DEN HAAG – In Den Haag zijn twee vrouwen uit Oekraïne aangetroffen die seksueel uitgebuit zouden worden. Dat schrijft burgemeester Femke Halsema van Amsterdam in een brief aan de gemeenteraad van de hoofdstad. De Haagse politie heeft de zaak onderzocht, maar laat weten dat er geen strafzaak komt.
De Amsterdamse afdeling van DENK stelde schriftelijke vragen aan Halsema omdat er signalen zijn van misbruik en mensenhandel van Oekraïense vluchtelingen in Amsterdam. De burgermeester antwoordde dat er twee onderzoekszaken bij haar bekend zijn: één in Amsterdam en één in Den Haag, waar twee vrouwen dus zouden worden uitgebuit.
De politie laat weten dat de twee vrouwen uit Oekraïne op 23 april dit jaar uit een woning zijn gevlucht. ‘De vrouwen kregen daar onderdak van de bewoner’, zegt een woordvoerder. De politie trof de vrouwen na de melding voor de woning aan. Met de vrouwen is een gesprek gevoerd om te bepalen of er sprake was van mensenhandel, maar daar bleken geen signalen voor te zijn. Wel is er voor de vrouwen een andere opvanglocatie geregeld.
Gebrekkig toezicht
Verdere details over de seksuele uitbuiting in Den Haag zijn ook door Halsema niet bekendgemaakt. Wel is Halsema bezorgd over het gebrekkige toezicht op de opvang van Oekraïense vluchtelingen die bij particulieren worden opgevangen.
Westlandse tuinders en uitzendbureaus verwelkomen de Oekraïense vluchtelingen met open armen om in de kassen te komen werken.
Het aantal arbeidsmigranten in de glastuinbouw loopt de afgelopen jaren steeds verder terug en dat kunnen de Oekraïense vluchtelingen opvangen als het aan de uitzendbureaus ligt. Glastuinbouw Nederland: “Maar het belangrijkste is hen eerst veiligheid bieden.”
Oekraïense burgers die het oorlogsgeweld in hun land ontvluchten, kunnen in de EU een speciale status krijgen. Daarmee kunnen ze ten minste een jaar in een EU-lidstaat wonen en werken en hoeven ze niet de gebruikelijke asielprocedure voor niet-EU-burgers te doorlopen. Voor de uitzendbureaus en Westlandse kwekers biedt dat perspectieven: zij kampen de laatste jaren met een tekort aan arbeidsmigranten.
Tomatenkwekers verwachten zelfs dat dit tekort vanaf de zomer alleen maar groter wordt. Sinds de gasprijzen extreem hoog zijn, telen zij namelijk met natuurlijk zonlicht en gaan ze over een paar maanden allemaal tegelijk oogsten. “Dan komt er echt een piek en neemt dus ook de vraag naar arbeid toe”, zegt Margriet Looije van Looye Tomaten in Naaldwijk. “Oekraïners zijn hartstikke welkom.”
‘Oekraïense mentaliteit’
“Er worden op dit moment zelfs al gesprekken gevoerd om de Oekraïense vluchtelingen in de kassen te laten werken”, vertelt ook een woordvoerder van uitzendbureau Tadiro in De Lier. Maar denken mensen die net uit een oorlog komen al aan werken? Volgens Roksolana Volk wel. Ze is zelf Oekraïense en recruiter bij uitzendureaus NL Jobs in Maasdijk. “Ik ken de Oekraïense mentaliteit. Wij willen gewoon graag hard werken en geld verdienen, dus ik verwacht absoluut dat veel Oekraïense vluchtelingen straks in de kassen gaan werken.”
Oekraïners die hier voor langere tijd willen werken, moeten nu nog via hun Nederlandse werkgever een tewerkstellingsvergunning krijgen. Daar komt veel papierwerk bij kijken. Weinig Oekraïners lijken mede daardoor die stap te nemen: het waren er 220 in 2020. Of de tewerkstellingsvergunning voor Oekraïners helemaal verdwijnt, is volgens de IND nog onduidelijk. Zeker is wel deze regels voor Oekraïners om hier te mogen werken soepeler zullen worden.
Schenkeveld Tomaten in De Lier, dat samenwerkt met uitzendbureau Tradiro, ontvangt de vluchtelingen in elk geval met open armen. “Wij hebben direct aan ons uitzendbureau laten weten dat we graag meewerken om deze mensen een werkplek te bieden, áls de tijd daar rijp voor is”, zegt Rokien Schenkeveld. “Het belangrijkste voor nu is dat ze zich veilig voelen. Als werken hen op een gegeven moment structuur en houvast geeft, staan wij er absoluut voor open.”
‘Misstanden moeten we absoluut voorkomen’
Glastuinbouw Nederland is bezig met een inventarisatie van de ruimte die kwekerijen hebben om mensen uit Oekraïne op te vangen en mogelijk werk te bieden. “De prioriteit ligt écht bij het bieden van fatsoenlijke huisvesting, goede gezondheidszorg en scholing voor de kinderen”, meldt een woordvoerder.
“Het mooiste is als deze vluchtelingen straks weer terug naar huis kunnen. Indien dat niet mogelijk blijkt te zijn, dan willen we mensen helpen om te kunnen voorzien in hun eigen levensonderhoud. Werken in de kas is dan een optie, maar alleen als de randvoorwaarden heel goed zijn geregeld. Misstanden moeten we absoluut voorkomen.”
Daria Tymoshenko (26) stond drie maanden geleden nog voor de klas in Oekraïne. Nu sorteert ze zacht fruit in de Betuwe. „Natuurlijk zou ik liever lesgeven, maar ik ben blij dat ik werken kan.”
Genietend van het zonnetje leunen Oksana Tymoshenko (46) en haar dochter Daria (26) tegen een fruitkist. Voor het interview is even een uurtje pauze ingelast. Vanmorgen om 6.30 uur begon hun werkdag bij een groot sorteer- en verpakkingsbedrijf in de Betuwe, vanmiddag om 15.00 uur zit het werk er op. Oksana en Daria sorteren en verpakken zacht fruit zoals aardbeien.
Heel ander werk dan ze gewend zijn, vertaalt Kseniia Myrovska (30) voor hen. Oksana heeft een winkeltje in kinderkleding in een grote overdekte markt in de Oost-Oekraïense stad Dnipro. Het is met 1,2 miljoen inwoners de derde stad van Oekraïne, na Kiev en Charkiv. Dochter Daria is lerares op een middelbare school in de stad. Ze geeft les in de Oekraïense taal en de geschiedenis van het land.
Maar nu niet. Dnipro is een frontstad. De vriend van Daria vecht in de regio tegen de Russen. De ene dag lukt het om even contact te hebben, de andere dag is dat onmogelijk. Tot op heden zijn er nog geen geliefden van Daria en haar moeder gedood in de oorlog.
De twee –lid van de oosters-orthodoxe kerk– bidden dat het zo blijven mag. Het is spannend. „Er is geen plek veilig. Ieder moment kunnen er raketten inslaan of bommen vallen. Je weet niet waar”, zegt Daria.
Met een groep van zeventien mensen is het tweetal een maand geleden gevlucht naar Polen. De moeder en zus van Oksana gingen mee; evenals vrienden en kennissen uit de regio Dnipro.
De hele groep wist bij elkaar te blijven en is met hulp van leden van de hervormde gemeente Valburg-Homoet ondergebracht in Buurmalsen. Achter de bouwmaterialenhandel van Steven Middelkoop bivakkeren ze in chalets aan de Linge.
De Oekraïners willen graag werken, vertelt tolk Kseniia Myrovska. „Dat zijn wij in Oekraïne gewend.” Middelkoop bracht de groep Oekraïners in contact met Michel van Dijke van VDU Uitzendbureau.
Het uitzendbureau heeft honderden medewerkers aan het werk bij tientallen bedrijven in de Betuwe, vooral in de fruitsector. „Als mensen willen werken, is het in deze regio niet zo moeilijk om werk te vinden”, zegt Van Dijke.
Fietsen
Het gevolg is dat meerdere Oekraïners nu via VDU aan het werk zijn. Voor moeder en dochter Tymoshenko is het een kwartiertje fietsen. „Natuurlijk zouden we liever een baan hebben die lijkt op wat wij in Oekraïne doen”, zegt Oksana. „Maar wij kennen de Nederlandse taal nog niet en dan vallen heel veel banen af. We zijn blij dat we nu in ieder geval de handen uit de mouwen kunnen steken.” Haar dochter valt haar bij: „In Oekraïne waren we iedere dag hard aan het werk. Dan is het heel moeilijk om in Nederland niks te doen.”
De taal blijft een barrière, geven Oksana en Daria aan. „Het werk wat wij doen is vrij eenvoudig. Collega’s doen het voor en wij hoeven het alleen maar na te doen.” Op het sorteer- en verpakkingsbedrijf zijn meer Oost-Europeanen aan het werk. „Soms hebben we contact met collega’s uit Moldavië, die verstaan wel een beetje Oekraïens. Ook sommige Polen doen dat. Maar verder praten we vooral met elkaar.”
Hobbels
In de media was te lezen dat er nogal wat bureaucratische hobbels genomen moeten worden om als Oekraïner aan het werk te kunnen. Dat is Van Dijke heel erg meegevallen. „Ze hebben geen werkvergunning nodig. Wij moeten alleen een melding maken bij het UWV als we een Oekraïner in dienst nemen.”
De inschrijving bij de gemeente West Betuwe om een burgerservicenummer (bsn) te krijgen, was relatief eenvoudig. Ook het regelen van een bankrekeningnummer voor het salaris was met enkele dagen geregeld, geeft Van Dijke aan.
Van Dijke wil niet zeggen dat er helemaal geen problemen zijn bij het te werk stellen van Oekraïners. „Deze mensen hebben over het algemeen veel meegemaakt. Ze hebben er niet om gevraagd uit hun land te vertrekken.
Je kunt ze niet helemaal gelijkstellen met andere Oost-Europeanen die hier zijn gekomen om geld te verdienen. Het scheelt alles dat deze Oekraïners zelf aangegeven hebben te willen werken. Ze zijn gemotiveerd en dat merk je. Mocht er dan een strubbeling zijn, is iedereen over het algemeen wel bereid om hen verder te helpen.”
Dat wordt gewaardeerd, geven Oksana, Daria en hun tolk Kseniia aan. „We zijn dankbaar dat we hier een veilig thuis hebben gevonden en dat we ook nog kunnen werken. Nederlanders zijn heel aardig.”
4300 vluchtelingen aan het werk
Het UWV kreeg in de maand april 4300 meldingen van Oekraïners die in dienst genomen zijn bij Nederlandse bedrijven. In 40 procent van de gevallen verloopt het werk via uitzendbureaus.
De land- en tuinbouw en de horeca zijn de sectoren waar de meeste Oekraïners aan de slag gaan. Ook de zakelijke dienstverlening en transport en logistiek zijn in trek. Enkele tientallen vluchtelingen hebben werk gevonden in de ict, bijvoorbeeld als softwareontwikkelaar en technische ondersteuner, of in de marketing en consultancy.
Ook in de hulpverlening, de gezondheidszorg en het onderwijs is het een enkeling gelukt een baan te vinden.
Volgens de laatste opgave van het ministerie van Justitie en Veiligheid waren er eind april 47.930 vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland geregistreerd bij gemeenten in particuliere en gemeentelijke opvang.
Reacties uitgeschakeld voor Noten 93 t/m 97/Oekraine
ASIELZOEKERS OEKRAINE. WORDT ONDER DE TAFEL GEVEEGD
ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 89
[91]
[91]
”Maar ik ben hier geboren dat kan je vast aan me horen.
Je kijkt me vies aan van achter en eerlijk van voren. Mijn eerlijke woorden doen zeer aan je oren. Met zo’n mentaliteit gaat de wereld verloren. Dus zal ik doorgaan of zal ik kappen ermee. Ik bedoel met elke boot komen er wel een paar ratte mee.”
”Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten.
We hebben ze niks gedaan en alsnog willen ze ons haten. Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten. Tijd dat dit veranderd heb je dat niet in de gaten.
Dit is het enige wat ik heb, stop mij hart erin. Dus ik meen het als ik rap en dat is dat ding. Waardoor ik win als Abdel Krim in 1921. Overgave is voor de zwakeling. Ook al is het jaren geleden. De geschiedenis herhaalt zich is al een paar keer gebleken, veel van jullie gasten hiero waren tevreden. Totdat je raymzter zag feesten met een paar marokanen in Ede. Maar je was te voorbarig geweest. We vierden feest omdat ik toen net jarig was geweest. Het is nu tijd om wat aandacht te besteden. Aan actuele problemen mathematisch beschreven. Over wat er onder Marokanen hier leeft. Onterecht worden we gehaat en gevreesd. De krant speelt erop in met name tv. Maar dat jij er aan mee deed verbaasd me nog steeds.
Ik ben aardig op dreef en wanneer ik eenmaal begin ouwe moet niemand me stoppen want ik kan me niet meer inhouden. Wat ik zeg klinkt misschien eenvoudig maar ze kijken me aan alsof ik vloog in de Twin-Towers. We kwamen hier als gastarbeiders On the downlow wat een goede hash verspreiders. Ik weet nog hoe ze me noemden vroeger, ik was wat kleinen: KUT MAROKAAN, dat is wat ze zeiden.
Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten. We hebben ze niks gedaan en alsnog willen ze ons haten. Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten. Tijd dat dit veranderd heb je dat niet in de gaten.
Lijkt erop dat we weer verder kunnen. DJ mass laat de track verder drummen. Grondleggers van de wis- en sterrenkunde. Wie zeg dat marokanen niet werken kunnen. Vooroordelen ik hoor ze velen Ik wil er wat van zeggen door wat met woorden te spelen. Raymzter is een poeet die behoorlijk kan spreken. Net als mohammed de profeet, dit behoor je te weten. Je hoorde me zeker ik ben door aan het breken. Niet dat ik verwacht dat je weet wie ik ben. Shit ik ben een mens god weet wie ik ben. En ik ben net zo marokkaans als dat ik nederlands ben. Ook al eet je bloemkool je weet we doe zo sellen je wat hash maar het is eigenlijk schoenzool. Doe dingen totdat ik wat poen zie. Woorden vallen zwaarder dan die van EI moumni. Maar jullie halen alleen de negatieve zinnen eruit. Bang dat je een keer op wat diepere dingen stuit. Want dan blijkt het beeld van de stereotype niet juist. En zie je het liefst dat ik verhuis. En dat is tragisch ook al spreek ik geen arabisch. Het ritme doet het werk voor me shit is magisch. En je hoort het werkt goed. Schijn als de ster die je bent op dit culturele erfgoed.
Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten. We hebben ze niks gedaan en alsnog willen ze ons haten. Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten. Tijd dat dit veranderd heb je dat niet in de gaten.
Shit als dit kan mij gedrag bederven. Als ik langs een vrouw loop en ik zie haar dr tas verbergen. Maar mijn vader had het vast nog erger. Hij was een berber: een gast uit de bergen.
Maar ik ben hier geboren dat kan je vast aan me horen. Je kijkt me vies aan van achter en eerlijk van voren. Mijn eerlijke woorden doen zeer aan je oren. Met zo’n mentaliteit gaat de wereld verloren. Dus zal ik doorgaan of zal ik kappen ermee. Ik bedoel met elke boot komen er wel een paar ratte mee. Wil je wat kennis neem dat dan maar mee. Best wel dapper van ray, want ik zag echt geen een persoon proberen marokanen wat beter te profiteren. Liever zie je ons arresteren. Dus ik kwam om jullie damens en heren te leren niet iedereen over een kam te scheren.
Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten. We hebben ze niks gedaan en alsnog willen ze ons haten. Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten. Tijd dat dit veranderd heb je dat niet in de gaten.
In Tsjechië neemt het extreem-rechtse geweld toe. Deze week nog werd er met molotov cocktails een aanslag gepleegd op een hotel waar Roma verblijven. Het was de 23ste aanslag tegen Roma in een half jaar. Daarbij vielen inmiddels drie doden. Ondertussen komt via internet een heel nieuwe vorm van rechts-extremisme op.
Een rapport van de Tsjechische overheid dat vorige week verscheen signaleerde een toename van geweld door extreem-rechts. Het geweld zou gevoed worden door buitenlandse groeperingen. De Vlaamse opiniesite De Wereld Morgen schrijft:
Alleen al in het afgelopen half jaar zijn er 23 aanslagen tegen Roma gemeld, waarbij drie mensen zijn overleden. Ook de aanslag van afgelopen week kwam niet onverwacht, zegt Emil Vorac, die als hoofd van een ngo voor Roma werkt in Aš, in West-Bohemen, waar het hotel staat. “Het lijkt dat racisme en xenofobie hier toenemen. Dat is wat ik merk in mijn werk in verschillende gemeenschappen en comités in de regio. Hun leden gedragen zich vaak als xenofoben.”
Volgens Mares moet ook de invloed van politici niet worden onderschat. “We zien een toename van ‘gewoon’ racisme. Niet-extremistische partijen laten zich tegenwoordig ook racistisch uit.” Extreemrechtse groepen kunnen hierop voortbouwen omdat ze hun skinheadimago achter zich hebben gelaten en doen alsof ze een serieus alternatief zijn.
In de Engelstalige Prague Post wordt gesignaleerd dat de extreem-rechtse groeperingen aan het veranderen zijn. Ze laten de symboliek en kale koppen van de neonazi’s achter zich, kleden zich veel hipper en verzamelen zich op Facebook. Opvallend is dat de aanhang zeer jong is. 65 procent van de extreem-rechtse aanhang is onder de 25. Een kwart van het totaal is zelfs tussen de 13 en 18 jaar oud. Het zijn tieners die afkomstig zijn uit de lagere klassen, vaak zijn ze slecht of niet opgeleid. Ze worden wel ‘Facebook Fighters’ genoemd omdat hun agressie veelal tot internet beperkt blijft. Maar ze zijn aantrekkelijker dan traditionele neonazi’s omdat ze zich beter aangepast hebben aan populaire cultuur. Deze ‘Autonome Nationalisten’ koesteren techno-muziek en kleden zich volgens codes afkomstig uit de hiphop en anti-globalisten cultuur. Cultuur is voor de nieuwe groepen een belangrijker wervingsmiddel dan politiek, ze organiseren ook meer bijeenkomsten en feesten dan de neonazi’s.
Het ontstaan van dit soort extremistische en in potentie zeer gewelddadige groeperingen is te herleiden tot Servië in de jaren negentig. Daar werd door ultra-nationalisten met de vorming van dergelijke groepen steun voor president Milosevic gemobiliseerd. De turbo folk muziek was daarin een belangrijke factor.
Deze muziekgenres en hun totale media presentatie bleken een van krachtigste ideologische wapens van het Milosevic regiem,” zei Ivana Kronja, een media-theoreticus in Belgrado die uitgebreid gepubliceerd heeft over turbo folk. “Het systeem van waarden was er op gericht een sekte van geweld te stichten, (…) nationaal-chauvinistisch en provinciaals, gecombineerd met het verwerpen van moraal, onderwijs, rechtstaat en andere burgerlijke waarden.
Tsjechië kent weinig migranten, de agressie richt zich bijna volledig op Roma. Naar aanleiding van het rapport van het ministerie van Binnenlandse Zaken kregen de Roma steun van een vooraanstaande Hindu-leider in de Verenigde Staten. Hij vindt dat de Europese Unie moet ingrijpen als de Tsjechische overheid het geweld niet kan stoppen.
The far-right neo-Nazi group has expanded to become part of Ukraine’s armed forces, a street militia and a political party.
As the Russian invasion of Ukraine enters its sixth day, a Ukrainian far-right military regiment is back in the headlines.
Russian President Vladimir Putin referenced the presence of such units within the Ukrainian military as one of the reasons for launching his so-called “special military operation … to de-militarise and de-Nazify Ukraine”.
On Monday, Ukraine’s national guard tweeted a video showing Azov fighters coating their bullets in pig fat to be used allegedly against Muslim Chechens – allies of Russia – deployed in their country.
Azov has also been involved in training civilians through military exercises in the run-up to Russia’s invasion.
So what is the Azov regiment?
Azov is a far-right all-volunteer infantry military unit whose members – estimated at 900 – are ultra-nationalists and accused of harbouring neo-Nazi and white supremacist ideology.
The unit was initially formed as a volunteer group in May 2014 out of the ultra-nationalist Patriot of Ukraine gang, and the neo-Nazi Social National Assembly (SNA) group. Both groups engaged in xenophobic and neo-Nazi ideals and physically assaulted migrants, the Roma community and people opposing their views.
As a battalion, the group fought on the front lines against pro-Russian separatists in Donetsk, the eastern region of Ukraine. Just before launching the invasion, Putin recognised the independence of two rebel-held regions from Donbas.
A few months after recapturing the strategic port city of Mariupol from the Russian-backed separatists, the unit was officially integrated into the National Guard of Ukraine on November 12, 2014, and exacted high praise from then-President Petro Poroshenko.
“These are our best warriors,” he said at an awards ceremony in 2014. “Our best volunteers.”
Who founded Azov?
The unit was led by Andriy Biletsky, who served as the the leader of both the Patriot of Ukraine (founded in 2005) and the SNA (founded in 2008). The SNA is known to have carried out attacks on minority groups in Ukraine.
In 2010, Biletsky said Ukraine’s national purpose was to “lead the white races of the world in a final crusade … against Semite-led Untermenschen [inferior races]”.
Biletsky was elected to parliament in 2014. He left Azov as elected officials cannot be in the military or police force. He remained an MP until 2019.
The 42-year-old is nicknamed Bely Vozd – or White Ruler – by his supporters. He established the far-right National Corps party in October 2016, whose core base is veterans of Azov.
Before becoming part of Ukraine’s armed forces, who funded Azov?
The unit received backing from Ukraine’s interior minister in 2014, as the government had recognised its own military was too weak to fight off the pro-Russian separatists and relied on paramilitary volunteer forces.
These forces were privately funded by oligarchs – the most known being Igor Kolomoisky, an energy magnate billionaire and then-governor of the Dnipropetrovska region.
Azov received early funding and assistance from another oligarch: Serhiy Taruta, the billionaire governor of Donetsk region.
Neo-Nazi ideology
In 2015, Andriy Diachenko, the spokesperson for the regiment at the time said that 10 to 20 percent of Azov’s recruits were Nazis.
The unit has denied it adheres to Nazi ideology as a whole, but Nazi symbols such as the swastika and SS regalia are rife on the uniforms and bodies of Azov members.
For example, the uniform carries the neo-Nazi Wolfsangel symbol, which resembles a black swastika on a yellow background. The group said it is merely an amalgam of the letters “N” and “I” which represent “national idea”.
Individual members have professed to being neo-Nazis, and hardcore far-right ultra-nationalism is pervasive among members.
In January 2018, Azov rolled out its street patrol unit called National Druzhyna to “restore” order in the capital, Kyiv. Instead, the unit carried out pogroms against the Roma community and attacked members of the LGBTQ community.
“Ukraine is the world’s only nation to have a neo-Nazi formation in its armed forces,” a correspondent for the US-based magazine, the Nation, wrote in 2019.
Human rights violations and war crimes
A 2016 report by the United Nations Office of the High Commissioner for Human Rights (OCHA) has accused the Azov regiment of violating international humanitarian law.
The report detailed incidents over a period from November 2015-February 2016 where Azov had embedded their weapons and forces in used civilian buildings, and displaced residents after looting civilian properties. The report also accused the battalion of raping and torturing detainees in the Donbas region.
What has been the international response to Azov?
In June 2015, both Canada and the United States announced that their own forces will not support or train the Azov regiment, citing its neo-Nazi connections.
The following year, however, the US lifted the ban under pressure from the Pentagon.
In October 2019, 40 members of the US Congress led by Representative Max Rose signed a letter unsuccessfully calling for the US State Department to designate Azov as a “foreign terrorist organisation” (FTO). Last April, Representative Elissa Slotkin repeated the request – which included other white supremacist groups – to the Biden administration.
Transnational support for Azov has been wide, and Ukraine has emerged as a new hub for the far right across the world. Men from across three continents have been documented to join the Azov training units in order to seek combat experience and engage in similar ideology.
The oscillation of Facebook
In 2016, Facebook first designated the Azov regiment a “dangerous organisation”.
Under the company’s Dangerous Individuals and Organizations policy, Azov was banned from its platforms in 2019. The group was placed under Facebook’s Tier 1 designation, which includes groups such as the Ku Klux Klan and ISIL (ISIS). Users engaging in praise, support or representation of Tier 1 groups are also banned.
However, on February 24, the day Russia launched its invasion, Facebook reversed its ban, saying it would allow praise for Azov.
“For the time being, we are making a narrow exception for praise of the Azov regiment strictly in the context of defending Ukraine, or in their role as part of the Ukraine national guard,” a spokesperson from Facebook’s parent company, Meta, told Business Insider.
“But we are continuing to ban all hate speech, hate symbolism, praise of violence, generic praise, support, or representation of the Azov regiment, and any other content that violates our community standards,” it added.
The reversal of policy will be an immense headache for Facebook moderators, the Intercept, a US-based website, said.
“While Facebook users may now praise any future battlefield action by Azov soldiers against Russia, the new policy notes that ‘any praise of violence’ committed by the group is still forbidden; it’s unclear what sort of nonviolent warfare the company anticipates,” the Intercept wrote.
SOURCE: AL JAZEERA
RADIO FREE EUROPE
IN UKRAINE ULTRANATIONALIST MILITIA STRIKES FEAR IN
KYIV — The gathering was large and formidable, with hundreds of mostly young men in fatigues keeping tight ranks on Kyiv’s central Independence Square before marching in formation to a torch-lit fortress on a hillside in the Ukrainian capital.
There, in the January 28 spectacle, 600 of them swore an oath to clean the streets of illegal alcohol, drug traffickers, and illegal gambling establishments.
Their mission would seem righteous enough. And it was featured in a slickly produced video with aerial drone footage, sweeping edits, and menacing music that caught the attention of many on social media.
But Ukraine observers and rights groups are sounding the alarm, because this was not a typical commencement, and the men are not police officers. They are far-right ultranationalists from the Azov movement, a controversial group with a military wing that has openly accepted self-avowed neo-Nazis, and a civil and political faction that has demonstrated intolerance toward minority groups.
“We will not hesitate to use force to establish order that will bring prosperity to every Ukrainian family!” reads a message alongside the video, published on the Facebook page of the newly formed group, called the National Militia. In the clip, they vow also to protect the nation “when government organs can’t or won’t help Ukrainian society.”
That approach could concern Western backers in Kyiv’s campaign against armed Russia-backed separatists in the eastern part of the country, where a conflict that has lasted nearly four years has killed at least 10,300 people.
“Ukraine would be violating its international obligations under human rights law if authorities either tolerate abusive militia who undermine [the] population’s liberty, security, freedoms or provide an abusive militia with the color of law but [do] not impose on them exacting standards on use of force,” Tanya Cooper, Human Rights Watch (HRW)’s Ukraine researcher in Kyiv, told RFE/RL in e-mailed comments as media buzzed over the appearance of the National Militia.
Matthew Schaff, Ukraine director of the U.S.-based NGO Freedom House, told RFE/RL by phone that simply their creation “does damage to democracy in Ukraine.”
Nationalistic Agenda
Founded in 2014 as a volunteer battalion to help an overmatched Ukrainian military fight off the threat in its east, the Azov movement uses fascist symbols and has been accused by international humanitarian organizations of human rights abuses in the conflict zone.
The National Militia is an independent group that is merely the latest component of Azov’s civilian and political wing, known as the National Corpus. It is led by lawmaker and former Azov Battalion commander Andriy Biletsky, once the head of Ukraine’s neo-Nazi Social-National Party, who attended the ceremony.
Azov officially founded the National Corpus in October 2016, incorporating two other nationalist groups, including Patriot Of Ukraine, which according to Halya Coynash of the Kharkiv Human Rights Group “espoused xenophobic and neo-Nazi ideas and was engaged in violent attacks against migrants, foreign students in Kharkiv, and those opposing its views.”
That inaugural ceremony arguably had pomp more reminiscent of 1930s Germany than of postwar democracy. It included nationalist chants, raised fists, and a torchlight march through central Kyiv.
National Corpus’s political aims at the time of its creation included the restoration of Ukraine’s nuclear-power status, which was abandoned in a major boost to nonproliferation soon after the breakup of the Soviet Union; the nationalization of companies that were owned by the government when Ukraine gained independence in 1991; and the legalization of firearms for personal protection.
Its foreign policy sought to cut cultural, diplomatic, and trade ties with Russia, and urged a public discussion about restoring the death penalty in Ukraine for crimes such as treason and embezzlement of government funds.
While the National Corpus appears to draw limited support from Ukraine’s electorate — polls show it under the 5 percent threshold to enter parliament — its public presence has grown, worrying international observers and making it a favorite target for Russian propaganda. Russian state news agencies and politicians suggest the government in Kyiv’s perceived tolerance for the far-right movement makes it fascist. The Ukrainian government’s failure to aggressively challenge the group has done little to calm its critics.
Police, Or Not Police
So it came as something of a surprise on January 30 when Interior Minister Arsen Avakov, who has enjoyed a close relationship with the Azov movement in the past, appeared to distance himself from the group, saying in a statement posted to the ministry’s website that “in Ukraine, there is only one monopoly on the use of force — the state: the National Guard, the National Police, and the Armed Forces.”
He added, “All other paramilitary entities that try to position themselves on the streets of cities are not legal.”
Ivan Varchenko, an Avakov adviser, told Hromadske Radio that Ukrainian law provides for registration of civic organizations that assist law enforcement agencies.
Roman Chernyshov of the National Corps also tried to calm concerns, telling Hromadske Radio that its members do not bear arms.
Armed or not, as news of the National Militia spread across Ukrainian media, critics raised serious concerns about the type of order the unit may enforce on the streets of Kyiv.
“It’s the police responsibility to enforce the law on the street and hold people accountable for crimes they’ve committed,” Freedom House’s Schaaf said. “When there are groups that are roaming the streets in units like this, with slogans like this, it definitely raises concerns about what are their intentions, how they will they be implementing their visions, what rules they are trying to enforce.”
HRW’s Cooper said one of her primary concerns was who would be targeted by the group. “Members of this political party espouse intolerance towards ethnic minorities and LGBT people, so it seems completely absurd that these people would be able [and willing] to protect everyone,” she said of the Azovs.
She added, “The bottom line is that if these units are going to be carrying out any kind of policing duty, they have to be held to the exact same human rights standards as regular police: on use of force, powers of detention, nondiscrimination, etc., and they have to be trained and held accountable just like regular police are.”
Perhaps in an attempt to alleviate public concerns, Avakov insisted, “I, as a minister, will not allow for parallel structures that try to behave as alternative military formations on the streets.”
Far-right groups are growing in prominence and sophistication across Eurasia, particularly in countries where notable democratic and liberalizing reforms have taken place. These movements have emerged in similar contexts and share certain characteristics, and should be evaluated as a phenomenon in their own right.
While the electoral power of far-right groups is limited, they are nevertheless influential within their respective societies, and shape social and political discourse according to their ideological framework. Moreover, far-right groups pose a direct physical threat to minority populations, undermining their ability to exercise basic freedoms of expression and assembly.
Instrumental exploitation of far-right groups by political and commercial interests is a cause for serious concern. High demand for professional, far-right thuggery feeds a vicious cycle that encourages further radicalization and violence.
While Ukraine’s far right is already highly professionalized and visible in society, similar movements in Georgia and Armenia are gaining momentum, and face few barriers to their continued rapid development. Monitoring of far-right groups and violent incidents is necessary to better equip stakeholders with the information they need to grapple with this issue.
Recent years have witnessed an undeniable increase in the prominence and activity of ultraconservative and far-right groups in both Europe and the United States. Parties such as Alternative for Germany (AfD); Matteo Salvini’s Northern League, in Italy; and Law and Justice (PiS) in Poland have established firm footholds in the politics of their respective societies, reflecting a deep discontent with the values of liberal democracy and a growing desire among voters to embrace hard-line, nationalist narratives and policies.
