Noot 102/Waarschuwing

[102]
LIDEWIJ DE VOS[FORUM] IN DE TWEEDE KAMER/A EN B NEDERLANDERS

Reacties uitgeschakeld voor Noot 102/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 101/Waarschuwing

[101]

Reacties uitgeschakeld voor Noot 101/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 100/Waarschuwing

[100]
WIKIPEDIA
THE HOLOCAUST
AI-overzicht
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden zowel Joden als Sinti en Roma door het naziregime stelselmatig uitgesloten en vervolgd op basis van racistische pseudo-theorieën. Dit leidde tot massale deportaties en vernietiging in concentratie- en vernietigingskampen. [123]
Jodenvervolging
De vervolging van Joden begon met stapsgewijze uitsluiting en ontneming van burgerrechten. Dit resulteerde in de Holocaust (of Sjoa). [1]
  • Cijfers: Van de ongeveer 140.000 Joden in Nederland, zijn er circa 104.000 (ongeveer 75%) vermoord.
  • Slachtoffers: Wereldwijd werden ongeveer 6 miljoen Joden systematisch omgebracht door de nazi’s.
  • Deportatie: Tienduizenden Nederlandse Joden werden via doorgangskamp Westerbork getransporteerd naar vernietigingskampen in Oost-Europa, zoals Auschwitz-Birkenau en Sobibór. [12]
Vervolging van Sinti en Roma
De genocide op Sinti en Roma wordt ook wel de ‘vergeten Holocaust’ genoemd. In nazi-Duitsland werden zij onderworpen aan dezelfde rassenwetten als Joden. [123]
  • Cijfers: In Europa werden naar schatting tussen de 250.000 en 500.000 Roma en Sinti vermoord. In Nederland overleefde slechts een klein deel; van de 245 in 1944 gedeporteerde Sinti en Roma keerden er na de oorlog slechts tientallen terug. [12]
  • Razzia’s: De grootste en meest ingrijpende actie in Nederland vond plaats op 16 mei 1944, toen er door voornamelijk Nederlandse politieagenten in opdracht van de bezetter landelijke razzia’s werden gehouden. Honderden woonwagenbewoners, Sinti en Roma werden opgepakt en naar Westerbork gebracht. [123]
  • Erkenning: Het leed en de historische impact bleef in de naoorlogse decennia vaak zwaar onderbelicht. [1]
Documentatie en Herdenking
  • Nationaal Comité 4 en 5 mei: Uitgebreide documentatie over de achtergrond en de specifieke slachtoffers is terug te vinden in het overzicht van Sinti en Roma op de website van Tweedewereldoorlog.nl. [1]
  • Onderzoek naar de razzia’s: De geschiedenis en nasleep van het Nederlandse zigeunertransport is onderzocht en gedocumenteerd door journalistieke platformen zoals Pointer, lees er meer over in het artikel over de Nederlandse Zigeunerrazzia. [1]
  • Herdenkingen: Het herdenken van de vervolgden gebeurt op meerdere niveaus. Informatie over historische documentatie is onder andere te vinden bij de Documentatiegroep ’40-’45. [1]

De ‘vergeten’ Holocaust van Sinti en Roma

20 JULI 2007
Vaak kregen zij na opsluiting het stempel van crimineel of a-sociaal. Door de slechte registratie is ook het aantal omgebrachte Sinti en Roma niet precies vast te stellen. Over het algemeen wordt gesproken van een half miljoen slachtoffers, maar ook zou sprake kunnen zijn van het dubbele aantal slachtoffers dat ten prooi viel aan de vervolging van het Nationaal Socialisme ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.
Voor het eerst wordt deze ‘vergeten Holocaust’ verhaald tijdens een tentoonstelling in Vught. Middels foto- en documentatiemateriaal wordt het verhaal van de vervolging tussen 1939 en 1945 in beeld gebracht in vier delen met soms gruwelijke beelden van de slachtpartijen door de zogenaamde Einsatzgruppen.
In het eerste deel wordt verteld over de eerste maatregelen tegen de zogenaamde zigeuners en de uitsluiting die vooraf ging aan de uiteindelijk georganiseerde massamoord.
Het tweede hoofdstuk vertelt het verhaal over de landen waarin de ‘zigeuners” werden opgepakt zoals gebeurde in de Sovjet Unie, Polen, België, Joegoslavië maar ook Nederland. De plek waar uiteindelijk de meeste Sinti en Roma werden vermoord komt aan de orde in het derde hoofdstuk. Het betrof Sectie B lle van het vernietigingskamp Auschwitz Birkenau dat destijds werd aangeduid als het Zigeunerlager. In dit deel van de expositie wordt stilgestaan bij de strijd om het bestaan binnen dit vernietigingskamp, de dwangarbeid, de terreur en de medische experimenten op de door de Nazi’s als Untermenschen aangeduide gevangenen.
Deel vier vertelt tenslotte over de herinneringen aan de vervolging in het huidige Europa en schetst de huidige situatie van Sinti en Roma in Europa.
Met de joden waren het ook de zigeuners die op basis van raciale oorsprong gedurende het Derde Rijk werden vervolgd en massaal vermoord.
Naast de expositie is er gelijktijdig op het buitenterrein een foto-expositie met 27 portretten van nabestaanden van de oorlogsslachtoffers, hun kinderen of kleinkinderen. De door fotograaf Rogier Fokke gemaakte portretten zijn metershoog en tonen indringend de hoofden van volwassenen en soms kinderen die allen gekleed zijn in donkere kleding tegen een duistere achtergrond. Titel van de expositie is Paramisa wat “vertelling” in het Romanesj betekent.
‘The Holocaust against the Roma and Sinti and present day racism in Europa Nationaal’, tot en met 31 augustus 2007
bron: www.brabantsdagblad.nl
TRACES OF WAR
Anti-Joodse maatregelen in Nederland vanaf 1940
01-07-1940 Verbod voor Joden om in de luchtbeschermingsdienst te werken.
02-07-1940 Joden worden uitgesloten van tewerkstelling in Duitsland.
31-07-1940 Verbod op ritueel slachten wordt aangekondigd. Vanaf5 augustus 1940 wordt de ‘Verordening ter vermijding van het kwellen van dieren bij het slachten’ van kracht.
28-08-1940 Het College van secretarissen-generaal krijgt informeel de opdracht geen persoon van ‘Joodschen bloede’ in overheidsdienst te benoemen, te kiezen of te bevorderen.
04-09-1940 Alle niet-Nederlandse Joden dienen op last van de Duitse autoriteiten de kustgebieden te verlaten. In de periode tussen 4 en 9 september vond dit gedwongen vertrek in Den Haag plaats.
06-09-1940 Verbod om Joden in overheidsdienst aan te nemen. Joden die al in dienst zijn mogen niet bevorderd worden. Kort daarop wordt dit uitgebreid van departementen en universiteiten naar alle gesubsidieerde instellingen.
13-09-1940 Verordeningen betreffende het werk van joden en anderen in overheidsdienst.
14-09-1940 Joden worden geweerd van markten in Amsterdam.
26-09-1940 Verbod op publicatie van Joodse kranten, met uitzondering van Het Joodsche Weekblad.
30-09-1940 Circulaire aan plaatselijke overheden waarin een jood wordt gedefinieerd als iemand met een joodse grootouder die lid is geweest van de joodse gemeenschap.
01-10-1940 Elke Nederlander moet zich kunnen legitimeren met een distributiestamkaart met pasfoto, een geldig paspoort, een bewijs van Nederlanderschap of een door de Burgemeester afgegeven tijdelijk identiteitsbewijs. In aansluiting hierop wordt op 14 oktober 1940 besloten door de Secretarissen Generaal tot invoering van de legitimatieplicht en op 17 oktober 1940 kwam het besluit tot invoering van het Persoonsbewijs. Op 2 november 1940 zou de invoering van het Persoonsbewijs officieel in de pers bekend worden gemaakt. De Duitsers hadden besloten dat hiervoor één centraal systeem moest worden ingevoerd.
05-10-1940 Alle medewerkers aan universiteiten, departementen en gesubsidieerde instellingen moeten een Ariërverklaring invullen over hun afstamming.
22-10-1940 Afkondiging van een verordening (VO 189/1940) waarin werd bepaald dat Joodse ondernemingen zich moesten aanmelden bij de Wirtschaftsprüfstelle, een afdeling van het Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft, met een opgave van het vermogen van hun onderneming. Deze verordening regelt in grote lijnen ook wie wel en wie niet als Jood beschouwd dient te worden. De omschrijving is vooral bedoeld om ervoor te zorgen dat de bedrijven niet te makkelijk op naam kunnen worden gezet van anderen. De definitie in artikel 4 zal echter later bij de deportaties veelvuldig worden toegepast. Dat Artikel 4 van de verordening bepaalt wat onder een ‘Jood’ moet worden verstaan:

  1. Jood is een ieder, die uit ten minste drie naar ras voljoodse grootouders stamt;
  2. Als Jood wordt ook aangemerkt hij die uit twee voljoodse grootouders stamt en
    1. hetzij zelf op de negende mei 1940 tot de joodskerkelijke gemeente heeft behoord of na die datum daarin wordt opgenomen;
    2. hetzij op de negende mei 1940 met een Jood was gehuwd of na dat ogenblik met een Jood in het huwelijk treedt.
  3. Een grootouder wordt als voljoods aangemerkt, wanneer deze tot de joods-kerkelijke gemeenschap heeft behoord.
04-11-1940 Aankondiging dat per 21 november alle Joodse ambtenaren zullen worden geschorst en later ontslagen.
21-11-1940 Er gaat een aankondiging uit, waarbij Joden uit hun overheidsfuncties worden ontheven.
19-12-1940 Verbod voor Joden om Duits huishoudelijk personeel in dienst te hebben.
07-01-1941 De Nederlandse bioscoopbond bepaalt dat joden niet meer tot bioscopen mogen worden toegelaten, wat op 12 januari in dagbladen wordt bekend gemaakt.
10-01-1941 Alle Joden of personen met tenminste één Joodse grootouder moeten zich laten registreren bij de bevolkingsadministratie. Binnen vier weken na afkondiging moeten alle gemeenten opgave hebben gedaan, wat niet geheel binnen de termijn werd gedaan maar ook geen problemen opleverde omdat de Duitsers de gewenste gegevens ook konden verkrijgen vanuit de bevolkingsregisters en de administratie van de joodse gemeenten. Slechts een enkeling (twintig volgens dr. Lou de Jong) binnen de Joodse bevolking weigert. Er staan officieel 160.820 Joden geregistreerd, waarvan 15.549 half-Joden en 5.719 kwart-Joden.
16-01-1941 Voor Amsterdam, de stad waar verreweg het grootste deel van de Joodse bevolking woont, volgt een extra maatregel. Zij dienen ook op te geven hoeveel huizen en hoeveel winkels de Joden bezitten, waar hun scholen en synagogen zich bevinden, welke tram- en buslijnen naar die wijken lopen, welke culturele instellingen er zijn.
01-02-1941 Invoering van een numerus clausus in het onderwijs.
05-02-1941 Artsen moeten opgeven of zij van Joodse bloede zijn.
11-02-1941 Joden mogen niet meer naar de universiteit.
12-02-1941 De buurt met veel Joodse mensen in Amsterdam wordt met prikkeldraad afgezet en omgedoopt tot de Joodsche Wijk. De versperring verdwijnt kort daarop, maar de borden blijven staan.
13-02-1941 Oprichting van de Joodse Raad onder voorzitterschap van Abraham Asscher en David Cohen, die de dubieuze opdracht krijgt alle Duitse maatregelen uit te voeren, waaronder bepalen welke groep Joden met het eerstvolgende transport mee moet en alle protesten direct in de kiem smoren. Ze kunnen hiervoor beschikken over de enige Joodse krant, Het Joodsche Weekblad.
Voor drie grote en negen kleine groepen was een tijdelijke vrijstelling van deportatie, een Sperre (bis auf weiteres freigestellt vom Arbeitseinsatz), die voor bijna iedereen in feite slechts het verschil tussen ‘een latere dood of een vroegere dood’ betekende. Die twaalf groepen waren:

  1. Joden die werkzaam waren voor de Joodse Raad of door de Joodse Raad van belang werden geacht voor het Joodse gemeenschapsleven, 17.500 personen;
  2. de zgn. Rüstungsjuden, namelijk Joden die werkzaam waren in bedrijven die belangrijke Duitse orders uitvoerden, 4.500 personen;
  3. gemengd gehuwden, 12.000 personen;
  4. Joodse diamantairs en diamantbewerkers, enkele honderden personen;
  5. vermogende Joden die tegen betaling van fl. 20000 – fl. 30.000 aan diamanten goud of juwelen voor zichzelf en familiedeun een vrijstelling kochten, ongeveer 1300 personen;
  6. Joden waarvoor een emigratiecertificaat naar Palestina was aangevraagd, ongeveer 2000 personen;
  7. Joden met een neutrale of geallieerde neutraliteit, enkele tientallen personen;
  8. Joden die lid waren van de NSB, circa 60 personen;
  9. de Blaue-Reiter, ofwel Joden die vanwege speciale verdiensten voor Duitsland geen Jodenster hoefden te dragen, enkele tientallen personen;
  10. de Groep Frederiks-van Dam, namelijk Joden met een grote maatschappelijke betekenis voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog voor Nederland of Duitsland, uiteindelijk zo’n 650 personen;
  11. Door protestantse kerkgenootschappen beschermde Joden, ongeveer 1600 personen;
  12. Een groep Portugese Joden, die volgens Calmeijer geen Joden maar Ariërs waren, enkele honderden personen
22-02-1941 Op deze dag en op 23 februari vinden de eerste arrestaties in Amsterdam van 427 Joden plaats, die worden afgevoerd naar Mauthausen, na gewelddadige protesten tegen de maatregelen. Als reactie hierop breekt de Februaristaking uit, de enige anti-pogromstaking in de hele oorlog.
27-02-1941 Joden mogen niet meer als bloeddonor optreden.
28-02-1941 Maatregelen tegen joodse organisaties zonder economisch doel.
12-03-1941 Afkondiging van een tweede verordening (VO 48/1941) bepaalde dat kleine Joodse ondernemingen geliquideerd en grote of economisch belangrijke Joodse ondernemingen geariseerd moesten worden, dat wil zeggen voortgezet door niet-Joden. Kleine bedrijfjes werden geliquideerd door de Omnia Treuhandgesellschaft in samenwerking met door de Omnia aangestelde Liquidationstreuhänder.
31-03-1941 Oprichting van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung, het centrale kantoor voor de emigratie van Joden. Het kantoor in Amsterdam organiseerde vanaf van de oprichting, die nooit officieel werd afgekondigd, tot het najaar van 1943 de deportatie van de Joden uit Nederland naar de concentratiekampen in Duitsland en Polen. De Nederlandse Zentralstelle werd op bevel van Reinhard Heydrich en op verzoek van Arthur Seyss-Inquart opgericht.
01-04-1941 Bordjes met de tekst ‘Voor Joden verboden’ worden in Nederlandse cafés verplicht.
01-04-1941 In april 1941 werd begonnen met de uitreiking van persoonsbewijzen aan iedereen in Nederland van 14 jaar en ouder. Het was een algemene verplichting en dus in die zin geen typische anti-Joodse maatregel, maar het document was wel een belangrijke administratieve schakel in de onderdrukkingspolitiek van de Duitse bezetter, gericht op de arrestatie van Joden en de opsporing van mensen in het verzet. Via Verordening nr 6/1941, artikel 9 werd namelijk bepaald dat voor personen van geheel of gedeeltelijk Joodse afkomst een bewijs van aanmelding moest worden opgemaakt. Dit bewijs van aanmelding gaf een aanduiding hoeveel Joodse voorouders iemand had. Het was verplicht om dit gele kaartje bij het persoonsbewijs bij zich te hebben, maar velen ‘vergaten’ dat, waardoor de opsporing van Joden bemoeilijk werd. Als gevolg daarvan moesten Joden zich vanaf 3 juli 1941 nogmaals aanmelden om een zwarte J op het persoonsbewijs te laten zetten. Er kwam één zwarte J naast de pasfoto en één J op de voorkant. Vanaf 23 januari 1942 hadden alle Joodse burgers twee grote zwarte J’s gestempeld op het hun persoonsbewijs. .
15-04-1941 Bevel van General kommissar Hanns Rauter aan alle joden om hun radiotoestellen in te leveren op grond van een verordening van 11 februari.Op 13 mei 1943 zal dit voor de andere Nederlanders van toepassing worden. Met de invordering bij de politie wordt op 2 april 1941 begonnen.
01-05-1941 Joodse advocaten, apothekers en artsen mogen geen niet-Joodse klanten en patiënten hebben. Verder wordt Joden de toegang tot effecten- en handelsbeurzen verboden en mogen Joden niet langer markten bezoeken.
06-05-1941 Bepaalde straten in Amsterdam worden aangemerkt als ‘joodse straten’.
15-05-1941 Synagoge in Den Haag wordt door brand verwoest.
15-05-1941 Besloten wordt tot arisering van orkesten.
27-05-1941 Verordening betreffende de aangifte en verzorging van landbouwgronden in joodse handen.
31-05-1941 Verbod aan Joden om zwembaden en stranden te bezoeken.
11-06-1941 Weer een razzia en een deportatie van 300 Joden uit Amsterdam naar Mauthausen.
01-08-1941 Joodse makelaars mogen niet langer voor niet-Joden werken.
08-08-1941 Eerste LiRo-verordening VO 148/1941: Joden zijn verplicht hun banktegoeden van meer dan duizend gulden (ongeveer 450 euro) over te maken naar de Lippmann-Rosenthal Bank, een voormalige Joodse bank die door de Duitsers is overgenomen.
01-09-1941 Joodse kinderen mogen niet meer naar openbare scholen.
14-09-1941 Razzia in Twente. Er worden honderd Joodse mannen opgepakt en gedeporteerd naar Mauthausen.
15-09-1941 De beruchte plakkaten met het opschrift ‘Verboden voor Joden’ verschijnen. Joden mogen geen bezoeken meer brengen aan parken, dierentuinen, cafés, restaurants, hotels, pensions, schouwburgen, cabarets, variétés, bioscopen, sportinrichtingen, concerten, openbare bibliotheken, leeszalen of musea.
16-09-1941 Invoering van reisvergunningen.
22-09-1941 Joden worden geweerd uit alle verenigingen en stichtingen zonder economisch doel.
24-09-1941 Vergunningen verplicht voor het uitoefenen van bepaalde ambachten en beroepen.
07-10-1941 Razzia in Gelderland (Achterhoek, Arnhem, Apeldoorn en Zwolle). Er worden honderd Joden opgepakt en gedeporteerd.
20-10-1941 Verdere verordeningen betreffende het uitoefenen van beroepen van joden. De Joodsche Raad gaat akkoord met de samenstelling van een cartotheek van joden in Nederland.
22-10-1941 Joden moeten niet-joodse verenigingen verlaten en worden vanaf 7 november geweerd uit bridge-, dans- en tennisclubs.
28-10-1941 Duitsers erkennen nog slechts de Joodsche Raad als belangenbehartiger van de Nederlandse Joden.
01-11-1941 Via een verordening worden 1600 vergunningen ingetrokken tot het uitoefenen van een beroep door Joden.
03-11-1941 In Amsterdam worden Joodse markten ingesteld.
07-11-1941 Joden mogen zonder toestemming niet meer reizen of verhuizen.
05-12-1941 Alle buitenlandse Joden in Nederland moeten zich voor ‘emigratie’ laten registreren.
01-01-1942 Joden mogen geen niet-Joods huishoudelijk personeel meer hebben.
01-01-1942 Joodse mannen worden opgeroepen voor kampen van de Rijksdienst voor de Werkverruiming in Noord- en Oost-Nederland (de zgn. Joodse werkkampen)
09-01-1942 Openbaar onderwijs wordt voor Joden van alle leeftijden verboden.
10-01-1942 In het oosten en noorden van het land worden werkkampen voor Joden ingericht. De eerste Joden uit Amsterdam vertrekken naar deze Joodse werkkampen.
17-01-1942 De Zaandamse joden moeten naar Amsterdam verhuizen, waarmee de concentratie van Joden in het Judenviertel in Amsterdam begint.
23-03-1942 Verbod voor Joden om vervoermiddelen te bezitten of te besturen.
25-03-1942 Verbod voor Joden om met niet-Joden te trouwen. Buitenechtelijke seksuele omgang met niet-Joden zal zwaar gestraft worden.
26-03-1942 Huisraad in woningen van Joden mag niet worden verwijderd.
01-04-1942 Joden mogen niet meer trouwen in het stadshuis van Amsterdam.
24-04-1942 Een groot aantal joodse slagerijen moet sluiten.
03-05-1942 Alle Voljoden ouder dan zes jaar moeten een gele zespuntige Davidster met het woord “Jood” zichtbaar op hun kleding dragen. Halfjoden zijn uitgezonderd van deze verplichting. De leden van de Joodse Raad waren van de maatregel al op 29 april 1942 op de hoogte gesteld.
12-05-1942 Joden mogen geen rekening meer hebben bij de postgirodienst.
21-05-1942 Tweede LiRo-verordening VO 58/1942. Joden moeten al hun goud, zilver, antiek, kunstvoorwerpen, waardevolle spullen en cultuurgoederen inleveren bij Lippmann-Rosenthal aan de Sarphatistraat te Amsterdam.
29-05-1942 Joden mogen niet meer vissen
05-06-1942 Volledig reisverbod voor alle Joden.
11-06-1942 Joden worden geweerd van de vismarkt.
12-06-1942 Joden mogen slechts op bepaalde tijdstippen boodschappen doen bij een beperkt aantal winkels. Niet-Joodse winkels worden voor hen verboden. Ook wordt alle sport voor Joden verboden en moeten Joden hun fietsen en andere voertuigen inleveren. De maatregel wordt in Amsterdam pas een maand later van kracht. Ze kunnen hun fietsen tot en met 21 juli 1942 inleveren op het Frederiksplein, bij het Olympisch Stadion of in de Ter Gouwstraat. Wie zijn rijwiel niet inlevert, kan een celstraf van maximaal een half jaar of een geldboete van duizend gulden krijgen. Vanaf 28 juli 1942 moeten álle herenrijwielen ingeleverd worden, dus ook die van niet-Joden.
26-06-1942 De Joodse Raad wordt ingelicht over de aanstaande deportatie van Joden naar het Oosten, in versluierend taalgebruik Polizeilicher Arbeitseinsatz voor Joden tot 40 jaar.
30-06-1942 Instelling van de avondklok, Joden moeten tussen 20.00 uur en 06.00 uur thuis zijn. Ze mogen ook niet meer fietsen.
05-07-1942 Eerste oproepen van de Joodse Raad vallen in de bus.
06-07-1942 Verbod voor Joden om te telefoneren en verbod om bij niet-Joden op bezoek te gaan. Joden mogen in Joodse winkels alleen tussen 15.00 en 17.00 uur inkopen doen; in niet-Joodse winkels mochten ze sinds juni 1942 al niet meer komen.
14-07-1942 Razzia in Amsterdam en transport naar het doorgangskamp Westerbork. De verlaten Joodse huizen worden door de Duitsers leeggehaald.
15-07-1942 Vanuit Westerbork vertrekt de eerste trein met 1.135 Joden naar Auschwitz. Gedurende de gehele maand augustus vinden in Nederland razzia’s plaats. Tot 13 september 1944 zal wekelijks een trein naar Auschwitz of Sobibor gaan.
17-07-1942 Er wordt afgekondigd dat Joden alleen tussen 15.00 en 17.00 ’s middags mogen winkelen.
22-07-1942 De Hollandsche Schouwburg wordt in dienst genomen als verzamelplaats waar de Joden zich dienen te melden en opgehaalde en opgepakte Joden worden vastgehouden.
31-07-1942 Het wordt Joden verboden nog langer in kapsalons te komen.
08-09-1942 In Den Haag wordt het Joden verboden op publieke banken plaats te nemen.
15-09-1942 Joodse studenten krijgen een studieverbod opgelegd.
02-10-1942 Alle Joden uit werkkampen in Nederland (circa 5.000 man) worden overgebracht naar Westerbork. Op deze en de daarop volgende dag worden in vele kleinere provincieplaatsen hun gezinnen thuis opgehaald. Ongeveer 12.000 vrouwen en kinderen worden naar Westerbork vervoerd.
15-10-1942 De crèche aan de Plantage Middenlaan 31 wordt gebruikt als dependance van de Hollandsche Schouwburg. Joodse kinderen wachten hier gescheiden van hun ouders op deportatie.
15-01-1943 Alle vondelingen worden beschouwd als Joodse kinderen; ze worden naar de crèche in Amsterdam gebracht en gedeporteerd.
16-01-1943 Vanuit de Hollandsche Schouwburg wordt een eerste groep van 450 Joden naar het nieuwe werkkamp Vught gebracht. In totaal zullen er in de oorlog 12.000 Joden gevangen worden gehouden.
20-01-1943 De Ordedienst van Kamp Westerbork verschijnt in de Joodse instelling voor verstandelijk gehandicapten Het Apeldoornsche Bos. Op het station van Apeldoorn wordt die dag een goederentrein met veertig wagons in gereedheid gebracht. De helft van het personeel en een klein aantal patiënten vlucht ’s nachts en duikt onder.
21-01-1943 In de nacht van donderdag 21 januari op vrijdag 22 januari 1943 worden alle patiënten van Het Apeldoornsche Bos in vrachtwagens naar de gereedstaande goederentrein gebracht.
22-01-1943 In alle vroegte vertrekt de trein met bijna 1200 patiënten en 50 personeelsleden van Het Apeldoornsche Bos, rechtstreeks naar Auschwitz. Bij aankomst enkele dagen later worden alle patiënten direct gedood. De resterende 300 personeelsleden en ruim honderd Joodse Apeldoorners worden met een gewone trein naar Westerbork vervoerd en van daaruit later gedeporteerd.
05-02-1943 Bepaling dat alle officiële post via de Joodsche Raad moet gaan. Joden mogen geen verzoekschriften of brieven meer rechtstreeks naar de Duitse autoriteiten sturen.
02-03-1943 Eerste transport vanuit Westerbork naar het nieuwe vernietigingskamp Sobibor.
15-03-1943 De Duitsers constateren dat zo’n 25.000 Joden ergens zijn ondergedoken. In een bijeenkomst in Den Haag besluiten Harster, Zöpf en Lages te gaan werken met premies om ondergedoken Joden op te sporen. Harster bepaalt de premie op zeven gulden en vijftig cent per Jood, een bedrag dat kan worden verdubbeld als de Jood de verordeningen heeft overtreden.
10-04-1943 Verbod voor Joden om te verblijven in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Alle Joden uit Noord-Brabant worden verplicht zich te melden bij Kamp Vught.
22-04-1943 Verbod voor Joden om zich te bevinden in de provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Holland, met uitzondering van Amsterdam. In feite zijn hiermee alle Joden in Duitse gevangenschap, met uitzondering van een beperkt aantal Amsterdamse Joden, enkelen met een uitzonderlijke vrijstelling (“Sperre”) en ondergedoken Joden.
23-04-1943 De bezetter verklaart de Nederlandse provincies ‘judenrein’.
05-05-1943 De bezetter deelt schriftelijk aan alle instanties die betrokken waren bij de Jodenvervolging mee, dat in de maanden mei en juni 23.000 Joden gedeporteerd moesten worden. Het is de derde fase van de Jodenverdrijving, die betrekking kan hebben op al degenen die tot dan een Sperre hadden. Hiervan waren slechts een deel van de groep gemengd-gehuwde Joden en de groep Calmeyer-joden uitgezonderd. Voor de gemengd-gehuwden werd bepaald dat kinderloze gemengd-gehuwden naar Westerbork moesten worden afgevoerd. De overige gemengd-gehuwden kregen de keuze: deportatie of sterilisatie. Het streven naar een judenrein Nederland moest betekenen dat nergens meer een Jodenster te zien mocht zijn. De duizenden gemengd-gehuwden moesten daarom sternbefreit worden, ofwel ontslagen van de verplichting een Jodenster te dragen. Ook kon men na sterilisatie weer de beschikking krijgen over vermogen dat was afgedragen aan de roofbank Lippmann-Rosenthal. Bovendien kon men onder bepaalde restricties weer deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. De resterende beperking was dat in het paspoort een J stond om voor de bezetter als Jood herkenbaar te blijven. Dat was wel een kleinere en rode J. De groep werd gedwongen een verklaring te ondertekenen dat men vrijwillig tot deze ingreep had besloten. Slechts een beperkt deel van de groep stemde in met sterilisatie; de meeste verkozen onderduiken of deportatie. Van de ongeveer vierduizend gemengd-gehuwde Joodse vrouwen hoefden degenen van 45 jaar en ouder niet te worden gesteriliseerd. Onder de groep 45 jaar en jonger werd geprobeerd onder de verplichting uit te komen via valse verklaringen dat men om medische redenen niet langer vruchtbaar was en sterilisatie dus niet langer noodzakelijk was. Anderen trachtten via de onderduik aan de operatie te ontkomen.
26-05-1943 Razzia in Amsterdam. Duizenden Joden worden naar Westerbork overgebracht.
07-06-1943 Vertrek kindertransporten vanuit kamp Vught naar kamp Westerbork om daarvandaan op 8 juni naar Sobibor getransporteerd te worden, waar de kinderen direct na aankomst op 11 juni vergast werden.
20-06-1943 Opnieuw een grote razzia in Amsterdam met duizenden opgepakte Joden die naar Westerbork worden gestuurd.
29-09-1943 Laatste grote razzia in Amsterdam. Transport van de laatst overgebleven Joden uit Amsterdam naar Westerbork, waaronder de leden van de Joodsche Raad. Vanaf dit moment zijn er, met uitzondering van de groep gemengd-gehuwden, de groep Calmeijer en ondergedoken Joden geen Joden meer in Nederland.
19-11-1943 De Hollandsche Schouwburg wordt gesloten nadat de laatste groep opgepakte Joden uit de onderduik is afgevoerd.
19-11-1943 Eerste transport vanuit Westerbork naar Theresienstadt.
11-01-1944 Eerste transport vanuit Westerbork naar het concentratiekamp Bergen-Belsen.
02-02-1944 Alle Portugees-israëlitische joden die als ‘Portugezen’ op de beschermende ‘Lijst-Calmeyer’ stonden alsnog uit hun huis gehaald en naar Kamp Westerbork overgebracht. Op 25 februari 1944 wordt deze groep van 308 personen eerst naar Theresienstadt gedeporteerd en enkele maanden later naar Auschwitz.
01-03-1944 Razzia in Amsterdam op gemengd gehuwden.
01-05-1944 Invoering van de TD-kaart, de Tweede Distributiestamkaart, als aanvulling op de in 1939 in Nederland in gebruik genomen distributiekaart voor de aanschaf van voedingsmiddelen. De TD-kaart werd gekoppeld aan de controle van persoonsbewijzen. Doel was te verhinderen dat Joodse onderduikers en verzetsmensen aan voedsel konden komen en in hun pogingen daartoe makkelijker op te sporen zouden zijn.
16-05-1944 Razzia’s naar zigeuners en asocialen.
02-06-1944 Laatste transport vanuit kamp Vught naar Auschwitz.
13-09-1944 Laatste transport vanuit Westerbork.

Reacties uitgeschakeld voor Noot 100/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 99B/Waarschuwing

[99B]
AI-overzicht
De uitspraak “Als dat alles is” is een van de centrale thematische observaties van historicus dr. L. de Jong en historicus/schrijver Jacques Presser. Het typeert hoe de Duitse bezetter stap voor stap het leven van de Joodse gemeenschap in Nederland inperkte en hen isoleerde. Omdat de eerste maatregelen – zoals ontslag en het weren uit openbare gelegenheden – relatief onschuldig leken, dachten veel Joodse Nederlanders in eerste instantie: “Als dat alles is”, waardoor de schijn van normaliteit in stand bleef en massaal verzet uitbleef. [1234]
De reactie van de Joodse gemeenschap in bezet Nederland op de anti-Joodse maatregelen kenmerkte zich door onzekerheid, angst, en de misplaatste hoop dat meewerken de situatie zou sussen. [1]
Hieronder volgt een overzicht van hoe de gemeenschap en haar leiders reageerden en opereerden:
1. Oprichting en rol van de Joodsche Raad
De meest ingrijpende reactie – mede afgedwongen door de bezetter – was de oprichting van de Joodsche Raad voor Amsterdam in februari 1941, onder leiding van diamantair Abraham Asscher en hoogleraar David Cohen. [12]
  • Doel: Zij accepteerden deze taak in de veronderstelling dat ze door onderhandelingen met de Duitsers het ergste konden voorkomen of de maatregelen konden vertragen. [1]
  • Gevolg: De Raad fungeerde in de praktijk als een doorgeefluik van de Duitse bevelen, waardoor Joodse leiders ongewild meewerkten aan de eigen isolatie en uiteindelijke deportatie. [1]
2. De illusie van de ‘normale’ stappen
Elke nieuwe verordening – van het inleveren van radio’s tot de invoering van de ‘Jodenster’ in mei 1942 – werd door velen gezien als een opzichzelfstaand, tijdelijk offer. Het stelselmatige karakter van de ontmenselijking werd door de meesten pas begrepen toen het al te laat was. [1234]
3. Passieve houding en de hoop op redding
In tegenstelling tot wat men zou verwachten, koos het merendeel van de Joodse bevolking in het begin voor berusting. Dit kwam deels door een diepgeworteld vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat, deels door angst, en deels door de wens om de eigen gemeenschap niet in gevaar te brengen. Verzet tegen het ontslag van Joodse ambtenaren kwam aanvankelijk vooral uit niet-Joodse hoek, zoals van de kant van de kerken en universiteiten. [1]
4. Documentatie en Fotografie
Er was ook sprake van individuele, creatieve en intellectuele weerstand. Bekende Joodse fotografen en journalisten, zoals Sem Presser, legden de razzia’s en het dagelijks leven van vervolgden heimelijk of in opdracht vast. Hoewel deze beelden gevaarlijk waren, vormden ze later essentieel bewijsmateriaal voor de Holocaust in Nederland. [123]
5. Onderduik en illegaal verzet
Naarmate de deportaties in de zomer van 1942 op gang kwamen, veranderde de reactie in de gemeenschap drastisch. Het besef drong door dat gehoorzaamheid niet beschermde tegen vernietiging. Dit leidde tot de massale zoektocht naar onderduikadressen en de vorming van Joods en niet-Joods verzet, al kon dit niet voorkomen dat uiteindelijk ongeveer 75% van de Joodse Nederlanders de oorlog niet overleefde. [123]
ZIE OOK
DR PRESSER
ONDERGANG
DE VERVOLGING EN VERDELGING VAN HET NEDERLANDSE JODENDOM
1940-1945
WIKIPEDIA
JACQUES PRESSER

Reacties uitgeschakeld voor Noot 99B/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 99A/Waarschuwing

[99A]
AI-overzicht
De uitspraak “Als dat alles is” is een van de centrale thematische observaties van historicus dr. L. de Jong en historicus/schrijver Jacques Presser. Het typeert hoe de Duitse bezetter stap voor stap het leven van de Joodse gemeenschap in Nederland inperkte en hen isoleerde. Omdat de eerste maatregelen – zoals ontslag en het weren uit openbare gelegenheden – relatief onschuldig leken, dachten veel Joodse Nederlanders in eerste instantie: “Als dat alles is”, waardoor de schijn van normaliteit in stand bleef en massaal verzet uitbleef. [1234]
De reactie van de Joodse gemeenschap in bezet Nederland op de anti-Joodse maatregelen kenmerkte zich door onzekerheid, angst, en de misplaatste hoop dat meewerken de situatie zou sussen. [1]
Hieronder volgt een overzicht van hoe de gemeenschap en haar leiders reageerden en opereerden:
1. Oprichting en rol van de Joodsche Raad
De meest ingrijpende reactie – mede afgedwongen door de bezetter – was de oprichting van de Joodsche Raad voor Amsterdam in februari 1941, onder leiding van diamantair Abraham Asscher en hoogleraar David Cohen. [12]
  • Doel: Zij accepteerden deze taak in de veronderstelling dat ze door onderhandelingen met de Duitsers het ergste konden voorkomen of de maatregelen konden vertragen. [1]
  • Gevolg: De Raad fungeerde in de praktijk als een doorgeefluik van de Duitse bevelen, waardoor Joodse leiders ongewild meewerkten aan de eigen isolatie en uiteindelijke deportatie. [1]
2. De illusie van de ‘normale’ stappen
Elke nieuwe verordening – van het inleveren van radio’s tot de invoering van de ‘Jodenster’ in mei 1942 – werd door velen gezien als een opzichzelfstaand, tijdelijk offer. Het stelselmatige karakter van de ontmenselijking werd door de meesten pas begrepen toen het al te laat was. [1234]
3. Passieve houding en de hoop op redding
In tegenstelling tot wat men zou verwachten, koos het merendeel van de Joodse bevolking in het begin voor berusting. Dit kwam deels door een diepgeworteld vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat, deels door angst, en deels door de wens om de eigen gemeenschap niet in gevaar te brengen. Verzet tegen het ontslag van Joodse ambtenaren kwam aanvankelijk vooral uit niet-Joodse hoek, zoals van de kant van de kerken en universiteiten. [1]
4. Documentatie en Fotografie
Er was ook sprake van individuele, creatieve en intellectuele weerstand. Bekende Joodse fotografen en journalisten, zoals Sem Presser, legden de razzia’s en het dagelijks leven van vervolgden heimelijk of in opdracht vast. Hoewel deze beelden gevaarlijk waren, vormden ze later essentieel bewijsmateriaal voor de Holocaust in Nederland. [123]
5. Onderduik en illegaal verzet
Naarmate de deportaties in de zomer van 1942 op gang kwamen, veranderde de reactie in de gemeenschap drastisch. Het besef drong door dat gehoorzaamheid niet beschermde tegen vernietiging. Dit leidde tot de massale zoektocht naar onderduikadressen en de vorming van Joods en niet-Joods verzet, al kon dit niet voorkomen dat uiteindelijk ongeveer 75% van de Joodse Nederlanders de oorlog niet overleefde. [123]
ZIE OOK
DR PRESSER
ONDERGANG
DE VERVOLGING EN VERDELGING VAN HET NEDERLANDSE JODENDOM
1940-1945

Reacties uitgeschakeld voor Noot 99A/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 99/Waarschuwing

[99]
WILDERS/”MINDER MAROKKANEN”/IN HIS OWN WORDS
PVV AANHANG SCANDEERT: MINDER MAROKKANEN

Wilders:”Ik zou van iedereen hier een antwoord willen hebben op de volgende drie vragen:”Drie vragen, alsjeblieft geef een helder antwoord, die onze partij, de PVV definieren:”En de eerste vraag is:”Willen jullie meer of minder Europse Unie?”[PVV aanhang scandeert]:”MINDER….! MINDER, MINDER, MINDER MINDER MINDER MINDER……..!Wilders:”De tweede, de tweede vraag is, misschien nog belangrijker:”Willen jullie meer of minder Partij van de Arbeid?” [PVV aanhang scandeert] ” MINDER….! MINDER, MINDER, MINDER MINDER MINDER MINDER……..!Wilders:”En de derde vraag is. En ik mag het eigenlijk niet zeggen, want er wordt aangifte tegen je gedaan en misschien zijn er zelfs D’66 Officieren, die je een proces aandoen, maar de vrijheid van meningsuiting is een groot goed en we hebben niets gezegd wat niet mag, we hebben niets gezegd wat niet klopt, dus ik vraag aan jullie:”Willen jullie, in deze stad en in Nederland, meer of minder Marokkanen?”[PVV aanhang scandeert]  ” ” MINDER….! MINDER, MINDER, MINDER MINDER MINDER MINDER……..!”  ” MINDER….! MINDER, MINDER, MINDER MINDER MINDER MINDER……..!
Wilders:”Dan gaan we dat regelen”GELACH[Wilders glimlacht]

EINDE MINDER MINDER VRAAG OP YOUTUBE

AI-overzicht
De verontwaardiging rondom de ‘minder, minder’-uitspraken van PVV-leider Geert Wilders ontstond in 2014, toen hij zijn achterban vroeg of zij “minder Marokkanen” in Nederland wilden. Dit leidde tot massale maatschappelijke ophef, aangiftes en een jarenlang juridisch proces. [1]
Belangrijke details over deze gebeurtenis en de nasleep:
  • De uitspraak: Tijdens een campagnebijeenkomst in maart 2014 vroeg Wilders aan zijn publiek of zij meer of minder Marokkanen wilden. Toen het publiek “minder, minder” riep, antwoordde hij: “Dat gaan we regelen”. [1]
  • De maatschappelijke reactie: De uitlatingen leidden tot grote verontwaardiging in de politiek en de samenleving. Vele organisaties, politici en burgers spraken zich uit tegen de uitspraken, die zij als discriminerend en racistisch bestempelden. [1]
  • De juridische strijd: De uitspraken resulteerden in een historische rechtszaak. Wilders werd vervolgd voor groepsbelediging en aanzetten tot haat en discriminatie. [1]
  • De uitspraak van de Hoge Raad: In juli 2021 oordeelde de Hoge Raad definitief dat Wilders schuldig was aan groepsbelediging. Hij werd veroordeeld, al kreeg hij uiteindelijk geen straf of maatregel opgelegd. [123]
Uitgebreide analyses van het proces en de uitspraken zijn onder andere terug te lezen bij de NOS en Nederland Rechtsstaat. De achtergronden en context van het strafproces worden daarnaast gedetailleerd beschreven op de Wikipedia pagina over de tweede zaak-Wilders.
NOS

Hoge Raad handhaaft veroordeling Geert Wilders in ‘minder Marokkanen’-zaak

6 JULI 2021

De veroordeling van Geert Wilders voor groepsbelediging in het ‘minder Marokkanen’-proces, is definitief. Dat volgt uit een uitspraak van de Hoge Raad. De procureur-generaal had eerder al geadviseerd om het vonnis van het gerechtshof te handhaven.

Het hof veroordeelde Wilders in september vorig jaar in hoger beroep voor groepsbelediging, maar sprak hem vrij van het aanzetten tot haat en discriminatie met zijn ‘minder Marokkanen’-opmerking op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen in 2014. Net als de rechtbank legde het hof hem geen straf op.

Wilders ging tegen de uitspraak in cassatie. Volgens de PVV-leider zouden de politiek en ambtenarij hebben geholpen om hem veroordeeld te krijgen en zou er daarom sprake zijn geweest van een politiek proces. Wilders noemde Nederland een “corrupt land”, omdat “Marokkanen die steden en wijken in de fik steken daar meestal mee wegkomen”.

Verboden

De Hoge Raad oordeelt dat Wilders een groep mensen “met eenzelfde nationale afstamming” heeft beledigd, te weten de Marokkanen die in Nederland wonen. “Groepsbelediging is verboden volgens het Wetboek van Strafrecht”, zei de voorzitter. “Ook een politicus dient zich aan de grondbeginselen van de rechtsstaat te houden.”

Volgens de Hoge Raad ging Wilders met zijn uitlatingen voor een publiek in een Haags café te ver en waren zijn woorden, net als wat het hof eerder zei, “onnodig grievend” voor alle Marokkanen. De voorzitter wees erop dat uitlatingen wel provocerend mogen zijn, maar “niet mogen aanzetten tot onverdraagzaamheid”. “Het recht op de vrijheid van meningsuiting, in het bijzonder dat van een politicus, mag daarom een veroordeling niet in de weg staan”, luidt het oordeel.

Reactie Wilders

Wilders betreurt de uitspraak van de Hoge Raad.

De PVV-leider zegt dat hij zich niks zal aantrekken van de uitspraak. “Niks, maar dan ook helemaal niks. Deze uitspraak bestaat voor mij niet. Ik zal me bij volgende bijeenkomsten uitspreken zoals ik dat altijd doe, ik laat mij niet de mond snoeren.”

Tegen het oordeel van de Hoge Raad is geen beroep meer mogelijk.

EINDE

NEDERLAND RECHTSSTAAT

WILDERS IN HET BEKLAAGDENBANKJE

18 APRIL 2016

https://www.nederlandrechtsstaat.nl/wilders-in-het-beklaagdenbankje/


Het duurde maar liefst twee jaar, maar nu is het dan toch begonnen: het Wilders-proces. Of eigenlijk: het Wilders II-proces, want vijf jaar geleden stond de bekende politicus ook terecht. Waar moet op gelet worden tijdens dit proces? Wat maakt dit proces anders dan vijf jaar geleden? En: in welk spanningsveld moeten de rechters opereren? Een analyse van Geurt Henk Spruyt.

‘Willen jullie in deze stad en in Nederland meer of minder Marokkanen?’ Deze, inmiddels beruchte, vraag stelde Wilders twee jaar geleden op een bijeenkomst van de PVV in Den Haag. Het aanwezige publiek gaf een antwoord door te scanderen: ‘Minder, minder.’ Daarop reageerde Wilders door te zeggen: ‘Dat gaan we regelen’. Deze beruchte vraag vormde niet alleen de opmaat voor het vertrek van een aantal actieve PVV’ers, maar leidde ook tot een golf van verontwaardiging. Duizenden mensen spraken hun afschuw uit en voegden de daad bij het woord door aangifte te doen bij de politie. Het Openbaar Ministerie ging over tot vervolging wegens groepsbelediging (art. 137c Wetboek van Strafrecht) en wegens het aanzetten tot haat en discriminatie (art. 137d Wetboek van Strafrecht).

Wilders I-proces
Het proces vanwege de ‘minder Marokkanen’ uitspraak verschilt van het proces vijf jaar geleden, omdat toen de vraag centraal stond tot hoever kritiek op de islam en op het immigratiebeleid mag gaan. De rechtbank Amsterdam sprak Wilders destijds vrij, om drie redenen. Ten eerste: veel uitlatingen waarvoor Wilders destijds terechtstond, gingen over de islam en niet over moslims. Met een verwijzing naar het zogenoemde Gezwel-arrest[1] overwoog de rechtbank Amsterdam toen:

‘De enkele omstandigheid dat grievende uitlatingen over een godsdienst ook de aanhangers van die godsdienst krenken, is volgens de Hoge Raad niet voldoende om die uitlatingen te kunnen gelijkstellen met uitlatingen over die aanhangers, dus over een groep mensen wegens hun godsdienst. Hieruit leidt de rechtbank af dat de wetgever uitdrukkelijk bedoeld heeft aanzetten tot haat tegen of discriminatie van mensen strafbaar te stellen. Uitlatingen over de godsdienst heeft de wetgever in beginsel buiten het bereik van artikel 137d Sr willen houden.’[2]

Ook een andere overweging van de rechtbank Amsterdam in het Wilders I-proces was opvallend. Bij haat-zaaiende uitlatingen moet er sprake zijn van ‘uitlatingen die een intrinsiek conflictueuze tweedeling schetsen. Om aan te kunnen zetten tot haat, een extreme emotie van diepe afkeer en vijandigheid, moet de uitlating welhaast altijd een krachtversterkend element bevatten.’[3] Dat was de tweede reden waarom Wilders werd vrijgesproken: zijn uitlatingen bevatten geen krachtversterkend element. Ten slotte deed Wilders een aantal uitspraken die doen denken aan de ‘minder Marokkanen’-uitspraak. Hij stelde onder meer: ‘De grenzen gaan nog diezelfde dag dicht voor alle niet-westerse allochtonen’; ‘Iedereen past zich aan onze dominante cultuur aan. Wie dat niet doet, is hier over twintig jaar niet meer. Die wordt het land uitgezet’, en: ‘We hebben een gigantisch probleem met moslims, het loopt aan alle kanten de spuigaten uit, en we komen met oplossingen waarmee je een muis nog niet het hok in krijgt.’ De rechtbank oordeelde dat deze uitspraken zien op mensen, waarbij duidelijk moslims bedoeld worden. Echter, deze uitlatingen zetten toch niet aan tot haat, want ze bevatten geen krachtversterkend element. Doorslaggevend voor de rechtbank om Wilders vrij te spreken, is het feit dat

‘vanuit het perspectief van verdachte deze uitingen noodzakelijk zijn in een democratische samenleving. Hij stelt hiermee naar zijn mening maatschappelijke problemen aan de kaak. De rechtbank stelt vast dat in de periode, waarin de uitlatingen zijn gedaan, de multiculturele samenleving en immigratie een prominente rol hadden in het maatschappelijk debat. Naarmate dit debat heviger is, komt aan de vrijheid van meningsuiting meer ruimte toe. Zoals gezegd, mogen uitlatingen dan zelfs kwetsen, choqueren en verontrusten.’[4]

De uitlatingen van Wilders waren daarmee niet van ‘zodanige aard dat ze vanwege grensoverschrijdendheid strafbaar moeten worden geacht en daarmee uitgesloten van het publieke debat.’[5] Bovendien had Wilders verklaard met de voorgestelde maatregelen niet iedere moslim te willen treffen. Concluderend, de belangrijkste reden om Wilders vrij te spreken is het feit dat hij heeft deelgenomen aan het maatschappelijk debat.

Wilders II-proces: de dilemma’s
En daarmee zijn we ook bij het hart van het Wilders II-proces. Tot waar reiken de grenzen van de vrijheid van meningsuiting voor een politicus? Is het wenselijk dat een rechter politici beknot in hun uitingsvrijheid? In de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) wordt enerzijds gewezen op de vrijheid van een politicus om bij te dragen aan het politieke en publieke debat. Deze vrijheid is van wezenlijk belang binnen een democratische samenleving. Deze uitspraken mogen kwetsen, choqueren en verontrusten en kunnen slechts om zeer dringende redenen worden beperkt. Anderzijds wordt er door het EHRM ook gewezen op de verantwoordelijkheid van een politicus. Een voorbeeld daarvan vormt de zaak Erbakan, waarbij het EHRM overwoog dat politici in hun openbare uitspraken woorden vermijden die de onverdraagzaamheid zouden kunnen aanwakkeren. In het arrest Féret overwoog het EHRM dat het aanzetten tot uitsluiting van vreemdelingen een fundamentele aantasting van mensenrechten inhoudt en van iedereen, met inbegrip van politici, en bijzondere voorzorg verlangt.[6] De Haagse rechters in het Wilders II-proces staan voor het dilemma welke kant benadrukt moet worden: de vrijheid van een politicus of diens verantwoordelijkheid?

Een ander dilemma voor de rechters in Den Haag betreffen de omstandigheden van het geval. In de Nederlandse rechtspraak is een ‘driestappenmodel’ ontwikkeld dat in (groeps)beledigingszaken standaard is: zijn de uitlatingen op zichzelf beledigend, maakt de context dat anders en zo ja, zijn de uitlatingen dan toch onnodig grievend?[7] De ‘minder Marokkanen’ uitspraak staat in een bredere context. Wilders vroeg het aanwezige publiek ook of zij meer of minder PvdA wilden en meer of minder Europese Unie. In die zin kunnen de drie vragen gezien worden als een retorische simplificatie van het PVV-verkiezingsprogramma. Daar staat tegenover dat de uitspraken doelbewust gebezigd zijn, en dat een PVV-medewerker de aanwezigen had geïnstrueerd om duidelijk ‘minder, minder’ te scanderen. Bovendien kan betoogd worden dat de ‘minder Marokkanen’ uitspraak onnodig grievend is ten opzichte van de Marokkaanse bevolkingsgroep. Wilders heeft zijn uitspraak later wel genuanceerd tijdens een persconferentie.[8] Wilders heeft niet de intentie Marokkanen uit Nederland te zetten, maar hij wil wel minder immigratie vanuit islamitische landen, vrijwillige remigratie bevorderen en criminele Marokkanen uit Nederland zetten door hun paspoort te ontnemen.

Recente rechtspraak
In het Wilders I-proces ging het om kritiek op de islam en het Nederlandse immigratiebeleid in het kader van het maatschappelijke debat. In het Wilders II-proces gaat het om groepsbelediging, maar de vraag is of de ‘minder Marokkanen’ uitspraak gekwalificeerd kan worden als strafbare groepsbelediging of als een legitieme uitlating van een politicus in het kader van het maatschappelijk debat. Niet alleen de rechtsvragen verschillen, ook zijn er recentelijk twee arresten gewezen door de Hoge Raad, waarin hij de grenzen van de vrijheid van meningsuiting aanscherpt. In het arrest Delano Felter, overwoog de Hoge Raad dat een politicus
‘daadwerkelijk in staat moet zijn zaken van algemeen belang aan de orde te stellen ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, chocqueren of verontrusten, maar anderzijds ook de verantwoordelijkheid die de politicus in het publieke debat draagt om te voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt die strijdig zijn met de wet en de met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat. Daarbij gaat het niet uitsluitend om uitlatingen die aanzetten tot haat of geweld of discriminatie, maar ook om uitlatingen die aanzetten tot onverdraagzaamheid.’[9]

Deze laatste zin is ontleend aan rechtspraak van het EHRM, en bevat een nadere begrenzing van de vrijheid van meningsuiting. Uitspraken van politici mogen niet aanzetten tot onverdraagzaamheid. Niet alleen dit arrest is in het nadeel van Wilders, ook een andere door de Hoge Raad gewezen uitspraak. Daarbij overwoog de Hoge Raad, in navolging van de parlementaire geschiedenis, dat het woord ‘ras’ in artt. 137c en 137d WSr, in de ruime zin moet worden verstaan, en daarmee huiskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming omvat.[10] In dit arrest hadden de hoofdverdachte en zijn mededemonstranten gescandeerd: ‘Ali B. en Mustapha, ga toch terug naar Ankara’. Dit werd door de Hoge Raad gezien als het aanzetten tot discriminatie.

Slot
Het tweede proces Wilders leidde opnieuw tot veel commotie over het al dan niet hacken van processtukken en de oproep van Wilders aan rechter Elianne van Rens om op te stappen. Maar dat is niet waar het proces om draait. Het gaat om de fundamentele vraag tot hoever een politicus mag gaan in zijn uitlatingen en wat de strafrechtelijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn. Alhoewel twee recentelijk gewezen arresten van de Hoge Raad nadelig uit kunnen pakken voor Wilders, is de uitkomst nog steeds spannend. Hoe zullen de Haagse rechters Wilders’ taak en positie als politicus beoordelen, en hoe zullen zij de -gecompliceerde- omstandigheden van dit specifieke geval meewegen?

 


[1]HR 10 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF0655.
[2]Rb. Amsterdam 23 juni 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9001, r.o. 4.2.
[3]Rb. Amsterdam 23 juni 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9001, r.o. 4.3.1.
[4]Rb. Amsterdam 23 juni 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9001, r.o. 4.3.2.
[5]Rb. Amsterdam 23 juni 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9001, r.o. 4.3.2.
[6]Zie ook: Rb. Amsterdam 23 juni 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9001, r.o. 4.3.1.
[7]HR 14 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE7632, NJ2003/261 m.nt. P.A.M. Mevis.
[9]HR 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3583, r.o. 4.4.4.
[10]HR 29 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:511, r.o. 3.5.
WIKIPEDIA
TWEEDE ZAAK- GEERT WILDERS
LIDEWIJ DE VOS[FORUM] IN DE TWEEDE KAMER/A EN B NEDERLANDERS

Reacties uitgeschakeld voor Noot 99/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 98/Waarschuwing

[98]
NORMALISERING VAN  EXTREEM-RECHTSE PARTIJEN EN HET OVERTON VENSTER
AI OVERZICHT
AI-overzicht
De normalisering van extreemrechtse partijen is nauw verbonden met het Overton-venster: het spectrum van ideeën dat het publiek acceptabel vindt. Door radicale standpunten herhaaldelijk te uiten en op te schuiven, verschuift de grens van hetgeen als ‘normaal’ wordt beschouwd, waardoor voorheen ondenkbare denkbeelden mainstream raken. [1234]
Wat is het Overton-venster?
Het Overton-venster (vernoemd naar politiek analist Joseph Overton) verdeelt politieke ideeën in een spectrum van ondenkbaar, radicaal en acceptabel, tot gangbaar en beleid. Wat binnen dit venster valt, is niet statisch. Het wordt bepaald door wat de maatschappij tolereert. [1]
Het mechanisme van normalisering
Extreemrechtse en rechts-extremistische groeperingen proberen doelbewust dit venster te verleggen. Dit gebeurt vaak via een aantal specifieke stappen: [1]
  • De schokgrens doorbreken: Door extreme uitspraken of controversiële standpunten te lanceren, verleggen deze partijen de aandacht. Wat voorheen als schandalig werd gezien, wordt nu onderwerp van gesprek. [1]
  • Normalisering door herhaling: Wanneer extreme standpunten (bijvoorbeeld over immigratie of de democratische rechtsorde) constant worden herhaald in debatten, wennen mensen eraan. Het idee verliest zijn scherpe randjes en wordt ‘geaccepteerd’ als legitieme mening. [1]
  • Strategische inbedding: Media en gematigde politieke partijen nemen (soms onbewust) de terminologie of frames van extreemrechts over. Hierdoor wordt het gedachtegoed onderdeel van de reguliere politiek. [123]
Gevolgen voor de politiek en samenleving
Het verschuiven van het Overton-venster naar rechts heeft directe gevolgen. Ideeën die ooit aan de radicale randen van het spectrum stonden – zoals het uitsluiten van specifieke bevolkingsgroepen of het afzwakken van instituties – worden bespreekbaar en kunnen uiteindelijk in wetgeving worden omgezet. [123]
Volgens de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) is dit verschuiven van het maatschappelijk debat een belangrijk doelwit voor rechts-extremistische groepen. De reguliere democratische partijen staan hierdoor voor de uitdaging om hun eigen democratische grenzen te bewaken, zonder de kiezers van deze partijen volledig buiten te sluiten. [123]
Meer achtergrond over de werking van het Overton-venster en de fasen van politieke normalisering vind je via de uitgebreide pagina op Wikipedia. [1]
WIKIPEDIA
OVERTON-VENSTER

Reacties uitgeschakeld voor Noot 98/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 97/Waarschuwig

97]

Reacties uitgeschakeld voor Noot 97/Waarschuwig

Opgeslagen onder Divers

Noot 96/Waarschuwing

[96]
”In de nacht van 9 op 10 mei 1940 overschreed het Duitse leger de Nederlandse grens. Dit feit, een nieuwe periode in de geschiedenis van ons volk inluidend, betekende zeker ook een wending in de geschiedenis van de Nederlandse Joden.”
…..
……
”Men kan aannemen, dat vrijwel allerwegen grote angst en verslagenheid hebben geheerst onder de Joden, hier en daar oplopend tot radeloosheid, ja, tot paniek. Deze bij het gehele Nederlandse volk optredende reacties deden zich bij hen eveneens voor, niet zelden in verhevigde mate – men vergelijke daarvoor slechts aard en omvang van ontsnappingspogingen met die van het Nederlandse volk in zijn geheel, van hun vlucht op de twee opengebleven uitwegen, de uitweg in den vreemde, de uitweg in de dood.

In den vreemde, dat was de grenzen over. In de zuidelijke provincies hier en daar in evacuaties mee, waaruit men een paar dagen later meestal weer met de anderen terugkeerde, net als die anderen de ramen opengooide, de klok opwond, de straat opging. En precies als voor die anderen leek er niets veranderd:

‘En jullie nu?’ zei de buurman. Hij kwam wat dichterbij.

‘Wat doen jullie?’

‘Wij?’ zei mijn vader, ‘wij doen niets. Waarom zouden we?’ En wanneer diezelfde vader met zijn dochter de soldaten van het bezettingsleger op straat ziet passeren:

‘Zie je wel’, zei mijn vader, toen we al bijna thuis waren, ‘ze doen ons niets’. En terwijl we voorbij het hekje van de buurman liepen, mompelde hij nog eens: ‘Ze doen ons niets’

DE EERSTE MAANDEN

ONDERGANG

DE VERVOLGING

DE VERDELGING VAN HET NEDERLANDSE JODENDOM

1940-1945

https://www.dbnl.org/tekst/pres003onde01_01/pres003onde01_01_0004.php

GEHELE BRON

https://www.dbnl.org/tekst/pres003onde01_01/downloads.php

Reacties uitgeschakeld voor Noot 96/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 95/Waarschuwing

[95]
VRAAG ASTRID ESSED AAN AI
WAT IS DE DIEPERE OORZAAK VAN EEN IN EN OUT GROUP
AI
De diepere oorzaak van het indelen van de wereld in een in-group (de eigen groep) en een out-group (de ‘anderen’) is terug te voeren op twee fundamentele drijfveren: evolutionaire overleving en het psychologische verlangen naar eigenwaarde. [12]
Dit fenomeen wordt in de sociale psychologie uitgebreid verklaard door de Social Identity Theory. [1]
Hieronder zijn de diepere oorzaken overzichtelijk opgesplitst:
1. Evolutionaire drang naar overleving
Vanuit evolutionair perspectief waren onze voorouders afhankelijk van de groep om te overleven. [1]
  • Veiligheid in getale: Samenwerken, jagen en kinderen opvoeden in een hechte stam verhoogde de overlevingskans.
  • Wantrouwen tegenover het onbekende: Vreemdelingen vormden in de oertijd vaak een fysieke bedreiging (gevaar voor conflicten, ziektes of concurrentie om schaarse middelen). [1]
  • Onbewuste waakzaamheid: Het brein is geëvolueerd om snel onderscheid te maken tussen ‘veilig’ (de eigen groep) en ‘onveilig’ (de out-group). [12]
2. De zoektocht naar identiteit en eigenwaarde
Volgens de Social Identity Theory ontlenen we een groot deel van onze identiteit en ons zelfbeeld aan de groepen waar we bij horen. [1]
  • Sociale categorisatie: Het brein deelt de wereld automatisch in hokjes in om onze complexe omgeving begrijpelijk te houden.
  • Sociale identificatie: We nemen de normen, waarden en kenmerken van onze eigen groep over en maken die onderdeel van ons eigen ‘ik’.
  • Sociale vergelijking: Om onszelf goed te laten voelen, vergelijken we onze in-group met andere groepen. We hebben de neiging om de eigen groep onbewust positiever te beoordelen dan de out-group, om zo onze eigenwaarde en trots een boost te geven. [12345]
3. Cognitieve vertekeningen (Biases)
Doordat ons brein patronen wil herkennen, ontstaan er automatisch denkfouten die de in/out-group dynamiek versterken: [123]
  • Ingroup-favoritisme: Leden van de eigen groep krijgen automatisch het voordeel van de twijfel, steun en sympathie.
  • Outgroup-homogeniteit: De neiging om alle leden van de andere groep als identiek en inwisselbaar te zien (‘Zij zijn allemaal hetzelfde’), terwijl we de eigen groep juist als divers en genuanceerd beschouwen. [123]
Gevolgen van in- en out-group denken
Dit mechanisme kan leiden tot saamhorigheid en sterke samenwerking, maar ook tot vooroordelen, uitsluiting en polarisatie. In de sociologie staat dit spanningsveld ook wel bekend als de wij-zij tegenstelling. Meer informatie over de mechanismen achter deze groepsdynamiek is te vinden op Wikipedia over In-groep en uit-groep. [12467]
AI
VRAAG ASTRID ESSED AAN AI
”WE WETEN DAT UITSLUITING TOT AUSCHWITZ LEIDT/WAT ZIJN DAN OEROORZAKEN WAARDOOR XENOFOBIE TOCH WEER DE KOP OPSTEEKT?
ANTWOORDEN DIVERSE AI’S
AI-overzicht
Xenofobie is diepgeworteld in de menselijke biologie en psychologie. De oeroorzaken waardoor deze angst voor het onbekende telkens weer de kop opsteekt, zijn terug te voeren op evolutionaire overlevingsmechanismen, aangevuld met actuele maatschappelijke stressfactoren. [12]
1. Evolutionaire angst en de ‘wij-zij’ reflex
Vanuit evolutionair oogpunt is het menselijk brein voorgeprogrammeerd om onderscheid te maken tussen de eigen groep en vreemden. De zogeheten ‘wij-zij’ reflex hielp onze voorouders te overleven. Wat bekend en vertrouwd was, betekende veiligheid, terwijl het onbekende (nieuwe mensen, andere gewoontes) potentieel gevaar of ziekte met zich mee kon brengen. [123]
2. Het gedragsimmuunsysteem
Wetenschappers linken xenofobie wel eens aan het ‘gedragsimmuunsysteem’. Dit is een onbewust psychologisch mechanisme dat ons waakzaam maakt voor ziektekiemen of afwijkende normen bij vreemden, om zo de eigen gezondheid en cultuur te beschermen. [1]
3. Stress en onzekerheid
Onder invloed van maatschappelijke stress (zoals economische onzekerheid, polarisatie, of de nasleep van uitsluiting) laait deze oerangst sterker op. Stressoren leiden tot een grotere behoefte aan controle en houvast. De ‘vreemdeling’ wordt in zulke tijden door angstgevoelens sneller gezien als de oorzaak van de problemen of als een bedreiging voor de eigen identiteit. [123]
4. Sociale identiteit en zondebokken
Mensen ontlenen een groot deel van hun eigenwaarde aan de groep waartoe ze behoren. Wanneer er collectieve angst of frustratie heerst, is het een bekend sociologisch fenomeen dat leiders of groeperingen deze gevoelens kanaliseren. Het aanwijzen van een zondebok (een minderheid of een specifieke groep) leidt af van complexe, onderliggende problemen en creëert schijnbaar eenvoudige ‘wij-tegen-zij’ oplossingen. [123]
Het mechanisme dat uitsluiting legitimeert en kan escaleren, is onlangs nog scherp geanalyseerd door het Nederlands Auschwitz Comité. Het besef dat deze angsten universeel zijn, benadrukt ook het belang van de educatieve projecten en waarschuwingen rondom uitsluiting die het Comité uitdraagt. [12]
AI-overzicht
Xenofobie wortelt in een oeroude evolutionaire angst voor het onbekende, gecombineerd met de menselijke neiging tot sterke groepsvorming (wij tegenover zij). Onder invloed van stress, onzekerheid en maatschappelijke spanningen laait deze latente angst vaak op, wat kan leiden tot het aanwijzen van zondebokken en uiteindelijk tot uitsluiting. [1234]
Wetenschappelijk en sociologisch gezien zijn de oeroorzaken van het steeds weer de kop opsteken van xenofobie terug te voeren op de volgende mechanismen:
  • De evolutionaire ‘stam’-reflex: De mens is geëvolueerd in kleine groepen. Om te overleven vertrouwden we op ons eigen volk en waren we instinctief op onze hoede voor vreemden die mogelijk gevaar of concurrentie voor schaarse middelen met zich meebrachten. [12]
  • Groepsidentiteit en Ingroup bias: Het menselijk brein deelt de wereld automatisch in categorieën. We hebben een aangeboren voorkeur voor onze eigen groep (de ingroup) en projecteren onbewust vaker negatieve eigenschappen op de buitenstaander (de outgroup). [12]
  • Stress en bestaanszekerheid: Volgens psychologisch onderzoek functioneert xenofobie als een verdedigingsmechanisme. In tijden van economische crisis, pandemieën, of snelle maatschappelijke veranderingen (zoals globalisering), stijgt de stress. Mensen zoeken houvast en de angst voor verlies van status of middelen maakt hen vatbaarder voor vijandbeelden. [123]
  • Politieke en maatschappelijke ‘voeding’: Het wantrouwen tegenover vreemden is vaak latent aanwezig, maar wordt manifest wanneer politieke leiders, media of belangengroepen deze angst actief instrumentaliseren en aanzetten tot polarisatie. Het criminaliseren van de ‘ander’ creëert een voedingsbodem voor uitsluiting. [123]
De geschiedenis leert dat deze mechanismen nooit helemaal verdwijnen, maar onder de juiste omstandigheden door stress en manipulatie kunnen ontaarden in geweld en systemische discriminatie. Instellingen zoals het Nationaal Holocaust Museum spelen juist daarom een cruciale rol in het waarschuwen tegen hedendaagse uitsluiting. [12345]

Reacties uitgeschakeld voor Noot 95/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers