Noten 1 t/m 26 bij ”Peter R de Vries, misdaadjournalist”

[1]
WIKIPEDIAPETER R. DE VRIES
https://en.wikipedia.org/wiki/Peter_R._de_Vries

[2]

ADPETER R DE VRIES NEERGESCHOTEN IN AMSTERDAM:DRIE VERDACHTEN AANGEHOUDEN6 JULI 2021
https://www.ad.nl/binnenland/peter-r-de-vries-neergeschoten-in-amsterdam-drie-verdachten-aangehouden~aa3567f5/

Misdaadjournalist Peter R. de Vries is vanavond neergeschoten in Amsterdam en is zwaargewond afgevoerd naar het ziekenhuis. Na de beschieting is een mogelijke vluchtauto op de A2 bij Breukelen aangehouden door de politie. Daarbij zijn twee aanhoudingen verricht, waarvan er een mogelijk de schutter is aldus de politie. Een derde verdachte werd elders in Amsterdam aangehouden. 

De schietpartij gebeurde rond 19.30 uur in de Lange Leidsedwarsstraat, in de buurt van het Leidseplein. Daar zit de studio van RTL Boulevard, waar De Vries vanavond aanwezig was.  Volgens een politiewoordvoerder hebben veel mensen de schietpartij zien gebeuren. ,,We hebben meerdere meldingen van ooggetuigen binnengekregen.”

Er kwam veel politie op de been en ook waren er veel omstanders en pers. In de loop van de avond werden ook de eerste bloemen neergelegd op de plaats waar De Vries werd neergeschoten. Op een filmpje dat rondgaat op sociale media, is De Vries duidelijk herkenbaar te zien met een bebloed gezicht. Hij ligt op zijn rug op straat. Omstanders helpen hem en roepen of er al gebeld is naar 112. 

Meerdere schoten

Er zouden van dichtbij meerdere schoten op De Vries zijn gelost. Getuigen spreken van vijf schoten. Over mogelijke motieven van de dader of aanleidingen voor het schietincident kon de politie nog niets zeggen. ,,Nu zijn we bezig met de zoekactie, sporenonderzoek en natuurlijk hulpverlening. Motieven en achtergronden komen pas in een veel later stadium aan de beurt.”

Een politiehelikopter cirkelde boven de omgeving. De forensische opsporing is ter plaatse om sporenonderzoek te doen. De directe omgeving rond de Lange Leidsedwarsstraat werd afgesloten. De politie ging met meerdere eenheden op zoek naar de mogelijke schutter, aldus de woordvoerder.

Grote zoekactie

De politie bevestigde later op de avond dat het slachtoffer de 64-jarige Peter R. de Vries is. Eerder kon de politie dat nog niet zeggen. Wel lieten bronnen al weten wie het slachtoffer was. ,,Het is gebruikelijk dat we eerst familie benaderen voordat we met een identiteit naar buiten treden”, lichtte een woordvoerder toe.

Niet zelf benaderen

Rond 19.40 uur werd via Burgernet een signalement van de vermoedelijke schutter verspreid. Het zou gaan om een man met een klein, tenger postuur. Hij droeg een donkergroene jas met camouflagevlekken en een zwarte pet. Wie deze man ziet, kan hem beter niet zelf benaderen maar 112 bellen, aldus het Burgernetbericht.

Door getuigen ter plaatse kreeg de politie snel zicht op een mogelijke vluchtauto. Deze auto is op de snelweg A4 staande gehouden, aldus de Amsterdamse korpschef Frank Paauw. Daarbij zijn twee verdachten zijn gearresteerd. De mogelijke schutter zit daarbij, zei Paauw.

Een derde verdachte is aangehouden op ‘een locatie in Amsterdam’, aldus de korpschef. Dat zou in Amsterdam-Oost zijn geweest. Volgens Paauw heeft de op de A4 tot staan gebrachte auto de focus bij de politie. Of er een wapen in dat voertuig is gevonden, wilde Paauw niet zeggen.

Reactie NVJ

,,Dit is wat je al die tijd hoopt dat niet gebeurt”, zegt Thomas Bruning, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, hoorbaar aangeslagen. ,,Natuurlijk is het nog afwachten met welke werkzaamheden van De Vries dit verband houdt, maar de aanslag vond plaats voor de deur van RTL Boulevard. Dit raakt de journalistiek sowieso recht in het gezicht. Laten we hopen en bidden voor zijn gezondheid.”

De Vries was vanavond bij RTL Boulevard te gast om te praten over de zaak Seif Ahmed, een kapper die in 2019 in zijn auto werd doodgeschoten. Ahmeds 14 maanden oude dochtertje zat op de achterbank. ,,Hopelijk heeft ze zich niet gerealiseerd wat er is gebeurd”, sprak De Vries vanavond.

Bedreigingen

Het huis van Peter R. de Vries is in het verleden wel eens bewaakt door de politie, vertelde hij in 2017 tegen deze site. ,,Ze hadden serieuze informatie dat er iets te gebeuren stond. En toen stond er dus ‘s nachts een auto voor de deur, mensen met kogelwerende vesten erin, noem maar, op. Dat hebben we dus geaccepteerd. Vervolgens merkten we dat wij daar wel mee om kunnen gaan, maar dat het op de buren een enorme impact had. Zij lieten hun kinderen niet meer buitenspelen, waren bang dat de kogels elk moment in het rond konden vliegen.’’

Bedreigingen maakten hem ‘geen flikker uit’, vertelde De Vries. ,,Ik doe er ook geen aangifte van, ga er echt geen tijd aan besteden.“ Vorige maand werd De Vries geïnterviewd door Vrij Nederland. Daarin vertelde hij onder meer dat hij niet bang is aangelegd, maar dat ‘de broer van Nabil en zijn vroegere advocaat zijn vermoord, dus je hoeft niet hysterisch te zijn om te denken dat er best iets zou kunnen gebeuren. Dat is part of the job. Een misdaadverslaggever die op echt spannende momenten aan komt zetten met ‘nu wordt het mij iets té intens’ kan beter bij Libelle gaan werken.’

Paspoort Peter Rudolf de Vries

Geboren
14 november 1956 in Aalsmeer.

Loopbaan
Gaat na zijn dienstplicht aan de slag op de Haagse redactie van De Telegraaf. Begint na een jaar verslag te doen over misdaad. Schrijft negen true-crimeboeken, waaronder De ontvoering van Alfred Heineken, in 1987.

Is van 1987 tot 1991 hoofdredacteur van het weekblad Aktueel. Schrijft ook over misdaad in Panorama en AD. Maakt van 1995 tot 2012 het tv- programma Peter R. de Vries, misdaadverslaggever.

Sindsdien veel te zien in praatprogramma’s. Presenteert bij RTL 5 Internetpesters Aangepakt.

Ontvangt voor zijn werk diverse prijzen.

Is sinds 2014 ook voetbalmakelaar.

Privé
Zoon en dochter.

EINDE BERICHT

[3]

”Koning Willem-Alexander heeft in een korte verklaring stilgestaan bij de aanslag op Peter R. de Vries. Hij noemde het aan aanslag op de journalistiek en noemde de journalistiek een “hoeksteen van de rechtsstaat”. Daarmee is volgens hem ook een aanslag op onze rechtsstaat gepleegd.”
NPO1 RADIOAANVAL OP PETER R DE VRIES IS ”AANVAL OPDEMOCRATIE” EN ”MOET DOORDRINGEN IN PARLEMENT”
https://www.nporadio1.nl/nieuws/binnenland/2f74e51f-4031-46fa-9732-83e56c7f5300/aanslag-op-peter-r-de-vries-is-aanval-op-democratie-moet-doordringen-in-parlement

Koning Willem-Alexander heeft in een korte verklaring stilgestaan bij de aanslag op Peter R. de Vries. Hij noemde het aan aanslag op de journalistiek en noemde de journalistiek een “hoeksteen van de rechtsstaat”. Daarmee is volgens hem ook een aanslag op onze rechtsstaat gepleegd.

De koning sprak direct tot journalisten. “Ik begrijp dat er onder u collega’s zijn die aangedaan zijn. Als een collega dit gebeurt, dat moet verschrikkelijk zijn.” Hij zei verder geen details te hebben.

Ook Jan Struijs, de voorzitter van de Nederlandse Politiebond, noemt de aanslag een aanval op de rechtsstaat en op de democratie. Hij vindt dat het moet doordringen in het parlement, zodat er stappen tegen de georganiseerde misdaad gezet worden. “Het vraagt om een doordacht, slim offensief”, zegt hij in het NOS Radio 1 Journaal.

“De ironie van het lot is dat ik deze zomer nog een afspraak had met Peter over waar we nu staan met de aanpak van de georganiseerde misdaad”, zegt Struijs. “Dat vraagt echt om nieuwe strategieën. Laten we for the time being alle energie zetten op het oplossen van deze aanslag. Maar dit gaat wel heel fundamentele vragen oproepen.”

Volgens de NPB-voorzitter gaan we langzaam maar zeker naar een andere discussie toe: “Wat kunnen we mensen die voor de rechtsstaat werken, inclusief journalisten, bieden om ze zoveel mogelijk bescherming te geven? Het gaat heel ver nu, mensen worden aan de lopende band bedreigd. We moeten nadenken over hoe we dit gaan aanpakken de komende tien jaar, want dit raakt ons allen.”

Peter R. de Vries is de afgelopen decennia als journalist betrokken geweest bij veel grote misdaadzaken. Tegenwoordig is hij ook aanjager van cold cases, zoals de zaak-Tanja Groen, en vertrouwenspersoon van kroongetuige Nabil B. in het Marengo-proces.

Er is vanochtend nog geen update over de gezondheidssituatie van De Vries. Gisteravond na 23.00 uur meldde de Amsterdamse burgemeester Halsema dat hij vecht voor zijn leven.

Verslaggever Remco Andringa zet het nieuws van vanochtend nog op een rijtje:

Alle grote ochtendbladen besteden vanochtend op de voorpagina aandacht aan de aanslag op De Vries. ‘Schok na aanslag’, schrijft De Telegraaf. Volgens de krant vond De Vries beveiliging geen optie. Hij fietste elke week op zijn racefiets een rondje langs het Gooimeer en plaatste daar ook foto’s van op Twitter.

De Vries is na misdaadblogger Martin Kok de tweede misdaadjournalist die is neergeschoten. De Telegraaf noemt de kans klein dat het bij De Vries om een eenmansactie ging. “De wijze waarop de aanslag is gepleegd, vertoont alle kenmerken van een goed voorbereide liquidatie”, schrijft de krant.

NRC schrijft over de verbijstering na het neerschieten van De Vries. Hij werd tijdens zijn carrière meerdere keren bedreigd. Volgens NRC bleef hij daar op het oog stoïcijns onder.

Bij Trouw zien we een foto van de Lange Leidsedwarsstraat, waar de aanslag was, met in die straat de calamiteitencontainer van de politie. ‘Moordaanslag op Peter R. De Vries’, kopt het AD. De krant schrijft dat de journalist in 2019 bekendmaakte dat hij op een dodenlijst van Ridouan Taghi stond.

Taghi schreef hem daarna dat hij niks te vrezen had, maar volgens het AD was De Vries toen hij die brief kreeg, nog geen vertrouwenspersoon van Nabil B. Hij is de kroongetuige in het Marengo-proces waarin Taghi de hoofdverdachte is.

In de Volkskrant schrijft columnist Bert Wagendorp over De Vries: hij noemt hem een lefgozer met lef, en niet vrijblijvend, maar met inzet van zijn hele hebben en houden.

EINDE BERICHT

[4]

RTL NIEUWS

POOL (35) EN ROTTERDAMMER (21) VAST VOOR

AANSLAG PETER R. DE VRIES, DERDE VERDACHTE

VRIJGELATEN

7 JULI 2021

https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5240519/twee-verdachten-vast-peter-r-de-vries-aangehouden

Er zitten momenteel twee verdachten vast voor de aanslag op misdaadjournalist Peter R. de Vries. Dat meldt de politie. Het gaat om een 35-jarige Poolse man uit Maurik, en een 21-jarige man uit Rotterdam. Een derde man die gisteren werd aangehouden, is weer vrijgelaten.

De twee verdachten die nog vastzitten, worden verdacht van directe betrokkenheid bij het schietincident, zegt de politie. 

Huiszoekingen

De verdachten zitten in beperkingen, wat inhoudt dat ze alleen contact mogen hebben met hun advocaat. Ze worden vrijdag voorgeleid aan de rechter-commissaris.

De twee werden gisteren aangehouden op de A4 bij Leidschendam. Dat zie je in deze video:

De politie heeft afgelopen avond en nacht huiszoekingen gedaan in Tiel, Maurik en Amsterdam. Daar zijn gegevensdragers en munitie in beslag genomen. 

De vrijgelaten man is een 18-jarige Amsterdammer, die gisteren werd aangehouden in Amsterdam. Hij is geen verdachte meer in dit onderzoek, meldt de politie.

EINDE BERICHT

[5]

RTL NIEUWS

HALSEMA: PETER R. DE VRIES IS BARMHARTIGE STEUNPILAAR VOOR MENSEN IN NOOD

https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5240453/aanslag-peter-r-de-vries-verdachten-aangehouden-diep-geschokt

Halsema: Peter R. de Vries is barmhartige steunpilaar voor mensen in nood

Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam, heeft vanmiddag voorafgaand aan de vergadering van de gemeenteraad een verklaring voorgelezen over de aanslag op misdaadverslaggever Peter R. de Vries. Zij noemde de aanslag ‘laf’ en ‘bruut’. 

“Peter R. De Vries heeft bewonderaars in alle kringen, en is geliefd in alle delen van ons land. Hij is een heldhaftige bestrijder van onrecht en een barmhartige steunpilaar voor mensen in nood. Deze aanslag heeft onze stad geschokt, wij zijn woedend en vastberaden. De politie heeft snel en professioneel opgetreden. Samen met het OM zetten ze alles op alles om alle verantwoordelijken op te sporen en te berechten.”

“In onze stad en in ons land werken mensen die licht werpen op een duistere wereld. Ook gisteravond en vandaag zijn zij aan het werk. Iedereen die onze rechtsstaat koestert, staat pal voor journalisten. De driehoek steunt hen en ik heb zelf contact gehad met enkelen van hen.”

“Ook de buurt is geschrokken. Er staat een calamiteitenbus van de politie klaar voor bewoners. Het stadsbestuur is in gedachten bij zijn gezin, zijn familie en zijn vrienden.”

EINDE BERICHT

[6]

TELEGRAAF

GESCHOKTE REACTIES OP NEERGESCHOTEN 

PETER R DE VRIES

https://www.telegraaf.nl/entertainment/1744680703/geschokte-reacties-op-neergeschoten-peter-r-de-vries

Op sociale media reageren veel bekende Nederlanders geschokt op het nieuws dat misdaadverslaggever en mediapersoonlijkheid Peter R. de Vries is neergeschoten in Amsterdam. Velen hopen dat zijn verwondingen meevallen en dat hij erbovenop komt.

Presentator Tim Hofman schrijft: „Echt vreselijk man. Hoop dat hij er snel bovenop is.”

Actrice Anna Drijver, die haar volgers oproept om geen beelden te verspreiden, vindt dat niemand aan Peter zou mogen komen. „Nee, dat doe je niet.”

„Zoooo!!! Heftig!”, schrijft radiomaker Erik de Zwart.

Presentator Henny Huisman raakte geëmotioneerd door het bericht. „@PeterRdeV neergeschoten, waar moet het naar toe in Nederland? Ik huil dikke tranen om deze tragedie.”

Ook Ronnie Flex, Miryanna van Reeden, Georgina Verbaan, Leonie ter Braak, Claudia de Breij en Victor Reinier spreken zich uit.’

EINDE BERICHT

NOS

VERBIJSTERDE REACTIES UIT POLITIEK EN

ADVOCATUUR OP AANSLAG PETER R DE VRIES

https://nos.nl/artikel/2388234-verbijsterde-reacties-uit-politiek-en-advocatuur-op-aanslag-peter-r-de-vries

In de politiek en de advocatuur wordt geschokt gereageerd op de aanslag op Peter R. de Vries. Meerdere Kamerleden, ministers en staatssecretarissen spraken hun afschuw uit. Strafrechtadvocaat Geert-Jan Knoops zei in Nieuwsuur “zeer gechoqueerd en eigenlijk ook verbijsterd” te zijn door het nieuws.

Het nieuws van de aanslag kwam tijdens een debat in de Tweede Kamer. “We kennen de toedracht niet, maar wat de toedracht ook is, dit is onvoorstelbaar verschrikkelijk nieuws”, zei demissionair minister Hoekstra. “In gedachten zijn we bij allen die dit aangaat en die hier heel erg veel verdriet van hebben.”

Staatssecretaris van Economische Zaken Yesilgöz zei op Twitter: “Wat is dit verschrikkelijk. Zit hier een potje te janken, echt geen woorden voor.”

Ook verschillende partijleiders hebben ook op Twitter gereageerd. PVV-leider Wilders sprak kort na de eerste berichten zijn afschuw uit. “Vreselijk.” GroenLinks-leider Klaver roept op om het filmpje van de situatie niet meer te verspreiden.

“Echt een afschuwelijk bericht en de vreselijkste flashback naar andere aanslagen op onze vrije samenleving. Hoop en bid dat hij het overleeft”, zegt ChristenUnie-leider Segers.

PvdA-leider Ploumen: “Wat een onvoorstelbaar en verschrikkelijk nieuws. Een aanslag op Peter R. de Vries, op de journalistiek en onze vrije samenleving. Mijn gedachten zijn bij Peter R. de Vries en zijn familie.”

Denk-leider Azarkan spreekt van een laffe en afschuwelijke aanslag. “Ik bid en hoop dat Peter het redt.” Ook partijleider Ouwehand van de Partij voor de Dieren spreekt van een aanslag “Geen woorden voor. Heel veel sterkte voor allen die hem lief zijn.”

Ook SGP-leider Van der Staaij reageert op Twitter:Kees van der Staaij @keesvdstaaijWat een schokkend nieuws dat misdaadverslaggever Peter R. de Vries is neergeschoten. Altijd weer moet de rechtsstaat bevochten worden!19 uur geleden

Geert-Jan Knoops zei in Nieuwsuur dat hij De Vries onlangs nog was tegengekomen. “Daar was verder geen enkele indicatie dat hij gevaar zou lopen. Ik hoop dat de artsen zorgen dat hij in leven blijft, het is een belangrijke persoonlijkheid in ons vak.”

Bij Op1 zei Gerard Spong dat ook hij geschokt is. “Maar ik moet wel zeggen dat ik niet helemaal verbaasd ben dat dit gebeurd is.” Volgens de advocaat is De Vries actief “in de vuurlinie van het strafrecht” en “daar lopen doorgaans geen lieverdjes rond”.

Bij het kantoor van advocaat Peter Schouten, die kroongetuige Nabil B. bijstaat in het Marengo-proces rondom Ridouan Taghi, waren gisteravond zwaarbewapende agenten. De omgeving van het Bredase kantoor werd afgezet en voorbijgangers werden op afstand gehouden, meldt Omroep Brabant.

Peter R. de Vries is bij Schouten in dienst als adviseur en is vertrouwenspersoon van B. “Het enige wat ik nu doe, is hopen dat Peter nog leeft. Verder heb ik niets te zeggen”, liet Schouten aan de NOS weten.

EINDE BERICHT

[7]

[Deze mening is natuurlijk voor de rekening

van de betreffende journaliste/Artikel hier alleen

gebruikt voor bronmateriaal]

AD

BEN JE NET BEKOMEN VAN DE RELLEN, KRIJG JE

ALS BURGEMEESTER DE ALWETENDE PETER R DE VRIES

OVER JE HEEN

26 JANUARI 2021

https://www.ad.nl/show/ben-je-net-bekomen-van-de-rellen-krijg-je-als-burgemeester-de-alwetende-peter-r-de-vries-over-je-heen~a58a2245/

Journaliste Angela de Jong schrijft vijf keer per week een column over wat haar opvalt op tv.

Je zal maar burgemeester John Jorritsma van Eindhoven zijn. Heb je zondag eerst je politiemensen, de stad en burgers moeten verdedigen tegen een stelletje raddraaiers en andere galbakken. Ben je maandag druk met de nasleep en bereid je je voor op nieuwe rellen. En als beloning krijg je ‘s avonds bij Jinek eenmansinquisitie Peter R. de Vries over je heen.

Peter had het natuurlijk allemaal al zien aankomen, had er juist van opgekeken dat de politiek zo verbaasd is en wist ook haarfijn uit te leggen wat de daders bezielde. De jongeren voelen zich beknot, gefrustreerd, niet gehoord. Er is onbegrip voor de coronamaatregelen, die Peter persoonlijk ook erg inconsequent vindt. En dat het vaccineren niet opschiet helpt natuurlijk ook niet mee. Hij keurt het geweld af, maar…

Hij wist zelfs beter dan de burgemeester wie er precies huis hadden gehouden in Eindhoven. Had Jorritsma het nou over ‘tuig’? Die durfde, zeg. ,,Heeft u wel eens eentje van die jongens gesproken, meneer de burgemeester?’’ Nee? Kijk, daar had je het al. De bekende triomfantelijke blik. Laat Peter nou toevallig veertig jaar geleden met zijn poten in het bluswater hebben gestaan bij de Krakersrellen in Amsterdam. Nou jij weer, meneer de burgemeester.

Het was een herhaling van het betoog dat hij een paar uur eerder afstak aan de desk van RTL Boulevard. Ze kunnen dat programma beter omdopen tot de werkgroep psychologie en openbare ordebestrijding van de Universiteit van Amsterdam Oud-Zuid. Met als boegbeelden de eerder genoemde prof. dr. De Vries die al zijn overige collega’s met welke specialisatie dan ook overbodig maakt, al was het maar omdat hij altijd en overal iedereen overschreeuwt. En zijn lieftallige assistente Nikkie Plessen die ook nooit te beroerd is deze coronaperiode een duit in het zakje te doen vanuit het perspectief van de verwende, steenrijke maar o zo lijdende onderneemster.

Deze maandag was ze zelfs ervaringsdeskundige. Want de rellen in Amsterdam trokken door haar wijk. Newsflash: het was ‘niet normaal’ geweest. Kabaal, paarden. Ze liep toevallig net met man en kind in het Vondelpark, maar ze waren snel naar huis gegaan. Onderweg zagen ze ingeslagen auto’s, omgegooide Dixi’s. In het chique Oud-Zuid mag je als bouwvakker namelijk niet een plasje doen op de design-wc van je opdrachtgever, maar moet je je eigen chemische poepdoos voor de deur zetten. ,,Ik ben oprecht geschrokken. En ik schrik nooit.’’ Aldus Nikkie.

Waarna ze moeiteloos overschakelde naar een diepte-analyse van de gekwelde geest van die relschoppers. Ze was het volledig met Peter eens. ,,Jongeren worden op dit moment niet gehoord. Denk ik.’’ Ze veroordeelt het geweld, maar…

Nou, geef mij Jorritsma maar, die onomwonden spreekt van ‘tuig’. Zonder gemaar.

EINDE BERICHT

MEDIACOURANT

PETER R. DE VRIES EN JOHN JORRITSMA

BOTSEN BIJ JINEK: ”JIJ STAAT

AAN DE ZIJLIJN”

Peter R. de Vries botste maandagavond in de talkshow van Eva Jinek met de Eindhovense burgemeester John Jorritsma. De VVD-bestuurder verweet de RTL-journalist te roepen vanaf de zijlijn.

John Jorritsma zat in de talkshow van Eva Jinek om te praten over zijn door avondklokrellen geteisterde Eindhoven. Hij trof in de studio onder meer de immer rebelse Peter R. de Vries aan. De misdaadjournalist blijkt begrip te hebben voor de relschoppers, terwijl Jorritsma het tuig in zijn stad juist helemaal niet begrijpt.

Peter begrijpt reltuig

Peter R. sprong bij Jinek in de bres voor de relschoppers, net zoals hij dat eerder op de avond al deed in RTL Boulevard. “Wat we zien is zeg maar een radicaal topje van een grotere ijsberg van mensen bij wie er geen draagvlak meer is voor wat er op dit moment in Nederland gebeurt.”

Daarmee doelt Peter op de vergaande vrijheidsbeperkingen vanwege corona. “Die grotere ijsberg zit vol met ongenoegen, frustratie en onbegrip voor de inconsequente maatregelen en een vaccinatieprogramma dat maar niet op gang komt. Dat is iets wat je niet kunt uitleggen.”

“Ik betrap mezelf er ook wel eens op dat ik denk: potverdomme, hoe kan het nou dat we na drie weken nog maar 100.000 mensen hebben gevaccineerd?”

Roepen vanaf zijlijn’

Gastvrouw Eva Jinek: “Ik vraag het even aan de burgemeester. Heeft Peter een punt?”

Burgemeester John Jorritsma: “Ja, het is altijd makkelijk om vanaf de zijlijn dit soort commentaren daarop te hebben.”

Peter getergd: “Nou, ik sta niet aan de zijlijn, hoor, meneer de burgemeester. Ik sta met mijn voeten altijd in het bluswater.”

Jorritsma: “Ik mocht denk ik wat zeggen. Ik was denk ik aan de beurt om wat te zeggen.”

Peter: “Het is hier een talkshow. We mogen allemaal wat zeggen.”

‘Heeft u er één gesproken?’

John Jorritsma begrijpt ‘de onvrede in de samenleving’. “Maar dat geeft geen argument om je op deze manier te verzetten tegen de politie, winkels te plunderen en mensen naar het leven te staan. Ze kwamen met één doel: niet om hun frustraties te uiten, maar om te matten. Dat waren mensen die vanuit verschillende groepen kwamen. Ook vanuit de harde kern supporters van voetbalclubs.”

Peter: “Heeft u er wel eens één gesproken, meneer de burgemeester? U weet het allemaal zo goed, maar heeft u er wel eens één gesproken?”

John: “Nee, ik heb niet deze mensen in mijn kennissenkring kan ik u zeggen.”

Peter: “Kijk, dat is misschien nou juist het probleem. U oordeelt, maar wat weet u ervan?”

Studenten

Volgens Peter is het namelijk onzin dat de relschoppers allemaal crimineel zijn. Het zijn volgens hem in veel gevallen juist keurige studenten.

“Ik denk dat als je die jongens allemaal zou oppakken en zou kijken wie het zijn, dan zijn het vaak heel normale jongens die goed zijn opgevoed, die studeren, een baantje hebben, etcetera. Dat is niet allemaal lowlife”, zei hij eerder op de avond in RTL Boulevard.

Relbeelden

Fragment

Het fragment van de ruziënde Peter R. en John Jorritsma:

EINDE BERICHT

[8]

AD

REACTIES OP PETER R DE VRIES: ”HOE

DURF JE AL DIE PLUNDERAARS TE VERDEDIGEN..”

https://www.ad.nl/opinie/reacties-op-peter-r-de-vries-hoe-durf-je-al-die-plunderaars-te-verdedigen~a622fea2/

Lezers van onze krant en site kunnen zelf een ingezonden brief sturen via brieven@ad.nl. Hieronder een selectie van de lezersbrieven die donderdag 28 januari in de krant verschenen over onder meer de avondklokrellen en de column van Angela de Jong over Peter R. de Vries.

Brief van de dag | Avondklokrellen hebben wél iets met coronaprotesten te makenPolitici beweren dat de avondklokrellen niets met coronaprotesten te maken hebben. Dat hebben zij wél. De doelwitkeuze van de relschoppers spreekt boekdelen. Een teststraat brandde af en een tweede ziekenhuis stond genomineerd voor een aanval. Van beweringen dat de ic’s leeg zijn tot de koorzangen die een dictatuur veronderstellen, het is de taal van Willem Engel die mainstream geworden is.

Engel toonde begrip voor zijn aanhangers die in augustus verzorgend personeel in Goirle bedreigden. De terughoudendheid van het OM destijds blijkt nu de vrijbrief voor de ziekenhuisbelagers die online van hem leerden dat verplegend personeel de vijand is. Exponentiële groei en krimp kenmerkt pandemieën. Ook sociale media kennen dit verschijnsel. Sinds Trump er geen meer heeft, werd een krimp van 72 procent van de bulk misinformatie over de Amerikaanse verkiezingen zichtbaar. Als virusontkennende provocateurs hun platformen verliezen, dan slinkt ook hier de misinformatie over Covid. Eindhovense samenscholingen van neonazi’s, jeugdig straattuig en aanhangers van viruswaarheid zullen dan gelegenheidscoalities blijven. Het verlaten van een politieke sekte gaat gepaard met emotionele pijn. QAnon- aanhangers ondergingen woede en verdriet, toen hun revolutie uitbleef. Dat bracht inkeer. Gun verdwaalde complotdenkers hun proces van inkeer. Ontneem Engel zijn socialemediaplatformen en laat zijn delinquente aanhangers elk een jaar herstellende Covid- patiënten verzorgen. Een zorgzame samenleving die de moedwillige ontwrichting van paranoïde complotdenkers wil weerstaan, zal intelligent moeten durven ingrijpen.

Gerhard Rekvelt, Amsterdam, oud-mediadocent.

EINDE BERICHT

”Avondklokrellen braken uit, waaraan vogels van verschillende pluimage deelnamen [17]Een rare combinatie van Qanon neo nazi’s [18], Viruswaanzin gekkies vancult voorman Willem Engel [die gek van de ”groepsknuffel” op het Malieveld”in Coronatijd, weet u nog?] [19] en ”balende” jongeren. [20]”

HET AVONDKLOKDRAMA/RUTTE EN VIRUSWAARHEID/RUTTE

ALS ”GEVAARLIJKE GEK”/OVER RUTTE, DIE DE WET VERZET

ASTRID ESSED

23 FEBRUARI 2021

[9]

ZIE NOOT 1

[10]

WEBSITE ASTRID ESSED OVER WILDERS

https://www.astridessed.nl/tag/wilders/[11]

BIJ POLITICUS GEERT W. KUN JE NIET ONDERDUIKEN….VOOR HEMMOET JE ONDERDUIKENPETER R. DE VRIES
https://nl.politiek.narkive.com/rp4r4QsV/bij-politicus-geert-w-kun-je-niet-onderduiken-voor-hem-moet-je-onderduiken

Bij politicus Geert W. kun je niet onderduiken… voor hem moet je
onderduiken!
Als er één principe is wat ik als misdaadverslaggever onderschrijf, is
het wel dat ook de grootste schurk, de meest gewetenloze crimineel,
recht heeft op een goede verdediging, zo niet de beste. Dat is iets
wat de strafrechtspleging en de waarheidsvinding alleen maar ten goede
komt. En als zo’n boef, ondanks zijn topadvocaat, toch veroordeeld
wordt, kun je over het algemeen veilig aannemen dat hij ook werkelijk
schuldig is.

Uitgerekend Abraham Moszkowicz

Dit uitgangspunt geldt dus ook voor Geert W., de politicus die vandaag
in Amsterdam terecht staat. De man heeft recht op een uitstekende
advocaat, die het de officier van justitie en de rechtbank
buitengewoon moeilijk maakt. Maar dat gezegd hebbende voeg ik er
direct aan toe dat het mij zeer bevreemdt dat de PVV-er wordt
verdedigd door mr. Bram Moszkowicz. Uitgerekend Abraham Moszkowicz,
zeg ik dan. Dat Geert W. zijn toevlucht heeft genomen tot Moszkowicz
snap ik wel, maar dat Moszkowicz hem als cliënt heeft aangenomen vind
ik eerlijk gezegd onbegrijpelijk. Iedere andere topadvocaat had hem
van mij mogen verdedigen, desnoods drie tegelijk, maar dat Moszkowicz
de uitvinder van de ‘kopvodden-tax’ bijstaat, is vloeken in de kerk.

De motivatie van Moszkowicz
Abraham Moszkowicz zal ongetwijfeld een heel legitiem verhaal hebben
waarom hij dit doet. In diverse kranten heb ik interviews met hem
gelezen, maar in geen van die verhalen kan hij mij overigens
overtuigen waarom uitgerekend hij dit doet.

Demagoog en volksmenner

Ik vind Geert W. zelf een gevaarlijk man, een demagoog met de potentie
van een volksmenner. W. is ronduit kwaadaardig. Iemand die een begrip
als de ‘kopvodden-tax’ lanceert, deugt niet. Ik probeer me wel eens
voor te stellen hoe zoiets gaat. Eerst bedenkt hij de term
‘Hoofddoeken-belasting’, wat op zich al verwerpelijk is en een normaal
mens het schaamrood op de kaken bezorgt, maar dat was W. niet
boosaardig genoeg.

En dus piekerde hij over een meer grievende, meer beledigende
aanduiding: Mmm… als ik nou van het woord hoofd nu eens kop maak…
alsof het om dieren gaat… kop-doekjes-belasting…ja, dat klinkt al
beter… Maar doekjes klinkt nog te deugdelijk… wat kan ik daar van
maken? O, wacht, als ik van doekjes nou eens vodden maak, want dat
zijn het natuurlijk… aha, ja,eureka! Dat is het: kopvodden-belasting,
geweldig!

Abject en infaam

Zo moet dat ongeveer zijn gegaan. En dat is abject en infaam, om die
woorden ook maar eens te gebruiken. Afschuwelijk, dat we zulke mensen
in ons parlement hebben.

Aanvankelijk kon ik dan ook niet geloven dat uitgerekend Abraham
Moszkowicz deze man, met deze denkbeelden, wilde verdedigen. Ik heb
Bram hierover een aantal weken geleden een sms’je gestuurd, maar hij
heeft daar nooit op gereageerd.

Goed en fout

Het verbaast mij temeer omdat ik Bram Moszkowicz goed ken. Zijn vader
Max, de eminente peetvader van de strafpleiterij in Nederland,
beschouw ik zelfs als de belangrijkste leermeester van mijn juridisch
gedachtegoed, in die zin heb ik iets belangrijks gemeen met Bram. Toen
ik als jong journalist bij de Telegraaf werkte, zag mr. Max wel wat in
mij en jarenlang hebben we zeker één keer in de week geluncht of
gedineerd samen. Ik bewaar daar dierbare herinneringen aan. Het waren
bijeenkomsten waarin mr. Max mij op bijzondere wijze de nuance tussen
goed en fout bijbracht en mij spelenderwijs voorzag van vele
levenslessen waar ik ook nu nog vaak gebruik van maak.

Onderduiken?
Later kwam de toen nog rechten studerende Bram ook vaak mee met deze
college-lunches. We voerden boeiende gesprekken met elkaar en ik kan
me nog goed herinneren dat we bij de beoordeling van personen ons vaak
afvroegen of je bij hem of haar ‘zou kunnen onderduiken’, als dat
nodig was. Want dat zei eigenlijk alles over iemand.

En juist als ik aan die tijd, die gesprekken en die opvattingen
terugdenk verbaast het mij dat uitgerekend Abraham Moszkowicz deze
Geert W. verdedigt. Want Geert W. is fout. Goed fout. En bij Geert W.
kun je niet onderduiken. Nee, het is veel erger, nog even en voor
Geert W. moet je onderduiken…

Peter R. de Vries

http://www.peterrdevries.nl/cover/bij-politicus-geert-w.-kun-je-niet-onderduiken…-voor-hem-moet-je-onderduiken/
[12]
JOOP.NLHATEMAILS VOOR PETER R. DE VRIES NA KRITIEK OP”VOLKSMENNER” WILDERS21 JANUARI 2010
https://joop.bnnvara.nl/nieuws/hatemails-voor-peter-r-de-vries-na-kritiek-op-volksmenner-wilders

Misdaadverslaggever Peter R. de Vries heeft honderden hatemails ontvangen van scheldende PVV-aanhangers nadat hij hun idool Geert Wilders had uitgemaakt voor een ‘boosaardige, gevaarlijke volksmenner’. De Vries deed zijn uitspraken op zijn weblog en in tv-programma Pauw & Witteman.

De Vries schrijft vandaag op zijn weblog:

“Nou, mijn dagboek van gisteren over politicus Geert W., waarin ik zeg dat hij een boosaardige, gevaarlijke volksmenner in de dop is, heeft wel wat teweeg gebracht. Gisteravond zat ik zelf bij Pauw & Witteman, advocaat Bram Moszkowicz spuugde zijn gal bij Boulevard en vanmorgen zaten er enkele honderden reacties in de mailbox van PVV-aanhangers die op de bres staan voor de vrijheid van meningsuiting van Geert W., maar vinden dat ik mijn mond (lees: bek) moet houden. Dat geeft precies mijn bezwaar tegen deze partij aan.

Vervolgens citeert hij enkele mails, inclusief de mailadressen van de ‘anonieme lafbekjes’. Zo schrijft ene Theo Heese: “Val dood, mafkees!” Of wat te denken van deze weldenkende reactie van Rob Vrolijk: “Vieze landverrader, nooit aan onze Geert komen. Islamhond.” Andere schelders noemen het jood, dhimmi of wensen hem kanker toe. Ook dat is blijkbaar achterban van de PVV.  

De Vries sluit af met waar het vandaag werkelijk om zou moeten draaien:

“Goed, nu weer over naar de orde van de dag. De inzamelingsactie voor Haïti is iets waar het vandaag werkelijk om gaat in deze wereld. Doe mee, help mee! U heeft nooit een alibi om de andere kant op te kijken als mensen zo in nood zitten!
EINDE BERICHT

[13]
””Vervolgens citeert hij [Peter R de Vries, toevoeging Astrid Essed] enkele mails, inclusief de mailadressen van de ‘anonieme lafbekjes’. Zo schrijft ene Theo Heese: “Val dood, mafkees!” Of wat te denken van deze weldenkende reactie van Rob Vrolijk: “Vieze landverrader, nooit aan onze Geert komen. Islamhond.” Andere schelders noemen het jood, dhimmi of wensen hem kanker toe. Ook dat is blijkbaar achterban van de PVV.  ”
JOOP.NLHATEMAILS VOOR PETER R. DE VRIES NA KRITIEK OP”VOLKSMENNER” WILDERS21 JANUARI 2010
https://joop.bnnvara.nl/nieuws/hatemails-voor-peter-r-de-vries-na-kritiek-op-volksmenner-wilders

[14]

JOOP.NLHATEMAILS VOOR PETER R. DE VRIES NA KRITIEK OP”VOLKSMENNER” WILDERS21 JANUARI 2010
https://joop.bnnvara.nl/nieuws/hatemails-voor-peter-r-de-vries-na-kritiek-op-volksmenner-wilders

[15]

VRT.BEMISDAADJOURNALIST VERSUS ONDERWERELD: MOEST PETER R DE VRIES BOETEN VOOR ZIJN ROL IN ”GROOTSTE DRUGSPROCES OOIT?”
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2021/07/07/de-vries/

[16]
JOOP.NLHATEMAILS VOOR PETER R. DE VRIES NA KRITIEK OP”VOLKSMENNER” WILDERS21 JANUARI 2010
https://joop.bnnvara.nl/nieuws/hatemails-voor-peter-r-de-vries-na-kritiek-op-volksmenner-wilders

[17]
JOOP.NLHATEMAILS VOOR PETER R. DE VRIES NA KRITIEK OP”VOLKSMENNER” WILDERS21 JANUARI 2010
https://joop.bnnvara.nl/nieuws/hatemails-voor-peter-r-de-vries-na-kritiek-op-volksmenner-wilders

[18]

UIT 2010!/ADHESIEBETUIGING ASTRID ESSED AAN PETER R DE VRIESOM ZIJN TERECHTE AANVAL OP PVV LEIDER WILDERSASTRID ESSED
https://www.astridessed.nl/uit-2010-adhesiebetuiging-astrid-essed-aan-peter-r-de-vries-om-zijn-terechte-aanval-op-pvv-leider-wilders/

OF

https://www.dewereldmorgen.be/community/uit-2010-adhesiebetuiging-astrid-essed-aan-peter-r-de-vries-om-zijn-felle-kritiek-op-pvv-leider-wilders-hulde/

[19]

”Beangstigend is dan ook de wijze, waarop hij met ”succes” lijkt in te spelen op bestaande onlustgevoelens, HET handelsmerk van een populist en demagoog Dat u daartegen uw stem hebt verheven, is dan ook van grote betekenis, zeker vanwege uw grote bekendheid en maatschappelijke invloed. Nogmaals mijn grote waardering voor uw moedige en humanitaire opstelling”

UIT 2010!/ADHESIEBETUIGING ASTRID ESSED AAN PETER R DE VRIESOM ZIJN TERECHTE AANVAL OP PVV LEIDER WILDERSASTRID ESSED
https://www.astridessed.nl/uit-2010-adhesiebetuiging-astrid-essed-aan-peter-r-de-vries-om-zijn-terechte-aanval-op-pvv-leider-wilders/

OF

https://www.dewereldmorgen.be/community/uit-2010-adhesiebetuiging-astrid-essed-aan-peter-r-de-vries-om-zijn-felle-kritiek-op-pvv-leider-wilders-hulde/

[20]
ADHESIEBETUIGING ALS MAIL VERSTUURD21 JANUARI 2010:
”From: Astrid EssedSubject: Adhesiebetuiging nav uw uitspraken over de heer Wilders
To: peter.r.de.vries@endemol.nl
Date: Thursday, January 21, 2010, 11:02 PM

ADHESIEBETUIGING MET UW UITSPRAKEN TAV PVV VOORMAN, DE HEER WILDERS Geachte heer de Vries, Bij dezen wil ik u van harte mijn grote waardering doen toekomen voor de in uw dagboek dd 20-1 gedane uitspraken tav PVV voorman, de heer G Wilders. Zie http://www.peterrdevries.nl/peter-r.-de-vries/peters-dagboek/bij-politicus-geert-w.-kun-je-niet-onderduiken…-voor-hem-moet-je-onderduiken/  Met u deel ik van harte het principe, dat ieder mens, ongeacht het misdrijf, waarvan hij/zij wordt verdacht, recht heeft op een eerlijk proces, conform het u bekende EVRM en de internationale Verdragen, waaronder het BuPo VerdragHieronder ressorteert als een van de voornaamste principes een hecht doortimmerde bewijslast en het principe ”onschuldig tot schuld bewezen” Uiteraard geldt dit ook de heer Wilders. Anderszijds deel ik volledig uw mening, dat de heer Wilders een demagoog van een gevaarlijk karakter is In de eerste plaats  laat Wilders zich systematisch en structureel in discriminerende zin  uit over de Islam in het byzonder en moslims in het algemeen, waarmee hij het recht op godsdienstvrijheid schendtTen tweede is zijn gedachtegoed racistisch, aangezien hij zich bij voortduring in negatieve en discriminerende zin uitlaat over Marokkanen en andere  ”niet westerse”  allochtonen Hiermee zaait hij haat en verdeeldheid tussen ”autochtonen” en ”allochtonen”, zeker in het sinds 11-9-2001 in Nederland [en Europa] verharde klimaat jegens allochtonen in het algemeen en moslims in het byzonder. Als politicus heeft hij een zeer gevaarlijk effect, juist vanwege zijn grote landelijke, politieke en media-bereik Meneer de Vries, Juist in de sinds 11-9-2001 steeds meer toenemend racisme en verharding in Nederland en Europa, getuigt uw opstelling van grote moed. Dat dit niet zonder effect is gebleven, is gebleken uit de ronduit minderwaardige reacties van een aantal PVV aanhangers, waarvan u enkele in uw vervolg column ”De aanhangers van Geert Wilders zij boos”,bekend hebt gemaakt Zonder enige vergelijkingen met het verleden te willen maken, hou ik staande, dat het gedachtegoed van Wilders elementen in zich draagt van het begin van een politiestaat [zijn voorkeur voor administratieve detentie voor terreurverdachten, landelijk preventief fouilleren, zijn hetze tegen moslims, allochtonen en asielzoekers, zijn voorstel tot afschaffing van artikel 1, Grondwet, etc]  Beangstigend is dan ook de wijze, waarop hij met ”succes” lijkt in te spelen op bestaande onlustgevoelens, HET handelsmerk van een populist en demagoog Dat u daartegen uw stem hebt verheven, is dan ook van grote betekenis, zeker vanwege uw grote bekendheid en maatschappelijke invloed. Nogmaals mijn grote waardering voor uw moedige en humanitaire opstelling Onder P/S een link naar een destijds door mij geschreven artikel over Wilders Vriendelijke groeten Astrid Essed Amsterdam Artikel tav gedachtegoed Wilders http://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=1636

ZIE OOK

UIT 2010!/ADHESIEBETUIGING ASTRID ESSED AAN PETER R DE VRIESOM ZIJN TERECHTE AANVAL OP PVV LEIDER WILDERSASTRID ESSED
https://www.astridessed.nl/uit-2010-adhesiebetuiging-astrid-essed-aan-peter-r-de-vries-om-zijn-terechte-aanval-op-pvv-leider-wilders/


OF

https://www.dewereldmorgen.be/community/uit-2010-adhesiebetuiging-astrid-essed-aan-peter-r-de-vries-om-zijn-felle-kritiek-op-pvv-leider-wilders-hulde/



[21]


JOOP.NL
HATEMAILS VOOR PETER R. DE VRIES NA KRITIEK OP”VOLKSMENNER” WILDERS21 JANUARI 2010
https://joop.bnnvara.nl/nieuws/hatemails-voor-peter-r-de-vries-na-kritiek-op-volksmenner-wilders

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 12
[22]

”,Ik hoef op televisie maar een opmerking over hem te maken en mijn mailbox stroomt weer vol. Dan ben ik een landverrader, een NSB’er, moet ik opsodemieteren, zelf lekker naar Afrika gaan, dan verdien ik de kogel, de strop, willen ze me vierendelen en kielhalen, ga zo maar door.”
U bent vaker bedreigd, ook face to face. Doen zulke mails dan nog iets met u?
,,Nee, dat maakt me echt geen flikker uit. Ik doe er ook geen aangifte van, ga er echt geen tijd aan besteden”


GELDERLANDERAL DIE BEDREIGINGEN MAKEN ME ECHT GEEN FLIKKER UIT6 JULI 2021
https://www.gelderlander.nl/show/al-die-bedreigingen-maken-me-echt-geen-flikker-uit~a9c741de/

Voortdurend bedreigd, maar voor de duvel niet bang. ‘Het hoort bij mijn leven’, zegt Nederlands bekendste misdaadjournalist.

De Spannende Boeken Wéken? Je hebt een paar járen nodig om alle misdaadlectuur die Peter R. de Vries (60) tot zich nam, zelf te lezen. Rond de vijftienhonderd boeken over moord, doodslag, oplichting en bedreiging las de misdaadverslaggever naar eigen zeggen. Vrijwel alles true crime.

Met een theelepeltje overdrijving kun je stellen dat misdaadboeken De Vries’ beroepskeuze hebben bepaald. ,,Toen ik een jaar of 19 was, verslond ik de boeken van Caryl Chessman, een Amerikaanse gevangene die in afwachting van de doodstraf was, voor een reeks overvallen. In de gevangenis ontpopte hij zich tot een heel ander figuur dan de harde boef. Hij beschreef ook hoe hij tot zijn daden was gekomen. Hij heeft zijn executie jarenlang weten uit te stellen, maar is uiteindelijk toch terechtgesteld. Zijn boeken heb ik nog altijd thuis.

,,Ze hebben me destijds heel veel gedaan. De fascinatie voor misdaad, schuld en boete is erdoor aangewakkerd. Totdat ik Chessman ging lezen, had ik een tamelijk zwart-witoordeel over misdaad en misdadigers. Criminelen kende ik niet, dat waren voor mij initialen in de krant. Die lui moest je zo lang en hard mogelijk straffen. De boeken van Chessman zetten dat beeld op z’n kop. Ik leerde dat de zaken vaak veel genuanceerder liggen dan je in eerste instantie denkt. Alles weten is alles vergeven.”Gelooft u na al die jaren nog in het goede van de mens?,,Nee, eigenlijk niet. Ik geloof nooit iemand op z’n blauwe ogen. Ik heb al zo vaak meegemaakt dat criminelen met een trillende lip, vochtige ogen en twee vingers in de lucht beweerden dat ze iets niet hadden gedaan, terwijl dan drie weken later in de tuin het lijk van hun vrouw die ze daar met ingeslagen schedel hadden neergelegd werd opgegraven.

,,Mensen vinden mij weleens achterdochtig, argwanend. En ja, als iemand iets vertelt, denk ik altijd direct: kan dat, klopt dat? Het gebeurt wel dat iemand op een verjaardag een smakelijk verhaal opdist dat in de loop der jaren enorm is aangedikt. Als iedereen is uitgelachen zeg ik dan: ‘Dat kan helemaal niet, en wel hierom.’ Mijn vrouw Jacqueline zegt naderhand weleens: ‘Moest je dat nou echt weer zeggen?’ Maar ik kan het niet laten als iemand echt onzin verkondigt.”

U spreekt zich vaak en hard uit over politici, met name over Geert Wilders. Uw hoogtijdagen als televisiemaker beleefde u bij SBS6. Onder die kijkers heeft Wilders een groter electoraat dan onder pakweg VPRO- en VARA-kijkers. Vervreemdt u zich met die uitbarstingen tegen Wilders niet heel erg van uw publiek?
,,Dat interesseert me niets, als dat zo zou zijn. Ik vind dat ik daarin een rechte rug moet tonen, ongeacht welke consequenties dat heeft. Goedbeschouwd was het inderdaad zo dat mijn programma bij SBS heel populair was, terwijl ik door de bank genomen vaak een mening vertegenwoordig die strijdig is met waar de SBS-kijker voor staat. Ik ben tegen de doodstraf, voor legalisatie van drugs, geen voorstander van superlange gevangenisstraffen. Ik was ook niet tegen de vrijlating van Volkert van der Graaf toen zijn straf erop zat. Dat mensen oordeelden dat juist hij niet vrij mocht komen, vond ik principieel onjuist.”
Welke reacties krijgt u door uw kritiek op Wilders?,,Ik hoef op televisie maar een opmerking over hem te maken en mijn mailbox stroomt weer vol. Dan ben ik een landverrader, een NSB’er, moet ik opsodemieteren, zelf lekker naar Afrika gaan, dan verdien ik de kogel, de strop, willen ze me vierendelen en kielhalen, ga zo maar door.”

U bent vaker bedreigd, ook face to face. Doen zulke mails dan nog iets met u?
,,Nee, dat maakt me echt geen flikker uit. Ik doe er ook geen aangifte van, ga er echt geen tijd aan besteden. Tegen Holleeder heb ik wel aangifte gedaan. Er zijn ook veel dingen die het grote publiek niet kent. Naast Holleeder zijn er nog drie of vier mensen van wie ik langdurig last heb. Daarover sta ik frequent in contact met de politie, tot op de dag van vandaag. Dat is een rode draad in mijn leven. Dus nee, dan doet zo’n mailtje niet veel met me. Iemand die het zo aankondigt zal de bedreiging niet waarmaken. Dat neemt niet weg dat het soms stuitend is. En dat ik nog weleens schrik van de verbitterde agressie die uit zo’n mailtje spreekt. Dat zijn mensen die ik niet ken, die ik nog nooit heb ontmoet. Die ik ook niet persoonlijk heb aangesproken. Maar die dan met een geladenheid reageren, dat is niet normaal. Dat je je zo kunt laten gaan tegen iemand die op tv iets zegt over Zwarte Piet, Geert Wilders, of wat dan ook.”Krijgt u op straat ook veel reacties?,,Vooral aanmoedigingen en complimenten. Er is een enorme stroming die het met me eens is. Door die schreeuwlelijkerds lijkt het soms alsof het andersom is. Maar al die stiekemerds die op hun zolderkamers die dreigmails naar me schrijven, durven me op straat niet aan te spreken. Dat zijn natuurlijk lafbekken eerste klas.”

Hoe gaan uw naasten om met die ernstige bedreigingen?
,,Mijn kinderen zijn volwassen, het huis uit. Ze zijn ermee opgegroeid en ik ben blij dat ze eenzelfde soort onverschrokkenheid hebben als ikzelf. Ik zou het heel erg vinden als ze er paniekerig over doen, dat is gelukkig niet zo. Maar het is soms wel vervelend, als ik moet vertellen: de politie belde, ze hebben signalen gekregen dat er wat kan gebeuren, dat ze het op me gemunt hebben en dat het de bedoeling is dat ik het niet na kan vertellen. Dat is echt wel met enige regelmaat gebeurd. Ook Holleeder heeft volgens justitie nog vanuit de gevangenis geprobeerd mij te laten vermoorden. Dat krijgen zij natuurlijk ook mee.

,,Het vervelendste is het eigenlijk nog voor de schil eromheen. Toen justitie bekend had gemaakt dat Holleeder vanuit de gevangenis opdracht had gegeven mij om zeep te helpen, kreeg ik ineens in mijn sportschool van iemand te horen: ‘Gisteren werd aan de bar over je gesproken. Er zeiden mensen dat ze zich oncomfortabel voelen. Zij hebben het idee dat er elk moment wat zou kunnen gebeuren, bijvoorbeeld hier voor de deur’.

,,Mijn huis is ook weleens bewaakt door politiemensen. Ze hadden serieuze informatie dat er iets te gebeuren stond. En toen stond er dus ’s nachts een auto voor de deur, mensen met kogelvrije vesten erin, noem maar op. Dat hebben we dus geaccepteerd. Vervolgens merkten we dat wij daar wel mee om kunnen gaan, maar dat het op de buren een enorme impact had. Zij lieten hun kinderen niet meer buitenspelen, waren bang dat de kogels elk moment in het rond konden vliegen.”
Geen heel gekke gedachten, toch?,,Nee, helemaal niet. En sinds ik dat bemerkte, heb ik altijd geweigerd om mensen in auto’s voor de deur te hebben. Het is echt nog wel voorgekomen dat de politie zei dat we dat echt moesten accepteren, maar ik wilde dat niet meer hebben.”

Hoe stapt u zelf over die bedreigingen heen?
,,Ik ben misdaadverslaggever. Als ik daar niet tegen kan, moet ik bij de Libelle gaan werken. Op het moment dat ik zou zeggen: ik trek het niet, geldt: if you can’t stand the heat, get out of the kitchen.”

Is dat moment weleens dichtbij geweest?
,,Nee, dat denk ik niet. Want dat zit niet in me, om daar voor te zwichten.”
  
Ook niet toen Willem Holleeder in 2013 plots bij u voor de deur stond en u met de dood bedreigde?
,,Laat me even de situatie schetsen: het was om een uur of 10 ’s avonds, ik had net gesport. Ik stond op mijn blote voeten, had alleen een trainingsbroek en een T-shirt aan, dat was alles. En hij was op de motor gekomen, droeg een helm, een leren jas, zware handschoenen, dikke grote schoenen. En hij is ook wel echt een figuur. Toen hij zo tekeerging, dacht ik wel: over dertig seconden lig ik hier voor mijn leven te vechten met hem. Zo dreigend was het. Maar op zo’n moment blijf ik ook kalm, hou ik m’n kop erbij. Paniek helpt nooit iemand, dat heb ik al zo vaak gemerkt. Zorg dat je rustig blijft, controle houdt, weet wat je zegt.”Ondernam uw vrouw eigenlijk actie, terwijl jullie daar aan de voordeur stonden? Belde ze de politie, zocht ze een honkbalknuppel?,,Nee, dat kon niet, daarvoor ging het te snel. Punt was ook: toen de bel ging, zag ik dat hij het was. 10 uur ’s avonds, Willem Holleeder aan de deur, dat zit niet goed. Toen zei ik al: ‘Jacq, Holleeder staat voor de deur, luister even mee.’ Dat deed ze, zij stond om het hoekje. Aan de grond genageld.”
Wat zeiden jullie tegen elkaar toen hij, uit eigen beweging, vertrokken was?
,,Zoiets van: what the fuck. We hebben even met elkaar gesproken en toen concludeerde ik al snel: dit laat ik niet op me zitten, ik ga aangifte doen.”

Heeft uw vrouw u ooit gevraagd iets anders te gaan doen?
,,Mijn vrouw is er altijd fantastisch mee omgegaan. Er zijn wel momenten geweest dat ze zei: ‘Ik vind het allemaal wat heftig.’ Na die bedreiging van Holleeder ook. Toen zei ze: ‘Dit wordt me allemaal veel en misschien wel te veel.’ Dat is niet dé reden dat we apart zijn gaan wonen, want dat is een optelsom van factoren, maar het heeft wel een rol gespeeld. Weer die dreiging, die publiciteit. Daarvan zei ze wel: ‘Peet, kan dat een keer ophouden?”’

En?
,,Nee, dat kan dus niet. This is the story of my life.”Jullie zijn nog wel officieel getrouwd?,,Ja, al ruim dertig jaar. We hebben nooit ruzie met elkaar gehad, nu ook niet en we helpen elkaar waar we kunnen. Er is wat dat betreft niets aan de hand, we hebben geen gedoe met advocaten of zoiets. Maar we hebben er wel voor gekozen ieder onze eigen weg te gaan. Dat gebeurt soms. Zij had een ander beeld van hoe ze de komende vijftien jaar verder zou willen dan ik. Dan moet je voorkomen dat je elkaar in de weg gaat zitten en kun je elkaar beter loslaten en nog van de goede momenten profiteren. Dat doen we ook. Het gezinsleven met onze zoon en dochter is nog intact, we doen met z’n vieren leuke dingen.”

Wat is uw beeld over de komende vijftien jaar?
,,Zij had gehoopt en verwacht dat ik het de komende jaren eens wat rustiger aan zou gaan doen. Terwijl ik het misschien wel drukker dan ooit heb. Ik ben met mijn zoon ook nog een sportmanagementbureau begonnen, waarvoor ik in het weekend heel veel op pad ben.”

Jullie hebben lange tijd een open relatie gehad. Speelt dat nog een rol bij dit besluit?
,,Nee hoor, daar stonden we allebei achter. Dat heeft ons leven verrijkt. We werden niet star, gunden elkaar wat. Ik ken zoveel mensen die in hun huwelijk helemaal vastzitten en elkaar bedreigen. Zo van: als ik erachter kom dat jij zus en zo, dan staan je koffers klaar. Dan denk ik: mensen, gun elkaar iets. Wij hebben elkaar nooit hoeven te bedriegen, smoezen hoeven te verzinnen met overwerk en zo. Dat zie ik vaak om me heen: mensen die zeggen dat ze het raar vonden dat wij een open relatie hadden, maar vervolgens wel aan mij vroegen: ‘Kan je me even dekken dat ik moet overwerken.’ Mijn vrouw wist en weet alles. Nog steeds ja.”Hoe maak je zoiets bespreekbaar, zo’n open relatie? Maakte uw vrouw duidelijk dat ze daar behoefte aan had, of u?,,Dat is privé, gaat niemand wat aan. Ik zeg alleen dit: het is een proces. Als je bij elkaar bent, praat je over wat je in het leven wilt, welke kant je op wilt. Het gaat echt niet zo dat je opeens zegt: ‘Ik wil dit en dit, ja of nee?’ Het is een heel geleidelijk proces geweest.”

Ergens moet één van de twee toch voor het eerst uitspreken: ik heb behoefte aan intiem contact met anderen.
,,Dat is iets tussen ons.”

Is het nu jullie streven om getrouwd te blijven?
,,Goh, dat weten we nu niet, dat moeten we bekijken. Er is in elk geval geen noodzaak om nu te scheiden, om alle banden af te kappen en door te snijden. Mijn vrouw woont nog in ons huis, daar is ze heel blij mee. Prima, dan vind ik dat ook goed. Zolang er geen noodzaak is, laten we het gewoon zo.”

Voelt u verdriet over deze situatie?
,,Dat gaat niemand iets aan. Het is een fact of life. Juist doordat we elkaar nog dagelijks spreken, vaak zien, met de kinderen gaan eten of juist met z’n tweeën, zien we het vooral als winst dat we nog zo goed met elkaar omgaan. We draaien het een beetje om. We zien om ons heen huwelijken verzuren, mensen die het echt ondraaglijk slecht met elkaar hebben, maar om wat voor een reden dan ook toch bij elkaar blijven. Wij zeggen dan: ‘We hebben het goed gedaan.”’U bent 60. Uw vrouw hoopte dat u het rustiger aan zou doen, maar dat gaat niet gebeuren. Welke zaak moet u van uzelf nog ontrafelen?,,Bovenaan staat de moord op Nicky Verstappen uit Heibloem, een 11-jarig jongetje dat tijdens een tentenkamp in Brunssum in 1998 werd vermoord. Ik heb sindsdien contact met de ouders, die zaak zit me hoog. Ik werk er achter de schermen nog steeds aan. Dat geldt ook voor de moord op de 19-jarige Milica van Doorn uit Zaandam en de verdwijning van Germa van den Boom uit Werkendam, in 1984. Voor de oplossing van die zaken mag je me ’s nachts wakker maken.”

EINDE BERICHT

[23]
PETER R DE VRIESRESPECT EN  BEWONDERING VOOR DE VLUCHTELING

https://www.peterrdevries.nl/nl/respect-bewondering-voor-vluchteling.html



RESPECT EN BEWONDERING VOOR DE VLUCHTELING!Genoeg is genoeg… De grens is voor mij letterlijk en figuurlijk bereikt.Ik schrijf dit niet alleen om vluchtelingen, asielzoekers en andere ontheemden een hart onder de riem te steken, maar ook omdat ik me kapot schaam voor de manier waarop er in ons land door een gedeelte van de bevolking over hen wordt gedacht en gesproken. Steenbergen is geen incident.– GEEN MENSEN MAAR DOSSIERS –Het lijkt soms wel alsof het in de publieke discussie niet meer over mensen gaat, maar alleen over aantallen, percentages, quota en dossiers.

Er wordt vaak op een afstandelijke manier en op een onverdraagzame toon over het vluchtelingenvraagstuk gesproken.Alsof asielzoekers en vluchtelingen profiteurs zijn, gelukszoekers en welzijnsavonturiers.Soms denk ik wel eens dat het ons na de tweede wereldoorlog zó goed is gegaan dat we uit het oog zijn verloren wat begrippen als ‘nood’ en ‘hulp’ echt betekenen.Wij zijn in de bevoorrechte positie dat we geen oorlog hebben, niet geteisterd worden door natuurrampen of dagelijks blootstaan aan terrorisme, rebellie of guerrilla’s.We weten niet meer uit eigen ervaring hoe fijn het is als je in nood door anderen wordt geholpen, letterlijk een toevluchtsoord hebt.– WAAR STOND JE WIEG? –En het gevolg lijkt wel dat juist de mensen die het zo goed hebben, die bevoorrecht zijn, het moeilijk vinden anderen die
Alsof het je eigen verdienste is dat je wieg in het veilige, beschermde Holland stond – en dat het, omgekeerd, dus ook de eigen schuld van de vluchteling is dat zijn wieg zich in Somalië, Afghanistan of een andere brandhaard bevond.Opvallend is dat Engelandvaarders – Nederlanders die in oorlogstijd naar Groot-Brittannië wisten over te steken – in ons land nog altijd worden geprezen en meestal ook hoog gedecoreerd zijn.Maar als je onder hachelijke omstandigheden en met veel ontberingen – vaak met achterlating van familie, geliefden en bezittingen – duizenden kilometers vanuit Somalië, Congo, Iran, Irak of Afghanistan naar Europa, naar Nederland, naar Ter Apel of Amsterdam hebt weten te vluchten, wachten je geen medailles, maar vooral uitputtende gerechtelijke procedures, lange verhoren en veel cynisme en argwaan.– UITDAGING OF NOODZAAK? –Het heeft me altijd verbaasd hoe lichtvaardig er door veel mensen over wordt geoordeeld dat vluchtelingen hun vaderland hebben achtergelaten.Alsof het een aanlokkelijke uitdaging is om in een ander land, met een onverstaanbare taal, vele andere gewoonten en een bar klimaat een nieuw bestaan op te bouwen. Alsof zo’n beetje iedereen dat voor zijn lol doet.Ik heb veel gereisd.Ben veel in arme landen geweest. En eerlijk gezegd ben ik die houding daar eigenlijk nooit tegengekomen.Als mensen de keus hebben, kiezen ze vrijwel allemaal voor een menswaardig, gelukkig bestaan in hun eigen land, met hun eigen familie en vrienden, met hun eigen taal en cultuur.Maar ze hebben vaak geen keus. Als je tenminste wilt overleven. Vrij wilt zijn. Te eten wilt hebben. Medische verzorging nodig hebt.– HAGELSLAG, PINDAKAAS EN DROP…. –En het gekke is ook dat juist de Nederlanders die over de motieven van veel vluchtelingen nogal makkelijk oordelen, zelf nauwelijks de grens over durven.Als ze twee weken op vakantie naar de Costa Brava gaan – ja op vakantie, niet ‘op de vlucht’ – worden ze op Schiphol door familie uitgezwaaid alsof ze een enkele reis hebben geboekt.In de koffer zitten hagelslag, pindakaas en drop. Op de bestemming bestellen ze louter Heinekenbier, want dat kennen ze tenminste.En ze verzamelen zich ’s avonds allemaal bij het restaurant van een Nederlandse expat dat vertrouwde Hollandse kost serveert, in plaats van zich eens te wagen aan de lokale gerechten.En op de terugreis zeggen ze in het vliegtuig dat ze thuis eerst een bruine boterham met kaas gaan klaarmaken, een glas melk willen drinken en dat ze snakken naar een haring met uitjes.Maar de meeste asielzoekers en vluchtelingen die weigeren zich aan te passen. De ontwikkelingshulp moet omlaag, want die kan veel beter worden besteed. En de grenzen moeten dicht want de ‘quota’ zijn bereikt…Het zijn dat soort dingen die me mateloos irriteren.– RESPECT EN BEWONDERING –Ik ben vaak genoeg in verre oorden geweest om te weten hoe onaangenaam het voelt als je niet welkom bent, als de bevolking je met argusogen bekijkt, als je wordt uitgesloten of gediscrimineerd.
En dan was ik er nog met geld in mijn achterzak, geldige papieren, perfecte communicatiemiddelen en het geruststellende vooruitzicht dat ik weer snel comfortabel naar huis zou vliegen.En daarom hecht ik er aan nog eens te beklemtonen dat ik voor mensen die huis en haard hebben verlaten, die in verre landen in arren moede voor noodlot en onheil op de vlucht zijn geslagen omdat hun bestaan, hun toekomst, hun leven bedreigd werd, en die met veel moeite, tegen de stroom in, in een vreemd land toch weer iets proberen op te bouwen, heel veel respect en bewondering heb.Ik herhaal: heel veel respect en bewondering.Wat mij betreft hoeven zij nooit te schuilen, zich te verbergen of te schamen. Nee, zij kunnen fier, met opgeheven hoofd over straat. Want wat zij hebben gepresteerd, wat zij hebben getrotseerd, wat zij hebben opgeofferd is meer dan de meesten van ons zouden kunnen of zouden durven.En dat mogen we ons wel eens wat meer realiseren.Dat wilde ik zeggen.Peter R. de Vries
EINDE STUK


[24]

”’Ik ben vaak genoeg in verre oorden geweest om te weten hoe onaangenaam het voelt als je niet welkom bent, als de bevolking je met argusogen bekijkt, als je wordt uitgesloten of gediscrimineerd.
En dan was ik er nog met geld in mijn achterzak, geldige papieren, perfecte communicatiemiddelen en het geruststellende vooruitzicht dat ik weer snel comfortabel naar huis zou vliegen.En daarom hecht ik er aan nog eens te beklemtonen dat ik voor mensen die huis en haard hebben verlaten, die in verre landen in arren moede voor noodlot en onheil op de vlucht zijn geslagen omdat hun bestaan, hun toekomst, hun leven bedreigd werd, en die met veel moeite, tegen de stroom in, in een vreemd land toch weer iets proberen op te bouwen, heel veel respect en bewondering heb.Ik herhaal: heel veel respect en bewondering.Wat mij betreft hoeven zij nooit te schuilen, zich te verbergen of te schamen. Nee, zij kunnen fier, met opgeheven hoofd over straat. Want wat zij hebben gepresteerd, wat zij hebben getrotseerd, wat zij hebben opgeofferd is meer dan de meesten van ons zouden kunnen of zouden durven.En dat mogen we ons wel eens wat meer realiseren.” 

PETER R DE VRIESRESPECT EN  BEWONDERING VOOR DE VLUCHTELING

https://www.peterrdevries.nl/nl/respect-bewondering-voor-vluchteling.html



ZIE VOOR GEHELE ARTIKEL, NOOT 23



[25]

PETER R DE VRIESRESPECT EN  BEWONDERING VOOR DE VLUCHTELING

https://www.peterrdevries.nl/nl/respect-bewondering-voor-vluchteling.html



RESPECT EN BEWONDERING VOOR DE VLUCHTELING!Genoeg is genoeg… De grens is voor mij letterlijk en figuurlijk bereikt.Ik schrijf dit niet alleen om vluchtelingen, asielzoekers en andere ontheemden een hart onder de riem te steken, maar ook omdat ik me kapot schaam voor de manier waarop er in ons land door een gedeelte van de bevolking over hen wordt gedacht en gesproken. Steenbergen is geen incident.– GEEN MENSEN MAAR DOSSIERS –Het lijkt soms wel alsof het in de publieke discussie niet meer over mensen gaat, maar alleen over aantallen, percentages, quota en dossiers.

Er wordt vaak op een afstandelijke manier en op een onverdraagzame toon over het vluchtelingenvraagstuk gesproken.Alsof asielzoekers en vluchtelingen profiteurs zijn, gelukszoekers en welzijnsavonturiers.Soms denk ik wel eens dat het ons na de tweede wereldoorlog zó goed is gegaan dat we uit het oog zijn verloren wat begrippen als ‘nood’ en ‘hulp’ echt betekenen.Wij zijn in de bevoorrechte positie dat we geen oorlog hebben, niet geteisterd worden door natuurrampen of dagelijks blootstaan aan terrorisme, rebellie of guerrilla’s.We weten niet meer uit eigen ervaring hoe fijn het is als je in nood door anderen wordt geholpen, letterlijk een toevluchtsoord hebt.– WAAR STOND JE WIEG? –En het gevolg lijkt wel dat juist de mensen die het zo goed hebben, die bevoorrecht zijn, het moeilijk vinden anderen die
Alsof het je eigen verdienste is dat je wieg in het veilige, beschermde Holland stond – en dat het, omgekeerd, dus ook de eigen schuld van de vluchteling is dat zijn wieg zich in Somalië, Afghanistan of een andere brandhaard bevond.Opvallend is dat Engelandvaarders – Nederlanders die in oorlogstijd naar Groot-Brittannië wisten over te steken – in ons land nog altijd worden geprezen en meestal ook hoog gedecoreerd zijn.Maar als je onder hachelijke omstandigheden en met veel ontberingen – vaak met achterlating van familie, geliefden en bezittingen – duizenden kilometers vanuit Somalië, Congo, Iran, Irak of Afghanistan naar Europa, naar Nederland, naar Ter Apel of Amsterdam hebt weten te vluchten, wachten je geen medailles, maar vooral uitputtende gerechtelijke procedures, lange verhoren en veel cynisme en argwaan.– UITDAGING OF NOODZAAK? –Het heeft me altijd verbaasd hoe lichtvaardig er door veel mensen over wordt geoordeeld dat vluchtelingen hun vaderland hebben achtergelaten.Alsof het een aanlokkelijke uitdaging is om in een ander land, met een onverstaanbare taal, vele andere gewoonten en een bar klimaat een nieuw bestaan op te bouwen. Alsof zo’n beetje iedereen dat voor zijn lol doet.Ik heb veel gereisd.Ben veel in arme landen geweest. En eerlijk gezegd ben ik die houding daar eigenlijk nooit tegengekomen.Als mensen de keus hebben, kiezen ze vrijwel allemaal voor een menswaardig, gelukkig bestaan in hun eigen land, met hun eigen familie en vrienden, met hun eigen taal en cultuur.Maar ze hebben vaak geen keus. Als je tenminste wilt overleven. Vrij wilt zijn. Te eten wilt hebben. Medische verzorging nodig hebt.– HAGELSLAG, PINDAKAAS EN DROP…. –En het gekke is ook dat juist de Nederlanders die over de motieven van veel vluchtelingen nogal makkelijk oordelen, zelf nauwelijks de grens over durven.Als ze twee weken op vakantie naar de Costa Brava gaan – ja op vakantie, niet ‘op de vlucht’ – worden ze op Schiphol door familie uitgezwaaid alsof ze een enkele reis hebben geboekt.In de koffer zitten hagelslag, pindakaas en drop. Op de bestemming bestellen ze louter Heinekenbier, want dat kennen ze tenminste.En ze verzamelen zich ’s avonds allemaal bij het restaurant van een Nederlandse expat dat vertrouwde Hollandse kost serveert, in plaats van zich eens te wagen aan de lokale gerechten.En op de terugreis zeggen ze in het vliegtuig dat ze thuis eerst een bruine boterham met kaas gaan klaarmaken, een glas melk willen drinken en dat ze snakken naar een haring met uitjes.Maar de meeste asielzoekers en vluchtelingen die weigeren zich aan te passen. De ontwikkelingshulp moet omlaag, want die kan veel beter worden besteed. En de grenzen moeten dicht want de ‘quota’ zijn bereikt…Het zijn dat soort dingen die me mateloos irriteren.– RESPECT EN BEWONDERING –Ik ben vaak genoeg in verre oorden geweest om te weten hoe onaangenaam het voelt als je niet welkom bent, als de bevolking je met argusogen bekijkt, als je wordt uitgesloten of gediscrimineerd.
En dan was ik er nog met geld in mijn achterzak, geldige papieren, perfecte communicatiemiddelen en het geruststellende vooruitzicht dat ik weer snel comfortabel naar huis zou vliegen.En daarom hecht ik er aan nog eens te beklemtonen dat ik voor mensen die huis en haard hebben verlaten, die in verre landen in arren moede voor noodlot en onheil op de vlucht zijn geslagen omdat hun bestaan, hun toekomst, hun leven bedreigd werd, en die met veel moeite, tegen de stroom in, in een vreemd land toch weer iets proberen op te bouwen, heel veel respect en bewondering heb.Ik herhaal: heel veel respect en bewondering.Wat mij betreft hoeven zij nooit te schuilen, zich te verbergen of te schamen. Nee, zij kunnen fier, met opgeheven hoofd over straat. Want wat zij hebben gepresteerd, wat zij hebben getrotseerd, wat zij hebben opgeofferd is meer dan de meesten van ons zouden kunnen of zouden durven.En dat mogen we ons wel eens wat meer realiseren.Dat wilde ik zeggen.Peter R. de Vries

[26]
”LINKhttp://www.peterrdevries.nl/respect-en-bewondering-voor-vluchteling/ADHESIEBETUIGING AAN PETER R DE VRIESToegezonden op 31 october 2015ADHESIEBETUIGING MET UW HOUDING TEGENOVERVLUCHTELINGENGeachte heer Peter de Vries,Na de aanvankelijke solidariteitsinitiatieven metde vluchtelingen- die trouwens nog in volle gang zijn, gelukkig\maar, een verontrustende tegenreactie van xenofobie, Islamofobieetc.Het begon bij de tirade van PVV leider G Wilders over een ”asiweltsunami”en ”testosteronbommen” en zijn giftige ”oproep tot verzet”, die hijal gauw in daden omzette door het land door te  reizen om de bevolkingtegen de vluchtelingen op te hitsen.Gevolgd door lieden, die in allerlei Gemeenten, Purmerend, Oranje, Enschede,Rotterdam  tegen de komst van vluchtelingen protesteerden, met als dieptepunt de bestorming van een noodopvang inWoerden.En dan was er ook nog Steenbergen, met een nare anti vluchtelingendemonstratieen een dreigende houding op de vergadering over vluchtelingen.Bij al dat ”verzet” zit een flinke portie neo nazi’s, die het land doorreist, ofop straat demonstreeert, zoals anti Islambeweging Pegida in Utrecht [11 october en weer 8 november]Maar ook zanger Gerard Joling liet zich in een Metro artikelhetzerig en negatief uit over vluchtelingen.http://www.astridessed.nl/ingezonden-stuk-aan-mediagerard-joling-over-vluchtelingenxenofobie/Daarom vind ik het zo hartverwarmend en verademend om uwpositieve reactie over de vluchtelingen te lezen.Juist van u, als een van de ”BN’ers” is het belangrijk, omdatu in het nieuws komt en zo toch mensen aan het denken kan zetten.Ook heb ik respect voor u, dat u tegen de hetze durft in te gaan, net zo alsDasja Abresch, de vrouw, die het tijdens de bijeenkomst in Steenbergenvoor de vluchtelingen opnam en werd uitgejouwd.http://www.astridessed.nl/vluchtelingenhaat-in-werkingover-xenofobie-steenbergen-en-moedig-tegengeluid-dasja-abresch/Nogmaals, meneer de Vries, bedankt.Geluiden als de uwe zijn in deze tijd niet alleen welkom.Maar broodnodig!SAY IT LOUD, SAY IT CLEAR, REFUGEES ARE WELCOMEHERE!Astrid  EssedAmsterdam
ZIE OOK
RESPECT EN BEWONDERING VOOR DE VLUCHTELING/ADHESIEBETUIGING AANPETER R DE VRIESASTRID ESSED1 NOVEMBER 2015
https://www.astridessed.nl/respect-en-bewondering-voor-de-vluchtelingadhesiebetuiging-aan-peter-r-de-vries/

Reacties uitgeschakeld voor Noten 1 t/m 26 bij ”Peter R de Vries, misdaadjournalist”

Opgeslagen onder Divers

Uit 2010/Adhesiebetuiging Astrid Essed aan Peter R de Vries om zijn terechte aanval op PVV leider Wilders

ADHESIEBETUIGING AAN PETER R DE VRIES UIT 2010 OM ZIJNFELLE EN JUISTE KRITIEK OP WILDERS

Image result for ouderwetse vulpen/Foto's
Image result for middeleeuws zwaard

BESTRIJD FASCISME,  ISLAMOFOBIE, VLUCHTELINGENHAAT EN RACISME  MET DE PEN EN HET ZWAARD

https://nl.politiek.narkive.com/rp4r4QsV/bij-politicus-geert-w-kun-je-niet-onderduiken-voor-hem-moet-je-onderduiken


Lezers:
Ooit, in 2010, is de helaas nu neergeschoten misdaadjournalist Peter de Vries [1]op onverbloemde wijze van leer getrokken tegen PVV leider Wilders.Het is mij een Eer, dit stuk hier te posten, met daaronder de adhesiebetuiging,die ondergetekende toen aan Peter R de Vries heeft toegestuurdLees eerst het commentaar van Peter R de Vries [A]Daarna mijn adhesiebetuiging [B]Daarna noot 1
Astrid Essed
A
PETER R DE VRIES’ TERECHTE AANVAL OP WILDERS
BIJ POLITICUS GEERT W. KUN JE NIET ONDERDUIKEN….VOOR HEMMOET JE ONDERDUIKENPETER R. DE VRIES
https://nl.politiek.narkive.com/rp4r4QsV/bij-politicus-geert-w-kun-je-niet-onderduiken-voor-hem-moet-je-onderduiken

Bij politicus Geert W. kun je niet onderduiken… voor hem moet je
onderduiken!
Als er één principe is wat ik als misdaadverslaggever onderschrijf, is
het wel dat ook de grootste schurk, de meest gewetenloze crimineel,
recht heeft op een goede verdediging, zo niet de beste. Dat is iets
wat de strafrechtspleging en de waarheidsvinding alleen maar ten goede
komt. En als zo’n boef, ondanks zijn topadvocaat, toch veroordeeld
wordt, kun je over het algemeen veilig aannemen dat hij ook werkelijk
schuldig is.

Uitgerekend Abraham Moszkowicz

Dit uitgangspunt geldt dus ook voor Geert W., de politicus die vandaag
in Amsterdam terecht staat. De man heeft recht op een uitstekende
advocaat, die het de officier van justitie en de rechtbank
buitengewoon moeilijk maakt. Maar dat gezegd hebbende voeg ik er
direct aan toe dat het mij zeer bevreemdt dat de PVV-er wordt
verdedigd door mr. Bram Moszkowicz. Uitgerekend Abraham Moszkowicz,
zeg ik dan. Dat Geert W. zijn toevlucht heeft genomen tot Moszkowicz
snap ik wel, maar dat Moszkowicz hem als cliënt heeft aangenomen vind
ik eerlijk gezegd onbegrijpelijk. Iedere andere topadvocaat had hem
van mij mogen verdedigen, desnoods drie tegelijk, maar dat Moszkowicz
de uitvinder van de ‘kopvodden-tax’ bijstaat, is vloeken in de kerk.

De motivatie van Moszkowicz
Abraham Moszkowicz zal ongetwijfeld een heel legitiem verhaal hebben
waarom hij dit doet. In diverse kranten heb ik interviews met hem
gelezen, maar in geen van die verhalen kan hij mij overigens
overtuigen waarom uitgerekend hij dit doet.

Demagoog en volksmenner

Ik vind Geert W. zelf een gevaarlijk man, een demagoog met de potentie
van een volksmenner. W. is ronduit kwaadaardig. Iemand die een begrip
als de ‘kopvodden-tax’ lanceert, deugt niet. Ik probeer me wel eens
voor te stellen hoe zoiets gaat. Eerst bedenkt hij de term
‘Hoofddoeken-belasting’, wat op zich al verwerpelijk is en een normaal
mens het schaamrood op de kaken bezorgt, maar dat was W. niet
boosaardig genoeg.

En dus piekerde hij over een meer grievende, meer beledigende
aanduiding: Mmm… als ik nou van het woord hoofd nu eens kop maak…
alsof het om dieren gaat… kop-doekjes-belasting…ja, dat klinkt al
beter… Maar doekjes klinkt nog te deugdelijk… wat kan ik daar van
maken? O, wacht, als ik van doekjes nou eens vodden maak, want dat
zijn het natuurlijk… aha, ja,eureka! Dat is het: kopvodden-belasting,
geweldig!

Abject en infaam

Zo moet dat ongeveer zijn gegaan. En dat is abject en infaam, om die
woorden ook maar eens te gebruiken. Afschuwelijk, dat we zulke mensen
in ons parlement hebben.

Aanvankelijk kon ik dan ook niet geloven dat uitgerekend Abraham
Moszkowicz deze man, met deze denkbeelden, wilde verdedigen. Ik heb
Bram hierover een aantal weken geleden een sms’je gestuurd, maar hij
heeft daar nooit op gereageerd.

Goed en fout

Het verbaast mij temeer omdat ik Bram Moszkowicz goed ken. Zijn vader
Max, de eminente peetvader van de strafpleiterij in Nederland,
beschouw ik zelfs als de belangrijkste leermeester van mijn juridisch
gedachtegoed, in die zin heb ik iets belangrijks gemeen met Bram. Toen
ik als jong journalist bij de Telegraaf werkte, zag mr. Max wel wat in
mij en jarenlang hebben we zeker één keer in de week geluncht of
gedineerd samen. Ik bewaar daar dierbare herinneringen aan. Het waren
bijeenkomsten waarin mr. Max mij op bijzondere wijze de nuance tussen
goed en fout bijbracht en mij spelenderwijs voorzag van vele
levenslessen waar ik ook nu nog vaak gebruik van maak.

Onderduiken?
Later kwam de toen nog rechten studerende Bram ook vaak mee met deze
college-lunches. We voerden boeiende gesprekken met elkaar en ik kan
me nog goed herinneren dat we bij de beoordeling van personen ons vaak
afvroegen of je bij hem of haar ‘zou kunnen onderduiken’, als dat
nodig was. Want dat zei eigenlijk alles over iemand.

En juist als ik aan die tijd, die gesprekken en die opvattingen
terugdenk verbaast het mij dat uitgerekend Abraham Moszkowicz deze
Geert W. verdedigt. Want Geert W. is fout. Goed fout. En bij Geert W.
kun je niet onderduiken. Nee, het is veel erger, nog even en voor
Geert W. moet je onderduiken…

Peter R. de Vries

http://www.peterrdevries.nl/cover/bij-politicus-geert-w.-kun-je-niet-onderduiken…-voor-hem-moet-je-onderduiken/

B
ADHESIEBETUIGING ASTRID ESSED AAN PETER R DE VRIES

From: Astrid Essed
Subject: Adhesiebetuiging nav uw uitspraken over de heer Wilders
To: peter.r.de.vries@endemol.nl
Date: Thursday, January 21, 2010, 11:02 PM

ADHESIEBETUIGING MET UW UITSPRAKEN TAV PVV VOORMAN, DE HEER WILDERS Geachte heer de Vries, Bij dezen wil ik u van harte mijn grote waardering doen toekomen voor de in uw dagboek dd 20-1 gedane uitspraken tav PVV voorman, de heer G Wilders. Zie http://www.peterrdevries.nl/peter-r.-de-vries/peters-dagboek/bij-politicus-geert-w.-kun-je-niet-onderduiken…-voor-hem-moet-je-onderduiken/  Met u deel ik van harte het principe, dat ieder mens, ongeacht het misdrijf, waarvan hij/zij wordt verdacht, recht heeft op een eerlijk proces, conform het u bekende EVRM en de internationale Verdragen, waaronder het BuPo VerdragHieronder ressorteert als een van de voornaamste principes een hecht doortimmerde bewijslast en het principe ”onschuldig tot schuld bewezen” Uiteraard geldt dit ook de heer Wilders. Anderszijds deel ik volledig uw mening, dat de heer Wilders een demagoog van een gevaarlijk karakter is In de eerste plaats  laat Wilders zich systematisch en structureel in discriminerende zin  uit over de Islam in het byzonder en moslims in het algemeen, waarmee hij het recht op godsdienstvrijheid schendtTen tweede is zijn gedachtegoed racistisch, aangezien hij zich bij voortduring in negatieve en discriminerende zin uitlaat over Marokkanen en andere  ”niet westerse”  allochtonen Hiermee zaait hij haat en verdeeldheid tussen ”autochtonen” en ”allochtonen”, zeker in het sinds 11-9-2001 in Nederland [en Europa] verharde klimaat jegens allochtonen in het algemeen en moslims in het byzonder. Als politicus heeft hij een zeer gevaarlijk effect, juist vanwege zijn grote landelijke, politieke en media-bereik Meneer de Vries, Juist in de sinds 11-9-2001 steeds meer toenemend racisme en verharding in Nederland en Europa, getuigt uw opstelling van grote moed. Dat dit niet zonder effect is gebleven, is gebleken uit de ronduit minderwaardige reacties van een aantal PVV aanhangers, waarvan u enkele in uw vervolg column ”De aanhangers van Geert Wilders zij boos”,bekend hebt gemaakt Zonder enige vergelijkingen met het verleden te willen maken, hou ik staande, dat het gedachtegoed van Wilders elementen in zich draagt van het begin van een politiestaat [zijn voorkeur voor administratieve detentie voor terreurverdachten, landelijk preventief fouilleren, zijn hetze tegen moslims, allochtonen en asielzoekers, zijn voorstel tot afschaffing van artikel 1, Grondwet, etc]  Beangstigend is dan ook de wijze, waarop hij met ”succes” lijkt in te spelen op bestaande onlustgevoelens, HET handelsmerk van een populist en demagoog Dat u daartegen uw stem hebt verheven, is dan ook van grote betekenis, zeker vanwege uw grote bekendheid en maatschappelijke invloed. Nogmaals mijn grote waardering voor uw moedige en humanitaire opstelling Onder P/S een link naar een destijds door mij geschreven artikel over Wilders Vriendelijke groeten Astrid Essed Amsterdam Artikel tav gedachtegoed Wilders http://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=1636

NOOT 1

WIKIPEDIAPETER R. DE VRIES
https://en.wikipedia.org/wiki/Peter_R._de_Vries





ADPETER R DE VRIES NEERGESCHOTEN IN AMSTERDAM:DRIE VERDACHTEN AANGEHOUDEN6 JULI 2021
https://www.ad.nl/binnenland/peter-r-de-vries-neergeschoten-in-amsterdam-drie-verdachten-aangehouden~aa3567f5/

Misdaadjournalist Peter R. de Vries is vanavond neergeschoten in Amsterdam en is zwaargewond afgevoerd naar het ziekenhuis. Na de beschieting is een mogelijke vluchtauto op de A2 bij Breukelen aangehouden door de politie. Daarbij zijn twee aanhoudingen verricht, waarvan er een mogelijk de schutter is aldus de politie. Een derde verdachte werd elders in Amsterdam aangehouden. 

De schietpartij gebeurde rond 19.30 uur in de Lange Leidsedwarsstraat, in de buurt van het Leidseplein. Daar zit de studio van RTL Boulevard, waar De Vries vanavond aanwezig was.  Volgens een politiewoordvoerder hebben veel mensen de schietpartij zien gebeuren. ,,We hebben meerdere meldingen van ooggetuigen binnengekregen.”

Er kwam veel politie op de been en ook waren er veel omstanders en pers. In de loop van de avond werden ook de eerste bloemen neergelegd op de plaats waar De Vries werd neergeschoten. Op een filmpje dat rondgaat op sociale media, is De Vries duidelijk herkenbaar te zien met een bebloed gezicht. Hij ligt op zijn rug op straat. Omstanders helpen hem en roepen of er al gebeld is naar 112. 

Meerdere schotenEr zouden van dichtbij meerdere schoten op De Vries zijn gelost. Getuigen spreken van vijf schoten. Over mogelijke motieven van de dader of aanleidingen voor het schietincident kon de politie nog niets zeggen. ,,Nu zijn we bezig met de zoekactie, sporenonderzoek en natuurlijk hulpverlening. Motieven en achtergronden komen pas in een veel later stadium aan de beurt.”

Een politiehelikopter cirkelde boven de omgeving. De forensische opsporing is ter plaatse om sporenonderzoek te doen. De directe omgeving rond de Lange Leidsedwarsstraat werd afgesloten. De politie ging met meerdere eenheden op zoek naar de mogelijke schutter, aldus de woordvoerder.
Grote zoekactieDe politie bevestigde later op de avond dat het slachtoffer de 64-jarige Peter R. de Vries is. Eerder kon de politie dat nog niet zeggen. Wel lieten bronnen al weten wie het slachtoffer was. ,,Het is gebruikelijk dat we eerst familie benaderen voordat we met een identiteit naar buiten treden”, lichtte een woordvoerder toe.Niet zelf benaderenRond 19.40 uur werd via Burgernet een signalement van de vermoedelijke schutter verspreid. Het zou gaan om een man met een klein, tenger postuur. Hij droeg een donkergroene jas met camouflagevlekken en een zwarte pet. Wie deze man ziet, kan hem beter niet zelf benaderen maar 112 bellen, aldus het Burgernetbericht.

Door getuigen ter plaatse kreeg de politie snel zicht op een mogelijke vluchtauto. Deze auto is op de snelweg A4 staande gehouden, aldus de Amsterdamse korpschef Frank Paauw. Daarbij zijn twee verdachten zijn gearresteerd. De mogelijke schutter zit daarbij, zei Paauw.

Een derde verdachte is aangehouden op ‘een locatie in Amsterdam’, aldus de korpschef. Dat zou in Amsterdam-Oost zijn geweest. Volgens Paauw heeft de op de A4 tot staan gebrachte auto de focus bij de politie. Of er een wapen in dat voertuig is gevonden, wilde Paauw niet zeggen.
Reactie NVJ,,Dit is wat je al die tijd hoopt dat niet gebeurt”, zegt Thomas Bruning, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, hoorbaar aangeslagen. ,,Natuurlijk is het nog afwachten met welke werkzaamheden van De Vries dit verband houdt, maar de aanslag vond plaats voor de deur van RTL Boulevard. Dit raakt de journalistiek sowieso recht in het gezicht. Laten we hopen en bidden voor zijn gezondheid.”

De Vries was vanavond bij RTL Boulevard te gast om te praten over de zaak Seif Ahmed, een kapper die in 2019 in zijn auto werd doodgeschoten. Ahmeds 14 maanden oude dochtertje zat op de achterbank. ,,Hopelijk heeft ze zich niet gerealiseerd wat er is gebeurd”, sprak De Vries vanavond.BedreigingenHet huis van Peter R. de Vries is in het verleden wel eens bewaakt door de politie, vertelde hij in 2017 tegen deze site. ,,Ze hadden serieuze informatie dat er iets te gebeuren stond. En toen stond er dus ‘s nachts een auto voor de deur, mensen met kogelwerende vesten erin, noem maar, op. Dat hebben we dus geaccepteerd. Vervolgens merkten we dat wij daar wel mee om kunnen gaan, maar dat het op de buren een enorme impact had. Zij lieten hun kinderen niet meer buitenspelen, waren bang dat de kogels elk moment in het rond konden vliegen.’’

Bedreigingen maakten hem ‘geen flikker uit’, vertelde De Vries. ,,Ik doe er ook geen aangifte van, ga er echt geen tijd aan besteden.“ Vorige maand werd De Vries geïnterviewd door Vrij Nederland. Daarin vertelde hij onder meer dat hij niet bang is aangelegd, maar dat ‘de broer van Nabil en zijn vroegere advocaat zijn vermoord, dus je hoeft niet hysterisch te zijn om te denken dat er best iets zou kunnen gebeuren. Dat is part of the job. Een misdaadverslaggever die op echt spannende momenten aan komt zetten met ‘nu wordt het mij iets té intens’ kan beter bij Libelle gaan werken.’
Paspoort Peter Rudolf de VriesGeboren
14 november 1956 in Aalsmeer.Loopbaan
Gaat na zijn dienstplicht aan de slag op de Haagse redactie van De Telegraaf. Begint na een jaar verslag te doen over misdaad. Schrijft negen true-crimeboeken, waaronder De ontvoering van Alfred Heineken, in 1987.Is van 1987 tot 1991 hoofdredacteur van het weekblad Aktueel. Schrijft ook over misdaad in Panorama en AD. Maakt van 1995 tot 2012 het tv- programma Peter R. de Vries, misdaadverslaggever.Sindsdien veel te zien in praatprogramma’s. Presenteert bij RTL 5 Internetpesters Aangepakt.Ontvangt voor zijn werk diverse prijzen.Is sinds 2014 ook voetbalmakelaar.Privé
Zoon en dochter.


EINDE BERICHT

Reacties uitgeschakeld voor Uit 2010/Adhesiebetuiging Astrid Essed aan Peter R de Vries om zijn terechte aanval op PVV leider Wilders

Opgeslagen onder Divers

Excuses aan het Dagblad Trouw in verband met het misverstand over het artikel van historicus Piet Emmer

EXCUSES AAN HET DAGBLAD TROUW IN VERBAND MET HETMISVERSTAND OVER HET ARTIKEL VAN HISTORICUS PIET EMMER

De aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images) Beeld Getty ImagesDe aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images)Beeld Getty Images

Foto

De indeling op het schip, iedereen zat ontzettend dicht op elkaarhttps://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-bij-piet-emmer-hadden-de-slaven-een-prima-gelijkwaardig-bestaan-in-de-kolonies~b1338777/

De indeling op het schip, iedereen zat ontzettend dicht op elkaar
https://slavernijnederland.weebly.com/de-reis.html

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned


INLEIDINGVooraf:
LEZERS!Vergissen is menselijk, zoals wij allemaal weten.Vergissingen maken wij allemaal, soms pijnlijk, soms hilarisch, soms vervelend, soms ernstig.
In dit geval heeft uw Bloggertje een vervelende en lichtelijk pijnlijke [gezienhet onderwerp: ”Slavernijverleden”] vergissing gemaakt.Naar aanleiding van een stuk van apologeet van de Westerse slavernij,Emeritus hoogleraar geschiedenis, Piet Emmer [1],ben ik in de pen geklommen om hem te attaqueren, aan de hand van citaten uit zijn stuk [2]Zijn stuk was in de Volkskrant verschenen [3], maar abusievelijk heb ik hetaangezien voor een publicatie door het Dagblad Trouw en Trouw daarop,ten onrechte, aangeschreven.Toen ik terecht door de Trouw Opinieredactie daarop werd gewezen, heb ikbesloten, Dagblad Trouw een excuusmail te schrijven.Ook heb ik de post waarin de Trouw Redactie door mij werd aangeschreven, vanmijn website verwijderd. [4]Deze zal worden vervangen door mijn inmiddels verstuurde brief aan de Volkskrant over hun facilitering van historicus Piet Emmer, apologeet van de Westerse slavernij.Hou dus mijn website in de gaten!Het deed mij plezier te lezen, dat de Trouw Opinieredactie mijn voornemenheeft gewaardeerd.
Dit wilde ik graag met u delen, vooral ook om een en ander recht te zetten.Uiteraard heb ik inmiddels WEL de Volkskrant aangeschreven, waarvaneen posting op mijn website zal volgen.
Nu eerst mijn excuusmail aan Trouw [waarvan ook de fysieke mail, onder A]Daaronder de waarderende reactie van Trouw Opinie [onder B]En tenslotte de in deze Inleiding genoemde noten
Astrid Essed
A
EXCUUSMAIL AAN TROUWUITGESCHREVEN EN FYSIEKE MAIL:

UITGESCHREVEN TEKST:

AAN REDACTIE TROUWREDACTIE TROUW OPINIE

Geachte Redactie,
Recentelijk stuurde ik u een aanklacht mail toe [1] in verband met een artikelvan Emeritus hoogleraar de heer P Emmer, getiteld: ”WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM” [2]Dat mede naar aanleiding van mijn eigen analyse op dit stuk van Emmer.Mijn aanklacht aan u was uw facilitering van een apologeet van de Westerse slavernij, zoals de heer Emmer naar mijn oordeel is.Punt was echter, dat dit artikel niet in uw krant, maar in de Volkskrantis gepubliceerd.
Hiervoor bied ik u mijn welgemeende excuses aan.Ik zal dan ook het op mijn website gepubliceerde artikel, waarinuw naam als facilitator genoemd is, vandaag nog [6 juli 2021] verwijderen en een nieuwe post maken met de naam van de juiste krant in dezen:De Volkskrant.
Zoals u kunt zien [u hebt het cc van mij doorgekregen], heb ik inmiddelsde Volkskrant aangeschreven op hun facilitering van het stukvan Emmer.
Overigens blijft uiteraard de inhoud van mijn analyse van het stuk vanEmmer [3] [behalve de verandering van de naam Trouw in ”Volkskrant”,wat helaas niet in mijn gehele notenapparaat mogelijk is, waarvoor excuses, maar wie de link aanklickt, ziet zelf, dat het Volkskrant zijn moet],ongewijzigd.slavernij apologeet 
Nogmaals mijn excuses voor dit onfortuinlijke misverstand, dieik daarom ook zo uitgebreid aanbied omdat het slavernijverledeneen heel gevoelig onderwerp is en ik mijn beschuldigingen graagop conto van het juiste medium scuif.
Deze brief zal ook op mijn website worden gepubliceerd, want men moetzijn eigen fouten kunnen toegeven.
Vriendelijke groeten
Astrid EssedAmsterdam 
www.astridessed.nl

NOTEN

[1]
LET OP!De onder noot 1 genoemde link zal verdwijnen, worden verwijderd van mijn website. omdat niet Trouw, maar De Volkskrant het gewraakte stuk van Emmer heeft gepubliceerd!

REDACTIE TROUW, U BENT MOREEL MEDEPLICHTIG AAN DE BAGATELLISERING VAN DE WESTERSE SLAVERNIJ DOOR HISTORICUSPIET EMMER!ASTRID ESSED
https://www.astridessed.nl/redactie-trouw-u-bent-moreel-medeplichtig-aan-de-bagatellisering-van-de-westerse-slavernij-door-historicus-piet-emmer/

[2]

VOLKSKRANTWIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

[3]

HISTORICUS PIET EMMER. WEGPOETSER VAN HET BLOED, DATAAN DE WESTERSE SLAVERNIJ KLEEFTASTRID ESSED30 JUNI 2021
https://www.astridessed.nl/historicus-piet-emmer-wegpoetser-van-het-bloed-dat-aan-de-westerse-slavernij-kleeft/

EINDE NOTEN

FYSIEKE MAILBRIEF EXCUSES AAN TROUW

Astrid Essed To:redactie@trouw.nl,opinie@trouw.nlCc:redactie@volkskrant.nl,forum@volkskrant.nl,p.c.emmer@hum.leidenuniv.nl,info@ninsee.nlTue, Jul 6 at 10:42 AM
AAN REDACTIE TROUWREDACTIE TROUW OPINIE

Geachte Redactie,
Recentelijk stuurde ik u een aanklacht mail toe [1] in verband met een artikelvan Emeritus hoogleraar de heer P Emmer, getiteld: ”WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM” [2]Dat mede naar aanleiding van mijn eigen analyse op dit stuk van Emmer.Mijn aanklacht aan u was uw facilitering van een apologeet van de Westerse slavernij, zoals de heer Emmer naar mijn oordeel is.Punt was echter, dat dit artikel niet in uw krant, maar in de Volkskrantis gepubliceerd.
Hiervoor bied ik u mijn welgemeende excuses aan.Ik zal dan ook het op mijn website gepubliceerde artikel, waarinuw naam als facilitator genoemd is, vandaag nog [6 juli 2021] verwijderen en een nieuwe post maken met de naam van de juiste krant in dezen:De Volkskrant.
Zoals u kunt zien [u hebt het cc van mij doorgekregen], heb ik inmiddelsde Volkskrant aangeschreven op hun facilitering van het stukvan Emmer.
Overigens blijft uiteraard de inhoud van mijn analyse van het stuk vanEmmer [3] [behalve de verandering van de naam Trouw in ”Volkskrant”,wat helaas niet in mijn gehele notenapparaat mogelijk is, waarvoor excuses, maar wie de link aanklickt, ziet zelf, dat het Volkskrant zijn moet],ongewijzigd.slavernij apologeet 
Nogmaals mijn excuses voor dit onfortuinlijke misverstand, dieik daarom ook zo uitgebreid aanbied omdat het slavernijverledeneen heel gevoelig onderwerp is en ik mijn beschuldigingen graagop conto van het juiste medium scuif.
Deze brief zal ook op mijn website worden gepubliceerd, want men moetzijn eigen fouten kunnen toegeven.
Vriendelijke groeten
Astrid Essed

Amsterdam
www.astridessed.nl

NOTEN

[1]
LET OP!De onder noot 1 genoemde link zal verdwijnen, worden verwijderd van mijn website. omdat niet Trouw, maar De Volkskrant het gewraakte stuk van Emmer heeft gepubliceerd!

REDACTIE TROUW, U BENT MOREEL MEDEPLICHTIG AAN DE BAGATELLISERING VAN DE WESTERSE SLAVERNIJ DOOR HISTORICUSPIET EMMER!ASTRID ESSED
https://www.astridessed.nl/redactie-trouw-u-bent-moreel-medeplichtig-aan-de-bagatellisering-van-de-westerse-slavernij-door-historicus-piet-emmer/

[2]

VOLKSKRANTWIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

[3]

HISTORICUS PIET EMMER. WEGPOETSER VAN HET BLOED, DATAAN DE WESTERSE SLAVERNIJ KLEEFTASTRID ESSED30 JUNI 2021
https://www.astridessed.nl/historicus-piet-emmer-wegpoetser-van-het-bloed-dat-aan-de-westerse-slavernij-kleeft/

EINDE NOTEN

B

WAARDERENDE REACTIE TROUW OP MIJN EXCUSES
On Tuesday, July 6, 2021, 11:46:31 AM GMT+2, TR Opinie <opinie-trouw@persgroep.net> wrote:

Geachte Astrid Essed,Dat is heel sportief van u, we waarderen dat.vriendelijke groet,Monic SlingerlandChef Opinieredactie Trouw020-5623232www.trouw.nl
C
NOTEN, BEHORENDE BIJ ”INLEIDING VOORAF”

[1]

TEKST

Dat slavernij overal in de wereld voorkwam lijkt het Rijksmuseum niet te interesseren. De bezoeker krijgt de indruk dat de slavenhandel en slavernij voornamelijk Europese erfzonden zijn.

De met veel tamtam aangekondigde en inmiddels geopende tentoonstelling ‘Slavernij’ in het Rijksmuseum typeert de slaven vrijwel zonder uitzondering als zielige underdogs, terwijl veel wetenschappelijke studies van de laatste vijftig jaar keer op keer laten zien dat die gedweeë, sullige ‘Sambo’ zonder initiatief, die alles accepteert en zich naar believen laat straffen, vernederen en uitbuiten, nooit heeft bestaan.

De tentoonstelling documenteert slechts een aantal levensgeschiedenissen van slaven en die beperking verhindert dat er een aantal fundamentele problemen aan de orde komen, zoals de vraag waarom de Europeanen voor hun koloniën slaven uit Afrika en Azië haalden en niet uit hun eigen continent en waarom Afrika en Azië in staat bleken in de loop der eeuwen steeds meer slaven te leveren.

Morele oordelen

Bovendien worden zowel de bezoekers van de tentoonstelling als de lezers van de daarbij behorende bundel opstellen voortdurend geconfronteerd met hedendaagse morele oordelen zoals de verontwaardiging over het feit dat de slaven af en toe op zaterdag moesten werken. Pardon, een vrije zaterdag in de 18de en 19de eeuw?

Dat slavernij overal in de wereld voorkwam lijkt het Rijksmuseum niet te interesseren, waardoor de bezoeker de indruk krijgt dat de slavenhandel en slavernij voornamelijk Europese erfzonden zijn: ‘In Afrika leefden mensen in de koloniale tijd met de realiteit van mensenhandelaren, nomaden op paarden, die nachtelijke rooftochten organiseerden om mensen te ontvoeren.’

Niet gekoloniseerd

Het Rijksmuseum verzwijgt echter dat Afrika ten tijde van de Atlantische slavenhandel helemaal nog niet gekoloniseerd was en dat de ‘rooftochten’ en ‘ontvoeringen’ dus onmogelijk de Europeanen in de schoenen kunnen worden geschoven.

Tegen alle logica beweert de directeur van het Rijks, Taco Dibbits in het voorwoord van het magazine voor scholieren Slavernij en nu? dat ‘de arbeiders op de plantages niet betaald’ kregen. Zou hij werkelijk geloven dat de plantagebezitters hun voor veel geld gekochte slaven lieten verhongeren?

Beloning

Niets is minder waar. Zo kregen de slaven van de Surinaamse plantage ‘Catharina Sophia’ in de 19de eeuw weliswaar geen geld, maar gemiddeld 94,57 gulden per jaar aan voedsel en 13,58 gulden aan kleding en huishoudelijke artikelen alsmede huisvesting, het gebruik van een moestuin en medische zorg.

In dezelfde tijd verdienden de landarbeiders in Drenthe ongeveer 150 gulden per jaar zonder huisvesting, moestuin en doktershulp. Bovendien wijst de directeur op de Nachtwacht van Rembrandt met daarop een jong kind met een donkere huidskleur en vraagt: ‘En waarom moest hij als kind al werken?’. Is hij niet op de hoogte van het feit dat in Rembrandts tijd en nog velen eeuwen daarna kinderarbeid heel normaal was?

Bezit

Zonder enig bewijs meldt de tentoonstellingsbundel dat slaven geen bezit mochten hebben. Hoe was het dan mogelijk dat sommige slaven zichzelf vrijkochten en waar kwam in het eerste jaar na de vrijverklaring die koopgolf onder de ex-slaven vandaan? Ook beweert de bundel dat slaven niet mochten lezen en schrijven, maar hoe kon de zwarte abolitionist (voorstander afschaffing slavernij, red.) Equiano dan zijn memoires schrijven als hij dat als slaaf niet had geleerd? De slaven waren het eigendom van een ander en ‘daarom kon er juridisch gezien geen sprake van mishandeling of verkrachting zijn’ door de eigenaar.

Waarom zijn er dan processen gevoerd tegen planters, die een slaaf hadden gemarteld of gedood? Dat de tentoonstelling geen wetenschappelijk, maar een activistisch karakter draagt blijkt ook uit de constatering dat de Europese slavenhandelaren slaven ‘tot object’ maakten. Deden hun Afrikaanse en Arabische collega’s dat dan niet? Kun je de Europeanen verwijten dat ze steeds meer kindslaven kochten?

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat alleen Afrikaanse handelaren bepaalden hoeveel man-, vrouw- en kindslaven te koop werden aangeboden. Zelfs de plantageklok, die ’s morgens het begin van de werkdag aankondigde, is volgens het Rijksmuseum een symbool van uitbuiting en geweld. Maar zou dat instrument net als in Europa geen middel zijn geweest om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?

Wie hoopt dat de tentoonstelling hem of haar op de hoogte brengt van de laatste wetenschappelijke inzichten hoeft het Rijksmuseum niet te bezoeken, maar wie zijn stereotiepe opvatting over de slavenhandel en slavernij bevestigd wil zien, komt in het Rijksmuseum ruimschoots aan zijn trekken.

Piet Emmer is auteur van De geschiedenis van de Nederlandse slavernij in een notendop (2021).
EINDE VOLKSKRANT ARTIKEL
[2]

HISTORICUS PIET EMMER, WEGPOETSER VAN HET BLOED,DAT AAN DE WESTERSE SLAVERNIJ KLEEFTASTRID ESSED30 JUNI 2021
https://www.astridessed.nl/historicus-piet-emmer-wegpoetser-van-het-bloed-dat-aan-de-westerse-slavernij-kleeft/

[3]

VOLKSKRANTWIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

[4]

VAN MIJN WEBSITE VERWIJDERDE MAIL

REDACTIE TROUW, U BENT MOREEL MEDEPLICHTIG AAN DE BAGATELLISERING VAN DE WESTERSE SLAVERNIJ DOOR HISTORICUSPIET EMMER!ASTRID ESSED
https://www.astridessed.nl/redactie-trouw-u-bent-moreel-medeplichtig-aan-de-bagatellisering-van-de-westerse-slavernij-door-historicus-piet-emmer/

EINDE NOTEN

Reacties uitgeschakeld voor Excuses aan het Dagblad Trouw in verband met het misverstand over het artikel van historicus Piet Emmer

Opgeslagen onder Divers

Noten 1 t/m 21 bij ”Brief aan Trouw over artikel historicus Piet Emmer”

[Zoals ik recentelijk heb gerectificeerd, zijn deze noten niet gericht aaneen ”Brief aan Trouw”, maar een ”Brief aan de Volkskrant”Per abuis had ik het door het Dagblad De Volkskrant gepubliceerde stuk van historicus Piet Emmer aangezien voor een door Trouw gepubliceerd artikelMiddels excuses aan het Dagblad Trouw heb ik dit inmiddels rechtgezetLET OPOok in dit notenapparaat zal ”Trouw” abusievelijk voorkomen boven hetgewraakte artikelHet hoort ”Volkskrant” te zijn]
Zie nogmaals het artikel:
VOLKSKRANTWIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

[1]

LADY MACBETHHere’s the smell of the blood still: all the
perfumes of Arabia will not sweeten this little
hand. Oh, oh, oh!”

MACBETHACT V, SCENE 1
http://www.shakespeare-online.com/plays/macbeth_5_1.html

SHAKESPEAREMACBETH
http://www.shakespeare-online.com/plays/macbethscenes.html

[2]

‘”Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdaden niet uitwissen”

”Vrij vertaald naar Shakespeare’s Macbeth [slaapwandelende Lady Macbeth,Act 5, Scene 1]”

ZIE NOOT 1

[3]

TROUWWIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

Dat slavernij overal in de wereld voorkwam lijkt het Rijksmuseum niet te interesseren. De bezoeker krijgt de indruk dat de slavenhandel en slavernij voornamelijk Europese erfzonden zijn.

De met veel tamtam aangekondigde en inmiddels geopende tentoonstelling ‘Slavernij’ in het Rijksmuseum typeert de slaven vrijwel zonder uitzondering als zielige underdogs, terwijl veel wetenschappelijke studies van de laatste vijftig jaar keer op keer laten zien dat die gedweeë, sullige ‘Sambo’ zonder initiatief, die alles accepteert en zich naar believen laat straffen, vernederen en uitbuiten, nooit heeft bestaan.

De tentoonstelling documenteert slechts een aantal levensgeschiedenissen van slaven en die beperking verhindert dat er een aantal fundamentele problemen aan de orde komen, zoals de vraag waarom de Europeanen voor hun koloniën slaven uit Afrika en Azië haalden en niet uit hun eigen continent en waarom Afrika en Azië in staat bleken in de loop der eeuwen steeds meer slaven te leveren.

Morele oordelen

Bovendien worden zowel de bezoekers van de tentoonstelling als de lezers van de daarbij behorende bundel opstellen voortdurend geconfronteerd met hedendaagse morele oordelen zoals de verontwaardiging over het feit dat de slaven af en toe op zaterdag moesten werken. Pardon, een vrije zaterdag in de 18de en 19de eeuw?

Dat slavernij overal in de wereld voorkwam lijkt het Rijksmuseum niet te interesseren, waardoor de bezoeker de indruk krijgt dat de slavenhandel en slavernij voornamelijk Europese erfzonden zijn: ‘In Afrika leefden mensen in de koloniale tijd met de realiteit van mensenhandelaren, nomaden op paarden, die nachtelijke rooftochten organiseerden om mensen te ontvoeren.’

Niet gekoloniseerd

Het Rijksmuseum verzwijgt echter dat Afrika ten tijde van de Atlantische slavenhandel helemaal nog niet gekoloniseerd was en dat de ‘rooftochten’ en ‘ontvoeringen’ dus onmogelijk de Europeanen in de schoenen kunnen worden geschoven.

Tegen alle logica beweert de directeur van het Rijks, Taco Dibbits in het voorwoord van het magazine voor scholieren Slavernij en nu? dat ‘de arbeiders op de plantages niet betaald’ kregen. Zou hij werkelijk geloven dat de plantagebezitters hun voor veel geld gekochte slaven lieten verhongeren?

Beloning

Niets is minder waar. Zo kregen de slaven van de Surinaamse plantage ‘Catharina Sophia’ in de 19de eeuw weliswaar geen geld, maar gemiddeld 94,57 gulden per jaar aan voedsel en 13,58 gulden aan kleding en huishoudelijke artikelen alsmede huisvesting, het gebruik van een moestuin en medische zorg.

In dezelfde tijd verdienden de landarbeiders in Drenthe ongeveer 150 gulden per jaar zonder huisvesting, moestuin en doktershulp. Bovendien wijst de directeur op de Nachtwacht van Rembrandt met daarop een jong kind met een donkere huidskleur en vraagt: ‘En waarom moest hij als kind al werken?’. Is hij niet op de hoogte van het feit dat in Rembrandts tijd en nog velen eeuwen daarna kinderarbeid heel normaal was?

Bezit

Zonder enig bewijs meldt de tentoonstellingsbundel dat slaven geen bezit mochten hebben. Hoe was het dan mogelijk dat sommige slaven zichzelf vrijkochten en waar kwam in het eerste jaar na de vrijverklaring die koopgolf onder de ex-slaven vandaan? Ook beweert de bundel dat slaven niet mochten lezen en schrijven, maar hoe kon de zwarte abolitionist (voorstander afschaffing slavernij, red.) Equiano dan zijn memoires schrijven als hij dat als slaaf niet had geleerd? De slaven waren het eigendom van een ander en ‘daarom kon er juridisch gezien geen sprake van mishandeling of verkrachting zijn’ door de eigenaar.

Waarom zijn er dan processen gevoerd tegen planters, die een slaaf hadden gemarteld of gedood? Dat de tentoonstelling geen wetenschappelijk, maar een activistisch karakter draagt blijkt ook uit de constatering dat de Europese slavenhandelaren slaven ‘tot object’ maakten. Deden hun Afrikaanse en Arabische collega’s dat dan niet? Kun je de Europeanen verwijten dat ze steeds meer kindslaven kochten?

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat alleen Afrikaanse handelaren bepaalden hoeveel man-, vrouw- en kindslaven te koop werden aangeboden. Zelfs de plantageklok, die ’s morgens het begin van de werkdag aankondigde, is volgens het Rijksmuseum een symbool van uitbuiting en geweld. Maar zou dat instrument net als in Europa geen middel zijn geweest om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?

Wie hoopt dat de tentoonstelling hem of haar op de hoogte brengt van de laatste wetenschappelijke inzichten hoeft het Rijksmuseum niet te bezoeken, maar wie zijn stereotiepe opvatting over de slavenhandel en slavernij bevestigd wil zien, komt in het Rijksmuseum ruimschoots aan zijn trekken.

Piet Emmer is auteur van De geschiedenis van de Nederlandse slavernij in een notendop (2021).

EINDE ARTIKEL TROUW

[4]

WIKIPEDIA

TRANS ATLANTISCHE SLAVENHANDEL

https://nl.wikipedia.org/wiki/Trans-Atlantische_slavenhandel

[5][5]
BEVESTIGD IN ONDERSTAAND ARTIKEL:

”De indruk kan ontstaan zijn dat de slavenhandel een essentieel onderdeel van de Nederlandse economie vormde en dat afschaffing van de slavernij de economisch totaal ontwricht zou worden. Volgens P.C. Emmer is die gedachte beslist niet waar. Hij stelt dat de Nederlandse slavenhalers op hun hoogtepunt jaarlijks dertig slavenschepen lieten uitvaren, maar dat deze schepen samen nog geen één procent vormde van de totale koopvaardijvloot, die toen geschat werd op ongeveer vierduizend schepen. Ook voor de werkgelegenheid vormde de slavenvaart geen absolute noodzakelijkheid. Emmer stelt het aantal zeevarenden op slavenschepen op duizend tot twaalfhonderd, en dat in de hoogtijdagen. Als er in ogenschouw wordt genomen dat de werkgelegenheid in de scheepvaart vele malen groter was (volgens Emmer ongeveer 44.700 in 1770) dan vormen de ruim duizend slavenhalers slechts een zeer kleine, haast onbetekende groep.”……….”Maar was de slavenhandel van essentieel belang voor de gehele Nederlandse economie? Met andere woorden: hadden de Nederlanden zonder slavenhandel gekund, bijvoorbeeld als zij als enigen ter wereld een verbod op slavenhandel naleefden? Emmer meent dat de Nederlanden zonder veel moeite van slavernij hadden kunnen afzien. Nederlandse plantages hebben nooit meer dan de helft van de geïmporteerde suiker en koffie geleverd, en dit zou gemakkelijk door het buitenland kunnen worden opgevangen. Daar een groot deel van de Atlantische handel en scheepvaart mogelijk werd gemaakt door de inzet van buitenlandse gastarbeiders, zou het hoogstens betekenen dat er minder gastarbeiders naar de Nederlanden waren gekomen op zoek naar werk”
HISTORIENDE NEDERLANDSE SLAVENHANDEL IN DE 17E EN 18 E EEUW
http://www.historien.nl/geschiedenis-van-de-nederlandse-slavenhandel/

De Nederlandse slavenhandel in de 17e en 18e eeuw

Gepubliceerd  | Door Erik Sweers

De Nederlandse slavenhandel in de zeventiende en achttiende eeuw wordt over het algemeen als zeer winstgevend omschreven. Maar klopt die stelling ook? Een onderzoek naar de geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel.

Het Nederlandse handelsverleden wordt dikwijls geassocieerd met de successen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Vuistdikke handboeken zijn verschenen over dit onderwerp en de publicatiestroom over deze roemruchte handelsonderneming is nog lang niet ten einde. De herinnering aan de VOC is in de hedendaagse literatuur nog springlevend, maar de geschiedenis van haar wellicht even roemruchte, op “de West” varende tegenhanger wordt enigszins tekort gedaan. Misschien heeft dit tekort aan aandacht ook te maken met het feit dat deze West-Indische Compagnie (WIC), in tegenstelling tot de VOC, voornamelijk periodes van economische tegenspoed en onzekerheid kende en dat het voornaamste deel van haar handelswaar uit slaven bestond.

Slavenhandel: een winstgevend bedrijf?

De handelssuccessen van de WIC lijken paradoxaal: de slavenhandel was kennelijk niet succesvol genoeg en het lijkt dan voor de hand te liggen om over te gaan op andere “handelswaar”. De WIC deed dit echter niet; de Nederlandse slavenhandel bleef bijna twee eeuwen standhouden, tot uiteindelijk in 1818 ook in de Nederlanden de handel in slaven werd afgeschaft. Er moet dus een goede reden zijn geweest om deze verlieslijdende handel te continueren. Maritiem historicus Willem Flinkenflögel laat in zijn werk “Nederlandse slavenhandel” (1621-1803) de zeventiende eeuwse Zeeuwse arts en slavenkeurder D.H. Gallandat aan het woord. Gallandat stelt “dat er vele bedrijven plaatshebben, die ongeoorloofd zouden schijnen, indien er geen bijzonder voordeel in te vinden was. Getuige hiervan is de slavenhandel, die men alleen door het voordeel dat hij aan de kooplieden toebrengt, van onwettigheden kan vrijspreken”. Maar over welk voordeel voor de kooplieden heeft Gallandat het hier? Ook Flinkenflögel stelt immers dat de koopmanslogica van Gallandat geen stand lijkt te houden tegen de hedendaagse opvatting dat de Nederlandse slavenhandel weliswaar een hardnekkig bestaan leidde, maar in termen van winst niet bijster interessant was. Om de “waarom-vraag” te kunnen beantwoorden, is het noodzakelijk om eerst een uiteenzetting te geven over de vroegste geschiedenis van de WIC.

Oprichting van de WIC

De Brit Jonathan Israel stelt in zijn werk “Nederland als centrum van de wereldhandel, 1585-1740” heel duidelijk dat de Nederlandse zeelieden zich in de beginfase van deze kaperoorlog afzijdig hielden. De Lage Landen waren volgens Israel tegen het einde van de vijftiende eeuw gespecialiseerd in het vervoer van bulkgoederen, zoals de graanhandel op het Oostzeegebied. Graanoverschotten werden naar het Middellandse Zeegebied getransporteerd, waar de Nederlandse zeelieden zout haalden. Dit zout was nodig voor een ander belangrijk Nederlands handelsproduct: haring. De Europese handel verliep voor deze Nederlandse handelaren dermate voortvarend dat er geen behoefte was aan de perikelen met Spanje in bijvoorbeeld het Caribisch gebied.

Rond 1590 ziet Israel een keerpunt. Vanaf die tijd spreekt hij van de hegemonie in de wereldhandel van de Nederlandse stapelmarkt. Dit zou het gevolg zijn van een belangrijke verandering in de oorlog tegen Spanje. De Spanjaarden hadden het embargo tegen de Nederlanders beëindigd omdat zij dringend door de Nederlanders moesten worden voorzien van Baltisch graan en scheepsbenodigdheden, terwijl ze het embargo tegen Engeland in stand hielden. Naast de handel met de Spanjaarden voerden de Zeven Provinciën ook een groot en succesvol offensief uit (1591). De ontstane situatie zorgde voor het aantrekken van een handelselite, waardoor de economie een enorme impuls kreeg.

In 1598 kondigde de Spaanse koning echter strenge maatregelen aan om de zoutafname van de Nederlanders een halt toe te roepen. Vanaf dit moment waren de Nederlandse handelaren genoodzaakt het zout uit het Caribisch gebied te halen. Dit werd door de Spanjaarden zoveel mogelijk bestreden, maar voordat het tot een echt conflict kon komen, zorgde het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) ervoor dat het zout weer in Spanje gehaald kon worden.

Dat de Nederlandse zouthalers na de beëindiging van het Twaalfjarig Bestand kennelijk geen vertrouwen hadden in de Spaanse gastvrijheid blijkt uit het feit dat onmiddellijk na afloop van het Bestand werd overgegaan tot de oprichting van de “Geoctroyeerde Westindische Compagnie”. Omdat de Nederlanden inmiddels weer volop in oorlog waren met Spanje en de kosten voor de vloot zoveel mogelijk gedekt moesten worden, was de WIC genoodzaakt haar inkomsten voornamelijk op oorlogsbuit en kaapvaart te baseren.

De eerste dertig jaar van haar bestaan werd de WIC vooral gekenmerkt door een zeer agressief en expansief beleid om met name het katholiek Spanje en Portugal zo hard mogelijk te treffen. Kaapvaart, in tegenstelling tot zeeroverij door de overheid toegestaan, en gebiedsverovering waren hiervoor de meest effectieve middelen. Volgens Johannes de Laet, die in zijn “Iaerlijck Verhael” de verrichtingen van de WIC beschrijft, werden de Spanjaarden en Portugezen tussen 1623 en 1636 van niet minder dan 547 schepen beroofd.

Van kaapvaart naar slavenhandel

De overstap van kaapvaart naar slavenhandel lag in eerste instantie niet echt voor de hand. Het werd zelfs in de beginjaren der compagnie op calvinistische gronden verworpen. In zijn werk “The Dutch in the Atlantic Slave Trade 1600-1815” haalt Johannes Menne Postma een citaat aan uit het toneelstuk “Moortje”, van de Nederlandse dichter Brederode: “Inhumane custom! Godless rascality! That people are being sold, like horselike slavery. In this city there are also those, who engage in that trade. In Farnabock, but God will know”.

Na de verovering van Recife in Brazilië vond er een ommekeer plaats en werd de slavenhandel al snel begonnen. Deze verandering was mogelijk doordat de commerciële voordelen van de slavenhandel inmiddels volledig duidelijk waren. Volgens de Leidse hoogleraar P.C. Emmer behaalden de Engelsen met hun slavenhandel gemiddelde winstpercentages van zes tot zeven procent. In deze tijd niet bijster veel, in die tijd volgens Emmer volstrekt normaal. Een tweede factor die de slavenhandel niet alleen mogelijk maakte maar zelfs legitimeerde was het feit dat belangrijke theologen de slavenvaart niet langer in strijd achtten met het calvinistische gedachtegoed. Indien er werd gehandeld in niet-christenen, werd de slavenhandel toegestaan.

Nu in principe niets de Nederlandse slavenhandel nog in de weg stond, wilden de slavenhalers zich verzekeren van een regelmatige aanvoer van slaven ten behoeve van de plantages. Om dit te bewerkstelligen werden er plaatsen aan de West-Afrikaanse kust veroverd om als “slaven-inzamelingspunt” te dienen. In 1637 werd Elmina, het grote Portugese slavenhandelbolwerk, door Nederlanders aangevallen en ingenomen. Elmina zou vanaf dit moment tot aan de opheffing van de WIC het hoofdkwartier van de compagnie in West-Afrika zijn. In 1641 volgde een andere Portugese nederzetting, Luanda. De WIC breidde haar macht aan de Afrikaanse westkust gestaag uit, waardoor de slavenhandel pas echt goed op gang kon komen. Dit was ook hard nodig, daar de Nederlanders in Brazilië de op de Portugezen veroverde suikermolens weer in gebruik wilden nemen. De meeste slaven waren echter gevlucht en de toenmalige bestuurder van Nederlands-Brazilië, Johan Maurits van Nassau (1636-1644) werd bedolven onder verzoeken om voor voldoende aanvoer van “levend ebbenhout” te zorgen. Afrikaanse slavenhandelaren haalden slaven uit Dahomey, Angola en andere West-Afrikaanse landen en ruilden ze aan de kust tegen goederen uit de Republiek. De slaven werden vervolgens naar Amerika getransporteerd alwaar ze weer geruild werden tegen tropische producten, die dan weer naar de Republiek vervoerd werden. Deze handel is beter bekend onder de naam “driehoeksvaart”.

Een belangrijke rol was voor Curaçao weggelegd. Dit eiland werd langzamerhand het Nederlandse verzamelcentrum voor slaven. Vanaf Curaçao werden slaven vervoerd naar Spaans Zuid-Amerika en de Franse en Engelse eilanden in de regio. De meeste slaven gingen naar Suriname, dat vanaf 1668 definitief in Nederlandse handen was.

Problemen voor de WIC

Hoewel de slavenhandel onverminderd doorging, kwam de WIC in grote problemen. De compagnie ontketende in de eerste helft van de jaren veertig van de zeventiende eeuw een nieuwe reeks roofovervallen op Spaanse bezittingen in het Caribisch gebied, maar onttrok daarvoor manschappen aan Nederlands-Brazilië. De WIC weigerde ook in te stemmen met een voorgesteld bestand van de nieuwe Portugese koning, nadat Portugal in december 1640 tegen de Spanjaarden in opstand was gekomen en zich had losgemaakt. Een bestand zou immers de gebiedsuitbreiding in Nederlands Brazilië tot stilstand brengen en een einde maken aan de roofovervallen op Portugese schepen. Het bestand werd echter toch gesloten, met als gevolg dat de Portugese suikereconomie in Brazilië weer sterk kon opleven. De concurrentie met de Nederlandse suikerplanters nam sterk toe, waardoor ook de polarisatie tussen de Nederlandse en Portugese planters toenam. Een opstand der Portugezen was het gevolg. Nederlands-Brazilië was verloren. Nadat de rust tussen de Nederlanders en de Portugezen was teruggekeerd werden er verdragen en handelsovereenkomsten gesloten, waardoor de rust tussen deze twee groepen bestendigd werd.Heel anders was de relatie met de Engelsen. De Engelse marine slaagde er keer op keer in om de Nederlandse slavenvaart grote schade te berokkenen.

Op de Afrikaanse kust zaten Nederlanders en Engelsen elkaar enorm in de weg, maar geen van beide partijen wist het tij in het eigen voordeel te keren, wegens gebrek aan manschappen.Afgezien van de buitenlandse concurrentie lag de grootste factor die het monopolie van de WIC aantastte volgens P.C. Emmer in eigen land. Na het faillissement van de WIC in 1674 ten gevolg van het echec in Brazilië, werd in hetzelfde jaar een nieuw octrooi aan de compagnie verleend (ook wel de tweede WIC genoemd). Groot verschil was dat het handelsmonopolie van de WIC niet werd voortgezet. Iedereen die handel wilde drijven in het Atlantisch gebied, kon zijn gang gaan, op voorwaarde dat er een belasting werd betaald aan de WIC. Alleen de slavenhandel bleef een WIC-aangelegenheid. Ondanks dit slavenhandelsmonopolie slaagde de WIC er niet in om winst te maken, zelfs niet met enorme overheidssubsidies. Volgens Emmer had dit te maken met factoren die niets met slavenhandel te maken hadden. Zo werd de tweede WIC opgezadeld met schulden van de eerste WIC en werd een dure, gedecentraliseerde districtsstructuur zonder wijzigingen overgenomen. Bovendien was de tweede WIC ook geen zuivere slavenhandelsrederij. Zij verdedigde ook en aantal forten en koloniën in het Caribisch gebied en Afrika, waarmee enorme kosten gemoeid waren.

De periode van vrije slavenhandel

Ook aan het WIC-monopolie op de slavenvaart kwam een einde. Volgens Flinkenflögel was het WIC-monopolie op de slavenhandel vele planters en reders een doorn in het oog, daar zij het in strijd met de “mare liberum” gedachte achtten. Daarnaast was het in de achttiende eeuw zo dat de vraag naar slaven het aanbod overtrof. Tussen 1730 en 1738 verviel het monopolie van de WIC en werd de vrije slavenhandel een feit. Wat overbleef was dat de vrije slavenhandelaren nu “recognitiegelden” dienden te betalen aan de WIC. Het was het einde van de WIC als transatlantisch slavenexporteur.Met de geleidelijke opheffing van het WIC monopolie op de slavenhandel namen de Zeeuwen met hun “Middelburgse Commercie Compagnie” (MCC) een vooraanstaande rol in wat betreft de Nederlandse slavenhandel. In 1754 had de MCC zo”n belangrijke plaats veroverd op het gebied van de slavenhandel, dat zij niet langer verplicht was de recognitiegelden aan de WIC af te dragen.

Relatie tussen verlies en sterfte

Vanaf 1730, het aanbreken van de periode van vrije slavenhandel, kan met enige zekerheid iets worden gezegd over de rentabiliteit van de Nederlandse slavenhandel. Volgens P.C. Emmer komt dit doordat er vanaf dat moment geen vermenging meer was van overheidstaken en commerciële activiteiten. Emmer stelt echter ook dat een er slechts een beeld te geven is van winst en verlies, aangezien alleen de boekhouding van slechts één slavenhandelsrederij, de MCC, bewaard is gebleven. Zelfs van de WIC is geen enkele complete boekhouding terug gevonden. Postma voegt daaraan toe dat vergelijking moeilijk is doordat elke slavenhandelende natie zijn eigen munteenheid, gewichtseenheden en maten kende. In de Nederlanden waren zelfs twee monetaire systemen: de Zeeuwen gebruikten het Vlaamse pond, de rest van de Republiek hield vast aan de gulden. Daarnaast hanteerden de slavenhandelaren een variëteit aan maateenheden. Op basis van gegevens over de waarde van schepen, gebouwen en andere bezittingen komt Emmer tot een jaarlijks winstpercentage van twee tot drie procent, wat hij normaal acht voor die tijd. Hij stelt echter ook de vraag waarom de directeuren van de MCC hier genoegen mee namen. Immers, het geld had net zo goed simpelweg op de bank gezet kunnen worden. Emmer vermoedt dat de investeerders in de compagnie hoopten op snelle en hoge winsten. Zonder tegenslagen was dat ook vast mogelijk geweest, maar de werkelijkheid was anders. Een aantal slavenreizen van de MCC leverden inderdaad vijftig tot tachtig procent winst op, maar minstens evenveel ondernemingen eindigden met een negatief resultaat. Dit had met name te maken met de hoge sterfte onder de slaven (voor oorzaken, zie tabel 1), waardoor verliespercentages van twintig tot dertig procent vrij normaal waren.

Tabel 1: doodsoorzaken van slaven op slavenschepen in de achttiende eeuw

Slaves in sample aggregates 20653Deaths 3563% 17.3Frequency 42
Diseases Dutch equivalentes
Dysentery (Loop, dysentery, (persing’)120033.741
Smallpox (kinderpokken, pokken)54015.119
Scurvy (scheurbuyk)52414.719
Tuberculosis (teering)2707.620
Long illness (landurige ziekte)391.111
Sudden death (schielijck, subiete dood)2446.822
Heart attack (hartvangh)441.27
Illness (ziekte, natuurlijke ziekte)2607.315
Fevers (koorts, hevige coors etc.)1163.323
Dropsy (hydrope, waterzucht, ’t water)671.922
Epilepsy (stuypen, vallen, syncope etc.)361.013
suicide (overboord, hangen, niet eten)280.818
accident (verwonding, in water gevallen)190.511
Mental/emotional (gek, dol, kwaad, mal)200.67
Respiratory (hosten, benauwdheid etc.)130.46
Pleurisy (pleuris)140.45
Reproductive/veneral (craam, venus)210.67
Parasitic worms100.33
Blindness60.21
Sleeping sickness20.11
Miscellaneous (koudvuur, abcess, klapoor, colyck, litergus, verlamming etc.)902.525
Total3563100


Het is enigszins vreemd dat de Engelsen, gelet op de winstpercentages, aanzienlijk succesvoller waren in de slavenhandel. Engelse slavenhalers boekten een gemiddeld winstpercentage van zes tot zeven procent, ruim het dubbele van de Nederlanders. Hoe was dit nu mogelijk? Emmer wijst opnieuw op de sterfte onder de slaven. De Engelsen kochten over het algemeen gezondere en conditioneel beter slaven in op de welvarende delen van de Afrikaanse kusten. Ook verzorgden de Engelsen hun slaven beter. Zo hadden de Engelsen een ingenieus luchtverversingssysteem ontwikkeld, tot jaloezie van de Nederlanders.

Vrijman citeert uit een niet nader genoemde bron om de situatie op de Nederlandse slavenschepen te omschrijven:“Vochtig weer en sterken wind belet hebbende de luchtgaten te openen begonnen koortzen en roode loop de negers te plaagen: hun vertrek was zoo ondraaglijk heet, dat ik er maar een oogenblik in konde verblyven. De hitte alleen maakte dit niet onmogelyk; de planken waren zoo met bloed bevlekt dat deze arme menschen als het ware daarin zwommen. Als zy door de ziekte door hun vel en hun vleesch komen, kwynen zy nog enige tyd in die toestand; door het liggen op de planken, waardoor de uitstekende knoken, vooral by de zieken, dikwijls ontveld worden, treed dikwijls koud vuur in, totdat de barmhartige God hen den dood toezend, om dit leven van ellende te eindigen”.

