Noot 102/Waarschuwing
Reacties uitgeschakeld voor Noot 102/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 101/Waarschuwing
Reacties uitgeschakeld voor Noot 101/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 100/Waarschuwing
- Cijfers: Van de ongeveer 140.000 Joden in Nederland, zijn er circa 104.000 (ongeveer 75%) vermoord.
- Slachtoffers: Wereldwijd werden ongeveer 6 miljoen Joden systematisch omgebracht door de nazi’s.
- Deportatie: Tienduizenden Nederlandse Joden werden via doorgangskamp Westerbork getransporteerd naar vernietigingskampen in Oost-Europa, zoals Auschwitz-Birkenau en Sobibór. [1, 2]
- Cijfers: In Europa werden naar schatting tussen de 250.000 en 500.000 Roma en Sinti vermoord. In Nederland overleefde slechts een klein deel; van de 245 in 1944 gedeporteerde Sinti en Roma keerden er na de oorlog slechts tientallen terug. [1, 2]
- Razzia’s: De grootste en meest ingrijpende actie in Nederland vond plaats op 16 mei 1944, toen er door voornamelijk Nederlandse politieagenten in opdracht van de bezetter landelijke razzia’s werden gehouden. Honderden woonwagenbewoners, Sinti en Roma werden opgepakt en naar Westerbork gebracht. [1, 2, 3]
- Erkenning: Het leed en de historische impact bleef in de naoorlogse decennia vaak zwaar onderbelicht. [1]
- Nationaal Comité 4 en 5 mei: Uitgebreide documentatie over de achtergrond en de specifieke slachtoffers is terug te vinden in het overzicht van Sinti en Roma op de website van Tweedewereldoorlog.nl. [1]
- Onderzoek naar de razzia’s: De geschiedenis en nasleep van het Nederlandse zigeunertransport is onderzocht en gedocumenteerd door journalistieke platformen zoals Pointer, lees er meer over in het artikel over de Nederlandse Zigeunerrazzia. [1]
- Herdenkingen: Het herdenken van de vervolgden gebeurt op meerdere niveaus. Informatie over historische documentatie is onder andere te vinden bij de Documentatiegroep ’40-’45. [1]
De ‘vergeten’ Holocaust van Sinti en Roma
Voor het eerst wordt deze ‘vergeten Holocaust’ verhaald tijdens een tentoonstelling in Vught. Middels foto- en documentatiemateriaal wordt het verhaal van de vervolging tussen 1939 en 1945 in beeld gebracht in vier delen met soms gruwelijke beelden van de slachtpartijen door de zogenaamde Einsatzgruppen.
In het eerste deel wordt verteld over de eerste maatregelen tegen de zogenaamde zigeuners en de uitsluiting die vooraf ging aan de uiteindelijk georganiseerde massamoord.
Het tweede hoofdstuk vertelt het verhaal over de landen waarin de ‘zigeuners” werden opgepakt zoals gebeurde in de Sovjet Unie, Polen, België, Joegoslavië maar ook Nederland. De plek waar uiteindelijk de meeste Sinti en Roma werden vermoord komt aan de orde in het derde hoofdstuk. Het betrof Sectie B lle van het vernietigingskamp Auschwitz Birkenau dat destijds werd aangeduid als het Zigeunerlager. In dit deel van de expositie wordt stilgestaan bij de strijd om het bestaan binnen dit vernietigingskamp, de dwangarbeid, de terreur en de medische experimenten op de door de Nazi’s als Untermenschen aangeduide gevangenen.
Deel vier vertelt tenslotte over de herinneringen aan de vervolging in het huidige Europa en schetst de huidige situatie van Sinti en Roma in Europa.
Met de joden waren het ook de zigeuners die op basis van raciale oorsprong gedurende het Derde Rijk werden vervolgd en massaal vermoord.
Naast de expositie is er gelijktijdig op het buitenterrein een foto-expositie met 27 portretten van nabestaanden van de oorlogsslachtoffers, hun kinderen of kleinkinderen. De door fotograaf Rogier Fokke gemaakte portretten zijn metershoog en tonen indringend de hoofden van volwassenen en soms kinderen die allen gekleed zijn in donkere kleding tegen een duistere achtergrond. Titel van de expositie is Paramisa wat “vertelling” in het Romanesj betekent.
‘The Holocaust against the Roma and Sinti and present day racism in Europa Nationaal’, tot en met 31 augustus 2007
bron: www.brabantsdagblad.nl
| 01-07-1940 | Verbod voor Joden om in de luchtbeschermingsdienst te werken. |
| 02-07-1940 | Joden worden uitgesloten van tewerkstelling in Duitsland. |
| 31-07-1940 | Verbod op ritueel slachten wordt aangekondigd. Vanaf5 augustus 1940 wordt de ‘Verordening ter vermijding van het kwellen van dieren bij het slachten’ van kracht. |
| 28-08-1940 | Het College van secretarissen-generaal krijgt informeel de opdracht geen persoon van ‘Joodschen bloede’ in overheidsdienst te benoemen, te kiezen of te bevorderen. |
| 04-09-1940 | Alle niet-Nederlandse Joden dienen op last van de Duitse autoriteiten de kustgebieden te verlaten. In de periode tussen 4 en 9 september vond dit gedwongen vertrek in Den Haag plaats. |
| 06-09-1940 | Verbod om Joden in overheidsdienst aan te nemen. Joden die al in dienst zijn mogen niet bevorderd worden. Kort daarop wordt dit uitgebreid van departementen en universiteiten naar alle gesubsidieerde instellingen. |
| 13-09-1940 | Verordeningen betreffende het werk van joden en anderen in overheidsdienst. |
| 14-09-1940 | Joden worden geweerd van markten in Amsterdam. |
| 26-09-1940 | Verbod op publicatie van Joodse kranten, met uitzondering van Het Joodsche Weekblad. |
| 30-09-1940 | Circulaire aan plaatselijke overheden waarin een jood wordt gedefinieerd als iemand met een joodse grootouder die lid is geweest van de joodse gemeenschap. |
| 01-10-1940 | Elke Nederlander moet zich kunnen legitimeren met een distributiestamkaart met pasfoto, een geldig paspoort, een bewijs van Nederlanderschap of een door de Burgemeester afgegeven tijdelijk identiteitsbewijs. In aansluiting hierop wordt op 14 oktober 1940 besloten door de Secretarissen Generaal tot invoering van de legitimatieplicht en op 17 oktober 1940 kwam het besluit tot invoering van het Persoonsbewijs. Op 2 november 1940 zou de invoering van het Persoonsbewijs officieel in de pers bekend worden gemaakt. De Duitsers hadden besloten dat hiervoor één centraal systeem moest worden ingevoerd. |
| 05-10-1940 | Alle medewerkers aan universiteiten, departementen en gesubsidieerde instellingen moeten een Ariërverklaring invullen over hun afstamming. |