In Eurasia, too, activity by far-right groups is increasingly visible. These antiliberal, antiglobalist, radical nationalist groups support a return to what they describe as “traditional” values and the ideal of a “pure” nation-state, and often support violence or the threat thereof as an acceptable tactic to advance this vision.
Eurasian far-right groups have emerged in contexts distinguished by common features, including the long-standing presence of ethnic-nationalist discourses; military conflicts that are open to exploitation by radical nationalist groups; and the instrumentalization of movements by domestic and international actors that see them as useful tools in their various political struggles. Far-right groups often have international linkages that in some cases point toward Russia, but in others toward the resurgent far right in Europe and the United States. And while these emergent groups currently do not hold much sway in formal politics, they have significant resonance and normative impact within their respective societies.
Worryingly, these movements are gaining a foothold in countries that are undergoing significant democratic reform and development. In Ukraine and Georgia, for instance, the rise in prominence and sophistication of radical groups in recent years has taken place in parallel with democratic achievements in other sectors. In Armenia, there has been a significant increase in the visibility and legitimization of far-right activism in public and political discourse since the Velvet Revolution in 2018.
The growing sophistication and prominence of Eurasian far-right movements has serious implications for democratic development in the region. Moreover, these movements threaten the fundamental human rights of members of minority groups, who increasingly face violence and intimidation at their hands. This brief describes the growth of far-right movements in Ukraine, Georgia, and Armenia, considering their impact on democratic development and the extent to which they may herald the emergence of a new far-right paradigm in Eurasia.
Far-Right Groups in Ukraine: Professionalized with Mainstream Visibility
Since the Revolution of Dignity of 2014, Ukraine has been widely viewed as an important leader and symbol of democratic values and reform across Eastern Europe and Eurasia.1 However, in recent years the country’s significant democratic gains have been paralleled by a dramatic increase in the activity of far-right groups. While radical far-right groups have existed in Ukraine since the 1920s, they now represent a sophisticated and politically influential element of society.2
In electoral politics, the Svoboda (Freedom) party is considered the most developed political arm of Ukraine’s far right. The party’s greatest political victory came in 2010, when it received 10 percent of the vote in parliamentary elections and several ministerial positions in the Ukrainian government. The Revolution of Dignity and outbreak of war with Russia in 2014 gave further momentum and mainstream legitimacy to nationalist political narratives, driving large numbers of patriotic Ukrainians to support more extreme measures to safeguard the country’s independence and security.3
Electoral support for Svoboda and other openly nationalist political parties waned in the years that followed; Svoboda took only 4.5 percent of the vote in 2014, and a Svoboda-led coalition of right-wing parties failed to enter parliament in 2019 after taking only 2.15 percent of the vote. However, the narrow vision of pro-Ukrainian nationalist orthodoxy and vehement anti-Russian rhetoric championed by Svoboda and its allies became a dominant political narrative, variants of which are increasingly common in mainstream political discourse. With his slogan “Army, language, faith!” former President Petro Poroshenko helped to popularize an exclusivist brand of patriotism that continues to draw significant support from both moderate and radical segments of society.4 Poroshenko’s political rhetoric ultimately culminated in a series of severe legal measures purporting to preserve Ukrainian identity, but which often infringe upon the rights of the country’s minority groups.5
Far-right groups are also highly active outside the formal political arena. Emboldened by the struggle with Russia and greater societal acceptance of a radical and intolerant brand of patriotism, these groups target perceived internal threats and “impure” elements of society—including Roma, LGBT+ people, and religious and linguistic minorities—that do not align with their exclusive “traditional” vision of Ukrainian identity.6 Their methods range from brutal violence, such as pogroms on Roma camps, to aggressive efforts to prevent the LGBT+ community from using public spaces and participating in public life.7 According to recent data from the Organization for Security and Cooperation in Europe (OSCE), the number of hate-motivated incidents in Ukraine has grown steadily in recent years, with 178 incidents recorded by the police in 2018 alone.8
The war in the east has provided newfound social legitimacy to far-right groups, bringing with it unprecedented levels of sophistication, funding, recruitment, and organizational capacity. According to Vyacheslav Likhachev, a Kyiv-based expert on right-wing groups in Ukraine, the activity and visibility of these groups has increased significantly since the war’s outbreak, drawing new members from a generation of youth who have come of age in a new era of war patriotism.9 As the hot conflict against the external Russian threat has wound down, many young people have turned to far-right paramilitary groups in search of new ways to prove themselves, seeing membership as offering opportunities to defend the Ukrainian homeland against supposed internal enemies.
Worryingly, Ukraine’s far-right groups are not sustained on ideology alone: their activities are supported by various homegrown commercial and political operations, which regularly hire out the groups’ services as paid thugs. The Ukrainian government itself is one of many stakeholders that draws on far right groups’ violent skillset both formally and informally, even going so far as to integrate right-wing paramilitary groups into the Ukrainian armed forces.10 Likhachev observes that the establishment of far-right violence as a lucrative industry in Ukraine has resulted in greater fragmentation and radicalization of these groups, as they compete amongst themselves for resources and prestige. Thus, the instrumentalization of far-right groups by various actors pursuing personal gain has actually made the far right more dangerous to their ideological opponents by reinforcing the violent character of their activities.11
Violence and intimidation by far-right groups has taken place with near-total impunity, as Ukrainian law enforcement has rarely taken meaningful action to hold perpetrators accountable in recent years.12 This is primarily due to a lack of political will among policymakers and the Ukrainian public to take a stand on this issue in the context of the ongoing war. This failure of political will is complex and stems from many sources, ranging from genuine popular support for these groups as defenders of threatened Ukrainian identity, to powerful interest groups who stand to gain from the thriving industry of far-right thuggery. A weak legal framework to combat hate-motivated violence also aggravates the problem; existing articles in the criminal code do not provide investigators and prosecutors with the tools they need to hold perpetrators accountable for hate-motivated violence and are inconsistent with international standards.13
The election of President Volodymyr Zelenskyy in April 2019 on an anticorruption and rule of law platform raised hopes that the government would take a firmer stance on this issue.14 While it is too early to assess the full impact of the new government’s policies, it is clear that some short-term progress has been achieved since Zelenskyy took office. According to Likhachev, the activity of the far right has become less prominent in recent months, with fewer violent incidents reported in 2019 than in 2018. Likhachev credits this change to a renewed commitment to maintaining law and order among law enforcement bodies—a key campaign promise of the Zelenskyy administration.15
However, it is doubtful if this dynamic can hold in the longer term, particularly as individuals with strong interests in sustaining far-right activity continue to hold positions of power in the new government,16 and the weak legal framework for bringing perpetuators to justice remains unchanged. Rather than truly disappearing from the scene, it may be that Ukraine’s far right is instead channeling their energies into sectors less visible to the public eye while they assess the changing political landscape under Zelenskyy.17
Far-Right Groups in Georgia: Growing in Strength and Sophistication
Since its own celebrated democratic openings of the Rose Revolution in 2003 and the peaceful transition of power in 2012, Georgia has kept up a rapid pace of democratic, liberalizing reforms in line with its aspirations for membership in the European Union and in NATO.18 However, as in Ukraine, these democratic achievements have been shadowed by the rise of a far-right movement growing in both strength and sophistication.
As in Ukraine, the far-right movement in Georgia can draw on a deep well of ethnic-nationalist sentiments. Analysts such as Tbilisi-based Oleksandra Delemenchuk link militant ethnic-nationalist ideology to the nation’s first president, Zviad Gamsakhurdia, who led the country into a protracted civil war in the early 1990s under the radical slogan of “Georgia for Georgians!”19 Also like Ukraine, Georgia’s most recent iteration of far-right activity has come of age in the context of conflict against Russia. Georgia was invaded by Russia in a five-day war in August 2008, which resulted in Russian occupation of northern territories Abkhazia and South Ossetia, and the subsequent flight of tens of thousands of ethnic Georgians from their ancestral homes. Territorial losses and other sobering effects of the war loom large in Georgian society; Russia, meanwhile, continues to exert a potent mixture of soft and hard power in Georgia, including a militarized, creeping expansion of South Ossetia’s administrative boundary lines deeper into Georgian territory.
Unlike in Ukraine, Georgia’s far-right movement has yet to gain a meaningful foothold in the country’s electoral politics.20 The pro-Russian Alliance for Patriots party is generally described as the most prominent manifestation of far-right politics in the country, and in 2016, it barely surpassed the 5 percent electoral threshold to enter Parliament. However, the Alliance is generally disliked by other Georgian far-right groups and often condemned as an artificial political creation to sweep up votes from ultraconservative segments of the population.21 Georgian mainstream media is additionally critical of far right-wing groups, contributing to their generally negative public image.22
However, far-right narratives have nevertheless been able to gain mainstream legitimacy in Georgian society,23 due in large part to the tacit support of one of Georgia’s most powerful and influential institutions: the Georgian Orthodox Church.24 Georgia is a deeply religious country, and the Church and its Patriarch, Ilia II, are more highly revered and respected than most political figures and institutions.25 A number of ultraconservative and ultranationalist groups in Georgia (such as the Union of Orthodox Parents) are rooted in religious fanaticism, supporting radical interpretations of Orthodoxy and launching verbal and occasionally physical attacks against perceived heretical elements of society, including immigrants and LGBT+ people.26
While the church does not explicitly endorse such activities, its actions and those of its clergy have provided ample unofficial support, particularly for far-right groups’ efforts to persecute the LGBT+ community. For example, radical priests have regularly joined far-right groups at anti-LGBT+ gatherings and demonstrations.27 Ahead of Georgia’s first Pride March this past June, the Patriarchate issued a statement denouncing the event and calling on the government to prohibit it.28 The march ultimately took place,29 but its organizers received death threats, and ultranationalist figurehead Levan Vasadze openly called for vigilante patrols to attack the gathering.30
As in Ukraine, the Georgian government’s response to far-right activities has been woefully inadequate. According to Delemenchuk, the country’s judicial and law enforcement systems have neither the will nor the operational capacity to counteract far-right violence.31 Moreover, there is a widespread perception that powerful political actors employ the services of far-right groups to further their own interests. According to Delemenchuk, there is substantial evidence that the ruling Georgian Dream party employs right-wing thugs for staged provocations and other political purposes; opposition parties and other political actors are suspected of similar schemes.32 And, while the commercial aspect of “service-oriented” far-right groups is still less developed than in Ukraine, it is not far behind.33
The geopolitical profile of the Georgian far right is complex. While the groups typically espouse Orthodox and traditional values that align closely with Russian soft-power narratives, Russia’s ongoing occupation of the northern territories continues to evoke a visceral anti-Russian sentiment among the ultranationalist and far-right community. According to Zurab Makharadze, cofounder of the ultraconservative group Alternative for Georgia, the younger generation of far-right activists are choosing to style themselves after like-minded groups in the United States and Europe.34 Makharadze, who named his group after the far-right Alternative for Germany,35 says he established it after observing the success of far-right movements in the West, many of which were able to gain prominence via the use of social media.36 He remains in direct contact with several far-right groups in Europe, which he says support one another and feel solidarity around antiliberal and antiglobalist views despite widely divergent visions on how to restructure their respective societies.37
At 31 years old, Makharadze is emblematic of a younger generation of Georgians who came of age in the war context, and who rely heavily on the internet both to plug into a global network of far-right groups, and to recruit at home. Makharadze views the far-right movement in Georgia as a natural and justified backlash against the country’s socially progressive reforms, which he sees as incompatible with core Georgian and Orthodox Christian values. In this context, he describes himself as a pragmatic, relatively moderate actor, working to open a legitimate space for conservative and nationalist discourse in mainstream Georgian society.38 Despite these moderate claims, however, Makharadze openly admits to co-organizing several far-right demonstrations that utilized violent tactics.39
According to Delemenchuk, the scale and seriousness of far-right violence in Georgia, while formidable, is not as severe as in Ukraine.40 While abuses occur with some frequency, the majority are verbal threats, and groups lack the capacity for large-scale coordination and organizational efficiency that has become the norm in Ukraine. However, there are few barriers to the further development of the movement. Quite the contrary, conditions for a dramatic increase in the activities of far-right groups are in place—notably a lack of political will among the government, influential institutions like the church, and much of the Georgian public to confront far-right extremism, as well as a widespread conflict mentality against Russia that can encourage radicalization. These conditions only await a catalyst to propel the movement into full maturity and mainstream societal legitimization.
Far-Right Groups in Armenia: A New Frontier?
Far-right ideology is a much newer phenomenon in Armenia than in Ukraine or Georgia. According to Yerevan-based expert Nina Karapetyants, far-right activity since independence has been characterized by groups’ poor organizational coherence and marginalization in Armenian society.41 However, the democratic political opening that accompanied the 2018 Velvet Revolution allowed a counterrevolutionary far-right movement to assert itself and grow in prominence.
At the head of this new movement is Adekvad, a Facebook group that registered as a political party in May 2019.42 The movement reflects typical antiliberal, antiglobalist ideology, calling for a return to “traditional” values and supporting aggression against minorities, such as LGBT+ people.43 Like Makharadze in Georgia, Adekvad’s young cofounder Artur Danielyan describes his movement as a means of legitimizing ultraconservative and antiglobalist discourse in the country, and considers European movements such as Alternative for Germany to be allies.44 Despite these professed European influences, however, Adekvad is also widely rumored to receive significant support from the Kremlin.45
Taking into account the current conditions in Armenia, the rise of reactionary, far-right ideology does not come as a surprise. Armenian society has many of the characteristics that have proven to be fertile ground for budding far-right movements. As in Ukraine and Georgia, Armenia’s far-right movement developed in a primarily conservative, Orthodox Christian society after a regime change that brought a relatively progressive, liberalizing government to power. Furthermore, Armenian national identity is deeply rooted in historical grievances relating to persecution by external enemies, offering a rich material for militant radicalization.46 And while conflict-driven animosity in Armenia is primarily directed towards historical foes Azerbaijan and Turkey, the country also struggles to maintain its integrity against a constant deluge of Russian soft-power influences.47
In an interesting departure from the established pattern in Ukraine and Georgia, Armenia’s government adopted a severe stance against Adekvad’s far-right activities early on. Prime Minister Nikol Pashinyan has vehemently criticized the group, publically accusing it of being secretly affiliated with the former government and with Russia.48 Several days after Adekvad announced its intention to form a political party, Pashinyan characterized the movement as “men in black” who were “preparing to solve political issues through violence,” and called on law enforcement to “give a very strong counterblow.” Danielyan and several other members of Adekvad were subsequently detained for several hours by police, and Danielyan was arrested a second time two days later.
These arbitrary detentions—perceived as having been ordered by Pashinyan—backfired. Instead of turning public opinion against Adekvad, the group received sympathy over what were widely regarded as unjustified arrests. This in turn raised the group’s public profile, and lent their movement what journalist Armen Dulyan called “the halo of the persecuted.”49
While analysts generally acknowledge that Adekvad has no ability to claim political power in the near future, the movement is an increasingly influential presence within Armenia’s political discourse, particularly among youth and social media users.50 According to Karapetyants, the movement appears to be both well financed and adept at mobilizing its growing number of followers.51 As with Georgia, the conditions are in place for Adekvad and similar groups to undergo a rapid expansion in terms of their levels of influence and sophistication.
Why These Movements Matter
The rise of far-right groups in Ukraine, Georgia, and Armenia has serious consequences for the continued political development of these societies. Eurasia’s far-right groups have an impact that carries well beyond the formal political arena, as they are both adept at shaping social and political discourse in their respective societies and pose a direct physical threat to vulnerable minority populations. Moreover, such groups can be and often are exploited by malicious actors seeking to serve their own ends. Unless serious action is taken, far-right influences will continue to flourish in these societies, marring their potential for further democratic development.
Power beyond the Ballot Box
Particularly in Georgia and Armenia, the potential for far-right groups to win significant political power through elections in the near future is negligible. Even in Ukraine, the electoral power of far-right political parties is on the wane, and analysts such as Vyacheslav Likhachev predict that this trend will continue under the Zelenskyy administration.52
The weak electoral potential of such movements in Eurasia is notable at a time when elements of far-right ideology in Europe and the United States are becoming mainstream, and parties representing nationalist, antiliberal politics have made gains in several elections. This may reflect a reluctance by Eurasian movements, as yet, to play by the rules of more moderate and restrained electoral politicking, and instead to embrace vigilante and (often) thuggish mobilization methods on the street and online. Nevertheless, in light of the growing popular acceptance of far right-narratives, the potential for such groups to develop a significant political following in the medium- or long-term must not be discounted.
Regardless of their electoral power, it is undeniable that radical, ultraconservative, and ultranationalist groups have had an impact far beyond the formal political arena of elections. By employing effective mobilization strategies in favorable contexts, these groups have demonstrated a strong ability to shape social and political discourse according to their ideological framework, stretching the boundaries of society’s tolerance to accept ever-more radical interpretations of key topics surrounding national identity, patriotism, and security. By shifting societal discourse on these core topics, far-right ideology has the potential to have an outsized effect on the formal political arena, and to attract politicians and voters across the ideological spectrum toward intolerant, antiliberal ideologies.
In an immediate sense, far-right groups pose a direct physical threat to minority populations, undermining their ability to exercise basic freedoms of expression and assembly. LGBT+ people, immigrants, and other minority groups face a constant barrage of threats and intimidation, which is too often met by a lackluster response from law enforcement. Wielding vigilante justice with near-impunity, these far-right groups undermine the fundamental rule of law that is the bedrock of any democratic society.
Manipulation by Internal and External Interests
The manipulation of far-right groups by political and commercial interests is a cause for serious concern. As we have seen, the manipulation and financing of these groups at the local level can cause them to mature into a professionalized shadow industry, from which various actors, including those in power, may contract violent “services” at their whim. Demand for professional far-right thuggery feeds a vicious cycle of further radicalization and violence.
Moreover, the “service” orientation of these groups leaves the door open for unsavory external actors—particularly Russia—to hijack the political development of their societies. Ukraine, Georgia, and Armenia have long fought on the front lines of Russia’s hybrid warfare, facing constant and unrelenting pressure from a mixture of soft and hard power influences. It would clearly play to the interests of the Russian government to support extremist, antidemocratic elements in these countries as part and parcel of ongoing destabilizing efforts.
Allegations of Russian involvement and support for these movements throughout the region are widespread, although pinpointing explicit funding streams or other forms of support is often difficult.53 Adekvad in particular is widely rumored to have close links with and support from the Kremlin.54 For their part, far-right movements in Ukraine and Georgia seem largely sincere in their anti-Russian sentiments. Nevertheless, the ultraconservative values and criticisms of the liberal, globalist order they promote dovetail with Russian soft-power narratives. Whether through direct support or soft-power propaganda, there are many opportunities for the Kremlin to manipulate these groups to its advantage. Unless counter steps are taken, far-right groups will continue to serve as a vulnerable entry point in their societies for Russia and other malicious external actors to exploit.
It should also be acknowledged that Russia is not the only influential international actor with a stake in this game. Far right-groups in Ukraine, Georgia, and Armenia speak openly about the inspiration and other forms of support that they draw from movements in the United States and Europe. In some cases, this support is quite public. For example, in 2016 the US–based Christian evangelical organization the World Congress of Families held its annual international conference in Tbilisi, uniting ultraconservative, anti-LGBT+ activists from around the world and featuring local speakers including Patriarch Ilia II and the infamous Levan Vasadze.55 Former US president George W. Bush expressed his support for the gathering in a public letter that was read onstage.56
Until governments in the US and Europe take responsibility for their own countries’ contributions to legitimizing far-right discourse internationally, it is likely that these hateful narratives will continue to flourish.
The Path Forward
The growth of far-right movements in Ukraine, Georgia, and Armenia is evidence that a new Eurasian paradigm for the far-right movement is taking shape. While the growth of these movements is linked to the popularization and legitimization of far-right ideologies in Europe and the United States, Eurasian groups develop and operate in a distinct sociopolitical context, and should be evaluated as a phenomenon in their own right.
In order to stem the influence of these movements and their impact on democratic development, policymakers and other stakeholders must take measures to improve their understanding of far-right groups’ functioning and strategic aims. This analysis has taken a first step in identifying the common conditions that foster environments in which far-right movements can take root in the Eurasian context, as well as lessons learned:
Far-right movements in Eurasia are developing in states where notable democratic reforms have taken place, often forming as a backlash to socially progressive government policies. These movements are growing adept at utilizing the tools and rhetoric of civil society and mainstream political parties to legitimize their activities, framing themselves as legitimate representatives of traditional and conservative elements of society that feel left behind by relatively progressive governments.
All of these movements draw on international connections for support, although Russia’s relationship to the far-right movement in this region is particularly complex. Whereas far-right groups in Europe and the United States have at times benefited from Russia’s overt support and may even revere the country as a model of illiberalism,57 in Ukraine and Georgia’s case, Russia is considered the aggressor in an ongoing conflict. Even in Armenia, where attitudes toward Russia are more positive,58 the nascent far-right movement is styling itself after model groups operating in established democracies.
Ethnic nationalism in Eurasia can be co-opted and manipulated by the far right. In Ukraine, Georgia, and Armenia, ongoing conflicts have played a crucial role in pushing society toward more radical interpretations of ethnic nationalism, which may legitimize far-right ideology in public and political discourse and offer opportunities for radicalization.
The attitudes and actions of governments are key in determining the role of far-right groups in society. A lack of political will to stand up to radical activities results in impunity for violence, undermining the rule of law and contributing to instability and insecurity. State complicity and support of far-right violence for political and commercial purposes is also an established pattern in the region that is both a flagrant contradiction of the rule of law, and leaves the door open for malicious co-optation of far-right groups by external influencers.
At the same time, it is detrimental for the state to crack down on far-right groups without clear legal justification, forcing them underground without any means of legitimate representation or expression. This causes further radicalization of far-right elements, pushing them further toward violent methods to achieve their aims. As demonstrated in Armenia, it may also cause large segments of society to view the radical groups more sympathetically than they might otherwise. Governments in Ukraine, Georgia, and Armenia must treat far-right groups fairly under the letter of the law, adopting attitudes that are neither too lax nor too strict. Subjecting far-right groups to thorough and timely investigations with impartial judges would ensure that perpetrators are held accountable in a nonpoliticized manner. Where necessary, the legal framework for hate crimes and related acts should be bolstered and clarified according to international standards.
Moving forward, systematic monitoring of far-right groups and violent incidents is necessary to better equip stakeholders with the information they need to grapple with this issue. Critical questions for further investigation include: What are the factors that drive radicalization of members? How do far-right groups and movements form and gain influence in a society? And what are their strategic aims?
In Ukraine, Freedom House is taking the first steps in this endeavor with local partners Truth Hounds, ZMINA, Ukrainian Legal Aid Foundation, Expert Center for Human Rights, LGBT Human Rights Center Nash Mir, Roma Human Rights Protection Center, and the Congress of Ethnic Communities of Ukraine. Together, Freedom House and its partners are developing a comprehensive system that will monitor, document, and analyze hate-motivated violent incidents and dynamics in the country.
The Center for Participation and Development and the Helsinki Association for Human Rights are also taking the first steps to monitor far-right activity in Georgia and Armenia, respectively. However, these initial efforts are only the beginning—a concerted effort must be made to monitor and analyze far-right groups across the Eurasian region and beyond.
2A 2018 study by UNDP Ukraine revealed that, even though Ukrainians favor and support equality in society, a significant percentage of them approve restricting the rights of vulnerable communities. See “Ukraine,” OSCE ODIHR Hate Crime Reporting, http://hatecrime.osce.org/ukraine.
3A 2018 study by UNDP Ukraine revealed that, even though Ukrainians favor and support equality in society, a significant percentage of them approve restricting the rights of vulnerable communities. See “Ukraine,” OSCE ODIHR Hate Crime Reporting, http://hatecrime.osce.org/ukraine.
12On July 11, the Rada’s Temporary Investigative Commission (TIC), which was formed in November 2018 to investigate attacks against civic activists, released its final report to the Rada. The TIC’s key conclusions were that “activists in Ukraine are in need of protection by law enforcement and MPs” and that “criminal cases on attacks against activists are closed without due cause.” See “’Activists need protection from law enforcement’: Verkhovna Rada approves TSC report,” Zmina, July 2019, https://zmina.info/news/aktivisti_potrebujiut_zahistu_vid_pravoohoronni….
13Article 161 prohibits violations of equality based on several characteristics, though sexual orientation and gender identity are not explicitly included.
21It is rumored that the Alliance of Patriots is supported and controlled from afar by the Georgian Dream party and its powerful founder, the billionaire Bidzina Ivanishvili. See “Alliance of Patriots rally thousands outside US Embassy in Tbilisi,” OC Media, September 16 2019, https://oc-media.org/alliance-of-patriots-rally-thousands-outside-us-em…; Oleksandra Delemenchuk and Zurab Makhradze, personal interviews, August 2019.
22Oleksandra Delemenchuk and Zurab Makharadze, personal interviews, August 2019.
31Hate crimes have only existed as a specific legal category in Georgia for two years, and many hate crimes have gone unreported or have been incorrectly classified as hooliganism or other misdemeanors. See Oleksandra Delemenchuk and Agit Mirzoev, “Georgia’s government is failing to take on right wing extremism,” OC Media, August 2019, https://oc-media.org/opinion-georgia-s-government-is-failing-to-take-on….
40Oleksandra Delemenchuk, personal interview, August 2019; Tamta Gelashvili, Georgia’s Emerging Far Right, December 3, 2019, University of Oslo Center for Research on Extremism, https://www.sv.uio.no/c-rex/english/news-and-events/right-now/2019/geor… Nina Karapetyants, personal interview, December 2019.
41Nina Karapetyants, personal interview, December 2019. Additionally, a number of isolated violent incidents by radical nationalist groups are recorded from this period. For example, in 2016 the nationalist organization Sasna Tsrer occupied a police station, taking several officers hostage. See Elkhan Alasgarov, “Pashinyan reviving ASALA’s terrorism – Sasna Tsrrer in Karabakh,” Azernews, October 16, 2018, https://www.azernews.az/nation/139219.html.
42Ani Mejlumyan, “Anti-Pashinyan Facebook group forms political party,” Eurasianet.org, May 2019, https://eurasianet.org/anti-pashinyan-facebook-group-forms-new-politica…. According to Karapetyants, Adekvad serves as the informal leader of other smaller groups such as Veto, which are linked by a common membership base and strategic coordination for common aims.
46There is a history of radicalization in Armenia connected to the conflict in Nagorno-Karabakh, as seen in the occupation of the Erebuni police station in 2016 by Sasna Tsrer, a militant nationalist movement of veterans from the Nagorno-Karabakh conflict. See Elkhan Alasgarov, “Pashinyan reviving ASALA’s terrorism – Sasna Tsrrer in Karabakh,” Azernews, October 2018, https://www.azernews.az/nation/139219.html.
47Under Pashinyan, Armenia has retained its formal alignment with Russia through the Collective Security Treaty Organization (CSTO) and Eurasian Economic Union (EEU), but follows a neutral foreign policy that prioritizes Armenian sovereignty. See “PM Pashinyan: The Goal of our Foreign Policy is to Ensure the Sovereignty and Security of the Republic of Armenia,” https://massispost.com/2019/08/pm-pashinyan-the-goal-of-our-foreign-pol….
56“President Bush, Patriarch Ilia, Levan Vasadze, and Dr. Carlson Inspire Over 2,000 Delegates at World Congress of Families X in Tbilisi, Georgia,” Standard Newswire, May 2016, http://standardnewswire.com/news/347311364.html.
Het Nederlandse onderwijs zet de deur wagenwijd open voor kinderen uit het door oorlog getroffen Oekraïne. Op 95 procent van de scholen is er bereidheid om hen onderwijs te bieden en bij één op de zes scholen hebben zich al leerlingen gemeld.
Dat blijkt dinsdagavond uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders onder ruim 700 schooldirecteuren. Op 60 procent van de scholen bestaan wel zorgen; voornamelijk met oog op het personeelstekort, de taalbarrière en eventuele trauma’s die Oekraïense kinderen met zich meebrengen.
,,Het is geweldig om te zien dat er in het onderwijs zo’n grote bereidheid is om te helpen. Scholen kunnen dit niet alleen en moeten hierin ondersteund worden. Soms zijn besturen en gemeenten hierin nog zoekende. Het is belangrijk dat er snel duidelijkheid komt”, aldus AVS-voorzitter Ingrid Doornbos.
Volgens de schooldirecteuren zijn er extra mensen nodig om het onderwijs voor de kinderen te laten slagen. Een mogelijkheid zou kunnen zijn om gebruik te maken van Oekraïense leraren die meekomen. Daarnaast moet er ook gekeken worden naar deskundige hulp zoals traumaverwerkers en tolken.
De Oekraïense president Volodymyr Zelensky heeft donderdagavond in een decreet een algehele mobilisatie van de bevolking aangekondigd, meldt persbureau Interfax. Dat betekent onder meer dat mannelijke inwoners in de leeftijd van achttien tot zestig jaar het land niet meer uit mogen, omdat ze beschikbaar moeten zijn voor het leger.
Zelensky deed dit in de nasleep van de Russische inval die in de nacht van woensdag op donderdag begon.
Via sociale media riep het hoofd van de douane in de westelijke regio Lviv donderdagavond mannen in de leeftijdscategorie achttien tot zestig jaar ertoe op niet naar de grens te komen. “Alsjeblieft, veroorzaak geen paniek en probeer niet op eigen houtje de grens over te steken”, aldus Daniil Menshikov. “De overwinning is aan ons! Leve Oekraïne!”, besloot hij zijn oproep.
Het Russische persbureau Interfax meldt dat de mobilisatie binnen negentig dagen wordt uitgevoerd. De maatregel heeft betrekking op inwoners van het land voor wie de dienstplicht geldt en reservisten van het Oekraïense leger.
Eerder op de dag kondigde president Zelensky al een staat van beleg af en adviseerde hij inwoners “niet in paniek te raken” en zoveel mogelijk thuis te blijven. Hij zei toen dat Oekraïne “sterk is, klaarstaat en zal winnen”.
””In het begin praat je als leerkracht met handen en voeten,” vertelt Lenneke Grobbe van Lowan, een organisatie die scholen ondersteunt bij het geven van onderwijs aan nieuwkomers, onder wie vluchtelingen. “We hebben plaatjes, digiborden en kinderen helpen elkaar met de taal, dus ze komen er wel uit. Sommige Oekraïense kinderen zijn er al iets langer, die kunnen hun klasgenoten ook goed helpen.”
…
….
”De prioriteit ligt nu op het Nederlands leren en daar zijn Nederlandse docenten voor nodig. “Klassen zullen groter moeten groeien, er zullen creatieve oplossingen voor nodig zijn. Maar wel met hoofdzakelijk Nederlandse docenten, voor de Nederlandse taal. Oekraïense docenten kunnen wel ondersteunen op andere manieren, qua sport en spel, of voor Oekraïense les buiten of, zo nodig, onder schooltijden.”
Het lijkt zo mooi. Fort Europa gaat vluchtelingen binnenlaten. Merkel in de rol van koningin der barmhartigheid. Maar grenzen gaan open en ook weer dicht en dan ook gelijk potdicht. De toelating van een groep vluchtelingen is altijd ruilhandel voor harder beleid.
Het gebeurde met het ‘generaal pardon’, het gebeurde met het ‘kinderpardon’. We zien het vriendelijk gezicht van medelijden. Er moet even worden gedaan of het drama van een kind het beleid ten goede zal veranderen. Omdat er een antwoord op gegeven moet worden op het moment dat veel mensen ineens ‘vluchtelingen welkom’ gaan roepen na jaren van ‘vluchtelingen weg’. Maar wie zijn eigenlijk die vluchtelingen?