De Engelse schepen beschikten ook over meer scheepsartsen met ervaring in de slavenhandel en deze artsen wisten de sterfte eveneens te beperken. In tegenstelling tot Emmer heeft Vrijman echter juist kritiek op de Engelsen en Fransen en roemt hij de Nederlanders: “Door schade en schande wijs geworden, behandelde de Loffelijke Westindische Compagnie” haar transporten buitengewoon goed, althans in vergelijking met hetgeen de zwarten op de Engelsche en Fransche schepen te verduren hadden..De Edele Compagnie huldigde een gezond koopmansprincipe; een goede behandeling van de koopwaar is de beste waarborg, dat de lading goed geconditioneerd overkomt, met de minste verliezen door sterven, ziekten en anderszins. Vooral op Engelsche schepen kon het bar toegaan. In laatere tijden voeren eenige wel een dokter, maar die was er dan ook naar!”. De beschrijvingen van Vrijman lijken de feitelijke waarheid echter geweld aan te doen.

Neergang van de slavenhandel in de achttiende eeuw

Tegen het einde van de achttiende eeuw kreeg de Nederlandse slavenhandel een enorme klap te verwerken. De planters in Suriname hadden zoveel geld in Nederland geleend, dat zij op een gegeven moment niet langer in staat waren om de rente te betalen, laat staan dat zij bij machte waren om de hoofdsom terug te betalen en velen van hen gingen failliet. De financiële crisis die in 1773 volgde zorgde voor een scherpe terugval in de afname van slaven in Suriname. De reders probeerden de Staten-Generaal te bewegen tot het afschaffen van de belasting op het “uittreden”schepen. De Staten-Generaal stemden in 1789 in, omdat de handel op de West van levensbelang was voor de Nederlandse planters in dat gebied. De Staten-Generaal meende dat de slavenhandel aangemerkt diende te worden als onafscheidelijk van de bloei en voorspoed van de koloniën in de West.

Het aantal uittredingen na 1780 was inmiddels gedaald tot slechts drie tot vier per jaar. Het lijkt dan voor de hand te liggen dat de campagne om een einde te maken aan de slavenhandel juist in Nederland succes zou hebben. Niets was echter minder waar. Juist in Nederland waren in deze tijd nauwelijks protesten te horen tegen de slavenhandel, terwijl er in Engeland vreemd genoeg een effectieve lobby voor de afschaffing van de slavenhandel ontstond. De Nederlanders wilden echter van geen wijken weten en meenden dat de winsten in de slavenhandel weliswaar laag waren, maar dat deze tak van commercie voor de Nederlandse economie van groot belang was.

Het economisch belang van de Nederlandse slavenhandel

De indruk kan ontstaan zijn dat de slavenhandel een essentieel onderdeel van de Nederlandse economie vormde en dat afschaffing van de slavernij de economisch totaal ontwricht zou worden. Volgens P.C. Emmer is die gedachte beslist niet waar. Hij stelt dat de Nederlandse slavenhalers op hun hoogtepunt jaarlijks dertig slavenschepen lieten uitvaren, maar dat deze schepen samen nog geen één procent vormde van de totale koopvaardijvloot, die toen geschat werd op ongeveer vierduizend schepen. Ook voor de werkgelegenheid vormde de slavenvaart geen absolute noodzakelijkheid. Emmer stelt het aantal zeevarenden op slavenschepen op duizend tot twaalfhonderd, en dat in de hoogtijdagen. Als er in ogenschouw wordt genomen dat de werkgelegenheid in de scheepvaart vele malen groter was (volgens Emmer ongeveer 44.700 in 1770) dan vormen de ruim duizend slavenhalers slechts een zeer kleine, haast onbetekende groep.

Vervolgens meent Emmer dat deze marginale aantallen het belang van goederen en slaven die naar West-Afrika en West-Indië werden geïmporteerd en geëxporteerd, kunnen verhullen. Op één of andere manier was dit alles van vitaal belang voor de Nederlandse economie. Hij baseert zijn stelling op een aantal interessante cijfers. Rond 1770 voerden de Nederlanden voor 60 miljoen gulden in uit de buitengebieden. Slechts 20 miljoen kwam echter voor rekening van de VOC. De overige veertig miljoen werd door Afrika en de West geleverd, waarvan de helft direct uit de Nederlandse koloniën kwam. De slavenhandel heeft indirect zo”n vijftien procent van de invoer voor haar rekening genomen. De slavenhandel was derhalve een belangrijke motor van de Nederlandse import en export.

Maar was de slavenhandel van essentieel belang voor de gehele Nederlandse economie? Met andere woorden: hadden de Nederlanden zonder slavenhandel gekund, bijvoorbeeld als zij als enigen ter wereld een verbod op slavenhandel naleefden? Emmer meent dat de Nederlanden zonder veel moeite van slavernij hadden kunnen afzien. Nederlandse plantages hebben nooit meer dan de helft van de geïmporteerde suiker en koffie geleverd, en dit zou gemakkelijk door het buitenland kunnen worden opgevangen. Daar een groot deel van de Atlantische handel en scheepvaart mogelijk werd gemaakt door de inzet van buitenlandse gastarbeiders, zou het hoogstens betekenen dat er minder gastarbeiders naar de Nederlanden waren gekomen op zoek naar werk. Maar dan nogmaals: waarom de invoering en vooral voortzetting van de slavernij, terwijl investeerders hun geld wellicht ook in andere, winstgevende projecten konden steken? Emmer verwerpt deze gedachte met de stelling dat het kapitaal dat in de slavenhandel geïnvesteerd was, niet zo simpel ergens anders onder te brengen was. Ook acht hij het niet als vanzelfsprekend dat de schepen die actief waren in de slavenhandel, dan zomaar op andere routes konden worden ingezet. “In de moderne economie gaan de experts steeds uit van de veronderstelling dat er voor elke economische activiteit wel een alternatief bestaat en dat er steeds sprake is van economische groei. Beide verschijnselen waren in het Nederland van de zeventiende en achttiende eeuw helemaal niet vanzelfsprekend”, aldus Emmer. Bovendien maakten Amsterdamse handelshuizen goede winsten bij het transport en de verkoop van plantageproducten.

Bijzondere belangen van de slavenhandelaars 

Hoewel Emmer een plausibele verklaring geeft voor de voortzetting van de slavernij, kunnen er toch kanttekeningen worden geplaatst. Slavenhandel mag dan wel een belangrijke motor voor de in- en export geweest zijn, het was volgens Emmer ook geen absolute noodzaak voor het gezond houden van de Nederlandse economie. De slavenhandelaren leden een financieel onzeker bestaan, waarbij verlies en winst elkaar snel en met grote marges afwisselden. Dat lijkt in ieder geval een weinig aantrekkelijk toekomstbeeld voor deze handelaren. Is het dan werkelijk de goede hoop die velen van hen hadden, dat de slavenhandel op en dag wel die vaste winst opleverde waar velen van hen ongetwijfeld naar verlangden? Of waren er juist andere motieven, om toch zo lang en zo hardnekkig aan de slavenhandel vast te houden. Om deze vragen te kunnen beantwoorden, dienen de werken van Postma en Flinkenflögel ter hand genomen te worden.

Postma geeft in navolging van Emmer eveneens aan dat de slavenhandelaren deels werden gedreven door goede hoop. “Even if an assessment of profitability of individual slaving ventures shows erratic and low financial gains, there was always the gambling mentality to keep slave traders going; the next venture could always be better”. Aangezien zowel Postma als Emmer dit argument naar voren brengen, kan worden aangenomen dat deze ogenschijnlijke naïviteit van de slavenhandelaren een bepaalde rol speelde. Ook zegt Postma dat de slavenhandel niet op zichzelf stond. Het was een onderdeel van een veel groter systeem waartoe ook de plantages, nederzettingen en nationale economie behoorden. Maar dan slaat Postma een andere weg in. Hij stelt namelijk dat “many of the merchants involved in the slave trade also owned plantations in Surinam, and they knew that unless fresh slaves were brought from Africa, their other investment would suffer. This is illustrated by the slaving firm, Coopstad en Rochussen of Rotterdam, and also by repeated requests written by West-Indian planters”. Dit is een zeer belangrijk gegeven. Daar veel planters dus zelf eigenaar van één of meerdere plantages waren en zij dus niet als slavenhandelaren maar als planters afhankelijk waren van de slavenhandel, kan er worden gesproken van eigen belang als belangrijke reden voor het voortzetten van de slavenhandel.

Flinkenflögel voegt daaraan toe dat het niet enkel ging om slavenhandelaren die eigenaars van de plantages waren. De meeste rederijen hadden ook reusachtige kredieten aan plantage-eigenaren verstrekt, en het aanleveren van slaven was zodoende noodzaak, om te voortkomen dat hun onderpand failliet ging. Het lot van de Nederlandse West-Indische plantagekoloniën lag daardoor in handen van Nederlandse geldschieters van wie een aantal tevens slavenhandelaar was. Slavenhandel en plantagebezit waren onlosmakelijk met elkaar verbonden. De handel in dienstbaren, zoals de slaven ook wel genoemd werden, stond niet op zichzelf, maar was slechts een component van de complexe handel tussen de Republiek, West-Afrika en West-Indië.

Het einde van de slavenhandel

Het begin van het einde van de slavenhandel begon in de jaren zeventig van de achttiende eeuw. Hoewel de slavenhandel eerste jaren nog een hoogtepunt bereikte, bracht de economische recessie van 1773 de activiteiten rond de slavenhandel een zware klap toe. In 1780 tenslotte koos de Republiek openlijk de kant van de Amerikaanse opstandelingen tijdens de Amerikaanse Revolutie. Hierdoor raakte de Republiek in de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) verzeild. Helaas voor de Nederlanders was de Engelse Marine heer en meester op de wereldzeeën en de oorlog had dan ook rampzalige gevolgen voor de Nederlandse slaafvaart. Veel Nederlandse schepen werden door de Engelsen buitgemaakt, het aantal vervoerde slaven daalde drastisch en in 1783 kwam er zelfs geen enkele slaaf aan in West-Indië. De slavenhandel werd echter niet beëindigd. Met het einde van de oorlog met Engeland in 1784 kwam de slavenhandel weer op gang en in 1793 werd zelfs een kleine piek bereikt (tabel 2).

Tabel 2: slavenvervoer 1780 – 1803

YearsFrom AfricaTo SurinamTo DemeraraOther DestinationsUnknown Dest.Totals imports
1780-17845905185684013349755005
1785-17897399242327938656081
1790-1795924036051177156621958543
1802-1803120610871087
Total23750897148102900403520716

Bron: Postma, 285.

Het was slechts een tijdelijke opleving. In 1795 kwam de Republiek, nu de Bataafse Republiek geheten, als bondgenoot van Frankrijk opnieuw in oorlog met Engeland. Vrijwel direct kwam de volledige Nederlandse Atlantische slavenhandel stil te liggen. Na het Verdrag van Amiens (1802) volgde nog een laatste opleving, maar de hervatting van de oorlog in 1803 betekende de doodssteek voor de Nederlandse slavenhandel. Net zoals in de periode 1799-1802 kwamen de Nederlandse plantages onder Brits protectoraat en werden daardoor ook bevoorraad door Engelse slavenhandelaren in plaats van de Nederlanders.

Na de beëindiging van de oorlog in 1815 keerde de rust terug, maar niet de slavenhandel. Net als de Amerikanen hadden de Britten de handel in slaven wettelijk verboden. In principe kon dit de Nederlanders er niet van weerhouden de slavenhandel weer op te pakken. De in 1813 uit ballingschap in Engeland teruggekeerde koning Willem I stemde de Britten gunstig door geen toestemming te geven voor een voortzetting van de slavenhandel. Of dit een humanitaire overweging was, valt moeilijk na te gaan. Tactisch was het in ieder geval wel. In ruil voor het afwijzen van slavenhandel wist Willem I zich te verzekeren van Engelse steun bij de uitbreiding van het Nederlandse koninkrijk en was er grote kans dat de Nederlandse gebieden die tijdens de oorlogen onder Brits protectoraat gekomen waren, weer overgingen in Nederlandse handen.

De Nederlandse slavenhandel werd uiteindelijk in juni 1814, per koninklijk decreet, voorgoed afgeschaft.

Conclusie

De periode van de Nederlandse slavenhandel wordt gekenmerkt door complexiteit. Belangrijk is in ieder geval dat slavenhandel in eerste instantie geen doelstelling van de WIC was, terwijl de WIC vaak onlosmakelijk wordt verbonden met deze handelspraktijken. Slavenhandel ontstond pas toen de economische voordelen (met Engelse en Franse slavenhandel als voorbeeld) en economische noodzaak (arbeid voor de plantages in de West) duidelijk werden.

Duidelijk is ook dat slavenhandel geen zuiver Europese (en later ook Amerikaanse) aangelegenheid was. De Afrikaanse slaven werden immers gekocht van Afrikaanse, inheemse slavenhandelaars. De blanken waagden zich slechts in de kuststreken.

Was de slavenhandel nodig? Achteraf bekeken niet, maar tot in de hoogste regionen van de regering heerste de overtuiging dat het een absolute noodzaak was, om de plantages te voorzien van arbeidskrachten. Emmer heeft uiteengezet dat dit niet nodig was: zonder suiker en koffie van de Nederlandse plantages zou het via de Engelsen geïmporteerd kunnen worden. Ook hoefden de plantages in principe niet afhankelijk te zijn van de Nederlandse slavenhalers: immers, tijdens de perioden van Brits protectoraat werden dezelfde plantages door Britse slavenhalers bevoorraad. Postma heeft echter aangetoond dat de Nederlandse slavenhandel noodzakelijk was omdat slavenhandel en plantage-economie onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Vele slavenhandelaren bezaten plantages en derhalve bevoorraadden ze hun eigen projecten. Hetzelfde geldt voor de rederijen en de kredietverstrekkers. De plantage-eigenaren hebben diep in de schulden gezeten en om de investeringen veilig te stellen, dienden slaven te worden geleverd.

Het einde van de slavenhandel werd voor een groot deel bepaald door externe gebeurtenissen. De oorlogen met Engeland gaven echter de doodssteek. Daar de slavenhandel al lang had stilgelegen en de afschaffing gepaard ging met Britse steun voor de uitbreiding van het Nederlandse koninkrijk alsmede de teruggave van de tijdens de oorlogen verloren gebieden, was de Nederlandse slavenhandel vanaf 1814 voorgoed verleden tijd.

EINDE ARTIKEL

[6]

”Uiteraard was hun doel winst, maar door moeilijkheden aan de Afrikaanse kust, hoge sterfte aan boord (gemiddeld zo’n 20 procent van de menselijke ‘lading’) en verzet van de tot slaaf gemaakten zelf lukte dit lang niet altijd. Piet Emmer komt zelfs tot de conclusie dat de winstmarges verwaarloosbaar waren. Maar onlangs hebben de historici Karwan Fatah-Black en Matthias van Rossum betoogd dat dit oordeel vooral gebaseerd is op een extreem beperkte definitie wat gerekend moet worden tot de ‘winst’ van de slavenhandel. Zij berekenden de ‘bruto-marge’ van de slavenhandel – de verschillen tussen de inkoopprijs en verkoopprijs voor de honderdduizenden verhandelde mensen. Een deel van die marge kwam als winst in de boeken van handelsmaatschappijen als de WIC en de MCC, maar de rest van die marge verdween niet in de lucht. Ze vulde de zakken van de toeleveranciers en scheepsbouwers, van geldschieters en andere tussenpersonen.”

SOCIALISME.NU

SLAVERNIJ, EEN BLINDE VLEK IN DE GESCHIEDSCHRIJVING

Op 1 juli 1863 schafte Nederland als een van de laatste Europese landen bij wet de slavernij af in Suriname en de Antillen. Dit jaar wordt de afschaffing herdacht door middel van tentoonstellingen, herdenkingen en een groot aantal nieuwe publicaties. Maar de overheersende trend in de Nederlandse geschiedschrijving is nog altijd om het belang van slavenhandel en slavernij te bagatelliseren. Historicus Pepijn Brandon legt deze trend kritisch onder de loep.

De aandacht in de Nederlandse historische kringen en in de media voor het slavernijverleden is het resultaat van een lange strijd tegen misschien wel de grootste witwasoperatie in de Nederlandse geschiedenis. De nauwe band tussen Nederlandse rijkdom en de trans-Atlantische slavernij werd lange tijd verhuld achter een scherm van stilzwijgen. De ‘koopmansgeest’ van blanke handelaren – of zelfs hun ‘VOC-mentaliteit’ – werd gepresenteerd als de bron van de Nederlandse welvaart. Dat een deel van hun handel was gebouwd op het werk van zwarte Afrikanen in ketenen was weliswaar bekend, maar had in de oude canon van de Nederlandse geschiedenis nauwelijks een plek.

De nogal verlate ‘ontdekking’ van de slavernij door Nederlandse historici heeft er echter tot nu toe niet toe geleid dat er aan het slavernijverleden ook recht wordt gedaan. In plaats van een scherm van zwijgen is in de afgelopen vijftien jaar zorgvuldig gebouwd aan een scherm van bagatellisering. De belangrijkste gangmaker achter deze visie is de Leidse historicus Piet Emmer, die met zijn De Nederlandse slavenhandel in 2000 een veel verkocht publieksboek schreef dat helaas nog altijd de toon zet in het Nederlandse debat over de slavernij. Dit boek stelt in feite dat de slavenhandel nauwelijks van betekenis is geweest voor de economie, en cijfert de Nederlandse verantwoordelijkheid voor de gruwelen van de slavernij op belangrijke punten weg.

Het type argumenten dat Emmer hiervoor hanteert, klonk sterk door in de veelbekeken NTR-reeks De Slavernij die eind 2011 werd uitgezonden. Misschien wel het meest opmerkelijke voorbeeld was de aflevering waarin hoogleraar Henk den Heijer, staande in slavenfort Elmina aan de West-Afrikaanse kust, betoogde dat verkrachting van slavinnen naar alle waarschijnlijkheid niet vaak voorkwam. Piet Emmer zelf deed daar nog een schepje bovenop: ook bemanningsleden op slavenschepen zouden zich niet vaak schuldig hebben gemaakt aan verkrachting, want zij zouden hier volgens Emmer ‘te moe’ en ‘te ziek’ voor zijn geweest.


Belang van de slavernij

De bagatelliserende visie drijft op een aantal mythes: de mythe dat slavernij slechts van marginale betekenis was voor de ontwikkeling van de Nederlandse economie en maatschappij, de mythe dat de tot slaaf gemaakten berustten in hun lot, en de mythe dat de afschaffing van de slavernij een triomf was voor de (blanke) Nederlandse beschaving.

Allereerst het belang van de slavernij. In de grofweg tweeënhalve eeuw dat Nederland deelnam aan de slavenhandel, vervoerden Nederlandse schepen volgens de meest recente schatting meer dan 600.000 mensen als slaaf van de Afrikaanse naar de Amerikaanse kust.

Daarmee had Nederland een aandeel van ongeveer 5 procent in de totale trans-Atlantische slavenhandel. Lange tijd viel de slavenhandel onder het monopolie van de West-Indische Compagnie, maar vanaf 1730 werd de handel vrijgegeven. De belangrijkste nieuwe speler was de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC), die in totaal meer dan honderd slavenreizen uitrustte.

Uiteraard was hun doel winst, maar door moeilijkheden aan de Afrikaanse kust, hoge sterfte aan boord (gemiddeld zo’n 20 procent van de menselijke ‘lading’) en verzet van de tot slaaf gemaakten zelf lukte dit lang niet altijd. Piet Emmer komt zelfs tot de conclusie dat de winstmarges verwaarloosbaar waren. Maar onlangs hebben de historici Karwan Fatah-Black en Matthias van Rossum betoogd dat dit oordeel vooral gebaseerd is op een extreem beperkte definitie wat gerekend moet worden tot de ‘winst’ van de slavenhandel. Zij berekenden de ‘bruto-marge’ van de slavenhandel – de verschillen tussen de inkoopprijs en verkoopprijs voor de honderdduizenden verhandelde mensen. Een deel van die marge kwam als winst in de boeken van handelsmaatschappijen als de WIC en de MCC, maar de rest van die marge verdween niet in de lucht. Ze vulde de zakken van de toeleveranciers en scheepsbouwers, van geldschieters en andere tussenpersonen.

Misschien nog wel belangrijker is dat Emmer slechts keek naar de slavenhandel. Maar slavenhandel was de ondersteunende tak voor de op slavenarbeid gebaseerde productie. Terwijl een groot deel van de Nederlandse economie in de loop van de achttiende eeuw stagneerde, was de handel in plantageproducten zoals suiker, koffie en tabak die hele periode booming business. De West-Indische koloniën groeiden uit van een relatief onbelangrijk deel van het Nederlandse commerciële wereldrijk tot een van zijn steunpilaren.

Verzet en afschaffing

Een ander belangrijk onderdeel van het betoog van de historici die de betekenis van slavernij bagatelliseren, is de bewering dat de omstandigheden waaronder slaven werden vervoerd en tewerkgesteld relatief gezien helemaal niet zo slecht waren. Zo wijst Piet Emmer herhaaldelijk op het hoge sterftecijfer van matrozen aan boord van slavenschepen om de grote sterfte onder slaven te ‘nuanceren’, en plaatste Trouw op 29 april van dit jaar een interview met onderzoekster Els Langenfeld met de schrijnend ongevoelige titel ‘Curaçao was best goed voor zijn slaven’. Merkwaardig genoeg zien beiden over het hoofd dat dit wellicht meer zegt over het brute en gewelddadige karakter van ‘vrije arbeid’ dan over de aard van de slavernij – een andere hardnekkige blinde vlek in de Nederlandse geschiedschrijving. Daarnaast weigeren zij de permanente onvrijheid en het racisme die inherent waren aan de slavernij te zien als verzwarende factoren.

Een sterk bewijs voor het tegendeel van hun betoog is de grote mate van verzet vanuit de Afrikaanse tot slaaf gemaakten. Op maar liefst 20 procent van de reizen van de MCC was sprake van opstandigheid. Hoewel de tot slaaf gemaakten grote delen van de reis geketend in het ruim moesten doorbrengen, wisten zij hongerstakingen te organiseren, van boord te springen, soms in groepen te ontsnappen, en in een enkel geval zelfs de bemanning te overmeesteren en het schip over te nemen. Dit verzet stopte niet na de verkoop. De plantages in Suriname waren broeinesten van rebellie, en duizenden mensen liepen weg om zich te voegen bij zogenaamde Marron-gemeenschappen aan de randen van de Surinaamse maatschappij. Ontsnapping en verzet waren een onontkoombaar onderdeel van de slaveneconomie. Het hoogtepunt daarvan was de slavenrevolutie die in 1795 onder leiding van Tula plaatsvond op Curaçao. Slechts met moeite werd de opstand neergeslagen. De drie leiders van de opstand werden geradbraakt, gemarteld en onthoofd. Nog eens 29 andere opstandelingen werden opgehangen.

Ook de wijze van beëindigen van de slavernij toonde niet een toenemende beschaving onder de blanke eigenaren, maar eerder de complete onmenselijkheid van dit systeem. Toen Nederland onder druk van economische omstandigheden, slavenverzet en de buitenlandse concurrenten uiteindelijk besloot de slavernij af te schaffen, was het belangrijkste thema voor debat de vraag welke vergoeding er zou moeten worden uitgekeerd. Niet aan de slaven, maar aan de slavenhouders die bij vrijlating ‘verlies’ zouden leiden. De hoogte van dit bedrag werd vastgesteld op 300 gulden per slaaf, en daarnaast werden de voormalige slaven nog tien jaar lang verplicht te blijven werken voor hun oude meesters.

In de hoop zo veel mogelijk te profiteren van deze regeling ontstond onder slavenhouders in 1862 een ware wedren om op het laatste moment nog een zo groot mogelijk aantal slaven in hun bezit te krijgen.

Een jaar voor de ‘emancipatie’ rustte het koloniaal bestuur nog een laatste expeditie uit onder kapitein Steenberghe om zoveel mogelijk Marrons terug te slepen naar hun voormalige meesters. De expeditie werd door de Marrons verslagen, maar zoals de Surinaamse anti-koloniale denker Anton de Kom later stelde zorgde zij ervoor dat ‘ook het laatste hoofdstuk der wettelijke slavernij met bloed werd geschreven’.

De slavenhouders kregen genoegdoening, de voormalige slaven kregen dat niet. En mede dankzij historici als Piet Emmer moeten hun nazaten zelfs honderdvijftig jaar later nog vechten voor erkenning voor de misdaad die hun dankzij de ‘Nederlandse handelsgeest’ werd aangedaan.

Pepijn Brandon werkt als historicus aan de Universiteit van Amsterdam, en doceert daar een vak over de Nederlandse Republiek en de slavenhandel.

EINDE ARTIKEL

EINDE ARTIKEL

[7]

[7]
TWEE VOORBEELDEN VAN MEDIA, DIE EMMER, NAAST HET DAGBLAD TROUW, DE RUIMTE GEVEN VOOR ZIJN BAGATELLISERINGSROLVAN SLAVENHANDEL EN SLAVERNIJ

ARTIKEL ELSEVIER MAGAZINE

ELSEVIERS WEEKLBLAD MAZAGINEPIET EMMER: TEGENSTANDERS GEBRUIKEN ”KWAADAARDIGE VERZINSELS”28 OCTOBER 2020
https://www.ewmagazine.nl/nederland/achtergrond/2020/10/piet-emmer-mijn-critici-gebruiken-kwaadaardige-verzinselen-785012/

Prof. dr. Piet Emmer (76), emeritus hoogleraar geschiedenis en pionier van het Nederlandse slavernijonderzoek, gaat deze week in Elsevier Weekblad tien pagina’s lang in debat met zichzelf over de kwestie waarin hij zelf onder vuur ligt: het Nederlandse slavernijverleden. Hij doet dat op uitnodiging van de redactie van Elsevier Weekblad.

Emmer gaat in op tal van historische aspecten van de discussie, zoals de rol van de Afrikanen zelf in de trans-Atlantische slavenhandel.

‘In de slavenhandel bepaalden de Afrikanen alles: op welke plek er werd gehandeld, hoeveel slaven ze wilden verkopen, wie ze wilden verkopen, van welke leeftijden en van welk geslacht. Het woord “deportatie” (zoals gebruikt in een tentoonstelling over Johan Maurits, de vroegere eigenaar van het Mauritshuis red.) is een activistische poging dat toe te dekken, het Europese schuldgevoel aan te wakkeren. (…) De bemanningen van de Europese slavenschepen waren helemaal niet bij machte Afrikaanse slaven te “deporteren” om de simpele reden dat de Afrikanen dat niet toestonden. (…) Ik ben dan ook zeer benieuwd hoe het Rijksmuseum, dat volgend jaar een slavernijtentoonstelling wil organiseren, de Afrikaanse rol in de slavenhandel ter sprake zal brengen.’

Ook de vraag waarom Nederland destijds eerst tegen en toen voor slavenhandel was, komt in het gesprek aan bod. Net als de – voor het hedendaagse debat belangrijke – vraag of de slavernij nu om economische of om humanitaire redenen  is afgeschaft.

‘Dat de slavernij niet rendabel zou zijn, kwam weer eens voorbij in de door de EO uitgezonden tv-serie Terug naar de plantage. Daarin werd de mythe herhaald dat de slavernij werd afgeschaft, omdat de slavenarbeid niets meer opbracht. Als dat klopt, dan zouden de prijzen voor de slaven toch niet zijn blijven stijgen, bijna tot het jaar dat de slaven vrij werden verklaard?

En waarom verkochten Afrikanen elkaar dan? Dat deden ze niet, betoogt Emmer, want ze voelden zich net zomin Afrikanen als de Duitsers, Engelsen en Fransen zich Europeanen voelen.

In Afrika werd je tot slaaf gemaakt als je anderen schade had toegebracht, door het maken van schulden of het voeren van oorlog. Dat lijkt logisch en het is dan ook geen wonder dat in de meeste landen ter wereld slavernij een normaal instituut was, ook al omdat er nauwelijks mensen waren die geheel vrijwillig voor een ander wilden werken.

In de meeste landen ter wereld werd het arbeidsaanbod geheel gedomineerd door slaven. De schulden kon je aflossen door als slaaf te werken. En als je oorlogsschade had veroorzaakt, kon je als krijgsgevangen gemaakte slaaf de schade van de overwinnaar herstellen.

Tijdens en na afloop van de Tweede Wereldoorlog is dit principe in Europa ook op grote schaal toegepast. Zo werden na mei 1945 in Nederland de soldaten van het verslagen Duitse leger gedwongen om de ingegraven landmijnen onschadelijk te maken. Ook de Sovjet-Unie liet Duitse krijgsgevangenen soms meer dan tien jaar dwangarbeid verrichten voordat ze – als ze tenminste nog in leven waren – weer naar huis mochten.

Verder gaat Emmer in op de aanhoudende beschuldigingen – gedaan door onder anderen NOS-verslaggever Gerri Eickhof en NRC-columnist Zihni Özdil – dat hij dan wel zijn werk ‘racistisch’ zou zijn. ‘Ik weet dat het niet waar is, dus persoonlijk trek ik me er niets van aan,’ zegt Emmer daarover. Maar de beschuldigingen ondermijnen wel zijn autoriteit, zegt hij. Als je voor racist wordt uitgemaakt, kun je niet meer met gezag over het slavernijverleden schrijven.

Emmer verwijt zijn tegenstanders dat ze hem ‘verzonnen citaten’ en ‘kwaadaardige verzinsels’ voor de voeten werpen. NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong nam inmiddels, in de krant van zaterdag 24 oktober, in scherpe bewoordingen afstand van de column van Özdil: ‘Lieve hemel! Waarom publiceert de krant zoiets?’

Het kan overigens nog erger, want een vergelijkende studie over de Atlantische, de inter-Afrikaanse en de Arabische slavenhandel heeft een Franse collega-onderzoeker zelfs een strafklacht opgeleverd. Een activistisch collectief diende die klacht in, omdat deze studie het unieke kwaad van de Atlantische slavenhandel zou bagatelliseren.

‘Die strafklacht was gebaseerd op een kort tevoren aangenomen wet, waarin alleen de Atlantische slavenhandel als misdaad tegen de menselijkheid werd aangemerkt en de ontkenning daarvan werd bedreigd met boetes en gevangenisstraf. En denk maar niet dat academisch Frankrijk als één man tegen deze klacht heeft geprotesteerd.

‘Gelukkig heeft een aantal Engelse en Amerikaanse collega-onderzoekers de rechtbank in Parijs laten weten dat in de geschiedwetenschap vergelijkingen zoals van de verschillende slavenstromen in en uit Afrika volstrekt wetenschappelijk legitiem zijn. Daarop is de strafklacht ingetrokken.

EINDE ARTIKEL

ARTIKEL AD

ADHISTORICUS PIET EMMER: ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGEEEN HEL OP AARDE WAS22 AUGUSTUS 2020
https://www.ad.nl/binnenland/historicus-emmer-er-wordt-gedaan-alsof-elke-plantage-een-hel-op-aarde-was~ab02e9bd/

SLAVERNIJPiet Emmer is de kop van Jut bij nog al wat Black Lives Matter-sympathisanten. De historicus vindt dat ten onrechte wordt gedaan alsof het slavernijverleden de oorzaak is van alle racismeproblemen. ,,We moeten niet de Verenigde Staten kopiëren.’’
,,Geschiedenis is als wetenschap – meer dan bijvoorbeeld wiskunde – gevoelig voor modegrillen. Zo waren er veel historici die het communisme ophemelden, terwijl toch duidelijk is dat dat tot vreselijke dingen heeft geleid. Dat zie je nu ook in het debat over slavernij en racisme: er wordt selectief met feiten omgegaan.’’

Aan het woord is historicus Piet Emmer (75). Hij schreef twintig jaar geleden het standaardwerk Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel. Collega-historici verwijten hem de ernst van de slavenhandel en de rol van Nederland te bagatelliseren. Zelf verwijt hij zijn tegenstanders juist ‘activistisch’ om te gaan met geschiedenis. ,,Daardoor is er geen ruimte meer voor nuance in het huidige racismedebat’’, zegt hij.

U wordt zelf verweten de geschiedenis te verdraaien om de rol van Nederland in de slavenhandel te verfraaien. Vorige week nog op deze site door uw collega Fatah-Black. Begrijpt u dat?,,Ik begrijp dat het erop lijkt dat ik dingen bagatelliseer. Maar dat is niet zo. Alleen ben je al snel fout als je niet in elke zin benadrukt dat de slavernij verschrikkelijk was. Natuurlijk was het dat, daar hoef je niet voor gestudeerd te hebben. Als historicus ben je er niet om morele oordelen te vellen, maar om dingen in perspectief te zetten zodat je de geschiedenis beter begrijpt. En om te snappen waarom Europeanen zich met slavenhandel inlieten, is het dus belangrijk te kijken hoe er in Europa in die tijd tegen onvrije arbeid werd aangekeken. Veel Engelse mijnwerkers waren bijvoorbeeld min of meer eigendom van de eigenaar van de mijn. Wie geen werk had, kon als landloper gedwongen worden elders te werken, net als weeskinderen en strafgevangenen, desnoods in een verre kolonie. En de omstandigheden waaronder veel volwassenen en kinderen hier tot in de 19de eeuw moesten leven, waren echt niet altijd beter dan die van slaven in Suriname en op de Antillen.’’

Slavernij is toch niet hetzelfde als armoede?,,Ik stel het een niet gelijk aan het ander, ik probeer alleen dingen inzichtelijk te maken. Hoe kon het dat een continent dat slavernij had afgezworen, het wel accepteerde dat slaven in andere landen werden gehouden? Daarbij moet je vergelijken. Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is. Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten. Toch verweten mijn critici dat ik slavernij gelijk stelde aan een vakantiereis. Onzin. Op schepen met Europese landverhuizers was de ruimte per persoon trouwens soms nog krapper.

Overigens waren er ook toen al dominees in Zeeland die zich keerden tegen de slavernij. Maar door anderen werd de slavernij goedgepraat met een verwijzing naar het Bijbelboek Genesis, waarin Noachs zoon Cham werd gestraft en voortaan zijn broers moest dienen. Cham zou donkerder zijn geweest dan zijn broers.’’

Waarom is vergelijken zo belangrijk?,,Om een beter beeld te kunnen krijgen van wat er écht gebeurd is vroeger. Bijvoorbeeld: na de oorlog had iedereen het gevoel dat we ons fel hadden verzet tegen de Duitse Jodenvervolging. Totdat iemand eens ging vergelijken hoeveel joden er na de oorlog eigenlijk nog in leven waren en dat vergeleek met andere bezette landen. Toen bleek dat er nergens zo’n groot percentage joden is vermoord als hier. Dat zegt iets over ons. Iedereen snapt zo’n vergelijking. Maar toen mijn Franse collega Olivier Grenouilleau onderzocht hoe groot de trans-Atlantische slavenhandel door Europeanen was ten opzichte van de slavenhandel door Arabieren en de slavenhandel in Afrika zelf, werd hij voor de rechter gesleept omdat hij westerse slavenhandel zou bagatelliseren. Gelukkig is die aanklacht ingetrokken.’’

Hoe verklaart u die woede over dergelijke vergelijkingen?,,Zeker slavernij is in de geschiedenis vaak anders voorgesteld dan het was. Slavenhouders deden alsof het allemaal wel meeviel om hun verdienmodel te rechtvaardigen. Voorstanders van afschaffing overdreven de gruweldaden op plantages om hun pleidooi kracht bij te zetten. Een historicus moet proberen het in perspectief te zetten. In de jaren zeventig ontstond in de Verenigde Staten het idee dat de economische achterstelling van de zwarte Amerikanen een gevolg was van de slavernij. Sindsdien is het hele onderwerp speelbal geworden van een politieke agenda.’’

Speelt slavernij dan niet door in het heden?,,Racisme en discriminatie zijn vreselijk en moeten worden bestreden. Maar het komt overal voor, in alle tijden. Ook in landen die nooit koloniën hadden. Als je kijkt wie in Nederland onderaan de sociaaleconomische ladder staan, dan zijn dat veelal Marokkanen. Die stammen niet af van slaven, in sommige gevallen eerder van slavenhouders, want de Berbers hielden slaven. Het is te simpel om net te doen alsof iedereen die zwart is slachtoffer is en iedereen die wit is daar schuldig aan is. Na 1800 waren de meeste Surinaamse slaveneigenaren niet blank. Door zwart-wit te denken ga je bijvoorbeeld voorbij aan de ergste vorm van racisme die we kennen: antisemitisme. Jodenhaat heeft niets met slavernij, huidskleur of koloniën te maken.’’

Wat klopt er volgens u niet aan het beeld van slavernij?,,Er wordt gedaan alsof elke plantage een hel op aarde was. Dat behoeft nuance. Er is een groot verschil tussen de plantages in het zuiden van de Verenigde Staten en die in bijvoorbeeld Suriname, waar soms meer dan honderd slaven samenleefden met soms maar twee of drie Europeanen. De slaven daar hadden een veel grotere mate van zelfstandigheid dan wel eens wordt gedacht. Zonder dat ik probeer goed te praten wat er aan vreselijks is gebeurd! De slavernij in Afrika zelf was al heel lang gemeengoed voordat Europese handelaren bij lokale koningen slaven kwamen kopen. Zij werden niet allemaal gedwongen slaven te verkopen. De Europeanen moesten de Afrikaanse koningen en makelaars stroop om de mond smeren om handel te kunnen drijven. En ook het beeld alsof de succesvolle slavenopstand op Haïti het einde van de slavernij inluidde, klopt niet. Die had nauwelijks invloed. Daarna ging de slavenhandel nog lang door en stegen de prijzen alleen maar. De beweging om slavernij overal ter wereld duit te bannen ontstond in Engeland. Maar dat past niet in het populaire beeld dat de zwarte slaaf het juk van de witte slavenhouder heeft afgeworpen.’’

Waarom maakt u zich zo druk over dit onderwerp?,,Doordat de slavernij nu als een soort van stormram wordt gebruikt om allerlei misstanden aan de kaart te stellen en om politieke doelen te bereiken zoals excuses en herstelbetalingen, doe je niet alleen de geschiedenis onrecht aan. Je polariseert ook de samenleving, omdat het leidt tot allerlei tegenreacties. En die zijn soms onfris. Ik word ook tegen mijn zin in een rechts kamp geduwd omdat ik op basis van onderzoek zeg dat sommige beweringen over de slavernij niet kloppen. Ik heb in de Verenigde Staten gewerkt en gezien hoe het debat daar is ontspoord. Dat moeten we echt niet hier kopiëren. We leven in een van de rijkste, gelukkigste en meest egalitaire landen ter wereld. Dat verliezen we nu uit het oog.’’

Hoe groot was de rol van Nederland in de slavenhandel?,,Om en nabij de 5 procent van de slaven die vanuit Afrika naar Noord- en Zuid-Amerika zijn gebracht, zijn door Nederlanders vervoerd. Dat staat overigens los van de slavenhandel in Indonesië, waar veel mensen uit India en Madagaskar het slachtoffer van waren. Maar daar is nooit goed onderzoek naar gedaan. Verder droeg de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij in het topjaar 1770 maar zo’n 5 procent bij aan onze welvaart. Natuurlijk was het bizar dat onze voorvaderen dit onmenselijke systeem optuigden om hier goedkoop suiker, tabak en koffie te kunnen gebruiken. Maar door sommige historici wordt net gedaan alsof het de kurk was waar onze economie op dreef. Dat is aantoonbaar niet waar. De meeste grachtenpanden in Amsterdam stonden er al vóórdat Nederland Suriname veroverde en waren gebouwd door kooplieden, die hun geld verdienden in ons land zoals met bankieren en de graan- wijn en houthandel met de Oostzee, Spanje en Scandinavië.’’

EINDE ARTIKEL

[8]

TROUW

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 3

[9]

HISTORICUS PIET EMMER, WEGPOETSER VAN HET BLOED, DAT KLEEFT AAN DE WESTERSE SLAVERNIJ

ASTRID ESSED

30 JUNI 2021

OF

https://www.dewereldmorgen.be/community/historicus-piet-emmer-wegpoetser-van-het-bloed-dat-aan-de-westerse-slavernij-kleeft/

[10]

”Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is. Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten”

AD

HISTORICUS PIET EMMER: ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGEEEN HEL OP AARDE WAS

22 AUGUSTUS 2020

https://www.ad.nl/binnenland/historicus-emmer-er-wordt-gedaan-alsof-elke-plantage-een-hel-op-aarde-was~ab02e9bd/

SLAVERNIJ

Piet Emmer is de kop van Jut bij nog al wat Black Lives Matter-sympathisanten. De historicus vindt dat ten onrechte wordt gedaan alsof het slavernijverleden de oorzaak is van alle racismeproblemen. ,,We moeten niet de Verenigde Staten kopiëren.’’
,,Geschiedenis is als wetenschap – meer dan bijvoorbeeld wiskunde – gevoelig voor modegrillen. Zo waren er veel historici die het communisme ophemelden, terwijl toch duidelijk is dat dat tot vreselijke dingen heeft geleid. Dat zie je nu ook in het debat over slavernij en racisme: er wordt selectief met feiten omgegaan.’’

Aan het woord is historicus Piet Emmer (75). Hij schreef twintig jaar geleden het standaardwerk Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel. Collega-historici verwijten hem de ernst van de slavenhandel en de rol van Nederland te bagatelliseren. Zelf verwijt hij zijn tegenstanders juist ‘activistisch’ om te gaan met geschiedenis. ,,Daardoor is er geen ruimte meer voor nuance in het huidige racismedebat’’, zegt hij.

U wordt zelf verweten de geschiedenis te verdraaien om de rol van Nederland in de slavenhandel te verfraaien. Vorige week nog op deze site door uw collega Fatah-Black. Begrijpt u dat?,,Ik begrijp dat het erop lijkt dat ik dingen bagatelliseer. Maar dat is niet zo. Alleen ben je al snel fout als je niet in elke zin benadrukt dat de slavernij verschrikkelijk was. Natuurlijk was het dat, daar hoef je niet voor gestudeerd te hebben. Als historicus ben je er niet om morele oordelen te vellen, maar om dingen in perspectief te zetten zodat je de geschiedenis beter begrijpt. En om te snappen waarom Europeanen zich met slavenhandel inlieten, is het dus belangrijk te kijken hoe er in Europa in die tijd tegen onvrije arbeid werd aangekeken. Veel Engelse mijnwerkers waren bijvoorbeeld min of meer eigendom van de eigenaar van de mijn. Wie geen werk had, kon als landloper gedwongen worden elders te werken, net als weeskinderen en strafgevangenen, desnoods in een verre kolonie. En de omstandigheden waaronder veel volwassenen en kinderen hier tot in de 19de eeuw moesten leven, waren echt niet altijd beter dan die van slaven in Suriname en op de Antillen.’’

Slavernij is toch niet hetzelfde als armoede?,,Ik stel het een niet gelijk aan het ander, ik probeer alleen dingen inzichtelijk te maken. Hoe kon het dat een continent dat slavernij had afgezworen, het wel accepteerde dat slaven in andere landen werden gehouden? Daarbij moet je vergelijken. Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is. Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten. Toch verweten mijn critici dat ik slavernij gelijk stelde aan een vakantiereis. Onzin. Op schepen met Europese landverhuizers was de ruimte per persoon trouwens soms nog krapper.

Overigens waren er ook toen al dominees in Zeeland die zich keerden tegen de slavernij. Maar door anderen werd de slavernij goedgepraat met een verwijzing naar het Bijbelboek Genesis, waarin Noachs zoon Cham werd gestraft en voortaan zijn broers moest dienen. Cham zou donkerder zijn geweest dan zijn broers.’’

Waarom is vergelijken zo belangrijk?,,Om een beter beeld te kunnen krijgen van wat er écht gebeurd is vroeger. Bijvoorbeeld: na de oorlog had iedereen het gevoel dat we ons fel hadden verzet tegen de Duitse Jodenvervolging. Totdat iemand eens ging vergelijken hoeveel joden er na de oorlog eigenlijk nog in leven waren en dat vergeleek met andere bezette landen. Toen bleek dat er nergens zo’n groot percentage joden is vermoord als hier. Dat zegt iets over ons. Iedereen snapt zo’n vergelijking. Maar toen mijn Franse collega Olivier Grenouilleau onderzocht hoe groot de trans-Atlantische slavenhandel door Europeanen was ten opzichte van de slavenhandel door Arabieren en de slavenhandel in Afrika zelf, werd hij voor de rechter gesleept omdat hij westerse slavenhandel zou bagatelliseren. Gelukkig is die aanklacht ingetrokken.’’

Hoe verklaart u die woede over dergelijke vergelijkingen?,,Zeker slavernij is in de geschiedenis vaak anders voorgesteld dan het was. Slavenhouders deden alsof het allemaal wel meeviel om hun verdienmodel te rechtvaardigen. Voorstanders van afschaffing overdreven de gruweldaden op plantages om hun pleidooi kracht bij te zetten. Een historicus moet proberen het in perspectief te zetten. In de jaren zeventig ontstond in de Verenigde Staten het idee dat de economische achterstelling van de zwarte Amerikanen een gevolg was van de slavernij. Sindsdien is het hele onderwerp speelbal geworden van een politieke agenda.’’

Speelt slavernij dan niet door in het heden?,,Racisme en discriminatie zijn vreselijk en moeten worden bestreden. Maar het komt overal voor, in alle tijden. Ook in landen die nooit koloniën hadden. Als je kijkt wie in Nederland onderaan de sociaaleconomische ladder staan, dan zijn dat veelal Marokkanen. Die stammen niet af van slaven, in sommige gevallen eerder van slavenhouders, want de Berbers hielden slaven. Het is te simpel om net te doen alsof iedereen die zwart is slachtoffer is en iedereen die wit is daar schuldig aan is. Na 1800 waren de meeste Surinaamse slaveneigenaren niet blank. Door zwart-wit te denken ga je bijvoorbeeld voorbij aan de ergste vorm van racisme die we kennen: antisemitisme. Jodenhaat heeft niets met slavernij, huidskleur of koloniën te maken.’’