| 22-10-1940 | Afkondiging van een verordening (VO 189/1940) waarin werd bepaald dat Joodse ondernemingen zich moesten aanmelden bij de Wirtschaftsprüfstelle, een afdeling van het Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft, met een opgave van het vermogen van hun onderneming. Deze verordening regelt in grote lijnen ook wie wel en wie niet als Jood beschouwd dient te worden. De omschrijving is vooral bedoeld om ervoor te zorgen dat de bedrijven niet te makkelijk op naam kunnen worden gezet van anderen. De definitie in artikel 4 zal echter later bij de deportaties veelvuldig worden toegepast. Dat Artikel 4 van de verordening bepaalt wat onder een ‘Jood’ moet worden verstaan:
|
| 04-11-1940 | Aankondiging dat per 21 november alle Joodse ambtenaren zullen worden geschorst en later ontslagen. |
| 21-11-1940 | Er gaat een aankondiging uit, waarbij Joden uit hun overheidsfuncties worden ontheven. |
| 19-12-1940 | Verbod voor Joden om Duits huishoudelijk personeel in dienst te hebben. |
| 07-01-1941 | De Nederlandse bioscoopbond bepaalt dat joden niet meer tot bioscopen mogen worden toegelaten, wat op 12 januari in dagbladen wordt bekend gemaakt. |
| 10-01-1941 | Alle Joden of personen met tenminste één Joodse grootouder moeten zich laten registreren bij de bevolkingsadministratie. Binnen vier weken na afkondiging moeten alle gemeenten opgave hebben gedaan, wat niet geheel binnen de termijn werd gedaan maar ook geen problemen opleverde omdat de Duitsers de gewenste gegevens ook konden verkrijgen vanuit de bevolkingsregisters en de administratie van de joodse gemeenten. Slechts een enkeling (twintig volgens dr. Lou de Jong) binnen de Joodse bevolking weigert. Er staan officieel 160.820 Joden geregistreerd, waarvan 15.549 half-Joden en 5.719 kwart-Joden. |
| 16-01-1941 | Voor Amsterdam, de stad waar verreweg het grootste deel van de Joodse bevolking woont, volgt een extra maatregel. Zij dienen ook op te geven hoeveel huizen en hoeveel winkels de Joden bezitten, waar hun scholen en synagogen zich bevinden, welke tram- en buslijnen naar die wijken lopen, welke culturele instellingen er zijn. |
| 01-02-1941 | Invoering van een numerus clausus in het onderwijs. |
| 05-02-1941 | Artsen moeten opgeven of zij van Joodse bloede zijn. |
| 11-02-1941 | Joden mogen niet meer naar de universiteit. |
| 12-02-1941 | De buurt met veel Joodse mensen in Amsterdam wordt met prikkeldraad afgezet en omgedoopt tot de Joodsche Wijk. De versperring verdwijnt kort daarop, maar de borden blijven staan. |
| 13-02-1941 | Oprichting van de Joodse Raad onder voorzitterschap van Abraham Asscher en David Cohen, die de dubieuze opdracht krijgt alle Duitse maatregelen uit te voeren, waaronder bepalen welke groep Joden met het eerstvolgende transport mee moet en alle protesten direct in de kiem smoren. Ze kunnen hiervoor beschikken over de enige Joodse krant, Het Joodsche Weekblad. Voor drie grote en negen kleine groepen was een tijdelijke vrijstelling van deportatie, een Sperre (bis auf weiteres freigestellt vom Arbeitseinsatz), die voor bijna iedereen in feite slechts het verschil tussen ‘een latere dood of een vroegere dood’ betekende. Die twaalf groepen waren:
|
| 22-02-1941 | Op deze dag en op 23 februari vinden de eerste arrestaties in Amsterdam van 427 Joden plaats, die worden afgevoerd naar Mauthausen, na gewelddadige protesten tegen de maatregelen. Als reactie hierop breekt de Februaristaking uit, de enige anti-pogromstaking in de hele oorlog. |
| 27-02-1941 | Joden mogen niet meer als bloeddonor optreden. |
| 28-02-1941 | Maatregelen tegen joodse organisaties zonder economisch doel. |
| 12-03-1941 | Afkondiging van een tweede verordening (VO 48/1941) bepaalde dat kleine Joodse ondernemingen geliquideerd en grote of economisch belangrijke Joodse ondernemingen geariseerd moesten worden, dat wil zeggen voortgezet door niet-Joden. Kleine bedrijfjes werden geliquideerd door de Omnia Treuhandgesellschaft in samenwerking met door de Omnia aangestelde Liquidationstreuhänder. |
| 31-03-1941 | Oprichting van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung, het centrale kantoor voor de emigratie van Joden. Het kantoor in Amsterdam organiseerde vanaf van de oprichting, die nooit officieel werd afgekondigd, tot het najaar van 1943 de deportatie van de Joden uit Nederland naar de concentratiekampen in Duitsland en Polen. De Nederlandse Zentralstelle werd op bevel van Reinhard Heydrich en op verzoek van Arthur Seyss-Inquart opgericht. |
| 01-04-1941 | Bordjes met de tekst ‘Voor Joden verboden’ worden in Nederlandse cafés verplicht. |
| 01-04-1941 | In april 1941 werd begonnen met de uitreiking van persoonsbewijzen aan iedereen in Nederland van 14 jaar en ouder. Het was een algemene verplichting en dus in die zin geen typische anti-Joodse maatregel, maar het document was wel een belangrijke administratieve schakel in de onderdrukkingspolitiek van de Duitse bezetter, gericht op de arrestatie van Joden en de opsporing van mensen in het verzet. Via Verordening nr 6/1941, artikel 9 werd namelijk bepaald dat voor personen van geheel of gedeeltelijk Joodse afkomst een bewijs van aanmelding moest worden opgemaakt. Dit bewijs van aanmelding gaf een aanduiding hoeveel Joodse voorouders iemand had. Het was verplicht om dit gele kaartje bij het persoonsbewijs bij zich te hebben, maar velen ‘vergaten’ dat, waardoor de opsporing van Joden bemoeilijk werd. Als gevolg daarvan moesten Joden zich vanaf 3 juli 1941 nogmaals aanmelden om een zwarte J op het persoonsbewijs te laten zetten. Er kwam één zwarte J naast de pasfoto en één J op de voorkant. Vanaf 23 januari 1942 hadden alle Joodse burgers twee grote zwarte J’s gestempeld op het hun persoonsbewijs. . |
| 15-04-1941 | Bevel van General kommissar Hanns Rauter aan alle joden om hun radiotoestellen in te leveren op grond van een verordening van 11 februari.Op 13 mei 1943 zal dit voor de andere Nederlanders van toepassing worden. Met de invordering bij de politie wordt op 2 april 1941 begonnen. |
| 01-05-1941 | Joodse advocaten, apothekers en artsen mogen geen niet-Joodse klanten en patiënten hebben. Verder wordt Joden de toegang tot effecten- en handelsbeurzen verboden en mogen Joden niet langer markten bezoeken. |
| 06-05-1941 | Bepaalde straten in Amsterdam worden aangemerkt als ‘joodse straten’. |
| 15-05-1941 | Synagoge in Den Haag wordt door brand verwoest. |
