De vertoning zit er op, de nationale Dodenherdenking is achter de rug. Achter de opluchting bij het gezag dat er geen grote ‘wanordelijkheden’ plaatsvonden, is de teleurstelling van fascistisch en zionistisch rechts over het uitblijven daarvan bijna tastbaar. Wat hebben ze hun best gedaan van te voren, om de spanning op te voeren met speculaties dat mensen hun bezwaar tegen Israëlische genocide en tegen de aanwezigheid van Kamervoorzitter nazi Bosma met luidruchtige actie kenbaar zouden maken tijdens de Twee Heilige Minuten Stilte op de Dam!
Het was een grote flop, de plechtigheid. De dam stond nog niet half vol, in plaats van de 10.000 mensen die een plek konden reserveren waren er volgens de NOS 4400 op wat een ‘halflege Dam werd genoemd.(1) Om die 4400 mensen waar te nemen, moet je dan ook nog tamelijk goed zoeken. De organisatie geeft vooral het weer de schuld, wat niet erg geloofwaardig is. Wat dan wel?
Nou, zoals Grutjes op Twitter zei: ‘fck me als het gros niet dacht: Ik ga niet naar een fascist staan kijken’(2) Inderdaad: nogal wat mensen zijn zeer waarschijnlijk weggebleven vanwege de fascist Bosma die een krans kwam leggen bij een herdenking van slachtoffers van de politieke voorouders van de fascist.(1) Veel mensen zullen ook geen zin gehad hebben in het herdenken van een vorige genocide terwijl elke uiting om ook aan de huidige genocide aandacht te schenken verdacht gemaakt of zelfs regelrecht verboden was. Veel mensen zullen ook weinig zin gehad hebben om zich uitgerekend op een oorlogsherdenking zich te laten fouilleren en als verdachte bejegend te worden. De lage opkomst kan gelezen worden als vooral een uiting van afkeer en weerzin tegen de opzet van een plechtigheid die ja zegt tegen een nazi en nee zegt tegen antifascisme en tegen solidariteit met genocide-slachtoffers.
En ja, er zullen vast mensen zijn weggebleven uit angst op gedoe en ‘ordeverstoring’, een angst die door het gezag systematisch is aangewakkerd. De afgang qua opkomst is dan ook vooral de afgang van dat gezag dat een nazi verwelkomde, solidariteit criminaliseerde, aanwezigen controleerde en fouilleerde en bij voorbaat een sfeer van naderend onheil creëerde. De flop is welverdiend. De regen was bonus, en de zon had ook wel wat beters te doen.
Er was protest op de Dam – en repressie tegen protest. Er waren Frank van der Linden en enkele anderen die zich omdraaiden en daarmee Bosma de rug toe keerden toen die een krans legde.(3) Goed zo. Er waren ook een drietal mensen die aandacht probeerden te vragen voor de dictatuur in Oeganda en de steun die Nederland daar aan verleent. Zij werden gearresteerd toen ze posters te voorschijn haalden.
Nico Schoonderwoerd, een van deze mensen en getrouwd met een Oegandese vrouw – ‘vandaar zijn betrokkenheid’ aldus het AD – vertelde. ‘De agenten zaten te wachten tot ze in konden grijpen. Dus toen we de posters onder onze kleren vandaan wilden halen, was het al gebeurd. We hadden posters meegenomen hè, want nergens stond dat dat niet mocht. Vlaggen mocht niet, borden niet, paraplu’s, maar er stond niets over posters. En oké, ik had ook een spandoek en in de verordening stond dat spandoeken niet mochten. Maar eigenlijk mocht er gewoon niks. Mijn advocaat had al gezegd: ze gaan je hoe dan ook arresteren, al houd je een ansichtkaart omhoog.’(4) Dat had die advocaat – Willem Jebbink – goed ingeschat, er mocht inderdaad vrijwel niets. Intussen hebben de demonstranten wel resultaat gehad, want zeg eens eerlijk: wat wist jij voordat dit gebeurde over de steun die Nederland geeft aan de dictatuur van Oeganda?
Dit waren niet de enige arrestaties bij de plechtigheid. ‘Kort na het stiltemoment werd nog een aan houding verricht. Een 24-jarige man uit Nijmegen zou via een livestream op Tik-Tok uitingen hebben gedaan waardoor “het vermoeden bestond dat hij mogelijk voor een verstoring zou kunnen zorgen”, schrijft de politie.’ Hele slechte zaak. De man is niet duidelijk aangehouden als verdachte. Een vermoeden is nog helemaal geen verdenking als er niet meer is dan een vermoeden. De man is ook niet weggestuurd van de Dam. Dat zou allemaal al erg genoeg zijn, maar dit gaat verder. De man is preventief opgepakt vanwege wat hij misschien zou hebben kunnen willen doen. Op zo’n basis kan de politie in principe iedereen op welk moment dan ook aanhouden en afvoeren. Tegen middernacht, toen het bericht verscheen waar ik het las, zat de man nog vast.(5) Is hij nu al vrij?!
Ja, en dan was er de helemaal schrikwekkende – en ongetwijfeld ook zo bedoelde – arrestatie van de rapper Appa, al in de vroege ochtend van de Vierde Mei. Dat ging volgens Haroon Raza, zijn advocaat, nogal grof . ‘De politie heeft in de ochtend rond negen uur de deur van het huis van zijn ouders geforceerd en mijn cliënt met grof en geboeid aangehouden voor opruiing en een poging om de betoging te verstoren’. Met ‘betoging’ wordt de herdenkingsbijeenkomst op de Dam kennelijk bedoeld. Pas laat zaterdagavond was Appa weer vrij.
Rappa ontkent stellig dat hij iets verstorends van plan was. De uitingen van Appa die in het AD-artikel over de arrestatie (6) worden aangehaald luiden:
1. ‘Juist op het moment dat een holocaust uit de geschiedenis wordt herdacht, MOET de hypocrisie omtrent de hedendaagse holocaust worden geschreeuwd’. Niets over hoe Appa wil dat dit gebeurt, en vooral ook waar. Er is met geen mogelijkheid een oproep om op de Dam herrie te maken uit t halen.
2. ‘Er is geen perfecter moment om de schreeuw van de Genocide in Gaza te laten horen dan op 4 mei tijdens de dodenherdenking’. Alweer: nergens een verwijzing om op de Dam iets tot uiting te gaan brengen. Beide uitspraken verwoorden een duidelijk standpunt: 4 mei is een goede en logische gelegenheid om tegen de genocide te protesteren terwijl een eerdere genocide wordt herdacht.
Niet alleen is dat een volstrekt verdedigbaar en volgens mij een doodgewoon juist standpunt. Er is ook in de juridische kaders waar binnen Openbaar Ministerie en politie geacht worden te werken, niets opruiends en daardoor onwettigs in te vinden. We mogen aannemen dat OM en politie dat ook weten. De aanhouding is niet zozeer bedoeld als openingszet voor een strafzaak, al valt niet uit te sluiten dat die er komt. ‘De rapper en zijn raadsman vermoeden dat hij is aangehouden zodat hij zaterdagavond om acht uur nog gedetineerd is en daardoor niets kan verstoren, met de verdenking rond opruiing als legitimatie’.
Ja, zo ziet het er inderdaad uit. Een preventieve arrestatie, en een waarschuwing aan iedereen die scherp stelling neemt tegen Israëlische genocide en Nederlandse medeplichtigheid. De aanval op Appa is een aanval op de solidariteit. Het is zaak om luid en duidelijk onze afschuw over deze arrestatie uit te spreken, en heel goed in de gaten houden wat voor vervolg OM en politie aan deze zaak gaan geven.
”Waarom een klap in het gezicht van de Holocaustslachtoffers [waartoe niet alleen de Joden, maar ook de Sinti en Roma, homosexuelen, Jehova Getuigen en
gehandicapten en andersdenkenden gerekend dienen te worden]?”
Op Twitter – aan die malle naamsverandering doe ik niet mee – las ik iets merkwaardigs. De conservator van het Holocaust Museum had – zo las ik – op de radio het feit toegelicht dat het museum wel aandacht aan Joden maar niet aan homoseksuelen besteedde als slachtoffers van genocide. Ze deed dat door te zeggen dat homo’s wegens deelname aan het verzet werden vervolgd, maar dus niet omdat ze homo waren op zich. Ik was nogal verbijsterd door zulke onwetendheid. Maar ik vroeg me al snel ook af: heeft die conservator dit echt gezegd? Een duidelijke bronvermelding zag ik niet. En zoiets gaan herhalen om er kritiek op te leveren, zonder absolute zekerheid dat de persoon het ook echt heeft gezegd, dat leek me niet verstandig.
Op zoek dus, en navraag gedaan. Ja hoor. Annemiek Gringold, hoofdconservator van het Holocaust Museum heeft zoiets echt gezegd. Gringold kreeg de vraag van een luisteraar waarom het museum geen aandacht aan de vervolging van Jehova’s Getuigen en homoseksuelen besteedde. En ze gaf via een ingesproken bericht – kennelijk op 11 maart, op 12 maart herhaald – het volgende antwoord: ‘Jehova’s Getuigen en homoseksuelen zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog ook door de nazi’s opgepakt, en veel van hen ook omgebracht door de nazi’s. De reden dat dat in Nederland gebeurde, was niet zozeer om wat zij waren, maar om wat zij deden. Dat is een iets ander stukje geschiedenis.’ Homoseksuelen zijn volgens haar vervolgd, niet vanwege hun seksuele oriëntatie maar om hun gedrag. Heel even dacht ik dat we hier een museale versie hadden van het aloude ‘je mag het wel zijn maar je mag het niet doen’. Maar het bleek nog iets anders in elkaar te zitten.
Het Radio 1 Journaal van de ochtend van 12 maart kwam er op terug, helemaal aan het eind van de uitzending.(1) Er was namelijk reactie gekomen op haar uitspraak, en daar reageerde Gringhold in de uitzending op. Eerst kregen we het ingesproken tekstje van Gringold te horen. Ze zei vervolgens, in reactie op een reactie, het volgende: ‘Het Holocaust Museum gaat natuurlijk over de vervolging van groepen, zoals Joden vooral, maar ook de Sinti gemeenschap in Nederland, die volgens de nazi’s zijn vervolgd om wie zij waren, zoals ze zijn geboren. En de nazi’s gingen ervan uit dat de Jehova’s Getuigen, als geloofsgemeenschap, andere keuzes hadden kunnen maken.’
Daar vallen al een tweetal opmerkingen over te maken. De eerste betreft die Sinti gemeenschap. De conservator noemt die, terecht, als gemeenschap die vervolgd is ‘om wie ze waren’. Maar op de website van het Holocaust Museum is van de Sinti gemeenschap eigenlijk ook nergens sprake.(2) Daar gaat het uitsluitend en alleen over de Jodenvervolging. De Sinti gemeenschap wordt dus wel genoemd om een vermeend verschil te onderstrepen met Jehova’s Getuigen en met homoseksuelen. Verdere aandacht is klaarblijkelijk niet beschikbaar. Dat klopt natuurlijk ook al niet.
De tweede opmerking betreft die Jehova’s Getuigen. Wie ook maar iets van die geloofsgemeenschap weet, weet ook dat mensen die daar deel van uitmaken, onder enorme mentale druk staan om daar niet uit te gaan. Dat Jehova’s Getuigen ‘andere keuzes hadden kunnen maken’ is dus helemaal niet zonder meer waar. Dat de de nazi’s dat wel zo zagen, doet niet erg ter zake. Ook deze mensen zijn als groep vervolgd, in een poging ze als groep van de aardbodem te doen verdwijnen (wat ook gebeurd zou zijn als ze onder nazi-terreurdruk hun geloofspraktijk hadden opgegeven trouwens). Het verhaal van de vervolging van Jehova’s Getuigen hoort thuis in het verhaal van de Holocaust in bredere zin. Ik vind het geloof van die hele Jehova Getuigen en de manier van uitdragen ervan onaangenaam en verwerpelijk. Het is zo ongeveer een mini-versie van een totalitaire maatschappij. Maar dat hoort de erkenning van leden van deze gemeenschap als wel degelijk slachtoffers van de Holocaust niet in de weg te staan.
Maar de conservator gaat verder, nu over homoseksuelen. En dan krijgen we dit. ‘Homoseksuelen zijn in nazi-Duitsland zelf vervolgd geweest. En vanwege hun homoseksualiteit ook opgepakt in nazi-Duitsland. In Nederland is dat iets afwijkend, het beleid van de nazi’s geweest. Wat je ziet is dat heel veel homoseksuelen, relatief veel, betrokken zijn geraakt bij allerlei verzetshandelingen, en er zijn veel homoseksuelen ook opgepakt vanwege de handelingen die zij deden in dat verzet, en zijn dus ook opgepakt als verzetsmensen en als zodanig omgebracht. In het museum zelf zijn er natuurlijk ook verhalen van homoseksuelen te vinden die zijn opgepakt, niet vanwege hun homoseksualiteit maar vanwege hun Joodse geboorte. En het is heel cynisch dat je dus eigenlijk uit gaat van het onderscheid dat de nazi s hebben uitgebracht want het verdriet vanwege de moord op een mens, of dat nou een jood of een homo is, is natuurlijk even groot. Alleen de reden waarom de nazi s iemand hebben vermoord, was dus anders in de geschiedenis. En daar hebben we dat onderscheid gemaakt in het museum.’
Wat ze zegt is feitelijk dit: homoseksuelen werden in Duitsland wel, maar in Nederland eigenlijk niet, vervolgd vanwege hun homoseksualiteit. Ze werden ‘alleen maar’ als deelnemers aan het verzet vervolgd. Prima overigens dat ze zegt dat homoseksuelen ‘relatief veel’ aan dat verzet deelnamen. Minder prima dat ze ontkent dat de homoseksuele identiteit als zodanig reden voor de nazi’s was om, ook in Nederland, homoseksuelen te vervolgen en de dood in te jagen. Wat ze zegt is aantoonbaar onjuist. Iemand die verantwoordelijkheid draagt voor een Holocaust Museum hoort zulke fouten niet te maken.
Ze is trouwens niet de enige die de vervolging van homoseksuelen in Nederland verkeerd neerzet. Op Twitter kwam ik een mooie uitgave tegen: ‘Wie kan ik nog vertrouwen?’ Van de ‘tentoonstelling: homoseksueel in nazi-Duitsland en bezet Nederland’, van het Internationaal Homo/Lesbisch Informatiecentrum en Archief, oftewel Ihlia.(4) Wat lezen we op pagina 25? ‘De enige homoseksuelen in Nederland die naar een concentratiekamp – of vernietigingskamp zijn gestuurd. In het geval dat de (zeden)politie een homoseksueel arresteerde en uit het raadplegen van zijn persoonsgegevens bleek dat hij Joods was, werd hij meteen overgedragen aan de Sicherheitsdienst. Deze zette de man meteen op transport naar Westerbork.’ Om dan te concluderen: ‘De Joodse homoseksuelen werden dus niet vervolgd wegens hun geaardheid, maar hun Joodse identiteit.’