Wat klopt er volgens u niet aan het beeld van slavernij?,,Er wordt gedaan alsof elke plantage een hel op aarde was. Dat behoeft nuance. Er is een groot verschil tussen de plantages in het zuiden van de Verenigde Staten en die in bijvoorbeeld Suriname, waar soms meer dan honderd slaven samenleefden met soms maar twee of drie Europeanen. De slaven daar hadden een veel grotere mate van zelfstandigheid dan wel eens wordt gedacht. Zonder dat ik probeer goed te praten wat er aan vreselijks is gebeurd! De slavernij in Afrika zelf was al heel lang gemeengoed voordat Europese handelaren bij lokale koningen slaven kwamen kopen. Zij werden niet allemaal gedwongen slaven te verkopen. De Europeanen moesten de Afrikaanse koningen en makelaars stroop om de mond smeren om handel te kunnen drijven. En ook het beeld alsof de succesvolle slavenopstand op Haïti het einde van de slavernij inluidde, klopt niet. Die had nauwelijks invloed. Daarna ging de slavenhandel nog lang door en stegen de prijzen alleen maar. De beweging om slavernij overal ter wereld duit te bannen ontstond in Engeland. Maar dat past niet in het populaire beeld dat de zwarte slaaf het juk van de witte slavenhouder heeft afgeworpen.’’

Waarom maakt u zich zo druk over dit onderwerp?,,Doordat de slavernij nu als een soort van stormram wordt gebruikt om allerlei misstanden aan de kaart te stellen en om politieke doelen te bereiken zoals excuses en herstelbetalingen, doe je niet alleen de geschiedenis onrecht aan. Je polariseert ook de samenleving, omdat het leidt tot allerlei tegenreacties. En die zijn soms onfris. Ik word ook tegen mijn zin in een rechts kamp geduwd omdat ik op basis van onderzoek zeg dat sommige beweringen over de slavernij niet kloppen. Ik heb in de Verenigde Staten gewerkt en gezien hoe het debat daar is ontspoord. Dat moeten we echt niet hier kopiëren. We leven in een van de rijkste, gelukkigste en meest egalitaire landen ter wereld. Dat verliezen we nu uit het oog.’’

Hoe groot was de rol van Nederland in de slavenhandel?,,Om en nabij de 5 procent van de slaven die vanuit Afrika naar Noord- en Zuid-Amerika zijn gebracht, zijn door Nederlanders vervoerd. Dat staat overigens los van de slavenhandel in Indonesië, waar veel mensen uit India en Madagaskar het slachtoffer van waren. Maar daar is nooit goed onderzoek naar gedaan. Verder droeg de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij in het topjaar 1770 maar zo’n 5 procent bij aan onze welvaart. Natuurlijk was het bizar dat onze voorvaderen dit onmenselijke systeem optuigden om hier goedkoop suiker, tabak en koffie te kunnen gebruiken. Maar door sommige historici wordt net gedaan alsof het de kurk was waar onze economie op dreef. Dat is aantoonbaar niet waar. De meeste grachtenpanden in Amsterdam stonden er al vóórdat Nederland Suriname veroverde en waren gebouwd door kooplieden, die hun geld verdienden in ons land zoals met bankieren en de graan- wijn en houthandel met de Oostzee, Spanje en Scandinavië.’’

EINDE ARTIKEL

[11]TROUWWIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 3
[12]
TROUWWIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 3

[13]
ZIE NOOT 12

[14]

ZIE NOOT 12

[15]
ZIE NOOT 12

[16]

HART.AMSTERDAM.NLDE GEUR VAN EEN SLAVENSCHIP
https://hart.amsterdam/nl/page/28207/de-geur-van-een-slavenschip

De beurs van Amsterdam is het centrale punt van handel. Aandelen van de VOC en WIC worden gekocht en verkocht. De scheepvaart is de motor van de Nederlandse handel: wat is de andere kant van het verhaal?

Het schip vervult in de 17de eeuw de rol van tanker, trein en vliegtuig. In de Republiek zijn scheepswerven de grootste en meest geavanceerde fabrieken van hun tijd. Duizenden schepen gaan ter haringvangst. De graan-, hout- en ijzerhandel op de Oostzee is lang de kurk waar de Nederlandse economie op drijft. Honderden schepen, efficiënte ‘vrachtwagens’ met weinig personeel, varen jaarlijks heen en weer. Ook in Nederland zelf gaat veel per schip: turf en groenten naar de stad of mensen die, met de reisplanner in de hand, per trekschuit en beurtschip naar stad en dorp varen. De scheepvaart, eerst beperkt tot Noordwest-Europa, breidt zich omstreeks 1600 razendsnel uit over de hele wereld. Iedereen pikt een graantje mee in handel en scheepvaart.

De andere kant van het verhaal

Zo’n 1600 Nederlandse schepen transporteren in de 17de en 18de eeuw ruim 550.000 mannen, vrouwen en kinderen naar Amerika. In benauwde kelders in de forten aan de West Afrikaanse kust wachten de tot slaaf gemaakten tot ze aan boord gaan. Voor vertrek worden ze gekeurd en gebrandmerkt. De reis duurt enkele maanden. Ze liggen opeengepakt en aan elkaar geketend. Zieke slaven worden overboord gegooid. Vrouwen zijn weerloos als bemanningsleden hen verkrachten. Er is onderlinge strijd tussen gevangenen van verschillende stammen, die elkaars taal niet spreken. Het sterftecijfer aan boord bedraagt zo’n 15%. Onder de bemanning is het sterftecijfer net zo hoog vanwege de slechte hygiëne en voedsel. Inwoners van Paramaribo en Willemstad ruiken een slavenschip dat de haven binnenvaart: honderden opeengepakte mensen, soms lijdend aan besmettelijke ziektes.

EINDE ARTIKEL

[17]

”Maar zou dat instrument net als in Europa geen middel zijn geweest om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?”

TROUW

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 3

[18]

”Bovendien worden zowel de bezoekers van de tentoonstelling als de lezers van de daarbij behorende bundel opstellen voortdurend geconfronteerd met hedendaagse morele oordelen zoals de verontwaardiging over het feit dat de slaven af en toe op zaterdag moesten werken. Pardon, een vrije zaterdag in de 18de en 19de eeuw?”

TROUW

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 3

[19]

”Overigens waren er ook toen al dominees in Zeeland die zich keerden tegen de slavernij”

ARTIKEL AD

AD

HISTORICUS PIET EMMER: ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGEEEN HEL OP AARDE WAS

22 AUGUSTUS 2020
https://www.ad.nl/binnenland/historicus-emmer-er-wordt-gedaan-alsof-elke-plantage-een-hel-op-aarde-was~ab02e9bd/

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 7

[20]

CRIMES AGAINST HUMANITY

BACKGROUND

It is not clear in which context the term “crimes against humanity” was first developed. Some scholars[1] point to the use of this term (or very similar terms) as early as late eighteenth and early nineteenth century, particularly in the context of slavery and the slave trade, and to describe atrocities associated with European colonialism in Africa and elsewhere such as, for example, the atrocities committed by Leopold II of Belgium in the Congo Free State. Other scholars[2] point to the declaration issued in 1915 by the Allied governments (France, Great Britain and Russia) condemning the mass killing of Armenians in the Ottoman Empire, to be the origin of the use of the term as the label for a category of international crimes.

Since then, the notion of crimes against humanity has evolved under international customary law and through the jurisdictions of international courts such as the International Criminal Court, the International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia and the International Criminal Tribunal for Rwanda. Many States have also criminalized crimes against humanity in their domestic law; others have yet to do so.

Crimes against humanity have not yet been codified in a dedicated treaty of international law, unlike genocide and war crimes, although there are efforts to do so. Despite this, the prohibition of crimes against humanity, similar to the prohibition of genocide, has been considered a peremptory norm of international law, from which no derogation is permitted and which is applicable to all States.

UNITED NATIONS

OFFICE ON GENOCIDE PREVENTION AND THE RESPONSIBILITY

TO PROTECT

https://www.un.org/en/genocideprevention/crimes-against-humanity.shtml

[21]

””Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdaden niet uitwissen”Vrij vertaald naar Shakespeare’s Macbeth [slaapwandelende Lady Macbeth,Act 5, Scene 1]

http://www.shakespeare-online.com/plays/macbeth_5_1.html

EINDE NOTEN

Reacties uitgeschakeld voor Noten 1 t/m 21 bij ”Brief aan Trouw over artikel historicus Piet Emmer”

Opgeslagen onder Divers

[Artikel Peter Storm]/Delta: Hugo en Mark worden bedankt

DELTA: HUGO EN MARK WORDEN BEDANKT
WEBSITE PETER STORM
https://www.peterstormt.nl/2021/07/04/delta-hugo-en-mark-worden-bedankt/

Geplaatst op 4 juli 2021 door ravotr

zondag 4 juli 2021

Daar is de volgende corona-besmettingsgolf. Keurig versoepelend voorbereid door Hugo de Jonge en Mark Rutte , keurig ondersteund door het OMT met bijbehorend advies waardoor het kabinet zich geruggesteund voelde, met hooguit wat voorzichtig zorgelijk gemompel. Verbazing alom over de naderende golf? Wie keek, zag het aankomen. De redenen zijn glashelder: versoepelingen plus Delta. Een kort kroniekje van een aangekondigde nieuwe ramp.

Snel omlaag, langzaam omlaag… en nu weer fors omhoog

De cijfers, keurig bij de NOS en NU.nl te vinden (heb je geen zin in deze cijferbrij, dan kun je de volgende drie alinea’s ook skippen). Daar gaan we.

‘Het RIVM meldde vandaag 1146 nieuwe coronabesmettingen. Ter vergelijking: vorige week waren dat er nog 429.’ De trend is onmiskenbaar. ‘Sinds de versoepelingen op 26 juni ingingen is het aantal coronabesmettingen met 14 procent gestegen’.(1) ‘Vandaag’ is dus 3 juli. Hoe was het op 2 juli? ‘Bij het RIVM zijn tot 10.00 uur vanmorgen 962 nieuwe coronabesmettingen geregistreerd. Dat zijn er 128 meer dan gisteren.’ De week op week daling was toen 2 procent.(2) Toen daalde die 7-daagse trend dus nog. Gaan we naar 1 juli. Zelfde formulering, maar nu was het besmettingscijfer 845, het relatieve cijfer ‘13 procent minder dan in de zeven dagen daarvoor.’(3)

We gaan stug door: 30 juni dus. Dit keer citeer in NU.nl maar de herkomst van de cijfers is hetzelfde. ‘Het RIVM meldt woensdag 657 nieuwe positieve tests. Dat zijn meer dan het gemiddelde over de afgelopen zeven dagen (597)’.(4) Nog een dag eerder: 29 juni: 552 positieve tests. Dat was de laatste daling voor de huidige ommezwaai omhoog, en het zat ook net een vleugje onder het 7-daagse gemiddelde dat toen 601 bedroeg.(5) Dan 28 juni: ‘Het RIVM meldt maandag 580 nieuwe positieve tests.’(6) De dag ervoor, 27 juni: 522 gemelde besmettingen.(7) En 26 juni: ‘Het RIVM meldt zaterdag 569 nieuwe tests’.(8) Op 25 juni was dat cijfer echt aanzienlijk hoger: 659.(9) En op 24 juni gaf de teller 716 aan.(10) Dat was een stijging ten opzicht te van de dag ervoor: op 23 juni bedroeg het aantal positieve tests 679.(11)

Het was een klein stijginkje in een toen nog gestaag dalende trend: op 22 juni waren er 724 positieve tests gemeld(12), en op 21 juni weliswaar slechts 585, maar de maandagcijfers zijn vaak laag omdat mensen zich dan sowieso weinig laten testen. Interessant is het percentage: ‘32,7 minder dan het gemiddelde over de laatste zeven dagen(864)’.(13) Een week later, op 28 juni, was het cijfer – 580, zoals ze zagen – nog slechts ‘iets minder dan het gemiddelde over de laatste zeven dagen (626)’.(zie noot 6)

Wat we in deze cijferbrij in omgekeerde volgorde dus zagen is een vrij snelle daling, die vervolgens vertraagt en gaat hobbelen, vrijwel stil valt en intussen in een gestage stijging van de besmettingscijfers is omgezet. De vertraging in het tempo van daling was al een week geleden waarneembaar. Ik ben over de stijging van de laatste dagen dan ook helemaal niet verbaasd. Wel gaat die wat sneller dan zelfs sombere ondergetekende had verwacht.

Tsja, waarom zou dat toch zijn?

De NOS, dat als nieuwszender vermomde verlengstuk van het Staatsministerie van Propaganda van Hugo de Jonge, wijdt aan de stijging een vrijwel hilarisch stukje proza.(14) Allereerst het buitengewoon knullige zinnetje: ‘Hoewel het aantal besmettingen de laatste dagen stijgt, blijft de bezetting in de ziekenhuizen nog steeds dalen’. Langzamerhand zou toch ook bij de NOS bekend moeten zijn dat het enige tijd duurt voordat een besmet persoon ook ziek wordt. Dan duurt het vaak ook nog weer even voor iemand zo ziek is dat het ziekenhuis de volgende bestemming is, eventueel gevolgd door IC en/of overlijden. Dat na drie of vier dagen stijgende besmettingscijfers er in ziekenhuizen nog niets te merken is, ligt dus voor de hand, en dat ‘hoewel’ is dus suggestief misplaatst.

Een beetje koddig is ook dat de NOS doet alsof de toename van het aantal besmettingen enigszins raadselachtig is. ‘Waardoor de stijging komt, is nog lastig te zeggen’. Echt waar? Volgens ‘redacteur Joost Schellevis, die de coronacijfers volgt’ wel. ‘Maar dagelijkse coronacijfers bieden eigenlijk relatief weinig duiding, zoals waarom ze stijgen’. Cijfers zelf bieden nooit duiding. Daar moet je je hersenen voor gebruiken, en niet alleen je leesvermogen. Je zou de cijfers bijvoorbeeld eens op volgorde kunnen leggen, en er dan enkele andere data bij kunnen halen. De data waarop scholen weer open gingen en vakanties voorbij waren. En vooral de datum vooral waarop het grote versoepelen een macabere climax beleefde: 26 juni. Ogenblikkelijk daarna zag je dat de besmettingscijfers steeds trager daalden, om vervolgens aan hun stijging te beginnen. Dat kon je aan zien komen, als je oog hebt voor die andere factor: de Delta-variant, die veel en veel besmettelijker blijkt dan eerdere corona-versies.

Een besmettelijker variant, plus minder beperkingen op besmettingsgevaarlijke ontmoetingen: de uitkomst was niet alleen voorspelbaar, maar ook gewoon voorspeld. Op 16 juni schreef ik: ‘Ja, de aantallen besmettingen, ziekenhuisopnamen, mensen op de IC nemen gestaag af. Ja, het aantal gevaccineerden groeit nu in een stevig tempo. Maar er dreigt groot gevaar. Dat gevaar heet Delta.’ En over die Delta-variant: ‘De mutatie (…) spookt allang in Nederland rond en verspreidt zich vliegensvlug’.(15) Dat stelt het RIVM inmiddels ook, maar toen nog niet.

Als doodgewoon oplettend nieuwsvolger zag toen al ik wat het RIVM natuurlijk zelf ook wel zag, maar niet hardop wenste te zeggen. Vinden ze het experiment ‘laten we eens kijken wat er gebeurt als we weer gaan versoepelen’ dan werkelijk nog belangrijker dan onze gezondheid, ons welzijn en ons leven? Of geloven ze nog steeds dat het een ethisch verantwoorde wijze van pandemiebestrijding is om het virus maar te laten rondwaren zodat we zelfs zonder vaccin wel immuun worden, zij het ten koste van talloze gevallen van Long COVID en een aanzienlijke sterfte? Hoe dan ook: adequaat waarschuwen, en het kabinet vermanen dat het roekeloos bezig was met al die versoepelingen was er niet bij. Net als de nieuwe coronagolf was zowel de roekeloosheid van het kabinet als de halfzachte, niet bepaald alerte houding van OMT en RIVM een naargeestige herhalingsoefening.

En wat nu?

Ons staat intussen dus toch een moeilijke zomer te wachten. Het sein kan helemaal niet op veilig. Hoe ernstig de dreiging is, ontdekten ze in discotheek Aspen Valley in Enschede. Daar gingen ze open met wat ze dachten dat adequate veiligheidsmaatregelen waren, met testen vooraf en dergelijke. Het bleek zo lek als een mandje. Al snel bleek de avond dat de tent open ging het begin van een superspreader-event.

De regels rond dat testen zijn vragen om narigheid, dat ziet de chef van Aspen Valley, Tommy de Groot intussen ook. ‘De Groot doelt op de negatieve testbewijzen die veertig uur geldig zijn. Tussen de coronatest en het feest in de discotheek kan er dus veel gebeuren. “Stel je test vrijdagmiddag en zit ‘s avonds met het voetbalteam aan de bar. Misschien heb je vrijdagnacht nog een feestje en drink je met z’n allen uit dezelfde wodkafles. Als je dan zaterdag bij ons komt ben je mogelijk al besmet. En dat terwijl je met een negatieve test binnenkomt.’’’(16) Inderdaad. Goed gezien, maar wel wat laat.

Of ze er bij de discotheek echt ‘alles aan gedaan’ hebben, zoals De Groot zegt, is trouwens maar de vraag. Iemand van de gemeente heeft het nodige aan geruchten opgevangen. ‘“De QR-codes zouden onderling zijn doorgestuurd. Ook zouden bezoekers naar binnen en naar buiten zijn gegaan. Terwijl als je binnen bent, het de bedoeling is dat je daar blijft”, zegt een woordvoerder.’ Daar valt minstens nog wat grondig onderzoek te verrichten. Intussen staat het aantal besmette mensen op niet minder dan 110!(17)

Natuurlijk kunnen we boos zijn op discogangers en hun frivoliteit, en op de discotheek zelf die een verdienmodel heeft aan feestgedruis. Maar het probleem is niet dat mensen een feestje willen. Het probleem is een beleid dat doet alsof dit weer zonder veel risico kan, en een overheidspropaganda die luchthartig langs de risico’s heen blaast om als het mis gaat met het vingertje te wijzen: Tja, als mensen zich niet aan De Maatregelen houden… Het probleem is een beleid dat het zo snel mogelijk opengooien van zo veel mogelijk commerciële bedrijvigheid met bijbehorende verdienmodellen, belangrijker vindt dan leven, welzijn en gezondheid van jou en van mij. Daarom heeft het kabinet de deur voor Delta open gezet.

Ga er maar van uit ze de boel de boel laten, en pas echt iets gaan doen als ziekenhuizen en ICs weer vollopen. Misschien gebeurt dat vollopen deze keer minder dan bij vorige golven, want veel mensen zijn intussen door vaccinatie redelijk beschermd. Dan kan de boel dus open blijven, denk je? Dan is voorzichtigheid niet meer zo nodig? Alleen als je het verstandig vindt om het virus onder resterende ongevaccineerden te laten rondwaren, net zo lang muterend tot het ook door vaccinbescherming heen weet te breken. Met de huidige wereldwijde aantallen coronabesmettingen is dat laatste een kwestie van tijd, en het versoepelbeleid in Nederland draagt aan die hoge aantallen actief bij.

Ook met vaccinatie geldt nog altijd: versoepelen is ongezond en uiteindelijk dodelijk. Dat geldt ook als we ‘onze’ bestuurders en politici – terecht! – het recht betwisten om over versoepelingen te beslissen, en als we dus zeggen: laat ons in de samenleving zelf de regie in handen nemen over wat open kan en wat niet. Ons rest intussen weinig anders dan zelf waakzaam te blijven, onszelf en elkaar zo goed mogelijk te beschermen. De campagne #VoorWeinigCovid is hiervoor behulpzaam.(18) En dus? Ja, de mondkapjes mogen weer af. Ja, je mag de drukte weer in. Ja, je mag elkaar en jezelf weer in nodeloos gevaar brengen. Maar dat is helemaal geen reden om dat ook werkelijk te doen.

Noten:

1 ‘Weer meer besmettingen gemeld, meerdere oorzaken mogelijk’, NOS, 3 juli 2021, https://nos.nl/artikel/2387814-weer-meer-besmettingen-gemeld-meerdere-oorzaken-mogelijk

2 ‘Hoogste aantal besmettingen in Zuid-Afrika . 36.000 17-jarigen maakten prikafspraak’ (liveblog), NOS, 2 juli 2021, https://nos.nl/liveblog/2387586-hoogste-aantal-besmettingen-in-zuid-afrika-36-000-17-jarigen-maakten-prik-afspraak

3 ‘Webportaal huisartsen na uren vertraging online. GGD doet aangifte tegen complotdenkers’ (NOS liveblog), 1 juli 2021, https://nos.nl/liveblog/2387450-webportaal-huisartsen-na-uren-vertraging-online-ggd-doet-aangifte-tegen-complotdenkers

4 ‘De coronacijfers van vandaag’, Nu.nl, 30 juni 2021, https://www.nu.nl/uitleg-over-het-coronavirus/6142701/de-coronacijfers-van-vandaag.html

5 ‘De coronacijfers van vandaag’, Nu.nl, 29 juni 2021, https://www.nu.nl/uitleg-over-het-coronavirus/6142466/de-coronacijfers-van-vandaag.html

6 ‘De coronacijfers van vandaag’, Nu.nl, 28 juni 2021, https://www.nu.nl/uitleg-over-het-coronavirus/6142237/de-coronacijfers-van-vandaag.html

7 ‘De coronacijfers van vandaag’, Nu.nl, 27 juni 2021, https://www.nu.nl/coronavirus/6142061/de-coronacijfers-van-vandaag-522-positieve-tests-ruim-onder-weekgemiddelde.html

8 ‘De coronacijfers van vandaag’, Nu.nl, 26 juni 2021, https://www.nu.nl/coronavirus/6141920/de-coronacijfers-van-vandaag-569-positieve-tests-15-miljoenste-prik-gezet.html

9 ‘De coronacijfers van vandaag’, Nu.nl, 25 juni 2021, https://www.nu.nl/uitleg-over-het-coronavirus/6141744/de-coronacijfers-van-vandaag.html

10 ‘De coronacijfers van vandaag’, Nu.nl, 24 juni 2021, https://www.nu.nl/uitleg-over-het-coronavirus/6141501/de-coronacijfers-van-vandaag.html

11 ‘De coronacijfers van vandaag’, Nu.nl, 23 juni 2021, https://www.nu.nl/uitleg-over-het-coronavirus/6141289/de-coronacijfers-van-vandaag.html

12 ‘De coronacijfers van vandaag’, Nu.nl, 22 juni 2021, https://www.nu.nl/uitleg-over-het-coronavirus/6141066/de-coronacijfers-van-vandaag.html

13 ‘De coronacijfers van vandaag’, Nu.nl, 21 juni 2021, https://www.nu.nl/uitleg-over-het-coronavirus/6140880/de-coronacijfers-van-vandaag.html

14 ‘Weer meer besmettingen gemeld, meerdere oorzaken mogelijk’, NOS, 3 juli 2021, https://nos.nl/artikel/2387814-weer-meer-besmettingen-gemeld-meerdere-oorzaken-mogelijk

15 Peter Storm, ‘Crimineel coronabeleid, vals gevoel van veiligheid’, Ravotr, 16 juni 2021, https://peterstormt.nl/2021/06/16/crimineel-coronabeleid-vals-gevoel-van-veiligheid/

16 Teun van der Velden, ‘Van feestweek naar rampweek voor Aspen Valley: “We hebben er alles aan gedaan”’, RTV Oost, 2 juli 2021, https://www.rtvoost.nl/nieuws/1983642/Van-feestweekend-naar-rampweek-voor-Aspen-Valley-We-hebben-er-alles-aan-gedaan

17 ‘110 besmettingen na clubavond Enschede: “QR-codes doorgestuurd”’, RTL Nieuws, 3 juli 2021, https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5239865/enschede-nachtclub-besmettingen-110-jongeren-besmet-coronavirus

18 #VoorWeinigCovid: https://voorweinigcovid.nl/

Peter Storm

Reacties uitgeschakeld voor [Artikel Peter Storm]/Delta: Hugo en Mark worden bedankt

Opgeslagen onder Divers

[Human Rights Watch]/Thousands of Foreigners Unlawfully Held in NE Syria

HUMAN RIGHTS WATCHTHOUSANDS OF FOREIGNERS UNLAWFULLY HELD INNE SYRIA

A boy flies a home-made kite in the foreigners’ section of al-Hol camp in northeast Syria on March 15, 2021.

A boy flies a homemade kite in the foreigners’ section of al-Hol camp in northeast Syria on March 15, 2021. © 2021 Sam Tarling

https://www.hrw.org/news/2021/03/23/thousands-foreigners-unlawfully-held-ne-syria


Countries should bring Citizens Home; Ensure Due Process for ISIS Suspects

https://www.hrw.org/news/2021/03/23/thousands-foreigners-unlawfully-held-ne-syria

Nearly 43,000 foreign men, women, and children linked to ISIS remain detained in inhuman or degrading conditions by regional authorities in northeast Syria, two years after they were rounded up during the fall of the Islamic State “caliphate,” often with the explicit or implicit consent of their countries of nationality, Human Rights Watch said today.

The foreign detainees have never been brought before a court, making their detention arbitrary as well as indefinite. They include 27,500 children, most in locked camps and at least 300 in squalid prisons for men, and scores of others in a locked rehabilitation center. The detainees suffer from rising levels of violence and falling levels of vital aid including medical care. In just one case, France has refused to allow a woman with advanced colon cancer to come home for treatment. One detained woman told Human Rights Watch that a guard ran over a young child in a vehicle, cracking his skull.

“Men, women, and children from around the world are entering a third year of unlawful detention in life-threatening conditions in northeast Syria while their governments look the other way,” said Letta Tayler, associate crisis and conflict director at Human Rights Watch. “Governments should be helping to fairly prosecute detainees suspected of serious crimes and free everyone else, not helping to create another Guantanamo.”

Governments that actively contribute to this abusive confinement may be complicit in the unlawful detention and collective punishment of thousands of people, most of them women and young children, Human Rights Watch said.

In February and March 2021, Human Rights Watch communicated via text, email, or phone with eight foreign women detained in camps for family members of male ISIS suspects in northeast Syria as well as relatives of five camp detainees. Human Rights Watch also spoke or emailed with members of six aid organizations and six civil society groups pressing for the detainees’ repatriations, as well as regional authorities, Western government officials, UN officials, journalists, and academics. In addition, Human Rights Watch reviewed dozens of reports, media articles, and videos about the camps and prisons.  

People interviewed described increasingly desperate mothers and children struggling to maintain dignity amid harsh conditions and fears of contracting Covid-19. Three women in one camp, Roj, said that guards confiscated Qurans, threatened women for wearing niqabs, and raided tents at night. Women caught with cellphones or suspected of withholding information about crimes in the camp were sometimes beaten and jailed for days or even weeks, the women and a relative said. The regional authority, called the Autonomous Administration of Northeast Syria, denied any abuse by guards and said that some women had attacked guards with stones and sharp objects. Badran Chia Kurd, Autonomous Administration’s deputy co-chair, told Human Rights Watch that women were in most cases jailed only for “a few days” if they tried to flee.=

One relative of a detainee said that her detained family member was suicidal. A young mother wrote that daily life in the camps made her want to “scream from the top of my lungs”:

It’s mentally exhausting. … never gets better here. Always worse. … majority of the children in the camp are sick. Almost everyday something bad happens. Children trapped in burning tents and dies. … We have water tank that contains worms. The toilets are dirty so people started to build [their] own toilets.

Like all detainees who communicated with Human Rights Watch, the women asked that they not be identified by name or nationality for fear of retaliation by other detainees or camp guards.

Holding the foreigners “is a huge burden” for the cash-strapped Autonomous Administration, Chia Kurd said. “The international community, in particular the countries who have citizens in the camps and prisons, are not assuming their responsibility. This issue, if not solved, will not only affect us, but the entire world.”

Countries with nationals held in northeast Syria should answer repeated appeals by the Autonomous Administration to help them provide detainees with due process, including the right to contest the legality and necessity of their detention before a judge. All detainees held in inhuman or degrading conditions, or who are not promptly charged with a recognizable criminal offense in fair proceedings should be immediately released.

Foreign countries should also comply with the Autonomous Administration’s repeated calls for them to repatriate detainees not charged with a crime, prioritizing the most vulnerable. Repatriated children should be accompanied by their parents in keeping with the child’s right to family unity. Foreigners facing risks at home of death or torture or other ill-treatment should be transferred to a safe third country.

Upon transfer home or abroad, detainees can be provided with rehabilitation and reintegration services and as warranted, investigated and prosecuted, Human Rights Watch said. Children who lived under ISIS and any women trafficked by ISIS should be treated first and foremost as victims, and children should face prosecution and detention only in exceptional circumstances.

In the meantime, foreign governments and donors should immediately increase aid to improve camp and prison conditions in northeast Syria and press the United Nations Security Council to reauthorize vital aid operations across Syria’s northeast and northwest borders to speed the delivery of aid.  

Only 25 countries are known to have repatriated any nationals from northeast Syria and most have brought home or helped return only a token few, primarily orphans or young children, in some cases without their mothers.

The UN and donors, including many home countries of the foreign detainees, are providing humanitarian aid to the detainees and others in northeast Syria. But acute shortages of clean water, food, medicine, and adequate shelter and security persist, say UN experts and others.

The United States military, which leads the US coalition against ISIS, has funded measures to bolster security and ease overcrowding for some of the prisons, according to Chia Kurd, media, and US government reports. However, the measures appear to have done little to bring the prisons in compliance with minimum detention standards. Moreover, neither the US nor other members of the international community, including countries with nationals detained in northeast Syria, have funded any measures to provide the prisoners with due process, Chia Kurd said.

The international coalition against ISIS also reportedly plans to fund construction of additional detention centers for women suspects, as well as a 500-bed “rehabilitation center” for older boys. The United Kingdom, another key coalition member, is reportedly funding a project to double the capacity of one of the prisons, in Hasakah, from 5,000 to 10,000 detainees. UK and US defense officials did not respond to requests for comment in the time provided.   

“Improving horrific prison conditions does not change the fact that indefinite detention without judicial review is unlawful,” Tayler said. “Expanding prisons and locked rehabilitation centers to warehouse hundreds of children who never even chose to live under ISIS is unconscionable.”

The detainees

Backed by a US-led coalition, regional fighters called the Syrian Democratic Forces rounded up tens of thousands of ISIS suspects and family members during the fall of Baghouz, then the last ISIS stand in Syria, during a weeks-long battle that ended March 23, 2019. The Syrian Democratic Forces are still holding nearly 63,400 of the family members, nearly all of them women and children, in two locked, heavily guarded, open-air camps encircled by barbed wire. Roughly 20,000 are from Syria, 31,000 from neighboring Iraq, and nearly 12,000 others – 8,000 children and 4,000 women – are from almost 60 other countries. Conditions for the non-Iraqi foreigners, who are kept in special annexes, are particularly dire.

The Syrian Democratic Forces are also holding about 10,000 men as well as at least 700 boys of all nationalities, most ages 14 to 17 in 14, overcrowded, makeshift prisons for ISIS suspects, Chia Kurd said. Prison conditions “do not meet minimum standards,” he said, blaming scarce international aid for the abusive conditions. Human Rights Watch in 2019 and 2020 documented the inhumane conditions in some of these prisons.

Camp Conditions

In al-Hol and Roj, the locked camps for family members, more than 90 percent of children are under age 12 and more than half under 5, aid groups say. Syrians and Iraqis in the camps have relative freedom, including the ability to leave and return to the camps. During multiple visits to the two camps from 2017 to 2019, Human Rights Watch documented conditions in the foreigners’ annexes that amounted to cruel, degrading, and inhuman treatment. Combined with the indefinite and arbitrary nature of detention, these conditions may also amount to torture when they deliberately inflict serious physical or mental harm on a detainee. Since then, detainees, family members, civil society representatives, and aid workers told Human Rights Watch, conditions have deteriorated further along with detainees’ despair.

“You can feel that people are giving up on the outside world, they are so desperate you meet a wall of hopelessness,” said Natascha Rée Mikkelsen, founder of Repatriate the Children-Denmark, who has visited the camps several times, including in February. “And the young children, some of them have diarrhea all the time and they are so skinny and so small. They just have this look like they are locked up. They have nothing to do and they know nothing about their future.”

Detainees and others interviewed by Human Rights Watch complained of contaminated water, overflowing latrines, shortages of fresh food and diapers, tents leaking or catching fire, rampant disease, insufficient medical care, and almost no schooling for children or counseling for a severely traumatized population.

While conditions are somewhat better in Roj than in the larger camp, al-Hol, detainees and family members described harsh conditions there as well. Three relatives, a civil society member and two detainees said noxious fumes from adjacent oil fields were causing asthma, deep coughs, and lung inflammations. One mother texted of being terrified by the lack of medicine for her child, by guards threatening to cut detainees’ clothes if they were not “short and colorful,” and of the desert winds that flipped over her tent at night:

Honestly I have ptsd [Post-Traumatic Stress Disorder] from the camps more than IS territory (even though I am traumatized from that lifestyle). … I would hold my daughter tight and stay alert all night watching the tent as it was about to collapse onto us at any moment. And it did actually happen many times.

In mid-March, said a Western European man whose grandchildren are in the camps, a small group of children no older than 6 crossed an internal camp fence to pick dandelions just on the other side. “The camp guards saw them, caught them, and beat them severely,” he said. “The children didn’t decide to be there, they don’t deserve to live like this in such terrible conditions.”

Two relatives described detainees waiting hours to access a shared phone that they could only use for seconds. Communication in one section for foreigners in Roj is limited to messages of less than a minute every 8 to 10 days, compounding detainees’ isolation, one relative said.

Life-Threatening Conditions

According to humanitarian groups and the UN Office of Counterterrorism, more than 700 detainees in al-Hol and Roj – at least half of them children – have died in the past two years. Several were killed by detainees in al-Hol who remain loyal to ISIS, while others died in crossfire between guards and detainees or from lack of medical care, unsanitary conditions, and accidents such as tent fires.

At least 29 people were killed in al-Hol camp alone in January and February 2021 including seven children. “The people who work there feel more and more scared of the situation, as if they have no control,” Mikkelsen said. “You have the feeling that any time you could be killed.”

In text messages relayed to Human Rights Watch, one woman in Roj described a fire breaking out in a tent housing two children whom guards left in the camp while jailing their mother for having a cellphone. The woman said it was one of three fires in Roj so far in 2021:

The 5 year old boy put the tent on fire and his 7 year old sister took him out from the burning tent. Two tent burned that day, it was terrible day cuz it took very long time to put the fire [out] since many fire extinguisher didn’t work and we didn’t know if there was more ppl trapped in the fire.

In February, 10 Frenchwomen in the camps went on a hunger strike to publicize their demand to stand trial at home. That same month, Pascale Descamps, a Frenchwoman whose 32-year-old daughter and four young grandchildren are held in Roj, began her own hunger strike to press the government to let her daughter leave to receive medical treatment for advanced colon cancer. Doctors in northeast Syria told her daughter that she needed “urgent” treatment but that the operation would be high-risk if performed locally, Descamps told Human Rights Watch. In December, the UN Committee Against Torture called on France to repatriate Descamps’ daughter for medical care but she remains in Roj. Descamps said that in intermittent audio messages, her daughter sounded desperate:

Every time my daughter talks to me, she starts crying. She tells me that she is getting worse, bleeding a lot, and getting weaker. She is like an animal in her tent, dying in front of her children. … I am not exonerating my daughter, but she has the right to a fair trial and to receive proper medical care given the seriousness of her health condition … I am also fighting for my grandchildren not to have to go through all this any longer. It is a stake in the heart to know that they see their mother so ill and to imagine that she could die there when France could repatriate her and her children. It’s like they have no rights anymore.”

Covid-19 is another threat. As of February 16, the UN had reported 8,537 cases of the virus in northeast Syria, but humanitarians warn that rates are vastly under-counted because of insufficient staff and supplies for extensive testing. At least 13 cases of Covid-19 had been reported in al-Hol and Roj as of December 2020. A greater outbreak could disproportionately harm camp and prison detainees as most are malnourished with severely limited access to medical services.

Detainees began receiving monthly handouts of masks and gloves in mid-2020 but they have to reuse them several times because of shortages, two women in Roj said.

Inhuman Prison Conditions

Despite some improvements, only one of the 14 makeshift prisons for male ISIS suspects is fit for the purpose, said a June 2020 US military report. The 10,000 men, most Syrian and Iraqi and 2,000 from other countries, are jammed into severely overcrowded cells with open latrines and poor ventilation. The prisons lack essential services including adequate medical care for festering wounds and infectious diseases including tuberculosis. Up to several hundred men have died in the prisons including one from Germany and another from the UK.

The 700 or more boys in the prisons are held separately from the men. About 400 are Syrian, 200 are Iraqi, and the rest come from several other countries, Chia Kurd said. The boys have access to outdoor courtyards, but have little access to education, recreation, and other essential services, he said.

Three well-informed sources speaking on condition of anonymity said that many of the boys in the prisons were taken from the camps where they lived with their mothers and siblings when they reached mid-adolescence and that some were as young as 12. Imprisoned Syrian boys can visit with families, but imprisoned foreign boys are not allowed visits with their mothers and siblings in the camps, Chia Kurd said. Between 100 and 110 more boys are living in a locked rehabilitation center. Services there, too, are “insufficient” due to a lack of aid, Chia Kurd said. The Autonomous Administration would like to transfer the boys in prisons to additional rehabilitation centers if foreign governments will build them, he said.

Chia Kurd said some of the boys were taken from the camps for families and elsewhere “for committing acts of violence” or for ISIS ideology, although Human Rights Watch received reports from local family support groups that at least some of the boys were taken simply because they had reached adolescence. UK-based Rights and Security International in 2020 reported that Syrian Democratic Forces forcibly disappeared dozens of boys from the camps.

The Kurdish-led coalition had prosecuted about 8,000 Syrians suspected of membership in ISIS and other armed groups in People’s Defense Courts as of early 2021, with about 4,000 more awaiting local prosecutions. The trials have been piecemeal with due process gaps and the Autonomous Administration has sought assistance from foreign governments to bring them in line with international standards. For two years, the Autonomous Administration has asked foreign governments to help it create a hybrid or international court to prosecute the detainees, Chia Kurd said. At times the regional authorities have proposed internationally supported local courts. But “the international community has not been cooperative with us,” he said.

Humanitarian Access

Medical and other supplies are scarce in the camps and prisons, in part because of difficulties aid workers face in gaining access to the region. Russia has since January 2020 used and threatened its veto power at the UN Security Council to force the closure of three of the four vital border crossings into Syria that UN agencies had used to transport medicine and other aid into the country. Turkey and Turkish-backed forces have also repeatedly cut off water supplies to Autonomous Administration-held areas of northeast Syria, including al-Hol camp.

Representatives of four aid organizations said that these factors combined with mounting insecurity have forced many humanitarian organizations to suspend or scale back operations in northeast Syria.

Scant Repatriations

Despite the deplorable conditions, only 25 of nearly 60 home counties have repatriated any of their nationals from northeast Syria, and repatriation operations fell from 29 in 2019 to 17 in 2020 and 3 in the first 10 weeks of 2021, according to Save the Children and Human Rights Watch tallies. KazakhstanKosovoRussiaand Uzbekistan have together brought home more than 1,200 of their citizens, about 85 percent of all returns. Repatriations by Western countries remain piecemeal. The UKAustralia, and Denmark have stripped citizenship of some nationals detained in northeast Syria, in some cases even when the revocation may leave them stateless.

A few countries, including Germany and Finland, have brought home some mothers with children. But others including Canada, the UK, and France have repatriated one or more children without their mothers and others, such as Sweden and Belgium, plan to do so. Systematic returns of children without their parents flout the Convention on the Rights of the Child, which states that countries should uphold the principle of family unity absent a professional assessment that separation “is necessary for the best interests of the child.” While governments obtain mothers’ written consent to take their children without them, Human Right Watch questions whether consent can be informed and voluntary for women indefinitely detained inside locked camps with no access to redress or counsel.

“If I had to choose again, I don’t know if I would have done it,” a Canadian mother in Roj said of her anguished decision to allow Canada to repatriate her 4-year-old daughter without her in March. “It’s the hardest sacrifice for a mother to make.”

Many governments contend that repatriations pose too much of a security risk. While governments have an obligation to keep people safe, security concerns do not obviate their parallel duty to uphold human rights, Human Rights Watch said. Moreover, as even the US-led coalition against ISIS argues, abandoning these detainees to indefinite confinement in dire conditions may pose a greater risk than bringing them home.

Men imprisoned as ISIS suspects in northeast Syria have repeatedly rioted and more than 100 have escaped to whereabouts unknown. With no way to leave legally, women are regularly paying traffickers to smuggle them and their children out of the locked camps, placing them at risk of being trafficked into forced labor and sexual exploitation, among other abuses, or of rejoining ISIS. Shunned by home countries, children may be vulnerable to recruitment by ISIS hardliners in the prisons and camps.

In contrast, repatriations or third-country transfers allow governments to conduct individual assessments of each returnee, monitor them as appropriate, and hold to account those who have committed serious international human rights crimes, a critical step in redress for thousands of ISIS victims.

Repatriations of the foreigners may also improve conditions for the Syrian ISIS suspects and family members whom the local authorities are also detaining in the camps and prisons. The Autonomous Administration has allowed more than 9,100 Syrians to return to their communities since 2019, including more than 2,600 under an amnesty it announced in October 2020, but thousands of others remain. As with the foreign detainees, the local authorities should release any Syrians held in degrading or inhuman conditions or without due process, and improve conditions for those who may not be able to return home because of risks that their communities may reject them or fears of returning to areas held by the government.

In January, UN Secretary-General António Guterres called repatriations by home countries, particularly of children, “an urgent and strategic counter-terrorism imperative.” The European Parliament and UNICEF have also called on member states to repatriate all children, taking into account the best interests of the child. The UN human rights commissioner, the UN counterterrorism chief, and 22 UN specialized human rights experts have called on home countries to repatriate their nationals as well. The 22 UN human rights experts noted that the “violence, exploitation, abuse and deprivation” suffered by foreign detainees in northeast Syria have resulted in deaths and in and of themselves “may well amount to torture or other cruel, inhuman or degrading treatment or punishment under international law,” with no effective remedy.

International Legal Standards

Countries have a responsibility to take steps to protect their citizens when they face serious human rights violations, including loss of life and torture. This obligation can extend to nationals in foreign countries when reasonable action by their home governments’ actions can protect them from such harm. International human rights law also provides that everyone has the right to a nationality. Governments have an international legal obligation to provide access to nationality for all children born abroad to one of their nationals who would otherwise be stateless, as soon as possible. All individuals have the rights to adequate food, water, clothing, shelter, and mental and physical health, and fair trials. All children have the right to education.

Detaining people in conditions that amount to inhuman or degrading treatment is strictly prohibited under human rights law.

The Autonomous Administration’s indefinite detention of these foreigners without due process, including their right to appear before a judge to review the legality and necessity of their confinement, is arbitrary and unlawful. The detention of ISIS suspects’ family members, particularly the children but also women who are not being investigated for any crimes, also amounts to guilt by association and collective punishment, prohibited under international law.

The arbitrary detention and lack of reintegration support for these children violates international principles for children associated with armed groups, who are to be viewed primarily as victims. UN Security Council Resolution 2396 of 2017, which is binding on all member states, emphasizes the importance of assisting women and children associated with groups such as ISIS who may themselves be victims of terrorism, including through rehabilitation and reintegration.

Resolution 2396 also calls on member states to investigate and prosecute suspects for involvement with foreign terrorist groups if appropriate. Given the absence of any fair trial proceedings for foreigners detained in northeast Syria, investigations by home countries remain the only viable option at this time to provide redress to victims for any serious crimes these detainees may have committed.

Countries with Citizens Detained in Northeast Syria

Citizens of at least 58 countries are reported to be detained in camps and prisons in northeast Syria: Afghanistan, Albania, Algeria, Australia, Austria, Azerbaijan, Belgium, Bangladesh, Bosnia and Herzegovina, Canada, China, Denmark, Egypt, Estonia, Finland, France, Georgia, Germany, Indonesia, India, Iran, Iraq, Kazakhstan, Kyrgyzstan, Lebanon, Libya, Morocco, Maldives, North Macedonia, Malaysia, Netherlands, Norway, Pakistan, Palestine, Philippines, Poland, Portugal, Romania, Russia, Saudi Arabia, Senegal, South Africa, Spain, Sudan, Somalia, Serbia, Sweden, Switzerland, Tajikistan, Trinidad and Tobago, Tunisia, Turkey, Ukraine, United Kingdom, United States, Uzbekistan, Vietnam, and Yemen.