| 15-05-1941 | Besloten wordt tot arisering van orkesten. |
| 27-05-1941 | Verordening betreffende de aangifte en verzorging van landbouwgronden in joodse handen. |
| 31-05-1941 | Verbod aan Joden om zwembaden en stranden te bezoeken. |
| 11-06-1941 | Weer een razzia en een deportatie van 300 Joden uit Amsterdam naar Mauthausen. |
| 01-08-1941 | Joodse makelaars mogen niet langer voor niet-Joden werken. |
| 08-08-1941 | Eerste LiRo-verordening VO 148/1941: Joden zijn verplicht hun banktegoeden van meer dan duizend gulden (ongeveer 450 euro) over te maken naar de Lippmann-Rosenthal Bank, een voormalige Joodse bank die door de Duitsers is overgenomen. |
| 01-09-1941 | Joodse kinderen mogen niet meer naar openbare scholen. |
| 14-09-1941 | Razzia in Twente. Er worden honderd Joodse mannen opgepakt en gedeporteerd naar Mauthausen. |
| 15-09-1941 | De beruchte plakkaten met het opschrift ‘Verboden voor Joden’ verschijnen. Joden mogen geen bezoeken meer brengen aan parken, dierentuinen, cafés, restaurants, hotels, pensions, schouwburgen, cabarets, variétés, bioscopen, sportinrichtingen, concerten, openbare bibliotheken, leeszalen of musea. |
| 16-09-1941 | Invoering van reisvergunningen. |
| 22-09-1941 | Joden worden geweerd uit alle verenigingen en stichtingen zonder economisch doel. |
| 24-09-1941 | Vergunningen verplicht voor het uitoefenen van bepaalde ambachten en beroepen. |
| 07-10-1941 | Razzia in Gelderland (Achterhoek, Arnhem, Apeldoorn en Zwolle). Er worden honderd Joden opgepakt en gedeporteerd. |
| 20-10-1941 | Verdere verordeningen betreffende het uitoefenen van beroepen van joden. De Joodsche Raad gaat akkoord met de samenstelling van een cartotheek van joden in Nederland. |
| 22-10-1941 | Joden moeten niet-joodse verenigingen verlaten en worden vanaf 7 november geweerd uit bridge-, dans- en tennisclubs. |
| 28-10-1941 | Duitsers erkennen nog slechts de Joodsche Raad als belangenbehartiger van de Nederlandse Joden. |
| 01-11-1941 | Via een verordening worden 1600 vergunningen ingetrokken tot het uitoefenen van een beroep door Joden. |
| 03-11-1941 | In Amsterdam worden Joodse markten ingesteld. |
| 07-11-1941 | Joden mogen zonder toestemming niet meer reizen of verhuizen. |
| 05-12-1941 | Alle buitenlandse Joden in Nederland moeten zich voor ‘emigratie’ laten registreren. |
| 01-01-1942 | Joden mogen geen niet-Joods huishoudelijk personeel meer hebben. |
| 01-01-1942 | Joodse mannen worden opgeroepen voor kampen van de Rijksdienst voor de Werkverruiming in Noord- en Oost-Nederland (de zgn. Joodse werkkampen) |
| 09-01-1942 | Openbaar onderwijs wordt voor Joden van alle leeftijden verboden. |
| 10-01-1942 | In het oosten en noorden van het land worden werkkampen voor Joden ingericht. De eerste Joden uit Amsterdam vertrekken naar deze Joodse werkkampen. |
| 17-01-1942 | De Zaandamse joden moeten naar Amsterdam verhuizen, waarmee de concentratie van Joden in het Judenviertel in Amsterdam begint. |
| 23-03-1942 | Verbod voor Joden om vervoermiddelen te bezitten of te besturen. |
| 25-03-1942 | Verbod voor Joden om met niet-Joden te trouwen. Buitenechtelijke seksuele omgang met niet-Joden zal zwaar gestraft worden. |
| 26-03-1942 | Huisraad in woningen van Joden mag niet worden verwijderd. |
| 01-04-1942 | Joden mogen niet meer trouwen in het stadshuis van Amsterdam. |
| 24-04-1942 | Een groot aantal joodse slagerijen moet sluiten. |
| 03-05-1942 | Alle Voljoden ouder dan zes jaar moeten een gele zespuntige Davidster met het woord “Jood” zichtbaar op hun kleding dragen. Halfjoden zijn uitgezonderd van deze verplichting. De leden van de Joodse Raad waren van de maatregel al op 29 april 1942 op de hoogte gesteld. |
| 12-05-1942 | Joden mogen geen rekening meer hebben bij de postgirodienst. |
| 21-05-1942 | Tweede LiRo-verordening VO 58/1942. Joden moeten al hun goud, zilver, antiek, kunstvoorwerpen, waardevolle spullen en cultuurgoederen inleveren bij Lippmann-Rosenthal aan de Sarphatistraat te Amsterdam. |
| 29-05-1942 | Joden mogen niet meer vissen |
| 05-06-1942 | Volledig reisverbod voor alle Joden. |
| 11-06-1942 | Joden worden geweerd van de vismarkt. |
| 12-06-1942 | Joden mogen slechts op bepaalde tijdstippen boodschappen doen bij een beperkt aantal winkels. Niet-Joodse winkels worden voor hen verboden. Ook wordt alle sport voor Joden verboden en moeten Joden hun fietsen en andere voertuigen inleveren. De maatregel wordt in Amsterdam pas een maand later van kracht. Ze kunnen hun fietsen tot en met 21 juli 1942 inleveren op het Frederiksplein, bij het Olympisch Stadion of in de Ter Gouwstraat. Wie zijn rijwiel niet inlevert, kan een celstraf van maximaal een half jaar of een geldboete van duizend gulden krijgen. Vanaf 28 juli 1942 moeten álle herenrijwielen ingeleverd worden, dus ook die van niet-Joden. |
| 26-06-1942 | De Joodse Raad wordt ingelicht over de aanstaande deportatie van Joden naar het Oosten, in versluierend taalgebruik Polizeilicher Arbeitseinsatz |
| 30-06-1942 | Instelling van de avondklok, Joden moeten tussen 20.00 uur en 06.00 uur thuis zijn. Ze mogen ook niet meer fietsen. |
| 05-07-1942 | Eerste oproepen van de Joodse Raad vallen in de bus. |
| 06-07-1942 | Verbod voor Joden om te telefoneren en verbod om bij niet-Joden op bezoek te gaan. Joden mogen in Joodse winkels alleen tussen 15.00 en 17.00 uur inkopen doen; in niet-Joodse winkels mochten ze sinds juni 1942 al niet meer komen. |
| 14-07-1942 | Razzia in Amsterdam en transport naar het doorgangskamp Westerbork. De verlaten Joodse huizen worden door de Duitsers leeggehaald. |
| 15-07-1942 | Vanuit Westerbork vertrekt de eerste trein met 1.135 Joden naar Auschwitz. Gedurende de gehele maand augustus vinden in Nederland razzia’s plaats. Tot 13 september 1944 zal wekelijks een trein naar Auschwitz of Sobibor gaan. |
| 17-07-1942 | Er wordt afgekondigd dat Joden alleen tussen 15.00 en 17.00 ’s middags mogen winkelen. |
| 22-07-1942 | De Hollandsche Schouwburg wordt in dienst genomen als verzamelplaats waar de Joden zich dienen te melden en opgehaalde en opgepakte Joden worden vastgehouden. |
| 31-07-1942 | Het wordt Joden verboden nog langer in kapsalons te komen. |
| 08-09-1942 | In Den Haag wordt het Joden verboden op publieke banken plaats te nemen. |
