Geachte minister ‘Hierbij stuur ik u nogmaals de ‘schrijnende brief’ die u een tijd geleden hebt ontvangen.’ De 14 -1 brief, wordt het verzoek genoemd dat door of namens een vreemdeling aan de verantwoordelijke minister of staatssecretaris wordt gericht om een verblijfsvergunning wegens ‘schrijnende’ omstandigheden aan te vragen. De benaming verwijst naar de datum (14 januari 2003) waarop toenmalig minister van Vreemdelingenzaken Hilbrand Nawijn toezegde ‘gebruik te zullen maken van zijn ministeriële discretionaire bevoegdheid om ‘in zeer bijzondere gevallen’ alsnog een verblijfsvergunning te verlenen aan personen aan wie eerder geen verblijfsvergunning was toegekend.’
19.000 brieven Zijn toezegging leidde tot een enorme toestroom van brieven. Ruim 19 duizend aanvragen kregen Nawijn en zijn opvolger Rita Verdonk te verwerken. Siepy Zijlstra de Roos is een van de brievenschrijvers. Ze zet zich vanuit haar woonplaats Drachten al jaren in voor asielzoekers; door dossiers uit te pluizen, fouten in de procedures aan te kaarten en eten en onderdak te bieden aan asielzoekers die vanuit het plaatselijke asielzoekerscentrum op straat zijn gezet. ‘Klokkenluider’ over de misstanden in het Nederlandse asielbeleid, noemt Siepy zichzelf. “Bij de beoordeling van vluchtelingen worden al jarenlang fouten gemaakt, ze krijgen geen eerlijke beoordeling. Het is een grote schande wat hier gebeurt!”
Criminelen Nu zij de zeventig is gepasseerd, is ze opgehouden met asielzoekers in nood thuis op te vangen. Maar brieven schrijven doet ze nog bijna wekelijks. Haar werkkamer staat vol dossiers, correspondentie met de IND en brieven aan ministers. “Ik heb hier honderden schrijnende gevallen staan,” vertelt Siepy en wijst op de rij ordners in de boekenkast. “De een is nog erger dan de ander. Je gelooft niet dat dit in Nederland gebeurt. Er wordt vaak gezegd en geschreven dat de gevangenissen vol zitten met buitenlandse criminelen. Maar in de vreemdelingenwet staat dat een asielzoeker de uitslag van een rechter op straat moet afwachten. Niet alleen zonder geld, maar ook zonder identiteitspasje. Automatisch worden vluchtelingen zo illegale personen zonder geldige papieren. Met als gevolg dat ze als criminelen worden behandeld en gevangen gezet!”
Deze is ook erg Ze doet een greep uit de mappen: “Hier, een Syrische moeder en zoon, beiden in behandeling voor Posttraumatische stressstoornis. Vanaf 2001 in Nederland, twee maanden te laat voor het generaal pardon. Geweigerd door de Syrische ambassade; ze kunnen dus niet terug. Maar ze mogen ook niet blijven.” Ze bladert door de map. “Maral, 18 jaar, sinds haar achtste in Nederland. De hele familie is door de vreemdelingenpolitie midden in de nacht van hun bed gelicht. Vader en broer zaten vijf maanden in detentie. Dat meisje heeft een verschrikkelijk trauma opgelopen.” Ze bladert verder. “Deze is ook erg: vader en zoon uit Georgië. Ze hebben hun vrouw en moeder al tien jaar niet gezien. Zij kreeg direct asiel in Engeland, maar vader en zoon strandden in Nederland en moeten vertrekken.” En ga zo maar door.
Irritante zeurpiet Van VluchtelingenWerk kreeg Siepy ooit een voorbeeldbrief. Ze gebruikt sindsdien dezelfde opzet en stuurt de brief altijd netjes in tweevoud op. ‘Geachte heer Leers, Hierbij verzoeken wij u om gebruik te maken van uw inherente afwijkingsbevoegdheid om vader en zoon … alsnog in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning. Hun situatie is schrijnend te noemen.’ Een uitgebreide uiteenzetting van een uitzichtloze situatie van de vluchteling in kwestie volgt. Siepy kijkt op van de brief. “Ik heb wel honderd van dit soort brieven gestuurd, aan Nawijn, Verdonk, Albayrak en nu Leers. Maar ik hoor er bijna nooit iets op terug. Volgens mij vinden ze mij maar een irritante zeurpiet.” Als ze al iets terug hoort, stemt dat weinig hoopvol. Geen enkele van de door Siepy voorgedragen schrijnende gevallen heeft op basis van discretionaire bevoegdheid een verblijfsvergunning gekregen. Maar stoppen met brieven schrijven doet ze niet. “Stilzwijgen is instemmen, dat zal ik nooit doen.
Steeds meer Friezen geven aan dat ze thuis vluchtelingen willen opvangen. Fryslân heeft daar een lange traditie in. Een van de initiatiefnemers van een werkgroep voor vluchtelingenopvang is Siepie Zijlstra uit Drachten. Zelf kan hij geen vluchtelingen meer opvangen, maar dat heeft hij wel jarenlang gedaan.
Het is belangrijk om de vluchtelingen te behandelen als familie en goed naar de mensen te luisteren. Sommigen kunnen erg getraumatiseerd zijn. Zijlstra adviseert gastgezinnen die vluchtelingen willen opvangen om de gasten vooral de ruimte te geven.
Zijlstra is blij met de toegenomen animo onder Friezen om vluchtelingen op te vangen.
EINDE OPROEP
[102]
KLM, WEIGER MEDEWERKING AAN DE UITZETTING VAN VENANT RNAAR GEVAARLIJK RWANDA!
Alle officieren en onder-officieren van de geheime dienst KhAD/WAD in Afghanistan ten tijde van het communistisch bewind van 1978 tot 1992 zijn oorlogsmisdadigers en hebben zelf deel genomen aan martelingen. Dat staat te lezen in een ambtsbericht van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken uit 2000. Er was in die jaren een schrikbewind in Afghanistan en natuurlijk wil Nederland geen vrijplaats zijn voor oorlogsmisdadigers.
Al jaren is er veel kritiek op dat ambtsbericht en het heeft nog steeds grote consequenties voor honderden Afghaanse mannen en hun families in Nederland. Zo’n man moet eigenlijk weg maar kan niet terug naar Afghanistan. De rest van het gezin mag blijven en is vaak zelfs Nederlander geworden.
In het Nederlands Juristen Blad verschijnt vrijdag een artikel over dit ambtsbericht over Afghanistan uit 2000. Joost Brouwer en vreemdelingenadvocaat Pieter Bogaers zochten voor het eerst uit wat de bronnen zijn van het ambtsbericht. En komen tot opzienbarende conclusies. Bram van Ojik (Tweede kamerlid GroenLinks) reageert live op hun bevindingen.
EINDE BERICHT VPRO ARGOS NEDERLANDS JURISTENBLADWAAROM HET KWAD/WAD AMBTSBERICHT VAN 29 FEBRUARI 2000ONJUIST EN ONBETROUWBAAR IS (UITGEBREIDE VERSIE) 19 april 2018Pieter Bogaers en Joost Brouwer
In dit artikel wordt ingegaan op de vraag waar het verhaal vandaan komt dat ‘alle KhAD- en WAD-(onder) officieren’ zich aan marteling schuldig maakten. Dat is een belangrijke vraag want vanwege deze conclusie wordt door de Unit 1F van de IND aan al die ex-(onder)officieren in Nederland artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag tegengeworpen en kunnen zij als vermeende oorlogsmisdadigers geen verblijfsvergunning krijgen.
Lees hier het artikel ‘Waarom het KhAD/WAD-ambtsbericht van 29 februari 2000 onjuist is en onbetrouwbaar (uitgebreide versie)’. Dit is een uitgebreide versie, met veel meer details, van het artikel dat verschenen is in NJB 2018/750, afl. 16, 20 april 2018. Bijlagen (die ook in de korte versie worden vermeld), kunnen worden ingezien door op de links te klikken hieronder of in de uitgebreide versie.
Nederland heeft een 72-jarige Rwandese asielzoeker uitgeleverd aan Rwanda, waar hij wordt verdacht van deelname aan de genocide van 1994. Het vliegtuig met Venant R. aan boord landde gisteravond laat op de luchthaven van de hoofdstad Kigali. Justitie in Rwanda bedankt Nederland in een persbericht voor de uitlevering van R. en meldt dat hij vandaag zal worden ondervraagd.
R., destijds werkzaam bij een landbouwinstituut, zou een moordpartij op burgers van de Tutsi-minderheid in zijn regio hebben aangestuurd. Dat gebeurde tijdens de volkerenmoord waarbij 27 jaar geleden in 100 dagen naar schatting tussen de 500.000 en 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s omgebracht. Hutu’s zijn in Rwanda in de meerderheid.
Asiel in Nederland
R. vluchtte nadien naar Nederland en vroeg in 2000 asiel aan. Drie jaar later trok de immigratiedienst IND zijn verblijfsvergunning in na een waarschuwing van Buitenlandse Zaken. In 2019 werd R. aangehouden in Leersum en vastgezet. In de tussenliggende jaren bleef R. procederen om een verblijfsvergunning te krijgen. Ook vocht hij zijn aanstaande uitlevering naar Rwanda aan, maar de rechter verwierp zijn verweer.
Een organisatie van overlevenden van de genocide heeft de uitlevering van R. verwelkomd. “Elke keer dat een gevluchte genocideverdachte aan Rwanda wordt uitgeleverd, wordt er een stap gezet in de richting van gerechtigheid”, zei een woordvoerder van de groepering tegen persbureau AFP.
R. is de derde Rwandese genocideverdachte die Nederland terugstuurt naar Kigali.
Juristen en mensenrechtenorganisaties hebben in het verleden herhaaldelijk gewaarschuwd voor een oneerlijke rechtsgang in Rwanda, waar processen vaak politiek gemotiveerd zouden zijn en aan verdachten bekentenissen worden ontlokt door hen te martelen. EINDE NOS BERICHT
It was just after 9am on Thursday and he was finishing breakfast when the callout came. Kenmure Street’s “Van Man” – the activist who spent nearly eight hours squeezed underneath an immigration enforcement van to prevent the detention of two men on Glasgow’s southside – was on his bike in minutes.
“It’s not often you can catch raids in the act like this, but the southside has a lot of folks pulling together,” he said. “The only way that day could have ended was with our neighbours’ release; there were simply too many local people standing in the street for the police to have taken the van away. The strategy does work – and we want the world to understand that it was the people on the streets who won that victory, not the politicians.”
Victory came just after 5pm when, after a tense standoff between police and a crowd that had swelled to hundreds during the sunny day, including families celebrating the first day of Eid alongside asylum rights activists, the two Indian nationals were released back into their community.
The Home Office said the operation “was conducted in relation to suspected immigration offences”. The pair are understood to be receiving advice from asylum support groups.
Van Man, who prefers to remain anonymous, is a member of the city’s No Evictions Network, formed in 2018 in response to the widely condemned lock-change policy carried out by the then Home Office housing provider Serco in Glasgow, the only dispersal city for asylum seekers in Scotland.
He is circumspect about the impact of his own endurance: “My job was probably the least interesting of anyone’s,” he said. “It was really cold and I only had a T-shirt, so neighbours quickly brought out blankets and hot-water bottles to stuff around me. The weight of all the immigration officers above me meant I couldn’t roll over or raise my hands to my mouth, so a friend thought to find me a Camelbak [a hydration pack] with a hose I could sip out of to keep me from getting dehydration and cramps.”
The speed of mobilisation is a testament to the branching local networks that connect this diverse part of the city, and not everyone who answered the call was a protest veteran.
Declan Blench, a 31-year-old translator, was on a work Zoom call when a neighbour messaged to say he had seen two men being bundled into an immigration van on the street outside. “I put my shoes on and sprinted out. I just thought: ‘You’re not going to do that in front of me.’ There is due process and this is not it.”
Blench sat down behind the van to stop it reversing. Van Man was already underneath the vehicle and the police arrived shortly afterwards. “I’ve never done anything like that before, so I was quite nervous. But every time I turned round there were more and more people.”
“It was a really special day,” said Sophie, another member of NEN, “with so many wee acts of kindness. We set up a tuck shop at the bus shelter, with bottles of water and food. Someone had brought their Eid cake to share. Residents and local cafes were letting people use their toilets.”
But Van Man adds: “We can’t ignore that things were on a knife-edge there. Police Scotland brought in reinforcements, and when that didn’t work they brought in horses, and when that didn’t work they brought in riot gear … It just goes to show how these ‘hostile environment’ policies start off criminalising migrants, but quickly turn on anyone else who stands in the government’s way.”
The lawyer Aamer Anwar likewise describes the heavy Police Scotland presence from the start of the day as “inflammatory and provocative”, adding: “I couldn’t believe that the Home Office had done this on one of the holiest days in the Muslim calendar.”
But Nicola Sturgeon, the MSP for the constituency and the Scottish first minister, said on Thursday night that the police had been in an “invidious position” – and a Police Scotland spokesperson underlined that, while they do not assist in the removal of asylum seekers, they do have a duty to protect public safety.
Anwar had planned to celebrate Eid with his children, but from 10am his phone did not stop ringing. Seven hours later he was speaking to the men held in a tiny, windowless cubicle at the back of the van, explaining in their native Punjabi that, under pressure from the protesters, Police Scotland had intervened to release them.
“I said to them: ‘You’re free because of the people of Glasgow,’ and pointed to the crowd behind me. They had tears in their eyes. They had heard the people chanting through the van doors, but they couldn’t believe what they saw.”
Charandeep Singh, the director of the charity Sikhs in Scotland, knows the two men from their volunteering at the local gurdwara. “People know their names and they really are part of the community, that’s why there was this outpouring, but it was also the outrage people feel about the Home Office policy of forced removals.”
Community rejection of dawn raids in Glasgow goes back decades, but Singh suggests Thursday’s response was also the result of cumulative tragedies that have affected the city’s asylum seekers of late, including their relocation to cramped hotel rooms during the Covid pandemic, the Park Inn stabbings and the death of Mercy Baguma. “As Glaswegians we have seen these cases on a regular basis, and especially over the last year. Yesterday, people said ‘enough is enough’.”
Dhjana Samshuijzen (onbekend – 5 januari 2020) was een anarchiste met boeddhistische inslag. Samshuijzen zette zich o.a. sterk in voor een onbegrensd verblijfsrecht voor iedereen en voegde daad bij woord door ook zelf mensen op te vangen.
YERSEKE – Anneke en Andries Jumelet uit Yerseke zijn bedreigd, omdat ze zich inzetten voor de komst van vluchtelingen naar hun dorp. Er is vuurwerk naar het raam gegooid en de voorgevel van het huis is besmeurd met eieren. Er werd ook en dreigbrief bezorgd. Daarop staat: ‘Yerseke zegt NEE tegen het AZC. Deze keer zijn het nog eieren. Stop met handtekeningenacties.’
Lafaard
Andries Jumelet heeft op Facebook boos gereageerd. Hij vraagt zich af welke lafaard hem niet gewoon aan durft te spreken. Anneke Jumelet stelt dat er ook in Yerseke mensen zijn die de democratie de nek om willen draaien. “En dat na het wereldkundig maken van een simpele handtekeningenactie.”
Vredelust
Anneke Jumelet wil dat er vluchtelingen worden opgevangen in het voormalige zorgcentrum Vredelust, dat grotendeels leeg staat. Andries Jumelet – raadslid voor de CU – maakt zich in de gemeenteraad hard voor de opvang van vluchtelingen, bijvoorbeeld in Vredelust.
YERSEKE – Het echtpaar Jumelet uit Yerseke voelt zich gesteund door de reacties die ze kregen nadat ze zijn bedreigd en hun huis werd bekogeld met vuurwerk en eieren. “Na alle landelijke media-aandacht, kregen we uit het hele land positieve, bemoedigende reacties.” Kamerleden van de ChristenUnie, maar ook minister Ronald Plasterk liet via burgemeester Jan Huisman weten met het echtpaar mee te leven.
Het echtpaar werd mikpunt van agressie op het moment dat ze in de publiciteit kwamen met hun acties om het COA te wijzen op het leegstaande bejaardenhuis Vredelust in Yerseke als geschikte locatie voor tijdelijke vluchtelingenopvang. Andries ijvert hier namens de ChristenUnie voor in de gemeenteraad, terwijl zijn vrouw Anneke een kleine handtekeningenactie begon.
“Ik wist dat er veel tegenstanders zijn, maar dat de petitie ‘zeg nee tegen AZC in Yerseke’ al zo vaak is ondertekend, had ik niet verwacht”, zegt Andries Jumelet. “Veel tegenstanders willen ons in de schoenen schuiven dat we voor een groot AZC zijn, maar we zijn juistvoor kleinschalige opvang.”
Steunbetuigingen
Ook Jamilla Baselier uit Yerseke, initiatiefneemster van de tegenpetitie, had niet verwacht dat ze binnen een paar dagen meer dan achthonderd digitale steunbetuigingen zou krijgen. “Ik ben het niet eens met hoe de familie Jumelet is behandeld. Om het niet uit de hand te laten lopen, wil ik met de petitie op een normale manier en zonder geweld duidelijk te maken dat ik tegen een AZC ben.”
Baselier wil de handtekeningen dinsdag, als de gemeenteraad praat over het voorstel van Jumelet, laten overhandigen.
Raadslid Jumelet is geenszins van plan om zijn voorstel aan te passen. “Blijkbaar staan veel mensen onbarmhartig tegenover vluchtelingen. Ik zie ook wel dat er een eind aan de vluchtelingenstroom moet komen en dat er mensen zijn die er misbruik van maken. Maar dat is geen reden om echte vluchtelingen niet te helpen.”
Vorige week zeilde er nog een baksteen door de ruit van zijn huis, vandaag was het een bloemenzee bij de woning van de Syriër Basem en zijn zoon in het Brabantse Veen. De plaatselijke bloemist bezorgde vanmiddag zo’n 25 boeketten met daarbij een kaartje met de tekst: ‘Namens een heleboel mede-Nederlanders die geloven in liefde’.
De bloemen zijn gekocht met geld dat op Facebook werd ingezameld nadat onbekenden vrijdag de ruit van zijn huis hadden ingegooid. Bij dat incident brandde ook een politieauto uit. Volgens de initiatiefnemer van de bloemenactie, die anoniem wil blijven, werd in totaal ruim 600 euro ingezameld, schrijft Omroep Brabant.
Een verslaggever van Omroep Brabant ging langs bij de ontroerde ontvanger van de bloemen. “Ik ben er heel erg blij mee en voel me ondanks alles welkom hier. De liefde is wederzijds. Dankjewel lieve Nederlanders.”
Vorige week liet Basem aan Omroep Brabant weten dat hij erg bang was geworden na het incident waarbij zijn ruit sneuvelde . “Ik vluchtte hier naartoe omdat dit een mooi en veilig land is. Ik dacht dat zoiets als dit hier niet kan gebeuren.”
ARNHEM – ‘Dit is zó lief’!’ zegt een van de dochters van het Somalische gezin uit Pannerden in accentloos Nederlands terwijl ze één van de vele bossen bloemen in ontvangst neemt. De rest moet in de voortuin blijven staan, binnen is geen ruimte meer. De familie werd eerder deze week het slachtoffer van een racistische aanslag.
De daders gooiden zwaar vuurwerk voor het huis, het pand raakte daardoor beschadigd. Een ruit sprong en platen van de carport raakten los. Ook werd een briefje met de foto van Geert Wilders opgehangen met daarop de tekst ‘Blank is beter, eigen volk eerst!!! Allochtonen moeten weg hier!! Dit is pas het begin!!!’
Niet allemaal zo’
De familie is overladen met bloemen en steunbetuigingen. Zondagmiddag kwamen verschillende mensen bloemen brengen. ‘Ik vind het zo erg wat er is gebeurd,’ zegt een vrouw met een bosje bloemen in haar handen. ‘Ik wil laten zien dat we er niet allemaal zo over denken.’ Rond 14.00 uur rijdt een zwarte bus van een bloemenhandel de straat in, daarachter een klein groepje mensen. Ze beginnen voor honderden euro’s aan bloemen uit te laden en zetten ze in de tuin. ‘Via Facebook zijn we een inzamelactie gestart,’ vertelt Matthias voor de Poorte. ‘We willen een tegengeluid laten horen, dat er ook heel veel liefde is in de wereld.’
In de woonkamer staat de eettafel vol kaarten en bloemen. ‘Vanuit het hele land,’ vult de dochter aan met een grote glimlach. Hoe hartverwarmend de steunbetuigingen ook mogen zijn, het incident heeft de familie behoorlijk laten schrikken. Ze willen verhuizen en verblijven de komende tijd bij familie elders in Nederland.
EINDE BERICHT OMROEP GELDERLAND
RTL NIEUWS.NLTE VEEL ETEN, SPULLEN EN BLOEMENVOOR ASIELZOEKERS WOERDEN10 OCTOBER 2015
Er worden zoveel spullen, eten en bloemen naar de vluchtelingenopvang in Woerden gebracht, dat de gemeente oproept daarmee te stoppen. Veel mensen willen hun steun betuigen aan de asielzoekers, maar de vrijwilligers die de giften uitzoeken, kunnen de toestroom niet aan.
Het is met goede bedoelingen, ongetwijfeld, maar de mensen in de opvang hebben rust nodig”, zegt een woordvoerder van de gemeente.
Wel nodig zijn reistassen en reiskoffers. Mensen die die hebben en willen brengen, mogen dat wel doen.
De noodopvang werd gisteravond belaagd door ongeveer 20 mannen met bivakmutsen. Ze gooiden vuurwerkbommen en eieren en duwden hekken omver.
EINDE RTL BERICHT
Reacties uitgeschakeld voor Noten 101 t/m 110 bij Artikel over vluchtelingen
‘Gandalf: Saruman believes it is only great power that can hold evil in check, but that is not what I have found. I found it is the small everyday deeds of ordinary folk that keep the darkness at bay. Small acts of kindness and love.” YOUTUBE.COMTHE HOBBITMITHRANDIR, WHY THE HALFLING?0.18-0.45 https://www.youtube.com/watch?v=MU5_-lLjhQw
Europa stuurt al twee jaar geen reddingsboten meer naar migranten op de Middellandse Zee. Vluchtelingen sterven anoniem op het water. Wat gebeurt er met hun lichamen? ‘Als je binnen twee uur niets van me hoort, dan ben ik één geworden met de zee.’
Een wit busje wacht voor de deur. Snel! Nog een kus op de Koran en de reis kan beginnen. Happend naar adem, trillend herhaalt de man de gebedsverzen die zijn moeder hem toestuurde. Als een rustgevende mantra. Uren gaan voorbij. Het is pikdonker. Het busje stopt eindelijk. Zwijgen! Rennen! ‘Moeder, als je binnen twee uur niets van me hoort, dan… Als je niets hoort, dan ben ik één geworden met de zee’.
Deze scène uit de documentaire Even After Death is gebaseerd op de herinneringen van jonge vluchtelingen die de dodelijke tocht via de Middellandse Zee hebben overleefd. Tijdens hun verblijf in het kamp Moria op Lesbos maakten ze de film, om diegenen te herdenken die het niet haalden.
De laatste zes jaar zijn meer dan twintig duizend mensen verdronken tijdens hun overtocht via de Middellandse Zee, is de schatting van het Missing Migrants Project van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). “In werkelijkheid is het onmogelijk om betrouwbare gegevens over het totale aantal slachtoffers te verzamelen”, zegt Simon Robins per telefoon. Hij is verbonden aan de Britse Universiteit van York en doet onderzoek naar de gevonden lichamen. “De meerderheid van de mensen wordt sowieso nooit gevonden.”
IOM schat in dat de gevonden lichamen samen slechts een derde zijn van het totale aantal verdronken migranten. Robins: “Lichamen zinken naar de zeebodem of spoelen aan bij de Turkse of Tunesische kust. De verschillende landen wisselen op dit moment geen informatie uit over verdronken migranten. We weten dus niet hoeveel slachtoffers buiten Europa worden gevonden.”
En de lichamen die wel worden gevonden, kunnen zelden worden geïdentificeerd. Dat lukte tussen 1990 en 2013 in slechts 22 procent van de gevallen, schrijft Robins in een rapport voor IOM. Julia Black, coördinator van het Missing Migrants Project, vertelt per telefoon vanuit Berlijn dat ze vreest dat dit percentage inmiddels nog lager ligt, gezien de enorme toename van aankomsten per boot sinds 2013. Zo bereikten in 2014 vijftigduizend mensen (voornamelijk Syriërs, Afghanen en Somaliërs) de Griekse eilanden via Turkije; een jaar later ging het om 885 duizend mensen, volgens cijfers van het Europees Grens- en kustwachtagentschap Frontex.
De meesten van hen kozen Lesbos als bestemming – net als de makers van de documentaire Even After Death deden. Het eiland ligt het dichtst bij Turkije: slechts tien kilometer verderop. Maar het zijn wel dodelijke kilometers. Naved Alizadah, gevlucht uit Afganistan, vertelt in de film: ‘Voor ons vertrek zonken enkele dinghy’s (sloepen, red.). Ook twee speedboten zijn tegen de rotsen gecrasht en iedereen was dood. We waren bang om te vertrekken.’
Het is enorm moeilijk navigeren in de zeestraat tussen Griekenland en Turkije. Zeker ’s nachts, het moment waarop de meeste overtochten plaatsvinden. ‘De weersomstandigheden aan de Griekse kant kunnen ruig zijn, terwijl aan de Turkse kant alles kalm lijkt omdat de bergen de wind tegenhouden’, legt Giulia Perazzini uit in de film. Ze werkt sinds 2017 op Lesbos voor verschillende hulporganisaties, onder andere op de reddingsboten.
ISLAMITISCHE BEGRAAFPLAATS
“Verdronken vluchtelingen zijn een gevoelig onderwerp op Lesbos. Het schrikt toeristen af”, zegt Sonia Nandzik. De Poolse activist woont op het eiland met de Amerikaanse mediakunstenaar Douglas Herman. Ze runnen er ReFOCUS Media Labs, waar ze film- en fotografietrainingen geven aan de bewoners van Moria. “Mensen denken dat hier voortdurend dode lichamen aanspoelen. Vóór 2015 was dit een pareltje op de Egeïsche Zee. Nu blijven toeristen weg.”
Desondanks blijven veel Grieken solidair met de vluchtelingen die Lesbos proberen te bereiken. De bewoners van het dorpje Skala Sikamnias werden in 2016 zelfs genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede, als vertegenwoordiging van alle Grieken en vrijwilligers die vluchtelingen hielpen.
Toch kunnen weinigen iets doen om de verdronken lichamen een waardig afscheid te geven. Zo woont er op Lesbos slechts één moefti die de specifieke rituelen die bij een islamitische begrafenis horen, kan uitvoeren. Moustafa Dawa wast, omhult en begraaft de doden, met hun hoofd naar Mekka gericht. “Maar hij kan het eigenlijk niet meer aan”, vertelt Nandzik.
Lang was er niet eens een islamitische begraafplaats op het eiland, wegens gebrek aan geld en ruimte. De lichamen werden begraven op een Grieks-orthodox kerkhof bij gemeentehoofdstad Mytilene. Maar daar was het al snel vol en de gebruiken passen niet bij de islam. ‘In Griekenland worden de stoffelijke overschotten na drie jaar opgegraven’, legt Yonous Muhammadi van Greek Forum of Refugees uit in de documentaire. ‘De botten worden wel bewaard, maar in de islam geldt de eeuwige grafrust en mag het lichaam niet meer uit het graf gehaald worden.’
Na een schipbreuk met tachtig slachtoffers in het najaar van 2015 kreeg moefti Dawa toestemming voor een nieuwe, islamitische begraafplaats enkele kilometers van Mytilene, ver uit het zicht, op een stuk landbouwgrond waarvan niemand weet wie de eigenaar is. Nandzik: “Dawa is bang dat het departement de toestemming intrekt als de begraafplaats te veel opvalt. Daarom praat hij er niet graag over.” Ondertussen verdwijnen de graven onder het gras dat het terrein overwoekert. De opschriften verbleken door de brandende zon.
MOEIZAME IDENTIFICATIE
Op de 960 Griekse begraafplaatsen waar verdronken migranten zijn begraven, vermelden de meeste stenen geen naam. Identificatie is immers heel moeilijk. Volgens een IOM-rapport hebben de plaatselijke autoriteiten er vaak de middelen niet voor. Veel migranten reizen zonder documenten en worden op basis van weefselmonsters geïdentificeerd. Maar er is ook weefsel van familieleden nodig om te testen of de informatie overeenkomt; dat is niet altijd mogelijk. Niet geïdentificeerde lichamen worden na 45 dagen anoniem begraven.
Procedures voor het verzamelen van identiteitsbewijzen verschillen per land, en zijn soms niet eens gestandaardiseerd’, staat te lezen in het eerder vermelde IOM-rapport. Op Lesbos gaan de gevonden lichamen naar de hoofdschouwer, vertelt Nandzik. “Die maakt foto’s van alle specifieke zaken, zoals een ring, een tatoeage. Alle persoonlijke bezittingen krijgen een uniek identificatienummer.
De hoofdschouwer vraagt vervolgens rond of er mensen zijn die op dezelfde boot hebben gezeten. Hij stuurt een dna-monster naar Athene, waar zich een centrale databank met 850 dna-monsters bevindt. Het gebeurt dat – zelfs na jaren – de familie van een slachtoffer contact opneemt met de hoofdschouwer.”
Robins, die zich in zijn onderzoek richt op de naasten van verdronken mensen, benadrukt dat ook de nabestaanden slachtoffers zijn. “De dood van een familielid op zee is een tragedie, een trauma dat niet overwonnen kan worden tot het lichaam wordt gevonden. Het rouwproces gaat eindeloos door omdat je geen afscheid kunt nemen van iemand die vermist is.”
Terwijl families hun uiterste best doen om via instanties als het Rode Kruis of met foto’s op sociale media hun vermiste familielid te vinden, gaan de Griekse autoriteiten omgekeerd zelden op zoek naar de families van de overleden vluchtelingen, zegt Robins. Volgens Julia Black zijn plaatselijke autoriteiten overweldigd door de aantallen. “Bij een schipbreuk voor de kust van Lampedusa in 2013 lukte het een zeer toegewijd internationaal forensisch team om na acht maanden 31 van de 366 slachtoffers te identificeren.”
Robins denkt dat het niet zo moeilijk hoeft te zijn. “In 2014 slaagde politieagent Angelo Milazzo in het Italiaanse Syracuse erin om 24 Syriërs te identificeren. Hij vroeg veel rond en maakte een Facebookpagina aan, waarop hij alle gegevens van de verdronken mensen deelde.” Na één jaar, twee maanden en tien dagen is het Milazzo gelukt alle opvarenden van een gezonken boot te identificeren, berichtte Al Jazeera.
OGEN OP ZEE
Hoe zit het met de Europese verantwoordelijkheid? Er zijn wel degelijk wettelijke verplichtingen. Twee jaar geleden zijn er op Lesbos achttien punten opgetekend door experts van over de hele wereld. Het uitgangspunt van deze Mytilene Declaratie komt overeen met wat Catriona Jarvis, ex-rechter en mede-oprichter van het Britse Last Right Project, zegt in de documentaire: ‘Ieder sterfgeval op zee is er een te veel. De staten zouden de plichten moeten vervullen die er zijn.’
In de verklaring staat bijvoorbeeld: zorg voor een veilige doorgang voor degenen die veiligheid zoeken, versterk de protocollen voor opsporing en redding voor alle migranten, inclusief de vermisten. Ook hebben landen de plicht om alle redelijke stappen te nemen om de overledene te identificeren en hebben familieleden het recht te beslissen over waar en hoe een overledene respectvol wordt begraven. Er zou bijstand moeten zijn hen bij de begrafenis te kunnen laten zijn. Zowel financieel, met een visum of zelfs met een immigratie status.
Ook het VN-Migratiepact van 2013 benadrukt het belang van veilige, reguliere routes naar Europa. Maar die zijn er nog steeds niet. De enige manier om Griekenland te bereiken, is met een gevaarlijke zeereis. En de hulp aan vluchtelingen wordt sinds twee jaar openlijk gecriminaliseerd. Organisaties die reddingsacties uitvoeren op zee ‘zitten de autoriteiten dwars’, vertelde de Spaanse journalist en mensenrechtenactivist Helena Maleno in 2018 aan OneWorld.
Ze werd verdacht van mensensmokkel en het aanzetten tot niet-gereguleerde migratie omdat ze met haar organisatie Caminando Fronteras de Spaanse kustwacht hielp bij het lokaliseren van bootjes die op het water in de problemen waren geraakt. En Europa stuurt sowieso al twee jaar geen reddingsboten meer. “Het bestrijden en vervolgen van de mensensmokkelaars heeft meer prioriteit”, aldus Robins. “De mensenrechten, zoals het recht op leven, verdwijnen naar de achtergrond.”
Julia Black, van Missing Migrant Project, stelt dat er sinds midden 2019 meer schepen op de Middellandse zee verdwijnen. “Omdat er minder ogen op zee zijn, minder zoek- en reddingsacties, weten we niet waar ze zijn en of de opvarenden verdronken zijn, of opgepakt en door de Libische kustwacht opgesloten in de Libische detentiecentra.”
Door de uitbraak van het coronavirus is de situatie nog schrijnender: de Maltese regering kondigde in april aan dat ze geen reddingsacties kunnen garanderen vanwege geldgebrek door de pandemie. Zowel Italië als Malta besloten om geen migranten aan boord toe te laten wegens risico op besmetting. Op de Griekse eilanden komen nog steeds mensen aan, zeker sinds de Turkse autoriteiten de vluchtelingenkampen ontruimen. Ze zullen allemaal op een boot stappen. Hoeveel onder hen gaan er eenzaam en anoniem sterven?
EINDE ARTIKEL ONE WORLD
[95]
OXFAM/NOVIB
CONDITIONS IN CAMP MORIA 2.0 ARE ABYSMAL, SAY GCR AND OXFAM
The new temporary camp on the Greek island of Lesbos is even worse than the original Moria camp, with inadequate shelter, hardly any running water, limited healthcare services, and no access to legal aid, said the Greek Council for Refugees (GCR) and Oxfam in their latest ‘Lesbos Bulletin’ news update. The organisations call for the immediate relocation of all people seeking asylum in Lesbos to adequate accommodation on the Greek mainland and in other EU countries.
The new site was built on a former shooting range after a fire destroyed the EU ‘hotspot’ camp of Moria in September. Almost 8,000 people – most of them families with children – now live in tents not fit for winter, some of which are just 20 metres from the sea. When Oxfam conducted a rapid protection assessment at the end of September, the organisation identified numerous risks to the people living in the camp including limited access to food and healthcare, insufficient measures against COVID-19, as well as no drainage and sewerage system on site.
When Moria burnt down, we heard strong statements from EU decision-makers saying ‘No more Morias’. But the new camp is rightly dubbed ‘Moria 2.0’.Raphael ShilhavOxfam EU migration expert
The tents lack a solid foundation and provide no protection against the weather including against strong sea winds and rains. Food is only provided once or twice per day, and according to residents, there is not enough, and it is of bad quality. Due to the lack of running water, many people wash themselves in the sea – this is particularly risky for children who could drown or get infected by wastewater from the camp. Due to the lack of toilets and showers as well as insufficient lighting in the new camp, women are exposed to increased risks of sexual and gender-based violence.
Oxfam’s EU migration expert, Raphael Shilhav, said
“When Moria burnt down, we heard strong statements from EU decision-makers saying ‘No more Morias’. But the new camp is rightly dubbed ‘Moria 2.0’.
“The EU and Greek response following the Moria fire has been pitiful. Rather than relocating asylum seekers to proper shelters where they would be safe, the EU and Greece have opted for another dismal camp at the external borders, trapping people in a spiral of destitution and misery.
“This approach is echoed in the new EU migration pact: it proposes more camps at Europe’s borders to screen people seeking asylum. Experience shows that it is unlikely that resources will be invested to ensure a fair and efficient procedure. This means ordinary people using their legal right to flee conflict and human rights abuses will remain in limbo and despair, out of sight of the European public and politicians.”
Natalia-Rafaella Kafkoutsou, refugee law expert at the Greek Council for Refugees, said:
“We are deeply concerned about living conditions in the new camp and urge Greece to relocate immediately everyone from the island. Though the government’s plan to relocate all residents by Easter is welcome, it fails to address the squalid conditions in the camp, which will deteriorate in winter.
“The government plan also does not provide a durable and coherent integration strategy, in order to avoid simply transferring a policy-made problem from the island to the mainland. This also means that European governments need to work together and ensure effective relocation across member states for those seeking protection in Europe. The practices and policies that led to the failure of the EU ‘hotspot’ approach, both in Lesbos and the other Aegean islands, should not be replicated and consolidated in the EU’s future asylum system, which seems to be the case with the current proposals for a new EU migration pact.”