END OF ARTICLE

Reacties uitgeschakeld voor [Human Rights Watch]/Thousands of Foreigners Unlawfully Held in NE Syria

Opgeslagen onder Divers

Historicus Piet Emmer, wegpoetser van het Bloed, dat aan de Westerse slavernij kleeft

HISTORICUS PIET EMMER, WEGPOETSER VAN HET BLOED, DAT AANDE WESTERSE SLAVERNIJ KLEEFT

De aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images) Beeld Getty ImagesDe aankomst van een Nederlands schip met Afrikaanse totslaafgemaakten voor de verkoop, Jamestown, Virginia, 1619. (Hulton Archive/Getty Images)Beeld Getty Images

Foto

De indeling op het schip, iedereen zat ontzettend dicht op elkaar

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-bij-piet-emmer-hadden-de-slaven-een-prima-gelijkwaardig-bestaan-in-de-kolonies~b1338777/

De indeling op het schip, iedereen zat ontzettend dicht op elkaar
https://slavernijnederland.weebly.com/de-reis.html

Geschreven naar aanleiding van zijn artikel:”WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM”

[Vooraf:OPMERKING SCHRIJFSTER ASTRID ESSED Genoemd artikel ”WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM” is gepubliceerd in hetDagblad De Volkskrant, NIET in het Dagblad Trouw, zoals abusievelijk in hetnotenapparaat is vermeldDaarover zal ik in een komende post het Dagblad Trouw mijn excuses aanbieden]


””Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdaden niet uitwissen”Vrij vertaald naar Shakespeare’s Macbeth [slaapwandelende Lady Macbeth,Act 5, Scene 1]
http://www.shakespeare-online.com/plays/macbeth_5_1.html

Vrijwel ieder zinnig mens is het erover eens, dat de transatlantische slavenhandel en de daaruit voortvloeiende slavernij in de Amerika’s [1] een misdaad tegen de menselijkheid is [2], als zodanig genoemd in het Statuut van Rome [3] en in nietmisverstane bewoordingen veroordeeld in de Universele Verklaring voor deRechten van de Mens [4], alsmede in Internationale Verdragen. [5]Nu zullen mijn trouwe en minder trouwe lezers opmerken:Waarom komt Astrid Essed daar nu mee, anno 2021, nu deze MIsdaad ookvan Staatswege officieel is omgezet in jaarlijkse herdenkingen in aanwezigheidvan de Koningin of Koning, ministers, de burgemeester? [6]
Omdat ik recentelijk een artikel heb gelezen, zo ongelooflijk, dat de oren vaneen normaal denkend 21ste eeuws mens daarvan gaan wapperen!Het artikel luidt: ”Wie een beperkte blik op de slavernij wil, spoede zichnaar het Rijksmuseum” Lees zelf lezers, onder noot 7!
Ik moet u wel bekennen, dat ik, als druk schrijvend Bloggertje, mij heb afgevraagd, of ik wel op dergelijke bij elkaar geraapte 17e eeuwse gevaarlijke nonsens[onderstaande een uitleg, waarom ik het gevaarlijke nonsens vind], moetingaan, maar heb tenslotte besloten, dit toch te doen.
In de eerste plaats:
Omdat historicus Piet Emmer er al jarenlang alles aan doet om een van de Zwartste Bladzijden in de Weserse Geschiedenis, te bagatelliseren en vooral in2020 [slim, Coronatijd, mensen hadden wel iets anders aan hun hoofd, dan deze apologeet te attacqueren, met vooral een verwijt naar de media, die hem de ruimte gaven!], actief blijkt te zijn geweest,[8], tot aan het indienen van eenklacht tegen een journalist, die het mijns inziens gerechtvaardigd tegen hem opnam! [9]
In de tweede plaats:Omdat in deze Tijden, nu het fascisme in Nederland helaas steeds meer salonfahig lijkt te worden [10], slavernij en kolonialisme apologeten steeds meer de kans lijken te krijgen [11]Dat is gevaarlijk voor het maatschappelijke denkklimaat, het politieke klimaat, de verhoudingen tussen mensen.
In de derde plaats:Omdat ik het vermoeden heb, dat weinig mensen uit het anti-racistische veldnog de moeite zullen nemen, in te gaan op Emmer’s Gevaarlijke Onzin, hoewel ik wel twee goede en strijdbare stukken ben tegengekomen. [12]Ook in het verleden heeft hij stevige tikken gehad! [13]
Maar goed:
Daarom heb ik toch besloten, op deze wat nevelachtige en toch zonnigeZondagmiddag, de Handschoen op te nemen en Emmer, via zijn artikel, vanrepliek te dienen.Daar zal het niet bij blijven:Ook het Dagblad de Volkskrant ontvangt van mij een Brief op Poten over het geven van  ruimte aan dergelijke kwaadaardige schrijfsels.
TEN AANVAL DUS:
Mijn aanval zal eruit bestaan, dat ik delen uit het artikel [14], die ik relevant vind, citeer, waarna ik er nader op in ga.
WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM [15]

VOORAF:
Ik heb het grootste respect voor het feit, dat steeds meer Nederlandse musea ”dekoloniseren!”Daarmee bedoel iik:Meer aandacht voor het slavernijverleden, het plaatsen van bordjes bijschilderijen van al dan niet ”beroemde” mensen, die een aandeel hadden inde slavernij, het niet meer gebruiken van misleidende historische termen als”Gouden Eeuw” [16]Kortom:Het rechttrekken van de geschiedenis.Ik juich in dit verband de Slavernij tentoonstelling van het Rijksmuseum toe [17], waartegen Emmer in zijn artikel tekeer gaat.
OP NAAR HET ARTIKEL:”Wie een beperkte blik op de slavernij wil, spoede zich naar het Rijksmuseum” [18]
CITAAT 1 HISTORICUS PIET EMMER
”De met veel tamtam aangekondigde en inmiddels geopende tentoonstelling ‘Slavernij’ in het Rijksmuseum typeert de slaven vrijwel zonder uitzondering als zielige underdogs, terwijl veel wetenschappelijke studies van de laatste vijftig jaar keer op keer laten zien dat die gedweeë, sullige ‘Sambo’ zonder initiatief, die alles accepteert en zich naar believen laat straffen, vernederen en uitbuiten, nooit heeft bestaan.” [19]
MIJN COMMENTAAR:
Ja en NeeInderdaad:In zoverre geef ik historicus Piet Emmer gelijk, dat wat hij noemt ” die gedweeë, sullige ‘Sambo’ zonder initiatief, die alles accepteert en zich naar believen laat straffen, vernederen en uitbuiten” [20] een niet correct Beeldvan de Werkelijkheid zou zijn.Integendeel!Zoals hij als historisch onderzoeker dient te weten [en natuurlijk ook wel weet], is dat er in de Amerika’s en op slavenschepen tal vanslavenopstanden geweest zijn [21], die meer dan duidelijk laten zien, dat de slaven die extreme situatie van onvrijheid en de-humanisering niet over hunkant lieten gaan!Maar wat betreft het ongenuanceerde karakter van de uitspraak van Emmer:”…… terwijl veel wetenschappelijke studies van de laatste vijftig jaar keer op keer laten zien dat die gedweeë, sullige ‘Sambo’ zonder initiatief, die alles accepteert en zich naar believen laat straffen, vernederen en uitbuiten, nooit heeft bestaan.” [22]Met het woord ”nooit” gaat hij in de fout.Sowieso moet je oppassen met woorden als ”altijd”en ”nooit”In dit geval is het onzin, omdat wel degelijk situatiesbestonden, waarbij slaven, gede-humaniseerd en gehersenspoeld door de onmenselijke en repressieve behandeling, zich niet zozeer ”naar believen lietenstraffen, vernederen en uitbuiten” [23], maar omdat zij, heel vaak, geen andere keuze hebben.Bovendien bestaat het gevaar, dat bij ontkenning vanhet beeld van de ík citeer Emmer] ”zielige underdog” [24], het onterechte Beeld ontstaat, dat de slaven minderrepressief werden behandeld.Dat is nonsens!Quod erat demonstrandum! [25]Want ware de behandeling ”draaglijk”, vanwaar dan aldie slavenopstanden, getuigenissen zoals van Stedman [26] en ga zo maar door?Maar moet ik dat betogen, anno 2021?Iedereen met een normaal verstand en zeker gezien debeschikbare kennis begrijpt, hoe het leven er moethebben uitgezien van geroofde mensen, als vee verhandeld en gedwongen, zonder loon of vooruitzichtop invrijheidsstelling [manumissies kwamen pas later, vooral vanaf  de 18e eeuw voor] [27], te werken voorde rijkdom van een ander, in casu de witte plantage eigenaar!
CITAAT 2 HISTORICUS PIET EMMER
”De tentoonstelling documenteert slechts een aantal levensgeschiedenissen van slaven en die beperking verhindert dat er een aantal fundamentele problemen aan de orde komen, zoals de vraag waarom de Europeanen voor hun koloniën slaven uit Afrika en Azië haalden en niet uit hun eigen continent en waarom Afrika en Azië in staat bleken in de loop der eeuwen steeds meer slaven te leveren.”
MIJN COMMENTAAR
Met deze uitspraak suggereert historicus Piet Emmer,dat de tentoonstelling een ”eenzijdig beeld” zou geven en de geschiedenis zou scheeftrekken.Niets is minder waar!In de eerste plaats begrijpt de bezoeker ook, dat hier sprake is van een aantal levensgeschiedenissen vanslaven en dat zo licht wordt geworpen ophet slavernijverleden.Maar belangrijker:Hoezo eenzijdig, zoals Emmer suggereertJuist in het VERLEDEN werd er een eenzijdig beeld geschapen!Zo kwam onderwijs over slavernij, in Nederland, zeker op de Lagere School [voorloper van de term ”basisschool] niet of nauwelijks voor [28], standbeeldenvan koloniale moordenaars [kolonisatie ten tijde of na de slavernij] prijkten op pleinen etc, zonder enig kritisch commentaar voorzien, wegbereiders van de slavenhandelzoals Michiel de Ruyter werden als ”helden” vereerd [29] en ga zo maar door!DAT is het scheeftrekken van de geschiedenis meneer Emmer!En dat is decennialang het geval geweest!
En nu er eindelijk aandacht is voor authentieke verhalenvan tot slaafgemaakten zelf, nu er een einde komt aan de Verheerlijking van de Gouden Eeuw, zou dat ineens een”beperking’ zijn? [30]
Het rechttrekken van de geschiedenis, DAT wat het Rijksmuseum terecht doet!Wat het Amsterdam Museum doet, door de term ”Gouden Eeuw” niet meer te gebruiken! [31]
Maar we lezen de rest van het Citaat [2] van Emmer:”De tentoonstelling documenteert slechts een aantal levensgeschiedenissen van slaven en die beperking verhindert dat er een aantal fundamentele problemen aan de orde komen, zoals de vraag waarom de Europeanen voor hun koloniën slaven uit Afrika en Azië haalden en niet uit hun eigen continent en waarom Afrika en Azië in staat bleken in de loop der eeuwen steeds meer slaven te leveren.”Hiermee tracht Emmer de aandacht af te leiden van hetverwerpelijke karakter van de slavernij:Want wat maakt het voor de juiste beoordeling van de slavernijuit. wat voor problemen de slavenhalers, de Europeanendus wat de transatlantische slavernij betreft, hadden bijhet halen van slaven, die in hun kolonieen als wettelijkals Ding werden beschouwd [32], werden geroofd, werden gedehumaniseerd.Of om het groffer te zeggen:Wie kan het ene M schelen, althans bij de belichtingvan de slavernij, waarom niet de ”eigen” ”witte mensen”,die trouwens ook eeuwenlang lijfeigenen geweest zijn [33]niet voor dit beulswerk werden gereserveerd? Ik beschouw trouwens deze Vraagstelling van Emmer alseen manier om de aandacht af te leiden van waar hetwerkelijk om gaat:Het vertellen, vanuit slave narrative oogpunt [34]wat slavernij werkelijk betekende, zodat mensen,van wie het ver staat, zich beter kunnen inleven.
CITAAT 3 HISTORICUS PIET EMMER

Morele oordelen

Bovendien worden zowel de bezoekers van de tentoonstelling als de lezers van de daarbij behorende bundel opstellen voortdurend geconfronteerd met hedendaagse morele oordelen zoals de verontwaardiging over het feit dat de slaven af en toe op zaterdag moesten werken. Pardon, een vrije zaterdag in de 18de en 19de eeuw?” [35]

MIJN COMMENTAAR:

Ik merk, dat ik nu wel nijdig begin te worden.

Want nog los van het wel zeer merkwaardige feit, dat Emmer bezwaar zou hebben tegen het feit, dat in de tentoonstelling gewezen wordt op het verderfelijke

karakter van de slavernij, is er een nog belangrijker punt, dat van de ”hedendaagse morele oordelen” [36]

Want los van het feit, dat het natuurlijk niet ging, om een 

”vrije zaterdag in de 18e en 19e eeuw” [37] [hoe dom

denkt Emmer, dat zijn lezers zijn?], klopt zijn

weergave van de zogenaamde ”hedendaagse morele oordelen” van geen kanten, zoals hij zelf

trouwens toegeeft in een AD interview dd 22 augustus 2020! [38] 

Ook moet hij daarin wel toegeven, dat slavernij ”verschrikkelijk” was [39], al haast hij zich in datzelfde interview te zeggen, dat ”niet iedere plantage een hel 

op aarde was” [40]

Alsof iemand dat ooit gezegd heeft en alsof dat iets afdoet aan het feit, dat je als slaaf de uiterste vorm van 

rechteloosheid had!

Maar terug naar dit artikel:

Emmer heeft het over ”hedendaagse morele oordelen”

[dat Verhaal over die vrije zaterdag neem ik niet serieus].

terwijl hij wijselijk dus niet vermeldt, dat dat, nogmaals,

klinkklare onzin is:

Een aantal predikanten heeft zich in de 17e eeuw,  Eeuw van de Slavernij, actief verzet tegen slavernij en slavenhandel! [41]

Sterker nog:

In de beginperiode van de WIC [West Indische Compagnie] werd de slavernij zelfs op

calvinistische gronden afgewezen! [42]

Over ”hedendaagse morele oordelen” gesproken

CITAAT 4 HISTORICUS PIET EMMER

”Dat slavernij overal in de wereld voorkwam lijkt het Rijksmuseum niet te interesseren, waardoor de bezoeker de indruk krijgt dat de slavenhandel en slavernij voornamelijk Europese erfzonden zijn: ‘In Afrika leefden mensen in de koloniale tijd met de realiteit van mensenhandelaren, nomaden op paarden, die nachtelijke rooftochten organiseerden om mensen te ontvoeren.’ [43]

MIJN COMMENTAAR:

Het Rijksmuseum geeft helemaal geen verkeerde voorstelling van zaken, Emmer doet dat!

Nergens is beweerd, dat slavenhandel en slavernij ”voornamelijk Europese erfzonden zijn”  [44]

Het enige, dat het Rijksmuseum doet, is meer inzicht

geven over de praktijk en de bestialiteit van het systeem

slavernij.

En nergens wordt beweerd, dat slavernij niet ook in Afrika voorkwam.

Maar dat gezegd hebbende:

Is het simpele feit, dat slavernij ook in Afrika en andere

delen van de wereld voorkwam [45] een excuus voor de bestiale mensenroof, de-humanisering, foltering, ontheemding, onteigening en verkrachting van  miljoenen Afrikanen? [46]

Lees over excuses van hele en halve slavernijapologeten

als Emmer ook dit inzichtelijke artikel: ”Twaalf vragen over slavernij, die je maar beter niet had kunnen stellen” [47]

CITAAT 5 HISTORICUS PIET EMMER

Niet gekoloniseerd

Het Rijksmuseum verzwijgt echter dat Afrika ten tijde van de Atlantische slavenhandel helemaal nog niet gekoloniseerd was en dat de ‘rooftochten’ en ‘ontvoeringen’ dus onmogelijk de Europeanen in de schoenen kunnen worden geschoven.

 [48]

MIJN COMMENTAAR

Dat wordt ook niet gedaan, meneer Emmer het ”ontvoeringen” ”in de schoenen van Europeanen schuiven”

Het klopt, inderdaad, dat bij de rooftochten naar slaven, Afrikaanse

slavenhalers een belangrijke rol speelden [49]

Zij kenden het gebied en deden vaak het vuile werk voor de Europese slavenhandelaren.

Maar dat ontstaat de Europese slavenhandelaren absoluut niet van hun misdadige schuld!

Want hoewel aangeleverd door Afrikanen, was dat in

het directe, economische belang van de Europese mensenrovers, die de tot slaaf gemaakten gevangennamen, massaal ontvoerden, de-humaniseerden en onder extreme repressie lieten werken op de respectievelijke plantages!

Of om het te zeggen met de kernachtige bewoordingen van Sander Philipse in zijn artikel ” ”Twaalf vragen over slavernij, die je maar beter niet had kunnen stellen”:

AFRIKANEN WERDEN VAAK VERKOCHT DOOR ANDERE AFRIKANEN.

Correct. Dus?

DUS KUNNEN WE EUROPEANEN NIET SCHULDIG HOUDEN VOOR TRANS-ATLANTISCHE SLAVERNIJ!

Oeh, die ga ik de volgende keer in de rechtszaal gebruiken. “Edelachtbare, ik ben niet schuldig aan brandstichting want Pietje Bell gaf me de benzine.” Daarnaast valt er nogal wat te zeggen over de rol die Europees kapitaal speelde in het aansporen, uitbreiden en in stand houden van de West-Afrikaanse slavernij.” [50]

CITAAT 6 HISTORICUS PIET EMMER

”Tegen alle logica beweert de directeur van het Rijks, Taco Dibbits in het voorwoord van het magazine voor scholieren Slavernij en nu? dat ‘de arbeiders op de plantages niet betaald’ kregen. Zou hij werkelijk geloven dat de plantagebezitters hun voor veel geld gekochte slaven lieten verhongeren?” [51]

MIJN COMMENTAAR

Moet ik op deze opmerking van Emmer ingaan?

Ik doe het toch maar.

Ik dacht, dat het toch wel algemeen bekend is-en hij als

historicus weet dat natuurlijk dondersgoed, dat de belangrijkste kenmerken van slavernij waren, het feit, dat een slaaf niet als ”mens” werd beschouwd, maar als een

Ding, dat kon worden gekocht, verkocht etc, handelswaar dus [52] EN daaruit voortvloeiende:

Het feit, dat de SLAVEN [Geen ARBEIDERS meneer Emmer, want die worden WEL betaald] NIET werden betaald! [53]

Natuurlijk kregen zij wel te eten, anders konden zij

niet werken!

Maar sinds wanneer is het voeden van slaven, hetzelfde als betaling?

Zie onder noot 54 nog wat extra informatie over de door

Emmer zo verfoeide en door mij toegejuichte tentoonstelling in het Rijksmuseum.

CITAAT 7 HISTORICUS PIET EMMER

Beloning

Niets is minder waar. Zo kregen de slaven van de Surinaamse plantage ‘Catharina Sophia’ in de 19de eeuw weliswaar geen geld, maar gemiddeld 94,57 gulden per jaar aan voedsel en 13,58 gulden aan kleding en huishoudelijke artikelen alsmede huisvesting, het gebruik van een moestuin en medische zorg. [55]

MIJN COMMENTAAR

Emmer spreekt zichzelf tegen

In het citaat 6 schrijft hij

”Tegen alle logica beweert de directeur van het Rijks, Taco Dibbits in het voorwoord van het magazine voor scholieren Slavernij en nu? dat ‘de arbeiders op de plantages niet betaald’ kregen” [56]

Om in citaat 7 te vermelden

”Niets is minder waar. Zo kregen de slaven van de Surinaamse plantage ‘Catharina Sophia’ in de 19de eeuw weliswaar geen geld, maar gemiddeld 94,57 gulden per jaar aan voedsel en 13,58 gulden aan kleding en huishoudelijke artikelen alsmede huisvesting, het gebruik van een moestuin en medische zorg.” [57]

Ontroerend

Maar hiermee geeft Emmer dus toe, wat ieder weldenkend mens al wist, dat de slaven NIET werden betaald.

En ja, hun kleding en voeding kosten nu eenmaal geld he!

Het is zo moeilijk, uitgehongerde slaven en/of slaven, die half de hongerdood sterven, hard te laten werken

En zonder kleding in de verzengende zon werken, wordt ook zo lastig……

CITAAT 8 HISTORICUS PIET EMMER

”In dezelfde tijd verdienden de landarbeiders in Drenthe ongeveer 150 gulden per jaar zonder huisvesting, moestuin en doktershulp. Bovendien wijst de directeur op de Nachtwacht van Rembrandt met daarop een jong kind met een donkere huidskleur en vraagt: ‘En waarom moest hij als kind al werken?’. Is hij niet op de hoogte van het feit dat in Rembrandts tijd en nog velen eeuwen daarna kinderarbeid heel normaal was?” [58]

Ronduit laag vind ik, dat Emmer twee vormen van flagrant onrecht, slavernij en extreme armoede, op

onethische wijze als het ware tegen elkaar uit tracht te spelen.

Wil hij nu beweren, dat de slaven beter af waren dan landarbeiders in Drente, in diezelfde periode!

Verbijsterend.

En dat voor een historicus!

Want hoe gruwelijk ook het uitbuitingssysteem van

landarbeiders in die tijd [trouwens, zowel zij als

slaven waren het slachtoffer van het zelfde roof en uitbuitingsysteem], landarbeiders konden niet gekocht of verkocht worden, ze konden niet verscheept en verhandeld worden, ze werden niet gebrandmerkt, geketend, noem maar op.

Wat onverlet laat, dat hun positie verre van benijdenswaardig was.

Maar Dingen waren zij niet!

En ja, kinderarbeid was gruwelijk en daar stonden zowel

landarbeiderskinderen als slavenkinderen aan bloot, maar een landarbeiderskind kon niet weg van de ouders worden verkocht en verhandeld, hoe gruwelijk ook

de omstandigheden!

CITAAT 9 HISTORICUS PIET EMMER

Bezit

Zonder enig bewijs meldt de tentoonstellingsbundel dat slaven geen bezit mochten hebben. Hoe was het dan mogelijk dat sommige slaven zichzelf vrijkochten en waar kwam in het eerste jaar na de vrijverklaring die koopgolf onder de ex-slaven vandaan? Ook beweert de bundel dat slaven niet mochten lezen en schrijven, maar hoe kon de zwarte abolitionist (voorstander afschaffing slavernij, red.) Equiano dan zijn memoires schrijven als hij dat als slaaf niet had geleerd? ” [59]

MIJN COMMENTAAR [IN TWEE DELEN UITGESPLITST]

DEEL 1

Emmer schrijft:

”Zonder enig bewijs meldt de tentoonstellingsbundel dat slaven geen bezit mochten hebben. Hoe was het dan mogelijk dat sommige slaven zichzelf vrijkochten en waar kwam in het eerste jaar na de vrijverklaring die koopgolf onder de ex-slaven vandaan?” [60]

[COMMENTAAR ASTRID ESSED]

Er even van uitgaande, dat de informatie van Emmer klopt [ik heb het zo gauw niet kunnen checken], dat er

in de tentoonstellingsbundel wordt beweerd, dat slaven 

geen bezit mochten hebben, het volgende:

In zoverre geef ik Emmer gelijk, dat het niet hebben

van bezit niet in alle tijden en in alle gevallen absoluut was:

Slavernij als systeem sloot het ontvangen van loon 

uit [61], maar er waren inderdaad gevallen bekend, waarbij slaven producten konden verkopen of voor

zichzelf konden werken, waarmee zij inderdaad een 

bescheiden bedrag konden opbouwen. [62]

En inderdaad kon het voorkomen, dat slaven zich zo 

konden vrijkopen [63].

Wat Emmer er echter NIET bij vermeldt in zijn betoog [64], is dat zowel het zichzelf vrijkopen als het hebben van bezit, verkregen door het werken voor zichzelf, alleen mogelijk was met toestemming van de meester. [65], wat natuurlijk voortvloeide door de in wezen

rechteloze positie van een slaaf. [66]

DEEL 2

Emmer schrijft:

”Ook beweert de bundel dat slaven niet mochten lezen en schrijven, maar hoe kon de zwarte abolitionist (voorstander afschaffing slavernij, red.) Equiano dan zijn memoires schrijven als hij dat als slaaf niet had geleerd?” [67]

[COMMENTAAR ASTRID ESSED]

Hier denkt Emmer slim te zijn, maar hij is niet

slim genoeg!

Want de bundel ”beweert” niet alleen, dat slaven niet mochten lezen en schrijven [68], dit vrij algemeen bekende feit [onder deskundigen, maar

ook uit overleveringen door nazaten van de slaven],

is door bronnen gestaafd [69], zoals Emmer ongetwijfeld weet, als hij zijn onderzoek tenminste 

goed gedaan heeft [en ik heb geen reden, daaraan te

twijfelen] [70]

Dat dit verbod niet ten allen tijden, en in alle

omstandigheden werd gehandhaafd, is een andere zaak. [71]

De quasi slimme redenatie van Emmer [72] [zie

ook bovenstaande, DEEL 2], schuilt hierin, dat hij

het verbod op lezen en schrijven voor de slaven in

twijfel trekt [73], door ernaar te verwijzen, dat de

zwarte abolitionist Equiano [74], het toch als slaaf geleerd zou moeten hebben.

Ik citeer Emmer, nogmaals:

”Ook beweert de bundel dat slaven niet mochten lezen en schrijven, maar hoe kon de zwarte abolitionist (voorstander afschaffing slavernij, red.) Equiano dan zijn memoires schrijven als hij dat als slaaf niet had geleerd?” [75]

Maar wat Emmer hierbij, bewust of niet, uit het oog lijkt te verliezen is, dat er op iedere regel natuurlijk uitzonderingen zijn.

Met andere woorden:

Dat uiteindelijk de meester bepaalt, wat hij wel of

niet met zijn slaven wil doen.

En er zijn nu eenmaal meesters geweest, zoals in

geval van Equiano, maar ook de latere zwarte dichteres,

de eerste poezie publiciste, Phillis Wheatley en Ukawsaw

Gronniosaw, de eerste zwarte publicist in Groot-Britannie, die dit Verbod aan hun laars hebben gelapt. [76]

Dat maakt dat verbod niet minder waar, dat zegt vooral iets

over die meesters.

CITAAT 10 HISTORICUS PIET EMMER

” De slaven waren het eigendom van een ander en ‘daarom kon er juridisch gezien geen sprake van mishandeling of verkrachting zijn’ door de eigenaar.

Waarom zijn er dan processen gevoerd tegen planters, die een slaaf hadden gemarteld of gedood?” [77]

MIJN COMMENTAAR

Hierin heeft Emmer ja en nee gelijk.

Ja, wat betreft de processen tegen planters [slavenhouders]

Er is inderdaad sprake [en dan beperk ik mij hier tot Suriname] van tegen planters [slavenhouders dus] gevoerde processen wegens mishandeling van slaven.

Zo was er een proces tegen een juffrouw Pieterson en

een mevrouw Mauricius. [78]

Ook tegen anderen zijn processen gevoerd [79]

Maar daar moet WEL bij gezegd worden, dat de mishandelingen byzonder extreem waren en overweging was natuurlijk onrust in de kolonie

en de vrees, dat de slaven zouden ontvluchten.

Ik citeer uit ”Wij, Slaven van Suriname” van onafhankelijkheidsstrijder en verzetsman Anton de Kom [80]:

” De slaven van mevrouw Mauricius deelden nu aan het Koloniale Hof mede, dat zij weg zouden loopen wanneer de gouverneursweduwe niet uit het beheer der plantage ontzet werd. Inderdaad probeerde het Hof haar over te halen om de plantage voortaan door een administrateur te doen beheeren, ‘omdat men anders voor eene totale ruïne der bezitting harer pupillen vreesde’, maar mevrouw

  Mauricius gaf te kennen, dat de heerschappij over haar eigendom door niemand beter gevoerd kon worden dan door haar zelve.” [81]  

Nee

Wat Emmer er echter NIET bij vertelt [vandaar dat ”nee”

hier] is, dat aan dergelijke processen nauwelijks consequenties voor de planters [slavenhouders] waren

verbonden:

Zo kreeg genoemde juffrouw Pieterson volop gelegenheid de kolonie Suriname te ontvluchten, voordat er uberhaupt sprake was van een veroordeling [82]

en was er in geval van genoemde mevrouw Mauricius slechts sprake van een ”vermaning”, haar plantage door een administrateur te laten beheren. [83]

Dus Ja en Nee, meneer Emmer, er werden inderdaad processen tegen slavenhouders gevoerd [84], maar bij zeer extreme gevallen, waarbij kans op oproer en ontvluchting van slaven een rol speelden [85], en zonder

noemenswaardige consequenties voor de slavenhouders. [86]

CITAAT 11 HISTORICUS PIET EMMER

”Dat de tentoonstelling geen wetenschappelijk, maar een activistisch karakter draagt blijkt ook uit de constatering dat de Europese slavenhandelaren slaven ‘tot object’ maakten. Deden hun Afrikaanse en Arabische collega’s dat dan niet? Kun je de Europeanen verwijten dat ze steeds meer kindslaven kochten?”

MIJN COMMENTAAR

Meneer Emmer, uw ”Afrikaanse/Arabische slavenhandelaars” mantra valt mij tegen!

Van een wetenschapper mag toch verwacht worden,

dat hij is uitgegroeid boven het niveau van ”zij deden het ook” [87], wat velen het laatst op de kleuterschool zeiden.

Want WAS er Afrikaanse en Arabische slavenhandel?

JA, dat is een algemeen bekend feit. [88]

Ik wil zelfs zo ver gaan om te beweren, dat zonder hulp

van Afrikaanse slavenophalers en het verschijnsel

van Afrikaanse slavernij [89], het voor Europese handelaren heel moeilijk geworden zou zijn, een verderfelijk succesvolle onderneming als de transatlantische slavenhandel op te zetten! [90]

Het is dan in dit verband ronduit verbijsterend, de laatste zin van Citaat 11 te lezen:

”Kun je de Europeanen verwijten dat ze steeds meer kindslaven kochten?”” [91]

Ieder zinnig, rationeel denkend mens, dat uitgaat

van de eigen verantwoordelijkheid voor de eigen daden en misdaden op conto van de daders schuift, waar ze thuishoren,  zal deze wijze van redeneren niet alleen

belachelijk vinden, maar ronduit verachten!

Schrijfster dezes uiteraard dus ook!

CITAAT 11 HISTORICUS PIET EMMER

”Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat alleen Afrikaanse handelaren bepaalden hoeveel man-, vrouw- en kindslaven te koop werden aangeboden. Zelfs de plantageklok, die ’s morgens het begin van de werkdag aankondigde, is volgens het Rijksmuseum een symbool van uitbuiting en geweld. Maar zou dat instrument net als in Europa geen middel zijn geweest om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?” [92]

MIJN COMMENTAAR

Zoals schrijfster dezes reeds opmerkte, is het wat betreft de Westerse verantwoordelijkheid voor de misdaad, die transatlantische slavenhandel en slavernij

was, van geen enkele betekenis, of alleen Afrikaanse handelaren bepaalden hoeveel man-, vrouw- en kindslaven te koop werden aangeboden, of niet.

Hun aandeel is kwalijk, zonder meer, zoals iedere vorm

van slavenhandel en slavernij  [noot 93 met een artikel van Emmer, laten we fair zijn], maar kan niet als vergoeilijking, bagatellisering of welke vorm van 

apologie gebruikt worden voor de Westerse misdaad:

Transatlantische slavenhandel en slavernij.

De Westerse handelaren waren geen passieve actoren,

die alles overkwam, maar hadden een duidelijke VRAAG, zoveel mogelijk gezonde slaven om in

de meest maximale zin uit te buiten, en kregen het AANBOD geleverd van Afrikaanse en ook Arabische handelaren. [94]

Het is dus belachelijk, hen [de Europese handelaren]

op deze rare Emmer manier te ontslaan van hun verantwoordelijkheid.

En dan de laatste zin van Citaat 11

”Maar zou dat instrument [de plantageklok, zie bovenstaande gehele Citaat 11] net als in Europa geen middel zijn geweest om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?’ [95]

Net als in Europa, meneer Emmer?

Er was geen slavernij meer in Europa, na de late Middeleeuwen. [96]

Een ”middel om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?”

In de eerste plaats ONTVANGEN de slaven geen loon, dat is het kenmerk van slavernij immers [97]

In de tweede plaats:

“loon afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?”

Eten, medische verzorging en betere huisvesting IS geen loon.

In de derde plaats:

Tijdens de slavernijperiode werd er maar zeer weinig ”afgedwongen” tenzij de slavenhouders/het

koloniale Bestuur bang was voor oproer en opstand.

CITAAT 12 HISTORICUS PIET EMMER

”Wie hoopt dat de tentoonstelling hem of haar op de hoogte brengt van de laatste wetenschappelijke inzichten hoeft het Rijksmuseum niet te bezoeken, maar wie zijn stereotiepe opvatting over de slavenhandel en slavernij bevestigd wil zien, komt in het Rijksmuseum ruimschoots aan zijn trekken.” [98]

MIJN COMMENTAAR

Het getuigt van morele moed, dat het Rijksmuseum, evenals het Amsterdam Museum [99] heeft besloten

niet meer weg te kijken, waarmee onbedoeld het slavernijverleden werd gebagatelliseerd, maar de misdaad van de slavernij te benoemen en te

beschrijven in een tentoonstelling, waarbij 10 slave narratives centraal staan. [100]

Degene, die hier een beperkte, verdraaide en gebagatelliseerde kijk heeft op Neerlands slavernijverleden is historicus Piet Emmer zelf.

En vrijwel iedereen, die mijn bovengenoemde weerlegging

van Emmer’s ”argumenten” met aandacht heeft gelezen [en de noten heeft geraadpleegd] zal dat met schrijfster dezes eens zijn.

Maar nog een bewijs van de apologetische en bijna bizarre wijze van redeneren van Emmer:

EMIGRATIE:

LAATSTE CITAAT HISTORICUS PIET EMMER

[ARTIKEL IN AD]

”’Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is. Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten. Toch verweten mijn critici dat ik slavernij gelijk stelde aan een vakantiereis. Onzin. Op schepen met Europese landverhuizers was de ruimte per persoon trouwens soms nog krapper.” [101]

MIJN COMMENTAAR

Ja lezers, u leest het goed.

Dit heb ik niet verzonnen.

Emmer zegt dit in een interview in het AD, getiteld ” ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGEEEN HEL OP AARDE WAS” [102]
Hoewel iedere zin gevaarlijke en verderfelijke nonsens uitademt, neem ik toch de moeite, hierop in te gaan.Want Emmer vergelijkt:Geroofde en ontvoerde Afrikanen met vrije migranten, wat de ruimte, die zij op de respectieve vervoersmiddelen [slavenschip versus vliegtuig] hebben.Dat al is een GOTSPE, omdat het qua situatie een absurde vergelijking is.Emmer vergelijkt ook:De situatie van geroofde en ontvoerde Afrikanen opeen slavenschip met die van [pauper]Europese  landverhuizers naar veelal de Verenigde Staten.Qua ruimte dan.
Ik hoef niemand uit te leggen, dat iedere vergelijking tussen geroofde tot slaaf gemaakten enerzijds en vrije migranten en vrije landverhuizers, hoe verpauperd ook, verderfelijk mank gaat.
Toch doe ik het:
Eerst de vrije migranten:
[Citaat Emmer herhaald]
”’Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is” [103]
[COMMENTAAR ASTRID ESSED]
Ten eerste gaat het om de tegenstelling tot slaaf gemaakten en vrije migranten
Dat is een wereld van verschil en Joost mag weten,waarom Emmer een vrije en onvrije situatie in een vergelijking betrekt.Ten tweede:Het vervoer in een economy class mag krap zijn, opeen slavenschip onmenselijk:Welke slaaf werd door een stewardess bediend, met eenselectie aan eten, kranten, films?Welke vrije migrant werd of wordt geketend vervoerd,wordt het vliegtuig uitgesmeten, als hij/zij ziek is, welke vrouwelijke migrante wordt aan boord van het vliegtuig verkracht door de bemanning? [104]Want DAT was de realiteit op een slavenschip,Slaven waren immers koopwaar, ”dingen”, en aanzieke koopwaar had je niets!
De landarbeiders:
Weer citeer ik Emmer
”Op schepen met Europese landverhuizers was de ruimte per persoon trouwens soms nog krapper.” [105]En weer zeg ik tegen Emmer:Waren die landverhuizers geroofd, werden ze geketendvervoerd, werden hun vrouwen door de bemanningverkracht, werden ze overboord gegooid, als ze ziek waren? [106]Natuurlijk waren hun reisomstandigheden bepaald niet ideaal [107], maar hoe durft u, meneer Emmer, hen en hun reisomstandigheden in een adem te noemenmet geroofde Afrikanen?
Welke migrant werd verkocht bij aankomst?Welke landverhuizer werd verkocht?
Dit citaat van Emmer getuigt wel van weerzinwekkende lef:
”Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten” [108]Is dit het enige verschil, dat Emmer wenst te noemen?
En dat voor een historicus, een wetenschapper, die heel goed weet, hoe de omstandigheden op een slavenschip waren, dat slaven werden geketend, verkracht, overboord gegooid, als Dingen werden behandeld…. [109]
Het zegt wel genoeg over Emmer….

Epiloog:
De Mantra’s van historicus Emmer hoeven nietherhaald te worden:
Niet iedere plantage was een Hel op Aarde [110]Er was ook Afrikaanse en Arabische slavernij enslavenhandel [111]Landarbeiders in Drenthe hadden het ook slechten kinderarbeid kwam niet alleen bij slaven voor, maarook in Drenthe en de rest van Nederland [112]Slaven kregen weliswaar geen geld, maar kleding en voedsel [113] En tenslotte vergelijkt hij de overtocht vanslaven met die van vrije migranten [wat zit je krap in deeconomy class…] en Europese landverhuizers… [114]
Al zijn apologetische en vergoeilijkingsredenen heeftschrijfster dezes in bovenstaand Betoog ontkracht.
Want het belangrijkste wordt door Emmer genegeerd:Ook al zullen er weleens slavenhouders geweest zijn,die hun slaven relatief beter behandelden, of toestonden te leren lezen en schrijven [115], de essentie was en bleef, dat slaven EIGENDOM waren.Een redelijke slavenhouder vandaag kon de slaaf, zonderenige controle over zijn lot, morgen verkopen aan eenmeester, die hem doodwerkte, mishandelde, etc.Vrouwen en kinderen konden verkocht worden, samen ofapart, met of zonder man en vader, etc.
Het niet kunnen beschikken over je eigen lichaam, leven, toekomst etc, DAT was het misdadige en daaruit kwam alle andere onderdrukking en misdadigheid voort.
Dus meneer Emmer, hoezeer u het ook wiltverbloemen:”Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdadenniet uitwissen. ” [116]
Astrid Essed
ZIE VOOR NOTEN
1 T/M 116
https://www.astridessed.nl/noten-1-t-m-116-bij-historicus-piet-emmer-en-de-westerse-slavernij/

OF

NOTEN 1 T/M 15
https://www.astridessed.nl/noten-1-t-m-15-bij-historicus-piet-emmer-en-de-westerse-slavernij/

NOTEN 16 T/M 30
https://www.astridessed.nl/noten-16-t-m-30-bij-historicus-piet-emmer-en-de-westerse-slavernij/

NOTEN 31 T/M 50

NOTEN 51 T/M 70
https://www.astridessed.nl/noten-51-t-m-70-bij-historicus-piet-emmer-en-de-westerse-slavernij/

NOTEN 71 T/M 90

NOTEN 91 T/M 116

Reacties uitgeschakeld voor Historicus Piet Emmer, wegpoetser van het Bloed, dat aan de Westerse slavernij kleeft

Opgeslagen onder Divers

Noten 1 t/m 116 bij ”Historicus Piet Emmer en de Westerse slavernij”

NOTEN 1 T/M 15
https://www.astridessed.nl/noten-1-t-m-15-bij-historicus-piet-emmer-en-de-westerse-slavernij/

NOTEN 16 T/M 30
https://www.astridessed.nl/noten-16-t-m-30-bij-historicus-piet-emmer-en-de-westerse-slavernij/

NOTEN 31 T/M 50
https://www.astridessed.nl/noten-31-t-m-50-bij-historicus-piet-emmer-en-de-westerse-slavernij/

NOTEN 51 T/M 70
https://www.astridessed.nl/noten-51-t-m-70-bij-historicus-piet-emmer-en-de-westerse-slavernij/

NOTEN 71 T/M 90
https://www.astridessed.nl/noten-71-t-m-90-bij-historicus-piet-emmer-en-de-westerse-slavernij/

NOTEN 91 T/M 116
https://www.astridessed.nl/noten-91-t-m-116-bij-historicus-piet-emmer-en-de-westerse-slavernij/

Reacties uitgeschakeld voor Noten 1 t/m 116 bij ”Historicus Piet Emmer en de Westerse slavernij”

Opgeslagen onder Divers

Noten 91 t/m 116 bij ”Historicus Piet Emmer en de Westerse slavernij”

[91]
 ”Kun je de Europeanen verwijten dat ze steeds meer kindslaven kochten?”

TROUW

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 7

[92]

””Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat alleen Afrikaanse handelaren bepaalden hoeveel man-, vrouw- en kindslaven te koop werden aangeboden. Zelfs de plantageklok, die ’s morgens het begin van de werkdag aankondigde, is volgens het Rijksmuseum een symbool van uitbuiting en geweld. Maar zou dat instrument net als in Europa geen middel zijn geweest om de efficiency en daarmee de winst te verhogen, waardoor de slaven meer loon konden afdwingen in de vorm van beter eten, medische verzorging en betere huisvesting?’

TROUW

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 7

[93]

HISTORIEK

WAAR HAALDEN NEDERLANDERS HUN SLAVEN VANDAAN?

GESCHIEDENIS VAN DE NEDERLANDSE SLAVENHANDEL 

PIET EMMER

14 DECEMBER 2019

WAAR KWAMEN DE SLAVEN VANDAAN?

De meeste Nederlanders waren helemaal niet geïnteresseerd in de vraag waar de slaven in Afrika precies vandaan kwamen. De Afrikaanse handelaren leverden slaven, punt uit. Geen van de Nederlandse slavenhalers heeft ooit geprobeerd zelf Afrikanen tot slaaf te maken. Incidenteel kidnapten ze wel eens een vrije Afrikaan, maar de gevolgen daarvan waren meestal rampzalig. Om die reden werden de Nederlandse slavenschepen soms maandenlang geboycot door de Afrikaanse makelaars, als er een van hun collega’s verdwenen was. Een keer werd zo’n gekidnapte Afrikaan zelfs op een plantage in de West achterhaald, vrijgekocht en naar Afrika teruggebracht om de slavenhandel in hemelsnaam niet in gevaar te brengen. Gallandat, een Zeeuwse scheepsarts, sloeg met zijn beschrijving de spijker op de kop:

“Vele menschen zijn van gedachten dat onder de negers de ouders hunne kinderen, de mannen hunne vrouwen verkoopen en ook de eene broeder den anderen; doch dit zijn enkel verdichtselen en vertellingen, welke van alle waarheid ontbloot zijn. Men kan immers licht begrijpen dat steden, koninkrijken of gemenebesten, waarin soortgelijke handel plaats zoude hebben onmogelijk bestaan kunnen, doch men laat zelden zijne gedachten zoo verre gaan; men is meer genegen om deze vertellingen blindelings voor waarheid aan te nemen dan zich moeite te geven om de bestaanbaarheid daarvan te onderzoeken.”

Hoe een Afrikaan slaaf kon worden is pas in de loop van de negentiende eeuw onderzocht. De Duitse taalkundige Kölle kreeg van de Engelse autoriteiten toestemming onderzoek te doen onder de slaven die waren aangetroffen op illegale slavenschepen en die door de Engelse marine naar Sierra Leone waren gebracht. Uit zijn onderzoek bleek dat ongeveer 35 procent van de slaven vroeger krijgsgevangen was geweest, 30 procent was gekidnapt, ongeveer 5 tot 10 procent was door de familie als slaaf verkocht en iets meer dan 10 procent was door een rechtbank tot slaaf veroordeeld.

Onze Zeeuwse scheepsarts had het dus aardig bij het rechte eind toen hij zijn lezers in Nederland uitlegde

Bij de Guineesche negeren worden de voornaamste misdaden met boeten gestraft; doch bij gebrek aan betalinge worden de misdadigers aan de schepen tot slaven verkocht. De onvermogende schuldenaars of die niet betalen willen, worden ook volgens hunne wetten tot slaven verklaard. Echter worden deze zelden aan de Europeanen verkocht, zij houden ze tot hun eigen gebruik of worden in ’t land bewaard op hope dat zij door hunne vrienden gelost [vrijgekocht] worden. Het grootste aantal der negeren, welke aan de schepen worden verkocht, zijn geboren slaven of die in de oorlog gevangen zijnde, vervolgens alle tot slaven gemaakt worden. Eertijds waren zij gewoon een aanmerkelijk getal dezer laatsten te dooden doch sedert de slavenhandel plaats heeft is het een algemeen gebruik geworden om allen, zodra mogelijk, tot voordeel te verkoopen.”

Op de belangrijkste vraag wist Gallandat echter geen antwoord te geven: waarom lieten de Afrikanen zoveel slaven gaan? Was Afrika overbevolkt? Had Afrika deze gedwongen emigranten niet beter zelf kunnen gebruiken? De gemiddelde Nederlandse slavenhandelaar was niet geïnteresseerd in zulke vragen zolang de slavenstroom maar bleef vloeien. Kwam hij aan op de Afrikaanse kust en was het aanbod wat minder, dan lag dat aan de buitenlandse concurrentie. Tegen het einde van de achttiende eeuw wezen de tegenstanders erop dat het aanbod van slaven wel eens uitgelokt kon worden door de vraag en dat bovendien het aantal oorlogen tussen de Afrikanen onderling was toegenomen om zo aan meer slaven te komen. De Europeanen zouden zulke oorlogen graag aanwakkeren door onbeperkt vuurwapens en buskruit te leveren.