Pardon? Waarom was zo’n man sowieso gearresteerd door die ‘(zeden)politie’? Niet vanwege zijn joodse identiteit, want die werd pas na arrestatie vastgesteld. En kennelijk ook niet vanwege verzetswerk, zoals in de versie van hoofdconservator Gringold, want arrestaties plegen wegens verzetswerk is geen taak van de zedenpolitie. De man was kennelijk opgevallen als homoseksueel, en daarom aangehouden. Had de politie geen vermoeden van homoseksualiteit – ‘zedeloos gedrag’, daar viel dat vast onder… – gehad, dan waren ze waarschijnlijk niet door de zedenpolitie opgepakt, en was hun identiteit ook verder niet gecheckt. Of ze dan als Jood aan deportatie en dood waren ontkomen is nog steeds onwaarschijnlijk, gezien het hoge percentage van de joodse gemeenschap in Nederland dat door de nazi’s is vermoord. Maar homoseksualiteit was wel degelijk de reden waarvoor deze specifieke mannen in eerste instantie vervolgd werden.
Het nazi-beleid tegen homoseksuelen was trouwens openlijk van kracht in Nederland. Dat bedenk ik niet zelf. Jan Rogier wees er in 1975 in Vrij Nederland op ‘dat de rijkscommissaris voor het bezette gebied Seyss Inquart al in juli 1940 de strafbepalingen tegen homoseksuele handelingen had verscherpt en per dekreet de algemene strafbaarheid van tegennatuurlijke ontucht had ingevoerd. Bovendien had hij een nauwlettend toezicht van de politie op geregistreerde homoseksuelen voorgeschreven.’(5) Jazeker, ‘geregistreerde homoseksuelen’, want ‘daarvoor had een andere vooroorlogse registratie bestond, waaruit de nazi’s konden putten. De amsterdamse zedenpolitie hield een register van mannelijke homoseksuelen bij, waarin in 1939 ongeveer 4500 personen stonden.’(6) De suggestie dat je in Nederland tijdens de nazi-bezetting als homoseksueel alleen gevaar liep als je aan verzetsacties deelnam en/of als je tevens Jood was, is echt verkeerd.
De waarheid is dat tijdens de bezetting plaatsen waar mannen bij elkaar kwamen om contact sociaal en seksueel – met andere mannen te zoeken, extra door politie in de gaten werden gehouden, en – voor zover het bijvoorbeeld een café betrof – ook werden binnengevallen. Door politie die over ‘roze lijsten’ van mogelijk homoseksuelen beschikte, door politie die homoseksuelen vervolgde omdat ze homoseksueel waren en dat lieten blijken. Nederlandse politie deed dat, als verlengstuk echter van het bezettingsregime dat haar afkeer van homoseksualiteit niet onder stoelen of banken stak.
Dat politie al voor die bezetting al repressief optrad richting homoseksuelen, maakte het voor agenten ongetwijfeld makkelijker om zich nu in te laten schakelen voor nazi-doeleinden. Dat de bezetter, zoals de tentoonstellingskrant aangeeft, geen politieagenten genoeg had om tegelijk Joden en homoseksuelen uit te roeien, en dat de bezetter de Jodenvervolging voorrang gaf, is geen reden om weg te moffelen dat homoseksuelen wel degelijk omwille van hun homoseksualiteit doelwit van nazi-vervolging waren. Het verhaal van hun vervolging hoort op die basis gewoon in een serieus Holocaust Museum thuis.
Nu kun je er natuurlijk voor kiezen om een museum alleen aan de Jodenvervolging te wijden. Dat is legitiem. Maar kun je het museum dan niet beter Museum over de Jodenvervolging’ noemen? Je kunt ook een strikte definitie van ‘holocaust’ afspreken, en zeggen dat dit woord alleen op de uitroeiing van joden betrekking hoort te hebben. Ik vind dat aanvechtbaar, maar het kan. Wat echt niet kan, is de vervolging van homoseksuelen buiten beeld laten in een museum over nazi-massamoorden, en dat dan verdedigen met onware beweringen als zouden homoseksuelen doelwit van vervolging waren, niet vanwege hun homoseksualiteit als zodanig maar pas als ze actief aan het verzet deelnamen. De nazi- bezetters vervolgden homoseksuelen als homoseksuelen, vanwege hun homoseksualiteit. Dat feit hoort door een hoofdconservator van een Holocaust museum niet zomaar te worden uitgewist.
(5) Jan Rogier, ‘De geschiedschrijver des Rijks’, deel VIII, Vrij Nederland, 5 juli 1975, in: Jan Rogier, ‘ De Geschiedschrijver des rijks en andere socialisten – politieke portretten’ (Nijmegen ,1979), pagina 90-91.
(6) Jan Rogier, ‘De geschiedschrijver des Rijks’, deel VIII, Vrij Nederland, 5 juli 1975, in: Jan Rogier, ‘ De Geschiedschrijver des rijks en andere socialisten – politieke portretten’ (Nijmegen ,1979), pagina 90. Een heruitgave van dit prachtboek zou welkom zijn. De hoofdmoot ervan bestaat uit een kritische ontleding van het befaamde maar schromelijk tekort schietende overzichtswerk dat Lou de Jong in opdracht van de Nederlandse regering schreef over Nederland tijdens de nazi-bezetting. Rogier schetst zowel van die bezettingstijd als van de v kijk van Lou de Jong een ontluisterend beeld, doet dat vanuit een radicaal linkse visie en met krachtige argumenten.
Peter Storm
Reacties uitgeschakeld voor [Artikel Peter Storm]/Holocaust Museum miskent homo-vervolging in bezettingstijd
Peace Palace, Carnegieplein 2, 2517 KJ The Hague, Netherlands
Tel.: +31 (0)70 302 2323 Fax: +31 (0)70 364 9928
Press Release
Unofficial
No. 2024/6
26 January 2024
Application of the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime
of Genocide in the Gaza Strip (South Africa v. Israel)
The Court indicates provisional measures
THE HAGUE, 26 January 2024. The International Court of Justice today delivered its Order
on the Request for the indication of provisional measures submitted by South Africa in the case
concerning Application of the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of
Genocide in the Gaza Strip (South Africa v. Israel)
It is recalled that, on 29 December 2023, South Africa filed an Application instituting proceedings against Israel concerning alleged violations by Israel of its obligations under the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide (the “Genocide Convention”) in relation to Palestinians in the Gaza Strip.
In its Application, South Africa also requested the Court to indicate provisional measures in order to “protect against further, severe and irreparable harm to the rights of the Palestinian people under the Genocide Convention” and “to ensure Israel’s compliance with its obligations under the Genocide Convention not to engage in genocide, and to prevent and to punish genocide” (see press release No. 2023/77).
Public hearings on South Africa’s request for provisional measures were held on Thursday 11 and Friday 12 January 2024.
In its Order, which has binding effect, the Court indicates the following provisional measures:
“(1) By fifteen votes to two,
The State of Israel shall, in accordance with its obligations under the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide, in relation to Palestinians in Gaza, take all measures within its power to prevent the commission of all acts within the scope of Article II of this Convention, in particular:
(a) killing members of the group;
(b) causing serious bodily or mental harm to members of the group;
(c) deliberately inflicting on the group conditions of life calculated to bring about its physical destruction in whole or in part; and
PAGE 2
– 2 –
(d) imposing measures intended to prevent births within the group;
The State of Israel shall ensure with immediate effect that its military does not commit any acts described in point 1 above;
IN FAVOUR:
President Donoghue; Vice-President Gevorgian; Judges Tomka, Abraham, Bennouna, Yusuf, Xue, Bhandari, Robinson, Salam, Iwasawa, Nolte, Charlesworth, Brant; Judge ad hoc Moseneke;
AGAINST:
Judge Sebutinde; Judge ad hoc Barak;
(3) By sixteen votes to one
The State of Israel shall take all measures within its power to prevent and punish the direct and public incitement to commit genocide in relation to members of the Palestinian group in the Gaza Strip;
IN FAVOUR:
President Donoghue; Vice-President Gevorgian; Judges Tomka, Abraham, Bennouna, Yusuf, Xue, Bhandari, Robinson, Salam, Iwasawa, Nolte, Charlesworth, Brant; Judges ad hoc Barak, Moseneke;
AGAINST:
Judge Sebutinde;
(4) By sixteen votes to one,
The State of Israel shall take immediate and effective measures to enable the provision of urgently needed basic services and humanitarian assistance to address the adverse conditions of life faced by Palestinians in the Gaza Strip;
IN FAVOUR:
President Donoghue; Vice-President Gevorgian; Judges Tomka, Abraham, Bennouna, Yusuf, Xue, Bhandari, Robinson, Salam, Iwasawa, Nolte, Charlesworth, Brant; Judges ad hoc Barak, Moseneke;
AGAINST:
Judge Sebutinde;
(5) By fifteen votes to two,
The State of Israel shall take effective measures to prevent the destruction and ensure the preservation of evidence related to allegations of acts within the scope of Article II and Article III of the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide against members of the Palestinian group in the Gaza Strip;
IN FAVOUR:
President Donoghue; Vice-President Gevorgian; Judges Tomka, Abraham, Bennouna, Yusuf, Xue, Bhandari, Robinson, Salam, Iwasawa, Nolte, Charlesworth, Brant; Judge ad hoc Moseneke;
AGAINST:
Judge Sebutinde; Judge ad hoc Barak;
PAGE 3
3
(6) By fifteen votes to two,
The State of Israel shall submit a report to the Court on all measures taken to give effect to this Order within one month as from the date of this Order.
IN FAVOUR:
President Donoghue; Vice-President Gevorgian; Judges Tomka, Abraham, Bennouna, Yusuf, Xue, Bhandari, Robinson, Salam, Iwasawa, Nolte, Charlesworth, Brant; Judge ad hoc Moseneke;
AGAINST:
Judge Sebutinde; Judge ad hoc Barak.”
*
Judge XUE appends a declaration to the Order of the Court;
Judge SEBUTINDE appends a dissenting opinion to the Order of the Court; Judges BHANDARI and NOLTE append declarations to the Order of the Court; Judge ad hoc BARAK appends a separate opinion to the Order of the Court
___________
A summary of the Order appears in the document entitled “Summary 2024/1”, to which summaries of the declarations and opinions are annexed.
This summary and the full text of the Order are available on the case page on the Court’s website.
___________
Earlier press releases relating to this case are available on the Court’s website.
Note: The Court’s press releases are prepared by its Registry for information purposes only and do not constitute official documents.
___________
The International Court of Justice (ICJ) is the principal judicial organ of the United Nations.
It was established by the United Nations Charter in June 1945 and began its activities in April 1946
The Court is composed of 15 judges elected for a nine-year term by the General Assembly and the Security Council of the United Nations.
The seat of the Court is at the Peace Palace in The Hague (Netherlands).
The Court has a twofold role: first, to settle, in accordance with international law, legal disputes submitted to it by States;
and, second, to give advisory opinions on legal questions referred to it by duly authorized United Nations organs and agencies of the system
___________
PAGE 4
4
Information Department:
Ms Monique Legerman, First Secretary of the Court, Head of Department: +31 (0)70 302 2336
Ms Joanne Moore, Information Officer: +31 (0)70 302 2337
Reacties uitgeschakeld voor International Court of Justice/Application of the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide in the Gaza Strip (South Africa v Israel)/26 january 2024
De Verenigde Staten en Groot-Brittannië hebben in de nacht van 11 op 12 januari luchtaanvallen gelanceerd op Jemen. Doelwit zijn posities en bases van de Houthi-beweging. En jaweel, ‘Nederland ondersteunt’,(1) het zal weer eens niet. Het is een schandalige en misdadige escalatie, die we actief tegen horen te werken met protest en meer.
Waaar gaat het om? De Houthi’s vormen een gewapende beweging die een deel van Jemen beheerst, en van daaruit drone-aanvallen uitvoert op schepen die door de Rode Zee varen. Die drone-aanvallen zijn een uiting van woede over de Israëlische genocide in Gaza, van solidariteit met de Palestijnen die dag in dag uit door Israël gebombardeerd en uitgehongerd worden. Die Amerikaanse en Britse luchtaanvallen zijn een aanval op die solidariteit, en een onderstreping van een Westerse houding waarin transporten van goederen belangrijker wordt gevonden dan het opkomen voor mensen die doelwit zijn van genocide. Aan containers valt grot geld te ‘verdienen’, aan het redden van mensenlevens een stuk minder. Kwestie van prioriteiten. De luchtaanvallen zijn een koloniale strafexpeditie en een ondersteuning van die genocide. Protest en actief verzet tegen die luchtaanvallen zijn nodig. Snel en hard.
Over die Houthi-beweging – ook bekend onder de naam Ansar Allah – weet ik niet heel veel. Maar wel iets. Iran steunt ze, maar dat maakt ze nog niet tot Iraanse marionetten. In Jemen oefenen ze een redelijk autoritair en conservatief bewind uit in het gebied waar ze de baas zijn. Inhoudelijk is er niets links of radicaals aan de beweging te ontwaren. De solidariteit met de Palestijnen in Gaza waar de Houthi’s uitdrukking aan geven, heeft een binnenlands politieke component. De Palestijnse zaak leeft heel sterk onder de bevolking van Jemen. Dat blijkt uit soms gigantische pro-Palestijnse demonstraties in dat land. Wat de Houthi’s feitelijk doen is: die solidariteit omzetten in binnenlandse macht, door te laten zien dat ze het gewapenderhand opnemen voor de mensen in Gaza. Daarmee hoopt de beweging klaarblijkelijk haar eigen gelederen te versterken.(2) Cynische machtspolitiek ontbreekt hier dus bepaald niet. Het is dan ook nergens voor nodig om ons als anarchist of aanverwant linksradicaal persoon inhoudelijk met de Houthi’s te vereenzelvigen.
Maar laten we niet de klassieke vergissing maken hier. Laten we niet in de klassieke val trappen. De VS en Groot-Brittannië voeren hun luchtaanvallen niet uit omdat de Houthi’s autoritaire machtspolitiek bedrijven. De VS en Groot-Brittannië voeren hun luchtaanvallen uit omdat ze kapitaalstromen – goederenvervoer is daar een deel van – willen verdedigen. De VS en Groot-Brittannië helpen daarmee de genocidale Israëlische politiek. Want de druk die de Houthi’s met hun drone-aanvallen uitoefenen, is een serieuze bedreiging van de internationale scheepvaart die ook Israël nodig heeft om als maatschappij te blijven functioneren. Als allerlei scheepvaartmaatschappijen de Rode Zee gaan mijden, dan heeft zowel de VS als Israël daar last van. De Houthi’s hebben een effectief pressiemiddel ingezset tegen de genocideplegers onder Netanyahu’s leiding. Dat – en niet hun binnenlandse politiek of reactionaire ideologie – is hun misdaad in Westerse koloniale ogen.