Wie vluchtelingen zijn, dat is aan ‘ons’ om te bepalen. Ja, ‘wij’, degenen die privileges hebben door aan de goede kant van de grens te zijn geboren. Of we het willen of niet, het gebeurt namens ons, door de overheid, de IND. Medelijden reikt maar zover en is slechts bedoeld voor hen die het ‘verdienen’, die zich bewijzen willen, die er alles voor over hebben om er bij te horen, die zich laten assimileren. Maar… Heeft een vluchteling een smartphone of draagt nette kleren (de enige die hij of zij heeft), dan zal het wel geen ‘echte’ vluchteling zijn. Die hoort er namelijk uit te zien als een zwerver. En mannen? Liever ook niet. Dan reist later het hele gezin er achteraan, hoor ik zeggen. En mannen, die verkrachten, beroven en stelen. Per definitie. Ook geen ‘echte’ vluchtelingen dus, maar criminelen, of erger nog: terroristen. Heeft een vluchteling alles wat hij had verkocht en/of geld geleend om een mensensmokkelaar te betalen? Dan is het ook geen ‘echte’ vluchteling want blijkbaar kapitaalkrachtig. Is het een arme donder, dan is het misschien wel een ‘echte’ vluchteling, maar dan hebben we er niks aan. De vluchteling moet wel geld of kennis hebben, die moet wel bruikbaar zijn. Of nee, dat is ook niet goed, want dan pikt die vluchteling onze banen in. Dan maar een niet-werkende getraumatiseerde vluchteling? Nee, ook niet goed. Die pikt maar uit onze ruif van uitkeringen en huizen.
Eh.. hallo? Het is ook nooit goed, he? Alleen dat jongetje dat aangespoeld is op het strand, wiens dode lichaam gebruikt wordt om te laten zien hoe zielig vluchtelingen zijn en hoe barmhartig ‘wij’ kunnen zijn, dát is een vluchteling. Maar ja, die is al dood.
Zijn naam was Aylan Kurdi. Heeft zijn dood iets veranderd? En zo ja, ten goede of ten kwade? Wat gebeurt er als alle emotie weg is, als al die vluchtelingen in een opvangcentrum bij mensen in de buurt komen en gewone mensen blijken te zijn, sommige aardig, andere niet? Hoe snel is dan het medelijden vertrokken en heeft weer plaatsgemaakt voor wantrouwen? Wij Neederlanders mogen een volkje van goede en slechte mensen zijn, maar vluchtelingen? Daar mag geen krasje opzitten! Als zieligheid de enige drijfveer is voor mensen om in actie te komen, dan is het laagje beschaving maar dun. En vluchtelingen willen helemaal niet zielig zijn, maar vechten voor hun bestaan. We zien beelden van mensen die zich een trein invechten, die op de rails gaan liggen, die over hekken klimmen en in gevecht gaan met de politie die hen met wapenstokken en traangas proberen tegen te houden. Schande. Ze moeten wel netjes wachten. Alleen het makke schaap kan op medelijden rekenen. Of de dode op de foto.
Al die vluchtelingen die nog leven, die worden tegengehouden, opgejaagd. Gaat het Dublin akkoord definitief de vuilnisbak in, nu de lidstaten 120 duizend vluchtelingen onderling met behulp van een quotum verdelen? Nee, dat is maar tijdelijk. En de toelating van al die mensen gaat gepaard met een hoop geklaag over het ‘vluchtelingenprobleem’. De vluchtelingen zijn een last en tegen ‘het volk’ wordt gezegd: we doen dit nu, maar we weten dat het een probleem is en daar gaan we wat aan doen: Het volledig afsluiten van de buitengrenzen, zogenaamd om mensensmokkel tegen te gaan. Buiten Europa asiel aanvragen en voor wie er in mag, gaat de poort dan even open. Een voorstel van Klaas Dijkhoff. Merkel stelde een tijdje geleden voor een lijst met veilige landen samen te stellen op Europees niveau. Mensen uit die landen kunnen zo snel worden afgewezen. Maar wat ‘veilig’ wordt genoemd, is niet per definitie veilig. En wat voor de één veilig is, is dat voor de ander niet. Zo is een land als Somalië voor toeristen uit Neederland absoluut niet veilig en wordt reizen daarheen afgeraden, maar voor een vluchteling is het wel veilig dus die mag worden gedeporteerd.
Wie bepaalt wat veilig is, mag ook bepalen wie een vluchteling is. Het gevolg van een nieuw Europees asielbeleid naar het gecombineerde idee van een lijst van zogenaamd veilige landen en het aanvragen van asiel buiten de EU is niet dat mensensmokkelaars geen geld meer kunnen verdienen. Het gevolg is dat mensen die verwachten geen asiel te krijgen juist mensensmokkelaars zullen betalen om een veilig heenkomen te zoeken door het nemen van nog meer risico. Asiel of geen asiel: een leven in ‘de illegaliteit’ is te verkiezen boven een leven in gevaar.. Dit is vragen om nog meer doden. Meer slachtoffers aan de grenzen waar mensen met geweld worden tegengehouden. Meer doden in de Middellandse zee, in trucks, of in het landingsgestel van een vliegtuig, het ruim van een schip. Daar gaan we! Duitsland gooit de grens dicht. Oostenrijk gooit de grens dicht. Slowakije gooit de grens dicht. ‘Onze eigen’ Klaas de overvaller Dijkhoff laat de marechaussee intensievere controles houden, maar voor de VVD is dit blijkbaar nog niet genoeg: VVD’er Azmani wil de grenzen helemaal dicht hebben. Het EU plan om smokkelaarsboten in Libische wateren te bombarderen, dreigt binnenkort daadwerkelijk uitgevoerd te worden. Dat vluchtelingen daar het slachtoffer van worden, ziet toch niemand. Frontex komt met een nieuw trainingsprogramma waarmee je een degree in Strategic Border Management kunt behalen. En zolang grensbewaking en wapenhandel zulke florerende industrieën blijven, zal de ellende voor vluchtelingen alleen maar toenemen.
Ver van al het tumult in Turkije, Griekenland, Hongarije, Servië, Oostenrijk en Duitsland strijden we hier intussen tegen de bouw van een gezinsgevangenis op Kamp Zeist omdat tegenover al die vluchtelingen die nu binnen mogen komen er minstens evenveel staan die stilletjes het land worden uitgegooid omdat de Neederlandse staat bepaalt wie er wel of niet een vluchteling mag heten. De arrogante, egoïstische, kapitalistische macht om mensen te beoordelen, af te wijzen of goed te keuren, staat nog altijd niet ter discussie. Beelden van tot slaaf gemaakten die op een rijtje staan om te worden gekeurd komen in mijn hoofd op. Het is dát, maar dan veel massaler en gesophisticeerder. Maar zolang Wilders als perfecte bliksemafleider de Neederlandse onderbuik voedt, zijn we massaal voorzien van oogkleppen voor de stille massamoord die het EU ‘asiel’beleid al jarenlang is. Figuren als Wilders, en Pegida aanvoerders in de diverse landen van Europa die angst en haat zaaien, mogen dan wel niet openlijk hun zin krijgen, maar krijgen dat stiekem uiteindelijk wel. Het is slechts een kwestie van tijd en de stemming zit er al lekker in (lees: wordt gemaakt).
Wat doen we eraan? Van alles. Ik las de laatste tijd over activisten die het grenshek doorknipten tussen Hongarije en Syrië en over mensen die openlijk vluchtelingen vanuit Hongarije naar Oostenrijk vervoerden. En hier in Neederland? Wij Zijn Hier, de vluchtelingen en hun supporters, strijden al jaren voor hun rechten en de groep wordt komende week uit een zoveelste pand gezet en komt dan weer op straat. En dan is er dus die geplande bouw van de hierboven al genoemde gezinsgevangenis waartegen al een tijdje campagne wordt gevoerd. De Neederlandse staat wil deze in stilte kunnen bouwen en zal daar in slagen als mensen alleen maar naar de voordeur blijven kijken en niet opletten wat er aan de achterdeur gebeurt. Toch is het niet zo moeilijk om te zien. Naast de grensgevangenis Kamp Zeist, waar de nieuwe gezinsgevangenis moet komen, gaan 750 vluchtelingen in noodopvang worden opgevangen, in twee gebouwen van het voormalig militair luchtvaartmuseum. De voordeur van het royale binnenlaten en de achterdeur van deportatie zijn op deze plaats slechts enkele meters van elkaar verwijderd. De scheiding is voorzien van hekken, stroomdraad en muren, en van camera’s die de bouw van de gezinsgevangenis beveiligen. Nergens kun je het toppunt van hypocritie en bedrog beter zien dan daar, bij Kamp Zeist, Richelleweg 13, Soesterberg.
Als ergens die vraag kan worden gesteld, dan is het daar wel: “Wil de ‘echte’ vluchteling nu opstaan?”.
Medelijden is eigenlijk een belediging, net als gedogen of tolereren. Het betekent dat je een gunst bereid bent te geven omdat je iemand zielig vindt. Het betekent dat als iemand niet nederig genoeg bedelt om een aalmoes, dat die op kan donderen. Daar moeten we tegen vechten. En we moeten mensen die nu dekens komen brengen, laten zien dat er veel meer aan de hand is. Dat er fundamenteel iets mis is met het maken van onderscheid. Vrijheid van beweging en een eerlijke verdeling van welvaart moeten het uitgangspunt zijn. Maar tot het zover is dat mensen zich hier massaal bij aansluiten, is en blijft het zaak om met alle mogelijke middelen de grenscontroles, de hekken, de opsluiting en deportaties te saboteren, te frustreren, tegen te houden.
Nu een deken, morgen een voorhamer en een kniptang. Want ze moeten weg, kapot, die muren, hekken en bouwwerkzaamheden. Breek de macht af! Slopen, die grensafscheidingen en gevangenismuren. En omdat je ergens moet beginnen: Sloop Kamp Zeist!
Joke Kaviaar, 27 september 2015
6 oktober actiedag tegen de bouw van de gezinsgevangenis voor vluchtelingen op Kamp Zeist!
Veel Nederlanders blijken bereid om vluchtelingen uit Oekraïne te huisvesten. Inmiddels hebben 6000 gezinnen zich aangemeld bij Onderdak Oekraïne, laat initiatiefnemer Huib van Mierlo weten.
Van Mierlo en de vrijwilligers die hem helpen, leggen per provincie een database aan. Zo is precies duidelijk op welke plaatsen eventueel Oekraïners kunnen worden ondergebracht. In Groningen, Friesland en Drenthe zijn tot nog toe de meeste aanmeldingen.
Door de Russische inval zijn volgens de Verenigde Naties al 1,5 miljoen mensen Oekraïne ontvlucht. Nederland kan duizenden vluchtelingen verwachten. “De overheid kan dit niet helemaal zelf oplossen”, legt de initiatiefnemer uit. Dat de animo om te helpen zo groot is, heeft hem “positief verrast”.
Coördinatie ontbreekt nog
Van Mierlo is over het vervolg in contact met ambtenaren van staatssecretaris Eric van der Burg (Justitie en Veiligheid), die over de opvang van asielzoekers gaat. Mensen die zich opgeven bij Onderdak Oekraïne geven toestemming om hun gegevens te delen met relevante instanties die de opvang gaan coördineren. Hoe dat precies in zijn werk zal gaan, is nog onderwerp van gesprek. Van Mierlo zegt dat het aan de staatssecretaris is om aan te wijzen welke partij of partijen de coördinatie op zich zullen nemen.
Bij de opvang van Oekraïense vluchtelingen zijn diverse organisaties betrokken, van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) tot het Rode Kruis en Stichting Vluchteling. Omdat de reguliere asielopvang van het COA al helemaal vol zat voordat de oorlog uitbrak, hebben veiligheidsregio’s het verzoek gekregen om snel duizenden opvangplaatsen te creëren.
EINDE BERICHT
[81]
RTL NIEUWS
OPVANG OEKRAIENERS PAKT NIET ALTIJD GOED UIT: ”JE HEBT
Gemeenten en hulporganisaties zien steeds vaker wanhopige gastgezinnen die het niet meer zien zitten met de opvang van Oekraïense vluchtelingen. De redenen waarom het misgaat zijn divers: discussies over etenstijden, het gedrag van kinderen of een gebrek aan waardering. “Ik heb nul privacy meer in mijn eigen huis.”
In hun rijtjeshuis in Emmeloord vangen Joshua Smits en zijn vrouw vier volwassenen en twee kinderen uit Oekraïne op. Hoe dat gaat? “Er zijn momenten dat het goed gaat en ik erg positief ben. Bijvoorbeeld als we gezellig met elkaar praten rondom de tafel”, begint Joshua.
Rekening houden met elkaar
Maar er klinkt ook zeker een grote ‘maar’. “Het is ook een flinke inbreuk op je privacy. Onze dochter vindt de nieuwe situatie moeilijk en moet wennen om haar speelgoed te delen met de Oekraïense kindjes. En mijn vrouw en ik hebben ook veel minder tijd voor elkaar.”
De Oekraïners hebben in Emmeloord hun eigen slaapkamers, maar de badkamer en toiletten worden door de twee gezinnen gedeeld. “Je moet steeds rekening houden met elkaar.”
Bij Bape Nentjes uit Tollebeek, die samen met haar moeder een Oekraïens gezin met drie kinderen opvangt, is het ook niet alleen rozengeur en maneschijn. “Het zijn absoluut vriendelijke mensen, maar hun komst is ook een inbreuk op je privacy”, vindt ze. “Ik ben van nature nogal streng en hou van regels. Maar hun kinderen mogen gewoon alles, die krijgen niet echt een opvoeding zoals wij die kennen. Ik probeer me daar maar niet te veel aan te ergeren.”
Veel op hun kamers
De Oekraïners hebben ook nog eens 14 poedels meegenomen. De gezinnen kennen elkaar al jaren vanwege een gezamenlijk fokprogramma. “Van die poedels heb ik minder last dan van die kinderen”, zegt Bape.
De gezinnen leven onder één dak, maar hebben wel hun eigen slaapkamers. “Ze zitten veel op hun kamers met de honden. Dat is op zich prima. In het begin gingen ze ’s avonds heel laat eten. Daar had ik wel moeite mee. We hebben nu afgesproken om met elkaar om zes uur uur te eten.” In deze video zie je hoe het er thuis bij Bape aan toe gaat:
Duizenden Nederlanders hebben zich aangemeld om Oekraïense vluchtelingen op te vangen. Hoeveel mensen dat al daadwerkelijk doen, is niet bekend omdat er geen landelijk registratiesysteem is. Ze stellen hun huis open omdat ze iets terug willen doen. Maar die gastvrijheid kan ook een keerzijde hebben.
Het Rode Kruis, Takecare-bnb en diverse gemeenten horen steeds vaker verhalen waarbij het niet goed gaat tussen het gastgezin en de vluchtelingen, blijkt uit een rondgang van RTL Nieuws. Soms is er sprake van spijt en moeten de vluchtelingen hun gastgezin weer verlaten.
Groeiende irritaties
Bij de crisisopvang in een sporthal in Heerenveen hebben zich al meerdere gastgezinnen gemeld die de opvang niet meer zien zitten, zegt Richtsje Stornebrink van de gemeente. “Heel vervelend, maar via de veiligheidsregio wordt dan weer een nieuwe opvangplek geregeld.”
De kans dat het verkeerd gaat, is groter als er geen aparte woonruimte is voor de vluchtelingen. “Mensen gaan na een paar weken hun privacy missen en de kans op irritaties groeit. Het zit ‘m in kleine dingen. Zoals bijvoorbeeld het delen van de afstandsbediening of het wel of niet samen eten. Gastgezinnen onderschatten ook de verantwoordelijkheid die ze krijgen. Er moeten veel dingen worden geregeld, helemaal als kinderen naar school moeten.”
Stornebrink denkt dat sommige mensen ook te makkelijk denken over het opvangen van vluchtelingen. “Het kan echt zwaar zijn, helemaal als de opvang weken of misschien wel maanden duurt.” Ook de gemeenten Den Haag, Venlo en Nijmegen hebben telefoontjes gekregen van gastgezinnen die de opvang niet meer zien zitten, blijkt uit navraag.
Bij de gemeente Dijk en Waard komen berichten binnen van particulieren die spijt hebben. Burgemeester Peter Rehwinkel waarschuwt: “Het is heel mooi om vluchtelingen op te vangen, maar je moet wel weten waar je aan begint. Het is niet de bedoeling dat vluchtelingen worden weggestuurd richting de opvang.”
‘Denk goed na’
Bij het Rode Kruis kennen ze de verhalen van wanhopige gastgezinnen die aankloppen omdat ze de opvang niet meer zien zitten. Het Rode Kruis, het Leger des Heils en Vluchtelingenwerk Nederland stroomlijnen met Takecare-bnb de particuliere opvang van vluchtelingen. “Ondanks alle goede intenties vragen wij mensen eerst om goed na te denken waar ze aan beginnen. Mensen romantiseren het soms te veel”, zegt Alberta Opoku van het Rode Kruis. “We nemen ook eerst intakegesprekken af voordat we gastgezinnen en Oekraïners aan elkaar gaan koppelen. Een derde valt daarbij af.”
Takecare-bnb is nu drie weken bezig met screenen. “Allereerst hebben we een telefonisch gesprek met het gastgezin. Daarna volgt er ook nog een kennismaking”, zegt Lilly Wiggers van de organisatie. “Pas als beide kanten het willen, wordt een contract ondertekend voor huisvesting. Hiermee vergroten we de kans op een duurzame match.”
Vallen en opstaan
Het Leger des Heils bereidt de komende tijd lokale aanspreekpunten voor. Vrijwilligers gaan langs gastgezinnen om te helpen met prangende kwesties of helpen met het beantwoorden van vragen.
Ook al valt het soms tegen: het overgrote merendeel van de gastgezinnen piekert er niet over om te stoppen. Spijt? Dat hebben zowel Joshua en Bape niet. “Als we hier later op terugkijken, zien we dit als positieve ontwikkeling. Het gaat soms met vallen en opstaan, maar we doen het niet om de roem. We doen dit omdat deze mensen hulp hard nodig hebben”, zegt Joshua.
EINDE ARTIKEL
TROUW
GEMEENTES KRIJGEN VEEL TELEFOONTJES VAN ”SPIJTGASTGEZINNEN,
Gastgezinnen wijzen hun Oekraïense vluchtelingen toch de deur. De opvang valt hen zwaarder dan gedacht.
Bij verschillende gemeenten komen telefoontjes binnen van ‘gastouders’ die vragen of hun Oekraïense vluchtelingen niet alsnog terecht kunnen in de noodopvang. Ook bij de veiligheidsregio’s komen meldingen binnen van gezinnen die zich de tanden stuk hebben gebeten op bijvoorbeeld het gebrek aan privacy, het eetpatroon of de taalbarrière.
“Het is natuurlijk niet goed als vluchtelingen opnieuw in een onzekere situatie worden gebracht”, zegt waarnemend burgemeester Peter Rehwinkel van Dijk en Waard (Heerhugowaard en Langedijk). “Wij juichen de hulp van particulieren toe, maar we raden hen wel aan er van tevoren goed over na te denken. Deze mensen zijn moe en angstig. Je moet je van tevoren afvragen of je met deze problemen kunt omgaan. We horen nu van sommige gastgezinnen: het gaat toch niet. En dat al na betrekkelijk korte tijd.”
De verandering kan veel stress veroorzaken, terwijl vluchtelingen nu juist rust nodig hebben, zegt een woordvoerder van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost tegen ANP. Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen en voorzitter van het Veiligheidsberaad vindt dat gastgezinnen dit niet kunnen maken, zei hij eerder deze week. Door vluchtelingen bij de noodopvang af te zetten, zadelen ze gemeenten op met meer werk dan als de mensen daar meteen waren aangekomen.
Hulpverlening en informatie waren nog niet op orde
“Veel gezinnen hebben eerste opvang geboden toen er nog geen andere opvang was”, zegt een woordvoerder van Vluchtelingenwerk. “Toen hadden wij ook nog niet onze hulpverlening klaar die de problemen misschien had kunnen voorkomen. Die is er nu wel. Samen met Takecarebnb, Leger des Heils en het Rode Kruis gaan wij gezinnen van tevoren screenen en informatie bieden over verzekeringen, onderwijs en andere praktische zaken.”
Precieze cijfers over het aantal afgebroken verblijven bij Nederlanders thuis zijn er niet. Hoeveel Oekraïners bij particulieren zijn ondergebracht, is ook nog onduidelijk zolang niet iedereen bij de gemeente geregistreerd is. Bij Takecarebnb zijn momenteel 35.000 gezinnen aangemeld, die bereid zijn mensen op te nemen. De organisatie wijst erop dat wie hier aan wil beginnen, moet beschikken over voldoende tijd, ruimte en geld. Daarna volgt een intakegesprek en een proefslaapperiode met vluchtelingen. Bevalt dat goed, dan wordt er een contract voor huisvesting ondertekend. Op dit moment heeft Takecarebnb nog niemand geplaatst.
De gemeente Dijk en Waard krijgt steeds meer berichten van particulieren die spijt hebben van het opvangen van Oekraïners. Het is heel mooi om vluchtelingen op te vangen, maar volgens waarnemend burgemeester Peter Rehwinkel moet je wel weten waar je aan begint: “Het is niet de bedoeling dat vluchtelingen worden weggestuurd richting het Transferiumgebouw.”
‘Bezint eer gij begint’, is het spreekwoord dat Rehwinkel gebruikt. Volgens de waarnemend burgemeester zijn er in een aantal situaties vluchtelingen door particulieren naar het Transferium gebracht. “Het is voor ons onmogelijk om ook opvang te bieden aan vluchtelingen die bij particulieren zijn ondergebracht. Het is gewoon onwenselijk.”
De stroom vluchtelingen in Dijk en Waard is inmiddels op gang gekomen. In het Transferiumgebouw kunnen 240 mensen worden opgevangen, maar de gemeente kijkt ook naar andere locaties.
Op dit moment worden gesprekken gevoerd met meerdere partijen voor nieuwe opvangplekken, maar er zijn nog geen concrete plannen.
Meerdere instanties hebben aangegeven graag Oekraïense vluchtelingen te willen opvangen, maar ook particulieren komen in actie. Via verschillende initiatieven hebben zich duizenden Nederlanders zich aangemeld om Oekraïners op te vangen. Maar waar moet je op letten als je een ruimte beschikbaar hebt voor een vluchteling?
In Hart van Nederland was vrijdag Jetske van der Werf uit Hitzum te zien, die haar boerenerf met daarop een aantal vakantiewoningen beschikbaar stelde. En zij is bepaald niet de enige.
Op de website Onderdakoekraine.nl hebben zich al bijna vijfduizend mensen zich geregistreerd. Per gezin is er plek voor ongeveer drie personen. Ook Takecarebnb, dat normaal gesproken statushouders koppelt aan gezinnen met een extra kamer, spreekt over duizenden aanmeldingen.
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) gaat er vanuit dat de komende tijd tienduizenden vluchtelingen naar Nederland komen. Alle 25 veiligheidsregio’s worden gevraagd tweeduizend Oekraïners te huisvesten.
Ook helpen? Takecarebnb geeft tips
Takecarebnb benadrukt dat het in huis nemen van een vluchteling een besluit is waar je goed over na moet denken. Het platform adviseert om de opvang niet alleen te doen. Beter is een kring met vrienden, buren en familie te vormen. “Zorg samen voor huisvesting en begeleiding. Niemand weet hoe lang het gaat duren en samen hou je het langer vol.”
“Bied de gast privacy, een ruimte waar hij of zij zich kan terugtrekken”, luidt een andere tip. En: “Wees niet verbaasd als de gast veel op zijn of haar telefoon kijkt, want het nieuws uit Oekraïne en contact via social media zijn heel belangrijk.”
Gastgezinnen moeten zich verder realiseren dat gasten vermoeid, boos, teleurgesteld en angstig kunnen zijn. Dus: “wees tolerant”. Als er tekenen zijn van overspannenheid, dan kan mogelijk professionele hulp worden ingeschakeld.
EINDE BERICHT HART VAN NEDERLAND
[83]
ZORGEN OM OEKRAIENSE VLUCHTELINGEN: ZE ZIJN KWETSBAAR
DEN HAAG – Let goed op Oekraïense vluchtelingen. Daarvoor waarschuwt de Haagse politie. De vrouwen en kinderen die hier nu wonen zijn extra kwetsbaar voor bijvoorbeeld mensenhandel. ‘Zie je iets waar je een slecht gevoel bij hebt? Neem dan contact met ons op’, zegt Sarah Rust, digitaal specialist bij de politie in Bob Staat Op.
‘We horen veel geluiden dat er vluchtelingen worden uitgebuit, dus daar hebben we veel zorgen om. ‘ Volgens Rust is de groep extra kwetsbaar. ‘Ze hebben weinig geld bij zich, spreken de taal niet en hebben hier geen netwerk.’ En het gaat vooral om vrouwen en kinderen. ‘Die zijn extra kwetsbaar voor seksuele uitbuiting.
Volgens Rust zijn er wat signalen waar je op kan letten. Bijvoorbeeld wanneer iemand niet meer z’n eigen paspoort in bezit heeft. ‘Of als iemand heel geheimzinnig doet over werk, salaris moet afstaan of hele lange uren moet werken.’ Er zijn natuurlijk ook zichtbare signalen. ‘Zoals blauwe plekken of sporen van mishandeling.’
Onderbuikgevoel
Ook als je geen duidelijke aanwijzingen hebt kan je het ook melden bij de politie. ‘Bij een onderbuikgevoel kan je ook met ons contact opnemen. Je hoeft niet honderd procent zeker te zijn van je zaak. Daar zijn wij voor, om met je mee te kijken.’
De politie heeft al meerdere signalen ontvangen van uitbuiting, maar er zijn nog geen opsporingsonderzoeken gestart. Rust vertelt dat ze de meldingen wel onderzoeken. ‘We gaan er dan wel even naar toe.’
EINDE ARTIKEL
[84]
RTL NIEUWS
KAMERLEDEN SPREKEN SCHANDE VAN UITBUITING OEKRAIENERS
‘Ongelofelijk’, ‘verschrikkelijk’, ’totaal verwerpelijk’. Kamerleden komen woorden tekort in reactie op de uitbuiting van een groep Oekraïners in het Westland. Uit gesprekken die RTL Nieuws voerde met Oekraïense werknemers in de kassen komt een ontluisterend beeld naar voren.
Oekraïense arbeidskrachten werken op basis van wurgcontracten, met verschillende boetebepalingen. Ze kunnen bijvoorbeeld een boete van 500 euro krijgen als ze met het bedrijf waar ze zijn gedetacheerd contact opnemen over arbeidskwesties. En er wordt zelfs gedreigd met deportatie naar Oekraïne als werknemers de regels overtreden.
SP-Kamerlid Bart van Kent heeft er geen woorden voor. “Zogenaamde ‘werkgevers’ en ‘uitzendbureaus’ die de oorlog in Oekraïne aangrijpen om de meest kwetsbare mensen uit te buiten.” Ook D66-Kamerlid Anne-Marijke Podt is geschrokken: “Totaal verwerpelijk. We moeten hier keihard tegen optreden.” Ze krijgt bijval van de PvdA. “Aanpakken deze misstanden”, zegt PvdA-Kamerlid Kati Piri.
Onacceptabel
Ook de ChristenUnie is geschokt door het nieuws. “Onacceptabel”, zegt Kamerlid Don Ceder. “Het bestrijden van uitbuiting van arbeidsmigranten blijft volgens de inspectie helaas dweilen met de kraan open.” Op aandringen van CU-Kamerlid Ceder komt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze zomer met een publiekscampagne die zich richt op bewustwording en het voorkomen van uitbuiting.
GroenLinks-Kamerlid Senna Maatoug kijkt niet op van het nieuws. “We zien structurele uitbuiting van arbeidsmigranten en nu ook van net gevluchte mensen.” De aanpak van dit soort misstanden gaat veel te langzaam, aldus Maatoug.
Vanwege de oorlogssituatie in Oekraïne is er hulp en betrokkenheid vanuit alle hoeken van Nederland. Na het zien van de heftige nieuwsbeelden, bekruipt veel Nederlanders het gevoel iets te willen doen voor de Oekraïense vluchtelingen. Maar toen hun Syrische lotgenoten aan de poort klopten vanwege de oorlog aldaar, was de reactie toch iets minder warm, blijkt ook uit onderzoek van onderzoeksbureau Motivaction.
Uit hun enquête blijkt dat twee derde van de Nederlanders, zo’n 66 procent, positief staat tegenover de opvang van Oekraïense vluchtelingen in Nederland. Ook blijkt uit het onderzoek dat maar liefst 78 procent van de respondenten vindt dat Oekraïense vluchtelingen bescherming verdienen en hen dapper vinden.
Asielzoekers of vluchtelingen
Van de deelnemers was maar negen procent negatief over de opvang van Oekraïners. Een kleinere acht procent verwacht dat de vluchtelingen een last zullen vormen voor de samenleving.
Het bureau maakte in hun onderzoek ook een vergelijking tussen de houding tegenover Oekraïense vluchtelingen en tegenover Syrische vluchtelingen, volgens Motivaction de grootste groep vluchtelingen van de afgelopen jaren.
Uit de enquête komt naar voren dat een op de drie Nederlanders positief staat ten opzichte van opvang van vluchtelingen uit Syrië. “Oekraïners die naar Nederland komen worden voornamelijk als politieke vluchteling gezien, terwijl Syriërs die naar Nederland komen voornamelijk als asielzoeker worden gezien”, concludeert het onderzoeksbureau.
Groepsdieren
Volgens cultureel antropoloog Jitske Kramer is dit fenomeen ‘verdrietig maar verklaarbaar’. Ze legt uit dat wij mensen groepsdieren zijn. “We horen graag bij een groep zoals bij een voetbalclub of een dorp. Als je je identificeert met iemand, voelt het dichterbij en is de kans groter dat je iemand wil helpen”, legt Kramer uit.
Dit heeft volgens de antropoloog met meerdere factoren te maken, zoals onder andere uiterlijke kenmerken, religie en taal. “Voor iemand die meer op ons lijkt, voelen we eerder meer empathie en is er meer bereidheid om te helpen”, legt zij uit. Het is dan ook soms pijnlijk maar waar dat wij als mensen zo denken. “Dit heeft te maken met onder andere biologische en culturele aspecten.”
Het is dan ook vrij logisch om jezelf te betrappen dat je ongemerkt toch zo denkt. Volgens Kramer is het juist daarom van belang om hiervan bewust te worden en deze gedachten te veranderen. “Geef jezelf een schop onder de kont en doe meer je best om je te identificeren met iemand die in eerste instantie niet veel op jou lijkt. Vergeet nooit dat we met iedereen een zeer essentieel aspect gemeen hebben, en dat is dat we allemaal mensen zijn. Ook mensen in nood met wie we ons niet meteen identificeren, zijn in de eerste plaats mensen. In nood”, aldus de cultureel antropoloog.
EINDE ARTIKEL
EINDE ARTIKEL HART VAN NEDERLAND
Reacties uitgeschakeld voor Noten 78 t/m 85/Oekraine
”Er blijven opvallende verschillen bestaan in de behandeling van diverse groepen asielzoekers en vluchtelingen: waar asielzoekers in het aanmeldcentrum in Ter Apel in overvolle tenten zitten, staan elders zo’n 9.000 plekken voor Oekraïense vluchtelingen leeg. En waar de regering gemeenten (nog) niet wil dwingen plek te maken voor asielzoekers, dwingt die hen nu wel om snel statushouders te huisvesten.”
….
…..