Het is niet makkelijk al deze opmerkingen naar waarde te schatten, omdat elk argument gebruikt is voor een politiek doel en niet om de historische werkelijkheid te achterhalen. Bekend is dat Gallandat z’n Nederlandse lezers gerust wilde stellen en er daarom de nadruk op legde dat de slavenhandel en de slavernij in Afrika een lange geschiedenis hadden, die in ieder geval terugging tot ver vóór de tijd waarop de Europeanen op het toneel verschenen. Volgens de dokter hield de verkoop van slaven aan de Europeanen voor de betrokkenen een verbetering in, want in Afrika zouden de meeste slaven toch gedood worden. Precies andersom redeneerden de tegenstanders van de slavenhandel. Zij wilden het publiek niet geruststellen, maar juist aansporen tot actie. Vandaar hun bewering dat de Europese slavenhalers eigenlijk oorlogshitsers waren, die Afrika in het verderf stortten en dat de slavenhandel zonder de plantages in de Nieuwe Wereld niet zou hebben bestaan.

De waarheid ligt, zoals gebruikelijk, ergens in het midden, hoewel er tot op de dag van vandaag nog steeds enige onzekerheid heerst over deze kwesties. In Afrika bestaan er immers geen archieven vol met informatie zoals in Europa. Daardoor weten we vrijwel alles over de Europese kant van de slavenhandel en over de slavernij in de Europese koloniën, maar blijft de Afrikaanse kant in nevelen gehuld. Wel is duidelijk dat er in Afrika vele miljoenen slaven waren en dat de omvang van de slavernij per gebied sterk verschilde. West-Afrika was een regio met zeer veel slaven, misschien maakten zij wel een derde tot de helft van de bevolking uit! Sociaal gezien was het bezit van slaven zeer ongelijk verdeeld. Arme Afrikanen hadden geen slaven, maar koningen, edelen en rijke handelaren bezaten er soms vele duizenden. Hoe meer slaven, hoe belangrijker de eigenaar. Net als in Europa werden koninklijke en adellijke huishoudens niet alleen gemeten naar de omvang en pracht van hun behuizing, maar ook naar het aantal bedienden.

Naast huisslaven telde Afrika ook veel slaven in de landbouw. Ze bewerkten het land, maar zij konden de opbrengst van hun werk niet zelf houden en dienden een deel daarvan af te dragen aan hun meester. Verder was er in Afrika geen emplooi voor slaven. Er bestonden nauwelijks ondernemingen in de landbouw, de mijnbouw of de nijverheid, waar de massale inzet van slaven zou renderen. In Afrika produceerden de slaven min of meer de waarde van hun eigen levensonderhoud, veel meer zat er niet in. Geen wonder dat de Afrikanen zelf niet bereid waren veel voor slaven te betalen.

Deze situatie verklaart waarom het voor de Afrikaanse slavenbezitters al snel aantrekkelijk was om slaven te verkopen aan Arabische en Europese slavenhandelaren. Die boden veel hogere prijzen dan de Afrikaanse handelaren. Natuurlijk bleef de interne Afrikaanse slavenhandel wel bestaan. Een groot deel van Afrika was nu eenmaal te ver van de kust gelegen om slaven te leveren voor de export. Dit alles wijst erop dat de Nederlanders en de andere Europese handelsnaties de slavenhandel in Afrika niet hebben uitgevonden, maar dat zij de omvang van die handel wel hebben vergroot. Toch maakten de tien of twaalf miljoen Afrikanen die met Europese schepen werden weggehaald, niet eens de helft uit van het aantal slaven dat in diezelfde periode binnen Afrika werd verhandeld en dat via de Arabische karavaan- en scheepvaartroutes Oost-Afrika verliet.

De economie mag dan verklaren waarom er slaven uit Afrika werden geëxporteerd, deze wetenschap geeft ons echter geen antwoord op de morele vraag: waarom maakten de Afrikanen elkaar tot slaaf en waarom verkochten ze elkaar? Een deel van het antwoord op deze vraag is simpel: er bestonden geen ‘Afrikanen’ evenmin als ‘Europeanen’ trouwens. Afrikanen verkochten elkaar niet, maar de ene natie verkocht onder bepaalde voorwaarden leden van een andere natie. In die tijd (en niet alleen toen) hadden de Europeanen evenmin het gevoel als Europeanen onderling oorlog te voeren. De Fransen vochten met de Engelsen en de Pruisen met de Russen en ga zo maar door. Net als de Afrikanen waren de Europeanen er heilig van overtuigd dat ze hemelsbreed van elkaar verschilden.

Nu echter de moeilijkste vraag: waarom waren er in Afrika slaven? Om die vraag te beantwoorden moeten we buiten ons culturele kader treden. Overal, behalve in West-Europa, was slavernij letterlijk de gewoonste zaak van de wereld. In Oost-Europa bestond er ook nog volop slavernij, zelfs nog anderhalve eeuw geleden. West-Europa vormde een rare uitzondering, een slavenloze enclave in een wereld vol slaven. De slavernij en de slavenhandel in Afrika waren dus gewone instituties en geen exotische ontsporingen van de Afrikaanse moraal. Zo gezien is het beter te vragen waarom er in West-Europa geen slaven waren dan ons steeds te verbazen over de slavernij in Afrika. Vergelijken we West-Europa met andere delen van de wereld, dan is juist de vrije arbeidsmarkt exotisch, niet het ontbreken ervan. In Afrika, Indiaans Amerika en Azië konden vele belangrijke economische activiteiten alleen met slaven worden uitgevoerd. Havens, schepen, mijnen en plantages werden in die werelddelen alle door slaven bemand. Gek genoeg gebeurde dat in West-Europa niet. Meestal was dat geen probleem, omdat er voldoende aanbod was van jonge, arme mannen en vrouwen. Soms waren er echter onvoldoende vrijwilligers zoals de planters in tropisch Amerika moesten ervaren. In zo’n geval hadden de West-Europese landen er in economisch opzicht verstandig aan gedaan de slavernij in te voeren; armen, landlopers, krijgsgevangenen en strafgevangenen waren er genoeg. De West-Europese cultuur verbood nu eenmaal dat de ‘eigen soort’ tot slaaf werd gemaakt. De daarmee verbonden economische nadelen nam men op de koop toe.

Met de bevolkingsdichtheid heeft het verschijnsel slavernij niets te maken, zoals wel eens is gesuggereerd. Delen van Azië waren net zo dichtbevolkt als West-Europa en toch bestond daar volop slavernij. Het slavenloze West-Europa was in de toenmalige wereld uniek. Net zo uniek als de keuze van de westerse wereld om op den duur af te zien van kinderarbeid en lijfstraffen. Vandaag de dag noemen we zo’n keuze ‘culturele voorkeur’. Dat lijkt mooi, nobel en fijngevoelig, maar het verbod Europeanen tot slaaf te maken was dat niet, want daardoor haalden de Europeanen zonder veel gewetenswroeging vele miljoenen slaven uit Afrika. Van begin af aan heeft het Europese racisme de slavenhandel met Afrika mogelijk gemaakt en het is niet zo dat de slavenhandel op den duur dat racisme in Europa heeft doen ontstaan.

Dit alles maakt duidelijk dat de verkoop van krijgsgevangenen in Afrika niet het gevolg was van de Europese slavenhandel. Die praktijk bestond al lang voordat de Europeanen naar Afrika kwamen en ze bleef bestaan nadat de Atlantische slavenhandel was afgeschaft. Onduidelijk is of de komst van de Europese slavenhalers en de daardoor gestegen vraag naar slaven het aantal oorlogen in Afrika nu echt heeft doen toenemen. Er zijn uit de Afrikaanse geschiedenis geen oorlogen bekend waarbij het de aanvallende partij er uitsluitend om te doen was om slaven te maken voor verkoop aan de Europeanen. Het uitbreken van conflicten in Afrika berustte steeds op een veelvoud van factoren. De uit Europa afkomstige vuurwapens speelden daarbij in ieder geval geen doorslaggevende rol. Ondanks al die schepen vol met wapens bleef het aantal geweren in Afrika relatief klein in vergelijking met West-Europa en Noord-Amerika, terwijl de kwaliteit vaak bijzonder slecht was. Veel van de geweren die naar Afrika werden geëxporteerd, waren trouwens tweede- of derdehands afleggertjes. Er is al op gewezen dat we ons geen overdreven voorstelling moeten maken van het gebruik van de geweren en buskruit in de tropen. Afrikanen wilden hun slaven wel graag ruilen voor Europese vuurwapens, maar dat was omdat die geweren allereerst als statussymbool dienden zoals een mooi gepoetst, maar volstrekt nutteloos steekzwaardje nog steeds tot het galatenue van een Nederlandse marineofficier behoort.

Al deze argumenten, tegenargumenten en nuanceringen maken de historicus moedeloos. Het blijkt vrijwel onmogelijk de nadelige gevolgen van Europese slavenhandel klip-en-klaar vast te stellen. De Afrikanen hebben geen geschreven overheidsadministraties, kronieken, memoires of dagboeken, waaruit eindelijk duidelijke conclusies kunnen worden getrokken. Het enige wat met zekerheid valt te zeggen is dat zonder Europese slavenhandel het aantal slaven in tropisch Afrika nog wat groter zou zijn geweest dan al het geval was en dat ook de slavenhandel binnen Afrika en naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten dan omvangrijker zou zijn geweest. Uitspraken over andere effecten zijn speculaties.

Datzelfde geldt ook voor alle beweringen over de precieze geografische herkomst van de slaven. De Europese en dus ook Nederlandse slavenhalers kochten de slaven in op bepaalde kustgedeelten. Dat betekende helemaal niet dat de daar gekochte slaven ook in die streek geboren en getogen waren. Vele binnenlandse regio’s in Afrika leverden slaven, die dan door de handelaren werden gedwongen naar de kust te lopen. In de begindagen van de slavenhandel was het herkomstgebied van de slaven meestal niet meer dan een paar dagmarsen van de kust verwijderd, maar in de loop van de achttiende eeuw, toen de vraag explosief toenam, werd het rekruteringsgebied steeds groter. Daardoor stegen de kosten voor de slavenhandelaren voortdurend. De slavenkaravanen konden op de lange weg naar zee overvallen worden, er moest tol worden betaald aan de vorsten door wier gebied men trok en er moesten overnachtingsplaatsen, voedsel en bewaking worden georganiseerd. Zulke kosten dreven de prijs van een slaaf op de Afrikaanse kust snel op, maar de kopers in de Nieuwe Wereld en dus ook de Nederlandse slavenhalers betaalden zonder veel protest.

Hoewel het onmogelijk is van iedere slaaf te zeggen waar hij of zij precies vandaan kwam, is het niet moeilijk aan te geven waar de Nederlandse slavenschepen hun slaven inkochten. Dat staat keurig opgetekend in de scheepsadministratie. In het begin, tot 1650, waren dat twee gebieden: de kust van Guinee en Angola. Na 1650 kwamen daar de Slavenkust en Biafra bij en in de achttiende eeuw kochten de Nederlanders ook slaven op de Goud- en Ivoorkust. De kapiteins van de slavenschepen kregen vaak uitvoerige instructies mee over de plaatsen, waar ze hun slaven moesten inkopen. De rederijdirecties hadden de indruk dat de planters bijvoorbeeld meer wilden betalen voor slaven van de Goudkust dan uit Biafra of Angola. Blijkbaar konden de Goudkustslaven harder werken dan hun lotgenoten uit andere regio’s van Afrika. Daar dienden de kapiteins bij hun inkoop rekening mee te houden. In de praktijk kochten de kapiteins echter slaven waar ze maar werden aangeboden en waar de prijs hun het beste voorkwam. Daarbij zullen ze ongetwijfeld gedacht hebben dat de planters aan de andere kant van de Atlantische Oceaan toch niet in staat waren vast te stellen waar al die slaven nu precies vandaan kwamen. Alleen in het boek van de Nederlandse opperkoopman te Elmina, Bosman, wordt een tipje van de sluieropgelicht:

‘De opkopers [van slaven] trekken soms wel driehonderd kilometer het land in, waar zij alle markten afgaan, want U moet weten dat ze hier mensenmarkten hebben, zoals bij ons met beesten het geval is.’

PIET EMMER

EINDE ARTIKEL

[94]

”De Europeanen sloten dan ook aan bij een al zeker zes eeuwen bestaand netwerk van Arabische slavenhandel. De slaven werden aangeleverd door Afrikaanse en Arabische handelaren en door de Europeanen naar Amerika gebracht.”

WIKIPEDIA

TRANSATLANTISCHE SLAVENHANDEL/AANVANGSCONDITIES

https://nl.wikipedia.org/wiki/Trans-Atlantische_slavenhandel#Aanvangscondities

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

TRANSATLANTISCHE SLAVENHANDEL

https://nl.wikipedia.org/wiki/Trans-Atlantische_slavenhandel

[95]

TROUWWIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021
https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 7

[96]

”Slavernij zou blijven bestaan tot in de late middeleeuwen, toen pauselijke decreten het tot slaaf maken van christenen verboden.”

WIKIPEDIA

GESCHIEDENIS VAN DE NEDERLANDSE SLAVERNIJ/SLAVERNIJ IN

DE LAGE LANDEN

https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_de_Nederlandse_slavernij#Slavernij_in_de_Lage_Landen

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

GESCHIEDENIS VAN DE NEDERLANDSE SLAVERNIJ

https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_de_Nederlandse_slavernij

”In 1315, Louis X issued an edict effectively abolishing slavery within the Kingdom of France,[16] having proclaimed that “France signifies freedom”, that “as soon as a slave breathes the air of France, he breathes freedom”[17] and therefore that any slave setting foot on French soil should be freed”

WIKIPEDIA

LOUIS X OF FRANCE/ABOLITION OF SLAVERY AND SERFDOM

https://en.wikipedia.org/wiki/Louis_X_of_France#Abolition_of_slavery_and_serfdom

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

LOUIS X OF FRANCE

https://en.wikipedia.org/wiki/Louis_X_of_France

[97]

WIKIPEDIA

SLAVERNIJ

https://nl.wikipedia.org/wiki/Slavernij

[98]

”Wie hoopt dat de tentoonstelling hem of haar op de hoogte brengt van de laatste wetenschappelijke inzichten hoeft het Rijksmuseum niet te bezoeken, maar wie zijn stereotiepe opvatting over de slavenhandel en slavernij bevestigd wil zien, komt in het Rijksmuseum ruimschoots aan zijn trekken.”

TROUW

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 7

[99]
ADAMSTERDAM MUSEUM DOET TERM ”GOUDE EEUW” IN DE BAN13 SEPTEMBER 2019
https://www.ad.nl/binnenland/amsterdam-museum-doet-term-gouden-eeuw-in-de-ban~af311bb8/#:~:text=Het%20Amsterdam%20Museum%20gebruikt%20de,waar%20de%20collectie%20wordt%20getoond.

Het Amsterdam Museum gebruikt de term ‘Gouden Eeuw’ niet meer omdat die de lading niet dekt. De komende tijd gaat het museum de aanduiding verwijderen van alle uitingen en op alle locaties waar de collectie wordt getoond. 

Zo verandert het Amsterdam Museum bijvoorbeeld de titel van de permanente tentoonstelling die het verzorgt in de Hermitage. Hollanders van de Gouden Eeuw wordt dan Groepsportretten van de zeventiende eeuw.

Volgens Tom van der Molen, conservator van het museum, is de term ‘Gouden Eeuw gekoppeld aan nationale trots en worden ,,de vele negatieve kanten van de zeventiende eeuw als armoede, oorlog, dwangarbeid en mensenhandel’’ genegeerd.

Het Amsterdam Museum geeft aan dat het een plek wil zijn die voor iedereen relevant is en waar alle mensen zich welkom voelen. ,,Daarom geeft het Amsterdam Museum ruimte aan mensen en verhalen die nog niet of onvoldoende gehoord worden.’’ 

Andere kanten

Minister Ingrid van Engelshoven vindt het goed om alle kanten van de Nederlandse geschiedenis te belichten, maar de geschiedenis kan niet worden herschreven. De minister lijkt weinig te voelen voor het veranderen van de naam, maar onthoudt zich van een ferm oordeel. ,,Ik vind niet dat de minister van Cultuur zich moet bemoeien met hoe een museum iets benoemt”, aldus Van Engelshoven. Ze vindt het wel goed dat ook de “andere kanten van de Gouden Eeuw” worden beschreven.

Op 29 september is er een symposium over welke verhalen er over de zeventiende eeuw – de tijd dat Nederland economisch en militair een wereldmacht was en internationaal meetelde in de handel – zouden moeten worden verteld, door wie en hoe.

EINDE ARTIKEL
MUSEUM DOET TERM GOUDEN EEUW IN DE BAN/GOED ZO!/AFREKENINGBAGATELLISERING SLAVERNIJ/EERSTE STAP!ASTRID ESSED13 SEPTEMBER 2019
https://www.astridessed.nl/museum-doet-term-gouden-eeuw-in-de-ban-goed-zo-afrekening-bagatellisering-slavernij-eerste-stap/

[100]
RIJKSMUSEUMZIEN EN DOEN/TENTOONSTELLING SLAVERNIJ
https://www.rijksmuseum.nl/nl/zien-en-doen/tentoonstellingen/slavernij

Een tentoonstelling over slavernij. Niet als abstract begrip, maar in de vorm van persoonlijke en waargebeurde verhalen. Verhalen uit zowel Brazilië, Suriname en het Caribisch gebied, als uit Zuid-Afrika en Azië.Lees minder 

Voor het eerst richten we onze blik op slavernij in de Nederlandse koloniale periode. Een periode van 250 jaar die een onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van onze geschiedenis. Een periode waarin mensen tot bezit en objecten in administraties werden gemaakt. In de tentoonstelling vertellen we tien waargebeurde verhalen van mensen die hierbij betrokken waren. Tien persoonlijke verhalen over mensen die bijvoorbeeld tot slaaf waren gemaakt of slavenhouder waren. Of over mensen die zich verzetten en mensen die in slavernij naar Nederland zijn gehaald. Hoe zagen hun levens eruit? Hoe verhielden zij zich tot het systeem van slavernij? Konden zij eigen keuzes maken?

OBJECTEN EN AUDIOVERHALEN

Op de tentoonstelling zie je objecten uit nationale en internationale musea, archieven en particuliere collecties. Naast de objecten, schilderijen en bijzondere archiefstukken krijg je mondelinge bronnen, gedichten en muziek te horen. De audioverhalen zijn ingesproken door o.a. Joy Delima, Remy Bonjasky en Reza Kartosen-Wong, die vanuit hun eigen achtergrond, elk een band hebben met één van de tien personen.

Om een completer verhaal te vertellen laten we objecten zien die niet eerder in het Rijksmuseum te zien zijn geweest. Zoals objecten die door mensen in slavernij werden gekoesterd, maar ook werktuigen die op de plantages werden gebruikt.

LOOK AT ME NOW

Aansluitend op de tentoonstelling nodigen kunstenaars David Bade en Tirzo Martha van Instituto Buena Bista uit Curaçao alle bezoekers uit om tien nieuwe kunstwerken te maken, gebaseerd op de verhalen uit de tentoonstelling. Dit project heet Look at me now.Meer over Look at me now

VIER CONTINENTEN

De tentoonstelling beslaat de Nederlandse koloniale periode van de 17de tot en met de 19de eeuw. Zowel de slavernij in Suriname, Brazilië en het Caribisch gebied (trans-Atlantisch), met de rol van de West-Indische Compagnie (WIC), als de Nederlandse koloniale slavernij in Zuid-Afrika en Azië waar de Verenigde Oost Indische Compagnie (VOC) actief was, komen aan bod. Ook de effecten van het systeem in Nederland zelf in die periode worden belicht. Het levert een brede geografische, en tegelijk tevens specifiek Nederlandse blik op, die niet eerder in een nationaal museum is getoond.

RIJKSMUSEUM & SLAVERNIJ

Ook op andere plekken in het museum belichten we de relatie met slavernij. Bij rond de 77 objecten in de vaste opstelling vind je een jaar lang een tweede tekstbordje. Hierop gaan we in op de tot nu toe onzichtbare relatie met slavernij.
EINDE BERICHT
RIJKSMUSEUM EN SLAVERNIJ
https://www.rijksmuseum.nl/nl/zien-en-doen/tentoonstellingen/rijksmuseum-en-slavernij

Met Rijksmuseum & Slavernij voegt het Rijksmuseum een jaar lang 77 extra tekstbordjes toe aan schilderijen en objecten in de vaste collectie van een extra tekstbordje dat ingaat op de relatie met slavernij.Lees minder 

EEN ONZICHTBARE RELATIE

Van in slavernij geoogste nootmuskaat tot een tot slaaf gemaakte vrouw die naar Nederland werd verscheept. En van een dansfeest op een Surinaamse plantage met verstopte kritische boodschappen over de slavenhouder tot het spreekgestoelte van waar een 18de-eeuwse Nederlandse rechtsfilosoof pleitte voor de afschaffing van slavernij. In de vaste collectie van het Rijksmuseum zijn veel werken die een relatie hebben met het Nederlandse slavernijverleden. Een relatie die je op het eerste gezicht niet ziet of waarover je niet leest op het bordje dat ernaast hangt.

EXTRA TEKSTBORDJES

Vanaf de opening van de tentoonstelling Slavernij, hangen we een jaar lang 77 extra tekstbordjes naast schilderijen en objecten. Deze nieuwe bordjes vertellen over de koloniale macht van Nederland die vanaf de 17de eeuw onlosmakelijk is verbonden met het systeem waar slavernij onderdeel van uitmaakte. Ze vertellen verhalen van mensen die onder Nederlands gezag tot slaaf gemaakt, te werk gesteld en tot object gereduceerd zijn. Maar ook van mensen die juist profiteerden van slavernij of zich hiertegen uitspraken.

Na afloop van de tentoonstelling Slavernij en van Rijksmuseum & Slavernij worden zowel de bestaande als de nieuwe tekstbordjes in het museum geëvalueerd. Waar mogelijk zullen we de nieuwe informatie integreren in ons museum, zodat er meer recht gedaan wordt aan de complexe Nederlandse geschiedenis.

BOEKJE EN VERZAMELINGEN

De tekstbordjes zijn ook gebundeld in een boekje, dat gratis verkrijgbaar is in het museum of te downloaden. Daarnaast zijn de werken beschikbaar als verzameling in Rijksstudio.

[101]
”’Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is. Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten. Toch verweten mijn critici dat ik slavernij gelijk stelde aan een vakantiereis. Onzin. Op schepen met Europese landverhuizers was de ruimte per persoon trouwens soms nog krapper.”

AD
ADHISTORICUS PIET EMMER: ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGEEEN HEL OP AARDE WAS22 AUGUSTUS 2020
https://www.ad.nl/binnenland/historicus-emmer-er-wordt-gedaan-alsof-elke-plantage-een-hel-op-aarde-was~ab02e9bd/

SLAVERNIJPiet Emmer is de kop van Jut bij nog al wat Black Lives Matter-sympathisanten. De historicus vindt dat ten onrechte wordt gedaan alsof het slavernijverleden de oorzaak is van alle racismeproblemen. ,,We moeten niet de Verenigde Staten kopiëren.’’
,,Geschiedenis is als wetenschap – meer dan bijvoorbeeld wiskunde – gevoelig voor modegrillen. Zo waren er veel historici die het communisme ophemelden, terwijl toch duidelijk is dat dat tot vreselijke dingen heeft geleid. Dat zie je nu ook in het debat over slavernij en racisme: er wordt selectief met feiten omgegaan.’’

Aan het woord is historicus Piet Emmer (75). Hij schreef twintig jaar geleden het standaardwerk Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel. Collega-historici verwijten hem de ernst van de slavenhandel en de rol van Nederland te bagatelliseren. Zelf verwijt hij zijn tegenstanders juist ‘activistisch’ om te gaan met geschiedenis. ,,Daardoor is er geen ruimte meer voor nuance in het huidige racismedebat’’, zegt hij.

U wordt zelf verweten de geschiedenis te verdraaien om de rol van Nederland in de slavenhandel te verfraaien. Vorige week nog op deze site door uw collega Fatah-Black. Begrijpt u dat?,,Ik begrijp dat het erop lijkt dat ik dingen bagatelliseer. Maar dat is niet zo. Alleen ben je al snel fout als je niet in elke zin benadrukt dat de slavernij verschrikkelijk was. Natuurlijk was het dat, daar hoef je niet voor gestudeerd te hebben. Als historicus ben je er niet om morele oordelen te vellen, maar om dingen in perspectief te zetten zodat je de geschiedenis beter begrijpt. En om te snappen waarom Europeanen zich met slavenhandel inlieten, is het dus belangrijk te kijken hoe er in Europa in die tijd tegen onvrije arbeid werd aangekeken. Veel Engelse mijnwerkers waren bijvoorbeeld min of meer eigendom van de eigenaar van de mijn. Wie geen werk had, kon als landloper gedwongen worden elders te werken, net als weeskinderen en strafgevangenen, desnoods in een verre kolonie. En de omstandigheden waaronder veel volwassenen en kinderen hier tot in de 19de eeuw moesten leven, waren echt niet altijd beter dan die van slaven in Suriname en op de Antillen.’’

Slavernij is toch niet hetzelfde als armoede?,,Ik stel het een niet gelijk aan het ander, ik probeer alleen dingen inzichtelijk te maken. Hoe kon het dat een continent dat slavernij had afgezworen, het wel accepteerde dat slaven in andere landen werden gehouden? Daarbij moet je vergelijken. Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is. Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten. Toch verweten mijn critici dat ik slavernij gelijk stelde aan een vakantiereis. Onzin. Op schepen met Europese landverhuizers was de ruimte per persoon trouwens soms nog krapper.

Overigens waren er ook toen al dominees in Zeeland die zich keerden tegen de slavernij. Maar door anderen werd de slavernij goedgepraat met een verwijzing naar het Bijbelboek Genesis, waarin Noachs zoon Cham werd gestraft en voortaan zijn broers moest dienen. Cham zou donkerder zijn geweest dan zijn broers.’’

Waarom is vergelijken zo belangrijk?,,Om een beter beeld te kunnen krijgen van wat er écht gebeurd is vroeger. Bijvoorbeeld: na de oorlog had iedereen het gevoel dat we ons fel hadden verzet tegen de Duitse Jodenvervolging. Totdat iemand eens ging vergelijken hoeveel joden er na de oorlog eigenlijk nog in leven waren en dat vergeleek met andere bezette landen. Toen bleek dat er nergens zo’n groot percentage joden is vermoord als hier. Dat zegt iets over ons. Iedereen snapt zo’n vergelijking. Maar toen mijn Franse collega Olivier Grenouilleau onderzocht hoe groot de trans-Atlantische slavenhandel door Europeanen was ten opzichte van de slavenhandel door Arabieren en de slavenhandel in Afrika zelf, werd hij voor de rechter gesleept omdat hij westerse slavenhandel zou bagatelliseren. Gelukkig is die aanklacht ingetrokken.’’

Hoe verklaart u die woede over dergelijke vergelijkingen?,,Zeker slavernij is in de geschiedenis vaak anders voorgesteld dan het was. Slavenhouders deden alsof het allemaal wel meeviel om hun verdienmodel te rechtvaardigen. Voorstanders van afschaffing overdreven de gruweldaden op plantages om hun pleidooi kracht bij te zetten. Een historicus moet proberen het in perspectief te zetten. In de jaren zeventig ontstond in de Verenigde Staten het idee dat de economische achterstelling van de zwarte Amerikanen een gevolg was van de slavernij. Sindsdien is het hele onderwerp speelbal geworden van een politieke agenda.’’

Speelt slavernij dan niet door in het heden?,,Racisme en discriminatie zijn vreselijk en moeten worden bestreden. Maar het komt overal voor, in alle tijden. Ook in landen die nooit koloniën hadden. Als je kijkt wie in Nederland onderaan de sociaaleconomische ladder staan, dan zijn dat veelal Marokkanen. Die stammen niet af van slaven, in sommige gevallen eerder van slavenhouders, want de Berbers hielden slaven. Het is te simpel om net te doen alsof iedereen die zwart is slachtoffer is en iedereen die wit is daar schuldig aan is. Na 1800 waren de meeste Surinaamse slaveneigenaren niet blank. Door zwart-wit te denken ga je bijvoorbeeld voorbij aan de ergste vorm van racisme die we kennen: antisemitisme. Jodenhaat heeft niets met slavernij, huidskleur of koloniën te maken.’’

Wat klopt er volgens u niet aan het beeld van slavernij?,,Er wordt gedaan alsof elke plantage een hel op aarde was. Dat behoeft nuance. Er is een groot verschil tussen de plantages in het zuiden van de Verenigde Staten en die in bijvoorbeeld Suriname, waar soms meer dan honderd slaven samenleefden met soms maar twee of drie Europeanen. De slaven daar hadden een veel grotere mate van zelfstandigheid dan wel eens wordt gedacht. Zonder dat ik probeer goed te praten wat er aan vreselijks is gebeurd! De slavernij in Afrika zelf was al heel lang gemeengoed voordat Europese handelaren bij lokale koningen slaven kwamen kopen. Zij werden niet allemaal gedwongen slaven te verkopen. De Europeanen moesten de Afrikaanse koningen en makelaars stroop om de mond smeren om handel te kunnen drijven. En ook het beeld alsof de succesvolle slavenopstand op Haïti het einde van de slavernij inluidde, klopt niet. Die had nauwelijks invloed. Daarna ging de slavenhandel nog lang door en stegen de prijzen alleen maar. De beweging om slavernij overal ter wereld duit te bannen ontstond in Engeland. Maar dat past niet in het populaire beeld dat de zwarte slaaf het juk van de witte slavenhouder heeft afgeworpen.’’

Waarom maakt u zich zo druk over dit onderwerp?,,Doordat de slavernij nu als een soort van stormram wordt gebruikt om allerlei misstanden aan de kaart te stellen en om politieke doelen te bereiken zoals excuses en herstelbetalingen, doe je niet alleen de geschiedenis onrecht aan. Je polariseert ook de samenleving, omdat het leidt tot allerlei tegenreacties. En die zijn soms onfris. Ik word ook tegen mijn zin in een rechts kamp geduwd omdat ik op basis van onderzoek zeg dat sommige beweringen over de slavernij niet kloppen. Ik heb in de Verenigde Staten gewerkt en gezien hoe het debat daar is ontspoord. Dat moeten we echt niet hier kopiëren. We leven in een van de rijkste, gelukkigste en meest egalitaire landen ter wereld. Dat verliezen we nu uit het oog.’’

Hoe groot was de rol van Nederland in de slavenhandel?,,Om en nabij de 5 procent van de slaven die vanuit Afrika naar Noord- en Zuid-Amerika zijn gebracht, zijn door Nederlanders vervoerd. Dat staat overigens los van de slavenhandel in Indonesië, waar veel mensen uit India en Madagaskar het slachtoffer van waren. Maar daar is nooit goed onderzoek naar gedaan. Verder droeg de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij in het topjaar 1770 maar zo’n 5 procent bij aan onze welvaart. Natuurlijk was het bizar dat onze voorvaderen dit onmenselijke systeem optuigden om hier goedkoop suiker, tabak en koffie te kunnen gebruiken. Maar door sommige historici wordt net gedaan alsof het de kurk was waar onze economie op dreef. Dat is aantoonbaar niet waar. De meeste grachtenpanden in Amsterdam stonden er al vóórdat Nederland Suriname veroverde en waren gebouwd door kooplieden, die hun geld verdienden in ons land zoals met bankieren en de graan- wijn en houthandel met de Oostzee, Spanje en Scandinavië.’’

EINDE ARTIKEL

[102]ADHISTORICUS PIET EMMER: ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGEEEN HEL OP AARDE WAS22 AUGUSTUS 2020
https://www.ad.nl/binnenland/historicus-emmer-er-wordt-gedaan-alsof-elke-plantage-een-hel-op-aarde-was~ab02e9bd/
ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 101

[103]

””’Toen ik onderzoek deed naar hoeveel ruimte slaven hadden tijdens het vervoer op slavenschepen, vergeleek ik dat met vrije migranten uit die tijd en met de ruimte die wij nu hebben in een vliegtuig, economy class. Iedereen weet hoe krap dat is”ADHISTORICUS PIET EMMER: ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGEEEN HEL OP AARDE WAS22 AUGUSTUS 2020
https://www.ad.nl/binnenland/historicus-emmer-er-wordt-gedaan-alsof-elke-plantage-een-hel-op-aarde-was~ab02e9bd/

[104]

De andere kant van het verhaal

Zo’n 1600 Nederlandse schepen transporteren in de 17de en 18de eeuw ruim 550.000 mannen, vrouwen en kinderen naar Amerika. In benauwde kelders in de forten aan de West Afrikaanse kust wachten de tot slaaf gemaakten tot ze aan boord gaan. Voor vertrek worden ze gekeurd en gebrandmerkt. De reis duurt enkele maanden. Ze liggen opeengepakt en aan elkaar geketend. Zieke slaven worden overboord gegooid. Vrouwen zijn weerloos als bemanningsleden hen verkrachten.”

HART.AMSTERDAM

DE GEUR VAN EEN SLAVENSCHIP

https://hart.amsterdam/nl/page/28207/de-geur-van-een-slavenschip?gclid=CjwKCAjwrPCGBhALEiwAUl9X08_POSh-eZCq8ReeZiWks4Nh5NY_13z686Pjd-I8ohWIaBTa_yRYcBoCAqUQAvD_BwE

De beurs van Amsterdam is het centrale punt van handel. Aandelen van de VOC en WIC worden gekocht en verkocht. De scheepvaart is de motor van de Nederlandse handel: wat is de andere kant van het verhaal?

Het schip vervult in de 17de eeuw de rol van tanker, trein en vliegtuig. In de Republiek zijn scheepswerven de grootste en meest geavanceerde fabrieken van hun tijd. Duizenden schepen gaan ter haringvangst. De graan-, hout- en ijzerhandel op de Oostzee is lang de kurk waar de Nederlandse economie op drijft. Honderden schepen, efficiënte ‘vrachtwagens’ met weinig personeel, varen jaarlijks heen en weer. Ook in Nederland zelf gaat veel per schip: turf en groenten naar de stad of mensen die, met de reisplanner in de hand, per trekschuit en beurtschip naar stad en dorp varen. De scheepvaart, eerst beperkt tot Noordwest-Europa, breidt zich omstreeks 1600 razendsnel uit over de hele wereld. Iedereen pikt een graantje mee in handel en scheepvaart.

De andere kant van het verhaal

Zo’n 1600 Nederlandse schepen transporteren in de 17de en 18de eeuw ruim 550.000 mannen, vrouwen en kinderen naar Amerika. In benauwde kelders in de forten aan de West Afrikaanse kust wachten de tot slaaf gemaakten tot ze aan boord gaan. Voor vertrek worden ze gekeurd en gebrandmerkt. De reis duurt enkele maanden. Ze liggen opeengepakt en aan elkaar geketend. Zieke slaven worden overboord gegooid. Vrouwen zijn weerloos als bemanningsleden hen verkrachten. Er is onderlinge strijd tussen gevangenen van verschillende stammen, die elkaars taal niet spreken. Het sterftecijfer aan boord bedraagt zo’n 15%. Onder de bemanning is het sterftecijfer net zo hoog vanwege de slechte hygiëne en voedsel. Inwoners van Paramaribo en Willemstad ruiken een slavenschip dat de haven binnenvaart: honderden opeengepakte mensen, soms lijdend aan besmettelijke ziektes.

EINDE ARTIKEL

ZEEUWSE ANKERS

AAN BOORD VAN DE SLAVENSCHEPEN

https://www.zeeuwseankers.nl/verhaal/aan-boord-van-de-slavenschepen
Verhaal Redactie Zeeuwse Ankers

Zeeuwen hadden een actief aandeel in de slavenhandel in de zeventiende en achttiende eeuw. Handelscompagnieën en particuliere kooplieden rustten schepen uit om aan de Afrikaanse westkust tot slaaf gemaakte mensen te kopen en ze van daaruit met honderden tegelijk naar Amerika te vervoeren. Daar werden de slaafgemaakten aan plantagehouders verkocht.

Aantallen slaafgemaakten op een schip

De meeste Nederlandse slavenschepen gingen richting West-Indië (Zuid-Amerika). Er werden ook slaafgemaakten naar Noord-Amerika gebracht. Afhankelijk van de afmetingen van het schip konden er honderd tot vijfhonderd slaafgemaakten op. Vaak namen schepen nog veel meer slaafgemaakten mee. Op een Amsterdams WIC-schip zaten zelfs eens 952 slaafgemaakten. Dat is het grootste aantal dat een Nederlands schip ooit vervoerde. Van deze slaafgemaakten werden er uiteindelijk 853 verkocht. Het kleinste aantal was 67 op een schip van de MCC. Van hen overleden er 22 tijdens de reis.

Slavendek

Al tijdens de reis naar Afrika maakte de bemanning de schepen geschikt voor het vervoer van slaafgemaakten. Op schepen van de MCC begon men pas met het vertimmeren van het schip nadat de eerste contacten met de Afrikanen waren gelegd. Bemanningsleden bouwden het dek net boven het ruim, het ‘verdek’, met behulp van schotten en bedden om. In het midden van dit slavendek kwam een schot te staan, zodat mannen en vrouwen gescheiden vervoerd konden worden. Verder bouwde de bemanning onder leiding van de scheepstimmerman stellingen van twee verdiepingen waarop de slaafgemaakten moesten slapen. Ook werden er soms enkele ‘huisjes’ (latrines) neergezet.

Behandeling van slaafgemaakten

Sinds het eind van de zeventiende eeuw ontvingen de kapiteins van de slavenschepen van de WIC en MCC bij hun vertrek uit de Nederlanden richtlijnen voor de behandeling van hun levende lading. Het was belangrijk dat zoveel mogelijk slaafgemaakten in leven bleven. Ze werden immers als handelswaar beschouwd. Hoe meer slaafgemaakten de overtocht overleefden, des te beter de opbrengst zou zijn.

In de richtlijnen stonden bepalingen over het voedsel dat verstrekt moest worden, de medische verzorging van de slaafgemaakten (aan boord gingen zelfs speciale medicijnen voor hen mee) en de hygiëne op het slavendek. Ook stond in deze richtlijnen dat de bemanning de slaafgemaakten niet mocht verleiden of mishandelen, dat het slavendek regelmatig moest worden schoongemaakt en dat de slaafgemaakten regelmatig in de buitenlucht lichaamsbeweging moesten krijgen. Daartoe waren trommels aan boord om de slaafgemaakten te laten dansen.

David Henri Gallandat

In 1769 verscheen in Middelburg het boekje Noodige onderrichtingen voor de Slaafhandelaren. De Vlissingse chirurgijn David Henri Gallandat (1732-1782) gaf hierin richtlijnen voor de behandeling van slaafgemaakten aan boord van de slavenschepen. Hoewel hij begaan was met het lot van de slaafgemaakten, pleitte hij niet voor afschaffing van de slavenhandel. Integendeel zelfs. Na een bezoek aan West-Afrika schreef hij dat deze handel alleen geoorloofd was omdat er zoveel voordeel mee te behalen was.

“Getuige zy hier van de Slavenhandel, dien men alleen al door het voordeel, ‘t welke dezelve aan de kooplieden toebrengt, van onwettigheid kan vryspreken.”

Gallandat pleitte wel voor een betere behandeling van de slaafgemaakten aan boord: “Door buskruit in den brand te steken: door rooking van wierook, jeneverbessen, enz. en door de besproeying met azijn of limoenzap. [..] opdat zij [de slaven] daarna hunne slaapplaatsen weder kunnen betrekken, om er de verkwikking van een frisse lucht en aangenaamen reuk te genieten.”

Hel

Ondanks de richtlijnen was de reis naar Amerika voor de slaafgemaakten een hel. Op het slavendek hadden ze nauwelijks ruimte om zich te bewegen. De lucht was er bedompt. De slaafgemaakten zaten vastgeketend met kettingen en kregen eenzijdig eten en drinken. Ze werden af en toe in kleine groepjes gelucht. Vaak braken er ziekten uit, zoals scheurbuik, dysenterie, tuberculose, pokken of tering. Veel slaven overleefden de reis dan ook niet. Gemiddeld stierf tijdens een reis tien tot twaalf procent van hen. Ze overleden aan ziektes en ontberingen. Anderen sprongen uit wanhoop overboord.

Literatuur

P.C. Emmer, De Nederlandse slavenhandel 1500-1850, Amsterdam/Antwerpen 2000.
R. Paesie, Lorrendrayen op Afrika: De illegale goederen- en slavenhandel op West-Afrika tijdens het achttiende-eeuwse handelsmonopolie van de West-Indische Compagnie, 1700-1734, Amsterdam 2008.
Johannes Menne Postma, The Dutch in the Atlantic slave trade 1600-1815, Cambridge 1992.
C. Reinders Folmer-van Prooijen, Van goederenhandel naar slavenhandel; de Middelburgse Commercie Compagnie 1720-1755, Middelburg 2000.

Archieven MCC
Het archief van de MCC, dat berust in het Zeeuws Archief te Middelburg, is volledig gedigitaliseerd en kan online worden geraadpleegd. In mei 2011 is het archief opgenomen in ‘het Geheugen van de Wereld-register’. Dit is de werelderfgoedlijst Memory of the World van UNESCO, de VN-organisatie voor cultuur.

EINDE ARTIKEL

FOLIA

SLAVENSCHEPEN GEEN OMGEBOUWDE KOOPVAARDIJSCHEPEN

18 OCTOBER 2011

https://www.folia.nl/wetenschap/4044/slavenschepen-geen-omgebouwde-koopvaardijschepen

‘In tegenstelling tot waar men altijd van uitgegaan is, werd er door de West-Indische Compagnie wel degelijk expliciet opdracht gegeven tot het bouwen van slavenschepen. Tot nu toe dacht men altijd dat slavenschepen omgebouwde koopvaardijschepen waren, maar dat is niet zo. Het slavenschip Leusden is daarvan een voorbeeld. Het heeft een in twee lagen opgedeeld tussendek, elk van ongeveer tachtig centimeter hoogte, dat speciaal bedoeld was voor het vervoer van Afrikaanse slaven.’

Dit is een van de conclusies van het promotieonderzoek Het slavenschip Leusden. Slavenschepen en de West-Indische Compagnie 1720-1738, waarop jurist Leo Balai op 21 oktober promoveert. Om tot zijn conclusies te komen heeft Balai — zelf een nakomeling van Creoolse slaven uit Suriname — de archieven van de West-Indische Compagnie (WIC) doorgespit. ‘Dat was nog niet zo makkelijk, want een deel van dat archief is in de negentiende eeuw door een lompenhandelaar verkocht en een ander deel ooit door een brand op een ministerie verwoest. Maar uiteindelijk heb ik toch nog de gegevens van tien reizen van het slavenschip kunnen achterhalen.’

Drie voet, vijf duim
Het slavenschip Leusden, een van de laatste slavenschepen van de WIC, verging op 1 januari 1738 voor de monding van de Marowijnerivier in Suriname. Van de 716 in Afrika ingescheepte gevangenen overleefden er slechts zestien de ramp. In zijn proefschrift beschrijft Balai de tien slaventochten die het schip maakte. Tijdens deze slaventochten verscheepte de Leusden in totaal 6564 Afrikaanse gevangenen, waarvan 1741 de dood vonden. Meer dan een kwart van de mensen overleefde de tocht dus niet. De slaven werden in de regel afgeleverd in het ‘slavendepot’ van de WIC op Sint Eustasius om vandaar uit te worden verkocht. ‘Een meisje van drie voet en vijf duim hoog (ongeveer 98 centimeter) deed in die tijd 71 gulden, een jongen 75.’

Bomba’s
Bijzonder aan de Nederlandse slavenschepen, zo ontdekte Balai, is dat er speciale toezichthouders, zogenoemde bomba’s, op de schepen waren aangesteld om de gevangenen te instrueren tijdens de overtocht. Balai: ‘Bijzonder was dat deze bomba’s vrije Afrikanen waren. In andere landen die zich bezighielden met de slavenhandel, zoals Engeland en Denemarken, werden slaven op het schip aangewezen als toezichthouder en na aankomst zelf ook verkocht. Dat kwam op Nederlandse schepen niet voor. De toezichthouders waren na aankomst vrij om te gaan en te staan waar ze wilden en bleven soms maanden hangen in Amerika of Nederland.’

EINDE ARTIKEL

[105]

”Op schepen met Europese landverhuizers was de ruimte per persoon trouwens soms nog krapper.”
ADHISTORICUS PIET EMMER: ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGEEEN HEL OP AARDE WAS22 AUGUSTUS 2020
https://www.ad.nl/binnenland/historicus-emmer-er-wordt-gedaan-alsof-elke-plantage-een-hel-op-aarde-was~ab02e9bd/
ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 101

[106]

ZIE NOOT 104

[107]
[107]
“De hygiënische omstandigheden laten veel te wensen over. Mensen slapen in de kelder, toiletten worden niet schoongemaakt. Er is sprake van afpersing en willekeur.

HISTORIEKRED STAR LINE-NAAR AMERIKA!19 OCTOBER 2019
https://historiek.net/red-star-line-naar-amerika/19007/

Nog dit jaar start de opbouw van het Red Star Line Museum in de historische gebouwen van de rederij aan de Antwerpse Rijnkaai. In 2013 volgt de officiële opening. Het nieuwe museum vertelt de geschiedenis van de migratie van zo’n twee miljoen mensen via Antwerpen naar Amerika tussen 1873 en 1934.

Een groot deel van die landverhuizers kwam uit Oosten Centraal-Europa. Maar ook Belgen emigreerden destijds naar Amerika, ook vóór de Red Star Line. In Vlaanderen moet de huisnijverheid het vanaf 1840 afleggen tegen de industrie in het buitenland. Slechte graanoogsten en de aardappelziekte botrytis zorgen vanaf 1844 voor hongersnood. Velen besluiten te emigreren naar het beloofde land. De ontdekking van goud in Californië sterkt heel wat mensen in dat voornemen.