De Houthi’s kunnen er best zonder luchtaanvallen toe worden gebracht om de drone-aanvallen te stoppen. Israël hoeft daarvoor slechts op te houden met haar aanvallen op Gaza. De VS kan dat gedaan krijgen, als de VS zou willen. De VS wil niet. De Amerikaanse president Biden hoeft maar te bellen met de Israëlische premier Netanyahu en elke leverantie van wapens aan Israël stop te zetten, en het is afgelopen met de Israëlische aanvallen op Gaza. Biden wil niet. Biden heeft liever een voortgaande genocide. Biden verkiest een escalatie en gaat samen met de Britse premier Sunak dus bommen gooien op Jemen. Het laat zien hoe ver de VS en het Verenigde Koninkrijk willen gaan om Israël de hand boven het hoofd te houden. De Westerse luchtaanvallen vinden plaats, niet vanwege wat de Houthi’s allemaal verkeerd doen maar precies vanwege wat ze – om wat voor reden dan ook – juist goed doen: de Israëlische genocide actief dwarsbomen. Dat daarmee een bondgenoot van Iran – een van de favoriete vijanden van Israël en de VS – wordt geraakt is mooi meegenomen. Misschien wel meer dan dat, en een grotere oorlog tussen de VS en Iran is bepaald niet uitgesloten.
Het is ook nodig om tegen die luchtaanvallen met de grootst mogelijke felheid te protesteren. Weg met deze luchtaanvallen, geen bommen en raketten op Jemen! En ja hoor, ook Nederland heeft intussen dus alweer steun betuigd aan deze koloniale onderneming. Weg met die Nederlandse steun! En ondertussen, dag in dag uit: Stop de genocide in Gaza, leve de Palestijnse vrijheidsstrijd!
OVER DE ISRAELISCHE GENOCIDE OP DE PALESTIJNSE BEVOLKING/BRIEF VAN OUD AMBASSADEUR DRS J. J. WIJENBERG AAN DE SECRETARIS-GENERAAL VAN HET MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN
VOORWOORD ASTRID ESSED
Beste Lezers,
Het is mij een Eer, onderstaande brief van oud ambassadeur en Palestina
activist drs J. J. Wijenberg op mijn website te plaatsen.
Deze is gericht aan de heer Huijts, Secretaris-Generaal van het Ministerie
van Buitenlandse Zaken.
De Inhoud [die u al gedeeltelijk kunt aflezen aan de titelkop] spreekt
voor zich en ik schaar mij er achter!
Uiteraard is deze Brief op mijn website geplaatst met toestemming
van en op verzoek van de heer Wijenberg
Zie ook onder P/S meer informatie over de heer Wijenberg
ASTRID ESSED
P/S
WIKIPEDIA
JAN WIJENBERG
https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Wijenberg
ZIE OOK OP WEBSITE ASTRID ESSED
https://www.astridessed.nl/?s=Wijenberg
EN DAN NU DE AANGEKONDIGDE BRIEF VAN DE HEER WIJENBERG!
drs J.J. Wijenberg
s-Gravenhage
De heer P. Huijts Secretaris-Generaal Ministerie van Buitenlandse Zaken Postbus 20061 2500 EB Den Haag
Verzonden per e milbericht Samenvattend: “Gaza today has become the moral compass of the world. If you fail to call this a genocide, it is on you. It is a sin and a darkness you willingly embrace.” Dr. Munther Isaac, de Palestijnse dominee vanuit Bethlehem, 25 december 2023
Bijlage Jan Wijenberg, het VN-Handvest, de Grondwet, art. 94 en Israël, 2023-12-30 Den Haag, 3 januari 2024
Geachte heer Huijts, waarde collega, Enige jaren geleden werd de Informele Opening in de Scheveningse gevangenis – aka ‘het Oranje hotel’ en nu een museum – gehouden. Achteraf bezien lijkt het van een vooruitziende blik te getuigen. Wanneer de aanklachten tegen leden van het Israëlische regime en – voornamelijk – westerse verdachten bij het VN-Strafhof op gang zijn gekomen, is deze zelfs op loopafstand van de gevangenis bereikbaar. Maar dan schiet de capaciteit daarvan tekort. Het her integreren van het museum binnen de gevangenis zal een voor de hand liggende oplossing zijn. Het mag niet als uitgesloten worden geacht dat ook [voormalige] Nederlandse politici daar in afwachting van de behandeling van hun zaak in detentie worden gehouden. Sinds mijn pensionering in maart 2003 ontving ik een uitnodiging voor deze jaarlijkse Informele Opening. Deze aanvaardde ik steeds in dank en maakte er graag gebruik van. Inmiddels heb ik de bevestiging ontvangen van mijn aanmelding voor 28 januari 2024. Zeer tot mijn spijt moet ik jouw uitnodiging afzeggen. Participatie zou, het huidige Israëlbeleid in aanmerking nemend, strijdig zijn met mijn persoonlijke eed van trouw aan de Grondwet, in juni 1987 afgelegd ten overstaan van H.M. Koningin Beatrix. Hannah Arendt, Albert Einstein en 25 rabbijnen uit New York vonden de ‘Partij van de Vrijheid’ van Menachim Begin, de voorloper van Likud en Kadima, fascistisch en vergelijkbaar met Nazi-Duitsland van rond 1930: a political party closely akin in its organisation, methods, political philosophy and social appeal to the Nazi and Fascist parties. […] until recently they openly preached the doctrine of the Fascist state. It is in its actions [o.a. de vernietiging van het Arabische dorp Deir Yassin] that the terrorist party betrays it real character; from its past actions we can judge what it may be expected to do in the future. [..] [The New York Times, 2 december 1948] Inderdaad.
Raphael Lemkin, de Pools/joodse rechtsgeleerde, formuleerde het juridische concept genocide in 1943. 1 Het huidige Israëlische bewind doet al decennialang zijn uiterste best om dit beeld in de gure werkelijkheid op de soevereine staat Palestina en de Palestijnen uit te voeren. Genocide werd en wordt één-op-één door alle politiek-zionistische coalitieregeringen in praktijk gebracht. Vanuit deze optiek is met de oorlog anno 2023/2024 van Israël tegen de Palestijnse staat en de bevolking zijn apotheose bereikt: levend of vermoord, het verwijderen van alle Palestijnen uit het illegale Eretz- of Groot Israël. DAT WAS, EN IS, DE KERN – DE POLITIEK-ZIONISTISCHE DOELSTELLING Dezer dagen trok de Turkse minister-president, Recep Tayyip Erdogan, wereldwijde aandacht met één vraag: Is er iets dat Netanyahu doet, dat minder is dan wat Hitler deed? Zijn antwoord was ‘Nee’. Dat klopt, Netanyahu is nog amoreler, nog cynischer dan Hitlder, zijn voorganger. Na een dagenlange reis in een veewagon werden de Joden bij aankomst in de waan gebracht dat zij een verfrissende collectieve douche zouden krijgen. Palestijnse kinderen schreven en schrijven na 9 september 2023 hun naam op hun huid. Zo zullen zij na hun vrijwel zekere dood tenminste geïdentificeerd kunnen worden. Artsen en verplegers, voor zover nog in leven en werkzaam in overgebleven ziekenhuizen in Gaza, ontvangen veel alleenstaande kinderen. Zij durven hen niet te zeggen dat hun beide ouders dood zijn. Netanyahu laat voor de gehele wereld zichtbaar en schaamteloos het zwaarste, door de VS geleverde, wapengeweld op deze weerloze kinderen los. Zelfs voor de min of meer zorgvuldige waarnemer is dit alles bepaald geen nieuws. De resterende vragen zijn nu of het Israëlische regime, of zelfs de staat Israël, deze misdaad zal overleven en met hoeveel meer bloedvergieten zich dit zal voltrekken. Mijn ontsteltenis wordt veroorzaakt door de politieke waan van de dag van onze nationale politiek. Deze was en blijft het fascistische Israëlische regime de facto steunen, zelfs met het sturen van stafofficieren naar de Rode Zee. Daar helpen zij één van de drie Noord- Jemenitische mega-stammen, de Houthi’s, te bestrijden. Dit is nota bene de stam die de met algehele vernietiging bedreigde Palestijnen met hun beperkte middelen te hulp schiet door aan het moorddadige zionistisch-fascistische bewind in verhouding een paar speldenprikjes uit te delen. Zo worden wij door onze hoogste politieke leiding een oorlog met wanstaltige doeleinden in gerommeld. Toch zijn de criteria, de basis van onze rechtsorde, glashelder: de Grondwet, art. 90 en 94 en in het verlengde daarvan het relevante internationaal recht, waaronder de uitspraak van 9 juli 2004 door het Internationaal Gerechtshof. Dat is niet slechts mijn opvatting. D eze criteria zijn zonder uitzondering niet voor discussie vatbaar. Deze waarden en normen gelden ‘voor allen die in Nederland verblijven’. Alle parlementsleden, alle bewindspersonen [en alle (gewezen) ambassadeurs] hebben de eed van trouw op deze Grondwet afgelegd. Dat schept verplichtingen, zou je zeggen.
1 Genocide betekent niet noodzakelijkerwijs de onmiddellijke ondergang van een natie …. Het betekent eerder een gecoördineerd plan van verschillende acties gericht op het vernietigen van het leven van nationale groepen, met als doel de ondergang van diezelfde groepen. De doelen van zo’n plan zouden zijn: het afbreken van de politieke en maatschappelijke instituten, van de cultuur, de taal, nationale gevoelens, religie, vrijheid, waardigheid en zelfs van de levens van de personen die tot zulke groepen behoren. Raphael Lemkin, de Pools-joodse rechtsgeleerde die streefde naar een Genocide Conventie. Zijn definitie is van 1943
De ontwikkeling van het recente kiesgedrag van de lidstaten in de VN-Algemene Vergadering toont de minieme, snel slinkende westerse steun aan dit politiek-zionistische regime aan. De AVVN heeft minder machtsmiddelen dan de disfunctionerende VN-Veiligheidsraad. Toch heeft de eerst genoemde de middelen ter beschikking om het Israëlische VN-lidmaatschap in het gehele systeem via een totale schorsing te neutraliseren. Geobsedeerd door binnenlandse politieke perikelen, staan alle grote Tweede Kamerfracties in verschillende gradaties achter dit pur sang fascistische, Israëlische bewind. De vraag – is de nationale politiek in overgrote meerderheid fascistoïde of wellicht ronduit fascistisch ? – doet er eigenlijk niet meer toe. “Waar je mee omgaat, daar wordt je mee besmet”, ook in de nationale politiek. De veronderstellingen dat de Raad van State over het primaat van onze rechtsorde geen of onvoldoende valide adviezen uitbrengt en dat in de komende maanden geen ingrijpende politieke omstandigheden aangaande Israël zullen plaatsvinden, zijn niet wereldvreemd. Dan dreigt de staatsrechtelijk rampzalige situatie te ontstaan dat alleen het staatshoofd het in-huis- bereide fascistische tij nog weet te keren. Op grond van zijn persoonlijke eed van trouw aan de Grondwet, zal de Majesteit daarop gebaseerde, gedetailleerde eisen moeten stellen aan het Israëlbeleid van de aankomende coalitieregering. Dat zal, alweer onder gelijkblijvende omstandigheden, een nodig novum in ons rechtsbestel inhouden. Het zal ook een eenduidige waterscheiding tussen onze rechtsorde met de huidige politiek en de nu levende politieke mentaliteit aan het licht brengen, maar niet per sé afwijkend zijn van wat in meerderheid onder de Nederlandse bevolking leeft. Bij een antidemocratische mentaliteit van toekomstige coalitiepartners, heeft de Koning geen optie dan weigeren het voorgestelde coalitiekabinet te beëdigen. Natuurlijk begrijp ik dat mijn procedureel besluit slechts een klein inhoudelijk gebaar van protest betekent, in de nationale context en wereldwijd. Ik hoop vurig dat deze brief en de bijlage als een dringende oproep tot staatsrechtelijke herbezinning zullen leiden. Ook begrijp ik dat de nationale politieke ‘klasse’ de SG van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor een als onmogelijk gehouden dilemma heeft geplaatst. Ambtenaren zijn ambtsedig verplicht de politieke prioriteiten getrouw uit te voeren. Maar er is één alles overheersend ‘mits’: mits dat politiek beleid binnen de Grondwet en het internationaal recht is vorm gegeven. Is dat in essentie niet het geval, dan heeft de DG maar één keus. Elke van beide opties hebben verstrekkende gevolgen: – verdedig ik, samen met mijn ambtenaren, een politiek zionistisch-fascistisch georiënteerde coalitieregering of – verdedigen wij gezamenlijk de Nederlandse rechtsorde, gebaseerd op de Grondwet en het internationaal recht? Waarde collega, Het is nu crisistijd, ook bij BZ. Ik wens je een, door jouw ambtelijke collega’s onderschreven, koersvast beleid toe. Dank voor jouw aandacht, met hartelijke en collegiale groeten, wg Jan Wijenberg
Reacties uitgeschakeld voor OVER DE ISRAELISCHE GENOCIDE OP DE PALESTIJNSE BEVOLKING/Brief van oud-ambassadeur drs J. J. Wijenberg aan de Secretaris Generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken
Laat ik maar eventjes niet gaan wachten totdat de NOS in haar verhullende boeventaaltje bericht over ‘botsingen tussen’ Israëli’s en Palestijnen in Jeruzalem, over ‘Joden en Arabieren’ die ‘slaags raakten’, waarna de politie ‘moest’ optreden. Laat ik maar eens hardop zeggen wat er vanmiddag in Jeruzalem gebeurt. Er vindt daar een fascistische optocht plaats. Deelnemers roepen daar om etnische zuivering en genocide. De optocht wordt gefaciliteerd door de Israëlische politie en de gloednieuwe Israëlische regering die meteen al laat zien dat ze geen haar beter is dan de Bende van Netayahu.
Waar heb ik het over? Vanmiddag, 15 juni 2021, houden extreem-rechtse Joods-Israëlische nationalisten – vriendelijker valt dit niet te formuleren – een mars door Oost-Jeruzalem, het stadsdeel waar een groot deel van de bevolking nog altijd uit Palestijnen bestaat. De optocht heet de Mars van de Vlaggen, en aan foto’s te oordelen staat het er inderdaad stijf van Israëlisch vlagvertoon. Nu is het wapperen van de nationale vlag door burgers van het land van die vlag op zichzelf niet heel schokkend. Zoiets is alledaags nationalisme, het is verfoeilijk zoals elk alledaags nationalisme verfoeilijk is, maar niet verfoeilijker dan Turkse vlaggen in Turkije, Franse vlaggen in Frankrijk en Nederlandse vlaggen in Nederland. Om over de alomtegenwoordige oranje voetbalvaandels van vandaag de dag maar te zwijgen. Weg met dat chauvinisme, maar verder geen reden tot grote opwinding.
Maar er was in Jeruzalem meer aan de hand dan ‘gewoon’ nationaal vlagvertoon. Dat was te horen aan de leuzen die deelnemers aan de optocht roepen. ‘Dood aan de Arabieren’, klonk het uit honderden kelen. Die ‘Arabieren’ zijn dus de Palestijnen, oorspronkelijke bewoners van het door Israël bezette gebied dat Palestina heet. Deze leus is een oproep tot genocide. ‘Moge jullie dorp branden’, klonk het ook vanuit de vlaggenmars. Dat kan nauwelijks anders verstaan worden dan als een oproep om de verwoesting voort te zetten van wat er over is van de Palestijnse maatschappij na een eeuw van Zionistische kolonisatie. Een kolonisatie die eerst gedekt werd door het Brits gezag en vanaf 1948 op eigen Israëlische staatsbenen werd voortgezet, zij het gaandeweg met immense Amerikaanse financiële steun. Het is een pleidooi voor een volgende ronde van etnische zuivering.
Dat pleidooi wordt expliciet gemaakt door de leus die Aljazeera noteerde uit de mond van een van de ultra-nationalistische marcheerders: ‘Een tweede Nakba komt eraan’. De Nakba is de ‘Catastrofe’, het woord dat Palestijnen gebruiken voor de gewelddadige verdrijving van 750.000 Palestijnen door Zionistische milities vanaf november 1947, door het Israëlische leger dat uit die milities voortkwam vanaf mei 1948 toen de staat Israël formeel werd uitgeroepen. Die staat is dus gesticht op basis van een enorme etnische zuivering.
Dat was doelbewust. Alleen zo kon het beoogde en uitgesproken doel van stichters als Ben Goerion bereikt worden: Joodse suprematie, een zo groot mogelijke joodse meerderheid in een zo groot mogelijk deel van Palestina. ‘Voor hem en zijn vrienden in de top van de zionistische hiërarchie was een levensvatbare Joodse staat er een die zich over het grootste deel van Palestina uitstrekte en slechts plaats bood aan een zeer beperkt aantal Palestijnen’, zo schetst Ilan Pappe de houding van Ben Goerion in de jaren vlak voor de stichting van de staat Israël.(1) Ben Goerion is de Vader des Vaderlands van de staat Israël. Hij werd ook in sociaaldemocratische kringen zeer bewonderd, nog tientallen jaren na de Nakba die hij hielp regisseren. Zo diep zit (zat?) de koloniale mind set – ook bij wat doorgaat (doorging? bewijs het eerst maar!) voor links.
De Nakba was dus de manier waarop er voor gezorgd werd dat het aantal Palestijnen inderdaad ‘zo klein mogelijk’ werd gehouden. Israëli’s die deze Nakba willen herhalen, willen dus nogmaals vele honderdduizenden Palestijnen – mensen die aan de eerdere Nakba ontkwamen en niet verdreven zijn, plus mensen die destijds moesten vluchten naar bijvoorbeeld de Gazastrook om daar alsnog onder Israëlische bezetting terecht te komen – gewelddadig verdrijven. Ze willen een volgende ronde van etnische zuivering. En ze zeggen dat openlijk, en onder bescherming van soldaten. We kunnen niet zeggen dat we niet zijn gewaarschuwd
Dit vertoon van racistische haat vindt dus vrijwel ongehinderd plaats in Jeruzalem. Israëlische autoriteiten vinden het uitstekend. Minister van interne Veiligheid Omer Bar-Lev legt uit: ‘Het recht om te demonstreren is een recht in alle democratieën.’ Terwijl dit ‘recht om te demonstreren’ werd uitgeoefend door Israëlische fascisten, probeerden Palestijnen daar protest tegen te laten zien en te horen. Weg was prompt het ‘recht om te demonstreren’. Een demonstrant probeerde een Palestijnse vlag te laten wapperen ‘voordat Israëlische troepen de vlag grepen en de Palestijnse vrouw uit het gebied wegduwden. Toen een vrouw de Palestijnse vlag voor de neus van Israëlische deelnemers aan de optocht hield – wat een moed van die vrouw!! – werkten Israëlische soldaten haar hardhandig tegen de grond.
Palestijnen konden trouwens niet zomaar in de buurt van de fascistenmars komen, want bij de Damascus Poort waren stalen barricades aangebracht om de toegang tot het gebied waar de optocht plaatsvond, te versperren. Ja, zo kon de optocht ook niet door Palestijnse wijken van de stad, maar het zijn toch vooral Palestijnen die door het Israëlische optreden in hun demonstratie- en bewegingsvrijheid worden beperkt. Zeker zeventien Palestijnen die probeerden actie te voeren, werden door Israëlische troepen verwond, drie kwamen in het ziekenhuis terecht. Die gebruikten rubber kogels, een stun-granaat, en beschoten ook maar weer eens een ambulance. Dit pluk ik allemaal van Aljazeera.(1) De NOS – jawel, ze zijn aan het verslaggeven geslagen – meldt intussen 33 gewonden onder Palestijnen, aldus de Rode Halve Maan, een Palestijnse hulpverleningsgroep.(2)
Het ‘demonstratierecht’ wordt dus nogal eenzijdig gehanteerd. Joden die Palestijnen intimideren is toegestaan en wordt gefaciliteerd. Maar stel je het omgekeerde patroon eens voor, puur als gedachteoefening! Het is ondenkbaar dat er een Palestijnse optocht door West-Jeruzalem zou marcheren, onder bescherming van het Israëlische leger dat Joodse tegendemonstranten het ziekenhuis in sloeg, terwijl die Palestijnse mars plaatsvond voorzien van talloze Palestijnse vlaggen, en met spreekkoren die verachtelijke dingen zou roepen als ‘dood aan de Joden’, ‘Moge jullie kibboets branden’ en een enkele Palestijn die riep ‘de volgende pogrom komt er aan’. Zo’n mars zou niet eens de ruimte hebben gekregen om zich te formeren. Bij de eerste geheven Palestijnse vlag zou hardhandig zijn ingegrepen. Alleen de Joodse bevolking van de staat Israël heeft het recht op dit type van ‘demonstreren’, beter intimidatie genoemd. Alleen de Joodse bevolking van de staat Israël kan bij de uitoefening van dat recht op bescherming en erkenning van overheidswege rekenen. Dit tekent de racistische, koloniale verhoudingen die de staat Israël tegenover de Palestijnen die onder haar bestuur staan, hanteert en handhaaft. Met grof koloniaal geweld.
Overigens is zo’n Palestijnse optocht met bovengenoemde leuzen en houding om nog een reden ondenkbaar. Geen serieuze Palestijnse activist zou aan zoiets mee willen doen. De Palestijnse strijd is in essentie een antikoloniale vrijheidsstrijd, geen antisemitische pogrom-beweging. Dat er mensen zijn die voor Palestijnen zeggen op te komen en zich wel aan Jodenhaat schuldig maken, is een feit. Dat zulke antisemieten typerend zijn voor het Palestijnse verzet en de pro-Palestijnse solidariteitsbeweging is een kwalijk sprookje van Israël-fans. Het is laster.
Heel charmant is ook wat de minister van Interne Veiligheid verder nog zei. ‘De politie is klaar en zal alles doen wat in haar vermogen ligt om de delicate draad van de co-existentie te bewaren.’ De ‘co-existentie’ bleek zo ‘delicaat’ dat Palestijnen met grof geweld weerhouden werden van hun maken van hun o zo terechte punt. Het betreft hier de co-existentie tussen koloniale maatschappij en gekoloniseerde Palestijnse bevolking. Natuurlijk wil een regering die de suprematie van de ene bevolkingsgroep boven de andere hooghoudt zulke co-existentie wel. Die komt er immers op neer dat de gekoloniseerde Palestijnse bevolking ‘haar plaats weet’ en en zich ‘vrijwillig’ schikt in haar lot. Or else. Die verhoudingen nog eens intimiderende kracht bij zetten is precies de strekking van de fascistische, door Israëlische militaire macht en door de Israëlische regering gefaciliteerde mars die op 15 mei door de straten van Jeruzalem is getrokken.
Noten:
1 Ilan Pappe, ‘De etnische zuivering van Palestina’ (Kampen, 2008), vertaling van: Ilan Pappe, ‘The Ethnic Cleansing of Palestine’ (Oxford, 2006), pag. 57.
Het militaire bewind in Myanmar doet een serieuze poging om de revolutie die daar al enige weken woedt, aan flarden te schieten. Politie schiet allang niet meer ‘alleen’ met waterkanon en traangas. Het dodental loopt snel op. ‘Ordetroepen in Myanmar hebben bij protesten tegen de staatsgreep van het leger zeker zeven demonstranten doodgeschoten’, schreef de NOS met verwijzing naar persbureau Reuters als bron.(1) Aljazeera sprak van ‘minstens zes mensen’ die door de politie zouden zijn omgebracht.(2) De BBC meldt intussen echter al 18 dodelijke slachtoffers van de politieterreur.(3). We mogen aannemen dat het aantal dodelijke slachtoffers verder zal stijgen.
Ook het aantal arrestanten groeit nu snel. Op 26 februari stond de teller bij de Assistence Organistion for Political Prisoners, een organisatie die politieke gevangenen ondersteunt op zeker 748 mensen die opgepakt waren sinds 1 februari, de dag dat het leger haar staatsgreep pleegde.(4) Volgens de Assistence Organisation for Political Prisoners was het aantal mensen die ‘gearresteerd, aangeklaagd of veroordeeld zijn sinds de staatsgreep van 1 februari’, gisteren al 854. ‘De groep wees er echter op dat er op zaterdag “honderden mensen” gearresteerd waren in Yangon en andere plaatsen.’ Het gaat dus hard. ‘Volgens de door de staat gestuurde MRTV televisie werden er tijdens de protesten van zaterdag 470 mensen gearresteerd’.(6) Zaterdag, dat was dus gisteren. Vandaag spreekt de NOS met verwijzing naar persbureau APvan ‘ “massa-arrestaties”, waarbij traangas en waterkanonnen werden ingezet.’ Op Twitter circuleert beeldmateriaal van grof politiegeweld.
Dit is een stevige escalatie van onderdrukking. Opvallend is de relatief lange aanloop hierheen. De staatsgreep vond op 1 februari plaats, en een viertal weken later staat het totale aantal opgepakte mensen iets boven de duizend. Vergelijken we dat met Belarus in augustus, toen duizenden mensen in opstand kwamen toen president Loekasjenko zichzelf een frauduleuze overwinning liet toespelen. Binnen een week had een immense politiemacht enorme aantallen mensen opgepakt. ‘Ordetroepen treden al dagenlang keihard op tegen demonstranten en arresteerden zo’n 6000 mensen’.(8) Dat was op 13 augustus, de vijfde dag na die verkiezingen en het begin van de protestgolf tegen de fraude.
Belarus telt nog geen vijfde van het inwonertal van Myanmar, maar het aantal arrestanten bedroeg al binnen enkele dagen het zesvoudige van het aantal opgepakte mensen in Myanmar na een maand. Het klopt dat de protesten in Belarus vanaf de eerste dag omvangrijk waren. In Myanmar duurde het een week voordat we van massademonstraties konden spreken. Maar ook na die week liep het aantal arrestanten niet heel snel op. 50 mensen oppakken op een dag dat er 500 demonstreren is redelijk angstaanjagend. Vijftig mensen oppakken op een dag dat er 50.000 of 500.000 mensen de straat op zijn, is een stuk minder afschrikwekkend. En op dat soort aantallen demonstranten gaat het, vrijwel dag in dag uit, intussen al weken lang.
Je krijgt de indruk dat de generaals in Myanmar echt enkele weken hebben gedacht dat dreigen, selectieve arrestaties en ad-hoc, nog betrekkelijk incidenteel geweld door veiligheidstroepen, voldoende zouden zijn om de bevolking zo af te schrikken dat ze de protesten zouden staken. In plaats daarvan staken mensen niet hun protest. Integendeel, velen van hen staken uit protest! Als de machthebbers echt gedacht hebben dat beperkte repressie plus dreigementen – machtsuitoefening via bluf, als het ware – afdoende machtsmiddel vormden, dan was dit een enorme miscalculatie van de generaals. Een misrekening die ze nu ‘goed’ denken te maken door op flinke schaal met scherp op demonstranten te laten schieten. Dat het bewind de repressie nu systematisch aan het opvoeren is, is feitelijk een erkenning van de kracht van de opstand. Het regime voelt zich kennelijk ruimschoots voldoende getergd en bedreigd, en is het zat aan het worden.
Hoe effectief die onderdrukking zal zijn is op dit moment nog moeilijk te zeggen. Het verzet vanuit de vrijheidslievende bevolking is heftig, vindingrijk en zeer wijd verbreid. Dat het bewind met scherp laat schieten en naast politie ook militairen de straat op stuurt, wijst er op dat de politie in de problemen raakt. Dat de politie mensen doodschiet, wijst er op dat andere onderdrukkingsmiddelen niet toereikend zijn voor herstel van Rust en Orde. ‘Agenten begonnen onder meer te schieten in Rangoon, de grootste stad van het land’, schrijft Nu.nl, die van Rangoon trouwens nog even het intussen gangbare Yangon moet maken. ‘Daar lukte het niet om betogers met traangas en waarschuwingsschoten te verdrijven. De politie krijgt in de stad versterking van het leger.’ (9) Dat demonstranten zich niet zomaar laten verslaan en ontmoedigen, blijkt uit details. Demonstranten waren voorbereid op repressie: ‘Veel van degenen die de straat op gingen droegen gasmaskers, helmen en stofbrillen ter bescherming, na een toenemend gewelddadige reactie van de politie op zaterdag toen traangas en rubberkogels werden gebruikt om menigten te verspreiden.’(10) Mensen wierpen ook wegblokkades, een soort barricades op, om de opmars van veiligheidstroepen tegen te werken.
Dit ziet er niet uit als een opstand die zich gewonnen geeft na twee dagen dodelijk staatsgeweld. Dat geldt temeer omdat de opstand veel meer is dan een aaneenschakeling van straatprotest. Er zijn tegelijk omvangrijke stakingsacties tegen het militaire bewind gaande. De straten kunnen de machthebbers leeg krijgen door met scherp te laten schieten, Al is ook dat riskant: wat nu als soldaten daar genoeg van krijgen en de geweren op hun officieren beginnen te richten. Maar zelfs al schiet de staat de straten leeg, daarmee hebben ze nog niet al die stakende ambtenaren, mijnwerkers, spoorwegarbeiders , docenten en anderen weer aan het werk. Er zijn zelfs politieagenten die hun werk hebben neergelegd. Helaas nog niet genoeg om de repressie ernstig te ontregelen, maar toch.
Jazeker, de revolutie in Myanmar loopt ernstig gevaar. Maar verslagen is die revolutie geenszins.
Noten:
Opmerking. 28 februari 16.47 uur: nieuwssites werken vaak hun verslaggeving in de loop van de dag bij. Dan sturen dezelfde links je naar intussen gewijzigde info. Zo heeft Aljazeera inmiddels ook melding gemaakt van 18 doden. Ik laat echter de citaten zoals ik ze in eerste instantie aantrof.
De staatsgreep waarmee de militaire top in Myanmar een halfslachtig democratisch bestuur hardhandig opzij schoof, stuit op indrukwekkend stevige en omvangrijke weerstand. Vrij snel al protest door middel van potten en pannen. Een campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid. Demonstraties die doorgingen nadat het bewind waterkanonnen, traangas, rubberen en andere kogels inzette. Het aantal mensen dat deelneemt aan protest en verzet, moet inmiddels in de vele honderdduizenden mensen lopen.
Flinke delen van het openbare leven en het overheidsapparaat liggen stil nu mensen het werk op grote schaal hebben neergelegd. Een algemene staking vormt de ruggengraat van een opstandsbewging die inmiddels trekjes van een heuse revolutie begint te krijgen. Repressie ontbreekt niet. Maar juist die repressie versterkt de ‘nu of nooit!’-verzetshouding die de huidige opstand gebracht heeft waar die nu is. Het is tijd voor een hoogst onvolledig overzicht van wat ik nu al een van de belangrijkste gebeurtenissen van 2021 durf te noemen.
1 februari 2021
De militaire leiding grijpt de macht en schuift het zojuist gekozen parlement opzij met als voorwendsel dat er sprake was van verkiezingsfraude. Regeringsleider Aung San Suu Kyi verdwijnt in gevangenschap, net als veel parlementsleden van haar Nationale Liga voor Democratie NLD. Een generaal wordt de nieuwe machthebber.
2 februari
Potten en pannen weerklonken als geluid van protest in de straten van Yangon, de grootste stad van het land, aangevuld door toeterende automobilisten en fietsers die hun bel lieten klinken.(1) Artsen kondigden een staking aan. Een Facebookpagina van een ‘campagne tot burgerlijke ongehoorzaamheid’’ kreeg al 100.000 Likes.(2)
3 februari
Medisch personeel lanceerde daadwerkelijk een staking, het betrof mensen die werkzaam zijn in 70 ziekenhuizen en dergelijke.(3) Wederom een potten-en-pannen-concert in Yangon. ‘In sommige buurten riepen bewoners en zongen ze democratische protestsongs.(4)
4 februari
Het regime blokkeerde Facebook. Protesten kregen intussen vorm. ‘Ondanks de poging van het leger om online protest het zwijgen op te leggen, en haar grimmige staat van dienst van geweldsgebruik tegen demonstranten, begonnen zich kleine geïmproviseerde protesten te vormen op donderdag.’ Allereerst in de stad Mandalay, waar politie betogers snel belaagde. In Yangon lieten mensen rode ballonnen op, ‘ de kleur die geassocieerd wordt met de partij van Aung San Suu Kyi’. Een andere groep riep: ‘Laat de junta vallen!’ En opnieuw de potten en de pannen.(5) Drie arrestaties van demonstranten in Mandalay. En een bizarre beschuldiging tegen Aung San Suu Kyi: ze zou walkie-talkies het land in hebben gesmokkeld.(6)
5 februari
Docenten en studenten van de Yangon University of Education hielden een protestbijeenkomst. Van de as staf van 256 leden waren er 200 in staking gegaan, zo vertelde een staflid. Docent Honey Twin: ‘We willen het administratieve stelsel stopzetten. We houden nu een vreedzame staking’. Ook van elders in Yangon, aan Dagon University, wordt protest gemeld.(7) Onderwijspersoneel had zich dus zich bij het medisch personeel en haar staking aangesloten.
6 februari
De kleinschalige protesten groeiden uit tot grote demonstraties. Vele duizenden mensen waren op de been in Yangon. Betogers t riepen: “We willen geen militaire dictatuur! We willen democratie!’ In Mandalay voerden artsen en studenten, in Mawlamyine hielden honderd motorrijders een ongetwijfeld luidruchtige demonstratie. En, heel belangwekkend: honderden mensen waren samengestroomd bij een politiebureau in Payathonzu. Naar verluidt waren daar NLD-mensen opgepakt.(8)
Hier is de locatie interessant: de stad ligt in de deelstaat Karen, waar een beweging langdurig verzet tegen het centrale gezag heeft gevoerd. Karen is een van de vele deelstaten waar bevolkingsgroepen wonen die zich in het centrale, op de dominante bevolkingsgroep leunende, gezag weinig tot niet herkennen. Veelal zien mensen daar zowel het leger als ook de NLD als stem van dat centrale gezag. Dat ook in een van die deelstaten mensen opkwamen tegen de staatsgreep van de ene vijand tegen die andere, laat zien hoe breed het verzet al aan het worden was. En hoe ver mensen al kijken. Mensen zien of voelen klaarblijkelijk dat een regime dat Aung San Suu Kyi op kan sluiten,voor mensen die met gegronde redenen heel kritisch tegenover haar staan, een dodelijk gevaar is.
Die breedte bleek ook al uit de omvang die de demonstraties inmiddels hadden gekregen: tienduizenden deelnemers in totaal. ‘Toen de protesten voorbij waren, klonk in veel steden voor de vijfde achtereenvolgende avond een potten- en pannenprotest tegen het militaire regime’.(9) Het internet was intussen van hogerhand stilgelegd maar zou later weer open gaan.
7 februari
Wederom omvangrijke betogingen met wederom tienduizenden deelnemers . De burgerlijke ongehoorzaamheidscampagne ging intussen door, de potten-en-pannenconcerten waren een dagelijks verschijnsel geworden. ‘Een revolutionair lied van de pro-democratiebewging van 1988 werd ook in de hele stad gezongen’(10) Die beweging van 1988 was een opstand tegen het toenmalige militaire bewind van generaal Ne Win. Het leger sloeg die opstand destijds zeer bloedig neer. Mensen zijn dat overduidelijk niet helemaal vergeten. Ze weten ongetwijfeld dat de prijs in mensenlevens wel eens zeer hoog kan zijn als de protestbeweging waaraan ze deelnemen op soortgelijke wijze wordt onderdrukt.
Alleen al in Yangon had de beweging ene indrukwekkende omvang bereikt. ‘In Yangon, de grootste stad van Myanmar, zijn voor de tweede opeenvolgende dag tienduizenden mensen de straat op te gaan om te protesteren tegen de militaire staatsgreep van afgelopen maandag. Ze vroegen om de vrijlating van de gekozen leider Aung San Suu Kyi’, aldus de NOS.(11) Ze vroegen feitelijk natuurlijk om veel meer dan dat. Naast ‘Lang leve moeder Suu’ riepen mensen ook ‘Weg met de militaire dictatuur’. Dat het bewind weggekomen zou zijn met louter de vrijlating van Aung San Suu Kyi, viel toen al te betwijfelen.
8 februari
Dag nummer drie van massademonstraties.(12) Ook protest in de hoofdstad Naypiydaw trouwens, en dat is opmerkelijk. Die hoofdstad is nieuw gebouwd onder een iets eerder militaire bewind. In de stad wonen voornamelijk overheidsfunctionarissen. Protest in uitgerekend dat regeringsbolwerk is een teken aan de wand: zo ver verspreid is de opstandigheid intussen al. In die hoofdstad zetten autoriteiten die dag een waterkanon in tegen demonstranten.
Intussen was het in Yangon erg druk. Daar ‘trokken boeddhistische monniken, samen met studenten, leraren en andere betogers in protestmars door de straten. Ze droegen vlaggen met boeddhistische symbolen. Andere demonstranten droegen de rode banieren van de Nationale Liga voor Democratie (NLD) van Suu Kyi’. De grootste oppositiepartij, zij aan zij met de in Myanmar door velen zeer gerespecteerde boeddhistische geestelijken. Dat die laatsten het protest steunen,is ook veelbetekenend: de generaals willen zich ook maar wat graag als vrome boeddhisten profileren. Boeddhistische oppositie raakt hun legitimiteit en verscheurt de façade van nationale eenheid waar machthebbers zich zo graag achter verschuilen.
Intussen waren actievoerders ook bezig om de strijd te verstevigen. ‘Activisten riepen tot eel algemene staking op maandag op’, meldde Aljazeera.(13) ‘Onze boodschap aan het publiek is dat we het dit militaire regime helemaal af willen schaffen en dat we voor onze bestemming moeten vechten’, aldus verplegende Aye Misan, geciteerd door persbureau Reuters. Dat behelst bepaald meer dan enkel het terugdraaien van de staatsgreep en de vrijlating van Aung San Suu Kyi.
Demonstraties waren er volgens nog steeds hetzelfde Aljazeera-bericht ook in Dawei in het zuiden, en in Myitkyina. Die laatste stad is hoofdstad van de deelstaat Kachen. In die deelstaat woedt een verzetsstrijd tegen het centrale gezag. Mensen hebben daar hele goede reden om n de generaals te verfoeien. Maar mensen zijn er veelal ook niet blij met Suu Kyi, die de generaals in grote lijnen de vrije hand gaf tegenover dit soort verzetsstrijd. Dat mensen nu toch deel nemen aan de protestbeweging, laat zien dat ze verder kijken dan de persoon aan de macht. Ze zien de machtsstructuur, het militaire bewind als zodanig, als vijand. Terecht, uiteraard.
9 februari
Een dag van escalatie. Omvangrijke demonstraties, maar nu ook aanzienlijk staatsgeweld. It Nu.nl: ’Zeker vier mensen zijn dinsdag in Myanmar gewond geraakt tijdens een protest tegen de staatsgreep in het land. Ze zijn in de hoofdstad Nay Pyi Taw neergeschoten door de politie.’ Een van hen is in levensgevaar. In Mandalay arresteerden de autoriteiten dertig mensen. Ook zette politie traangas en waterkanonnen in. Intussen was er ook dat andere, stillere protest: ‘In Myanmar is een grote ongehoorzaamheidactie op gang gekomen. Artsen, verpleegkundigen, docenten en ambtenaren zijn uit onvrede met de coup gestopt met werken. De ambtenaren hopen zo dat het voor de militaire leiding van het land onmogelijk wordt om te regeren’.(14)
Belangrijk, dit begin van algemene staking! Want demonstraties, die kunnen van straat geschoten worden, en we weten dat de het militaire apparaat op dit vlak een tamelijk griezelige staat van dienst heeft. Maar hoe hard je ook schiet, daar krijg je een onwillige bevolking die in staking is gegaan, nog niet gegarandeerd mee aan het werk. Een demonstratiegolf van de huidige omvang kun je een volksopstand noemen. Met een algemene staking erbij kunnen we het over revolutie beginnen te hebben.
Dat straatprotest zelf bleek intussen stevig, zo blijkt uit Aljazeera’s berichtgeving.(15) Betogers gooiden ook met dingen toen ze met waterkanonnen werden belaagd. Interessant is de visie van Soe Aung, mensenrechtenactivist en wonend in Thailand: ‘Ik denk dat zij [de generaals] de demonstranten met verschillende manieren proberen bang te maken, maar de betogers zijn erg vastbesloten. Veel ambtenaren hebben zich bij het protest aangesloten, dus dat is erg bemoedigend.’ Inderdaad! ‘Belangrijker: het zijn niet alleen de studenten en de jonge mensen maar ook de etnische minderheden in meerdere delen van het land. Dus ze gaan niet terugkrabbelen. Ze begrijpen dat, als ze terugkrabbelen, ze voor altijd de slaven van de dictatuur zullen zijn.’ Nu of nooit! Dat is kennelijk een wijdverspreide, en hoogst noodzakelijke, houding in de protestbeweging.
Die protestbeweging trof een grote politiemacht tegenover zich – maar ook die bleek kwetsbaar. ‘OP dinsdag wisselden ongeveer 20 politieagenten van kant op 4 verschillende plekken – in Pathein, Naypyidaw, Myeik en Magway’, aldus berichtgeving in de Guardian.(16) Ook in Naypyidaw, dat regeringsbolwerk, dus!
10 februari
Grote demonstraties, jawel. ‘Naar schatting 100.000 mensen verzamelden zich in de commerciële hoofdstad Yangon, volgens getuigen.’ En opnieuw politiemensen die de kant van de protesten kozen. ‘In Loikaw, de hoofdstad van de staat Kayah, sloten 40 politieagenten zich op woensdag bij betogers aan en hielden een spandoek vast: “Leden van het Myanmar politiekorps (staat Kayah) staan aan de kant van burgers”‘. De protesten groeien, de geüniformeerde staatsmacht blijkt niet overal meer helemaal solide.(17)
Opvallend is de diversiteit van deelnemers, waarover The Guardian bericht.(18) Mensen uit gemarginaliseerde groepen begonnen zich nadrukkelijk te manifesteren. In Yangon was er een groep drag queens onder de demonstranten. Regenboogvlaggen zijn te zien op demonstraties. Dit is extra indrukwekkend als je je realiseert dat nog een anti-sodomie-wet heeft. Die stamt overigens uit de tijd van het koloniale bewind van Groot-Brittannië.
Dan zijn er nog de Rohingya. Dat is een bevolkingsgroep van moslims. Myanmar’s militaire apparaat heeft tegen deze bevolkingsgroep ene campagne van repressie, verdrijving en massamoord gevoerd, en Aung San Suu Kyi hield die militairen de hand boven het hoofd. Veel boeddhistische Myanmarezen gaan helaas mee in het racisme tegen deze mensen, met het idee dat het hier een soort indringers uit Bangladesh betreft, als smoes.
Maar zie! Op een protest in Mawlamyine was een Rohingya-activuist met kameraden aanwezig, voorzien van een eren zichtbare leus: ‘Wij (Rohingya) staan voor democratie’. Hij kreeg ‘geen slechte reacties’, vertelde hij. En hij analyseert: ‘De meerderheid van mensen realiseert zich dat in een nationale crisis deze gemarginaliseerde groepen naar de frontlinie komen… Dat is de geest van de burgers. Ik geloof dat er na de protesten een betere eenheid tussen de meerderheid en de minderheden.’ Hier zien we hoe gezamenlijke strijd tegen onderdrukking solidariteit genereert. Het is een van de inmiddels talloze tekenen dat de situatie revolutionaire trekjes heeft gekregen.
Intussen worden ook de eisen radicaler. ‘De eisen van de betogers gaan nu verder dan het terugdraaien van de staatsgreep. Ze zoeken ook de afschaffing van de grondwet van 2008, opgesteld onder militair toezicht, die de generaals een veto gaf in het parlement en controle over diverse ministeries, en een federale staat in het etnisch diverse Myanmar’. Intussen groeide ook de stakingsbeweging. ‘De staf van de het ministerie van elektriciteit en energie in Naypyidaw, waren onder de laatsten die zich woensdag bij de burgerlijke ongehoorzaamheidsbeweging aansloten’. (19)
De stakingsbeweging breidde zich ook uit buiten overheidsinstellingen. Zeelieden en hun vakbond namen deze dag ook aan de protesten deel en waren in staking gegaan. Dat lees ik in Aljazeera. Daar wordt ook verteld van een groep demonstranten die zich voorbereid hadden op repressie: mensen kwamen ‘met helpen, stofbrillen en gezichtsmaskers in anticipatie op mogelijk traangas en andere methoden. “We moeten voorbereid zijn”, zei een 22-jarige die eenedeel van zijn naam gaf, Aung. “Dis is de revolutie van onze burgers. We denken dat de politie spoedig zou kunnen reageren. Ik hoorde dat er een persoon is neergeschoten in Naypyidaw”’ (20)
11 februari
Weer een dag van demonstraties, maar ook van arrestaties. Het totale aantal was intussen opgelopen, zo maakte AAPW, een organisatie die politieke gevangenen ondersteunt, bekend.‘Een totaal van 220 mensen – van NLD-politici tot activisten, leraren en mensen uit de burgermaatschappij – zijn gearresteerd sinds de militairen de coup pleegden, zei ze [de AAPW, PS], met 200 die zich nog in detentie bevonden.’(21)
‘In de Irrawaddy Delta, het thuisland voor een groot deel van de rijstoogst van Myanmar, bestormde de politie een medische kliniek en hield een arts die de campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid steunde aan terwijl die een patiënt aan het behandelen was.’ Zijn vrouw vertelde er over aan persbureau AFP, Aljazeera maakt er 12 februari melding van.(22)
Intussen kregen we ook meer te lezen over wat demonstranten bewoog.(23) Dat gaat om veel meer dan alleen het afzetten van Aung San Suu Kyi. Een jongeman van 23, op 11 februari in Yangon aan het demonstreren met zijn vriendengroep: ‘Ze willen geen budget in het onderwijs steken, en dan sturen ze hun kinderen naar internationale scholen van topniveau’. Sociale ongelijkheid, niet alleen politieke onvrijheid, maakt mensen dus ook boos. De jongeman gaat verder: ‘De militairen ruïneren alles voor iedereen behalve een procent van de bevolking. Ze laten iedereen onopgeleid en arm achter. We zijn bezorgd dat dat onze toekomst is.’
Een demonstrant van 28 jaar, over het gevaar van gewelddadige onderdrukking: ‘Misschien kunnen er 100 of 1000 mensen doodgaan, maar onze hele toekomst hangt van dit moment af. Als we niet winnen, dan zijn we voor altijd slaaf van de militairen.’ Bijna letterlijk wat we eerder lazen van een mensenrechtenactivist.
12 februari
Het regime zegt opeens 23.000 mensen vrij te laten uit haar gevangenissen. Dat gebeurt met de uitgesproken bedoeling dat die vrijgelaten mensen ‘tot fatsoenlijke burgers moeten worden voor de bestwil van het volk en uit menselijkheid en mededogen’, zo staat in een verklaring.(24) Als machthebbers zo beginnen te praten, dan is het zaak om erg goed op te letten. Aljazeera sprak al van een ‘een massale opschoning van de gevangenissen van het land terwijl autoriteiten het onderdrukken van stakende arbeiders opvoeren.’(25) En inderdaad. Al die lege celruimte die ermee vrij komt, daar kun je erg veel demonstranten in wegproppen. Ga er maar van uit dat het regime grootschalige repressie aan het voorbereiden is. Of het die kaart daadwerkelijk uit gaat spelen? En of het er mee weg komt?
Die zelfde dag gingen de protesten volop door, het regime dreigde, het regime arresteerde hier en daar ook mensen.(26) Legerleider/machthebber Min Aung Hlaing vermaande de stakende ambtenaren en dergelijke om weer aan het werk te gaan. ‘Maar honderdduizenden kwamen nog steeds op in over het hele land verspreide manifestaties – de zevende dag van protesten op rij – en eisten dat de generaals van het land de macht opgaven.’
Repressie is er, soms vrij heftige, maar die krijgt soms effectief lik op stuk. ‘Op vrijdag schoot de politie in de havenstad Mawlamyine rubberkogels af op studenten terwijl ze een sit-down protest uit elkaar joeg. Sommige van de demonstranten werden opgenomen in het ziekenhuis, terwijl er negen in hechtenis werden genomen. Ze werden later vrijgelaten nadat een menigte een politiebureau belegerde en hun vrijlating eiste.’
Ik vraag me af hoe het politiebureau er had uitgezien als de arrestanten niet waren vrijgelaten. Dat de politie het daar kennelijk niet op aan liet komen, is tekenend voor de verhoudingen die in Myanmar ontstaan.
13 februari
Aljazeera geeft een soort van tussenstand in een zeer lezenswaardig artikel.(27) Het schetst de kracht die de opstand in Myanmar intussen heeft weten te bereiken, en wijst de stootkracht van het verzet. Het is de moeite waard om er eens flink uit te citeren.
De opening: ‘Een beweging van burgerlijke ongehoorzaamheid begon vrijwel direct en verwierf steun van brede delen van de maatschappij. Treinen zijn tot stilstand gekomen, ziekenhuizen zijn gesloten, en van ministeries in de hoofdstad, Naypyidaw, wordt geloofd dat ze onder spanning sta te midden van massale werkonderbrekingen.’ Dat wijst richting een omvangrijke staking met serieuze effecten. Wie doen er mee? ‘vele duizenden, waaronder verplegenden, dokters, advocaten, ingenieurs, boeren, ambtenaren, fabrieksarbeiders en zelfs sommige politieagenten zijn in staking gegaan of zijn overgelopen in een poging om de nieuwe militaire regering te verlammen.’ Er is een woord voor zoiets. Dat heet een algemene staking. Later in het artikel wordt dat begrip ook gehanteerd.
En de staking raakt de macht en rijkdom van de machthebbers. ‘Ee kopermijn in het noordelijke Sagaing-regio, gezamenlijk eigendom van de militairen en een Chinees bedrijf, heeft haar operaties gestaakt nadat meer dan 2000 arbeiders het werk neerlegden. En honderden ingenieurs en andere leden van de staf die werken voor Mytel, een telecom operator die deels in eigendom is van de militairen, is gestopt met werk.’ Dat is serieus.
Ook fabrieksarbeiders zijn dus gaan staken. ‘Naar schatting 5000 arbeiders in Hlaing Tharyr, een industriele zone in de belangrijke stad Yangon, hebben zich bij de algemene staking aangesloten, zo vertelt een vakbondsorganisator die verzocht om anoniem te blijven aan Aljazeera.’ Dit soort wijdverbreide arbeidersactie is mede mogelijk geworden doordat er in de afgelopen jaren van beperkte democratisering wel degelijk ook enige speelruimte voor vakbonden is gekomen. Die zijn sinds 2011 niet meer verboden, en er is intussen een ‘jonge maar vasthoudende beweging voor arbeidersrechten met jaren van ervaring in het organiseren van stakingen.’ Dat werpt heden ten dage dus vruchten af.
Het artikel wijst ook op boycotactie, en op het overlopen van politiemensen naar de kant van de demonstranten. Die mensen nemen een groot risico. ‘Ik weet dat ik in de gevangenis gestopt wordt met een lange gevangenisstraf als onze strijd voor democratie geen succes behaalt’, aldus politieluitenant Kung Aung Ko Ko, een van deze agenten. Overgelopen politiefunctionarissen zijn dan ook ondergedoken.
Genoemde vakbondsactiviste denkt groot en ambitieus over wat er nu nodig is. Dat past bij de situatie. “Om deze revolutie succesvol te laten zijn is het noodzakelijk dat iedereen meedoet. Arbeiders, studenten, zelfs de politie en de soldaten. Iedereen.’ Dat zij op deze wijze spreekt over revolutie en over een mogelijke overwinning, doet recht aan de situatie die de opstandige bevolking van Myanmar in minder dan twee weken tot stand heeft weten te brengen. De revolutie in Myanmar is nog jong. Ik denk en hoop dat ze haar beste dagen en weken nog voor zich heeft. Er is geen enkele doorslaggevende reden onder de huidige om te denken dat haar overwinning niet mogelijk is.
Een longread. Ik heb overwogen het verhaal op te splitsen en er een serie van te maken, Ik zie daar van af gezien het hoge tempo van de huidige ontwikkelingen De tweede helft van het artikel dreigt anders minstens 36 uur achter de zich snel opeenvolgende feiten aan de hobbelen. Wie de voorgeschiedenis wel best vindt of voor later wil bewaren, kan natuurlijk meteen doorgaan naar het tussenkopje ‘Staatsgreep’, of meteen naar ‘Opstand!’
Februari 2021, de eerste week: militaire top pleegt staatsgreep in Myanmar. Beginnetjes van protest, verzet, burgerlijke ongehoorzaamheid, stakingen. Februari 2021, tweede week: bevolking is opstand tegen het militaire bewind in Myanmar. Omvangrijke demonstraties en stakingsactie, oproerpolitie schiet met waterkanonnen, rubberkogels en met scherp. De opstand is nu al geweldig bemoedigend. En de opstand is bepaald niet kansloos ook. Ook niet nu het bewind intussen met steeds grover geweld reageert op het verzet.
Op 1 februari bleek de legerleiding van het Zuidoost-Aziatische land Myanmar een staatsgreep te hebben gepleegd. Daarmee zette ze het nieuw gekozen parlement opzij en maakte een hardhandig einde aan het toch al halfslachtige democratische bestuur dat de laatste jaren min of meer functioneerde. De legerleiding verschool zich achter verkiezingsfraude. Bewijs daarvoor werd niet geleverd. Het had er vooral veel van weg dat de militaire top niet kon uitstaan dat Aung San Suu Kiy en haar partij de NLD bij de verkiezingen van november 2020 een overwinning had behaald en de aan de legertop verbonden oppositie maar een handjevol zetels had behaald. De militaire leiders ‘vonden Aung San Suu Kyi door haar enorme populariteit misschien toch te machtig worden’, aldus Ole Chavannes, door de NOS ons als ‘Myanmar-kenner’ geïntroduceerd.(1) Het zou best eens kunnen. Maar wellicht is er meer aan de hand. Hoe zit het eigenlijk met die militairen in Myanmar, en met de recente democratische episode waar die militairen nu een gewelddadig eind aan proberen te maken?
Wat geschiedenis
Myanmar kent militaire regimes sinds 1962, toen het leger met een staatsgreep een einde maakte aan een opeenvolging van burgerregeringen die het toen nog Birma geheten land sinds de onafhankelijkheid van 1947 bestuurden. Machthebber werd generaal Ne Win. Zijn bewind verordonneerde de Birmese Weg naar het Socialisme: de staat trok de economie aan zich, officieren bestuurden de staat. Het was een soort stalinisme, maar zo karikaturaal dat min of meer serieuze stalinisten – preciezer: maoïsten – er een guerrilla-oorlog tegen begonnen, die overigens niet geweldig ver is gekomen. Natuurlijk had het met socialisme niets te maken: de officieren vormden feitelijk een ondernemersklasse en zogen de bevolking uit. De economie liep op laat-stalinistische wijze vast op haar eigen inefficiëntie. Het isolement waarin het regime het land had gebracht, hielp ook niet erg mee.
In 1988 was de getergde bevolking het zat. Studenten, en vervolgens ook anderen, begonnen te demonstreren voor politieke en economische hervormingen. De eisen gingen in de richting van een liberaal-democratisch bestel: meer vrijheid, verkiezingen, democratisch bestuur, een rechtsstaat, dat soort zaken. Maar voor die beperkte vormen van vrijheid ontbrandde een hele radicale strijd. Massademonstraties dag na dag, stakingen van overheidspersoneel, vorming van comités die het bestuur hier en daar overnamen. Feitelijk woedde er in 1988 maandenlang een revolutie die hele radicale vormen van bevrijding binnen bereik begon te brengen. Heeft er al eens iemand een mooie kroniek of bruikbare radicale analyse aan deze episode van vrijheidsstrijd gewijd?
Het regime reageerde zoals militaire regimes plegen te regeren op protesten: snoeiharde repressie. Aanvankelijk brak die de weerstand niet. Maar op 18 september richtte het leger een bloedbad aan. “orde’ heerste sindsdien weer in Rangoon, zoals het huidige Yangun toen nog werd aangeduid, in Mandalay en waar ook in Birma. Pardon, in Myanmar, wantrond die tijd veranderde het regime de naam van het land.
Het regime deed nog meer. Ne Win verdween naar de achtergrond in een soort staatsgreep binnen het bewind. En het bewind beloofde vrije verkiezingen! Dat kwam mooi uit, want in 1988 keerde Aung San Suu Kyi terug uit een soort ballingschap. Zij was de dochter van de politicus die mede aan de wieg stond van de Birmese onafhankelijkheid, een man die kort na die onafhankelijkheid was vermoord. Ze werd al snel het gezicht van de oppositie. Maar voor zover Aung San Suu Kyi protesten aanvuurde, waren die van het principieel geweldloze soort. Heel mooi, maar met alleen Gandhi in de hand kom je tegenover soldaten die gericht schieten, en met scherp, niet zo heel erg ver.
Zij en haar partij, de Nationale Liga voor Democratie NLD, zetten vooral in op de verkiezingen. Met dat lokaas leek er voor vrijheidslievende mensen al snel geen reden meer om de straat op te gaan. Waarom nog het risico nemen voor meer democratie als je binnenkort een democratische regering kunt kiezen? De democratische beloftes va het regime, plus de gretigheid waarmee Aung San Suu Kyi er op in ging, zorgden voor rust op de straten en maakten een snelle herleving van de opstand – toch al bloedlink na de repressiegolf – extra onwaarschijnlijk. Rust en orde heersten in de straten, de orde van de militairen, de rust van de vrije verkiezingen in aantocht. De manoeuvre werkte helaas.
In 1990 vonden de verkiezingen plaats. Aung San Suu Kyi en de NLD behalen een grote overwinning. De militaire top legt de uitslag naast zich neer. In plaats van een positie aan het hoofd van een democratische regering kreeg de NLD-leidster huisarrest. De militaire leiding bleef het land besturen als een grote openluchtgevangenis, met militairen als gevangenbewaarders en generaals als gevangenisdirectie. Binnen die openluchtgevangenis ontbrak het aan daadwerkelijke cellencomplexen uiteraard niet.
Protest was er, verzet ook. Protest van NLD-aanhangers in de stad. Verzet vanuit diverse bevolkingsgroepen die een guerrilla voerden tegen het centrale gezag. Myanmar was namelijk een staat met daarbinnen tal van nationaliteiten. De grootste bevolkingsgroep die zich met Birma als natie identificeerde, was boeddhistisch. Maar er waren kleinere bevolkingsgroepen, vaak met een andere godsdienst. De Karen bijvoorbeeld waren christenen. Zij vormden een van de bevolkingsgroepen vanwaaruit verzetsstrijd plaats vond. De Rohingya, die we later nog tegenkomen, zijn moslims.
Noch het protest van bijvoorbeeld de Karen, nog de keurige protesten van de NLD-mensen, vormden voor het bewind een serieuze bedreiging, De generaals heersten, hadden de socialistische pretenties gedumpt, en waren in zaken gegaan. Tegelijk profileerden generaals zich ook graag als vrome boeddhisten. Ze leken hun B.V. Myanmar redelijk op orde te hebben, maar dat was toch niet helemaal het geval.
In de eerste plaats was de reputatie van het bewind erg beroerd, vanwege de onvrijheid en de systematische schendingen van mensenrechten. Aung San Suu Kyi was wereldwijd bekend als vrijheidsicoon. De Nobelprijs voor de Vrede, die ze in 1989 al had gekregen, was daarbij behulpzaam. De slechte reputatie van het bewind hielp niet bepaald om bijvoorbeeld toeristen naar het land te krijgen. Ook Westerse ondernemers aarzelden, niet omdat zij de hardhandig afgedwongen arbeidsrust niet waardeerden, maar wel omdat zij bang waren voor reputatieschade. Een land dat zich van dit soort afwegingen weinig aan trok, was China, dat in 1989 met haar democratische protestbeweging had gedaan wat Myanmar in 1988 had gepresteerd. China en Myanmar ontwikkelden economisch vrij nauwe banden. Maar dat zette de onafhankelijkheid van de Myanmarese staat weer onder druk.
Voordat deze afwegingen tot een koerswijziging leidden, nam de straat haar rol weer op. In augustus 2007 begonnen demonstraties tegen een verhoging van de brandprijzen. Al snel escaleerde die tot een nieuwe volksopstand, met boeddhistische monniken in een symbolische hoofdrol. Die stellingname van monniken raakte de legitimatie van het regime, en raakte tegelijk ook een gevoelige snaar bij de boeddhistische stadsbevolking. Die juichten de optochten van monniken op de straten toe. Maar het deel van de boeddhistische geestelijkheid dat protesteerde, profileerde zichzelf als leiding van de protesten, en de rest van de bevolking eerder als supporters dan als gelijkwaardige deelnemers. Toen de boeddhistische generaals de stap zetten om boeddhistische monniken hardhandig te onderdrukken, stond de rest van de volksbeweging – die veelal huizenhoog tegen de monniken opkeek – feitelijk met lege handen. Wederom kwam het militaire bewind als overwinnaar uit de bus, mede dankzij de geschetste zwakke plekken in de protestbeweging. Opstanden die niet tot het uiterste gaan, die niet de actieve deelname van heel haar sociale basis aanvuurt maar een groot deel ervan als achterban in de achterhoede laat lopen, zulke opstanden leggen het af tegen een vastberaden bewind dat bereid is om het vuur op vreedzame demonstranten te laten openen.
Een beetje democratie
De generaals zullen opgelucht adem hebben gehaald. Tegelijk zaten ze nog steeds in dat isolement. Voor een winstgevende, concurrerende economie hebben zelfs de meest corrupte generaals toch graag investeerders over de vloer. En die bleven nog steeds grotendeels weg. Het bewind besloot tot een heel voorzichtige democratische opening, om te beginnen met een nieuwe grondwet. Die werd er in 2008 met een referendum doorgejast, en garandeerde bij verkiezingen sowieso 25 procent van de zetels in het belangrijkste parlementaire lichaam aan de militairen. Veel stelde dat nog niet voor. Tegelijk werd de repressie gaandeweg minder, en kwamen er ook gesprekken met opstandsbewegingen tegen het centrale gezag. Intussen vonden in de industriële zones her en der stakingen plaats van textielarbeiders. Er rommelde iets. De generaals zullen zich gerealiseerd hebben dat een volgend 1988 of 2007 wel eens iets minder goed voor ze kon aflopen. Waar onderdrukking te riskant wordt, daar wil inkapseling via bescheiden concessies wel eens uitkomst bieden. Ook dat soort afwegingen zal de heersers richting democratisering hebben getrokken.
Doorslaggevend was waarschijnlijk Westerse druk. Die had twee redenen. Enerzijds worden Westerse politici graag gezien als voorstanders van vrijheid en democratie. Mensenrechten zijn dus een propagandawapen. Door Myanmar ermee om de oren te slaan kon een Obama of ene Blair aan kiezers in eigen land dus populariteitspunten scoren. Het kostte niets, want zaken doen met Myanmar deden ze toch al weinig.
De tweede reden is complexer, en wellicht nog cynischer. Westerse mogendheden houden op een bepaalde manier werkelijk van democratie! Dat komt omdat de multinationale ondernemingen waar ze steun aan verlenen, op een zeer specifieke wijze baat hebben bij democratisch bestuur, in vergelijking althans met het soort dictatuur dat Myanmar was. Zo’n dictatuur is corrupt en gesloten. Die corruptie, daar is voor multinationale ondernemers best mee te leven. Het kost iets, maar je krijgt er wat voor terug. Maar in dictaturen neemt corruptie de vorm aan van een zodanig soort vriendjespolitiek, dat de meeste multinationale ondernemers buiten spel staan, De generaals van Myanmar bevoordeelden zichzelf, elkaar en familieleden. General Motors, Philips en hoe ze maar mogen heten, hebben in zo’n structuur het nakijken. Wat zulke ondernemers dus willen, is een eerlijk speelveld waarin ook zij aan de concurrentiestrijd mee kunnen doen. Ze willen niet door corrupte generaals of partijbazen buiten de deur gehouden worden.
Welnu, de ondernemersbehoefte aan een eerlijk speelveld, faire concurrentieverhoudingen, vertaalt zich politiek in de norm van de ‘rechtsstaat’, met electorale democratie en al. Een rechtsstaat, zodat je oneerlijke concurrentie kunt aanvechten. Een meer onafhankelijke media, zodat corruptie en vriendjespolitiek blootgelegd en aangeklaagd kunnen worden. Concurrerende politici en politieke groeperingen – en dus vrije verkiezingen – zodat geen vaste kliek van machthebbers permanent iedere buitenstaander buiten spel blijft zetten. Daarin is de verheven retoriek over rechtsstaat, vrijheid en democratie geworteld. Op een bepaalde manier menen Westerse staatshoofden en regeringsleiders deze retoriek nog ook. Het is een bloemrijke formulering van het soort openheid voor multinationale ondernemingen wiens boodschappers die regeringsleiders in en staatshoofden in zekere zin zijn.
De machthebbers in Myanmar zullen zich gerealiseerd hebben dat ze democratie moesten aanbieden om multinationale ondernemingen binnen te halen, Dus boden ze, heel voorzichtig maar gaandeweg iets voortvarender, democratie aan. Natuurlijk hielden ze hun repressie-apparaat intact. Natuurlijk waakten ze voor hun eigen belangen. Maar er kwamen wel degelijk min of meer vrije verkiezingen, die in 2016 de NLD een grote meerderheid bezorgden, waarna Aung San Suu Kyi regeringsleidster werd in een voor haar gecreëerde positie als Staatsraad. De maatschappij ontdooide. De angst die diep in de vezels van mensen was gaan zitten, werd gaandeweg minder.
Terreur tegen Rohingya
Intussen waren de generaals echter niet alleen kersverse democraten. Het waren altijd ook nog Myanmar-nationalisten. Datzelfde gold voor Aung San Suu Kyi. Aanzienlijke delen van de bevolking voelde zich daar nogal ongemakkelijk bij, met goede reden. Zo waren er de Rohingya in het westen van Myanmar. Geen boeddhisten maar moslims – en dus voor boeddhistische nationalisten bij voorbaat verdacht. Vanuit de Rohingya kwam een activistische, deels gewapende beweging op. Die voerde op vrij kleine schaal verzetsdaden uit, vooral maar niet uitsluitend tegen militaire posten en dergelijke. Dat werd het voorwendsel voor het leger om de Rohingya-bevolking grootschalig aan te vallen, te verdrijven en hier aan daar rechtstreeks uit te moorden. Dat was in 2016-2017. ‘Minstens 6700 Rohingya, waaronder op zijn minst 730 kinderen jonger dan vijf jaar, zijn gedood in de maand nadat het geweld uitbrak. Volgens de medische liefdadigheidsorganisatie Medicins Sans Frontieres (MSF) Amnesty International zegt dat de militairen van Myanmar ook Rohingya vrouwen en kinderen hebben misbruikt en verkracht’. In Rakhine, de provincie waar de Rohingya wonen, zijn nu nog 500.000 van hen. Meer dan 600.000 Rohingya zijn gevlucht naar Bangladesh, al is ‘verdreven’ misschien een beter woord.(2)
De smoes was dat de Rohingya geen ‘echte’ Myanmarezen waren, maar immigranten die eigenlijk niet in Myanmar thuishoorden. Achter de massamoorden en de verdrijving zat een soortgelijke dynamiek als achter de Armeense genocide die de Turkse staat doorvoerde, en de genocide op Tutsi’s in Rwanda in 1995. Ook daar was gewapend verzet vanuit organisaties binnen deze bevolkingsgroep het voorwendsel om de bevolkingsgroep als zodanig van de aardbodem of minstens van het grondgebied van de staat – te doen verdwijnen. De anti-Rohingya-campagne was tegelijk een manier van de machthebbers om zich als echte nationalisten te profileren.
Wat deed intussen de winnares van de Nobelprijs van de vrede. Aung San Suu Kyi? Zij praatte de repressie in grote lijnen goed, en steunde daarmee de generaals. Ook zij had een reputatie te verliezen als Myanmar-nationalist. Ze koos ervoor om op dit thema geen ruzie met de generaals te zoeken. Ze maakte zich daarmee feitelijk medeplichtig aan de genocidale politiek van die generaals. Dat kostte haar een groot deel van haar reputatie bij mensenrechtensupporters buiten Myanmar.
Maar in Myanmar zelf waren nogal wat mensen het met de vijandige politiek jegens de Rohinya niet zo oneens. Nationalisme verbond een groot deel van de bevolking met zowel Aung San Suu Kyi als met de generaals, die achter de schermen nog steeds machtig waren. De vrijheidsliefde van deze bevolking strekte zich bepaald niet automatisch uit tot erkenning van de rechten en vrijheden van alle, ook niet-boeddhistische, bevolkingsgroepen. Rohingya vonden te weinig gehoor in Myanmar buiten hun eigen vervolgde gemeenschap.
Relatieve uitzondering: de punk-gemeenschap die ook Myanmar rijk is. ‘“Deze is voor Wirathu – kijk eens wat je hebt gedaan”, schreeuwt de leadzanger, verwijzend naar een van Myanmar’s meest prominente nationalisten, voordat hij zich stort in een song over religieus geweld’, zo lezen we al op 2015 op Aljazeera, in een reportage over hoe punks tegen de opgeklopte anti-moslim-haat stelling namen.(3) Wirathu, een boeddhistische monnik en een felle anti-Rohingya, nationalist, was gangmaker van die haat. In 2015 nam de regering wetgeving aan die moslims – en dus Rohingya ook – onder druk zette en in een soort uitzonderingspositie plaatste. Wirathu en zijn organisatie hadden deze wetgeving bepleit. Helemaal onweersproken bleef het anti-Rohingya-chauvinisme gelukkig niet, en van de meer extreme uitingen distantieerde het regime zich soms ook. Wirathu viel in ongenade en werd uiteindelijk gearresteerd, maar dat was vooral omdat hij de militairen aanmoedigde om Aung San Suu Kyi af te zetten.(4) Aan de repressieve houding die staat, militairen en Aung San Suu Kyi tegenover de Rohingya innamen, veranderde weinig.
Staatsgreep
Er gonsde meer in de maatschappij dan een kritische punkscene in Yangon, de belangrijkste stad. Er was een vrij radicale studentenbeweging. Nu en dan waren er ook stakingen van fabrieksarbeiders. In 2019 was er zelfs een serieuze stakingsgolf(5). Het was allemaal redelijk pril. Maar wat begon als een opportunistische democratische wending van bovenaf, werd van onderop wel degelijk benut om meer ruimte te zoeken voor een rechtstreekse strijd, voor lotsverbetering en meer vrijheid, en hier en daar ook tegen giftig nationalisme. Of ‘democratie’ het passende woord is, mag je je afvragen. De militaire leiding oefende nog steeds veel invloed uit, en had ook nogal wat economische belangen. Maar vrijere maatschappelijke verhoudingen en stemmingen hadden wortel geschoten. De angst was niet meer als vanouds, en dat was wel degelijk een verbetering. Al snel zou blijken hoe bedreigd die vrijheid nog altijd was.
In november 2020 waren er verkiezingen in Myanmar. Er was een oppositie die aan de militairen was gelieerd. En er was de nog steeds populaire NLD, met Aung San Suu Kyi als aanvoerster. Als de militairen gedacht hadden dat de meeste mensen genoeg op haar en haar regeringspartij waren uitgekeken om hun stem eens aan de pro-militaire oppositie te geven, vergisten die militairen zich. De NLD won tamelijk overweldigend. De legerleiding riep ‘Fraude!’ maar kwam niet met bewijs. Eind januari hintte Zaw Min Tun, generaal en militair woordvoerder: ‘We zeggen niet dat de Tatmadaw de macht zal grijpen; maar we sluiten het ook niet uit.’. Die Tatmadaw, dat was dus het militaire apparaat in Myanmar, dat duidelijk genoeg had van een rol als door breed gesteunde burgerpolitici enigszins opzij geduwde indirecte machthebber. De Tatmadaw zocht kennelijk zekerheid en ongebreidelde macht. Overigens kwamen na deze griezelige hint geruststellende woorden. De hint bleek echter vooruit te wijzen naar de realiteit: enkele dagen later was de militaire staatsgreep een feit.
Nervositeit vanwege de kracht en populariteit van de NLD en haar aanvoerster speelde als motief voor de staatsgreep een rol. Ik denk dat er nog een factor was. De militaire machthebbers hadden de democratische opening gelanceerd om economische redenen, om onder Westerse druk uit te komen zodat bedrijven in Myanmar wilden investeren en de economie tot bloei zou komen. Dat was maar matig gelukt, en de verontwaardiging over de vervolging van de Rohingya dreigde opnieuw tot Westerse druk op Myanmar te leiden. Daarmee werd de democratie, bezien vanuit de machthebbers, enigszins overbodig. Aangezien Democratie draagt ook het gevaar in zich draagt uit de hand te lopen – als de de bevolking democratische beloftes op haar eigen manier serieus gaat nemen en zelfstandige vrijheidsdrang gaat ontplooien. Een riskante democratie, die ook nog eens niet de door de machthebbers beoogde economische voordelen oplevert waarom ze was ingevoerd, die kun je net zo goed weer afdanken, of minstens drastisch in staatsveiliger richting verbouwen.
De staatsgreep werd beklonken met arrestaties van veel NLD-politici, waaronder Aung San Suu Kyi zelf. De president werd afgezet, de vicepresident werd president en droeg de macht meteen over aan legerleider Min Aung Hlaing (7). Kort na de staatsgreep maakte de nieuwe/oude machthebbers hun plannen bekend: een jaar noodtoestand, gevolgd door nieuwe verkiezingen. Je mag aannemen dat de militaire top de zaak wel zo zou organiseren dat die verkiezingen een militair wenselijke uitslag zouden krijgen. Anders hadden ze zich net zo goed bij de huidige verkiezingsuitslag neer kunnen leggen.
Opstand!
De eerste 24 uur na de staatsgreep gebeurde er vrij weinig spectaculairs. Zou er een grootschalige repressiegolf op touw worden gezet, met massa-arrestaties? Zou er protest komen? En hoe zouden de kersverse dictatuur daar op reageren? Wie zich ook maar een beetje verdiept heeft in de opstanden van 1988 en 2007 en het staatsgeweld dat machthebbers ontketenden, realiseerde zich hoe griezelig de situatie was en nog kon worden. De bevolking va Myanmar had gegronde reden voor grote bezorgdheid en angst. Al snel bleek dat heel veel mensen zich niet door die angst lieten verlammen. De bereidheid om voor vrijheid te vechten en aanzienlijke risico’s te nemen, brak door de angst heen en bracht mensen in beweging.
Al binnen 48 uur weerklonk er protestgeluid: mensen in de grootste stad Yangun maakten lawaai met potten, pannen, ratels en dergelijke, tien minuten lang. Al snel gebeurde er meer. ‘Een docentenfederatie riep op tot de vrijlating van vastgezette politici en studentenleiders. Yangon Youth Network kondigde een campagne voor burgerlijke ongehoorzaamheid aan, en artsen in Mandalay weigerden te werken onder de militaire junta’.(8) Dat meldde de Guardian op 2 februari. De BBC voegde toe: ‘Jeugd- en studentengroepen riepen ook op tot een campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid, en een Facebook-groep voor de campagne verwierf 100.000 Likes. Artsen die werkten in regeringsziekenhuizen zeiden dat ze het werk vanaf woensdag neer zouden leggen om te pushen voor de vrijlating van mevrouw Suu Kyi.’ Een anestesiologist had zelfs uit protest ontslag genomen.(9) Andrew Nachemson, op 3 februari in Aljazeera: ‘Frontline gezondheidswerkers van meer dan 70 medische eenheden en ziekenhuizen in het land kondigden een staking aan vanaf woensdag en weigerden om om te werken voor het militaire bewind’. Een arts keek verder dan de eigen beroepsgroep: ‘Hoewel wij, de medische werkers, de beweging op gang hebben gebracht, willen we dat andere departementen van de overheid ook meedoen. Als meer departementen betrokken worden bij de burgerlijke ongehoorzaamheidscampagne, dan hebben we het gevoel dat het regeringsapparaat ophoudt te bewegen.’(10)
Op donderdag 4 februari vonden er al kleine straatprotesten plaats in Mandalay en in Yangun. In Mandalay verdreef de politie de betogers en arresteerde vier mensen, In Yangon riepen mensen ‘Laat de junta vallen!’ ‘Ze hieven hun hand in het drievingerige groet, het gebaar dat gebruikt wordt door Thaise pro-democratie-betogers’.(11) Op 5 februari namen docenten deel aan de strijd: ‘honderden docenten en studenten verzamelden zich voor campusgebouwen van de Yangon University of Education in Yangun’, aldus Aljazeera op die dag.(12) ‘Een lid van de staf schatte dat 200 van de staf van 246 op de univeriteit zich bij het protest aansloten.’ Deelnemers maakten hun positie glashelder: ‘We willen deze militaire staatsgreep die op onwettige wijze onze gekozen regering de macht greep uit handen van onze gekozen regering.’ Dat is nog keurig rechtsstatelijk democratisch. Maar kijk hoe strijdbaar ze zich opstellen: ‘We gaan niet langer met ze werken. We willen dat de staatsgreep mislukt.’ Deze mensen zijn het stadium van protesteren en vragen voorbij en hebben het terrein van de directe actie welbewust betreden. Het bewind sloot intussen de toegang tot allerlei sociale media maar af, het standaardrecept van regimes die nerveus worden van protesterende mensen.
Op 6 februari bleek de protestgolf aanzienlijk gegroeid, met duizenden demonstranten in Yangun. “het zou gaan om het grootste protest sinds de militairen de controle in het land overnamen’, aldus Nu.nl bij een illustratief videofilmpje(13). De NOS: ‘In Myanmar hebben tienduizenden gedemonstreerd tegen de staatsgreep van het leger, begin deze week.’ Het bericht gaf mooie details: In de grootste stad Yangun riepen demonstranten leuzen tegen de militaire dictatuur en voor democratie. Van de mensen langs de kant kregen ze water en eten aangereikt. Automobilisten gaven blijk van hun steun door op hu claxon te drukken en de betogers met drie vingers te begroeten.’ Het bericht meldde ook demonstraties in Mandalay, en in de hoofdstad Naypyidaw.(14) Dat laatste is best opmerkelijk: die hoofdstad is nieuw gebouwd in opdracht van militaire machthebbers. Er wonen vooral regeringsbureaucraten. Dat ook daar mensen protesteren, is geen gunstig teken voor het staatsgezag.
Zondag 7 februari, soortgelijke taferelen.(15) Yangun, wederom vele duizenden mensen. Elders: honderd betogers Mawlamyine aan de kust, en ook een protestbijeenkomst in Mandalay. Maar ook dit: ‘Een andere menigte van honderden mensen bracht de nacht door buiten een politiebureau in de stad Payathonzu in de staat Karen in het zuidoosten, waar gedacht werd dat plaatselijke NLD-wetgevers waren gearresteerd.’ Actie in Karen: dat betekent dat ook buiten de steden en regio waar de grootste bevolkingsgroep woont, protest op gang komt. Ook dat is gunstig: zo blijft de volksopstand, want daarvan was intussen sprake, staatspogingen tot verdeel en heers makkelijker voor.
Ajjazeera heeft ook interessante informatie over de protesten van 7 februari.(16) In Yangon zijn maar liefst drie demonstraties geweest. Over een ervan lezen we: ‘duizenden mensen – waaronder fabrieksarbeiders en studenten prominent aanwezig waren – marcheerden op zaterdag een hoofdstraat door terwijl ze riepen: “Military dictator. fail, fail. Democracy, win, win” ‘ Die leus vertaal ik niet, die is duidelijk zat. Verder: ‘Nog eens duizenden waren de straat op gegaan in de tweede stad van Myanmar, Mandalay, en in haar door de militairen gebouwde hoofdstad Naypyidaw, thuis voor de overheidsbureaucraten van het land, waar demonstranten anti-staatsgreepleuzen scandeerden en om de vrijlating van Aung San Suu Kyi riepen.’ In Myawaddy vielen politieagenten demonstranten aan en namen ze onder vuur, het is niet duidelijk waarmee precies.
Zo ging het maar verder. Maandag 8 februari: de NOS sprak van ‘vele duizenden demonstranten’ in het land.(17) Het militaire bewind voerde intussen de repressie op. ‘In de hoofdstad Naypyidaw is korte tijd een waterkanon ingezet tegen demonstranten.’ Veel demonstranten weer in Yangun. Daar ‘ trokken boeddhistische monniken samen met studenten, leraren en andere betogers in protestmars door de straten.’ Een oproep tot algemene staking vond verspreiding. ‘Tot de staking is opgeroepen door onder anderen de bekende activist Min Ko Naing, een van de leiders van de protestbeweging tegen de toenmalige dictatuur die in 1988 begon.’ Een stem vanuit een eerdere protestgeneratie dus. Zo worden vonken en vlammen doorgegeven. En dat de regering nu al een waterkanon in de hoofdstad, dat gloednieuwe regeringsbolwerk, meende nodig te hebben was een erkenning van de kracht die de opstand intussen heeft bereikt.
Aljazeera berichtte tevens over protesten elders, niet alleen in Yangun en Naypyidaw. In Dawei bijvoorbeeld, maar ook in Myitkyina.(8) Dat is de hoofdstad van Kachin, ook een deelstaat waar een van de minderheidsgroepen woont die met gegronde reden het centrale gezag – van de generaals, maar toen ze regeerde ook van Aung San Suu Kyi – wantrouwden. Dat wantrouwen zal niet weg zijn, maar hoe ze ook tegen de NLD-aanvoerster aan kijken, de afwijzing van de dictatuur hebben ze gemeen met haar aanhang. Dit is geen NLD-protest op zich, al is duidelijk dat die NLD en Aung San Suu Kyi nog altijd veel steun genieten onder de bevolking. Dit is veel meer. Dit is een opstand van de bevolking van Myanmar in haar veelvormigheid tegen haar militaire onderdrukkers. Bij het bericht van Aljazeera staat trouwens een landkaartje met stippen op plaatsen waar op 7 februari protest heeft plaatsgevonden. Ik tel minstens 70 van die stippen, van het uiterste zuiden tot ver in het noorden van het land.
Op dindag 9 februari escaleerde de onderdrukking, het bewind had intussen een samenscholingsverbod afgekondigd: samen komen met meer dan vijf personen was verboden. Mensen gingen evengoed de straat op en demonstreerden. In de hoofdstad Naypyidaw zette de politie eerst een waterkanon in, en opende vervolgens het vuur nadat demonstranten terug waren gaan vechten. ‘Ze vuurden eerst twee keer waarschuwingsschoten in de lucht, toen vuurden ze [op betogers] met rubber kogels”, aldus citeert persbureau AFP een bewoner. Aljazeera, waaruit ik hier put, meldt ook de arrestatie van twee actievoerders in Mandalay en de inzet van een waterkanon in Bago.(19) Intussen spreekt de NOS van politie die in Mandalay ‘wild om zich heen slaat’ en van ‘ waarschuwingsschoten’. ‘Er zouden meer dan twintig mensen gearresteerd zijn’. Het bericht spreekt over gewonden . ‘Online circuleren berichten over schietpartijen en doden onder demonstranten, maar die zijn onbevestigd.’
Dat doet inmiddels denken aan de 2007, en zelfs aan het bloedbad dat het militaire regime in 1988 aanrichtte om de revolutie neer te slaan. Gaat die tragedie zich herhalen? De repressie begint in die richting te wijzen. Maar er staan zaken tegenover die een minder ongunstige afloop minstens denkbaar maken.
Allereerst reist het nieuws nu nog sneller, en kunnen ook actievoerders veel vlugger communiceren. Het is minder eenvoudig om een opstand in bloedbad te verzuipen zonder dat daar onmiddellijk reacties op komen waar het bewind echt last van kan hebben, en vooral zonder dat de opstand verder wordt aangewakkerd. In 1988 hoefde het bewind geen internet stil te leggen en geen sociale media te blokkeren. Nu wel, en dat laat zwakte zien, geen kracht. In de tweede plaats kennen mensen hun vijand: precies de soort repressie waarmee het bewind in 1988 optrad, is een extra motief om alles op alles te zetten om de militaire dictatuur te verslaan. In de derde plaats zijn er in de nu abrupt afgebroken tijd van halfslachtige democratisering sociale netwerken en bewegingen opgekomen die niet zo heel makkelijk meer opgerold kunnen worden.
In de vierde en niet bepaald laatste plaats: er zijn inmiddels beginnetjes van een arbeidersbeweging die haar laatste woord tegenover haar onderdrukkers bepaald nog niet heeft gesproken. Demonstranten kan het leger van de straat schieten. Maar als de oproepen tot een algemene staking werkelijk aanslaan, is het bewind met lege straten nog steeds niet uit de problemen. Die algemene staking is er nog niet, maar er zijn wel degelijk mensen die deze kant op bewegen. De BBC schrijft over het protest van maandag 7 februari:(20) ‘Tienduizenden kwamen maandag bijeen in de hoofdstad Naypyitaw voor de staking, met andere steden zoals Mandalay en Yangun die ook melding maken van aanzienlijke aantallen, aldus BBC Burmese. De betogers omvatten leraren, advocaten, bankpersoneelsleden en overheidsarbeiders’. Dat is het slag betogers dat we de eerste dagen al zagen.
Maar dan dit: ‘Online zijn er oproepen geweest aan arbeiders om niet naar het werk te gaan. “Dit is een werkdag maar we gaan niet naar het werk, al worden onze salarissen gekort”, zei een betoger, de 28-jarige Hnin Thazin, arbeider in een kledingfabriek, tegen persbureau AFP’. ‘We’ gaan niet naar het werk. Dat is al meer dan ‘ik ga niet naar het werk’. Zoiets wijst op iets van collectieve stakingsactie, en dat is een hoopvol teken. Het is veel en veel te vroeg om de opstand in Myanmar als verloren te beschouwen. Het is intussen wel de hoogste tijd om tot concrete daden van solidariteit met de dappere demonstranten in dat door dictatuur getergde land te komen.
2 ‘Myanmar Rohingya: What you need to know about the ctrisis’, BBC, 23 januari 2020, https://www.bbc.com/news/world-asia-41566561 De genocidale vervolging van de Rohingya is een afzonderlijk artikel meer dan waard.