggestuurd.
Is er een andere verplichting voor vervoerders om mee te werken aan uitzettingen? Behalve als het gaat om de verplichtingen die hierboven werden beschreven, hoeven vervoersmaatschappijen geen overeenkomsten te sluiten met staten die vreemdelingen willen uitzetten. Dat vloeit alleen al voort uit de contractsvrijheid die ook vervoersmaatschappijen hebben. De vervoersplicht waar de KLM zich op beroept, die inhoudt dat een passagier die een geldig ticket heeft in principe dient te worden vervoerd, beschermt de gerechtvaardigde belangen van de passagier die zelf wil vliegen, en dus bijvoorbeeld niet enkel op grond van een lichamelijke beperking aan de gate geweigerd kan worden. De vervoersplicht beschermt niet de belangen van de uitzettende staat. Als een luchtvaartmaatschappij geen ticket verkoopt aan een staat voor een uit te zetten vreemdeling, ontstaat ook geen vervoersplicht. Virgin Atlantic weigert sinds vorige zomer deportaties uit te voeren, net als verschillende Amerikaanse maatschappijen.
Kortom: behalve de wettelijke verplichtingen zoals die zijn neergelegd in de Vreemdelingenwet zijn luchtvaartmaatschappijen niet verplicht om mee te werken aan uitzettingen. Zoals de Nederlandse Vreemdelingencirculaire het in paragraaf A1/9 treffend zegt: “De vervoerder is verplicht om een vreemdeling die hij naar Nederland heeft vervoerd en aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd, op aanwijzing van de ambtenaar belast met de grensbewaking terug te brengen naar een plaats buiten het Schengengebied.” Tot het terugbrengen van anderen zijn vervoerders niet verplicht.
Vallen potentiële pardonkinderen onder de wettelijke vervoersverplichting? Sowieso zou het alleen gaan om kinderen die met de KLM naar Nederland zijn gevlogen. Met andere kinderen (hier geboren, over land of met een andere luchtvaartmaatschappij gearriveerd) heeft de KLM immers niets te maken.
Maar ook voor kinderen die per KLM zijn gekomen is het niet goed voorstelbaar dat de KLM verplicht is ze terug te brengen. Kinderen die onder het nieuwe pardon zouden kunnen vallen zijn immers al een hele tijd in Nederland. De verplichting om mensen terug te brengen geldt alleen als mensen hier met de betreffende luchtvaartmaatschappij zijn aangekomen en vervolgens maximaal zes maanden na binnenkomst zijn aangehouden (artikel 65 lid 1 Vw). Het is eigenlijk uitgesloten dat kinderen die korter dan zes maanden geleden naar Nederland zijn gekomen (we hebben het dan over de late zomer van 2018) onder het nieuwe pardon zouden gaan vallen.
De conclusie is daarom: op grond van de wet zijn luchtvaartmaatschappijen, en dus ook de KLM, niet verplicht om mee te werken aan de verwijdering van kinderen die mogelijk onder het nieuwe Kinderpardon vallen. Mogelijk heeft de KLM, los van een wettelijke verplichting, een overeenkomst met de Nederlandse staat gesloten, waarin zij zich verplicht tot het vervoeren van iedereen die Nederland wil uitzetten. In dat geval heeft de KLM zich dus enkel zelf gebonden en zou zij dit contract kunnen beëindigen als zij dat wil.Maarten den Heijer is universitair docent internationaal recht aan de Universiteit Amsterdam, Jorrit Rijpma is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit Leiden en Thomas Spijkerboer is hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
De avond voor de uitzetting van de Armeense tieners Lili en Howick annuleerde luchtvaartmaatschappij KLM hun vliegtickets.
KLM weigerde vorig jaar september mee te werken aan de uitzetting van de Armeense kinderen Lili en Howick. Op de avond voor hun vertrek annuleerde de luchtvaartmaatschappij hun tickets.
Een directeur van KLM gaf de Dienst Terugkeer en Vertrek – onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid – te kennen dat de luchtvaartmaatschappij de kinderen niet wilde vervoeren, bleek uit het donderdag gepubliceerde rapport over de uitzetting van de Armeense tieners.KLM bevestigde vrijdag, na berichtgeving van De Telegraaf, dat het inderdaad medewerking had geweigerd. Waarom de tickets van Lili en Howick geannuleerd werden, is niet bekendgemaakt. „Wat we in algemene zin kunnen melden is dat we vóór elke uitzetting onze eigen risicoanalyse doen en daar worden meerdere veiligheidsaspecten in gewogen. Ook over de aard en weging van deze aspecten communiceren we niet, omdat dit security-informatie betreft.” Lili en Howick ontglipten in die nacht – van 7 op 8 september – aan het toezicht van de autoriteiten en voogdijstichting Nidos, nadat een laatste verzetsprocedure bij de rechter was gestrand. De politie zette een grote opsporingsactie op, die tot veel publieke verontwaardiging leidde. Eerder tekenden meer dan 100.000 mensen een petitie om uitzetting van Lili en Howick te voorkomen. Uiteindelijk gebruikte de toenmalige staatssecretaris Mark Harbers (Migratie, VVD) zijn discretionaire bevoegdheid om de uitzetting van de twee tieners tegen te houden.
NOSKLM WEIGERDE LILI EN HOWICK TE VERVOEREN BIJ UITZETTING6 DECEMBER 2019
Luchtvaartmaatschappij KLM heeft vorig jaar geweigerd mee te werken aan de uitzetting van Lili en Howick. De tickets van de Armeense asielkinderen werden vorig jaar september op de avond voor de vlucht geannuleerd, staat in een rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid.
De directeur-generaal van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) kreeg de avond voor uitzetting om 19.30 uur een telefoontje van een directeur van KLM. Die vertelde dat de luchtvaartmaatschappij niet zou meewerken aan het vertrek van de twee.
KLM bevestigt naar aanleiding van het nieuws, dat naar buiten kwam via De Telegraaf, dat het bedrijf de tickets inderdaad geannuleerd heeft. Over individuele gevallen wil het bedrijf niets kwijt. “Wat we in algemene zin kunnen melden is dat we voor elke uitzetting onze eigen risicoanalyse doen en daar worden meerdere veiligheidsaspecten in gewogen.” Die analyse heeft geleid tot het besluit.
Medewerkers van de DT&V gingen op zoek naar een vlucht van een buitenlandse luchtvaartmaatschappij een dag later, op 8 september. Dat leverde resultaat op: om 13.15 uur zouden de twee op het vliegtuig stappen. Maar zover kwam het nooit. Die nacht verdwenen Lili en Howick.
Fouten
Later bleek dat ze in het huis van hun opa en oma in Wijchen hadden verbleven, wat al bekend was bij instanties, en daarna naar een onbekende bestemming waren gebracht. Kort nadat toenmalig staatssecretaris Harbers de kinderen uit veiligheidsoverwegingen alsnog een verblijfsvergunning had gegeven, doken ze op.De precieze toedracht van de verdwijning blijft onduidelijk, maar vorige maand werd bevestigd dat meerdere instanties fouten hebben gemaakt bij de zaak. INSPECTIE JUSTITIE EN VEILIGHEIDMINISTERIE VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID’RAPPORT HET VERTREKPROCES VAN DE ARMEENSE KINDERENhttps://www.inspectie-jenv.nl/Publicaties/rapporten/2019/11/05/het-vertrekproces-van-de-armeense-kinderen[3]
Misdaadverslaggever van Elsevier Weekblad Gerlof Leistra meldde op BNR-Nieuwsradio dat mensen naar aanleiding van de dood van Peter R. de Vries “toe-te-rend” door de straten reden. “Ik zal geen namen noemen”, zei Leistra, maar voor de mensen op Twitter was het duidelijk genoeg: het is traditie dat journalisten na een aanslag melding maken van feestvierende mensen (altijd een hoax) en dat die mensen een migratie-achtergrond hebben. Als het dan ook nog gaat om toeterende feestvierders, is dat het hondenfluitje voorbij, want iedereen in Nederland weet: toeteren = allochtonen.
Alleen, waarom zouden allochtonen toeteren van blijdschap om de dood van Peter R. de Vries? Hij was hun held, kon je ook zien aan de vele rouwbetuigingen van Nederlandse moslims en Nederlanders met een migratie-achtergrond, die het niet ontgaan was dat De Vries één van die zeldzame Nederlandse journalisten was die ondubbelzinnig stelling nam tegen racisme, ondubbelzinnig het bestaan van institutioneel racisme erkende en zei dat Wilders een grotere bedreiging voor Nederland vormde dan de islam. Leistra moest zijn suggestieve keutel dan ook weer intrekken en verklaarde het te betreuren dat zijn tweet een bepaalde lading “kreeg”. Hij was het niet die over allochtonen had gesproken.
Maar hij hield vol dat hij toeterende mensen had gezien en een vriend van hem had ergens anders hetzelfde gezien.
Nazislamitische hoeren
Wie zouden die geheimzinnige toeteraars geweest kunnen zijn? Gaandeweg wordt duidelijk welke groep Nederlanders wél blij is met de dood van De Vries. GeenStijl-kakkerlak Bart Nijman, daar is-ie weer, die zou één van de toeteraars kunnen zijn geweest. Nijman is nog steeds kwaad dat De Vries in 2015 over de aanslag op Charlie Hebdo had gesuggereerd dat de redactie dat zelf over zich had afgeroepen door de islam te bespotten.
Heel Domrechts is nog steeds kwaad om die observatie van De Vries, onder andere Martien Pennings, die ik vanmiddag opeens weer zag opduiken. Pennings droomt van het vermalen van zijn politieke tegenstanders tot bloedpap, en van de wrede executie van ‘de nazislamitische hoeren’ Femke Halsema, Jolande Sap, Karin Dekker, Ineke van Gent en Claudia de Breij. De gewelddadige dood van De Vries vervult hem met triomfalisme: “vermoord door de cultuur die hij graag met respect bejegende, de Marokkaans-islamitische”, tweet Pennings.
Elzo Bijl wees al op de idiotie van die opmerking: is de maffia ook een manifestatie van de Siciliaans-katholieke cultuur? Nee, mensen bedreigen en kapotschieten, dat is aantoonbaar de cultuur van Martien Pennings zelf.
Deugpamperaars
Pennings’ oprisping werd me onder de aandacht gebracht door één van Pennings fans, een zekere Ingrid, die in haar Twitterbio schrijft een ‘bloedhekel’ te hebben aan ‘deugpamperaars’. Ingrid zet er zo’n hysterisch lachende emoji bij, met tranen en alles, één van de lievelingsemoji’s van Domrechts, daar zetten ze er het liefst tien op een rij om aan te geven hoe hi-la-risch ze alles vinden, terwijl ze in werkelijk stikken in hun eigen bloed van verontwaardiging.
Het is Ingrids reactie op mijn constatering dat De Vries werd bedreigd door de PVV-aanhang, vanwege zijn kritiek op Wilders. Iedereen weet: Wilders bekritiseren = ernstig bedreigd worden. Iemand anders, ook een anonieme lafbek die zich ‘777’ noemt reageerde op mijn constatering met een screenshot van een tweet van De Vries, waarin hij zegt dat niet de islam maar Wilders de grootste bedreiging voor Nederland is. “Boontje komt om zijn loontje”, is de boodschap. ‘777’ zou zomaar een toeterende feestvierder kunnen zijn geweest. Ingrid ook. De enige Nederlanders die om de dood van De Vries juichen, of in elk geval een zeker triomfalisme niet kunnen onderdrukken, moeten we zoeken onder de aanhang van Wilders, Baudet en JA21. Was het niet Annabel Nanninga die eens schreef dat het mooi zou zijn als een moslim een aanslag zou plegen op de joodse gemeenschap, alleen maar om al die deugmensen op hun neus te zien kijken?
Juichen om een moordaanslag, alleen Domrechts mag dat. Ik noemde dat al eens ‘Domrechts privilege‘. En Peter R. de Vries werd en wordt geháát door Domrechts. Ik denk dus dat we dáár de toeterende mensen van Gerlof Leistra moeten zoeken.
Reacties uitgeschakeld voor Artikel Frontaal Naakt/[Peter Breedveld]/Wie zijn toch die mensen, die feestvieren om de dood van Peter R de Vries?
Uw berichtgeving dd 19 juli 2021 ”Ben & Jerry’s weg uit bezet gebied”
Geachte Redactie,
Hoewel uw berichtgeving over het Midden-Oostenconflict voorzichtig begint
te verbeteren [1] bent u er nog niet.
Nog lang niet.
Ik verwijs hier naar uw recente berichtgeving dd 19 juli jongstleden:
””Ben & Jerry’s weg uit bezet gebied”
Zie voor de tekst van het bericht, direct onder deze mailbrief
Maar eerst een blijk van waardering, voor uw titel:
”Ben & Jerry’s weg uit bezet gebied.”
DAT is de enige juiste aanduiding voor ”De Palestijnse Gebieden” en
daarvoor verdient u een compliment, omdat uw berichtgeving de
terminologie ”bezette gebieden” in het verleden ook weleens, ten onrechte,
achterwege heeft gelaten. [2]
Tot zover dus een compliment
Nu datgene waarin u-en dat is niet de eerste keer- [3] in de
fout gegaan bent:
GEEN ”HUIZEN”, MAAR NEDERZETTINGEN!
In de tweede alinea van uw berichtgeving vermeldt u:
”De actie van de ijsmaker, die onderdeel is van multinationalUnilever, is een van de meest in het oog springende acties van eeninternationaal bedrijf tegen de Israelische politiek om huizen te bouwenin de gebieden, die zijn veroverd in de oorlog van 1967.”[Zie direct hieronder]Met een dergelijke formulering gaat u opnieuw de fout in, want dooru wordt gesuggereerd, dat [ik citeer u] ”De Israelische politiekom huizen te bouwen in de gebieden, die zijn veroverd in de oorlog van 1967”,slechts om huizenbouw zou gaan en meer niet.To be fair:U vermeldt er WEL bij ”in de gebieden, die zijn veroverd in de oorlog van 1967”,waardoor menige lezer zal twijfelen aan het legitieme karakter van deze ”huizenbouw”, maar dat is nog niet hetzelfde als een internationaleveroordeling en daarom, op zijn zachtst gezegd, misleidend en onvolledig. DE ILLEGALITEIT VAN DE NEDERZETTINGEN Om te beginnen:Hoewel er inderdaad huizen worden gebouwd, is de term in ditverband onjuist, omdat het iets normaals en legitiems suggereert.En dat is het dus niet: De sinds eind zestiger jaren in bezet Palestijns gebied gebouwde nederzettingen, zijn in strijd met het Internationaal Recht!Volgens artikel 49, 4e Conventie van Geneve en het Haags Verdrag van1907! [4]Behalve uiteraard Israel en nu ook de VS [5] een algemeenerkend internationaalrechtelijk principe, ook door de EU, die de illegaliteit van de nederzettingen keer op keer heeft bekrachtigd. [6] Maar laat ik het, naast internationaalrechtelijke bepalingen, in gewone mensentaal zeggen.Die nederzettingen zijn aan de Palestijnen ontstolen gebied.Want in bezet Palestijns gebied wordt nog dagelijks land onteigend, de bewoners eraf gegooid ten behoeve van kolonisten uit Israel,die er niet alleen wonen, maar ook niet zelden de plaatselijke bezette bevolking terroriseren, vaak ook nog eens gesteund door het Israelische leger, zoals u in de berichtgeving van de Israelische mensenrechtenorganisatie Btselem kunt lezen! [7]Ordinaire landdiefstal en terreur dus!
CONCLUSIE Vandaar, nogmaals een dringend beroep op u, voortaan duidelijkde illegaliteit van de nederzettingen in bezet Palestijns gebied te vermelden!Daarvoor is het meer dan Hoog Tijd, vindt u zelf ook niet?
Vriendelijke groetenAstrid EssedAmsterdam
NOS TELETEKSTBERICHTGEVINGUITGESCHREVEN NOS TELETEKSTBERICHT NOS TELETEKSTBEN & JERRY’S WEG UIT BEZET GEBIED https://teletekst-data.nos.nl/webplus?p=127 De Amerikaanse ijsmaker Ben & Jerry’s stopt eind volgend jaarmet de verkoop van ijs in de door Israel bezette Palestijnse gebieden.De verkoop is in strijd met de waarden van het bedrijf, schrijft Ben & Jerry’s.
De actie van de ijsmaker, die onderdeel is van multinationalUnilever, is een van de meest in het oog springende acties van eeninternationaal bedrijf tegen de Israelische politiek om huizen te bouwenin de gebieden, die zijn veroverd in de oorlog van 1967.
De Israelische premier Bennett noemt de stap van Ben & Jerry’s optwitter ”moreel verkeerd” en ”anti-Israel” EINDE NOS TELETEKSTBERICHT
Ben & Jerry's weg uit bezet gebied
De Amerikaanse ijsmaker Ben & Jerry's
stopt eind volgend jaar met de verkoop
van ijs in de door Israël bezette
Palestijnse gebieden.De verkoop is in
strijd met de waarden van het bedrijf,
schrijft Ben & Jerry's.
De actie van de ijsmaker,die onderdeel
is van multinational Unilever,is een
van de meest in het oog springende
acties van een internationaal bedrijf
tegen de Israëlische politiek om huizen
te bouwen in de gebieden die zijn
veroverd in de oorlog van 1967.
De Israëlische premier Bennett noemt de
stap van Ben & Jerry's op Twitter
"moreel verkeerd" en "anti-Israël".
The establishment of the settlements contravenes international humanitarian law (IHL), which states that an occupying power may not relocate its own citizens to the occupied territory or make permanent changes to that territory, unless these are needed for imperative military needs, in the narrow sense of the term, or undertaken for the benefit of the local population.
”Individual or mass forcible transfers, as well as deportations of protected persons from occupied territory to the territory of the Occupying Power or to that of any other country, occupied or not, are prohibited, regardless of their motive.” ARTICLE 49, FOURTH GENEVA CONVENTION
”De Staat, die een gebied bezet heeft, mag zich slechts beschouwen als beheerder en vruchtgebruiker der openbare gebouwen, onroerende eigendommen, bosschen en landbouwondernemingen, welke aan den vijandelijken Staat behooren en zich in de bezette landstreek bevinden. Hij moet het grondkapitaal dier eigendommen in zijn geheel laten en die overeenkomstig de regelen van het vruchtgebruik beheeren.”
IN HET ENGELS Art. 55. The occupying State shall be regarded only as administrator and usufructuary of public buildings, real estate, forests, and agricultural estates belonging to the hostile State, and situated in the occupied country. It must safeguard the capital of these properties, and administer them in accordance with the rules of usufruct.
CONVENTION RESPECTING THE LAWS AND CUSTOMS OF WARON LAND AND ITS ANNEX: REGULATIONS CONCERNINGTHE LAWS AND CUSTOMS OF WAR ON LAND
Israel’s policy of settling its civilians in occupied Palestinian territory and displacing the local population contravenes fundamental rules of international humanitarian law.
Article 49 of the Fourth Geneva Convention states: “The Occupying Power shall not deport or transfer parts of its own civilian population into the territory it occupies.” It also prohibits the “individual or mass forcible transfers, as well as deportations of protected persons from occupied territory”.
De Verenigde Staten beschouwen Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever niet langer als strijdig met het internationaal recht. Minister van Buitenlandse Zaken Pompeo heeft de koerswijziging bekendgemaakt.
De stap volgt in een reeks pro-Israëlische beslissingen van de regering van president Trump. Eerder besloot de Amerikaanse president om Jeruzalem te erkennen als de ongedeelde hoofdstad van Israël en de Amerikaanse ambassade erheen te verplaatsen. Daarna heeft hij de financiële steun aan de Palestijnen stopgezet. In maart erkende de president de annexatie van de Golanhoogten, die Israël in 1967 veroverde op Syrië.
Hindernis
De Israëlische premier Netanyahu spreekt zijn waardering uit voor de Amerikaanse stap. Hij noemt het “een belangrijke maatregel die een historische fout corrigeert”. Israël blijft bereid tot vredesonderhandelingen met de Palestijnen, maar zal blijven afwijzen dat sprake is van illegale nederzettingen, aldus Netanyahu.
De Palestijnse president Abbas zegt in reactie dat de VS zijn geloofwaardigheid om een rol te spelen in het vredesproces heeft verloren.
Ook de Palestijnse politica Hanan Ashrawi veroordeelt de Amerikaanse koerswijziging. Volgens haar is het “een nieuwe klap voor het internationale recht, gerechtigheid en vrede”.
De Europese Unie en de meerderheid van de internationale gemeenschap achten de nederzettingen volgens internationaal recht illegaal. En dat blijft zo, liet EU-buitenlandchef Mogherini weten in een verklaring.
Vorige week oordeelde het Europees Hof voor Justitie nog dat levensmiddelen uit Israëlische nederzettingen niet langer het label ‘made in Israel’ mogen dragen.
Tweestatenoplossing
De EU ziet de Israëlische nederzettingen net als internationale organisaties als de Verenigde Naties als een grote hindernis voor een oplossing van het conflict met de Palestijnen. Zij beschouwen de bezette Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem als essentiële onderdelen van een toekomstige Palestijnse staat.
In de verklaring roept Mogherini Israël op om te stoppen met de uitbreiding van nederzettingen.
In 2016 nam de VN-Veiligheidsraad een resolutie aan waarin van Israël wordt geëist dat het stopt met bouwen in nederzettingen, “een flagrante schending” van het internationaal recht. De VS, onder president Obama, koos toen voor een koerswijziging en blokkeerde de resolutie niet maar onthield zich van stemming. De Amerikaanse VN-ambassadeur van destijds zei dat de nederzettingen een tweestatenoplossing in de weg staan.
Israël bezette de gebieden in 1967. Sindsdien groeide het aantal Israëlische kolonisten er tot meer dan 600.000.
EINDE NOS BERICHT
[6]
””De Europese Unie liet weten vast te houden aan het standpunt dat nederzettingen illegaal zijn en schadelijk voor het vredesproces.”
Het besluit van de Amerikaanse regering om Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever niet meer als illegaal te beschouwen, heeft geleid tot internationale kritiek. De Palestijnse Autoriteit wil de kwestie voorleggen aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.
De Amerikaanse minister Mike Pompeo (Buitenlandse Zaken) zei maandag dat nederzettingen in bezette gebieden “niet per se strijdig zijn met internationale wetgeving”. Dat is volgens hem vooral een kwestie voor Israëlische rechtbanken. Pompeo wil Israël en de Palestijnen zo meer ruimte geven om te onderhandelen over de status van dergelijke gebieden.
Het besluit leidde tot verheugde reacties in Israël, maar Pompeo kreeg vanuit de internationale gemeenschap weinig bijval. Rusland stelde dinsdag dat het besluit de spanningen tussen Israël en de Palestijnen verder zal doen oplopen. De Arabische Liga sprak over een “zeer negatieve ontwikkeling”. De Europese Unie liet weten vast te houden aan het standpunt dat nederzettingen illegaal zijn en schadelijk voor het vredesproces.
Uw berichtgeving dd 27 april 2021 ”HRW: Israel schuldig aan apartheid”
Geachte Redactie,De walrus sprak:De tijd is daar Om over allerlei te praten”Een schoen, een schip, een kandelaar,Of koningen ook liegenEn of de zee soms koken kanEn een biggetje kan vliegen. Uit het Engels vertaald uit: THE WALRUS AND THE CARPENTERLEWIS CARROLL: ALICE IN WONDERLAND https://en.wikipedia.org/wiki/The_Walrus_and_the_Carpenter Leuk he, een passage uit een oude klassieker, Alice in Wonderland,waar de Walrus en de Timmerman met elkaar in gesprek zijn en de Walrus deze woorden uitspreekt.De tijd is daar…….De tijd is ook daar om u deze keer [het is weleens anders, zoals u weet] [1]een compliment te maken over uw berichtgeving met betrekking tothet recente rapport van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch:over Israel, genaamd ”A TRESHOLD CROSSEDISRAELI AUTHORITIES AND THE CRIME OF APARTHEID ANDPERSECUTION” [2]De titel van uw berichtgeving luidt: ” HRW: Israel schuldig aan apartheid”Zie uw teletekstbericht direct hieronder, voor het notenapparaat. U geeft in uw teletekstbericht niet alleen goed de hoofdpunten vande bijgevoegde verklaring van Human Rights Watch weer-het voerenvan een apartheidsbeleid ten opzichte van Palestijnen, de dominanteover Palestijnen door Joodse Israeli’s, het structureel bevoordelenvan Joodse Israeli’s en het feit, dat Palestijnen in de bezette gebiedenvallen onder het militaire recht- [3].Nog belangrijker is, dat u bereid geweest bent-en dat gebeurt echt niet vaak, ik kan daarvan meepraten [4], een visie en bericht door te laten opuw teletekstmedium, dat duidelijke en onverbloemde kritiek levert opde Israelische politiek tegenover de Palestijnen en wel van de kant van Human Rights Watch, een onverdachte mensenrechtenorganisatie.Ik citeer de heer Kenneth Roth, directeur van Human Rights Watch:”“Prominent voices have warned for years that apartheid lurks just around the corner if the trajectory of Israel’s rule over Palestinians does not change,” said Kenneth Roth, executive director of Human Rights Watch. “This detailed study shows that Israeli authorities have already turned that corner and today are committing the crimes against humanity of apartheid and persecution.” [5]
HOOR EN WEDERHOOR Waar ik zeker ook mee instem, is dat u de Israelische reactie[of een deel daarvan] ook vermeldt:Ik citeer uw nieuwsberichtgeving:”Israel spreekt van een onwaar rapport, dat zijn bestaansrecht ondermijnt.”Overigens ben ik dan wel benieuwd, wat voor harde bewijzen deIsraeli willen aanhalen, die hun bewering, dat het een ”onwaar rapport” is,ondersteunen, maar dat is een ander Verhaal, dat buiten deze briefmailvalt. Goed dus, dat u op deze wijze het principe ”Hoor en Wederhoor” respecteert, alleen wil ik er wederom op aandringen, dat u in uwberichtgeving over het Midden-Oostenconflict [waarbij u het Israelischebeleid, militaire handelingen etc beschrijft], nu eens eindelijk ookde Palestijnse reactie op de gebeurtenissen vermeldt, wat bij u,helaas, maar zelden het geval is.Hier is dus noodzakelijk werk voor u aan de Winkel!