Goudland

Dat de uitwijkelingen met velen zijn, blijkt uit het feit dat de schrijver Hendrik Conscience (zie ook pag. 64) het in 1863 nodig vindt om tegen de ‘gevaren’ van de emigratie te waarschuwen met zijn roman Het Goudland. De goudkoorts is dan al voorbij, maar de uittocht naar Amerika niet. Na de Amerikaanse burgeroorlog zijn er in de VS arbeidskrachten nodig. De lonen zijn er relatief hoog en de overheid maakt het ingeweken Europeanen gemakkelijk om aan een stuk grond te komen.

Antwerpen is aantrekkelijk als vertrekhaven omdat het sinds 1843 met de trein bereikbaar is vanuit Keulen. De stad profiteert dan ook mee van de eerste grote migratiestroom die duurt van 1835 tot 1855.

Weldra worden rederijen in het leven geroepen die tussen Antwerpen en Amerika op geregelde tijdstippen stoomschepen kunnen laten varen. Dat zijn meteen grotere vaartuigen, zodat veel meer passagiers kunnen meevaren. Bovendien maken ze de reis veel korter: twee weken in plaats van 45 dagen. Dat drukt de prijs van de overtocht. Tien tot veertig dollar (naargelang de koers van de Belgische frank) betalen de landverhuizers.

Red Star Line

Red Star Line is niet de naam van de rederij, maar een handelsmerk. De boten zijn het eigendom van de Société Anonyme de Navigation Belgo-Américaine, een Belgische dochter van de International Navigation Company uit Philadelphia. Het Amerikaanse bedrijf wordt opgericht in 1871 om aardolie van de pas ontdekte velden in Pennsylvania naar Antwerpen te brengen. Dat is dan op weg om de belangrijkste petroleumhaven van Europa te worden. Als retourvracht kunnen de schepen immigranten naar Amerika brengen, zo wordt gedacht. Maar dat vindt de Amerikaanse overheid te gortig: ze verbiedt reizigers te vervoeren met olieschepen, ook als die leeg zijn. Daarom gooit de maatschappij het definitief over een andere boeg en legt ze zich toe op het verschepen van landverhuizers.

Het eerste stoomschip dat ze in de vaart neemt, is de Vaderland. Alle boten van de lijn krijgen een naam op ‘-land’ om de herkenbaarheid van het merk te vergroten. De Westernland van 1883 blinkt uit in spitstechnologie: het schip is helemaal van staal. Het kan zo’n 800 ‘tussendekpassagiers’ of landverhuizers meenemen. Maar er zijn ook 30 tot 70 plaatsen voor passagiers die eerste klas reizen. De emigratie via de Scheldestad wordt big business. In 1885 leggen al twaalf rederijen zich erop toe. De schepen van de Red Star Line vertrekken aan de Rijnkaai, waar volgens de overlevering in vierentwintig huizen vijfentwintig kroegen zijn gevestigd. De maatschappij onderhoudt goede contacten met het stadsbestuur en krijgt allerlei voordelen, zoals een monopolie voor het vervoer van poststukken naar de VS.

JODEN

In Rusland wordt de Joodse bevolking geregeld het slachtoffer van pogroms, uitbarstingen van antisemitisch geweld. In 1893 reizen zo’n 5.000 Joden via Antwerpen naar Amerika, in 1914 zijn het er al 20.000. Aanvankelijk komen ze vooral uit Nederland en Duitsland, maar aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog is de helft afkomstig uit Rusland en Oostenrijk-Hongarije. De landverhuizers bereiken Antwerpen in treinwagons zonder enig comfort of slaapplaatsen. Ze moeten hun intrek nemen in krappe logementshuizen bij de haven. De hygiënische omstandigheden laten veel te wensen over. Mensen slapen in de kelder, toiletten worden niet schoongemaakt. Er is sprake van afpersing en willekeur. Vanaf 1880 komen er speciale hotels in de buurt van het station, waar tot 200 landverhuizers kunnen overnachten. De Red Star Line zal zelf huizen kopen opdat zij er kunnen overnachten. Maar dat maakt geen eind aan de wantoestanden elders in de stad.

Tussen 1880 en 1899 reizen jaarlijks gemiddeld een kleine 30.000 emigranten via Antwerpen naar Amerika. Tussen 1900 en 1913 verdubbelt dat aantal. Bij oppervlakkige medische controles in de openlucht (!), in een hangar of aan boord van het schip, wordt uitgemaakt of de kandidaatpassagiers al dan niet aan een besmettelijke ziekte lijden. Het is de Amerikaanse Quarantine Act van 1892 – de Amerikanen zijn als de dood voor cholera – die de Europse overheden wakker doet schrikken. Vanaf 1908 spoort een sanitaire dienst zieke landverhuizers al op in het Centraal Station. Toch vraagt de Red Star Line zelf in 1893 toelating voor de bouw van een behoorlijk verwarmd lokaal voor de ‘berooking van het reisgoed en de geneeskundige schouwing der tusschendekpassagiers’. De landverhuizers mogen zich niet mengen onder de bevolking, net om de verspreiding van ziektes te voorkomen. Maar ze vallen op in het stadsbeeld. Dat blijkt uit de talrijke schilderijen met migranten van Eugeen Van Mieghem (1875- 1930), die hen met veel empathie afbeeldt in hun armoedige en exotische kledij. De doeken van Van Mieghem vormen een noodzakelijke aanvulling bij de fraaie, maar bijzonder optimistische affiches die Henri Cassiers (1859-1944) vanaf 1898 voor de Red Star Line ontwerpt.

Buufstekken’

De schrijver Marnix Gijsen (1899-1984) noteert vele decennia later: ‘Het was een fascinerend schouwspel in mijn jeugd de landverhuizers door Antwerpen te zien opstappen naar de haven of ze te zien rondslenteren in de buurt van hun zogenaamde hotels. Ze gaven steeds de indruk van een grote gehaastheid, alsof de engel der wraak hen op de hielen zat.’ En in 1903 gaat Het gezin Van Paemel van Cyriel Buysse (1859-1932) in première. Het toneelstuk is een rauwe aanklacht tegen de sociale wantoestanden op het Oost-Vlaamse platteland. Hoop is er alleen voor de twee zonen die uitwijken naar de VS. Kamiel Van Paemel schrijft aan zijn ouders dat zij zijn vrienden moeten vertellen ‘dat zij maar spoedig naar Amerika moeten komen en dat zij hier buufstekken zullen eten in plaats van kernemelkpap.’ Buysse wist wat hij vertelde – hij had als jongeman zelf in de VS gereisd en kon de levensomstandigheden daar vergelijken met die in zijn vaderland.

QUOTA

Van 1850 tot 1930 emigreren naar de VS alleen zo’n 150.000 Belgen. Ook Canada en Zuid-Amerika zijn populair als bestemming. In haar topjaar 1912 vervoert de Red Star Line 121.000 reizigers. De Eerste Wereldoorlog maakt echter een abrupt einde aan haar activiteiten. De schepen van de Red Star Line komen op tijd weg. Zolang de Duitse bezetting duurt, varen ze vanuit Engeland, maar niet met landverhuizers. De gloednieuwe Belgenland II doet dienst als troepentransportschip.

n 1918 hervatten de schepen van de Red Star Line hun dienst van Antwerpen naar New York. Kandidaat- landverhuizers genoeg: de toestand in Centraal-Europa en in het revolutionaire Rusland is bepaald niet stabiel. In de VS vindt men het echter welletjes met de ongelimiteerde inwijking uit Europa. Vanaf begin jaren 1920 komen er strenge quota. Soms moeten schepen halverwege terugkeren omdat de scheepstelegrafist onderweg het nieuws krijgt dat er dat jaar geen migranten meer worden toegelaten…

Bovendien stellen de Amerikanen steeds strengere medische eisen. De Dillingham Emigration Restriction Act noopt de Red Star Line in 1921 tot de bouw van nieuwe installaties met douchecabines, steriele kleedhokjes, een ruimte voor medisch onderzoek en het geven van vaccinaties. Tussen 1921 en 1924 daalt het aantal migranten drastisch. Het dwingt de Red Star Line een nieuw publiek aan te trekken: toeristen. De Belgenland II wordt omgebouwd tot luxecruiser en loopt in 1923 voor het eerst de Antwerpse haven binnen. Het indrukwekkende vaartuig van bijna 30.000 ton met drie schoorstenen (waarvan één just for show) kan meer dan 2.500 passagiers aan boord nemen, onder wie toch nog een heleboel landverhuizers. De mastodont rendeert echter niet op de lijn Antwerpen-New York en wordt weldra ingezet voor cruises vanuit New York naar het Caribische gebied. Maar het mag niet baten – de beurscrash van 1929 ontwricht de wereldeconomie. In 1935 komt er een eind aan de activiteit van de Red Star Line.

Vergetelheid

Het medisch en administratief centrum voor de landverhuizers komt in handen van de stad Antwerpen, en staat lange tijd leeg. In families waarvan leden uitweken naar de VS wordt nog wel eens over de Red Star Line gepraat. Het Nationaal Scheepvaartmuseum in het Steen toont een model van de legendarische Belgenland II. Maar daar blijft het bij.

Pas vanaf de jaren 1990 begint er iets te veranderen. Collectioneur Robert Vervoort legt een indrukwekkende verzameling objecten aan die aan de Red Star Line herinneren. Erwin Joos ontfermt zich over het oeuvre van Eugeen Van Mieghem en sticht later zelfs het Eugeen van Mieghem Museum, waar hij nog steeds curator is. In 2001 erkent de Vlaamse Gemeenschap een deel van het Red Star Line-complex als monument. Er wordt contact gelegd met de Ellis Island Foundation en het Ellis Island Immigration Museum in New York. De stad beslist te onderzoeken hoe de gebouwen tot een herdenkingsplek met een ‘museaal-educatieve functie’ omgebouwd kunnen worden.

De stad besluit de Red Star Line-gebouwen over te nemen van het Havenbedrijf. Het New Yorkse architectuurbureau Beyer Blinder Belle Architects & Planners LLP krijgt de opdracht om de gebouwen in te richten. In 2007 gaat een team aan de slag met de invulling van het museum. Drie jaar later beginnen de werken. Het museum opent zijn deuren in september 2013.

~ Eos Memo – Jan Lampo
Dit artikel is afkomstig uit Memo, de geschiedenisspecial van Eos. De derde editie van deze special staat in het teken van migratie.
EINDE ARTIKEL

ELSEVIER WEEKBLADHOE LANDVERHUIZERS NAAR DE NIEUWE WERELD VERTROKKEN
https://www.ewmagazine.nl/nederland/article/2015/07/hoe-landverhuizers-naar-de-nieuwe-wereld-vertrokken-1788255W/

Sinds eind zeventiende eeuw zijn via Rotterdam honderddui­zenden landverhuizers met de boot naar de Nieuwe Wereld vertrokken.
Over de verschillen en overeenkomsten met de bootvluchtelingen van nu.

Het is misschien vreemd om de bootvluchtelingen die nu Europa proberen te bereiken, te vergelijken met de landverhuizers die sinds de zeventiende eeuw via Rotterdam en andere Europese havens naar Amerika vertrokken.

Per slot van rekening zijn de landen waar de bootvluchtelingen naartoe willen tamelijk dichtbevolkt. De woningen en landerijen zijn hier allang verdeeld en ook zitten de bevolking en de politieke partijen niet te wachten op vreemdelingen die langer blijven dan het aspergeseizoen.

Het beloofde land waarvan de landverhuizers van weleer droomden, was

dunbevolkt en zat te springen om mannen en vrouwen die bereid waren de handen uit de mouwen  te steken.

Een ander verschil tussen vroeger en nu is dat de transporteurs niet clandestien waren. Ze heetten geen mensensmokkelaars, het waren keurige bedrijven die inspeelden op geopolitieke omstandigheden en klanten wierven waar de nood het hoogst was.

Engelse, Schotse en Amerikaanse verschepers zoals Archibald en Isaac Hope, John Goddard en James Crawfurd verdienden aan de trans-Atlantische emigratie vanuit Rotterdam. Ze verspreidden in de eerste helft van de achttiende eeuw in de Palts (nu de Duitse deelstaat Rijnland-Palts) folders waarin de doopsgezinden die door de katholieke keurvorst Karl Philipp werden vervolgd, erop werd gewezen dat het in Penn­sylvania altijd lekker weer was en dat andersdenkenden er welkom

waren.

De Statendam in Rotterdam, 1936

Antisemitisme

Toen aan het begin van de twintigste eeuw het al eeuwen sluimerende antisemitisme in Rusland, Roemenië, Hongarije en het toenmalige Galicië (later verdeeld tussen Polen en Rusland) tot uitbarsting kwam in pogroms, informeerde de Holland Amerika Lijn de Joden aldaar via posters dat ze vanaf Rotterdam naar New York konden en waar ze zich bij het Weense kantoor van de HAL moesten vervoegen.

Het woord ‘landverhuizen’ heeft een andere lading dan de termen die we nu hanteren: economische en politieke vluchtelingen, asielzoekers, gelukzoekers en bootvluchtelingen. Maar de gebeurtenis blijft hetzelfde: het eigen land verlaten in

de hoop op een betere toekomst.

Ook de aanleidingen zijn vergelijkbaar. We weten inmiddels dat er onder de bootvluchtelingen die Griekenland en Italië proberen te bereiken, niet alleen mensen zijn die uit het Midden-Oosten vluchten omdat ze een naam, geloof dan wel uiterlijk hebben dat hun buren niet aanstaat, maar ook veel Afrikaanse gelukzoekers.

Ook dat is niet nieuw. Er waren vroeger ook landverhuizers die niet om religieuze maar om financiële redenen naar Amerika wilden. Die kennen we als geen ander: de Nederlanders.

Waar de Engelse, Duitse en Zwitserse landverhuizers al in de zestiende en zeventiende eeuw vertrokken, gingen de Nederlanders pas halverwege de negentiende eeuw. In het boek dat het Rotterdamse Maritiem Museum in 1995 uitgaf ter begeleiding van een tentoonstelling over de landverhuizers – toen zij uit Rotterdam vertrokken – wordt 1846 genoemd als begin van de grootschalige Nederlandse emigratie.

BRAM TUSCHINSKI, ROTTERDAMMER

Sommige landverhuizers dachten: Amerika mag dan het beloofde land zijn, maar Rotterdam is ook niet onaardig. Abram Icek Tuschinski werd in 1886 in het Poolse Brzezin geboren, besloot op zeventienjarige leeftijd naar Amerika te emigreren, kwam in 1904 in Rotterdam en wachtte daar op zijn jonge bruid. Eerst werkte hij als kleermaker, later begon hij Hotel ­Polski, een pension voor Poolse landverhuizers, en daarna werd hij de ongekroonde koning van de Rotterdamse cinema.

Hij opende zeven bioscopen, met Thalia als bekendste, die tijdens het bombardement van 1940 ­allemaal zijn vernietigd. Alleen de bioscoop die hij met zijn zwagers Herman Ehrlich en Herman Gerschtanowitz (betovergrootvader van tv-presentator Winston) in Amsterdam bouwde, overleefde de oorlog. Daardoor wordt Tuschinski – zo gek op Rotterdam dat hij Amerika links liet liggen – vaak als Amsterdammer beschouwd. Tuschinski was een van de eerste Nederlandse miljonairs en weigerde om Rotterdam te ontvluchten. ‘Ik ben in dit land groot geworden en ik wil geen deserteur zijn. Bram Tuschinski is in 1942 in Auschwitz vermoord.

Aardappel

Dat is niet zomaar een jaartal. In 1846 begon ook de Ierse exodus: in de tweede helft van de negentiende eeuw emigreerden bijna vijf miljoen Ieren (evenveel als er nu in Ierland wonen) naar de Verenigde Staten. De oorzaak daarvan was –

naast het brute Britse koloniale bewind – de aardappelziekte phytophthera.

Dat is een zogeheten pseudoschimmel, die in 1845 toesloeg. Normaliter is dat geen probleem: iedere boer bewaart een deel van zijn oogst om daarmee het jaar daarop verder te kweken. Maar een  jaar later, in 1846, was het weer raak.

Voor andere koude en vochtige landen in het noordwesten van Europa hadden mislukkende aardappeloogsten eveneens grote gevolgen. Veel Friese en Groningse boerengezinnen vertrokken via Rotterdam naar Amerika en Canada. In totaal zijn toen ongeveer 250.000 Nederlanders naar de Verenigde Staten geëmigreerd.

Aangekomen in Amerika gingen immigranten vaak op een kluitje zitten. De Duitsers uit de zeventiende eeuw trokken naar Pennsylvania, de Ieren gingen naar Boston en de Nederlandse boerengezinnen uit de tweede helft van de negentiende

eeuw naar Michigan, waar vooral in Ottawa County tientallen naar Nederland verwijzende plaatsnamen zijn.

Ook de Belgische landverhuizers – eveneens getroffen door de phytophtera-crisis – zochten elkaar op. In Moline, Illinois, is een hechte Belgische gemeenschap. Daar bevinden ze zich net als in Europa vlak ‘onder’ de Nederlanders: Illinois grenst in het noorden aan Michigan.

De huidige tocht over de Middellandse Zee in nauwelijks zeewaardige en gammele schuiten is oneindig veel gevaarlijker dan het oversteken van de Atlantische Oceaan in aanzienlijk steviger schepen. Toch was het landverhuizen vroeger ook riskant.
Zelfs nadat halverwege de negentiende eeuw de zeilschepen werden vervangen door stoomschepen, kon het misgaan.

Niet alleen verging in 1912 de vanuit Southampton vertrokken Titanic; een jaar later zonk ook de vanuit Rotterdam vertrokken Volturno van de Uranium Steamship Company, een concurrent van de Holland Amerika Lijn. Halverwege de oversteek brak brand uit en ruim honderd landverhuizers en dertig bemanningsleden verdronken.

PRESIDENT DWIGHT D. EISENHOWER

In 1741 zeilde de Europa de haven van Rotterdam uit met aan boord zo’n 150 doopsgezinde landverhuizers uit Zwitserland en de Duitse Rijnlanden, die in hun overwegend katholieke omgeving te maken hadden met vervolging en discriminatie. In november was de kust van het beloofde land in zicht toen schipbreuk werd geleden. Bij de ramp kwamen kapitein Robert Lumsdaine en een

scheepsjongen om het leven. De schipbreuk werd geregistreerd omdat de eerste en tweede matroos in de zomer van 1742 een verklaring aflegden bij een notaris, die nog bij het Gemeente­archief in Rotterdam ligt.
De meeste landverhuizers op de Europa konden worden gered. Onder hen bevond zich Hans Niclas Eisenhauer, uit de Palts. Hij was de betovergrootvader van Dwight David Eisenhower (1890-1969), die in de Tweede Wereldoorlog bevelhebber was van het geallieerde leger en van 1953 tot 1961 president van de Verenigde Staten.

Overboord

De oversteek met zeilschepen duurde veel langer en was aanzienlijk gevaarlijker. De Duitser Gottlieb Mittelberger heeft in 1756 een reisverhaal geschreven over zijn

tocht vanuit Duitsland via Rotterdam naar Amerika en meldde daarin dat er onderweg 32 kinderen door ziekte overleden en vervolgens overboord gingen.

De Rotterdamsche Courant berichtte op 24 augustus 1752: ‘Het schip de Good Intent, waarop kapitein Wilson gecommandeerd heeft, is van Antigoa hier aangekomen. Het was in den voorleden herfst met Paltsers van Rotterdam herwaarts gezeild, maar eindelijk op de kust komende en tot den 21 of 22 januari heen en weer zwervende, was het genoodzaakt zijn koers naar West-Indië te nemen en bereikte Antigoa na 24 weken op zee gezworven te hebben, in welken tijd het volk zeer veel door ziekte en gebrek aan provisie geleden heeft. Toen zij hier aankwamen was de stuurman alleen van de officieren, en twee van de matrozen en maar weinig van de passagiers overgebleven.’

Logementen

Rotterdam was bepaald niet de belangrijkste haven voor landverhuizers: Southampton, Londen, Dublin, Hamburg, Bremen, Le Havre en Antwerpen namen een groter aandeel voor hun rekening. Toch zijn er vanuit Rotterdam bijna een miljoen landverhuizers vertrokken.

Tussen 1683 – toen de eerste Duitsers vanuit Rotterdam vertrokken – en halverwege de twintigste eeuw is er veel geld aan hen verdiend. Er waren tientallen verschepers en cargadoors bij betrokken en tientallen logementen en hotels waar de landverhuizers enkele dagen of weken verbleven.

De stelling kan zelfs worden verdedigd dat het kleine Rotterdam (dat lang in de schaduw stond van Delft, Gouda en Dordrecht) nooit een wereldhaven had kunnen worden als niet in de zeventiende en achttiende eeuw tienduizenden Duitse en Zwitserse landverhuizers vanuit Rotterdam naar Pennsylvania hadden gewild. Uit de havenregisters van Philadelphia blijkt dat van de 319 immigrantenschepen die tussen 1727 en 1775 zijn geregistreerd, er 253 uit Rotterdam kwamen.

Rotterdam heeft niets over het landverhuizersverleden. Een paar flintertjes in Hotel New York, dat is alles. De stad heeft zelfs niet bijgehouden wie er ooit zijn vertrokken en welke Amerikanen dus ‘Rotterdamse roots’ hebben. Gelukkig is er op minder dan een uur rijden een mooi migratiemuseum. In de vertrek­loodsen van de Red Star Line in Antwerpen – vanwaar natuurkundige Albert Einstein en

componist Irving Berlin vertrokken – is te zien hoe de reis vanuit Oost-Europa via Antwerpen verliep en hoe de landverhuizers werden ontsmet. Emigranten vertellen op video hoe het was en soms waarom ze na een tijdje toch weer terug wilden.
Red Star Line Museum, redstarline.be

Toch keken veel Rotterdammers met afschuw naar de rare snuiters. Dat was al zo in de achttiende eeuw. Veelal waren de Duitse doopsgezinden en protestanten arm en probeerden ze het benodigde geld (tussen 11 en 60 gulden) voor de overtocht bijeen te bedelen bij Rotterdamse geloofsgenoten.

Als het er te veel waren, mochten ze de stad pas binnen als ze een ticket hadden en de inscheping binnen enkele dagen zou volgen. In 1764 was het weer zover en kampeerden er op een gegeven moment zelfs meer dan duizend Paltsers vlak buiten de stad – in Kralingen – tot ergernis van de grondeigenaren in de buurt die klaagden over de overlast.

Plunje

De Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij (NASM), voorloper van de Holland Amerika Lijn, heette ook wel Neem Alleen Schurken Mee. De Katholieke Illustratie beschreef in 1898 hoe de (katholieke) Duitse, Poolse en Oostenrijkse landverhuizers door Rotterdamse arbeiders werden bespot toen ze op

het Stieltjesplein (vlak bij de Wilhelminakade, waar de schepen vandaan vertrokken) in het openbaar een dienst hielden.

De 700.000 Russische en Oost-Europese Joden die aan het begin van de twintigste eeuw via Rotterdam wegvluchtten voor het antisemitisme, brachten veel geld in het laatje, maar waren bepaald niet geliefd. Een journalist van het Rotterdamsch Nieuwsblad mocht in 1893 de overtocht met de Spaarndam van de NASM meemaken.

Af en toe mocht hij even onder begeleiding naar de derde klas. ‘De Friezen zitten het best in hun plunje, dan volgen de Duitschers, de Franschen, de schilderachtige morsige Italianen, de smerige Poolsche joden, de Arabieren en de Syriërs.

Elsevier nummer 28, 11 juli 2015

EINDE ARTIKEL
[108]
””Ik zei er bij: maar wij zijn naar een paar uur weer uit het vliegtuig, terwijl slaven zes weken in vaak tropische temperaturen op zo’n kleine ruimte zaten”
ADHISTORICUS PIET EMMER: ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGEEEN HEL OP AARDE WAS22 AUGUSTUS 2020
https://www.ad.nl/binnenland/historicus-emmer-er-wordt-gedaan-alsof-elke-plantage-een-hel-op-aarde-was~ab02e9bd/
ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 101

[109]

ZIE NOOT 104]

  [110]

ADHISTORICUS PIET EMMER: ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGEEEN HEL OP AARDE WAS22 AUGUSTUS 2020
https://www.ad.nl/binnenland/historicus-emmer-er-wordt-gedaan-alsof-elke-plantage-een-hel-op-aarde-was~ab02e9bd/
ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 101
[111]

TROUW

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 7

[112]


TROUW

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 7

[113]


TROUW

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 7

[114]ADHISTORICUS PIET EMMER: ER WORDT GEDAAN ALSOF ELKE PLANTAGEEEN HEL OP AARDE WAS22 AUGUSTUS 2020
https://www.ad.nl/binnenland/historicus-emmer-er-wordt-gedaan-alsof-elke-plantage-een-hel-op-aarde-was~ab02e9bd/
ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 101

[115]
ZIE NOOT 76

[116]

”Alle reukwerken van Arabie kunnen deze misdaden niet uitwissen”Vrij vertaald naar Shakespeare’s Macbeth [slaapwandelende Lady Macbeth,Act 5, Scene 1]
http://www.shakespeare-online.com/plays/macbeth_5_1.html

EINDE NOTEN

Reacties uitgeschakeld voor Noten 91 t/m 116 bij ”Historicus Piet Emmer en de Westerse slavernij”

Opgeslagen onder Divers

Noten 71 t/m 90 bij ”Historicus Piet Emmer en de Westerse slavernij”

[71]
”On arrival in Boston, she was enslaved by John Wheatley, a wealthy Boston merchant and tailor, who bought the young girl as a slave for his wife Susanna. John and Susanna Wheatley named her Phillis, after the ship that had transported her to America. She was given their last name of Wheatley, as was a common custom if any surname was used for enslaved people.[10]

The Wheatleys’ 18-year-old daughter, Mary, was Phillis’s first tutor in reading and writing. Their son, Nathaniel, also helped her. John Wheatley was known as a progressive throughout New England; his family afforded Phillis an unprecedented education for an enslaved person, and one unusual for a woman of any race”

WIKIPEDIA

PHILLIS WHEATLEY/EARLY LIFE

https://en.wikipedia.org/wiki/Phillis_Wheatley#Early_life

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

PHILLIS WHEATLEY

https://en.wikipedia.org/wiki/Phillis_Wheatley

”Gronniosaw was born in Bornu (now north-eastern Nigeria) in 1705. He said that he was doted on as the grandson of the king of Zaara. At the age of 15, he was taken by a Gold Coast ivory merchant and sold to a Dutch captain for two yards of check cloth.[2] He was bought by an American in Barbados, who took him to New York and resold him to a Calvinist minister, Theodorus Frelinghuysen, based in New Jersey.[2][3]

There Gronniosaw was taught to read and was brought up as a Christian”

WIKIPEDIA

UKAWSAW GRONNIOSAW/LIFE

https://en.wikipedia.org/wiki/Ukawsaw_Gronniosaw#Life

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

UKAWSAW GRONNIOSAW

https://en.wikipedia.org/wiki/Ukawsaw_Gronniosaw

[72]

””Ook beweert de bundel dat slaven niet mochten lezen en schrijven, maar hoe kon de zwarte abolitionist (voorstander afschaffing slavernij, red.) Equiano dan zijn memoires schrijven als hij dat als slaaf niet had geleerd?”

TROUW

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021
https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 7

[73]

ZIE NOOT 72

[74]

WIKIPEDIA

OLAUDAH EQUIANO

https://en.wikipedia.org/wiki/Olaudah_Equiano

[75]

‘Ook beweert de bundel dat slaven niet mochten lezen en schrijven, maar hoe kon de zwarte abolitionist (voorstander afschaffing slavernij, red.) Equiano dan zijn memoires schrijven als hij dat als slaaf niet had geleerd?”

TROUW

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 7

[76]

”Pascal favoured Equiano and sent him to his sister-in-law in Great Britain so that he could attend school and learn to read and write.”

WIKIPEDIA

OULAUDAH EQUIANO//EARLY LIFE AND ENSLAVEMENT

https://en.wikipedia.org/wiki/Olaudah_Equiano#Early_life_and_enslavement

”Robert King set Equiano to work on his shipping routes and in his stores. In 1765, when Equiano was about 20 years old, King promised that for his purchase price of 40 pounds (equivalent to £5,500 in 2019) he could buy his freedom.[15] King taught him to read and write more fluently, guided him along the path of religion, and allowed Equiano to engage in profitable trading for his own account, as well as on his owner’s behalf.”

WIKIPEDIA

OLAUDAH EQUIANO/RELEASE

https://en.wikipedia.org/wiki/Olaudah_Equiano#Release

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

OLAUDAH EQUIANO

https://en.wikipedia.org/wiki/Olaudah_Equiano

”On arrival in Boston, she was enslaved by John Wheatley, a wealthy Boston merchant and tailor, who bought the young girl as a slave for his wife Susanna. John and Susanna Wheatley named her Phillis, after the ship that had transported her to America. She was given their last name of Wheatley, as was a common custom if any surname was used for enslaved people.[10]

The Wheatleys’ 18-year-old daughter, Mary, was Phillis’s first tutor in reading and writing. Their son, Nathaniel, also helped her. John Wheatley was known as a progressive throughout New England; his family afforded Phillis an unprecedented education for an enslaved person, and one unusual for a woman of any race”

WIKIPEDIA

PHILLIS WHEATLEY/EARLY LIFE

https://en.wikipedia.org/wiki/Phillis_Wheatley#Early_life

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

PHILLIS WHEATLEY

https://en.wikipedia.org/wiki/Phillis_Wheatley

”Gronniosaw was born in Bornu (now north-eastern Nigeria) in 1705. He said that he was doted on as the grandson of the king of Zaara. At the age of 15, he was taken by a Gold Coast ivory merchant and sold to a Dutch captain for two yards of check cloth.[2] He was bought by an American in Barbados, who took him to New York and resold him to a Calvinist minister, Theodorus Frelinghuysen, based in New Jersey.[2][3]

There Gronniosaw was taught to read and was brought up as a Christian”

WIKIPEDIA

UKAWSAW GRONNIOSAW/LIFE

https://en.wikipedia.org/wiki/Ukawsaw_Gronniosaw#Life

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

UKAWSAW GRONNIOSAW

https://en.wikipedia.org/wiki/Ukawsaw_Gronniosaw

[77]

”” De slaven waren het eigendom van een ander en ‘daarom kon er juridisch gezien geen sprake van mishandeling of verkrachting zijn’ door de eigenaar.

Waarom zijn er dan processen gevoerd tegen planters, die een slaaf hadden gemarteld of gedood?”

TROUW

WIE EEN BEPERKTE BLIK OP DE SLAVERNIJ WIL, SPOEDE ZICH NAAR HET RIJKSMUSEUM

22 JUNI 2021

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-wie-een-beperkte-blik-op-de-slavernij-wil-spoede-zich-naar-het-rijksmuseum~b5f49fd6/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 7

[78]

”’ Onder het régime van Gouverneur Mauricius lezen wij, hoe op aanklacht van den Raad-Fiscaal huiszoeking gedaan werd bij een zekere juffrouw Pieterson, die als onmenschelijk wreed bekend stond. Het onderzoek bracht aan het licht, dat zij ‘eene menigte harer slaven om het leven heeft doen brengen op tyrannique en barbaarse manieren’. Zij dacht er ook niet aan deze daden te ontkennen, maar sprak tegenover de commissie van onderzoek de fiere woorden: ‘dat sy haer eigen goed, voor haer geld gekogt, destrueeren mogt’15) . De koloniale justitie heeft haar echter niet gestraft: – zij vond intusschen tijd om te ontvluchten.”
Wij Slaven van Suriname, Bladzijde 31 [Online versie][In het fysieke boek, bladzijde 33]A. De Kom1971 [Tweede Druk]
https://www.dbnl.org/tekst/kom_001wijs01_01/kom_001wijs01_01.pdf
EN
  De weduwe Mauricius, een dame uit de hoogste kringen van Suriname, had een oude slavin aan een boom laten vastbinden en doodslaan. Zij verklaarde zelf, dat zij dit uit een gril toestond, want ze wilde gaarne haar oude verzorgster pijn zien lijden. Verscheidene harer slaven hadden ditzelfde lot ondergaan, ja zelfs de kleine kinderen op haar plantage werden vaak gestraft met een ‘Spaansche bok’ (een zeer geraffineerde geeseling, waarover wij nog zullen schrijven). De slaven van mevrouw Mauricius deelden nu aan het Koloniale Hof mede, dat zij weg zouden loopen wanneer de gouverneursweduwe niet uit het beheer der plantage ontzet werd. Inderdaad probeerde het Hof haar over te halen om de plantage voortaan door een administrateur te doen beheeren, ‘omdat men anders voor eene totale ruïne der bezitting harer pupillen vreesde’, maar mevrouw  Mauricius gaf te kennen, dat de heerschappij over haar eigendom door niemand beter gevoerd kon worden dan door haar zelve. En een anderen keer verklaarde zij: ‘ik wil niet dat een neger van mij met zoo een glad vel zal rondloopen op mijn plantage’. Inderdaad had zij een efficiënte vermageringskuur uitgedacht, die zijn resultaat zelden miste. Zij liet nl. soms al haar slaven gedurende den tijd van 24 uur onafgebroken geeselen en ‘half afschinden of villen’. Een neger en twee negerinnen bezweken onder deze behandeling. De later uitgezonden commissie, die verslag over den toestand op haar plantage doen moest, verklaarde dan ook ‘dat de slaven er zeer slecht en mishandeld uitzagen’16) . 

Wij Slaven van Suriname, Bladzijde 31 en 32 [Online versie][In het fysieke boek, bladzijde 33 en 34]A. De Kom1971 [Tweede Druk]
https://www.dbnl.org/tekst/kom_001wijs01_01/kom_001wijs01_01.pdf
[79]
[79]

Het verder verminken of dooden van den slaaf was den meester, volgens de wet, niet geoorloofd; maar deze beperking van de magt des meesters werd op afgelegene plantaadjes dikwijls niet nageleefd; ja zelfs niet in de stad, gelijk meermalen uit de notulen van Gouverneur en Raden, uit de Journalen der Gouverneurs en uit de »brieven en pampieren” van Suriname blijkt. Om niet in te groote uitvoerigheid te vervallen, zullen wij slechts enkele feiten daarvan mededeelen: Notulen Gouverneur en Raden, 2 Mei 1731. »Ter occasie van het proces jegens Cornelia Mulder, huisvrouw van W. Celis (zie notulen 23 Januarij 1731), is door den Raad Fiscaal den Hove in bedenking gegeven, »dat eenige der inwoners alhier seer euvel en onmenschelijk met hunne slaven handelen, als deselve om cleyne fouten en misdrijven zoodanig castigeerende en straffende, dat [131]sy kort oft immediaet daarop door de Extravagante slagen koomen te sterven”, om dit voortaan strengelijk te verbieden en de overtreders te straffen.

»Notulen enz.” 4 Julij 1733. De Gouverneur berigt dat 15 negers, zoo mannen als vrouwen, bij hem zijn komen klagen over de wreede behandeling, hun door hun meester Hendrik Bisschoff aangedaan; zij bragten het hoofd mede van een neger, dat Bisschoff op een staak had laten zetten; uit het op de plaats ingestelde onderzoek bleek, dat hun meester verscheidene slaven doodgeschoten of doodgeslagen had en daarbij van drie de hoofden had laten afkappen en op staken doen stellen, anderen had hij om kleinigheden zeer zwaar en streng laten geesselen, o. a. eene Mulattin, die zoo geslagen was, dat er stukken vleesch uit haar ligchaam vielen (brief van den Gouv. aan de Direct. der Sociëteit), daarbij had hij zijne slaven gedurende 5 jaren weinig of geen kost gegeven. Bisschoff werd gearresteerd, doch overleed vóór hij veroordeeld werd.

Notulen enz. 21 Nov. 1742. Zekere P. Hotzz, pontevaarder, had een zijner slaven den 15den Augustus »seer strengelijk met zweepslagen van den hals af tot aan de beenen doen straffen, zoodat het vleesch van zijn ligchaam tusschen de lendenen ganschelijk door geronnen bloed was opgezet en het ingewand op verscheidene plaatsen geïnflameerd; uit wanhoop heeft die arme man een half uur daarna door het dubbeld draaijen van de tong in zijne keel zich zelven gesmoord.”

Notulen, 24 Oct. 1734. Eenige slaven van Sinabo komen klagen over de wreede behandeling van de Administrateur en Directeur, Pousset; zij brengen mede het hoofd van een neger, voor eenige dagen door Pousset gedood en van eene negerin, die hij eerst wreedelijk mishandeld en daarna vermoord heeft—een nader onderzoek bevestigt deze gruwelen enz.

Journaal van Mauricius, 29 December 1745. Op aanklagt van den Raad-Fiscaal is huiszoeking gedaan bij jufvrouw Pieterson, van ouds bekend voor dol en wreed, en is hieruit gebleken, dat zij soms hare slaven vermoordde en in haar huis liet begraven, de lijken werden gevonden en zij ontkende ook de daad niet, maar sustineerde, »dat sy haar eigen goed, [132]voor haar geld gekogt, destrueeren mogt.”—Men liet de schuldige tijd om te ontvlugten.95

DERDE HOOFDSTUK

Overzigt van den toestand en de behandeling der slaven, van den strijd met de wegloopers en van den met hen gesloten vrede 1761. (63.)

UIT

GESCHIEDENIS VAN SURINAME

J. WOLBERS

1861

[Gedateerd, maar zeer de moeite waard]

https://www.gutenberg.org/files/56257/56257-h/56257-h.htm

ZIE OOK

BUKU/BIBLIOTHECA SURINAMICA

GESCHIEDENIS VAN SURINAME. WOLBERS [1861]

Julien Wolbers (1819-1889) was een Nederlands letterkundige die onder invloed raakte van Nicolaas Beets, de predikant/schrijver die pleitte voor de afschaffing van de slavernij in de Nederlandse koloniën. Wolbers nam samen met zijn broer het schildersbedrijf over van zijn vader. Op 37 jarige leeftijd stapte hij uit bedrijf en ging hij zich als rentenier toeleggen op de bestudering van de geschiedenis van Suriname. In 1861 verscheen zijn publicatie Geschiedenis van Suriname.

Wolbers is kritisch over het Nederlandse bestuur in Suriname en hij hekelt de wreedheid van planters en hun onzedelijk gedrag. De dagelijkse werkelijkheid van het harde en bijzonder wrede klimaat waarin slaven moesten werken was volgens Wolbers erger dan een romanschrijver zou kunnen verzinnen. Zo vertelt Wolbers over de ‘neger’ Darius die bij de fiskaal zijn beklag kwam doen over de wrede straffen op de plantage Sinabo. De directeur van deze plantage, Jan Jakob Bongaard, had een slaaf die verdacht werd van gifmengen laten afranselen en had hem de Spaanse bok laten geven. Vervolgens werd hij in de timmerloods opgesloten en verbood hij de slaaf te laten verplegen of  hem water dan wel voedsel te geven. Toen de man stierf werd hij in opdracht van de directeur in het struikgewas geworpen waar hij onbegraven bleef liggen.

De zeden in Suriname stonden volgens Wolbers op een zeer laag peil. Er was weliswaar officieel een verbod voor witte Europeanen om geslachtsverkeer te hebben met slavinnen. Maar, zo schrijft Wolbers, dit was niet meer dan een dode wet want zelfs de bestuurders van de kolonie, die op naleving van de wet moesten toezien, maakten zich er zelf schuldig aan. Een sterk groeiende groep kleurlingen was het gevolg hier van. De lichtgekleurde kinderen die bij een slavin verwekt werden waren automatisch ook slaven.

Hoe verdorven de koloniale samenleving was maakt Wolbers duidelijk door te beweren dat de echtgenotes van de overspel plegende manen vaak hun slavinnen aan vrienden en bekenden aanboden voor een bepaalde prijs in de week. Dit ontleende hij aan het boek van Stedman. Wolbers had niet alleen archieven in Nederland en Engeland uitvoerig doorgespit, hij had ook alle literatuur die voorhanden was goed bestudeerd. Hij was bijzonder goed geïnformeerd maar was zelf nooit in Suriname geweest. Hij kan in vele opzichten de Hartsinck van de 19e eeuw genoemd worden. Zijn meer dan 850 pagina’s tellende boek is nog steeds de meest omvangrijke  historische studie over Suriname. Het geldt nog steeds als één van de belangrijkste 19e eeuwse werken over Suriname.

EINDE ARTIKEL[80]

WIKIPEDIAANTON DE KOM
https://nl.wikipedia.org/wiki/Anton_de_Kom

[81]

” De slaven van mevrouw Mauricius deelden nu aan het Koloniale Hof mede, dat zij weg zouden loopen wanneer de gouverneursweduwe niet uit het beheer der plantage ontzet werd. Inderdaad probeerde het Hof haar over te halen om de plantage voortaan door een administrateur te doen beheeren, ‘omdat men anders voor eene totale ruïne der bezitting harer pupillen vreesde’, maar mevrouw

  Mauricius gaf te kennen, dat de heerschappij over haar eigendom door niemand beter gevoerd kon worden dan door haar zelve.”
Wij Slaven van Suriname, Bladzijde 31 en 32 [Online versie][In het fysieke boek, bladzijde 33 en 34]A. De Kom1971 [Tweede Druk]
https://www.dbnl.org/tekst/kom_001wijs01_01/kom_001wijs01_01.pdf

[82]

”’ Onder het régime van Gouverneur Mauricius lezen wij, hoe op aanklacht van den Raad-Fiscaal huiszoeking gedaan werd bij een zekere juffrouw Pieterson, die als onmenschelijk wreed bekend stond. Het onderzoek bracht aan het licht, dat zij ‘eene menigte harer slaven om het leven heeft doen brengen op tyrannique en barbaarse manieren’. Zij dacht er ook niet aan deze daden te ontkennen, maar sprak tegenover de commissie van onderzoek de fiere woorden: ‘dat sy haer eigen goed, voor haer geld gekogt, destrueeren mogt’15) . De koloniale justitie heeft haar echter niet gestraft: – zij vond intusschen tijd om te ontvluchten.”

Wij Slaven van Suriname, Bladzijde 31 [Online versie][In het fysieke boek, bladzijde 33]A. De Kom1971 [Tweede Druk]
https://www.dbnl.org/tekst/kom_001wijs01_01/kom_001wijs01_01.pdf
[83]

”De slaven van mevrouw Mauricius deelden nu aan het Koloniale Hof mede, dat zij weg zouden loopen wanneer de gouverneursweduwe niet uit het beheer der plantage ontzet werd. Inderdaad probeerde het Hof haar over te halen om de plantage voortaan door een administrateur te doen beheeren, ‘omdat men anders voor eene totale ruïne der bezitting harer pupillen vreesde’, maar mevrouw  Mauricius gaf te kennen, dat de heerschappij over haar eigendom door niemand beter gevoerd kon worden dan door haar zelve.”
Wij Slaven van Suriname, Bladzijde 31 en 32 [Online versie][In het fysieke boek, bladzijde 33 en 34]A. De Kom1971 [Tweede Druk]
https://www.dbnl.org/tekst/kom_001wijs01_01/kom_001wijs01_01.pdf

[84]
ZIE NOTEN 78, 79, 81, 82 EN 83
[85]
ZIE NOOT 81

[86]

ZIE NOOT 82

[87]

AFRIKANEN WERDEN VAAK VERKOCHT DOOR ANDERE AFRIKANEN.

Correct. Dus?

DUS KUNNEN WE EUROPEANEN NIET SCHULDIG HOUDEN VOOR TRANS-ATLANTISCHE SLAVERNIJ!

Oeh, die ga ik de volgende keer in de rechtszaal gebruiken. “Edelachtbare, ik ben niet schuldig aan brandstichting want Pietje Bell gaf me de benzine.” Daarnaast valt er nogal wat te zeggen over de rol die Europees kapitaal speelde in het aansporen, uitbreiden en in stand houden van de West-Afrikaanse slavernij.

OKE MAAR DE ARABISCHE SLAVENHANDEL DAN?

“Ja maar hullie doen ‘t ook” had je al af moeten leren in groep 3.”

ONE WORLD

TWAALF VRAGEN OVER SLAVERNIJ, DIE JE MAAR BETER NIET HAD KUNNEN STELLEN

SANDER PHILIPSE

https://www.oneworld.nl/lezen/achtergrond/twaalf-vragen-over-slavernij-die-je-maar-beter-niet-had-kunnen-stellen/

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 47

[88]

WIKIPEDIA

SLAVERNIJ/NABIJE OOSTEN EN NOORD-AFRIKA

https://nl.wikipedia.org/wiki/Slavernij#Nabije_Oosten_en_Noord-Afrika

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

SLAVERNIJ

https://nl.wikipedia.org/wiki/Slavernij

[89]

ZIE NOOT 88

[90]

” De Europeanen sloten dan ook aan bij een al zeker zes eeuwen bestaand netwerk van Arabische slavenhandel. De slaven werden aangeleverd door Afrikaanse en Arabische handelaren en door de Europeanen naar Amerika gebracht”

WIKIPEDIA

TRANSATLANTISCHE SLAVENHANDEL/AANVANGSCONDITIES

https://nl.wikipedia.org/wiki/Trans-Atlantische_slavenhandel#Aanvangscondities

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

TRANSATLANTISCHE SLAVENHANDEL

https://nl.wikipedia.org/wiki/Trans-Atlantische_slavenhandel

Reacties uitgeschakeld voor Noten 71 t/m 90 bij ”Historicus Piet Emmer en de Westerse slavernij”

Opgeslagen onder Divers