Notes to editors
Spokespeople are available in Athens and Lesbos (English, Greek) as well as in Brussels (English).
Recent pictures from Lesbos for free use by the media are available here and here.
The protection assessment that was conducted by Oxfam at the end of September is available upon request.
The fire in Moria camp occurred on the 8 and 9 September and left over 12,000 people without shelter.
After the fire, the European Commissioner for Home Affairs, Ylva Johansson, said that “Conditions in Moria, both before and after the fire, were unacceptable… It is not good enough to say never again, we need action and all Member States must play their part.”
The UNHCR and NGOs have protested the Greek government’s decision to close two alternative community-based care sites in Lesbos for people seeking asylum, Kara Tepe and Pikpa. Following public pressure, the government has stated that the facility would temporarily remain open.
Heel onverwachts is Wietse Potijk (62) overleden. Hij was onder meer nauw betrokken bij het zwartboek van Stichting Buitenlandse Partner wat in juli dit jaar uitkwam. Wij zijn geschokt door zijn overlijden.
Joke Kaviaar dicht: Steeds stond hij op, heeft ingeruild zijn vrede voor ’t gevecht met de staatVluchtelingenactivist Potijk overleden 21 oktober 2006 GORREDIJK Wietse Potijk (62) uit Gorredijk is gisterochtend overleden aan een hartstilstand. Potijk zette zich jaren op allerlei manieren in voor het welzijn van vluchtelingen.
In 2002 wilde hij de politiek in met de Democratische Partij Vrij Nederland. In zijn dorp Gorredijk wist hij een grote speeltuin op te laten knappen.
Bron: Leeuwarder Courant
Ik ben geschrokken van dit bericht, en besef dat het in het leven zo weer voorbij kan zijn, ook als je het niet verwacht. Ik had het afgelopen jaar dagelijks emailcontact met Wietse Potijk, hij heeft veel gedaan voor het zwartboek van Stichting Buitenlandse Partner wat in juli dit jaar uitkwam. Totaan deze donderdag stuurde hij nog mails, waaruit blijkt dat hij in zijn dagelijkse ritme en gedrevenheid zat, en niemand zal dit hebben zien aankomen. Gelukkig heb ik tijdens zijn leven mijn waardering voor zijn aktiviteit en inzet voor zijn medemens aan hem uitgesproken, en weet dat hij door veel meer mensen gewaardeerd werd. Wietse, we zullen je dan ook missen. Bedankt voor alles.
”Mirjam22-10-06, 16:54Wietse heeft ontzettend veel gedaan voor vluchtelingen. Hij was van alle ontwikkelingen op de hoogte, we deelden over en weer tips en advies uit, en hij had veel contacten in het circuit. Een zeer uitgesproken mening, die hij regelmatig liet horen aan de politici in de Tweede Kamer, ik heb vaak brieven van hem gelezen waarin hij zich richting Den Haag hard maakte voor in zijn ogen onrechtvaardigheden en slechte uitvoer van het beleid, en ook voor persoonlijke zaken van asielzoekers. Ook heeft hij een 4 uur durend gesprek gevoerd met minister Verdonk waarin hij zich fel heeft verzet tegen de kritiek die hij kreeg over zijn aktiviteiten rondom de noodopvang voor uitgeprocedeerden die zonder voorzieningen op straat waren gezet in Friesland.
Gezinnen mochten niet uit elkaar gerukt worden, dat was Wietse met mij eens, hij verzamelde de verhalen van de bij hem bekende gevallen en stuurde deze door naar onze stichting, zodat ook hun verhaal in ons zwartboek “Gezinnen worden niet uit elkaar gerukt” kon worden opgenomen. Ik zal nu deze mensen op de hoogte brengen van het feit dat hij helaas niet meer bij ons is.
De begrafenis zal op 25 oktober in Gorredijk plaatsvinden. In eerste instantie had zijn familie besloten dat het een besloten aangelegenheid zou worden. Maar mensen die vanuit zijn werk voor vluchtelingen ook dicht bij hem stonden zijn ook welkom. Evt. heb ik voor hen meer gegevens over de begrafenis. (via mirjam@buitenlandsepartner.nl) BUITENLANDSE PARTNER.NLVLUCHTELINGENACTIVIST WIETSE POTIJK OVERLEDEN https://www.buitenlandsepartner.nl/archive/index.php/t-14436.html
Van mensenrechtenactiviste Astrid Essed ontving ik deze bijdrage voor Wietse; Bij dezen mijn ”hommage” en afscheid van Wietse
Hij zal echter blijven voortleven in het hart van mijn gevoel
De ”Mensch” Wietse Potijk
”Voor het slagen van het Kwaad Is niets anders nodig Dan dat goede mensen niets doen
Als goede mensen niets anders doen dan voor hun gezinsleden zorgen, hun sport beoefenen televisie kijken Kunnen Kwade krachte ongestoord hun rampzalige praktijken uitoefenen
De Kwade krachten worden dan niet gehinderd Door de zogenaamde zwijgende meerderheid
Martin Luther King
Geachte lezers van voorvluchtelingen,
Evenals u heb ik gisteren kennisgenomen van het zeer droeve bericht, dat Wietse Potijk, onze trouwe inzender van commentaren, artikelen en aan minister en Kamerleden gerichte brieven tegen het inhumane vreemdelingenbeleid, plotseling aan een acute hartstilstand is overleden
”Onvoorstelbaar” ging het door mij heen, toen ik het bericht las Koud en leeg voelde ik mij ineens van binnen
Wietse is niet meer
De man, die zich zo inzette voor zijn idealen Dag en nacht
Onvermoeibaar
Hoevaak heeft hij mij niet zijn beschouwingen, commentaren en brieven toegestuurd, die getuigden van een krachtige en fundamenteel-diepe woede en verdriet, dat een dergelijk beleid in Nederland mogelijk was
Dat er zo gesold werd met rechteloze mensen, wier enige ”misdaad” was, dat zij wegvluchtten voor een onleefbare en inhumane leefsituatie in eigen land, met in het gunstigse geval grote armoede als toekomstperspectief
Maar Wietse was meer
Niet alleen voor vluchtelingen zette hij zich in
In Canada had hij jarenlang deel uitgemaakt van de Overheid en zich ingezet voor de rechten van Indianen Tav het Midden-Oosten en Darfoer maakte hij zich druk om het onrecht, respectievelijk de Palestijnen en de Soedanese burgerbevolking aangedaan
Het byzondere van Wietse was, dat ieder onrecht hem aangreep, onverschillig tegenover wie en in welke situatie
Daarom kan Wietse mi de ”enkele rechtvaardige” genoemd worden, over wie in de Bijbel gesproken wordt
In het Jiddisch wordt dit zo treffend aangeduid met het simpele ”Mensch”
Ja, Wietse was een ”Mensch”
Ik heb hem leren kennen, toen ik, aarzelend nog, mijn eerste artikel schreef over het vreemdelingenbeleid van minister Verdonk Direct reageerde hij enthousiast en voegde hij mij toe aan zijn zeer waardevolle e-maillijst
Maar hij was voor mij meer dan een zeer bevlogen belangenbehartiger van vluchtelingen en andere rechtelozen Meer dan een ”Mensch”
Voor mij was hij een Vriend Een woord, dat ik niet licht gebruik
”Dear friend” zo noemde hij mij Zo voelde ik het ook
Hoevaak heeft hij mij geen aanmoedigende en waarderende mails gestuurd Of zomaar bewijzen van vriendschap
Hoevaak heeft hij, vanuit zijn grote hart, niet de hulp van mij en anderen ingeroepen in zijn strijd, vanuit zijn grote hart
Geen woorden, maar daden, dat was je, Wietse
Onrecht was onrecht
Daar sprak je niet over Daar deed je iets tegen
Het Friese verzet tegen het onrecht
Zonder anderen te kort te willen doen, heeft het een byzondere plaats in mijn hart en ik mag wel zeggen, dat onder andere Wietse daarvan de spil was
Wietse, ik ga eindigen
Voor mij was je een byzonder mens, een christen in de ware betekenis van het Woord EN een humanist
Wij zouden altijd nog een keer de Indianen in Canada bezoeken, voor wie jij je zo hebt ingezet
Het heeft niet zo mogen zijn Ook heb ik je slechts per e-mail en telefonisch, maar nooit persoonlijk mogen ontmoeten
Maar dat hindert niet
Ik ben God dankbaar, dat ik je tijdens dit leven heb mogen leren kennen
Je bent nu in een andere, betere wereld, waar geen oorlog, onrecht, honger, lijden en mensenrechtenschendingen zijn
Vaarwel, je strijd gaat door, goede Vriend
Ik dank u voor uw aandacht
Astrid Essed
[98]
https://kaviaar.puscii.nl/links_news_archief.html
23/10/06: Groot verlies: Wietse Potijk plotseling overleden In het late voorjaar van 2005 ontmoette ik Wietse voor het eerst. Hij nam me mee langs de haarden van het ‘Friese verzet’ tegen het uitzetbeleid. En we gingen op bezoek bij mensen in de noodopvang in Witmarsum, het AZC in Harlingen. Daar nam hij alle tijd voor en we werden overal even hartelijk ontvangen. Hij vertelde mij dat hij eens bij Verdonk was ontboden om uit te komen leggen waarom de Friezen zich toch zo verzetten. Na haar te hebben aangehoord, iets dat ik nooit gekund zou hebben zonder haar aan te vliegen maar hij kon dat en dat vond ik bijzonder knap, maakte hij dat zij hem aanhoorde. Wat ik ervan begreep is dat hij haar flink de mantel uitveegde, ook nadat zij kenbaar had gemaakt dat ze er geen zin meer in had. “En nu luistert u naar mij!” zou hij hebben gezegd. Wietse was een bijzonder persoon die voor veel mensen erg veel betekende. Voor nu laat ik het bij het hieronder plaatsen van een gedicht omdat er nooit genoeg woorden kunnen zijn voor Wietse en ik dat dus niet ga proberen.
Voor een man die er altijd voor anderen was
Voorbij nu, de telefoon die gaat en iemand aan de lijn, die huilt “Help mij, want ik sta op straat” Het weten wat daar achter schuilt;
De regels die een mens verruilt voor warmte, rust, als dat bestaat Steeds stond hij op, heeft ingeruild zijn vrede voor ’t gevecht met de staat
En toch, nog lachte hij en dronk op recht, op toekomst, kon niet vallen Wist dat ’t verzet zo sterk, zo klonk
Zo harder dan vuurwerk kon het knallen Zo hield hij stand, ontstak steeds de vonk Die nog in ons midden is, voor ons allen!
Voor Wietse Potijk, overleden 20 oktober 2006 door Joke Kaviaar, met dank!, 22 oktober 2006
Als Sineke Meering uit Oude Pekela de beelden van Afghaanse vluchtelingen ziet, dan gaan haar gedachten onwillekeurig terug naar zeven jaar geleden, toen zij en haar gezin zich ontfermden over de Syrische vluchteling Abdulkader Jelou.
Jelou is intussen een succesvolle garagehouder in nu nog Winschoten en straks Veendam. In 2014 nog maar had Jelou helemaal niks toen hij na een (voet)tocht van twee maanden moederziel alleen in Nederland aankwam.
Opperste wanhoop
Ook Jelou blijft niet onbewogen als hij nu beelden van Afghaanse vluchtelingen ziet. ‘Dan komt automatisch Syrië op in mijn hoofd’, zegt hij. Abdulkader snapt ze heel goed, de mensen die in Kabul in opperste wanhoop achter een vliegtuig aanrenden.
‘Ik ben veilig’, dacht hij, op de eerste dag dat hij in Nederland arriveerde. ‘Maar over hoe of wat er verder allemaal gebeurde weet ik niets meer.’
Dat komt, zegt hij, doordat veel voor hem in het vreemde Nederland onbekend was. Over de te volgen asielprocedure bijvoorbeeld, maar ook over de toestand van zijn in Syrië achtergebleven familie.
Jelou: ‘Die mensen uit Afghanistan hebben geen idee, zoals ik destijds ook geen idee had over het land waar ik terecht was gekomen. Over het systeem, over hoe alles hier werkt.’
Goede begeleiding belangrijk
Goede begeleiding is op zo’n moment belangrijk. Abdulkader had wat dat betreft geluk, want hij liep in Nederland Sineke Meering uit Oude Pekela tegen het lijf. Meering stond als maatschappelijk begeleider vluchtelingen bij.Sineke Meering uit Pekela over de situatie in Afghanistan: ‘Een drama’
‘Een heel groot drama. Het is verschrikkelijk’, zegt Meering over wat er momenteel in Afghanistan gebeurt. ‘Ik zou er zo naartoe willen om te helpen, maar dat kan natuurlijk niet. Je kunt er toch niks doen.’
Sineke Meering mag Abdulkar Jelou haar zoon noemen. Prachtig verhaal: ‘We moesten vluchtelingen destijds nog fysiek aangeven bij de gemeente, in dit geval Veendam. Hij zat naast me in de auto op weg naar het gemeentehuis, en legde opeens zijn hand op mijn arm en vroeg: ‘Wilt u wel mijn mama zijn?’ Nou, wat zeg je dan? Jawel hoor. We kenden elkaar op dat moment maar net.’
Gewoonste zaak van de wereld
Sineke Meering twijfelde geen moment. ‘Ik vind dat de gewoonste zaak van de wereld. Mijn man en dochters trouwens ook. Wij waren altijd al een opvanghuis. Jaren geleden hebben we ook al een jongen uit Zaïre opgevangen, die ging ook met ons op vakantie. Dat vindt mijn gezin heel gewoon, dat wij dat doen. En dat is het ook. Ik geef om mensen die in nood zitten. Ik vind het heel gewoon dat je die helpt.’
In Oude Pekela denkt overigens niet iedereen er zo over. ‘Bij ons in Pekela waren op een gegeven moment heel veel Somaliërs. ‘Doar hest dat mens mit heur zwarten’, hoorde ik achter m’n rug. Maar daar trek ik me helemaal niks van aan. Helemaal net niks.’
In de steek gelaten
Of er door Nederland genoeg wordt gedaan voor de Afghanen? Meering moet op haar tong bijten.
Nee, de Nederlandse regering heeft niet genoeg gedaan, vindt ze. ‘Ze hebben het zien aankomen. Ze hadden veel eerder moeten ingrijpen. Ze wisten dat die mensen die voor hun werkten in nood verkeerden. Maar ze hebben ze in de steek gelaten. Dat ambassadepersoneel helemaal. Die zijn er gewoon vandoor gegaan, terwijl die Afghanen zonder paspoort bleven zitten.’
Verschrikkelijk, zegt ze. ‘Je zal er maar tussen staan, met je kindertjes…’
Geduld hebben
Met Abdulkader Jelou is het uiteindelijk helemaal goed gekomen. ‘Al is ook hij twee maanden onderweg geweest hoor’, zegt Meering.
Het advies van Jelou aan de Afghaanse evacuees van nu: ‘Veel geduld hebben, doorzetten en niet stoppen met vooruit kijken. Je kans komt wel.’
EINDE STUK RTV NOORD DAGBLAD VAN HET NOORDEN”ASIELHUIS” MUSSELKANAAL VERKAST NAAR DRENTHE2 SEPTEMBER 2017
Huize Plexat in Musselkanaal, dat in de afgelopen jaren vele uitgeprocedeerde asielzoekers onderdak bood, verhuist naar Drenthe.
Eigenaren Eelke en Zwanny Visser willen met name vanwege gezondheidsproblemen dichter bij hun oudste dochter in Meppel wonen. ,,Daarom staat onze woning in Musselkanaal nu te koop’’, vertelt mevrouw Visser. ,,En binnen afzienbare tijd gaan we op zoek naar een nieuw pand in Meppel.’’
De Vissers vestigden zich in de jaren 80 van de vorige eeuw in Musselkanaal. Eelke Visser had er een baan in het onderwijs. Snel begonnen ze ook met de opvang van pleegkinderen in hun grote woning aan de Marktkade.
Kort na de eeuwwisseling kwamen daar uitgeprocedeerde asielzoekers bij. Het begon met een Afghaans gezin, bestaande uit vader, moeder en twee kinderen dat in de kou voor het gemeentehuis in Stadskanaal stond.
Altijd ruimte
,,Daarna volgden meer’’, aldus mevrouw Visser. ,,Vrijwel altijd gezinnen met kinderen. Kinderen op straat in de kou? Nee, dat wilden we niet. We hebben een grote woning en we vonden altijd ruimte voor hen. Daarom noemden we ons huis ook Huize Plexat. Hoeveel mensen we in totaal onderdak hebben gegeven, dat weet ik niet. Ik ben de tel kwijt.’’
Soms maakten de Vissers mee dat de asielzoekers in hun huis alsnog een verblijfsvergunning kregen en in Nederland mochten blijven. Soms was dat niet het geval en kwam Eelke Visser, die zich na pensionering volledig op de opvang in Huize Plexat stortte, in het geweer. Hij klopte regelmatig bij landelijke politici aan en drong er op aan dat er veel snel duidelijkheid voor vluchtelingen moest komen.
De afgelopen jaren deed het echtpaar het iets kalmer aan. De opvang van pleegkinderen en asielzoekers had veel energie gekost. ,,We hebben daarbij dus enkele problemen met de gezondheid gehad. Zowel ik als mijn man. Daarom ook willen we nu in de buurt van onze dochter wonen.’’
Maar de verhuizing naar Drenthe hoeft volgens haar absoluut niet het definitieve einde van Huize Plexat te zijn. ,,We nemen het bord waarop Huize Plexat staat mee naar Meppel. En als er op een dag iemand in nood op de stoep staat, laten we hem niet staan. Zulke mensen zijn we niet.’’
EINDE STUK DAGBLAD VAN HET NOORDEN
[100]
DAGBLAD VAN HET NOORDEN”ASIELHUIS” MUSSELKANAAL VERKAST NAAR DRENTHE2 SEPTEMBER 2017
Huize Plexat in Musselkanaal, dat in de afgelopen jaren vele uitgeprocedeerde asielzoekers onderdak bood, verhuist naar Drenthe.
Eigenaren Eelke en Zwanny Visser willen met name vanwege gezondheidsproblemen dichter bij hun oudste dochter in Meppel wonen. ,,Daarom staat onze woning in Musselkanaal nu te koop’’, vertelt mevrouw Visser. ,,En binnen afzienbare tijd gaan we op zoek naar een nieuw pand in Meppel.’’
De Vissers vestigden zich in de jaren 80 van de vorige eeuw in Musselkanaal. Eelke Visser had er een baan in het onderwijs. Snel begonnen ze ook met de opvang van pleegkinderen in hun grote woning aan de Marktkade.
Kort na de eeuwwisseling kwamen daar uitgeprocedeerde asielzoekers bij. Het begon met een Afghaans gezin, bestaande uit vader, moeder en twee kinderen dat in de kou voor het gemeentehuis in Stadskanaal stond.
Altijd ruimte
,,Daarna volgden meer’’, aldus mevrouw Visser. ,,Vrijwel altijd gezinnen met kinderen. Kinderen op straat in de kou? Nee, dat wilden we niet. We hebben een grote woning en we vonden altijd ruimte voor hen. Daarom noemden we ons huis ook Huize Plexat. Hoeveel mensen we in totaal onderdak hebben gegeven, dat weet ik niet. Ik ben de tel kwijt.’’
Soms maakten de Vissers mee dat de asielzoekers in hun huis alsnog een verblijfsvergunning kregen en in Nederland mochten blijven. Soms was dat niet het geval en kwam Eelke Visser, die zich na pensionering volledig op de opvang in Huize Plexat stortte, in het geweer. Hij klopte regelmatig bij landelijke politici aan en drong er op aan dat er veel snel duidelijkheid voor vluchtelingen moest komen.
De afgelopen jaren deed het echtpaar het iets kalmer aan. De opvang van pleegkinderen en asielzoekers had veel energie gekost. ,,We hebben daarbij dus enkele problemen met de gezondheid gehad. Zowel ik als mijn man. Daarom ook willen we nu in de buurt van onze dochter wonen.’’
Maar de verhuizing naar Drenthe hoeft volgens haar absoluut niet het definitieve einde van Huize Plexat te zijn. ,,We nemen het bord waarop Huize Plexat staat mee naar Meppel. En als er op een dag iemand in nood op de stoep staat, laten we hem niet staan. Zulke mensen zijn we niet.’’
Afgelopen maandagavond waren mijn vrouw Zwanny en ik op bezoek bij enkele mensen in de VBL in Ter Apel. Ook zagen we daar die avond Islam, de jongen het meest links op bijgaande foto. “Menneer Visser”, zei hij tegen mij, “donderdag ben ik jarig en dan krijg ik een heel mooi cadeau.” “Hoe oud word je? En welk mooi cadeau krijg je dan?”
“Nu, mijn vader, die nu in de gevangenis zit, wordt dan vrijgelaten en met elkaar gaan we dan weer terug naar een AZC.” Vandaag hoorde ik, dat zijn mooi verjaardagscadeau is, dat zijn vader nog maanden onschuldig in het detentiecentrum Kamp Zeist moet blijven en dat Islam vandaag met zijn moeder, broertje Ayman en zusje Aya vanuit het AC in Ter Apel op straat zijn gezet. Eén dag na zijn twaalfde verjaardag. Vanmiddag om 1 uur werd ik gebeld door de heer Roelof Oosting van Vluchtelingenwerk in Ter Apel. Hij vroeg mij of wij de vandaag op straat gezette mevrouw Nadjia Aissa, met haar 3 kinderen in ons huis onderdak wilden geven.
Islam zijn moeder is zwaar suikerpatiënt. Voor 2 weken heeft zij medicijnen meegekregen. Als die op zijn, waar krijgt zij dan nieuwe medicijnen vandaan? Islam is met zijn vader en moeder in april 2002 naar Nederland gevlucht. Ze kwamen uit de Westelijke Sahara. Volgens hun advocaat kunnen zij niet terug naar hun geboorteland. Op 20 april 2009 moest dit hele gezin vanuit het AZC in Musselkanaal, waar ze 5 jaar gewoond hadden, naar de VBL in Ter Apel. Ruim 1 maand geleden is vader Karim Laaras in vreemdelingenbewaring gesteld, in Kamp Zeist. Beste mensen, als u vanmiddag ook deze jongen Islam had meegemaakt, dan zou u hetzelfde zeggen als wij: Dit is pure kindermishandeling! Wat was deze jongen overstuur. Wat moest hij verschrikkelijk huilen. Wat een teleurstelling. Wat een verdriet. Weet u wel, dat vanaf 22 april t/m vandaag, vrijdag 28 mei 2010 Islam met zijn familie, het derde op straat gezette gezin is, dat ik vanuit de VBL of het AC in Ter Apel, of van het treinstation in Emmen, opgehaald heb?
En hoeveel moeders met kinderen zijn ook op straat gezet, van wie wij het niet weten?
Dit van het op straat klinkeren van Islam, zijn moeder, broertje en zusje is niet meer een incidenteel geval. Heel graag zouden wij willen, dat ook u meehelpt om tegen dit asielbeleid van onze regering te protesteren. Stuur dit mailtje door naar familie, vrienden en bekenden. Maak in deze verkiezingstijd in heel Nederland bekend, dat onschuldige kinderen, samen met hun moeders op straat worden gezet, terwijl hun vaders in vreemdelingendetentie verblijven.
Spreek de leiders van de politieke partijen aan over dit onrecht, onschuldige kinderen aangedaan en vraag hen, wat zij hiertegen gaan doen. En dan geen woorden, maar daden!
Dit onrecht, onschuldige kinderen aangedaan, moet stoppen! En wel zo snel mogelijk.
”Vluchtelingen, die uitgeprocedeerd zijn, maar vaak niet terug KUNNENnaar het land van herkomst, vanwege de oorlogssituatie en somsgaat [ging] het ook om mensen, die geen zorgvuldigeasielprocedure gehad hebben. [1]Ze vallen hier dan tussen wal en schip, want ze zijn nietuitzetbaar en toch kan de Nederlandse Staat niet dat greintjehumaniteit opbrengen, om hen hier een bestaan te laten opbouwen.Zij houdt zich NIET aan de elementaire mensenrechtenverdragen,die stellen, dat iedereen recht heeft op een dak boven zijn/haar hoofd,op voeding, onderwijs en kleding. [2]SHAME, SHAME!Gevolg, dames en heren:Ze zwerven al sinds 2012 door Amsterdam, van hot naar her en hebbenal zoveel ”VLUCHT” vestigingen gehad [ [gekraakte panden doorhenzelf en/of activisten-sympathisanten], dat ik en iedereen, die in welkevorm ook betrokken is op deze mensen, de tel ben kwijtgeraakt….”
WIJ ZIJN HIER/WE ARE HERE ”Wij Zijn Hier is een groep vluchtelingen in Amsterdam die vanuit de Nederlandse overheid geen onderdak krijgt maar ook niet mag werken en dus op straat zou moeten leven. De groep heeft besloten de onmenselijke situatie waarin zij leven zichtbaar te maken, door zich niet meer te verschuilen maar juist de situatie van afgewezen maar onuitzetbare vluchtelingen in Nederland aan de kaak te stellen” https://wijzijnhier.org/who-we-are/
Waarom vluchtelingen niet terug KUNNEN keren naar hun land van herkomst.
Persbericht
29 april, Thorbeckezaal, 10:00 uur.
persbericht van wij zijn hier van 29 april 2015 over Rondetafelgesprek Vaste Commisie voor Veiligheid en Justitie, als voorbereiding op het plenaire debat in de 2e Kamer over het akkoord van de regering over bed bad brood. In de bijdrage van Wij Zijn Hier aan dit gesprek wordt met name aandacht besteed aan de belemmeringen die maken dat vluchtelingen niet terug KUNNEN keren naar hun land van herkomst.
Een belangrijke belemmering voor terugkeer is dat veel vluchtelingen geen documenten bezitten, doordat hun land al zo lang in oorlog is en er geen overheid functioneerde die officiele papieren kon verstrekken. Dat geldt o.a. voor delen van Somalie, Zuid Sudan, Sierra Leone en Liberia. Daardoor krijgen vluchtelingen geen terugkeer documenten van de ambassades van hun land van herkomst en kunnen ze niet terug.
Ook zijn er ambassades die wegens oorlog niet meer functioneren en dus geen ‘laissez passer’ verstrekken, zoals de ambassades van Libie en Jemen.
Een ander probleem is dat door de oorlog tussen Ethiopie en Eritrea destijds vluchtelingen zijn gedeporteerd van het ene naar het andere land, waardoor het niet duidelijk is naar welk land mensen moeten terug keren, en vluchtelingen van het kastje naar de muur worden gestuurd. Door politici wordt regelmatig gezegd dat ‘de rechter bepaald heeft dat de vluchteling is uitgeprocedeerd en men DUS moet vertrekken’. In de asielprocedure, als enige rechtsgang in Nederland, wordt in beroep en hoger beroep echter door de rechter slechts marginaal getoetst, dwz alleen gekeken of de procedure juist is gevolgd en heeft de rechter geen inzage in de dossiers. Er wordt dus niet inhoudelijk en vol beoordeeld of iemand terecht is afgewezen.
Deze gang van zaken gaat per 1 juni 2015 veranderen, dan zal er wel weer door de rechter naar de inhoud van de dossiers worden gekeken. Dit geldt echter niet meer voor de mensen die nu afgewezen zijn. Wij pleiten er voor ook de afgewezen vluchtelingen in de gelegenheid te stellen opnieuw hun aanvraag door de rechter te laten toetsen. Het ‘buitenschuld’ criterium, dat vluchtelingen zouden moeten krijgen als ze buiten hun schuld niet kunnen vertrekken, functioneert niet. Het is zo bureaucratisch en ingewikkeld dat haast niemand aan de eisen kan voldoen. In 2013 waren er 160 aanvragen voor ‘buitenschuld’ waarvan er 10 zijn ingewilligd (bron: IND).
Vluchtelingen zonder documenten worden in veel gevallen afgewezen, omdat de IND hun identiteit niet gelooft, terwijl er geen aandacht wordt besteed aan de reden waarom ze zijn gevlucht. 25% van de afgewezen vluchtelingen slaagt er in, ondanks grote bureaucratische belemmeringen, toch een verblijfsvergunning te krijgen. Dit toont aan hoe onzorgvuldig de besluitvorming over asielaanvragen verloopt. EINDE BERICHT WE ARE HERE GRUTJES.NLWE ARE HERE
U kunt soms een verblijfsvergunning krijgen als u buiten uw schuld Nederland niet kunt verlaten. Voor deze verblijfsvergunning gelden strenge regels. Zo moet u zelf hebben geprobeerd om Nederland te verlaten. En u moet naar de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) zijn gegaan voor hulp bij uw vertrek. DT&V moet een positief zwaarwegend advies hebben gegeven. Wilt u meer informatie hierover? Neem dan contact op met uw regievoerder bij de DT&V.”
IND
ANDERE REDENEN
https://ind.nl/Paginas/overige-redenen.aspx
Andere redenen
U wilt in Nederland wonen. Om in Nederland te kunnen wonen hebt u een verblijfsvergunning nodig.
Eergerelatereerd en huiselijk geweld als u nu een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid hebt
U hebt een verblijfsvergunning om bij een familie of gezinslid te wonen. Er is sprake van eergerelateerd of huiselijk geweld. Uw relatie is om die reden verbroken. U kunt misschien een verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk aanvragen.
Slachtoffer of getuige-aangever van mensenhandel
U bent slachtoffer van mensenhandel. Of u bent getuige geweest van mensenhandel en hebt aangifte gedaan. Doet u aangifte van de mensenhandel bij de politie? Dan meldt de politie dit bij de IND. De IND beslist dan of u een verblijfsvergunning krijgt. Doet u geen aangifte van de mensenhandel bij de politie? Dan kunt u zelf een verblijfsvergunning aanvragen. U vindt het aanvraagformulier op deze pagina bij ‘Aanvraagformulieren en kosten’.
Verblijf op grond van artikel 8 EVRM
Het EVRM is het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en Fundamentele Vrijheden. Artikel 8 van het EVRM beschermt het recht op familie- en privéleven. Als u niet voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning, dan kunt u een beroep doen op artikel 8 EVRM. Er wordt dan voor uw individuele situatie beoordeeld of u in aanmerking komt voor verblijf in Nederland.
Plaatsing in een pleeggezin of instelling op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag
Wanneer kan een kind een verblijfsvergunning krijgen? Als de Centrale Autoriteit (CA) van het ministerie van Justitie en Veiligheid en de centrale autoriteit van het land van herkomst vooraf hebben ingestemd met de plaatsing in een pleeggezin of instelling op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag. Het gezag moet zijn geregeld door de autoriteiten van het land van herkomst. De IND krijgt deze informatie van de Nederlandse CA.
Voor een tijdelijke plaatsing vraagt u een verblijfsvergunning humanitair tijdelijk aan. Is de plaatsing totdat het kind meerderjarig is? Vraag dan een verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk aan.
Kind met een kinderbeschermingsmaatregel (ondertoezichtstelling)
De rechter heeft uw kind onder toezicht gesteld. Wat betekent dit voor het verblijf in Nederland van uw kind?
Heeft uw kind een verblijfsvergunning? Deze verblijfsvergunning kan uw kind meestal houden.
Heeft uw kind (nog) geen verblijfsvergunning? Dan kan uw kind mogelijk een verblijfsvergunning humanitair tijdelijk vanwege ondertoezichtstelling krijgen. U (ouders) en broers en zussen kunnen mogelijk ook een verblijfsvergunning krijgen. Maar alleen als het kind dat onder toezicht is gesteld ook een verblijfsvergunning heeft gekregen.
Kind met een kinderbeschermingsmaatregel (gezagsbeëindiging)
De rechter heeft uw gezag over uw kind beëindigd. En de rechter heeft een voogd benoemd. Wat betekent dit voor het verblijf in Nederland van uw kind?
Heeft uw kind een verblijfsvergunning om bij u te wonen? Dan kan uw kind deze verblijfsvergunning niet houden. De voogd doet voor een kind een aanvraag voor een verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk.
U kunt soms een verblijfsvergunning krijgen als u buiten uw schuld Nederland niet kunt verlaten. Voor deze verblijfsvergunning gelden strenge regels. Zo moet u zelf hebben geprobeerd om Nederland te verlaten. En u moet naar de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) zijn gegaan voor hulp bij uw vertrek. DT&V moet een positief zwaarwegend advies hebben gegeven. Wilt u meer informatie hierover? Neem dan contact op met uw regievoerder bij de DT&V.
Humanitair niet-tijdelijk – voortgezet verblijf
Bij sommige verblijfsvergunningen kunt u na een bepaalde periode een verblijfsvergunning aanvragen op niet-tijdelijke humanitaire gronden. Dit is mogelijk in de volgende situaties:
U hebt een verblijfsvergunning voor verblijf bij een familie- of gezinslid.
U hebt een verblijfsvergunning als kind met een kinderbeschermingsmaatregel.
U hebt een verblijfsvergunning voor het ondergaan van een medische behandeling.
U hebt een verblijfsvergunning als slachtoffer of getuige-aangever van mensenhandel en de strafzaak loopt nog.
U hebt een verblijfsvergunning als slachtoffer van (dreigend) eergerelateerd of (dreigend) huiselijk geweld.
U hebt een verblijfsvergunning voor verblijf bij echtgenoot of partner. En er is sprake van klemmende redenen van humanitaire aard.
Na verblijf omdat u buiten uw schuld Nederland niet kunt verlaten.
U bent in Nederland en terminaal ziek. U wordt niet meer medisch behandeld en krijgt alleen palliatieve zorg. U kunt misschien een verblijfsvergunning krijgen.
Dit verdrag staat Turkse werknemers toe om in Nederland te blijven. Voor Turkse onderdanen die in Nederland (willen) werken en hun gezinsleden gelden bijzondere regels.
Dit verdrag geeft onder bepaalde voorwaarden verblijf aan Duitsers die niet onder het gemeenschapsrecht vallen.
Benelux-verdrag
Via dit verdrag kunnen Belgen en Luxemburgers meteen een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aanvragen.
Gezinsleden militairen Joint Force Command Headquarters
U bent een gezinslid van een militair. En deze militair is in Nederlands gevestigd bij de Joint Force Command Headquarters in Brunssum. U kunt een verblijfsvergunning krijgen als de militair geprivilegieerd is.
Studeren in Aken en wonen in Kerkrade of Heerlen
De pilot huisvesting Akense niet-EU-studenten was een samenwerking tussen de gemeente Aken in Duitsland, de gemeente Kerkrade en de Nederlandse Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De pilot duurde 5 jaar en is gestopt op 1 april 2021. Nieuwe verblijfsaanvragen zijn daarom niet meer mogelijk. Hebt u een verblijfsvergunning op grond van de pilot? Dan kunt u uw verblijfsvergunning nog wel verlengen. Neem hiervoor contact op met de gemeente Kerkrade.
Print deze paginaDe overheid past de eisen veel te strikt toe.
Waar gaat het over?Sommige asielzoekers kunnen na hun procedure niet terugkeren naar hun land van herkomst, bijvoorbeeld door ontbrekende reisdocumenten. Als het buiten hun schuld niet lukt om terug te keren, dan kunnen zij in aanmerking komen voor een buitenschuldvergunning. Deze vergunning vormt een uitzondering op het uitgangspunt van de overheid dat alle uitgeprocedeerde asielzoekers kunnen en moeten terugkeren naar hun land van herkomst. Het beleid is alleen bedoeld voor asielzoekers die wel willen, maar niet terug kúnnen keren, ondanks hun inspanningen om aan de juiste documenten te komen.
EINDE BERICHT VLUCHTELINGENWERK
”
Hoe werkt het in de praktijk?
Het is erg lastig om deze verblijfsvergunning te krijgen. De DT&V gelooft vaak niet dat de aanvrager echt terug wil en er ook alles aan heeft gedaan om terug te keren. Begin op tijd met hulp te vragen van de DT&V, en volg hun adviezen op. Registreer ook zelf wat je hebt gedaan met de afspraken en adviezen van DT&V.
Om een verlenging te krijgen van de verblijfsvergunning buiten schuld moet iemand de hele tijd blijven proberen terug te keren naar het land van herkomst. Anders wordt de verblijfsvergunning niet verlengd.”
Voor ongedocumenteerde migranten die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken is er een speciale verblijfsvergunning. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat de migrant geen identiteitsdocumenten heeft, en het land van herkomst weigert om een vervangend reisdocument te geven om terug te keren. Zo’n vervangend reisdocument heet een laissez-passer.
De verblijfsvergunning ‘buiten schuld’ is bedoeld als oplossing voor mensen die echt proberen om uit Nederland te vertrekken, maar waar dat niet lukt. Om in aanmerking te komen voor deze verblijfsvergunning, moet iemand zelf bewijzen dat hij buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken. Hij moet laten zien dat:
Er geen twijfel is over zijn identiteit en nationaliteit
Hij altijd heeft meegewerkt met de DT&V om het vertrek mogelijk te maken
Hij gemotiveerd is voor terugkeer
Wat zijn de voorwaarden?