MILITAIR RECHT IN DE BEZETTE PALESTIJNSE GEBIEDEN Het door Human Rights Watch terecht aangekaarte verschil inrechtsgang tussen Palestijnen en Joodse Israeli’s in de bezette gebieden,waarbij de eerste groep valt onder het ”Militaire Recht” en de tweedeonder het Burgerlijk Recht [6], wat u ook aankaart in uw nieuwsberichtgeving [Goed zo!] wordt ondersteund doortalloze mensenrechtenorganisaties, zoals de Israelische mensenrechtorganisaties Btselem en ACRI. [7] Mooi is, dat Human Rights Watch zich nu ook in deze respectabele Rijheeft geschaard! TENSLOTTE Ik straf, maar beloon ook [Grapje/HAHAHA]Neen serieus:Ik bekritiseer u, wanneer ik dat nodig acht [8], maar vind hetook terecht, u een compliment te maken, wanneer ik tevredenben met uw nieuwsberichtgeving. En over deze ben ik zeer te spreken Niet alleen hebt u hier Israel kritiek aan het woord gelaten, methet terechte ”hoor en wederhoor” waarop ook Israel recht heeft,maar ook hebt u enkele essentialia uit het Human Rights Watch rapportin enkele, treffende zinnen, weergegeven. En nu nog verder werken aan een berichtgeving, waarin u de illegaliteitvan de nederzettingen noemt, het Palestijnse recht op hoor en wederhoormeeneemt in uw berichtgeving, Oost-Jeruzalem als ”bezet”aanduidt en zo meerKijk nog maar eens naar mijn kritiek [8] Maar voor nu: Complimenten met uw berichtgeving!Ga zo door! Vriendelijke groeten Astrid EssedAmsterdam
NOS TELETEKSTHRW: ISRAEL SCHULDIG AAN APARTHEID Israel voert een apartheidsbeleid ten opzichte van dePalestijnen, zowel in de bezette gebieden als in de restvan Israel, zegt Human Rights Watch. Israel wil zo de overheersing vanhen door Joodse Israeliers in stand houden, zegt de mensenrechtenorganisatie. In een HRW-rapport staat, dat Joodse burgers structureel bevoordeeldworden.Zo vallen de Palestijnen in de bezette gebieden onder het militaire recht.Ze hebben geen recht op zelfbeschikking, zegt HRW.Ook in bezet Oost-Jeruzalem zijn er dergelijke verschillen. Israel spreekt van een onwaar rapport, dat zijn bestaansrecht ondermijnt. EINDE BERICHT
HRW:Israël schuldig aan apartheid
Israël voert een apartheidsbeleid ten
opzichte van de Palestijnen,zowel in de
bezette gebieden als in de rest van
Israël,zegt Human Rights Watch.Israël
wil zo de overheersing van hen door
Joodse Israëliërs in stand houden,zegt
de mensenrechtenorganisatie.
In een HRW-rapport staat dat Joodse
burgers structureel bevoordeeld worden.
Zo vallen de Palestijnen in de bezette
gebieden onder het militaire recht.Ze
hebben geen recht op zelfbeschikking,
zegt HRW.Ook in bezet Oost-Jeruzalem
zijn er dergelijke verschillen.
Israël spreekt van een onwaar rapport,
dat zijn bestaansrecht ondermijnt.
(Jerusalem) – Israeli authorities are committing the crimes against humanity of apartheid and persecution, Human Rights Watch said in a report released today. The finding is based on an overarching Israeli government policy to maintain the domination by Jewish Israelis over Palestinians and grave abuses committed against Palestinians living in the occupied territory, including East Jerusalem.
The 213-page report, “A Threshold Crossed: Israeli Authorities and the Crimes of Apartheid and Persecution,” examines Israel’s treatment of Palestinians. It presents the present-day reality of a single authority, the Israeli government, ruling primarily over the area between the Jordan River and Mediterranean Sea, populated by two groups of roughly equal size, and methodologically privileging Jewish Israelis while repressing Palestinians, most severely in the occupied territory.
Prominent voices have warned for years that apartheid lurks just around the corner if the trajectory of Israel’s rule over Palestinians does not change,” said Kenneth Roth, executive director of Human Rights Watch. “This detailed study shows that Israeli authorities have already turned that corner and today are committing the crimes against humanity of apartheid and persecution.”
The finding of apartheid and persecution does not change the legal status of the occupied territory, made up of the West Bank, including East Jerusalem, and Gaza, or the factual reality of occupation.
Originally coined in relation to South Africa, apartheid today is a universal legal term. The prohibition against particularly severe institutional discrimination and oppression or apartheid constitutes a core principle of international law. The 1973 International Convention on the Suppression and Punishment of the Crime of Apartheid and the 1998 Rome Statute to the International Criminal Court (ICC) define apartheid as a crime against humanity consisting of three primary elements:
An intent to maintain domination by one racial group over another.
A context of systematic oppression by the dominant group over the marginalized group.
Inhumane acts.
The reference to a racial group is understood today to address not only treatment on the basis of genetic traits but also treatment on the basis of descent and national or ethnic origin, as defined in the International Convention on the Elimination of all Forms of Racial Discrimination. Human Rights Watch applies this broader understanding of race.
The crime against humanity of persecution, as defined under the Rome Statute and customary international law, consists of severe deprivation of fundamental rights of a racial, ethnic, or other group with discriminatory intent.
Human Rights Watch found that the elements of the crimes come together in the occupied territory, as part of a single Israeli government policy. That policy is to maintain the domination by Jewish Israelis over Palestinians across Israel and the occupied territory. It is coupled in the occupied territory with systematic oppression and inhumane acts against Palestinians living there.
Drawing on years of human rights documentation, case studies, and a review of government planning documents, statements by officials, and other sources, Human Rights Watch compared policies and practices toward Palestinians in the occupied territory and Israel with those concerning Jewish Israelis living in the same areas. Human Rights Watch wrote to the Israeli government in July 2020, soliciting its perspectives on these issues, but has received no response.
Across Israel and the occupied territory, Israeli authorities have sought to maximize the land available for Jewish communities and to concentrate most Palestinians in dense population centers. The authorities have adopted policies to mitigate what they have openly described as a “demographic threat” from Palestinians. In Jerusalem, for example, the government’s plan for the municipality, including both the west and occupied east parts of the city, sets the goal of “maintaining a solid Jewish majority in the city” and even specifies the demographic ratios it hopes to maintain.
To maintain domination, Israeli authorities systematically discriminate against Palestinians. The institutional discrimination that Palestinian citizens of Israel face includes laws that allow hundreds of small Jewish towns to effectively exclude Palestinians and budgets that allocate only a fraction of resources to Palestinian schools as compared to those that serve Jewish Israeli children. In the occupied territory, the severity of the repression, including the imposition of draconian military rule on Palestinians while affording Jewish Israelis living in a segregated manner in the same territory their full rights under Israel’s rights-respecting civil law, amounts to the systematic oppression required for apartheid.
Israeli authorities have committed a range of abuses against Palestinians. Many of those in the occupied territory constitute severe abuses of fundamental rights and the inhumane acts again required for apartheid, including: sweeping movement restrictions in the form of the Gaza closure and a permit regime, confiscation of more than a third of the land in the West Bank, harsh conditions in parts of the West Bank that led to the forcible transfer of thousands of Palestinians out of their homes, denial of residency rights to hundreds of thousands of Palestinians and their relatives, and the suspension of basic civil rights to millions of Palestinians.
Many of the abuses at the core of the commission of these crimes, such as near-categorical denial of building permits to Palestinians and demolition of thousands of homes on the pretext of lacking permits, have no security justification. Others, such as Israel’s effective freeze on the population registry it manages in the occupied territory, which all but blocks family reunification for Palestinians living there and bars Gaza residents from living in the West Bank, use security as a pretext to further demographic goals. Even when security forms part of the motivation, it no more justifies apartheid and persecution than it would excessive force or torture, Human Rights Watch said.
“Denying millions of Palestinians their fundamental rights, without any legitimate security justification and solely because they are Palestinian and not Jewish, is not simply a matter of an abusive occupation,” Roth said. “These policies, which grant Jewish Israelis the same rights and privileges wherever they live and discriminate against Palestinians to varying degrees wherever they live, reflect a policy to privilege one people at the expense of another.”
Statements and actions by Israeli authorities in recent years, including the passage of a law with constitutional status in 2018 establishing Israel as the “nation-state of the Jewish people,” the growing body of laws that further privilege Israeli settlers in the West Bank and do not apply to Palestinians living in the same territory, as well as the massive expansion in recent years of settlements and accompanying infrastructure connecting settlements to Israel, have clarified their intent to maintain the domination by Jewish Israelis. The possibility that a future Israeli leader might someday forge a deal with Palestinians that dismantles the discriminatory system does not negate that reality today.
Israeli authorities should dismantle all forms of repression and discrimination that privilege Jewish Israelis at the expense of Palestinians, including with regards to freedom of movement, allocation of land and resources, access to water, electricity, and other services, and the granting of building permits.
The ICC Office of the Prosecutor should investigate and prosecute those credibly implicated in the crimes against humanity of apartheid and persecution. Countries should do so as well in accordance with their national laws under the principle of universal jurisdiction, and impose individual sanctions, including travel bans and asset freezes, on officials responsible for committing these crimes.
The findings of crimes against humanity should prompt the international community to reevaluate the nature of its engagement in Israel and Palestine and adopt an approach centered on human rights and accountability rather than solely on the stalled “peace process.” Countries should establish a UN commission of inquiry to investigate systematic discrimination and repression in Israel and Palestine and a UN global envoy for the crimes of persecution and apartheid with a mandate to mobilize international action to end persecution and apartheid worldwide.
Countries should condition arms sales and military and security assistance to Israel on Israeli authorities taking concrete and verifiable steps toward ending their commission of these crimes. Countries should vet agreements, cooperation schemes, and all forms of trade and dealing with Israel to screen for those directly contributing to committing the crimes, mitigate the human rights impacts and, where not possible, end activities and funding found to facilitate these serious crimes.
“While much of the world treats Israel’s half-century occupation as a temporary situation that a decades-long ‘peace process’ will soon cure, the oppression of Palestinians there has reached a threshold and a permanence that meets the definitions of the crimes of apartheid and persecution,” Roth said. “Those who strive for Israeli-Palestinian peace, whether a one or two-state solution or a confederation, should in the meantime recognize this reality for what it is and bring to bear the sorts of human rights tools needed to end it.” EINDE BERICHT
”“Prominent voices have warned for years that apartheid lurks just around the corner if the trajectory of Israel’s rule over Palestinians does not change,” said Kenneth Roth, executive director of Human Rights Watch. “This detailed study shows that Israeli authorities have already turned that corner and today are committing the crimes against humanity of apartheid and persecution.”
”Israel has maintained military rule over some portion of the Palestinian population for all but six months of its 73-year history. It did so over the vast majority of Palestinians inside Israel from 1948 and until 1966. From 1967 until the present, it has militarily ruled over Palestinians in the OPT, excluding East Jerusalem. By contrast, it has since its founding governed all Jewish Israelis, including settlers in the OPT since the beginning of the occupation in 1967, under its more rights-respecting civil law.” RAPPORT HUMAN RIGHTS WATCH: HUMAN RIGHTS WATCHA TRESHOLD CROSSEDISRAELI AUTHORITIES AND THE CRIME OF APARTHEID ANDPERSECUTION27 APRIL 2021 https://www.hrw.org/report/2021/04/27/threshold-crossed/israeli-authorities-and-crimes-apartheid-and-persecution
[7]
””A new report published by the Association for Civil Rights in Israel (ACRI) outlines the nature of the legal regime currently operating in the West Bank. Two systems of law are applied in a single territory: one – a civilian legal system for Israeli citizens, and a second – a military court system for Palestinian residents. The result: institutionalized discrimination.”
ACRI [ASSOCIATION FOR CIVIL RIGHTS IN ISRAEL]ONE RULE, TWO LEGAL SYSTEMS: ISRAEL’S REGIME OF LAWSIN THE WEST BANK24 NOVEMBER 2014
”Officially, military courts are authorized to try anyone who commits an offense in the West Bank, including settlers, Israeli citizens residing in Israel, and foreign nationals. However, in the early 1980s, the Attorney General decided that Israeli citizens would be tried in the Israeli civilian court system according to Israeli penal laws, even if they live in the Occupied Territories and the offense was committed there, against residents of the Occupied Territories. That policy remains in effect to this day. This means that people are tried in different courts, under different laws, for the exact same offense committed in the exact same place: Palestinian defendants are tried in military courts, their guilt or innocence determined according to the evidence laws followed in this court system, and their sentences according to the provisions of military orders. Israeli defendants are tried in a civilian court in Israel, exonerated or convicted under Israeli evidence laws, and sentenced under Israeli law as well.” BTSELEM.ORGTHE MILITARY COURT11 DECEMBER 2017 https://www.btselem.org/military_courts
[At the 15th july 2021 crime reporter Peter R de Vries died, after beenshot in the streets of Amsterdam on 6th july. [2]I honor him, because he was far more than just a crime reporter and an investigator of criminal cold cases, but also a defender of the rights of unheard, like refugees and minorities.Therefore my hommageMay he rest in peace]
Peter R de Vries, the fearless crimefighter and advocate for the rights of the unheard, reminds me of a fictional character of oneof my favourite films ”Legends of the Fall” [3], colonel William Ludlow, whomoves his family to a ranch in Montana out of indignation and dissatisfactionwith the treatment of the American government against the native Americans . [4]In my terms:He fled for aggressive racist white Supremacy”In his terms:,”Losing the madness” [5]By the way:A must see film for you, readers! [6] Fearless and lovers of justice they both shared, fictional ColonelLudlow and crimefighter Peter R de VriesThe one retreated [as was the best thing he could do inpre WO I White supremacist America] and founded his Paradisein Montana, the other fought [as was the best thing to do innowadays the Netherlands]
So like Colonel Ludlow, Peter R de Vries was fearless and obsessed with justice, investigating cold cases [7] and what says more:Achieving great results! [8]
FEARLESS Fearless he was, his motto was:”On bended knee it’s no way to be free” [9] He was also tenacious, never gave up. [10] I don’t have to mention all his successes;Look at his Wikipedia! [11]His last effort was his assistence of the crown witness, Nabil B [12]in the Marengo process, the greatest drug trial in the history of the Netherlands [13]Perhaps that involvement costed him his life, as the Public Prosecuter’s Officethinks is ”more likely” [but nothing is sure, yet, all optionsare still open] [14] ADVOCATE FOR THE UNHEARD Although I admired Peter R de Vries for his great involvement in solvingcold cases and his support for the families of the victims [15], that’s notthe first reason I write this tribute to him. My reason is, that he was not only a dedicated crime fighter, but alsoan advocate of the rights of the unheard and victims of stogmatizationand discrimination.
HIS FIGHT AGAINST PVV LEADER G WILDERS Peter R de Vries was a fervent opponent of fascist PVV leader G Wilders [17]In his diary, he wrote ”Ik vind Geert W. zelf een gevaarlijk man, een demagoog met de potentievan een volksmenner.” [Translated in English: I think Geert W is a dangerous man, a demagogue with the potention of a people’s agitator” [18]
For his contribution to the fight against racism and IslamophobiaI sent Peter R de Vries an appreciation-mail [19]The price he paid for his Wilders criticism was a great number ofhatemails [20]I wonder how many of those people, wholay flowers at the place he was shot [21], were among those haters……
CHAMPION FOR THE RIGHTS OF REFUGEES But Peter R de Vries did more:In a time and on a moment, that there was much resistanceagainst the coming of Syrian refugees to the Netherlands, who hadfled the war in Syria [22], Peter R de Vries stood firm for the refugee rights, he wrote this statement:”Respect and admiration for the refugees! [23]I quote from this statement among else:”Sometimes it seems that in public debate about the refugees it is no longer about people, but only about numbers, percentages, quotas and files. Often the refugee issue is discussed in a detached and intolerant tone of voice; like asylum seekers and refugees are profiteers who are here to seek fortune”AND”It has always amazed me how easily and lightly people condemn refugees about leaving their homeland; like it is a tempting challenge to build a new life in another country, with an incomprehensible language, different culture and a harsh climate. Like people just do that for fun…!”AND”And that is why I would like to emphasize that I have the upmost respect and admiration for those who have abandoned their homes in desperation for doom and disaster and are trying, with great difficulty, to build up a new life in a foreign country. In my opinion they should never have to hide or be ashamed; they can be proud, with their heads held high, because what they have achieved, what they have defied and what they have sacrificed more than most of us would dare or could bear. That is something we should be more aware off…” [24]
True and impressive words and again I sent him a appreciation-mail! [25] STATELESS REFUGEES But apart from writing, Peter R de Vries came in action!He helped a group of ”General Pardonners”, who were allowedto remain in the Netherlands, but yet didn’t become a passport,which made them ”stateless”By his effort [and of course from others] [26], State Secretary Ankie Broekers-Knol of Asylum Affairs made it possible that ten thousand so-called general pardonners can still get a passport. [27]One of the ten thousand stateless General Pardonners,Yosef Tekeste-Yemane, [who turned to de Vries about this humanitarian question] remarked:[comment after the shooting of Peter R de Vries]:”I hope he will still get what he has achieved.” [28] He also remarked:””He saw the injustice and got caught up in it, he was determined to help us and hoped the media would warm to this.” [29] And it worked!
EPILOGUE In his own way, Peter R de Vries made a great contribution inthe fight against injustice..Not only because of the fearless and tenacious way, he fought as a crime reporter [30], but for what he did for refugees.In the fight against racism, prejudices and Islamophobia. Therefore for me, he is a great man.I will not forget him! May he rest in peace. Astrid Essed NOTES Notes 1 t/m 20 https://www.astridessed.nl/notes-1-t-m-20-at-tribute-to-peter-r-de-vries/
ANTWOORD ASTRID ESSED AAN DAGBLAD TROUW/WAAR EEN GROTE KRANT KLEIN IN KAN ZIJN/KRITIEK ASTRID ESSED OPHISTORICUS PIET EMMER
De aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images)Beeld Getty Images
VOORAF Ik heb even getwijfeld, of ik onderstaande wel zou delen, omdat ik het eigenlijk zonde van mijn Tijd vond.Ik heb meer te doen!Aan de andere kant wilde ik mijn lezers toch laten weten, hoe het was afgelopenmet de toezending van mijn Opinieartikel over historicus Piet Emmer aan deOpinieredactie van Trouw.Mijn Opinieartikel heb ik met u gedeeldZie noot 1 Daags na mijn mail aan Trouw kreeg ik bericht, dat zij mijn stukuiteindelijk niet zouden plaatsen.Nu zijn zij daarin natuurlijk vrij, maar geef dan niet zo’n overduidelijke flutredenop, die ook nog apert onjuist is!Als reden werd opgegeven, ik citeer:” Over plaatsing van artikelen beslissen we altijd pas nadat we een stuk gelezen hebben en met elkaar besproken, nooit op voorhand. Ook met u hadden we daar geen afspraak over gemaakt.”Zie mail Trouw en eerdere correspondentie [noot 2] [aan die eerdere correspondentie onder noot 2hoeft u niet veel aandacht te besteden, slechts voor de volledigheid erbij gedaan]Natuurlijk is dat op zich juist, maar ze hadden wel min of meer toegezegd,dat mijn stuk eventueel voor plaatsing in aanmerking kwamZie eerdere mail Trouw aan ondergetekende [3] GOED.Daarover kun je van mening verschillen en feitelijk maakt dat mij niet zoveel uit, maar daarna schreven zij ook in de onder noot 2 reeds genoemde mail:” Bovendien is uw artikel erg op de man gericht, terwijl wij een voorkeur hebben voor artikelen die op een kwestie ingaan.” [4]En dat is natuurlijk aperte onzin, want de meeste mensen, die mijn stuk gelezen hebben en iets begrijpen van begrijpend lezen, zullen hebben begrepen, dat ik INHOUDELIJKE KRITIEK gegeven heb op de STANDPUNTEN van Emmeren dat niets op de persoon [die mij verder niet interesseert] is gespeeld.Bovendien, wat schrijft Trouw zelf?[Ik citeer]””TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed,Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie ” [5]Juist ja, de STANDPUNTENA van de heer Emmer.Kun je dan critici verwijten, dat uiteraard zijn naam wordt genoemd? Hoe dan ook, direct onder bovenstaande verwijzingen [noten 1 t/m 5]de reactie van Trouw op de toezending van mijn stuk en daaronder mijnantwoord aan Trouw, in ”gewone” vorm en in mailvorm Zo bent u weer op de hoogte. ZO:En nu ga ik mij weer met belangrijkere zaken bezighouden danTrouw van repliek dienen vanwege het aanvoeren van flutredenen Dit wilde ik dus met u delen ASTRID ESSED
[2] ANTWOORD VAN DE TROUW OPINIE REDACTIE OP MIJNTOEZENDING VAN HET OPINIEARTIKEL, MET DIRECT DAARONDER DE VOORGAANDE CORRESPONDENTIE TUSSEN MIJ EN TROUWLET VOORAL OP HET ANTWOORD VAN TROUW, DIRECT HIERONDER,WAARNAAR NOOT 2 DIRECT VERWIJST
TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedTue, Jul 13 at 4:52 PMGeachte Astrid Essed,Graag reageer ik op uw mail. De opinieredactie van Trouw staat in principe open voor inzendingen. We zeggen zelden tegen auteurs dat ze maar beter niet moeten schrijven. Over plaatsing van artikelen beslissen we altijd pas nadat we een stuk gelezen hebben en met elkaar besproken, nooit op voorhand. Ook met u hadden we daar geen afspraak over gemaakt. In de correspondentie met u hebben we aangegeven dat een reactie op een artikel dat in de Volkskrant gestaan heeft, niet in Trouw thuishoort. Natuurlijk staat het u dan vrij ons een andere opinie te sturen, maar het artikel dat u stuurde heeft opnieuw de uitspraak van Emmer in de Volkskrant als aanleiding. Bovendien is uw artikel erg op de man gericht, terwijl wij een voorkeur hebben voor artikelen die op een kwestie ingaan. Dat was voor ons reden om uw artikel nu niet te plaatsen. Er komen ongetwijfeld nieuwe aanleidingen voor u om een opinieartikel in te sturen. We lezen graag wat er bij ons binnenkomt.vriendelijke groet,Monic Slingerlandchef opinieredactie Trouw BOVENSTAANDE NAAR AANLEIDING VAN MIJN OPINIE-ARTIKEL https://www.astridessed.nl/opinieartikel-aanval-op-bagatellisering-westerse-slavernij-door-historicus-piet-emmer/
VERDERE CORRESPONDENTIE MET TROUWIN VOLGORDE TE LEZEN VAN BENEDEN NAAR BOVEN [NOOT 2 DUS] MAAR MINDER BELANGRIJK, MEER VOOR DE VOLLEDIGHEID MEEGESTUURDDUS WIE HET TE INGEWIKKELD VINDT, SPRINGE OVERNAAR NOOT 3!
ANTWOORD ASTRID ESSED OP REACTIE TROUW Op ma 12 jul. 2021 om 17:12 schreef Astrid Essed AANTROUW OPINIE
Geachte Redactie Ik begrijp uw overwegingen.Echter:Toch hebt u mij misleid.Uit eerdere correspondentie met uw redactie hebt u mij deindruk gegeven, dat ik een Opinieartikel kon schrijven, dat evt inuw krant zou worden geplaatst.Daarom ook heb ik de moeite genomen, er een te schrijven, zoals aan u toegezonden.Aangezien u, mijns inziens, verantwoordelijk bent voor hedt ontstanemisverstand [en zo beslag gelegd hebt op mijn tijd en moeite,een stuk voor uw krant te publiceren, verwacht ik van u, dat u, hoe dan ook, serieus plaatsing in uw krant overweegt.Mijn tijd als schrijver en journalist is kostbaar, dus ga ik ervan uit, dat daarop niet for the fun een beroep wordt gedaan.Want zo komt het wel over.Direct hieronder delen uit onze eerdere correspondentie [A]En daaronder opnieuw mijn Opinie artikel Vriendelijke groetenAstrid EssedAmsterdam A
DE AANVANKELIJKE TOEZEGGING DOOR TROUW
TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed, Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie Op ma 5 jul. 2021 om 03:03 schreef Astrid Essed <astridessed@yahoo.com>: VERVOLG CORRESPONDENTIE
Dank u voor de verduidelijking. Met groet, Opinieredactie Trouw Op di 6 jul. 2021 om 15:53 schreef Astrid Essed Geachte Redactie Ik begrijp de verwarring.De zaak zit zo:Ik ga zometeen mijn aan uw krant gerichte excuses op mijn website plaatsenover het feit, dat ik abusievelijk het opiniestuk van Emmer heb beschouwd alsgepubliceerd door uw krant.Het was een vergissing van mij, het bleek een Volkskrant artikel te zijn. [1]Vandaar, dat ik de Volkskrant hierop heb geattacqueerd, maar met cc aan u,om zo duidelijk te maken, dat ik mij had vergist.De excuses aan uw krant komen dus op mijn website. Het opiniestuk stuur ik u zo snel mogelijk toe Hoop zo de zaak te hebben opgehelderd. Vriendelijke groetenAstrid Essed Amsterdam TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedTue, Jul 6 at 10:43 AMBeste mevrouw Essed, ik neem aan dat deze mail per ongeluk is aangekomen bij Trouw en dit niet het opiniestuk is dat u ons zou willen aanbieden.Met vriendelijke groet, Opinieredactie Trouw
REACTIE TROUW OP TOEZENDING VAN MIJN OPINIEARTIKEL On Monday, July 12, 2021, 04:35:05 PM GMT+2, TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net> wrote:
Geachte mevrouw Essed,Dank voor het sturen van dit opinieartikel.Uw stuk is een reactie op een opinieartikel van Piet Emmer in de Volkskrant. Dat is lastig voor ons, omdat onze lezers dat stuk niet kennen. Het artikel dat Emmer in Trouw schreef over dit onderwerp is uit april van dit jaar. Wij hebben toen drie dagen later een tegenstuk met ongeveer de strekking van uw betoog geplaatst.Om die reden hebben we besloten dat het nu niet passend is om uw reactie op hem te plaatsen. Mogelijk komt er later een goede aanleiding. Dan bent u van harte uitgenodigd om met een stuk te reageren.vriendelijke groet,Opinieredactie [Onderstaand het aan de Volkskrant opgestuurde stuk,dat cc naar Trouw ging en waarop Trouw Opinie in bovenstaandereageerde]
”’TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed,Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie ”
[4] TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedTue, Jul 13 at 4:52 PMGeachte Astrid Essed,Graag reageer ik op uw mail. De opinieredactie van Trouw staat in principe open voor inzendingen. We zeggen zelden tegen auteurs dat ze maar beter niet moeten schrijven. Over plaatsing van artikelen beslissen we altijd pas nadat we een stuk gelezen hebben en met elkaar besproken, nooit op voorhand. Ook met u hadden we daar geen afspraak over gemaakt. In de correspondentie met u hebben we aangegeven dat een reactie op een artikel dat in de Volkskrant gestaan heeft, niet in Trouw thuishoort. Natuurlijk staat het u dan vrij ons een andere opinie te sturen, maar het artikel dat u stuurde heeft opnieuw de uitspraak van Emmer in de Volkskrant als aanleiding. Bovendien is uw artikel erg op de man gericht, terwijl wij een voorkeur hebben voor artikelen die op een kwestie ingaan. Dat was voor ons reden om uw artikel nu niet te plaatsen. Er komen ongetwijfeld nieuwe aanleidingen voor u om een opinieartikel in te sturen. We lezen graag wat er bij ons binnenkomt.vriendelijke groet,Monic Slingerlandchef opinieredactie Trouw
[5]
”’TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed,Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie ”
EINDE NOTEN 1 T/M 5, BEHORENDE BIJ ”VOORAF”
EINDE NOTEN, HORENDE BIJ ”VOORAF” en iets begrijpt van begrijpend lezen, zal waarschijnlijk
A REACTIE VAN TROUW AAN ASTRID ESSED TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedTue, Jul 13 at 4:52 PMGeachte Astrid Essed,Graag reageer ik op uw mail. De opinieredactie van Trouw staat in principe open voor inzendingen. We zeggen zelden tegen auteurs dat ze maar beter niet moeten schrijven. Over plaatsing van artikelen beslissen we altijd pas nadat we een stuk gelezen hebben en met elkaar besproken, nooit op voorhand. Ook met u hadden we daar geen afspraak over gemaakt. In de correspondentie met u hebben we aangegeven dat een reactie op een artikel dat in de Volkskrant gestaan heeft, niet in Trouw thuishoort. Natuurlijk staat het u dan vrij ons een andere opinie te sturen, maar het artikel dat u stuurde heeft opnieuw de uitspraak van Emmer in de Volkskrant als aanleiding. Bovendien is uw artikel erg op de man gericht, terwijl wij een voorkeur hebben voor artikelen die op een kwestie ingaan. Dat was voor ons reden om uw artikel nu niet te plaatsen. Er komen ongetwijfeld nieuwe aanleidingen voor u om een opinieartikel in te sturen. We lezen graag wat er bij ons binnenkomt.vriendelijke groet,Monic Slingerlandchef opinieredactie Trouw
EINDE REACTIE OPINIE TROUW AAN ASTRID ESSED B ANTWOORD ASTRID ESSED AAN TROUW AANMEVROUW M SLINGERLANDCHEF REDACTIE OPINIE TROUW
Geachte mevrouw Slingerland Bedankt voor uw reactie.Hoewel ik het niet met u eens ben, dat er geen stilzwijgende afspraak met mijgemaakt was, dat mijn stuk in ieder geval de overweging van het plaatsenzou inhouden [want in dat geval had ik niet hoeven worden aangemoedigd, omeen stuk te plaatsen, zie onderstaande copy/past mail, waardoor ik het blijfbeschouwen als een impliciete uitnodiging tot schrijven], kan ikdaarin in zekere zin nog met u meegaan Maar u schrijft ook: ”Bovendien is uw artikel erg op de man gericht, terwijl wij een voorkeur hebben voor artikelen die op een kwestie ingaan. ” Dat is, met alle respect, aperte onzin.Nog afgezien van het feit, dat u kennelijk de behoefte gevoelt,historicus Emmer in bescherming te nemen [wat natuurlijk aan u is]ben ik wel degelijk duidelijk op de kwestie zelf ingegaan! A NIET OP DE MAN, OP DE KWESTIE ZELF APOLOGETISCHE SMOESARABIEREN EN AFRIKANEN HANDELDEN OOK IN SLAVEN IN AFRIKA WAS OOK SLAVERNIJ Ik citeer mijzelf:[lees even het volgende]”Daarin kwamen oude Emmer stokpaardjes naar boven:Zo schrijft Emmer, dat in de tentoonstelling ”hedendaagse morele oordelen”werden losgelaten op de beoordeling van de slavernij, terwijl er reeds in de 17 e eeuw verzet van dominees tegen slavernij en slavenhandel was.Ook haalt Emmer er de Gouwe Ouwe bij, dat ook Afrikanen en Arabieren zichschuldig maakten aan slavernij en slavenhandel en daarbij witte slavenhandelaren ondersteunden in het vangen en roven van Afrikanen.Op zich waar, maar, zo vraag ik mijzelf af: Wat wil Emmer daarmee beweren?Dat, omdat ook Afrikanen en Arabieren zich onledig hielden met de misdaad slavernij, daarmee de Westerse slavernij minder ernstig was?” Hiermee raak ik aan een kwestie, die ook bij andere Westerse slavernij vergoeilijkers heeft gespeeld, namelijk het apologetisch element, dater ook Afrikaanse en Arabische slavenhandelaars waren, dat slavernij ookin Europa voorkwam. Ik citeer in dit verband ook Sander Philipse uit zijn artikel:”Twaalf vragen over slavernij, die je maar beter niet had kunnen stellen”[Ik citeer}”
AFRIKANEN WERDEN VAAK VERKOCHT DOOR ANDERE AFRIKANEN.
Correct. Dus?” [1]
B
NIET OP DE MAN, OP DE KWESTIE ZELF
LANDARBEIDERS LEEFDEN OOK IN
VERSCHRIKKELIJKE OMSTANDIGHEDEN
EN WAREN NIET BETER AF DAN SLAVEN
Ik citeer mijzelf”Emmer noemt ook de mensonterende omstandigheden van de landarbeiders in Drenthe, die, in tegenstelling tot slaven, die dat wel kregen, geen huisvesting,moestuin en doktershulp hadden.Natuurlijk waren de omstandigheden van Drentse landarbeiders mensonterend,maar moet ik uitleggen, dat een dergelijke vergelijking schaamteloos is?Dat niet alleen slaven geen loon ontvingen, in tegenstelling tot het [weliswaar schamele] loon van landarbeiders, maar het fundamentele aan slavernij, dateen slaaf eigendom van zijn meester was, een Ding, dat kon worden gekocht enverkocht, zonder zeggenschap over zijn/haar leven?” Ook dit raakt weer de kwestie zelf, dat er slavernij apologeten zijn,die de mensonterende omstandigheden van Europese landarbeiders[hier Nederlandse] vergeleken met die van slaven, terwijl natuurlijk de essentie was, dat landarbeiders, hoe beroerd ook de omstandigheden,vrije mensen waren en slaven niet OP DE MAN?/OPVATTINGEN VAN EMMER En natuurlijk was mijn artikel, dat qua essentie over de SLAVERNIJOPVATTINGEN van Emmer gericht was, in zoverrepersoonlijk, omdat deze opvattingen van Emmer zelf komen! En bent u hier niet een beetje tegenstrijdig in, mevrouw Slingerland?Want zelf heeft uw Opinie Redactie aan ondergetekende geschreven ”TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed,Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie Hoe kan ik anders ingaan op de opvattingen van Emmer, zonder Emmerin zijn functie als hoogleraar [nu Emeritus] geschiedenis te noemen? TENSLOTTE Als uw redactie om welke redenen dan ook, mijn Opinieartikel nietwilt plaatsen, is zij daarin volkomen vrij, laat dat duidelijk zijn.Maar komt u dan niet aanzetten met flutargumenten, dat ik”op de man” speel, terwijl uit mijn stuk overduidelijk blijkt, dat het mij hier om de KWESTIE ZELF gaat!Met Emmer als man/mens heb ik verder niets te maken, het gaatmij om zijn opvattingen en die kan ik moeilijk los zien van Emmer,die kranten [waaronder ook de uwe, wat mij teleurgesteld heeft,want dan hebt u deze apologeet ook gefaciliteerd, daarop zou ik u zekeer hebben aangeschtreven, had ik dat toen geweten]volschrijft met zijnapologieen van deze misdaad tegen de menselijkheid. [2] Dat u mijn stuk dan toch terugbrengt tot ”op de man spelen”heeft mij erg teleurgesteld.Ik dacht dat een chef Opinieredactie beter kon. Dat mijn opiniestuk niet in de vergetelheid is geraakt, ondanks uwweigering tot plaatsing, blijkt uit noot 3
Wat mij betreft is verder de discussie geslotenU hebt al genoeg van mijn Tijd in beslag genomen. Vriendelijke groetenAstrid EssedAmsterdam NOTEN [1] COPY PAST UIT DELEN CORRESPONDENTIE MET DAGBLAD TROUW/OPINIEREDACTIE TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed, Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie
[1]
AFRIKANEN WERDEN VAAK VERKOCHT DOOR ANDERE AFRIKANEN.
Je kent het wel: je zegt iets over het Nederlandse aandeel in het systeem van de trans-Atlantische slavenhandel, en dan begint meneer opeens over de zware onderdrukking van Brabanders.
Nee Arzu, verdiep je in de geschiedenis van Nederland. Wij Brabanders waren ook slaven van Holland. Moesten 80% belasting betalen.
He, ik snap het, het is allemaal heel moeilijk dat mensen het hier nog over willen hebben. Waarom kunnen we niet gewoon doen alsof het nooit is gebeurd? Die vijf jaar Tweede Wereldoorlog hoor je ook nooit meer iets over, toch?
Maar goed, als we het er niet over hebben, dan blijven al je vragen en reflexen ook onbeantwoord. Hoe moet je dan besluiten dat je je helemaal niet schuldig hoeft te voelen over een racistisch systeem van slavernij dat eeuwen in stand is gehouden? Dus hier heb je twaalf antwoorden op reflexen vragen over Atlantische slavernij die je eigenlijk maar beter niet in de mond had kunnen nemen.
AFRIKANEN WERDEN VAAK VERKOCHT DOOR ANDERE AFRIKANEN.
Correct. Dus?
DUS KUNNEN WE EUROPEANEN NIET SCHULDIG HOUDEN VOOR TRANS-ATLANTISCHE SLAVERNIJ!
Oeh, die ga ik de volgende keer in de rechtszaal gebruiken. “Edelachtbare, ik ben niet schuldig aan brandstichting want Pietje Bell gaf me de benzine.” Daarnaast valt er nogal wat te zeggen over de rol die Europees kapitaal speelde in het aansporen, uitbreiden en in stand houden van de West-Afrikaanse slavernij.
OKE MAAR DE ARABISCHE SLAVENHANDEL DAN?
“Ja maar hullie doen ‘t ook” had je al af moeten leren in groep 3.
DAT BETEKENT TOCH DAT ATLANTISCHE SLAVERNIJ NIET ZO UNIEK WAS?
Ken jij een ander systeem waarbij gedurende drie eeuwen zo’n 12.5 miljoen mensen in op elkaar gepakte ruimen een oceaan over werden verscheept, onderweg ~1.5 miljoen mensen stierven, de overlevenden onderworpen werden aan een systeem dat hen en al hun kinderen behandelde als objecten, allemaal om wat geld te kunnen verdienen? En dan hebben we het nog niet eens over dat systeem als oorsprong van racisme.
De specifieke vorm van chattel slavery waar Europeanen zwarte mensen in de Amerika’s aan onderwierpen is uniek.
Slavernij is een constante in de menselijke geschiedenis, maar de specifieke vorm van chattel slavery waar Europeanen zwarte mensen in de Amerika’s aan onderwierpen is uniek. De combinatie van totale ontmenselijking van een geracialiseerde bevolkingsgroep van miljoenen mensen, absolute erfelijkheid van slavernij, social death, ontvoering uit de oorspronkelijke sociale omgeving, en op winst gerichte gewelddadige uitbuiting zien wij nergens anders.
EN DE IEREN IN AMERIKA DAN?
Dat was tijdelijke dwangarbeid, niet geracialiseerde, erfelijke slavernij. Zie ook het verschil tussen de Arbeitseinsatz van niet-Joodse Nederlanders in Duitse werkkampen, en Auschwitz.
BARBARIJSE SLAVENHANDEL WAS EEN DING!
Die maakte maximaal 1.25 miljoen Christelijke slachtoffers, en dat is bijna zeker een grove overschatting want het boek waar die cijfers op zijn gebaseerd is broddelwerk. Maar zelfs in die overschatting vallen die cijfers in het niet bij trans-Atlantische slavernij, en is er geen sprake van een geracialiseerd, erfelijk systeem van chattel slavery.
OKE HET WAS UNIEK, MAAR ZO VEEL VERDIENDEN WE ER NIET EENS MEE
Oh, dus naast dat we al die shit deden waren we ook nog eens incompetent?
(Maar zie Van Rossum & Fatah-Black die benadrukken dat slavernij vaak wel winstgevend was, en de Nederlandse economie als geheel stimuleerde)
DOE NIET ZO MOEILIJK, IEDEREEN VOND DIT TOEN NORMAAL
Of bedoelde je eigenlijk te zeggen dat wij West-Europeanen het heel normaal vonden? Dat spreekt niet echt voor je argument dat wij niet zo erg waren, he — maar het is ook onwaar: een actieve, witte anti-slavernijbeweging ontstond vanaf het midden van de 18e eeuw, vooral in Groot-Brittanië. Bredero vond het in 1615 ook niet
zo moeilijk om een karakter slavernij af te laten keuren:
Onmenschelyck ghebruyck! Godlóóse schelmery! Datmen de menschen vent, tot paartsche slaverny! Hier zynder oock in stadt, die sulcken handel dryven, In Farnabock: maar ‘tsal Godt niet verhoolen blyven.
SLAVERNIJ IS FOUT, MAAR NEDERLAND WAS MAAR HEEL KLEIN DAARIN
Nederland heeft zo’n 610.000 mensen over de Atlantische oceaan ontvoerd, volgens de meest recente schatting van Fatah-Black en Van Rossum. Daarnaast hebben Nederlanders meer dan twee eeuwen lang slavernijplantages gerund in de Amerika’s, voornamelijk in Suriname.
Wij vonden toen ook het systeem van suikerplantages bewerkt door Afrikaanse tot slaaf gemaakten uit
Sterker nog: in het midden van de 17e eeuw — toen het Atlantische slavernijsysteem in de kinderschoenen stond — domineerden wij de trans-Atlantische
Eerst eeuwenlang een systeem opzetten, en dan nog credits willen voor de afschaffing ook. Knap hoor. Nederland was een van de allerlaatste Europese landen die haar Atlantische slavernij systeem afschafte, overigens, en in het activisme en de vaak bloedige strijd om die Europese afschaffing te bewerkstelligen hebben mensen van Afrikaanse afkomst een cruciale rol gespeeld. Het is geen witte verworvenheid, wil ik maar zeggen.
MOET IK ME DAN SCHULDIG GAAN VOELEN, HET IS ZO LANG GELEDEN!
Er zijn mensen in leven wiens overgrootouders in Suriname in slavernij werden geboren. Hoe je je daarover voelt mag je zelf bepalen.
OKE, BEST, HET WAS FOUT — WAT MAAKT DAT NU DAN UIT?
Het is onderdeel van de Nederlandse geschiedenis, en alleen daarom zouden we het moeten blijven bespreken. Die geschiedenis is nog steeds zichtbaar in alle grote steden. Maar het heeft ook effect op de huidige maatschappij. Onze ideeën over ras (en dus racisme) zijn ontstaan uit slavernij, de samenstelling van de Nederlandse bevolking en die van voormalige Nederlandse koloniën is er door vormgegeven, en de huidige raciale ongelijkheid in ons land vindt zijn oorsprong in die slavernij. Dat maakt uit.
EINDE ARTIKEL
[2]
”[[Deze mailbrief is tevens cc gestuurd aan de heer Piet Emmer, emeritus hoogleraar, Universiteit Leiden, het Rijksmuseum en de kranten AD en ElsevierMagazine, omdat ook zij historicus Piet Emmer een podium gegeven hebben voor zijn bagatellisering van de Westerse slavernijZie in onderstaande brief, noot 7]”
ZIE NOOT 7 VAN ONDERSTAANDE BRIEF
REDACTIE VOLKSKRANT, U BENT MOREEL MEDEPLICHTIG AAN
DE BAGATELLISERING VAN DE WESTERSE SLAVERNIJ DOOR HISTORICUS PIET EMMER
AANMEVROUW M SLINGERLANDCHEF REDACTIE OPINIE TROUW
Geachte mevrouw Slingerland Bedankt voor uw reactie.Hoewel ik het niet met u eens ben, dat er geen stilzwijgende afspraak met mijgemaakt was, dat mijn stuk in ieder geval de overweging van het plaatsenzou inhouden [want in dat geval had ik niet hoeven worden aangemoedigd, omeen stuk te plaatsen, zie onderstaande copy/past mail, waardoor ik het blijfbeschouwen als een impliciete uitnodiging tot schrijven], kan ikdaarin in zekere zin nog met u meegaan Maar u schrijft ook: ”Bovendien is uw artikel erg op de man gericht, terwijl wij een voorkeur hebben voor artikelen die op een kwestie ingaan. ” Dat is, met alle respect, aperte onzin.Nog afgezien van het feit, dat u kennelijk de behoefte gevoelt,historicus Emmer in bescherming te nemen [wat natuurlijk aan u is]ben ik wel degelijk duidelijk op de kwestie zelf ingegaan! A NIET OP DE MAN, OP DE KWESTIE ZELF APOLOGETISCHE SMOESARABIEREN EN AFRIKANEN HANDELDEN OOK IN SLAVEN IN AFRIKA WAS OOK SLAVERNIJ Ik citeer mijzelf:[lees even het volgende]”Daarin kwamen oude Emmer stokpaardjes naar boven:Zo schrijft Emmer, dat in de tentoonstelling ”hedendaagse morele oordelen”werden losgelaten op de beoordeling van de slavernij, terwijl er reeds in de 17 e eeuw verzet van dominees tegen slavernij en slavenhandel was.Ook haalt Emmer er de Gouwe Ouwe bij, dat ook Afrikanen en Arabieren zichschuldig maakten aan slavernij en slavenhandel en daarbij witte slavenhandelaren ondersteunden in het vangen en roven van Afrikanen.Op zich waar, maar, zo vraag ik mijzelf af: Wat wil Emmer daarmee beweren?Dat, omdat ook Afrikanen en Arabieren zich onledig hielden met de misdaad slavernij, daarmee de Westerse slavernij minder ernstig was?” Hiermee raak ik aan een kwestie, die ook bij andere Westerse slavernij vergoeilijkers heeft gespeeld, namelijk het apologetisch element, dater ook Afrikaanse en Arabische slavenhandelaars waren, dat slavernij ookin Europa voorkwam. Ik citeer in dit verband ook Sander Philipse uit zijn artikel:”Twaalf vragen over slavernij, die je maar beter niet had kunnen stellen”[Ik citeer}”
AFRIKANEN WERDEN VAAK VERKOCHT DOOR ANDERE AFRIKANEN.
Correct. Dus?” [1]
B
NIET OP DE MAN, OP DE KWESTIE ZELF
LANDARBEIDERS LEEFDEN OOK IN
VERSCHRIKKELIJKE OMSTANDIGHEDEN
EN WAREN NIET BETER AF DAN SLAVEN
Ik citeer mijzelf”Emmer noemt ook de mensonterende omstandigheden van de landarbeiders in Drenthe, die, in tegenstelling tot slaven, die dat wel kregen, geen huisvesting,moestuin en doktershulp hadden.Natuurlijk waren de omstandigheden van Drentse landarbeiders mensonterend,maar moet ik uitleggen, dat een dergelijke vergelijking schaamteloos is?Dat niet alleen slaven geen loon ontvingen, in tegenstelling tot het [weliswaar schamele] loon van landarbeiders, maar het fundamentele aan slavernij, dateen slaaf eigendom van zijn meester was, een Ding, dat kon worden gekocht enverkocht, zonder zeggenschap over zijn/haar leven?” Ook dit raakt weer de kwestie zelf, dat er slavernij apologeten zijn,die de mensonterende omstandigheden van Europese landarbeiders[hier Nederlandse] vergeleken met die van slaven, terwijl natuurlijk de essentie was, dat landarbeiders, hoe beroerd ook de omstandigheden,vrije mensen waren en slaven niet OP DE MAN?/OPVATTINGEN VAN EMMER En natuurlijk was mijn artikel, dat qua essentie over de SLAVERNIJOPVATTINGEN van Emmer gericht was, in zoverrepersoonlijk, omdat deze opvattingen van Emmer zelf komen! En bent u hier niet een beetje tegenstrijdig in, mevrouw Slingerland?Want zelf heeft uw Opinie Redactie aan ondergetekende geschreven ”TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed,Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie Hoe kan ik anders ingaan op de opvattingen van Emmer, zonder Emmerin zijn functie als hoogleraar [nu Emeritus] geschiedenis te noemen? TENSLOTTE Als uw redactie om welke redenen dan ook, mijn Opinieartikel nietwilt plaatsen, is zij daarin volkomen vrij, laat dat duidelijk zijn.Maar komt u dan niet aanzetten met flutargumenten, dat ik”op de man” speel, terwijl uit mijn stuk overduidelijk blijkt, dat het mij hier om de KWESTIE ZELF gaat!Met Emmer als man/mens heb ik verder niets te maken, het gaatmij om zijn opvattingen en die kan ik moeilijk los zien van Emmer,die kranten [waaronder ook de uwe, wat mij teleurgesteld heeft,want dan hebt u deze apologeet ook gefaciliteerd, daarop zou ik u zekeer hebben aangeschtreven, had ik dat toen geweten]volschrijft met zijnapologieen van deze misdaad tegen de menselijkheid. [2] Dat u mijn stuk dan toch terugbrengt tot ”op de man spelen”heeft mij erg teleurgesteld.Ik dacht dat een chef Opinieredactie beter kon. Dat mijn opiniestuk niet in de vergetelheid is geraakt, ondanks uwweigering tot plaatsing, blijkt uit noot 3
Wat mij betreft is verder de discussie geslotenU hebt al genoeg van mijn Tijd in beslag genomen. Vriendelijke groetenAstrid EssedAmsterdam NOTEN [1] COPY PAST UIT DELEN CORRESPONDENTIE MET DAGBLAD TROUW/OPINIEREDACTIE TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed, Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie
[1]
AFRIKANEN WERDEN VAAK VERKOCHT DOOR ANDERE AFRIKANEN.
Je kent het wel: je zegt iets over het Nederlandse aandeel in het systeem van de trans-Atlantische slavenhandel, en dan begint meneer opeens over de zware onderdrukking van Brabanders.
Nee Arzu, verdiep je in de geschiedenis van Nederland. Wij Brabanders waren ook slaven van Holland. Moesten 80% belasting betalen.
He, ik snap het, het is allemaal heel moeilijk dat mensen het hier nog over willen hebben. Waarom kunnen we niet gewoon doen alsof het nooit is gebeurd? Die vijf jaar Tweede Wereldoorlog hoor je ook nooit meer iets over, toch?
Maar goed, als we het er niet over hebben, dan blijven al je vragen en reflexen ook onbeantwoord. Hoe moet je dan besluiten dat je je helemaal niet schuldig hoeft te voelen over een racistisch systeem van slavernij dat eeuwen in stand is gehouden? Dus hier heb je twaalf antwoorden op reflexen vragen over Atlantische slavernij die je eigenlijk maar beter niet in de mond had kunnen nemen.
AFRIKANEN WERDEN VAAK VERKOCHT DOOR ANDERE AFRIKANEN.
Correct. Dus?
DUS KUNNEN WE EUROPEANEN NIET SCHULDIG HOUDEN VOOR TRANS-ATLANTISCHE SLAVERNIJ!
Oeh, die ga ik de volgende keer in de rechtszaal gebruiken. “Edelachtbare, ik ben niet schuldig aan brandstichting want Pietje Bell gaf me de benzine.” Daarnaast valt er nogal wat te zeggen over de rol die Europees kapitaal speelde in het aansporen, uitbreiden en in stand houden van de West-Afrikaanse slavernij.
OKE MAAR DE ARABISCHE SLAVENHANDEL DAN?
“Ja maar hullie doen ‘t ook” had je al af moeten leren in groep 3.
DAT BETEKENT TOCH DAT ATLANTISCHE SLAVERNIJ NIET ZO UNIEK WAS?
Ken jij een ander systeem waarbij gedurende drie eeuwen zo’n 12.5 miljoen mensen in op elkaar gepakte ruimen een oceaan over werden verscheept, onderweg ~1.5 miljoen mensen stierven, de overlevenden onderworpen werden aan een systeem dat hen en al hun kinderen behandelde als objecten, allemaal om wat geld te kunnen verdienen? En dan hebben we het nog niet eens over dat systeem als oorsprong van racisme.
De specifieke vorm van chattel slavery waar Europeanen zwarte mensen in de Amerika’s aan onderwierpen is uniek.
Slavernij is een constante in de menselijke geschiedenis, maar de specifieke vorm van chattel slavery waar Europeanen zwarte mensen in de Amerika’s aan onderwierpen is uniek. De combinatie van totale ontmenselijking van een geracialiseerde bevolkingsgroep van miljoenen mensen, absolute erfelijkheid van slavernij, social death, ontvoering uit de oorspronkelijke sociale omgeving, en op winst gerichte gewelddadige uitbuiting zien wij nergens anders.
EN DE IEREN IN AMERIKA DAN?
Dat was tijdelijke dwangarbeid, niet geracialiseerde, erfelijke slavernij. Zie ook het verschil tussen de Arbeitseinsatz van niet-Joodse Nederlanders in Duitse werkkampen, en Auschwitz.
BARBARIJSE SLAVENHANDEL WAS EEN DING!
Die maakte maximaal 1.25 miljoen Christelijke slachtoffers, en dat is bijna zeker een grove overschatting want het boek waar die cijfers op zijn gebaseerd is broddelwerk. Maar zelfs in die overschatting vallen die cijfers in het niet bij trans-Atlantische slavernij, en is er geen sprake van een geracialiseerd, erfelijk systeem van chattel slavery.
OKE HET WAS UNIEK, MAAR ZO VEEL VERDIENDEN WE ER NIET EENS MEE
Oh, dus naast dat we al die shit deden waren we ook nog eens incompetent?