”Geen onderscheid maken
Van Tilborg riep eerder op om de zorgzaamheid voor Oekraïners breder te trekken en geen verschil te maken tussen mensen in nood. Het kan niet zo zijn dat we onderscheid maken op basis van afkomst, geloof, huidskleur, schreef hij. De bommen waarvoor Syriërs vluchten zijn even dodelijk als die waar Oekraïners voor vluchten. De Afghanen hier staan op dodenlijsten. En zo zijn er nog velen die uit verschillende brandhaarden in de wereld zijn weggevlucht voor (oorlogs-)geweld en vervolging.
Schuiling wijst erop dat er dus wel degelijk honderden, zelfs duizenden, plekken blijken te zijn voor vluchtelingen. Hij vindt het onbestaanbaar dat gemeenten die nog niet beschikbaar hebben gesteld voor andere groepen dan Oekraïners.
Uit de nieuwste cijfers die de Rijksoverheid vandaag bekend maakte blijkt bovendien dat een fors deel van die plaatsen nog ‘leeg’ staat: van de bijna 32.000 beschikbare ‘bedden’ voor de opvang van Oekraïners zijn er nu tegen de 23.000 in gebruik. Er zijn dus zo’n 9.000 plaatsen onbenut. ”
Er blijven opvallende verschillen bestaan in de behandeling van diverse groepen asielzoekers en vluchtelingen: waar asielzoekers in het aanmeldcentrum in Ter Apel in overvolle tenten zitten, staan elders zo’n 9.000 plekken voor Oekraïense vluchtelingen leeg. En waar de regering gemeenten (nog) niet wil dwingen plek te maken voor asielzoekers, dwingt die hen nu wel om snel statushouders te huisvesten.
In de nachtopvang in Ter Apel verblijven nog steeds veel meer mensen dan waarvoor die opvang geschikt is. Een week geleden waren dat er ruim 400 te veel. Een extra bijgeplaatste tent werd afgelopen donderdag bovendien weer afgebroken: er was geen vergunning voor. Begin vorige week was alleen Utrecht bereid om 200 plekken voor asielzoekers uit Ter Apel te realiseren. Later in die week volgden nog 5 gemeenten.
In totaal komen er daarmee 1.600 tijdelijke noodopvangplaatsen bij, bericht RTV Noord. De situatie in Ter Apel blijft echter nijpend: het COA verwacht binnenkort nog duizenden plekken nodig te hebben – er sluiten ook azc’s en gemeenten zijn niet bereid ze langer open te houden.
“Geen beschaafd land” De Groninger burgemeester en voorzitter van de Veiligheidsregio Koen Schuiling luidt al geruime tijd de noodklok over de onveilige en onhygiënische situatie in de slaappaviljoens in Ter Apel. We tonen ons geen beschaafd land, zei hij. Schuiling roept op tot een noodwet, zodat gemeenten gedwongen kunnen worden om asielzoekers op te vangen. De veiligheidsregio’s sloten zich aan bij die oproep, maar staatssecretaris Eric van der Burg wijst het idee vooralsnog af.
Reservecapaciteit De mogelijkheid van dwang moet zeker benut worden als het echt nodig is, zei INLIA-directeur John van Tilborg vrijdagmorgen (1 april) in het programma Spraakmakers op Radio 1. Hij pleit voor beleid dat dergelijke noodsituaties in de opvang voorkomt: We moeten reservecapaciteit hebben. We weten al 40 jaar dat dit nodig is, om schommelingen op te vangen. Het is schandalig dat dit nog steeds niet geregeld is. Daarom hebben we nu in Ter Apel de ondergrens bereikt van wat menswaardige opvang is. En ja, dan is dwang nodig.
De INLIA-directeur gelooft dat er genoeg draagvlak is om asielzoekers op te vangen: Dat is een kwestie van goed communiceren en mensen betrekken. Dat is telkens gebleken op de plekken waar INLIA dat gedaan heeft.
Hij wijst ook op de enorme bereidheid om Oekraïners op te vangen. In een NOS-reportage van dit weekend uit Van Tilborg de hoop dat het begrip dat er nu is voor Oekraïners ook zal leiden tot mentaliteitsverandering bij de overheid. Doelend op het creëren van reservecapaciteit zegt hij: Ik hoop dat ze gaan inzien dat het noodzakelijk is georganiseerd te zijn om mensen op te vangen als dat nodig is. Dat zijn we te weinig geweest in de afgelopen decennia.
Geen onderscheid maken Van Tilborg riep eerder op om de zorgzaamheid voor Oekraïners breder te trekken en geen verschil te maken tussen mensen in nood. Het kan niet zo zijn dat we onderscheid maken op basis van afkomst, geloof, huidskleur, schreef hij. De bommen waarvoor Syriërs vluchten zijn even dodelijk als die waar Oekraïners voor vluchten. De Afghanen hier staan op dodenlijsten. En zo zijn er nog velen die uit verschillende brandhaarden in de wereld zijn weggevlucht voor (oorlogs-)geweld en vervolging.
Schuiling wijst erop dat er dus wel degelijk honderden, zelfs duizenden, plekken blijken te zijn voor vluchtelingen. Hij vindt het onbestaanbaar dat gemeenten die nog niet beschikbaar hebben gesteld voor andere groepen dan Oekraïners.
Uit de nieuwste cijfers die de Rijksoverheid vandaag bekend maakte blijkt bovendien dat een fors deel van die plaatsen nog ‘leeg’ staat: van de bijna 32.000 beschikbare ‘bedden’ voor de opvang van Oekraïners zijn er nu tegen de 23.000 in gebruik. Er zijn dus zo’n 9.000 plaatsen onbenut.
Mensonterend Ondertussen was de situatie bij het aanmeldcentrum in Ter Apel mensonterend, zoals voorzitter van het Veiligheidsberaad Hubert Bruls bij RTV Noord zei. Hij voegde toe: En dit is de zoveelste keer. Wij willen dat het Rijk dwang gaat gebruiken, want zo kan het niet langer.
Staatssecretaris Van der Burg doet dat echter niet. Hij stelde eerder al dat dwang een nederlaag zou zijn omdat gemeenten vrijwillig moeten meewerken. In de brief aan de Tweede Kamer noemt hij een dergelijke dwangmaatregel een uiterst redmiddel dat alleen zal worden ingezet als de situatie daartoe noopt. Hij stelt verder dat deze maatregel niet op zeer korte termijn voor verlichting zal zorgen. Die stelling wordt in de brief niet onderbouwd. Het is niet duidelijk hoe de staatssecretaris in dit verband kijkt naar de ruim 9.000 onbenutte plekken voor Oekraïners.
Wel dwang bij statushouders Wel gaat Van der Burg gemeenten dwingen kleine groepen statushouders – vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen – op te nemen. Het COA moet dit gaan uitvoeren en in iedere gemeente kleine groepen van maximaal 20 statushouders in hotels of andere accommodaties gaan plaatsen. Zo moet er ruimte ontstaan in asielzoekerscentra, waar nu veel statushouders zitten omdat er in gemeenten geen woonruimte beschikbaar is. Volgens de staatsecretaris zal deze maatregel de acute nood in het aanmeldcentrum verlichten.
Meer informatie: De brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer d.d. 29 maart 2022 over de situatie bij het Aanmeldcentrum Ter Apel (3 pagina’s) De oproep van INLIA-directeur John van Tilborg d.d. 28 maart 2022: ‘Een mens in nood is een mens in nood’ De actuele cijfers over de capaciteit en bezetting van opvang voor Oekraïners in Nederland (link naar een webpagina van de Rijksoverheid) De brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer d.d. 30 maart 2022 over de aanpak opvang ontheemden uit Oekraïne (21 pagina’s) De uitzending d.d. 1 april 2022 van het KRO-NCRV radioprogramma ‘Spraakmakers’ over ‘Dwing niet álle gemeenten om asielzoekers op te vangen (link naar de website van NPO Radio 1) De video-reportage die 3 april 2022 op de website van de NOS is gepubliceerd onder de titel: ‘Zo worden Oekraïense vluchtelingen opgevangen’ (7 min 54) Het bericht d.d. 4 april 2022 van RTV Noord: ‘Extra noodopvangplekken beschikbaar, maar druk op Ter Apel blijft hoog’.
EINDE BERICHT INLIA
NOS
750 VLUCHTELINGEN BRENGEN NACHT DOOR IN TER APEL, TERWIJL
Zo’n 750 vluchtelingen hebben de nacht doorgebracht in het aanmeldcentrum in Ter Apel, terwijl er maar plek was voor 275 mensen. Dat heeft burgemeester Velema vanochtend bevestigd.
Gisteren was al duidelijk dat er geen mogelijkheid was voor het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) om het teveel aan mensen over andere locaties in het land te verspreiden. “Die 750 mensen werden gisteren opgevangen in de paviljoens van de opvanglocatie, maar ook in de wachtruimtes en kantoren van de IND”, zegt Velema in het NOS Radio 1 Journaal.
De asielzoekers sliepen in het aanmeldcentrum op veldbedden die het Rode Kruis er had geplaatst. Velema luidde nogmaals de noodklok. “Zo veel mensen in een ruimte die daar niet voor bedoeld is, is niet fris. Daar is de riolering niet op berekend.” Hij waarschuwt voor het ontstaan van infectieziektes. “Dat zijn geen zaken die je in Nederland verwacht.”
‘Te weinig daadkracht’
Volgens de burgemeester had het COA gisteren zes bussen ingezet met als doel de vluchtelingen over andere locaties te verspreiden. “Rond 20.00 uur kwam men tot de conclusie dat het niet was gelukt en toen is alles op alles gezet om de mensen toch zo netjes mogelijk een plek te geven in de noodopvang.”
Het steekt de burgemeester dat het niet gelukt is, terwijl hij zelf wel een tijdelijke oplossing voor ogen had. “Iedereen die wel eens is vastgelopen in het ov, weet dat er binnen een paar uur bedden geregeld kunnen worden in de Jaarbeurshallen.” Velema stelt dat de minister “een crisismaatregel had moeten regelen”. “Dan waren we naar Utrecht gegaan en hadden we de mensen in ieder geval ruimer en hygiënischer kunnen opvangen.”
Maandag is het Veiligheidsberaad bij elkaar gekomen. De conclusie van alle voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s was dat er tussen de 800 en 1500 slaapplekken op korte termijn bij moeten komen. Waarom dat nog niet gebeurd, is weet Velema niet. “Ik kan alleen maar concluderen dat er te weinig daadkracht is geweest.”
Zowel het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers als verantwoordelijk demissionair staatssecretaris Broekers-Knol waren vanochtend niet bereikbaar voor een reactie.
Vluchtelingen die naar Nederland komen, moeten zich aanmelden bij het enige aanmeldcentrum in Nederland, in Ter Apel. Van daaruit worden ze verspreid over de verschillende azc’s en opvangcentra in het land.
Waarom loopt het vast?
Na stagnatie door de coronacrisis neemt het aantal asielaanvragen in Nederland sinds mei elke maand weer toe. Het zijn met name Syriërs en Turken die aanvragen doen. Die worden later opgevolgd door gezinsleden.
Sinds de machtsovername door de Taliban in Afghanistan, komen daar ook Afghanen bij. Die komst van die paar duizend extra mensen leidt ertoe dat het systeem niet goed doorstroomt. Vooral in september van dit jaar steeg het aantal vluchtelingen blijkt uit cijfers van de IND. Op basis van cijfers van de eerste weken in oktober is overigens niet direct een stijging ten opzichte van september te zien.
Situatie in 2015
Tijdens de vluchtelingencrisis in 2015 kwamen er in het najaar ongeveer 10.000 mensen per maand naar Nederland. Daar moesten locaties voor geopend worden, in totaal ongeveer 100 voor zo’n voor 47.000 mensen. Maar dat leidde tot protesten in het land.
Daarop werden afspraken gemaakt: de locaties mochten maar voor maximaal vijf jaar gebruikt worden. Die zijn daarna in veel gevallen gesloten. Nu is er plek voor 30.000 mensen. Veel gemeenten zijn nu huiverig om nieuwe locaties voor grote groepen te openen vanwege weerstand onder inwoners en met de komende gemeenteraadsverkiezingen in het achterhoofd..
Daarnaast zitten ook zo’n 11.000 mensen die al een status hebben, iets meer dan een derde van de totale capaciteit, nog steeds vast in opvangcentra waardoor er geen doorstroom is. Die mensen mogen vijf jaar in Nederland verblijven, maar vanwege de woningnood zijn er nagenoeg geen geschikte huizen voor hen te vinden. Daarbovenop komen er nog veel mensen uit veilige landen naar Nederland die de bedden bezet houden.
EINDE NOS BERICHT
RTL NIEUWS
”NIEUW DIEPTEPUNT IN TER APEL” ONDUIDELIJK WAAR VLUCHTELINGEN WORDEN OPGEVANGEN
Het is vooralsnog niet duidelijk waar de tientallen asielzoekers die afgelopen nacht op straat dreigden te moeten slapen de aankomende nacht terechtkunnen. Dat laat een woordvoerder van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) weten. “Een nieuw dieptepunt”, noemt VluchtelingenWerk Nederland de situatie.
Gisteravond laat stonden zo’n vijftig tot zestig asielzoekers bij de hekken van het aanmeldcentrum. De groep dreigde de nacht buiten te moeten doorbrengen, omdat er geen plek voor hen was bij de opvanglocatie. Een aantal mensen lag al onder een deken op de grond.
Opvang in Budel
Uiteindelijk was er ruimte gevonden in Budel, maar het vervoer daar naartoe kon niet meer geregeld worden. Daarna is besloten de groep onder te brengen in wachtruimtes in het aanmeldcentrum, zonder bed, maar wel met een dak boven het hoofd.
Of de asielzoekers daadwerkelijk terechtkunnen in Budel is ‘nog niet 100 procent zeker’, zegt de woordvoerder. Die verwacht daar later vandaag meer duidelijkheid over.
De problemen bij Ter Apel spelen al geruime tijd. In de centrale opvanglocatie is plaats voor maximaal 2000 vluchtelingen maar het COA moet er bijna elke dag enkele tientallen mensen meer onderbrengen. In deze video leggen we uit hoe bepaald wordt wie een plek krijgt in de vluchtelingenopvang:
VluchtelingenWerk benadrukt dat er een structurele oplossing moet komen om dit soort omstandigheden bij Ter Apel te voorkomen. “Nu wordt genoemd dat de opvang niet kon worden geregeld omdat er geen vervoer was. Maar als het centrum zelf minder vol was geweest, dan hadden ze daar opgevangen kunnen worden. Nu blijft er elke keer wanneer op een laat moment mensen aankomen het risico dat er geen bed meer is.”
Staatssecretaris Eric van der Burg (Asiel) doet een beroep op alle gemeenten om te helpen met een betere spreiding van asielzoekers. In de Tweede Kamer is met woede en afschuw gereageerd op beelden uit Ter Apel.
GroenLinks: kleinschalige opvang
“Verschrikkelijk en mensonterend”, zegt GroenLinks-Kamerlid Suzanne Kröger. “Maar niet onverwacht.” Het is volgens haar ‘bewust beleid’ om de opvangcapaciteit zo krap mogelijk te plannen. Zij pleit voor meer kleinschalige opvang, omdat daar meer draagvlak voor is bij gemeenten dan voor grote opvangcentra als dat in Ter Apel. Daar moet extra geld voor komen.
“De asielopvang is een puinhoop”, zegt SP-Kamerlid Jasper van Dijk. “Het kabinet moet veel meer werk maken van goede opvang met voldoende capaciteit en snellere procedures. Mensen die recht hebben op asiel moeten snel doorstromen, mensen die geen recht hebben op asiel moeten terugkeren.”
Wat geweldig om te zien dat zoveel mensen de Oekraïners de helpende hand toesteken, dat er zoveel bereidheid is vluchtelingen op te nemen. We zagen dat ook in 2015; we stáán er als het nodig is. Hartverwarmend.
De noodkreet deze week van burgemeester Jaap Velema van Ter Apel trof bij mij wel de snaar van herkenning. Hij trekt aan de bel omdat er voor andere vluchtelingen geen plek is. Het aanmeldcentrum in zijn gemeente is overvol. In de tenten voor de eerste nachtopvang, bedoeld voor max 275 mensen, verblijven nu 700 mensen. En ze kunnen nergens heen.
Het kan niet zo zijn dat we Syriërs die voor Russische bommen vluchten anders behandelen dan Oekraïners die voor Russische bommen vluchten, stelt Velema.
Lieve vrienden en vriendinnen, u zult het met hem eens zijn. Natuurlijk kan en mag het niet waar zijn dat we zo onderscheid maken tussen vluchtelingen.
In dezelfde reportage van het programma Nieuwsuur uit Ter Apel komt – in vloeiend Oekraïens – een Syrische man aan het woord. Gevlucht uit Syrië voor de bommen van Poetin, woonde hij jarenlang in Oekraïne. Tot hij opnieuw moest vluchten voor bommen van Poetin. Hij is één van die 700 mensen in de tenten van de nachtopvang in er Apel.
Er heeft zich geen enkele gemeente gemeld om extra plekken voor hén te realiseren. Onder hen ook vele gezinnen. Gezinnen die gebombardeerd zijn moeten nu met elkaar concurreren, zegt Velema. Ik denk, nee, ik weet zeker dat u het met hem en mij eens bent: dat kan en mag niet waar zijn.
Je maakt geen onderscheid op basis van afkomst, geloof, huidskleur. Een vluchteling is een vluchteling. Een mens in nood is een mens in nood. De bommen waarvoor de Syriërs vluchten zijn even dodelijk als die waar de Oekraïners voor vluchten. De Afghanen hier staan op dodenlijsten. En zo zijn er nog velen die uit verschillende brandhaarden in de wereld zijn weggevlucht voor (oorlogs-)geweld en vervolging.
Terecht vraagt Jaap Velema zijn collega-burgemeesters om ook hén een plek te gunnen. Terecht zegt Koen Schuiling – de Groninger burgemeester en voorzitter van de Veiligheidsregio Groningen – dat het zo niet kan. De situatie is inmiddels zo nijpend dat de veiligheidsregio overweegt het aanmeldcentrum tijdelijk te sluiten. Als gemeenten doof blijven voor deze noden, zegt Schuiling, moet er desnoods een noodwet komen zodat de staatssecretaris gemeenten aan kan wijzen.
Ik hoop dat het niet zover hoeft te komen. Ik hoop we met elkaar in Nederland het gevoel van zorgzaamheid dat we ervaren voor de Oekraïners, breder kunnen maken. Dat we onze armen spreiden voor ieder mens in nood hier. Dat we ons ontfermen over de vreemdeling op ons pad, zoals de barmhartige Samaritaan dat deed. Zonder onderscheid.
Ik vraag u mee te helpen om die boodschap te verspreiden. Om met elkaar uit te dragen: wij willen niet met twee maten meten. Om te tonen: wij omarmen vluchtelingen hier, ongeacht afkomst, geloof, huidskleur. Vanuit ons geloof dat God de eenheid van de mensen wil. Laten we samen de wereld zorgzamer maken.
Met dankbare groet voor al wat jullie doen,
John W R van Tilborg
EINDE BERICHT INLIA
”Volgens burgemeester Velema van Westerwolde zijn er zelfs gemeenten die de opvang voor asielzoekers sluiten om er na 1 april Oekraïners op te kunnen vangen. “Dat heeft het COA me verteld en ik vind dit schrijnend en kwalijk. Het kan niet zo zijn dat iemand die in Syrië Russische bommen zag vallen, een andere behandeling krijgt dan iemand die voor dezelfde bommen in Oekraïne moest vluchten.”
Gemeenten in Nederland meten met twee maten als het gaat om de opvang van vluchtelingen. Dat vindt de burgemeester van Westerwolde Jaap Velema, verantwoordelijk voor de opvang van vluchtelingen in het aanmeldcentrum van Ter Apel.
“Het is mooi dat mijn collega’s van andere gemeentes in de rij staan om tienduizenden vluchtelingen uit Oekraïne op te vangen”, zegt hij tegen Nieuwsuur, “maar het is beschamend dat geen enkele gemeente zich vrijwillig heeft gemeld voor de opvang van vluchtelingen uit andere landen. Dat kan niet in Nederland.”
‘Onmenselijk’
De voorzitter van de veiligheidsregio en burgemeester van Groningen Koen Schuiling deelt zijn zorgen. Hij eist dat de verantwoordelijk staatssecretaris Eric van der Burg gemeenten met noodwetgeving dwingt om opvanglocaties beschikbaar te stellen als ze dat niet zelfstandig doen.
“Het is begrijpelijk dat er veel animo is om Oekraïners op te vangen, maar de mensen uit andere oorlogsgebieden als Syrië en Afghanistan hebben gelijke rechten.” Schuiling noemt de de situatie in Ter Apel “onhoudbaar en onmenselijk”.
Velema luidt al maanden de noodklok over de nachtopvang bij het aanmeldcentrum in Ter Apel. Hier worden vluchtelingen geregistreerd en normaal gesproken voor één nacht opgevangen. Maar omdat alle asielzoekerscentra in Nederland vol zitten, stromen mensen nauwelijks door. De centra, op hun beurt, zitten vol omdat asielzoekers met een verblijfsvergunning niet kunnen doorstromen naar een woning.
Daar komt nog bij dat per 1 april maar liefst dertien gemeentes hun contract met het COA opzeggen. De opvang voor ruim 2500 mensen verdwijnt daardoor. Vanaf 1 mei sluiten er nog eens negen andere locaties.
In totaal verdwijnen er 5500 bedden. En dat terwijl nog geen enkele gemeente nieuwe opvang heeft aangeboden.
Volgens burgemeester Velema van Westerwolde zijn er zelfs gemeenten die de opvang voor asielzoekers sluiten om er na 1 april Oekraïners op te kunnen vangen. “Dat heeft het COA me verteld en ik vind dit schrijnend en kwalijk. Het kan niet zo zijn dat iemand die in Syrië Russische bommen zag vallen, een andere behandeling krijgt dan iemand die voor dezelfde bommen in Oekraïne moest vluchten.”
‘Geen dwang’
Het COA erkent de problemen in een reactie aan Nieuwsuur. “De kwaliteit van opvang in Ter Apel schiet tekort. Onze mensen doen hun best, maar deze hoge bezetting vraagt te veel van iedereen. Dit is een landelijke probleem en vraagt dus een oplossing van meer gemeenten.”
Staatssecretaris Van der Burg laat weten dat hij de gemeenten niet onder druk wil zetten om opvanglocaties aan te bieden voor asielzoekers. “Dwang kan niet. Dus ik kan niets anders doen dan gemeentes benaderen en vragen of ze willen helpen. En ze moeten Ter Apel ook helpen.”
Er dreigt een noodsituatie te ontstaan voor de opvang van niet-Oekraïense asielzoekers in Nederland. In korte tijd hebben gemeenten het voor elkaar gekregen om duizenden opvangplekken te vinden voor mensen uit Oekraïne, maar het Centraal Orgaan opvang asielzoekers benadrukt dat er met spoed ook meer plekken voor andere vluchtelingen moeten komen.
Binnen anderhalve week moeten 1500 nieuwe plekken gevonden worden voor asielzoekers uit landen zoals Syrië en Afghanistan. In Ter Apel melden zich dagelijks nieuwe vluchtelingen, maar daar verblijven nu al honderden mensen in slechte leefomstandigheden. Ook verdwijnen per 1 april de noodopvangcentra in Almelo en Wassenaar, waar nu 1180 vluchtelingen worden gehuisvest.
COA-directeur Milo Schoenmaker heeft burgemeesters vandaag in het Veiligheidsberaad op het hart gedrukt om ook te zorgen voor opvang van deze groep vluchtelingen, zei hij na de bijeenkomst. “We merken nu dat het heel lastig is om de reguliere groep ergens te plaatsen, want vrijwel alles wordt gereserveerd voor Oekraïners”, zei de COA-directeur. “We hebben echt een probleem, in Ter Apel loopt het nu over.”
Ook de staatssecretaris voor Asielzaken, Eric van der Burg, ziet dat de nood hoog is. “Het vinden van plekken is noodzakelijk, anders slapen mensen op straat. In Ter Apel slapen ze nu al op stoelen en bankjes.” Volgens Veiligheidsberaad-voorzitter Hubert Bruls moet “alles uit de kast” gehaald worden om extra locaties te openen en moet er mogelijk dwang aan te pas komen.
De staatssecretaris noemt het aanpassen van wetgeving als een manier om dit voor elkaar te krijgen. Daar pleit ook Bruls voor. Met die nieuwe “instrumenten” krijgen burgemeesters meer bevoegdheden en kunnen ze bijvoorbeeld een leegstaand pand vorderen om als opvang te gebruiken. Ook moet volgens staatssecretaris Van der Burg gezocht worden naar “creatieve oplossingen”, zoals het ombouwen van kantoorpanden.
Veiligheidsberaad-voorzitter Bruls is het daarmee eens. “Ieder van ons gaat nu in zijn eigen regio kijken met collega’s van andere gemeenten waar er plaats is voor andere vluchtelingen, naast de Oekraïners. Dan kun je ook goed beoordelen of een pand dat nu wordt aangeboden voor Oekraïners misschien ook iets kan zijn voor reguliere asielzoekers, of andersom.”
Problemen op noodlocaties voor vluchtelingen spelen al langer. Uit een recente inventarisatie van Vluchtelingenwerk bleek dat duizenden vluchtelingen in tenten en grote hallen leven waar geen privacy en rust is.
Oekraïense vluchtelingen
Oekraïense vluchtelingen en andere vluchtelingen worden sinds het begin van de oorlog in Oekraïne afzonderlijk van elkaar opgevangen. COA-directeur Schoenmaker roept voorlopig niet op de groepen samen te voegen, maar benadrukt dat de opvang vooral “gecoördineerd” moet verlopen.
Voor Oekraïense vluchtelingen zijn inmiddels zo’n 24.500 opvangplekken gevonden. Over twee weken moeten dit 50.000 plekken zijn. Naar verwachting worden dit er in de toekomst nog meer. Alle 25 veiligheidsregio’s in Nederland hebben afgesproken elk 2000 vluchtelingen uit Oekraïne op te nemen.
EINDE BERICHT NOS
NOS
GEEN MIGRATIECRISIS MAAR OPVANGCRISIS: DWING ALLE GEMEENTEN
Gemeenten moeten gedwongen kunnen worden om asielzoekers op te vangen. Nu is een verzoek van het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers) te vrijblijvend. De asielopvang moet beter over gemeenten worden verdeeld en alle gemeenten moeten daaraan meewerken. Dat zegt Monique Kremer, de voorzitter van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ), vanwege de huidige opvangcrisis.
De opvang van asielzoekers is momenteel een chaos. Mensen verblijven onder slechte omstandigheden in hallen, tenten en stacaravans omdat de asielzoekerscentra vol zitten. Het Rode Kruis, Unicef en Vluchtelingenwerk riepen gisteren op om die noodopvangen te sluiten. Maar dat gaat volgens het COA niet omdat er te weinig nieuwe asielzoekerscentra bijkomen.
Gemeenten wordt al sinds 2019 gevraagd om extra opvangplekken. Tientallen gemeenten hebben nog nooit meegewerkt aan de opvang van asielzoekers, niet in noodopvangen en niet in de vorm van asielzoekerscentra.
Voorzitter Kremer noemt het een opvangcrisis. Het is geen migratiecrisis, zoals in 2015, constateert ze. “Er is weinig terechtgekomen van afspraken tussen gemeenten, het Rijk en het COA over een flexibelere opvang.”
Gemeenten kunnen, zolang er geen sprake is van een crisis die door justitie is afgekondigd, niet worden gedwongen opvangplekken te bieden. Bij de huisvesting van statushouders kan dat wel. Iedere gemeente moet erkende asielzoekers met een asielvergunning woonruimte aanbieden. Hoeveel is afhankelijk van het aantal inwoners.
Doet een gemeente dat niet, dan kan de provincie een boete opleggen of een plek aanwijzen waar statushouders huisvesting moeten krijgen. Ieder half jaar krijgt de gemeente te horen hoeveel statushouders er zijn gekoppeld aan die gemeente.
Geen verplichting
Die systematiek zou ook moeten gelden voor de opvang van asielzoekers, adviseert de ACVZ. Het COA zou dan alleen nog maar de eerste opvang doen. Burgemeester Schuiling van Groningen is het met de ACVZ eens dat het nu veel te vrijblijvend is voor gemeenten. Hij riep namens de veiligheidsregio Groningen het ministerie en het COA op om in actie te komen, vanwege de overvolle noodopvang in Ter Apel. “Als er nu corona uitbreekt in Ter Apel hebben we een heel groot probleem”, waarschuwt Schuiling.
Wethouder Paul Slettenhaar (VVD) in Castricum voelt niets voor een verplichting. Zijn gemeente is de enige gemeente die een boete riskeerde vanwege te weinig woonruimte voor statushouders. Volgens Slettenhaar maakt het bieden van woonruimte Nederland veel te aantrekkelijk voor mensen om naar Nederland te komen. “En dat geldt ook voor de opvang van asielzoekers. Zoveel mensen kunnen we als land niet opvangen”, zegt Slettenhaar.
Hij voelt zich ook niet geroepen de gemeente Westerwolde, van het overvolle aanmeldcentrum in Ter Apel, te hulp te schieten. “Die gemeente moet de boel sluiten als het daar overbelast is. Maar dat is niet aan mij of aan het Rijk, daar gaat de wethouder daar over.”
Taakstelling
De Tilburgse burgemeester Theo Weterings staat niet onwelwillend tegenover het voorstel van de ACVZ. Weterings is portefeuillehouder op het thema asiel voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Hij is voorstander van een taakstelling voor de opvang van kansrijke asielzoekers in kleine regionale opvanglocaties.
“Grotendeels staat dit ook beschreven in een uitvoeringsagenda die gemeenten met elkaar hebben afgesproken”, legt hij uit. “We werken toe naar vier grote opvanglocaties in heel Nederland, zoals in Ter Apel. Die locaties zouden in het noorden, oosten, zuiden en westen van het land moeten komen.” Wat Weterings betreft, moeten die er eind volgend jaar zijn.
Of dat niet te optimistisch is, moet blijken. Tot op heden heeft het ministerie van Justitie veel moeite gemeenten te vinden die een tweede aanmeldcentrum zoals in Ter Apel willen. En ook de zoektocht naar twee locaties voor sobere opvang van kansarme asielzoekers heeft nog geen bereidwillige gemeente opgeleverd. Net als Kremer vindt ook Weterings dat er meer haast gemaakt moet worden van de afspraken over de flexibilisering van de opvang.
EINDE BERICHT NOS
[76]
”Het kabinet praat vandaag over een plan van staatssecretaris Van der Burg om gemeenten in Nederland verplicht te laten meewerken aan asielopvang. Als hij groen licht krijgt, zet hij in de zomer een wetsvoorstel op papier. Van der Burg hoopt dat de Tweede en Eerste Kamer in het najaar akkoord gaan, zodat de nieuwe ‘dwangwet‘, zoals die wel wordt genoemd, op 1 januari in werking kan treden.”
Het kabinet praat vandaag over een plan van staatssecretaris Van der Burg om gemeenten in Nederland verplicht te laten meewerken aan asielopvang. Als hij groen licht krijgt, zet hij in de zomer een wetsvoorstel op papier. Van der Burg hoopt dat de Tweede en Eerste Kamer in het najaar akkoord gaan, zodat de nieuwe ‘dwangwet‘, zoals die wel wordt genoemd, op 1 januari in werking kan treden.
Het is nog niet duidelijk wat er precies in het wetsvoorstel komt te staan. Daarover stuurt Van der Burg later vandaag een brief aan de Tweede Kamer. Maar in een debat over het vreemdelingen- en asielbeleid lichtte hij alvast een tipje van de sluier op. Hij vindt dat elke gemeente in Nederland moet kunnen worden gedwongen om een bijdrage te leveren aan de asielopvang.
‘Helft gemeenten werkt nu niet mee’
Van der Burg zegt dat een aantal gemeenten “buitengewoon goed helpen”, maar wijst erop dat ongeveer de helft van de gemeenten niet meewerkt om de asielcrisis op te lossen.