Om zijn best te doen om terug te keren, moet een ongedocumenteerde migrant in elk geval de volgende stappen hebben gezet:
de vreemdeling heeft de DT&V om bemiddeling verzocht ten behoeve van zijn vertrek uit Nederland of het verkrijgen van een (vervangend) reisdocument bij de autoriteiten van zijn land van herkomst of een ander land waar hij toegelaten zou kunnen worden, en deze bemiddeling heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd;
de vreemdeling heeft naar het oordeel van de DT&V in houding en gedrag laten zien dat hij wil terugkeren naar zijn land van herkomst of een ander land waar hij toegelaten zou kunnen worden, bijvoorbeeld doordat dat hij zich heeft gehouden aan de afspraken die de DT&V met hem heeft gemaakt gedurende de bemiddelingsprocedure; en
op het moment van beslissen is er geen sprake van een lopende procedure in het kader van een aanvraag voor een verblijfsvergunning en voldoet de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor verlening van een andere verblijfsvergunning.
Kunnen gezinsleden ook in Nederland blijven?
Ja. Dit is onder bepaalde voorwaarden mogelijk, maar alleen voor de partner en minderjarige kinderen. Om een verblijfsvergunning te kunnen krijgen, moeten de gezinsleden voldoen aan de volgende voorwaarden:
De gezinsleden verblijven samen met de aanvrager in Nederland.
Er is geen twijfel over dat de gezinsleden familie van elkaar zijn.
Hoe werkt het in de praktijk?
Het is erg lastig om deze verblijfsvergunning te krijgen. De DT&V gelooft vaak niet dat de aanvrager echt terug wil en er ook alles aan heeft gedaan om terug te keren. Begin op tijd met hulp te vragen van de DT&V, en volg hun adviezen op. Registreer ook zelf wat je hebt gedaan met de afspraken en adviezen van DT&V.
Om een verlenging te krijgen van de verblijfsvergunning buiten schuld moet iemand de hele tijd blijven proberen terug te keren naar het land van herkomst. Anders wordt de verblijfsvergunning niet verlengd.
Staatlozen hebben een bijzondere positie. Zij kunnen vaak hun staatloosheid niet bewijzen. Dat maakt het voor hen moeilijker om een verblijfsvergunning te krijgen. Dat geldt nog sterker voor een verblijfsvergunning ‘buitenschuld’. Er is beleid in ontwikkeling om staatloosheid vast te stellen.
Kinderen die in Nederland worden geboren zonder nationaliteit maar wel met een verblijfsvergunning, kunnen na 3 jaar naturaliseren. Er is beleid in ontwikkeling om het ook makkelijker te maken voor kinderen zonder nationaliteit en zonder verblijfsvergunning om te naturaliseren in Nederland.
De Vluchtgarage, waar bijna zestig vaak uitgeprocedeerde asielzoekers verblijven, bestaat twee maanden. Het is er koud en er wordt soms honger geleden en ruzie gemaakt. Maar je kunt er ook een workshop ‘Eerste hulp bij arrestatie’ volgen. ‘Het is hier af en toe net Tom and Jerry.’
Je eigen advocaat bellen? Daar heb je helemaal geen geld voor,’ zegt de agent met een streng gezicht tegen zijn arrestant, een uitgeprocedeerde vluchteling op een klapstoel. ‘Ik wil mijn eigen advocaat spreken voor het verhoor. Mijn advocaat is Loth, L-O-T-H in Amsterdam,’ zegt de vluchteling resoluut bij herhaling.
Om de agent en de uitgeprocedeerde heen, beiden met PLO-sjaal, zit een grote kring uitgeprocedeerde asielzoekers met hun jas aan geconcentreerd te luisteren. Een enkeling gniffelt om de stelligheid van de vluchteling, gespeeld door activiste Djhana van de Werkgroep Deportatieverzet, onderdeel van het No Borders Network.
De asielzoekers zijn hier niet op het politiebureau, maar volgen de workshop Eerste hulp bij arrestatie in hun ‘huiskamer’ in de Vluchtgarage: een gekraakt pand waar bijna zestig uitgeprocedeerden verblijven.
Leugen Voor wie geen verblijfsdocumenten heeft, betekent controle gevolgd door arrestatie kans op uitzetting naar het land van herkomst. Djhana draait zich om naar de groep. ‘Als een agent zegt dat je je eigen advocaat toch niet kunt betalen en dat je daarom een piketadvocaat moet nemen, is dat een leugen.’ Onderwijl worden haar woorden uit het Engels vertaald in Arabisch, de taal die het gros van de groep spreekt.
Twee maanden verblijft deze groep nu in het kantoor van de leegstaande garage Kralenbeek in Zuidoost. Een paar weken na hun vertrek uit het Vluchtkantoor op de Weteringschans werd dit pand gekraakt en konden zij daar terecht, nadat zij door de stad gezworven hadden.
Geluk en ongeluk Ongeveer honderd mensen van hun oude groep hadden meer geluk en zitten er nu warmpjes bij. Voor een half jaar kregen zij gemeentelijke opvang in het voormalige huis van bewaring in de Havenstraat, dat de Vluchthaven werd gedoopt.
Maar in het kraakpand is het bij gebrek aan een gasaansluiting koud en vanwege het gebrek aan perspectief somber. De provisorisch aangelegde elektra valt uit zodra tegelijkertijd lampen en kachels worden aangezet. Bij vlagen is sprake van honger en douchen is niet mogelijk. Doordat het pand staat al lang leegstaat, lekt het dak en zijn veel ramen vervangen door schotten.
Verzetje De workshop is voor de groep behalve praktisch ook een verzetje. De tips en trucs volgen elkaar in rap tempo op. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat je er niet wordt uitgepikt voor een identiteitscontrole? Zie eruit alsof je een baan hebt, draag een jasje, heb een laptoptas en iets te lezen bij je, dat je, als je analfabeet bent, niet op zijn kop moet houden. Of hoe verklein je de kans meegenomen te worden naar het bureau? Vraag de agent eerst om zijn legitimatie.
Behalve deze workshop is voor de groep geregeld dat iemand van een Amsterdams advocatenkantoor binnen een uur op een politiebureau kan zijn als iemand gearresteerd is.
Ahmad ‘de Egyptenaar’ volgt de workshop vanachter de bar van de geïmproviseerde keuken terwijl hij tien kilo aardappels schilt en in schijven snijdt. Hij fronst zijn wenkbrauwen en vraagt zich hardop af of de blanke activisten van de Werkgroep Deportatieverzet niet gemakkelijk praten hebben. ‘Het is een ander verhaal als je een huis en papieren hebt,’ zegt hij in het Arabisch.
Houding Workshopleider Djhana is het daar niet mee eens. ‘Het ligt vooral aan je houding. Ik kan zien of iemand ongedocumenteerd is; dat zie je aan iemands blik.’ Dan wijst ze twee mannen aan die met de armen over elkaar en met hun kin naar beneden zitten. ‘Kijk maar, wat hebben deze twee gemeen?’ Waarop de mannen meteen hun rug rechten.
Arrestatie De workshop komt voor enkelen te laat. Twee weekeinden geleden werden een paar mannen uit de Vluchtgarage gearresteerd, nadat een ruzie om vier uur ’s nachts zo erg uit de hand was gelopen dat de politie eraan te pas moest komen. Twee buurtvertegenwoordigers waarschuwden daarop dat ze bij een herhaling alles op alles zouden zetten om de groep het stadsdeel uit te krijgen.
Tom en Jerry Salim Mohammed van de groep zegt dat het onder deze uitzichtloze omstandigheden erg moeilijk is met zo veel verschillende mensen, die vrijwel allen psychische of lichamelijke problemen hebben, samen te leven. ‘Het is hier af en toe net de tekenfilm Tom and Jerry,’ zegt hij grinnikend. ‘Maar echt, ik hou me liever een beetje afzijdig.’ Zuchtend: ‘Ik snap niet waarom de mensen hier weinig anders doen dan uit het raam kijken. Waarom lopen ze niet wat rond of wat dan ook?’
In het verleden ontstonden grote ruzies binnen de groep zodra de omstandigheden verslechterden.
Toen de groep anderhalve week voor Kerstmis in de garage trok, was de buurt in kerstsferen en stroomde de mailbox van vrijwilliger Maria over van de verzoeken om voor de groep te koken. ‘Maar nu is het stil in mijn mailbox; de groep is een beetje vergeten door de mensen.’
Vrijwilligers Een vaste kern vrijwilligers biedt nog hulp, maar instanties zoals het Leger des Heils, het Rode Kruis of de GGD volgen de lijn van de gemeente en bemoeien zich niet meer actief met de mensen in de Vluchtgarage. Wel houden zij in de gaten hoe het met de vluchtelingen gaat, opdat zij kunnen ingrijpen als de situatie urgent wordt.
Dat is die nu al, vindt de groep. ‘We kunnen zo niet leven,’ zegt Mouthana El Marrakchy. ‘We hebben hulp nodig. De helft van ons heeft een geestelijk probleem, de andere helft een fysiek probleem. We hebben eten en medicijnen nodig. Men heeft ons in de steek gelaten.’
Ongedocumenteerden zijn mensen zonder een geldige verblijfsvergunning. In Nederland verblijven er enkele tienduizenden.
De schattingen van het aantal mensen in Nederland zonder geldige verblijfsvergunning lopen uiteen, maar het zijn er zeker enkele tienduizenden. Onder hen zijn vreemdelingen wier vergunning is verlopen, uitgeprocedeerde asielzoekers, buitenlandse vrouwen met kinderen die door hun (Nederlandse) partner zijn weggestuurd voordat ze recht kregen op een onafhankelijke verblijfsvergunning, slachtoffers van mensenhandel die geen aangifte hebben durven doen, statelozen die niet kunnen terugkeren naar het land van geboorte, familieleden van migranten die zorg behoeven en die in het herkomstland niet kunnen krijgen.
Ze hebben geen verblijfsvergunning gekregen, of zijn die weer kwijtgeraakt. Sommigen passeerden de grens legaal, anderen gebruikten valse papieren of kwamen met de hulp van een mensensmokkelaar. Sommigen willen doormigreren of terug naar het land van herkomst, anderen proberen hier zo lang mogelijk te blijven.
Ongedocumenteerden: kwetsbare positie
Ongedocumenteerde migranten zijn vanwege hun kwetsbare positie een gemakkelijke prooi voor uitbuiting door malafide werkgevers, huisjesmelkers of mensenhandelaren. Volgens de Nederlandse overheid leidt hun aanwezigheid bovendien tot overlast en (overlevings)criminaliteit. De overheid nam daarom diverse maatregelen om illegaal verblijf te bestrijden en te ontmoedigen.
Ongedocumenteerden zijn uitgesloten van sociale voorzieningen, maar onder meer kerkelijke organisaties en vrijwilligersgroepen, zoals van artsen, geven vaak hulp. Steuncomités voor illegalen geven een beperkte groep begeleiding door te bemiddelen in levensonderhoud, onderdak, medische zorg, rechtsbijstand, onderwijs en geestelijke steun. De invoering van de Koppelingswet (1998) maakt het illegalen onmogelijk zich tegen ziektekosten te verzekeren.
Ongedocumenteerden: rechten
Er zijn uitzonderingen: illegale vreemdelingen hebben wel recht op ‘medisch noodzakelijke’ zorg en rechtsbijstand, en illegaal verblijvende kinderen (onder de 18 jaar) zijn leerplichtig en hebben recht op onderwijs. Medici en ziekenhuizen zijn verplicht elke patiënt met acute en ernstige klachten hulp te verlenen. Ze kunnen voor dergelijke zorg voor illegalen tot op zekere hoogte een beroep doen op speciale fondsen van de overheid.
Ook ongedocumenteerden hebben recht op ‘bed bad brood’. Het Europese Comité voor Sociale Rechten sprak in 2014 uit dat Nederland, door bepaalde migranten uit te sluiten van opvang, de rechten die in het Europees Sociaal Handvest zijn vastgelegd schendt. De uitspraak bepaalde dat ongedocumenteerden het risico lopen op ernstige onherstelbare schade als zij worden uitgesloten van de toegang tot onderdak, voedsel en kleding, omdat de toegang tot voedsel, water, een veilige plaats om te slapen en kleding tot de basale levensbehoeften behoren om te overleven.
Hierom moet Nederland ook voor deze groep deze basale levensbehoeften bieden. Deze verplichting is onvoorwaardelijk; zo mag de overheid bijvoorbeeld niet eisen dat de ongedocumenteerde vreemdeling meewerkt aan terugkeer, voordat opvang wordt geboden. Zie hier voor meer informatie.
Ongedocumenteerden: niet strafbaar
Verblijf zonder geldige documenten is in Nederland geen strafbaar feit. Vreemdelingen die illegaal worden aangetroffen kunnen wel in vreemdelingendetentie worden gezet. Dat doet de overheid ter voorbereiding van hun uitzetting. Er is weinig gepubliceerd over de aantallen uitgeprocedeerde asielzoekers die daadwerkelijk zijn verwijderd. Van degenen die niet werden uitgewezen maar ook niet toegelaten zijn waarschijnlijk velen op eigen gelegenheid uitgeweken naar andere Europese landen. Anderen bleven illegaal in Nederland.
””Onze verworvenheden, met onze normen en waarden,is het alles of niets het is geen cafetaria model…………………………………………We hebben het over onze verworvenheden, die voortkomen uit humanisme, uit Verlichting, die we in honderden jaren hebben opgebouwd”
Uit een aangenomen motie tegen het EU-migratiepact blijkt dat 78 Kamerleden niet malen om feiten en inzichten, betoogt Lisa-Marie Komp. Thea Hilhorst en Leo Lucassen zijn het met haar eens.
Op 11 november werd in de Tweede Kamer een motie aangenomen die de regering oproept zich te verzetten tegen een bepaling in het nieuwe EU-migratiepact. In de bepaling staat dat het tegen internationaal recht in gaat om ngo’s strafbaar te stellen die zoek- en reddingsoperaties op zee uitvoeren. Op 24 november reageerden tientallen organisaties met een brandbrief waarin zij Kamerleden oproepen de vervolging van reddingswerkers tegen te gaan. Ik zal eerlijk zijn, ook ik ben het niet eens met de motie. Maar hier gaat het mij om het proces dat voorafging aan deze motie. Het punt dat ik wil maken is dat het belangrijk is dat politiek wordt bedreven op basis van feiten en onderbouwde inzichten.
‘Aanzuigende werking’
Thierry Baudet legde de volgende overweging ten grondslag aan zijn motie: ‘Overwegende dat het faciliteren van bootmigratie tot een aanzuigende werking leidt, met ook nog eens een keer behalve meer immigratie ook meer slachtoffers tot gevolg.’ Baudet lijkt over kennis te beschikken, die ik niet heb, terwijl ik mij intensief heb beziggehouden met het thema grensdoden op de Middellandse Zee in het kader van promotieonderzoek. Sterker nog, de zogenaamde ‘aanzuigende werking’ van reddingsdiensten is niet gebleken in wetenschappelijk onderzoek.
Bovendien is een aanzienlijk aantal wetenschappers van mening dat de maatregelen die de EU en haar lidstaten al tal van jaren nemen om migratie over zee te stoppen met onder andere het doel te voorkomen dat er meer slachtoffers volgen, het aantal grensdoden op zee juist opdrijft.
Kortom, wat Baudet zegt klopt niet. Daar komt bij dat internationaal recht – zoals omschreven in de omstreden bepaling van het EU-migratiepact – inderdaad iedere kapitein verplicht om mensen in zeenood te redden en staten gebiedt reddingsdiensten beschikbaar te stellen. Drenkelingen redden is dus een plicht, geen strafbaar feit. Wat in de bepaling staat is juist en het is onduidelijk welk doel ermee gediend is de bepaling te schrappen.
Nu kan onze democratische samenleving wel één politicus aan die ongehinderd door feiten en wetenschappelijke inzichten politiek bedrijft. Zorgelijker zijn de 78 Kamerleden van VVD, PVV, CDA en SGP die Baudet klakkeloos volgen in zijn onjuiste aanname en de motie steunden. Op deze wijze blijft het nobele streven om verdere slachtoffers te voorkomen in het meest optimistische geval zonder succes. In een minder positief scenario kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de welgemeende intentie ervan. Een voorbeeld dat dit niet alleen geldt voor Baudet, blijkt uit het actuele VVD-verkiezingsprogramma. In het stukje waarin de VVD haar successen op het gebied van migratie opnoemt staat: ‘En in eigen land kreeg de taxiboot voor migranten genaamd Sea-Watch strenge regels opgelegd, waardoor het schip niet meer onder Nederlandse vlag vaart.’
In een juridische procedure waarin Sea-Watch de directe invoering van deze regels vorig jaar met succes aanvocht en ik als advocaat betrokken was, bepleitte het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onder VVD-leiding dat de regels waren ingegeven uit zorg over de veiligheid van de bemanning en geredde personen aan boord. Was het doel nou om de veiligheid aan boord van het schip te waarborgen of om Sea-Watch ertoe te bewegen niet meer onder Nederlandse vlag te varen?
Problematisch
Het is een probleem als politici geen acht meer slaan op de juistheid van feiten en wetenschappelijke inzichten. Nog problematischer wordt het als de doelen die zij nastreven onduidelijk zijn. Dit geldt te meer, nu politici juist stemmen werven met de stelling dat zij ‘realistisch’ beleid maken – zoals Bente Becker, VVD-woordvoerster migratiebeleid, recent in NRC. Om in de taal van Kamerleden te spreken: mevrouw Becker, bent u het met mij eens dat beginpunt voor realistisch beleid feiten en relevante wetenschappelijke inzichten zouden moeten zijn? Zo nee, waarom niet?
Ondergeschikte rol
Op het gebied van migratiebeleid lijken feiten en wetenschappelijke inzichten echter al langer een ondergeschikte rol te spelen. Dat is onwenselijk. Want ongeacht welk standpunt men betrekt in het debat over migratie, alleen als de doelstelling van politieke voorstellen duidelijk wordt gecommuniceerd, is een scherp parlementair debat mogelijk, waarin de betrokken waarden en belangen worden afgewogen. Belangrijk is ook dat het debat plaatsvindt op basis van juiste aannames – gebaseerd op feiten en ondersteund door wetenschappelijk onderzoek.
Gebeurt dit niet, dan vervalt het parlementair debat tot een borreltafelgesprek waarin iedereen een mening heeft en niemand een flauw benul.
Lisa-Marie Komp is in oktober gepromoveerd aan de Vrije Universiteit met haar proefschrift getiteld: “Border Deaths at Sea under the Right to Life of the European Convention on Human Rights”. Daarnaast is zij als advocaat verbonden aan Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers.EINDE BERICHT DE VOLKSKRANT
Op 23 september heeft de Europese Commissie het nieuwe pact over migratie en asiel gepresenteerd. Dit langverwachte pact komt er na jarenlange pogingen van de vorige en de huidige Europese Commissie om het Europees beleid drastisch te hervormen. Het nieuwe migratiepact probeert een evenwicht te vinden tussen heel verschillende visies en belangen van de EU-lidstaten. Een analyse.
Het huidige migratie en asielbeleid voldoet al jaren niet, daar zijn de lidstaten het over eens. De uitwassen zijn bekend, met als meest in het oog springende voorbeelden de onmenselijke situatie van vluchtelingen op de Griekse eilanden en in verschrikkelijke kampen in Libië.
Een aantal experts heeft daar al eerder stevige kritiek op geleverd, met als belangrijkste verwijt dat het Europees beleid tot humanitaire catastrofes aan onze grenzen heeft geleid, waar Europese waarden en mensenrechten niet worden gewaarborgd.
In mei 2019 publiceerde Cordaid het rapport ‘Development and Migration’ met 20 aanbevelingen voor een beter en rechtvaardiger Europees beleid. Als we die naast de voorstellen van het nieuwe migratiepact leggen, dan mogen we voorzichtig concluderen dat er een aantal positieve stappen worden voorgesteld, maar onvoldoende om rechten van migranten en vluchtelingen te garanderen en om de onderliggende oorzaken van gedwongen migratie daadwerkelijk aan te pakken.
Positieve stappen, maar onvoldoende om rechten van migranten en vluchtelingen te garanderen.
Hotspots
De Europese Commissie wil in het kader van het pact een verplicht mechanisme opzetten om vluchtelingen en migranten die op het EU-grondgebied aankomen, snel te kunnen screenen, binnen een periode van vijf dagen. Dat is een erg korte periode, en de EC verwacht dat de grootste groep zal worden afgewezen en teruggestuurd naar een veilig land van herkomst. Steeds meer landen worden gemakshalve als ‘veilig’ bestempeld, waardoor het individuele asielrecht onder druk komt te staan. Een klein deel zal worden erkend in een versnelde asielprocedure, maar het is de vraag of dit alles een einde kan maken aan overvolle en mensonwaardige opvangfaciliteiten in de grenslanden, zoals bijvoorbeeld het Moria kamp op Lesbos.
Onderlinge samenwerking
Een belangrijk punt in deze onderhandelingen was het identificeren van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming. In het oude ‘Dublin-systeem’ werd dit bepaald dat de verantwoordelijkheid bij het eerste land van binnenkomst ligt. Daar komen nu andere criteria bij, zoals de aanwezigheid van familieleden of het beschikken over een diploma uitgereikt in een ander Europees land. Van de lidstaten wordt veel meer onderlinge solidariteit verwacht. Zij zullen kunnen kiezen tussen verschillende solidariteitsmechanismen om staten met een hoge migratiedruk bij te staan. Zij zullen een deel van de vluchtelingen kunnen opvangen, financiële steun verlenen of helpen bij hun terugkeer.
Dit migratiepact maakt geen einde aan systematisch geweld tegen vluchtelingen en migranten in Libië.
Samenwerking met Afrikaanse landen
Het pact blijft ook inzetten op de samenwerking met de landen van herkomst en transit van migranten (de ‘derde landen’). Bedoeling hiervan is om de aankomsten in Europa te beperken en om terugkeer te bevorderen.
Een recent voorbeeld van een dergelijke praktijk is de overeenkomst met Libië. De Libische kustwacht ontvangt namelijk steun (inclusief financiële steun) van Europa om te voorkomen dat migranten naar Europa vertrekken. Dit model heeft zijn beperkingen laten zien, want systematisch geweld tegen vluchtelingen en migranten in Libië – ook door de Libische kustwacht – is de laatste jaren goed gedocumenteerd.
Veilige en legale toegangswegen
Hoewel het EU-migratiepact opnieuw veel nadruk legt op grensbewaking en terugkeer, erkent het daarnaast ook de nood aan legale toegangswegen naar Europa. Zolang er geen veilige legale wegen zijn, zullen mensen hun leven blijven riskeren in de zoektocht naar bescherming. Community sponsorship (een mechanisme voor sponsoring door een gastgemeenschap) en humanitaire corridors – twee projecten waarbij een aantal Europese Caritasorganisaties nauw betrokken zijn – zullen verder worden uitgerold.
Ook positief is dat de Europese Commissie nog eens benadrukt heeft dat het humanitaire werk op zee om mensenlevens te redden, niet gecriminaliseerd mag worden. Daarnaast blijft hervestiging van kwetsbare vluchtelingen – het solidariteitsmechanisme bij uitstek – echter vrijwillig, en heeft de Europese Commissie haar voorstellen voor arbeidsmigratie (voor zowel laag- als hoog opgeleiden) nog niet uitgewerkt.
Extra geld nodig voor menswaardige opvang van vluchtelingen en ontheemden in Afrika.
Cordaid’s beleidsaanbevelingen
Cordaid heeft samen met haar koepelorganisatie Caritas Europa een aantal positieve ontwikkelingen in dit nieuwe EU-migratiepact kunnen vaststellen, maar maakt zich zorgen over de situatie van vluchtelingen aan de Europese grenzen, en over de samenwerking met landen van herkomst om migratie tegen te gaan. Op 30 januari j.l. sprak CEO Kees Zevenbergen met de Europees Commissaris voor Binnenlandse Zaken, de Zweedse sociaal-democrate Ylva Johansson over onze zorgen en aanbevelingen.
Hij waarschuwde destijds al voor een te grote nadruk op gedwongen terugkeer, het opbouwen van grenscontroles in Afrika met gebruik van ontwikkelingsgelden, het schrijnende gebrek aan middelen om een menswaardige opvang van vluchtelingen en ontheemden in Afrika te realiseren, en de toegenomen politieke druk om het Vluchtelingenverdrag af te schaffen. Dat laatste zou het recht op asiel en internationale bescherming in Europa ondermijnen, maar het nieuwe migratiepact blijft dit recht garanderen. Extra mogelijkheden voor hervestiging van kwetsbare vluchtelingen zijn echter hard nodig om de druk op de opvanglanden in de regio te ontlasten. En er zijn vooral ook extra middelen nodig om nog veel harder te werken aan het aanpakken van de grondoorzaken waardoor zoveel mensen huis en haard moeten verlaten om te vluchten voor hun leven. EINDE BERICHT CORDAID
Het nieuwe Europese Migratie- en Asielpact betekent vooral meer risico’s voor mensen die bescherming zoeken in de EU en lost structurele problemen aan de Europese buitengrenzen niet op. Amnesty International maakt zich grote zorgen dat het pact leidt tot onmenselijke situaties aan de Europese buitengrenzen. Vandaag laten we dat weten tijdens een deskundigenbijeenkomst bij de commissie Immigratie & Asiel in de Eerste Kamer.
De commissie nodigt onder meer Amnesty International vandaag uit om te adviseren over het voorstel van de Europese Commissie dat september vorig jaar werd gepresenteerd. Het Europese Parlement en regeringsleiders moeten het pact nog goedkeuren. Volgens Amnesty legt het voorstel vooral de nadruk op detentie en screeningprocedures. Daarnaast bestaat het risico op mensenrechtenschendingen door een nieuw monitoringsmechanisme.
Nadruk op detentie
De belangrijkste voorgestelde vernieuwing is dat grensprocedures vaker worden ingezet en de ‘kloof’ tussen asiel- en terugkeerprocedures wordt gedicht. Aangezien terugkeer vaak niet probleemloos verloopt, bestaat het risico dat die kloof alleen kan worden gedicht door het consequent opsluiten van migranten aan de grens.
Grensprocedures leiden vaak tot minder procedurele garanties voor asielaanvragers, maar Amnesty vindt het nog zorgwekkender dat asielzoekers die grensprocedures doorlopen geen toegang meer krijgen tot het grondgebied van de EU-lidstaten. De Europese Commissie wil dat grensprocedures straks worden uitgevoerd in faciliteiten die in de buurt van buitengrenzen worden opgezet. In de praktijk zullen dat gesloten faciliteiten zijn waar mensen aanzienlijk of zelfs geheel in hun vrijheid worden beperkt.
Zorgelijke voorselectie
Het plan van de Commissie introduceert ook een screeningprocedure voorafgaand aan de formele binnenkomst van asielzoekers in het opvangland. Volgens het voorstel worden degenen die tijdens de screeningfase aangeven dat ze asiel willen aanvragen, formeel beschouwd als asielzoekers. Maar pas na beëindiging van die screening kunnen ze een beroep doen op de asielwaarborgen die in verdragen zijn vastgelegd en pas dan wordt de EU-Opvangrichtlijn van toepassing. Amnesty vindt dit zorgwekkend.
Bovendien kan zo’n voorselectie zorgen voor grote onzorgvuldigheid in de asielprocedure. Een politiek activist uit Marokko heeft vaak net zulke goede redenen om te vluchten als een oorlogsvluchteling uit Syrië. De vraag is of dit nog duidelijk naar voren komt bij een screening vooraf.
Monitoring buitengrenzen
De schokkende beelden van migranten en asielzoekers die mishandeld zijn door de Kroatische autoriteiten of de illegale pushbacks door Griekse grenswachten zijn voorbeelden van mensenrechtenschendingen die in de afgelopen jaren door Amnesty International werden geconstateerd. Het is positief dat in het pact lidstaten verplicht worden om een toezichtsysteem op te zetten aan de buitengrenzen. Maar er zijn geen garanties dat dit onafhankelijk kan opereren en zo misstanden blootlegt en oplost.
Amnesty’s oproep
De Europese buitengrenzen beschermen kan volgens Amnesty ook op een manier die wel menswaardig en transparant is. Daarom roepen we de Nederlandse regering op om bij de behandeling van het Europese Migratie- en Asielpact te investeren in de kwaliteit van de asielprocedure, adequate opvang van asielzoekers en migranten en zorg te dragen voor een sterk monitoringsmechanisme.
EINDE BERICHT AMNESTY INTERNATIONAL
EINDE BERICHT AMNESTY INTERNATIONAL
[81]
4.4 A well-functioning Schengen area
Key actions
The Commission:
·Adopts a Recommendation on cooperation between Member States concerning private entities’ rescue activities;
·Presents guidance to Member States to make clear that rescues at sea cannot be criminalised;
VERDRAG VAN DE VERENIGDE NATIES INZAKE HET RECHT VAN DE ZEEMONTEGA BAY10-12-1982
https://wetten.overheid.nl/BWBV0003172/1996-07-28
”Het VN-zeerechtverdrag van 1982 bepaalt dat Staten die bij het verdrag aangesloten zijn de kapiteins van hun schepen moeten verplichten hulp te bieden aan in nood geraakte schepen.”
Op 15 september 2014 berichtte IOM dat alweer 500 migranten uit onder meer Syrië en Palestina waren omgekomen in de Middellandse zee. Als een schip in nood verkeert, is een kapitein volgens een eeuwenoude maritieme traditie verplicht zo snel mogelijk te hulp te schieten. Maar zijn kapiteins ook verplicht bootmigranten te redden?
Verplichtingen onder het zeerecht Op het eerste gezicht ligt dit eenvoudig. Het VN-zeerechtverdrag van 1982 bepaalt dat Staten die bij het verdrag aangesloten zijn de kapiteins van hun schepen moeten verplichten hulp te bieden aan in nood geraakte schepen. Kapiteins dienen zo spoedig mogelijk naar de locatie van een incident te varen, zodra zij daarover geïnformeerd worden. Deze verplichting geldt voor privé (handels)schepen en voor schepen die door overheidsinstanties gevaren worden, zoals schepen van de kustwacht. Bovendien dienen de aangesloten staten een zoek- en reddingsdienst in stand te houden, in zogenaamde search and rescue zones die onder zijn verantwoordelijkheid vallen. Hiervoor dient de staat maritieme reddings- en coördinatiecentra op te zetten. Deze centra voeren zelf reddingsacties uit of coördineren reddingsacties door andere schepen aan te sturen en met andere reddingscentra samen te werken..
Naar een veilige haven Er is dus een verplichting, voor zowel kapiteins als staten om hulp te bieden in geval van nood. De praktijk is voor asielzoekers echter weerbarstig. Het VN-zeerechtverdrag en het internationaal verdrag voor de veiligheid van mensenlevens op zee (Convention for the safety of life at sea, SOLAS) regelen namelijk niet wat er met de geredde personen moet gebeuren. Wanneer zeelieden in nood gered worden, leidt dit nauwelijks tot problemen. Schepen die deze zeelieden aan boord hebben genomen bij een reddingsactie, laten deze bij de volgende haven die zij aandoen weer van boord. Van daaruit kunnen de geredde personen hun terugreis organiseren of werk zoeken op een ander schip. Wanneer de geredde personen migranten zijn die via de zee naar Europa proberen te komen, ligt dit anders. Deze mensen zijn immers niet van plan om vanuit de haven waar zij aan land worden gelaten hun terugreis te organiseren. Zij willen in het land van aankomst of in een ander Europees land werk zoeken of asiel vragen. Dit willen de Europese staten niet, maar wanneer zij de migranten eenmaal op hun grondgebied hebben toegelaten, kunnen zij hen niet zonder meer terug sturen.
Toegang tot een asielprocedure Op grond van het internationaal recht zoals het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens mogen de lidstaten mensen niet terug sturen naar een land, waar zij gevaar lopen het slachtoffer van ernstige mensenrechtenschendingen te worden. Onder de migranten die per boot Europa proberen te bereiken, bevinden zich mensen die een dergelijk gevaar lopen. Velen van hen zijn immers afkomstig uit conflictgebieden zoals Syrië. Om te bepalen wie internationale bescherming tegen uitzetting naar het land van herkomst nodig heeft, moet de staat deze personen toegang bieden tot een asielprocedure.
Dolende schepen Wanneer een groep asielzoekers en migranten uit zee is gered, doet zich de vraag voor welke staat hen op zijn grondgebied wil toelaten. En hier wordt het probleem in volle omvang zichtbaar: hoewel deze bootmigranten op grond van internationale verplichtingen recht hebben op een asielprocedure, verplicht het internationale recht staten niet om deze drenkelingen toegang te geven tot hun grondgebied. Sterker nog, een staat is gerechtigd om zelf te beslissen wie het land in mag reizen. Zo kan het gebeuren dat een schip dat geredde migranten aan boord nam geen toestemming krijgt om een Europese haven in te varen. Een voorbeeld is de MV Salamis, die op 4 augustus 2013 op aanwijzing van het reddingcentrum in Rome 102 Afrikaanse migranten voor de Libische kust had gered. Toen de kapitein de geredde personen in Malta van boord wilde laten, weigerde Malta de MV Salamis toegang tot de haven. Pas drie dagen later was Italië bereid om het schip te laten aanmeren om de passagiers van boord te laten. De vertraging kan ook ontstaan door de vluchtelingen zelf, zo bleek onlangs. Nadat een cruiseschip meer dan 300 Syrische vluchtelingen van een wankel bootje op zee redde, deed het een haven in Cyprus aan. De geredde passagiers weigerden echter om in Cyprus van boord te gaan en zorgden op deze manier voor enkele dagen vertraging.
Kosten voor de scheepvaart Het feit dat het soms lang kan duren voordat een Europese haven een schip met drenkelingen toelaat, maakt het voor kapiteins zeer onaantrekkelijk om migranten uit zee te redden. Het gebruik van grote transportschepen kost meerdere duizend euro’s per dag (zie hier voor een indicatie van de kosten). Om de kosten te drukken, varen dergelijke schepen op een heel strak schema. Een vertraging van drie dagen kan een enorme economische schade veroorzaken. De kosten voor het schip moeten immers worden doorbetaald en het schip kan waarschijnlijk niet meer aan de overeengekomen aflevertermijn voldoen, waaraan vaak contractuele boetes zijn gekoppeld. De vrees is zo gerechtvaardigd dat scheepseigenaren en kapiteins niet aan hun verplichting tot het bieden van hulp bij nood zullen voldoen. In dat geval loopt de kapitein evenwel het risico om onder nationaal recht aansprakelijk te worden gesteld omdat hij zijn reddingsplicht niet is nagekomen. Zie hierover ook het eerdere blog van Paolo Cuttitta.
Held of mensensmokkelaar? De kosten zijn niet het enige risico voor de kapitein, een ander probleem is dat hij verdacht kan worden van mensensmokkel, nadat hij in nood verkerende migranten en asielzoekers aan boord heeft genomen. In het VN-Protocol mensensmokkel hebben lidstaten de smokkel van mensen over zee strafbaar gesteld. Dat dit niet een denkbeeldige situatie is blijkt uit het incident van de Cap Anamur. Dat schip had 37 Afrikaanse migranten en asielzoekers gered van de verdrinkingsdood, waarop het meerdere weken op toegang tot een haven moest wachten. Toen het schip eindelijk de haven van Porto Empedocle in Sicilië was binnengevaren, werd de kapitein op verdenking van mensensmokkel vastgezet. De kapitein werd weliswaar uiteindelijk vrijgesproken, maar dergelijke incidenten maken het bieden van hulp bij nood moeilijker.
Nog geen oplossing in zicht De eeuwenoude maritieme traditie die een kapitein verplicht een ander schip bij nood te hulp te schieten, is dan ook niet op de asielproblematiek in Zuid-Europa toegesneden. Zolang er geen objectieve criteria zijn die bepalen welke staat verplicht is de geredde personen aan land te laten, is een oplossing nog ver weg. In 2004 is er door de International Maritime Organization (IMO) een poging gedaan om dit humanitaire probleem op te lossen. Zo is het SOLAS gewijzigd, waardoor de staat in wiens search and rescue zone de redding plaatsvond, nu verplicht is het aan land gaan van geredde personen te coördineren. Nog steeds is echter geen enkele staat (dus ook deze coördinerende staat niet) verplicht om geredde personen aan land te laten. Bovendien verzet Malta zich tegen de toepassing van deze regeling, omdat het in verhouding een grote search and rescuezone heeft. Het zou dan immers vaak de rol van coördinator toegewezen krijgen. Italië daarentegen, wil de regeling wel toepassen, zodat het tussen beide landen vaak tot een conflict komt, welk land de coördinatie op zich moet nemen. Terwijl de IMO zich inmiddels al meer dan 10 jaar bezig houdt met het zoeken naar een oplossing, heeft zij nog geen compromis kunnen bereiken, dat door alle betrokken landen wordt geaccepteerd. Het is dan ook zeer de vraag of dit in de nabije toekomst wel zal lukken.
EINDE TEKST
DE CORRESPONDENT
WAT DOET EEN KAPITEIN, ALS HIJ EEN BOOT VOL VLUCHTELINGEN TEGENKOMT?
Het VN-zeerechtverdrag Meer informatie over dat verdrag.is er duidelijk over. Kapiteins zijn verplicht hulp te bieden aan in nood geraakte schepen. Dat betekent dat zij zo snel mogelijk naar het schip in nood moeten varen om hulp te bieden. Deze verplichting geldt niet alleen voor schepen van overheidsinstanties, zoals bijvoorbeeld de kustwacht, zij geldt ook voor privéschepen en handelsschepen. Bovendien geldt de verplichting voor allemensen in nood.
Wat moet er met de drenkelingen gebeuren?
Het zeerecht regelt niet wat er met de geredde personen moet gebeuren. Wanneer een kapitein een normale boot in nood redt, leidt dit nauwelijks tot problemen. Schepen die zeelieden aan boord hebben genomen bij een reddingsactie, laten hen bij de eerstvolgende haven weer van boord. Daar kunnen de geredde personen hun terugreis organiseren of werk zoeken op een ander schip.
En met migranten?
Migranten die hun leven riskeren om Europa te bereiken zijn natuurlijk niet van plan om, als ze in een haven worden afgezet, terug te gaan. Ze zullen asiel aanvragen of proberen anoniem door te reizen om in de illegaliteit te gaan werken. Deze bootmigranten hebben recht op een asielprocedure, maar niet op toegang tot het grondgebied van een staat. Zie daar het probleem: migranten moeten wel uit het water worden gered, maar kunnen niet zomaar aan land worden gebracht.
Een voorbeeld hiervan is de boot MV Salamis, die op 4 augustus 2013 op aanwijzing van het reddingscentrum in Rome 102 Afrikaanse migranten voor de Libische kust redde. Toen de kapitein de geredde personen op Malta van boord wilde laten, weigerde Malta de MV Salamis toegang tot de haven. Drie dagen later was Italië bereid om het schip te laten aanmeren om de passagiers van boord te laten.Lees hier meer over de zaak-MV Salamis.
Maar het is niet alleen de staat die weigert migranten op het grondgebied toe te laten, soms weigeren de vluchtelingen zelf, zo bleek onlangs. Nadat een cruiseschip meer dan 300 Syrische vluchtelingen van een wankel bootje op zee redde, deed het een haven op Cyprus aan. De geredde migranten weigerden echter om op Cyprus van boord te gaan omdat ze liever in een ander land asiel aanvroegen.
Waarom werken kapiteins niet altijd mee?
In één woord: het kost tijd. Het gebruik van grote transportschepen kost meerdere duizenden euro’s per dag. Om de kosten Zie hier voor een indicatie van de kosten.te drukken, varen dergelijke schepen volgens een heel strak schema. Een vertraging van drie dagen kan enorme economische schade veroorzaken. De kosten voor het schip moeten immers worden doorbetaald. Bovendien kan het schip vaak niet meer aan de overeengekomen aflevertermijn voldoen, waaraan vaak contractuele boetes zijn gekoppeld.
Wat voor risico’s lopen kapiteins nu eigenlijk?
Kapiteins moeten schipperen tussen de verplichting mensen in nood te redden en de commerciële belangen van hun rederij, door om zo min mogelijk tijd te verspillen. Als hij niet aan zijn reddingsplicht voldoet kan hij onder nationaal recht worden bestraft. Als hij zich niet aan zijn schema’s houdt wordt hij door zijn werkgever aangesproken.
Maar er is nog een risico voor de kapitein: hij kan worden verdacht van mensensmokkel. Want hoe kan hij bewijzen dat hij deze mensen redde en niet zelf smokkelde? Dat dit niet denkbeeldig is, blijkt uit het incident met de Cap Anamur. Dat schip redde 37 Afrikaanse migranten van de verdrinkingsdood, waarop het meerdere weken op toegang tot een haven moest wachten. Toen het schip eindelijk de haven van Porto Empedocle op Sicilië was binnengevaren, werd de kapitein op verdenking van mensensmokkel vastgezet. De kapitein werd uiteindelijk vrijgesproken, maar dergelijke incidenten maken het bieden van hulp bij nood moeilijker.
Is er een oplossing in zicht?
De eeuwenoude maritieme traditie die een kapitein verplicht een ander schip in nood te helpen, is niet op de asielproblematiek in Zuid-Europa toegesneden. Zolang er geen objectieve criteria zijn die bepalen welke staat verplicht is de geredde personen aan land te laten, is een oplossing nog ver weg.
In 2004 is er door de International Maritime Organization (IMO) een poging gedaan dit humanitaire probleem op te lossen. Nog steeds is echter geen enkele staat verplicht om geredde personen aan land te laten. Terwijl de IMO zich inmiddels al meer dan tien jaar bezighoudt met het zoeken naar een oplossing, heeft de club nog geen compromis kunnen bereiken dat door alle betrokken landen wordt geaccepteerd. Het is dan ook zeer de vraag of dit in de nabije toekomst wel zal lukken.
In verschillende landen in Europa worden steeds vaker mensen vervolgd en lastiggevallen vanwege hun hulp aan vluchtelingen, asielzoekers en migranten. Regeringen misbruiken anti-smokkel- en anti-terrorismewetgeving om het werk van hulpverleners te belemmeren en af te schrikken. Dit blijk uit een nieuw rapport van Amnesty International dat vandaag verschijnt.
Amnesty-onderzoekers onderzochten verschillende rechtszaken tegen hulpverleners tussen 2017 en 2019 in Kroatië, Frankrijk, Griekenland, Italië, Malta, Spanje, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk.
Aangeklaagd vanwege thee en warme dekens
In veel van de zaken die Amnesty onderzocht luidde de aanklacht ‘het faciliteren van illegale binnenkomst’.
Zo ook in Frankrijk. Vluchtelingen en migranten die via de Franse Alpen het land binnenkomen en binnen twintig kilometer van de Italiaanse grens worden opgepakt, worden beschouwd als illegalen. Volgens de Franse autoriteiten is hen hulp bieden strafbaar.
De Franse berggids Pierre Mumber moest voor de rechter verschijnen vanwege het aanbieden van thee en warme kleren aan vier West-Afrikaanse asielzoekers. Hij werd uiteindelijk in hoger beroep vrijgesproken.
Reddingswerk op zee onmogelijk gemaakt
Non-gouvernementele organisaties (ngo’s) zijn vaak het mikpunt van lastercampagnes of worden zelfs aangeklaagd. Het treft vooral reddingswerkers die op de Middellandse of Egeïsche Zee actief zijn.
De Italiaanse autoriteiten hebben verschillende keren hun reddingsboten in beslaggenomen, zodat er minder boten overbleven om mensen op de Middellandse Zee te redden. Ook zijn ze vaak slachtoffer van lastercampagnes, vervolging en werd hen vaak toestemming geweigerd om met hun boot met geredde mensen aan te meren.
In Griekenland werden Sarah Mardini en Seán Binder maanden in voorarrest opgesloten nadat de Griekse autoriteiten hen hadden opgepakt, onder meer vanwege ‘mensensmokkel’. In werkelijkheid hielpen ze vluchtelingen die aankwamen op Lesbos.
Sarah Mardini: ‘We wilden dit vrijwilligerswerk doen om mensen in nood te helpen. We moeten misschien25 jaar in de gevangenis doorbrengen voor het reddenvan overlevenden. Maar als je me nu vraagt of ik het anders had gedaan nu ik weet dat mijn leven zo op zijn kop gezet zou worden, dan zou ik weerprecies hetzelfde doen.’
Amnesty’s oproep
Amnesty roept de Europese Unie en haar lidstaten op om een einde te maken aan het vervolgen en lastigvallen van mensen die vluchtelingen en migranten helpen. Zij zouden volgens het VN-verdrag voor mensenrechtenverdedigers veilig hun werk moeten kunnen doen, zonder angst voor represailles.
EINDE ARTIKEL AMNESTY INTERNATIONAL RAPPORT AMNESTY INTERNATIONAL AMNESTY INTERNATIONALPUNISHING COMPASSIONSOLIDARITY ON TRIAL IN FORTRESS EUROPEMARCH 2020
[71] ”De Franse berggids Pierre Mumber moest voor de rechter verschijnen vanwege het aanbieden van thee en warme kleren aan vier West-Afrikaanse asielzoekers. Hij werd uiteindelijk in hoger beroep vrijgesproken. ” AMNESTY INTERNATIONALHULP AAN VLUCHTELINGEN IN EUROPA STEEDS VAKERSTRAFBAAR3 MAART 2020 https://www.amnesty.nl/actueel/hulp-aan-vluchtelingen-in-europa-steeds-vaker-strafbaar
France: Man who gave tea to migrants acquitted of baseless charges
Reacting to the decision of the Grenoble appeal court to acquit Pierre Mumber, a mountain guide who offered hot tea and warm clothes to four West African asylum seekers in the Alps and was then convicted of “facilitating irregular entry”, Rym Khadhraoui, Research Fellow at Amnesty International, said:
“We are delighted that Pierre Mumber has been acquitted today – this is a victory for common sense, and for a good man who did absolutely nothing wrong.
“Pierre is unfortunately one of many people facing harassment, intimidation and attacks at the hands of authorities for supporting migrants and refugees. However, it is heartening to see the courts are calling out this misapplication of the law. We hope that after this decision others criminalized for acts of solidarity at the French-Italian border will be celebrated instead of being punished.”
Background
Pierre Mumber was sentenced to a three-month suspended sentence for conviction for facilitating illegal entry. This has now been overturned on appeal.
Dr Scott Warren, a humanitarian volunteer who had also faced charges for his humanitarianism was yesterday found not guilty of the charges against him in Arizona.
France: Conviction of man who offered tea and warm clothes to asylum seekers must be reversed
Spokespeople available
Ahead of the appeal hearing tomorrow of Pierre Mumber, a mountain guide who offered hot tea and warm clothes to four West African asylum seekers in the Alps and was then convicted of “facilitating irregular entry”, Amnesty International is calling for the conviction to be overturned.
“Pierre Mumber’s humane gesture of offering warm clothes and hot tea to four asylum seekers who arrived in France through the mountains from Italy should be applauded,” said Rym Khadhraoui, Research Fellow at Amnesty International.
“Pierre committed no crime. But his conviction following this act of kindness shows how the French authorities are misusing the anti-smuggling law to criminalize people who offer help to those on the move.”
Pierre Mumber was convicted of “facilitating illegal entry” after three of the four asylum seekers later absconded from the control of the police.
Amnesty International believes that Pierre’s actions do not amount to “facilitating illegal entry” and rather constitute humanitarian assistance, which is legal under both French and international law.
His appeal hearing will take place before the Appeal Court of Grenoble at 13:45 (CET) on 24 October 2019.
Background
Pierre Mumber was convicted and given a three-month suspended sentence by the lower criminal court of Gap (tribunal correctionnel) on 10 January 2019.
On 6 January 2018, Pierre Mumber gave tea and clothes to a Nigerian man and woman, Cameroonian man and a Guinean man in Montgenèvre, in France’s Briançon region. During winter, volunteers in the region regularly walk by the snowy roads to help people in need after crossing the mountains from Italy in dangerous conditions. Two police officers arrived and took the asylum seekers to their cars, accompanied by Mr Mumber. Later on, while Mr Mumber stood at a distance, three of the four asylum seekers escaped the police’s control.
After witnessing the risks and consequences for those attempting to cross the Alps from Italy into France, including the risk of getting lost in the snowy mountains in winter, Pierre Mumber was one of many people in the Briançon region who began providing humanitarian aid to people on the move, who were often ill-equipped for the dangerous journey.
At the French-Italian border, the French border police are denying entry to asylum seekers and migrants and unlawfully pushing them back to Italy, as well as criminalizing the legitimate acts of those who assist them.EINDE BERICHT AMNESTY INTERNATIONAL
[73] ”Reacting to the decision of the Grenoble appeal court to acquit Pierre Mumber, a mountain guide who offered hot tea and warm clothes to four West African asylum seekers in the Alps and was then convicted of “facilitating irregular entry”, Rym Khadhraoui, Research Fellow at Amnesty International, said:“We are delighted that Pierre Mumber has been acquitted today – this is a victory for common sense, and for a good man who did absolutely nothing wrong.
“The sailboat is an extraordinary laboratory, in which everyone is called to cooperate and do their part. It is a place where resources are limited and shall be used with thoughtfulness, where everyone’s behavior determines everyone else’s well-being, where there are no privileges and nobody is left behind. And if someone is found adrift at sea, the obligation is to save them.” Tommaso Stella knows the sea and its laws. A long-time sailor, with so many adventures alongside one of the world’s most famous sailors, Giovanni Soldini, Tommaso joined Mediterranea last year, becoming the captain of the ship Alex. He was the one in charge to command the ship to the rescue of 59 people from the waters of ‘Mare Nostrum’ in July 2019, which led to its impoundment. His story tells how the sporting competence, the one of a sailor, can be at the service of a higher cause. A skill complemented by the awareness that it is not possible to turn your head the other way when it comes to save a life and defend human rights.”
Ilaria Leccardi: Let’s start from your relationship with the sea. You were born in the city, how and when does your love of sailing come to life?
Tommaso Stella: I was born in Milan and there is no sea there. When I was a little boy, my father made some experiments: he built model ships and armed a small rubber boat with wood and sails made from old sheets, to be tried at the Idroscalo [the small artificial lake of Milan]. Those models and that kind of raft were my first contacts with something resembling a boat. A few years later, when I was attending middle school, the principal’s office often summoned my mother because I was a “rowdy boy”, they said. In fact, the principal was the instructor of a sailing school offering summer camps in the municipality of Milan. He suggested my mother to send me to that camp because “it would have been good for me …” It started like that, at the age of 11: I have not stopped yet.
IL: Tell us more about the world of sailing.
TS: Unfortunately, in Italy, it is expensive to follow that passion. The boat is a status symbol. In other countries, like France, it isn’t the same. There, children from primary school have many opportunities to practice this sport even if their parents aren’t well off or put their house on reverse mortgage. To continue with my passion, during the holidays I started giving lessons as instructor assistant and later on as the main instructor in my first sailing school, Utopia.
IL: And then what happened?
TS: After almost nine years of activity, sitting down for “feeling too good” was the risk I was facing. So, after ten months of civil service, I wore back the student’s clothes and I eventually embarked for my first sail across the ocean to discover other boats, other seas, other places and other people. I left in October 1997 from the Mediterranean to the Antilles via the Canary Islands, to finally land in April 1998 in Barcelona. I realized that I really liked that kind of life, that I had so much to learn and so much to discover.
IL: And then you met someone who became important for you
TS: A few months after that experience in the ocean, I met Giovanni Soldini, who was coming back from his victorious round the world regatta, the one when he was able to rescue Isabelle Autissier, a competitor who went adrift in the southern seas. Giovanni was about to launch the construction of a new sail boat, a trimaran, an 18-meter “spaceship” capable of sailing faster than the wind. He needed a crew. We immediately tuned our human frequencies and, even if I had no construction site experience, he pulled me in: “If there are good vibrations, the rest you can learn in a matter of time… the opposite is way more difficult!”. I will never forget the years between 2000 and 2005: they have been intense. We were a group of five people who took care of everything: maintenance and modifications to the boat, transfers and crew races.
IL: What did you learn from Soldini?
TS: He has been a reference for me, I consider him the greatest Italian single-handed sailor in history. I did not just learn from him from a technical standpoint, I actually acquired that extraordinary ability to overcome new obstacles and unexpected events, on land as at sea, without losing heart. And then I picked up the ability to play down the most difficult situations with laughter, displacing even fear. It feels very good at sea with him.
IL: And he experienced dramatic situations…
TS: Yes, especially in 2005, during “La Route du Café”, a regatta from Le Havre (France) to Salvador de Bahia (Brazil), which he did with his longtime friend Vittorio Malingri. Their trimaran capsized off the coast of Senegal. The two were rescued by an oil tanker bound for Houston that could not enter the port due to its size and, tens of miles from the coast, was being emptied by smaller tankers. The two castaways, despite having in their pockets credit cards, passports and visas for the US, took days to convince one of the tanker commanders to bring them to mainland: nobody wanted to take responsibility for their landing. Think about it: even at that time, despite having the “right” passport – the one of a wealthy Westerner country – the law of the sea, which requires to help those in danger, was in question.
IL: Have you also experienced difficult situations?
TS: The only time I really put at risk my own skin was – paradoxically – a few meters from a beach on Elba island in Italy, when I capsized sailing with a friend, getting stuck under the hull.
IL: Let’s go back to the open sea. It can be scary, especially if you don’t know it. What does it mean to spend a night there?
TS: It is a hostile environment for humans. To survive at sea, you need a place to host and protect you. If you are on a dependable boat, if you know how to use it, if the weather is good and you know your position, you are safer there than behind a steering wheel of a car. Under those assumptions, a night at sea can be magical: far from land, totally disconnected, without the lights and the sounds of the so-called civilization. You breathe clean air, you are pushed by the wind under a starry sky. But humans are not nocturnal animals. Solving a problem in the dark is more complicated, so at night, if one of the conditions above is failing, it can be scary. Is having fear something negative? No, it makes you raise your antennae and let you react better to a situation of potential or real danger.
IL: Fear can also become an element that, instead of paralyzing, pushes you to move …
TS: Let me use the example of the people fleeing from Libya. They find themselves in a situation that would terrify anyone. They have no idea when they will leave until the very last minute, they don’t know what the weather will be, most of them have never seen the sea, almost nobody knows how to swim, they don’t have any sailing experience whatsoever, they do not know the dinghy or the boat they will get on – often in a bad state and always overloaded –, they do not know where they will go, they do not know how long the journey will take. The only people that experienced a similar condition were the first brave navigators in history… These people come from terrible situations that leave heavy psychological and physical signs. Yet they get on those rubber boats, because the terror they leave behind them is even worse.
IL: Here we come, precisely, to your commitment with Mediterranea. You already had the opportunity to dedicate yourself to social causes, how did the contact start with them?
TS: I have always been very close to social causes. In the past, I combined my interest in social issues with sailing, participating in the “Goletta Verde” campaign, or bringing blind people or children from family homes on sail boats. In recent years though, I was disgusted with what was going on in the central Mediterranean. In August 2018, when Italy and European governments blocked humanitarian ships making of the sea in front of Libya a deserted graveyard without witnesses, a group of people coming from different experiences decided that they could no longer let that happen before their eyes. A friend of mine asked me if I was interested in the project and I immediately said yes. Initially, the founders’ response was the classic “we’ll let you know”, because Mediterranea’s main ship was a tugboat, Mare Jonio, and I don’t have the certification to command that type of vessel. But very quickly it became clear that a support boat was needed to accommodate the rest of the operating and rescue crew, which was too large for Mare Jonio. That support boat ended up being a sailboat, and therefore I was on.
IL: That boat was the Alex, on which, in July 2019, you rescued many people, but that costed you an investigation by the Italian Court.
TS: It was my third mission as commander of the Alex, and I had a fantastic crew. The Mare Jonio had already been unlawfully seized for months and so we decided to go out using Alex for a monitoring mission. We were aware of the fact that with a relatively small sailing boat we would not have been able to rescue people. The idea was that if we ran into a migrants’ rubber boat in distress, we would stabilize the situation with life jackets and safety rafts, calling immediately for help the Italian coast guard for their intervention. But when it really happened, the Italian authorities replied that they had already alerted the so-called Libyan coastguard, which we know being colluded with human traffickers. So, after being chased down by the Libyans, who eventually let us go, and with the Italian authorities who tried to put us in trouble, we did the only thing possible: we followed the law heading to the nearest safe harbor, Lampedusa, with the migrants on board with us.
IL: And there you were stuck …
TS: Once we reached 12 miles off the coast of the island of Lampedusa, the patrol boats of the Italian coast guard and finance guard notified us of the recently approved “security decree”, which prevented us from entering those territorial waters. We had been standing in sight of Lampedusa for two very hot, tiring and long days, doing everything we could to resolve the situation exercising reasoning and diplomacy, but after running out of water, we decided to force the blockade and enter the port. Once moored, it wasn’t over: throughout the entire afternoon and until late at night we were practically kidnapped on our own boat: nobody could get on or off. That situation came to an end when the prosecutor of Agrigento seized the Alex: at that point we had to disembark. The castaways were able to get off, change their wet and dirty clothes and receive the first medical treatment. I was put under investigation for aiding illegal immigration and warship violence, an accusation that could lead up to 15 years in prison. They also suspended my sailing license for six months. All that for saving 59 human lives from drowning at sea and from the violence of Libyan torture camps.
IL: What were your fears during that rescue operation?
TS: My greatest fear was the one of not being able to save them. If the Libyans had arrived during the transshipment of the people from their dinghy to our boat, a disaster could have happened: those who flee Libya are so terrified by the idea of being brought back to that hell that they prefer to jump into the water than being sent back to a Libyan ship. And then, in Lampedusa, when I realized that we were all safe, I started to be concerned about what awaited me personally. The government continued to criminalize sea rescue and I, as commander, was the most exposed target. But never, not even for a single moment, I had a doubt on my decisions. I knew I was on the right side, morally and legally.
IL: The coexistence of many people on a ship like Alex must not have been easy.
TS: Considering the overcrowding, it still went well: crew and migrants collaborated despite the difficulties of sharing insufficient space. Everyone did their part with an incredible harmony.
IL: This whole situation seems so surreal.
TS: Yes, all an above I remember the sailors of the patrol boats that were sent there to prevent our entry into the Italian waters: they were clearly embarrassed to carry out those absurd orders: “We save lives too” they repeated, “We aren’t the bad guys”. I saw one of the moved when he looked into the eyes of our “passengers”. What is surreal is that, in a few months “Mare Nostrum” – the international coordinated mission that saved 150,000 people between 2013 and 2014 – was abandoned to give space to a situation in which human beings are considered undesired toxic waste in the name of a short-sighted and inhuman policy and propaganda. It is absurd that now only volunteers and humanitarian ships are trying to resolve such a critical situation at sea.
IL: And the situation does not seem to improve recently.
TS: The news coming from Greece and Turkey remind us of times we never wanted to relive: Turkey uses refugees as human bombs in an infamous blackmail to Europe. Greek and European armed forces, instead of helping refugees fleeing Turkey, try to sink rubber boats, shooting, beating… Thousands of people, children, women and men are no longer wanted by any country and no longer have a place to go: rejected by Europe, thrown out of Turkey… They can’t even go back to the war in Syria.
IL: What can a sport like sailing teach you, a sport that gave you the skills that you brought back into play for the most noble reason, saving lives?
TS: On board a lot of attention must be paid to the use and consumption of resources. Everything must be rational and sustainable. If someone pretends not to take shifts, or they want to take ten showers a day or eat more than others, they would be pushed back by the “community” for a behavior that would have immediate consequences for everyone’s safety and well-being: at sea there is no room for privileges. Nature has the last word and she doesn’t take sides: it is with her that we must measure ourselves and take the right decisions, but if we make a mistake, we got to pay the bill right away.
IL: these are thoughts well in line with the times we live in.
TS: This is what Luca Parmitano, the commander of the International Space Station, said. What else is Earth if not a large ship with limited resources, traveling our galaxy at the extraordinary speed of 492 thousand miles per hour, housing a human crew of 7 billion people? A large ship in which someone is not doing their part, in which a minority claims the “right” to eat more than the others and where too many consume and waste the resources available at unsustainable levels. A ship that is sending a clear message to its crew, but the crew is not taking it seriously. During these weeks we are in the midst of the coronavirus emergency, a situation that is once again demonstrating that borders don’t exist. For the virus we are all the same. We should take advantage of this lesson to learn a new way of being together. We should understand that on the Earth, as on a boat in a storm, everyone is saved or we all sunk together.
[78] ”,Maar het doet pijn om te horen dat wij het probleem zijn, al ben ik de eerste om te erkennen dat wij niet de oplossing zijn. Ik heb de antwoorden ook niet. Alles wordt nu teruggebracht tot een paar schepen. Ik ben niet in Afrika aan het flyeren: kom alsjeblieft naar Europa. Het lijkt mij stug dat iemand voor zijn hut in Mali zit en denkt: Sea Watch is er, laten we het maar gaan doen. Als ze op een zeewaardige boot zouden varen, zou je mij daar ook niet zien. Maar het zijn geen vrachtwagens waar boeken uit vallen, het gaat om mensenlevens. Het zou kunnen dat smokkelaars misbruik van ons maken. Als iedereen dood gaat op zee ligt hun business op z’n gat. Maar mensen aan hun lot overlaten, omdat dit op langere termijn wellicht beter is, kan ik simpelweg niet. Uiteindelijk hoop ik aan de goede kant van de geschiedenis te staan.” DE STENTOR.NLSEA WATCH KAPITEIN ANNE PAUL UIT MEPPEL DURFT EVEN GEENMENSEN TE REDDEN 26 FEBRUARI 2019 https://www.destentor.nl/meppel/sea-watch-kapitein-anne-paul-uit-meppel-durft-even-geen-mensen-te-redden~ac10d45a/
Anne Paul Lancel (40) uit Meppel kwam vorige maand ongewild in een mediastorm terecht. De kapitein van hulpschip Sea Watch 3 dobberde wekenlang rond op de Middellandse Zee met 47 vluchtelingen aan boord. Geen land wilde ze hebben. De reddingsoperatie leverde gemengde reacties op, tot bedreigingen via sociale media aan toe. ,,Op deze manier zou ik het niet weer doen.’’ Aan de ketting leggen en laten afzinken die boot.’ CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg wond er tijdens een politiek debat begin deze maand over onder meer de Sea Watch 3, geen doekjes om. De bemanning wordt ervan beticht mensensmokkel te faciliteren door vluchtelingen uit gammele bootjes op te pikken en te helpen oversteken naar eindbestemming Europa. De hulporganisatie als kwaaie pier in het politiek gevoelige thema vluchtelingen.
Die mensen komen uit veilige landen en steken over, want sea watch helpt ons toch wel. Ze worden gewoon bij de kustlijn opgepikt’, sprak het Kamerlid van regeringspartij CDA verontwaardigd. Denk je compassie te tonen, neemt de vaderlandse politiek je de morele maat. ‘Jullie maken het alleen maar erger’, kreeg de Meppelaar – in het dagelijks leven is hij zzp’er in de scheepvaart en dan vooral de offshore industrie – uit rechtse hoek te horen.
Volgens Anne Paul Lancel, inmiddels terug in het vertrouwde Meppel, de omgekeerde wereld. ,,Ik dacht dat ik iets goeds deed, maar blijkbaar zijn er grote krachten in het spel die iets anders denken’’, zucht de 40-jarige kapitein die een, op zijn zachtst gezegd, woelige tijd achter de rug heeft. De reactie vanuit de Tweede Kamer is hem niet in de koude kleren gaan zitten. Zeker niet nadat de Italiaanse justitie collega’s van het Duitse reddingsschip Iuventa strafrechtelijk vervolgde op verdenking van het bevorderen van illegale migratie.
LINTJE De vrees voor rechtszaken weerhoudt hem voorlopig van een vervolgactie. ,,Dat is de reden dat ik voorlopig niet terugga. Ik had verwacht dat die mensen van Iuventa een medaille zouden krijgen. Maar als de Nederlandse overheid niet wil dat we dit doen, werkt het niet.”
Het lijntje is immers dun. ,,Stel dat een smokkelboot dicht bij ons vaart en er om een flesje water wordt gevraagd. Werk je samen als je daarin voorziet!?’’ Het was zijn tweede missie met Sea Watch, een wereld van verschil met de eerste, van vorig jaar. ,,Toen werkten we gewoon samen met de kustwacht, had ik helemaal geen angst om als mensensmokkelaar de gevangenis in te gaan. Maar deze laatste missie is in een politiek explosieve tijd, de overheid is bang voor anti-immigratiepartijen en hun populariteit. Het valt me heel erg tegen hoe de regering hierop reageert. Ik ben opgegroeid met normen en waarden, waarvan ik dacht dat ze Nederlands waren. Nee, zoals het nu gegaan is had ik het niet voor ogen.’’
Mensenlevens
Hij is geen woordvoerder van het omstreden Sea Watch, benadrukt hij in stadscafé Oasis, hartje Meppel. ,,Maar het doet pijn om te horen dat wij het probleem zijn, al ben ik de eerste om te erkennen dat wij niet de oplossing zijn. Ik heb de antwoorden ook niet. Alles wordt nu teruggebracht tot een paar schepen. Ik ben niet in Afrika aan het flyeren: kom alsjeblieft naar Europa. Het lijkt mij stug dat iemand voor zijn hut in Mali zit en denkt: Sea Watch is er, laten we het maar gaan doen. Als ze op een zeewaardige boot zouden varen, zou je mij daar ook niet zien. Maar het zijn geen vrachtwagens waar boeken uit vallen, het gaat om mensenlevens. Het zou kunnen dat smokkelaars misbruik van ons maken. Als iedereen dood gaat op zee ligt hun business op z’n gat. Maar mensen aan hun lot overlaten, omdat dit op langere termijn wellicht beter is, kan ik simpelweg niet. Uiteindelijk hoop ik aan de goede kant van de geschiedenis te staan.’’
Gezichten
Een aantal vluchtelingen van de Sea Watch 3 verblijft momenteel in het asielzoekerscentrum in zijn oude woonplaats Ter Apel. ,,Ik zou hun gezicht even willen zien. Vroeger was ik veel rechtser, voor opvang in de eigen regio. Maar ik heb geleerd dat het niet zo zwart/wit ligt, dat mensen het niet altijd in de hand hebben. Uiteindelijk sta ik er ook als professional in. Het zeerecht is een van de oudste rechten. Niemand zou op zee mogen verdrinken, die help je. Punt. Zo’n schip trekt goede mensen aan, dat is me misschien nog het meest bijgebleven. De klootzakken in de maatschappij melden zich niet.’’ De drijvende doden staan nog scherp op het netvlies. ,,We haalden geen mensen uit het water. Je labelt ze, zodat ze niet dubbel geteld worden. Dat gun ik politici: ga eens mee. Mensen hebben geen idee.’’
Greece: Pushbacks and violence against refugees and migrants are de facto border policy
Amnesty International reveals new evidence of torture, ill-treatment and illegal pushbacks of refugees and migrants to Turkey
People apprehended and detained up to 700km away from the border before being transferred and returned at the land border with Turkey
Amnesty calls on the EU border force Frontex to suspend or withdraw its Greek operations
Spokespeople available
Greek border forces are violently and illegally detaining groups of refugees and migrants before summarily returning them to Turkey, in contravention of their human rights obligations under EU and international law, new research from Amnesty International has revealed.
The report, Greece: Violence, lies and pushbacks, documents how the Greek authorities are conducting illegal pushbacks at land and sea. It focuses primarily on unlawful operations in the Evros region, at the land border between Greece and Turkey. In February and March 2020, Greece violently pushed back refugees and migrants in response to Turkey’s unilateral opening of the land borders. By documenting incidents that occurred in the aftermath of those events, from June to December 2020, this new research demonstrates that human rights violations at Greece’s borders continue and have become an entrenched practice.
“Our research shows that violent pushbacks have become the de facto Greek border control policy in the Evros region. The level of organization needed to execute these returns, which affected around 1000 people in the incidents we documented, some numerous times and sometimes via unofficial detention sites, shows just how far Greece is going to illegally return people and cover it up.”
The vast majority of people Amnesty International spoke to reported that they had experienced or witnessed violence from people they described as uniformed Greek officials, as well as men in civilian clothing. This included blows with sticks or truncheons, kicks, punches, slaps, and pushes, sometimes resulting in severe injuries. Men were often subjected to humiliating and aggressive naked searches, sometimes in the sight of women and children.
In most cases, the acts of violence reported violated the international prohibition of inhuman or degrading treatment. Some incidents also amounted to torture, due to their severity and humiliating or punitive intent.
Saif*, a 25-year-old Syrian man pushed back four times in August 2020, told Amnesty International that on his second attempt, the group he was travelling with was ambushed by “soldiers” in black gear and balaclavas and transferred to the banks of the Evros river, which runs across the Greek and Turkish border. Two people in the group tried to escape but were stopped and ruthlessly beaten by one of the soldiers. Saif, who suspected that the man’s spine had been broken, told Amnesty International: “He could not move at all, he could not even move his hands.” According to Saif, after soldiers took the two injured men across the river to Turkey, Turkish soldiers and an ambulance came to assist the injured.
One individual told Amnesty International that during one of the return operations, he and his group were forced off the boat and into the water near an islet in the middle of the Evros river, where they remained stranded for days. A man who was forced off the boat could not swim and screamed for help as he bobbed up and down in the water and was seen to be swept away with the current.
Pushbacks are not only taking place in border areas. People are also being apprehended and detained far into the Greek mainland before being returned to the Evros region to be illegally returned. Amnesty International spoke to four people who were arbitrarily apprehended and detained in areas of northern Greece and ultimately pushed back to Turkey in larger groups. Among them were a recognized refugee and a registered asylum seeker who had been living in mainland Greece for almost a year.
One of them, Nabil* a 31-year-old Syrian man and registered asylum-seeker in Greece told Amnesty International that he was arrested at the port in the city of Igoumenitsa, in North-western Greece. Police told him that he would be transferred to Athens and released, however he was then transferred to a second detention site closer to the Evros land border, beaten and ultimately pushed back in a group of 70 people, including children. He told Amnesty International: “Before I entered the bus, I showed the police my asylum card, but they took it from me, shredded it, and told me to get into the bus.”
Years after Amnesty International first reported pushbacks of refugees and migrants from Greece in 2013, Greece is still violently and illegally returning people to Turkey, in contravention of their human rights obligations under EU and international law. Amnesty International documented 21 new incidents of summary, unlawful returns from Greece to Turkey, often accompanied by arbitrary detention and violence, in some case amounting to torture. The EU has also repeatedly failed to hold Greece to account for these serious violations, ultimately reinforcing the practice and tacitly giving permission for it to continue by way of inaction.
Testimony from asylum seekers alleging brutal border pushbacks, including sexual abuse, adds to calls for EU to investigate
People on the Balkans migrant trail have allegedly been whipped, robbed and, in one case, sexually abused by members of the Croatian police.
The Danish Refugee Council (DRC) has documented a series of brutal pushbacks on the Bosnia-Croatian border involving dozens of asylum seekers between 12 and 16 October.
The Guardian has obtained photographs and medical reports that support the accounts, described by aid workers as “sickening” and “shocking”.
“The testimonies collected from victims of pushbacks are horrifying,’’ said Charlotte Slente, DRC secretary general. “More than 75 persons in one week have all independently reported inhumane treatment, savage beatings and even sexual abuse.’’
According to migrants’ accounts, the pushbacks occurred in Croatian territory over the border from Velika Kladuša in Bosnia, close to Šiljkovača – a tented forest settlement of around 700 refugees and migrants.
“All of the persons interviewed by DRC bore visible injuries from beatings (bruises and cuts), as a result of alleged Croatian police violence,” reads the DRC report. “According to the statements provided by interviewed victims (with visible evidence of their injuries), pushbacks included brutal and extremely violent behaviour, degrading treatment, and theft and destruction of personal belongings.” One of the testimonies includes a report of serious sexual abuse.
On 12 October, five Afghans, including two minors, crossed the Croatian border near the Šturlić settlement. On the same day, near Novo Selo, an uniformed police officer stopped them and then called two more officers. One of the migrants ran, and the other four were detained at a police station. Two days later they were taken to court, where they say they were to “appear as witnesses in the case launched against the fifth member of the group – the one who escaped”, who had been accused of violent behaviour towards police.
The asylum seekers told the DRC that the original officers then took them “to some unknown location, where they were put in a van in the charge of 10 armed people, dressed in black and with full face balaclavas, army boots and with flashlights on their foreheads”. Their money was taken, their belongings torched and they were ordered to strip to their underwear. The migrants allege that they were forced to lie face down on the ground.
“One man in black was standing on the victim’s hands, preventing any movements,” reads the report. “Legs were also restrained. Once the person was hampered, the beating started. They were punched, kicked, whipped and beaten.” Medical reports confirm that migrants’ injuries are consistent with the use of a whip.
One migrant, MK, says at this point he was sexually assaulted by a man using a branch.
Mustafa Hodžić, a doctor in Velika Kladuša, examined the man. “The patient had wounds all over the back of his body, on his back and legs. I can confirm the signs of clear sexual violence … I have never seen anything like it. Even if it isn’t the first time as a doctor [that] I have seen signs of sexual violence on migrants, which, according the asylum seekers’ accounts, were perpetrated on Croatian territory by Croatian officials dressed in black uniforms.”