(Maar zie Van Rossum & Fatah-Black die benadrukken dat slavernij vaak wel winstgevend was, en de Nederlandse economie als geheel stimuleerde)
DOE NIET ZO MOEILIJK, IEDEREEN VOND DIT TOEN NORMAAL
Of bedoelde je eigenlijk te zeggen dat wij West-Europeanen het heel normaal vonden? Dat spreekt niet echt voor je argument dat wij niet zo erg waren, he — maar het is ook onwaar: een actieve, witte anti-slavernijbeweging ontstond vanaf het midden van de 18e eeuw, vooral in Groot-Brittanië. Bredero vond het in 1615 ook niet
zo moeilijk om een karakter slavernij af te laten keuren:
Onmenschelyck ghebruyck! Godlóóse schelmery! Datmen de menschen vent, tot paartsche slaverny! Hier zynder oock in stadt, die sulcken handel dryven, In Farnabock: maar ‘tsal Godt niet verhoolen blyven.
SLAVERNIJ IS FOUT, MAAR NEDERLAND WAS MAAR HEEL KLEIN DAARIN
Nederland heeft zo’n 610.000 mensen over de Atlantische oceaan ontvoerd, volgens de meest recente schatting van Fatah-Black en Van Rossum. Daarnaast hebben Nederlanders meer dan twee eeuwen lang slavernijplantages gerund in de Amerika’s, voornamelijk in Suriname.
Wij vonden toen ook het systeem van suikerplantages bewerkt door Afrikaanse tot slaaf gemaakten uit
Sterker nog: in het midden van de 17e eeuw — toen het Atlantische slavernijsysteem in de kinderschoenen stond — domineerden wij de trans-Atlantische
Eerst eeuwenlang een systeem opzetten, en dan nog credits willen voor de afschaffing ook. Knap hoor. Nederland was een van de allerlaatste Europese landen die haar Atlantische slavernij systeem afschafte, overigens, en in het activisme en de vaak bloedige strijd om die Europese afschaffing te bewerkstelligen hebben mensen van Afrikaanse afkomst een cruciale rol gespeeld. Het is geen witte verworvenheid, wil ik maar zeggen.
MOET IK ME DAN SCHULDIG GAAN VOELEN, HET IS ZO LANG GELEDEN!
Er zijn mensen in leven wiens overgrootouders in Suriname in slavernij werden geboren. Hoe je je daarover voelt mag je zelf bepalen.
OKE, BEST, HET WAS FOUT — WAT MAAKT DAT NU DAN UIT?
Het is onderdeel van de Nederlandse geschiedenis, en alleen daarom zouden we het moeten blijven bespreken. Die geschiedenis is nog steeds zichtbaar in alle grote steden. Maar het heeft ook effect op de huidige maatschappij. Onze ideeën over ras (en dus racisme) zijn ontstaan uit slavernij, de samenstelling van de Nederlandse bevolking en die van voormalige Nederlandse koloniën is er door vormgegeven, en de huidige raciale ongelijkheid in ons land vindt zijn oorsprong in die slavernij. Dat maakt uit.
EINDE ARTIKEL
[2]
”[[Deze mailbrief is tevens cc gestuurd aan de heer Piet Emmer, emeritus hoogleraar, Universiteit Leiden, het Rijksmuseum en de kranten AD en ElsevierMagazine, omdat ook zij historicus Piet Emmer een podium gegeven hebben voor zijn bagatellisering van de Westerse slavernijZie in onderstaande brief, noot 7]”
ZIE NOOT 7 VAN ONDERSTAANDE BRIEF
REDACTIE VOLKSKRANT, U BENT MOREEL MEDEPLICHTIG AAN
DE BAGATELLISERING VAN DE WESTERSE SLAVERNIJ DOOR HISTORICUS PIET EMMER
OPINIEARTIKEL/AANVAL OP BAGATELLISERING WESTERSE SLAVERNIJDOOR HISTORICUS PIET EMMER
De aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images)Beeld Getty Images
VOORAF Mijn loyale lezers weten, dat ik recentelijk een stukgeschreven heb, waarin ik de vloer heb aangeveegd met de bagatelliseringvan de Westerse slavernij door emeritus hoogleraar geschiedenis aande Universiteit van Leiden, Piet Emmer [1]Op aansporing van de Opinieredactie van het Dagblad Trouw, dat ikhad aangeschreven [2], heb ik nu dus [maandag 12 juli 2021] een stuk,bestemd voor de Opiniepagina van Trouw geschreven.Of Trouw het publiceert, weet ik natuurlijk niet, maar hierbij dus metu, lezers, mijn Opinieartikel, bestaande uit ongeveer 600 woorden, gedeeldZie onder notenapparaat, onder B Veel leesplezier en tot de Volgende KeerHAHAHA Astrid Essed A NOTEN EN REACTIE TROUW OPINIE REDACTIE[1] HISTORICUS PIET EMMER, WEGPOETSER VAN HET BLOED, DAT AANDE WESTERSE SLAVERNIJ KLEEFTASTRID ESSED30 JUNI 2021 https://www.astridessed.nl/historicus-piet-emmer-wegpoetser-van-het-bloed-dat-aan-de-westerse-slavernij-kleeft/
[Het klopt, dat Trouw het door mij gewraakte artikel van Piet Emmer niet had gepubliceerd, maarde VolkskrantDaarvoor bovenstaande excuusmail naar Trouw Echter, naar aanleiding van mijn abusievelijke mailbrief aan Trouw, reageerde de Opinieredactie Trouw met haar verzoek om een opinie-artikel mijnerzijds Zie de verwijdering van mijn website van de abusievelijke mailbrief aan TrouwZie mijn mailbrief aan de juiste krant, de VolkskrantZie het gewraakte artikel van Piet Emmer in de Volkskrant Mailbrief Aan Trouw[verwijderd] https://www.astridessed.nl/redactie-trouw-u-bent-moreel-medeplichtig-aan-de-bagatellisering-van-de-westerse-slavernij-door-historicus-piet-emmer/
REACTIE TROUW OPINIE OP MIJN MAILBRIEF TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net>To:Astrid EssedMon, Jul 5 at 4:22 PMGeachte Astrid Essed, Op de opiniepagina’s voeren we graag het debat. ook dat over ons slavernijverleden. Mensen met verschillende standpunten kunnen dan op elkaar reageren. Als u het inhoudelijk niet eens bent met de heer Emmer, kunt u dat in een zakelijk artikel van maximaal 600 woorden laten weten.Vriendelijke groet,Opinieredactie
B HISTORICUS PIET EMMER, WEGPOETSER WESTERSE SLAVERNIJ Vanaf het moment, dat ik hem in de collegebanken van de Universiteit van Amsterdam heb horen spreken als gastdocent, heb ik historicus Piet Emmer, gevolgd, sommige periodes intensiever dan andere.Wat daarbij opviel was niet het feit, dat Emmer betoogde [tijdens dat gastcollege], dat de toenmalige Republiek der Verenigde Nederlanden [via zijn kooplieden, andere belanghebbenden en de VerenigdeWest Indische Compagnie] niet zoveel aan slavenhandel/slavernij verdiend had als men wel zou denken [dat had waar kunnen zijn, al werd het later door wetenschappelijk onderzoek ontkracht], maar het feit, dat Emmer op dat aspectzodanig de nadruk legde, dat het verdacht veel leek op bagatellisering vande Westerse slavenhandel en slavernij.Het leverde hem dan ook, in genoemd gastcollege, maar ook later, veelkritiek op.Als hij het daarbij gelaten had ik dit stuk waarschijnlijk niet geschreven,maar niet alleen bleef Emmer in de loop der jaren de minder grote profijtelijkheid van slavernij en slavenhandel verdedigen, maar hij ging verder op de bagatelliseringstoer, tot nog in juni 2021, in een in de Volkskrant verschenen stuk ”Wie een beperkte blik op de slavernij wil, spoede zich naar het Rijksmuseum”, waarin hij kritiek ventileerde op de zijns inziens ”eenzijdige” slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum.Daarin kwamen oude Emmer stokpaardjes naar boven:Zo schrijft Emmer, dat in de tentoonstelling ”hedendaagse morele oordelen”werden losgelaten op de beoordeling van de slavernij, terwijl er reeds in de 17 e eeuw verzet van dominees tegen slavernij en slavenhandel was.Ook haalt Emmer er de Gouwe Ouwe bij, dat ook Afrikanen en Arabieren zichschuldig maakten aan slavernij en slavenhandel en daarbij witte slavenhandelaren ondersteunden in het vangen en roven van Afrikanen.Op zich waar, maar, zo vraag ik mijzelf af: Wat wil Emmer daarmee beweren?Dat, omdat ook Afrikanen en Arabieren zich onledig hielden met de misdaad slavernij, daarmee de Westerse slavernij minder ernstig was?Mijn veronderstelling wordt bevestigd door Emmer zelf, die in het genoemdeVolkskrant stuk opmerkt: ”Deden hun Arabische en Afrikaanse collega’s dat[het maken van slaven tot object] dan niet? Kun je de Europeanen verwijten, dat ze steeds meer kindslaven kochten?”Doorredenerend zijn de liquidaties, die worden toegeschreven aan crimineel Redouan T minder erg, omdat andere topcriminelen ook liquideren….Emmer noemt ook de mensonterende omstandigheden van de landarbeiders in Drenthe, die, in tegenstelling tot slaven, die dat wel kregen, geen huisvesting,moestuin en doktershulp hadden.Natuurlijk waren de omstandigheden van Drentse landarbeiders mensonterend,maar moet ik uitleggen, dat een dergelijke vergelijking schaamteloos is?Dat niet alleen slaven geen loon ontvingen, in tegenstelling tot het [weliswaar schamele] loon van landarbeiders, maar het fundamentele aan slavernij, dateen slaaf eigendom van zijn meester was, een Ding, dat kon worden gekocht enverkocht, zonder zeggenschap over zijn/haar leven?Dat zijn/haar kinderen konden worden verkocht zonder enige invloed van de slaaf daarop, in tegenstelling tot arme Drentse landarbeiderskinderen, die Emmer ook noemt?Niet alleen de vergelijking is absurd, maar de morele laagheid om onderdruktegroepen zo tegen elkaar uit te spelen.Het meest bizarre is nog, dat Emmer in een onderzoek de ruimte op slavenschepen vergeleek met die van landverhuizers op weg naar de Verenigde Staten [19e en begin 20e eeuw] en de ruimte, die er nu is in de economy class’ van een vliegtuig.Alsof vrije landverhuizers, hoe arm ook, alsof, nog bizarrer, toeristen, op wegnaar een vakantiebestemming, geketend worden vervoerd, gekocht worden ofverkocht?Sinds de 70 er jaren, toen Emmer zijn bagatelliseringstoer startte, tot 2021,heeft hij niets moreels bijgeleerd.Wordt het niet tijd, dat alle media deze apologeet vande misdaad tegen de menselijkheid, die slavernij heet, gaan weren? Astrid EssedAmsterdam
EINDE OPINIESTUK
Reacties uitgeschakeld voor Opinieartikel/Aanval op bagatellisering Westerse slavernij door historicus Piet Emmer
De aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images)Beeld Getty Images
[[Deze mailbrief is tevens cc gestuurd aan de heer Piet Emmer, emeritus hoogleraar, Universiteit Leiden, het Rijksmuseum en de kranten AD en ElsevierMagazine, omdat ook zij historicus Piet Emmer een podium gegeven hebben voor zijn bagatellisering van de Westerse slavernijZie in onderstaande brief, noot 7] AANREDACTIE DAGBLAD DE VOLKSKRANTOnderwerp: Uw facilitering van slavernij apologeet Professor EmeritusP. C. Emmer, Universiteit Leiden ”””Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdaden niet uitwissen”Vrij vertaald naar Shakespeare’s Macbeth [slaapwandelende Lady Macbeth,Act 5, Scene 1]” http://www.shakespeare-online.com/plays/macbeth_5_1.html
Geachte Redactie, Zoals u hebt kunnen lezen, begin ik mijn aanklacht tegen u [want dit is niet meerof minder dan een aanklacht] met een citaat uit William Shakespeare’s onvergetelijke toneelsruk/tragedie MacBeth [1]:””Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdaden niet uitwissen” [2],want dat is het Leitmotiv van mijn brief/aanklacht tegen uw publicatie vaneen artikel van genoemde Professor [vanaf nu voor het gemak ”de heer Emmer” of ”Emmer” genoemd], dd 22 juni jongstleden: ”Wie een beperkte blik op de slavernij wil, spoede zich naar het Rijksmuseum” [3] Want de heer Emmer heeft zich kennelijk van meet af aan [ooit heeft ondergetekende in de jaren zeventig een van de eerste hoor/gastcolleges bij hem gevolgd, aande Universiteit van Amsterdam, hetgeen tot veel commotie leidde] als Levensdoel gesteld, de Westerse slavernij, oftewel de transatlantische slavenhandel [4] en de daaruit voortvloeiende slavernij in de Amerika’s, opalle mogelijke manieren en drogeredenaties, op zijn vriendelijkst gezegd,te bagatelliseren.Over het inhoudelijke, waarvoor uw krant, door hem een podium te geven, moreel medeverantwoordelijk bent, kom ik zo te spreken. HOOR/GASTCOLLEGE IN DE JAREN 70]Eerst over dat gewraakte hoor/gastcollege uit het verleden, waarbij ondergetekende aanwezig was:De heer Emmer betoogde, dat de slavenhandel voor de toenmalige Republiek der Verenigde Nederlanden lang niet zo profijtelijk was, als was aangenomen [5],waarop een storm van kritiek losbarstte.Uit later onderzoek bleek, dat de winstmarge [nu ruimer berekend] groter was dan de heer Emmer had beweerd. [6]Maar de toenmalige kritiek op Emmer was niet zozeer zijn lage inschattingvan de profijtelijkheid, maar de nadruk, die hij daarop legde, waarbij de bagatellisering van deze misdaad tegen de menselijkheid om de hoek kwam kijken.Die neiging tot bagatellisering ben ik in een aantal andere publicaties/interviews ook tegengekomen, want niet alleen uw krant [eerlijkheid gebiedt dat te zeggen], maar ook andere media hebben Emmer in de loop der tijden ruim baan gegeven. [7] ARTIKEL EMMER ”WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM’ En dan nu het in uw Dagblad geplaatste artikel van Emmer, tevens dereden van deze Brief:”WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM'[8] Op dit artikel heeft ondergetekende een stevige kritiek geschreven, die uonder noot 9 kunt [moet zelfs, wil u mijn als hierop volgende korte samenvatting kunnen begrijpen en controleren op bronnen/feiten] lezen: SAMENGEVAT: In een AD artikel [10][dat echter naadloos aansluit bij zijn opvattingen inhet door u gepubliceerde artikel], bagatelliseert Emmer de slavernij/slavenhandel, doorde misdadige omstandigheden van de slavenhandel te vergelijken [qua ruimte]met de vrije overtocht, per vliegtuig/economy class, van vrije migranten, doorhet slavenhandel transport te vergelijken met de overtocht van landverhuizers naar de VS, die, hoe slecht de omstandigheden vaak ook, een overtocht van vrije mensen was, die niet geketend waren, wier vrouwen niet werden verkrachtdoor de bemanning.Die niet gekocht en verkocht werden bij aankomst in de VS. Emmer heeft in uw Volkskrant artikel de guts, de slechte omstandigheden van een Drents landarbeiderskind [dat hoezeer verpauperd ook, niet kon worden gekochten verkocht te vergelijken met die van een slavenkind in de Amerika’s. [12] Verder verwijst hij bij de Westers-Europese rooftochten van Afrikanen naarde rol van de Afrikaanse slavenhalers in opdracht van de blanken, de Arabischeslavenhandelaars, de Afrikaanse slavernij.Op zich juist, maar hij gebruikt deze eveneens huiveringwekkende zaken, omde rol van de Europese handelaars [in wier opdracht de slaven immers geroofd waren] te bagatelliseren. [13] BEWIJS?Emmer schrijft in zijn artikel o.a.”Dat de tentoonstelling geen wetenschappelijk, maar een activistisch karakter draagt blijkt ook uit de constatering dat de Europese slavenhandelaren slaven ‘tot object’ maakten. Deden hun Afrikaanse en Arabische collega’s dat dan niet? Kun je de Europeanen verwijten dat ze steeds meer kindslaven kochten?” [14]Ja, Redactie, de zin staat er ECHT:”Kun je de Europeanen verwijten dat ze steeds meer kindslaven kochten?” [15] En een dergelijke apologeet van slavenhandel en slavernij, die de ruimte op stinkende slavenschepen [16]met droge ogen vergelijkt met de volgens hem zo krappe ruimte in de Economy class, die onzin opmerkingenmaakt over ”loon” dat slaven zou worden uitgekeerd in de vorm van eten en kleding [17], die vindt, dat op deze misdaden tegen de menselijkheid geen ”hedendaagse morele oordelen” moeten worden toegepast [18], terwijl hij dondersgoed weet van het 17 eeuwse verzet tegenslavernij [hij noemt het zelf in een ander artikel] [19] Welnu, een dergelijke apologeet hoort niet thuis in uw krant, of welke andere krant ook, als u zichzelf tenminste ”kwaliteitskrant” wilt blijven noemen. Door Emmer’s artikel te hebben gefaciliteerd, hebt u zich, evenals andere media zoals Elsevier Magazine en AD [die deze mail cc ontvangen]moreel schuldig gemaakt aan het verspreiden van de bagatellisering van misdaden tegen de menselijkheid. [20] Dit is een schande.Een grotere schande is het, dat ik u daarop moet aanspreken. Stop hier dus direct mee en verleen geen publicitaire medewerking meer aan schrijfsels zoals van Emmer, die impliciet ofexpliciet, een van de Donkerste Bladzijden van de Westerse Geschiedenis, een Make Over geven. Ik verwacht, dat u mijn dringend verzoek, nee Eis, inwilligt. En excuses aan de nazaten van de tot slaafgemaakten zijn hier zeker op zijn plaats, want u weet waaraan u hebt meegewerkt. En denk er goed aan:””Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdaden niet uitwissen”[21]
Dat slavernij overal in de wereld voorkwam lijkt het Rijksmuseum niet te interesseren. De bezoeker krijgt de indruk dat de slavenhandel en slavernij voornamelijk Europese erfzonden zijn.
De met veel tamtam aangekondigde en inmiddels geopende tentoonstelling ‘Slavernij’ in het Rijksmuseum typeert de slaven vrijwel zonder uitzondering als zielige underdogs, terwijl veel wetenschappelijke studies van de laatste vijftig jaar keer op keer laten zien dat die gedweeë, sullige ‘Sambo’ zonder initiatief, die alles accepteert en zich naar believen laat straffen, vernederen en uitbuiten, nooit heeft bestaan.
De tentoonstelling documenteert slechts een aantal levensgeschiedenissen van slaven en die beperking verhindert dat er een aantal fundamentele problemen aan de orde komen, zoals de vraag waarom de Europeanen voor hun koloniën slaven uit Afrika en Azië haalden en niet uit hun eigen continent en waarom Afrika en Azië in staat bleken in de loop der eeuwen steeds meer slaven te leveren.
Morele oordelen
Bovendien worden zowel de bezoekers van de tentoonstelling als de lezers van de daarbij behorende bundel opstellen voortdurend geconfronteerd met hedendaagse morele oordelen zoals de verontwaardiging over het feit dat de slaven af en toe op zaterdag moesten werken. Pardon, een vrije zaterdag in de 18de en 19de eeuw?
Dat slavernij overal in de wereld voorkwam lijkt het Rijksmuseum niet te interesseren, waardoor de bezoeker de indruk krijgt dat de slavenhandel en slavernij voornamelijk Europese erfzonden zijn: ‘In Afrika leefden mensen in de koloniale tijd met de realiteit van mensenhandelaren, nomaden op paarden, die nachtelijke rooftochten organiseerden om mensen te ontvoeren.’
Niet gekoloniseerd
Het Rijksmuseum verzwijgt echter dat Afrika ten tijde van de Atlantische slavenhandel helemaal nog niet gekoloniseerd was en dat de ‘rooftochten’ en ‘ontvoeringen’ dus onmogelijk de Europeanen in de schoenen kunnen worden geschoven.
Tegen alle logica beweert de directeur van het Rijks, Taco Dibbits in het voorwoord van het magazine voor scholieren Slavernij en nu? dat ‘de arbeiders op de plantages niet betaald’ kregen. Zou hij werkelijk geloven dat de plantagebezitters hun voor veel geld gekochte slaven lieten verhongeren?
Beloning
Niets is minder waar. Zo kregen de slaven van de Surinaamse plantage ‘Catharina Sophia’ in de 19de eeuw weliswaar geen geld, maar gemiddeld 94,57 gulden per jaar aan voedsel en 13,58 gulden aan kleding en huishoudelijke artikelen alsmede huisvesting, het gebruik van een moestuin en medische zorg.
In dezelfde tijd verdienden de landarbeiders in Drenthe ongeveer 150 gulden per jaar zonder huisvesting, moestuin en doktershulp. Bovendien wijst de directeur op de Nachtwacht van Rembrandt met daarop een jong kind met een donkere huidskleur en vraagt: ‘En waarom moest hij als kind al werken?’. Is hij niet op de hoogte van het feit dat in Rembrandts tijd en nog velen eeuwen daarna kinderarbeid heel normaal was?
Bezit
Zonder enig bewijs meldt de tentoonstellingsbundel dat slaven geen bezit mochten hebben. Hoe was het dan mogelijk dat sommige slaven zichzelf vrijkochten en waar kwam in het eerste jaar na de vrijverklaring die koopgolf onder de ex-slaven vandaan? Ook beweert de bundel dat slaven niet mochten lezen en schrijven, maar hoe kon de zwarte abolitionist (voorstander afschaffing slavernij, red.) Equiano dan zijn memoires schrijven als hij dat als slaaf niet had geleerd? De slaven waren het eigendom van een ander en ‘daarom kon er juridisch gezien geen sprake van mishandeling of verkrachting zijn’ door de eigenaar.
Waarom zijn er dan processen gevoerd tegen planters, die een slaaf hadden gemarteld of gedood? Dat de tentoonstelling geen wetenschappelijk, maar een activistisch karakter draagt blijkt ook uit de constatering dat de Europese slavenhandelaren slaven ‘tot object’ maakten. Deden hun Afrikaanse en Arabische collega’s dat dan niet? Kun je de Europeanen verwijten dat ze steeds meer kindslaven kochten?
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat alleen Afrikaanse handelaren bepaalden hoeveel man-, vrouw- en kindslaven te koop werden aangeboden. Zelfs de plantageklok, die ’s morgens het begin van de werkdag aankondigde, is volgens het Rijksmuseum een symbool van uitbuiting en geweld. Maar zou dat instrument net als in Europa geen middel zijn geweest om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?
Wie hoopt dat de tentoonstelling hem of haar op de hoogte brengt van de laatste wetenschappelijke inzichten hoeft het Rijksmuseum niet te bezoeken, maar wie zijn stereotiepe opvatting over de slavenhandel en slavernij bevestigd wil zien, komt in het Rijksmuseum ruimschoots aan zijn trekken.
Piet Emmer is auteur van De geschiedenis van de Nederlandse slavernij in een notendop (2021).
”De indruk kan ontstaan zijn dat de slavenhandel een essentieel onderdeel van de Nederlandse economie vormde en dat afschaffing van de slavernij de economisch totaal ontwricht zou worden. Volgens P.C. Emmer is die gedachte beslist niet waar. Hij stelt dat de Nederlandse slavenhalers op hun hoogtepunt jaarlijks dertig slavenschepen lieten uitvaren, maar dat deze schepen samen nog geen één procent vormde van de totale koopvaardijvloot, die toen geschat werd op ongeveer vierduizend schepen. Ook voor de werkgelegenheid vormde de slavenvaart geen absolute noodzakelijkheid. Emmer stelt het aantal zeevarenden op slavenschepen op duizend tot twaalfhonderd, en dat in de hoogtijdagen. Als er in ogenschouw wordt genomen dat de werkgelegenheid in de scheepvaart vele malen groter was (volgens Emmer ongeveer 44.700 in 1770) dan vormen de ruim duizend slavenhalers slechts een zeer kleine, haast onbetekende groep.”……….”Maar was de slavenhandel van essentieel belang voor de gehele Nederlandse economie? Met andere woorden: hadden de Nederlanden zonder slavenhandel gekund, bijvoorbeeld als zij als enigen ter wereld een verbod op slavenhandel naleefden? Emmer meent dat de Nederlanden zonder veel moeite van slavernij hadden kunnen afzien. Nederlandse plantages hebben nooit meer dan de helft van de geïmporteerde suiker en koffie geleverd, en dit zou gemakkelijk door het buitenland kunnen worden opgevangen. Daar een groot deel van de Atlantische handel en scheepvaart mogelijk werd gemaakt door de inzet van buitenlandse gastarbeiders, zou het hoogstens betekenen dat er minder gastarbeiders naar de Nederlanden waren gekomen op zoek naar werk” HISTORIENDE NEDERLANDSE SLAVENHANDEL IN DE 17E EN 18 E EEUW http://www.historien.nl/geschiedenis-van-de-nederlandse-slavenhandel/
De Nederlandse slavenhandel in de zeventiende en achttiende eeuw wordt over het algemeen als zeer winstgevend omschreven. Maar klopt die stelling ook? Een onderzoek naar de geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel.
Het Nederlandse handelsverleden wordt dikwijls geassocieerd met de successen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Vuistdikke handboeken zijn verschenen over dit onderwerp en de publicatiestroom over deze roemruchte handelsonderneming is nog lang niet ten einde. De herinnering aan de VOC is in de hedendaagse literatuur nog springlevend, maar de geschiedenis van haar wellicht even roemruchte, op “de West” varende tegenhanger wordt enigszins tekort gedaan. Misschien heeft dit tekort aan aandacht ook te maken met het feit dat deze West-Indische Compagnie (WIC), in tegenstelling tot de VOC, voornamelijk periodes van economische tegenspoed en onzekerheid kende en dat het voornaamste deel van haar handelswaar uit slaven bestond.
Slavenhandel: een winstgevend bedrijf?