Dat er een nieuwe wet komt “betekent niet dat in iedere gemeente een asielzoekerscentrum zal komen”, zegt de staatssecretaris. “Want je hebt niet gelijk 344 azc‘s nodig. Het kan ook zijn dat gemeenten op een andere manier een bijdrage leveren. Dat kan in ondersteuning zijn, of in geld.”
Er kan ook bijvoorbeeld gevraagd worden om opvang te bieden aan minderjarige alleenstaande asielzoekers of andere specifieke groepen. “Het gaat om een wet waarmee in iedere gemeente de mogelijkheid ontstaat om een locatie voor het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers) te realiseren.”
Regierol provinciebesturen
Van der Burg wil bereiken dat de asielopvang evenredig over het hele land wordt verdeeld. Hij ziet graag een “regierol” voor de provinciebesturen . Zij moeten ook andere opdrachten in hun gebied uitvoeren, zoals het invullen van de stikstofplannen van het kabinet, en kunnen het beste besluiten: “Aan die gemeente wordt eventjes wat meer gevraagd dan aan een andere gemeente, want die doet al meer op het gebied van iets anders. Vandaar dat die provincies een belangrijke rol moeten spelen”, meent de bewindsman.
Of het ook zo uitpakt, wordt later vandaag duidelijk. Volgens de staatssecretaris liggen er verschillende scenario’s op tafel en is er onder meer nog discussie over de vraag of het inderdaad de provincies moeten worden die de gemeenten gaan opdragen wat er moet gebeuren, of dat de regie toch bij het kabinet komt te liggen.
Tot nu toe geen juridische stok achter de deur
Het is al langer duidelijk dat er een wet wordt gemaakt, waarmee gemeenten verplicht kunnen worden om mee te werken aan de asielopvang. Tot nu toe kunnen onwillige gemeenten niet worden gedwongen. In december kregen vijf gemeenten van Van der Burgs voorganger te horen dat ze noodopvang voor asielzoekers moesten verzorgen. Broekers-Knol gebruikte daar toen de term ‘aanwijzing’ voor, die de indruk wekte dat de landelijke overheid een wettelijke bevoegdheid had om de gemeenten te dwingen om in actie te komen. In januari, op de dag van het aantreden van het nieuwe kabinet, gaf de oud-staatssecretaris toe dat er geen enkele juridische basis was om dat te doen.
EINDE NOS BERICHT
77]
NOS
VLUCHTELINGENWERK STELT RIJK ULTIMATUM OM ASIELOPVANG
De Nederlandse overheid moet er voor 1 augustus voor zorgen dat de asielopvang aan de minimale eisen voldoet, anders stapt hulporganisatie Vluchtelingenwerk Nederland naar de rechter.
Vluchtelingenwerk stelt dat Nederland onder meer het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) overtreedt doordat er onvoldoende opvangplekken zijn en asielzoekers daardoor een gebrek hebben aan privacy, fatsoenlijke overnachtingsmogelijkheden en schoon sanitair.
De crisis in de asielopvang is geen gevolg van onvoorziene omstandigheden, maar vooral van bestuurlijk onvermogen, zegt Vluchtelingenwerk. “Er is geen gebrek aan oplossingen voor het tekort aan opvangplekken.” Dat toont onder meer de manier waarop Nederland Oekraïense vluchtelingen opvangt aan. Voor die groep werden binnen afzienbare tijd 50.000 plekken gecreëerd.
Het verschil in behandeling tussen Oekraïners en andere vluchtelingen heeft een onrechtmatige situatie tot gevolg, schrijft Vluchtelingenwerk aan staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Eric van der Burg.
Voor 1 augustus moet er daarom voor iedere asielzoeker voldaan worden aan minimumeisen voor opvang, zoals één slaapkamer per gezin, een bed met matras, kussen en schone lakens, drie keer per dag een maaltijd en bescherming tegen hitte, kou, regen en geluidsoverlast. Is dat niet het geval, dan spant Vluchtelingenwerk een kort geding aan tegen zowel de Staat als het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA).
Slapen op stoelen
De problemen rond de asielopvang zijn het zichtbaarst in Ter Apel. Daar moeten alle asielzoekers zich melden, om vervolgens in andere azc’s de behandeling van hun asielaanvraag af te wachten. Die andere centra zitten echter vol, onder meer doordat mensen die al een verblijfsvergunning hebben gekregen maar mondjesmaat doorstromen naar gewone huisvesting. Recent spraken gemeenten en Rijk af om 7500 woningen te creëren voor die groep.
De laatste maanden moeten asielzoekers regelmatig de nacht doorbrengen op stoelen, en in enkele gevallen zelfs in tenten die door het Rode Kruis in Ter Apel zijn neergezet. Op verschillende plekken in het land zijn andere noodopvanglocaties ingericht, maar die blijken telkens onvoldoende om het probleem op te lossen.
Een wet om het Rijk opvanglocaties te laten aanwijzen is in de maak. Volgend jaar gaat die op z’n vroegst in. Dat kan een oplossing zijn voor de impasse die nu vaak ontstaat tussen Rijk en gemeenten. Zo wil het kabinet een tweede aanmeldcentrum in de gemeente Noordoostpolder, maar de gemeente voelt daar niks voor.
Staatssecretaris Van der Burg zei in het NOS Radio1 Journaal dat hij begrip heeft voor de eisen van Vluchtelingenwerk, want “het is hun taak om kritisch over mij te zijn.” Maar hij voegde eraan toe dat er nu eenmaal niet één knop is waaraan hij kan draaien.
Van der Burg wil wel dat er een wettelijke verplichting komt voor gemeenten om mee te werken aan het opvangen van asielzoekers. Het kabinet praat daar morgen over. De staatssecretaris hoopt dat die wet (waar beide Kamers mee akkoord moeten gaan) op 1 januari volgend jaar in werking treedt.
De staatssecretaris benadrukte dat als de rechter hem een dwangsom oplegt om aan de eisen van Vluchtelingenwerk te voldoen, de asielzoekers daarmee nog steeds geen goede opvang hebben. Volgens hem blijft een van de problemen dat er vanuit asielzoekerscentra niet genoeg mensen kunnen doorstromen naar reguliere woningen.
Hoe kansrijk is een zaak van Vluchtelingenwerk?
Advocaat Geert-Jan Knoops over een mogelijk kort geding: “Je zou kunnen beargumenteren dat een land verantwoordelijk is en aansprakelijk gesteld kan worden als het de minimumnormen niet haalt die zijn afgesproken in het VN-Vluchtelingenverdrag. De Staat zal zich dan misschien op juridische overmacht beroepen; bijvoorbeeld dat de situatie zo veranderd is door de oorlog in Oekraïne dat het niet anders kan.”
Een verschillende behandeling van Oekraïners en vluchtelingen uit andere landen betekent mogelijk dat Nederland het gelijkheidsbeginsel schendt, zegt Knoops. “Maar daarvan zou de civiele rechter kunnen oordelen dat de overheid er alles aan heeft gedaan om de capaciteit op te voeren en dat de overheid binnen die capaciteit keuzes moet maken. Maar dit raakt ook mensenrechten, waarvan je kunt toetsen of de Staat zorgvuldig handelt op dit gebied.”
EINDE NOS BERICHT
Reacties uitgeschakeld voor Noten 75 t/m 77/Oekraine
DEN HAAG – ‘Zij aan zij’ wil de regio staan met de Oekraïners. De Haagse wethouders Arjen Kapteijns (GroenLinks) vertelde het afgelopen week nog eens tijdens een debat in de gemeenteraad. Inmiddels hebben bijna 2000 mensen uit het door de oorlog getroffen land een plek gevonden in de regio Haaglanden. Achter de schermen is daarvoor een enorme operatie op gang gekomen.
Waar kunnen vluchtelingen zich melden?
Voor de veiligheidsregio Haaglanden, een samenwerkingsverband van tien gemeenten, is daarvoor één plek: de Broodfabriek in Rijswijk. Daar melden zich nu zo’n ongeveer veertig tot zeventig mensen per dag. Net nadat Rusland Oekraïne binnenviel en de eerste vluchtelingen naar Den Haag kwamen, konden die zich melden in het Mercure Hotel in het centrum van Den Haag. De lobby daarvan bleek echter al snel te klein voor de grote hoeveelheden mensen. Vervolgens was er even een aanmeldpunt in het stadhuis. Maar dat bleek niet houdbaar vanwege de gemeenteraadsverkiezingen. Vandaar dat sinds 14 maart de Broodfabriek in gebruik is.
Iedere veiligheidsregio in Nederland is verantwoordelijk voor het vinden van 2000 opvangplekken voor de vluchtelingen uit Oekraïne in de eigen regio. Op dit moment zijn er in de regio Haaglanden 1900 mensen opgevangen, waarvan 700 in Den Haag.
Wat gebeurt daar?
Het centrum is dagelijks open van 9.00 uur ’s morgens tot 23.00 uur ’s avonds. ‘Daar komen mensen soms alleen maar binnen met een plastic tasje met spulletjes, kindertjes aan de hand. Soms een kat onder hun jas’, vertelde Mei Lan Chung, die als projectdirecteur namens de gemeente Den Haag verantwoordelijk is, deze week tijdens een debat in de raad. ‘Het zijn best wel schrijnende dingen die we daar tegenkomen.’
De mensen die zich in de Broodfabriek melden, krijgen een ‘warm welkom’, zoals het heet. Er is acute medische zorg aanwezig, bijvoorbeeld van artsen en tandartsen. Die is vaak ook nodig, signaleert, Chung. ‘Er komen echt mensen waarvan het stomazakje is losgeraakt tijdens de vlucht, mensen die hun diabetes-medicijnen niet meer hebben.’ Ook psychische steun wordt geregeld. Verder worden in het aanmeldcentrum mensen ingeschreven.
En dan?
Vervolgens gaan ze meestal voor een dagen naar een hotel. ‘Daar kunnen ze even op adem komen, douchen, contact zoeken met familie’, aldus Chung. Als dat is gebeurd reizen de Oekraïners naar een ‘langdurige opvang’, vooralsnog voor zes tot negen maanden. Den Haag heeft daar nu plek voor 300 mensen. De verwachting is dat dit aantal binnenkort wordt uitgebreid naar 700 en rond eind mei naar duizend.
Het plaatsen van mensen in zo’n langdurige opvang is nog een klus: want de plek moet wel bij de vluchtelingen passen. Sommigen komen met hele families, anderen hebben huisdieren. Daar wordt rekening mee gehouden. ‘Niet elke plek is geschikt voor iedereen’, aldus Chung.
Omdat er zich op dit moment meer mensen melden in de Broodfabriek dan waarvoor plek is in de regio, gaan de meeste vluchtelingen naar andere plekken in Nederland. De mensen die hier wel blijven, worden zo goed mogelijk begeleid. Maar hierbij treedt ook langzaam een probleem op. Bij de organisaties die helpen is de rek eruit. Er zijn simpelweg niet genoeg mensen om de grote toestroom aan vluchtelingen aan te kunnen. Vandaar dat de gemeente ook hoopt dat bijvoorbeeld buurtbewoners straks willen meehelpen.
Een aantal gebouwen is op dit moment al ingericht als noodopvang voor Oekraïners: het voormalig verpleeghuis De Schildershoek, Stichting Noodopvang, hotel Room11 en een aantal woningen aan de Koolwitjelaan. Binnenkort wordt nog een aantal gebouwen opgeleverd, zoals het Koninklijk Conservatorium, het voormalig Klooster aan de Treublaan, een hotel aan de Keizerstraat, het Gulden Huis, een voormalige school aan het Hennegras en het Shell Hotel.
Maar er verblijven ook mensen bij particulieren toch?
Niet iedere vluchteling uit de Oekraïne meldt zich bij de gemeente. Een deel van de mensen heeft onderdak gevonden bij particulieren. De gemeente weet niet precies hoeveel dat er zijn. Maar tot nu toe zijn er daarvan zo’n 400 in beeld, die hebben zich ingeschreven. Takecarebnb regelt de opvang bij particulieren. Ook dat is nog een hele klus. Alle gezinnen die zich aanmelden, moeten bijvoorbeeld worden gescreend. Die gastgezinnen krijgen daar overigens geen vergoeding voor. De gemeente Den Haag beloont gastgezinnen wel met een Pluim van honderd euro.
Hoe zit het met de sociale voorzieningen?
Oekraïne is geen lid van de Europese Unie. Maar de inwoners zijn wel Europeanen. Dat betekent ook dat ze zonder visum naar Nederland kunnen reizen. De Europese Unie heeft besloten dat ze onder de ‘Richtlijn Tijdelijke Bescherming’ vallen. Op basis daarvan hebben ze recht op onderkomen, sociale bijstand, financiële steun, werk, medische zorg en onderwijs. Zo is in de praktijk ook een heel nieuwe groep mensen gecreëerd: gevluchte Oekraïners zijn geen asielzoekers, geen statushouders en geen EU-arbeidsmigranten. Chung: ‘Europa probeert zo ruimhartig mogelijk te zijn. Maar het is allemaal nieuw. Dat betekent ook dat wij maatwerk moeten leveren. Het is pionieren. Je ziet ook het Rijk daarmee puzzelen, want wij krijgen bijna iedere dag nieuwe handreikingen.’
De gemeente Den Haag wil de Oekraïners die hier naartoe zijn gekomen en graag aan de slag willen, helpen met het vinden van werk. Daarom was er op 22 maart een banenmarkt. Ook werkt de stad samen met een aantal uitzendbureaus. Daarbij probeert de gemeente te voorkomen dat ze, in de woorden van wethouder Kapteijns, bij ‘louche’ werkgevers werk vinden. Daarom worden bijvoorbeeld ook folders verspreid met informatie.
De kinderen mogen dus ook hier gewoon naar school?
Klopt. Die worden in het primair onderwijs voor het grootste deel opgevangen in ‘nieuwkomersgroepen’ – dat is speciaal onderwijs voor kinderen tussen de zes en achttien die nog maar kort in Nederland wonen, niet de Nederlandse nationaliteit hebben en de taal niet of onvoldoende beheersen. Ook krijgen Oekraïense kinderen soms les op wat kleinere schaal in gewone groepen. Vier scholen zijn inmiddels al aangewezen om uit te breiden met zo’n nieuwkomersgroep. Elk daarvan vangt achttien leerlingen op. Binnen twee weken komen daar nog vijf scholen voor primair onderwijs bij.
In het voortgezet onderwijs komen de leerlingen uit Oekraïne in internationale schakelklassen (ISK) terecht. De verwachting is dat binnen afzienbare tijd vele honderden leerlingen zo een plek kunnen vinden. Volgens wethouder Hilbert Bredemeijer (CDA) is er daarbij ook ‘positief nieuws in deze verschrikking’: veel mensen bieden zich aan om les te gaan geven, zoals gepensioneerde onderwijzers.
En als ze niet werken? Krijgen ze dan wel geld?
Volwassenen en kinderen krijgen 260 euro per maand per persoon. Dat heet ‘leefgeld’. Het bedrag is opgebouwd uit 205 euro voor voedsel en 55 euro voor kleding en andere persoonlijke spullen. Vluchtelingen die bij een gastgezin wonen, ontvangen naast het leefgeld een extra toelage per maand (voor volwassenen 215 euro en voor kinderen 55 euro). Zij kunnen dit geld ook gebruiken om bij te dragen aan de kosten van het gastgezin, maar dit is niet verplicht. De gemeente Den Haag wil dat geld liever niet contant uitbetalen. Daarom krijgen de vluchtelingen een speciale betaalpas.
Wat gebeurt er met de dieren die vluchtelingen soms meenemen?
Er zijn ook vluchtelingen die het niet over hun hart konden verkrijgen om hun huisdieren thuis te laten. De zorg daarvoor is ook geregeld. Ook die krijgen als dat nodig is vaccinaties. Dierenartsen gaan daarvoor – kosteloos – naar de hotels. Soms gaat er ook wel eens iets mis. Zo was er onlangs een vrouw met twee katten, die door de vlucht enorm gestrest waren. De hebben een hele hotelkamer kapot gekrabd en onder gepiest. Chung: ‘En die rekening komt wel naar de gemeente. Dat hoort er ook bij.’
Even toch ook maar over de kosten. Wie betaalt dat allemaal?
De eerste fase van de opvang wordt volledig door het Rijk betaald. Daarna – waarschijnlijk in april of mei – krijgen de gemeente honderd euro per dag per vluchteling. Daar moet dan wel alles van worden betaald. Dat moet in principe voldoende zijn, denkt de gemeente Den Haag.
Is er in de Haagse politiek steun voor deze aanpak?
Vrijwel van alle partijen. Behalve van Forum voor Democratie. Deze nieuwe partij in de Haagse raad wil dat de gemeente gaat onderzoeken of vluchtelingen niet in andere landen als Polen en Hongarije kunnen worden opgevangen, desnoods tegen betaling. Maar daar is verder geen steun voor. Wethouder Arjen Kapteijns: ‘Wij zijn als stad geschokt door de afschuwelijke oorlog in Oekraïne. Een oorlog die ons allemaal raakt. De verschrikkelijke beelden van de bombardementen en de burger slachtoffers staan op ons netvlies gebrand. Ons hart gaat uit naar de mensen daar en de mensen die huis en haard hebben moeten verlaten. Het is hartverwarmend hoe burgers, organisaties en bedrijven klaar staan. Ook wij als stad staan klaar als het nodig is.’
Het lijkt de 25 veiligheidsregio’s te lukken om binnen twee weken 25.000 bedden voor vluchtelingen uit Oekraïne te plaatsen. In veel dorpen en steden zijn inmiddels gymzalen, kantoorpanden, hotels en pensions ingericht voor de ontheemden.
Een paar vragen en antwoorden over de opvang van Oekraïners in Nederland.
1. Hoeveel vluchtelingen zijn er uit Oekraïne al in Nederland aangekomen?
Een precies aantal is niet bekend, omdat Oekraïners zich niet hoeven te melden in Nederland. Zij mogen normaal gezien hier tijdelijk vrij verblijven. Er zijn wel gegevens beschikbaar over het aantal Oekraïners dat nu door gemeenten wordt opgevangen. Dat waren er op 18 maart 8500. Er is geen zicht op het aantal Oekraïners dat bij familie of bij particulieren verblijft. Op termijn komt daar meer zicht op, omdat ze zich kunnen laten inschrijven bij de gemeente waar ze verblijven, mits ze over geldige Oekraïense documenten beschikken.
2. Hoeveel vluchtelingen kunnen we verwachten?
Daar is nog geen zinnig woord over te zeggen, maar de aantallen kunnen flink oplopen. De Verenigde Naties schatten dat uiteindelijk 5 miljoen Oekraïners kunnen vluchten. De meesten zullen naar verwachting naar Polen gaan. Op 3 maart waren er volgens de internationale vluchtelingen organisatie UNHCR 1,2 miljoen Oekraïners op de vlucht; op 18 maart is dat aantal opgelopen tot 3,2 miljoen. Bijna 2 miljoen vluchtelingen zitten nu in Polen.
3. Waar kunnen vluchtelingen uit Oekraïne nu terecht in Nederland?
Oekraïners krijgen het advies zich te melden bij de gemeente waar ze verblijven. Als de marechaussee mensen aantreft bij de grens, worden ze doorverwezen naar beschikbare opvangplekken. Mensen die met de trein of bus naar Nederland komen, worden door medewerkers van het Rode Kruis op stations doorverwezen naar opvanglocaties. Dat kan bijvoorbeeld zijn in de RAI in Amsterdam of de Jaarbeurs in Utrecht. Vandaaruit gaan ze dan naar beschikbare kleinere opvanglocaties in gemeenten
4. Hoelang mogen Oekraïners in Nederland blijven?
Dankzij een Europese tijdelijke beschermingsrichtlijn mogen Oekraïners hier nu langer blijven. De regeling die werd afgesproken na de oorlog in Joegoslavië biedt de mogelijkheid om drie jaar lang een beschermde status te krijgen.
5. Krijgen Oekraïense vluchtelingen die naar Nederland komen behalve een bed meer hulp?
Het is de bedoeling dat zij ook huisvesting, zorg en leefgeld krijgen. Dat is onderdeel van de speciale tijdelijke beschermingsregeling waar zij onder vallen. Oekraïense vluchtelingen die in de noodopvang verblijven krijgen 60 euro leefgeld per persoon per week. Dat is evenveel als Nederlandse daklozen kunnen ontvangen door de ontheemdenregeling. Oekraïners die bij een gastgezin verblijven krijgen iets meer; 135 euro per week. Dat bedrag loopt af bij meerdere inwonenden in hetzelfde gezin.
Vanaf 1 april mogen Oekraïners ook zonder werkvergunning in Nederland werken.
Nederland maakt opvangplekken klaar voor minstens 50.000 Oekraïense vluchtelingen: ruim twee keer zoveel als het aantal inwoners van Nederland met een Oekraïense herkomst voor de invasie van Rusland. Die gemeenschap bevindt zich vooral rond grote steden.
21 duizend mensen met Oekraïense herkomst in Nederland, relatief vaak in grote steden
Nederland verwacht minstens 50.000 Oekraïners die op de vlucht zijn voor de oorlog. Hoeveel het er precies worden, weet niemand, net zo min als het antwoord op de vraag hoe lang ze moeten blijven. Voor de oorlog woonden ongeveer 21 duizend personen met een Oekraïense achtergrond in Nederland, blijkt uit cijfers van het CBS. Zij vormen een groot deel van de inwoners van Nederland met een herkomst in een voormalig Sovjet-land.
Als vluchtelingen opvang zoeken bij mensen met een Oekraïense herkomst, is de kans groot dat ze in de buurt van een grote stad uitkomen: daar is de Oekraïense gemeenschap in Nederland het grootst rond grote steden. Dit geldt met name voor de regio rond Amsterdam en Den Haag, maar ook voor studentensteden als Eindhoven, Groningen, Maastricht en Enschede.
Oekraïense migranten blijven langer in Nederland wonen dan de gemiddelde migrant uit een voormalig Sovjet-land. Inwoners met een Oekraïense herkomst zijn ook vaker in Nederland geboren dan personen met een achtergrond in de Baltische staten, Belarus of Centraal-Azië.
Inwoners uit voormalige Sovjet-Unie vaak pas kort in Nederland
De meeste inwoners van Nederland die zijn geboren in een voormalig Sovjet-land, wonen hier 15 jaar of korter. En van de Oekraïners die naar Nederland migreren, is ongeveer tweederde vrouw.
De immigratie uit de voormalige Sovjet-Unie is vanaf 2006 bijna jaarlijks toegenomen. Dat geldt ook voor Oekraïne, maar het meest voor de Baltische staten, door het lidmaatschap van de Europese Unie in 2004. Door het conflict in Tsjetsjenië kwam ook rond de eeuwwisseling een grote groep immigranten naar Nederland. Voor de val van de Sovjet-Unie, in 1991, was dat nauwelijks het geval.
In 2019 kwamen 910 vrouwen en 530 mannen naar Nederland. Vrouwen komen vaak voor gezinshereniging, om te trouwen of om te studeren. Mannen komen vaker voor werk.
MIDDELBURG – In Zeeland is twee derde van de ruim negenhonderd voor Oekraïense vluchtelingen beschikbare bedden in gebruik. Dat is te zien op een speciale website Opvang in Zeeland.
De website is een initiatief van de dertien Zeeuwse gemeenten. Het online ‘dashboard’ geeft per gemeente aan hoeveel Oekraïners gebruikmaken van de opvang die gemeenten hebben geregeld. Het geeft nog geen inzicht in het aantal oorlogsvluchtelingen die onderdak hebben gevonden bij particulieren.
De website is sinds vandaag online. De gemeenten willen met het dashboard inzicht geven in de aantallen vluchtelingen die in de provincie en in de eigen gemeente worden opgevangen. Ze geven via het dashboard ook aan hoeveel bedden over vier weken beschikbaar zijn. De cijfers worden elke dag ververst.
Met 1 bed per 423 inwoners zit Zeeland boven het landelijk gemiddelde van 1 per 514 inwoners. De bezettingsgraad in Zeeland komt nagenoeg overeen met het landelijke beeld.
Momenteel valt op dat Tholen – qua inwonertal niet de grootste gemeente in Zeeland – de meeste bedden heeft weten te regelen, namelijk 185. Daarvan zijn er 117 in gebruik. Middelburg vangt een flink deel op van de 1210 (niet-Oekraïense) asielzoekers die zich in Zeeland bevinden. Het aantal bedden dat de gemeente Middelburg voor Oekraïners heeft, is daarentegen beperkt: 16 waarvan er 12 in gebruik zijn. Over vier weken verwacht de gemeente Middelburg 20 bedden te hebben voor Oekraïense vluchtelingen.
Tientallen bedden erbij
Alleen in Schouwen-Duiveland (8 bedden), Noord-Beveland (25 bedden) en Veere (25 bedden) zijn alle plaatsen bezet.
De verwachting is dat over vier weken in Zeeland 1084 bedden beschikbaar zijn. De groei komt onder meer door het openen van een opvang op Schouwen-Duiveland, waardoor er 100 plaatsen bij komen. Ook Borsele, Sluis, Hulst en Kapelle verwachten over vier weken tientallen bedden extra te hebben klaarstaan voor de opvang van Oekraïners.
In de gemeenten Vlissingen en Terneuzen vervallen, zoals het er nu naar uitziet, de komende vier weken een aantal opvangplekken.
Het dashboard toont alleen de gemeentelijke opvang. Maar het idee is om in de toekomst meer gegevens te tonen, zoals de aantallen Oekraïense vluchtelingen die zich bij gemeenten hebben ingeschreven. Dan komen ook de vluchtelingen die bij particulieren wonen, in beeld.
De cijfers per gemeente: Borsele: 42 bedden / 22 in gebruik, Goes: 157 /100, Hulst 45 / 39, Kapelle 35 /27, Middelburg 16 / 12, Noord-Beveland 25 / 25, Reimerswaal 122 / 86, Schouwen-Duiveland 8 / 8, Sluis 72 / 53, Terneuzen 94 / 56, Tholen 185 / 117, Veere 25 / 25, Vlissingen 90 / 50. Voor Zeeland totaal: 916 bedden waarvan er 620 bezet zijn.
In de regio Rotterdam-Rijnmond zijn in totaal 3.400 opvangplekken, waarvan Rotterdam het grootste deel voor haar rekening neemt.
Melden voor opvang
Vluchtelingen uit Oekraïne die opvang zoeken in Rotterdam: alle bedden in de gemeentelijke opvanglocaties in de regio Rotterdam-Rijnmond zijn op dit moment bezet. Als u zich meldt bij de noodopvanglocatie Max Euwelaan 1, Rotterdam, zoeken we voor u een opvangplek elders in Nederland.
Ontmoetingsplek ‘Oekraïens Huis’
De gemeente Rotterdam heeft een ontmoetingsplek gecreëerd voor Oekraïense vluchtelingen in Rotterdam. Hier kunnen vluchtelingen samenkomen in een huiselijke omgeving. Ook is er een Vraagwijzer waar Oekraïners in Rotterdam terecht kunnen met vragen over bijvoorbeeld financiën, zorg en scholing.
Oekraïens Huis Pleinweg 196 a Open: op werkdagen van 10.00 tot 18.00 uur. In het weekend van 13.30 tot 16.30 uur. De Vraagwijzer is open op werkdagen van 10.00 tot 17.00 uur.
Opvang Oekraïense vluchtelingen in Rotterdam Rijnmond
EINDE BERICHT
HET PAROOL
OPVANG VAN OEKRAINERS: ”JE KUNT MENSEN GEEN MAANDEN
Iedere dag melden zich nieuwe Oekraïense vluchtelingen in Nederland. Ze stappen uit de trein op Amsterdam CS, worden opgehaald door familie of stappen bij de Poolse grens op goed geluk in een busje met vrijwilligers. Maar hoeveel zijn er nu eigenlijk in Nederland? Hebben we genoeg bedden? En blijven ze?
1) Hoeveel Oekraïense vluchtelingen zijn er nu in Nederland?
Dat weet niemand precies. Wat we wel weten: in alle door de gemeenten en Veiligheidsregio’s beheerde opvangplekken (gymzalen, omgebouwde kantoorpanden, hotels) verbleven gisterochtend 13.000 Oekraïense vluchtelingen. Elke dag komen er een paar honderd bij. Het totale aantal Oekraïense vluchtelingen in Nederland ligt echter hoger. Want alle Oekraïners die hier onderdak hebben gevonden bij familie en particulieren worden niet meegeteld in het officiële cijfer. “Dat weten we pas als ze zich geregistreerd hebben bij de gemeente waarin ze worden opgevangen,” stelt een woordvoerder.
2) Hoe ziet de groep eruit?
Ook is er nog geen overzicht van de samenstelling van de groep Oekraïners die naar Nederland is gevlucht. Wie kijkt naar de foto’s van aankomende bussen, ziet vooral vrouwen, ouderen en kinderen. Dat ligt voor de hand omdat veel mannen (verplicht) achterblijven om weerstand te bieden aan de Russen. Marlou Schrover, hoogleraar aan de universiteit van Leiden en gespecialiseerd in migratiegeschiedenis, waarschuwt voor te snelle conclusies. Foto’s van kinderen zijn nu eenmaal aangrijpender. “Dat bijvoorbeeld 80 procent van de groep uit vrouwen bestaat, lijkt me onwaarschijnlijk. Toen in de jaren negentig veel Joegoslaven naar Nederland vluchten, dachten we ook dat het veel vrouwen waren. Uiteindelijk bleek de verhouding fifty-fifty.”
3) Hebben we genoeg opvang?
Nog wel. Alle veiligheidsregio’s samen hebben 24.500 (stand van gisterochtend) bedden beschikbaar. Daarvan waren er maandag 13.000 bezet. Er moeten via die veiligheidsregio’s minimaal 50.000 bedden beschikbaar komen, maar Hubert Bruls, voorzitter van het Veiligheidsberaad, zei maandag dat het vinden van goede locaties steeds moeizamer gaat. “Je kunt mensen ook geen maanden in een sporthal opvangen, we hebben gebouwen nodig.”
Via Takecarebnb hebben zich 30.000 particulieren aangeboden die Oekraïners in huis willen nemen, volgens de organisatie kunnen vanaf volgende week zo’n 1250 Oekraïense vluchtelingen per dag op die manier geholpen worden.
Staatssecretaris Eric van der Burg (Asiel en migratie) stelt dat Nederland zich moet voorbereiden op een situatie waarin er meer dan 100.000 Oekraïners worden opgevangen. Hij spreekt van ‘gezamenlijke opvanglocaties met enkele duizenden bewoners’.
4) Wat is het perspectief voor Oekraïners in Nederland?
Gevluchte Oekraïners worden niet als asielzoekers gezien, maar vallen in de EU onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Daardoor mogen ze een jaar blijven en hebben ze recht op opvang en ondersteuning. Nog een groot verschil met de asielregels: de Oekraïners mogen meteen werken. Dat verloopt overigens nog niet soepel: om te werken heb je een burgerservicenummer (bsn) nodig, dat kun je alleen krijgen als je staat ingeschreven bij de gemeente, maar daar is dus nog niet iedere gemeente mee begonnen.
5) Hoe gaat het nu verder?
“Veel mensen denken: over een paar maanden gaan we weer terug. Maar dat dachten de gevluchte Joegoslaven in de jaren negentig ook. Uiteindelijk is driekwart van hen in Nederland gebleven,” zegt Schrover. “Hoe langer een oorlog duurt, hoe kleiner de kans op terugkeer.”
Dat heeft niet alleen met de situatie in het land te maken, maar ook met die in Nederland. “Ouders denken: mijn kind zit nu hier al weer een tijd op school, moet ik hem of haar nu weer losrukken en in Oekraïne opnieuw laten beginnen?” Ook het hebben van een baan in Nederland kan meespelen bij het besluit te blijven.
6) En ten slotte: zijn er nog knuffels en winterjassen nodig?