One Pakistani migrant told of being intercepted with two others near Croatia’s Blata railway station. The police allegedly ordered them to strip naked before loading them into a van and taking them to a sort of garage, where five other migrants were waiting to be sent back to Bosnia. Awaiting their arrival were men dressed in black.
“They started to beat us with batons, and the third one took his mobile phone and took a selfie with us without clothes,” the Pakistani man said. “The first four of us were on the ground, and we lay next to each other, naked and beaten, and the other four were ordered to lie on us, like when trees are stacked, so we lay motionless for 20 minutes. The last one was a minor. He was from the other group; I saw when the police officer ask him where he was from. He tried to say that he is a minor. He was beaten a lot, and when it was his turn to take off his clothes, he was beaten even more.”
One man added: “A minor from the second group fainted after many blows. His friends took him in their arms, and one of the police officers ordered them to lay him down on the ground. Then they started hitting them with batons. Before the deportation, police told us: ‘We don’t care where you are from or if you will return to Bosnia or to your country, but you will not go to Croatia. Now you have all your arms and legs because we were careful how we hit you. Next time it will be worse’.’’
Small groups of asylum seekers attempt to cross from Bosnia into Croatia nightly on the migrant trail into western Europe. The EU’s longest internal border, it is patrolled by police armed with truncheons, pistols and night vision goggles. Aid workers, doctors, border guards and UN officials have documented systematic abuse and violence perpetrated along the border stretch for several years.
Last May, the Guardian documented a case of more than 30 migrants who were allegedly robbed and had their heads spray painted with red crosses by Croatian officers.
The UNHCR has asked the Croatian government to set up an independent assessment of the border situation.
‘’The Croatian government and the European commission must act to put a stop to the systematic use of violence,” said Slente. ‘’Treating human beings like this, inflicting severe pain and causing unnecessary suffering, irrespective of their migratory status, cannot and should not be accepted by any European country, or by any EU institution. There is an urgent need to ensure that independent border monitoring mechanisms are in place to prevent these abuses.”
Croatian police and the ministry of the interior have not responded to requests for comment.
In June, the Guardian revealed EU officials were accused of an “outrageous cover-up” for withholding evidence of the Croatian government’s failure to supervise border forces. Internal emails showed Brussels officials were fearful of full disclosure of Croatia’s lack of commitment to a monitoring mechanism that EU ministers had agreed to fund.
In January, a commission official warned a colleague that Croatia’s failure to use money earmarked two years ago for border police “will for sure be seen as a scandal”.
The recent accusations come as the commission presented its final report on the grant, in which Croatia asserted that the co-financing project had “helped make the implementation of activities of border surveillance more conscientious and of higher quality, with emphasis on the respect of migrants’ rights guaranteed under international, European and national legislation”.
Regarding allegations of abuse, Croatian authorities stated: “Every single [piece of] information and every single complaint was inspected in the process called internal control. We did not establish that the police officers committed any criminal or disciplinary offence in any of the cases.”
Clare Daly, an Irish MEP, is among those who have raised concerns in Brussels. “The blood of these people, so horrifically mistreated on the Croatian border, is on the hands of the European commission. They have enabled this violation of fundamental rights by ignoring the facts presented to them by NGOs and MEPs that all was not well. They turned a blind eye time and again, and now these horrible events have occurred again, even worse than before.”
She added: “The last time such behaviour occurred, the commission rewarded Croatia with an extra grant even bigger than the first one, and said they were happy with how the funds had been spent … when is someone going to be held accountable for these crimes against humanity?”
Group of asylum seekers including minors say they were beaten and spray-painted near the border with Bosnia, as calls grow for EU to investigate’
Details have emerged of more than 30 migrants allegedly robbed, beaten and spray-painted with red crosses on their heads by Croatian police officers who said the treatment was the “cure against coronavirus”.
The Guardian has interviewed asylum seekers, obtained photographs and collected dozens of testimonies, including from minors, revealing how the Croatian authorities were laughing and drinking beer while spray-painting migrants attempting to cross the border from Bosnia-Herzegovina, as EU parliamentarians have now begun pushing for an independent commission of inquiry to investigate the abuses.
According to migrants’ accounts, confirmed by numerous charities, at least two groups of migrants were apprehended by military personnel and handed over to police between 6 and 7 May near the Slovenian border, on route 61 in the area of Rijeka.Advertisement
“We were caught at 3am by a couple of military guys in a green uniform,” said a migrant from Pakistan. “They searched us to make sure we were not smuggling anything and then they called the police. A police van with four officers in black uniforms arrived. They crammed us into the van and took us to a police station where we were photographed. They made us sign some paper. We asked for asylum but they told us to shut up.”
That night at the police station, Croatian officers would have allegedly taken in dozens of asylum seekers, predominantly from Pakistan and Afghanistan, who were captured in different locations. Following these events, about 4pm on 7 May the Croatian police allegedly piled them into four vans and drove them near to the border with Bosnia.
“Our group was in a van with a glass partition from which I saw the van stop at a store where they bought beer,” said another man from Pakistan. “They were drinking along the way before we stopped near a small river close to Velika Kladuša.”
According to the migrants, that is where the abuse began. The police allegedly asked them to get out of the van one by one. Then, with a spray can, they began painting crosses on their heads and faces.
“They made crosses on our heads and on some guys they coloured their moustaches or foreheads,” said an asylum seeker. “They then made us take off our clothes and shoes, took our money and mobile phones and set fire to our clothes and belongings. Around 10 of them stood in a line and made us walk past them while they beat us with wooden sticks and police batons. After this they pushed us into the river and told us not to come back.”
Of the 33 people interviewed by the Danish Refugee Council (DRC), one of the main responders providing healthcare for migrants in Bosnia-Herzegovina, “29 reported being beaten with police batons. A family of two people (father and son) reported being forced to place their heads between the body and the door of a police vehicle, while police officers kicked the vehicle door. The family further reported that the Croatian police fired at them (7 shots) after they had swum across the river to Bosnia and Herzegovina.”
All of the refugees interviewed by the DRC reported having crosses sprayed on their heads with orange or red paint by Croatian police before being forced across the border to Bosnia-Herzegovina. “One group of 11 persons (including an unaccompanied minor) reported that police were drinking beer while ‘marking’ and beating them – beer which they had stopped to buy at a store while they were driving to the border,” said the DRC.Croatian PM defends handling of migration amid claims of abuseRead more
In another case involving four people, interviewees reported Croatian police telling them “this is a medicine for corona”, while painting their heads with crosses. The family of two (a father with his son, a minor) reported that police officers were laughing while spray-painting their heads.
The group of four said that the abuse took place near the village of Glinica; the family of two maintained they were abused on the other side of the border from the village of Sturlic, both in Bosnia-Herzegovina.
“We cannot speculate as to the reasons behind this practice,” said Nicola Bay, the DRC country director for Bosnia. “What is clear however is that ‘branding’ humans with painted crosses is an extreme example of abusive and degrading treatment of people attempting to cross the border to Croatia. While these incidents are truly shocking, they unfortunately seem to fall into a pattern of abuse consistently reported by refugees and migrants attempting to cross the border between Bosnia-Herzegovina and Croatia.”
In April alone, DRC teams in Bosnia-Herzegovina recorded 1,641 cases of refugees and migrants pushed back to Bosnia from Croatia. Of these, 891 reported being subjected to violence or physical assault; 1,253 reported having their belongings confiscated or destroyed (set on fire); 871 people said they’d had identity documents confiscated or destroyed by Croatian police; 445 people said they had been denied access to asylum procedures in Croatia, despite having explicitly requested it.
Contacted by the Guardian, the Croatian police and the Croatian interior ministry did not respond to multiple requests for comment.
However, after the Guardian reported the Croatian police’s spray-painting of migrants on 12 May, the country’s interior minister drafted a lengthy rebuttal on the ministry’s website, calling the allegations “completely absurd” and accusing the Guardian of organising a “pre-meditated attack against the Republic of Croatia”.
Following that report, a group of EU parliamentarians in Brussels is pushing for an independent commission of inquiry to investigate the abuses. “We believe the European Commission should join the investigation efforts of the UN to stop the alleged abuse and hold the perpetrators accountable for their actions,” reads an internal memo circulating among MEPs. “If these allegations prove to be true, this is a serious case of abuse and in clear violation of the Schengen Border Code. In view of the seriousness of the allegations, we expect the Commission to undertake swift and thorough action in order to answer these questions, and to inform the European Parliament as soon as possible.”
The very fact that of the €6.7m (£6m) which was given (by the EU) to Croatia to deal with border issues, only a paltry €300,000 was given for an independent monitoring mechanism to oversee and ensure that human rights and international law was being upheld, shows the priorities,” said Irish MEP Clare Daly, a member of Independents 4 Change. “They have, in essence, enabled the Croatian authorities and are therefore culpable in the latest round of vicious abuse and unlawful pushbacks. It is an utter scandal, a shameful abandonment of everything they claim to stand over in terms of respect for fundamental rights. Shame on them.”
Despite the protests of journalists, charities and even the UNHCR, all calling for an investigation into the alleged abuses of migrants at the hands of the Croatian police, the EU has not intervened.
“The only conclusion you can reach about why they are silent is that as long as the borders are reinforced, then human rights obligations can be conveniently ignored,’’ said Daly. “For business reasons they are keen on the extension of Schengen and if refugees and migrants are sacrificed in delivering that then clearly for them, so be it. It makes me sick and ashamed to be a member of an EU which would operate in this way. I have no doubt whatsoever that the commission is fully aware that the allegations are correct and they have sacrificed refugees and migrants and their obligations under international law, in the interests of extending Schengen for big business & geo-political reasons. [They] will not be allowed to get away with this, accountability must prevail, or the EU is over.”
In an email the Croatian Ministry of the Interior denied police had acted violently towards migrants, but added that “an extensive investigation of the allegations” would be conducted.
The email suggested migrants could have fabricated the news. “We find it highly probable that thousands of migrants are ready to use all means at their disposal to accomplish their goal, including giving false testimonies against police officers,” it said. “When lacking evidence, the simplest and easiest thing to do is to fabricate events which never happened or to portray real events in a distorted manner.”
EINDE ARTIKEL
HUMAN RIGHTS WATCH
CROATIA: MIGRANTS PUSHED BACK TO CROATIA AND HERZEGOWINA
(Budapest) – Croatian police are pushing migrants and asylum seekers back to Bosnia and Herzegovina, in some cases violently, and without giving them the possibility to seek asylum, Human Rights Watch said.
Human Rights Watch interviewed 20 people, including 11 heads of families and 1 unaccompanied boy, who said that Croatian police deported them to Bosnia and Herzegovina without due process after detaining them deep inside Croatian territory. Sixteen, including women and children, said police beat them with batons, kicked and punched them, stole their money, and either stole or destroyed their mobile phones.
“Croatia has an obligation to protect asylum seekers and migrants,” said Lydia Gall, Balkans and Eastern EU researcher at Human Rights Watch. “Instead, the Croatian police viciously beat asylum seekers and pushed them back over the border.”
All 20 interviewees gave detailed accounts of being detained by people who either identified themselves as Croatian police or wore uniforms matching those worn by Croatian police. Seventeen gave consistent descriptions of the police vans used to transport them to the border. One mother and daughter were transported in what they described as a police car. Two people said that police had fired shots in the air, and five said that the police were wearing masks.
These findings confirm mounting evidence of abuse at Croatia’s external borders, Human Rights Watch said. In December 2016, Human Rights Watch documented similar abuses by Croatian police at Croatia’s border with Serbia. The Office of the United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR) reported in August 2018 that it had received reports Croatia had summarily pushed back 2,500 migrants and asylum seekers to Serbia and Bosnia and Herzegovina since the beginning of the year, at times accompanied by violence and theft.
In a December 4 letter, Interior Minister Davor Bozinovic responded to a detailed description of the Human Rights Watch findings. He said that the evidence of summary returns and violence was insufficient to bring criminal prosecutions, that the allegations could not be confirmed, and that migrants accuse Croatian police in the hope that it will help them enter Croatia. He said that his ministry does not support any type of violence or intolerance by police officers.
Croatia has a bilateral readmission agreement with Bosnia and Herzegovina that allows Croatia to return third-country nationals without legal permission to stay in the country. According to the Security Ministry of Bosnia and Herzegovina, under the agreement, between January and November 27, Croatia returned 493 people to Bosnia and Herzegovina, 265 of whom were Turkish nationals. None of the people Human Rights Watch interviewed underwent any formal return procedure before being forced back over the border.
The summary return of asylum seekers without consideration of their protection needs is contrary to European Union asylum law, the EU Charter of Fundamental Rights, and the 1951 Refugee Convention.
Croatian authorities should conduct thorough and transparent investigations of abuse implicating their officials and hold those responsible to account, Human Rights Watch said. They should ensure full cooperation with the Ombudswoman’s inquiry, as required by national law and best practice for independent human rights institutions. The European Commission should call on Croatia, an EU member state, to halt and investigate summary returns of asylum seekers to Bosnia and Herzegovina and allegations of violence against asylum seekers. The Commission should also open legal proceedings against Croatia for violating EU laws, Human Rights Watch said.
As a result of the 2016 border closures on the Western Balkan route, thousands of asylum seekers were stranded, the majority in Serbia, and found new routes toward the EU. In 2018, migrant and asylum seeker arrivals increased in Bosnia and Herzegovina, from fewer than 1,000 in 2017 to approximately 22,400, according to the European Commission. The Commission estimates that 6,000 migrants and asylum seekers are currently in the country. Bosnia and Herzegovina has granted international protection to only 17 people since 2008. In 2017, 381 people applied for asylum there.
Bosnia and Herzegovina has only one official reception center for asylum seekers near Sarajevo, with capacity to accommodate just 156 people. Asylum seekers and migrants in the border towns of Bihac and Velika Kladusa, where Human Rights Watch conducted the interviews, are housed in temporary facilities managed by the International Organization for Migration (IOM) – a dilapidated building, a refurbished warehouse, and former hotels – or they sleep outdoors. The IOM and UNHCR have been improving the facilities. The EU has allocated over €9 million to support humanitarian assistance for asylum seekers and migrants in Bosnia and Herzegovina.
“Just because the EU is sending humanitarian aid to refugees in Bosnia and Herzegovina, that does not justify turning a blind eye to violence at the Croatian border,” Gall said. “Brussels should press Zagreb to comply with EU law, investigate alleged abuse, and provide fair and efficient access to asylum.”
For detailed accounts by the people interviewed, please see below.
Human Rights Watch interviewed 13 men, 6 women, and one 15-year-old unaccompanied boy. All interviewees’ names have been changed in order to protect their security and privacy. All interviews were conducted in English or with the aid of a Persian or Arabic speaking interpreter. Human Rights Watch informed interviewees of the purpose of the interview and its voluntary nature, and they verbally consented to be interviewed.
Denied Access to Asylum Procedure, Summarily Returned
All 20 people interviewed said that people who identified themselves as Croatian police or whom they described as police detained them well inside Croatian territory and subsequently returned them to Bosnia and Herzegovina without any consideration of asylum claims or human rights obstacles to their return.
Nine said that police detained them and others and took them to a police station in Croatia. The others said that police officers took them directly to the border with Bosnia-Herzegovina and made them cross.
Those taken to police stations said they were searched, photographed, and questioned about details such as their name, country of origin, age, and their route entering Croatia. They were not given copies of any forms. They said they were held there in rooms with limited or no seating for between 2 and 24 hours, then taken to the border. Three people said they asked for asylum at the police station but that the police ignored or laughed at them. Six others said they dared not speak because police officers told them to remain quiet.
Faven F. and Kidane K., a married couple in their thirties from Eritrea, said they had been walking for seven days when they were detained on November 9, close to Rijeka, 200 kilometers from the border. They said that four men in green uniforms detained them in the forest and took them in a windowless white van without proper seats to a police station in Rijeka:
They delivered us to new police. One was in plain clothes, the other one in dark blue uniform that said “Policija” on it…. At the station, they gave us a paper in English where we had to fill in name, surname, and place of birth…. A lady officer asked us questions about our trip, how we got there, who helped us. We told them that if Croatia can give us asylum, we would like to stay. The lady officer just laughed. They wrote our names on a white paper and some number and made us hold them for a mug shot. Then they kept us in the cell the whole night and didn’t give us food, but we could drink tap water in the bathroom.
Yaran Y., a 19-year-old from Iraq, was carrying his 14-year old sister Dilva, who has a disability and uses a wheelchair, on his back when they were detained along with at least five others at night in the forest. Yaran Y. said he told officers he wanted asylum for his sister, but that the police just laughed. “They told us to go to Brazil and ask for asylum there,” Yaran Y. said.
Ardashir A., a 33-year-old Iranian, was travelling with his wife and 7-year-old daughter in a group of 18 people, including 3 other children, the youngest of whom is under age 2. He said that Croatian police detained the group 12 kilometers inside Croatian territory on November 15 and took them to a police station:
They [Croatian police] brought us to a room, like a prison. They took our bags and gave us only a few slices of bread. There were no chairs, we sat on the floor. Two people in civilian clothes came after a while, I don’t know if they were police, but they took a group picture of us and refused to let us go to the toilet. A 10-year-old child really needed to go but wasn’t allowed so he had to endure. After two hours they took us … to the border.
Adal A., a 15-year-old boy from Afghanistan traveling on his own said that he was detained on November 15 near Zagreb and taken in a white windowless van to a police station:
They searched us at the police station and took our phones, power banks, bags, and everything we had. They took three kinds of pictures: front, side, and back. We had to hold a paper with a number. I was asked questions about my name, where I am from, my age, and about the smuggler. I told them I’m 15. We then sat in a room for 24 hours and received no food but could get water from the tap in the toilet.
Palmira P., a 45-year-old Iranian, said that a female police officer mistreated Palmira’s 11-year-old daughter during a body search in a police station courtyard on the outskirts of Rijeka in early November: “She pulled my daughter’s pants down in front of everyone. My daughter still has nightmares about this policewoman, screaming out in the middle of the night, ‘Don’t do it, don’t do it!’”
Everyone interviewed said that Croatian police confiscated and never returned or destroyed their phones and destroyed power banks and phone chargers. Four people said that Croatian police forced them to unlock their phones before stealing them.
Madhara M., a 32-year-old from Iran, said a police officer found a €500 bill in his pocket on November 15: “He looked at it, inspected it, and admired it and then demonstratively put it in his pocket in front of me.”
Accounts of Violence and Abuse
Seventeen people described agonizing journeys ranging from 15 minutes to five hours in windowless white police vans to the border. In two cases, people described the vans with a deep dark blue/black stripe running through the middle and a police light on top. A Human Rights Watch researcher saw a police van matching that description while driving through Croatia.
Croatian roads close to the border with Bosnia and Herzegovina cross windy, mountainous terrain. People interviewed said they had experienced nausea, vomited, or felt extreme cold or heat in the van. A 23-year-old Syrian woman said she believed the difficult van ride and pushback caused her to miscarry her 7-week pregnancy. Amez A., a 28-year-old Iraqi, said police sprayed what he thought was teargas into the van before closing the back doors and driving off, making everyone in the car vomit and have difficulty breathing.
Sixteen people, including women and children, said that they were slapped, pummelled with fists, beaten with police batons made of rubber or wood, or kicked by people they described as or who identified themselves as Croatian police during the pushbacks.
In many cases, the violence was accompanied by abusive language in English. Human Rights Watch observed marks and bruises on nine people and viewed photographs of injuries on four more who said they were the result of beatings by Croatian police officers. Four people said that they required treatment at Bosnian hospitals.
Adal A., the 15-year-old unaccompanied boy, described a particularly vicious beating on November 16:
They wore dark blue uniforms with masks, and as I exited the van, both police hit me with their batons. I felt a blow to my neck and I fell forward and wanted to get up. At that point, I was on the Bosnian side of the border stones, where another six Croatian police officers stood waiting. They were all over me, beating me. I don’t know how they beat me, but it was hard and strong, and I tried to protect my face. I was so badly beaten on my back that I still can’t sleep on it properly because of the pain. When they saw that my nose was bleeding, and that my hand was injured and that I couldn’t walk, they stopped…. They yelled “Go!” and as I was trying to leave, they fired guns in the air.
Human Rights Watch interviewed Adal A. four days after he said this had happened and observed marks and bruises on his legs and arms.
Aftab A., 37, from Iran, said that police officers in dark blue uniforms beat him and his 12-year-old son in what he called the “Tunnel of Death:”
They [police] make this tunnel [lined up on each side] and you have to pass. They took us out of the van one by one and they started beating me with batons from both sides. I was beaten on my arm, shoulder, and on my knee with batons. My son was beaten with batons on his back and on his head…We kept screaming ‘my son my son!’ or ‘my dad my dad!’ but they didn’t care. They kept beating at us until we crossed the border. Even my wife was struck across her back with a baton. The child was so scared and was crying for half an hour and then wouldn’t speak for a long time.
Madhara M., 32, from Iran, was taken to the border on November 15 along with four others, including a married couple. He said that Croatian police beat him and then threw him into a ditch he said separates Croatia from Bosnia and Herzegovina:
There were about eight police officers in front of the van. But there were more behind them making sure we can’t run away. The first punch broke my tooth… I fell, and the officer rolled me over, and punched me in the eye. It was so painful, I tried to escape by crawling, but the police struck me with the baton on my back. Suddenly, I received a second blow on the same eye. Then the police officers grabbed me and threw me into the ditch. All along, they were laughing and swearing in English, things like ‘I will fuck your mother.’
Bahadur B. and Nabila N., both 32 and from Iran, are a married couple who were traveling with Madhara M. Nabila N., who was three-months’ pregnant at the time, described the violence at the border:
They [Croatian police] were standing four on one side and four on the other side. We call it the ‘terror tunnel.’ They told us to get out. Bahadur tried to help me down from the van, as I was stiff from the ride. When he did, the police started beating him…I turned and screamed at them to stop beating my husband, but…. I stumbled on a bag in the darkness…When I got up, I was face-to-face with a police officer who was wearing a mask. I kept screaming, “Please don’t do it, we will leave” but he deliberately hit me hard with his baton across my hand. I kept screaming “baby, baby!” during the whole ordeal but they didn’t listen, they just laughed.
Both Yaran Y., 19, and his sister Dilva, 14, who has a physical disability, said they required medical treatment after Croatian police used physical force during the pushback in early July. Yaran Y. said:
I was carrying Dilva on my back the whole way while others pushed her wheelchair. Our family travelled with five other people. It was dark, when the police surprised us by firing shots in the air. They police wore dark or black color uniforms and there were six or seven of them. I asked one of the police officers for asylum but he harshly pushed me so I fell with my sister on my back. In the fall, my sister and I landed on a sharp wooden log which severely injured her foot and my hand.
A Human Rights Watch researcher observed scars on Dilva’s foot and Yaran’s hand and saw pictures of the fresh injuries.
Sirvan S., 38, from Iraq, said Croatian police in dark blue uniforms beat him and his youngest son, age 6, during a pushback on November 14: “My son and I were beaten with a rubber baton. I was beaten in the head and on my leg. My son was beaten with a baton on his leg and head as well as he was running from the police.” Sirvan’s wife, 16-year-old daughter, and 14-year-old son witnessed the violence.’
Gorkem G., 30, travelling with his 25-year-old pregnant wife, 5-year-old son, and 2-year-old daughter, said that Croatian police pushed his son, so he fell hard to the ground. “He only wanted to say “hi” to the police,” Gorkem G. said
Family members described the anger, frustration, and trauma they experienced seeing the police officers beat their loved ones. A 10-year-old Yazidi boy from Iraq said, “I saw how police kicked my father in his back and how they beat him all over. It made me angry.” His father, Hussein H., said that police officers had dragged him out of the van at the border and kicked and punched him when he was on the ground.
Fatima F., 34, a Syrian mother of six, travelled with her husband’s 16-year-old brother and three of her children, ages 2, 4, and 10. She said that three police officers in dark uniforms beat her husband’s brother in front of her and her children:
They were merciless […] One officer was by the van, one in the middle of the line of people, and one close to the path [into Bosnia and Herzegovina]. They kept beating the others with batons, and kicking. They [the officers] saw me and the kids but they just kept beating the men despite the kids crying. They didn’t beat me or the children, but the children were very afraid when they saw the men being beaten. My oldest girl kept screaming when she saw my husband’s brother get beaten…[she] screams out in the middle of the night.
In three cases, people said they were forced to cross ice-cold rivers or streams even though they were near a bridge.
Thirty-year-old Abu Hassan A. from Iran, travelling in a group of seven other single men, said:
They [police] were wearing masks. There was a bridge about 50-60 meters away. More than six police were guarding the bridge. It [the stream] was about 5-6 meters wide and waist high and muddy. They told us we have to cross. Then the police… beat me with batons and kicked me, and the first handed me over to the second police who did the same thing, and then handed me over to the third, who did the same thing. After that, I was close to the riverbank, where two other police were waiting. The first one beat me again with baton and pushed me toward the other. They beat me on the legs, hands, arms, shoulders. This is what they did to force us to go into the water and across. I could barely stand or walk for a week after.
”In an NGO Statement on International Protection presented at the UNHCR Standing Committee in 2008 a broad coalition of non-governmental organisations have expressed their concern, that much of the rescue work by Frontex is in fact incidental to a deterrence campaign so broad and, at times, so undiscriminating, that directly and through third countries – intentionally or not – asylum-seekers are being blocked from claiming protection under the 1951 Refugee Convention” WIKIPEDIAEUROPEAN BORDER AND COAST GUARD AGENCY/CRITICISM https://en.wikipedia.org/wiki/European_Border_and_Coast_Guard_Agency#Criticism
”In 2020 waren schepen van Frontex medeplichtig aan zogenaamde illegale “pushbacks” van migranten die via Griekse wateren probeerden het vasteland van Europa te bereiken. Bij dergelijke pushbacks, die volgens het internationaal recht illegaal zijn, worden migranten die zich al in Europese wateren bevinden, teruggestuurd naar gebieden buiten de grenzen van de Europese Unie. De betrokkenheid van Frontex bij deze illegale praktijken vloeit voort uit een analyse van open source bronnen, gelekte documenten, beelden en gesprekken met zowel migranten als Frontex-personeel door onderzoeksjournalisten van Der Spiegel en Bellingcat.[2] WIKIPEDIAFRONTEX/ILLEGALE PUSHBACKS VAN MIGRANTEN IN GRIEKENLAND https://nl.wikipedia.org/wiki/Frontex#Illegale_pushbacks_van_migranten_in_Griekenland
ORIGINELE BRON WIKIPEDIAFRONTEX
https://nl.wikipedia.org/wiki/Frontex
[64]
”Human Rights Watch has examined in detail the situation in three countries where Frontex has major operations and where it failed to act promptly or at all in the face of credible evidence of abuse. On June 8, 2021, Human Rights Watch wrote to Frontex with its findings with the intention of including its response in the report but has yet to receive a response.
European and international nongovernmental groups, including Human Rights Watch, and media outlets have consistently reported abuses— by officials from EU member states against people arriving at EU borders where Frontex is operating. These include violence, illegal pushbacks, and denial of access to asylum by countries including Bulgaria, Croatia, Cyprus, Greece, Hungary, and Malta. ”
(Brussels) – The European Union border guard agency’s oversight mechanisms have failed to safeguard people against serious human rights violations at the EU’s external borders, Human Rights Watch said today.
An analysis of the actions of the European Border and Coast Guard Agency, known as Frontex, shows a pattern of failure to credibly investigate or take steps to mitigate abuses against migrants at EU external borders, even in the face of clear evidence of rights violations.
“Frontex has repeatedly failed to take effective action when allegations of human rights violations are brought to its attention,” said Eva Cossé, Western Europe researcher at Human Rights Watch. “Its rapid growth into an executive agency of the EU, with increased powers, funding, and legal responsibilities makes it all the more urgent for Frontex to put in place effective tools to safeguard fundamental rights.”
Human Rights Watch has examined in detail the situation in three countries where Frontex has major operations and where it failed to act promptly or at all in the face of credible evidence of abuse. On June 8, 2021, Human Rights Watch wrote to Frontex with its findings with the intention of including its response in the report but has yet to receive a response.
European and international nongovernmental groups, including Human Rights Watch, and media outlets have consistently reported abuses— by officials from EU member states against people arriving at EU borders where Frontex is operating. These include violence, illegal pushbacks, and denial of access to asylum by countries including Bulgaria, Croatia, Cyprus, Greece, Hungary, and Malta.
On June 23 Amnesty International is releasing related research on pushbacks from Greece to Turkey, which also includes a call for accountability for Frontex.
Frontex has seven oversight, reporting, and monitoring mechanisms with the stated purpose of ensuring that its officers do not engage in abuse, are held accountable if they do, and are not complicit in abuse by EU member states. They include a system to report serious incidents that has recorded a few incidents but failed to prevent abuse, and hold those responsible accountable. Under Article 46 of the Frontex Regulation, the agency also has a duty to suspend or terminate operations in case of serious abuses, but has only done so once, in Hungary, after a European court ruling.
In Greece, evidence has come to light since October 2020 that Frontex played an active role in concealing and supporting pushbacks of migrants at the land and maritime borders with Turkey. Frontex also went ahead with a rapid border operation (RABIT) in Greece in March 2020, although the Greek authorities had openly put abusive measures in place. These included temporarily suspending access to asylum, prosecuting asylum seekers for irregular entry, and violently forcing them back across the border.
Responding to widely reported allegations of Frontex involvement in illegal pushbacks, the Frontex Management Board created a Working Group in November 2020, consisting of 8 country representatives and the European Commission, to investigate 13 reported incidents in the Aegean Sea maritime border with Turkey. The group reported in March 2021 that there had been no wrongdoing by Greece or Frontex, despite clear evidence to the contrary. It also failed to look into other abuses by Greek authorities in areas where Frontex is operating, including violent pushbacks at Greece’s land border with Turkey.
In Hungary, Frontex failed for four years to take measures to prevent or stop human rights violations, despite reports from the United Nations refugee agency (UNHCR) about Hungary’s abusive treatment of asylum seekers and migrants, calls from Frontex’s own consultative forum on fundamental rights to suspend operations, and legal action by the European Commission against Hungary. Frontex suspended operations only after the EU Court of Justice found in December 2020 that Hungary was breaking EU law.
In Croatia, Frontex maintains its presence despite credible and consistent reports by Human Rights Watch and others of pushbacks, often violent, of migrants and asylum seekers into Bosnia and Herzegovina and Serbia since 2016.
As an EU agency, Frontex is bound to carry out all its operations consistent with the EU Charter of Fundamental Rights (including the right to asylum), the European Convention on Human Rights, and other norms of international law. Human rights law obliges Frontex not to expose anyone to human rights abuse either directly or indirectly and to take necessary measures to protect people from prohibited ill-treatment. Frontex’s own mandate, deriving from the Frontex Regulation, requires all personnel deployed in its operations to respect fundamental rights.
Frontex’s Management Board has expressed concern about the effectiveness of its reporting and monitoring mechanisms, and called for urgent improvements. Similarly, on June 15, the EU Ombudsman published a report that was critical of the functioning of the agency’s complaints mechanism and the role of its fundamental rights officer and made recommendations for reform. The European Parliament is also investigating Frontex operations.
“The European Union and its member states have a collective responsibility to ensure that Frontex operates in accordance with EU and international human rights law standards,” Cossé said. “That can’t happen unless Frontex avoids participation or complicity in abuses and its officials are held to account if they abuse people or put their rights at risk.”
For detailed analysis and recommendations, please see below.
Frontex was founded in 2004 as a European Union border enforcement and management agency. Its duties include enforcing migration control at the EU’s external borders.
Initially, Frontex played a coordinating role, using seconded officers to support member states at EU external borders. Over the last 15 years, its authority has significantly expanded. Its budget has skyrocketed, from 118 million euro in 2011 to 460 million euro in 2020, and is expected to average 800 million euro a year over the next seven years. In 2019 it was given a mandate to set up a standing corps of 10,000 border guards by 2027, giving it significant executive powers.
Frontex is active in numerous joint operations along EU external borders, including in the Mediterranean Sea and the Balkans, working closely with both EU and non-EU states.
Methodology
For the purpose of this report, Human Rights Watch used its previous on-the-ground research in Croatia, Greece, and Hungary documenting abuses taking place at the external borders of those states. It analyzed Frontex’s oversight, reporting, and monitoring mechanisms in operations in those and other countries. Human Rights Watch also reviewed the documents from Frontex and related bodies, and reports and other documents from non-governmental organizations, media organizations, and academics.
The resulting recommendations apply to all places where Frontex is present, including in aerial surveillance operations and cooperation with Libya’s coast guard.
Frontex Under Scrutiny
In October 2020, a joint media investigation concluded that Frontex may have been complicit in human rights violations at the Greek-Turkish maritime border, in the Aegean Sea. It documented six instances between March and August 2020 in which Frontex was either in close proximity to a pushback or directly involved. Journalists reported that asylum seekers and migrants were prevented from reaching EU soil or were forced out of EU waters, in breach of EU and international law.
The allegations of the agency’s complicity in these pushbacks and the serious shortcomings of its reporting and monitoring mechanisms, as well as other concerns about Frontex have led to multiple ongoing investigations by EU bodies: the European Parliament, the European Ombudsman, and the European Anti-Fraud Office.
Frontex has also been accused of enabling the Libyan Coast Guard to intercept migrants in the Central Mediterranean, and then take them back to Libya, where they face nightmarish detention conditions. A joint media investigation reported in April 2021 that since January 2020, Frontex aircraft had flown over migrant boats in at least 20 cases, before Libya’s coast guard intercepted them and towed them back to Libya. Frontex has also been involved in training Libya’s coast guard.
Over the years, Frontex has relied on its coordinating role and lack of executive authority to evade human rights responsibility. In December 2020 Frontex Executive Director Fabrice Leggeri told the European Parliament there was no evidence of Frontex’s involvement in abuses in the Aegean and that only member states had the authority to make operational decisions, implying that Frontex could not be held responsible.
A 2011 investigation by Human Rights Watch into Frontex operations in Greece found the agency was complicit in abuse by handing over migrants it apprehended to Greek police for detention in inhumane conditions.
While some progress has been made since 2011 in clarifying the agency’s human rights obligations, and developing systems for addressing fundamental rights violations, in practice there has been little progress toward ensuring that the deployment of Frontex does not lead to complicity in abuse.
Assessment by Human Rights Watch and others of these entities and systems show that they have failed to prevent complicity by Frontex in human rights abuses or to ensure accountability.
Frontex’s Consultative Forum on Fundamental Rights (CFFR) brings together European institutions and international and civil society organizations to advise Frontex on fundamental rights. Frontex should under its mandate consult the CFFR on matters such as the Fundamental Rights Strategy, the functioning of the complaints mechanism, and codes of conduct, and may do so on any other aspect of fundamental rights. But in its seventh annual report, in 2019 the CFFR notes that it was not consulted on the development of the Frontex European Integrated Border Management Strategy.
The forum itself faces barriers to carrying out its tasks, including to “access information about the respect for fundamental rights.” In its report, it said that it lacks the necessary support to fulfill its role, such as a secretariat independent of Frontex.
The Platform for International Cooperation on Undocumented Migrants (PICUM), a network of organizations working to protect undocumented migrants’ human rights, had been a forum member, but stepped down in January. In its statement about leaving, it said that the forum’s working methods don’t allow for meaningful participation, and that it was not consulted on human rights related matters in some cases, that it was not given sufficient notice to review information, and that Frontex often ignored its comments.
Frontex’s fundamental rights officer (FRO) is responsible for handling complaints related to fundamental rights issues and reporting to Frontex and the CFFR. Questions have been raised about the officer’s independence, given that Frontex management hires the officer. Letters published in January 2021 by Statewatch, a group that monitors civil rights in the European Union, outline attempts by Frontex’s executive director, who under applicable regulations should have no role in the appointment, to maintain hierarchical supervision of the role, undermine the post holder, or otherwise limit the officer’s independence.
CFFR has said that the officer “lacks human resources required to adequately fulfil its tasks and to … comply with its fundamental rights obligations.” This “seriously hinders the Agency’s ability to deliver on its fundamental rights obligations including on key areas such as Frontex operational activities.”
Fundamental rights monitors were introduced in 2019 and should have been in place by December 2020. The 40 officers, selected and appointed by the fundamental rights officer, are meant to visit Frontex operating areas and report to the officer on possible human rights violations. By the end of April 2021, only 20 had been recruited, according to a media report. Letters published in January by Statewatch go into the some of the reasons behind the failure to hire all 40. On June 15 the EU Ombudsman criticized the delays in hiring the 40 fundamental rights monitors.
Frontex can assist member states to help return people whose protection claims have been rejected to their country of origin. To ensure that these operations comply with EU law, Frontex has established a pool of forced-return monitors. A 2020 EU-funded academic study raised concerns about the effectiveness of this system, noting that the reports from the fundamental rights officer in 2018 and 2019 note serious violations of fundamental rights during joint return operations.
Inadequate Investigations
Frontex oversight mechanisms fail to carry out effective investigations into allegations of abuse during its operations.
According to the Frontex Code of Conduct, any Frontex officer who believes fundamental rights have been violated during a Frontex operation has the obligation to report this through the SIR mechanism. Yet few incidents are actually reported, and those that are do not lead to changes in practice, as demonstrated by the inquiry conducted by the Management Board Working Group investigation into Greece.
The Frontex Consultative Forum has raised concerns since 2018 about the effectiveness of the SIR mechanism in its annual reports and said it should be reformed. In 2018, Frontex only received 3 serious incident reports of alleged violations of fundamental rights, although independent bodies, including nongovernmental groups, made a much larger number of such reports. On June 15 the EU Ombudsman noted that “the SIR is an elaborate system, involving many participants, with the role of the FRO beginning only later in the process. This may diminish the influence of the FRO.”
A March 2020 case demonstrates the mechanism’s failure. The commander of a Danish patrol boat in the Frontex-run Operation Poseidon in Greece said that after his crew rescued 33 people from a dinghy, Operation Poseidon headquarters ordered his crew to put them back on the dingy and “tow it out of Greek waters.”
Frontex told Human Rights Watch in June 2020 that the Danish crew had been given “incorrect instructions” by the Greek Coast Guard and the “misunderstanding” was later clarified, which Frontex director repeated during a debate in the European Parliament on July 6, 2020.
However, in November, the EU Observer published a redacted email chain from Frontex about the incident that confirms that the Greek Coast Guard gave direct orders in March to the Danish patrol boat to push people back into Turkish waters. Despite the seriousness of the incident, Frontex officials reportedly never filed a serious incident report.
Even when Frontex’s border guards file these reports, little action is taken as highlighted by the Working Group inquiry on Greece, opened in November 2020, which looked at 13 serious incident reports alleging a Greek Coast Guard misconduct. The Working Group report accepted the Greek government’s position without verifying allegations of abuses or contradictory information and gave little indication that the reports were taken seriously. A May report by Der Spiegel said that internal documents included evidence that Frontex’s own human rights watchdog considered the investigations by the consortium of media outlets, including Der Spiegel, on Aegean pushbacks to be based “on solid evidence.”
The Individual Complaints Mechanism was introduced in 2016. It allows anyone whose rights are violated by staff deployed during a Frontex operation to submit a complaint to Frontex. The procedure is managed by the FRO who oversees the admissibility of complaints.
The agency is allowed to conduct a substantive investigation and impose sanctions only when the allegations concern permanent staff. When it comes to Frontex border guards seconded by member states, Frontex can only refer complaints to the member state concerned, and cannot require it to respond.
Moreover, the complaints mechanism cannot be considered an effective remedy within the meaning of article 47 of the EU Charter of Fundamental Rights and article 13 of the European Convention on Human Rights (ECHR). As an employee of Frontex, the rights officer lacks independence. Moreover, even if the rights officer accepts the complaint against a staff member, the Frontex executive director is responsible for investigating it.
According to the June 2021 report by the EU Ombudsman on Frontex accountability mechanisms, between 2016 and January 2021, the FRO received 69 complaints of which 22 were admissible, with no complaints concerning the actions of Frontex staff members. The Ombudsman noted there has been “inadequate transparency in relation to the mechanism’s activities although progress is now being made” and recommended improving complaints handling and follow up and the accessibility of the complaints mechanism to potential victims.
In its March 2020 final report, the Working Group established to look into Frontex operations in the Aegean said that “reporting systems currently in place are not systematically applied, do not allow [Frontex] to have a clear picture of the facts relating to (potential) serious incidents and do not allow for a systematic analysis of fundamental rights concerns.” It added that Frontex “needs to make urgent improvements in this respect.”
Accountability Failures
Organizations including Human Rights Watch and media outlets have reported persistent violations against people arriving at EU borders, including pushbacks in some cases accompanied by violence. This includes in Bulgaria, Croatia, Cyprus, Greece, Hungary, and Malta, countries where Frontex has been working. In no case has Frontex taken clear and credible action to address those abuses or, where the risk has arisen, to avoid complicity in them.
In only one case – Hungary – has Frontex exercised its duty to halt funding or operations or to cancel a planned operation based on serious and persistent violations of fundamental rights related to its activities. However, this suspension came late after years of warnings and only after an EU court ruling.
Frontex’s director told the European Parliament Scrutiny group in March 2021 that article 46 should only be used as a last resort, with warnings and messages to host member states when there are concerns. However, for such an approach to be effective, the agency needs to demonstrate its willingness to take other actions in the interim to ensure improvements, which it has not done.
Hungary
In July 2016, Hungary adopted a new asylum law creating a fictitious “transit” area, eight kilometers inside Hungary’s external border, from which people could be pushed back to Serbia without any possibility to seek asylum. It also trapped asylum seekers in that area in appalling conditions.
In November 2016 the Consultative Forum recommended that Frontex withdraw from Hungary until it could guarantee that people at the border are “given access to an individualized procedure and to asylum … are not summarily returned to Serbia, and that instances of police abuse and violence are investigated.” Frontex never adopted this recommendation, even after the fundamental rights officer made two field visits to Hungary and raised similar concerns.
It was not until January 27, 2021, that Frontex suspended its operations in Hungary. The move followed a ruling by the European Court of Justice in December 2020 that Hungary “was in breach of EU law” by restricting access to the territory to asylum seekers and migrants and by pushing them back over the Hungarian-Serbian border into Serbia.
A report published by the Hungarian Helsinki Committee on Frontex in January 2021 concluded that Frontex’s human rights compliance mechanisms are ineffective and that the agency did not properly investigate human rights violations. The committee notes in its report that its experience regarding the effectiveness of Frontex complaints mechanism is “very bleak.”
The Frontex operation in Greece is the agency’s largest, with almost 600 guest officers, who perform border surveillance and assist in identifying and registering migrants. Officers have been at the Evros land border with Turkey since 2010, and in the Aegean Sea as part of Operation Poseidon Sea since 2006.
Since 2020 organizations including Human Rights Watch have documented multiple incidents in which Greek Coast Guard personnel, sometimes accompanied by armed masked men, abandoned migrants at sea, violently transferring people from Greek islands or from other boats to motorless rafts, and leaving them adrift near Turkish territorial waters.
Nongovernmental organizations and the media have also reported in 2020 on persistent allegations that Greek border forces carried out pushbacks in some cases with violence through the Evros land border with Turkey. Human Rights Watch has documented such situations in 2008, 2018, and in March and July 2020.
On February 27, 2020, Turkish authorities announced they would no longer stop asylum seekers and migrants from leaving Turkish territory to reach the European Union, leading thousands of asylum seekers and migrants to congregate on the Turkish-Greek border. On March 1 the Greek government suspended access to asylum for 30 days for people irregularly entering the country. It prosecuted people for irregular entry, arbitrarily and summarily detained hundreds of new arrivals, and violently pushed back people attempting to enter Greece.
On March 2, apparently refusing to consider evidence of multiple violations of EU and human rights law by Greece, Frontex announced it was opening “a rapid border intervention” to assist Greece. On March 13, with ongoing human rights violations at Greece’s external borders, Frontex announced the deployment of an additional 100 border guards. These actions by Frontex indicate a disregard for its duty to avoid complicity in human rights abuse and an apparent breach of its own regulations.
In June 2020 Frontex responded to a Human Rights Watch inquiry about the allegations of human rights violations at Greece’s external borders, saying it had received no reports of breaches of fundamental rights in its operations by Frontex officers or by Greek border guards in Greece, and did not have the authority to investigate such allegations.
Despite all of the evidence of wrongdoing by the Greek authorities, the Management Board Working Group concluded in March 2021 that suspending or terminating the Frontex operation under article 46 would not be justified.
CROATIA
Human Rights Watch has documented ongoing, summary collective expulsions of migrants and asylum seekers and often abusive pushbacks at borders by Croatia since 2016. Border officials used force and violence, pummeling people with fists and kicking them. They sometimes directed violence at women and children. Border officials abandoned migrants in remote border areas, and in some cases forced them to cross freezing streams at the border with Bosnia and Herzegovina, which is outside the EU external frontier.
In May 2019 Frontex’s director confirmed in a letter to Human Rights Watch that Frontex had an aerial surveillance system since July 2018 on the Croatia-Bosnia and Herzegovina border, but said that Frontex had not detected any events indicating human rights violations, including pushback operations in the area.
The Consultative Forum expressed concerns in 2020 about Frontex’s continued operations in Croatia “given the consistent reports of police violence and pushbacks by Croatian authorities as documented by media and various organisations, including those represented in the Consultative Forum.”
Despite the persistent reports of violations of fundamental rights, and a duty under article 46 to suspend or terminate operations when those violations are of a serious nature or are likely to persist, Frontex continues to operate in Croatia.
Recommendations
Frontex and its Management Board should:
Ensure that Frontex operations are consistent with its human rights obligations under the EU Charter of Fundamental Rights, and applicable international human rights law in the regions where it operates, including the European Convention on Human Rights, and that Frontex complies with its duty to avoid complicity in abuse;
Ensure that the Fundamental Rights Officer and Fundamental Rights Monitors have adequate resources and that they have guaranteed independence to investigate allegations of the agency’s direct involvement or complicity in abuses, and act upon their findings and recommendations;
Suspend under article 46 the funding and deployment of EU border guards to countries that violate European and international standards on human rights, and publicly report on Frontex assessment of information available on violations by host member states and on actions considered and taken under article 46;
Conduct thorough assessments of the risk of complicity in human rights violations by Frontex in all of its operations, including aerial surveillance, taking into account reports from the Consultative Forum and its members before engaging in joint operations or deploying migration management support teams (former RABIT).
The European Commission, the European Parliament, and the Council of the EU should:
Establish a legally binding framework to implement article 46 of the Frontex regulation for suspension, termination, and cancellation of operations and funding;
Empower the European Ombudsman or the European Parliament to refer Frontex to the European Commission for investigation in the event that the Frontex executive director fails to activate article 46 despite persistent and serious rights violations by a host state;
Set up a credible and independent entity to assess whether the Fundamental Rights Officer and Fundamental Rights Monitors are able to carry out their role credibly and independently and that Frontex effectively acts upon their findings and recommendations, and if needed to directly investigate allegations of the agency’s direct involvement or complicity into abuses;
Under article 112 of the 2019 Frontex regulation, create a system for joint parliamentary scrutiny, by the European Parliament and national parliaments, similar to that in place for Europol, to ensure the political control of the activities of Frontex in the fulfillment of its mission, including with respect to the impact of Frontex’s activities on fundamental rights;
Put in place an independent monitoring system, as proposed in the new Pact on Migration and Asylum and required by the Returns Directive, to investigate alleged violations, including by police and border guards of EU member states, and to prevent future transgressions, in accordance with May 2021 guidance by the Council of Europe Committee on the Prevention of Torture.
Ensure that Frontex funding and material support, including in border and aerial surveillance capacities, do not encourage or contribute to human rights violations in Europe or in third countries;
Hold member states accountable, including by opening infringement proceedings, for human rights violations committed at the EU’s external borders;
EU member states participating in Frontex activities should:
Condition deployment of their officials in Frontex operations on ongoing independent assessment that the operation by the host state’s border guards adhere to binding human rights standards, and commit to suspend their participation if credible evidence of violations by Frontex or the host state come to light;
Ensure that their officials deployed on Frontex missions understand their obligations under EU and international law, and are trained and instructed in their duty to report any incident of abuse they witness both to Frontex and to their national headquarters.
EINDE BERICHT HUMAN RIGHTS WATCH
[65]
NOS
VK WIL BOOTMIGRANTEN TERUGSTUREN NAAR FRANSE WATEREN
De Britse minister van Binnenlandse Zaken, Priti Patel, heeft de kustwacht opdracht gegeven om boten met vluchtelingen die Het Kanaal oversteken terug te brengen naar Franse wateren, als dat op een veilige manier kan.
Het personeel wordt op dit moment getraind in ‘omdraai-acties’ op zee. Dat zal tot het einde van deze maand duren. Daarna zal de nieuwe afschrikmethode zo snel mogelijk in gebruik worden genomen.
Volgens The Guardian wisten deze week meer dan 2700 migranten vanuit Frankrijk Het Kanaal over te steken. Voor dit jaar staat de totale stand op 13.500, een recordaantal.
Frankrijk waarschuwt
Een overleg met Frankrijk woensdag, om de migranten tegen te houden, leverde niets op. Het Britse plan werd door Patels Franse collega Gérald Darmanin afgewezen.
Boten dwingen om om te keren, kan tot gevaarlijke situaties leiden. Volgens Darmanin is de veiligheid van mensen op zee belangrijker dan “nationaliteit, status en migratiebeleid”. Hij zei ook dat het doorzetten van het plan een negatieve impact kan hebben op de samenwerking tussen beide landen.
De Fransen hadden eerder al ingestemd met de verdubbeling van het aantal grensbewakers aan de Franse kant van Het Kanaal. Patel wilde 64 miljoen euro aan de kosten bijdragen.
De Britse regering zegt dat het elke mogelijkheid moet aangrijpen om mensensmokkel tegen te gaan. Daarom worden meerdere mogelijkheden uitgeprobeerd om kleine boten die de gevaarlijke reis maken te stoppen, schrijft de BBC.
Vakbond ziet het niet gebeuren
Een woordvoerder van de vakbond van immigratie, kustwacht- en douanepersoneel zei tegen de BBC dat het hem zeer zou verbazen als de methode ooit gebruikt gaat worden. “Er zijn heel wat beperkingen bij wat je met een schip kan doen dat sowieso kwetsbaar is.”
“Belangrijker is nog dat je instemming van Frankrijk nodig hebt. Want als je het vaartuig over de grens terugbrengt naar Frankrijk, moet het door de Fransen onderschept en gered worden en het ziet er naar uit dat Frankrijk hier domweg niet aan meewerkt.”
EINDE NOS BERICHT
[66]
”Een overleg met Frankrijk woensdag, om de migranten tegen te houden, leverde niets op. Het Britse plan werd door Patels Franse collega Gérald Darmanin afgewezen.
Boten dwingen om om te keren, kan tot gevaarlijke situaties leiden. Volgens Darmanin is de veiligheid van mensen op zee belangrijker dan “nationaliteit, status en migratiebeleid”. Hij zei ook dat het doorzetten van het plan een negatieve impact kan hebben op de samenwerking tussen beide landen.”
NOS
VK WIL BOOTMIGRANTEN TERUGSTUREN NAAR FRANSE WATEREN
[57] ”Push-backs are a set of state measures by which refugees and migrants are forced back over a border – generally immediately after they crossed it – without consideration of their individual circumstances and without any possibility to apply for asylum or to put forward arguments against the measures taken. Push-backs violate – among other laws – the prohibition of collective expulsions stipulated in the European Convention on Human Rights.”
A Guardian analysis finds EU countries used brutal tactics to stop nearly 40,000 asylum seekers crossing borders
EU member states have used illegal operations to push back at least 40,000 asylum seekers from Europe’s borders during the pandemic, methods being linked to the death of more than 2,000 people, the Guardian can reveal.
In one of the biggest mass expulsions in decades, European countries, supported by EU’s border agency Frontex, has systematically pushed back refugees, including children fleeing from wars, in their thousands, using illegal tactics ranging from assault to brutality during detention or transportation.
The Guardian’s analysis is based on reports released by UN agencies, combined with a database of incidents collected by non-governmental organisations. According to charities, with the onset of Covid-19, the regularity and brutality of pushback practices has grown.Advertisement
“Recent reports suggest an increase of deaths of migrants attempting to reach Europe and, at the same time, an increase of the collaboration between EU countries with non-EU countries such as Libya, which has led to the failure of several rescue operations,’’ said one of Italy’s leading human rights and immigration experts, Fulvio Vassallo Paleologo, professor of asylum law at the University of Palermo. ‘’In this context, deaths at sea since the beginning of the pandemic are directly or indirectly linked to the EU approach aimed at closing all doors to Europe and the increasing externalisation of migration control to countries such as Libya.’’
The findings come as the EU’s anti-fraud watchdog, Olaf, has launched an investigation into Frontex over allegations of harassment, misconduct and unlawful operations aimed at stopping asylum seekers from reaching EU shores.
Since January 2020, despite the drop in numbers, Italy, Malta, Greece, Croatia and Spain have accelerated their hardline migration agenda. Since the introduction of partial or complete border closures to halt the outbreak of coronavirus, these countries have paid non-EU states and enlisted private vessels to intercept boats in distress at sea and push back passengers into detention centres. There have been repeated reports of people being beaten, robbed, stripped naked at frontiers or left at sea.
In 2020 Croatia, whose police patrol the EU’s longest external border, have intensified systemic violence and pushbacks of migrants to Bosnia. The Danish Refugee Council (DRC) recorded nearly 18,000 migrants pushed back by Croatia since the start of the pandemic. Over the last year and a half, the Guardian has collected testimonies of migrants who have allegedly been whipped, robbed, sexually abused and stripped naked by members of the Croatian police. Some migrants said they were spray-painted with red crosses on their heads by officers who said the treatment was the “cure against coronavirus”.Advertisement
According to an annual report released on Tuesday by the Border Violence Monitoring Network (BVMN), a coalition of 13 NGOs documenting illegal pushbacks in the western Balkans, abuse and disproportionate force was present in nearly 90% of testimonies in 2020 collected from Croatia, a 10% increase on 2019.
“Despite the European Commission’s engagement with Croatian authorities in recent months, we have seen virtually no progress, neither on investigations of the actual reports, nor on the development of independent border monitoring mechanisms,” said Nicola Bay, DRC country director for Bosnia. “Every single pushback represents a violation of international and EU law – whether it involves violence or not.”
Since January 2020, Greece has pushed back about 6,230 asylum seekers from its shores, according to data from BVMN. The report stated that in 89% of the pushbacks, “BVMN has observed the disproportionate and excessive use of force. This alarming number shows that the use of force in an abusive, and therefore illicit, way has become a normality […]
“Extremely cruel examples of police violence documented in 2020 included prolonged excessive beatings (often on naked bodies), water immersion, the physical abuse of women and children, the use of metal rods to inflict injury.”
In testimonies, people described how their hands were tied to the bars of cells and helmets put on their heads before beatings to avoid visible bruising.
A lawsuit filed against the Greek state in April at the European court of human rights accused Athens of abandoning dozens of migrants in life rafts at sea, after some had been beaten. The case claims that Greek patrol boats towed migrants back to Turkish waters and abandoned them at sea without food, water, lifejackets or any means to call for help.
BVMN said: “Whether it be using the Covid-19 pandemic and the national lockdown to serve as a cover for pushbacks, fashioning open-air prisons, or preventing boats from entering Greek waters by firing warning shots toward boats, the evidence indicates the persistent refusal to uphold democratic values, human rights and international and European law.”
According to UNHCR data, since the start of the pandemic, Libyan authorities – with Italian support since 2017, when Rome ceded responsibility for overseeing Mediterranean rescue operations to Libya – intercepted and pushed back to Tripoli about 15,500 asylum seekers. The controversial strategy has caused the forced return of thousands to Libyan detention centres where, according to first hand reports, they face torture. Hundreds have drowned when neither Libya nor Italy intervened.
“In 2020 this practice continued, with an increasingly important role being played by Frontex planes, sighting boats at sea and communicating their position to the Libyan coastguard,” said Matteo de Bellis, migration researcher at Amnesty International. “So, while Italy at some point even used the pandemic as an excuse to declare that its ports were not safe for the disembarkation of people rescued at sea, it had no problem with the Libyan coastguard returning people to Tripoli. Even when this was under shelling or when hundreds were forcibly disappeared immediately after disembarkation.”
In April, in a joint investigation with the Italian Rai News and the newspaper Domani, the Guardian saw documents from Italian prosecutors detailing conversations between two commanders of the Libyan coastguard and an Italian coastguard officer in Rome. The transcripts appeared to expose the non-responsive behaviour of the Libyan officers and their struggling to answer the distress calls which resulted in hundreds of deaths. At least five NGO boats remain blocked in Italian ports as authorities claim administrative reasons for holding them.
“Push- and pull-back operations have become routine, as have forms of maritime abandonment where hundreds were left to drown,’’ said a spokesperson at Alarm Phone, a hotline service for migrants in distress at sea. ‘’We have documented so many shipwrecks that were never officially accounted for, and so we know that the real death toll is much higher. In many of the cases, European coastguards have refused to respond – they rather chose to let people drown or to intercept them back to the place they had risked their lives to escape from. Even if all European authorities try to reject responsibility, we know that the mass dying is a direct result of both their actions and inactions. These deaths are on Europe.’’UK accused of stranding vulnerable refugees after BrexitRead more
Malta, which declared its ports closed early last year, citing the pandemic, has continued to push back hundreds of migrants using two strategies: enlisting private vessels to intercept asylum seekers and force them back to Libya or turning them away with directions to Italy.
“Between 2014 and 2017, Malta was able to count on Italy to take responsibility for coordinating rescues and allowing disembarkations,” said De Bellis. “But when Italy and the EU withdrew their ships from the central Mediterranean, to leave it in Libya’s hands, they left Malta more exposed. In response, from early 2020 the Maltese government used tactics to avoid assisting refugees and migrants in danger at sea, including arranging unlawful pushbacks to Libya by private fishing boats, diverting boats rather than rescuing them, illegally detaining hundreds of people on ill-equipped ferries off Malta’s waters, and signing a new agreement with Libya to prevent people from reaching Malta.”Advertisement
Last May, a series of voice messages obtained by the Guardian confirmed the Maltese government’s strategy to use private vessels, acting at the behest of its armed forces, to intercept crossings and return refugees to Libyan detention centres.
In February 2020, the European court of human rights was accused of “completely ignoring the reality” after it ruled Spain did not violate the prohibition of collective expulsion, as asylum applications could be made at the official border crossing point. Relying on this judgment, Spain’s constitutional court upheld “border rejections” provided certain safeguards apply.
Frontex said they couldn’t comment on the total figures without knowing the details of each case, but said various authorities took action to respond to the dinghy that sunk off the coast of Libya in April, resulting in the deaths of 130 people.
“The Italian rescue centre asked Frontex to fly over the area. It’s easy to forget, but the central Mediterranean is massive and it’s not easy or fast to get from one place to another, especially in poor weather. After reaching the area where the boat was suspected to be, they located it after some time and alerted all of the Maritime Rescue and Coordination Centres (MRCCs) in the area. They also issued a mayday call to all boats in the area (Ocean Viking was too far away to receive it).”
He said the Italian MRCC, asked by the Libyan MRCC, dispatched three merchant vessels in the area to assist. Poor weather made this difficult. “In the meantime, the Frontex plane was running out of fuel and had to return to base. Another plane took off the next morning when the weather allowed, again with the same worries about the safety of the crew.
“All authorities, certainly Frontex, did all that was humanly possible under the circumstances.”
He added that, according to media reports, there was a Libyan coast guard vessel in the area, but it was engaged in another rescue operation.
EINDE ARTIKEL THE GUARDIAN [59] ”Since January 2020, despite the drop in numbers, Italy, Malta, Greece, Croatia and Spain have accelerated their hardline migration agenda. Since the introduction of partial or complete border closures to halt the outbreak of coronavirus, these countries have paid non-EU states and enlisted private vessels to intercept boats in distress at sea and push back passengers into detention centres.”
Last week, a dinghy full of migrants sank near Libya. Those who were part of the rescue mission tell of a needless tragedy
The weather was already turning when the distress call went out. A rubber dinghy with 130 people onboard was adrift in the choppy Mediterranean waters.
On the bridge of the Ocean Viking, one of the only remaining NGO rescue boats operational in the Mediterranean, 121 nautical miles west, stood Luisa Albera, staring anxiously at her computer screen and then out at the rising storm and falling light at sea.
When the distress call from Alarm Phone, the volunteer-run Mediterranean rescue hotline, was received late on Wednesday, the Ocean Viking was already engaged in a rescue mission. All day the crew had been combing the horizon for another vessel, a wooden boat with 42 people onboard, but so far their search had been in vain. No sign of life or position had been received since early morning.Advertisement
A seasoned sailor who had already conducted dozens of rescue missions, Albera knew that time was short. A violent storm was coming, and it would take the Viking hours to reach the dinghy.
She also knew that if the they didn’t turn around, the 130 people onboard would most likely be left to die. At 5.30pm, the Ocean Viking abandoned its search for the other vessel and altered its course: Albera had decided to go after the rubber boat.
“These decisions we are forced to make are life-and-death decisions,” said Albera, the search and rescue coordinator for SOS Méditerranée, the NGO that operates the Ocean Viking. “It is never easy to abandon a search but we had an updated position on the dinghy and there was a chance we could make it. I have to live with these decisions every day. It’s a burden I shouldn’t have to shoulder.”
As night fell, the sea turned hostile. Two hours later, the Ocean Viking was plunging through 5-metre (16ft) waves towards the last known position of the dinghy. Then, the call they were dreading came. An anonymous mayday signal was received, an urgent call for all ships in the area to divert and attempt a rescue of those onboard the rubber craft. It was last located in the Libyan search and rescue (SAR) zone so Albera called the Libyan authorities to request help. They refused to confirm whether they would be assisting, or to give the Viking any updates on the dinghy’s position.
She next called the Italian Maritime Rescue Coordination Centre (MRCC), and the European border agency, Frontex. Neither replied.
“It’s very rare for any of the authorities in Libya or Italy to agree to help. Sometimes you can get lucky and you can catch someone who might be persuaded on a human level to provide assistance but it’s still rare,” she said.
As the storm raged and lashed around them and the boat was violently tossed from side to side, below deck the medical team went through inventory checks of supplies and first-aid drills to treat multiple casualties. “We knew we wouldn’t arrive until morning. If there would be any survivors they would have been in the water for hours. They would be freezing, seasick and have hypothermia,” says Tanguy Louppe, a former soldier and firefighter turned sea rescuer and who now heads the search and rescue team on the Ocean Viking.
Yet the mood had changed onboard the Viking. Without immediate assistance, both the deteriorating weather conditions and the darkness would mean that the boat would capsize or be torn apart. The Viking continued to power through the waves, but the storm was making progress painfully slow. Every hour that went by, the chance of finding anyone alive was slipping away.
Louppe gathered the crew together and told them to prepare for a mass casualty plan. “We know we won’t be there until morning. We have to expect the worst,” he told them.
On the bridge, Albera was clinging on to hope. Three merchant boats had also responded to the mayday call. None of them would be able to carry out a rescue, but if they located the rubber dinghy they might be able to give it shelter until the Viking arrived.
At 5am on Thursday, the Viking finally reached the last-known location of the dinghy. With no sign of any help from the Italian or Libyan authorities, the three merchant vessels had coordinated their efforts to mount a search, and once again Albera called Frontex to request aerial support to assist.
For over six hours, the four ships scoured the waves for any sign of life. Then, at 12.24pm, one of the merchant vessels radioed to say that three people had been spotted in the water. Ten minutes later, Frontex announced that it had spotted the remains of a boat.
When Albera and her crew arrived, they found a scene of desolation: an open cemetery in an otherwise breathtakingly pretty, deep blue sea.
The rubber boat hadn’t stood a chance against the fury of the storm. The deck of the boat had disappeared. Only a few grey floating buoys remained. Around them, dozens of lifeless bodies floated in the waves. The Ocean Viking, with a team of trained rescuers and medics onboard, had arrived too late. Among the men, women and children they found in the water, there were no survivors.
This stretch of sea has become a morgue for thousands of people trying to reach Europe on cheap wooden boats or fragile pieces of rubber thatcannot withstand the elements or the political indifference that seals their fate.
Since 2014, 17,664 people have lost their lives crossing the central Mediterranean. This week another 130 were added to the death toll.
The crew of the Viking have been through this before but the scale left them stunned. “We are heartbroken,” Albera said. “We think of the lives that have been lost and of the families who might never have certainty as to what happened to their loved ones.’’
On Friday, as news of the tragedy made headlines around the world, Frontex issued a rare statement to Italian press agency Ansa, confirming that they had issued the mayday signal and defending their response to the tragedy.
“Frontex immediately alerted national rescue centres in Italy, Malta and Libya, as required by international law,” it said.
The agency said in its statement that it had “issued several distress calls on the marine emergency radio channel to alert all vessels in the vicinity due to the critical situation and bad weather” and confirmed that it had sent out aerial support.
For Albera, the Frontex statement is an acknowledgement of the gravity of what happened that night. “This is the first time that Frontex has ever confirmed it sent a mayday because the situation was so grave,” says Albera. “They knew the boat had no chance of making it.”
Alarm Phone, who initially sent out the first alarm signal, claims it was in contact with the dinghy for over 10 hours and repeatedly relayed its GPS position and the dire situation to European and Libyan authorities and the wider public. “People could have been rescued but all authorities knowingly left them to die at sea,” it said. The United Nations migration agency also condemned the inaction. “The lack of an efficient patrolling system is undeniable and unacceptable,” Flavio Di Giacomo, Italy’s spokesman for the UN migration agency, said on Twitter. “Things need to change.”Advertisement
In 2017, Europe ceded responsibility for overseeing Mediterranean rescue operations to Libya as part of a deal struck between Italy and Libya aimed at reducing migrant flows across the sea.
Since the start of 2018, there have been around 50 legal cases brought against NGO crew members or rescue vessels by the Italian and other European governments, and boats have been blocked in harbours or forced to remain at sea with migrants onboard.
For over 10 hours after they arrived at the wreck, Ocean Viking stayed with the bodies, waiting for instructions from the Libyan authorities. Since the dinghy sank in Libya’s search and rescue area, the responsibility for recovering those who had died fell to the Libyan MRCC (Maritime Rescue Coordination Center). If the Viking crew had tried to pull people from the water, then their entire mission may have been jeopardised. Yet no patrol boat arrived.
The decision to leave was, says Albera, traumatising for everyone onboard the Viking. “It is terrible burden to have to make that choice. We waited all day for instructions [or for a patrol boat to arrive]. There was nothing more we could do for those poor people,” she says.
Since 2016, the Ocean Viking and the Aquarius, the other SOS Méditerranée vessel, have saved 32,711 lives at sea. “We have to continue our mission, as this way there is a chance that we can prevent others from meeting the same fate,” says Albera. “But the decision to leave is something that all of us onboard will have to live with for ever.”
This article was amended on 25 April 2021. In an earlier version, a headline referred incorrectly to the Mediterranean as an ocean; the text referred to “6ft waves” rather than 5-metre (16ft) waves; and the Ocean Viking was wrongly stated to be owned by SOS Méditerranée.
EINDE ARTIKEL THE GUARDIAN
Reacties uitgeschakeld voor Noten 56 t/m 60 bij Artikel over vluchtelingen
”Frontex, het Europees Grens- en kustwachtagentschap werd opgericht in 2004 om de EU-lidstaten en de met Schengen geassocieerde landen bij te staan om de buitengrenzen van de ruimte van vrij verkeer van de EU te beschermen. ” FRONTEX EUROPA.EUWAT IS FRONTEX? https://frontex.europa.eu/language/nl/
Wat is Frontex?
Frontex, het Europees Grens- en kustwachtagentschap werd opgericht in 2004 om de EU-lidstaten en de met Schengen geassocieerde landen bij te staan om de buitengrenzen van de ruimte van vrij verkeer van de EU te beschermen. Als EU-agentschap wordt Frontex gefinancierd uit de EU-begroting en door bijdragen van met Schengen geassocieerde landen. Tegen 2020 wordt verwacht dat het agentschap zo’n 1 000 personeelsleden in dienst zal hebben. Bijna een kwart van hen is door de lidstaten gedetacheerd en zal na het beëindigen van de termijn bij Frontex weer terugkeren naar zijn of haar nationale dienst.
In 2016 is het Agentschap uitgebreid en omgevormd tot het Europees Grens- en kustwachtagentschap, waarbij het takenpakket werd verbreed van migratiebeheersing naar grensbeheer en het Agentschap meer verantwoordelijkheden kreeg bij de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit. Inmiddels wordt Frontex erkend als een van de hoekstenen van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht van de EU. Opsporing en redding gingen ook officieel deel uitmaken van zijn mandaat wanneer dergelijke situaties zich voordeden in het kader van grensbewakingsoperaties op zee.
Frontex is een operationeel agentschap dat op elk willekeurig moment meer dan 1 500 functionarissen uit de lidstaten inzet in de hele EU. Om nieuwe en snel veranderende situaties beter te kunnen volgen, is het Frontex-situatiecentrum dat verantwoordelijk is voor het monitoren van de buitengrenzen nu zeven dagen per week en 24 uur per dag actief.
Rechtsgrondslag en verantwoordingsplicht
Frontex, het Europees Grens- en kustwachtagentschap, is opgericht bij Verordening (EU) 2016/1624 van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1). Frontex is gevestigd in Warschau, Polen.
Hoewel het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie is vervangen door het Europees Grens- en kustwachtagentschap, is de rechtspersoonlijkheid van het Agentschap onveranderd gebleven, evenals de naam ervan: Frontex.
Frontex staat in voortdurend contact met lidstaten en de EU-instellingen. Het Agentschap stelt alles in het werk om zijn activiteiten transparant te laten verlopen, en hiertoe neemt de uitvoerend directeur regelmatig deel aan en geeft hij uitleg tijdens hoorzittingen in het Europees Parlement en vergaderingen van de EU-Raad van ministers die verantwoordelijk zijn voor binnenlandse zaken en migratie. Op deze manier vervult Frontex zijn verantwoordingsplicht aan het Europees Parlement en de Raad als begrotingsautoriteiten.
Bovenal staat Frontex onder toezicht van een raad van bestuur die bestaat uit een vertegenwoordiger van elke lidstaat en twee vertegenwoordigers van de Commissie (zie hieronder voor nadere inlichtingen). Net als alle EU-organen, kan Frontex worden onderworpen aan audits door de Rekenkamer of aan onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding, OLAF.
Verdere essentiële documenten met betrekking tot de rechtsgrondslag en verantwoordingsplicht van het Agentschap zijn hier (in het Engels) beschikbaar:
Onze visie De Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en recht beschermen.
Onze missie Samen met de lidstaten zorgen wij voor veilige en goed functionerende buitengrenzen die veiligheid bieden.
Onze waarden
Wij zijn professioneel Wij beschikken over de kennis, vaardigheden en competenties die nodig zijn om onze missie op efficiënte wijze en met hoge ethische normen uit te voeren. We streven voortdurend naar topkwaliteit om onze prestaties te verbeteren.
Wij tonen respect Wij erkennen mensen, instellingen en hun rol en tonen respect door hen als waardevol en belangrijk te behandelen.
Wij streven naar samenwerking Samen met de relevante nationale autoriteiten van de EU-lidstaten en andere belanghebbenden beheren wij de buitengrenzen van de EU en streven we naar samenwerking met derde landen.
Zowel binnen de organisatie, als met externe belanghebbenden werken we samen om gemeenschappelijke doelen en doelstellingen te verwezenlijken.
Wij leggen verantwoording af Wij zijn betrouwbaar als het gaat om het nakomen van onze verantwoordelijkheden en de punctualiteit en kwaliteit van onze werkzaamheden.
Wij geven om mensen Als Europese overheidsfunctionarissen dienen wij de belangen van de burgers, omdat wij om mensen geven en in Europese waarden geloven.
De raad van bestuur
De raad van bestuur keurt de begroting goed en verifieert de uitvoering ervan, benoemt de uitvoerend en plaatsvervangend uitvoerend directeur en waarborgt de transparantie van de besluitvormingsprocedures van het Agentschap. Als wettelijke vertegenwoordiger van het Agentschap moet de uitvoerend directeur voor zijn activiteiten rechtsreeks verantwoording afleggen aan dit bestuursorgaan.
De raad van bestuur, die vijfmaal per jaar bijeenkomt, bestaat uit vertegenwoordigers van de hoofden van de grensautoriteiten van de 26 EU-lidstaten die gehouden zijn tot naleving van de bepalingen van het Schengengebied, plus twee leden van de Europese Commissie. IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland, die geen lid zijn van de EU, maar wel geassocieerde landen van het Schengengebied zijn, hebben eveneens een vertegenwoordiger in de raad van bestuur, maar met beperkt stemrecht.
Vertegenwoordigers van het Verenigd Koninkrijk en de Republiek Ierland worden tevens uitgenodigd om deel te nemen aan de vergaderingen van de raad van bestuur, maar zij hebben geen stemrecht als gevolg van hun besluit (vóór de oprichting van Frontex in 2004) om slechts gedeeltelijk deel te nemen aan de Schengensamenwerking.
Belangrijkste verantwoordelijkheden
Inzet ter plaatste Het agentschap regelt de inzet van rechtshandhavers uit de lidstaten en geassocieerde Schengenlanden, en regelt schepen, vliegtuigen en apparatuur voor grensbewaking aan de buitengrenzen wanneer extra hulp nodig is. Aanvullend op de grensbewaking zijn de operaties van Frontex ook gericht op veiligheid op zee, veiligheidscontroles, opsporings- en reddingsacties en bescherming van het milieu.
Risicoanalyse Frontex maakt een inschatting van de risico’s voor de veiligheid aan de EU-buitengrenzen. Daarbij wordt een beeld geschetst van onderliggende trends en patronen als het gaat om irreguliere migratiestromen en grensoverschrijdende criminaliteit aan de buitengrenzen. Het agentschap deelt deze bevindingen met de EU-lidstaten en de Europese Commissie en gebruikt ze voor de planning van activiteiten in de toekomst. Alle activiteiten van Frontex stoelen op een grondige risicoanalyse.
Monitoring van de situatie Frontex volgt continu de situatie aan de buitengrenzen van de Europese Unie. Daarbij zorgt het agentschap ook voor updates en dringende meldingen aan de lidstaten, de geassocieerde Schengenlanden, de Europese Commissie en andere agentschappen.
Kwetsbaarheidsonderzoek Het agentschap verricht jaarlijkse evaluaties van de capaciteit en mogelijkheden van de lidstaten en geassocieerde Schengenlanden om bijzondere uitdagingen aan de buitengrenzen het hoofd te kunnen bieden, waaronder migratiestromen. Frontex zet ook verbindingsfunctionarissen in EU-lidstaten in om het agentschap een goed algemeen overzicht van grenscontroles op Europees niveau te doen behouden.
Europese samenwerking inzake kustwachttaken Frontex ondersteunt de samenwerking van autoriteiten op het gebied van wetshandhaving, Europese agentschappen en de douane aan de zeegrenzen. Schepen en vliegtuigen die worden ingezet voor operaties verzamelen en delen ook informatie met de bevoegde diensten voor visserijcontrole, de opsporing van vervuiling op zee en de handhaving van maritieme wetgeving.
Het delen van informatie over criminaliteit Het agentschap deelt de informatie die is verzameld aan de buitengrenzen met alle bevoegde nationale autoriteiten, Europol en andere Europese agentschappen. Daartoe behoort ook de informatie over personen die worden verdacht van betrokkenheid bij criminele activiteiten, zoals de smokkel van migranten, mensenhandel en terrorisme.
Terugkeeroperaties Frontex speelt een steeds belangrijker rol bij de terugkeer van mensen die niet in de Europese Unie mogen blijven naar hun land van origine. Het agentschap ondersteunt lidstaten bij het coördineren en de financiering van terugkeeroperaties, maar kan deze ook op eigen initiatief opzetten. Daarvoor kan Frontex vliegtuigen charteren en tickets boeken op lijnvluchten. Het agentschap helpt daarbij ook bij het verkrijgen van de benodigde reisdocumenten voor de terugkeer en voorziet in experts, die kunnen assisteren bij de terugkeeroperaties.
Externe relaties Samenwerking met landen buiten de EU en de Schengenzone maakt een integraal onderdeel uit van het mandaat van Frontex en is een van de strategische prioriteiten voor het agentschap. Om te zorgen voor een geïntegreerd Europees grensbeheer ontwikkelt en onderhoudt Frontex een netwerk van partnerschappen met de grensautoriteiten in niet-EU-lidstaten, met name de landen die aan de Unie grenzen, en ook in landen van herkomst en doortocht van migranten. Daarvoor zet Frontex in die landen ook verbindingsofficieren in.
Snelle interventie Frontex kan op zeer korte termijn grens- en kustwachters en materieel inzetten in Europese lidstaten en geassocieerde Schengenlanden als deze aan hun buitengrenzen te maken krijgen met uitzonderlijke situaties. Lidstaten moeten ervoor zorgen dat zij op verzoek van het agentschap gezamenlijk tot 1 500 functionarissen snel in kunnen zetten via een pool.
Onderzoek en ontwikkeling Frontex brengt deskundigen op het gebied van grenscontrole samen met onderzoekers en vertegenwoordigers van de industrie om ervoor te zorgen dat nieuwe technologieën voldoen aan de vraag van de autoriteiten op het gebied van grenscontrole.
Opleiding Frontex ontwikkelt gezamenlijke normen voor de opleiding van grens- en kustwachtpersoneel in de EU en de geassocieerde Schengenlanden. Dit moet ervoor zorgen dat wanneer reizigers een Europese buitengrens passeren zij altijd te maken krijgen met dezelfde normen en praktijken voor grenscontrole. Dit zorgt er ook voor dat grens- en kustwachters uit verschillende landen efficiënt kunnen samenwerken als zij in gezamenlijke Frontex-operaties worden ingezet.
Gezamenlijke operaties
Van alle activiteiten van het agentschap zijn de gezamenlijke operaties de meest zichtbare. Frontex zet honderden grens- en kustwachters in, samen met schepen, auto’s, vliegtuigen en ander materieel, om lidstaten te hulp te schieten als zij problemen ondervinden aan de Europese buitengrenzen. Deze operaties vinden plaats aan de Europese land- en zeegrenzen maar ook in internationale luchthavens. Momenteel rekent Frontex vooral op de EU-lidstaten en geassocieerde Schengenlanden om gespecialiseerde functionarissen en materieel voor zijn operaties te leveren maar het agentschap zal steeds vaker zelf materiaal kunnen huren en aankopen. Frontex kan ook rekenen op een pool van minstens 1 500 functionarissen die binnen de vijf dagen kunnen worden ingezet bij noodgevallen aan de Europese grenzen.
De Frontex-operaties die plaatsvinden in het Middellandse Zeegebied helpen Italië, Griekenland en Spanje om het hoofd te bieden aan de migratiedruk, en alle operaties helpen ook om verschillende vormen van grensoverschrijdende criminaliteit aan te pakken. Bij de operaties op zee komen ook andere taken kijken, zoals het monitoren van vervuiling en illegale visserij. Dit gebeurt in samenwerking met andere EU-agentschappen, met name Europol, het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) en het Europees Bureau voor visserijcontrole (EFCA).
Wetshandhaving
Frontex speelt een essentiële rol bij de versterking van de interne veiligheid van het Schengengebied door de buitengrenzen te bewaken, door veiligheidscontroles en terugkeeroperaties uit te voeren en door samen te werken met de nationale autoriteiten en Europol.
Frontex helpt ook terrorisme te bestrijden door de lidstaten bij te staan in het verscherpen van controles aan de buitengrenzen en door hen te steunen in het opsporen van mogelijke terroristische strijders uit het buitenland. De functionarissen die Frontex inzet, worden opgeleid om personen op te sporen die in verband kunnen worden gebracht met terrorisme.
Rol van Frontex bij opsporings- en reddingsoperaties
Deelname aan opsporings- en reddingsoperaties is altijd al een prioriteit voor Frontex geweest en is vastgelegd in de EU-verordening tot oprichting van de Europese grens- en kustwacht. Frontex is verplicht technische en operationele bijstand op zee te verlenen ter ondersteuning van reddingsacties die zich kunnen voordoen tijdens grensbewakingsoperaties.
Opsporings- en reddingsactiviteiten zijn ook een specifieke doelstelling binnen het operationele plan van elke Frontex-operatie op zee.
Tussen 2015 en 2017 heeft Frontex 280 000 mensen op de Middellandse Zee helpen redden.
Grondrechten
Bij alle activiteiten van Frontex staat het respecteren en beschermen van de grondrechten centraal. Voordat ze worden ingezet, worden medewerkers van het Agentschap en nationale functionarissen die deelnemen aan Frontex-operaties, opgeleid op het gebied van grondrechten en toegang tot internationale bescherming. De verplichting om potentiële schendingen van grondrechten te vermelden, wordt in elk operationeel plan geïntegreerd.
Een grondrechtenfunctionaris is onafhankelijk in de uitvoering van al zijn/haar taken, brengt rechtstreeks verslag uit aan de raad van bestuur en werkt samen met het Adviesforum voor de grondrechten. Het Adviesforum staat de uitvoerend directeur en de raad van bestuur met onafhankelijk advies bij op het gebied van grondrechtenvraagstukken. Het bestaat uit drie vaste leden, drie internationale organisaties en negen maatschappelijke organisaties die voor een termijn van drie jaar worden geselecteerd.
Permanente leden:
Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA)
Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO)
Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen (UNHCR)
Internationale organisaties:
Raad van Europa (RvE)
Internationale Organisatie voor Migratie (IOM)
Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)
Maatschappelijke organisaties die thans vertegenwoordigd zijn:
AIRE Centre
Amnesty International European Institutions Office (AI-EIO)
Caritas Europa
Kerkelijke Commissie voor migranten in Europa (CCME)
Europese Raad voor vluchtelingen en in ballingschap levenden (ECRE)
Internationale Commissie van Juristen (ICJ)
Jezuïtische vluchtelingendienst (JRS)
Platform voor internationale samenwerking inzake migranten zonder verblijfsvergunning (PICUM)
EU-kantoor van het Rode Kruis (RCEU)
Vragen met betrekking tot de gebieden die onder de bevoegdheid van het Bureau voor de grondrechten vallen, moeten worden verzonden aan FRO@frontex.europa.eu
Klachten
In overeenstemming met de verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht, heeft het Agentschap een klachtenmechanisme opgezet, zodat iedereen die van mening is dat zijn/haar rechten op enigerlei wijze door Frontex zijn geschonden, daarvan melding kan maken.
Indien u van mening bent dat uw rechten zijn geschonden door de handelingen van een medewerker die bij een Frontex-activiteit betrokken is, kunt u een klacht indienen.
Klachten moet schriftelijk worden ingediend, maar dit kan namens u ook door iemand anders worden gedaan, bijvoorbeeld een familielid of een advocaat. Uw klacht mag in elke taal worden opgesteld.
Verzoeken om informatie, algemene en specifieke vragen over (het werk van) Frontex, verzoeken om gesprekken, verzoeken om statistische gegevens, of vragen over verslagen die op onze website zijn gepubliceerd, kunnen worden verstuurd naar:
Rechtskader Het beginsel van transparantie en de rechten van individuele personen op toegang tot documenten van EU-organen zijn vastgelegd in zowel artikel 15 van het VWEU als artikel 42 van het Handvest van de grondrechten van de EU en worden uitgevoerd middels Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (Verordening (EG) nr. 1049/2001).
Het verband tussen Verordening (EG) nr. 1049/2001 en het Frontex-kader wordt opnieuw benadrukt in artikel 74 van de verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht.
Aanvragen Iedere EU-burger en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in de EU heeft het recht op toegang tot documenten van Frontex, mits wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1049/2001.
Om aan te tonen dat u het recht hebt om toegang tot de documenten aan te vragen, moet u een identiteitsbewijs/bewijs van uw volmacht voor een rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in de EU overleggen.
Gelieve uw verzoek in te dienen als bijlage bij een e-mail in pdf-, ASICE-, ADOC-, BDOC- of EDOC-formaat, digitaal ondertekend door middel van een gekwalificeerde elektronische handtekening in overeenstemming met de eDIAS-verordening (Verordening (EU) nr. 910/2014). Kunt u geen gebruikmaken van deze vorm van identificatie, dan wordt u verzocht een ID-kaart/paspoort/verblijfsvergunning voor de EU (natuurlijke personen) in te dienen, of de registratie van uw entiteit in een EU-lidstaat vergezeld van een volmacht die u het recht geeft namens deze entiteit te handelen (rechtspersonen).
Zorg dat uw aanvraag zo nauwkeurig mogelijk is, zodat het voor Frontex duidelijk is tot welk(e) document(en) u toegang hebt aangevraagd.
Uw aanvraag, voorzien van het vereiste bewijs dat u in aanmerking komt, wordt binnen 15 werkdagen vanaf de registratie van uw aanvraag bevestigd en verwerkt.
In uitzonderlijke gevallen kan deze termijn met 15 werkdagen worden verlengd.
Frontex reageert schriftelijk.
Indien uw aanvraag volledig of gedeeltelijk wordt afgewezen, zal Frontex dit besluit onderbouwen.
Binnen 15 werkdagen na ontvangst van de reactie waarin Frontex aangeeft de toegang geheel of gedeeltelijk te weigeren, kunt u via een confirmatief verzoek een aanvraag indienen voor heroverweging van het oorspronkelijke besluit van Frontex.
Gegevensbeschermingsverklaring De verantwoordelijke voor de verwerking is het Transparantiebureau dat bij Besluit nr. 25/2016 van de raad van bestuur van 21 september 2016 is opgericht. Fysieke en e-mailadres: Pl. Europejski 6 (00-844 Warschau- PL); e-mail: pad@frontex.europa.eu.
Voor de naleving van Verordening (EG) nr. 1049/2001 is verwerking van de persoonsgegevens door de verwerkingsverantwoordelijke noodzakelijk.
De ontvangers van de gegevens zijn speciaal hiervoor aangewezen personeelsleden van Frontex die aanvragen voor openbare toegang tot documenten verwerken. Er vindt geen internationale gegevensoverdracht plaats. De gegevens worden opgeslagen voor een termijn van vijf jaar, vanaf het moment van het afsluiten van het bestand.
Aanvragers hebben het recht hun gegevens te raadplegen, rectificeren, beperken, er bezwaar tegen aan te tekenen en deze te wissen, evenals te verzoeken om overdracht van de gegevens. Aanvragers kunnen hun rechten uitoefenen via het Transparantiebureau en kunnen een klacht indienen bij de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.
De verstrekking van gegevens is een wettelijke verplichting van Verordening (EG) nr. 1049/2001. Wanneer wordt nagelaten gegevens te verstrekken, zal een aanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard.
Er wordt geen geautomatiseerd besluitvormingsproces of profilering uitgevoerd.
”Frontex, het Europees Grens- en kustwachtagentschap werd opgericht in 2004 om de EU-lidstaten en de met Schengen geassocieerde landen bij te staan om de buitengrenzen van de ruimte van vrij verkeer van de EU te beschermen” FRONTEX EUROPA.EUWAT IS FRONTEX? https://frontex.europa.eu/language/nl/ ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 50
[52] ””In 2016 is het Agentschap uitgebreid en omgevormd tot het Europees Grens- en kustwachtagentschap, waarbij het takenpakket werd verbreed van migratiebeheersing naar grensbeheer en het Agentschap meer verantwoordelijkheden kreeg bij de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit. ” FRONTEX EUROPA.EUWAT IS FRONTEX? https://frontex.europa.eu/language/nl/ [53] FRONTEXPUBLICATIONSARA 2015
In 2014, detections of illegal border-crossing reached a new record, with more than 280 000 detections. The unprecedented number of migrants crossing illegally the external borders has roots in the fighting in Syria that has resulted in the worst refugee crisis since the Second World War. Indeed, most of the detections at the borders concerned migrants from Syria, who later applied for asylum within the EU.
The record number of migrants detected at the external borders of the EU had several implications for border-control authorities and EU internal security:
1) Most of these detections were reported as part of search and rescue operations in the Central Mediterranean area. In 2014, border-control authorities saved the lives of thousands of people. However, facilitators increasingly utilised unsafe boats, with the inevitable result that migrants’ lives were put at risk.
2) The very high demand for illegal crossing to the EU, fuelled by the record number of successful entries, also led to a new modus operandi. Since September 2014, the use of large cargo ships to transport migrants directly from the Turkish coast near Mersin to Italy has been reported. This is a multi-million-euro business for organised crime groups (OCG), which is likely to be replicated in other departure countries. Another worrying trend has been the increasing number of deliberate attempts to involve merchant ships in rescuing migrants. This has prompted the International Maritime Organization (IMO) to voice the concerns of the shipping industry over its involvement in rescuing irregular migrants.
3) With record numbers of migrants crossing the border illegally, resources are devoted to their immediate care, rather than screening and obtaining information on their basic characteristics such as nationality. After they are rescued, they continue their journey to other Member States and not knowing who is travelling within the EU is a vulnerability for EU internal security.
The profile of detected irregular migrants remained relatively unchanged compared to 2013, being mostly adult males. However, the proportion of women (11%) and children (15%) reflects the fact that many migrants move to the EU with the intention of claiming asylum, thereby escaping violence in their own country.
Most migrants were detected in the Central Mediterranean area, where detections totalled over 170 000. On the Eastern Mediterranean route detections totalled over 50 800. Towards the end of 2014, detections sharply increased at the Hungarian land border with Serbia, making the Western Balkan route (with 43 357 detections) the third most important irregular migration route towards the EU.
Detections of clandestine entry in vehicles in- creased strongly from 599 in 2013 to 3 052 in 2014. This rise was due to a tenfold increase in detections reported from the Bulgarian BCPs along the land border with Turkey.
In 2014, there were just over 9 400 detections of document fraud cases on entry to the EU/Schengen area from third countries, which represented a slight decrease compared to the previous year. By contrast, cases reported on intra-EU Schengen movements showed a marked increase from 7 867 in 2013 to 9 968 in 2014 (+27%). Thus, for the first time, there were more fraudulent documents detected on intra-EU/Schengen movements than during border checks on passengers arriving from third countries. This is partly due to the large number of migrants undertaking secondary movements within the EU, often with fraudulent documents obtained in the country of their entry into the EU.
The facilitation of illegal migration remains a significant threat to the EU external borders. Detections of facilitators rose from 7 252 in 2013 to 10 234 in 2014. The increase was mostly due to higher numbers reported in Spain, Italy and Bulgaria.
Member States reported more than 114 000 refusals of entry issued at the external borders of the EU, a decrease of 11% compared to 2013. The decrease is the consequence of the record high of 2013, when an exceptionally large number of Russians of Chechen origin were refused entry because they lacked a valid visa.
In 2014, there were 441 780 detections of illegal stay in the EU, which represents an increase compared to the year before. Most of the increase was due to a higher number of detected Syrians and Eritreans who later applied for asylum.
A total of 252 003 third-country nationals were subject to an obligation to leave the EU as a result of an administrative or judicial decision, which was a 12% increase compared to 2013.
In 2014, there were 161 309 third-country nationals effectively returned to countries outside the EU, which was broadly similar to the numbers returned in 2013. The UK was the Member State that conducted the largest number of returns (36 313), with steady trends to India and Pakistan. Greece reported an increase in effective returns, mostly of Albanians.
As regards the wider geopolitical context, two issues clearly stand out: the conflict in Syria and the continued volatility in North African countries, notably Libya, from where mi- grants often depart in their attempt to cross the Mediterranean Sea. The large number of displaced Syrians in the Middle East and North Africa suggests that Syria will likely remain the top country of origin for irregular migrants and asylum seekers in the EU for some time to come. In Libya, migrants are in an extremely vulnerable situation, especially those in areas affected by the fighting. Migrants in Libya also face arbitrary detention and very poor conditions of detention, marked by overcrowding, poor sanitation and exploitation.
The ongoing crisis in Ukraine will continue to be an important factor affecting population movements. However, so far it has not resulted in marked changes in illegal migration movements towards the EU. The main development along the eastern land border has been the reduction in the number of regular passengers from the Russian Federation to the EU due to the economic downturn.
Looking ahead, the likelihood of a large number of illegal border-crossings to the EU is high and so is the probability of a large number of migrants needing assistance in terms of search and rescue operations (but also the provision of international protection), in particular in the southern section of the external border, on the Eastern Mediterranean and the Central Mediterranean routes. Many migrants who cross illegally and apply for asylum are not detained and thus continue making their journey within the EU.
Most risks associated with document fraud were assessed as high. Indeed, document fraudsters not only undermine border security but also the internal security of the EU.
These risks are common to nearly all Member States, as they are associated with passenger flows and border checks, which are a specific expertise of border-control authorities. Most cases of fraud are expected to involve EU travel documents and there are indications of a shift away from the use of passports towards less sophisticated documents such as ID cards and residence permits.Overall, there is an underlying threat of terrorism-related travel movements especially due to the appeal of the Syrian conflict to both idealist and radicalised youths. The conflict in Syria has attracted hundreds of foreign fighters, including EU citizens, dual-nationality holders and other third-country nationals.
Het Europees Grenswachtagentschap (Frontex) ondersteunt en coördineert de bewaking van de buitengrenzen van de Europese Unie. Lidstaten zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor de bewaking van buitengrenzen. Het agentschap vult de lidstaten waar nodig aan.
Frontex werd in 2004 opgericht en in 2016 omgevormd tot het Europees Grens- en kustwachtagentschap. De bevoegdheden van Frontex werden uitgebreid van migratiebeheersing naar grensbeheer. Taken van het agentschap zijn onder andere ondersteuning bieden bij het opleiden van grenswachters, het bestrijden van internationale criminaliteit en het beheersen van migratie op zee.
In maart 2019 kwamen de onderhandelaars van het EP en de Raad overeen dat de operationele capaciteit van Frontex geleidelijk fors wordt uitgebreid. De capaciteit moet in 2027 10.000 mensen zijn. Frontex wordt vanaf 2021 ingezet bij grenscontroles of een migratiecrisis, na toestemming van het betreffende land. De lidstaten blijven primair verantwoordelijk voor hun grensbeheer.
Werkzaamheden van het Europees Grenswachtagentschap
Om tot een gemeenschappelijke bewaking van de buitengrenzen te komen is het agentschap verantwoordelijk voor:
– De coördinatie van de operationele samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van het beheer van de buitengrenzen.
– Het helpen van de lidstaten bij het opleiden van nationale grenswachten, met inbegrip van de vaststelling van gemeenschappelijke opleidingsnormen.
– Het uitvoeren van risicoanalyses.
– Het volgen van de ontwikkelingen op het gebied van onderzoek dat relevant is voor de controle en bewaking van de buitengrenzen.
– Het bijstaan van de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen.
– Ondersteuning bieden aan de lidstaten bij de organisatie van gezamenlijke terugkeeroperaties.
Met ingang van mei 2010 heeft Frontex de taken overgenomen van het Centrum voor informatie en beraad inzake grensoverschrijding en immigratie (CIREFI). In dit forum onder verantwoordelijkheid van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken kwamen landelijke experts van de lidstaten van de EU en de andere Schengen-staten (Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein) vanaf 1993 maandelijks samen om informatie uit te wisselen. Door de informatiefunctie van Frontex was CIREFI overbodig geworden.
In juni 2021 bracht de Europese Rekenkamer een vernietigend rapport uit over Frontex waarin staat dat het agentschap niet in staat zou zijn de illegale immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit aan de Europese buitengrenzen effectief te bestrijden. Ook constateerde de rekenkamer dat het huishoudboekje van Frontex niet op orde is en is er geen informatie over de werkelijke kosten van operaties. De rekenkamer beval Frontex aan zo snel mogelijk “het huis op orde” te brengen.
Uitgebreide taken Europees Grenswachtagentschap
In 2016 zijn de bevoegdheden van Frontex uitgebreid en is de organisatie omgevormd tot het Europees Grens- en kustwachtagentschap. De ‘roepnaam’ Frontex is wel behouden. Reden voor de hervorming was de stijging van het aantal migranten dat naar Europa kwam. De taken van Frontex zijn uitgebreid van alleen migratiebeheersing naar de bewaking van de EU-buitengrenzen in het algemeen.
Frontex coördineert het terugsturen van afgewezen asielzoekers en ondersteunt lidstaten bij het bewaken van de buitengrenzen van EU. Lidstaten zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor grensbewaking. Wanneer een lidstaat in een crisis weigert de hulp van het Europees Grenswachtagentschap in te roepen, krijgen andere lidstaten de mogelijkheid hun landsgrenzen te gaan controleren. Dit kan pas wanneer is vastgesteld dat de Schengenzone in gevaar is.
Alle lidstaten moeten sinds 2016 samen permanent 1500 grenswachten paraat hebben staan om in actie te kunnen komen als de bewaking van de buitengrenzen onder druk staat. Nederland levert 50 van deze grenswachten. Ook moeten de lidstaten binnen tien dagen materiaal kunnen leveren als dit nodig is, bijvoorbeeld helikopters, schepen of apparatuur om vingerafdrukken af te nemen. Diensten van het Europees Grenswachtagentschap zijn herkenbaar aan het blauwe EU-logo met gele sterren.
In 2018 kwam de Europese Commissie met nieuwe voorstellen die er op gericht zijn om de slagkracht van Frontex fors uit te breiden. In november 2019 nam de Raad deze herzieningen aan. Frontex krijgt meer personeel en technische uitrusting. Daarnaast krijgt het een ruimer mandaat om de activiteiten van de lidstaten op het gebied van met name grenstoezicht, terugkeer en samenwerking met derde landen te ondersteunen.
Vanaf mei 2019 patrouilleert Frontex ook in Albanië. Het agentschap is hiermee voor het eerst actief in een niet-lidstaat.
Mensenrechten en het Agentschap
Sinds 2009 is Frontex juridisch gebonden aan het Handvest voor Grondrechten in de EU. Het gaat daarbij vooral om de behandeling van illegale asielzoekers en migranten die bij operaties in bewaring worden gesteld.
3.
Organisatie
De dagelijkse leiding berust bij de directeur met daarnaast een Raad van Bestuur. Een groot deel van de medewerkers is gedetacheerd vanuit de lidstaten.
Frontex opende in oktober 2010 een speciaal regiokantoor in Griekenland. Dit omdat veel van de illegale immigranten de EU binnenkomen via de landen rond de Middellandse Zee, en Griekenland in het bijzonder.
4.
Inspraak EU-lidstaten
Het Agentschap staat onder het gezag van de raad van bestuur die is samengesteld uit twee vertegenwoordigers van elke lidstaat, een vertegenwoordiger van de Europese Commissie, en hun plaatsvervangers.
Het Europees Grenswachtagentschap werkt nauw samen met andere agentschappen die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid aan de buitengrenzen, zoals Europol, Eurojust, de Europese Politieacademie en het bureau voor fraudebestrijding OLAF.
5.
Nederland (vertegenwoordiging) en Frontex
Nederland wordt in de Raad van Bestuur van het Europees Grenswachtagentschap formeel vertegenwoordigd door de Commandant van de Koninklijke Marechaussee. In de praktijk wordt deze plek veelal waargenomen door de Directeur Operaties van de Koninklijke Marechaussee.
Sea-Watch en 21 andere organisaties roepen met #DefundFrontex op om het budget van Frontex te heroriënteren naar de opbouw van een door de overheid geleid en gefinancierd, landelijk en civiel reddingsprogramma op zee.
Sinds 2015 zijn meer dan 18.000 mensen verdronken in de Middellandse Zee. Zij zijn het directe gevolg van het Europese beleid van afsluiting, dat zijn praktische uitvoering vindt bij het Europese agentschap voor grensbeheer Frontex. Terwijl de Middellandse Zee ’s werelds dodelijkste migratieroute is geworden, probeert de EU de status quo te handhaven door het budget voor haar agentschap voor grensbeheer voortdurend te verhogen. Tegen 2027 laat de EU het werk van Frontex 5,6 miljard euro kosten zonder ook maar één euro uit te geven aan het redden van mensenlevens.
Uit onderzoek van Sea-Watch en Frag den Staat is gebleken dat zelfs een miniem deel van de operationele begroting van Frontex voor dit jaar voldoende zou zijn om een nationaal civiel reddingsprogramma op zee op te zetten.
“De prioriteit van Frontex lijkt afschrikking en verdediging tegen migratie ten koste van alles te zijn. Het geld voor een levensreddende en mensenrechtenconforme praktijk aan de grenzen van Europa is er. Alleen de politieke wil ontbreekt”, Doreen Johann, Sea-Watch.
De EU verhindert actief legale en veilige toegangsroutes door de grenspolitie te versterken en door verdere grenscontroles uit te besteden via samenwerking met derde landen. Daarmee schaft zij de facto niet alleen het fundamentele recht op asiel af, maar draagt zij ook de directe verantwoordelijkheid voor duizenden doden aan haar grenzen. “Frontex heeft de uitbreiding van zijn bevoegdheden in de eerste plaats gebruikt om de mensenrechten verder te ondermijnen en het leven van mensen op doorreis nog meer in gevaar te brengen”, voegt Doreen Johann toe.
Frontex gebruikt zijn enorme jaarlijkse operationele begroting uitsluitend om toezichts- en coördinatietaken uit te voeren, maar negeert zijn wettelijke verplichting om mensenlevens te redden. Sea-Watch en 21 andere voorstanders roepen daarom op tot een koerswijziging die allang had moeten plaatsvinden. “De Frontex-begroting moet worden gebruikt om levens te redden, niet om grondrechten verder te schenden. De eerste stap in die richting is een nationaal, civiel reddingsprogramma op zee. We moeten mensen beschermen, geen grenzen”, besluit Doreen Johann.
ZIE OOK
DEFUND FRONTEX, BUILD A EUROPEAN SEARCH AND RESCUE PROGRAMME
The UNITED ‘List of Deaths’ draws since 1993 unwelcome attention to the role of our societies in protecting those who flee from war, persecution, poverty or natural disasters and highlights the serious flaws in our asylum and immigration systems that repeatedly threaten human dignity. On the way to Fortress Europe, in detention or identification camps, during deportation, or once repatriated, many refugees and migrants die.
Europe’s exclusion policies make it almost impossible to enter Europe regularly. These fatal policies have forced thousands of people to resort to irregular ways of getting to a country where they are safe and where economical survival is possible. No matter how different the circumstances of these deaths are, they can all be ultimately put down to one reason: the building of a Fortress Europe which refers to the policy of exclusion and the on-going tightening of EU asylum policies. These decisions are taken on highest political level: the Schengen Treaty, the Dublin Convention and EU border control programmes.
We face a rat race of tougher asylum policies amongst the European Member States – accompanied by common European initiatives to reduce immigration. EU migration policies are driven by targets and objectives rather than humanity.
In the face of civil war, conflict and global political and social unrest, Europe responds by adopting exclusionary practice and policies, turning a blind eye to the root causes of migration. Refugees and migrants fleeing to Europe are presented to the public opinion (and as a result perceived) as the reason of many problems in Europe. They are abused as scapegoats, thus stimulating racist ideology and offering ground to right wing populist parties. Instead of being the problem, refugees and asylum seekers are in search of a solution to the serious problems they leave behind in the countries they had to flee. Refugees are not the problem! The real problem is a general lack of vision in Europe on migration and a lack of support for the peaceful development in their home countries.
It is important to bear in mind that all these deaths are due to policies that criminalise a fundamental human right: freedom of movement. Many also violate other rights such as the right to leave and return to your country of origin, the right to seek asylum and the right to family reunification. These rights are laid out in the 1951 Geneva Convention and are not simply a set of values and principles the EU should try to uphold, but constitute international law to which each participating country is bound.
FRONTIERS OF HOPE?
The European agreement called ‘Dublin Convention’ requires asylum seekers to register in the country where they first enter the EU. In reality this tends to be the south of Europe, such as Italy, Spain and Greece. These three countries are heavily indebted and provide only minimal welfare for refugees, already struggling to provide for their inhabitants. This situation leads to the development of xenophobia, racist attacks and growing populist political movements.
Many refugees are left without protection after entering the EU but are forced to stay in the country ‘responsible’ for them. The Dublin agreement became a key tool in a regime of border controls, allowing refugees to be deported from the wealthier northern countries back to poorer countries of entry. This is just passing the buck of responsibilities. In their turn the EU-border countries are pushing back newly arrived refugees to outside EU territory. And their non-EU neighbours are financially supported to keep the refugees even further away from ‘our’ borders. These pushback actions must be stopped and responsibilities taken.
Unfortunately, the issue is not high on the political agenda of the mainstream politicians. Right-wing populists however are taking up the issue and campaigning against immigration. In the discourse of European politicians, ‘traffickers’ and ‘people smugglers’ are identified as being the great villains, yet the hardened borders and tightened asylum policies directly force people in illegality and create a need for facilitators helping migrants to cross borders. Traffickers are not the reason for migration.
When so many choose to take their own lives rather than returning to the situations they fled from, when migration is not just the nicer, but the only option, there is clearly a need for governments to critically assess their decision-making processes.
In January 2014, a group of 12 refugees drowned after the Greek coast guard pushed back their boat at high speed to Turkish waters. The boat capsized and the refugees were prevented by the coast guards to leave their sinking vessel (ECRE, 2014).
BORDER MANAGEMENT & EXTERNALISATION
For years European governments have tried to implement border control and militarisation policies. What can be seen is that borders are shifting towards the outer parts of Europe where tighter controls are being implemented. The ultimate aim of the ‘management of external borders’ is to stop victims of persecution, civil war and forced migration even before they reach Europe. Numerous deaths, including those that remain unknown, are a direct consequence of the reinforcement of EU borders. Further realignments and restructuring of borders just leads to refugees trying to find other ways inside, often through more dangerous routes.
The externalisation of the EU’s political borders can be seen mostly in North African countries, whose coasts are the starting point for many migrant journeys into Europe, especially to Spain, Italy and Greece.
In February 2014, a group of migrants were shot at with rubber bullets by the Moroccan and Spanish border police while they were trying to swim to the Spanish enclave Ceuta, at the Moroccan border. Police was shooting both directly at people and at the floating tools the migrants needed for swimming. 17 people were killed (No Borders, 2014).
Externalising EU policy is not the only method used, processes of “border imperialism” are also at play; countries in negotiation to become member states such as Turkey must comply with the Schengen Agreement and adopt European policies. In April 2014, Turkey and EU have signed an agreement that makes it possible to return migrants from the EU to Turkey and vice versa. Under this agreement, Turkey receives financial and technical support to help build up border police and install border surveillance equipment.
Furthermore, the EU seeks cooperation with countries like Libya and Morocco in order to prevent migrants and refugees from reaching Europe at all.
By contracting out border policing, migrants are subjected to inhumane treatment that the Human Rights Convention prohibits. Millions of euros are being spent on the construction of ‘walls’ around Europe. The budget of Frontex, the European agency set up to coordinate the external border management, is a vast 90 million euros annually.
Perhaps the analogy of “Fortress Europe” is even misleading; these territories and spaces are pliable, ignoring certain streams of migration, such as irregular migration that brings in the labour upon which the economies of many EU member states depend. ‘Illegal’ migrant workers have become a vital economic necessity, since countries are facing labour shortages and vacancies that cannot be filled by the domestic workforce.
However, no matter how hard Europe tries, it will always be incapable of ‘effectively’ shutting its doors. The more they try and the stricter laws are implemented, the higher the number of deaths. By reinforcing their exclusionist policy, they are simply pushing the most vulnerable into even more dangerous situations.
PROCESS INEFFECTIVENESS
There is a clear defect in immigration and asylum policies across Europe; the blind ambition of governments to control migration flows and meet immigration targets are not matched by resources, skills and training of the staff employed to conduct procedures. Within Europe, tens of thousands of migrants are trapped in bureaucratic systems, unable to become part of any society. When policies are shaped purely as a reaction to statistics and goals, they are both ill thought out and difficult to implement. Frequent changes to the application process, to employment and movement restrictions, and entitlement to support services and healthcare all around Europe often lead to confusion, misapplication and result in more unnecessary deaths.
In January 2013, the Russian asylum seeker Alexander Dolmatov committed suicide in a deportation centre in the Netherlands where he was placed due to a system error. For fear of being deported back to Russia, he took his own life while under state supervision (UNITED for Intercultural Action, 2013).
DETENTION
Refugees, asylum seekers and “illegal” migrants, even children, are often held in detention. Detention centres exist throughout Europe and they go under many different names. Detention can last from a few weeks to a year and longer, according to national immigration law. Although media insist in naming them “waiting zones”, “identification centres”, “accommodation centres”, “hospitium” etc., people in holding are often treated worse than criminals. In many countries these centres function as no more than basic prisons, except for the fact that due to the overcrowding and lack of a common policy, basic human rights are daily violated. Legal assistance is often denied and NGO’s and humanitarian associations are regularly denied entrance to the camps. The whole management of detention is often military-based, and due to the lack of interpreters and social workers, conflicts and misunderstandings are solved with the use of violence.
More and more frequent episodes of self-destruction practices take place: from hunger strikes, eyes- and mouth-sewing to all manners of suicide, including putting oneself on fire. These episodes rarely catch the attention of the media. The suicides, as being caused by the extremely hard conditions of detention and by the lack of social, medical and legal assistance, are directly linked to the enforcement of the exclusion policies referred to as Fortress Europe. Refugee camps and detention centres are on the edge of illegality themselves according to the international conventions on asylum, human rights and preventive detention. Governments should stop placing migrants (and their children) in detention for the ‘crime’ of travelling without documents.
In February 2014, Kahve Pouryazdan, a 49-year old Iranian, set himself on fire. He had spent 10 hopeless years in Germany, he could not leave and even though he could speak perfectly German, all doors remained closed for him. No work, no perspective. A terrible death (Karawane, 2014).
DEPORTATION
Whether due to a (mis)belief that countries in conflict are now safe places to return to or simply that the requirements to stay in the EU have not been met, deportations are a convenient way to manage immigration statistics and to cattle people around. This is only viable if we can ensure their safety and reintegration upon return. Regardless of the wisdom of authorities’ decisions, they have a duty to conduct deportation procedures in a way that prioritises safety, welfare and preserves human dignity.
The fact that governments across Europe regularly refuse asylum or issue deportation orders have enormous impacts upon the psychological and emotional state of applicants. UNITED has recorded many instances over the years where forced repatriation or failed asylum claims have resulted in deaths.
In March 2013, Khalid Shahzad, 52 years old (Pakistan), died just hours after being put on the train from a removal centre. He was released in poor health conditions and medical advice had been ignored (The Guardian, 2013).
Noodhulp heeft blijkbaar een prijskaartje, schamperde de oppositie nadat staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Asiel) de voorwaarden had gepresenteerd voor de opname van honderd kwetsbare vluchtelingen uit het afgebrande kamp Moria. De deal ontleed.
Honderd minder kwetsbare vluchtelingen
Nederland gaat honderd kwetsbare vluchtelingen uit Moria ophalen, maar neemt er volgend jaar honderd minder op. Oppositie, burger- en mensenrechtenorganisaties zijn woedend over deze papieren ‘uitruil’ van mensenlevens. In praktijk betekent het namelijk dat honderd andere vluchtelingen die vaak al jaren wachten in troosteloze vluchtelingenkampen in Turkije, Niger, Bangladesh of Libanon nog langer moeten wachten tot ze aan hun nieuwe leven kunnen beginnen.
Het aantal vluchtelingen dat via het zogeheten resettlement programma (hervestiging) van de Verenigde Naties een plek krijgt in westerse landen daalt al sinds 2016 hard, terwijl het aantal vluchtelingen juist sterk toeneemt. Wereldwijd zijn bijna 80 miljoen mensen op de vlucht, van wie het leeuwendeel wordt opgevangen in kampen of gastgemeenschappen in ontwikkelingslanden. Volgens de UNHCR staan momenteel 1,4 miljoen vluchtelingen klaar om direct te worden gehervestigd. In 2018 werden slechts 55.680 vluchtelingen daadwerkelijk opgehaald, 6 procent van de vastgestelde behoefte in dat jaar. Voor dit jaar ziet het er niet beter uit met nog slechts 23.349 toezeggingen.
Canada is nu met 30 duizend hervestigingen per jaar koploper in de wereld, gevolgd door Australië, Zweden en Noorwegen. Nederland behoort met jaarlijks 500 plekken tot de Europese middenmoot. De Verenigde Staten, die voor het tijdperk-Trump jaarlijks 100 duizend vluchtelingen opnamen, blijven dit jaar steken op 18 duizend vluchtelingen.
Het verkorten van de asielprocedures
Haagse bezuinigingen in 2017 hebben ertoe geleid dat de asielprocedure, ironisch genoeg, almaar verder werd opgerekt. Immigratiedienst IND kampt tot de dag van vandaag met forse achterstanden. Staatssecretaris Broekers-Knol probeert die nu weg te werken met behulp van een taskforce en stelt in het licht van de Moria-deal een nieuwe troef in het vooruitzicht: het afschaffen van het zogenaamde eerste gehoor.
Tijdens dit eerste gesprek met de IND krijgen asielzoekers vragen voorgelegd over identiteit, nationaliteit en reisroute, die ook al zijn gesteld tijdens het zogenaamde aanmeldgehoor – het gesprek dat direct na aankomst plaatsvindt in het Groningse Ter Apel. Dit heeft een vertragend effect op de procedure, schrijft Broekers-Knol aan de Kamer. Omdat het eerste gehoor volgens dit plan komt te vervallen, zal voortaan tijdens het aanmeldgehoor worden gevraagd naar het asielmotief.
Los van de zorgen die hulporganisaties als Vluchtelingenwerk en Defence for Children hebben over toenemende onzorgvuldigheid in de procedures, is het de vraag of deze verandering de beoogde tijdwinst oplevert. ‘Het eerste gehoor vindt normaal gesproken plaats op dag 1 van de procedure, het tweede gehoor op dag 3’, zegt Arjen Leerkes, hoogleraar migratie in Maastricht. ‘We hebben het hier dus over een beperkte tijdswinst van twee dagen per aanvraag.’
Criminele vreemdelingen sneller uitzetten
Op dit punt vangt Den Haag al vele jaren bot. Europese verdragen schrijven voor dat alle asielzoekers, en dus ook diegenen met criminele antecedenten, recht hebben op opvang tijdens hun procedure. Het uitzetten vormt een tweede obstakel: herkomstlanden zoals Marokko weigeren steevast criminele burgers terug te nemen.
Hoe wil Broekers-Knol ditmaal dan wel zegevieren? In haar brief aan de Kamer wijst ze op verruiming van het vierde lid van artikel 21 van de Vreemdelingenwet, zodat het makkelijker wordt om verblijfsvergunningen voor criminele vreemdelingen bij verschillende delicten in te trekken. Dit is nu alleen nog mogelijk bij opiumdelicten.
Het wetsartikel heeft overigens niets met asielzoekers te maken, maar met vreemdelingen die in Nederland zijn geboren of als kind naar Nederland zijn gekomen. Voor de goede orde: het gaat hier niet om Nederlanders, maar om bijvoorbeeld kinderen van migrantenouders die de Nederlandse nationaliteit nooit hebben aangevraagd.
Het is wel de vraag hoe groot deze groep is. ‘Van de mensen met een Marokkaanse achtergrond heeft, schat ik, 80 tot 90 procent de Nederlandse nationaliteit’, zegt hoogleraar Leerkes. Toch is het volgens hem een internationale trend om migranten die geen staatsburger zijn harder aan te pakken. ‘Dat heeft onder andere te maken met het afgenomen geloof in de effectiviteit van resocialisatie. Daarom wil de politiek deze mensen buiten de samenleving plaatsen. Vervolgens ontstaat een nieuwe discussie, want moet je Marokko laten opdraaien voor een criminele burger die daar nooit heeft gewoond?’
De suggestie dat criminele vreemdelingen sneller kunnen worden uitgezet door de regels aan te scherpen, is volgens migratiedeskundige Martijn Stronks een politieke illusie. ‘Het openbare-ordebeleid is op dit punt de afgelopen 25 jaar een keer of acht veranderd. Je kunt regels aanscherpen, maar de praktijk is weerbarstiger’.
Stronks wijst op de rechterlijke toets van proportionaliteit die aan een uitzetting vooraf gaat: iemand kan nog zo crimineel zijn, als hij al geruimde tijd in Nederland woont, kan een rechter besluiten om diegene vanwege familiebanden of geworteldheid niet uit te zetten.
Hogere straffen voor mensensmokkel
In 2016 maakte toenmalig staatssecretaris Dijkhof (VVD) zich hier al hard voor. Met succes: de maximumstraf voor mensensmokkel ging omhoog van vier naar zes jaar, met mogelijkheid tot verhoging tot achttien jaar als sprake is van zwaar lichamelijk letsel of de dood.
Omdat mensensmokkel volgens de wet betrekking heeft op ‘illegale toegang, doorreis en verblijf’, kom je met deze maatregel op het terrein van asiel uit. Een groot deel van de asielzoekers is immers met behulp van mensensmokkelaars naar Nederland gekomen.
Het is nog onduidelijk welke verhoging van de strafmaat het kabinet voor ogen heeft.
Bijna twee jaar na het sluiten van de omstreden ‘EU-Turkije deal’ is een nieuwe deal met het belangrijke migratieland Libië een feit, concludeert VluchtelingenWerk Nederland. De afgelopen weken zijn soortgelijke afspraken tussen Libië en Europese landen in werking getreden. Vluchtelingen en migranten die via Libië de oversteek naar Europa proberen te maken worden tegengehouden door de Libische kustwacht. In ruil daarvoor ondersteunen en financieren Europese landen de Libische kustwacht en nemen EU-lidstaten kwetsbare vluchtelingen van Libië over. De eerste 162 vluchtelingen zijn inmiddels overgevlogen naar Italië. Ook Frankrijk en Duitsland zullen een aantal kwetsbare vluchtelingen uit Libië opnemen. Jasper Kuipers, adjunct-directeur bij VluchtelingenWerk Nederland noemt de deal “een nieuw moreel dieptepunt in de Europese aanpak van migratie.”
Afschuiven van verantwoordelijkheden
Volgens VluchtelingenWerk mogen dergelijke afspraken alleen worden gemaakt als de mensenrechten van vluchtelingen en migranten geborgd zijn. In het geval van Libië is dit overduidelijk niet het geval: teruggestuurde vluchtelingen en migranten verblijven in smerige opvangcentra waarvan gebleken is dat er martelingen en slavenhandel plaatsvinden. Kuipers: “Het is duidelijk dat Europa hier maar een doel voor ogen heeft: het afschuiven van de verantwoordelijkheid voor vluchtelingenbescherming. Bij de EU-Turkije deal werd nog een rooskleurig beeld geschetst van de omstandigheden voor vluchtelingen in dat land. In het geval van Libië geven lidstaten ronduit toe dat de omstandigheden er afschuwelijk zijn. Wij vinden het onbegrijpelijk dat Europa dit willens en wetens doet.”
Regeerakkoord
In het Nederlandse regeerakkoord staat duidelijk aangegeven dat alleen afspraken over migratie gemaakt kunnen worden met zogenaamde veilige derde landen, die voldoen aan de voorwaarden van het Vluchtelingenverdrag. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft in de Tweede Kamer eerder zelfs gezegd dat Libië, gelet op de mensonterende situatie, zich op dit moment niet kwalificeert voor een afspraak zoals de EU met Turkije heeft gemaakt. Kuipers: “Hoe kan de Staatssecretaris dit rijmen met wat we nu in de praktijk zien gebeuren?”
Hervestiging
VluchtelingenWerk noemt de hervestiging van kwetsbare vluchtelingen uit Libië naar Europa een ‘klein lichtpuntje’. De eerste 162 vluchtelingen zijn inmiddels overgebracht naar Italië. Het overnemen van de meest kwetsbare vluchtelingen is een van de belangrijkste voorwaarden voor migratie-afspraken. Kuipers: “Helaas is volstrekt onduidelijk hoeveel vluchtelingen Europa over zal nemen en welke lidstaten hieraan mee gaan doen. Tot nu toe is het een druppel op een gloeiende plaat.”
Voorwaarden voor migratie-afspraken
VluchtelingenWerk vindt samenwerking met landen buiten Europa op het gebied van migratie vanzelfsprekend, maar vindt dat daarin de mensenrechten centraal moeten staan. Zonder waarborgen daarvoor mogen onder geen beding afspraken worden gemaakt over het tegenhouden van vluchtelingen. Ook het naleven van het verbod op refoulement, juridische en democratische waarborgen en serieuze inspanningen voor het wegnemen van de grondoorzaken van migratie behoren tot deze voorwaarden. De uitwerking hiervan is te lezen in het rapport “Buiten de muren van fort Europa”.
Volgens VluchtelingenWerk moet samenwerking met derde landen op het gebied van migratie in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoen:
1. Gedeelde verantwoordelijkheid: de EU moet ook verantwoordelijkheid nemen door vluchtelingen te hervestigen
Volgens de UNCHR zijn tot nu toe 162 personen, overwegend vrouwen en kinderen die volgens UNHCR dringend zorg nodig hadden, overgevlogen naar Italië. Frankrijk en Duitsland hebben ook toegezegd vluchtelingen op te vangen. Met deze hervestiging is wel pas begonnen nadat de EU de Libische kustwacht ondersteunt bij het onderscheppen en terugsturen van vluchtelingen naar Libië waardoor het aantal vluchtelingen dat de oversteek waagde is gedaald. Hiermee lijkt het erop dat hervestiging voorwaardelijk is gemaakt aan het aantal mensen dat de oversteek waagt. Het sluiten van grenzen mag echter geen voorwaarde zijn voor hervestiging van de meest kwetsbaren.
2. Vluchtelingenbescherming centraal: mensenrechten moeten in de praktijk gewaarborgd zijn
In Libië is dit geenszins het geval: personen die door de Libische kustwacht zijn onderschept, komen in detentiecentra terecht. Zij zijn volgens Amnesty International het slachtoffer van willekeurige opsluiting, foltering, dwangarbeid, afpersing, moord en doodslag, uitgevoerd door zowel de autoriteiten als mensenhandelaars, gewapende groepen en milities.
3. Democratische borging: deals moeten tot stand komen via transparante besluitvorming en democratische controle
Italië heeft een zogenaamd memorandum of understanding met Libië ondertekend, dat ondersteund wordt door de Europese Raad. Er is geen onafhankelijk toezicht en geen rapportage van EU-instanties over de mensenrechtensituatie. Het Europese Parlement heeft na het rapport van Amnesty International aangedrongen op een grondig onderzoek naar de manier waarop Brussel en lidstaten hun geld in Libië besteden.
4. Wegnemen grondoorzaken: de EU moet zich inspannen om de toegang tot bescherming in het derde land te versterken
De EU heeft aangegeven zich in te zetten om de situatie van migranten in de Libische detentiecentra te verbeteren waarbij het uiteindelijke doel is deze detentiecentra te sluiten en te komen tot alternatieve ontvangst- en transitcentra. Maar voortgang blijft volgens het Kabinet ‘moeizaam gezien de complexe situatie in het land’. Daarnaast zet de EU zich in bij het faciliteren van vrijwillige terugkeer naar herkomstlanden vanuit Libië en het voorkomen van irreguliere migratie – via informatiecampagnes en aanpak van grondoorzaken. De EU zou zich echter hard moeten maken om te zorgen dat alle vluchtelingen die gedetineerd zijn, vrij worden gelaten en toegang hebben tot een zorgvuldige asielprocedure.
Fresh evidence of harrowing violations, including sexual violence, against men, women and children intercepted while crossing the Mediterranean Sea and forcibly returned to detention centres in Libya, highlights the horrifying consequences of Europe’s ongoing cooperation with Libya on migration and border control, said Amnesty International in a report published today.
The report also found that since late 2020 Libya’s Directorate for Combatting Illegal Migration (DCIM), a department of the interior ministry, had legitimized abuse by integrating two new detention centres under its structure where hundreds of refugees and migrants had been forcibly disappeared in previous years by militias. At one recently rebranded centre, survivors said guards raped women and subjected them to sexual violence including by coercing them into sex in exchange for food or their freedom.
“The report also highlights the ongoing complicity of European states that have shamefully continued to enable and assist Libyan coastguards in capturing people at sea and forcibly returning them to the hellscape of detention in Libya, despite knowing full well the horrors they will endure.”
Amnesty International is calling on European states to suspend cooperation on migration and border control with Libya. This week Italy’s parliament will debate the continuation of their provision of military support and resources to Libyan coastguards.
The report details the experiences of 53 refugees and migrants previously detained in centres nominally under the control of DCIM, 49 of whom were detained directly following their interceptions at sea.
Libyan authorities have vowed to close DCIM centres rife with abuse, but similar patterns of violations have been reproduced in newly opened or re-opened centres. In an illustration of entrenched impunity, informal sites of captivity originally run by non-DCIM affiliated militias have been legitimized and integrated into the DCIM. In 2020, hundreds of people disembarked in Libya had been forcibly disappeared at an informal site, then controlled by a militia. Since then, Libyan authorities have integrated the site into the DCIM, named it the Tripoli Gathering and Return Centre, colloquially known as Al-Mabani, and also put the former director and other staff of the now-closed Tajoura DCIM centre in charge. Tajoura, which was notorious for torture and other ill-treatment, was ordered closed in August 2019, a month after airstrikes that killed at least 53 detainees.
Ongoing abuse in Libyan detention centres
In the first half of 2021, more than 7,000 people intercepted at sea were forcibly returned to Al-Mabani. Detainees held there told Amnesty International they faced torture and other ill-treatment, cruel and inhuman detention conditions, extortion and forced labour. Some also reported being subjected to invasive, humiliating and violent strip-searches.
Tripoli’s Shara’ al-Zawiya centre is a facility which was also previously run by non-affiliated militias and was recently integrated under DCIM and designated for people in vulnerable situations. Former detainees there said that guards raped women and some were coerced into sex in exchange for their release or for essentials such as clean water. “Grace” said she was heavily beaten for refusing to comply with such a demand: “I told [the guard] no. He used a gun to knock me back. He used a leather soldier’s shoe … to [kick] me from my waist.”
Two young women at the facility attempted to commit suicide as a result of such abuse.
Three women also said that two babies detained with their mothers after an attempted sea crossing had died in early 2021 after guards refused to transfer them to hospital for critical medical treatment.
Amnesty International’s report documents similar patterns of human rights violations, including severe beatings, sexual violence, extortion, forced labour, and inhuman conditions across seven DCIM centres in Libya. In Abu Issa centre in the city of al-Zawiya, detainees reported being deprived of nutritious food to the point of starvation.
In Al-Mabani and two other DCIM centres, Amnesty International documented the unlawful use of lethal force when guards and other armed men shot at detainees, causing deaths and injuries.
Libyan “rescue” missions endangering lives
Between January and June 2021, the EU-backed Libyan coastguards intercepted around 15,000 people at sea and returned them to Libya – more than in all of 2020 – during what they describe as “rescue” missions.
People interviewed by Amnesty International consistently described Libyan coastguards’ conduct as negligent and abusive. Survivors described how Libyan coastguards deliberately damaged their boats, in some cases causing them to capsize, leading refugees and migrants to drown on at least two occasions. One eyewitness said after Libyan coastguards caused a dinghy to capsize, they filmed the incident with their phones instead of instead of rescuing all survivors. Over 700 refugees and migrants drowned along the central Mediterranean Sea route in the first six months of 2021.
Refugees and migrants told Amnesty International that as they attempted sea crossings, they frequently saw aircraft overhead or ships nearby that did not offer them assistance before the Libyan coastguards’ arrival.
Frontex, the European Border and Coast Guard agency, has carried out aerial surveillance over the Mediterranean to identify refugee and migrants’ boats at sea and has operated a drone over this route since May 2021. European navies have largely abandoned the central Mediterranean to avoid having to rescue refugee and migrants’ boats in distress.
Italy and other EU member states have also continued to grant material assistance, including speedboats, to Libyan coastguards and are working to establish a maritime coordination centre in Tripoli’s port, mostly funded by the EU Trust Fund for Africa.
“Despite overwhelming evidence of reckless, negligent and unlawful behaviour by Libyan coastguards at sea and systematic violations in detention centres after disembarkation, European partners have continued to support Libyan coastguards to forcibly return people to the very abuse they fled in Libya,” said Diana Eltahawy.
“It’s well past time for European states to acknowledge the indefensible consequences of their actions. They must suspend cooperation on migration and border control with Libya and instead open urgently needed pathways to safety for the thousands in need of protection currently trapped there.”
Libya has long been unsafe for refugees and migrants. Both state and non-state actors subject them to a catalogue of human rights violations and abuses including unlawful killings, torture and other ill-treatment, rape and other sexual violence, indefinite arbitrary detention in cruel and inhuman conditions, and forced labour, among others. Despite well-documented patterns of horrific abuse committed with impunity for over a decade, European states and institutions continue to provide material support and pursue migration policies enabling Libyan coastguards to intercept men, women and children attempting to flee to safety by crossing the Mediterranean Sea and forcibly return them to Libya.
Libya – Over the past weekend, IOM staff in Niger and Libya documented shocking events on North African migrant routes, which they have described as ‘slave markets’ tormenting hundreds of young African men bound for Libya.
Operations Officers with IOM’s office in Niger, reported on the rescue of a Senegalese migrant (referred to as SC to protect his identity) who this week was returning to his home after being held captive for months.
According to SC’s testimony, while trying to travel north through the Sahara, he arrived in Agadez, Niger, where he was told he would have to pay 200,000 CFA (about USD 320) to continue north, towards Libya. A trafficker provided him with accommodation until the day of his departure, which was to be by pick-up truck.
The journey – over two days of travelling – through the desert was relatively smooth for this group. IOM has often heard from other migrants on this route who report seeing the remains of others abandoned by their drivers – and of trucks ransacked by bandits who siphon away their fuel.
SC’s fate was different. When his pick-up reached Sabha in southwestern Libya, the driver insisted that he hadn’t been paid by the trafficker, and that he was transporting the migrants to a parking area where SC witnessed a slave market taking place. “Sub-Saharan migrants were being sold and bought by Libyans, with the support of Ghanaians and Nigerians who work for them,” IOM Niger staff reported this week.
SC described being ‘bought’ and then being brought to his first ‘prison’, a private home where more than 100 migrants were held as hostages.
He said the kidnappers made the migrants call their families back home, and often suffered beatings while on the phone so that their family members could hear them being tortured. In order to be released from this first house, SC was asked to pay 300,000 CFA (about USD 480), which he couldn’t raise. He was then ‘bought’ by another Libyan, who brought him to a bigger house – where a new price was set for his release: 600,000 CFA (about USD 970), to be paid via Western Union or Money Gram to someone called ‘Alhadji Balde’, said to be in Ghana.
SC managed to get some money from his family via mobile phone and then agreed to work as an interpreter for the kidnappers, to avoid further beatings. He described dreadful sanitary conditions, and food offered only once per day. Some migrants who couldn’t pay were reportedly killed, or left to starve to death.
SC told IOM that when somebody died or was released, kidnappers returned to the market to ‘buy’ more migrants to replace them. Women, too, were ‘bought’ by private individuals – Libyans, according to this witness – and brought to homes where they were forced to be sex slaves.
IOM collects information from migrants returning from Libya and passing through IOM transit centres in Niamey and Agadez. “Over the past few days, I have discussed these stories with several who told me horrible stories. They all confirmed the risks of been sold as slaves in squares or garages in Sabha, either by their drivers or by locals who recruit the migrants for daily jobs in town, often in construction, and later, instead of paying them, sell their victims to new buyers. Some migrants – mostly Nigerians, Ghanaians and Gambians – are forced to work for the kidnappers/slave traders as guards in the ransom houses or in the ‘market’ itself,” said an IOM Niger staffer.
During the past week, IOM Libya learned of other kidnapping cases, like those IOM Niger has knowledge of.
Adam* (not his real name) was kidnapped together with 25 other Gambians while traveling from Sabha to Tripoli. An armed Gambian man and two Arab men kidnapped the party and took them to a ‘prison’ where some 200 men and several women were being held.
According to this witness, the captives were from several African nations. Adam explained that captives were beaten each day and forced to call their families to pay for their release. It took nine months for Adam’s father to collect enough money for Adam’s release, after selling the family house.
Adam said the kidnappers took him to Tripoli where he was released. There, a Libyan man found him and due to his poor health condition, took him to the hospital. The hospital staff published a post on Facebook requesting assistance. An IOM colleague saw the post and referred the case to an IOM doctor who visited him in the hospital. Adam spent 3 weeks in the hospital trying to recover from severe malnutrition – he weighed just 35 kilograms – and the physical wounds from torture.
Upon release from the hospital, IOM found a host family who sheltered him for approximately one month, while the IOM doctor and protection colleagues made frequent visits to the host family to provide Adam with food and medication and assist him with his rehabilitation. They also brought him fresh clothes.
Adam was also able to call his family in the Gambia, and after his condition stabilized, he was assisted by IOM Libya’s voluntary returns programme. On 4 April, he returned to Gambia.
The IOM doctor escorted Adam to Gambia where he was reunited with his family and immediately hospitalized. IOM Libya will continue to pay for his treatment in Gambia and he will also receive a reintegration grant.
Another case IOM learned of this month, involves a young woman being held in what she describes as a warehouse near the port in Misrata by Somalian kidnappers. She is believed to have been held captive for at least 3 months, although the exact dates are unknown. Her husband and young son have lived in the United Kingdom since 2012, and they have been receiving demands for money.
It has been reported that this victim is subjected to rape and physical assault. The husband has paid via family and members of the Somalia community USD 7,500, although they have recently been told the kidnappers are demanding a second payment of USD 7,500.
“The situation is dire,” said Mohammed Abdiker, IOM’s Director of Operation and Emergencies, who recently returned from a visit to Tripoli. “The more IOM engages inside Libya, the more we learn that it is a vale of tears for many migrants. Some reports are truly horrifying and the latest reports of ‘slave markets’ for migrants can be added to a long list of outrages.”
Abdiker added that in recent months IOM staff in Libya had gained access to several detention centres, where they are trying to improve conditions. “What we know is that migrants who fall into the hands of smugglers face systematic malnutrition, sexual abuse and even murder. Last year we learned 14 migrants died in a single month in one of those locations, just from disease and malnutrition. We are hearing about mass graves in the desert.”
He said so far this year the Libyan Coast Guard and others have found 171 bodies washed up on Mediterranean shores, from migrant voyages that foundered off shore. The Coast Guard has also rescued thousands more, he added.
“Migrants who go to Libya while trying to get to Europe, have no idea of the torture archipelago that awaits them just over the border,” said Leonard Doyle, chief IOM spokesman in Geneva. “There they become commodities to be bought, sold and discarded when they have no more value.”
Doyle added: “To get the message out across Africa about the dangers, we are recording the testimonies of migrants who have suffered and are spreading them across social media and on local FM radio. Tragically the most credible messengers are migrants returning home with IOM help. Too often they are broken, brutalized and have been abused, often sexually. Their voices carry more weight than anyone else’s.”
EINDE STATEMENT IOM
AL JAZEERA
IOM: AFRICAN MIGRANTS TRADED IN LIBYA’S ”SLAVE MARKETS”
People are held for ransom, forced labour or sexual exploitation after being sold for up to $500, UN agency says.
Hundreds of African refugees and migrants passing through Libya are being bought and sold in modern-day slave markets before being held for ransom or used as forced labour or for sexual exploitation, survivors have told the UN’s migration agency.
The International Organization for Migration (IOM) said on Tuesday that it had interviewed West African migrants who recounted being traded in garages and car parks in the southern city of Sabha, one of Libya’s main people-smuggling centres.
Refugees in Libya: ‘Smugglers have lost all humanity’
People are bought for between $200 and $500 and are held on average for two to three months, Othman Belbeisi, head of the IOM’s Libya mission, said in Geneva.
“Migrants are being sold in the market as a commodity,” he said. “Selling human beings is becoming a trend among smugglers as the smuggling networks in Libya are becoming stronger and stronger.”
The refugees and migrants – many from Nigeria, Senegal and The Gambia – are captured as they head north towards Libya’s Mediterranean coast, where some try to catch boats for Italy.
Along the way, they are prey to an array of armed groups and people-smuggling networks that often try to extort extra money in exchange for allowing them to continue.
Most of them are used as day labourers in construction or agriculture. Some are paid but others are forced to work for no money.
‘HORRIBLE STORIES’
“Over the past few days, I have discussed these stories with several who told me horrible stories.
“They all confirmed the risks of been sold as slaves in squares or garages in Sabha, either by their drivers or by locals who recruit the migrants for daily jobs in town, often in construction, and later, instead of paying them, sell their victims to new buyers.
“Some migrants – mostly Nigerians, Ghanaians and Gambians – are forced to work for the kidnappers/slave traders as guards in the ransom houses or in the ‘market’ itself.”
IOM Niger staffer
“About women, we heard a lot about bad treatment, rape and being forced into prostitution,” Belbeisi said.
The IOM said it had spoken to one Senegalese migrant who was held in a Libyan’s private house in Sabha with about 100 others, who were beaten as they called their families to ask for money for their captors.
He was then bought by another Libyan, who set a new price for his release.
Some of those who cannot pay their captors are reportedly killed or left to starve to death, the IOM said. When migrants die or are released, others are purchased to replace them.
‘Valley of tears’
The agency said migrants are buried without being identified, with families back home uncertain of their fate.
“The situation is dire,” Mohammed Abdiker, IOM’s director of operations and emergencies, who recently returned from a visit to Libya’s capital, Tripoli, said in a statement, calling Libya a “valley of tears” for many refugees and migrants.
“What we know is that migrants who fall into the hands of smugglers face systematic malnutrition, sexual abuse and even murder,” he added.
“Last year we learned 14 migrants died in a single month in one of those locations, just from disease and malnutrition. We are hearing about mass graves in the desert.”
To warn potential migrants, the IOM is spreading testimonies of victims through social media and local radio stations.
Libya is the main gateway for people attempting to reach Europe by sea, with more than 150,000 people making the crossing in each of the past three years.
So far this year an estimated 26,886 migrants have crossed to Italy, over 7,000 more than during the same period in 2016.
More than 600 are known to have died at sea, while an unknown number perish during their journey north through the desert.
Op slavenmarkten in Niger en Libië worden vluchtelingen gekocht en verkocht. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) trekt daarover de noodklok in Genève. Mensensmokkelaars drijven handel met honderden mensen, voor bedragen variërend van 200 tot 500 dollar. De slachtoffers worden maandenlang vastgehouden en gedwongen tot dwangarbeid. Niet in de laatste plaats worden ze ingezet als seksslaven of prostituees, aldus Othman Belbeisi. Belbeisi leidt de operaties van het VN-agentschap in Libië.
Libië is één van de belangrijkste vertrekplaatsen voor Afrikanen die de Middellandse Zee willen oversteken naar Europa. Het IOM heeft getuigenissen van vluchtelingen verzameld die Libië probeerden te bereiken. Ontvoerders zouden hen geld hebben afgeperst en hen hebben gefolterd. Ook zouden ze zijn gedwongen familie op te bellen om losgeld te vragen. Anderen getuigen gedwongen te zijn om op slavenmarkten te werken, of om plaatsen met losgeld te bewaken. Zij die er niet in slagen om het geld bijeen te krijgen, sterven de hongerdood. Zo behandelde een IOM-dokter een Gambiaan die nog maar 35 kilo woog.
In Libië worden Afrikaanse vluchtelingen tot slaaf gemaakt en verkocht. Dat bericht kwam in april van dit jaar al naar buiten nadat de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) de noodklok luidde. Nu heeft CNN daar ook beelden van, in het geheim met mobiele telefoons opgenomen.
Nadat bekend werd dat in Libië, en ook in Niger, slavenmarkten bestonden, ging CNN op onderzoek uit en vond zo’n markt net buiten hoofdstad Tripoli. Binnen zes à zeven minuten, zag CNN een tiental mensen ‘onder de hamer’ gaan.
De videobeelden zijn overgedragen aan de Libische autoriteiten, die hebben toegezegd een onderzoek te starten. Of dat wat uithaalt, is nog maar de vraag. Een leidinggevende van het Libische anti-immigratiebureau erkent van het bestaan van de slavenmarkten te weten, hoewel hij zegt er zelf nooit een te hebben gezien.
Binnen de Europese Unie wordt al langere tijd gesproken over een vluchtelingendeal met Libië, gelijk aan de bestaande deal met Turkije. Het toestaan van zo’n deal was volgens bronnen rond de kabinetsformatie een van de breekpunten voor toenmalig coalitiekandidaat GroenLinks. In september kwam het nieuws naar buiten dat de Italiaanse geheime dienst een deal had gesloten met mensensmokkelaars in Libië om vluchtelingen, tegen alle vluchtelingenverdragen in en met alle gevolgen van dien, ervan te weerhouden de reis naar Europa te ondernemen.
Let op: de beelden kunnen als schokkend worden ervaren’
Moderne slavenmarkten: ze bestaan in Libië. De Amerikaanse zender CNN trok naar het Noord-Afrikaanse land en filmde er hoe jonge migranten worden verkocht aan de hoogste bieder. “Een grote gast, geschikt voor werk op het land” wordt verkocht voor 1.200 dinar, omgerekend zo’n 740 euro.
CNN kreeg in augustus een filmpje van niet al te beste kwaliteit in handen dat was opgenomen in de Libische hoofdstad Tripoli. Daarin was te zien hoe twee jonge migranten te koop worden aangeboden door mensensmokkelaars. CNN besloot om zelf ter plaatse te gaan om te achterhalen of dergelijke “slavenmarkten” een realiteit zijn in Libië.
De journaliste kreeg van haar contactpersonen te horen dat er iedere maand één of twee van dergelijke “veilingen” worden georganiseerd in Tripoli. Ze slaagde er ook in om er een bij te wonen en te filmen met verborgen camera. Op haar opnames (de foto bovenaan is een archieffoto en niét afkomstig uit de CNN-reportage) is te zien hoe twaalf vermoedelijk Nigeriaanse jongemannen per opbod worden verkocht op de binnenplaats van een woning. In enkele minuten is de zaak afgehandeld.
CNN heeft het bewijsmateriaal overgemaakt aan de Libische autoriteiten, die beloven dat ze een onderzoek zullen starten. Wat die belofte waard is, valt nog wel te bezien, want sinds de val van dictator Muanmar Kadhafi is Libië ondergedompeld in chaos. Twee autoriteiten, de GNA (Government of National Accord) in Tripoli, en een verkozen parlement en regering in het oosten van het land, eisen de macht op.
Mensensmokkelaars ontpoppen zich tot mensenhandelaars
Ieder jaar proberen tienduizenden migranten via Libië naar Europa te komen. Sinds afgelopen zomer ondersteunt de Europese Unie de Libische kustwacht bij het onderscheppen van vluchtelingenboten op de Middellandse Zee. Sindsdien is de migratiestroom tussen Libië en Italië, de voornaamste route van Afrika naar Europa, sterk afgenomen.
Maar voor de gestrande migranten is de situatie in Libië bijzonder precair. Velen worden het slachtoffer van mensensmokkel, ontvoering, marteling, verkrachting of dwangarbeid. Volgens CNN ontpoppen mensensmokkelaars zich tot moderne slavenhandelaars nu ze minder boten richting Europa kunnen sturen.
De EU kreeg gisteren nog vlijmscherpe kritiek van Zeid Ra’ad Al Hussein, de hoge VN-commissaris voor de mensenrechten. Hij verweet de EU dat ze nog niets heeft gedaan om de misbruiken in te perken. Hij noemde Europa “medeplichtig aan de onmenselijke behandeling van vluchtelingen”.
EU: “Niet de Europese acties hebben onmenselijk systeem gecreëerd”
De EU heeft vandaag gereageerd op de kritiek. “Het zijn niet de acties van de Europese Unie die een onmenselijk systeem hebben gecreëerd in Libië”, zegt woordvoerster Catherine Ray van de Europese dienst voor extern optreden (EEAS). “Integendeel: we proberen de problemen in het land op te lossen en resultaten te bereiken in een extreem moeilijke omgeving.”
Ze benadrukte dat de EU voorlopig niet van plan is om de ondersteuningsoperaties van de Libische kustwacht stop te zetten. “Dit beleid zal worden voortgezet, want daardoor kunnen we duizenden levens redden in de Libische wateren.”
“Ik deel de bezorgdheid over Libië”, reageerde Europees commissaris voor Migraties Dimitris Avramopoulos op zijn beurt. “De situatie op het terrein is akelig: mensensmokkelaars misbruiken radeloze mensen”.
Dat de EU mee aan de basis ligt van de problemen, vindt hij echter een brug te ver. “Ik wil een ding duidelijk stellen: de EU heeft een heel duidelijk standpunt ingenomen. Maar dit is geen Europees probleem, het is een globaal probleem. We moeten de internationale gemeenschap mobiliseren, en dat is wat we proberen te doen.”
Nederland heeft een lijst opgesteld met veilige landen van herkomst. Deze lijst kan veranderen; er kunnen landen bijkomen of afgaan. Asielzoekers uit veilige landen komen ook naar Nederland.
Nederlandse lijst van veilige landen van herkomst
Op de lijst staan landen waar volgens de Rijksoverheid over het algemeen geen sprake is van:
vervolging vanwege bijvoorbeeld ras of geloof;
foltering;
onmenselijke behandeling.
Dit zijn de volgende landen:
Albanië
Andorra
Armenië
Australië
België
Bosnië-Herzegovina
Brazilië
Bulgarije
Canada
Cyprus
Denemarken
Duitsland
Estland
Finland
Frankrijk
Georgië
Ghana
Griekenland
Hongarije
Ierland
India*
Italië
Jamaica
Japan
Kosovo
Kroatië
Letland
Liechtenstein
Litouwen
Luxemburg
Malta
Marokko
Monaco
Mongolië
Montenegro
Nieuw-Zeeland
Noord-Macedonië
Noorwegen
Oekraïne
Oostenrijk
Polen
Portugal
Roemenië
San Marino
Senegal
Servië
Slovenië
Slowakije
Spanje
Trinidad en Tobago
Tsjechië
Tunesië
Vaticaanstad
Verenigd Koninkrijk
Verenigde Staten
IJsland
Zweden
Zwitserland
Deze lijst kan veranderen; er kunnen landen bijkomen of afgaan. Dit hangt af van de veiligheid in een land.
*India staat nog wel op de lijst, maar de situatie in India wordt nogmaals onderzocht. Daarom wordt het beleid voor veilige landen op dit moment niet toegepast op asielzoekers uit India.
Waarom een lijst veilige landen?
Asielzoekers uit veilige landen komen ook naar Nederland. Om asielaanvragen sneller af te handelen, heeft het kabinet een lijst met veilige landen gemaakt. Asielzoekers uit deze landen komen bijna nooit in aanmerking voor bescherming.
Ook de Europese Unie (EU) werkt aan een lijst met veilige landen. Het is nog niet bekend wanneer deze klaar is. Daarom heeft Nederland zelf alvast een lijst opgesteld. Andere lidstaten van de EU hanteren ook lijsten met veilige landen van herkomst.