De handelssuccessen van de WIC lijken paradoxaal: de slavenhandel was kennelijk niet succesvol genoeg en het lijkt dan voor de hand te liggen om over te gaan op andere “handelswaar”. De WIC deed dit echter niet; de Nederlandse slavenhandel bleef bijna twee eeuwen standhouden, tot uiteindelijk in 1818 ook in de Nederlanden de handel in slaven werd afgeschaft. Er moet dus een goede reden zijn geweest om deze verlieslijdende handel te continueren. Maritiem historicus Willem Flinkenflögel laat in zijn werk “Nederlandse slavenhandel” (1621-1803) de zeventiende eeuwse Zeeuwse arts en slavenkeurder D.H. Gallandat aan het woord. Gallandat stelt “dat er vele bedrijven plaatshebben, die ongeoorloofd zouden schijnen, indien er geen bijzonder voordeel in te vinden was. Getuige hiervan is de slavenhandel, die men alleen door het voordeel dat hij aan de kooplieden toebrengt, van onwettigheden kan vrijspreken”. Maar over welk voordeel voor de kooplieden heeft Gallandat het hier? Ook Flinkenflögel stelt immers dat de koopmanslogica van Gallandat geen stand lijkt te houden tegen de hedendaagse opvatting dat de Nederlandse slavenhandel weliswaar een hardnekkig bestaan leidde, maar in termen van winst niet bijster interessant was. Om de “waarom-vraag” te kunnen beantwoorden, is het noodzakelijk om eerst een uiteenzetting te geven over de vroegste geschiedenis van de WIC.
Oprichting van de WIC
De Brit Jonathan Israel stelt in zijn werk “Nederland als centrum van de wereldhandel, 1585-1740” heel duidelijk dat de Nederlandse zeelieden zich in de beginfase van deze kaperoorlog afzijdig hielden. De Lage Landen waren volgens Israel tegen het einde van de vijftiende eeuw gespecialiseerd in het vervoer van bulkgoederen, zoals de graanhandel op het Oostzeegebied. Graanoverschotten werden naar het Middellandse Zeegebied getransporteerd, waar de Nederlandse zeelieden zout haalden. Dit zout was nodig voor een ander belangrijk Nederlands handelsproduct: haring. De Europese handel verliep voor deze Nederlandse handelaren dermate voortvarend dat er geen behoefte was aan de perikelen met Spanje in bijvoorbeeld het Caribisch gebied.
Rond 1590 ziet Israel een keerpunt. Vanaf die tijd spreekt hij van de hegemonie in de wereldhandel van de Nederlandse stapelmarkt. Dit zou het gevolg zijn van een belangrijke verandering in de oorlog tegen Spanje. De Spanjaarden hadden het embargo tegen de Nederlanders beëindigd omdat zij dringend door de Nederlanders moesten worden voorzien van Baltisch graan en scheepsbenodigdheden, terwijl ze het embargo tegen Engeland in stand hielden. Naast de handel met de Spanjaarden voerden de Zeven Provinciën ook een groot en succesvol offensief uit (1591). De ontstane situatie zorgde voor het aantrekken van een handelselite, waardoor de economie een enorme impuls kreeg.
In 1598 kondigde de Spaanse koning echter strenge maatregelen aan om de zoutafname van de Nederlanders een halt toe te roepen. Vanaf dit moment waren de Nederlandse handelaren genoodzaakt het zout uit het Caribisch gebied te halen. Dit werd door de Spanjaarden zoveel mogelijk bestreden, maar voordat het tot een echt conflict kon komen, zorgde het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) ervoor dat het zout weer in Spanje gehaald kon worden.
Dat de Nederlandse zouthalers na de beëindiging van het Twaalfjarig Bestand kennelijk geen vertrouwen hadden in de Spaanse gastvrijheid blijkt uit het feit dat onmiddellijk na afloop van het Bestand werd overgegaan tot de oprichting van de “Geoctroyeerde Westindische Compagnie”. Omdat de Nederlanden inmiddels weer volop in oorlog waren met Spanje en de kosten voor de vloot zoveel mogelijk gedekt moesten worden, was de WIC genoodzaakt haar inkomsten voornamelijk op oorlogsbuit en kaapvaart te baseren.
De eerste dertig jaar van haar bestaan werd de WIC vooral gekenmerkt door een zeer agressief en expansief beleid om met name het katholiek Spanje en Portugal zo hard mogelijk te treffen. Kaapvaart, in tegenstelling tot zeeroverij door de overheid toegestaan, en gebiedsverovering waren hiervoor de meest effectieve middelen. Volgens Johannes de Laet, die in zijn “Iaerlijck Verhael” de verrichtingen van de WIC beschrijft, werden de Spanjaarden en Portugezen tussen 1623 en 1636 van niet minder dan 547 schepen beroofd.
Van kaapvaart naar slavenhandel
De overstap van kaapvaart naar slavenhandel lag in eerste instantie niet echt voor de hand. Het werd zelfs in de beginjaren der compagnie op calvinistische gronden verworpen. In zijn werk “The Dutch in the Atlantic Slave Trade 1600-1815” haalt Johannes Menne Postma een citaat aan uit het toneelstuk “Moortje”, van de Nederlandse dichter Brederode: “Inhumane custom! Godless rascality! That people are being sold, like horselike slavery. In this city there are also those, who engage in that trade. In Farnabock, but God will know”.
Na de verovering van Recife in Brazilië vond er een ommekeer plaats en werd de slavenhandel al snel begonnen. Deze verandering was mogelijk doordat de commerciële voordelen van de slavenhandel inmiddels volledig duidelijk waren. Volgens de Leidse hoogleraar P.C. Emmer behaalden de Engelsen met hun slavenhandel gemiddelde winstpercentages van zes tot zeven procent. In deze tijd niet bijster veel, in die tijd volgens Emmer volstrekt normaal. Een tweede factor die de slavenhandel niet alleen mogelijk maakte maar zelfs legitimeerde was het feit dat belangrijke theologen de slavenvaart niet langer in strijd achtten met het calvinistische gedachtegoed. Indien er werd gehandeld in niet-christenen, werd de slavenhandel toegestaan.
Nu in principe niets de Nederlandse slavenhandel nog in de weg stond, wilden de slavenhalers zich verzekeren van een regelmatige aanvoer van slaven ten behoeve van de plantages. Om dit te bewerkstelligen werden er plaatsen aan de West-Afrikaanse kust veroverd om als “slaven-inzamelingspunt” te dienen. In 1637 werd Elmina, het grote Portugese slavenhandelbolwerk, door Nederlanders aangevallen en ingenomen. Elmina zou vanaf dit moment tot aan de opheffing van de WIC het hoofdkwartier van de compagnie in West-Afrika zijn. In 1641 volgde een andere Portugese nederzetting, Luanda. De WIC breidde haar macht aan de Afrikaanse westkust gestaag uit, waardoor de slavenhandel pas echt goed op gang kon komen. Dit was ook hard nodig, daar de Nederlanders in Brazilië de op de Portugezen veroverde suikermolens weer in gebruik wilden nemen. De meeste slaven waren echter gevlucht en de toenmalige bestuurder van Nederlands-Brazilië, Johan Maurits van Nassau (1636-1644) werd bedolven onder verzoeken om voor voldoende aanvoer van “levend ebbenhout” te zorgen. Afrikaanse slavenhandelaren haalden slaven uit Dahomey, Angola en andere West-Afrikaanse landen en ruilden ze aan de kust tegen goederen uit de Republiek. De slaven werden vervolgens naar Amerika getransporteerd alwaar ze weer geruild werden tegen tropische producten, die dan weer naar de Republiek vervoerd werden. Deze handel is beter bekend onder de naam “driehoeksvaart”.
Een belangrijke rol was voor Curaçao weggelegd. Dit eiland werd langzamerhand het Nederlandse verzamelcentrum voor slaven. Vanaf Curaçao werden slaven vervoerd naar Spaans Zuid-Amerika en de Franse en Engelse eilanden in de regio. De meeste slaven gingen naar Suriname, dat vanaf 1668 definitief in Nederlandse handen was.
Problemen voor de WIC
Hoewel de slavenhandel onverminderd doorging, kwam de WIC in grote problemen. De compagnie ontketende in de eerste helft van de jaren veertig van de zeventiende eeuw een nieuwe reeks roofovervallen op Spaanse bezittingen in het Caribisch gebied, maar onttrok daarvoor manschappen aan Nederlands-Brazilië. De WIC weigerde ook in te stemmen met een voorgesteld bestand van de nieuwe Portugese koning, nadat Portugal in december 1640 tegen de Spanjaarden in opstand was gekomen en zich had losgemaakt. Een bestand zou immers de gebiedsuitbreiding in Nederlands Brazilië tot stilstand brengen en een einde maken aan de roofovervallen op Portugese schepen. Het bestand werd echter toch gesloten, met als gevolg dat de Portugese suikereconomie in Brazilië weer sterk kon opleven. De concurrentie met de Nederlandse suikerplanters nam sterk toe, waardoor ook de polarisatie tussen de Nederlandse en Portugese planters toenam. Een opstand der Portugezen was het gevolg. Nederlands-Brazilië was verloren. Nadat de rust tussen de Nederlanders en de Portugezen was teruggekeerd werden er verdragen en handelsovereenkomsten gesloten, waardoor de rust tussen deze twee groepen bestendigd werd.Heel anders was de relatie met de Engelsen. De Engelse marine slaagde er keer op keer in om de Nederlandse slavenvaart grote schade te berokkenen.
Op de Afrikaanse kust zaten Nederlanders en Engelsen elkaar enorm in de weg, maar geen van beide partijen wist het tij in het eigen voordeel te keren, wegens gebrek aan manschappen.Afgezien van de buitenlandse concurrentie lag de grootste factor die het monopolie van de WIC aantastte volgens P.C. Emmer in eigen land. Na het faillissement van de WIC in 1674 ten gevolg van het echec in Brazilië, werd in hetzelfde jaar een nieuw octrooi aan de compagnie verleend (ook wel de tweede WIC genoemd). Groot verschil was dat het handelsmonopolie van de WIC niet werd voortgezet. Iedereen die handel wilde drijven in het Atlantisch gebied, kon zijn gang gaan, op voorwaarde dat er een belasting werd betaald aan de WIC. Alleen de slavenhandel bleef een WIC-aangelegenheid. Ondanks dit slavenhandelsmonopolie slaagde de WIC er niet in om winst te maken, zelfs niet met enorme overheidssubsidies. Volgens Emmer had dit te maken met factoren die niets met slavenhandel te maken hadden. Zo werd de tweede WIC opgezadeld met schulden van de eerste WIC en werd een dure, gedecentraliseerde districtsstructuur zonder wijzigingen overgenomen. Bovendien was de tweede WIC ook geen zuivere slavenhandelsrederij. Zij verdedigde ook en aantal forten en koloniën in het Caribisch gebied en Afrika, waarmee enorme kosten gemoeid waren.
De periode van vrije slavenhandel
Ook aan het WIC-monopolie op de slavenvaart kwam een einde. Volgens Flinkenflögel was het WIC-monopolie op de slavenhandel vele planters en reders een doorn in het oog, daar zij het in strijd met de “mare liberum” gedachte achtten. Daarnaast was het in de achttiende eeuw zo dat de vraag naar slaven het aanbod overtrof. Tussen 1730 en 1738 verviel het monopolie van de WIC en werd de vrije slavenhandel een feit. Wat overbleef was dat de vrije slavenhandelaren nu “recognitiegelden” dienden te betalen aan de WIC. Het was het einde van de WIC als transatlantisch slavenexporteur.Met de geleidelijke opheffing van het WIC monopolie op de slavenhandel namen de Zeeuwen met hun “Middelburgse Commercie Compagnie” (MCC) een vooraanstaande rol in wat betreft de Nederlandse slavenhandel. In 1754 had de MCC zo”n belangrijke plaats veroverd op het gebied van de slavenhandel, dat zij niet langer verplicht was de recognitiegelden aan de WIC af te dragen.
Relatie tussen verlies en sterfte
Vanaf 1730, het aanbreken van de periode van vrije slavenhandel, kan met enige zekerheid iets worden gezegd over de rentabiliteit van de Nederlandse slavenhandel. Volgens P.C. Emmer komt dit doordat er vanaf dat moment geen vermenging meer was van overheidstaken en commerciële activiteiten. Emmer stelt echter ook dat een er slechts een beeld te geven is van winst en verlies, aangezien alleen de boekhouding van slechts één slavenhandelsrederij, de MCC, bewaard is gebleven. Zelfs van de WIC is geen enkele complete boekhouding terug gevonden. Postma voegt daaraan toe dat vergelijking moeilijk is doordat elke slavenhandelende natie zijn eigen munteenheid, gewichtseenheden en maten kende. In de Nederlanden waren zelfs twee monetaire systemen: de Zeeuwen gebruikten het Vlaamse pond, de rest van de Republiek hield vast aan de gulden. Daarnaast hanteerden de slavenhandelaren een variëteit aan maateenheden. Op basis van gegevens over de waarde van schepen, gebouwen en andere bezittingen komt Emmer tot een jaarlijks winstpercentage van twee tot drie procent, wat hij normaal acht voor die tijd. Hij stelt echter ook de vraag waarom de directeuren van de MCC hier genoegen mee namen. Immers, het geld had net zo goed simpelweg op de bank gezet kunnen worden. Emmer vermoedt dat de investeerders in de compagnie hoopten op snelle en hoge winsten. Zonder tegenslagen was dat ook vast mogelijk geweest, maar de werkelijkheid was anders. Een aantal slavenreizen van de MCC leverden inderdaad vijftig tot tachtig procent winst op, maar minstens evenveel ondernemingen eindigden met een negatief resultaat. Dit had met name te maken met de hoge sterfte onder de slaven (voor oorzaken, zie tabel 1), waardoor verliespercentages van twintig tot dertig procent vrij normaal waren.
Tabel 1: doodsoorzaken van slaven op slavenschepen in de achttiende eeuw
Het is enigszins vreemd dat de Engelsen, gelet op de winstpercentages, aanzienlijk succesvoller waren in de slavenhandel. Engelse slavenhalers boekten een gemiddeld winstpercentage van zes tot zeven procent, ruim het dubbele van de Nederlanders. Hoe was dit nu mogelijk? Emmer wijst opnieuw op de sterfte onder de slaven. De Engelsen kochten over het algemeen gezondere en conditioneel beter slaven in op de welvarende delen van de Afrikaanse kusten. Ook verzorgden de Engelsen hun slaven beter. Zo hadden de Engelsen een ingenieus luchtverversingssysteem ontwikkeld, tot jaloezie van de Nederlanders.
Vrijman citeert uit een niet nader genoemde bron om de situatie op de Nederlandse slavenschepen te omschrijven:“Vochtig weer en sterken wind belet hebbende de luchtgaten te openen begonnen koortzen en roode loop de negers te plaagen: hun vertrek was zoo ondraaglijk heet, dat ik er maar een oogenblik in konde verblyven. De hitte alleen maakte dit niet onmogelyk; de planken waren zoo met bloed bevlekt dat deze arme menschen als het ware daarin zwommen. Als zy door de ziekte door hun vel en hun vleesch komen, kwynen zy nog enige tyd in die toestand; door het liggen op de planken, waardoor de uitstekende knoken, vooral by de zieken, dikwijls ontveld worden, treed dikwijls koud vuur in, totdat de barmhartige God hen den dood toezend, om dit leven van ellende te eindigen”.
De Engelse schepen beschikten ook over meer scheepsartsen met ervaring in de slavenhandel en deze artsen wisten de sterfte eveneens te beperken. In tegenstelling tot Emmer heeft Vrijman echter juist kritiek op de Engelsen en Fransen en roemt hij de Nederlanders: “Door schade en schande wijs geworden, behandelde de Loffelijke Westindische Compagnie” haar transporten buitengewoon goed, althans in vergelijking met hetgeen de zwarten op de Engelsche en Fransche schepen te verduren hadden..De Edele Compagnie huldigde een gezond koopmansprincipe; een goede behandeling van de koopwaar is de beste waarborg, dat de lading goed geconditioneerd overkomt, met de minste verliezen door sterven, ziekten en anderszins. Vooral op Engelsche schepen kon het bar toegaan. In laatere tijden voeren eenige wel een dokter, maar die was er dan ook naar!”. De beschrijvingen van Vrijman lijken de feitelijke waarheid echter geweld aan te doen.
Neergang van de slavenhandel in de achttiende eeuw
Tegen het einde van de achttiende eeuw kreeg de Nederlandse slavenhandel een enorme klap te verwerken. De planters in Suriname hadden zoveel geld in Nederland geleend, dat zij op een gegeven moment niet langer in staat waren om de rente te betalen, laat staan dat zij bij machte waren om de hoofdsom terug te betalen en velen van hen gingen failliet. De financiële crisis die in 1773 volgde zorgde voor een scherpe terugval in de afname van slaven in Suriname. De reders probeerden de Staten-Generaal te bewegen tot het afschaffen van de belasting op het “uittreden”schepen. De Staten-Generaal stemden in 1789 in, omdat de handel op de West van levensbelang was voor de Nederlandse planters in dat gebied. De Staten-Generaal meende dat de slavenhandel aangemerkt diende te worden als onafscheidelijk van de bloei en voorspoed van de koloniën in de West.
Het aantal uittredingen na 1780 was inmiddels gedaald tot slechts drie tot vier per jaar. Het lijkt dan voor de hand te liggen dat de campagne om een einde te maken aan de slavenhandel juist in Nederland succes zou hebben. Niets was echter minder waar. Juist in Nederland waren in deze tijd nauwelijks protesten te horen tegen de slavenhandel, terwijl er in Engeland vreemd genoeg een effectieve lobby voor de afschaffing van de slavenhandel ontstond. De Nederlanders wilden echter van geen wijken weten en meenden dat de winsten in de slavenhandel weliswaar laag waren, maar dat deze tak van commercie voor de Nederlandse economie van groot belang was.
Het economisch belang van de Nederlandse slavenhandel
De indruk kan ontstaan zijn dat de slavenhandel een essentieel onderdeel van de Nederlandse economie vormde en dat afschaffing van de slavernij de economisch totaal ontwricht zou worden. Volgens P.C. Emmer is die gedachte beslist niet waar. Hij stelt dat de Nederlandse slavenhalers op hun hoogtepunt jaarlijks dertig slavenschepen lieten uitvaren, maar dat deze schepen samen nog geen één procent vormde van de totale koopvaardijvloot, die toen geschat werd op ongeveer vierduizend schepen. Ook voor de werkgelegenheid vormde de slavenvaart geen absolute noodzakelijkheid. Emmer stelt het aantal zeevarenden op slavenschepen op duizend tot twaalfhonderd, en dat in de hoogtijdagen. Als er in ogenschouw wordt genomen dat de werkgelegenheid in de scheepvaart vele malen groter was (volgens Emmer ongeveer 44.700 in 1770) dan vormen de ruim duizend slavenhalers slechts een zeer kleine, haast onbetekende groep.
Vervolgens meent Emmer dat deze marginale aantallen het belang van goederen en slaven die naar West-Afrika en West-Indië werden geïmporteerd en geëxporteerd, kunnen verhullen. Op één of andere manier was dit alles van vitaal belang voor de Nederlandse economie. Hij baseert zijn stelling op een aantal interessante cijfers. Rond 1770 voerden de Nederlanden voor 60 miljoen gulden in uit de buitengebieden. Slechts 20 miljoen kwam echter voor rekening van de VOC. De overige veertig miljoen werd door Afrika en de West geleverd, waarvan de helft direct uit de Nederlandse koloniën kwam. De slavenhandel heeft indirect zo”n vijftien procent van de invoer voor haar rekening genomen. De slavenhandel was derhalve een belangrijke motor van de Nederlandse import en export.
Maar was de slavenhandel van essentieel belang voor de gehele Nederlandse economie? Met andere woorden: hadden de Nederlanden zonder slavenhandel gekund, bijvoorbeeld als zij als enigen ter wereld een verbod op slavenhandel naleefden? Emmer meent dat de Nederlanden zonder veel moeite van slavernij hadden kunnen afzien. Nederlandse plantages hebben nooit meer dan de helft van de geïmporteerde suiker en koffie geleverd, en dit zou gemakkelijk door het buitenland kunnen worden opgevangen. Daar een groot deel van de Atlantische handel en scheepvaart mogelijk werd gemaakt door de inzet van buitenlandse gastarbeiders, zou het hoogstens betekenen dat er minder gastarbeiders naar de Nederlanden waren gekomen op zoek naar werk. Maar dan nogmaals: waarom de invoering en vooral voortzetting van de slavernij, terwijl investeerders hun geld wellicht ook in andere, winstgevende projecten konden steken? Emmer verwerpt deze gedachte met de stelling dat het kapitaal dat in de slavenhandel geïnvesteerd was, niet zo simpel ergens anders onder te brengen was. Ook acht hij het niet als vanzelfsprekend dat de schepen die actief waren in de slavenhandel, dan zomaar op andere routes konden worden ingezet. “In de moderne economie gaan de experts steeds uit van de veronderstelling dat er voor elke economische activiteit wel een alternatief bestaat en dat er steeds sprake is van economische groei. Beide verschijnselen waren in het Nederland van de zeventiende en achttiende eeuw helemaal niet vanzelfsprekend”, aldus Emmer. Bovendien maakten Amsterdamse handelshuizen goede winsten bij het transport en de verkoop van plantageproducten.
Bijzondere belangen van de slavenhandelaars
Hoewel Emmer een plausibele verklaring geeft voor de voortzetting van de slavernij, kunnen er toch kanttekeningen worden geplaatst. Slavenhandel mag dan wel een belangrijke motor voor de in- en export geweest zijn, het was volgens Emmer ook geen absolute noodzaak voor het gezond houden van de Nederlandse economie. De slavenhandelaren leden een financieel onzeker bestaan, waarbij verlies en winst elkaar snel en met grote marges afwisselden. Dat lijkt in ieder geval een weinig aantrekkelijk toekomstbeeld voor deze handelaren. Is het dan werkelijk de goede hoop die velen van hen hadden, dat de slavenhandel op en dag wel die vaste winst opleverde waar velen van hen ongetwijfeld naar verlangden? Of waren er juist andere motieven, om toch zo lang en zo hardnekkig aan de slavenhandel vast te houden. Om deze vragen te kunnen beantwoorden, dienen de werken van Postma en Flinkenflögel ter hand genomen te worden.
Postma geeft in navolging van Emmer eveneens aan dat de slavenhandelaren deels werden gedreven door goede hoop. “Even if an assessment of profitability of individual slaving ventures shows erratic and low financial gains, there was always the gambling mentality to keep slave traders going; the next venture could always be better”. Aangezien zowel Postma als Emmer dit argument naar voren brengen, kan worden aangenomen dat deze ogenschijnlijke naïviteit van de slavenhandelaren een bepaalde rol speelde. Ook zegt Postma dat de slavenhandel niet op zichzelf stond. Het was een onderdeel van een veel groter systeem waartoe ook de plantages, nederzettingen en nationale economie behoorden. Maar dan slaat Postma een andere weg in. Hij stelt namelijk dat “many of the merchants involved in the slave trade also owned plantations in Surinam, and they knew that unless fresh slaves were brought from Africa, their other investment would suffer. This is illustrated by the slaving firm, Coopstad en Rochussen of Rotterdam, and also by repeated requests written by West-Indian planters”. Dit is een zeer belangrijk gegeven. Daar veel planters dus zelf eigenaar van één of meerdere plantages waren en zij dus niet als slavenhandelaren maar als planters afhankelijk waren van de slavenhandel, kan er worden gesproken van eigen belang als belangrijke reden voor het voortzetten van de slavenhandel.
Flinkenflögel voegt daaraan toe dat het niet enkel ging om slavenhandelaren die eigenaars van de plantages waren. De meeste rederijen hadden ook reusachtige kredieten aan plantage-eigenaren verstrekt, en het aanleveren van slaven was zodoende noodzaak, om te voortkomen dat hun onderpand failliet ging. Het lot van de Nederlandse West-Indische plantagekoloniën lag daardoor in handen van Nederlandse geldschieters van wie een aantal tevens slavenhandelaar was. Slavenhandel en plantagebezit waren onlosmakelijk met elkaar verbonden. De handel in dienstbaren, zoals de slaven ook wel genoemd werden, stond niet op zichzelf, maar was slechts een component van de complexe handel tussen de Republiek, West-Afrika en West-Indië.
Het einde van de slavenhandel
Het begin van het einde van de slavenhandel begon in de jaren zeventig van de achttiende eeuw. Hoewel de slavenhandel eerste jaren nog een hoogtepunt bereikte, bracht de economische recessie van 1773 de activiteiten rond de slavenhandel een zware klap toe. In 1780 tenslotte koos de Republiek openlijk de kant van de Amerikaanse opstandelingen tijdens de Amerikaanse Revolutie. Hierdoor raakte de Republiek in de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) verzeild. Helaas voor de Nederlanders was de Engelse Marine heer en meester op de wereldzeeën en de oorlog had dan ook rampzalige gevolgen voor de Nederlandse slaafvaart. Veel Nederlandse schepen werden door de Engelsen buitgemaakt, het aantal vervoerde slaven daalde drastisch en in 1783 kwam er zelfs geen enkele slaaf aan in West-Indië. De slavenhandel werd echter niet beëindigd. Met het einde van de oorlog met Engeland in 1784 kwam de slavenhandel weer op gang en in 1793 werd zelfs een kleine piek bereikt (tabel 2).
Tabel 2: slavenvervoer 1780 – 1803
Years
From Africa
To Surinam
To Demerara
Other Destinations
Unknown Dest.
Totals imports
1780-1784
5905
1856
840
1334
975
5005
1785-1789
7399
2423
2793
865
6081
1790-1795
9240
3605
1177
1566
2195
8543
1802-1803
1206
1087
1087
Total
23750
8971
4810
2900
4035
20716
Bron: Postma, 285.
Het was slechts een tijdelijke opleving. In 1795 kwam de Republiek, nu de Bataafse Republiek geheten, als bondgenoot van Frankrijk opnieuw in oorlog met Engeland. Vrijwel direct kwam de volledige Nederlandse Atlantische slavenhandel stil te liggen. Na het Verdrag van Amiens (1802) volgde nog een laatste opleving, maar de hervatting van de oorlog in 1803 betekende de doodssteek voor de Nederlandse slavenhandel. Net zoals in de periode 1799-1802 kwamen de Nederlandse plantages onder Brits protectoraat en werden daardoor ook bevoorraad door Engelse slavenhandelaren in plaats van de Nederlanders.
Na de beëindiging van de oorlog in 1815 keerde de rust terug, maar niet de slavenhandel. Net als de Amerikanen hadden de Britten de handel in slaven wettelijk verboden. In principe kon dit de Nederlanders er niet van weerhouden de slavenhandel weer op te pakken. De in 1813 uit ballingschap in Engeland teruggekeerde koning Willem I stemde de Britten gunstig door geen toestemming te geven voor een voortzetting van de slavenhandel. Of dit een humanitaire overweging was, valt moeilijk na te gaan. Tactisch was het in ieder geval wel. In ruil voor het afwijzen van slavenhandel wist Willem I zich te verzekeren van Engelse steun bij de uitbreiding van het Nederlandse koninkrijk en was er grote kans dat de Nederlandse gebieden die tijdens de oorlogen onder Brits protectoraat gekomen waren, weer overgingen in Nederlandse handen.
De Nederlandse slavenhandel werd uiteindelijk in juni 1814, per koninklijk decreet, voorgoed afgeschaft.
Conclusie
De periode van de Nederlandse slavenhandel wordt gekenmerkt door complexiteit. Belangrijk is in ieder geval dat slavenhandel in eerste instantie geen doelstelling van de WIC was, terwijl de WIC vaak onlosmakelijk wordt verbonden met deze handelspraktijken. Slavenhandel ontstond pas toen de economische voordelen (met Engelse en Franse slavenhandel als voorbeeld) en economische noodzaak (arbeid voor de plantages in de West) duidelijk werden.
Duidelijk is ook dat slavenhandel geen zuiver Europese (en later ook Amerikaanse) aangelegenheid was. De Afrikaanse slaven werden immers gekocht van Afrikaanse, inheemse slavenhandelaars. De blanken waagden zich slechts in de kuststreken.
Was de slavenhandel nodig? Achteraf bekeken niet, maar tot in de hoogste regionen van de regering heerste de overtuiging dat het een absolute noodzaak was, om de plantages te voorzien van arbeidskrachten. Emmer heeft uiteengezet dat dit niet nodig was: zonder suiker en koffie van de Nederlandse plantages zou het via de Engelsen geïmporteerd kunnen worden. Ook hoefden de plantages in principe niet afhankelijk te zijn van de Nederlandse slavenhalers: immers, tijdens de perioden van Brits protectoraat werden dezelfde plantages door Britse slavenhalers bevoorraad. Postma heeft echter aangetoond dat de Nederlandse slavenhandel noodzakelijk was omdat slavenhandel en plantage-economie onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Vele slavenhandelaren bezaten plantages en derhalve bevoorraadden ze hun eigen projecten. Hetzelfde geldt voor de rederijen en de kredietverstrekkers. De plantage-eigenaren hebben diep in de schulden gezeten en om de investeringen veilig te stellen, dienden slaven te worden geleverd.
Het einde van de slavenhandel werd voor een groot deel bepaald door externe gebeurtenissen. De oorlogen met Engeland gaven echter de doodssteek. Daar de slavenhandel al lang had stilgelegen en de afschaffing gepaard ging met Britse steun voor de uitbreiding van het Nederlandse koninkrijk alsmede de teruggave van de tijdens de oorlogen verloren gebieden, was de Nederlandse slavenhandel vanaf 1814 voorgoed verleden tijd.
EINDE ARTIKEL
[6]
”Uiteraard was hun doel winst, maar door moeilijkheden aan de Afrikaanse kust, hoge sterfte aan boord (gemiddeld zo’n 20 procent van de menselijke ‘lading’) en verzet van de tot slaaf gemaakten zelf lukte dit lang niet altijd. Piet Emmer komt zelfs tot de conclusie dat de winstmarges verwaarloosbaar waren. Maar onlangs hebben de historici Karwan Fatah-Black en Matthias van Rossum betoogd dat dit oordeel vooral gebaseerd is op een extreem beperkte definitie wat gerekend moet worden tot de ‘winst’ van de slavenhandel. Zij berekenden de ‘bruto-marge’ van de slavenhandel – de verschillen tussen de inkoopprijs en verkoopprijs voor de honderdduizenden verhandelde mensen. Een deel van die marge kwam als winst in de boeken van handelsmaatschappijen als de WIC en de MCC, maar de rest van die marge verdween niet in de lucht. Ze vulde de zakken van de toeleveranciers en scheepsbouwers, van geldschieters en andere tussenpersonen.”
Op 1 juli 1863 schafte Nederland als een van de laatste Europese landen bij wet de slavernij af in Suriname en de Antillen. Dit jaar wordt de afschaffing herdacht door middel van tentoonstellingen, herdenkingen en een groot aantal nieuwe publicaties. Maar de overheersende trend in de Nederlandse geschiedschrijving is nog altijd om het belang van slavenhandel en slavernij te bagatelliseren. Historicus Pepijn Brandon legt deze trend kritisch onder de loep.
De aandacht in de Nederlandse historische kringen en in de media voor het slavernijverleden is het resultaat van een lange strijd tegen misschien wel de grootste witwasoperatie in de Nederlandse geschiedenis. De nauwe band tussen Nederlandse rijkdom en de trans-Atlantische slavernij werd lange tijd verhuld achter een scherm van stilzwijgen. De ‘koopmansgeest’ van blanke handelaren – of zelfs hun ‘VOC-mentaliteit’ – werd gepresenteerd als de bron van de Nederlandse welvaart. Dat een deel van hun handel was gebouwd op het werk van zwarte Afrikanen in ketenen was weliswaar bekend, maar had in de oude canon van de Nederlandse geschiedenis nauwelijks een plek.
De nogal verlate ‘ontdekking’ van de slavernij door Nederlandse historici heeft er echter tot nu toe niet toe geleid dat er aan het slavernijverleden ook recht wordt gedaan. In plaats van een scherm van zwijgen is in de afgelopen vijftien jaar zorgvuldig gebouwd aan een scherm van bagatellisering. De belangrijkste gangmaker achter deze visie is de Leidse historicus Piet Emmer, die met zijn De Nederlandse slavenhandel in 2000 een veel verkocht publieksboek schreef dat helaas nog altijd de toon zet in het Nederlandse debat over de slavernij. Dit boek stelt in feite dat de slavenhandel nauwelijks van betekenis is geweest voor de economie, en cijfert de Nederlandse verantwoordelijkheid voor de gruwelen van de slavernij op belangrijke punten weg.
Het type argumenten dat Emmer hiervoor hanteert, klonk sterk door in de veelbekeken NTR-reeks De Slavernij die eind 2011 werd uitgezonden. Misschien wel het meest opmerkelijke voorbeeld was de aflevering waarin hoogleraar Henk den Heijer, staande in slavenfort Elmina aan de West-Afrikaanse kust, betoogde dat verkrachting van slavinnen naar alle waarschijnlijkheid niet vaak voorkwam. Piet Emmer zelf deed daar nog een schepje bovenop: ook bemanningsleden op slavenschepen zouden zich niet vaak schuldig hebben gemaakt aan verkrachting, want zij zouden hier volgens Emmer ‘te moe’ en ‘te ziek’ voor zijn geweest.
Belang van de slavernij
De bagatelliserende visie drijft op een aantal mythes: de mythe dat slavernij slechts van marginale betekenis was voor de ontwikkeling van de Nederlandse economie en maatschappij, de mythe dat de tot slaaf gemaakten berustten in hun lot, en de mythe dat de afschaffing van de slavernij een triomf was voor de (blanke) Nederlandse beschaving.
Allereerst het belang van de slavernij. In de grofweg tweeënhalve eeuw dat Nederland deelnam aan de slavenhandel, vervoerden Nederlandse schepen volgens de meest recente schatting meer dan 600.000 mensen als slaaf van de Afrikaanse naar de Amerikaanse kust.
Daarmee had Nederland een aandeel van ongeveer 5 procent in de totale trans-Atlantische slavenhandel. Lange tijd viel de slavenhandel onder het monopolie van de West-Indische Compagnie, maar vanaf 1730 werd de handel vrijgegeven. De belangrijkste nieuwe speler was de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC), die in totaal meer dan honderd slavenreizen uitrustte.
Uiteraard was hun doel winst, maar door moeilijkheden aan de Afrikaanse kust, hoge sterfte aan boord (gemiddeld zo’n 20 procent van de menselijke ‘lading’) en verzet van de tot slaaf gemaakten zelf lukte dit lang niet altijd. Piet Emmer komt zelfs tot de conclusie dat de winstmarges verwaarloosbaar waren. Maar onlangs hebben de historici Karwan Fatah-Black en Matthias van Rossum betoogd dat dit oordeel vooral gebaseerd is op een extreem beperkte definitie wat gerekend moet worden tot de ‘winst’ van de slavenhandel. Zij berekenden de ‘bruto-marge’ van de slavenhandel – de verschillen tussen de inkoopprijs en verkoopprijs voor de honderdduizenden verhandelde mensen. Een deel van die marge kwam als winst in de boeken van handelsmaatschappijen als de WIC en de MCC, maar de rest van die marge verdween niet in de lucht. Ze vulde de zakken van de toeleveranciers en scheepsbouwers, van geldschieters en andere tussenpersonen.
Misschien nog wel belangrijker is dat Emmer slechts keek naar de slavenhandel. Maar slavenhandel was de ondersteunende tak voor de op slavenarbeid gebaseerde productie. Terwijl een groot deel van de Nederlandse economie in de loop van de achttiende eeuw stagneerde, was de handel in plantageproducten zoals suiker, koffie en tabak die hele periode booming business. De West-Indische koloniën groeiden uit van een relatief onbelangrijk deel van het Nederlandse commerciële wereldrijk tot een van zijn steunpilaren.
Verzet en afschaffing
Een ander belangrijk onderdeel van het betoog van de historici die de betekenis van slavernij bagatelliseren, is de bewering dat de omstandigheden waaronder slaven werden vervoerd en tewerkgesteld relatief gezien helemaal niet zo slecht waren. Zo wijst Piet Emmer herhaaldelijk op het hoge sterftecijfer van matrozen aan boord van slavenschepen om de grote sterfte onder slaven te ‘nuanceren’, en plaatste Trouw op 29 april van dit jaar een interview met onderzoekster Els Langenfeld met de schrijnend ongevoelige titel ‘Curaçao was best goed voor zijn slaven’. Merkwaardig genoeg zien beiden over het hoofd dat dit wellicht meer zegt over het brute en gewelddadige karakter van ‘vrije arbeid’ dan over de aard van de slavernij – een andere hardnekkige blinde vlek in de Nederlandse geschiedschrijving. Daarnaast weigeren zij de permanente onvrijheid en het racisme die inherent waren aan de slavernij te zien als verzwarende factoren.
Een sterk bewijs voor het tegendeel van hun betoog is de grote mate van verzet vanuit de Afrikaanse tot slaaf gemaakten. Op maar liefst 20 procent van de reizen van de MCC was sprake van opstandigheid. Hoewel de tot slaaf gemaakten grote delen van de reis geketend in het ruim moesten doorbrengen, wisten zij hongerstakingen te organiseren, van boord te springen, soms in groepen te ontsnappen, en in een enkel geval zelfs de bemanning te overmeesteren en het schip over te nemen. Dit verzet stopte niet na de verkoop. De plantages in Suriname waren broeinesten van rebellie, en duizenden mensen liepen weg om zich te voegen bij zogenaamde Marron-gemeenschappen aan de randen van de Surinaamse maatschappij. Ontsnapping en verzet waren een onontkoombaar onderdeel van de slaveneconomie. Het hoogtepunt daarvan was de slavenrevolutie die in 1795 onder leiding van Tula plaatsvond op Curaçao. Slechts met moeite werd de opstand neergeslagen. De drie leiders van de opstand werden geradbraakt, gemarteld en onthoofd. Nog eens 29 andere opstandelingen werden opgehangen.
Ook de wijze van beëindigen van de slavernij toonde niet een toenemende beschaving onder de blanke eigenaren, maar eerder de complete onmenselijkheid van dit systeem. Toen Nederland onder druk van economische omstandigheden, slavenverzet en de buitenlandse concurrenten uiteindelijk besloot de slavernij af te schaffen, was het belangrijkste thema voor debat de vraag welke vergoeding er zou moeten worden uitgekeerd. Niet aan de slaven, maar aan de slavenhouders die bij vrijlating ‘verlies’ zouden leiden. De hoogte van dit bedrag werd vastgesteld op 300 gulden per slaaf, en daarnaast werden de voormalige slaven nog tien jaar lang verplicht te blijven werken voor hun oude meesters.
In de hoop zo veel mogelijk te profiteren van deze regeling ontstond onder slavenhouders in 1862 een ware wedren om op het laatste moment nog een zo groot mogelijk aantal slaven in hun bezit te krijgen.
Een jaar voor de ‘emancipatie’ rustte het koloniaal bestuur nog een laatste expeditie uit onder kapitein Steenberghe om zoveel mogelijk Marrons terug te slepen naar hun voormalige meesters. De expeditie werd door de Marrons verslagen, maar zoals de Surinaamse anti-koloniale denker Anton de Kom later stelde zorgde zij ervoor dat ‘ook het laatste hoofdstuk der wettelijke slavernij met bloed werd geschreven’.
De slavenhouders kregen genoegdoening, de voormalige slaven kregen dat niet. En mede dankzij historici als Piet Emmer moeten hun nazaten zelfs honderdvijftig jaar later nog vechten voor erkenning voor de misdaad die hun dankzij de ‘Nederlandse handelsgeest’ werd aangedaan.
Pepijn Brandon werkt als historicus aan de Universiteit van Amsterdam, en doceert daar een vak over de Nederlandse Republiek en de slavenhandel.
EINDE ARTIKEL
EINDE ARTIKEL
[7]
[7] TWEE VOORBEELDEN VAN MEDIA, DIE EMMER, NAAST HET DAGBLAD DE VOLKSKRANT, DE RUIMTE GEVEN VOOR ZIJN BAGATELLISERINGSROLVAN SLAVENHANDEL EN SLAVERNIJ
Prof. dr. Piet Emmer (76), emeritus hoogleraar geschiedenis en pionier van het Nederlandse slavernijonderzoek, gaat deze week in Elsevier Weekblad tien pagina’s lang in debat met zichzelf over de kwestie waarin hij zelf onder vuur ligt: het Nederlandse slavernijverleden. Hij doet dat op uitnodiging van de redactie van Elsevier Weekblad.
Emmer gaat in op tal van historische aspecten van de discussie, zoals de rol van de Afrikanen zelf in de trans-Atlantische slavenhandel.
‘In de slavenhandel bepaalden de Afrikanen alles: op welke plek er werd gehandeld, hoeveel slaven ze wilden verkopen, wie ze wilden verkopen, van welke leeftijden en van welk geslacht. Het woord “deportatie” (zoals gebruikt in een tentoonstelling over Johan Maurits, de vroegere eigenaar van het Mauritshuis red.) is een activistische poging dat toe te dekken, het Europese schuldgevoel aan te wakkeren. (…) De bemanningen van de Europese slavenschepen waren helemaal niet bij machte Afrikaanse slaven te “deporteren” om de simpele reden dat de Afrikanen dat niet toestonden. (…) Ik ben dan ook zeer benieuwd hoe het Rijksmuseum, dat volgend jaar een slavernijtentoonstelling wil organiseren, de Afrikaanse rol in de slavenhandel ter sprake zal brengen.’
Ook de vraag waarom Nederland destijds eerst tegen en toen voor slavenhandel was, komt in het gesprek aan bod. Net als de – voor het hedendaagse debat belangrijke – vraag of de slavernij nu om economische of om humanitaire redenen is afgeschaft.
‘Dat de slavernij niet rendabel zou zijn, kwam weer eens voorbij in de door de EO uitgezonden tv-serie Terug naar de plantage. Daarin werd de mythe herhaald dat de slavernij werd afgeschaft, omdat de slavenarbeid niets meer opbracht. Als dat klopt, dan zouden de prijzen voor de slaven toch niet zijn blijven stijgen, bijna tot het jaar dat de slaven vrij werden verklaard?
En waarom verkochten Afrikanen elkaar dan? Dat deden ze niet, betoogt Emmer, want ze voelden zich net zomin Afrikanen als de Duitsers, Engelsen en Fransen zich Europeanen voelen.
In Afrika werd je tot slaaf gemaakt als je anderen schade had toegebracht, door het maken van schulden of het voeren van oorlog. Dat lijkt logisch en het is dan ook geen wonder dat in de meeste landen ter wereld slavernij een normaal instituut was, ook al omdat er nauwelijks mensen waren die geheel vrijwillig voor een ander wilden werken.
In de meeste landen ter wereld werd het arbeidsaanbod geheel gedomineerd door slaven. De schulden kon je aflossen door als slaaf te werken. En als je oorlogsschade had veroorzaakt, kon je als krijgsgevangen gemaakte slaaf de schade van de overwinnaar herstellen.
Tijdens en na afloop van de Tweede Wereldoorlog is dit principe in Europa ook op grote schaal toegepast. Zo werden na mei 1945 in Nederland de soldaten van het verslagen Duitse leger gedwongen om de ingegraven landmijnen onschadelijk te maken. Ook de Sovjet-Unie liet Duitse krijgsgevangenen soms meer dan tien jaar dwangarbeid verrichten voordat ze – als ze tenminste nog in leven waren – weer naar huis mochten.
Verder gaat Emmer in op de aanhoudende beschuldigingen – gedaan door onder anderen NOS-verslaggever Gerri Eickhof en NRC-columnist Zihni Özdil – dat hij dan wel zijn werk ‘racistisch’ zou zijn. ‘Ik weet dat het niet waar is, dus persoonlijk trek ik me er niets van aan,’ zegt Emmer daarover. Maar de beschuldigingen ondermijnen wel zijn autoriteit, zegt hij. Als je voor racist wordt uitgemaakt, kun je niet meer met gezag over het slavernijverleden schrijven.
Emmer verwijt zijn tegenstanders dat ze hem ‘verzonnen citaten’ en ‘kwaadaardige verzinsels’ voor de voeten werpen. NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong nam inmiddels, in de krant van zaterdag 24 oktober, in scherpe bewoordingen afstand van de column van Özdil: ‘Lieve hemel! Waarom publiceert de krant zoiets?’
Het kan overigens nog erger, want een vergelijkende studie over de Atlantische, de inter-Afrikaanse en de Arabische slavenhandel heeft een Franse collega-onderzoeker zelfs een strafklacht opgeleverd. Een activistisch collectief diende die klacht in, omdat deze studie het unieke kwaad van de Atlantische slavenhandel zou bagatelliseren.
‘Die strafklacht was gebaseerd op een kort tevoren aangenomen wet, waarin alleen de Atlantische slavenhandel als misdaad tegen de menselijkheid werd aangemerkt en de ontkenning daarvan werd bedreigd met boetes en gevangenisstraf. En denk maar niet dat academisch Frankrijk als één man tegen deze klacht heeft geprotesteerd.
‘Gelukkig heeft een aantal Engelse en Amerikaanse collega-onderzoekers de rechtbank in Parijs laten weten dat in de geschiedwetenschap vergelijkingen zoals van de verschillende slavenstromen in en uit Afrika volstrekt wetenschappelijk legitiem zijn. Daarop is de strafklacht ingetrokken.
SLAVERNIJPiet Emmer is de kop van Jut bij nog al wat Black Lives Matter-sympathisanten. De historicus vindt dat ten onrechte wordt gedaan alsof het slavernijverleden de oorzaak is van alle racismeproblemen. ,,We moeten niet de Verenigde Staten kopiëren.’’ ,,Geschiedenis is als wetenschap – meer dan bijvoorbeeld wiskunde – gevoelig voor modegrillen. Zo waren er veel historici die het communisme ophemelden, terwijl toch duidelijk is dat dat tot vreselijke dingen heeft geleid. Dat zie je nu ook in het debat over slavernij en racisme: er wordt selectief met feiten omgegaan.’’
Aan het woord is historicus Piet Emmer (75). Hij schreef twintig jaar geleden het standaardwerk Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel. Collega-historici verwijten hem de ernst van de slavenhandel en de rol van Nederland te bagatelliseren. Zelf verwijt hij zijn tegenstanders juist ‘activistisch’ om te gaan met geschiedenis. ,,Daardoor is er geen ruimte meer voor nuance in het huidige racismedebat’’, zegt hij.
U wordt zelf verweten de geschiedenis te verdraaien om de rol van Nederland in de slavenhandel te verfraaien. Vorige week nog op deze site door uw collega Fatah-Black. Begrijpt u dat?,,Ik begrijp dat het erop lijkt dat ik dingen bagatelliseer. Maar dat is niet zo. Alleen ben je al snel fout als je niet in elke zin benadrukt dat de slavernij verschrikkelijk was. Natuurlijk was het dat, daar hoef je niet voor gestudeerd te hebben. Als historicus ben je er niet om morele oordelen te vellen, maar om dingen in perspectief te zetten zodat je de geschiedenis beter begrijpt. En om te snappen waarom Europeanen zich met slavenhandel inlieten, is het dus belangrijk te kijken hoe er in Europa in die tijd tegen onvrije arbeid werd aangekeken. Veel Engelse mijnwerkers waren bijvoorbeeld min of meer eigendom van de eigenaar van de mijn. Wie geen werk had, kon als landloper gedwongen worden elders te werken, net als weeskinderen en strafgevangenen, desnoods in een verre kolonie. En de omstandigheden waaronder veel volwassenen en kinderen hier tot in de 19de eeuw moesten leven, waren echt niet altijd beter dan die van slaven in Suriname en op de Antillen.’’
Slavernij is toch niet hetzelfde als armoede?,,Ik stel het een niet gelijk aan het ander, ik probeer alleen dingen inzichtelijk te maken. Hoe kon het dat een continent dat slavernij had afgezworen, het wel accepteerde dat slaven in andere landen werden gehouden? Daarbij moet je vergelijken. Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is. Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten. Toch verweten mijn critici dat ik slavernij gelijk stelde aan een vakantiereis. Onzin. Op schepen met Europese landverhuizers was de ruimte per persoon trouwens soms nog krapper.
Overigens waren er ook toen al dominees in Zeeland die zich keerden tegen de slavernij. Maar door anderen werd de slavernij goedgepraat met een verwijzing naar het Bijbelboek Genesis, waarin Noachs zoon Cham werd gestraft en voortaan zijn broers moest dienen. Cham zou donkerder zijn geweest dan zijn broers.’’
Waarom is vergelijken zo belangrijk?,,Om een beter beeld te kunnen krijgen van wat er écht gebeurd is vroeger. Bijvoorbeeld: na de oorlog had iedereen het gevoel dat we ons fel hadden verzet tegen de Duitse Jodenvervolging. Totdat iemand eens ging vergelijken hoeveel joden er na de oorlog eigenlijk nog in leven waren en dat vergeleek met andere bezette landen. Toen bleek dat er nergens zo’n groot percentage joden is vermoord als hier. Dat zegt iets over ons. Iedereen snapt zo’n vergelijking. Maar toen mijn Franse collega Olivier Grenouilleau onderzocht hoe groot de trans-Atlantische slavenhandel door Europeanen was ten opzichte van de slavenhandel door Arabieren en de slavenhandel in Afrika zelf, werd hij voor de rechter gesleept omdat hij westerse slavenhandel zou bagatelliseren. Gelukkig is die aanklacht ingetrokken.’’
Hoe verklaart u die woede over dergelijke vergelijkingen?,,Zeker slavernij is in de geschiedenis vaak anders voorgesteld dan het was. Slavenhouders deden alsof het allemaal wel meeviel om hun verdienmodel te rechtvaardigen. Voorstanders van afschaffing overdreven de gruweldaden op plantages om hun pleidooi kracht bij te zetten. Een historicus moet proberen het in perspectief te zetten. In de jaren zeventig ontstond in de Verenigde Staten het idee dat de economische achterstelling van de zwarte Amerikanen een gevolg was van de slavernij. Sindsdien is het hele onderwerp speelbal geworden van een politieke agenda.’’
Speelt slavernij dan niet door in het heden?,,Racisme en discriminatie zijn vreselijk en moeten worden bestreden. Maar het komt overal voor, in alle tijden. Ook in landen die nooit koloniën hadden. Als je kijkt wie in Nederland onderaan de sociaaleconomische ladder staan, dan zijn dat veelal Marokkanen. Die stammen niet af van slaven, in sommige gevallen eerder van slavenhouders, want de Berbers hielden slaven. Het is te simpel om net te doen alsof iedereen die zwart is slachtoffer is en iedereen die wit is daar schuldig aan is. Na 1800 waren de meeste Surinaamse slaveneigenaren niet blank. Door zwart-wit te denken ga je bijvoorbeeld voorbij aan de ergste vorm van racisme die we kennen: antisemitisme. Jodenhaat heeft niets met slavernij, huidskleur of koloniën te maken.’’
Wat klopt er volgens u niet aan het beeld van slavernij?,,Er wordt gedaan alsof elke plantage een hel op aarde was. Dat behoeft nuance. Er is een groot verschil tussen de plantages in het zuiden van de Verenigde Staten en die in bijvoorbeeld Suriname, waar soms meer dan honderd slaven samenleefden met soms maar twee of drie Europeanen. De slaven daar hadden een veel grotere mate van zelfstandigheid dan wel eens wordt gedacht. Zonder dat ik probeer goed te praten wat er aan vreselijks is gebeurd! De slavernij in Afrika zelf was al heel lang gemeengoed voordat Europese handelaren bij lokale koningen slaven kwamen kopen. Zij werden niet allemaal gedwongen slaven te verkopen. De Europeanen moesten de Afrikaanse koningen en makelaars stroop om de mond smeren om handel te kunnen drijven. En ook het beeld alsof de succesvolle slavenopstand op Haïti het einde van de slavernij inluidde, klopt niet. Die had nauwelijks invloed. Daarna ging de slavenhandel nog lang door en stegen de prijzen alleen maar. De beweging om slavernij overal ter wereld duit te bannen ontstond in Engeland. Maar dat past niet in het populaire beeld dat de zwarte slaaf het juk van de witte slavenhouder heeft afgeworpen.’’
Waarom maakt u zich zo druk over dit onderwerp?,,Doordat de slavernij nu als een soort van stormram wordt gebruikt om allerlei misstanden aan de kaart te stellen en om politieke doelen te bereiken zoals excuses en herstelbetalingen, doe je niet alleen de geschiedenis onrecht aan. Je polariseert ook de samenleving, omdat het leidt tot allerlei tegenreacties. En die zijn soms onfris. Ik word ook tegen mijn zin in een rechts kamp geduwd omdat ik op basis van onderzoek zeg dat sommige beweringen over de slavernij niet kloppen. Ik heb in de Verenigde Staten gewerkt en gezien hoe het debat daar is ontspoord. Dat moeten we echt niet hier kopiëren. We leven in een van de rijkste, gelukkigste en meest egalitaire landen ter wereld. Dat verliezen we nu uit het oog.’’
Hoe groot was de rol van Nederland in de slavenhandel?,,Om en nabij de 5 procent van de slaven die vanuit Afrika naar Noord- en Zuid-Amerika zijn gebracht, zijn door Nederlanders vervoerd. Dat staat overigens los van de slavenhandel in Indonesië, waar veel mensen uit India en Madagaskar het slachtoffer van waren. Maar daar is nooit goed onderzoek naar gedaan. Verder droeg de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij in het topjaar 1770 maar zo’n 5 procent bij aan onze welvaart. Natuurlijk was het bizar dat onze voorvaderen dit onmenselijke systeem optuigden om hier goedkoop suiker, tabak en koffie te kunnen gebruiken. Maar door sommige historici wordt net gedaan alsof het de kurk was waar onze economie op dreef. Dat is aantoonbaar niet waar. De meeste grachtenpanden in Amsterdam stonden er al vóórdat Nederland Suriname veroverde en waren gebouwd door kooplieden, die hun geld verdienden in ons land zoals met bankieren en de graan- wijn en houthandel met de Oostzee, Spanje en Scandinavië.’’
EINDE ARTIKEL
[8]
VOLKSKRANT
WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM
”Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is. Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten”
AD
HISTORICUS PIET EMMER: ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGEEEN HEL OP AARDE WAS
Piet Emmer is de kop van Jut bij nog al wat Black Lives Matter-sympathisanten. De historicus vindt dat ten onrechte wordt gedaan alsof het slavernijverleden de oorzaak is van alle racismeproblemen. ,,We moeten niet de Verenigde Staten kopiëren.’’ ,,Geschiedenis is als wetenschap – meer dan bijvoorbeeld wiskunde – gevoelig voor modegrillen. Zo waren er veel historici die het communisme ophemelden, terwijl toch duidelijk is dat dat tot vreselijke dingen heeft geleid. Dat zie je nu ook in het debat over slavernij en racisme: er wordt selectief met feiten omgegaan.’’
Aan het woord is historicus Piet Emmer (75). Hij schreef twintig jaar geleden het standaardwerk Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel. Collega-historici verwijten hem de ernst van de slavenhandel en de rol van Nederland te bagatelliseren. Zelf verwijt hij zijn tegenstanders juist ‘activistisch’ om te gaan met geschiedenis. ,,Daardoor is er geen ruimte meer voor nuance in het huidige racismedebat’’, zegt hij.
U wordt zelf verweten de geschiedenis te verdraaien om de rol van Nederland in de slavenhandel te verfraaien. Vorige week nog op deze site door uw collega Fatah-Black. Begrijpt u dat?,,Ik begrijp dat het erop lijkt dat ik dingen bagatelliseer. Maar dat is niet zo. Alleen ben je al snel fout als je niet in elke zin benadrukt dat de slavernij verschrikkelijk was. Natuurlijk was het dat, daar hoef je niet voor gestudeerd te hebben. Als historicus ben je er niet om morele oordelen te vellen, maar om dingen in perspectief te zetten zodat je de geschiedenis beter begrijpt. En om te snappen waarom Europeanen zich met slavenhandel inlieten, is het dus belangrijk te kijken hoe er in Europa in die tijd tegen onvrije arbeid werd aangekeken. Veel Engelse mijnwerkers waren bijvoorbeeld min of meer eigendom van de eigenaar van de mijn. Wie geen werk had, kon als landloper gedwongen worden elders te werken, net als weeskinderen en strafgevangenen, desnoods in een verre kolonie. En de omstandigheden waaronder veel volwassenen en kinderen hier tot in de 19de eeuw moesten leven, waren echt niet altijd beter dan die van slaven in Suriname en op de Antillen.’’
Slavernij is toch niet hetzelfde als armoede?,,Ik stel het een niet gelijk aan het ander, ik probeer alleen dingen inzichtelijk te maken. Hoe kon het dat een continent dat slavernij had afgezworen, het wel accepteerde dat slaven in andere landen werden gehouden? Daarbij moet je vergelijken. Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is. Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten. Toch verweten mijn critici dat ik slavernij gelijk stelde aan een vakantiereis. Onzin. Op schepen met Europese landverhuizers was de ruimte per persoon trouwens soms nog krapper.
Overigens waren er ook toen al dominees in Zeeland die zich keerden tegen de slavernij. Maar door anderen werd de slavernij goedgepraat met een verwijzing naar het Bijbelboek Genesis, waarin Noachs zoon Cham werd gestraft en voortaan zijn broers moest dienen. Cham zou donkerder zijn geweest dan zijn broers.’’
Waarom is vergelijken zo belangrijk?,,Om een beter beeld te kunnen krijgen van wat er écht gebeurd is vroeger. Bijvoorbeeld: na de oorlog had iedereen het gevoel dat we ons fel hadden verzet tegen de Duitse Jodenvervolging. Totdat iemand eens ging vergelijken hoeveel joden er na de oorlog eigenlijk nog in leven waren en dat vergeleek met andere bezette landen. Toen bleek dat er nergens zo’n groot percentage joden is vermoord als hier. Dat zegt iets over ons. Iedereen snapt zo’n vergelijking. Maar toen mijn Franse collega Olivier Grenouilleau onderzocht hoe groot de trans-Atlantische slavenhandel door Europeanen was ten opzichte van de slavenhandel door Arabieren en de slavenhandel in Afrika zelf, werd hij voor de rechter gesleept omdat hij westerse slavenhandel zou bagatelliseren. Gelukkig is die aanklacht ingetrokken.’’
Hoe verklaart u die woede over dergelijke vergelijkingen?,,Zeker slavernij is in de geschiedenis vaak anders voorgesteld dan het was. Slavenhouders deden alsof het allemaal wel meeviel om hun verdienmodel te rechtvaardigen. Voorstanders van afschaffing overdreven de gruweldaden op plantages om hun pleidooi kracht bij te zetten. Een historicus moet proberen het in perspectief te zetten. In de jaren zeventig ontstond in de Verenigde Staten het idee dat de economische achterstelling van de zwarte Amerikanen een gevolg was van de slavernij. Sindsdien is het hele onderwerp speelbal geworden van een politieke agenda.’’
Speelt slavernij dan niet door in het heden?,,Racisme en discriminatie zijn vreselijk en moeten worden bestreden. Maar het komt overal voor, in alle tijden. Ook in landen die nooit koloniën hadden. Als je kijkt wie in Nederland onderaan de sociaaleconomische ladder staan, dan zijn dat veelal Marokkanen. Die stammen niet af van slaven, in sommige gevallen eerder van slavenhouders, want de Berbers hielden slaven. Het is te simpel om net te doen alsof iedereen die zwart is slachtoffer is en iedereen die wit is daar schuldig aan is. Na 1800 waren de meeste Surinaamse slaveneigenaren niet blank. Door zwart-wit te denken ga je bijvoorbeeld voorbij aan de ergste vorm van racisme die we kennen: antisemitisme. Jodenhaat heeft niets met slavernij, huidskleur of koloniën te maken.’’
Wat klopt er volgens u niet aan het beeld van slavernij?,,Er wordt gedaan alsof elke plantage een hel op aarde was. Dat behoeft nuance. Er is een groot verschil tussen de plantages in het zuiden van de Verenigde Staten en die in bijvoorbeeld Suriname, waar soms meer dan honderd slaven samenleefden met soms maar twee of drie Europeanen. De slaven daar hadden een veel grotere mate van zelfstandigheid dan wel eens wordt gedacht. Zonder dat ik probeer goed te praten wat er aan vreselijks is gebeurd! De slavernij in Afrika zelf was al heel lang gemeengoed voordat Europese handelaren bij lokale koningen slaven kwamen kopen. Zij werden niet allemaal gedwongen slaven te verkopen. De Europeanen moesten de Afrikaanse koningen en makelaars stroop om de mond smeren om handel te kunnen drijven. En ook het beeld alsof de succesvolle slavenopstand op Haïti het einde van de slavernij inluidde, klopt niet. Die had nauwelijks invloed. Daarna ging de slavenhandel nog lang door en stegen de prijzen alleen maar. De beweging om slavernij overal ter wereld duit te bannen ontstond in Engeland. Maar dat past niet in het populaire beeld dat de zwarte slaaf het juk van de witte slavenhouder heeft afgeworpen.’’
Waarom maakt u zich zo druk over dit onderwerp?,,Doordat de slavernij nu als een soort van stormram wordt gebruikt om allerlei misstanden aan de kaart te stellen en om politieke doelen te bereiken zoals excuses en herstelbetalingen, doe je niet alleen de geschiedenis onrecht aan. Je polariseert ook de samenleving, omdat het leidt tot allerlei tegenreacties. En die zijn soms onfris. Ik word ook tegen mijn zin in een rechts kamp geduwd omdat ik op basis van onderzoek zeg dat sommige beweringen over de slavernij niet kloppen. Ik heb in de Verenigde Staten gewerkt en gezien hoe het debat daar is ontspoord. Dat moeten we echt niet hier kopiëren. We leven in een van de rijkste, gelukkigste en meest egalitaire landen ter wereld. Dat verliezen we nu uit het oog.’’
Hoe groot was de rol van Nederland in de slavenhandel?,,Om en nabij de 5 procent van de slaven die vanuit Afrika naar Noord- en Zuid-Amerika zijn gebracht, zijn door Nederlanders vervoerd. Dat staat overigens los van de slavenhandel in Indonesië, waar veel mensen uit India en Madagaskar het slachtoffer van waren. Maar daar is nooit goed onderzoek naar gedaan. Verder droeg de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij in het topjaar 1770 maar zo’n 5 procent bij aan onze welvaart. Natuurlijk was het bizar dat onze voorvaderen dit onmenselijke systeem optuigden om hier goedkoop suiker, tabak en koffie te kunnen gebruiken. Maar door sommige historici wordt net gedaan alsof het de kurk was waar onze economie op dreef. Dat is aantoonbaar niet waar. De meeste grachtenpanden in Amsterdam stonden er al vóórdat Nederland Suriname veroverde en waren gebouwd door kooplieden, die hun geld verdienden in ons land zoals met bankieren en de graan- wijn en houthandel met de Oostzee, Spanje en Scandinavië.’’
EINDE ARTIKEL
[11]VOLKSKRANTWIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM22 JUNI 2021
De beurs van Amsterdam is het centrale punt van handel. Aandelen van de VOC en WIC worden gekocht en verkocht. De scheepvaart is de motor van de Nederlandse handel: wat is de andere kant van het verhaal?
Het schip vervult in de 17de eeuw de rol van tanker, trein en vliegtuig. In de Republiek zijn scheepswerven de grootste en meest geavanceerde fabrieken van hun tijd. Duizenden schepen gaan ter haringvangst. De graan-, hout- en ijzerhandel op de Oostzee is lang de kurk waar de Nederlandse economie op drijft. Honderden schepen, efficiënte ‘vrachtwagens’ met weinig personeel, varen jaarlijks heen en weer. Ook in Nederland zelf gaat veel per schip: turf en groenten naar de stad of mensen die, met de reisplanner in de hand, per trekschuit en beurtschip naar stad en dorp varen. De scheepvaart, eerst beperkt tot Noordwest-Europa, breidt zich omstreeks 1600 razendsnel uit over de hele wereld. Iedereen pikt een graantje mee in handel en scheepvaart.
De andere kant van het verhaal
Zo’n 1600 Nederlandse schepen transporteren in de 17de en 18de eeuw ruim 550.000 mannen, vrouwen en kinderen naar Amerika. In benauwde kelders in de forten aan de West Afrikaanse kust wachten de tot slaaf gemaakten tot ze aan boord gaan. Voor vertrek worden ze gekeurd en gebrandmerkt. De reis duurt enkele maanden. Ze liggen opeengepakt en aan elkaar geketend. Zieke slaven worden overboord gegooid. Vrouwen zijn weerloos als bemanningsleden hen verkrachten. Er is onderlinge strijd tussen gevangenen van verschillende stammen, die elkaars taal niet spreken. Het sterftecijfer aan boord bedraagt zo’n 15%. Onder de bemanning is het sterftecijfer net zo hoog vanwege de slechte hygiëne en voedsel. Inwoners van Paramaribo en Willemstad ruiken een slavenschip dat de haven binnenvaart: honderden opeengepakte mensen, soms lijdend aan besmettelijke ziektes.
EINDE ARTIKEL
[17]
”
”Maar zou dat instrument net als in Europa geen middel zijn geweest om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?”
VOLKSKRANT
WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM
”Bovendien worden zowel de bezoekers van de tentoonstelling als de lezers van de daarbij behorende bundel opstellen voortdurend geconfronteerd met hedendaagse morele oordelen zoals de verontwaardiging over het feit dat de slaven af en toe op zaterdag moesten werken. Pardon, een vrije zaterdag in de 18de en 19de eeuw?”
VOLKSKRANT
WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM
It is not clear in which context the term “crimes against humanity” was first developed. Some scholars[1] point to the use of this term (or very similar terms) as early as late eighteenth and early nineteenth century, particularly in the context of slavery and the slave trade, and to describe atrocities associated with European colonialism in Africa and elsewhere such as, for example, the atrocities committed by Leopold II of Belgium in the Congo Free State. Other scholars[2] point to the declaration issued in 1915 by the Allied governments (France, Great Britain and Russia) condemning the mass killing of Armenians in the Ottoman Empire, to be the origin of the use of the term as the label for a category of international crimes.
Since then, the notion of crimes against humanity has evolved under international customary law and through the jurisdictions of international courts such as the International Criminal Court, the International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia and the International Criminal Tribunal for Rwanda. Many States have also criminalized crimes against humanity in their domestic law; others have yet to do so.
Crimes against humanity have not yet been codified in a dedicated treaty of international law, unlike genocide and war crimes, although there are efforts to do so. Despite this, the prohibition of crimes against humanity, similar to the prohibition of genocide, has been considered a peremptory norm of international law, from which no derogation is permitted and which is applicable to all States.
UNITED NATIONS
OFFICE ON GENOCIDE PREVENTION AND THE RESPONSIBILITY
””Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdaden niet uitwissen”Vrij vertaald naar Shakespeare’s Macbeth [slaapwandelende Lady Macbeth,Act 5, Scene 1]
Reacties uitgeschakeld voor Redactie Volkskrant, u bent moreel medeplichtig aan de bagatellisering van de Westerse slavernij door historicus Piet Emmer
Een Strijder is naar Huis. Zijn strijd om gerechtigheid, tegen racisme en vooroordelen en voor vluchtelingen, zal node gemist worden.
Misdaadjournalist Peter R. De Vries [1], is op dinsdag 6 juli 2021 neergeschotenin de Lange Leidsedwarsstraat, in de buurt van het Leidseplein. Daar zit de studio van RTL Boulevard, waar De Vries vanavond aanwezig was. [2] Ik denk, dat [bijna] iedereen hier wel van is geschrokken,met name op wat tot nu toe althans, lijkt op een aanvalop de journalistiek. [3]Maar we weten nog niets zeker.Wat we WEL weten is dat er drie arrestaties verricht zijn,waarvan een verdachte weer is vrijgelaten en twee zijn vastgehouden. [4] Nu zijn er al veel lovende reacties geweest over Peter R. De Vries [5], wat er ook wel verband mee zal houden,dat hij zo laf is neergeschoten [6] TEGEN DE STROOM IN Hij is [ik wil nog geen ”was” zeggen] geen man,die mensen naar de mond spreekt.Zo was er nogal wat commotie rond hem, omdat hijin een Jinek interview wel begrip toonde voorde avondklokrelschoppers [7]Nu kun je daarover denken, hoe je wil [ik had weinig sympathie voor hen opbrengen, vooral vanwege de vaak extreem-rechtse/neo nazistische orientatie] [8], maar moed kon je hem niet ontzeggen, ook niet om de manier waarop hijbeukte op de Muren van Justitie om de onderste Steenbovenop te krijgen, als hij van mening was, dart er sprakewas van een gerechtelijke Dwaling. [9] WILDERS! Reden voor mijn respect voor Peter R de Vries is nietin de eerste plaats zijn inzet als misdaadjournalist, hoe moedig ook, maar het feit, dat hij ook op andere terreinen vocht voor wat hij onrechtvaardig vond:De racistische volksophitserij van PVV leider Geert Wilders [10], over wie Peter R de Vries terechtheeft opgemerkt:”Ik vind Geert W. zelf een gevaarlijk man, een demagoog met de potentievan een volksmenner. W. is ronduit kwaadaardig. Iemand die een begrip als de ‘kopvodden-tax’ lanceert, deugt niet. Ik probeer me wel eens voor te stellen hoe zoiets gaat. Eerst bedenkt hij de term ‘Hoofddoeken-belasting’, wat op zich al verwerpelijk is en een normaal mens het schaamrood op de kaken bezorgt, maar dat was W. niet boosaardig genoeg.En dus piekerde hij over een meer grievende, meer beledigende aanduiding: Mmm… als ik nou van het woord hoofd nu eens kop maak… alsof het om dieren gaat… kop-doekjes-belasting…ja, dat klinkt al beter… Maar doekjes klinkt nog te deugdelijk… wat kan ik daar van maken? O, wacht, als ik van doekjes nou eens vodden maak, want dat zijn het natuurlijk… aha, ja,eureka! Dat is het: kopvodden-belasting, geweldig!
Abject en infaam
Zo moet dat ongeveer zijn gegaan. En dat is abject en infaam, om die woorden ook maar eens te gebruiken. Afschuwelijk, dat we zulke mensen in ons parlement hebben.” [11] Goed zo Peter R de Vries!Hierin was hij even het Geweten van Nederland! BEDREIGINGENMaar dat kon IK nu wel vinden, een heleboelmensen, natuurlijk PVV aanhangers, dachten daar heel anders over! [12] Allerlei Tuig van de Richel [zo noem IK dergelijke bedreigers]liet zich niet onbetuigd:Ik citeer uit Joop.nl”Vervolgens citeert hij [Peter R de Vries, toevoeging Astrid Essed] enkele mails, inclusief de mailadressen van de ‘anonieme lafbekjes’. Zo schrijft ene Theo Heese: “Val dood, mafkees!” Of wat te denken van deze weldenkende reactie van Rob Vrolijk: “Vieze landverrader, nooit aan onze Geert komen. Islamhond.” Andere schelders noemen het jood, dhimmi of wensen hem kanker toe. Ook dat is blijkbaar achterban van de PVV. ” [13]Fraai he?Want wie zich tegen Wilders keert, kan op scheldkannonades rekenen….[14]Maar dachten deze gemankeerde PVV aanhangers nu echt, dat een man als Peter R de Vries, die het opneemt tegen de georganiseerde misdaad [15] onder de indruk zou zijn van hun vuilnisbakkentaal?Zijn reactie was lakoniek[Ik citeer uit Joop.nl]”Nou, mijn dagboek van gisteren over politicus Geert W., waarin ik zeg dat hij een boosaardige, gevaarlijke volksmenner in de dop is, heeft wel wat teweeg gebracht. Gisteravond zat ik zelf bij Pauw & Witteman, advocaat Bram Moszkowicz spuugde zijn gal bij Boulevard en vanmorgen zaten er enkele honderden reacties in de mailbox van PVV-aanhangers die op de bres staan voor de vrijheid van meningsuiting van Geert W., maar vinden dat ik mijn mond (lees: bek) moet houden. Dat geeft precies mijn bezwaar tegen deze partij aan.” [16]EN”“Goed, nu weer over naar de orde van de dag. De inzamelingsactie voor Haïti is iets waar het vandaag werkelijk om gaat in deze wereld. Doe mee, help mee! U heeft nooit een alibi om de andere kant op te kijken als mensen zo in nood zitten!” [17]
ADHESIEBETUIGING ASTRID ESSED Waar de PVV rechts gaat, gaat Astrid Essed links!Mede toen ik hoorde, dat Peter R. De Vries zoveel hatemail ontving, besloot ik hem een adhesiebetuiging te sturen [18], Ik citeer daaruit:”Beangstigend is dan ook de wijze, waarop hij met ”succes” lijkt in te spelen op bestaande onlustgevoelens, HET handelsmerk van een populist en demagoog Dat u daartegen uw stem hebt verheven, is dan ook van grote betekenis, zeker vanwege uw grote bekendheid en maatschappelijke invloed. Nogmaals mijn grote waardering voor uw moedige en humanitaire opstelling”[19]De rest mag de lezer zelf lezen onder noot 20 Dit wilde ik dus graag doen en ben blij, DAT ik het heb gedaanIk hoop dat dat hem, naast al die hatemails [21] goed heeft gedaan. Niet dat de Vries overigens MIJN adhesiebetuiging nodig had!Zelf zegt hij over die bedreigingen:[ik citeer AD]:”,Ik hoef op televisie maar een opmerking over hem te maken en mijn mailbox stroomt weer vol. Dan ben ik een landverrader, een NSB’er, moet ik opsodemieteren, zelf lekker naar Afrika gaan, dan verdien ik de kogel, de strop, willen ze me vierendelen en kielhalen, ga zo maar door.” U bent vaker bedreigd, ook face to face. Doen zulke mails dan nog iets met u? ,,Nee, dat maakt me echt geen flikker uit. Ik doe er ook geen aangifte van, ga er echt geen tijd aan besteden” [22]Dat is de Kracht van de man.Misschien ook zijn zwakte, omdat je bedreigingen ofdreiging maar beter niet kunt onderschatten. VLUCHTELINGEN Maar daarbij bleef zijn betrokkenheid niet:Ook schaarde hij zich aan de kant van de [in 2015/2016 naar Nederland gekomen] vluchtelingen in hetindrukwekkende stuk: ”Respect en bewondering voorde vluchteling” [23]Daaruit citeer ik:”Ik ben vaak genoeg in verre oorden geweest om te weten hoe onaangenaam het voelt als je niet welkom bent, als de bevolking je met argusogen bekijkt, als je wordt uitgesloten of gediscrimineerd.
En dan was ik er nog met geld in mijn achterzak, geldige papieren, perfecte communicatiemiddelen en het geruststellende vooruitzicht dat ik weer snel comfortabel naar huis zou vliegen.
En daarom hecht ik er aan nog eens te beklemtonen dat ik voor mensen die huis en haard hebben verlaten, die in verre landen in arren moede voor noodlot en onheil op de vlucht zijn geslagen omdat hun bestaan, hun toekomst, hun leven bedreigd werd, en die met veel moeite, tegen de stroom in, in een vreemd land toch weer iets proberen op te bouwen, heel veel respect en bewondering heb.
Ik herhaal: heel veel respect en bewondering.
Wat mij betreft hoeven zij nooit te schuilen, zich te verbergen of te schamen. Nee, zij kunnen fier, met opgeheven hoofd over straat. Want wat zij hebben gepresteerd, wat zij hebben getrotseerd, wat zij hebben opgeofferd is meer dan de meesten van ons zouden kunnen of zouden durven.
En dat mogen we ons wel eens wat meer realiseren.” [24]
Indrukwekkende woorden
Een indrukwekkende stellingname.
Zie voor het gehele artikel, noot 25
Dat leverde Peter de Vries-opnieuw’- een Adhesiebetuiging
die niet aan de vereiste documenten konden komen om
een Nederlands paspoort te kunnen krijgen. [27]
En nu is het dan zover:
Deze groep Staatlozen krijgt hun paspoort alsnog [28]
en de waardering voor Peter R de Vries is groot:
Zo zegt Yosef Tekeste Yemani, die tot de groep Staatlozen behoorde en
zich met de problematiek tot Peter R de Vries had gewend [29]
over Peter R de Vries:
”“Ik zal hem altijd dankbaar blijven voor wat hij heeft gedaan.”
EN
”“Peter is een held. Hij is de enige BN’er die zich hard heeft gemaakt voor onze zaak”
“Ik hoop dat hij nog mee gaat krijgen wat hij voor elkaar heeft gekregen.”
[30]
Want het goede nieuws kwam door [31] toen Peter R de Vries
al was neergeschoten……[32]
Okay, Peter R de Vries heeft die strijd niet in zijn eentje
gevoerd, genoeg mensen en groepen hebben zich hier ook
voor ingezet [33], maar een BN’er als hij kan toch behoorlijke invloed
laten gelden.
Zoals is gebleken [34]
ZWARTE PIET, ZWARTE PIET
En tenslotte Zwarte Piet, dat aloude racistische karikatuur [35],
dat nu wel op zijn retour is [36]
Ook daarover sprak Peter R de Vries zich uit en omdat hij
zich tegen Zwarte Piet betoonde [37], kon hij een aantal
bedreigingen naar zijn hoofd krijgen, zoals:
”’Jij bent een vuile landverrader Peter! Hoe haal jij het in je vuile kankerkop om tegen zwarte piet te zijn? Als ik jou ergens tegenkom en dat is voor jou niet te hopen, dan krijg je een kogel door je kop! Jouw bloed zal vloeien landverrader! Ik weet je te vinden,’
[38]
Waarop Peter R de Vries reageerde met:
”’Dit soort mailtjes krijg je dus als je het waagt om iets over #zwartepiet te zeggen … Sneue jongens [39]
Jammer was wel [en dat was ik nadrukkelijk niet met hem
eens], dat hij de rechtszaak tegen de Blokkeerfriezen [40]
”Zonde van het Geld” [41] noemde en kennelijk de noodzaak
tot het berechten van deze levensgevaarlijke pro Piet
Snelwegpiraten onderschatte.
Maar mensen kunnen het nu eenmaal niet over alles
eens zijn….
EPILOOG
Voor zover nu bekend, vecht Peter R de Vries nog
steeds voor zijn leven [42]
Ik hoop, dat hij het haalt
Ten eerste mag niemand worden neergeschoten
Ten tweede is De Vries een byzonder en moedig
man, stond in de vuurlinie bij het bestrijden van
de misdaad.
Maar op MIJ heeft hij indruk gemaakt door
zijn verzet tegen Wilders, zijn inzet voor vluchtelingen en
Lezers: Ooit, in 2010, is de helaas nu neergeschoten misdaadjournalist Peter de Vries [1]op onverbloemde wijze van leer getrokken tegen PVV leider Wilders.Het is mij een Eer, dit stuk hier te posten, met daaronder de adhesiebetuiging,die ondergetekende toen aan Peter R de Vries heeft toegestuurdLees eerst het commentaar van Peter R de Vries [A]Daarna mijn adhesiebetuiging [B]Daarna noot 1 Astrid Essed A PETER R DE VRIES’ TERECHTE AANVAL OP WILDERS BIJ POLITICUS GEERT W. KUN JE NIET ONDERDUIKEN….VOOR HEMMOET JE ONDERDUIKENPETER R. DE VRIES https://nl.politiek.narkive.com/rp4r4QsV/bij-politicus-geert-w-kun-je-niet-onderduiken-voor-hem-moet-je-onderduiken
Bij politicus Geert W. kun je niet onderduiken… voor hem moet je onderduiken! Als er één principe is wat ik als misdaadverslaggever onderschrijf, is het wel dat ook de grootste schurk, de meest gewetenloze crimineel, recht heeft op een goede verdediging, zo niet de beste. Dat is iets wat de strafrechtspleging en de waarheidsvinding alleen maar ten goede komt. En als zo’n boef, ondanks zijn topadvocaat, toch veroordeeld wordt, kun je over het algemeen veilig aannemen dat hij ook werkelijk schuldig is.
Uitgerekend Abraham Moszkowicz
Dit uitgangspunt geldt dus ook voor Geert W., de politicus die vandaag in Amsterdam terecht staat. De man heeft recht op een uitstekende advocaat, die het de officier van justitie en de rechtbank buitengewoon moeilijk maakt. Maar dat gezegd hebbende voeg ik er direct aan toe dat het mij zeer bevreemdt dat de PVV-er wordt verdedigd door mr. Bram Moszkowicz. Uitgerekend Abraham Moszkowicz, zeg ik dan. Dat Geert W. zijn toevlucht heeft genomen tot Moszkowicz snap ik wel, maar dat Moszkowicz hem als cliënt heeft aangenomen vind ik eerlijk gezegd onbegrijpelijk. Iedere andere topadvocaat had hem van mij mogen verdedigen, desnoods drie tegelijk, maar dat Moszkowicz de uitvinder van de ‘kopvodden-tax’ bijstaat, is vloeken in de kerk.
De motivatie van Moszkowicz Abraham Moszkowicz zal ongetwijfeld een heel legitiem verhaal hebben waarom hij dit doet. In diverse kranten heb ik interviews met hem gelezen, maar in geen van die verhalen kan hij mij overigens overtuigen waarom uitgerekend hij dit doet.
Demagoog en volksmenner
Ik vind Geert W. zelf een gevaarlijk man, een demagoog met de potentie van een volksmenner. W. is ronduit kwaadaardig. Iemand die een begrip als de ‘kopvodden-tax’ lanceert, deugt niet. Ik probeer me wel eens voor te stellen hoe zoiets gaat. Eerst bedenkt hij de term ‘Hoofddoeken-belasting’, wat op zich al verwerpelijk is en een normaal mens het schaamrood op de kaken bezorgt, maar dat was W. niet boosaardig genoeg.
En dus piekerde hij over een meer grievende, meer beledigende aanduiding: Mmm… als ik nou van het woord hoofd nu eens kop maak… alsof het om dieren gaat… kop-doekjes-belasting…ja, dat klinkt al beter… Maar doekjes klinkt nog te deugdelijk… wat kan ik daar van maken? O, wacht, als ik van doekjes nou eens vodden maak, want dat zijn het natuurlijk… aha, ja,eureka! Dat is het: kopvodden-belasting, geweldig!
Abject en infaam
Zo moet dat ongeveer zijn gegaan. En dat is abject en infaam, om die woorden ook maar eens te gebruiken. Afschuwelijk, dat we zulke mensen in ons parlement hebben.
Aanvankelijk kon ik dan ook niet geloven dat uitgerekend Abraham Moszkowicz deze man, met deze denkbeelden, wilde verdedigen. Ik heb Bram hierover een aantal weken geleden een sms’je gestuurd, maar hij heeft daar nooit op gereageerd.
Goed en fout
Het verbaast mij temeer omdat ik Bram Moszkowicz goed ken. Zijn vader Max, de eminente peetvader van de strafpleiterij in Nederland, beschouw ik zelfs als de belangrijkste leermeester van mijn juridisch gedachtegoed, in die zin heb ik iets belangrijks gemeen met Bram. Toen ik als jong journalist bij de Telegraaf werkte, zag mr. Max wel wat in mij en jarenlang hebben we zeker één keer in de week geluncht of gedineerd samen. Ik bewaar daar dierbare herinneringen aan. Het waren bijeenkomsten waarin mr. Max mij op bijzondere wijze de nuance tussen goed en fout bijbracht en mij spelenderwijs voorzag van vele levenslessen waar ik ook nu nog vaak gebruik van maak.
Onderduiken? Later kwam de toen nog rechten studerende Bram ook vaak mee met deze college-lunches. We voerden boeiende gesprekken met elkaar en ik kan me nog goed herinneren dat we bij de beoordeling van personen ons vaak afvroegen of je bij hem of haar ‘zou kunnen onderduiken’, als dat nodig was. Want dat zei eigenlijk alles over iemand.
En juist als ik aan die tijd, die gesprekken en die opvattingen terugdenk verbaast het mij dat uitgerekend Abraham Moszkowicz deze Geert W. verdedigt. Want Geert W. is fout. Goed fout. En bij Geert W. kun je niet onderduiken. Nee, het is veel erger, nog even en voor Geert W. moet je onderduiken…
B ADHESIEBETUIGING ASTRID ESSED AAN PETER R DE VRIES
From: Astrid Essed Subject: Adhesiebetuiging nav uw uitspraken over de heer Wilders To: peter.r.de.vries@endemol.nl Date: Thursday, January 21, 2010, 11:02 PM
ADHESIEBETUIGING MET UW UITSPRAKEN TAV PVV VOORMAN, DE HEER WILDERS Geachte heer de Vries, Bij dezen wil ik u van harte mijn grote waardering doen toekomen voor de in uw dagboek dd 20-1 gedane uitspraken tav PVV voorman, de heer G Wilders. Zie http://www.peterrdevries.nl/peter-r.-de-vries/peters-dagboek/bij-politicus-geert-w.-kun-je-niet-onderduiken…-voor-hem-moet-je-onderduiken/ Met u deel ik van harte het principe, dat ieder mens, ongeacht het misdrijf, waarvan hij/zij wordt verdacht, recht heeft op een eerlijk proces, conform het u bekende EVRM en de internationale Verdragen, waaronder het BuPo VerdragHieronder ressorteert als een van de voornaamste principes een hecht doortimmerde bewijslast en het principe ”onschuldig tot schuld bewezen” Uiteraard geldt dit ook de heer Wilders. Anderszijds deel ik volledig uw mening, dat de heer Wilders een demagoog van een gevaarlijk karakter is In de eerste plaats laat Wilders zich systematisch en structureel in discriminerende zin uit over de Islam in het byzonder en moslims in het algemeen, waarmee hij het recht op godsdienstvrijheid schendtTen tweede is zijn gedachtegoed racistisch, aangezien hij zich bij voortduring in negatieve en discriminerende zin uitlaat over Marokkanen en andere ”niet westerse” allochtonen Hiermee zaait hij haat en verdeeldheid tussen ”autochtonen” en ”allochtonen”, zeker in het sinds 11-9-2001 in Nederland [en Europa] verharde klimaat jegens allochtonen in het algemeen en moslims in het byzonder. Als politicus heeft hij een zeer gevaarlijk effect, juist vanwege zijn grote landelijke, politieke en media-bereik Meneer de Vries, Juist in de sinds 11-9-2001 steeds meer toenemend racisme en verharding in Nederland en Europa, getuigt uw opstelling van grote moed. Dat dit niet zonder effect is gebleven, is gebleken uit de ronduit minderwaardige reacties van een aantal PVV aanhangers, waarvan u enkele in uw vervolg column ”De aanhangers van Geert Wilders zij boos”,bekend hebt gemaakt Zonder enige vergelijkingen met het verleden te willen maken, hou ik staande, dat het gedachtegoed van Wilders elementen in zich draagt van het begin van een politiestaat [zijn voorkeur voor administratieve detentie voor terreurverdachten, landelijk preventief fouilleren, zijn hetze tegen moslims, allochtonen en asielzoekers, zijn voorstel tot afschaffing van artikel 1, Grondwet, etc] Beangstigend is dan ook de wijze, waarop hij met ”succes” lijkt in te spelen op bestaande onlustgevoelens, HET handelsmerk van een populist en demagoog Dat u daartegen uw stem hebt verheven, is dan ook van grote betekenis, zeker vanwege uw grote bekendheid en maatschappelijke invloed. Nogmaals mijn grote waardering voor uw moedige en humanitaire opstelling Onder P/S een link naar een destijds door mij geschreven artikel over Wilders Vriendelijke groeten Astrid Essed Amsterdam Artikel tav gedachtegoed Wilders http://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=1636
Misdaadjournalist Peter R. de Vries is vanavond neergeschoten in Amsterdam en is zwaargewond afgevoerd naar het ziekenhuis. Na de beschieting is een mogelijke vluchtauto op de A2 bij Breukelen aangehouden door de politie. Daarbij zijn twee aanhoudingen verricht, waarvan er een mogelijk de schutter is aldus de politie. Een derde verdachte werd elders in Amsterdam aangehouden. De schietpartij gebeurde rond 19.30 uur in de Lange Leidsedwarsstraat, in de buurt van het Leidseplein. Daar zit de studio van RTL Boulevard, waar De Vries vanavond aanwezig was. Volgens een politiewoordvoerder hebben veel mensen de schietpartij zien gebeuren. ,,We hebben meerdere meldingen van ooggetuigen binnengekregen.”
Er kwam veel politie op de been en ook waren er veel omstanders en pers. In de loop van de avond werden ook de eerste bloemen neergelegd op de plaats waar De Vries werd neergeschoten. Op een filmpje dat rondgaat op sociale media, is De Vries duidelijk herkenbaar te zien met een bebloed gezicht. Hij ligt op zijn rug op straat. Omstanders helpen hem en roepen of er al gebeld is naar 112.
Meerdere schotenEr zouden van dichtbij meerdere schoten op De Vries zijn gelost. Getuigen spreken van vijf schoten. Over mogelijke motieven van de dader of aanleidingen voor het schietincident kon de politie nog niets zeggen. ,,Nu zijn we bezig met de zoekactie, sporenonderzoek en natuurlijk hulpverlening. Motieven en achtergronden komen pas in een veel later stadium aan de beurt.”
Een politiehelikopter cirkelde boven de omgeving. De forensische opsporing is ter plaatse om sporenonderzoek te doen. De directe omgeving rond de Lange Leidsedwarsstraat werd afgesloten. De politie ging met meerdere eenheden op zoek naar de mogelijke schutter, aldus de woordvoerder. Grote zoekactieDe politie bevestigde later op de avond dat het slachtoffer de 64-jarige Peter R. de Vries is. Eerder kon de politie dat nog niet zeggen. Wel lieten bronnen al weten wie het slachtoffer was. ,,Het is gebruikelijk dat we eerst familie benaderen voordat we met een identiteit naar buiten treden”, lichtte een woordvoerder toe.Niet zelf benaderenRond 19.40 uur werd via Burgernet een signalement van de vermoedelijke schutter verspreid. Het zou gaan om een man met een klein, tenger postuur. Hij droeg een donkergroene jas met camouflagevlekken en een zwarte pet. Wie deze man ziet, kan hem beter niet zelf benaderen maar 112 bellen, aldus het Burgernetbericht.
Door getuigen ter plaatse kreeg de politie snel zicht op een mogelijke vluchtauto. Deze auto is op de snelweg A4 staande gehouden, aldus de Amsterdamse korpschef Frank Paauw. Daarbij zijn twee verdachten zijn gearresteerd. De mogelijke schutter zit daarbij, zei Paauw.
Een derde verdachte is aangehouden op ‘een locatie in Amsterdam’, aldus de korpschef. Dat zou in Amsterdam-Oost zijn geweest. Volgens Paauw heeft de op de A4 tot staan gebrachte auto de focus bij de politie. Of er een wapen in dat voertuig is gevonden, wilde Paauw niet zeggen. Reactie NVJ,,Dit is wat je al die tijd hoopt dat niet gebeurt”, zegt Thomas Bruning, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, hoorbaar aangeslagen. ,,Natuurlijk is het nog afwachten met welke werkzaamheden van De Vries dit verband houdt, maar de aanslag vond plaats voor de deur van RTL Boulevard. Dit raakt de journalistiek sowieso recht in het gezicht. Laten we hopen en bidden voor zijn gezondheid.”
De Vries was vanavond bij RTL Boulevard te gast om te praten over de zaak Seif Ahmed, een kapper die in 2019 in zijn auto werd doodgeschoten. Ahmeds 14 maanden oude dochtertje zat op de achterbank. ,,Hopelijk heeft ze zich niet gerealiseerd wat er is gebeurd”, sprak De Vries vanavond.BedreigingenHet huis van Peter R. de Vries is in het verleden wel eens bewaakt door de politie, vertelde hij in 2017 tegen deze site. ,,Ze hadden serieuze informatie dat er iets te gebeuren stond. En toen stond er dus ‘s nachts een auto voor de deur, mensen met kogelwerende vesten erin, noem maar, op. Dat hebben we dus geaccepteerd. Vervolgens merkten we dat wij daar wel mee om kunnen gaan, maar dat het op de buren een enorme impact had. Zij lieten hun kinderen niet meer buitenspelen, waren bang dat de kogels elk moment in het rond konden vliegen.’’
Bedreigingen maakten hem ‘geen flikker uit’, vertelde De Vries. ,,Ik doe er ook geen aangifte van, ga er echt geen tijd aan besteden.“ Vorige maand werd De Vries geïnterviewd door Vrij Nederland. Daarin vertelde hij onder meer dat hij niet bang is aangelegd, maar dat ‘de broer van Nabil en zijn vroegere advocaat zijn vermoord, dus je hoeft niet hysterisch te zijn om te denken dat er best iets zou kunnen gebeuren. Dat is part of the job. Een misdaadverslaggever die op echt spannende momenten aan komt zetten met ‘nu wordt het mij iets té intens’ kan beter bij Libelle gaan werken.’ Paspoort Peter Rudolf de VriesGeboren 14 november 1956 in Aalsmeer.Loopbaan Gaat na zijn dienstplicht aan de slag op de Haagse redactie van De Telegraaf. Begint na een jaar verslag te doen over misdaad. Schrijft negen true-crimeboeken, waaronder De ontvoering van Alfred Heineken, in 1987.Is van 1987 tot 1991 hoofdredacteur van het weekblad Aktueel. Schrijft ook over misdaad in Panorama en AD. Maakt van 1995 tot 2012 het tv- programma Peter R. de Vries, misdaadverslaggever.Sindsdien veel te zien in praatprogramma’s. Presenteert bij RTL 5 Internetpesters Aangepakt.Ontvangt voor zijn werk diverse prijzen.Is sinds 2014 ook voetbalmakelaar.Privé Zoon en dochter.
EINDE BERICHT
Reacties uitgeschakeld voor Uit 2010/Adhesiebetuiging Astrid Essed aan Peter R de Vries om zijn terechte aanval op PVV leider Wilders
EXCUSES AAN HET DAGBLAD TROUW IN VERBAND MET HETMISVERSTAND OVER HET ARTIKEL VAN HISTORICUS PIET EMMER
De aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images)Beeld Getty Images
INLEIDINGVooraf: LEZERS!Vergissen is menselijk, zoals wij allemaal weten.Vergissingen maken wij allemaal, soms pijnlijk, soms hilarisch, soms vervelend, soms ernstig. In dit geval heeft uw Bloggertje een vervelende en lichtelijk pijnlijke [gezienhet onderwerp: ”Slavernijverleden”] vergissing gemaakt.Naar aanleiding van een stuk van apologeet van de Westerse slavernij,Emeritus hoogleraar geschiedenis, Piet Emmer [1],ben ik in de pen geklommen om hem te attaqueren, aan de hand van citaten uit zijn stuk [2]Zijn stuk was in de Volkskrant verschenen [3], maar abusievelijk heb ik hetaangezien voor een publicatie door het Dagblad Trouw en Trouw daarop,ten onrechte, aangeschreven.Toen ik terecht door de Trouw Opinieredactie daarop werd gewezen, heb ikbesloten, Dagblad Trouw een excuusmail te schrijven.Ook heb ik de post waarin de Trouw Redactie door mij werd aangeschreven, vanmijn website verwijderd. [4]Deze zal worden vervangen door mijn inmiddels verstuurde brief aan de Volkskrant over hun facilitering van historicus Piet Emmer, apologeet van de Westerse slavernij.Hou dus mijn website in de gaten!Het deed mij plezier te lezen, dat de Trouw Opinieredactie mijn voornemenheeft gewaardeerd. Dit wilde ik graag met u delen, vooral ook om een en ander recht te zetten.Uiteraard heb ik inmiddels WEL de Volkskrant aangeschreven, waarvaneen posting op mijn website zal volgen. Nu eerst mijn excuusmail aan Trouw [waarvan ook de fysieke mail, onder A]Daaronder de waarderende reactie van Trouw Opinie [onder B]En tenslotte de in deze Inleiding genoemde noten Astrid Essed A EXCUUSMAIL AAN TROUWUITGESCHREVEN EN FYSIEKE MAIL:
UITGESCHREVEN TEKST:
AAN REDACTIE TROUWREDACTIE TROUW OPINIE
Geachte Redactie, Recentelijk stuurde ik u een aanklacht mail toe [1] in verband met een artikelvan Emeritus hoogleraar de heer P Emmer, getiteld: ”WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM” [2]Dat mede naar aanleiding van mijn eigen analyse op dit stuk van Emmer.Mijn aanklacht aan u was uw facilitering van een apologeet van de Westerse slavernij, zoals de heer Emmer naar mijn oordeel is.Punt was echter, dat dit artikel niet in uw krant, maar in de Volkskrantis gepubliceerd. Hiervoor bied ik u mijn welgemeende excuses aan.Ik zal dan ook het op mijn website gepubliceerde artikel, waarinuw naam als facilitator genoemd is, vandaag nog [6 juli 2021] verwijderen en een nieuwe post maken met de naam van de juiste krant in dezen:De Volkskrant. Zoals u kunt zien [u hebt het cc van mij doorgekregen], heb ik inmiddelsde Volkskrant aangeschreven op hun facilitering van het stukvan Emmer. Overigens blijft uiteraard de inhoud van mijn analyse van het stuk vanEmmer [3] [behalve de verandering van de naam Trouw in ”Volkskrant”,wat helaas niet in mijn gehele notenapparaat mogelijk is, waarvoor excuses, maar wie de link aanklickt, ziet zelf, dat het Volkskrant zijn moet],ongewijzigd.slavernij apologeet Nogmaals mijn excuses voor dit onfortuinlijke misverstand, dieik daarom ook zo uitgebreid aanbied omdat het slavernijverledeneen heel gevoelig onderwerp is en ik mijn beschuldigingen graagop conto van het juiste medium scuif. Deze brief zal ook op mijn website worden gepubliceerd, want men moetzijn eigen fouten kunnen toegeven. Vriendelijke groeten Astrid EssedAmsterdam www.astridessed.nl
NOTEN
[1] LET OP!De onder noot 1 genoemde link zal verdwijnen, worden verwijderd van mijn website. omdat niet Trouw, maar De Volkskrant het gewraakte stuk van Emmer heeft gepubliceerd!
Geachte Redactie, Recentelijk stuurde ik u een aanklacht mail toe [1] in verband met een artikelvan Emeritus hoogleraar de heer P Emmer, getiteld: ”WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM” [2]Dat mede naar aanleiding van mijn eigen analyse op dit stuk van Emmer.Mijn aanklacht aan u was uw facilitering van een apologeet van de Westerse slavernij, zoals de heer Emmer naar mijn oordeel is.Punt was echter, dat dit artikel niet in uw krant, maar in de Volkskrantis gepubliceerd. Hiervoor bied ik u mijn welgemeende excuses aan.Ik zal dan ook het op mijn website gepubliceerde artikel, waarinuw naam als facilitator genoemd is, vandaag nog [6 juli 2021] verwijderen en een nieuwe post maken met de naam van de juiste krant in dezen:De Volkskrant. Zoals u kunt zien [u hebt het cc van mij doorgekregen], heb ik inmiddelsde Volkskrant aangeschreven op hun facilitering van het stukvan Emmer. Overigens blijft uiteraard de inhoud van mijn analyse van het stuk vanEmmer [3] [behalve de verandering van de naam Trouw in ”Volkskrant”,wat helaas niet in mijn gehele notenapparaat mogelijk is, waarvoor excuses, maar wie de link aanklickt, ziet zelf, dat het Volkskrant zijn moet],ongewijzigd.slavernij apologeet Nogmaals mijn excuses voor dit onfortuinlijke misverstand, dieik daarom ook zo uitgebreid aanbied omdat het slavernijverledeneen heel gevoelig onderwerp is en ik mijn beschuldigingen graagop conto van het juiste medium scuif. Deze brief zal ook op mijn website worden gepubliceerd, want men moetzijn eigen fouten kunnen toegeven. Vriendelijke groeten Astrid Essed
[1] LET OP!De onder noot 1 genoemde link zal verdwijnen, worden verwijderd van mijn website. omdat niet Trouw, maar De Volkskrant het gewraakte stuk van Emmer heeft gepubliceerd!
WAARDERENDE REACTIE TROUW OP MIJN EXCUSES On Tuesday, July 6, 2021, 11:46:31 AM GMT+2, TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net> wrote:
Geachte Astrid Essed,Dat is heel sportief van u, we waarderen dat.vriendelijke groet,Monic SlingerlandChef Opinieredactie Trouw020-5623232www.trouw.nl C NOTEN, BEHORENDE BIJ ”INLEIDING VOORAF”
[1]
TEKST
Dat slavernij overal in de wereld voorkwam lijkt het Rijksmuseum niet te interesseren. De bezoeker krijgt de indruk dat de slavenhandel en slavernij voornamelijk Europese erfzonden zijn.
De met veel tamtam aangekondigde en inmiddels geopende tentoonstelling ‘Slavernij’ in het Rijksmuseum typeert de slaven vrijwel zonder uitzondering als zielige underdogs, terwijl veel wetenschappelijke studies van de laatste vijftig jaar keer op keer laten zien dat die gedweeë, sullige ‘Sambo’ zonder initiatief, die alles accepteert en zich naar believen laat straffen, vernederen en uitbuiten, nooit heeft bestaan.
De tentoonstelling documenteert slechts een aantal levensgeschiedenissen van slaven en die beperking verhindert dat er een aantal fundamentele problemen aan de orde komen, zoals de vraag waarom de Europeanen voor hun koloniën slaven uit Afrika en Azië haalden en niet uit hun eigen continent en waarom Afrika en Azië in staat bleken in de loop der eeuwen steeds meer slaven te leveren.
Morele oordelen
Bovendien worden zowel de bezoekers van de tentoonstelling als de lezers van de daarbij behorende bundel opstellen voortdurend geconfronteerd met hedendaagse morele oordelen zoals de verontwaardiging over het feit dat de slaven af en toe op zaterdag moesten werken. Pardon, een vrije zaterdag in de 18de en 19de eeuw?
Dat slavernij overal in de wereld voorkwam lijkt het Rijksmuseum niet te interesseren, waardoor de bezoeker de indruk krijgt dat de slavenhandel en slavernij voornamelijk Europese erfzonden zijn: ‘In Afrika leefden mensen in de koloniale tijd met de realiteit van mensenhandelaren, nomaden op paarden, die nachtelijke rooftochten organiseerden om mensen te ontvoeren.’
Niet gekoloniseerd
Het Rijksmuseum verzwijgt echter dat Afrika ten tijde van de Atlantische slavenhandel helemaal nog niet gekoloniseerd was en dat de ‘rooftochten’ en ‘ontvoeringen’ dus onmogelijk de Europeanen in de schoenen kunnen worden geschoven.
Tegen alle logica beweert de directeur van het Rijks, Taco Dibbits in het voorwoord van het magazine voor scholieren Slavernij en nu? dat ‘de arbeiders op de plantages niet betaald’ kregen. Zou hij werkelijk geloven dat de plantagebezitters hun voor veel geld gekochte slaven lieten verhongeren?
Beloning
Niets is minder waar. Zo kregen de slaven van de Surinaamse plantage ‘Catharina Sophia’ in de 19de eeuw weliswaar geen geld, maar gemiddeld 94,57 gulden per jaar aan voedsel en 13,58 gulden aan kleding en huishoudelijke artikelen alsmede huisvesting, het gebruik van een moestuin en medische zorg.
In dezelfde tijd verdienden de landarbeiders in Drenthe ongeveer 150 gulden per jaar zonder huisvesting, moestuin en doktershulp. Bovendien wijst de directeur op de Nachtwacht van Rembrandt met daarop een jong kind met een donkere huidskleur en vraagt: ‘En waarom moest hij als kind al werken?’. Is hij niet op de hoogte van het feit dat in Rembrandts tijd en nog velen eeuwen daarna kinderarbeid heel normaal was?
Bezit
Zonder enig bewijs meldt de tentoonstellingsbundel dat slaven geen bezit mochten hebben. Hoe was het dan mogelijk dat sommige slaven zichzelf vrijkochten en waar kwam in het eerste jaar na de vrijverklaring die koopgolf onder de ex-slaven vandaan? Ook beweert de bundel dat slaven niet mochten lezen en schrijven, maar hoe kon de zwarte abolitionist (voorstander afschaffing slavernij, red.) Equiano dan zijn memoires schrijven als hij dat als slaaf niet had geleerd? De slaven waren het eigendom van een ander en ‘daarom kon er juridisch gezien geen sprake van mishandeling of verkrachting zijn’ door de eigenaar.
Waarom zijn er dan processen gevoerd tegen planters, die een slaaf hadden gemarteld of gedood? Dat de tentoonstelling geen wetenschappelijk, maar een activistisch karakter draagt blijkt ook uit de constatering dat de Europese slavenhandelaren slaven ‘tot object’ maakten. Deden hun Afrikaanse en Arabische collega’s dat dan niet? Kun je de Europeanen verwijten dat ze steeds meer kindslaven kochten?
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat alleen Afrikaanse handelaren bepaalden hoeveel man-, vrouw- en kindslaven te koop werden aangeboden. Zelfs de plantageklok, die ’s morgens het begin van de werkdag aankondigde, is volgens het Rijksmuseum een symbool van uitbuiting en geweld. Maar zou dat instrument net als in Europa geen middel zijn geweest om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?
Wie hoopt dat de tentoonstelling hem of haar op de hoogte brengt van de laatste wetenschappelijke inzichten hoeft het Rijksmuseum niet te bezoeken, maar wie zijn stereotiepe opvatting over de slavenhandel en slavernij bevestigd wil zien, komt in het Rijksmuseum ruimschoots aan zijn trekken.
Piet Emmer is auteur van De geschiedenis van de Nederlandse slavernij in een notendop (2021). EINDE VOLKSKRANT ARTIKEL [2]