ANP
Tag archieven: Genocide
[Artikel Peter Storm]/Israel valt Iran aan-misdaad die misdaad helpt

A firefighter calls out his colleagues at the scene of an explosion in a residential compound in northern Tehran, Iran, on June 13, 2025 [Vahid Salem/AP]
vrijdag 13 juni 2025
Israël heeft op13 juni een aanvalsoorlog tegen Iran ingezet. Media berichten over luchtaanvallen op de hoofdstad Teheran en elders.
De staatstelevisie van Iran bericht dat het hoofdkwartier van de Revolutionaire Garde, belangrijk machtsorgaan van het bewind, doelwit was van een aanval. Het hoofd van die garde zou met die aanval om het leven gebracht zijn.(1) Er zouden ook explosies zijn bij Nantanz, waar kernbrandstof verrijkt wordt.(2) Iraanse persbureau IRNA zegt: ‘Een aantal mensen waaronder vrouwen en kinderen zijn martelaar geworden in een wooncomplex’. Er stroomt meer nieuws binnen terwijl ik dit in tik, maar ik ga geen poging doen om een uitgebreid overzicht te geven. Een paar opmerkingen over deze aanval, mogelijke redenen en gevolgen maak ik wel.
Het argument van Israël om tot de aanval over te gaan: het kernprogramma van Iran. Israël beweert dat het bedoeld is voor kernwapens. En een Iran met kernwapens is volgens Israël ontoelaatbaar. Zulke dingen zijn natuurlijk voorbehouden aan Israël, niet aan tegenstanders van die staat. Zou de smoes de echte reden zijn, en zou Iran inderdaad een kernwapens aan het maken zijn, dan was het nog steeds geen valide argument. Israël gaat immers niet over het recht van wie dan ook om wat voor wapens dan ook te ontwikkelen. Dat volgens de IAEA, het VN-instituut dat controles uitvoert op de nucleaire capaciteit van Iran, Iran haal afspraken rond kerncapaciteit niet nakomt,(4) is ook gene argument. Israël is niet aangesteld om die afspraken te handhaven. En Israël heeft zelf een reputatie opgebouwd in het naast zich neerleggen van VN-uitspraken.
Maar het hele kernwapenverhaal is niet de kern. Dat kun je zien aan de doelwitten: die Revolutionaire Garde-commandant die is vermoord met een luchtaanval: dat wijst er op dat het bewind als zodanig, niet enkel haar kernpolitiek, doelwit is. De dode kinderen en vrouwen waar IRNA melding van maakt even aangenomen dat dit klopt, wat aannemelijk is maar wat ik niet kan checken – wijzen ook niet bepaald op een tot nucleaire faciliteiten beperkte aanval. Dit is een aanval van terreurstaat Israël op Iran als zodanig. Op de staat, op het bewind – ook een terreurbewind, geen misverstand daarover – maar tegelijk op de maatschappij, op de bevolking van het land. Israël wil een staat die het als rivaal en viand ziet – en als zodanig behandelt – uitschakelen of minstens als machtsfactor verzwakken. Het nucleaire argument staat daarvoor als het ware symbool.
Er zullen mensen zijn die het schrikbewind van Iran graag ten val zien komen via een Israëlische en/of Amerikaanse militaire aanval. Ik niet. Dat bewind zie ik graag vallen, maar dan onder druk van onderop vanuit de bevolking van Iran zelf. Van de mensen wiens zaak het in eerste instantie is: zij zijn immers de mensen die er vooral last van hebben. Bommen en raketten op die bevolking gooien maakt het voor mensen eerder moeilijker dan makkelijker om zich te verzetten. Protest en verzet zijn er in Iran wel degelijk. Ik lees zeer kort geleden op een trotskistische website over een flinke staking van truckchauffeurs in Iran.(5) Goed nieuws! Maar denken mensen nu echt dat zulke stakers het makkelijker krijgen nu Israël het land waar ze wonen aanvalt? De Iraanse staat zal maar al te makkelijk zulke stakers gebrek aan loyaliteit verwijten nu ‘het vaderland wordt aangevallen’. Zo helpt de Israëlische staatsmisdaad de Iraanse.
De aanvalsoorlog die Israël ontketent maakt de greep van het regime binnenlands eerder groter dan kleiner, omdat het regime zich nu kan makkelijker presenteren als beschermer van het ‘landsbelang’, alsof dat het belang is van iedereen die in het land woont. Juist wie het regime graag plats zie maken voor meer vrijheid, meer sociale rechtvaardigheid, kan niet anders dan de Israëlische agressie met klem en felheid afwijzen en bestrijden. Tegelijk is er natuurlijk het immense menselijke leed sowieso dat Israël nu ook in Iran ontketent.
En er is meer. De aandacht van de wereld zal nu naar deze oorlog worden getrokken, zeker als het meer wordt dan een eendagsaanval. Dat betekent al gauw: minder aandacht voor wat Israël in Gaza aanricht: de dagelijkse slachtpartijen bij plekken Vervolgens nemen Israëlische militairen de hongerige Palestijnen die zich bij die plekken verzamelen, onder vuur. Zo vermoordt Israël dag in dag uit de mensen die het tegelijk uithongert en via die honger naar die uitdeelplekken drijft. Dit is geen mislukking van de hulpverlening. Dit is via hulpverlening ingeklede massamoord.(6) Hoe minder aandacht daarvoor, hoe minder kans op zelfs maar enige rem op deze misdadigheid.
De aanval op Iran maakt het Israël dus makkelijker om haar genocide ongehinderd door te zetten. Of dat het bewuste doel is, weet ik niet. Maar het kan maar al te makkelijk het effect zijn. Het is dus zaak dat solidaire mensen twee dingen tegelijk doen. Laten we die Israëlische aanval op alle mogelijke manieren afwijzen en te dwarsbomen. gedwarsboomd te worden. Laten we er tegelijk voor zorgen dat de aandacht voor Israëlische genocide in Gaza niet verslapt, en dat we onze strijd tegen die genocide onverminderd voortzetten.
Noten:
(1) ‘Live upodates: Israel attacks Iran’s capital with explosions booming across Tehran’, AP, 13 juni 2025, https://apnews.com/live/
(2) ‘Israeli military says strikes hit dozens of targets in Iran, including nuclear sites – live’ The Guardian, 13 juni 2025, https://www.theguardian.
(3) ‘Live: Israel launches “major strrike”on Iran’ , Al Jazeera, 13 juni 2025, https://www.aljazeera.
(4) ‘UN nuclear watchdog board finds Iran not complying with obligations’, Al Jazeera, 12 juni 2025, https://www.aljazeera.
(5) Amir Azad, ‘Iran: national trucker strike – militant workers and youth call for general strike´, In Defense of Marxism´, 12 juni 2025, https://marxist.com/
(6) zie onder meer Abdaljawad Omar, ‘The “chaos” of aid distribution in Gaza is not a system failure. The system is designed to fail’, Mondoweiss, 30 mei 2025, https://mondoweiss.net/
Peter Storm
Reacties uitgeschakeld voor [Artikel Peter Storm]/Israel valt Iran aan-misdaad die misdaad helpt
Opgeslagen onder Divers
Artikel van oud ambassadeur drs J.J. Wijenberg/Iran, een existentiele dreiging voor Israel?

IRAN, EEN EXISTENTIELE DREIGING VOOR ISRAEL?
VOORWOORD ASTRID ESSED
Beste Lezers,
Het is mij wederom een Eer, opnieuw een belangrijk stuk van oud ambassadeur en Palestina activist drs J. J. Wijenberg op mijn website te plaatsen.
Deze keer een artikel over de Vraag, of Iran werkelijk wel een dreiging
voor Israel is, zoals vaak wordt beweerd.’
Hierop heeft de heer Wijenberg, zoals we van hem gewend zijn, een
zeer verhelderende Kijk, die ik volledig kan wisselen
Zie ook onder het artikel meer informatie over de heer Wijenberg
ASTRID ESSED
HET ARTIKEL VAN OUD AMBASSADEUR DE HEER WIJENBERG:
IRAN, EEN EXISTENTIELE DREIGING VOOR ISRAEL?
Iran, een ‘existentiële dreiging’ voor Israël?
Het helikopterincident van 19 mei 2024 lijkt een noodlottig ongeval. Gelukkig maar. Maar
toch, is Iran werkelijk een ‘existentiële dreiging’ voor Israël?
De Verenigde Staten, samen met het Verenigd Koninkrijk en Israël, en dus ook met volgzaam
Nederland, kunnen het sinds de Tweede Wereldoorlog slecht met Iran vinden.
In het overigens lezenswaardige artikel “Saoedische omhelzing voor Ahmadinejad” schreef
Carolien Roelants op 5 maart 2007 in de NRC:
”de president die Israël van de Midden-Oosterse kaart geveegd wil zien”
Wat beweerde de Iraanse president Ahmadinejad op 25 oktober 2005 in werkelijkheid?
De
Iraniër Arash Norouzi, hoogleraar aan de Universiteit van Teheran: de Iraanse President zei
dat het ‘zionistische regime’ door het Westen aan de Islamitische wereld werd opgelegd als
een strategisch bruggenhoofd om de dominantie van de regio en haar rijkdommen zeker te
stellen.
Hij benadrukte dat Palestina de frontlinie in de strijd van de Islamitische wereld met de
Amerikaanse hegemonie vormt. De uitkomst daarvan zal gevolgen hebben voor het gehele
Midden-Oosten.
De eliminering van die krachtige greep op de regio via de zionisten lijkt onvoorstelbaar.
Ahmadinejad herinnerde zijn toehoorders echter aan de ineenstorting van ogenschijnlijk
sterke regimes en noemde drie voorbeelden: de sjah, de Sovjet Unie en het Zuid-Afrikaanse
apartheidsbewind. In die context herhaalde de president de onvervulde wens van Khomeini:
”Iman ghoft een rezhim-e ishghalgar-e qods bayad az safheh-ye ruzgar mahv shavad.”
De Imam zei dat dit regime, dat Jeruzalem bezet houdt,
moet verdwijnen van de bladzijde van de tijd.
‘Bibi’ Netanyahu heeft steeds nuttige vijanden nodig.
Driekwart eeuw gehersenspoelde,
extreem angstige, extreem agressieve Joodse Israëliërs moeten bij de les gehouden worden.
Iran is het perfecte slachtoffer.
De gewraakte passage ‘Israël van de kaart vegen’ komt in
Ahmadinejad’s uitspraak niet voor.
Het woord ‘naghshe’ (kaart) is in het citaat niet terug te
vinden.
Suggesties van een actieve Iraanse rol daarbij zijn niet aanwezig. De president
citeerde de overleden Imam Khomeini: in Jeruzalem is ‘regime change’ nodig, aldus Prof.
Arash Norouzi.
Het Israëlische regime beschikt over alle ingrediënten voor zelfimplosie.
Ahmadinejads veronderstelling dat de Verenigde Staten via Israël de regio willen domineren
werd onmiddellijk bewaarheid.
Beide regeringen vervalsten zijn uitspraak. Meer en meer is
deze valse bewering onderdeel van de westerse oorlogsretoriek.
Iran heeft, zoals alle VN-lidstaten, op grond van het Handvest, art. 51, het recht op
zelfverdediging.
Wanneer de dreiging ook massavernietigingswapens omvat, zoals uit Israël
en wellicht de VS, dient een verantwoordelijk handelende overheid daar geloofwaardige, ook
nucleaire, tegenmaatregelen voor te treffen.
Een te beantwoorden vraag: wie in het Midden-Oosten is ‘de agressor’?
De Islamitische
Republiek Iran is, evenmin als Israël, een heilstaat, maar ‘de’ agressor?
men ook van het
Iraanse regime denken mag, het komt niet als verstandig voor om Nederland – na de
soevereine staat Palestina – met ondeugdelijke argumentatie mee te slepen in een tweede
riskant Israëlisch militair avontuur, nu tegen Iran.
Wie is “de” agressor? Na 7 oktober 2023 luid en duidelijk: het politiek-zionistisch Israëlische regime.
Het geopolitieke machtsvoordeel ontslipt het westen voortvarend. Zie de stemverhoudingen
op 10 mei jl. in de VN-Algemene Vergadering (AVVN).
Van de 193 stemgerechtigde leden
stemden 143 voor versterking van de positie van waarnemer Palestina in de AVVN.
Nog 9
(negen) lidstaten steunen Israël: Argentinië, Tsjechië, Hongarije, Israël (!), Micronesië,
Nauru, Palau, Papua Nieuw Guinea, de VS.
Nederland – recordhouder liefhebber gemengde
politieke drop – onthield zich met 24 andere VN-lidstaten van stemmen. [En dan is de
coalitie-in-wording nog niet eens aangetreden.]
Er waren 16 ‘no-shows’.
Israël zou onze steun wellicht op termijn waard kunnen zijn, maar het politiek-zionistische regime zeker niet.
regime zeker niet.
Iran moet van de EU sancties lijst af. Nú.
Jan Wijenberg
Den Haag
AANVULLENDE INFORMATIE OVER DE HEER WIJENBERG
WIKIPEDIA
JAN WIJENBERG
ZIE OOK OP WEBSITE ASTRID ESSED
EN ZIE HIER EEN ARTIKEL OVER DE HEER WIJENBERG:
THE ELECTRONIC INTIFADA
FORMER DUTCH AMBASSADOR CALLS FOR SANCTIONS
IF ISRAEL REFUSES TO COMPLY WITH INTERNATIONAL LAW
Some weeks ago I heard Jan Wijenberg, a retired Dutch Ambassador, speak about what the International Community could do to break with its complicity to the ongoing violations of international law and human rights by the Israeli regime. Wijenberg served over a decade as an ambassador for the Dutch government in Jemen, Tanzania and Saudi Arabia. He regularly writes to Dutch ministers and politicians to remind them of the responsibility of the international community, and specifically of the Dutch Government and the European Union, to hold Israel accountable to international law. His views are expressed in this article.
Israel is the problem
Quite often is spoken about the conflict in the Middle East between the Palestinians and Israel. If we look at the situation more closely we can observe something different. The media in Israel provide a platform for unpunished, insane calls for murdering peoples and a nation. An example is offered by Professor Arnon Sofer talking about Palestinians living in closed-off Gaza, “…those people will become even bigger animals than they are today, with the aid of an insane fundamentalist Islam… So, if we want to remain alive, we will have to kill and kill and kill. All day, every day. If we don’t kill we will cease to exist…..”1
In 2005 Ehud Barak stated on Dutch television2 that – in a secret and illegal retaliatory campaign against the Palestinian hostage takers at the Munich Olympic Winter Games – he personally had murdered thirteen innocent citizens. According to Barak this would teach the world not to fool around with Israel. Barak was and is not prosecuted for premeditated murder and could achieve the position of the country’s prime minister.
Among the settlers in the occupied Palestinian territories are opportunists and extremely violent Israeli’s who aim to occupy East Jerusalem, the Gaza Strip and the West Bank. The Palestinians must be driven out of these territories by all means possible, including murder. The government of Israel supports the settlers in full while they lay there hands on Palestinian property and act out their violence on Palestinians.
The annexation of East Jerusalem by Ehud Olmert while he was the mayor of West-Jerusalem can according to the Fourth Geneva Convention be interpreted as a war crime. After the last elections in Israel Ehud Olmert’s Kadima party won the vote and he is now the Prime Minister of Israel.
Israeli policies are driven by the Zionist ideal of creating a Jewish state, including the Palestinian territories. Israel is aiming systematically at destroying the identity of the Palestinian people. The so called “conflict in the Middle East” between Palestinians and Israel does not exist. Zionist Israel is the problem.
Rogue state
Israel is the world’s sole remaining occupying colonial power. It systematically sabotages all international efforts to end the occupation. In its capacity of occupying power Israel violates numerous obligations emanating from Security Council Resolutions and the Geneva Conventions. It also breaches the provisions of the Universal Declaration of Human Rights.
The USA applies a doctrine and the US-administration labels selected countries as ‘Rogue states’. These countries possess weapons of mass destruction illegally, suppress large populations, torture, keep people in detention on a large scale and commit murder outside their national borders. Israel has adopted as a strategy the execution of land and water grabs, the destruction of Palestinian infrastructure (including in education and health), the carrying out of extraterritorial executions, torture, and collective punishments and keeping thousands of Palestinians imprisoned indefinitely without charge or prosecution. On the basis of the definition by the USA, Israel has ever since its establishment been a monumental Rogue state and a highly active member of the Axis of Evil.
Letter to Dutch ministers
In February Wijenberg wrote to the ministers Bot, van Ardenne-van der Hoeven and Nicolaï, ministers of Foreign Affairs, Development Co-operation and State Secretary of European Affairs respectively. He reminded them that according to article 90 of the Dutch Constitution “The government nurtures the development of the international order of law”. So many previous Dutch governments violated this article when it concerns the Middle East. With referral to the Advisory Opinion of the International Court of Justice of 9 July 2004 Wijenberg calls upon the Dutch ministers to show the world that they are serious about international law, justice and democracy. A copy of the letter was sent to the prime minister Balkenende and the minister of Justice Donner. In his view the United States and the European Union – including the Netherlands – have for too long condoned Israels disrespect for international law.
In its response the ministry of Foreign Affairs replies that the Dutch government is actively engaged in an ongoing dialogue with Israel. Wijenberg questions this policy. “”Since when do we politely ask notorious violaters of international law to stop their daily terrorisation of the Palestinian civilians, with assassinations in broad daylight and theft of property, houses, land and water? Why aren’t the harshest peaceful means used to fight this?”
Cal for sanctions
In the view of Wijenberg the European Union and the Netherlands have become an instrument of Israels foreign policy by ignoring its own core values values and respect for international law and human rights. Europe can play a key role in achieving lasting peace for Israel and its neighbours. If Israel refuses to show respect for international law, heavy sanctions against Israel should be installed.
Adri Nieuwhof is an independent consultant and human rights advocate from the Netherlands.
Endnotes
[1] The Jerusalem Post, Up Front weekend supplement (21 May 2004)
[2] NOVA (15 December 2005)
END OF THE ARTICLE
Reacties uitgeschakeld voor Artikel van oud ambassadeur drs J.J. Wijenberg/Iran, een existentiele dreiging voor Israel?
Opgeslagen onder Divers
International Court of Justice/Application of the Convention and Punishment of the Crime of Genocide in the Gaza Strip (South Africa v Israel)/24 May 2024

The International Court of Justice, which has its seat in The Hague,
is the principal judicial organ of the United Nations
INTERNATIONAL COURT OF JUSTICE
APPLICATION OF THE CONVENTION AND PUNISHMENT OF THE
CRIME OF GENOCIDE IN THE GAZA STRIP (SOUTH AFRICA VS ISRAEL)
24 MAY 2024
INTERNATIONAL COURT OF JUSTICE
Peace Palace, Carnegieplein 2, 2517 KJ The Hague, Netherlands
Tel.: +31 (0)70 302 2323 Fax: +31 (0)70 364 9928
Press Release Unofficial
No. 2024/47
24 May 2024
Application of the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide in
the Gaza Strip (South Africa v. Israel)
Request for the modification of the Order of 28 March 2024
The Court reaffirms its previous provisional measures and indicates new measures
THE HAGUE, 24 May 2024. The International Court of Justice today delivered its Order on
the request for the modification and the indication of provisional measures submitted by South Africa
on 10 May 2024 in the case concerning Application of the Convention on the Prevention and
Punishment of the Crime of Genocide in the Gaza Strip (South Africa v. Israel).
In its Order, the Court:
“(1) By thirteen votes to two
Reaffirms the provisional measures indicated in its Orders of 26 January 2024
and 28 March 2024, which should be immediately and effectively implemented;
IN FAVOUR: President Salam; Judges Abraham, Yusuf, Xue, Bhandari, Iwasawa,
Nolte, Charlesworth, Brant, Gómez Robledo, Cleveland, Aurescu, Tladi;
AGAINST: Vice-President Sebutinde; Judge ad hoc Barak;
(2) Indicates the following provisional measures:
The State of Israel shall, in conformity with its obligations under the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide, and in view of the
worsening conditions of life faced by civilians in the Rafah Governorate:
(a) By thirteen votes to two
Immediately halt its military offensive, and any other action in the Rafah
Governorate, which may inflict on the Palestinian group in Gaza conditions of life that
could bring about its physical destruction in whole or in part;
IN FAVOUR: President Salam; Judges Abraham, Yusuf, Xue, Bhandari, Iwasawa,
Nolte, Charlesworth, Brant, Gómez Robledo, Cleveland, Aurescu, Tladi;
PAGE 2
– 2 –
AGAINST: Vice-President Sebutinde; Judge ad hoc Barak;
(b) By thirteen votes to two,
Maintain open the Rafah crossing for unhindered provision at scale of urgently needed basic services and humanitarian assistance;
IN FAVOUR: President Salam; Judges Abraham, Yusuf, Xue, Bhandari, Iwasawa,
Nolte, Charlesworth, Brant, Gómez Robledo, Cleveland, Aurescu, Tladi;
AGAINST: Vice-President Sebutinde; Judge ad hoc Barak;
(c) By thirteen votes to two,
Take effective measures to ensure the unimpeded access to the Gaza Strip of any
commission of inquiry, fact-finding mission or other investigative body mandated by
competent organs of the United Nations to investigate allegations of genocide;
IN FAVOUR: President Salam; Judges Abraham, Yusuf, Xue, Bhandari, Iwasawa
Nolte, Charlesworth, Brant, Gómez Robledo, Cleveland, Aurescu, Tladi;
AGAINST: Vice-President Sebutinde; Judge ad hoc Barak;
(3) By thirteen votes to two,
Decides that the State of Israel shall submit a report to the Court on all measures
taken to give effect to this Order, within one month as from the date of this Order.
IN FAVOUR: President Salam; Judges Abraham, Yusuf, Xue, Bhandari, Iwasawa,
Nolte, Charlesworth, Brant, Gómez Robledo, Cleveland, Aurescu, Tladi;
AGAINST: Vice-President Sebutinde; Judge ad hoc Barak.”
Vice-President SEBUTINDE appends a dissenting opinion to the Order of the Court;
Judges NOLTE, AURESCU and TLADI append declarations to the Order of the Court;
Judge ad hoc BARAK appends a dissenting opinion to the Order of the Court.
In its Order, the Court emphasizes that the catastrophic humanitarian situation in the Gaza
Strip which, as stated in its Order of 26 January 2024, was at serious risk of deteriorating, has
deteriorated, and has done so even further since the Court adopted its Order of 28 March 2024. It
notes that,
“[a]fter weeks of intensification of military bombardments of Rafah, where more than
a million Palestinians had fled as a result of Israeli evacuation orders covering more
than three quarters of Gaza’s entire territory, on 6 May 2024, nearly
100,000 Palestinians were ordered by Israel to evacuate the eastern portion of Rafah and
relocate to the Al-Mawasi and Khan Younis areas ahead of a planned military offensive
PAGE 3
3 –
The military ground offensive in Rafah, which Israel started on 7 May 2024, is still
ongoing and has led to new evacuation orders. As a result, according to United Nations
reports, nearly 800,000 people have been displaced from Rafah as at 18 May 2024.”
The Court considers that these developments are exceptionally grave and constitute “a change in the
situation within the meaning of Article 76 of the Rules of Court”. The Court is also of the view that
the provisional measures indicated in its Order of 28 March 2024, as well as those reaffirmed therein,
do not fully address the consequences arising from the change in the situation, thus justifying the
modification of these measures
The Court further considers that, on the basis of the information before it, the immense risks
associated with a military offensive in Rafah have started to materialize and will intensify even
further if the operation continues. In addition, the Court is
“not convinced that the evacuation efforts and related measures that Israel affirms to
have undertaken to enhance the security of civilians in the Gaza Strip, and in particular
those recently displaced from the Rafah Governorate, are sufficient to alleviate the
immense risk to which the Palestinian population is exposed as a result of the military
offensive in Rafah”.
A summary of the Order appears in the document entitled “Summary 2024/6”, to which
summaries of the opinions and declarations are annexed. This summary and the full text of the Order
are available on the case page on the Court’s website.
Earlier press releases relating to this case are also available on the Court’s website.
Note: The Court’s press releases are prepared by its Registry for information purposes only
and do not constitute official documents.
The International Court of Justice (ICJ) is the principal judicial organ of the United Nations.
It was established by the United Nations Charter in June 1945 and began its activities in April 1946.
The Court is composed of 15 judges elected for a nine-year term by the General Assembly and the
Security Council of the United Nations. The seat of the Court is at the Peace Palace in The Hague
(Netherlands). The Court has a twofold role: first, to settle, in accordance with international law,
legal disputes submitted to it by States; and, second, to give advisory opinions on legal questions
referred to it by duly authorized United Nations organs and agencies of the system.
PAGE 4
– 4 –
Information Department:
Ms Monique Legerman, First Secretary of the Court, Head of Department: +31 (0)70 302 2336
Ms Joanne Moore, Information Officer: +31 (0)70 302 2337
Mr Avo Sevag Garabet, Associate Information Officer: +31 (0)70 302 2394
Email: info@icj-cij.org
Reacties uitgeschakeld voor International Court of Justice/Application of the Convention and Punishment of the Crime of Genocide in the Gaza Strip (South Africa v Israel)/24 May 2024
Opgeslagen onder Divers
[Artikel Peter Storm]/Verdiende flop, kwaadaardige arrestaties: 4 mei 2024
VERDIENDE FLOP, KWAADAARDIGE ARRESTATIES: 4 MEI 2024
WEBSITE PETER STORM
Geplaatst op 5 mei 2024 door egel
zondag 5 mei 2024
De vertoning zit er op, de nationale Dodenherdenking is achter de rug. Achter de opluchting bij het gezag dat er geen grote ‘wanordelijkheden’ plaatsvonden, is de teleurstelling van fascistisch en zionistisch rechts over het uitblijven daarvan bijna tastbaar. Wat hebben ze hun best gedaan van te voren, om de spanning op te voeren met speculaties dat mensen hun bezwaar tegen Israëlische genocide en tegen de aanwezigheid van Kamervoorzitter nazi Bosma met luidruchtige actie kenbaar zouden maken tijdens de Twee Heilige Minuten Stilte op de Dam!
Het was een grote flop, de plechtigheid. De dam stond nog niet half vol, in plaats van de 10.000 mensen die een plek konden reserveren waren er volgens de NOS 4400 op wat een ‘halflege Dam werd genoemd.(1) Om die 4400 mensen waar te nemen, moet je dan ook nog tamelijk goed zoeken. De organisatie geeft vooral het weer de schuld, wat niet erg geloofwaardig is. Wat dan wel?
Nou, zoals Grutjes op Twitter zei: ‘fck me als het gros niet dacht: Ik ga niet naar een fascist staan kijken’(2) Inderdaad: nogal wat mensen zijn zeer waarschijnlijk weggebleven vanwege de fascist Bosma die een krans kwam leggen bij een herdenking van slachtoffers van de politieke voorouders van de fascist.(1) Veel mensen zullen ook geen zin gehad hebben in het herdenken van een vorige genocide terwijl elke uiting om ook aan de huidige genocide aandacht te schenken verdacht gemaakt of zelfs regelrecht verboden was. Veel mensen zullen ook weinig zin gehad hebben om zich uitgerekend op een oorlogsherdenking zich te laten fouilleren en als verdachte bejegend te worden. De lage opkomst kan gelezen worden als vooral een uiting van afkeer en weerzin tegen de opzet van een plechtigheid die ja zegt tegen een nazi en nee zegt tegen antifascisme en tegen solidariteit met genocide-slachtoffers.
En ja, er zullen vast mensen zijn weggebleven uit angst op gedoe en ‘ordeverstoring’, een angst die door het gezag systematisch is aangewakkerd. De afgang qua opkomst is dan ook vooral de afgang van dat gezag dat een nazi verwelkomde, solidariteit criminaliseerde, aanwezigen controleerde en fouilleerde en bij voorbaat een sfeer van naderend onheil creëerde. De flop is welverdiend. De regen was bonus, en de zon had ook wel wat beters te doen.
Er was protest op de Dam – en repressie tegen protest. Er waren Frank van der Linden en enkele anderen die zich omdraaiden en daarmee Bosma de rug toe keerden toen die een krans legde.(3) Goed zo. Er waren ook een drietal mensen die aandacht probeerden te vragen voor de dictatuur in Oeganda en de steun die Nederland daar aan verleent. Zij werden gearresteerd toen ze posters te voorschijn haalden.
Nico Schoonderwoerd, een van deze mensen en getrouwd met een Oegandese vrouw – ‘vandaar zijn betrokkenheid’ aldus het AD – vertelde. ‘De agenten zaten te wachten tot ze in konden grijpen. Dus toen we de posters onder onze kleren vandaan wilden halen, was het al gebeurd. We hadden posters meegenomen hè, want nergens stond dat dat niet mocht. Vlaggen mocht niet, borden niet, paraplu’s, maar er stond niets over posters. En oké, ik had ook een spandoek en in de verordening stond dat spandoeken niet mochten. Maar eigenlijk mocht er gewoon niks. Mijn advocaat had al gezegd: ze gaan je hoe dan ook arresteren, al houd je een ansichtkaart omhoog.’(4) Dat had die advocaat – Willem Jebbink – goed ingeschat, er mocht inderdaad vrijwel niets. Intussen hebben de demonstranten wel resultaat gehad, want zeg eens eerlijk: wat wist jij voordat dit gebeurde over de steun die Nederland geeft aan de dictatuur van Oeganda?
Dit waren niet de enige arrestaties bij de plechtigheid. ‘Kort na het stiltemoment werd nog een aan houding verricht. Een 24-jarige man uit Nijmegen zou via een livestream op Tik-Tok uitingen hebben gedaan waardoor “het vermoeden bestond dat hij mogelijk voor een verstoring zou kunnen zorgen”, schrijft de politie.’ Hele slechte zaak. De man is niet duidelijk aangehouden als verdachte. Een vermoeden is nog helemaal geen verdenking als er niet meer is dan een vermoeden. De man is ook niet weggestuurd van de Dam. Dat zou allemaal al erg genoeg zijn, maar dit gaat verder. De man is preventief opgepakt vanwege wat hij misschien zou hebben kunnen willen doen. Op zo’n basis kan de politie in principe iedereen op welk moment dan ook aanhouden en afvoeren. Tegen middernacht, toen het bericht verscheen waar ik het las, zat de man nog vast.(5) Is hij nu al vrij?!
Ja, en dan was er de helemaal schrikwekkende – en ongetwijfeld ook zo bedoelde – arrestatie van de rapper Appa, al in de vroege ochtend van de Vierde Mei. Dat ging volgens Haroon Raza, zijn advocaat, nogal grof . ‘De politie heeft in de ochtend rond negen uur de deur van het huis van zijn ouders geforceerd en mijn cliënt met grof en geboeid aangehouden voor opruiing en een poging om de betoging te verstoren’. Met ‘betoging’ wordt de herdenkingsbijeenkomst op de Dam kennelijk bedoeld. Pas laat zaterdagavond was Appa weer vrij.
Rappa ontkent stellig dat hij iets verstorends van plan was. De uitingen van Appa die in het AD-artikel over de arrestatie (6) worden aangehaald luiden:
1. ‘Juist op het moment dat een holocaust uit de geschiedenis wordt herdacht, MOET de hypocrisie omtrent de hedendaagse holocaust worden geschreeuwd’. Niets over hoe Appa wil dat dit gebeurt, en vooral ook waar. Er is met geen mogelijkheid een oproep om op de Dam herrie te maken uit t halen.
2. ‘Er is geen perfecter moment om de schreeuw van de Genocide in Gaza te laten horen dan op 4 mei tijdens de dodenherdenking’. Alweer: nergens een verwijzing om op de Dam iets tot uiting te gaan brengen. Beide uitspraken verwoorden een duidelijk standpunt: 4 mei is een goede en logische gelegenheid om tegen de genocide te protesteren terwijl een eerdere genocide wordt herdacht.
Niet alleen is dat een volstrekt verdedigbaar en volgens mij een doodgewoon juist standpunt. Er is ook in de juridische kaders waar binnen Openbaar Ministerie en politie geacht worden te werken, niets opruiends en daardoor onwettigs in te vinden. We mogen aannemen dat OM en politie dat ook weten. De aanhouding is niet zozeer bedoeld als openingszet voor een strafzaak, al valt niet uit te sluiten dat die er komt. ‘De rapper en zijn raadsman vermoeden dat hij is aangehouden zodat hij zaterdagavond om acht uur nog gedetineerd is en daardoor niets kan verstoren, met de verdenking rond opruiing als legitimatie’.
Ja, zo ziet het er inderdaad uit. Een preventieve arrestatie, en een waarschuwing aan iedereen die scherp stelling neemt tegen Israëlische genocide en Nederlandse medeplichtigheid. De aanval op Appa is een aanval op de solidariteit. Het is zaak om luid en duidelijk onze afschuw over deze arrestatie uit te spreken, en heel goed in de gaten houden wat voor vervolg OM en politie aan deze zaak gaan geven.
Noten:
(1) ‘Twee minuten stilte op halflege Dam bij Nationale Herdenking’, NOS, 4 mei 2024, https://nos.nl/artikel/2519273-twee-minuten-stilte-op-halflege-dam-bij-nationale-herdenking
(2) Mstdn.cocial/@Grutjes, 5 mei 2024, https://twitter.com/GrauweGrutjes/status/1787105090219790573
(3) ‘Mensen op de Dam draaien Bosma de rug toe tijdens kranslegging’ Hart van Nederland, 4 mei 2024, https://www.hartvannederland.nl/regio/amsterdam/mensen-op-dam-draaien-bosma-rug-toe-tijdens-kranslegging
(4) Victor Schildkamp, ‘Er was dus toch een activist op de Sdam tijdens dodenherdenking: “Ik deed het met pijn in mijn hart”’, AD, 5 mei 2024, https://www.ad.nl/binnenland/er-was-dus-toch-een-activist-op-de-dam-tijdens-dodenherdenking-ik-deed-het-met-pijn-in-mijn-hart~a5aeb244/
(5) ‘Vier aanhouidingen op en rond de Dam bij Dodenherdenking’, Nu.nl, 4 mei 2024, https://www.nu.nl/binnenland/6311666/vier-aanhoudingen-op-en-rond-de-dam-bij-dodenherdenking.html
(6) Freek Haye, Paul Vugts, ‘Rapper Appa weer vrij: hij zou opruiiende berichten hebben gepost over Dodenherdenking’, AD, 5 mei 2024, https://www.ad.nl/amsterdam/rapper-appa-weer-vrij-hij-zou-opruiende-berichten-hebben-gepost-over-dodenherdenking~af1e4c23/
Peter Storm
Reacties uitgeschakeld voor [Artikel Peter Storm]/Verdiende flop, kwaadaardige arrestaties: 4 mei 2024
Opgeslagen onder Divers
[Artikel Peter Storm]/Holocaust Museum miskent homo-vervolging in bezettingstijd
ZIE OOK
”Waarom een klap in het gezicht van de Holocaustslachtoffers [waartoe niet alleen de Joden, maar ook de Sinti en Roma, homosexuelen, Jehova Getuigen en
gehandicapten en andersdenkenden gerekend dienen te worden]?”
HOLOCAUST MUSEUM MISKENT HOMO-VERVOLGING
IN BEZETTINGSTIJD
WEBSITE PETER STORM
Geplaatst op 13 maart 2024 door egel
woensdag 13 maart 2024
Op Twitter – aan die malle naamsverandering doe ik niet mee – las ik iets merkwaardigs. De conservator van het Holocaust Museum had – zo las ik – op de radio het feit toegelicht dat het museum wel aandacht aan Joden maar niet aan homoseksuelen besteedde als slachtoffers van genocide. Ze deed dat door te zeggen dat homo’s wegens deelname aan het verzet werden vervolgd, maar dus niet omdat ze homo waren op zich. Ik was nogal verbijsterd door zulke onwetendheid. Maar ik vroeg me al snel ook af: heeft die conservator dit echt gezegd? Een duidelijke bronvermelding zag ik niet. En zoiets gaan herhalen om er kritiek op te leveren, zonder absolute zekerheid dat de persoon het ook echt heeft gezegd, dat leek me niet verstandig.
Op zoek dus, en navraag gedaan. Ja hoor. Annemiek Gringold, hoofdconservator van het Holocaust Museum heeft zoiets echt gezegd. Gringold kreeg de vraag van een luisteraar waarom het museum geen aandacht aan de vervolging van Jehova’s Getuigen en homoseksuelen besteedde. En ze gaf via een ingesproken bericht – kennelijk op 11 maart, op 12 maart herhaald – het volgende antwoord: ‘Jehova’s Getuigen en homoseksuelen zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog ook door de nazi’s opgepakt, en veel van hen ook omgebracht door de nazi’s. De reden dat dat in Nederland gebeurde, was niet zozeer om wat zij waren, maar om wat zij deden. Dat is een iets ander stukje geschiedenis.’ Homoseksuelen zijn volgens haar vervolgd, niet vanwege hun seksuele oriëntatie maar om hun gedrag. Heel even dacht ik dat we hier een museale versie hadden van het aloude ‘je mag het wel zijn maar je mag het niet doen’. Maar het bleek nog iets anders in elkaar te zitten.
Het Radio 1 Journaal van de ochtend van 12 maart kwam er op terug, helemaal aan het eind van de uitzending.(1) Er was namelijk reactie gekomen op haar uitspraak, en daar reageerde Gringhold in de uitzending op. Eerst kregen we het ingesproken tekstje van Gringold te horen. Ze zei vervolgens, in reactie op een reactie, het volgende: ‘Het Holocaust Museum gaat natuurlijk over de vervolging van groepen, zoals Joden vooral, maar ook de Sinti gemeenschap in Nederland, die volgens de nazi’s zijn vervolgd om wie zij waren, zoals ze zijn geboren. En de nazi’s gingen ervan uit dat de Jehova’s Getuigen, als geloofsgemeenschap, andere keuzes hadden kunnen maken.’
Daar vallen al een tweetal opmerkingen over te maken. De eerste betreft die Sinti gemeenschap. De conservator noemt die, terecht, als gemeenschap die vervolgd is ‘om wie ze waren’. Maar op de website van het Holocaust Museum is van de Sinti gemeenschap eigenlijk ook nergens sprake.(2) Daar gaat het uitsluitend en alleen over de Jodenvervolging. De Sinti gemeenschap wordt dus wel genoemd om een vermeend verschil te onderstrepen met Jehova’s Getuigen en met homoseksuelen. Verdere aandacht is klaarblijkelijk niet beschikbaar. Dat klopt natuurlijk ook al niet.
De tweede opmerking betreft die Jehova’s Getuigen. Wie ook maar iets van die geloofsgemeenschap weet, weet ook dat mensen die daar deel van uitmaken, onder enorme mentale druk staan om daar niet uit te gaan. Dat Jehova’s Getuigen ‘andere keuzes hadden kunnen maken’ is dus helemaal niet zonder meer waar. Dat de de nazi’s dat wel zo zagen, doet niet erg ter zake. Ook deze mensen zijn als groep vervolgd, in een poging ze als groep van de aardbodem te doen verdwijnen (wat ook gebeurd zou zijn als ze onder nazi-terreurdruk hun geloofspraktijk hadden opgegeven trouwens). Het verhaal van de vervolging van Jehova’s Getuigen hoort thuis in het verhaal van de Holocaust in bredere zin. Ik vind het geloof van die hele Jehova Getuigen en de manier van uitdragen ervan onaangenaam en verwerpelijk. Het is zo ongeveer een mini-versie van een totalitaire maatschappij. Maar dat hoort de erkenning van leden van deze gemeenschap als wel degelijk slachtoffers van de Holocaust niet in de weg te staan.
Maar de conservator gaat verder, nu over homoseksuelen. En dan krijgen we dit. ‘Homoseksuelen zijn in nazi-Duitsland zelf vervolgd geweest. En vanwege hun homoseksualiteit ook opgepakt in nazi-Duitsland. In Nederland is dat iets afwijkend, het beleid van de nazi’s geweest. Wat je ziet is dat heel veel homoseksuelen, relatief veel, betrokken zijn geraakt bij allerlei verzetshandelingen, en er zijn veel homoseksuelen ook opgepakt vanwege de handelingen die zij deden in dat verzet, en zijn dus ook opgepakt als verzetsmensen en als zodanig omgebracht. In het museum zelf zijn er natuurlijk ook verhalen van homoseksuelen te vinden die zijn opgepakt, niet vanwege hun homoseksualiteit maar vanwege hun Joodse geboorte. En het is heel cynisch dat je dus eigenlijk uit gaat van het onderscheid dat de nazi s hebben uitgebracht want het verdriet vanwege de moord op een mens, of dat nou een jood of een homo is, is natuurlijk even groot. Alleen de reden waarom de nazi s iemand hebben vermoord, was dus anders in de geschiedenis. En daar hebben we dat onderscheid gemaakt in het museum.’
Wat ze zegt is feitelijk dit: homoseksuelen werden in Duitsland wel, maar in Nederland eigenlijk niet, vervolgd vanwege hun homoseksualiteit. Ze werden ‘alleen maar’ als deelnemers aan het verzet vervolgd. Prima overigens dat ze zegt dat homoseksuelen ‘relatief veel’ aan dat verzet deelnamen. Minder prima dat ze ontkent dat de homoseksuele identiteit als zodanig reden voor de nazi’s was om, ook in Nederland, homoseksuelen te vervolgen en de dood in te jagen. Wat ze zegt is aantoonbaar onjuist. Iemand die verantwoordelijkheid draagt voor een Holocaust Museum hoort zulke fouten niet te maken.
Ze is trouwens niet de enige die de vervolging van homoseksuelen in Nederland verkeerd neerzet. Op Twitter kwam ik een mooie uitgave tegen: ‘Wie kan ik nog vertrouwen?’ Van de ‘tentoonstelling: homoseksueel in nazi-Duitsland en bezet Nederland’, van het Internationaal Homo/Lesbisch Informatiecentrum en Archief, oftewel Ihlia.(4) Wat lezen we op pagina 25? ‘De enige homoseksuelen in Nederland die naar een concentratiekamp – of vernietigingskamp zijn gestuurd. In het geval dat de (zeden)politie een homoseksueel arresteerde en uit het raadplegen van zijn persoonsgegevens bleek dat hij Joods was, werd hij meteen overgedragen aan de Sicherheitsdienst. Deze zette de man meteen op transport naar Westerbork.’ Om dan te concluderen: ‘De Joodse homoseksuelen werden dus niet vervolgd wegens hun geaardheid, maar hun Joodse identiteit.’
Pardon? Waarom was zo’n man sowieso gearresteerd door die ‘(zeden)politie’? Niet vanwege zijn joodse identiteit, want die werd pas na arrestatie vastgesteld. En kennelijk ook niet vanwege verzetswerk, zoals in de versie van hoofdconservator Gringold, want arrestaties plegen wegens verzetswerk is geen taak van de zedenpolitie. De man was kennelijk opgevallen als homoseksueel, en daarom aangehouden. Had de politie geen vermoeden van homoseksualiteit – ‘zedeloos gedrag’, daar viel dat vast onder… – gehad, dan waren ze waarschijnlijk niet door de zedenpolitie opgepakt, en was hun identiteit ook verder niet gecheckt. Of ze dan als Jood aan deportatie en dood waren ontkomen is nog steeds onwaarschijnlijk, gezien het hoge percentage van de joodse gemeenschap in Nederland dat door de nazi’s is vermoord. Maar homoseksualiteit was wel degelijk de reden waarvoor deze specifieke mannen in eerste instantie vervolgd werden.
Het nazi-beleid tegen homoseksuelen was trouwens openlijk van kracht in Nederland. Dat bedenk ik niet zelf. Jan Rogier wees er in 1975 in Vrij Nederland op ‘dat de rijkscommissaris voor het bezette gebied Seyss Inquart al in juli 1940 de strafbepalingen tegen homoseksuele handelingen had verscherpt en per dekreet de algemene strafbaarheid van tegennatuurlijke ontucht had ingevoerd. Bovendien had hij een nauwlettend toezicht van de politie op geregistreerde homoseksuelen voorgeschreven.’(5) Jazeker, ‘geregistreerde homoseksuelen’, want ‘daarvoor had een andere vooroorlogse registratie bestond, waaruit de nazi’s konden putten. De amsterdamse zedenpolitie hield een register van mannelijke homoseksuelen bij, waarin in 1939 ongeveer 4500 personen stonden.’(6) De suggestie dat je in Nederland tijdens de nazi-bezetting als homoseksueel alleen gevaar liep als je aan verzetsacties deelnam en/of als je tevens Jood was, is echt verkeerd.
De waarheid is dat tijdens de bezetting plaatsen waar mannen bij elkaar kwamen om contact sociaal en seksueel – met andere mannen te zoeken, extra door politie in de gaten werden gehouden, en – voor zover het bijvoorbeeld een café betrof – ook werden binnengevallen. Door politie die over ‘roze lijsten’ van mogelijk homoseksuelen beschikte, door politie die homoseksuelen vervolgde omdat ze homoseksueel waren en dat lieten blijken. Nederlandse politie deed dat, als verlengstuk echter van het bezettingsregime dat haar afkeer van homoseksualiteit niet onder stoelen of banken stak.
Dat politie al voor die bezetting al repressief optrad richting homoseksuelen, maakte het voor agenten ongetwijfeld makkelijker om zich nu in te laten schakelen voor nazi-doeleinden. Dat de bezetter, zoals de tentoonstellingskrant aangeeft, geen politieagenten genoeg had om tegelijk Joden en homoseksuelen uit te roeien, en dat de bezetter de Jodenvervolging voorrang gaf, is geen reden om weg te moffelen dat homoseksuelen wel degelijk omwille van hun homoseksualiteit doelwit van nazi-vervolging waren. Het verhaal van hun vervolging hoort op die basis gewoon in een serieus Holocaust Museum thuis.
Nu kun je er natuurlijk voor kiezen om een museum alleen aan de Jodenvervolging te wijden. Dat is legitiem. Maar kun je het museum dan niet beter Museum over de Jodenvervolging’ noemen? Je kunt ook een strikte definitie van ‘holocaust’ afspreken, en zeggen dat dit woord alleen op de uitroeiing van joden betrekking hoort te hebben. Ik vind dat aanvechtbaar, maar het kan. Wat echt niet kan, is de vervolging van homoseksuelen buiten beeld laten in een museum over nazi-massamoorden, en dat dan verdedigen met onware beweringen als zouden homoseksuelen doelwit van vervolging waren, niet vanwege hun homoseksualiteit als zodanig maar pas als ze actief aan het verzet deelnamen. De nazi- bezetters vervolgden homoseksuelen als homoseksuelen, vanwege hun homoseksualiteit. Dat feit hoort door een hoofdconservator van een Holocaust museum niet zomaar te worden uitgewist.
Noten:
(1) Radio 1 Journaal 12 maart, helemaal tegen het eind, vanaf 3.23.00 in de audio. https://www.nporadio1.nl/uitzendingen/nos-radio-1-journaal/6c33047c-e9d7-4dbb-9afe-771c27d0297b/2024-03-12-nos-radio-1-journaal Ik heb het radiofragment beluisterd en woord voor woord genoteerd.
(2) Kijk maar hier: https://jck.nl/locatie/nationaal-holocaustmuseum En kijk ook maar hier: https://www.museum.nl/nl/nationaal-holocaustmuseum het kan dat ergens op goed verstopte delen van de site het woordje ‘Sinti’ staat, maar dat is dan onopgemerkt gebleven omdat het niet bepaald op een erg zichtbare plek gebeurde.
(3) https://ihlia.nl/wp-content/uploads/2021/01/tentoonstellingskrant-Wie-kan-ik-nog-vertrouwen.pdf De bijbehorende expositie vond in ieder geval in 2017 in Enschede plaats, maar mogelijk is de krant van een latere de editie, want in de hyperlink er van staat het jaar 2021.
(4) https://www.vertrouwen.nu/waartezien.htm
(5) Jan Rogier, ‘De geschiedschrijver des Rijks’, deel VIII, Vrij Nederland, 5 juli 1975, in: Jan Rogier, ‘ De Geschiedschrijver des rijks en andere socialisten – politieke portretten’ (Nijmegen ,1979), pagina 90-91.
(6) Jan Rogier, ‘De geschiedschrijver des Rijks’, deel VIII, Vrij Nederland, 5 juli 1975, in: Jan Rogier, ‘ De Geschiedschrijver des rijks en andere socialisten – politieke portretten’ (Nijmegen ,1979), pagina 90. Een heruitgave van dit prachtboek zou welkom zijn. De hoofdmoot ervan bestaat uit een kritische ontleding van het befaamde maar schromelijk tekort schietende overzichtswerk dat Lou de Jong in opdracht van de Nederlandse regering schreef over Nederland tijdens de nazi-bezetting. Rogier schetst zowel van die bezettingstijd als van de v kijk van Lou de Jong een ontluisterend beeld, doet dat vanuit een radicaal linkse visie en met krachtige argumenten.
Peter Storm
Reacties uitgeschakeld voor [Artikel Peter Storm]/Holocaust Museum miskent homo-vervolging in bezettingstijd
Opgeslagen onder Divers
International Court of Justice/Application of the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide in the Gaza Strip (South Africa v Israel)/26 january 2024

The International Court of Justice, which has its seat in The Hague,
is the principal judicial organ of the United Nations
INTERNATIONAL COURT OF JUSTICE
APPLICATION OF THE CONVENTION ON THE PREVENTION AND
PUNISHMENT OF THE CRIME OF GENOCIDE IN THE GAZA STRIP
(SOUTH AFRICA V. ISRAEL)
INTERNATIONAL COURT OF JUSTICE
Peace Palace, Carnegieplein 2, 2517 KJ The Hague, Netherlands
Tel.: +31 (0)70 302 2323 Fax: +31 (0)70 364 9928
Press Release
Unofficial
No. 2024/6
26 January 2024
Application of the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime
of Genocide in the Gaza Strip (South Africa v. Israel)
The Court indicates provisional measures
THE HAGUE, 26 January 2024. The International Court of Justice today delivered its Order
on the Request for the indication of provisional measures submitted by South Africa in the case
concerning Application of the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of
Genocide in the Gaza Strip (South Africa v. Israel)
It is recalled that, on 29 December 2023, South Africa filed an Application instituting proceedings against Israel concerning alleged violations by Israel of its obligations under the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide (the “Genocide Convention”) in relation to Palestinians in the Gaza Strip.
In its Application, South Africa also requested the Court to indicate provisional measures in order to “protect against further, severe and irreparable harm to the rights of the Palestinian people under the Genocide Convention” and “to ensure Israel’s compliance with its obligations under the Genocide Convention not to engage in genocide, and to prevent and to punish genocide” (see press release No. 2023/77).
Public hearings on South Africa’s request for provisional measures were held on Thursday 11 and Friday 12 January 2024.
In its Order, which has binding effect, the Court indicates the following provisional measures:
“(1) By fifteen votes to two,
The State of Israel shall, in accordance with its obligations under the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide, in relation to Palestinians in Gaza, take all measures within its power to prevent the commission of all acts within the scope of Article II of this Convention, in particular:
(a) killing members of the group;
(b) causing serious bodily or mental harm to members of the group;
(c) deliberately inflicting on the group conditions of life calculated to bring about its physical destruction in whole or in part; and
PAGE 2
– 2 –
(d) imposing measures intended to prevent births within the group;
IN FAVOUR:
President Donoghue; Vice-President Gevorgian; Judges Tomka, Abraham, Bennouna, Yusuf, Xue, Bhandari, Robinson, Salam, Iwasawa, Nolte,
Charlesworth, Brant; Judge ad hoc Moseneke;
AGAINST:
Judge Sebutinde; Judge ad hoc Barak;
(2) By fifteen votes to two,
The State of Israel shall ensure with immediate effect that its military does not commit any acts described in point 1 above;
IN FAVOUR:
President Donoghue; Vice-President Gevorgian; Judges Tomka, Abraham, Bennouna, Yusuf, Xue, Bhandari, Robinson, Salam, Iwasawa, Nolte, Charlesworth, Brant; Judge ad hoc Moseneke;
AGAINST:
Judge Sebutinde; Judge ad hoc Barak;
(3) By sixteen votes to one
The State of Israel shall take all measures within its power to prevent and punish the direct and public incitement to commit genocide in relation to members of the Palestinian group in the Gaza Strip;
IN FAVOUR:
President Donoghue; Vice-President Gevorgian; Judges Tomka, Abraham, Bennouna, Yusuf, Xue, Bhandari, Robinson, Salam, Iwasawa, Nolte, Charlesworth, Brant; Judges ad hoc Barak, Moseneke;
AGAINST:
Judge Sebutinde;
(4) By sixteen votes to one,
The State of Israel shall take immediate and effective measures to enable the provision of urgently needed basic services and humanitarian assistance to address the adverse conditions of life faced by Palestinians in the Gaza Strip;
IN FAVOUR:
President Donoghue; Vice-President Gevorgian; Judges Tomka, Abraham, Bennouna, Yusuf, Xue, Bhandari, Robinson, Salam, Iwasawa, Nolte, Charlesworth, Brant; Judges ad hoc Barak, Moseneke;
AGAINST:
Judge Sebutinde;
(5) By fifteen votes to two,
The State of Israel shall take effective measures to prevent the destruction and ensure the preservation of evidence related to allegations of acts within the scope of Article II and Article III of the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide against members of the Palestinian group in the Gaza Strip;
IN FAVOUR:
President Donoghue; Vice-President Gevorgian; Judges Tomka, Abraham, Bennouna, Yusuf, Xue, Bhandari, Robinson, Salam, Iwasawa, Nolte, Charlesworth, Brant; Judge ad hoc Moseneke;
AGAINST:
Judge Sebutinde; Judge ad hoc Barak;
PAGE 3
3
(6) By fifteen votes to two,
The State of Israel shall submit a report to the Court on all measures taken to give effect to this Order within one month as from the date of this Order.
IN FAVOUR:
President Donoghue; Vice-President Gevorgian; Judges Tomka, Abraham, Bennouna, Yusuf, Xue, Bhandari, Robinson, Salam, Iwasawa, Nolte, Charlesworth, Brant; Judge ad hoc Moseneke;
AGAINST:
Judge Sebutinde; Judge ad hoc Barak.”
*
Judge XUE appends a declaration to the Order of the Court;
Judge SEBUTINDE appends a dissenting opinion to the Order of the Court; Judges BHANDARI and NOLTE append declarations to the Order of the Court; Judge ad hoc BARAK appends a separate opinion to the Order of the Court
___________
A summary of the Order appears in the document entitled “Summary 2024/1”, to which summaries of the declarations and opinions are annexed.
This summary and the full text of the Order are available on the case page on the Court’s website.
___________
Earlier press releases relating to this case are available on the Court’s website.
Note: The Court’s press releases are prepared by its Registry for information purposes only and do not constitute official documents.
___________
The International Court of Justice (ICJ) is the principal judicial organ of the United Nations.
It was established by the United Nations Charter in June 1945 and began its activities in April 1946
The Court is composed of 15 judges elected for a nine-year term by the General Assembly and the Security Council of the United Nations.
The seat of the Court is at the Peace Palace in The Hague (Netherlands).
The Court has a twofold role: first, to settle, in accordance with international law, legal disputes submitted to it by States;
and, second, to give advisory opinions on legal questions referred to it by duly authorized United Nations organs and agencies of the system
___________
PAGE 4
4
Information Department:
Ms Monique Legerman, First Secretary of the Court, Head of Department: +31 (0)70 302 2336
Ms Joanne Moore, Information Officer: +31 (0)70 302 2337
Mr Avo Sevag Garabet, Associate Information Officer: +31 (0)70 302 2394
Email: info@icj-cij.org
Reacties uitgeschakeld voor International Court of Justice/Application of the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide in the Gaza Strip (South Africa v Israel)/26 january 2024
Opgeslagen onder Divers
Document-artikel van oud ambassadeur drs J.J. Wijenberg/HET VN HANDVEST, DE GRONDWET, ARTIKEL 94 EN ISRAEL
DOCUMENT-ARTIKEL VAN OUD-AMBASSADEUR DRS J. J. WIJENBERG:
HET VN HANDVEST, DE GRONDWET, ART 94 EN ISRAEL
VOORWOORD ASTRID ESSED
Beste Lezers,
Het is mij wederom een Eer, opnieuw een belangrijk stuk van oud ambassadeur en Palestina activist drs J. J. Wijenberg op mijn website te plaatsen.
Zie voor het eerste document, zijn Brief aan de Secretaris Generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, noot 1
Dit belangrijke document-artikel is genaamd:
”Het VN Handvest, De Grondwet, artikel 94 en Israel”
De Inhoud [die u al gedeeltelijk kunt aflezen aan de titelkop] spreekt
voor zich en ik schaar mij er achter!
Uiteraard is dit Document op mijn website geplaatst met toestemming
van en op verzoek van de heer Wijenberg
Zie ook onder P/S meer informatie over de heer Wijenberg
ASTRID ESSED
P/S
NOOT 1
EERDER DOCUMENT VAN DRS J. J. WIJENBERG:
OVER DE ISRAELISCHE GENOCIDE OP DE PALESTIJNSE
BEVOLKING/BRIEF VAN OUD AMBASSADEUR DRS J. J. WIJENBERG
AAN DE SECRETARIS GENERAAL VAN HET MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN
[OP HAAR WEBSITE GEPLAATST DOOR ASTRID ESSED OP VERZOEK VAN
EN MET TOESTEMMING VAN DE HEER WIJENBERG]
OF
AANVULLENDE INFORMATIE OVER DE HEER WIJENBERG
WIKIPEDIA
JAN WIJENBERG
ZIE OOK OP WEBSITE ASTRID ESSED
EN DAN HIERBIJ HET DOCUMENT-ARTIKEL VAN DRS J. J. WIJENBERG:
”HET VN HANDVEST, DE GRONDWET, ARTIKEL 94 EN ISRAEL
HET VN HANDVEST, DE GRONDWET, ART 94 EN ISRAEL
Het VN-Handvest, de Grondwet, art. 94 en Israël
Jan Wijenberg
Den Haag
2024-01-03
i n h o u d s o p g a v e
Conclusies en aanbevelingen
1. Het Handvest van de Verenigde Naties
2. Toetredingsvoorwaarden Israël tot de VN
3. De Advisory Opinion van het Internationaal Gerechtshof, 9 juli 2004
– de letter van de tekst
– en de praktijk van het Israëlische regime
4. Genocide
– de definitie
– het Russell Tribunaal, Brussel, 2014-09-24, vindt bewijs voor
aanzetten tot genocide en misdaden tegen de menselijkheid in Gaza
5. Hamas, de legitieme Palestijnse politieke partij
6. Iran, Netanyahu’s noodzakelijke vijand
7. De Grondwet, art. 94
8. De rechter, een Constitutioneel Hof of de Grondwet, art. 120 ?
9. Het Internationaal Gerechtshof en Israël
2
Conclusies en aanbevelingen
In de context van de Israëlische VN-Toetredingsvoorwaarden zijn zowel het VN-
Handvest als de Advisory Opinion van het Internationaal Gerechtshof – beide van
hogere rechtskracht dan het Nederlandse recht [de Grondwet, art. 94] – in de nationale
politiek dode letters geworden.
De doelstelling van het Israëlische regime was en is het creëren van het, onder het
internationaal recht illegale, ‘Eretz- of Groot-Israël’. De politiek-zionistische praktijk
was en is genocide op de oorspronkelijke – Palestijnse – bevolking. De aanval van
Israël op de Gazastrook na 7 oktober 2023 is dan ook één van de vele aanslagen op
het door Israël de facto bezette zuidelijk deel van de door de VN Algemene
Vergadering erkende soevereine staat Palestina.
Hamas is een legitieme Palestijnse politieke partij die streeft naar genormaliseerde
relaties met Israël conform de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 9 juli
2004. Deze is de enige geloofwaardige partner voor een duurzame vrede met Israël. In
strijd met deze uitspraak en het grondwetsartikel 94, heeft ook Nederland – onder
illegale Israëlische doelstellingen en oneigenlijke druk van het CIDI en andere
Nederlands/joodse pressiegroepen – Hamas op een lijst van ‘groeperingen met een
terroristisch oogmerk’ opgenomen. De uitval in Israël van Hamas en andere door het
Israëlische regime onderdrukte organisaties heeft tenminste drie verschillende
betekenissen: een wanhoopsdaad, een verzetsdaad en een bericht aan de
buitenwereld: wij willen jullie aandacht. De joodse opstand in Polen werd gezien as
een heldendaad. Nederlandse verzetsstrijders tegen nazi-Duitsland werden met eer
overladen en nooit vervolgd.
De letterlijke tekst in het Farsi [en de vertaling] van de uitspraak van de niet bijzonder
invloedrijke president Mahmoud Ahmadinejad zei nooit dat Iran een rol zou willen
spelen in Netanyahu’s bewering dat zijn land de Israëliërs in zee zou drijven. Israëls
premier heeft Iran voor binnenlandse doeleinden als dè grootste existentiële
bedreiging voor Israël nodig.
Waarom worden – ook door Nederland – moedige Palestijnse verzetsstrijders tegen
nazi-Israël gecriminaliseerd en wordt Hamas als een terroristische organisatie
weggezet?
Waarom gehoorzamen wij aan Netanyahu’s instructies en plaatsen wij, naast Hamas,
ook Iran op onze terroristen lijst?
Al deze ontwikkelingen tasten de rechtsstatelijkheid van Nederland aan. Wanneer het
Israëlische bewind op de politieke agenda staat, schenden talrijke parlementsleden en
bewindspersonen vrijwel achteloos en veelvuldig hun ambtseed op de Grondwet. Er
moet onmiddellijk een einde komen aan de teloorgang van de rechtsstaat Nederland.
Op 28 december 2023 bracht Zuid-Afrika de eerste aanzet naar een genocide
aanklacht tegen Israël bij het Internationaal Gerechtsfhof in.
Waar politici kwetsbaar zijn voor de verleidingen van de waan van de politieke dag, is
het Grondwetsartikel 120 – de politieke klasse keurt zijn eigen politieke keuzes – een
overbodige luxe en een groot risico.
De constitutionele toetsing door vele rechters vergt specifieke kennis en is in de
praktijk onwerkbaar. Een professioneel Constitutioneel Hof zal in de hoogst-
noodzakelijke checks and balances voorzien.
De Raad van State kan specifieke deskundigheid en een adviesfunctie opbouwen.
Deze zullen te zijner tijd aan het Constitutioneel Hof worden overgedragen.
3
1. het Handvest van de Verenigde Naties
San Francisco, 26 juni 1945
WIJ, DE VOLKEN VAN DE VERENIGDE NATIES, VASTBESLOTEN
komende geslachten te behoeden voor de gesel van de oorlog, die tweemaal in ons leven
onnoemelijk leed over de mensheid heeft gebracht, en opnieuw ons vertrouwen te
bevestigen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van
de menselijke persoon, in gelijke rechten voor mannen en vrouwen, alsmede voor grote en
kleine naties, en
omstandigheden te scheppen waaronder gerechtigheid, alsmede eerbied voor de uit
verdragen en andere bronnen van internationaal recht voortvloeiende verplichtingen kunnen
worden gehandhaafd, en
sociale vooruitgang en hogere levensstandaarden in grotere vrijheid te bevorderen.
EN TE DIEN EINDE
verdraagzaamheid te betrachten en in vrede met elkander te leven als goede naburen, en
onze krachten te bundelen ter handhaving van de internationale vrede en veiligheid, en door
het aanvaarden van beginselen en het invoeren van methodes te verzekeren, dat
wapengeweld niet zal worden gebruikt behalve in het algemeen belang, en gebruik te maken
van internationale instellingen van de economische en sociale vooruitgang van alle volken,
HEBBEN BESLOTEN ONZE INSPANNINGEN TE VERENIGEN OM DEZE
DOELSTELLINGEN TE VERWEZENLIJKEN.
dienovereenkomstig hebben onze onderscheiden regeringen […] overeenstemming bereikt
over dit Handvest van de Verenigde Naties en richten zij hierbij een internationale
organisatie op, die de naam zal dragen van de Verenigde Naties.
Hoofdstuk I werkt ‘de doelstellingen en beginselen’ nader uit. Hoofdstuk VI gaat nader in op
‘vreedzame regeling van geschillen’ en Hoofdstuk VII bepaalt het ‘optreden met betrekking tot
bedreiging van de vrede, verbreking van de vrede en daden van agressie’.
2. Toetredingsvoorwaarden Israël tot de VN
Israël is, met instemming van onder andere Nederland, in 1947, 1948 en 1949 verplichtingen
aangegaan. Onder de toetredingsvoorwaarden van Israël voor het lidmaatschap van de Verenigde
Naties is de erkenning van de ‘Arabische’ staat – nu bekend als de staat Palestina – opgenomen. De
Israëlische delegatie vond de belofte Palestina als staat te erkennen destijds slechts een politiek
spelletje, nodig en nuttig om de toelating van Israël tot de VN te realiseren. Israël was en is nog steeds
nalatig.
Ondanks obstructie van Israël en de Verenigde Staten, erkende de VN-Algemene Vergadering
[AVVN] uiteindelijk met een overgrote meerderheid Palestina op 29 november 2012 als staat – niet-
lid. Deze positie is te vergelijken met die als waarnemer van Vaticaanstad. Het was wel de bedoeling
dat Palestina zou doorgroeien naar het volledige VN-lidmaatschap.
Een overgrote meerderheid van de AVVN heeft Palestina inmiddels erkend. Nederland is nog steeds
nalatig in de plicht Palestina als staat te erkennen en dient deze onverwijld te honoreren. Ook heeft
ons land de taak om duidelijk te maken dat Israël eveneens de plicht heeft de staat Palestina
onmiddellijk te erkennen.
3. De Advisory Opinion van het Internationaal Gerechtshof, 9 juli 2004
Deze Advisory Opinion [AO] werd op verzoek van de VN-Algemene Vergadering uitgebracht. Deze
is, zoals ook uit het woordgebruik blijkt, volledig gebaseerd op bestaand internationaal recht. De
AVVN eiste tijdens de 10 de Buitengewone Zitting van 20 juli 2004 met een overweldigende
meerderheid [150-6-10] van Israël de naleving van de Advisory Opinion van het Internationaal
Gerechtshof.
4
de letter van de tekst
– Israël staat onder een verplichting zich vreedzaam, zonder voorafgaande voorwaarden en
zonder landruil achter de Bestandslijn van voor 1967 terug te trekken. Pas nadat deze
terugkeer heeft plaatsgevonden, kunnen de finale status onderhandelingen tussen de staat
Israël en de staat Palestina worden gevoerd. Het Internationaal Gerechtshof acht de ideologie
van Eretz- of Groot-Israël illegaal;
– Israël staat onder een verplichting de muur, voor zover gebouwd op Palestijns gebied, te
ontmantelen en de getroffenen schadeloos te stellen;
– Alle staten staan onder een verplichting om de illegale situatie als gevolg van de bouw van de
muur niet te erkennen;
– Israël staat onder een verplichting zich strikt te houden aan het internationaal humanitaire
recht zoals vastgelegd in de Vierde Geneefse Conventie;
– Staten die deze Conventie evenals Israël hebben bekrachtigd – zoals ook Nederland – staan
onder een verplichting van Israël af te dwingen dat deze zich daaraan houdt.
en de praktijk van het Israëlisch regime
Een uiterst beperkte selectie van sinds lang bekende Israëlische uitspraken:
Wij moeten terreur, moord, intimidatie, land in beslag nemen gebruiken, en alle sociale
diensten afsluiten om ons in Galilea te ontdoen van zijn Arabische bevolking.
Israel Koenig, “Het Koenig Memorandum” 1979
De Palestijnen zijn beesten die op twee benen lopen.
Menachim Begin, 1982
De Palestijnen zullen als sprinkhanen worden verpletterd …. hoofden tegen rotsblokken en
muren gebeukt.
Premier Yitzhak Shamir, 1 april 1988
Wij zullen onevenredig geweld gebruiken en grote schade en vernietiging veroorzaken. Vanuit
ons standpunt zijn dit geen burgerlijke dorpen, het zijn militaire bases. Dit is geen aanbeveling,
voor dit plan is de volmacht al verstrekt.
de Dahiya doctrine, Majoor Generaal Gadi Eisenkot, 3 oktober 2008
4. Genocide
Genocide betekent niet noodzakelijkerwijs de onmiddellijke ondergang van een
natie …. Het betekent eerder een gecoördineerd plan van verschillende acties
gericht op het vernietigen van het leven van nationale groepen, met als doel de
ondergang van diezelfde groepen. De doelen van zo’n plan zouden zijn: het
afbreken van de politieke en maatschappelijke instituten, van de cultuur, de
taal, nationale gevoelens, religie, vrijheid, waardigheid en zelfs van de levens
van de personen die tot zulke groepen behoren.
Raphael Lemkin, de Pools-joodse rechtsgeleerde die streefde naar een Genocide Conventie. Zijn definitie is van 1943
Russell Tribunaal vindt bewijs voor aanzetten tot genocide en misdaden tegen de
menselijkheid in Gaza, 2014-09-24
De spoedzitting van het Russell Tribunal on Palestine op 24 september [2014] in Brussel over
de Israëlische operatie “Protective Edge” heeft bewijs gevonden van oorlogsmisdaden, misdaden
tegen de menselijkheid, moorden, uitroeiing, vervolging en het aanzetten tot genocide.
5
De jury rapporteerde: ‘Het cumulatieve effect van de jarenlange politiek van collectieve
bestraffing in Gaza blijkt levensomstandigheden tot stand te brengen die leiden tot de incrementele
vernietiging in de Gazastrook van de Palestijnen als een groep.’
‘Het Tribunaal beklemtoont het potentieel van een regime om te evolueren van vervolging
naar genocide. Gezien de duidelijke escalatie in het fysiek en retorisch geweld in Gaza in de zomer
van 2014, benadrukt het Tribunaal de verplichting van alle staten betrokken bij de Genocide
Conventie van 1948 om actie te ondernemen in het kader van het Handvest van de Verenigde Naties
die ze geschikt zien voor de preventie en onderdrukking van daden van genocide.’
De jury aanhoorde bewijzen van ooggetuigen van de Israëlische aanvallen tijdens de Gaza-
oorlog van 2014: de journalisten Mohammed Omer, Max Blumenthal, David Sheen, Martin Lejeune,
Eran Efrati en Paul Mason, de chirurg Mads Gilbert, Mohammed Abou Arab, de genocide-expert Paul
Behrens, kolonel Desmond Travers en Ivan Karkashian van Defence for Children International.
Betreffende de misdaad van het aanzetten tot genocide ontving het Tribunaal bewijs ‘van een
opstoot van racistische retoriek en aansporing tijdens de zomer van 2014. Er is bewijs dat dergelijke
aansporing gebeurde op verschillende niveaus in de Israëlische samenleving, in zowel traditionele als
sociale media, en door zowel voetbalfans, politieagenten, mediacommentatoren, religieuze leiders,
politici en ministers.’
Het Tribunaal vond ook bewijs voor de volgende oorlogsmisdaden:
– opzettelijke doding
– extensieve vernietiging van eigendommen zonder militair doel
– opzettelijke aanvallen tegen de burgerbevolking en burgerlijke doelen
– disproportioneel gebruik van geweld
– aanvallen tegen religieuze gebouwen en onderwijsinstellingen
– het inzetten van Palestijnen als menselijk schild
– het gebruik van wapens en projectielen en methodes van oorlogsvoering die onnodige letsels
toebrengen en willekeurig ingezet worden
– het gebruik van geweld om terreur te verspreiden onder de bevolking
Het Tribunaal stelde verder: ‘het wordt erkend dat, in een situatie waar misdaden tegen de
menselijkheid ongestraft gepleegd worden en waar direct en publiek aanzetten tot genocide manifest
aanwezig in de samenleving, het zeer denkbaar is dat individuen of de staat deze voorwaarden
gebruiken om de misdaad van genocide te plegen.’
‘We hebben een reële angst dat in een omgeving van straffeloosheid en het gebrek aan
sancties van ernstige en herhaalde misdaden, de lessen van Rwanda en andere massawreedheden
opnieuw in de wind geslagen worden’
Het Tribunaal roept Israël op om haar verplichtingen in het kader van het internationaal recht
na te komen en roept Palestina op om onverwijld toe te treden tot het Statuut van Rome inzake het
Internationaal Gerechtshof, volledig meewerkt aan de onderzoekscommissie van de VN-
Mensenrechtencommissie en zich volledig inzet voor de mechanismen van het internationaal recht.
Het Tribunaal herinnert er alle staten aan om mee te werken aan het beëindigen van elke
illegale situatie voortvloeiend uit de Israëlische bezetting, belegering en misdaden in de Gazastrook.
In het licht van de verplichting om geen steun te verlenen, moeten alle staten de nodige
stappen ondernemen om voldoende druk uit te oefenen op Israël, met inbegrip van het opleggen van
sancties, het verbreken van diplomatieke betrekkingen door internationale organisaties, of bij gebrek
aan consensus, het verbreken van bilaterale relaties met Israël.
Het Tribunaal roept alle staten op aan hun plicht te vervullen ‘om gepast actie te ondernemen
tot preventie en onderdrukking van daden van genocide.’
Het Tribunaal stelde haar bevindingen voor in het Europees Parlement op donderdag. [2014-
09-25]
5. Hamas, de legitieme Palestijnse politieke partij
Hamas vestigde zich als een vrijwilligersorganisatie die de Palestijnse bevolking diensten verleende
waar de overheid gaten liet vallen: vooral gezondheidszorg, onderwijs en veiligheid. Aanvankelijk
werd deze beweging door Israël gesteund, voornamelijk om Fatah te verzwakken.
6
De organisatie groeide geleidelijk uit tot een legitieme politieke partij in de soevereine staat Palestina.
De populariteit onder de bevolking bleek in 2006. Toen won Hamas de eerlijk verlopen verkiezingen
met een absolute meerderheid. De tegenpartij, Fatah, organiseerde samen met Israël, de VS en een
aantal EU-lidstaten, een regelrechte staatsgreep. Alleen in Gaza wist Hamas zich te handhaven. Omdat
de Fatah-president al bijna 23 jaar geen nieuwe verkiezingen durft uit te schrijven, mag Hamas nog
steeds en volkomen legitiem regeringsverantwoordelijkheid opeisen.
Hamas biedt Israël, langs de lijnen van de Arabische Liga en conform het internationaal recht, 1 steeds
normalisering van de betrekkingen aan en een Hudna, in de Arabische traditie een tienjarige status
quo.
Terecht beschouwt het Israëlische regime vanuit hun misdadige optiek het capabele Hamas het
belangrijkste obstakel voor de illegale ambitie om Eretz- of Groot-Israël te realiseren.
De uitval van 7 oktober jl. van Hamas en andere organisaties op Israël was het gevolg van 17 jaar
Israëlische bezetting. De structureel slechte kwaliteit van de officiële Israëlische ‘voorlichting’ in
aanmerking nemend, dienen beweringen over misdaden die Hamas c.s. in Zuid-Israël zouden hebben
begaan onafhankelijk en zorgvuldig op het waarheidsgehalte moeten worden onderzocht.
Hamas – de enige hoop op een rechtvaardige, dus duurzame vrede – dient met onmiddellijke ingang
van de EU-terroristenlijst verwijderd te worden.
De Israëlische militaire operatie tegen de Gazastrook was jarenlang voorbereid en is een grove aanslag
op de soevereine staat Palestina. De Nederlandse politieke klasse staat, zoals nu weer blijkt, daarin
met een ruime meerderheid solide achter het Israëlische bewind. Dat een meerderheid van de
kiesgerechtigden dat ook zou vinden, is hoogst twijfelachtig.
De talrijke verkiezingsdebatten, gehouden in de aanloop van 22 november 2023, waren een duidelijke
aanwijzing dat Israël “vanwege het te gevoelige karakter van het onderwerp” vrijwel geheel door de
nationale politieke klasse werd vermeden. Nog steeds wordt in de Nederlandse media niet of
nauwelijks het woord gegeven aan de (Nederlandse) Palestijnen.
6. Iran, Netanyahu’s noodzakelijke vijand
De letterlijke tekst in het Farsi [en de vertaling] van de uitspraak van de niet bijzonder invloedrijke
president Mahmoud Ahmadinejad zei: zoals de Sjah van Perzië, de Sovjet Unie en het Apartheid Zuid-
Afrika zijn verdwenen, zal ook ‘de zionistische entiteit’ verdwijnen. Hij zei niet dat Iran daarin een rol
zou willen spelen.
Decennialang worden de joods-Israëliërs decennialang gehersenspoeld. Een ruime meerderheid is
bijgevolg extreem angstig en extreem agressief. Netanyahu wil die angst en die agressie onderhouden
en beweerde dat Iran de Israëliërs in zee wilde drijven. In zijn optiek en beleid moet Iran als de
grootste existentiële bedreiging voor Israël centraal staan en blijven.
De atoommacht Israël bedreigt de bevolking van Iran. Een verantwoordelijke overheid organiseert de
tegenmacht, bijvoorbeeld met een effectief systeem van atoomwapens.
Iran hoort niet thuis op de EU-lijst van terroristenlanden.
7. De Grondwet, art. 94
Voorrang internationale rechtsorde boven nationale wet
Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing, indien deze
toepassing niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten
van volkenrechtelijke organisaties.
1 Israël staat onder een verplichting zich vreedzaam, zonder voorafgaande voorwaarden en zonder landruil
achter de Bestandslijn van voor 1967 terug te trekken. Pas nadat deze terugkeer heeft plaatsgevonden, kunnen de
finale status onderhandelingen tussen de staat Israël en de staat Palestina worden gevoerd. Het Internationaal
Gerechtshof acht de ideologie van Eretz- of Groot-Israël illegaal.
7
Die grondwettelijke bepaling is dus voor iedereen in de Nederlandse samenleving bindend. Op wie de
eed van trouw aan de Grondwet hebben afgelegd – de leden van de Staten-Generaal, de
bewindspersonen en ambassadeurs – berust een extra zware verantwoordelijkheid.
De uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 9 juli 2004 begint als volgt:
Hugo Grotius [1583-1645]: Pacta sunt servanda – overeenkomsten moeten worden nagekomen.
Hierboven onder ad 3 werd vastgesteld welke internationale bepalingen voor Nederland in relatie tot
Israël dwingend recht zijn.
De beleidsvoornemens voor het Israëlbeleid van de aantredende coalitie regering dienen de VN-
Toetredingsvoorwaarden en de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof niet alleen te
onderschrijven. Deze zijn eveneens het vertrekpunt van en de taakopdracht voor het Nederlandse
Israëlbeleid. De beleidsparagraaf en de begeleidende Memorie van Toelichting dienen de
doelstellingen en de operationele beleidsvoornemens tot in detail en kristalhelder te hebben vorm
gegeven. Er mag geen licht zitten tussen het internationaal recht en de Grondwet enerzijds en de
geoperationaliseerde beleidsvoornemens anderzijds. De regering dient elk half jaar aan het parlement
verslag te doen van de vorderingen en de vertragingen.
8. De rechter, een Constitutioneel Hof of de Grondwet, art. 120?
“Constitutionele toetsing door de rechter houdt in dat de rechter toetst (of mag toetsen) of wetten al
dan niet in overeenstemming zijn met de Grondwet. Het huidige artikel 120 van de Grondwet bepaalt
dat de rechter niet mag beoordelen of wetten en verdragen in strijd zijn met de Grondwet. Nederland
kent momenteel, anders dan bijvoorbeeld in Duitsland, Frankrijk en Scandinavische landen dus geen
constitutionele toetsing door de rechter. De constitutionele toetsing wordt in Nederland overgelaten
aan de wetgever: de wetgever, dus Tweede en Eerste Kamer en de regering, moeten er op letten dat de
wetten die zij maken niet in strijd zijn met de Grondwet.
Wel kent de Grondwet de mogelijkheid tot verdragtoetsing. Het huidige artikel 94 stelt dat
Nederlandse wetgeving niet van toepassing is als deze in strijd is met internationale verdragen. Door
deze bepaling heeft de afgelopen decennia het internationaal recht een belangrijke plaats ingenomen in
de nationale rechtsontwikkeling van de grond- en mensenrechten.
Tussen 2002 en 2018 lag er een voorstel tot Grondwetsherziening klaar om constitutionele toetsing
mogelijk te maken, maar dat haalde de eindstreep niet. *) In 2018 pleitte de Staatscommissie
parlementair stelsel in haar eindrapport voor het instellen van een constitutioneel hof. In reactie op het
advies van de staatscommissie heeft het kabinet echter besloten om hiertoe geen voorstel tot wijziging
van de Grondwet te doen. In 2022 bracht de Raad van State **) een zienswijze uit, waarin afschaffing
van het toetsingsverbod werd bepleit, echter zonder apart constitutioneel hof.”
Bron: constitutionele toetsing, De Nederlandse Grondwet, denederlandsegrondwet.nl
*) Het voorstel was een initiatief van GroenLinks. De stemming in de Tweede Kamer over de
grondwetswijziging vereiste een twee/derde meerderheid. De VVD stemde tegen. Daarmee werd de
eindstreep niet gehaald.
**) In een brief van 22 april 2022 gaf de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State zijn visie. Hij is tegen het instellen van een constitutioneel hof en pleit ervoor dat elke rechtelijke
instantie de mogelijkheid voor constitutionele toetsing moet krijgen.
De Russische agressie tegen Oekraïne vestigde de politieke en de juridische schijnwerpers op een al
langer bestaande tweespalt. Vrijwel onmiddellijk na de Russische inval werd deze, op grond van
deugdelijke argumentatie ontleend aan het internationaal recht, veroordeeld.
Al snel volgden wereldwijd commentaren: waarom wordt Rusland wel ter verantwoording geroepen
en Israël al zo’n 75 jaar niet? Toen was er nog geen sprake van de Israëlische aanslag na 7 oktober
2023 op de soevereine staat Palestina. Is dit meten met twee maten? Zonder enige twijfel. Tijdens de
campagne als opmaat van de verkiezingen van 22 november 2023 kwam een reeks politieke
8
vraagstukken de revue. Het bleef oorverdovend stil over de twee belangrijke, om niet te zeggen dé
belangrijkste veiligheidsvraagstukken: Rusland en Israël.
Bij gebrek aan een solide juridische traditie in vooral het internationaal recht, neemt dit manco in
Nederland de vorm van een constitutionele crisis aan. De gesignaleerd tweespalt kan de positie van het
staatshoofd aantasten. Hij is weliswaar onschendbaar, maar de verantwoordelijke demissionaire
‘ministers’ schenden achteloos en routinematig hun eed op de Grondwet. De vooruitzichten op een
grondwettelijk klemvast kabinet zijn ronduit negatief.
Het internationaal recht is een enigszins apart staand juridisch vak. In Nederland is de kennis en
ervaring ook erg dun gezaaid. Het toekennen van de constitutionele toetsing aan rechters vergt een
aanzienlijke verbetering in de algemeen voor handen zijnde kennis van die specialisatie, inclusief de
omvangrijke dimensie van het internationaal recht. Om die redenen gaat de voorkeur uit naar een
gespecialiseerd Constitutioneel Hof. De Raad van State zou kunnen voorzien in een tijdelijke
gespecialiseerde adviserende afdeling.
9. Het Internationaal Gerechtshof en Israël
Robert Herbst berichtte op 31 december 2023 in Mondoweiss: South Africa appeals to the
International Court of Justice: Stop Israel’s genocide in Gaza.
Het 17 bladzijden lang artikel is een samenvatting van het 84 pagina’s omvattende Zuid-Afrikaanse
document. Hierbij enige saillante passages uit het artikel.
“On Thursday, December 28, South Africa filed an Application Instituting Proceedings at
the International Court of Justice to commence proceedings in a legal forum against Israel for its
genocide in Gaza, and to press for “provisional measures” – a preliminary order requiring the Israel
Government and military to cease their genocidal acts in Gaza pending a full hearing by the court.
South Africa’s Application is 84 pages long and devastating – to the State of Israel, to its Jewish
political and military leaders and personnel committing the genocidal acts and speaking openly of
their genocidal intent, to those in Israel, America, and Europe standing so firmly in support of
them, and to the Jewish people in whose name Israel purports to act.
The Application lays out these genocidal acts and statements in horrifying detail, after noting the
contextual background so often missing in diplomatic and mainstream media discussion of the
Gaza war. Israel’s acts of genocide, says South Africa: […]
Israel has already issued its first broadside condemning South Africa for launching its case against
it, calling upon the ICJ “to completely reject South Africa’s baseless claims.” The Israeli Foreign
Ministry’s statement called it a “blood libel” by a nation cooperating with a terrorist organization,
and claimed that its army directs its military efforts only against Hamas.
Genocidal Intent
No one who reads South Africa’s Application for themselves could possibly credit Israel’s claim
above because the statements of senior Israeli officials demonstrating genocidal intent are
displayed in all their infamy – from the Prime Minister, President and Minister of Defense on down
— proving that Israel is deliberately fighting a war against the entire Palestinian population of
Gaza. Here are some of the most disgusting morsels: […]
The Application draws the only possible conclusion:
9
The above statements by Israeli decision-makers and military officials indicate in and of themselves a clear
intent to destroy Palestinians in Gaza as a group “as such.” They also constitute clear direct and public
incitement to genocide, which has gone unchecked and unpunished. The clear inference from the acts of the
Israeli army on the ground — including from the vast number of civilians killed and injured, and the scale of
displacement, destruction and devastation wrought in Gaza — is that those genocidal statements and
directives are being implemented against the Palestinian people.
The Application goes on to quote IDF soldiers stationed on the ground in Gaza whose observations
support that conclusion, along with similar widespread genocidal rhetoric among non-cabinet
Knesset members, Israeli media and civil society generally. The fundamental theme is that there
are no innocents in Gaza, only 2.3 million terrorists, who must be wiped out — Dresden and
Hiroshima often cited as positive examples.
All this convincingly proves that Israel’s response to the October 7 attack was not primarily
targeted at Hamas, as Israel claims, but rather at the Gaza population as a whole, designed to
inflict maximum collective punishment on non-combatants, and to encourage, if not require, the
entire Gazan population to leave, after which they would not be permitted to return. This huge
ethnic cleansing dwarfs that of 1948. With its intent to destroy a large part of the Palestinian group
remaining in Palestine clearly established, Israel’s acts set forth in excruciating detail in the
Application constitute genocide.
Genocidal acts
And they are truly nauseating to read, digest and contemplate. They are summarized as
follows: “(1) killing Palestinians in Gaza, including children, in large numbers; (2) causing serious
bodily and mental harm to Palestinians in Gaza, including Palestinian children; and inflicting on
them conditions of life intended to bring about their destruction a group. Those conditions include:
(3) expulsions from homes and mass displacement, alongside the large-scale destruction of homes
and residential areas; (4) deprivation of access to adequate food and water; (4) deprivation of
access to adequate medical care; (5) deprivation of access to adequate shelter, clothes, hygiene
and sanitation; and (6) the destruction of the life of the Palestinian people in Gaza; and (7)
imposing measures intended to prevent Palestinian births.”
I am going to try to give you a sense of the evidence South Africa’s lawyers have compiled in each
of these sections, but to really appreciate the gruesome reality of what Israel has done and
continues to do, it is worth reading them in their entirety.
[Deze onderbouwing werd in deze beknopte weergave kortheidshalve weggelaten]
The relief sought
After its detailed recitation of the evidence of the Jewish State’s genocidal acts and intent, South
Africa asks the ICJ to declare that Israel has breached its obligations as a State Party to the
Genocide Convention by committing genocide in relation to Palestinians in Gaza; that Israel must
cease forthwith all its genocidal acts; ensure that all persons committing, conspiring, attempting,
inciting, or complicit in them are punished by Israeli or international tribunals; collect and conserve
the evidence of genocide; perform the obligations of reparation in the interest of Palestinian
victims, such as allowing the safe and dignified return of forcibly displaced or abducted
Palestinians to their homes and providing for the reconstruction of what it has destroyed in Gaza;
and offer assurances and guarantees of non-repetition of its Convention violations.
10
Request for “Provisional Measures”
In light of the “ongoing, extreme and irreparable harm being suffered by Palestinians in Gaza” and
the flagrancy of Israel’s violations of the Genocide Convention, the Application requests the
preliminary relief of “Provisional Measures” under ICJ Rules and precedent that permit such
measures when at least some of the genocidal acts alleged are “capable of falling within the
provisions” of the Convention. South Africa argues that the mass killing, the serious bodily and
mental harm imposed, the deliberate infliction of conditions of life calculated to bring about the
destruction of Palestinians in Gaza, and the imposition of measures intended to prevent births
within the group, all qualify.
According to South Africa, previous decisions of the ICJ in Croatia’s and Bosnia’s genocide cases
against Serbia have held that methods of physical destruction other than killing, employed to seek
the death of the members of the group, are “capable of falling within the Convention’s
provisions.” These include deprivation of food, medical care, shelter or clothing, lack of hygiene,
systematic expulsion from homes, or exhaustion as a result of physical exertion, subjecting the
group to a subsistence diet; failing to provide for adequate medical care, and generally creating
circumstances that would lead to a slow death, such as the lack of proper food, water, shelter,
clothing and sanitation. The facts detailed in South Africa’s Application support its contention that
Israel has employed all these methods of physical destruction and will likely continue to do so.
If the Court agrees, it could order significant preliminary relief before the case comes on for
hearing on the merits of South Africa’s claims.
ICJ jurisdiction
This case comes to the ICJ under its “Contentious Case” jurisdiction, which permits it to entertain a
dispute between two UN member states who are also parties to a treaty containing a provision
whereby, in the event of a disagreement over the interpretation or application of the treaty, one
of them may refer the dispute to the Court. South Africa and Israel are both UN members and
parties to the Genocide Convention, Article IX of which provides that disputes between
Contracting Parties relating to its interpretation, application or fulfilment, including the
responsibility of a State for genocide, shall be submitted to the ICJ at the request of any of the
parties to the dispute. South Africa recites that it has repeatedly made clear to Israel since October
30 that its actions in Gaza constitute genocide, most formally and directly by sending a “Note
Verbale” on December 21 to the Israeli Embassy in South Africa. On November 17, South Africa
was one of five nations to refer the genocide question to the International Criminal Court.
Although Israel has not responded to the Note Verbale, its public rejection of any suggestion that
its attacks on Gaza meet the legal definition of genocide, or that Israel has violated its obligations
under the Convention, serves, under the Court’s statute and case law, to establish, in South
Africa’s view, a cognizable “dispute” over the interpretation and application of the Convention,
and the Court’s jurisdiction to hear and decide it. It appears to be a strong argument for
jurisdiction, and Israel’s initial statement, while brief and preliminary, challenged South Africa’s
claims as “baseless” on the merits but did not appear to contest the Court’s jurisdiction.
Potential outcomes and implications
With respect to the merits, South Africa’s lawyers have made a compelling case of Israel’s
genocidal acts and intent, and for the preliminary relief sought. South Africa is not alone. The
11
Presidents or other state officials of Algeria, Bangladesh, Bolivia, Colombia, Cuba, Egypt, Honduras,
Iran, Iraq, Jordan, Libya, Malaysia, Namibia, Pakistan, Syria, Turkiye, Tunisia, and Venezuela – all
State Parties to the Genocide Convention – have, according to the Application, described or
referred to Israel’s actions as genocide. They might lend support to South Africa’s case before the
ICJ.
As a member of the UN, Israel has an obligation to comply with the judgment of the ICJ in any
“contentious case” to which it is a party. If it fails to do so, resort may be had to the Security
Council, which can decide upon measures to be taken to give effect to the judgment. Of course,
the United States has often protected Israel in the Security Council with its veto before and may
well do so again in the event of preliminary Provisional Measures or a merits judgment adverse to
Israel. To be sure, Israel ignored the Court’s 2004 non-binding advisory opinion that the separation
wall was illegal, issued under its “Advisory Proceedings” jurisdiction. But that was different from
the binding judgment that Israel may face here under the Court’s “Contentious Case” jurisdiction.
And that was a wall. Genocide just might be different, especially if the Judgment is unanimous and
as well documented and reasoned as South Africa’s Application.
Robert Herbst
Robert Herbst is a civil rights lawyer. He is co-chair of the board of ICAHD-USA and was chapter
coordinator for Westchester Jewish Voice for Peace from 2014-2017. He has served as an
independent investigator and prosecutor for the Special Court for Sierra Leone and the Residual
Mechanism of the International Criminal Tribunal for Rwanda.
EINDE
Reacties uitgeschakeld voor Document-artikel van oud ambassadeur drs J.J. Wijenberg/HET VN HANDVEST, DE GRONDWET, ARTIKEL 94 EN ISRAEL
Opgeslagen onder Divers
[Artikel Peter Storm]/Luchtaanvallen op Jemen: met koloniale misdaad wordt genocide gesteund
LUCHTAANVALLEN OP JEMEN: MET KOLONIALE MISDAAD
WORDT GENOCIDE GESTEUND
WEBSITE PETER STORM
Geplaatst op 12 januari 2024 door egel
vrijdag 12 januari 2024
De Verenigde Staten en Groot-Brittannië hebben in de nacht van 11 op 12 januari luchtaanvallen gelanceerd op Jemen. Doelwit zijn posities en bases van de Houthi-beweging. En jaweel, ‘Nederland ondersteunt’,(1) het zal weer eens niet. Het is een schandalige en misdadige escalatie, die we actief tegen horen te werken met protest en meer.
Waaar gaat het om? De Houthi’s vormen een gewapende beweging die een deel van Jemen beheerst, en van daaruit drone-aanvallen uitvoert op schepen die door de Rode Zee varen. Die drone-aanvallen zijn een uiting van woede over de Israëlische genocide in Gaza, van solidariteit met de Palestijnen die dag in dag uit door Israël gebombardeerd en uitgehongerd worden. Die Amerikaanse en Britse luchtaanvallen zijn een aanval op die solidariteit, en een onderstreping van een Westerse houding waarin transporten van goederen belangrijker wordt gevonden dan het opkomen voor mensen die doelwit zijn van genocide. Aan containers valt grot geld te ‘verdienen’, aan het redden van mensenlevens een stuk minder. Kwestie van prioriteiten. De luchtaanvallen zijn een koloniale strafexpeditie en een ondersteuning van die genocide. Protest en actief verzet tegen die luchtaanvallen zijn nodig. Snel en hard.
Over die Houthi-beweging – ook bekend onder de naam Ansar Allah – weet ik niet heel veel. Maar wel iets. Iran steunt ze, maar dat maakt ze nog niet tot Iraanse marionetten. In Jemen oefenen ze een redelijk autoritair en conservatief bewind uit in het gebied waar ze de baas zijn. Inhoudelijk is er niets links of radicaals aan de beweging te ontwaren. De solidariteit met de Palestijnen in Gaza waar de Houthi’s uitdrukking aan geven, heeft een binnenlands politieke component. De Palestijnse zaak leeft heel sterk onder de bevolking van Jemen. Dat blijkt uit soms gigantische pro-Palestijnse demonstraties in dat land. Wat de Houthi’s feitelijk doen is: die solidariteit omzetten in binnenlandse macht, door te laten zien dat ze het gewapenderhand opnemen voor de mensen in Gaza. Daarmee hoopt de beweging klaarblijkelijk haar eigen gelederen te versterken.(2) Cynische machtspolitiek ontbreekt hier dus bepaald niet. Het is dan ook nergens voor nodig om ons als anarchist of aanverwant linksradicaal persoon inhoudelijk met de Houthi’s te vereenzelvigen.
Maar laten we niet de klassieke vergissing maken hier. Laten we niet in de klassieke val trappen. De VS en Groot-Brittannië voeren hun luchtaanvallen niet uit omdat de Houthi’s autoritaire machtspolitiek bedrijven. De VS en Groot-Brittannië voeren hun luchtaanvallen uit omdat ze kapitaalstromen – goederenvervoer is daar een deel van – willen verdedigen. De VS en Groot-Brittannië helpen daarmee de genocidale Israëlische politiek. Want de druk die de Houthi’s met hun drone-aanvallen uitoefenen, is een serieuze bedreiging van de internationale scheepvaart die ook Israël nodig heeft om als maatschappij te blijven functioneren. Als allerlei scheepvaartmaatschappijen de Rode Zee gaan mijden, dan heeft zowel de VS als Israël daar last van. De Houthi’s hebben een effectief pressiemiddel ingezset tegen de genocideplegers onder Netanyahu’s leiding. Dat – en niet hun binnenlandse politiek of reactionaire ideologie – is hun misdaad in Westerse koloniale ogen.
De Houthi’s kunnen er best zonder luchtaanvallen toe worden gebracht om de drone-aanvallen te stoppen. Israël hoeft daarvoor slechts op te houden met haar aanvallen op Gaza. De VS kan dat gedaan krijgen, als de VS zou willen. De VS wil niet. De Amerikaanse president Biden hoeft maar te bellen met de Israëlische premier Netanyahu en elke leverantie van wapens aan Israël stop te zetten, en het is afgelopen met de Israëlische aanvallen op Gaza. Biden wil niet. Biden heeft liever een voortgaande genocide. Biden verkiest een escalatie en gaat samen met de Britse premier Sunak dus bommen gooien op Jemen. Het laat zien hoe ver de VS en het Verenigde Koninkrijk willen gaan om Israël de hand boven het hoofd te houden. De Westerse luchtaanvallen vinden plaats, niet vanwege wat de Houthi’s allemaal verkeerd doen maar precies vanwege wat ze – om wat voor reden dan ook – juist goed doen: de Israëlische genocide actief dwarsbomen. Dat daarmee een bondgenoot van Iran – een van de favoriete vijanden van Israël en de VS – wordt geraakt is mooi meegenomen. Misschien wel meer dan dat, en een grotere oorlog tussen de VS en Iran is bepaald niet uitgesloten.
Het is ook nodig om tegen die luchtaanvallen met de grootst mogelijke felheid te protesteren. Weg met deze luchtaanvallen, geen bommen en raketten op Jemen! En ja hoor, ook Nederland heeft intussen dus alweer steun betuigd aan deze koloniale onderneming. Weg met die Nederlandse steun! En ondertussen, dag in dag uit: Stop de genocide in Gaza, leve de Palestijnse vrijheidsstrijd!
Noten:
(1) Amerikanen en Britten vallen Houthi-doelen aan in jemenm, Nederland ondersteunt’, NOS, 12 januari 2024, https://nos.nl/artikel/2504571-amerikanen-en-britten-vallen-houthi-doelen-in-jemen-aan-nederland-ondersteunt
(2) Justin Salhani, ‘Will the Houthi red Sea attacks destabilise Yemen’s fragile peace?’ Aljazeera, 6 januari 2024, https://www.aljazeera.com/news/2024/1/6/will-the-houthi-red-sea-attacks-destabilise-yemens-fragile-peace
Peter Storm
Reacties uitgeschakeld voor [Artikel Peter Storm]/Luchtaanvallen op Jemen: met koloniale misdaad wordt genocide gesteund
Opgeslagen onder Divers
