Noten 30 en 31/Opmerkelijkheden

[30]

BBB

STRENG MET MENSELIJKE MAAT:

BBB OVER MIGRATIE

13 FEBRUARI 2023

https://boerburgerbeweging.nl/fractienieuws/streng-met-menselijke-maat-bbb-over-migratie/

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 20

[31]

ZIE NOOT 30

Reacties uitgeschakeld voor Noten 30 en 31/Opmerkelijkheden

Opgeslagen onder Divers

Noot 32/Opmerkelijkheden

[32]

RIJKSOVERHEID

MEER RESULTAAT DOOR COMBINATIE HANDEL EN

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

24 JUNI 2022

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/06/24/meer-resultaat-door-combinatie-handel-en-ontwikkelingssamenwerking

Nieuwsbericht | 24-06-2022 | 16:15

Nederland investeert de komende jaren extra in de kracht van de combinatie van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. Nederlandse bedrijven hebben veel kennis, kunde en ondernemingszin in huis. Het kabinet gaat hen vaker stimuleren de sprong naar ontwikkelingslanden te wagen en Nederlandse bedrijven en kennis gerichter koppelen aan ontwikkelingsmiddelen. Dat is goed voor de betrokken landen en goed voor Nederland. Dit is een van de belangrijkste thema’s uit de beleidsnota ‘Doen waar Nederland goed in is’ van minister Schreinemacher voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking waarmee de ministerraad heeft ingestemd.

De nota stippelt het beleid voor de komende jaren uit. Schreinemacher: ‘Heel veel van wat wij al doen, werkt goed. Tegelijk is de wereld wezenlijk veranderd in de afgelopen jaren. Klimaatactie is urgenter geworden, door corona zijn ongelijkheden groter geworden en de oorlog in Oekraïne zet de wereldeconomie en voedselvoorziening op zijn kop. Wat ver weg van huis gebeurt, raakt ook ons hier in Nederland. Denk aan armoede en klimaatverandering als grondoorzaken van terreur en irreguliere migratie. Veel uitdagingen, maar Nederland kan en moet een verschil maken.’

De leidraad van deze nota is focus. ‘We concentreren ons op wat aantoonbaar goed werkt en op de allerbeste Nederlandse sectoren en kennis en kiezen voor minder landen waar we meer gaan doen.’

Meer investeren in ontwikkelingssamenwerking

Het ontwikkelingsbudget gaat omhoog. Er komt uiteindelijk 500 miljoen euro per jaar bij. Met dit geld gaat Nederland meer doen, in minder landen en op minder terreinen. De focus ligt vooral op waar Nederland goed in is, zoals water, landbouw en seksuele rechten en gezondheid. Het kabinet investeert aanzienlijk in klimaat en wil in 2025 bijna 2 miljard euro aan klimaatactie besteden, zowel vanuit de overheid als het bedrijfsleven.

Nederland kiest voor beroepsonderwijs om jongeren klaar te stomen voor werk en laat basisonderwijs aan andere donoren. Minister Schreinemacher: ‘Afrikaanse jongeren geven aan vooral behoefte te hebben aan werk. Door corona is er voor het eerst sinds decennia achteruitgang in de wereldwijde armoede en ongelijkheid. Dat vraagt om flinke investeringen, in beroepsonderwijs en in andere gebieden zoals gezondheidszorg.’

De Sahel, de Hoorn van Afrika, het Midden-Oosten en Noord-Afrika blijven de focusregio’s, omdat daar nog veel extreme armoede voorkomt. Het budget voor humanitaire hulp neemt met 150 miljoen euro toe tot 520 miljoen euro per jaar. Ook reserveert het kabinet extra geld voor opvang in de regio om irreguliere migratie terug te dringen.

Meer kansen voor Nederlandse bedrijven in ontwikkelingslanden

In de combinatie van ontwikkelingssamenwerking, handel en investeringen is nog een wereld te winnen. ‘Daar gaat het nieuwe beleid de komende jaren beter op inspelen. Nederlandse ondernemingen zijn in meerdere sectoren topspelers. Denk aan water, voeding of logistiek. Door Nederlandse bedrijven aan te moedigen te investeren in ontwikkelingslanden, helpen we de ontwikkeling van de landen en krijgen Nederlandse bedrijven toegang tot beloftevolle nieuwe markten’, aldus de minister.

Nederland investeert hierin een bedrag dat oploopt tot 190 miljoen euro extra per jaar. De gecombineerde inzet is gericht op 14 landen, waarvan 8 in Afrika, 4 in Azië, 1 in Zuid-Amerika en 1 in Europa (Oekraïne). Schreinemacher: ‘Vooral klimaat is urgenter geworden. En juist daar is Nederlandse kennis van extra meerwaarde. Waar dat goed kan, koppelen we Nederlandse bedrijven aan ons ontwikkelingsgeld dat bestemd is voor klimaatactie. Daar zetten we extra mensen voor in, in Den Haag en op de ambassades.’

Ook in Oekraïne kiest Nederland voor de gecombineerde aanpak door te kijken hoe Nederlandse bedrijven met hun expertise een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren aan de wederopbouw van het land.

MKB en Nederlands verdienvermogen

Voor Nederland als handelsland met een open economie is een proactieve handelsagenda essentieel. Ook op buitenlandse handel komt er een gerichtere inzet op 25 landen. Vooral het midden- en kleinbedrijf (MKB) en startups kunnen op ondersteuning van de overheid rekenen.

Schreinemacher: ‘Mijn doel is en blijft onze ondernemers te helpen internationaal succesvol te zijn. Nederland verdient een derde van zijn inkomen in het buitenland. Zeker MKB’ers die actief zijn in digitalisering en duurzaamheid kunnen bij onze ambassades aankloppen.’

Onderdeel van de proactieve handelsagenda zijn eerlijke en duurzame handelsafspraken. ‘De EU is een geweldige machtsfactor op handelsgebied. Die positie moeten we benutten: via de EU kunnen we hogere standaarden invoeren, zoals eerlijk loon en duurzame groei. En buiten de EU een gelijk speelveld afdwingen voor onze bedrijven’, aldus de minister.

EINDE BERICHT

BELEIDSNOTITIE BUITENLANDSE HANDEL EN

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: DOEN

WAAR NEDERLAND GOED IN IS

24 JUNI 2022

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/06/24/nota-buitenlandse-handel-ontwikkelingssamenwerking-2022

Publicatie | 24-06-2022

Nederland investeert de komende jaren extra in de kracht van de combinatie van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. Dit is een van de belangrijkste thema’s uit de beleidsnota ‘Doen waar Nederland goed in is’ van minister Schreinemacher voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De ministerraad heeft op 24 juni 2022 met de nota ingestemd. Lees de beleidsnotitie ook in het Engels.

Beleidsnotitie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking: Doen waar Nederland goed in is (PDF | 31 pagina’s | 24,1 MB)

ZIE BELEIDSNOTITIE

https://open.overheid.nl/documenten/ronl-98f1d520800bbb8067bdd271ab313cb10a986b93/pdf

Reacties uitgeschakeld voor Noot 32/Opmerkelijkheden

Opgeslagen onder Divers

Noten 33 en 34/Opmerkelijkheden

[33]

RIJKSOVERHEID

MEER RESULTAAT DOOR COMBINATIE HANDEL EN

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

24 JUNI 2022

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/06/24/meer-resultaat-door-combinatie-handel-en-ontwikkelingssamenwerking

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 32

[34]

 De Partij voor de Dieren heeft forse kritiek op de huidige ontwikkelingssamenwerking. We willen niet bezuinigen op de hulp aan de allerarmsten, maar juist investeren in effectieve oplossingen en leidend zijn in de internationale agenda voor ontwikkelingssamenwerking. De Partij voor de Dieren is op dit moment de enige politieke partij die de bijdrage van Nederland aan ontwikkelingssamenwerking tot minstens 1 procent van het nationaal inkomen wil verhogen. De hulp moet worden gericht op de belangen van de mensen daar en niet primair op de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. Duurzaamheid, onderwijs, gezondheid, kinderrechten en gelijke behandeling van mannen en vrouwen moeten speerpunten worden van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Prioriteit krijgen schoon drinkwater en hygiëne, goede (preventieve) gezondheidszorg, toegang tot essentiële medicijnen en anticonceptie, onderwijs, schone energie en het ondersteunen van emancipatiebewegingen. Zo wordt bijgedragen aan het remmen van de bevolkingsgroei en krijgen democratiseringsprocessen een kans.”

PARTIJ VOOR DE DIEREN

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

https://www.partijvoordedieren.nl/standpunten/ontwikkelingssamenwerking

De Partij voor de Dieren heeft forse kritiek op de huidige ontwikkelingssamenwerking. We willen niet bezuinigen op de hulp aan de allerarmsten, maar juist investeren in effectieve oplossingen en leidend zijn in de internationale agenda voor ontwikkelingssamenwerking. De Partij voor de Dieren is op dit moment de enige politieke partij die de bijdrage van Nederland aan ontwikkelingssamenwerking tot minstens 1 procent van het nationaal inkomen wil verhogen. De hulp moet worden gericht op de belangen van de mensen daar en niet primair op de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. Duurzaamheid, onderwijs, gezondheid, kinderrechten en gelijke behandeling van mannen en vrouwen moeten speerpunten worden van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Prioriteit krijgen schoon drinkwater en hygiëne, goede (preventieve) gezondheidszorg, toegang tot essentiële medicijnen en anticonceptie, onderwijs, schone energie en het ondersteunen van emancipatiebewegingen. Zo wordt bijgedragen aan het remmen van de bevolkingsgroei en krijgen democratiseringsprocessen een kans.

Overconsumptie
De Westerse (over)consumptie ondermijnt de draagkracht van de aarde en de positie van mensen in de armste gebieden in de wereld. Mensen in ontwikkelingslanden worden het eerst en het hardst geraakt door uitputting van natuurlijke hulpbronnen, droogte en overstromingen. De Partij voor de Dieren vindt dat Nederland en Europa hun beleid ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking moeten beoordelen naar de gevolgen die het heeft voor mensen elders. Europese landbouw- en visserijsubsidies moeten worden afgebouwd ook omdat die de lokale markt in ontwikkelingslanden ernstig verstoren.
Visserijakkoorden tussen de EU en ontwikkelingslanden moeten worden beëindigd. Nederlandse en andere Europese vissers dienen weg te blijven uit de wateren rond andere continenten. De import van producten die ten koste gaan van de leefomgeving of die gepaard gaan met mensenrechtenschendingen moeten verboden worden.
Nederland en Europa moeten stoppen met het exporteren van afvalproducten en giftige stoffen naar ontwikkelingslanden voor verwerking. Een stevig klimaatbeleid moet ervoor zorgen dat ontwikkelingslanden niet langer hoeven op te draaien voor de gevolgen van onze luxe levensstijl.

Voedselzekerheid
Mensen in ontwikkelingslanden zijn voor hun voedsel direct afhankelijk van hun omgeving: een vruchtbare bodem, schoon water, biodiversiteit en allerlei andere noodzakelijke hulpbronnen. Om de gevolgen van klimaatverandering te bestrijden en de verwoestijning te stoppen moet Nederland zich sterk maken voor herstel van ecosystemen en helpen de bestaande natuur te beschermen.
We moeten investeren in regionale, agro-ecologische (familie)landbouw om de voedselzekerheid nu en in de toekomst te garanderen. En er moeten geen megastallen worden gebouwd uit ontwikkelingsbudget, maar duurzame landbouwsystemen die de wereld kunnen voeden zonder gevaar voor volks- en diergezondheid. De ondersteuning van kleinschalige landbouw helpt bovendien de positie van vrouwen te versterken.

BEZUINIGINGEN OP ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

De Partij voor de Dieren heeft forse kritiek op de huidige ontwikkelingssamenwerking. We willen niet bezuinigen op de hulp aan de allerarmsten, maar juist investeren in effectieve oplossingen en leidend zijn in de internationale agenda voor ontwikkelingssamenwerking.

Ontwikkelingssamenwerking onder dit kabinet betekent echter bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking en het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking is omgedoopt tot het ministerie van Hulp is Handel.

Daarnaast proberen we opkomende economieën niet te behoeden voor onze fouten uit het verleden. Integendeel, we exporteren onze fouten in de onbedwingbare behoefte naar economische groei en geld.

De Partij voor de Dieren wil de bijdrage van Nederland aan ontwikkelingssamenwerking tot minstens 1 procent van het nationaal inkomen verhogen. Het is nu 0,7 procent van het nationaal inkomen. Dat is 30 tot 40 procent meer dan de andere partijen die claimen mededogen hoog in het vaandel te hebben staan. De hulp moet worden gericht op de belangen van de mensen daar en niet primair op de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven.

OORZAKEN VLUCHTELINGENCRISIS WEGNEMEN

Door in te zetten op het beperken van de consumptie van materialen, water, energie en land, zorgen we ervoor dat onze voetafdruk niet langer ten koste gaat van mens, dier en milieu elders. Het is ongepast en onhoudbaar dat de CO2-uitstoot van diverse Nederlandse sectoren nog steeds toeneemt en daarmee een voorschot neemt op het welzijn en de welvaart van toekomstige generaties (hier en elders).

We moeten inzetten op het regionaliseren van de handel, waardoor ontwikkelingslanden mogelijkheden krijgen hun lokale economie en markten te ontwikkelen. Belastingwetgeving en belastingverdragen moeten zo herzien worden dat ontwikkelingslanden niet meer miljarden aan inkomsten mislopen via belastingontwijking door multinationals. Europese landbouw- en visserijsubsidies moeten worden afgebouwd. Dat geeft boeren in ontwikkelingslanden nieuwe kansen. Nederland moet stoppen met de import van producten die ten koste gaan van de leefomgeving elders of die gepaard gaan met schendingen van mensenrechten of dierenwelzijn. Visserijakkoorden tussen de EU en derde landen zijn roofakkoorden en moeten worden ontbonden. Alle bestaande exportsubsidies en budgetten voor exportpromotie moeten verdwijnen en er moeten geen producten meer gedumpt worden in ontwikkelingslanden

EINDE

Reacties uitgeschakeld voor Noten 33 en 34/Opmerkelijkheden

Opgeslagen onder Divers

Noten 35 t/m 37/Opmerkelijkheden

[35]

”Stop Wapenhandel is een onafhankelijke vredesorganisatie en doet sinds 1998 onderzoek naar wapenhandel en wapenindustrie in Nederland, in Europa en soms in groter internationaal verband. We voeren actie en publiceren artikelen en rapporten. Stop Wapenhandel wil een verbod op wapenexport naar ondemocratische regimes en conflictgebieden. Oorlog moet geen geen verdienmodel zijn. We onderzoeken hoe de lobby van de wapenindustrie het beleid beïnvloedt. We protesteren tegen wapenbeurzen en de financiering van productie door de Europese Unie. Samen met het European Network Against Arms Trade proberen we de Nederlandse en Europese controle op wapenexport te versterken.”

STOP WAPENHANDEL

WIE WE ZIJN EN WAT WE DOEN

https://stopwapenhandel.org/overstopwapenhandel/

ORIGINELE BRON

https://stopwapenhandel.org/

[36]

‘ Ondanks dat er hoog opgegeven wordt over extra investeringen voor het tegengaan en omgaan met klimaatverandering en voor ontwikkelingssamenwerking hoef je niet te verwachten dat dat de komende jaren zal veranderen. Nederlands (economisch) eigenbelang blijft het leidende motief voor het buitenlandbeleid, en die extra investeringen moeten dan ook vooral ten goede komen aan de Nederlandse handelsbalans en bedrijven.”

STOP WAPENHANDEL

REGEERAKKOORD: MILJARDEN VOOR DEFENSIE, EIGENBELANG LEIDEND

10 JANUARI 2022

https://stopwapenhandel.org/regeerakkoord-miljarden-voor-defensie-eigenbelang-leidend/?highlight=Ontwikkelingssamenwerking

Na maandenlange impasses presenteerden dezelfde vier partijen die de afgelopen bijna vijf jaar de regering vormden half december 2021 een nieuw regeerakkoord. Onder de titel ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ kwamen VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie met een tekst op de proppen die voor ‘groen’ en ‘progressief’ door moet gaan, maar vooral doorgaan op dezelfde weg belooft.

Er gaan miljarden extra naar Defensie en er wordt een versoepeling van het wapenexportbeleid aangekondigd. In het bredere buitenlandbeleid blijft Nederlands (economisch) eigenbelang de drijvende factor. Voor de gebieden klimaat en ontwikkelingssamenwerking wordt extra geld uitgetrokken, maar volstrekt onvoldoende om van significante betekenis te zijn én stevig geplaatst in dat kader van eigenbelang.

Miljarden extra voor Defensie

In het akkoord is een structurele verhoging van de Defensiebegroting met €3 miljard per jaar afgesproken. Het budget schiet de komende jaren steil omhoog: met ruim €16 miljard in 2024 en 2025 is sprake van bijna een verdubbeling ten opzichte van 2017 en 2018. Naar verwachting betekent dit dat in 2024 1,85% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) naar defensie gaat. Dat komt overeen met het gemiddelde van Europese NAVO-landen.

Waar het extra geld voor gebruikt gaat worden is nog niet helemaal duidelijk. Er wordt in ieder geval €500 miljoen per jaar gereserveerd voor ‘modernisering van het loongebouw en arbeidsvoorwaarden’. Defensie moet daarmee ook een aantrekkelijkere werkgever worden, want met het werven van nieuw personeel loopt het nog altijd niet zo vlot.

Er zal ook veel geld gaan naar de aanschaf van nieuwe wapens, in lijn met het vorig jaar ingestelde Defensiematerieelbegrotingsfonds, een kadootje van €45 miljard voor de krijgsmacht en de wapenindustrie. Daarnaast staan onder meer het wegwerken van achterstallig onderhoud, het verhogen van inzetvoorraden, digitalisering en aanschaf van cybercapaciteiten op de rol.

Dat het regeerakkoord miljarden extra toekent aan Defensie mag geen verrassing heten. De krijgsmacht zelf, de wapenindustrie en rechtse partijen lobbyen hier al jaren intensief voor. Daar komt nooit veel inhoudelijke onderbouwing bij kijken, het lijkt vooral om positionering ten aanzien van bondgenoten te gaan: men wil niet onderaan het lijstje militaire uitgaven bungelen. Begin april vorig jaar lieten de commandanten van de legeronderdelen gezamenlijk weten zich te schamen tegenover de rest van de NAVO voor de lage Nederlandse defensiebegroting.

Internationale samenwerking

Voor internationale militaire samenwerking blijft de NAVO volgens het akkoord uiteraard de hoeksteen, maar in lijn met ontwikkelingen van de afgelopen jaren wordt ook ingezet op meer strategische autonomie van en defensiesamenwerking binnen de EU.

“Binnen de NAVO concentreert Nederland zich meer op de bescherming van de eigen regio”, zo staat in het akkoord. Positief gezien mag je op grond daarvan hopen dat er de komende jaren minder makkelijk gedacht wordt over deelname aan militaire operaties over de hele wereld, mede in het licht van het Afghanistan-debacle, maar het lijkt realistischer dat de regering zich toch altijd ‘geroepen’ zal voelen om aan oproepen van bondgenoten gehoor te geven (lees: mee wil doen op het internationale toneel). Deze passage lijkt echter ook vooral een aankondiging van meer nadruk op troepenopbouw en andere militaire versterkingen vanuit NAVO- en EU-hoek richting Rusland.

De NAVO-lijn – ‘Zolang er kernwapens bestaan, zal de NAVO een nucleaire alliantie blijven’ – blijft ook leidend als het gaat om kernwapens. De coalitie maakt zichzelf dan ook volstrekt belachelijk door te stellen: ‘Binnen de bondgenootschappelijke verplichtingen draagt Nederland bij aan een kernwapenvrije wereld’. De komende jaren komen er nota bene nieuwe, ‘beter inzetbare’, Amerikaanse kernwapens te liggen op vliegbasis Volkel, in het kader van een NAVO-doctrine waarin mogelijk kernwapengebruik weer een meer centrale positie inneemt.

Meer ruimte voor wapenexporten

Bijzonder zorgelijk zijn de nogal cryptisch gestelde zinnen in het regeerakkoord die aan wapenhandel gewijd worden. Opmerkingen over een ‘gelijkwaardiger Europees speelveld’ voor de defensieindustrie en over ‘de groeiende consensus over wederzijdse erkenning van vergunningen’ lijkt een rechtstreekse verwijzing naar een kort voor de verkiezingen ingediend initiatiefvoorstel vanuit de VVD- en CDA-fracties. Zij bepleiten daarin het de facto afschaffen van een zelfstandig Nederlands wapenexportbeleid door het nagenoeg altijd automatisch goedkeuren van export van wapenonderdelen naar andere EU-landen. Onderdelen maken gemiddeld zo’n 80% uit van de totale Nederlandse wapenexport, maar de zeggenschap over waar deze uiteindelijk terecht komen zou volledig uit handen gegeven moeten worden aan die andere landen, die over het algemeen een soepeler exportbeleid hanteren.

De NIDV, de koepelorganisatie van de Nederlandse wapenindustrie, toonde zich dan ook tevreden met het regeerakkoord. Wel meldde het terloops even dat de vele extra miljarden voor de krijgsmacht nog steeds niet voldoende zijn, een kritiekpunt dat vanuit de rupsjes nooitgenoeg van de militaire lobby breder te horen is.

Buitenlands beleid in teken eigenbelang

Waar de generaals zich schamen voor de ‘lage’ Nederlandse militaire uitgaven, valt er op andere vlakken weinig schaamte te bespeuren over de Nederlandse positie op internationale lijstjes. In een ingezonden artikel in NRC wezen Danielle Hirsch (Both ENDS) en Pieter Pauw (Frankfurt School of Finance and Management) begin januari op het Europe Sustainable Development Report 2021, van het Sustainable Development Solutions Network (SDSN), dat berekende dat Nederland van alle Europese landen het grootste negatieve effect op andere landen heeft bij het behalen van ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals).

Ondanks dat er hoog opgegeven wordt over extra investeringen voor het tegengaan en omgaan met klimaatverandering en voor ontwikkelingssamenwerking hoef je niet te verwachten dat dat de komende jaren zal veranderen. Nederlands (economisch) eigenbelang blijft het leidende motief voor het buitenlandbeleid, en die extra investeringen moeten dan ook vooral ten goede komen aan de Nederlandse handelsbalans en bedrijven.

Het extra geld is bovendien volstrekt ontoereikend om significante impact te hebben en kan onderliggende dubieuze keuzes niet verbloemen. Het onuitlegbare, gevaarlijke plan om twee kerncentrales te gaan bouwen in het kader van de overstap naar duurzame energie, in de praktijk volgens deskundigen gelukkig een (financieel) onhaalbare kaart, is vooral ook een teken van inhoudelijke armoede: een serieuze omslag naar duurzaam beleid staat nog steeds niet op de kaart.

Grotere NGO’s zijn desondanks opvallend mild of zelfs, met kanttekeningen over het buiten schot blijven van de luchtvaartsector, positief gestemd over de klimaatplannen. Niemand durft blijkbaar te zeggen dat het een illusie is dat klimaatverandering een halt toegeroepen kan worden onder het vigerende op winst en economische groei gerichte kapitalistische systeem. Dezelfde houding is helaas te zien in NGO-reacties op plannen voor defensie en ontwikkelingssamenwerking: wel wat kritiekpunten, maar geen pleidooien voor een fundamenteel ander beleid. Voor een initiatief als ‘Veiligheid, Hoe Dan?’, dat een omslag van een militair naar een civiel veiligheidsbeleid bepleit, is hier nog een wereld te winnen.

Mensenrechten en migratie

Op het gebied van migratie zijn op internationaal vlak weinig nieuwe plannen te melden. Het kabinet wil onverminderd inzetten op het meest verwoestende onderdeel van het huidige migratiebeleid: het externaliseren van grenzen, oftewel het onder druk zetten van landen rondom Europa om de rol van externe grenswachten op zich te nemen. Daarvoor wordt grif samengewerkt met allerlei autoritaire regimes, die geld, trainingen en materieel toegestopt krijgen. Op nationaal vlak zijn de verkapte strafbaarstelling van ‘illegaliteit’ en het aansturen op meer deportaties, waarvoor ook het EU-grensbewakingsagentschap Frontex al staat te trappelen, zeer onwenselijke voornemens.

Uiteraard vermeldt de regering wel hier en daar dat alles met respect voor rechten van vluchtelingen moet gebeuren – een volstrekte illusie zo leert de praktijk van geweld en illegale pushbacks tegen vluchtelingen van de afgelopen jaren – zoals het ook veel waarde zegt te hechten aan mensenrechten in het algemeen. Vol eigendunk ziet Nederland zichzelf graag als internationale voortrekker op mensenrechtengebied, en vele andere vlakken waar het in realiteit in hoge mate achterloopt, maar als je eigen buitenlands beleid mensenrechtenschendingen mogelijk blijft maken is dat vooral gepraat voor de bühne.

Het regeerakkoord is net als het vorige akkoord van dezelfde vier partijen een document dat geen enkele serieuze poging laat zien om grote nationale en internationale problemen en vraagstukken aan en op te pakken en vrede, internationale rechtvaardigheid en duurzaamheid te bevorderen. Het eigenbelang van de BV Nederland en de grote bedrijven waarop dit steunt staat wederom voorop.

Met weinig enthousiasme probeerden de coalitiepartijen het regeerakkoord aan hun achterbannen te verkopen. Internationale vraagstukken werden daarbij nauwelijks benoemd en zullen vermoedelijk ook geen splijtzwam worden tussen deze partijen. De afgelopen bijna vijf jaar hebben D66 en ChristenUnie immers ook braaf in de pas gelopen met VVD en CDA als het gaat om meer geld voor defensie, minder ruimte voor vluchtelingen en het Nederlands eigenbelang als leidend beginsel voor buitenlands beleid. Macht telt, mensen niet.

EINDE

[37]

BNN VARA JOOP

BRAM VAN OOJIK VOERT JUISTE STRIJD

OP VERKEERDE TONEEL

FRANK VAN DER LINDE

https://www.bnnvara.nl/joop/artikelen/bram-van-ojik-voert-juiste-strijd-op-verkeerde-toneel

In een vurig betoog in de Volkskrant van 5 december stelt Bram van Ojik, fractievoorzitter van GroenLinks, dat Nederland onder de fatsoensnorm zakt door de internationale 0.7%-norm voor ontwikkelingshulp los te laten. Ik ben het volledig eens met Van Ojik’s motivatie achter zijn betoog, namelijk dat de nog steeds bestaande verschrikkelijke armoede uitgebannen moet worden en dat wij onze verantwoordelijkheid moeten nemen. Maar Van Ojik voert zijn strijd op het verkeerde toneel. Het gaat er niet om hoeveel Nederland terug geeft aan ontwikkelingslanden in de vorm van ontwikkelingshulp, maar hoeveel Nederland op oneigenlijke manieren verdient.

Van Ojik wil stevige tegendruk geven aan het huidige kabinet. En terecht. Minister Ploumen, die niet alleen verantwoordelijk is voor ontwikkelingshulp maar ook voor buitenlandse handel, heeft het roer radicaal omgegooid en primair ingezet op handel in plaats van hulp. In beginsel geen slechte keus.

In 1968 stelde de handels- en ontwikkelingspoot van de Verenigde Naties UNCTAD al dat handel beter is dan hulp (trade, not aid). De invulling die Ploumen geeft aan dit beleid heeft echter weinig met eerlijke handel te maken, hetgeen bedoeld werd met ‘trade, not aid’. In plaats van ontwikkelingslanden via eerlijke handel hun eigen ontwikkeling te gunnen, bedrijft Ploumen ordinaire handelspolitiek en wil zij zelfs het stimuleren en faciliteren van wapenhandel niet categorisch uitsluiten.

Nederlandse bedrijven worden aan alle kanten ondersteund en gestimuleerd zaken te doen in en met het buitenland. Grote hoeveelheden ontwikkelingshulp worden ingezet om Nederlandse bedrijven daarbij te ondersteunen. Uiteraard moeten de gesubsidieerde activiteiten van Nederlandse bedrijven in het buitenland bijdragen aan ontwikkeling aldaar, maar de criteria daarvoor zijn en blijven boterzacht, zoals we tijdens het debat daarover in de Tweede Kamer hebben mogen vernemen.

Door onze positie in de wereld te versterken ten koste van ontwikkelingslanden die niet de instrumenten en subsidies hebben om hun eigen bedrijven op soortgelijke wijze te ondersteunen, dempen we voor onszelf de gevolgen van de economische crisis die we nota bene zelf mede hebben veroorzaakt.

De oplossing voor armoede in ontwikkelingslanden ligt in het Westen en dus ook in Nederland. Nederland kan een nieuw gidsland worden, door de 0,7% norm af te schaffen en daarvoor in plaats de netto bijdrage aan een betere wereld te berekenen en vervolgens het beste jongetje van deze klas te worden. Het gaat om datgene wat we onterecht verdienen door een internationaal belastingparadijs te zijn, oneerlijke handel te drijven, onze machtspositie in te zetten bij handelsverdragen, minus datgene wat we teruggeven in de vorm van ontwikkelingshulp. Bij zo’n overzichtslijstje zou Nederland wel eens behoorlijk onderaan kunnen bungelen.

Bram van Ojik, als voormalig hoge ambtenaar bij Buitenlandse Zaken verantwoordelijk voor ontwikkelingssamenwerking, is zeer goed op de hoogte van deze materie. Van Bram van Ojik had ik dan ook een genuanceerder stuk verwacht dan het retorische betoog voor het behoud van de 0,7% norm.

EINDE ARTIKEL

Reacties uitgeschakeld voor Noten 35 t/m 37/Opmerkelijkheden

Opgeslagen onder Divers

Noten 38 en 39/Opmerkelijkheden

[38]

BBB

STRENG MET MENSELIJKE MAAT:

BBB OVER MIGRATIE

13 FEBRUARI 2023

https://boerburgerbeweging.nl/fractienieuws/streng-met-menselijke-maat-bbb-over-migratie/

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 20

[39]

”Het verbod op collectieve bestraffing is een algemeen rechtsbeginsel. Dit betekent dat een straf persoonlijk en individueel moet zijn. Een straf kan slechts opgelegd worden aan de persoon die het misdrijf heeft gepleegd. Wanneer verschillende personen betrokken zijn bij eenzelfde misdrijf dan dient de straf ten aanzien van elke persoon afzonderlijk uitgesproken te worden.”HET RODE KRUIS

COLLECTIEVE BESTRAFFING

https://www.rodekruis.be/nieuws-kalender/blog/collectieve-bestraffing/

Het verbod op collectieve bestraffing is een algemeen rechtsbeginsel. Dit betekent dat een straf persoonlijk en individueel moet zijn. Een straf kan slechts opgelegd worden aan de persoon die het misdrijf heeft gepleegd. Wanneer verschillende personen betrokken zijn bij eenzelfde misdrijf dan dient de straf ten aanzien van elke persoon afzonderlijk uitgesproken te worden.

Collectieve bestraffing en internationaal humanitair recht (IHR)
Dit principe, waarbij niemand veroordeeld mag worden dan op basis van een individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid, wordt ook bevestigd onder het internationaal humanitair recht en gaat terug tot artikel 50 van het Verdrag van Den Haag van 1899. Na de Eerste Wereldoorlog werd dit principe bevestigd in het Verdrag van Genève van 1929, onder andere als reactie op de executie van volledige Belgische dorpen door de Duitsers voor verzetsactiviteiten. Later is het verbod specifiek hernomen in het Derde en Vierde Verdrag van Genève van 1949. Bovendien bevat gemeenschappelijk artikel 3 in de Verdragen van Genève van 1949 een verwijzing naar het recht op een eerlijk proces.

Ook de twee Aanvullende Protocollen van 1977 bij de Verdragen van 1949 vermelden het verbod. Het gaat om een fundamenteel beginsel dat een menselijke behandeling moet waarborgen en volgens de voorbereidende teksten bij het Eerste Aanvullende Protocol van 1977 in de meest ruime zin geïnterpreteerd dient te worden. Het verbod op collectieve bestraffing moet onder het internationaal humanitair recht niet alleen gelezen worden in relatie tot een strafrechtelijke veroordeling na een gerechtelijke procedure, maar ten aanzien van elke sanctie of intimidatie ten aanzien van daden die men niet gepleegd heeft en die niet in overeenstemming zijn met het algemene principe van menselijkheid. Denk bijvoorbeeld aan administratieve sancties of intimiderende handelingen ten aanzien van de burgerbevolking om verzetsactiviteiten te voorkomen.

Regel 103 van de Studie van het Internationale Rode Kruiscomité over gewoonterecht binnen het internationaal humanitair recht bepaalt dat het verbod op collectieve bestraffing deel uitmaakt van het gewoonterecht. De studie bevestigt dat dit verbod een afgeleide is van het feit dat niemand bestraft mag worden dan op basis van een individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid.

Het verbod op collectieve bestraffing geldt zowel voor internationale als voor niet-internationale gewapende conflicten.

Collectieve bestraffing als oorlogsmisdaad
Het gebruik van collectieve bestraffing in tijden van gewapend conflict kan een oorlogsmisdaad zijn. Zo omschrijven de statuten van het Internationaal Straftribunaal voor Rwanda en het Bijzonder Gerechtshof voor Sierra Leone collectieve bestraffing als een oorlogsmisdaad dat onder hun bevoegdheid valt.


Het Bijzonder Gerechtshof voor Sierra Leone sprak zich hier bijvoorbeeld reeds over uit in de AFCR zaak en benadrukte dat collectieve bestraffing een schending is van gemeenschappelijk artikel 3 en het Tweede Aanvullende Protocol.

Collectieve bestraffing en mensenrechten
De mensenrechten uiten niet expliciet het verbod op collectieve bestraffing, maar een dergelijke daad kan wel een schending van bepaalde mensenrechten uitmaken, in het bijzonder het recht op vrijheid en veiligheid van een persoon en het recht op een eerlijk proces.

Collectieve bestraffing in de actualiteit
De Israëlisch overheid heeft plannen aangekondigd om zes huizen op de Westbank af te breken Deze huizen behoren toe aan familieleden van Palestijnse beschuldigd van criminele feiten. Volgens het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) zou de vernietiging van deze huizen neerkomen op een collectieve bestraffing, wat verboden is onder het internationaal humanitair recht. De familieleden hebben de feiten immers niet gepleegd en zijn dus niet individueel strafrechtelijk verantwoordelijk. Het Internationale Rode Kruiscomité roept de overheid op deze plannen te herroepen.

EINDE 

Reacties uitgeschakeld voor Noten 38 en 39/Opmerkelijkheden

Opgeslagen onder Divers

Noot 40/Opmerkelijkheden

[40]

”Economische migranten hebben geen hoog aanzien. In het migratiedebat figureren ze meestal als de jonge avonturiers uit Afrika, die zich op de smokkelbootjes tussen de vluchtelingen uit Syrië wagen. Maar die vormen maar een fractie van de 200 miljoen arbeidsmigranten uit arme landen in de wereld. Die worden door de familie thuis als helden gezien. Terecht, vinden internationale organisaties in recente rapporten: hun geldovermakingen dragen veel meer bij aan armoedebestrijding dan alle ontwikkelingshulp bij elkaar.”

VOLKSKRANT

ARBEIDSMIGRATIE WERKT BETER

DAN ONTWIKKELINGSHULP

20 JULI 2017

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/arbeidsmigratie-werkt-beter-dan-ontwikkelingshulp~b88eb322/

De VN-organisatie IFAD, met als doel de agrarische bevolkingsgroepen te helpen, zette de feiten onlangs op een rijtje: het geld dat de arbeidsmigranten sturen vanuit de industriële gastlanden naar hun families thuis overtreft wereldwijd de officiële ontwikkelingshulp, het is zelfs meer dan drie keer zoveel: in 2016 was het 445 miljard dollar (390 miljard euro).

De VN schatten dat 800 miljoen gezinnen in de landen van herkomst leunen op de bijdragen van hun 200 miljoen economische migranten. Dus ruim een miljard wereldburgers, 1 op de 7, is betrokken bij die trekarbeid, stelt IFAD in het rapport. De economische migranten zijn onmisbaar voor het halen van de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) die de VN-lidstaten in 2015 afkondigden.

Voor veel landen in wat vroeger de Derde Wereld werd genoemd – Azië, Afrika, Latijns-Amerika – belichamen de economische migranten de hoop op een betere toekomst. De overmakingen van de migranten tilt de meeste gezinnen in ontwikkelingslanden boven de armoedegrens en geeft hen de middelen om het hoofd permanent boven water te houden, door verbetering van hun landbouwbedrijf, aankoop van vee of het opzetten van een eigen zaak. Het geld wordt ook gebruikt voor hun gezondheidszorg en voor het schoolgeld van hun kinderen.

Fijner dan liefdadigheid
Voor vrijwel alle lage- en middeninkomenlanden geldt ook nog eens dat de overmakingen in totaal hoger zijn dan de directe investeringen door het bedrijfsleven. De overmakingen aan landen in Azië groeien het snelst, nu ruim de helft van het wereldtotaal vloeit daarheen. Maar ook voor de andere, vaak arme, landen zijn ze belangrijk voor het nationale inkomen. Zelf verdiend en opgestuurd, dat voelt toch beter dan subsidies en liefdadigheid door rijken in het Westen.

De landen waar de economische migranten aan het werk zijn, profiteren ook volgens de statistieken: de migranten geven daar 85 procent van hun inkomen uit, 15 procent sturen ze naar huis. Overigens blijft de helft van de economische migranten in het Zuiden. Denk aan de vele migranten uit Congo of Nigeria in Zuid-Afrika. Of arbeiders uit Bangladesh in de emiraten en Saoedi-Arabië.

De vluchtelingencrisis en het toenemend restrictieve beleid in Europa en de VS heeft het ook voor de economische migranten lastiger gemaakt. Tussen 2007 en 2016 is de omvang van de geldovermakingen met 51 procent toegenomen, volgens IFAD, maar de Wereldbank merkt voor het afgelopen jaar een lichte teruggang op.

Banken vragen te hoge percentages
Dat komt ook door de kosten om geld naar huis over te maken. Voor Afrikaanse landen zijn die het hoogst: 9,8 procent – terwijl bij de SDG’s was afgesproken dat banken niet meer dan 3 procent mochten vragen. Voor veel Afrikaanse landen noemen banken de hoge risico’s als reden voor een grotere recette. Het gevolg is volgens de Wereldbank dat Nigerianen, bijvoorbeeld, steeds vaker geld naar het thuisland brengen buiten de financiële instellingen om.

De voornemens in sommige westerse landen om belasting te gaan heffen op geldovermakingen naar huis, ‘deels om migranten zonder papieren af te schrikken’, vind de Wereldbank daarom onverstandig: ‘moeilijk uit te voeren en waarschijnlijk drijft dat de geldstromen ondergronds’.

Wat deze internationale instellingen gemeen hebben is hun positieve kijk op de economische migrant: die komt om te werken, geld te verdienen en naar huis te sturen. Dat economische aspect is in de discussies over de ‘migrantencrisis’ onterecht op de achtergrond geraakt.

De legale status van asielzoekers en arbeidsmigranten verschilt, schrijft IFAD, maar beide groepen hebben sterke banden met de familie thuis. In de gastlanden doen ze ervaring en kennis op die ze later in hun land herkomst ten nutte kunnen maken, als terugkeerder of ‘diaspora-investeerder’.

De economische migranten, de steunpilaren van hun families, verdienen eerherstel .
Wim Bossema

EINDE ARTIKEL

Reacties uitgeschakeld voor Noot 40/Opmerkelijkheden

Opgeslagen onder Divers

Noten 41 en 42/Opmerkelijkheden

[41]

HUMAN RIGHTS WATCH

FRONTEX DELIVERS CRUELRY FROM SKIES

14 DECEMBER 2022

https://www.hrw.org/news/2022/12/14/frontex-delivers-cruelty-skies

Despite its claims of saving lives, Frontex is putting refugees and migrants at risk by aiding Libya Coast Guard interceptions of boats.

In the footage, you can see the small, overcrowded wooden boat motoring away in the middle of the Mediterranean Sea as the Libyan Coast Guard vessel, the Ras Jadir, chases it. It is too far away to see any faces, but it seems like the people are aware they are being chased and are trying to evade capture.

They do not succeed. The Libyan Coast Guard eventually catches up with the boat and forces the 20 or so men to board their patrol vessel. After that, the video cuts off. What most likely happened afterwards was that the people from the boat were forcibly returned to Libya to almost certain detention and abuse.

The footage was shot on July 30, 2021, from the Seabird, a plane flown on behalf of the rescue group Sea-Watch and was obtained by Border Forensics and Human Rights Watch as part of our investigation into the practices of the European border agency, Frontex.

The fingerprints of the European Union and Frontex, its border agency, are all over this incident. The EU naval mission EUNAVFOR MED trained the Libyan Coast Guard. Italy donated the Ras Jadir.

Our analysis of the flight tracks of a drone that Frontex operates out of Malta suggests it very likely detected the wooden boat, as it was flying in the area on that day. It probably sent video and other data to its headquarters in Warsaw, where staff in turn passed the information to coastal authorities, including the Libyan Coast Guard.

Simply put, without the material, operational, and political support provided by the EU, this and many other sea interceptions would not have been possible.

Our research demonstrates that Frontex uses its vast resources to assist interceptions of refugee and migrant boats by Libyan forces. Over the last few years, Frontex has signed contracts with private companies to operate a remote-piloted Heron drone and several piloted planes out of airports in Malta and Italy. We obtained copies of them through freedom of information requests.

Each of these aircraft monitors a specific area of the central Mediterranean, forming a tightly knit yet extensive web of aerial patrol. Frontex aircraft have more than doubled their flight time over the central Mediterranean, from 1,396 hours in the air in 2018 to 2,869 hours in 2021.

On July 30, 2021, a date we looked at closely, Frontex’s own database recorded five interceptions facilitated by its aerial surveillance programme. Our analysis of its flight tracks suggests the drone spotted at least three of them.

Frontex says aerial surveillance helps to save lives, and that it has to alert all coastal authorities, including the Libyan Coast Guard, when it spots a boat in distress. The border agency told us it only sends out mayday alerts to all ships in the area if there is a risk of imminent loss of life, in other words, if the boat is about to sink. The Sea-Watch 3, an NGO rescue vessel, was near the wooden boat and could have provided assistance and taken the people on board to safety in Europe. Frontex did not alert them.

Data analysis by Border Forensics suggests that on days when Frontex assets fly more hours over their area of operation, the Libyan Coast Guard tends to intercept more vessels. At the same time, the flights have not had a meaningful impact on deaths at sea.

Frontex told us they issued 21 mayday alerts in the central Mediterranean between January 2020 and April 2022, while it says its aircraft made 433 detections in that operational area in 2021 alone.

This low number of mayday alerts compared with the number of boat sightings is based on a deliberately narrow interpretation of when a boat is in distress. This allows Frontex to alert Libyan authorities, even though the EU knows the Libyan Coast Guard is returning people to abusive situations, and gives it an excuse not to alert nearby vessels, including nongovernmental ships, which would seek to take passengers to safe European ports.

Frontex aerial surveillance now forms a central plank of the EU’s strategy to prevent asylum seekers from reaching Europe by boat and to knowingly return them to unspeakable abuse in Libya.

It goes hand in hand with the withdrawal of EU ships from the central Mediterranean, the handover of responsibility to Libyan forces, and the harassment of nongovernmental rescue groups. The increasing reliance on aerial surveillance is an attempt by the EU to further remove itself physically and legally from its responsibilities: It allows the EU to maintain a distance from boats in distress while keeping a close eye from the sky.

Ultimately, though, providing the Libyan Coast Guard with the information needed to capture people at sea, knowing full well the arbitrary detention, violence, and exploitation people face upon return to Libya, makes the EU complicit in this abuse.

At a recent meeting in Brussels, EU interior ministers “underlined the need to prevent loss of lives at sea”. Yet, they also approved an action plan that strengthens cooperation with Libya and reinforces aerial surveillance.

Under the EU’s deterrence approach, the Mediterranean has become the deadliest migration route in the world. Only a fundamental re-orientation of European migration policies towards legal and safe passage could help end this senseless carnage. Frontex itself also needs to be scrutinised for its practices, especially after new evidence emerged that it has engaged in serious misconduct, including covering up unlawful and abusive pushbacks of asylum seekers and migrants by Greece to Turkey.

In the meantime, EU countries should use aerial surveillance to support rescue at sea and disembarkations in safe ports, rather than returns to abuse in Libya. Frontex, and member states like Italy and Malta, should consider all overcrowded, unseaworthy boats in open waters to be in peril and alert all vessels in the area to ensure timely assistance, and cooperate with, rather than harass civilian rescue groups.

Otherwise, all the EU’s pledges about saving lives at sea will remain tragically empty rhetoric.

EINDE STATEMENT HUMAN RIGHTS WATCH

HUMAN RIGHTS WATCH

FRONTEX FAILING TO PROTECT PEOPLE 

AT EU BORDERS

23 JUNE 2015

https://www.hrw.org/news/2021/06/23/frontex-failing-protect-people-eu-borders

(Brussels) – The European Union border guard agency’s oversight mechanisms have failed to safeguard people against serious human rights violations at the EU’s external borders, Human Rights Watch said today.

An analysis of the actions of the European Border and Coast Guard Agency, known as Frontex, shows a pattern of failure to credibly investigate or take steps to mitigate abuses against migrants at EU external borders, even in the face of clear evidence of rights violations.

“Frontex has repeatedly failed to take effective action when allegations of human rights violations are brought to its attention,” said Eva Cossé, Western Europe researcher at Human Rights Watch. “Its rapid growth into an executive agency of the EU, with increased powers, funding, and legal responsibilities makes it all the more urgent for Frontex to put in place effective tools to safeguard fundamental rights.”

Human Rights Watch has examined in detail the situation in three countries where Frontex has major operations and where it failed to act promptly or at all in the face of credible evidence of abuse. On June 8, 2021, Human Rights Watch wrote to Frontex with its findings with the intention of including its response in the report but has yet to receive a response.

European and international nongovernmental groups, including Human Rights Watch, and media outlets have consistently reported abuses— by officials from EU member states against people arriving at EU borders where Frontex is operating. These include violence, illegal pushbacks, and denial of access to asylum by countries including BulgariaCroatia, Cyprus, Greece, Hungary, and Malta.

On June 23 Amnesty International is releasing related research on pushbacks from Greece to Turkey, which also includes a call for accountability for Frontex.

Frontex has seven oversight, reporting, and monitoring mechanisms with the stated purpose of ensuring that its officers do not engage in abuse, are held accountable if they do, and are not complicit in abuse by EU member states. They include a system to report serious incidents that has recorded a few incidents but failed to prevent abuse, and hold those responsible accountable. Under Article 46 of the Frontex Regulation, the agency also has a duty to suspend or terminate operations in case of serious abuses, but has only done so once, in Hungary, after a European court ruling.

In Greece, evidence has come to light since October 2020 that Frontex played an active role in concealing and supporting pushbacks of migrants at the land and maritime borders with Turkey. Frontex also went ahead with a rapid border operation (RABIT) in Greece in March 2020, although the Greek authorities had openly put abusive measures in place. These included temporarily suspending access to asylum, prosecuting asylum seekers for irregular entry, and violently forcing them back across the border.

Responding to widely reported allegations of Frontex involvement in illegal pushbacks, the Frontex Management Board created a Working Group in November 2020, consisting of 8 country representatives and the European Commission, to investigate 13 reported incidents in the Aegean Sea maritime border with Turkey. The group reported in March 2021 that there had been no wrongdoing by Greece or Frontex, despite clear evidence to the contrary. It also failed to look into other abuses by Greek authorities in areas where Frontex is operating, including violent pushbacks at Greece’s land border with Turkey.

In Hungary, Frontex failed for four years to take measures to prevent or stop human rights violations, despite reports from the United Nations refugee agency (UNHCR) about Hungary’s abusive treatment of asylum seekers and migrants, calls from Frontex’s own consultative forum on fundamental rights to suspend operations, and legal action by the European Commission against Hungary. Frontex suspended operations only after the EU Court of Justice found in December 2020 that Hungary was breaking EU law.

In CroatiaFrontex maintains its presence despite credible and consistent reports by Human Rights Watch and others of pushbacks, often violent, of migrants and asylum seekers into Bosnia and Herzegovina and Serbia since 2016.

As an EU agency, Frontex is bound to carry out all its operations consistent with the EU Charter of Fundamental Rights (including the right to asylum), the European Convention on Human Rights, and other norms of international law. Human rights law obliges Frontex not to expose anyone to human rights abuse either directly or indirectly and to take necessary measures to protect people from prohibited ill-treatment. Frontex’s own mandate, deriving from the Frontex Regulation, requires all personnel deployed in its operations to respect fundamental rights.

Frontex’s Management Board has expressed concern about the effectiveness of its reporting and monitoring mechanisms, and called for urgent improvements. Similarly, on June 15, the EU Ombudsman published a report that was critical of the functioning of the agency’s complaints mechanism and the role of its fundamental rights officer and made recommendations for reform. The European Parliament is also investigating Frontex operations.

“The European Union and its member states have a collective responsibility to ensure that Frontex operates in accordance with EU and international human rights law standards,” Cossé said. “That can’t happen unless Frontex avoids participation or complicity in abuses and its officials are held to account if they abuse people or put their rights at risk.”

For detailed analysis and recommendations, please see below.

Frontex was founded in 2004 as a European Union border enforcement and management agency. Its duties include enforcing migration control at the EU’s external borders.

Initially, Frontex played a coordinating role, using seconded officers to support member states at EU external borders. Over the last 15 years, its authority has significantly expanded. Its budget has skyrocketed, from 118 million euro in 2011 to 460 million euro in 2020, and is expected to average 800 million euro a year over the next seven years. In 2019 it was given a mandate to set up a standing corps of 10,000 border guards by 2027, giving it significant executive powers.

Frontex is active in numerous joint operations along EU external borders, including in the Mediterranean Sea and the Balkans, working closely with both EU and non-EU states.

Methodology

For the purpose of this report, Human Rights Watch used its previous on-the-ground research in Croatia, Greece, and Hungary documenting abuses taking place at the external borders of those states. It analyzed Frontex’s oversight, reporting, and monitoring mechanisms in operations in those and other countries. Human Rights Watch also reviewed the documents from Frontex and related bodies, and reports and other documents from non-governmental organizations, media organizations, and academics.

The resulting recommendations apply to all places where Frontex is present, including in aerial surveillance operations and cooperation with Libya’s coast guard.

Frontex Under Scrutiny

In October 2020, a joint media investigation concluded that Frontex may have been complicit in human rights violations at the Greek-Turkish maritime border, in the Aegean Sea. It documented six instances between March and August 2020 in which Frontex was either in close proximity to a pushback or directly involved. Journalists reported that asylum seekers and migrants were prevented from reaching EU soil or were forced out of EU waters, in breach of EU and international law.

The allegations of the agency’s complicity in these pushbacks and the serious shortcomings of its reporting and monitoring mechanisms, as well as other concerns about Frontex have led to multiple ongoing investigations by EU bodies: the European Parliament, the European Ombudsman, and the European Anti-Fraud Office.

Frontex has also been accused of enabling the Libyan Coast Guard to intercept migrants in the Central Mediterranean, and then take them back to Libya, where they face nightmarish detention conditions. A joint media investigation reported in April 2021 that since January 2020, Frontex aircraft had flown over migrant boats in at least 20 cases, before Libya’s coast guard intercepted them and towed them back to Libya. Frontex has also been involved in training Libya’s coast guard.

Over the years, Frontex has relied on its coordinating role and lack of executive authority to evade human rights responsibility. In December 2020 Frontex Executive Director Fabrice Leggeri told the European Parliament there was no evidence of Frontex’s involvement in abuses in the Aegean and that only member states had the authority to make operational decisions, implying that Frontex could not be held responsible.

A 2011 investigation by Human Rights Watch into Frontex operations in Greece found the agency was complicit in abuse by handing over migrants it apprehended to Greek police for detention in inhumane conditions.

While some progress has been made since 2011 in clarifying the agency’s human rights obligations, and developing systems for addressing fundamental rights violations, in practice there has been little progress toward ensuring that the deployment of Frontex does not lead to complicity in abuse.

Oversight Mechanisms

Frontex has seven oversight, monitoring, and accountability entities or systems: the Consultative Forum on Fundamental Rights (CFFR), a Fundamental Rights Officer (FRO), fundamental rights monitors; a Serious Incident Reporting mechanism (SIR), an Individual Complaints MechanismForced Return Monitoring, and a duty to suspend or terminate operations or funding in a member state or cancel deployment in case of serious abuses linked to its activities.

Assessment by Human Rights Watch and others of these entities and systems show that they have failed to prevent complicity by Frontex in human rights abuses or to ensure accountability.

Frontex’s Consultative Forum on Fundamental Rights (CFFR) brings together European institutions and international and civil society organizations to advise Frontex on fundamental rights. Frontex should under its mandate consult the CFFR on matters such as the Fundamental Rights Strategy, the functioning of the complaints mechanism, and codes of conduct, and may do so on any other aspect of fundamental rights. But in its seventh annual report, in 2019 the CFFR notes that it was not consulted on the development of the Frontex European Integrated Border Management Strategy.

The forum itself faces barriers to carrying out its tasks, including to “access information about the respect for fundamental rights.” In its report, it said that it lacks the necessary support to fulfill its role, such as a secretariat independent of Frontex.

The Platform for International Cooperation on Undocumented Migrants (PICUM), a network of organizations working to protect undocumented migrants’ human rights, had been a forum member, but stepped down in January. In its statement about leaving, it said that the forum’s working methods don’t allow for meaningful participation, and that it was not consulted on human rights related matters in some cases, that it was not given sufficient notice to review information, and that Frontex often ignored its comments.

Frontex’s fundamental rights officer (FRO) is responsible for handling complaints related to fundamental rights issues and reporting to Frontex and the CFFR. Questions have been raised about the officer’s independence, given that Frontex management hires the officer. Letters published in January 2021 by Statewatch, a group that monitors civil rights in the European Union, outline attempts by Frontex’s executive director, who under applicable regulations should have no role in the appointment, to maintain hierarchical supervision of the role, undermine the post holder, or otherwise limit the officer’s independence.

CFFR has said that the officer “lacks human resources required to adequately fulfil its tasks and to … comply with its fundamental rights obligations.” This “seriously hinders the Agency’s ability to deliver on its fundamental rights obligations including on key areas such as Frontex operational activities.”

Fundamental rights monitors were introduced in 2019 and should have been in place by December 2020. The 40 officers, selected and appointed by the fundamental rights officer, are meant to visit Frontex operating areas and report to the officer on possible human rights violations. By the end of April 2021, only 20 had been recruited, according to a media reportLetters published in January by Statewatch go into the some of the reasons behind the failure to hire all 40. On June 15 the EU Ombudsman criticized the delays in hiring the 40 fundamental rights monitors.

Frontex can assist member states to help return people whose protection claims have been rejected to their country of origin. To ensure that these operations comply with EU law, Frontex has established a pool of forced-return monitors. A 2020 EU-funded academic study raised concerns about the effectiveness of this system, noting that the reports from the fundamental rights officer in 2018 and 2019 note serious violations of fundamental rights during joint return operations.

Inadequate Investigations

Frontex oversight mechanisms fail to carry out effective investigations into allegations of abuse during its operations.

The Serious Incident Reporting (SIR) mechanism is the key entity for reporting fundamental rights violations during Frontex operations.

According to the Frontex Code of Conduct, any Frontex officer who believes fundamental rights have been violated during a Frontex operation has the obligation to report this through the SIR mechanism. Yet few incidents are actually reported, and those that are do not lead to changes in practice, as demonstrated by the inquiry conducted by the Management Board Working Group investigation into Greece.

The Frontex Consultative Forum has raised concerns since 2018 about the effectiveness of the SIR mechanism in its annual reports and said it should be reformed. In 2018, Frontex only received 3 serious incident reports of alleged violations of fundamental rights, although independent bodies, including nongovernmental groups, made a much larger number of such reports. On June 15 the EU Ombudsman noted that “the SIR is an elaborate system, involving many participants, with the role of the FRO beginning only later in the process. This may diminish the influence of the FRO.”

March 2020 case demonstrates the mechanism’s failure. The commander of a Danish patrol boat in the Frontex-run Operation Poseidon in Greece said that after his crew rescued 33 people from a dinghy, Operation Poseidon headquarters ordered his crew to put them back on the dingy and “tow it out of Greek waters.”

Frontex told Human Rights Watch in June 2020 that the Danish crew had been given “incorrect instructions” by the Greek Coast Guard and the “misunderstanding” was later clarified, which Frontex director repeated during a debate in the European Parliament on July 6, 2020.

However, in November, the EU Observer published a redacted email chain from Frontex about the incident that confirms that the Greek Coast Guard gave direct orders in March to the Danish patrol boat to push people back into Turkish waters. Despite the seriousness of the incident, Frontex officials reportedly never filed a serious incident report.

Even when Frontex’s border guards file these reports, little action is taken as highlighted by the Working Group inquiry on Greece, opened in November 2020, which looked at 13 serious incident reports alleging a Greek Coast Guard misconduct. The Working Group report accepted the Greek government’s position without verifying allegations of abuses or contradictory information and gave little indication that the reports were taken seriously. A May report by Der Spiegel said that internal documents included evidence that Frontex’s own human rights watchdog considered the investigations by the consortium of media outlets, including Der Spiegel, on Aegean pushbacks to be based “on solid evidence.”

The Individual Complaints Mechanism was introduced in 2016. It allows anyone whose rights are violated by staff deployed during a Frontex operation to submit a complaint to Frontex. The procedure is managed by the FRO who oversees the admissibility of complaints.

The agency is allowed to conduct a substantive investigation and impose sanctions only when the allegations concern permanent staff. When it comes to Frontex border guards seconded by member states, Frontex can only refer complaints to the member state concerned, and cannot require it to respond.

Moreover, the complaints mechanism cannot be considered an effective remedy within the meaning of article 47 of the EU Charter of Fundamental Rights and article 13 of the European Convention on Human Rights (ECHR). As an employee of Frontex, the rights officer lacks independence. Moreover, even if the rights officer accepts the complaint against a staff member, the Frontex executive director is responsible for investigating it.

According to the June 2021 report by the EU Ombudsman on Frontex accountability mechanisms, between 2016 and January 2021, the FRO received 69 complaints of which 22 were admissible, with no complaints concerning the actions of Frontex staff members. The Ombudsman noted there has been “inadequate transparency in relation to the mechanism’s activities although progress is now being made” and recommended improving complaints handling and follow up and the accessibility of the complaints mechanism to potential victims.

In its March 2020 final report, the Working Group established to look into Frontex operations in the Aegean said that “reporting systems currently in place are not systematically applied, do not allow [Frontex] to have a clear picture of the facts relating to (potential) serious incidents and do not allow for a systematic analysis of fundamental rights concerns.” It added that Frontex “needs to make urgent improvements in this respect.”

Accountability Failures

Organizations including Human Rights Watch and media outlets have reported persistent violations against people arriving at EU borders, including pushbacks in some cases accompanied by violence. This includes in BulgariaCroatia, Cyprus, Greece, Hungary, and Malta, countries where Frontex has been working. In no case has Frontex taken clear and credible action to address those abuses or, where the risk has arisen, to avoid complicity in them.

In only one case – Hungary – has Frontex exercised its duty to halt funding or operations or to cancel a planned operation based on serious and persistent violations of fundamental rights related to its activities. However, this suspension came late after years of warnings and only after an EU court ruling.

Frontex’s director told the European Parliament Scrutiny group in March 2021 that article 46 should only be used as a last resort, with warnings and messages to host member states when there are concerns. However, for such an approach to be effective, the agency needs to demonstrate its willingness to take other actions in the interim to ensure improvements, which it has not done.

Hungary

In July 2016, Hungary adopted a new asylum law creating a fictitious “transit” area, eight kilometers inside Hungary’s external border, from which people could be pushed back to Serbia without any possibility to seek asylum. It also trapped asylum seekers in that area in appalling conditions.

In November 2016 the Consultative Forum recommended that Frontex withdraw from Hungary until it could guarantee that people at the border are “given access to an individualized procedure and to asylum … are not summarily returned to Serbia, and that instances of police abuse and violence are investigated.” Frontex never adopted this recommendation, even after the fundamental rights officer made two field visits to Hungary and raised similar concerns.

UNHCRHuman Rights Watchinternational human rights bodiesHungarian civil society, and the media also repeatedly raised concerns that Hungary’s border operations violated human rights, refugee, and EU law. The European Commission pursued legal enforcement action against Hungary over its regime.

It was not until January 27, 2021, that Frontex suspended its operations in Hungary. The move followed a ruling by the European Court of Justice in December 2020 that Hungary “was in breach of EU law” by restricting access to the territory to asylum seekers and migrants and by pushing them back over the Hungarian-Serbian border into Serbia.

A report published by the Hungarian Helsinki Committee on Frontex in January 2021 concluded that Frontex’s human rights compliance mechanisms are ineffective and that the agency did not properly investigate human rights violations. The committee notes in its report that its experience regarding the effectiveness of Frontex complaints mechanism is “very bleak.”

GREECE

The Frontex operation in Greece is the agency’s largest, with almost 600 guest officers, who perform border surveillance and assist in identifying and registering migrants. Officers have been at the Evros land border with Turkey since 2010, and in the Aegean Sea as part of Operation Poseidon Sea since 2006.

For more than a decade, UNHCR, the IOM, the Council of Europe Commissioner for Human Rights, the Committee for the Prevention of Torturenongovernmental groups, and media outlets have reported the unlawful return, including through violent pushbacks, of groups and individuals from Greece to Turkey by Greek law enforcement officers or unidentified masked men who appear to be working in tandem with border enforcement officials.

Since 2020 organizations including Human Rights Watch have documented multiple incidents in which Greek Coast Guard personnel, sometimes accompanied by armed masked men, abandoned migrants at sea, violently transferring people from Greek islands or from other boats to motorless rafts, and leaving them adrift near Turkish territorial waters.

Nongovernmental organizations and the media have also reported in 2020 on persistent allegations that Greek border forces carried out pushbacks in some cases with violence through the Evros land border with Turkey. Human Rights Watch has documented such situations in 20082018, and in March and July 2020.

On February 27, 2020, Turkish authorities announced they would no longer stop asylum seekers and migrants from leaving Turkish territory to reach the European Union, leading thousands of asylum seekers and migrants to congregate on the Turkish-Greek border. On March 1 the Greek government suspended access to asylum for 30 days for people irregularly entering the country. It prosecuted people for irregular entry, arbitrarily and summarily detained hundreds of new arrivals, and violently pushed back people attempting to enter Greece.

On March 2, apparently refusing to consider evidence of multiple violations of EU and human rights law by Greece, Frontex announced it was opening “a rapid border intervention” to assist Greece. On March 13, with ongoing human rights violations at Greece’s external borders, Frontex announced the deployment of an additional 100 border guards. These actions by Frontex indicate a disregard for its duty to avoid complicity in human rights abuse and an apparent breach of its own regulations.

In June 2020 Frontex responded to a Human Rights Watch inquiry about the allegations of human rights violations at Greece’s external borders, saying it had received no reports of breaches of fundamental rights in its operations by Frontex officers or by Greek border guards in Greece, and did not have the authority to investigate such allegations.

Despite all of the evidence of wrongdoing by the Greek authorities, the Management Board Working Group concluded in March 2021 that suspending or terminating the Frontex operation under article 46 would not be justified.

CROATIA

Human Rights Watch has documented ongoing, summary collective expulsions of migrants and asylum seekers and often abusive pushbacks at borders by Croatia since 2016. Border officials used force and violence, pummeling people with fists and kicking them. They sometimes directed violence at women and children. Border officials abandoned migrants in remote border areas, and in some cases forced them to cross freezing streams at the border with Bosnia and Herzegovina, which is outside the EU external frontier.

The UN special rapporteur on the human rights of migrants, the Fundamental Rights Agencythe Council of Europe commissioner for human rights, and the Parliamentary Assembly of the Council of Europe have all raised concerns about the situation at the border between Croatia and Bosnia and Herzegovina. Croatian authorities have denied allegations of violent pushbacks and failed to take credible steps to halt the practice, including failing to create the independent border monitoring mechanism that the European Commission requested.

In May 2019 Frontex’s director confirmed in a letter to Human Rights Watch that Frontex had an aerial surveillance system since July 2018 on the Croatia-Bosnia and Herzegovina border, but said that Frontex had not detected any events indicating human rights violations, including pushback operations in the area.

The Consultative Forum expressed concerns in 2020 about Frontex’s continued operations in Croatia “given the consistent reports of police violence and pushbacks by Croatian authorities as documented by media and various organisations, including those represented in the Consultative Forum.”

Despite the persistent reports of violations of fundamental rights, and a duty under article 46 to suspend or terminate operations when those violations are of a serious nature or are likely to persist, Frontex continues to operate in Croatia.

Recommendations

Frontex and its Management Board should:

  • Ensure that Frontex operations are consistent with its human rights obligations under the EU Charter of Fundamental Rights, and applicable international human rights law in the regions where it operates, including the European Convention on Human Rights, and that Frontex complies with its duty to avoid complicity in abuse;
  • Ensure that the Fundamental Rights Officer and Fundamental Rights Monitors have adequate resources and that they have guaranteed independence to investigate allegations of the agency’s direct involvement or complicity in abuses, and act upon their findings and recommendations;
  • Suspend under article 46 the funding and deployment of EU border guards to countries that violate European and international standards on human rights, and publicly report on Frontex assessment of information available on violations by host member states and on actions considered and taken under article 46;
  • Conduct thorough assessments of the risk of complicity in human rights violations by Frontex in all of its operations, including aerial surveillance, taking into account reports from the Consultative Forum and its members before engaging in joint operations or deploying migration management support teams (former RABIT).

The European Commission, the European Parliament, and the Council of the EU should:

  • Establish a legally binding framework to implement article 46 of the Frontex regulation for suspension, termination, and cancellation of operations and funding;
  • Empower the European Ombudsman or the European Parliament to refer Frontex to the European Commission for investigation in the event that the Frontex executive director fails to activate article 46 despite persistent and serious rights violations by a host state;
  • Set up a credible and independent entity to assess whether the Fundamental Rights Officer and Fundamental Rights Monitors are able to carry out their role credibly and independently and that Frontex effectively acts upon their findings and recommendations, and if needed to directly investigate allegations of the agency’s direct involvement or complicity into abuses;
  • Under article 112 of the 2019 Frontex regulation, create a system for joint parliamentary scrutiny, by the European Parliament and national parliaments, similar to that in place for Europol, to ensure the political control of the activities of Frontex in the fulfillment of its mission, including with respect to the impact of Frontex’s activities on fundamental rights;
  • Put in place an independent monitoring system, as proposed in the new Pact on Migration and Asylum and required by the Returns Directive, to investigate alleged violations, including by police and border guards of EU member states, and to prevent future transgressions, in accordance with May 2021 guidance by the Council of Europe Committee on the Prevention of Torture.
  • Ensure that Frontex funding and material support, including in border and aerial surveillance capacities, do not encourage or contribute to human rights violations in Europe or in third countries;
  • Hold member states accountable, including by opening infringement proceedings, for human rights violations committed at the EU’s external borders;

EU member states participating in Frontex activities should:

  • Condition deployment of their officials in Frontex operations on ongoing independent assessment that the operation by the host state’s border guards adhere to binding human rights standards, and commit to suspend their participation if credible evidence of violations by Frontex or the host state come to light;
  • Ensure that their officials deployed on Frontex missions understand their obligations under EU and international law, and are trained and instructed in their duty to report any incident of abuse they witness both to Frontex and to their national headquarters.

EINDE STATEMENT HUMAN RIGHTS WATCH

[42]

TROUW

STOP MET VERVOLGEN VAN MENSEN,

DIE ANDERE MENSEN UIT ZEE REDDEN

18 JANUARI 2023

https://www.trouw.nl/opinie/stop-met-vervolgen-van-mensen-die-andere-mensen-uit-zee-redden~b9dd5bf9/

Reddingswerkers uit verschillende landen hangt nog altijd een celstraf boven het hoofd voor het helpen van vluchtelingen. Dat is onwenselijk. Solidariteit met vluchtelingen zou nooit strafbaar moeten zijn.

Een van de Nederlanders voor wie een veroordeling dreigde, is Pieter Wittenberg, die met zijn schip bootjes vluchtelingen begeleidde naar de Griekse kust in de jaren 2016 en 2017, toen zeer veel mensen via de Middellandse Zee het vasteland van Europa probeerden te bereiken. De Griekse rechtbank verklaarde recent gelukkig een groot deel van de aanklachten ongegrond, waardoor Wittenberg respijt kreeg.

Maar dat geldt lang niet voor alle zaken, die ook in Italië spelen of hebben gespeeld. De reddingswerkers wordt onder meer mensensmokkel verweten, en spionage (‘afluisteren van de kustwacht’). Het ophalen van donaties voor hulporganisaties wordt in dit soort zaken witwassen genoemd.

Afschrikken

Voor de Griekse autoriteiten lijkt het doel vooral het afschrikken van de hulporganisaties. Dat is althans de klacht van onder andere Amnesty International, en die klacht snijdt hout. Griekenland zet al langer alles op alles om het aantal vluchtelingen terug te dringen en mensen te ontmoedigen hen te helpen. Dat schuurt in dit soort zaken met de beginselen van de rechtsstaat.

Het schuurt ook in praktijken als de ‘push backs’, waarbij grenswachten vluchtelingen uit het oosten terug de grens over duwen, hen vernederen door kleding af te nemen of hen op te sluiten in mensonwaardige detentiecentra, waar pottenkijkers zoals de media geweerd worden. Dat bleek opnieuw door onthullingen in december van het journalistencollectief Lighthouse in samenwerking met enkele Europese media.

Makkelijk praten vanuit het noorden

Het is niet alleen Griekenland dat het in toenemende mate niet nauw neemt met de beginselen van de rechtsstaat. Het illegaal vastzetten van mensen gebeurde ook in Bulgarije, Hongarije en Kroatië, in detentiecentra die deels door EU-geld zijn gefinancierd.

De rechtszaken tegen hulpverleners passen in dit patroon van criminaliseren van mensen die asiel zoeken, en van mensen die hun solidariteit betuigen. Het is zeer onwenselijk dat autoriteiten hier hun energie aan besteden, terwijl de opvang en het in goede banen leiden van asielprocedures al zoveel energie vergt. Al is het soms makkelijk praten vanuit het noorden van Europa, terwijl de zuidelijke lidstaten met de praktische problemen zitten, en blijft solidariteit van noord naar zuid nodig.

EINDE ARTIKEL

Reacties uitgeschakeld voor Noten 41 en 42/Opmerkelijkheden

Opgeslagen onder Divers

Noot 43/Opmerkelijkheden

[43]

” Artikel 18 

Het recht op asiel 

Het recht op asiel is gegarandeerd met inachtneming van de voorschriften van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 en het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen, en overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna „de Verdragen” genoemd).”

HANDVEST VAN DE GRONDRECHTEN VAN DE EUROPESE UNIE

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:12012P/TXT

Reacties uitgeschakeld voor Noot 43/Opmerkelijkheden

Opgeslagen onder Divers

Noten 44 t/m 46/Opmerkelijkheden

[44]

AD

VLUCHTELINGENCRISIS POLEN VERHARDT IN RAP TEMPO: ”WATLOEKASJENKO DOET, GAAT HEEL VER”

9 NOVEMBER 2021

https://www.ad.nl/buitenland/vluchtelingencrisis-polen-verhardt-in-rap-tempo-wat-loekasjenko-doet-gaat-heel-ver~a32aa611/

ZIE VOOR GEHELE ARTIKEL:

NOOT 22:

EU EN DE VLUCHTELINGEN

HOREND BIJ ASTRID ESSED ARTIKEL:

AAN DE GRENS TUSSEN WIT-RUSLAND EN POLEN/

DE EU IN HAAR NAAKTE ONMENSELIJKHEID

ZIE OOK

[45]

AAN DE GRENS TUSSEN WIT-RUSLAND EN POLEN/

DE EU IN HAAR NAAKTE ONMENSELIJKHEID

ASTRID ESSED

27 NOVEMBER 2021

ZIE OOK

HUMANITAIRE CRISIS POLEN/WIT-RUSLAND EN DE EU ONMENSELIJKHEID/VERVOLG

ASTRID ESSED

30 NOVEMBER 2021

ZIE OOK

UITPERS.BE

DE EU IN HAAR NAAKTE ONMENSELIJKHEID

ASTRID ESSED

[46]

De Belgische Staatssecretaris voor Asiel en Migratie:”“Alle steun aan Polen. De buitengrenzen zullen met Europese steun versterkt worden. “Dit is hét moment voor Europa om tot een krachtdadiger migratiebeleid te komen. Alleen een sterke EU met controles aan de buitengrenzen kan pushbacks en migratiecrisissen voorkomen.” [33]
Europarlementarier Hilde Vautmans [Open VLD] verklaart:”“We hebben vandaag nog steeds geen asiel- en migratiepact, met een versterking van de buitengrenzen. (…) Hierdoor kunnen we zo’n druk niet weerstaan. Dit is een zoveelste wake-up call voor de lidstaten om hier werk van te maken, ook voor Polen. Ik reken er dan ook op dat ze eindelijk constructief zullen meewerken aan zo’n beleid en om in de toekomst ook beroep te doen op Frontex.” [34]
De Duitse minister van Binnenlandse Zaken, Horst Seehofer:””We moeten de Poolse regering helpen de buitengrens te beveiligen. Dit is de taak van de Europese Commissie. Ik roep haar op actie te ondernemen.”………” “We kunnen ze niet bekritiseren om het feit dat ze Europa’s buitengrenzen beschermen. Niet door vuurwapens te gebruiken natuurlijk, maar met andere middelen die beschikbaar zijn.” [35]
UIT ASTRID ESSED ARTIKEL

AAN DE GRENS TUSSEN WIT-RUSLAND EN POLEN/

DE EU IN HAAR NAAKTE ONMENSELIJKHEID

27 NOVEMBER 2021

ZIE VOOR BIJ BOVENSTAAND CITAAT BEHORENDE NOTEN

Reacties uitgeschakeld voor Noten 44 t/m 46/Opmerkelijkheden

Opgeslagen onder Divers

Noten 47 t/m 49/Opmerkelijkheden

[47]

ZIE NOOT 46

[48]

AAN DE GRENS TUSSEN WIT-RUSLAND EN POLEN/

DE EU IN HAAR NAAKTE ONMENSELIJKHEID

27 NOVEMBER 2021

[49]

ASTRID ESSED ATTACK ON BUDIMEX, CONTRACTOR OF THE 

POLAND-BELARUS WALL IN THE WAR ON MIGRANTS

ASTRID ESSED

14 FEBRUARY 2022

Reacties uitgeschakeld voor Noten 47 t/m 49/Opmerkelijkheden

Opgeslagen onder Divers