Het leek de afgelopen weken of elke eigenaar van een bestelbusje een hartverwarmende, lokale inzamelingsactie hield en volgeladen met eten, kleding en knuffels naar de Pools-Oekraïense grens reed. Maar ook de behoefte aan pluchen beren is eindig.
Ook op goed geluk naar een opvanglocatie in Nederland rijden met een stapel kleding is geen goed idee. “Er is al heel veel ingezameld, dat is nu voldoende. De meeste Oekraïners die vluchtten, hadden al een winterjas aan en de kinderen een knuffel mee,” zegt een woordvoerder van VluchtelingenWerk. Het Rode Kruis neemt alleen financiële donaties aan. “Bij het verwerken van spullen komt heel veel kijken. We willen onze tijd en het geld juist besteden aan het zo snel mogelijk helpen van mensen in nood.” Ook de Stichting Oekraïners in Nederland, dat 30 inzamelpunten in Nederland heeft, vraagt uitdrukkelijk niet om kleding, maar om lang houdbaar voedsel en babyvoeding.
Koning Willem-Alexander en koningin Máxima gaan een groepje Oekraïense vluchtelingen opvangen. Dat meldt de Rijksvoorlichtingsdienst na berichtgeving van RTL Nieuws. Het gaat om opvang in vertrekken op kasteel Het Oude Loo in Apeldoorn, dat behoort tot het koninklijk domein.
Niet in eigen huis dus, maar vertrekken waarover de koning vrijelijk kan beschikken. Kasteel Het Oude Loo is een jachtslot uit de 15de eeuw, niet ver van Paleis Het Loo. Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst zullen naar verwachting zes tot acht gezinnen, dus zo’n 20 tot 30 mensen, er gebruik van kunnen maken.
“Dit is vrij uniek”, zegt politiek commentator Frits Wester. “Je moet dit vooral zien als een manier om hun empathie te tonen aan de Oekraïense bevolking. Ze geven daarmee ook een afkeurend signaal af richting Poetin vanwege zijn gewelddadige inval in Oekraïne.”
Belgisch koningspaar
Vorige week werd bekend dat koning Filip en koningin Mathilde van België Oekraïense vluchtelingen gaan opvangen. Drie gezinnen zullen worden ondergebracht in appartementen van de Koninklijke Schenking, de organisatie die staatseigendom ter beschikking stelt aan de Belgische koninklijke familie.
Tijdens zijn wekelijkse persconferentie – afgelopen vrijdag – kreeg premier Rutte nog de vraag of hij of het koningspaar van plan zijn om vluchtelingen in huis te nemen:
Veel Nederlandse gezinnen
Ook veel Nederlanders vangen Oekraïense vluchtelingen op. Tot nu toe bieden ruim 1.700 geregistreerde gastgezinnen een thuis aan vluchtelingen uit Oekraïne.
Afgelopen vrijdag werd bekend dat Oekraïense vluchtelingen die in een Nederlands gastgezin belanden, van het kabinet 135 euro leefgeld per week krijgen. Oekraïners die in de gemeentelijke opvang zitten, kunnen 60 euro per week krijgen.
”De Richtlijn tijdelijke bescherming (2001/55), die tot stand kwam na de burgeroorlogen in het voormalig Joegoslavië, regelt dat de lidstaten aan ontheemden een tijdelijke verblijfsvergunning verlenen en dat zij de komst van ontheemden naar hun grondgebied, indien nodig, faciliteren door de vereiste visa te verlenen. In die periode mogen de betrokkenen werken en onderwijs genieten. Er moet een fatsoenlijk onderkomen worden verzorgd, de nodige hulp moet worden gegeven inzake sociale bijstand, levensonderhoud en medische zorg”
Er is al sinds 2001 een EU richtlijn die voorziet in speciale maatregelen in geval van “massale toestroom van ontheemden”. De richtlijn is bedoeld om buitengewone voorzieningen te treffen die onmiddellijk en tijdelijk bescherming bieden. De huidige toestroom van vluchtelingen naar Europa zou binnen de richtlijn kunnen vallen. Waarom wordt die niet gebruikt?
De Richtlijn tijdelijke bescherming (2001/55), die tot stand kwam na de burgeroorlogen in het voormalig Joegoslavië, regelt dat de lidstaten aan ontheemden een tijdelijke verblijfsvergunning verlenen en dat zij de komst van ontheemden naar hun grondgebied, indien nodig, faciliteren door de vereiste visa te verlenen. In die periode mogen de betrokkenen werken en onderwijs genieten. Er moet een fatsoenlijk onderkomen worden verzorgd, de nodige hulp moet worden gegeven inzake sociale bijstand, levensonderhoud en medische zorg. Er is ook voorzien in een recht op gezinshereniging. Zie over tijdelijkheid van asiel ook ons blog Hoe tijdelijk is een asielstatus?
Hoe werkt de richtlijn? Uitgangspunt van de richtlijn is het creëren van minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming en het bevorderen van een evenwicht tussen de inspanningen van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van ontheemden. Dit mechanisme treedt pas in werking als de Raad (de gezamenlijke ministers van de lidstaten) een besluit heeft genomen. De ministers moeten met gekwalificeerde (=twee derde) meerderheid vaststellen dat er sprake is van “massale toestroom van ontheemden”. Een voorstel daartoe moet worden ingediend door de Europese Commissie. Daarbij moet worden gespecificeerd welke specifieke groepen het betreft, om welke aantallen het ongeveer gaat en met ingang van welke datum de regeling van kracht zal zijn. Als het besluit is vastgesteld, hebben alle ontheemden in de lidstaten voor welke de richtlijn geldt een recht op tijdelijke bescherming. De richtlijn geldt niet voor Ierland en Denemarken. Als de regeling is vastgesteld geldt zij in beginsel voor één jaar en kan daarna nog maximaal twee keer met een half jaar worden verlengd. Indien er na die twee jaar nog steeds aanleiding is om tijdelijke bescherming te blijven verlenen, dan kan de Raad op voorstel van de Commissie besluiten om de tijdelijke bescherming met maximaal nog een jaar te verlengen.
Waarom wordt de richtlijn nu niet gebruikt? In het Europese Parlement is de vraag gesteld waarom deze richtlijn nog niet in gebruik is gesteld voor de vele Syriërs die in Europa om bescherming vragen. Eurocommissaris Avromopoulos heeft in januari 2015 geantwoord dat een voorstel om de richtlijn te activeren in de huidige omstandigheden niet gerechtvaardigd is. Het zou niet gaan om een massale toestroom in de zin van de richtlijn (100.000 asielaanvragen in de periode januari-oktober 2014) en bovendien waren de lidstaten prima in staat om deze asielaanvragen te behandelen. Nu de aantallen iedere dag toenemen en de asielautoriteiten in lidstaten grote moeite hebben om de vele asielaanvragen binnen een redelijke termijn te behandelen, is onduidelijk of de Europese Commissie deze mening nog steeds is toegedaan. Desalniettemin is het zeer de vraag, gezien de grote moeilijkheden die de Europese lidstaten in september 2015 ondervonden bij het bereiken van overeenstemming over de verdeling van 120.000 asielzoekers en de topontmoeting die nodig bleek, of een voorstel van de Commissie tot activering van het relatief ruimhartige systeem van de Richtlijn op veel steun had kunnen rekenen. Zo staat de in de richtlijn voorziene facilitering van visa voor de overkomst van ontheemden in sterk contrast met de hekken die aan de Oostgrens van Europa zijn opgericht om ontheemden tegen te houden. Ook de interne tegenstellingen over vluchtelingenopvang binnen lidstaten dragen niet bij tot een grote bereidheid om zich aan een voorstel tot activering van deze Richtlijn te binden. Volgens Commissaris Avramopoulos is het nodig de Richtlijn te evalueren en te bezien of herziening nodig is om er een “meer praktisch en flexibel” instrument van te maken.
De Europese Commissie heeft naar aanleiding van de recente ervaringen echter een andere koers gekozen en een ontwerpverordening ingediend voor een “crisis relocatie mechanisme” , dat voorziet in de vaststelling van aantallen asielzoekers die in bepaalde omstandigheden door de lidstaten moeten worden opgenomen. Hoe gevoelig deze verdeling ligt kan onder meer blijken uit de gecompliceerde formule die zal worden gehanteerd om het aandeel per lidstaat te berekenen.
Kan er een nationale ontheemdenstatus worden ingevoerd? Op zich is het mogelijk dat afzonderlijke lidstaten behalve internationale vormen van bescherming ook nationale vormen van bescherming hanteren, zoals bijvoorbeeld een nationale ontheemdenstatus. Het is echter zeer de vraag of het juridisch geoorloofd is om Syriërs die voldoen aan de definitie van een vluchteling dan wel een subsidiair beschermde een nationale ontheemdenstatus te verlenen met beduidend minder rechten. In 1992 kende Nederland nog wel zo’n ontheemdenstatus in verband met de toestroom van ontheemden uit het voormalige Joegoslavië: de Tijdelijke Regeling Opvang Ontheemden (TROO). Het ging ook toen om grote aantallen.
EINDE ARTIKEL VERBLIJFBLOG
[72]
”De Richtlijn tijdelijke bescherming (2001/55), die tot stand kwam na de burgeroorlogen in het voormalig Joegoslavië, regelt dat de lidstaten aan ontheemden een tijdelijke verblijfsvergunning verlenen en dat zij de komst van ontheemden naar hun grondgebied, indien nodig, faciliteren door de vereiste visa te verlenen. In die periode mogen de betrokkenen werken en onderwijs genieten. Er moet een fatsoenlijk onderkomen worden verzorgd, de nodige hulp moet worden gegeven inzake sociale bijstand, levensonderhoud en medische zorg. Er is ook voorzien in een recht op gezinshereniging.”
Vluchtelingen uit Oekraïne kunnen tijdelijk bescherming krijgen in Nederland door de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie. Lees wanneer u onder deze richtlijn valt. En wat u moet doen als u onder de richtlijn valt.
De Richtlijn Tijdelijke Bescherming (2001/55 EG) geeft in Nederland recht op opvang en medische zorg. En onderwijs voor minderjarige kinderen. Het geeft ook de mogelijkheid om te werken. Als u onder de richtlijn valt, mag u tot 4 maart 2023 in Nederland blijven. U valt onder de richtlijn in Nederland als een van de volgende situaties voor u geldt.
U HEBT DE OEKRAIENSE NATIONALITEIT
U bent na 26 november 2021 uit Oekraïne gereisd.
U bent voor 27 november 2021 uit Oekraïne gereisd. En u was toen voor langere tijd in Nederland, omdat u een verblijfsvergunning had of asiel had aangevraagd. U kunt bewijzen dat u voor 27 november 2021 in Nederland was en niet in een ander EU-land.
U HEBT NIET DE OEKRAIENSE NATIONALITEIT
U was op 23 februari 2022 een door Oekraïne erkende vluchteling.
U had op 23 februari 2022 een geldige Oekraïense verblijfsvergunning.
U WOONDE IN OEKRAINE ALS GEZINSLID VAN IEMAND, DIE ONDER DE RICHTLIJN VALT
U bent een partner (getrouwd of ongetrouwd) en u hebt een duurzame relatie.
U bent een kind jonger dan 18 en u bent niet getrouwd.
U bent een familielid en u woonde samen met het gezin. U bent (grotendeels) afhankelijk van dit gezin.
…….. UW RECHTEN
Uw rechten
Geldigheid bewijs van verblijf
De sticker of het pasje is 1 jaar geldig, van 4 maart 2022 tot 4 maart 2023. Uw sticker of pasje is alleen geldig in Nederland. Vraagt u bescherming aan in een ander EU-land? Dan stopt uw bescherming in Nederland.
Reizen als Oekraïner
Hebt u de Oekraïense nationaliteit? Dan mag u binnen de Europese Unie reizen. Ook mag u op en neer naar Oekraïne reizen. U hebt dan een geldig biometrisch paspoort nodig met een bewijs van verblijf. Dit bewijs kunt u nu nog niet ophalen. Krijgt u een pasje als bewijs van verblijf? U kunt hiermee niet reizen, dit pasje is geen reisdocument.
Reizen naar EU-landen kan ook als u nog in uw vrije termijn zit. U mag dan maximaal 90 dagen binnen een periode van 180 dagen in de Europese Unie zijn. U kunt dan bijvoorbeeld in een ander EU-land bescherming zoeken. Is uw vrije termijn afgelopen en hebt u nog geen bewijs van verblijf? Dan reist u op eigen risico. De IND geeft u geen visum om terug te reizen naar Nederland (terugkeervisum, TKV). U kunt geen afspraak maken voor een TKV bij het loket van de IND. Buiten de EU reizen is ook op eigen risico. Hiervoor krijgt u ook geen TKV. Ook niet als u straks een bewijs van verblijf hebt.
Reizen als niet-Oekraïner
Hebt u niet de Oekraïense nationaliteit? Dan is reizen binnen en buiten de EU op eigen risico. De IND geeft u geen terugkeervisum. U kunt geen afspraak maken voor een TKV bij het loket van de IND. Ook niet als u straks een bewijs van verblijf hebt.
Werken in Nederland
Iedereen die valt onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming mag in Nederland werken zonder een tewerkstellingsvergunning (twv). Dit betekent dat een werkgever geen werkvergunning voor u hoeft aan te vragen. Hierdoor kunt u makkelijker een baan zoeken, als u dat wilt. De vrijstelling van de twv geldt voor al het werk in loondienst. U hebt hiervoor een arbeidscontract met een werkgever nodig. U moet ook voldoen aan de volgende voorwaarden:
U staat ingeschreven in de BRP.
U hebt een bewijs van verblijf nodig waarmee u laat zien dat u in Nederland mag zijn. U krijgt een sticker of pasje als bewijs. U kunt dit bewijs nu nog niet ophalen bij de IND. Tot 1 september 2022 is een bewijs van verblijf daarom niet verplicht. U kunt tot die dag op de volgende manier laten zien dat u in Nederland mag zijn:
Bent u Oekraïens? Een bewijs van uw nationaliteit is voldoende. Bijvoorbeeld een paspoort of een bewijs van de Oekraïense ambassade.
Bent u niet Oekraïens? Dan hebt u een Oekraïense verblijfsvergunning of erkenning als vluchteling nodig die geldig was op 23 februari 2022.
Deze voorwaarden gelden ook als u vrijwilligerswerk wilt doen of stage wilt lopen. Werken als zelfstandig ondernemer mag (nog) niet.
Tijdelijke bescherming aan mensen uit Oekraïne die zich in de Europese Unie bevinden of naar de EU reizen, daarmee is de Raad van de Europese Unie akkoord gegaan. Dit naar aanleiding van het voorstel van de Europese Commissie voor een implementatiebesluit naar aanleiding van de situatie in Oekraïne.
De Commissie is van mening dat de waarschijnlijke grote toestroom van mensen uit Oekraïne een impact heeft op de gehele EU, niet alleen op de lidstaten die aan Oekraïne grenzen. Een snelle en gezamenlijke reactie vanuit de lidstaten is daarom volgens de Commissie noodzakelijk om te zorgen voor een effectieve reactie op de toestroom van mensen en om dezelfde standaarden en rechten aan mensen uit Oekraïne te kunnen garanderen in alle EU-lidstaten. Daarom stelde de Commissie voor om de Richtlijn Tijdelijke Bescherming te activeren. Het voorstel maakt onderdeel uit van het EU-maatregelenpakket, waaronder sancties, als reactie op de situatie in Oekraïne.
De Commissie past hierbij artikel 5 van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (Richtlijn 2001/55/EC) toe. Deze Richtlijn stelt minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in het geval van massale toestroom van mensen van buiten de EU. Op basis van artikel 5 van de Richtlijn kan de Commissie een voorstel doen om bepaalde groepen personen tijdelijke bescherming te bieden. De Raad beslist dan of sprake is van een massale stroom van ontheemden. Het besluit van de Raad heeft tot gevolg dat de ontheemden waarop de beslissing betrekking heeft in alle lidstaten tijdelijke bescherming moeten krijgen.
Mensen met de Oekraïense nationaliteit die vanaf 24 februari 2022 zijn ontheemd;
Mensen met een nationaliteit van een ander land dan een lidstaat van de EU of mensen zonder nationaliteit, die legaal in Oekraïne verbleven en die vanaf 24 februari 2022 zijn ontheemd komen onder voorwaarden in aanmerking voor bescherming;
Onder voorwaarden: familieleden van de twee voorgaande categorieën mensen. Het gaat hierbij om familieleden die ten tijde van de massale toestroom van mensen uit Oekraïne onderdeel uitmaakten van het gezin, ongeacht of zij veilig naar hun land van herkomst kunnen terugkeren. Lidstaten bepalen op grond van de Richtlijn wie onder deze categorie mensen vallen. Daarbij gaat het met name om partners, minderjarige ongehuwde (stief)kinderen en andere afhankelijke familieleden.
Iedereen die onder bovenstaande categorieën personen valt en voldoet aan de voorwaarden van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, behoort de status van tijdelijk beschermde te krijgen. De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat tijdelijk beschermden de benodigde verblijfsdocumenten krijgen voor de volledige duur van hun verblijf. Zie de paragrafen hierna voor verdere rechten die beschermden genieten.
Personen die onder de Richtlijn vallen kunnen voor een periode van één jaar tijdelijke bescherming krijgen. Deze periode kan tweemaal verlengd worden met zes maanden. De Commissie kan op elk moment, na monitoring van de situatie, aan de Raad voorstellen om de tijdelijke bescherming van de hierboven genoemde personen te beëindigen of de periode met nog één jaar verlengen.
ASSOCIATIEVERDRAG: 90 DAGEN VRIJ VERBLIJF
Mensen met de Oekraïense nationaliteit en die in het bezit zijn van een biometrisch paspoort (een paspoort met een ingebouwde chip die informatie bevat om de identiteit van een persoon te verifiëren) kunnen overigens momenteel al op grond van het Associatieverdrag tussen Oekraïne en de EU zonder visumverplichting de EU (en daarmee dus ook Nederland) inreizen. Dit volgt uit Verordening 2018/1806, die bepaalt welk inwoners van landen buiten de EU visumvrij de EU kunnen inreizen. Hiermee kunnen zij voor een periode van 90 dagen in de EU verblijven.
De Commissie verwacht dat tussen de 2,5 en 6,5 miljoen mensen als gevolg van het conflict met Rusland ontneemt zullen raken. Van deze personen zal naar verwachting tussen de 1,2 miljoen en 3,2 miljoen een aanvraag voor internationale bescherming doen. Dit betekent met andere woorden dat zij asiel zullen gaan aanvragen.
WELKE RECHTEN VLOEIEN VOORT UIT DE RICHTLIJN TIJDELIJKE BESCHERMING?
De Richtlijn bepaalt onder meer dat personen die tijdelijke bescherming genieten in staat moeten worden gesteld om:
In loondienst of als zelfstandige te werken;
Toegang te krijgen tot volwassenenonderwijs, beroepsopleiding en werkervaring;
Fatsoenlijk onderkomen te krijgen of middelen om huisvesting te vinden;
Sociale bijstand, financiële ondersteuning en medische zorg in het geval van onvoldoende eigen middelen te krijgen;
Jongeren jonger dan 18 jaar moeten toegang krijgen tot tenminste openbaar onderwijs.
Lidstaten dienen er zorg voor te dragen dat tijdelijk beschermden deze rechten effectief kunnen uitoefenen.
OVEREENSTEMMING MET BESTAANDE EUROPEES BELEID
Dit besluit komt op bepaalde onderdelen overeen met het Pact inzake migratie en asiel van september 2020 en de daarin ingediende wetsvoorstellen. De Commissie heeft destijds voorgesteld om de Richtlijn in te trekken en deze te vervangen door een verordening, waarbij het nog steeds gebruik kan maken van de optie om tijdelijke bescherming te verlenen aan ontheemden. Omdat er momenteel nog onderhandeld wordt over de voorgestelde verordening en deze niet op korte termijn zal worden aangenomen, is de Richtlijn Tijdelijke Bescherming nog steeds het aangewezen instrument om maatregelen te nemen om Oekraïners te beschermen.
DECENTRALE RELEVANTIE
Nederland zal mensen uit Oekraïne tijdelijke bescherming gaan aanbieden op basis van het besluit van de Raad. Decentrale overheden zullen vermoedelijk gevraagd worden om te ondersteunen bij de uitvoering van het besluit, aangezien sommige hierboven genoemde rechten in Nederland binnen de verantwoordelijkheid van decentrale overheden vallen. In Nederland worden aanvragen van mensen die (tijdelijk) willen verblijven in Nederland beoordeeld door de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND). Het is voor ons nog niet duidelijk of tijdelijk beschermden een aanvraag moeten indienen en of dit dan via de IND zal verlopen.
Op de website van de IND staat actuele informatie over de gevolgen voor verblijf en aanvragen voor mensen die uit Oekraïne komen. Wij houden u uiteraard op de hoogte als er nieuwe ontwikkelingen zijn.
Voor meer vragen over de Richtlijn of Europees migratierecht kunt u terecht in onze helpdesk. We zijn momenteel bezig een Q&A voor te bereiden.
DOOR
Sahar Orwa en Demi Hoefnagels, Kenniscentrum Europa decentraal
Er is al sinds 2001 een EU richtlijn die voorziet in speciale maatregelen in geval van “massale toestroom van ontheemden”. De richtlijn is bedoeld om buitengewone voorzieningen te treffen die onmiddellijk en tijdelijk bescherming bieden. De huidige toestroom van vluchtelingen naar Europa zou binnen de richtlijn kunnen vallen. Waarom wordt die niet gebruikt?
De Richtlijn tijdelijke bescherming (2001/55), die tot stand kwam na de burgeroorlogen in het voormalig Joegoslavië, regelt dat de lidstaten aan ontheemden een tijdelijke verblijfsvergunning verlenen en dat zij de komst van ontheemden naar hun grondgebied, indien nodig, faciliteren door de vereiste visa te verlenen. In die periode mogen de betrokkenen werken en onderwijs genieten. Er moet een fatsoenlijk onderkomen worden verzorgd, de nodige hulp moet worden gegeven inzake sociale bijstand, levensonderhoud en medische zorg. Er is ook voorzien in een recht op gezinshereniging. Zie over tijdelijkheid van asiel ook ons blog Hoe tijdelijk is een asielstatus?
Hoe werkt de richtlijn? Uitgangspunt van de richtlijn is het creëren van minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming en het bevorderen van een evenwicht tussen de inspanningen van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van ontheemden. Dit mechanisme treedt pas in werking als de Raad (de gezamenlijke ministers van de lidstaten) een besluit heeft genomen. De ministers moeten met gekwalificeerde (=twee derde) meerderheid vaststellen dat er sprake is van “massale toestroom van ontheemden”. Een voorstel daartoe moet worden ingediend door de Europese Commissie. Daarbij moet worden gespecificeerd welke specifieke groepen het betreft, om welke aantallen het ongeveer gaat en met ingang van welke datum de regeling van kracht zal zijn. Als het besluit is vastgesteld, hebben alle ontheemden in de lidstaten voor welke de richtlijn geldt een recht op tijdelijke bescherming. De richtlijn geldt niet voor Ierland en Denemarken. Als de regeling is vastgesteld geldt zij in beginsel voor één jaar en kan daarna nog maximaal twee keer met een half jaar worden verlengd. Indien er na die twee jaar nog steeds aanleiding is om tijdelijke bescherming te blijven verlenen, dan kan de Raad op voorstel van de Commissie besluiten om de tijdelijke bescherming met maximaal nog een jaar te verlengen.
Waarom wordt de richtlijn nu niet gebruikt? In het Europese Parlement is de vraag gesteld waarom deze richtlijn nog niet in gebruik is gesteld voor de vele Syriërs die in Europa om bescherming vragen. Eurocommissaris Avromopoulos heeft in januari 2015 geantwoord dat een voorstel om de richtlijn te activeren in de huidige omstandigheden niet gerechtvaardigd is. Het zou niet gaan om een massale toestroom in de zin van de richtlijn (100.000 asielaanvragen in de periode januari-oktober 2014) en bovendien waren de lidstaten prima in staat om deze asielaanvragen te behandelen. Nu de aantallen iedere dag toenemen en de asielautoriteiten in lidstaten grote moeite hebben om de vele asielaanvragen binnen een redelijke termijn te behandelen, is onduidelijk of de Europese Commissie deze mening nog steeds is toegedaan. Desalniettemin is het zeer de vraag, gezien de grote moeilijkheden die de Europese lidstaten in september 2015 ondervonden bij het bereiken van overeenstemming over de verdeling van 120.000 asielzoekers en de topontmoeting die nodig bleek, of een voorstel van de Commissie tot activering van het relatief ruimhartige systeem van de Richtlijn op veel steun had kunnen rekenen. Zo staat de in de richtlijn voorziene facilitering van visa voor de overkomst van ontheemden in sterk contrast met de hekken die aan de Oostgrens van Europa zijn opgericht om ontheemden tegen te houden. Ook de interne tegenstellingen over vluchtelingenopvang binnen lidstaten dragen niet bij tot een grote bereidheid om zich aan een voorstel tot activering van deze Richtlijn te binden. Volgens Commissaris Avramopoulos is het nodig de Richtlijn te evalueren en te bezien of herziening nodig is om er een “meer praktisch en flexibel” instrument van te maken.
De Europese Commissie heeft naar aanleiding van de recente ervaringen echter een andere koers gekozen en een ontwerpverordening ingediend voor een “crisis relocatie mechanisme” , dat voorziet in de vaststelling van aantallen asielzoekers die in bepaalde omstandigheden door de lidstaten moeten worden opgenomen. Hoe gevoelig deze verdeling ligt kan onder meer blijken uit de gecompliceerde formule die zal worden gehanteerd om het aandeel per lidstaat te berekenen.
Kan er een nationale ontheemdenstatus worden ingevoerd? Op zich is het mogelijk dat afzonderlijke lidstaten behalve internationale vormen van bescherming ook nationale vormen van bescherming hanteren, zoals bijvoorbeeld een nationale ontheemdenstatus. Het is echter zeer de vraag of het juridisch geoorloofd is om Syriërs die voldoen aan de definitie van een vluchteling dan wel een subsidiair beschermde een nationale ontheemdenstatus te verlenen met beduidend minder rechten. In 1992 kende Nederland nog wel zo’n ontheemdenstatus in verband met de toestroom van ontheemden uit het voormalige Joegoslavië: de Tijdelijke Regeling Opvang Ontheemden (TROO). Het ging ook toen om grote aantallen.
EINDE BERICHT VERBLIJFBLOG
Reacties uitgeschakeld voor Noten 71 t/m 73/Oekraine
”“De grenswachten zijn vaak jongens hier uit de buurt”, zegt Piotrek. “Ze willen hun baan niet kwijt, maar soms kunnen ze niet leven met de orders die ze krijgen. Er hebben er al drie zelfmoord gepleegd.””
Terwijl hij aan de grens met Oekraïne soep krijgt – ze denken dat hij een Oekraïense vluchteling is – ziet schrijver Chris Keulemans hoe de politie aan de grens met Belarus vluchtelingen ‘door het prikkeldraad terug duwt; baby’s gooien ze eroverheen’. Een essay over racisme en hypocrisie aan de lange, Poolse grens.
In Polen sprak ik vorige week met negen criminelen. Bijna allemaal vrouwen van een jaar of veertig. Allemaal natuurliefhebber. Ze houden van het oerbos op de grens met Belarus: 150.000 hectare beschermd werelderfgoed, al eeuwen thuis voor de wisent, de wolf en de lynx. Als ze in het bos iemand tegenkomen die het koud heeft halen ze koffie, soep en dekens tevoorschijn. De grootste boef die ik tegenkom, de angst van de Poolse natie, is een tengere jongeman uit Senegal met een spleetje tussen zijn tanden.
Sinds september vorig jaar mogen deze ‘criminelen’ het bos niet meer in. De Poolse regering riep er de noodtoestand uit en het bos is nu een gemilitariseerde zone: er lopen 15.000 politieagenten, grenswachten en soldaten rond. Toegang verboden voor iedereen die er niet woont of werkt. Geen hulpverleners, artsen of journalisten. Wie er toch betrapt wordt met soep en dekens voor iemand met bevroren voeten gaat naar de gevangenis wegens medeplichtigheid aan mensensmokkel. De eigenaar van die voeten gaat een politiebus in, terug naar Belarus, waar de petten aan die kant hem eerst zijn resterende geld afpakken en dan meteen weer het bos in knuppelen. Sinds de Belarussische president Loekasjenko vorige zomer migranten uit andere crisisgebieden lokte met de belofte van vrije doorgang naar Europa en de grens openzette, wordt er gepingpongd met mensen uit Syrië, Irak, Koerdistan, Afghanistan, Jemen, Palestina, Senegal en Cuba.
Tweehonderd kilometer naar het zuiden, aan de grensovergang bij Hrebenne, zijn het de grenswachten die mij soep aanbieden. Omdat ze me aanzien voor een Oekraïense vluchteling. Er staan tenten en kramen vol voedsel, kleren, simkaarten en speelgoed. Er staan auto’s klaar. Maar het blijft rustig. De nonnen van de Knights of Columbus, de foodtruck uit Litouwen, de Engelse journalisten, de jongen van Lycamobile, de boswachters met hun berg waterflessen – ze hangen onderuit in de lentezon. Het gros van de mensen die meteen wegwilden is de grens al over, zegt een vrijwilliger, anderen wachten in West-Oekraïne af wat er gebeurt. Het is een macabere stilte; de grens houdt zijn adem in. Dan komt er een afgeladen bus langs, in uitbundige zebrastrepen – uit Mariupol. De chauffeur slaat een kruisje als hij de slagbomen passeert.
Polen vangt op dit moment ruim twee miljoen Oekraïners op van de bijna vier miljoen die al naar de EU vluchtten. Warschau alleen al telt opeens 500.000 nieuwe inwoners. Overal zijn gebouwen blauw en geel verlicht. Overal zitten mensen met gestreste gezichten aan hun telefoonscherm gekluisterd. Het is een ontzagwekkende inspanning. Burgers, ngo’s, stadhuizen en kerken zijn dag en nacht actief. Alleen de staat, zeggen de mensen die ik spreek, loopt achter de feiten aan. Iedereen die een Oekraïner opvangt zou €40 per dag ontvangen, beloofde de regering eerst. Dat is intussen teruggedraaid tot €10. Hotels, pensions en appartementengebouwen die ruimte aanbieden wachten nog op de toegezegde vergoeding.
Maar aan de grens met Belarus is de staat klaarwakker en wordt duidelijk welke dubbele standaarden Polen hanteert. Sinds de eerste migranten uitgehongerd de dorpjes rond het oerbos binnen wankelden, regent het maatregelen. Het hele gebied is nu een rode zone. Asielverzoeken worden geweigerd. De grenspolitie duwt mensen terug door het prikkeldraad; de baby’s gooien ze er overheen. Overal rond het bos staan politiecontroles langs de weg: mensen van kleur, op weg naar Europa, worden eruit gevist; de chauffeurs opgepakt. De regering wil zich terugtrekken uit het Dublinakkoord1, om te voorkomen dat de tienduizend mensen die tot Duitsland wisten te komen worden teruggezet naar Polen. En dwars door het werelderfgoed heen bouwen ze een muur van 186 kilometer. Kosten: bijna 400 miljoen, tien keer zoveel als het landelijke asielbudget. Van het bedrag dat de regering nu uittrekt voor NGO’s die Oekraïners opvangen kunnen ze precies 1,1 kilometer muur bouwen.
Langs deze muur is een eenvoudig gebaar van gastvrijheid een misdrijf. Zwaarbewapende mannen in zwarte uniformen rijden de auto’s van de ‘criminelen’ die ik spreek van de weg en breken hun schuur open op zoek naar hulpgoederen. Midden in de nacht krijgen de ‘criminelen’ bericht: mensen in het bos geven hun locatie door. Ze pakken hun spullen en gaan eropaf. Ze mobiliseren een clandestien netwerk van advocaten, artsen en opvangplekken. Moeders zijn het, boeren, boswachters, kunstenaars, overdag borduren ze kussenslopen, schrijven dissertaties of ontwerpen wijnflesetiketten. Zelf noemen ze zich activisten. Niet dat ze dat van nature zijn, ze worden het door zichzelf te blijven.
“Een Syrische jongen lag doodziek langs de weg”, zegt Anna*. “Zijn spullen zaten in een opgevouwen roze kinderjasje. De volgende dag lag alleen het jasje er nog.” “Vandaag nog is er een man in het bos gevonden”, zegt Kasia. “Zonder gezicht en benen. Aangevreten. Wolven, honden?” “Mijn twee broers hebben het niet overleefd”, zegt Mohamed, die in Senegal economie studeerde. “De een raakte vergiftigd toen hij moeraswater dronk. Bij de ander kroop een slang zijn jas in toen hij lag te slapen. Ik heb ze allebei in het bos begraven.” “Een vrouw had pijn in haar maag”, zegt de arts. “Misschien een tumor, misschien was ze zwanger. Voor we haar konden behandelen ontsnapte ze uit het raam.” “Ik herinner me elk gezicht dat ik ’s nachts in de moerassen heb aangetroffen”, zegt Anna. “Ik heb ze in de ogen gekeken. Ik vergeet ze nooit meer.” “Er was een misverstand”, zegt de bosbeheerder, die wel met haar auto de rode zone in mag. “Ik reed eerst naar de verkeerde plek. Toen ik aankwam waar ik had beloofd een groep van negen op te halen waren ze weg. Eentje had me de vorige dag zijn oortjes gegeven, als dank voor de soep. Nu voel ik me daar schuldig over. Ik droom van de dag dat ik hem weer tegenkom. Dan geef ik hem zijn oortjes terug.”
“Ik ken een echtpaar dat in de zone woont”, zegt Karolina. “De man is een verklikker. Hij gaat dagelijks het bos in en belt de politie als hij iemand vindt. Intussen belde zijn vrouw mij, omdat ze heimelijk een berg sokken had gebreid voor de vluchtelingen.”
“De grenswachten zijn vaak jongens hier uit de buurt”, zegt Piotrek. “Ze willen hun baan niet kwijt, maar soms kunnen ze niet leven met de orders die ze krijgen. Er hebben er al drie zelfmoord gepleegd.” Monika, “De grenswacht tweet elke dag de aantallen: zoveel illegalen hebben we tegengehouden aan de grens met Belarus, zoveel gasten uit Oekraïne hebben we verwelkomd.” “Mensen uit Irak ontvluchten ook een oorlog”, zegt de boswachter. “Het is hypocriet. Als westerling voel ik me ook verantwoordelijk voor de crisis daar.”
Die tot in dit oerbos reikt. En daar draagt niet alleen Polen de verantwoordelijkheid voor. Tot 2020 betaalde de EU Loekasjenko, die al sinds 1994 president is, om zijn grens te bewaken. Maar toen Loekasjenko in dat jaar de verkiezingsuitslag vervalste, legde de EU sacties op. Loekasjenko probeerde de EU probeerde te chanteren door migranten door te laten, waarop Charles Michel, voorzitter van de Europese Raad, overwoog de Poolse muur te financieren. Intussen is aannemer Budimex hem aan het bouwen. Verzekeraar Nationale Nederlanden bezit 9,2% van de aandelen in dat bedrijf. Het cement voor de muur wordt aangevoerd vanuit Belarus.
Hypocrisie. Dubbele standaarden. Paniek. Geldzucht. En klinkklaar racisme. Met een duistere echo, in een gebied waar vóór de Tweede Wereldoorlog bijna de helft van de inwoners joods was. “Ik documenteer alles”, zegt Kasia. “Dan hebben we straks zoiets als het Ringelblum-archief uit het getto van Warschau.” Ze staat op. Ze heeft nachtdienst in het hoekje van het station waar niet-westerse vluchtelingen uit Oekraïne zich kunnen melden.
Op de weg terug worden we aangehouden bij een checkpoint. De agent buigt zich voorover en kijkt naar binnen. Zijn blik veegt even door de auto. Vier witte gezichten. Een nonchalant handgebaar. Rij maar verder.
* Omwille van hun veiligheid zijn de activisten niet met hun achternaam in dit artikel opgenomen.
Polish soldier Emil Czeczko, who was serving on the border under orders to prevent migrants from crossing from Belarus into Poland, fled through a barbed wire fence on Dec. 17 and appealed for asylum in Belarus. In a television interview, Czeczko said he fled because Polish troops had shot and killed some of the migrants. He said he opposed this policy.
Czeczko said that special border troops forced him and other regular Polish soldiers to take part in the executions. He also told BelTa TV that two Polish volunteers, civilians who had come to aid the migrants, were killed when they tried to intervene. (tinyurl.com/29zmtkau)
The migrants fly to Minsk, Belarus, mainly from Syria, Afghanistan, Iraq and Yemen, in an attempt to migrate to the European Union because their families cannot survive at home. Scenes of Polish troops setting up barbed wire and firing water cannons to stop them were broadcast on television worldwide starting in mid-November.
Czeczko’s accusation that Polish forces used lethal force against the migrants sparked demands from Belarusian and Russian government representatives for an international investigation by the United Nations or human rights organizations related to his charges. They accused the Polish government of refusing to answer questions about the border incidents.
U.S.- and NATO-led or supported wars in the migrants’ origin countries have created an unlivable situation for millions of people. U.S.-imposed sanctions continue to squeeze the economies of these countries.
The EU has erected barriers to migrants trying to survive. Hundreds of migrants die each year attempting to cross the Mediterranean Sea when their overloaded boats sink. Others die crossing borders.
Poland is a NATO member, beholden to U.S. and EU imperialism, and serving them by obstructing migration and providing military bases that threaten Belarus and Russia. Poland’s reactionary government represses opponents and persecutes anyone who defends communism. New statues have been erected of historic Polish fascist officers.
Czeczko speaks out
The following quote is of excerpts from a report of Czeczko’s interview on BelTa TV, published Dec. 17 in the English section of the Belarus news agency eng.belta.by. During the interview, Emil Czeczko was asked how those people [migrants] behaved before the execution, whether they said anything at that moment. “I am sorry, I do not want to talk about it. Some were crying; others were screaming. Some were just standing straight,” he replied.
Another question related to whether they had to “finish off” the wounded. Emil Czeczko said, “I heard that there were people who had to be finished off. And what else could be done; should they have been buried alive? They said: finish them off!”
Commenting on the information that he was caught drunk driving some time ago, the Polish serviceman said with sarcasm: “Right, I fled through the barbed wire, because my license was taken away. A great story! Well, yes, an ordinary drunkard . . . As I have said, soldiers were given a huge amount of alcohol every time they were forced to take part in it. And then they said I was driving under the influence of alcohol.”
As BelTA reported, the Polish serviceman said during the interview that at some point, cars with border guards began to arrive at his place of service and take his fellow soldiers with them. Emil Czeczko and another serviceman were taken first. On the way, they were offered a drink.
When they got there, they saw several people. “One of them asked another border guard whether he should reload the weapon. And when we asked what for, they told us to reload our weapons and pointed their guns at our heads to force us to shoot. We were drunk while patrolling the border for the first time. We caught some man who was by himself, took him to the forest, dug a hole and right in front of our eyes, the border guards shot him in the head,” Czeczko said.
According to Emil Czeczko, volunteers and migrants were among those who were killed by Polish border guards. He said he witnessed at least two situations when Polish border guards shot a volunteer for asking them where they were taking refugees to. “There was not a single case when the migrants we brought were not killed. We would always kill them.”
MINSK, 10 February (BelTA) – Up to 700 people might have been killed in the course of 10 days that I was on the border, Polish soldier Emil Czeczko told journalists in Minsk on 10 February, BelTA has learned.
“During our conversation, a colleague claimed that one pit could accommodate up to 72 people,” Emil Czeczko said.
The center “Sistemnaya Pravozaschita” [“Systemic Human Rights Protection”] is holding a press conference of Polish serviceman Emil Czeczko.
A Polish soldier who defected to Belarus during the height of the border migrant crisis last year has been found dead.
According to reports by the Belarusian state news agency BELTA, Emil Czeczko was found ‘hanging at his place of residence’ in the Belarusian capital Minsk.
The 25-year-old had been a member of of Poland’s 16th Pomeranian Mechanised Division when he abandoned his post and defected.
Accused by the Polish authorities of desertion, Czeczko had been one of thousands of troops stationed on the frontier to stop refugees living in camps in the region from entering Poland.
Upon his arrival in Belarus, he was presented as being opposed to Poland’s management of migrants and said he had been ‘forced to kill people’.
In turn, Warsaw said he was being used as part of a disinformation campaign and that he had previously been in trouble with the law for ‘attacking his mother’.
Lukashenko’s regime says it is now carrying out an investigation into the Private’s death.
Belarusian journalist Franak Vyachorka told the Fact newspaper: “In Belarus, he played the role of an anti-Western hero for some time.
“Recently, he kind of disappeared from the radar. I don’t want to make any hypotheses, but I also don’t think the investigation will be real.
“I do not want to draw any conclusions from this, but any cooperation with the regime ends very badly.”
He added: “I believe that he was a victim of the Belarusian regime.”
EINDE ARTIKEL
[68]
”Onze verworvenheden, met onze normen en waarden,is het alles of niets het is geen cafetaria model.Onze manier van leven, we hadden het net over homosexualiteit,we hebben het in Nederland over man en vrouw.We hebben het over onze verworvenheden, die voortkomen uit humanisme, uit Verlichting, die we in honderden jaren hebbenopgebouwd”
De Europese Unie (EU) besloot gister om mensen die Oekraïne ontvluchten tijdelijke bescherming te bieden. Oekraïners en mensen uit derde landen met een vluchtelingenstatus of een permanente verblijfsstatus in Oekraïne worden hierdoor in de EU onmiddellijk beschermd.
Het besluit houdt ook in dat EU-lidstaten tijdelijke bescherming mogen bieden aan mensen uit andere landen die legaal in Oekraïne verblijven en niet naar huis kunnen terugkeren, en aan staatlozen.
We moedigen alle EU-lidstaten aan om een inclusieve aanpak te volgen en deze groepen tijdelijke bescherming toe te kennen. Het besluit maakt het mogelijk om de verantwoordelijkheid voor mensen met een tijdelijke beschermingsstatus tussen de EU-landen te verdelen.
UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie, dringt er bij de EU-lidstaten op aan de richtlijn snel uit te voeren om degenen die op de vlucht zijn voor het geweld de broodnodige veiligheid en bescherming te blijven bieden – aangezien de situatie in het land blijft verslechteren en het aantal mensen dat op de vlucht slaat blijft toenemen. Dit is hard op weg de grootste vluchtelingencrisis van deze eeuw in Europa te worden.
Veel EU-landen hebben al grote steun getoond en het besluit van gisteren versterkt deze solidariteit. We hopen dat dit zal voortduren. UNHCR verwelkomt ook de richtlijnen van de Commissie, en hen aanmoedigt om flexibel om te gaan met grenscontroles en maatregelen voorstelt om de grenzen te ontlasten.
UNHCR staat klaar om regeringen en andere belanghebbenden te ondersteunen bij het bieden van bescherming en humanitaire hulp aan degenen die gedwongen zijn te vluchten.
De EU-ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken kwamen op 3 maart bijeen om het voorstel van de Europese Commissie te bespreken om de EU-richtlijn tijdelijke bescherming (TPD) te activeren, gezien de situatie in Oekraïne en de aankomsten in de EU van mensen die veiligheid zoeken. De ministers stemden in met het voorstel en dit is de eerste keer dat de TPD is geactiveerd. Het besluit om de TPD in werking te stellen treedt in werking op de dag dat het wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU.
De TPD, opgericht in de nasleep van de Joegoslavische oorlog, was ontworpen voor het geval van een “massale toestroom of dreigende massale toestroom” van mensen een EU-land zou binnenkomen. Het is een vorm van tijdelijke bescherming gericht op het bieden van directe hulp door grote groepen mensen een collectieve beschermingsstatus toe te kennen. Deze mensen zouden een beschermingsstatus hebben voor maximaal een jaar (met een mogelijkheid tot verlenging tot drie jaar), zonder individuele asielaanvragen, en toegang tot huisvesting en andere voordelen (bijvoorbeeld onderwijs, gezondheidszorg, sociale zekerheid, verblijfsvergunningen). De richtlijn stelt ook criteria vast voor de hereniging van gescheiden gezinnen in het geval dat een of meer familieleden tijdelijke bescherming hebben, maar andere niet. Eenmaal herenigd moeten alle leden een verblijfsvergunning krijgen om in het gastland te verblijven. Om de TPD te implementeren, moeten ten minste 15 van de 27 EU-landen ermee instemmen.
Volgens de VN Vluchtelingenorganisatie UNHCR zijn op 3 maart 2022 ongeveer een miljoen Oekraïners het land ontvlucht. Sommigen van hen hebben inmiddels in Nederland asiel aangevraagd. Tegelijkertijd verbleven er ook voor het uitbreken van de oorlog al Oekraïners in Nederland, met of zonder verblijfsrecht. Wat is de verblijfspositie van deze Oekraïense migranten?
Kranten en journaals staan dezer dagen bol van de beelden van Oekraïners, vooral vrouwen en kinderen, die naar Polen, Slowakije, Hongarije en Roemenië proberen te vluchten. Er zijn lange files richting de grens en wachtrijen bij de grensposten van deze landen. Sommige van deze Oekraïners zullen doorreizen naar Nederland en hier willen verblijven, bijvoorbeeld omdat zij hier familie hebben. De Europese Commissie schat dat, afhankelijk van het verloop van de situatie in Oekraïne, tussen de 2,5 en 6,5 miljoen Oekraïners ontheemd zullen raken, waarvan een groot deel de EU zal binnenkomen.
In dit blog leggen we uit welke verschillende mogelijkheden Oekraïners hebben om de EU in te reizen en daar een verblijfsrecht te verkrijgen aan de hand van vier onderwerpen: EU grenscontroles, visumvrij inreizen van de EU, de voorwaarden voor asiel of tijdelijke bescherming en de situatie van niet-Oekraïense derdelanders die Oekraïne zijn ontvlucht.
Soepelere controle aan de grenzen De Europese Commissie heeft op 2 maart 2022 richtlijnen gepubliceerd voor de controle aan de buitengrenzen van de EU met Oekraïne. Deze richtlijnen moeten ervoor zorgen dat Oekraïners het land snel kunnen verlaten terwijl tegelijkertijd een hoog niveau van veiligheidscontroles wordt verzekerd. De grenswachten van de EU-lidstaten kunnen worden bijgestaan door het Europese Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) en Europol. De richtlijnen van de Commissie bevatten onder meer de volgende maatregelen:
Vereenvoudigde grenscontroles voor bepaalde categorieën personen, waaronder kwetsbare personen (o.a. kinderen) en transportarbeiders;
De mogelijkheid grenscontroles toe te passen op veilige plaatsen buiten de grensposten of op nieuwe tijdelijke grensposten;
Gemakkelijke grensoverschrijding voor hulpdiensten, zoals ambulances, politie en brandweer;
Speciale rijen bij grensposten voor organisaties die humanitaire hulp in Oekraïne bieden;
Het zonder invoerrechten en op vereenvoudigde wijze meenemen van persoonlijke bezittingen en huisdieren.
Visumvrij inreizen en vrije termijn De Europese Commissie verwacht dat ongeveer de helft van de Oekraïners visumvrij de EU in zal reizen om zich bij familie te voegen of te werken en dat de andere helft asiel zal aanvragen. Sinds 2017 hebben Oekraïners geen visum meer nodig om de EU in te reizen. Dit is het gevolg van het Associatieverdrag tussen Oekraïne en de Europese Unie, dat in artikel 19 oproept om de bewegingsvrijheid van burgers te verbeteren en progressie te boeken met het maken van afspraken over visumvrij te reizen. In mei 2017 werd een verordening aangenomen, waarin in staat dat Oekraïners die in het bezit zijn van een biometrisch paspoort geen visum hoeven aan te vragen voor de Europese Unie. De vrijstelling van de visumplicht geldt uitdrukkelijk niet voor Oekraïners die geen biometrisch paspoort hebben, een paspoort dat Oekraïne overigens in 2012 introduceerde.
Oekraïners die een geldig biometrisch paspoort hebben, mogen de EU inreizen en 90 dagen op het grondgebied verblijven, mits aan alle voorwaarden van de Schengengrenscode wordt voldaan. Die voorwaarden zijn onder meer dat de vreemdeling voldoende middelen van bestaan heeft en geen gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid (zie artikel 6 Schengengrenscode). Bovendien moet zij volgens de Schengengrenscode kunnen onderbouwen dat het verblijf tijdelijk zal zijn en zij dus na 90 dagen de EU zal verlaten. Oekraïners die aan de voorwaarden voldoen mogen tijdens hun verblijf naar alle lidstaten van de EU reizen. Zij mogen niet werken zonder dat hun werkgever daarvoor een vergunning heeft.
Nederland heeft aangekondigd coulant om te gaan met de vrije termijn van Oekraïners. Zij kunnen de vrije termijn verlengen tot een periode van 180 dagen. Bovendien ‘is afgesproken dat inwoners van Oekraïne die de maximale termijnen overschrijden, hier in verband met de huidige situatie geen problemen van zullen ondervinden’. Dit geldt ook voor Oekraïners die een visum voor kort verblijf hebben (het gaat hier waarschijnlijk om personen die een visum hebben aangevraagd omdat zij geen biometrisch paspoort hebben).
Versoepeling van de voorwaarden voor binnenkomst en doorreis Niet alle Oekraïners die aan de buitengrens van de EU arriveren zullen in het bezit zijn van een biometrisch paspoort. UNHCR meldde in 2020 dat Oekraïners die wonen in de Krim of de gebieden in het oosten van Oekraïne waar de Oekraïense regering geen controle meer had, problemen ondervinden bij het aanvragen van identiteitsbewijzen en biometrische paspoorten. Dit geldt ook voor Oekraïners die deze gebieden hebben verlaten en elders in Oekraïne zijn gaan wonen. Dit komt doordat de verificatie van gegevens in archieven in de genoemde gebieden moeilijk is en veel tijd kost. Daarnaast hebben sommige Oekraïners het land mogelijk in alle haast moeten ontvluchten zonder de tijd te hebben hun paspoort (thuis) op te halen of aan te vragen. Ook andere voorwaarden voor binnenkomst, zoals het hebben van voldoende middelen van bestaan, kunnen een probleem vormen.
De Europese Commissie heeft in haar richtlijnen voor de controle aan de buitengrenzen van de EU met Oekraïne aangegeven dat de EU lidstaten gebruik kunnen maken van de mogelijkheid die de Schengengrenscode biedt om op humanitaire gronden af te wijken van de voorwaarden voor binnenkomst (zie artikel 6 lid 5). Hier gaat het dus onder meer om het hebben van een (biometrisch paspoort of voldoende middelen van bestaan. Indien Oekraïners zich in het verleden niet aan (Europese) migratieregels hebben gehouden, mag hen dat niet tegengeworpen worden. Lidstaten moeten in dat geval inreisverboden en registraties in het Schengeninformatiesysteem (SIS) negeren.
Wanneer een lidstaat een Oekraïner die niet aan de voorwaarden van de Schengengrenscode op humanitaire gronden toegang verleent, dan geldt die toegang alleen voor het grondgebied van die lidstaat en niet voor de hele EU. De Europese Commissie moedigt lidstaten echter in haar richtlijnen aan om Oekraïners, die geen paspoort, maar wel andere documenten hebben (bijvoorbeeld een identiteitskaart of een geboorteakte van hun kinderen) te ondersteunen bij het doorreizen naar een andere EU lidstaat. Lidstaten die grenscontroles aan de binnengrenzen toepassen kunnen vervoerders (zoals bus- en treinmaatschappijen) verzekeren dat zij geen boetes zullen opleggen als deze Oekraïners zonder paspoort naar hun grondgebied vervoeren.
Asiel aanvragen in de EU Oekraïners kunnen in de Europese Unie asiel aanvragen. Zij zijn onderdanen van een derde land (niet EU-lidstaat) en vallen daarom onder alle Europese richtlijnen over asiel. Zij kunnen asiel krijgen als zij aan de voorwaarden voor vluchtelingschap of subsidiaire bescherming voldoen (zie de Kwalificatierichtlijn en ons blog ‘Subsidiaire bescherming en de vluchtelingenstatus). Om in aanmerking te komen voor vluchtelingschap moeten Oekraïners aannemelijk maken dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben vanwege een vervolgingsgrond (ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep). Wanneer Oekraïners vluchten vanwege de algemene oorlogssituatie in hun land, dan zal aan het vereiste van een vervolgingsgrond waarschijnlijk niet voldaan worden. Subsidiaire bescherming kan worden verleend als sprake is van een reëel risico op ernstige schade. Ernstige schade kan bestaan uit een ‘ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict’. Het is nog onduidelijk of de EU-lidstaten accepteren dat sprake is van een dergelijke situatie in Oekraïne.
Verantwoordelijke lidstaat voor behandeling van het asielverzoek (Dublin) De Dublinverordening regelt welke EU-lidstaat verantwoordelijk is voor het asielverzoek van een derdelander (zie ook ons blog ‘Interstatelijk vertrouwen in het Dublinsysteem’. Wanneer een Oekraïner met een biometrisch paspoort de EU is binnengekomen (en dus geen visum nodig heeft) dan is de EU-lidstaat waar hij of zij asiel aanvraagt ook verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek (zie artikel 14 lid 2). Als een Oekraïner in Polen de EU binnenkomt en doorreist naar Nederland, dan is Nederland dus verantwoordelijk voor het asielverzoek
Dat geldt ook voor alleenstaande minderjarigen zonder paspoort die geen familieleden in de EU hebben. Alleenstaande minderjarigen die wel familieleden hebben die (rechtmatig) in een EU-lidstaat verblijven, worden in principe met die familieleden herenigd (artikel 8). Hetzelfde is van toepassing op (volwassen) Oekraïners die gezinsleden hebben die in een EU-lidstaat een asielvergunning hebben gekregen of daar in de asielprocedure zitten (artikel 9-11). Wanneer een Oekraïner een visum heeft gekregen voor een EU-lidstaat, dan is die lidstaat verantwoordelijk voor het asielverzoek (artikel 12). De EU-lidstaat die een Oekraïner om humanitaire redenen toegang heeft gegeven tot zijn grondgebied wordt ook verantwoordelijk voor het asielverzoek . Wanneer een Oekraïner op illegale wijze de buitengrens van de EU heeft overschreden, dan is in principe de EU-lidstaat waar hij of zij is binnengekomen verantwoordelijk voor het asielverzoek (artikel 13).
Asiel in Nederland Oekraïners kunnen in het aanmeldcentrum in Ter Apel een asielaanvraag indienen. Zij worden vervolgens opgevangen in onder meer Ter Apel, Amsterdam en Ede. Op het asielverzoek zal voorlopig niet inhoudelijk worden beslist. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 28 februari 2022 voor de duur van zes maanden een besluit- en vertrekmoratorium afgekondigd voor Oekraïne. Dat betekent dat de beslistermijn van asielverzoeken die de komende zes maanden worden ingediend met een jaar wordt verlengd (naar 18 maanden). De IND bekijkt wel of het mogelijk is interviews af te nemen in lopende asielprocedures. Oekraïners die al eerder in Nederland een asielaanvraag hebben ingediend en zijn afgewezen, hoeven bovendien niet terug te keren naar hun land van herkomst. Als zij een nieuwe asielaanvraag indienen, dan krijgen zij een plek in de asielopvang. Bepaalde categorieën asielzoekers zijn uitgezonderd van het besluit- en vertrekmoratorium. Het gaat onder meer om asielzoekers voor wier asielverzoek een andere EU-lidstaat verantwoordelijk is of die een gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid.
Tijdelijke bescherming in de EU De Europese Commissie heeft op 2 maart 2022 een voorstel gedaan om Oekraïners tijdelijke bescherming te verlenen op basis van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Dit voorstel is op 4 maart 2022 door de Raad aangenomen. De Richtlijn Tijdelijke Bescherming is bedoeld voor een situatie van ‘van massale toestroom van ontheemden uit derde landen die niet naar hun land van oorsprong kunnen terugkeren’.
Het is de eerste keer dat de Richtlijn Tijdelijke Bescherming wordt gebruikt: ook ten tijde van de hoge instroom van Syrische vluchtelingen in 2015, heeft de EU geen tijdelijke bescherming verleend (zie hierover ook ons blog ‘“Massale toestroom van ontheemden”: een ongebruikte EU-richtlijn’). De maatregel van tijdelijke bescherming is meteen ingegaan en geldt voor de periode van een jaar. Als de situatie in Oekraïne niet verbetert (en de bescherming dus niet wordt beëindigd op grond van artikel 6 Richtlijn Tijdelijke Bescherming) dan kan de tijdelijke bescherming automatisch tweemaal met een half jaar worden verlengd (artikel 4 Richtlijn Tijdelijke Bescherming). Daarna kan de duur van de vergunning nog één keer met een jaar worden verlengd als de situatie in Oekraïne voortduurt, maar dan alleen na een nieuw voorstel daartoe van de Europese Commissie dat met gekwalificeerde meerderheid moet worden aangenomen door de Raad. De maximale duur van deze vergunning is dus drie jaar.
De Richtlijn Tijdelijke Bescherming vraagt lidstaten de personen op die voor de tijdelijke bescherming in aanmerking kunnen komen ‘in een geest van gemeenschappelijke solidariteit’ op te vangen (artikel 25). De Europese Commissie zal zorgen voor uitwisseling van informatie over de opvang van Oekraïners die tijdelijke bescherming vallen en de situatie in de lidstaten monitoren. EU agentschappen zullen lidstaten van wie het opvangsysteem onder druk staat, ondersteunen. Het uitvoeringsbesluit van de Raad zegt niets over verdeling van tijdelijk beschermde Oekraïners over de lidstaten.
De maatregel van tijdelijke bescherming geldt voor personen met de Oekraïense nationaliteit en hun familieleden die ontheemd zijn geraakt sinds 24 februari 2022, na de militaire invasie van het Russische leger. De maatregel vermeldt uitdrukkelijk dat hij van toepassing is op personen die voor 24 februari in Oekraïne verbleven en sluit dus Oekraïners uit die al eerder naar de EU (en Nederland zijn gekomen). Het is de vraag hoe Nederland zal omgaan met Oekraïners die bijvoorbeeld op 24 februari 2022 (toevallig) in Nederland verbleven voor familiebezoek of met Oekraïners die hier (soms al lange tijd) zonder verblijfsvergunning verblijven. Professor Daniel Thym schrijft dat Oekraïners die op 24 februari in het buitenland verbleven ook tijdelijke bescherming krijgen, als hun gewone verblijfplaats (place of habitual residence) maar in Oekraïne is.
Oekraïners die tijdelijke bescherming krijgen, hebben recht op een verblijfsdocument, toegang tot onderwijs, fatsoenlijke huisvesting, sociale bijstand, medische zorg en gezinshereniging (artikel 9-15 Richtlijn Tijdelijke Bescherming). Zij hebben ook toegang tot de arbeidsmarkt. Lidstaten mogen echter wel voorrang geven op de arbeidsmarkt aan onder meer EU-burgers en onderdanen van derde landen die legaal in de EU verblijven en een werkloosheidsuitkering ontvangen (bijvoorbeeld mensen die een asielstatus hebben gekregen). Het is nog onduidelijk onder welke voorwaarden Nederland Oekraïners zal toelaten tot de arbeidsmarkt.
Oekraïners die tijdelijke bescherming krijgen, kunnen gedurende of na hun tijdelijk verblijf een asielverzoek indienen. Volgens de Raad maakt de maatregel het echter minder noodzakelijk voor Oekraïners om onmiddellijk asiel aan te vragen: ‘door de formaliteiten tot een minimum te beperken, vanwege de urgentie van de situatie, kan het risico worden beperkt dat [de asielstelsels van de lidstaten] overbelast raken’. Lidstaten mogen volgens de richtlijn bepalen dat een vreemdeling niet tegelijkertijd tijdelijke bescherming en de status van asielzoeker kan krijgen (artikel 19 Richtlijn Tijdelijke Bescherming). Als een lidstaat tijdens de duur van de tijdelijke bescherming nog niet heeft beslist over een asielverzoek, dan moet dat na afloop daarvan gebeuren (artikel 17 lid 2 Richtlijn Tijdelijke Bescherming). Het is nog niet duidelijk hoe Nederland zal omgaan met de asielverzoeken van Oekraïners nu er tijdelijke bescherming is ingesteld.
Bescherming van derdelanders die in Oekraïne verbleven Niet alleen Oekraïners ontvluchten Oekraïne, maar ook derdelanders die in het land studeerden, werkten of er asiel hadden (aangevraagd). Er zijn berichten dat derdelanders van Afrikaanse, Aziatische en Caribische afkomst tijdens hun vlucht te maken krijgen met racisme.
De maatregel van tijdelijke bescherming geldt ook voor derdelanders en staatlozen die voor 24 februari 2022 met een asielvergunning in Oekraïne verbleven en sinds die datum ontheemd zijn geraakt. De lidstaten moeten daarnaast tijdelijke bescherming of andere passende bescherming bieden aan derdelanders die ‘kunnen aantonen dat zij vóór 24 februari 2022 legaal in Oekraïne verbleven op basis van een geldige permanente verblijfsvergunning die overeenkomstig Oekraïens recht is afgegeven, en die niet in staat zijn in veilige en duurzame omstandigheden naar hun land of regio van oorsprong terug te keren’. Werknemers of studenten die voor kortere tijd in Oekraïne verbleven, moeten op humanitaire gronden toegang krijgen tot de EU, ook als zij niet in het bezit zijn van een visum, een paspoort en/of voldoende middelen van bestaan. De lidstaten moeten zorgen voor een veilige doorgang met het oog op terugkeer naar hun land of regio van oorsprong.
EINDE BERICHT VERBLIJFBLOG
[70]
”Tijdelijke bescherming in de EU
De Europese Commissie heeft op 2 maart 2022 een voorstel gedaan om Oekraïners tijdelijke bescherming te verlenen op basis van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Dit voorstel is op 4 maart 2022 door de Raad aangenomen. De Richtlijn Tijdelijke Bescherming is bedoeld voor een situatie van ‘van massale toestroom van ontheemden uit derde landen die niet naar hun land van oorsprong kunnen terugkeren’.”
WARSAW, Nov 18 (Reuters) – For Beata Zalewska-Stefaniak, it didn’t feel right to be sitting comfortably at home in Warsaw while migrants were going hungry in freezing forests some 200 km (140 miles) to the east on Poland’s border with Belarus.
So she decided to start “Soups for the Border”, a campaign to prepare thousands of jars of homemade soup, in what she jokingly refers to as “forest catering” for migrants.
“It’s a grassroots initiative of people like me who were conscious of sitting in their warm homes and being unable to do anything to help,” Zalewska-Stefaniak, 57, told Reuters.
Thousands of migrants, mostly Iraqis, have been trying for weeks to cross the border into the European Union but have been pushed back by Polish security forces. Around 10 migrants are believed to have died.
Poland and the EU accuse Belarus of encouraging the migrants to cross in revenge for EU sanctions imposed on Minsk over human rights abuses. Minsk denies the charge. read more
The first 600 jars of soup were prepared and shipped in late October from Warsaw to the Podlaskie region near the border.
Volunteers have now distributed about 4,000 litres of soup to the migrants and to people from non-governmental organisations (NGOs) trying to help them.
‘MESSAGE OF HUMANITY’
The soups, made from beetroot, lentils, zucchini and other ingredients, are prepared by families, scouts and others.
The Facebook group which helps to organise the initiative has grown to more than 1,800 people, increasing the diversity of the food available.
At first, all the soups were vegetarian, with the aim of making them easy to digest but still filling. Volunteers now also prepare freshly baked bread, meat dishes, and special lunches for small children.
They try to respect the dietary requirements of the mostly Muslim migrants, for example by leaving pork off the menu, said Zalewska-Stefaniak, who works as an English translator and mindfulness coach.
She said she wanted to show that ordinary Poles are keen to help, despite big cultural differences with the migrants.
“This is beyond politics, beyond all divisions. The hungry should be fed, (it is) a basic message not only of Christianity, but of humanity,” Zalewska-Stefaniak said.
EINDE ARTIKEL
HELPING REFUGEES STARVING IN POLAND’S ICY BORDER FORESTS
The asylum seekers on the Poland-Belarus border are not aggressors: they are desperate pawns in a disgusting political struggle
One thought is a constant in my head: “I have kids at home, I cannot go to jail, I cannot go to jail.” The politics are beyond my reach or that of the victims on the Poland-Belarus border. It involves outgoing German chancellor, Angela Merkel, getting through to Alexander Lukashenko, president of Belarus. It’s ironic that this border has more than 50 media crews gathered, yet Poland is the only place in the EU where journalists cannot freely report.
Meanwhile, the harsh north European winter is closing in and my fingers are freezing in the dark snowy nights.
The border situation shows the chasm between what is legal and what is moral. It trumps the endeavours of those acting to save lives. All that we activists in the forests on the Poland-Belarus border can do is to bring water, food and clothes to desperate people. Yet to perform this basic humanitarian act requires stealth. We have to hide and sneak through the forests. Attracting the attention of the border guards, police or army would force another pushback.
I’ve met diverse groups among the trees: families, mothers with kids, fathers with disabled kids, elderly people and people from the world’s most vulnerable groups – ethnic, religious and LGBTQ+. They sought freedom, but find themselves being pushed backed into Belarus five, 10 and even 15 times since August until now, December.
On my night walks, I’m equipped with a big backpack full of flasks of warm soup, socks, boots, jackets, gloves, scarfs, hats, plasters, medicines and powerbanks. I walk in the darkness and hide behind trees when I hear helicopters or see the bright touches of the police. I hear the splash of the soup in the containers on my back, I hear the shortness of my breath – nobody taught me to be stealthy and invisible like a professional soldier. I have worked in human rights for years, visited most of the EU’s borders and refugee camps, but I was never afraid of crackling sticks underfoot or rustling the trees above my head as I move.
From personal stories and evidence collected by Minority Rights Group International with colleagues at Grupa Granica, an alliance of 14 Polish civil society organisations responding to the crisis, we know at least 5,000 people have been in the forests and that at least 1,000 are there currently. We’ve been in touch with all: desperate victims of a disgusting power game between states.
Every time we respond to a call from someone in need, or their mother still in Iraq or Afghanistan, or a cousin in Berlin, we shoulder our backpacks and go. Day and night – long after the world has lost interest. Sometimes, we look for people for hours. Sometimes, because of security issues, they change their location many times Sometimes elderly grandmothers or the little kids with no more energy to walk are stranded in Polish swamps. Now, since snow covers the forests and people cannot call us, because their phones have been destroyed by the Polish army, we use thermal imagers.
We meet scared eyes, exhausted faces, bodies destroyed by the cold, desperately short of immunity after weeks in the icy, wet forest. Freezing, thirsty, hungry humans. I had no idea what hunger meant. I’ve given a piece of chocolate to my kids when they complain before dinner. I’ve read poverty statistics and history books. I knew nothing about hunger.
People on the Poland-Belarus border have not eaten for weeks. Every few days, after a violent pushback over the barbed wire fence, they may get an old potato from a Belarusian soldier, if they have money. They will share that with the kids. They have nothing to drink for days. Or drink swamp or rainwater, which causes stomach cramps and a deadening headache, further weakening them.
We wish them care and luck at the end of our interaction. Leaving them with enough food and water supplies for a few days is impossible: no one has the strength to carry that much. We cannot take people with us or drive them to a safe place. That would be a criminal act. But it is not a crime to leave these people to their slow death.
Where is the Red Cross, the UN’s International Organization for Migration and the UN refugee agency? Those organisations that operate even in war zones? That take food and water to the most dangerous criminals? Is Elina, 5, more dangerous or less worthy? She has epilepsy but no medicine. I met her in the forest with nine other Kurds, all without boots. They survived wars and airstrikes back home but may freeze to death in the Polish forest. During every pushback Polish and Belarusian officers take away everything: money, clothes and footwear.
There was the group of nine women from the Democratic Republic of the Congo, probably trafficked. When I explained the situation to them, they just cried and cried . Or the Yazidi sisters, who escaped genocide in Sinjar, Iraq seven years ago, but are still trying to find a safe place. Or the boys from Yemen, speaking perfect English. Or the three gay men from Iran, desperate not to be sent back to Belarusian soldiers.
We stay in touch. If they manage to hide their phones, we can communicate after a pushback. They share pictures and videos of Belarusian dogs. Show me bite wounds if we meet on the Polish side. They cry. They ask for advice. They don’t want to tell their families about their plight, but they need somebody to talk to.
“The fifth pushback. At six, I’ll kill myself.”
“I lost my son, he has asthma. [The] last time he called [was] three days ago. Do you know where he is?”
“When do you arrive? Do you have water? Even a drop?”
Subjected to a disinformation campaign, the refugees receive conflicting reports from Belarusian services, which distribute forms about the settling in Poland or Germany. This fosters hopes for a safe journey. But the real aim is to camp them on the Polish border to put pressure on the EU. Some disturbing reports suggest migrants are being forced to participate in violence as part of Belarusian attempts to provoke Polish officials.
With the risk of an escalation of violence, we, the activists in the forests, would like to remind the world that refugees are not aggressors. They are hostages to the Lukashenko regime, which is using them for its agenda.
Poles send me messages: “Where should I send warm and dark clothes?” “How is the situation on the border? Media shows us only videos by [the] Polish ministry or Belarusian authorities.” “I cry when I put my children to sleep. Please, write something that can help.”
Dunja Mijatović, the Council of Europe’s commissioner for human rights, spent four days in Poland and came to the field with us. She said: “The greatest strength of the aid movement for refugees and refugees from the Poland-Belarus border are the inhabitants of the neighbouring towns – in the zone of emergency and next to it. It is their compassion and empathy that prolongs the life of people in the forest. Their courage and selflessness. Their good saves lives.”
Of course, others see it differently: people helping on the border are “enemies of the nation”, “agents of Lukashenko”, “guilty of destroying European values”, “inviting terrorists here”.
We are guilty of leaving water packs in the woods for the thirsty. We are guilty of sharing soup. Of putting shoes on cold feet that couldn’t move any more. If helping is illegal, do we even understand what crime is?
Anna Alboth is volunteer at Minority Rights Group
EINDE ARTIKEL
‘“Ik ken een echtpaar dat in de zone woont”, zegt Karolina. “De man is een verklikker. Hij gaat dagelijks het bos in en belt de politie als hij iemand vindt. Intussen belde zijn vrouw mij, omdat ze heimelijk een berg sokken had gebreid voor de vluchtelingen.”
ONE WORLD
PRIKKELDRAAD VOOR DE ENE VLUCHTELING, KNUFFELS VOOR
Terwijl hij aan de grens met Oekraïne soep krijgt – ze denken dat hij een Oekraïense vluchteling is – ziet schrijver Chris Keulemans hoe de politie aan de grens met Belarus vluchtelingen ‘door het prikkeldraad terug duwt; baby’s gooien ze eroverheen’. Een essay over racisme en hypocrisie aan de lange, Poolse grens.
In Polen sprak ik vorige week met negen criminelen. Bijna allemaal vrouwen van een jaar of veertig. Allemaal natuurliefhebber. Ze houden van het oerbos op de grens met Belarus: 150.000 hectare beschermd werelderfgoed, al eeuwen thuis voor de wisent, de wolf en de lynx. Als ze in het bos iemand tegenkomen die het koud heeft halen ze koffie, soep en dekens tevoorschijn. De grootste boef die ik tegenkom, de angst van de Poolse natie, is een tengere jongeman uit Senegal met een spleetje tussen zijn tanden.
Sinds september vorig jaar mogen deze ‘criminelen’ het bos niet meer in. De Poolse regering riep er de noodtoestand uit en het bos is nu een gemilitariseerde zone: er lopen 15.000 politieagenten, grenswachten en soldaten rond. Toegang verboden voor iedereen die er niet woont of werkt. Geen hulpverleners, artsen of journalisten. Wie er toch betrapt wordt met soep en dekens voor iemand met bevroren voeten gaat naar de gevangenis wegens medeplichtigheid aan mensensmokkel. De eigenaar van die voeten gaat een politiebus in, terug naar Belarus, waar de petten aan die kant hem eerst zijn resterende geld afpakken en dan meteen weer het bos in knuppelen. Sinds de Belarussische president Loekasjenko vorige zomer migranten uit andere crisisgebieden lokte met de belofte van vrije doorgang naar Europa en de grens openzette, wordt er gepingpongd met mensen uit Syrië, Irak, Koerdistan, Afghanistan, Jemen, Palestina, Senegal en Cuba.
Tweehonderd kilometer naar het zuiden, aan de grensovergang bij Hrebenne, zijn het de grenswachten die mij soep aanbieden. Omdat ze me aanzien voor een Oekraïense vluchteling. Er staan tenten en kramen vol voedsel, kleren, simkaarten en speelgoed. Er staan auto’s klaar. Maar het blijft rustig. De nonnen van de Knights of Columbus, de foodtruck uit Litouwen, de Engelse journalisten, de jongen van Lycamobile, de boswachters met hun berg waterflessen – ze hangen onderuit in de lentezon. Het gros van de mensen die meteen wegwilden is de grens al over, zegt een vrijwilliger, anderen wachten in West-Oekraïne af wat er gebeurt. Het is een macabere stilte; de grens houdt zijn adem in. Dan komt er een afgeladen bus langs, in uitbundige zebrastrepen – uit Mariupol. De chauffeur slaat een kruisje als hij de slagbomen passeert.
Polen vangt op dit moment ruim twee miljoen Oekraïners op van de bijna vier miljoen die al naar de EU vluchtten. Warschau alleen al telt opeens 500.000 nieuwe inwoners. Overal zijn gebouwen blauw en geel verlicht. Overal zitten mensen met gestreste gezichten aan hun telefoonscherm gekluisterd. Het is een ontzagwekkende inspanning. Burgers, ngo’s, stadhuizen en kerken zijn dag en nacht actief. Alleen de staat, zeggen de mensen die ik spreek, loopt achter de feiten aan. Iedereen die een Oekraïner opvangt zou €40 per dag ontvangen, beloofde de regering eerst. Dat is intussen teruggedraaid tot €10. Hotels, pensions en appartementengebouwen die ruimte aanbieden wachten nog op de toegezegde vergoeding.
Maar aan de grens met Belarus is de staat klaarwakker en wordt duidelijk welke dubbele standaarden Polen hanteert. Sinds de eerste migranten uitgehongerd de dorpjes rond het oerbos binnen wankelden, regent het maatregelen. Het hele gebied is nu een rode zone. Asielverzoeken worden geweigerd. De grenspolitie duwt mensen terug door het prikkeldraad; de baby’s gooien ze er overheen. Overal rond het bos staan politiecontroles langs de weg: mensen van kleur, op weg naar Europa, worden eruit gevist; de chauffeurs opgepakt. De regering wil zich terugtrekken uit het Dublinakkoord1, om te voorkomen dat de tienduizend mensen die tot Duitsland wisten te komen worden teruggezet naar Polen. En dwars door het werelderfgoed heen bouwen ze een muur van 186 kilometer. Kosten: bijna 400 miljoen, tien keer zoveel als het landelijke asielbudget. Van het bedrag dat de regering nu uittrekt voor NGO’s die Oekraïners opvangen kunnen ze precies 1,1 kilometer muur bouwen.
Langs deze muur is een eenvoudig gebaar van gastvrijheid een misdrijf. Zwaarbewapende mannen in zwarte uniformen rijden de auto’s van de ‘criminelen’ die ik spreek van de weg en breken hun schuur open op zoek naar hulpgoederen. Midden in de nacht krijgen de ‘criminelen’ bericht: mensen in het bos geven hun locatie door. Ze pakken hun spullen en gaan eropaf. Ze mobiliseren een clandestien netwerk van advocaten, artsen en opvangplekken. Moeders zijn het, boeren, boswachters, kunstenaars, overdag borduren ze kussenslopen, schrijven dissertaties of ontwerpen wijnflesetiketten. Zelf noemen ze zich activisten. Niet dat ze dat van nature zijn, ze worden het door zichzelf te blijven.
“Een Syrische jongen lag doodziek langs de weg”, zegt Anna*. “Zijn spullen zaten in een opgevouwen roze kinderjasje. De volgende dag lag alleen het jasje er nog.” “Vandaag nog is er een man in het bos gevonden”, zegt Kasia. “Zonder gezicht en benen. Aangevreten. Wolven, honden?” “Mijn twee broers hebben het niet overleefd”, zegt Mohamed, die in Senegal economie studeerde. “De een raakte vergiftigd toen hij moeraswater dronk. Bij de ander kroop een slang zijn jas in toen hij lag te slapen. Ik heb ze allebei in het bos begraven.” “Een vrouw had pijn in haar maag”, zegt de arts. “Misschien een tumor, misschien was ze zwanger. Voor we haar konden behandelen ontsnapte ze uit het raam.” “Ik herinner me elk gezicht dat ik ’s nachts in de moerassen heb aangetroffen”, zegt Anna. “Ik heb ze in de ogen gekeken. Ik vergeet ze nooit meer.” “Er was een misverstand”, zegt de bosbeheerder, die wel met haar auto de rode zone in mag. “Ik reed eerst naar de verkeerde plek. Toen ik aankwam waar ik had beloofd een groep van negen op te halen waren ze weg. Eentje had me de vorige dag zijn oortjes gegeven, als dank voor de soep. Nu voel ik me daar schuldig over. Ik droom van de dag dat ik hem weer tegenkom. Dan geef ik hem zijn oortjes terug.”
Ik ken een echtpaar dat in de zone woont”, zegt Karolina. “De man is een verklikker. Hij gaat dagelijks het bos in en belt de politie als hij iemand vindt. Intussen belde zijn vrouw mij, omdat ze heimelijk een berg sokken had gebreid voor de vluchtelingen.”
“De grenswachten zijn vaak jongens hier uit de buurt”, zegt Piotrek. “Ze willen hun baan niet kwijt, maar soms kunnen ze niet leven met de orders die ze krijgen. Er hebben er al drie zelfmoord gepleegd.” Monika, “De grenswacht tweet elke dag de aantallen: zoveel illegalen hebben we tegengehouden aan de grens met Belarus, zoveel gasten uit Oekraïne hebben we verwelkomd.” “Mensen uit Irak ontvluchten ook een oorlog”, zegt de boswachter. “Het is hypocriet. Als westerling voel ik me ook verantwoordelijk voor de crisis daar.”
Die tot in dit oerbos reikt. En daar draagt niet alleen Polen de verantwoordelijkheid voor. Tot 2020 betaalde de EU Loekasjenko, die al sinds 1994 president is, om zijn grens te bewaken. Maar toen Loekasjenko in dat jaar de verkiezingsuitslag vervalste, legde de EU sacties op. Loekasjenko probeerde de EU probeerde te chanteren door migranten door te laten, waarop Charles Michel, voorzitter van de Europese Raad, overwoog de Poolse muur te financieren. Intussen is aannemer Budimex hem aan het bouwen. Verzekeraar Nationale Nederlanden bezit 9,2% van de aandelen in dat bedrijf. Het cement voor de muur wordt aangevoerd vanuit Belarus.
Hypocrisie. Dubbele standaarden. Paniek. Geldzucht. En klinkklaar racisme. Met een duistere echo, in een gebied waar vóór de Tweede Wereldoorlog bijna de helft van de inwoners joods was. “Ik documenteer alles”, zegt Kasia. “Dan hebben we straks zoiets als het Ringelblum-archief uit het getto van Warschau.” Ze staat op. Ze heeft nachtdienst in het hoekje van het station waar niet-westerse vluchtelingen uit Oekraïne zich kunnen melden.
Op de weg terug worden we aangehouden bij een checkpoint. De agent buigt zich voorover en kijkt naar binnen. Zijn blik veegt even door de auto. Vier witte gezichten. Een nonchalant handgebaar. Rij maar verder.
EINDE ARTIKEL
”Four activists from another group operating on the border, Grupa Granica, were arrested in late March on charges of ‘human smuggling’. The activists, who face up to eight years in prison for transporting the asylum seekers, stated they were providing humanitarian assistance to a family stranded on the border. ”
Families and refugees entitled to international protection are pushed back by Poland as it is simultaneously praised for welcoming Ukrainian refugees.
Sokolka, Poland – The ‘pinned’ location sent to the NGO’s phone leads the volunteers to a thick stretch of forest north of Bialystok, a western Polish city bordering Belarus.
It’s an early afternoon in late March, and Bartosz Frackowiak parks the car at the edge of the forest, as far as possible from the nearest village.
Just a few hours earlier, locals had alerted the border authorities to their presence, most likely after recognising their car as belonging to Ocalenie, the refugee rights organisation they work with. Travelling with him are Olga, another volunteer, and Ocalenie’s lawyer, Tomasz Pietrzak.
“We know that one of them is injured, so we [have] some medical equipment with us,” explains Bartosz, who is the director of an art space in Warsaw.
The three fill six backpacks with water, instant noodles, protein bars, dry fruit, hot water bottles, tea, socks, shoes, warm jackets and tents they will be delivering to Mahdi and Abubakar*, from Yemen and Sudan, who contacted them via a helpline after walking across the border from Belarus.
“They also asked for shoes, they probably [crossed] some kind of pond or river. And of course, water and food,” Bartosz says.
In just over a month, Poland has provided refuge to more than 2.3 million people fleeing Ukraine, more than half of the refugees who have left the country. The effort was largely led by volunteers and grassroots groups, who have flocked to the border to cook food, give rides and offer accommodation to the mostly women and children fleeing Russia’s aggression.
The government is fully supporting and encouraging the effort – a stark contrast to its refusal, back in 2015, to relocate Syrian refugees from other EU countries at the height of that crisis.
The number of people approaching the Polish authorities for asylum remains low in comparison to other EU countries despite a significant rise in 2021, when 7,700 people applied – compared to 2,800 in 2020. Applications from Belarusian citizens, evacuations from Afghanistan and the crisis at the Belarusian-Polish border late last year account for much of that rise. Only 2,200 were granted protection.
Mahdi, a 39-year-old with a slim and friendly face, greets the group. His travelling companion, whom he’s only met a couple of days ago, was injured “jumping over the fence,” he says.
“Is it your first time in Poland?” Tomasz asks.
“It is, we were lucky,” Mahdi replies, implying it was their first attempt at crossing the border and the so-called ‘exclusion zone’ – a three-kilometre-wide strip of land the Polish government proclaimed a no-go area last September, when a state of emergency was declared in the area.
Bartosz, Olga, and Tomasz proceed to lay the multiple backpacks dangling off their shoulders on the ground. “I can’t believe this, thank you so much,” says Mahdi, who is from Sanaa, Yemen, a country ravaged by war and famine for nearly eight years. “I am not used to this, thank you,” he says again, grabbing tea and a hot soup.
Tomasz takes a stash of papers out of his backpack. His job is to find asylum seekers before the Polish Border Guard does, and help them apply for international protection in Poland, preventing their informal return to Belarus.
“We have a power of attorney document the [asylum seekers] can sign,” Tomasz explains. “We conduct a short interview to get to know their individual situation, and we send the information to the European Court of Human Rights.” The court, he says, will normally react relatively swiftly and grant an “interim measure” for the person, which will then be communicated to the Polish government and the Polish Border Guard.
“This is the only means by which we can prevent pushbacks of asylum seekers to Belarus,” says Tomasz.
Stranded and undocumented in Russia for the past five years, Mahdi looks forward to his chance to start a normal life – one where he doesn’t have to hide from the authorities.
“I was doing everything, anything I could to survive really,” Mahdi recounts. “I got some help from my university friends. I was working in construction somewhere out of the city [Saint Petersburg], where there were no police checks,” he says, “I didn’t have [regular] work, each time it was for two, three weeks, or a month.”
Having landed in Russia in 2015 to study oil and gas engineering, Mahdi says he became undocumented once his student visa expired and his government, backed by a Saudi-led coalition to fight a war against Houthi insurgents, could no longer pay his scholarship fees. He became one of the many Yemenis studying at universities abroad who found themselves unable to pay fees and maintenance costs, and were forced to interrupt their studies.
“When I anticipated the situation, that I would become illegal, I went to the Red Cross and the UNHCR looking for help,” Mahdi recounts. But no help came, he says, and the only way out was to save up and get smuggled out of the country.
When a helicopter starts hovering overhead, the group decides to move the camping gear to an area where the foliage is thick and provides better cover. Then, amid hugs and handshakes, the three NGO workers pick up their empty bags and return to their car.
“They are in a good spot,” Tomasz says, implying it will be difficult for the Border Guard to find them. “They don’t arrest people, they just throw them over the border.”
Celebrated on one border, risking prosecution on another
The Polish government is planning to spend more than $400 million on a wall along the Belarusian border, whose construction started in January. Villages and towns have been cut off by the exclusion zone, leading to a decline in local tourism. According to the Polish Border Guard, more than 3,400 people have attempted to enter Poland from Belarus since the beginning of the year.
A spokesperson for the Border Guard did not reply to TRT World’s request for comment about detention and returns to Belarus, which are informal and illegal under international law. According to its Twitter feed, Afghans, Syrians, Yemenis and others entitled to international protection have attempted to cross.
Last autumn, thousands of migrants and refugees gathered by the border after flying into Belarus, which was issuing temporary visas in what European Union officials called “hybrid warfare” in retaliation for EU sanctions against Belarus. Dozens of people, including families, have since been stuck in a camp in Bruzgi, a border area near the Belarusian city of Grodno.
The camp was closed at the end of March, scattering the remaining asylum seekers in the surrounding forest. Simultaneously, the number of people attempting the crossing daily spiked, according to Polish authorities.
Four activists from another group operating on the border, Grupa Granica, were arrested in late March on charges of ‘human smuggling’. The activists, who face up to eight years in prison for transporting the asylum seekers, stated they were providing humanitarian assistance to a family stranded on the border.
Back at the NGO’s guesthouse later that evening, Bartosz is tasked with responding to new messages and alerts. He receives a message from Mahdi: Abubakar is feeling unwell and appears to have a high fever. But calling an ambulance would mean the two would be detained and, most likely, sent back to Belarus.
Mahdi does not want the responsibility of something happening to his travel mate and leaves the choice to Abubakar. In the living room of their apartment, Tomasz, Bartosz and Olga wait nervously for about 30 minutes before receiving a message.
“[Abubakar] said he would rather die than be taken away by the border guard,” it reads.
A political game that has turned deadly
Near a Tatar village on the Polish-Belarusian border, the graves of five asylum seekers who lost their lives while trying to cross over are covered with flowers and pine leaves. One of them was an unborn child. The identity of another remains unknown.
Not far from there, Tomasz and the volunteers find Ferhad*, a 20-year-old Iraqi Kurd. The former barber sits alone amid birch trees, wrapped in a sleeping bag and shivering in the early hours of the morning. He says he’s spent the night there, after crossing the border with eight others. In his backpack, all that is left is a broken power bank.
He says Belarusian border guards prevented the group from going back to Minsk after they’d left Bruzgi. It’s the second time he has attempted the crossing, after flying to Belarus alongside thousands of Iraqi Kurds late last year at the height of the border crisis.
“The first time I was arrested in Poland, and sent back,” he says. “Today the Belarusians prevented us from going to Minsk, they kicked us to Poland instead,” he says.
Despite the highly militarised border and police checkpoints, many asylum seekers manage to get picked up by smugglers and driven to other European countries, often after walking through the forest for days. Most see Poland as a transit country.
Many walk or wait in the forest for days before they are able to arrange for a smuggler to pick them up.
Not long after meeting Mahdi and Abubakar, the group receives a message on the foundation’s phone. It’s from Mahdi, and it’s sent from Belarus.
“I told [the Border Guard] I want to stay in Poland and apply for asylum. I told them I want a lawyer, I told them I want to call my embassy, I told them I want to call UNHCR. Nothing worked.”
*names have been changed to protect identities and safeguard asylum procedures
NEW YORK — Human Rights First today announced that it will present Grupa Granica with the William D. Zabel Human Rights Award in recognition of its commitment to human rights at the Poland-Belarus border.
The award, presented annually for more than three decades, acknowledges the work of courageous activists on the frontlines of the struggle for freedom and human rights.
“Grupa Granica are front-line human rights defenders working at a flashpoint for human rights and freedom of migration,” said Michael Breen, president and CEO of Human Rights First. “We hope that Human Rights First’s presentation of the William D. Zabel Award provides additional recognition to the importance of their work and helps to stem this humanitarian and geopolitical crisis.”
Formed in response to the humanitarian crisis at the Polish-Belarusian border, Grupa Granica is an informal network of Polish NGOs, activists, and inhabitants of the border region that provides humanitarian, medical, and legal aid to migrants stranded in the forests there. They monitor the situation on the ground, provide assistance to people searching for missing family members, document human rights violations and educate Polish society on the situation at the border.
Human Rights First has been working for many years with one of the members of the network, the Helsinki Foundation for Human Rights, and our Senior Advisor Brian Dooley has been witnessing Grupa Granica’s work at the Polish-Belarusian border as recently as last month.
“Our network was formed in August last year in response to the humanitarian crisis at the Polish-Belarusian border. It consists of local inhabitants, activists, NGO staff, doctors, lawyers, interpreters, psychologists, public figures and many others working hand in hand to save the lives of migrants stranded at the border,” says Marta Górczyńska of Grupa Granica. “This prestigious award sends a clear message to the public that despite the recent attempts by the Polish authorities, providing humanitarian aid and defending human rights must never be criminalized. We hope it will also make it more difficult for the international community to turn a blind eye to the violations at the border.”
The William D. Zabel Human Rights Award is presented each year to human rights leaders and organizations that have distinguished themselves for their work advancing rights, justice, and equality for those suffering persecution and violations of their rights. The 2022 award will be officially presented to Grupa Granica on June 8.
Recent Zabel Award recipients include Karapatan, a Philippines-based alliance of human rights organizations; ALQST for Human Rights, which monitors and documents human rights abuses in Saudi Arabia; Miroslava Cerpas Hernández, who promotes the rights of migrants and refugees displaced by violence in Honduras; Friar Tomás González, who protects vulnerable migrants on the Mexican border; Yazidi human rights activists Khaleel Aldakhi and Ameena Saeed Hasan; European antisemitism activists Jane Braden-Golay, Siavosh Derakhti, and Niddal El-Jabri; Dr. Denis Mukwege of the Democratic Republic of Congo, who later went on to be awarded the Nobel Peace Prize; and human rights lawyer Chen Guangcheng of China.
EINDE ARTIKEL
THE GUARDIAN
POLAND DETAINS ACTIVISTS ACCUSED OF SMUGGLING MIGRANTS OVER BELARUS BORDER
Grupa Granica claim activists simply gave humanitarian aid to family stranded in border forest amid deepening refugee crisis
Four activists were detained in Poland on 23 March for aiding migrants crossing the Belarusian border. They currently face three months of pre-trial arrest.
“When they helped refugees from Ukraine they were heroes, now for providing that same help in Podlasie, they are criminals,” said Grupa Granica, an organisation helping migrants and refugees, to which the detained activists belong.
The organisation said the activists were providing humanitarian aid to a family with seven children who had been stuck at the border for three months.
Prosecutor Jan Andrejczuk, from the regional prosecution office in Hajnówka, in eastern Poland, has told Polish media that the activists were arrested on suspicion of illegally smuggling people over the border, a crime punishable by up to eight years in prison. He added that he will petition the court for pre-trial detention of the suspects.
Grupa Granica denies that their activists aided the migrants in crossing the border, arguing that they simply provided help to people who had already entered Poland.
“The family had been in the forest for many days, without water, food or shelter. The activists saved their lives by providing transport in their cars,” the organisation said, “The accusations are absurd because none of the activists helped anyone cross the border. The aid they provided prevented exhausted people from dying on Polish territory.”
Jakub Boruta, a lawyer representing the activists, told Polish press that he hopes his clients will not face pre-trial detention, a measure he believes is unnecessary at this point.
Grupa Granica said that the refugee crisis on the Polish-Belarusian border, engineered by Belarus’ president Alexander Lukashenko, has worsened in recent days as all the migrants staying in a camp in Bruzgi, Belarus, have been forced out. The most vulnerable, including families with children and those who are ill or have disabilities, are now trying to survive in the surrounding forest, according to the organisation.
”En dwars door het werelderfgoed heen bouwen ze een muur van 186 kilometer. Kosten: bijna 400 miljoen, tien keer zoveel als het landelijke asielbudget.”
ONE WORLD
PRIKKELDRAAD VOOR DE ENE VLUCHTELING, KNUFFELS VOOR
On 25 January 2022, the Border Guards handed over to the contractors the construction site for the construction of the 186-kilometre wall on the border between Poland and Belarus. The contractor of the wall in the Białowieża Forest section is Budimex. The company makes every effort to ensure that works are carried out professionally and with respect for residents and the environment. Budimex will carry out works on the 100-kilometre section, and the border zone along the Białowieża Forest accounts for less than 40% of its length.
We understand the emotions that surround the issue of the construction of the wall on the border between Poland and Belarus, in particular, in the Białowieża Forest section; therefore, our representatives consulted the local governments on 26 January 2022. The meeting was attended by military representatives, heads of five gminas located within the development project area, forest district representatives and the Staroste of the Hajnowski Poviat.
During the meeting with the representatives of local governments, we confirmed that we have extensive experience in implementing projects in diverse environments. We carry out construction work, for example, in protected areas, including Natura 2000 areas in many places in Poland. The warehouses used to store our construction materials are and will be neutral for the environment. Our compliance with strict environmental standards is confirmed by numerous certificates – our construction sites have been issued with more than 100 BREEAM or LEED sustainable building certificates.
Although the contract does not require us to do so as a contractor, there will be external environmental supervision of the entire project. We understand that the Białowieża Forest is extremely valuable, and we want to work with respect for its ecosystem. The team assigned to the project has the highest level of competence to perform this task.
The works on the wall, transport and storage of raw materials will be carried out in accordance with the best construction and environmental standards. Our plan includes:
securing the soil with double and triple isolation to prevent leakage,
the use of spill kits,
covering and securing construction equipment repair points,
securing fuel tanks,
sorting and securing waste points,
preparation of separate points for hazardous waste,
fencing and monitoring of the area.
Our works will be carried out during the day, and the planned truck traffic at the construction location is several vehicles per hour. Upon completion, all roads will be restored to their original condition or will be improved.
Works on the entire project will take just six months. We are also on the list of strategic companies from a defence perspective. Therefore, we have a duty to act for the benefit of the country in the event of special situations from a security point of view. We responded in the same way to the calls for the construction of temporary hospitals or the completion of road and rail works after other general contractors had abandoned their contracts.
Our aim is to perform the contract through transparent subcontractor selection rules while respecting the interests of local communities and the environment. We make every effort to minimise the inconveniences for the residents and take into account the needs of the natural forest environment.”
EINDE VERKLARING BUDIMEX
[63]
THE INTERNATIONAL RED CROSS, THE UKRAINIAN REFUGEES
AND THE REFUGEES, TRAPPED BETWEEN POLAND AND BELARUS/
DO YOU TREAT THEM WITH EQUAL ATTENTION, RED CROSS?