| 15-09-1942 | Joodse studenten krijgen een studieverbod opgelegd. |
| 02-10-1942 | Alle Joden uit werkkampen in Nederland (circa 5.000 man) worden overgebracht naar Westerbork. Op deze en de daarop volgende dag worden in vele kleinere provincieplaatsen hun gezinnen thuis opgehaald. Ongeveer 12.000 vrouwen en kinderen worden naar Westerbork vervoerd. |
| 15-10-1942 | De crèche aan de Plantage Middenlaan 31 wordt gebruikt als dependance van de Hollandsche Schouwburg. Joodse kinderen wachten hier gescheiden van hun ouders op deportatie. |
| 15-01-1943 | Alle vondelingen worden beschouwd als Joodse kinderen; ze worden naar de crèche in Amsterdam gebracht en gedeporteerd. |
| 16-01-1943 | Vanuit de Hollandsche Schouwburg wordt een eerste groep van 450 Joden naar het nieuwe werkkamp Vught gebracht. In totaal zullen er in de oorlog 12.000 Joden gevangen worden gehouden. |
| 20-01-1943 | De Ordedienst van Kamp Westerbork verschijnt in de Joodse instelling voor verstandelijk gehandicapten Het Apeldoornsche Bos. Op het station van Apeldoorn wordt die dag een goederentrein met veertig wagons in gereedheid gebracht. De helft van het personeel en een klein aantal patiënten vlucht ’s nachts en duikt onder. |
| 21-01-1943 | In de nacht van donderdag 21 januari op vrijdag 22 januari 1943 worden alle patiënten van Het Apeldoornsche Bos in vrachtwagens naar de gereedstaande goederentrein gebracht. |
| 22-01-1943 | In alle vroegte vertrekt de trein met bijna 1200 patiënten en 50 personeelsleden van Het Apeldoornsche Bos, rechtstreeks naar Auschwitz. Bij aankomst enkele dagen later worden alle patiënten direct gedood. De resterende 300 personeelsleden en ruim honderd Joodse Apeldoorners worden met een gewone trein naar Westerbork vervoerd en van daaruit later gedeporteerd. |
| 05-02-1943 | Bepaling dat alle officiële post via de Joodsche Raad moet gaan. Joden mogen geen verzoekschriften of brieven meer rechtstreeks naar de Duitse autoriteiten sturen. |
| 02-03-1943 | Eerste transport vanuit Westerbork naar het nieuwe vernietigingskamp |
| 15-03-1943 | De Duitsers constateren dat zo’n 25.000 Joden ergens zijn ondergedoken. In een bijeenkomst in Den Haag besluiten Harster, Zöpf en Lages te gaan werken met premies om ondergedoken Joden op te sporen. Harster bepaalt de premie op zeven gulden en vijftig cent per Jood, een bedrag dat kan worden verdubbeld als de Jood de verordeningen heeft overtreden. |
| 10-04-1943 | Verbod voor Joden om te verblijven in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Alle Joden uit Noord-Brabant worden verplicht zich te melden bij Kamp Vught. |
| 22-04-1943 | Verbod voor Joden om zich te bevinden in de provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Holland, met uitzondering van Amsterdam. In feite zijn hiermee alle Joden in Duitse gevangenschap, met uitzondering van een beperkt aantal Amsterdamse Joden, enkelen met een uitzonderlijke vrijstelling (“Sperre”) en ondergedoken Joden. |
| 23-04-1943 | De bezetter verklaart de Nederlandse provincies ‘judenrein’. |
| 05-05-1943 | De bezetter deelt schriftelijk aan alle instanties die betrokken waren bij de Jodenvervolging mee, dat in de maanden mei en juni 23.000 Joden gedeporteerd moesten worden. Het is de derde fase van de Jodenverdrijving, die betrekking kan hebben op al degenen die tot dan een Sperre hadden. Hiervan waren slechts een deel van de groep gemengd-gehuwde Joden en de groep Calmeyer-joden uitgezonderd. Voor de gemengd-gehuwden werd bepaald dat kinderloze gemengd-gehuwden naar Westerbork moesten worden afgevoerd. De overige gemengd-gehuwden kregen de keuze: deportatie of sterilisatie. Het streven naar een judenrein Nederland moest betekenen dat nergens meer een Jodenster te zien mocht zijn. De duizenden gemengd-gehuwden moesten daarom sternbefreit worden, ofwel ontslagen van de verplichting een Jodenster te dragen. Ook kon men na sterilisatie weer de beschikking krijgen over vermogen dat was afgedragen aan de roofbank Lippmann-Rosenthal. Bovendien kon men onder bepaalde restricties weer deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. De resterende beperking was dat in het paspoort een J stond om voor de bezetter als Jood herkenbaar te blijven. Dat was wel een kleinere en rode J. De groep werd gedwongen een verklaring te ondertekenen dat men vrijwillig tot deze ingreep had besloten. Slechts een beperkt deel van de groep stemde in met sterilisatie; de meeste verkozen onderduiken of deportatie. Van de ongeveer vierduizend gemengd-gehuwde Joodse vrouwen hoefden degenen van 45 jaar en ouder niet te worden gesteriliseerd. Onder de groep 45 jaar en jonger werd geprobeerd onder de verplichting uit te komen via valse verklaringen dat men om medische redenen niet langer vruchtbaar was en sterilisatie dus niet langer noodzakelijk was. Anderen trachtten via de onderduik aan de operatie te ontkomen. |
| 26-05-1943 | Razzia in Amsterdam. Duizenden Joden worden naar Westerbork overgebracht. |
| 07-06-1943 | Vertrek kindertransporten vanuit kamp Vught naar kamp Westerbork om daarvandaan op 8 juni naar Sobibor getransporteerd te worden, waar de kinderen direct na aankomst op 11 juni vergast werden. |
| 20-06-1943 | Opnieuw een grote razzia in Amsterdam met duizenden opgepakte Joden die naar Westerbork worden gestuurd. |
| 29-09-1943 | Laatste grote razzia in Amsterdam. Transport van de laatst overgebleven Joden uit Amsterdam naar Westerbork, waaronder de leden van de Joodsche Raad. Vanaf dit moment zijn er, met uitzondering van de groep gemengd-gehuwden, de groep Calmeijer en ondergedoken Joden geen Joden meer in Nederland. |
| 19-11-1943 | De Hollandsche Schouwburg wordt gesloten nadat de laatste groep opgepakte Joden uit de onderduik is afgevoerd. |
| 19-11-1943 | Eerste transport vanuit Westerbork naar Theresienstadt. |
| 11-01-1944 | Eerste transport vanuit Westerbork naar het concentratiekamp Bergen-Belsen |
| 02-02-1944 | Alle Portugees-israëlitische joden die als ‘Portugezen’ op de beschermende ‘Lijst-Calmeyer’ stonden alsnog uit hun huis gehaald en naar Kamp Westerbork overgebracht. Op 25 februari 1944 wordt deze groep van 308 personen eerst naar Theresienstadt gedeporteerd en enkele maanden later naar Auschwitz. |
| 01-03-1944 | Razzia in Amsterdam op gemengd gehuwden. |
| 01-05-1944 | Invoering van de TD-kaart, de Tweede Distributiestamkaart, als aanvulling op de in 1939 in Nederland in gebruik genomen distributiekaart voor de aanschaf van voedingsmiddelen. De TD-kaart werd gekoppeld aan de controle van persoonsbewijzen. Doel was te verhinderen dat Joodse onderduikers en verzetsmensen aan voedsel konden komen en in hun pogingen daartoe makkelijker op te sporen zouden zijn. |
| 16-05-1944 | Razzia’s naar zigeuners en asocialen. |
| 02-06-1944 | Laatste transport vanuit kamp Vught naar Auschwitz. |
| 13-09-1944 | Laatste transport vanuit Westerbork. |
Reacties uitgeschakeld voor Noot 100/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 99B/Waarschuwing
De meest ingrijpende reactie – mede afgedwongen door de bezetter – was de oprichting van de Joodsche Raad voor Amsterdam in februari 1941, onder leiding van diamantair Abraham Asscher en hoogleraar David Cohen. [1, 2]
- Doel: Zij accepteerden deze taak in de veronderstelling dat ze door onderhandelingen met de Duitsers het ergste konden voorkomen of de maatregelen konden vertragen. [1]
- Gevolg: De Raad fungeerde in de praktijk als een doorgeefluik van de Duitse bevelen, waardoor Joodse leiders ongewild meewerkten aan de eigen isolatie en uiteindelijke deportatie. [1]
Elke nieuwe verordening – van het inleveren van radio’s tot de invoering van de ‘Jodenster’ in mei 1942 – werd door velen gezien als een opzichzelfstaand, tijdelijk offer. Het stelselmatige karakter van de ontmenselijking werd door de meesten pas begrepen toen het al te laat was. [1, 2, 3, 4]
In tegenstelling tot wat men zou verwachten, koos het merendeel van de Joodse bevolking in het begin voor berusting. Dit kwam deels door een diepgeworteld vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat, deels door angst, en deels door de wens om de eigen gemeenschap niet in gevaar te brengen. Verzet tegen het ontslag van Joodse ambtenaren kwam aanvankelijk vooral uit niet-Joodse hoek, zoals van de kant van de kerken en universiteiten. [1]
Er was ook sprake van individuele, creatieve en intellectuele weerstand. Bekende Joodse fotografen en journalisten, zoals Sem Presser, legden de razzia’s en het dagelijks leven van vervolgden heimelijk of in opdracht vast. Hoewel deze beelden gevaarlijk waren, vormden ze later essentieel bewijsmateriaal voor de Holocaust in Nederland. [1, 2, 3]
Naarmate de deportaties in de zomer van 1942 op gang kwamen, veranderde de reactie in de gemeenschap drastisch. Het besef drong door dat gehoorzaamheid niet beschermde tegen vernietiging. Dit leidde tot de massale zoektocht naar onderduikadressen en de vorming van Joods en niet-Joods verzet, al kon dit niet voorkomen dat uiteindelijk ongeveer 75% van de Joodse Nederlanders de oorlog niet overleefde. [1, 2, 3]
Reacties uitgeschakeld voor Noot 99B/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 99A/Waarschuwing
De meest ingrijpende reactie – mede afgedwongen door de bezetter – was de oprichting van de Joodsche Raad voor Amsterdam in februari 1941, onder leiding van diamantair Abraham Asscher en hoogleraar David Cohen. [1, 2]
- Doel: Zij accepteerden deze taak in de veronderstelling dat ze door onderhandelingen met de Duitsers het ergste konden voorkomen of de maatregelen konden vertragen. [1]
- Gevolg: De Raad fungeerde in de praktijk als een doorgeefluik van de Duitse bevelen, waardoor Joodse leiders ongewild meewerkten aan de eigen isolatie en uiteindelijke deportatie. [1]
Elke nieuwe verordening – van het inleveren van radio’s tot de invoering van de ‘Jodenster’ in mei 1942 – werd door velen gezien als een opzichzelfstaand, tijdelijk offer. Het stelselmatige karakter van de ontmenselijking werd door de meesten pas begrepen toen het al te laat was. [1, 2, 3, 4]
In tegenstelling tot wat men zou verwachten, koos het merendeel van de Joodse bevolking in het begin voor berusting. Dit kwam deels door een diepgeworteld vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat, deels door angst, en deels door de wens om de eigen gemeenschap niet in gevaar te brengen. Verzet tegen het ontslag van Joodse ambtenaren kwam aanvankelijk vooral uit niet-Joodse hoek, zoals van de kant van de kerken en universiteiten. [1]
Er was ook sprake van individuele, creatieve en intellectuele weerstand. Bekende Joodse fotografen en journalisten, zoals Sem Presser, legden de razzia’s en het dagelijks leven van vervolgden heimelijk of in opdracht vast. Hoewel deze beelden gevaarlijk waren, vormden ze later essentieel bewijsmateriaal voor de Holocaust in Nederland. [1, 2, 3]
Naarmate de deportaties in de zomer van 1942 op gang kwamen, veranderde de reactie in de gemeenschap drastisch. Het besef drong door dat gehoorzaamheid niet beschermde tegen vernietiging. Dit leidde tot de massale zoektocht naar onderduikadressen en de vorming van Joods en niet-Joods verzet, al kon dit niet voorkomen dat uiteindelijk ongeveer 75% van de Joodse Nederlanders de oorlog niet overleefde. [1, 2, 3]
Reacties uitgeschakeld voor Noot 99A/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 99/Waarschuwing
Wilders:”Ik zou van iedereen hier een antwoord willen hebben op de volgende drie vragen:”Drie vragen, alsjeblieft geef een helder antwoord, die onze partij, de PVV definieren:”En de eerste vraag is:”Willen jullie meer of minder Europse Unie?”[PVV aanhang scandeert]:”MINDER….! MINDER, MINDER, MINDER MINDER MINDER MINDER……..!Wilders:”De tweede, de tweede vraag is, misschien nog belangrijker:”Willen jullie meer of minder Partij van de Arbeid?” [PVV aanhang scandeert] ” MINDER….! MINDER, MINDER, MINDER MINDER MINDER MINDER……..!Wilders:”En de derde vraag is. En ik mag het eigenlijk niet zeggen, want er wordt aangifte tegen je gedaan en misschien zijn er zelfs D’66 Officieren, die je een proces aandoen, maar de vrijheid van meningsuiting is een groot goed en we hebben niets gezegd wat niet mag, we hebben niets gezegd wat niet klopt, dus ik vraag aan jullie:”Willen jullie, in deze stad en in Nederland, meer of minder Marokkanen?”[PVV aanhang scandeert] ” ” MINDER….! MINDER, MINDER, MINDER MINDER MINDER MINDER……..!” ” MINDER….! MINDER, MINDER, MINDER MINDER MINDER MINDER……..!
Wilders:”Dan gaan we dat regelen”GELACH[Wilders glimlacht]
EINDE MINDER MINDER VRAAG OP YOUTUBE
- De uitspraak: Tijdens een campagnebijeenkomst in maart 2014 vroeg Wilders aan zijn publiek of zij meer of minder Marokkanen wilden. Toen het publiek “minder, minder” riep, antwoordde hij: “Dat gaan we regelen”. [1]
- De maatschappelijke reactie: De uitlatingen leidden tot grote verontwaardiging in de politiek en de samenleving. Vele organisaties, politici en burgers spraken zich uit tegen de uitspraken, die zij als discriminerend en racistisch bestempelden. [1]
- De juridische strijd: De uitspraken resulteerden in een historische rechtszaak. Wilders werd vervolgd voor groepsbelediging en aanzetten tot haat en discriminatie. [1]
- De uitspraak van de Hoge Raad: In juli 2021 oordeelde de Hoge Raad definitief dat Wilders schuldig was aan groepsbelediging. Hij werd veroordeeld, al kreeg hij uiteindelijk geen straf of maatregel opgelegd. [1, 2, 3]
Hoge Raad handhaaft veroordeling Geert Wilders in ‘minder Marokkanen’-zaak
De veroordeling van Geert Wilders voor groepsbelediging in het ‘minder Marokkanen’-proces, is definitief. Dat volgt uit een uitspraak van de Hoge Raad. De procureur-generaal had eerder al geadviseerd om het vonnis van het gerechtshof te handhaven.
Het hof veroordeelde Wilders in september vorig jaar in hoger beroep voor groepsbelediging, maar sprak hem vrij van het aanzetten tot haat en discriminatie met zijn ‘minder Marokkanen’-opmerking op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen in 2014. Net als de rechtbank legde het hof hem geen straf op.
Wilders ging tegen de uitspraak in cassatie. Volgens de PVV-leider zouden de politiek en ambtenarij hebben geholpen om hem veroordeeld te krijgen en zou er daarom sprake zijn geweest van een politiek proces. Wilders noemde Nederland een “corrupt land”, omdat “Marokkanen die steden en wijken in de fik steken daar meestal mee wegkomen”.
Verboden
De Hoge Raad oordeelt dat Wilders een groep mensen “met eenzelfde nationale afstamming” heeft beledigd, te weten de Marokkanen die in Nederland wonen. “Groepsbelediging is verboden volgens het Wetboek van Strafrecht”, zei de voorzitter. “Ook een politicus dient zich aan de grondbeginselen van de rechtsstaat te houden.”
Volgens de Hoge Raad ging Wilders met zijn uitlatingen voor een publiek in een Haags café te ver en waren zijn woorden, net als wat het hof eerder zei, “onnodig grievend” voor alle Marokkanen. De voorzitter wees erop dat uitlatingen wel provocerend mogen zijn, maar “niet mogen aanzetten tot onverdraagzaamheid”. “Het recht op de vrijheid van meningsuiting, in het bijzonder dat van een politicus, mag daarom een veroordeling niet in de weg staan”, luidt het oordeel.
Reactie Wilders
Wilders betreurt de uitspraak van de Hoge Raad.
De PVV-leider zegt dat hij zich niks zal aantrekken van de uitspraak. “Niks, maar dan ook helemaal niks. Deze uitspraak bestaat voor mij niet. Ik zal me bij volgende bijeenkomsten uitspreken zoals ik dat altijd doe, ik laat mij niet de mond snoeren.”
Tegen het oordeel van de Hoge Raad is geen beroep meer mogelijk.
EINDE
NEDERLAND RECHTSSTAAT
WILDERS IN HET BEKLAAGDENBANKJE
18 APRIL 2016
https://www.
Het duurde maar liefst twee jaar, maar nu is het dan toch begonnen: het Wilders-proces. Of eigenlijk: het Wilders II-proces, want vijf jaar geleden stond de bekende politicus ook terecht. Waar moet op gelet worden tijdens dit proces? Wat maakt dit proces anders dan vijf jaar geleden? En: in welk spanningsveld moeten de rechters opereren? Een analyse van Geurt Henk Spruyt.
‘Willen jullie in deze stad en in Nederland meer of minder Marokkanen?’ Deze, inmiddels beruchte, vraag stelde Wilders twee jaar geleden op een bijeenkomst van de PVV in Den Haag. Het aanwezige publiek gaf een antwoord door te scanderen: ‘Minder, minder.’ Daarop reageerde Wilders door te zeggen: ‘Dat gaan we regelen’. Deze beruchte vraag vormde niet alleen de opmaat voor het vertrek van een aantal actieve PVV’ers, maar leidde ook tot een golf van verontwaardiging. Duizenden mensen spraken hun afschuw uit en voegden de daad bij het woord door aangifte te doen bij de politie. Het Openbaar Ministerie ging over tot vervolging wegens groepsbelediging (art. 137c Wetboek van Strafrecht) en wegens het aanzetten tot haat en discriminatie (art. 137d Wetboek van Strafrecht).
Wilders I-proces
Het proces vanwege de ‘minder Marokkanen’ uitspraak verschilt van het proces vijf jaar geleden, omdat toen de vraag centraal stond tot hoever kritiek op de islam en op het immigratiebeleid mag gaan. De rechtbank Amsterdam sprak Wilders destijds vrij, om drie redenen. Ten eerste: veel uitlatingen waarvoor Wilders destijds terechtstond, gingen over de islam en niet over moslims. Met een verwijzing naar het zogenoemde Gezwel-arrest[1] overwoog de rechtbank Amsterdam toen:
‘De enkele omstandigheid dat grievende uitlatingen over een godsdienst ook de aanhangers van die godsdienst krenken, is volgens de Hoge Raad niet voldoende om die uitlatingen te kunnen gelijkstellen met uitlatingen over die aanhangers, dus over een groep mensen wegens hun godsdienst. Hieruit leidt de rechtbank af dat de wetgever uitdrukkelijk bedoeld heeft aanzetten tot haat tegen of discriminatie van mensen strafbaar te stellen. Uitlatingen over de godsdienst heeft de wetgever in beginsel buiten het bereik van artikel 137d Sr willen houden.’[2]
Ook een andere overweging van de rechtbank Amsterdam in het Wilders I-proces was opvallend. Bij haat-zaaiende uitlatingen moet er sprake zijn van ‘uitlatingen die een intrinsiek conflictueuze tweedeling schetsen. Om aan te kunnen zetten tot haat, een extreme emotie van diepe afkeer en vijandigheid, moet de uitlating welhaast altijd een krachtversterkend element bevatten.’[3] Dat was de tweede reden waarom Wilders werd vrijgesproken: zijn uitlatingen bevatten geen krachtversterkend element. Ten slotte deed Wilders een aantal uitspraken die doen denken aan de ‘minder Marokkanen’-uitspraak. Hij stelde onder meer: ‘De grenzen gaan nog diezelfde dag dicht voor alle niet-westerse allochtonen’; ‘Iedereen past zich aan onze dominante cultuur aan. Wie dat niet doet, is hier over twintig jaar niet meer. Die wordt het land uitgezet’, en: ‘We hebben een gigantisch probleem met moslims, het loopt aan alle kanten de spuigaten uit, en we komen met oplossingen waarmee je een muis nog niet het hok in krijgt.’ De rechtbank oordeelde dat deze uitspraken zien op mensen, waarbij duidelijk moslims bedoeld worden. Echter, deze uitlatingen zetten toch niet aan tot haat, want ze bevatten geen krachtversterkend element. Doorslaggevend voor de rechtbank om Wilders vrij te spreken, is het feit dat
‘vanuit het perspectief van verdachte deze uitingen noodzakelijk zijn in een democratische samenleving. Hij stelt hiermee naar zijn mening maatschappelijke problemen aan de kaak. De rechtbank stelt vast dat in de periode, waarin de uitlatingen zijn gedaan, de multiculturele samenleving en immigratie een prominente rol hadden in het maatschappelijk debat. Naarmate dit debat heviger is, komt aan de vrijheid van meningsuiting meer ruimte toe. Zoals gezegd, mogen uitlatingen dan zelfs kwetsen, choqueren en verontrusten.’[4]
De uitlatingen van Wilders waren daarmee niet van ‘zodanige aard dat ze vanwege grensoverschrijdendheid strafbaar moeten worden geacht en daarmee uitgesloten van het publieke debat.’[5] Bovendien had Wilders verklaard met de voorgestelde maatregelen niet iedere moslim te willen treffen. Concluderend, de belangrijkste reden om Wilders vrij te spreken is het feit dat hij heeft deelgenomen aan het maatschappelijk debat.
Wilders II-proces: de dilemma’s
En daarmee zijn we ook bij het hart van het Wilders II-proces. Tot waar reiken de grenzen van de vrijheid van meningsuiting voor een politicus? Is het wenselijk dat een rechter politici beknot in hun uitingsvrijheid? In de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) wordt enerzijds gewezen op de vrijheid van een politicus om bij te dragen aan het politieke en publieke debat. Deze vrijheid is van wezenlijk belang binnen een democratische samenleving. Deze uitspraken mogen kwetsen, choqueren en verontrusten en kunnen slechts om zeer dringende redenen worden beperkt. Anderzijds wordt er door het EHRM ook gewezen op de verantwoordelijkheid van een politicus. Een voorbeeld daarvan vormt de zaak Erbakan, waarbij het EHRM overwoog dat politici in hun openbare uitspraken woorden vermijden die de onverdraagzaamheid zouden kunnen aanwakkeren. In het arrest Féret overwoog het EHRM dat het aanzetten tot uitsluiting van vreemdelingen een fundamentele aantasting van mensenrechten inhoudt en van iedereen, met inbegrip van politici, en bijzondere voorzorg verlangt.[6] De Haagse rechters in het Wilders II-proces staan voor het dilemma welke kant benadrukt moet worden: de vrijheid van een politicus of diens verantwoordelijkheid?
Een ander dilemma voor de rechters in Den Haag betreffen de omstandigheden van het geval. In de Nederlandse rechtspraak is een ‘driestappenmodel’ ontwikkeld dat in (groeps)beledigingszaken standaard is: zijn de uitlatingen op zichzelf beledigend, maakt de context dat anders en zo ja, zijn de uitlatingen dan toch onnodig grievend?[7] De ‘minder Marokkanen’ uitspraak staat in een bredere context. Wilders vroeg het aanwezige publiek ook of zij meer of minder PvdA wilden en meer of minder Europese Unie. In die zin kunnen de drie vragen gezien worden als een retorische simplificatie van het PVV-verkiezingsprogramma. Daar staat tegenover dat de uitspraken doelbewust gebezigd zijn, en dat een PVV-medewerker de aanwezigen had geïnstrueerd om duidelijk ‘minder, minder’ te scanderen. Bovendien kan betoogd worden dat de ‘minder Marokkanen’ uitspraak onnodig grievend is ten opzichte van de Marokkaanse bevolkingsgroep. Wilders heeft zijn uitspraak later wel genuanceerd tijdens een persconferentie.[8] Wilders heeft niet de intentie Marokkanen uit Nederland te zetten, maar hij wil wel minder immigratie vanuit islamitische landen, vrijwillige remigratie bevorderen en criminele Marokkanen uit Nederland zetten door hun paspoort te ontnemen.
Recente rechtspraak
In het Wilders I-proces ging het om kritiek op de islam en het Nederlandse immigratiebeleid in het kader van het maatschappelijke debat. In het Wilders II-proces gaat het om groepsbelediging, maar de vraag is of de ‘minder Marokkanen’ uitspraak gekwalificeerd kan worden als strafbare groepsbelediging of als een legitieme uitlating van een politicus in het kader van het maatschappelijk debat. Niet alleen de rechtsvragen verschillen, ook zijn er recentelijk twee arresten gewezen door de Hoge Raad, waarin hij de grenzen van de vrijheid van meningsuiting aanscherpt. In het arrest Delano Felter, overwoog de Hoge Raad dat een politicus
‘daadwerkelijk in staat moet zijn zaken van algemeen belang aan de orde te stellen ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, chocqueren of verontrusten, maar anderzijds ook de verantwoordelijkheid die de politicus in het publieke debat draagt om te voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt die strijdig zijn met de wet en de met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat. Daarbij gaat het niet uitsluitend om uitlatingen die aanzetten tot haat of geweld of discriminatie, maar ook om uitlatingen die aanzetten tot onverdraagzaamheid.’[9]
Deze laatste zin is ontleend aan rechtspraak van het EHRM, en bevat een nadere begrenzing van de vrijheid van meningsuiting. Uitspraken van politici mogen niet aanzetten tot onverdraagzaamheid. Niet alleen dit arrest is in het nadeel van Wilders, ook een andere door de Hoge Raad gewezen uitspraak. Daarbij overwoog de Hoge Raad, in navolging van de parlementaire geschiedenis, dat het woord ‘ras’ in artt. 137c en 137d WSr, in de ruime zin moet worden verstaan, en daarmee huiskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming omvat.[10] In dit arrest hadden de hoofdverdachte en zijn mededemonstranten gescandeerd: ‘Ali B. en Mustapha, ga toch terug naar Ankara’. Dit werd door de Hoge Raad gezien als het aanzetten tot discriminatie.
Slot
Het tweede proces Wilders leidde opnieuw tot veel commotie over het al dan niet hacken van processtukken en de oproep van Wilders aan rechter Elianne van Rens om op te stappen. Maar dat is niet waar het proces om draait. Het gaat om de fundamentele vraag tot hoever een politicus mag gaan in zijn uitlatingen en wat de strafrechtelijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn. Alhoewel twee recentelijk gewezen arresten van de Hoge Raad nadelig uit kunnen pakken voor Wilders, is de uitkomst nog steeds spannend. Hoe zullen de Haagse rechters Wilders’ taak en positie als politicus beoordelen, en hoe zullen zij de -gecompliceerde- omstandigheden van dit specifieke geval meewegen?
Reacties uitgeschakeld voor Noot 99/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 98/Waarschuwing
- De schokgrens doorbreken: Door extreme uitspraken of controversiële standpunten te lanceren, verleggen deze partijen de aandacht. Wat voorheen als schandalig werd gezien, wordt nu onderwerp van gesprek. [1]
- Normalisering door herhaling: Wanneer extreme standpunten (bijvoorbeeld over immigratie of de democratische rechtsorde) constant worden herhaald in debatten, wennen mensen eraan. Het idee verliest zijn scherpe randjes en wordt ‘geaccepteerd’ als legitieme mening. [1]
- Strategische inbedding: Media en gematigde politieke partijen nemen (soms onbewust) de terminologie of frames van extreemrechts over. Hierdoor wordt het gedachtegoed onderdeel van de reguliere politiek. [1, 2, 3]
Reacties uitgeschakeld voor Noot 98/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 96/Waarschuwing
In den vreemde, dat was de grenzen over. In de zuidelijke provincies hier en daar in evacuaties mee, waaruit men een paar dagen later meestal weer met de anderen terugkeerde, net als die anderen de ramen opengooide, de klok opwond, de straat opging. En precies als voor die anderen leek er niets veranderd:
‘En jullie nu?’ zei de buurman. Hij kwam wat dichterbij.
‘Wat doen jullie?’
‘Wij?’ zei mijn vader, ‘wij doen niets. Waarom zouden we?’ En wanneer diezelfde vader met zijn dochter de soldaten van het bezettingsleger op straat ziet passeren:
‘Zie je wel’, zei mijn vader, toen we al bijna thuis waren, ‘ze doen ons niets’. En terwijl we voorbij het hekje van de buurman liepen, mompelde hij nog eens: ‘Ze doen ons niets’
DE EERSTE MAANDEN
ONDERGANG
DE VERVOLGING
DE VERDELGING VAN HET NEDERLANDSE JODENDOM
1940-1945
https://www.dbnl.org/tekst/
GEHELE BRON
Reacties uitgeschakeld voor Noot 96/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 95/Waarschuwing
- Veiligheid in getale: Samenwerken, jagen en kinderen opvoeden in een hechte stam verhoogde de overlevingskans.
- Wantrouwen tegenover het onbekende: Vreemdelingen vormden in de oertijd vaak een fysieke bedreiging (gevaar voor conflicten, ziektes of concurrentie om schaarse middelen). [1]
- Onbewuste waakzaamheid: Het brein is geëvolueerd om snel onderscheid te maken tussen ‘veilig’ (de eigen groep) en ‘onveilig’ (de out-group). [1, 2]
- Sociale categorisatie: Het brein deelt de wereld automatisch in hokjes in om onze complexe omgeving begrijpelijk te houden.
- Sociale identificatie: We nemen de normen, waarden en kenmerken van onze eigen groep over en maken die onderdeel van ons eigen ‘ik’.
- Sociale vergelijking: Om onszelf goed te laten voelen, vergelijken we onze in-group met andere groepen. We hebben de neiging om de eigen groep onbewust positiever te beoordelen dan de out-group, om zo onze eigenwaarde en trots een boost te geven. [1, 2, 3, 4, 5]
- Ingroup-favoritisme: Leden van de eigen groep krijgen automatisch het voordeel van de twijfel, steun en sympathie.
- Outgroup-homogeniteit: De neiging om alle leden van de andere groep als identiek en inwisselbaar te zien (‘Zij zijn allemaal hetzelfde’), terwijl we de eigen groep juist als divers en genuanceerd beschouwen. [1, 2, 3]
Vanuit evolutionair oogpunt is het menselijk brein voorgeprogrammeerd om onderscheid te maken tussen de eigen groep en vreemden. De zogeheten ‘wij-zij’ reflex hielp onze voorouders te overleven. Wat bekend en vertrouwd was, betekende veiligheid, terwijl het onbekende (nieuwe mensen, andere gewoontes) potentieel gevaar of ziekte met zich mee kon brengen. [1, 2, 3]
Wetenschappers linken xenofobie wel eens aan het ‘gedragsimmuunsysteem’. Dit is een onbewust psychologisch mechanisme dat ons waakzaam maakt voor ziektekiemen of afwijkende normen bij vreemden, om zo de eigen gezondheid en cultuur te beschermen. [1]
Onder invloed van maatschappelijke stress (zoals economische onzekerheid, polarisatie, of de nasleep van uitsluiting) laait deze oerangst sterker op. Stressoren leiden tot een grotere behoefte aan controle en houvast. De ‘vreemdeling’ wordt in zulke tijden door angstgevoelens sneller gezien als de oorzaak van de problemen of als een bedreiging voor de eigen identiteit. [1, 2, 3]
Mensen ontlenen een groot deel van hun eigenwaarde aan de groep waartoe ze behoren. Wanneer er collectieve angst of frustratie heerst, is het een bekend sociologisch fenomeen dat leiders of groeperingen deze gevoelens kanaliseren. Het aanwijzen van een zondebok (een minderheid of een specifieke groep) leidt af van complexe, onderliggende problemen en creëert schijnbaar eenvoudige ‘wij-tegen-zij’ oplossingen. [1, 2, 3]
- De evolutionaire ‘stam’-reflex: De mens is geëvolueerd in kleine groepen. Om te overleven vertrouwden we op ons eigen volk en waren we instinctief op onze hoede voor vreemden die mogelijk gevaar of concurrentie voor schaarse middelen met zich meebrachten. [1, 2]
- Groepsidentiteit en Ingroup bias: Het menselijk brein deelt de wereld automatisch in categorieën. We hebben een aangeboren voorkeur voor onze eigen groep (de ingroup) en projecteren onbewust vaker negatieve eigenschappen op de buitenstaander (de outgroup). [1, 2]
- Stress en bestaanszekerheid: Volgens psychologisch onderzoek functioneert xenofobie als een verdedigingsmechanisme. In tijden van economische crisis, pandemieën, of snelle maatschappelijke veranderingen (zoals globalisering), stijgt de stress. Mensen zoeken houvast en de angst voor verlies van status of middelen maakt hen vatbaarder voor vijandbeelden. [1, 2, 3]
- Politieke en maatschappelijke ‘voeding’: Het wantrouwen tegenover vreemden is vaak latent aanwezig, maar wordt manifest wanneer politieke leiders, media of belangengroepen deze angst actief instrumentaliseren en aanzetten tot polarisatie. Het criminaliseren van de ‘ander’ creëert een voedingsbodem voor uitsluiting. [1, 2, 3]
Reacties uitgeschakeld voor Noot 95/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers