Noot 43/Waarschuwing
Reacties uitgeschakeld voor Noot 43/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 42/Waarschuwing
Nederland voorzitter, gaat kapot aan dit multicultureel geweld en we
zouden daar ook wat aan gaan doen.
[5.11] We hebben afspraken gemaakt om te kijken bijvoorbeeld
hoe we criminelen met een dubbele nationaliteit het Nederlandse
paspoort kunnen afpakken.
Zodat ze ons land worden uitgezet.
Niets heb ik van deze minister gezien.
De snelheid van een slak om dat tot de orde te brengen, om
dat uit te voeren.”
….
…..
””Voorzitter, ik hoop daar helemaal niets voor.
Nederland is onveilig.
Ik spreek hier met de minister van Justitie en Veiligheid.
Ik voel geen begin van urgentie, maar ik hoor smoesjes.
Ambtelijke prietpraat.
Woorden hebben we niet nodig, maar daden.
En ik vraag aan de minister:
”Hoeveel dodelijke slachtoffers zijn nog nodig voordat dit soort
criminelen worden tegengehouden.
Van de straat worden geplukt.
In de gevangenis of in een inrichting verdwijnen.
Hun paspoort kwijtraken.
Uit Nederland verdwijnen.
Bevrijd ons land van deze ellendelingen en kom niet met
bureaucratische, nietszeggende antwoorden.”
- Huidige wetgeving: Het kabinet wil hard optreden en de verblijfsvergunning van veroordeelde statushouders sneller intrekken, onder het motto “twee keer in de fout is vertrekken” Vreemdelingenbelei
d | Tweede Kamer der Staten-Generaal. - Europese regels: De handhaving van dergelijke uitzettingen is nauw verbonden met het Europees Asiel- en Migratiepact dat strenge controles en snellere procedures hanteert.
- Maatregelen: De Tweede Kamer stemde recent in met de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring om uitzetting juridisch beter te kunnen afdwingen Tweede Kamer stemt in met wetsvoorstel terugkeer en …, hoewel dit proces in de praktijk vaak stagneert doordat landen van herkomst niet meewerken.
Reacties uitgeschakeld voor Noot 42/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 41/Waarschuwing
Reacties uitgeschakeld voor Noot 41/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 39/Waarschuwing
Extreem-rechts nestelt zich steeds meer in het politiek bestel van de EU
9 oktober 2025
Verschenen op 6 oktober 2025 op German Foreign Policy (*)
Nederlandse vertaling door Ander Europa
Met dank voor de toelating tot publicatie
Met de duidelijke overwinning van weer eens een partij aangesloten bij de Europese partijengroep “Patriots for Europe” (PfE) bij de parlementsverkiezingen in Tsjechië heeft extreem-rechts zijn invloed in de Europese Unie verder versterkt. Bij die verkiezingen (3-4 oktober) werd de ANO-partij van miljardair Andrej Babiš de sterkste met 34,5 procent van de stemmen. Wordt hij premier, dan kan Babiš rekenen op de steun van twee andere extreemrechtse partijen: een die eveneens lid is van de PfE en een die is aangesloten bij een andere extreemrechtse Europese groepering, de “Alliantie van Soevereine Naties” (ESN), waartoe ook de Duitse Alternative für Deutschland (AfD) behoort. De leidende kracht binnen de PfE is Marine Le Pen’s Rassemblement National (RN) in Frankrijk. De RN levert sinds vorige week twee van de zes vicevoorzitters van de Franse Nationale Assemblee, dankzij overeenkomsten met het “centristische blok” waar president Emmanuel Macron op vertrouwt. Ondertussen winnen de extreemrechtse fracties PfE, ESN en de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR) aan kracht en invloed in het Europees Parlement, waar ze samen meer dan een kwart van de zetels bezetten. Het in Berlijn gevestigde Duitse Instituut voor Internationale en Veiligheidsvraagstukken (SWP) analyseert deze trend als een groeiende “integratie” van radicaal rechts in “het politieke systeem van de EU”. De AfD bereikt van haar kant nieuwe recordcijfers in de Duitse peilingen.
Deelname aan regeringen
Zoals de SWP opmerkt, staan partijen uit het extreem-rechtse spectrum momenteel aan het hoofd van regeringen in vier EU-staten – Hongarije, Italië, België en Tsjechië.[1] In vier andere landen maakt extreem-rechts deel uit van een regeringscoalitie, namelijk in Finland, Slowakije, Kroatië en Bulgarije. In Zweden wordt de regering gedoogd door de “Zweedse Democraten”, die tot de ECR behoren. In Nederland is de Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders pas onlangs uit de regering gestapt. Dit betekent dat “een derde van alle regeringen in de lidstaten wordt geleid of gesteund door extreemrechtse partijen”, aldus het SWP-rapport.[2] Een verdere verschuiving naar rechts is te verwachten en te vrezen tegen het einde van 2027. In Frankrijk komen er ten laatste dan immers presidentsverkiezingen, en de Rassemblement National ligt duidelijk op kop. Bovendien mikt Vox in Spanje op regeringsdeelname in 2027; in Polen is een nieuwe overwinning voor Kaczyński’s extreemrechtse PiS (Prawo i Sprawiedliwość) niet onwaarschijnlijk bij de parlementsverkiezingen van 2027. De PiS levert al tien jaar de president, en zou ook het premierschap kunnen terugwinnen dat momenteel door de conservatief Tusk wordt uitgeoefend.
Een grote coalitie van rechts
In het Europees Parlement vindt een verdere verschuiving naar rechts plaats. Drie extreemrechtse groepen – ECR, PfE en ESN – hebben al ongeveer 26 procent van alle zetels. De SWP-analyse merkt op dat de ECR-partijengroep twee vice-voorzitters van het Europees Parlement levert en de voorzitters van drie commissies, waaronder die voor de belangrijke EU-begrotings- en landbouwcommissies.[3] De PfE-groep is nog steeds “institutioneel gemarginaliseerd door de meerderheid van het Parlement”, aldus de SWP-analisten: “Ze zijn niet vertegenwoordigd in het Bureau, noch bekleden ze een commissievoorzitterschap.” In juli kreeg PfE echter de post van rapporteur voor de onderhandelingen over de klimaatdoelstelling voor 2040. Bovendien werkt de EVP nu niet alleen samen met de ECR-fractie, maar ook met de PfE en zelfs de ESN-om een ultrarechtse meerderheid in het Europees Parlement te vormen. Dit gebeurde voor het eerst in september 2024, toen het Europees Parlement in een resolutie brutaalweg verklaarde dat de verliezer van de Venezolaanse presidentsverkiezingen (28 juli 2024) er de winnaar van was. Hiervoor was de EVP-fractie bereid om te vertrouwen op de extreem-rechtse stemmen van ECR, PfE- en ESN.[4] De “Venezuela-meerderheid” regeling is sindsdien bij verschillende gelegenheden teru opgedoken, bijvoorbeeld om de EU ontbossingsverordening af te zwakken in het belang van het Europese bedrijfsleven.
Gemeenschappelijke basis
Tot nu toe maken slechts twee vertegenwoordigers van extreem-rechtse partijen deel uit van de Europese Commissie: Olivér Várhelyi, die dicht bij de Hongaarse premier Viktor Orbán (Fidesz) staat en commissaris is voor Gezondheid en Dierenwelzijn, en Raffaele Fitto, die lid is van Fratelli d’Italia (FdI), geleid door de Italiaanse premier Giorgia Meloni. Fitto is benoemd tot vicevoorzitter van de Commissie, en is bevoegd voor Cohesie en Hervormingen. De reden voor dit gebrek aan vertegenwoordiging aan de top is dat de twee andere landen met extreem-rechtse regeringsleiders – namelijk België en Tsjechië – er tot nu toe van hebben afgezien om vertegenwoordigers van hun partijen naar de Commissie te sturen. Maar dat hoeft niet zo te blijven. “Over het geheel genomen,” schrijft de SWP, “is de integratie van delen van extreem-rechts in het politieke systeem van de EU al ver gevorderd en blijft groeien.”[5] De ECR-gelieerde partijen in het bijzonder “worden nu behandeld als normale politieke actoren op veel gebieden.” Deze normalisering is toe te schrijven aan het feit dat de EVP in toenemende mate “raakvlakken vindt met de ECR, vooral op het gebied van industrie- en klimaatbeleid”. Zoals de SWP opmerkt: “Alternatieve meerderheden zonder centrumlinkse partijen zijn in het Europees Parlement alleen mogelijk als de ECR het eens is met de PfE. Maar een versoepeling van het cordon sanitaire tegen extreemrechts wordt moeilijk vol te houden gezien “de vage scheidslijn tussen de ECR en de meer radicale of extreme krachten”.
Afspraken
De gestage integratie van extreemrechts op nationaal niveau kan worden waargenomen in Frankrijk en elders. Vorig jaar, na de vervroegde parlementsverkiezingen, werden RN-parlementsleden uitgesloten als vice-voorzitter in de Nationale Assemblee. Maar dit werd vorige week teruggedraaid op basis van afspraken tussen het ‘centrumblok’, waar president Emmanuel Macron op steunt, en de RN. Met Sébastien Chenu en Hélène Laporte heeft de RN nu weer twee van de zes vicevoorzittersposten in het parlement in handen.[6] Kort daarna besloot de RN geen eigen kandidaten op te stellen bij de verkiezing van de voorzitters van de acht vaste commissies van het parlement en te stemmen op kandidaten van het ‘centrumblok’. Door deze regeling kon het blok links buiten de deur houden en alle voorzitters overnemen, behalve die van de commissie financiën, die is voorbehouden aan de oppositie.[7] Het valt nog te bezien of er nog meer overeenkomsten zullen volgen tussen het conservatieve centrum en de extreemrechtse RN. Ondertussen beweert een onlangs gepubliceerd boek, waarin bronnen dicht bij Macron worden geciteerd, dat toen hij vorig jaar het parlement ontbond, hij eigenlijk hoopte op een overwinning van de RN. Macron was van plan een premier van de RN te benoemen en legitimeerde deze stap door te beweren dat hij het leiderschap van de RN wilde ontmaskeren.[8]
Opmars
De laatste verschuiving naar rechts kwam met de parlementsverkiezingen in Tsjechië eind vorige week. De verkiezingen werden gewonnen door de ANO, een partij opgericht door miljardair Andrej Babiš, die 34,5% van de stemmen kreeg. Op EU-niveau sluit de ANO zich aan bij de extreemrechtse PfE-partijengroep. Waarnemers gaan er momenteel van uit dat Babiš aanspraak kan maken op de post van premier, waardoor hij de tweede regeringsleider van een PfE-partij wordt, naast Orbán. Waarnemers gaan er ook van uit dat Babiš een ANO-regering aan de macht zal krijgen die wordt gedoogd door twee andere extreemrechtse partijen: enerzijds de Motoristé sobě (Automobilisten voor zichzelf) partij, die net als ANO tot de PfE behoort, en anderzijds de Svoboda a přímá demokracie (Vrijheid en directe democratie) partij, die Europees aangesloten is bij ESN. In de aanloop naar de verkiezingen werd gemeld dat de Tsjechische president Petr Pavel een deskundig advies had gevraagd over de vraag of de benoeming van een premier grondwettelijk kan worden geweigerd als er een strafzaak tegen hem loopt.[9] Dit is namelijk het geval bij Babiš. Natuurlijk kunnen dergelijke machinaties averechts werken. In Roemenië hebben ze geleid tot ongekende steun onder de bevolking voor extreem-rechts. [10]).
Recordcijfers in opiniepeilingen
Ondertussen bereikt de AfD in Duitsland recordcijfers in opiniepeilingen. In een Forsa-enquête die vorige week dinsdag werd gepubliceerd, bereikte de extreemrechtse partij voor het eerst 27 procent, waarmee ze drie procentpunten voor ligt op de conservatieve Unie (CDU/CSU).[11] Een INSA-peiling ‘Sunday Trends’ (28 september) zette de AfD op 26 procent, opnieuw voor op de partijen van de Unie (met 24 procent). De stijgende populariteit van de AfD gaat samen met een verzwakkende steun voor de regeringscoalitie van CDU/CSU en SPD, die haar slechtste peilingresultaat sinds de federale verkiezingen behaalde, met een gecombineerd totaal van ongeveer 38 procent.[12] Eén expert, de socioloog Matthias Quent, gelooft dat als de AfD “haar volledige sympathisantenbasis mobiliseert”, zij “landelijk meer dan 30 procent zou kunnen bereiken” in een verkiezing.[13]
Noten
(*) German-Foreign-Policy.com is het werk van een team onafhankelijke journalisten en sociale wetenschappers die “permanent de hernieuwde pogingen van Duitsland opvolgen om terug een hoge machtsstatus te verwerven op economisch, militair en politiek vlak.” De meeste artikels zijn zowel in het Duits als het Engels beschikbaar.
[1] De partij van de Hongaarse premier Viktor Orbán (Fidesz) is lid van de PfE-fractie in het Europees Parlement. De partijen van de Italiaanse premier Giorgia Meloni (Fratelli d’Italia, FdI), van de Belgische premier Bart De Wever (Nieuw-Vlaamse Alliantie, N-VA) en van de Tsjechische premier Petr Fiala (Občanská demokratická strana, ODS) behoren tot de ECR-fractie.
[2], [3] Max Becker, Johanna Flach, Nicolai von Ondarza: Die schleichende Integration von Rechtsaußenparteien in Europa. SWP-Aktuell 2025/A 42. Berlin, 19.09.2025.
[4] Zie German Foreign Policy, Die Brandmauer bricht.
[5] Max Becker, Johanna Flach, Nicolai von Ondarza: Die schleichende Integration von Rechtsaußenparteien in Europa. SWP-Aktuell 2025/A 42. Berlin, 19.09.2025.
[6] Robin Richardot: A l’Assemblée nationale, l’élection des vice-présidents acte le retour du RN au bureau et les dissensions du NFP. lemonde.fr 02.10.2025.
[7] Robin Richardot: Aidé par le RN, le “socle commun” reprend la main sur les postes-clés de l’Assemblée nationale. lemonde.fr 03.10.
[8] Guillaume Duval: Emmanuel Macron : plutôt le RN que le front républicain? nouvelobs.com 30.
[9] Alexander Haneke: Warnungen aus der Prager Burg. Frankfurter Allgemeine Zeitung 02.10.2025.
[10] Zie German Foreign Policy Rumäniens ‘Bekenntnis zu Europa’.
[11] AfD liegt laut Umfrage nun drei Punkte vor der Union. handelsblatt.com 30.09.
[12] Schwarz-Rote Regierung so unbeliebt wie nie. bild.de 04.10.2025.
[13] Dietmar Neuerer: “Die Reformen werden keinen Unterschied für die Ergebnisse machen”. handelsblatt.com 05.
Reacties uitgeschakeld voor Noot 39/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 38/Waarschuwing
Uiterst rechts in Europa: verdeeld maar springlevend
De PVV is niet de enige uiterst rechtse partij die op een verkiezingsoverwinning lijkt af te stevenen. In heel Europa winnen partijen met vergelijkbare ideologieën terrein. Opiniepeilingen geven aan dat ze bij de aanstaande Europese verkiezingen in juni 2024 mogelijk een kwart van de zetels kunnen behalen. Maar hoewel Geert Wilders zoete broodjes bakt met Marine Le Pen kunnen we uiterst rechts in Europa niet over dezelfde kam scheren. Zo zorgt de Russische inval in Oekraïne voor onenigheid binnen de uiterst rechtse familie.
Heel Europa lijkt de afgelopen decennia getuige te zijn geweest van een verrechtsing. In veel landen boekten uiterst rechtse partijen verkiezingsoverwinningen. Met de Europese Parlementsverkiezingen in het vooruitzicht lijkt deze trend zich voort te zetten. Ook in Zweden, Portugal en Spanje, landen die lang ‘immuun’ leken voor deze stroming.
Overal in Europa duiken partijen en bewegingen op die zich fel verzetten tegen immigratie, de bestuurlijke ‘elite’ en de Europese Unie. Maar naast de vele gelijkenissen zijn er tussen de 27 lidstaten ook belangrijke verschillen.
Radicaal- en extreemrechts
Over het algemeen hanteren politicologen ‘uiterst rechts’ – in het Engels: the far right – voor partijen, bewegingen en individuen die aan de rechterflank van het politieke spectrum opereren. Die term verwijst naar ideeën die sociale ongelijkheid als ‘natuurlijk’ of zelfs wenselijk beschouwen en niet liberaal-democratisch zijn.
Als overkoepelende term omvat ‘uiterst rechts’ zowel radicaal- als extreemrechtse groeperingen hoewel die stromingen in theorie verschillen van elkaar. Radicaal-rechtse partijen en bewegingen zijn illiberaal, maar niet noodzakelijk antidemocratisch. Ze respecteren over het algemeen de basisregels van de democratie, maar sommige van hun ideeën zijn wel in strijd met liberaal-democratische principes zoals de bescherming van minderheidsrechten en politiek pluralisme.
Extreemrechtse groeperingen zijn per definitie antidemocratisch: ze verwerpen de beginselen van de parlementaire democratie. Al dan niet met geweld.
Meer dan politieke partijen
Hoewel er in theorie een duidelijk onderscheid bestaat tussen radicaal- en extreemrechts is dit verschil in de praktijk aan het vervagen. Zo zijn er partijen als Alternative für Deutschland (AfD) die aanvankelijk opkwamen als eurosceptische bewegingen, maar naar extreemrechts opschoven naarmate ze meer politieke invloed kregen.
Daarnaast zijn er partijen die een ander gezicht tonen in hun verkiezingsprogramma’s en naar het brede publiek dan voor hun eigen achterban, zoals Forum voor Democratie (FvD) in Nederland.
De semantische tweedeling tussen radicaal- en extreemrechts suggereert dat er significante verschillen bestaan tussen deze twee stromingen en impliceert zo ook dat enkel extreemrechts een bedreiging kan vormen voor de democratie. Dit kan onbedoeld bijdragen aan de mainstreaming van uiterst rechts.
Politicologen als Andrea Pirro pleiten daarom voor het systematische gebruik van de koepelterm ‘uiterst rechts’, want ook geïnstitutionaliseerde radicaal-rechtse partijen leunen op een brede ‘productiestructuur’ die grotendeels verborgen blijft – de zogenaamde backstage. Dit doen ze door bijvoorbeeld actieve banden te onderhouden met sociale bewegingen en netwerken die een rechtstreekse bedreiging vormen voor de democratische rechtsorde.
Door de koepelterm ‘uiterst rechts’ te hanteren, trainen we onze blik om voorbij de ‘institutionele frontstage’ te kijken en te zoeken naar voortekenen van democratische erosie. Door ons blind te staren op het partijwezen riskeert bovendien een blinde vlek te ontstaan waarbij we het bredere fenomeen – inclusief de sociale bewegingen en netwerken die erachter schuilgaan – uit het oog verliezen.
In verschillende EU-lidstaten zien we inderdaad directe verbanden tussen partijen en sociale bewegingen. Een goed voorbeeld hiervan is België, waar de uiterst rechtse Vlaamse jongerenbeweging Schild & Vrienden wordt geleid door Dries Van Langenhove, een voormalig Kamerlid in de fractie van Vlaams Belang.
Het uiterst rechtse landschap in de EU
Met de hulp van 31 vrouwelijke deskundigen hebben we een beeld geschetst van de huidige staat van radicaal- en extreemrechtse partijen en bewegingen in alle 27 lidstaten van de Europese Unie. We hebben de experts verzocht om niet alleen de belangrijkste politieke partijen op de rechterflank te identificeren, maar ook sociale bewegingen en andere extraparlementaire actoren in kaart te brengen.
De inzichten van de experts laten een zeer heterogeen uiterst rechts landschap zien. Ook eerdere analyses van Cas Mudde bevestigen dit.
In eerste instantie valt op dat, hoewel uiterst rechtse partijen en bewegingen in vrijwel alle EU-lidstaten actief zijn, de mate van hun invloed sterk verschilt. In twee EU-lidstaten, namelijk Italië en Hongarije, levert uiterst rechts de premiers. In Finland, Slowakije en Zweden zijn uiterst rechtse partijen betrokken bij de regering, al zij het soms in constructies van ‘gedoogsteun’.
In Nederland kwam de radicaal-rechtse Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders bij de Tweede Kamerverkiezingen in november 2023 als grootste uit de stembus. In Kroatië, Luxemburg en op Cyprus zijn uiterst rechtse partijen daarentegen electoraal gezien een marginaal fenomeen, terwijl in Litouwen, Ierland en Malta soortgelijke bewegingen niet in het nationale of Europese parlement vertegenwoordigd zijn.
Wat betreft de thema’s vinden uiterste rechtse partijen en bewegingen elkaar in hun verzet tegen migratie en de Europese Unie. Antimigratiestandpunten blijven de belangrijkste gemeenschappelijke noemer.
Op dit vlak is tevens een duidelijke radicalisering van mainstreampartijen zichtbaar. Zo voerde Denemarken een snoeihard anti-immigratiebeleid in, dat onder andere gesteund werd door de sociaaldemocraten.
In veel landen proberen centrumrechtse partijen de opmars van uiterst rechts te stuiten door hun standpunten te steunen of zelfs over te nemen. De radicalisering van mainstreampartijen maakt de grenzen tussen centrumrechts en radicaal-rechts poreus.
In veel West-Europese landen richten uiterst rechtse partijen hun pijlen voornamelijk op de islam, terwijl in Centraal- en Oost-Europa – met name in Bulgarije, Hongarije, Slowakije en Tsjechië – anti-Romasentimenten een belangrijke rol spelen.
Naast antimigratiestandpunten omarmen uiterst rechtse partijen en bewegingen in vrijwel alle EU-lidstaten steeds nadrukkelijker anti-genderstandpunten, een tendens die ook wordt bevestigd wordt door wetenschappelijk onderzoek. Van Zweden tot Griekenland en van Ierland tot Bulgarije verzet uiterst rechts zich in toenemende mate tegen gendergelijkheid, vrouwenrechten en de rechten van transgenders en homoseksuelen.
Daarnaast omarmt uiterst rechts traditionele idealen van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Een belangrijke kanttekeningen hierbij is dat de anti-genderstandpunten van uiterst rechts juist de oppositie in de hand kunnen werken, zoals bleek in Polen. Het anti-abortusbeleid van het Poolse Prawo i Sprawiedliwość (Pis, Recht en Rechtvaardigheid) was een belangrijke factor bij het mobiliseren van jonge kiezers om de regering omver te werpen.
Niet op dezelfde lijn
De coronapandemie bleek in veel Europese landen een katalysator te zijn voor uiterst rechts. De crisis diende als voedingsbodem voor de verspreiding van complottheorieën, waarbij veel uiterst rechtse partijen en politici erin slaagden om antivaxers effectief te mobiliseren.
Tegelijkertijd moet worden opgemerkt dat er ook aanzienlijke verschillen waren tussen lidstaten. Onderzoek laat zien dat in landen waar uiterst recht aan de macht was tijdens de pandemie, zoals in Polen en Hongarije, deze partijen gebruik probeerden te maken van de coronamaatregelen om hun macht te vergroten.
In de meeste landen wezen uiterst rechtse partijen echter de restrictieve maatregelen van de overheid af en verzetten zich luidkeels tegen vaccinatiecampagnes.
Naast de felle reactie op de pandemie vertonen uiterst rechtse partijen en bewegingen ook een tendens tot klimaatscepsis. In sommige West-Europese landen overheerst ontkenning van klimaatverandering. Dit gaat soms hand in hand met pleidooien voor lokaal natuurbehoud.
De Deense Volkspartij beschouwt de inheemse flora en fauna bijvoorbeeld als waardevol cultureel erfgoed dat beschermd en onderhouden dient te worden. Ook de Duitse AfD profileert zichzelf als partij die belang hecht aan dierenrechten en een zuiver milieu, maar bekritiseert tegelijkertijd de ‘klimaathysterie’ van de linkse elite.
Op het gebied van klimaat zijn er echter ook opvallende verschillen. In Centraal- en Oost-Europa staat dit thema minder hoog op de agenda. In Hongarije volgen uiterst rechtse bewegingen doorgaans de wetenschappelijke consensus, en in Bulgarije is klimaatverandering überhaupt geen thema.
Moeizame onderlinge samenwerking
Daarnaast zijn er – ondanks hun ideologische overeenkomsten – ook andere opvallende verschillen tussen uiterst rechtse partijen in Europa, die de internationale samenwerking bemoeilijken. Een van de belangrijkste ideologische kenmerken van uiterst rechtse is nativisme, een xenofobe vorm van nationalisme, die stelt dat uitsluitend inheemse ‘eigen’ bewoners tot de natiestaat behoren en dat niet-inheemse personen (migranten) en ideeën een bedreiging vormen voor de homogene natiestaat.
Het is niet heel verbazingwekkend dat partijen en bewegingen die vooral voor de inheemse bevolking opkomen moeilijkheden hebben om internationale samenwerkingsverbanden aan te gaan. Ondanks talrijke initiatieven zijn uiterst rechtse partijen er tot op heden niet in geslaagd om een stabiele en coherente parlementaire groep in het Europees Parlement te vormen.
In de aanloop naar de Europese verkiezingen van 2014 verwierp Nigel Farage, de toenmalige leider van de United Kingdom Independence Party (UKIP), een aanbod van Marine Le Pen van het Franse Front National – inmiddels Rassemblement National of RN – om een gemeenschappelijke fractie te vormen in het Europees Parlement, omdat haar partij beschuldigd werd van antisemitisme.
De terughoudendheid om met andere radicaal- en extreemrechtse partijen samen te werken verminderde wel in de afgelopen jaren. Dit heeft wellicht te maken met het electorale succes van deze partijen, wat ertoe heeft bijgedragen dat zij hun ‘extremisme-stigma’ zijn kwijtgeraakt.
Momenteel zijn uiterst rechtse partijen verdeeld over twee groepen in het Europees Parlement, die gezamenlijk 127 zetels bezetten. Enerzijds is er Identiteit & Democratie (ID), met onder andere de Italiaanse Lega van Matteo Salvini, het Franse RN, het Duitse AfD en PVV van Wilders (die overigens momenteel geen zetels heeft in het Europees Parlement). En anderzijds de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR), met onder meer de Italiaanse Fratelli d’Italia van Giorgia Meloni, de Poolse PiS en het Spaanse Vox.
Rusland als twistappel
Het wellicht belangrijkste potentiële knelpunt op dit moment lijkt de houding van uiterst rechts tegenover Rusland. Dit bleek onder andere in april 2023, toen de Europarlementsleden van de Finnenpartij de overstap maakten van ID naar ECR, omdat die laatste nadrukkelijker pro-NAVO en anti-Poetin is. Voor de Russische inval in Oekraïne waren uiterste rechtse formaties in Finland nog tamelijk pro-Russisch gestemd, maar de oorlog bracht daar verandering in.
De verdeeldheid van uiterst rechts ten opzichte van Rusland is niet alleen zichtbaar in het Europees Parlement. Ook in sommige lidstaten heerst binnen de uiterst rechtse partij familie verdeeldheid. In Bulgarije is de oudste belangrijke uiterst rechtse partij Ataka (Aanval) van oudsher pro-Russisch, terwijl VMRO (de Bulgaarse Nationale Beweging) pro-Amerikaans is.
In Nederland beschouwt PVV Rusland duidelijk als de agressor, maar is terughoudend in het verlenen van materiële steun aan Kyiv. FvD daarentegen stelt het NAVO-lidmaatschap ter discussie, pleit voor normalisering van de verhoudingen met Rusland en wil de sancties opheffen.
Origineel boven kopie
In vrijwel alle EU-lidstaten zijn uiterst rechtse standpunten in de afgelopen jaren genormaliseerd. Hierbij spelen zowel media als gevestigde politieke partijen een sleutelrol. Want zij bepalen welke thema’s in de politieke arena en in het bredere publieke debat aan bod komen.
Voor centrumrechtse partijen blijkt het bijzonder verleidelijk te zijn om op zoek te gaan naar ‘de bezorgde burger’ en uiterst rechtse standpunten over te nemen. Uit onderzoek blijkt echter telkens weer dat wanneer mainstreampartijen uiterst rechtse standpunten kopiëren, dit over het algemeen uiterst rechts in de kaart speelt.
Desondanks lijkt dit ook de strategie te zijn van de centrumrechtse Europese Volkspartij. De Europese Volkspartij, waar voornamelijk christendemocratische en conservatieve partijen in zetelen, is momenteel de grootste groepering in het Europees Parlement.
Tijdens het congres dat in maart van dit jaar plaatsvond, presenteerde de partij van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen haar plannen om asielzoekers voortaan naar “veilige derde landen” te sturen – een voorstel dat doet denken aan de omstreden Rwanda-deal van het Verenigd Koninkrijk. Het is maar de vraag of de Europese Volkspartij met deze imitatiestrategie de wind uit de zeilen van uiterst rechts kan halen.
Tussen 6 en 9 juni kunnen miljoenen Europeanen hun stem uitbrengen. En er staat veel op het spel dit jaar. Het mogelijke succes van uiterst rechts zal een coherente respons op uitdagingen zoals klimaatverandering en de oorlogen in Oekraïne en Gaza bemoeilijken. En het vormt een zorgelijk vooruitzicht voor minderheden en vrouwenrechten. Bovendien kan het de liberaal democratische principes waarop de Europese Unie is gebouwd ondermijnen.
De Europese verkiezingen mogen dan al vaak beschouwd worden als second order of ‘tweederangs’, wat onder meer resulteert in een lage opkomst. Maar vergis je niet: de inzet is hoog.
De stand van zaken per land- Italië en Hongarije: Uiterst rechtse partijen leveren hier de premiers (respectievelijk Broeders van Italië en Fidesz). [1, 2]
- Duitsland en Frankrijk: Zowel het Duitse AfD als rechts-radicale partijen in Frankrijk gaan stevig aan kop in de landelijke opiniepeilingen. [1, 2]
- Zwitserland en Zweden: Nationale conservatieve partijen zijn hier de grootste partij of leveren cruciale gedoogsteun aan minderheidskabinetten. [1, 2]
- Nederland en Finland: Rechts-radicale en nationalistische partijen (PVV in Nederland, Finse Partij) maken direct deel uit van de zittende coalitieregeringen. [1, 2, 3]
Drijvende factoren- Sociaal-economische onzekerheid: Decennia van bezuinigingen, schaalvergroting en globalisering hebben geleid tot vervreemding en een gevoel van verlies onder burgers. [1, 2]
- Migratie en identiteit: Zorgen over immigratiestromen en de impact daarvan op de nationale identiteit worden effectief door deze partijen geadresseerd. [1]
- Verzet tegen de gevestigde orde: Radicaal-rechts weet de wijdverspreide woede tegen traditionele politieke elites te kanaliseren. [1]
Diepgaande analyses en context- Wetenschappelijke duiding: Lees meer over de achtergronden van deze politieke onvrede in het werk en de boekbesprekingen rondom Catherine de Vries via de Universiteit van Amsterdam.
- Maatschappelijke en politieke impact: Onderzoek de electorale consolidatie en de gevolgen voor de Europese Unie via het Montesquieu Instituut of bekijk de opiniepeilingen in Europese machtsblokken via Trouw.
Reacties uitgeschakeld voor Noot 38/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 30A/Waarschuwing
Het Openbaar Ministerie eist een gevangenisstraf van twee jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, tegen een 24-jarige man uit Erp. Hij werd afgelopen zomer aangehouden in Badhoevedorp op verdenking van het voorbereiden van een terroristisch misdrijf, wapenbezit en het vervaardigen van (onderdelen van) wapens en munitie. Vorig jaar liet het OM al weten dat het geen bewijs ziet in de terrorismeaanklacht, en dat de zaak dus draait om het bezit en het vervaardigen van verboden wapens.
Het onderzoek naar de man start na een ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Daarin staat dat de verdachte bereid is tot het plegen van rechts-terroristisch geweld. Het bericht beschrijft dat de verdachte 81 patronen aan het tellen is en zegt “81 dooie antifa. Hier kan je niets mee, maar is een leuk idee.” In het geval dat ‘antifa’ voor zijn deur staat zegt de verdachte dat “hij ze dood steekt”. Ook vermeldt het ambtsbericht dat de verdachte een rechtsextremistisch gedachtegoed aanhangt, en over vuurwapens en munitie beschikt verstopt in zijn woning.
Geuzenbond
Kort na dit bericht wordt de verdachte aangehouden. De man verklaart lid te zijn van onder meer de Geuzenbond, een organisatie gericht op jongeren in Nederland en België, die wordt gezien als extreemrechts. De organisatie is zowel online als via demonstraties actief. Het kenniscentrum CTER van de politie omschrijft de Geuzenbond als voor het overgrote acterend binnen de grenzen van de wet, maar zegt tegelijk ook dat de groep “etno-nationalistisch, fascistisch, racistisch en antidemocratisch gedachtegoed aanhangt en actief uitdraagt”.
Dat gedachtegoed komt terug in zaken die in zijn woning in Erp worden aangetroffen: veel lectuur, propaganda en symboliek die onmiskenbaar duidt op een rechtsextremistisch gedachtegoed, omvolking uit en de noodzaak voor remigratie. Het in Engeland inmiddels verboden werk “A hard reset” is als PDF aangetroffen in de downloads van de telefoon van verdachte. Daarin worden rechtsextremistische aanslagplegers geprezen en wordt de lezer aangespoord in hun voetsporen te treden. Ook wordt uitgelegd hoe je een samenleving met geweld omver kan werpen.
Wapensarsenaal
Ook in de woning: een grote hoeveelheid vuurwapens, munitie en andere wapens zoals hand- en kruisbogen en messen. Er liggen tactische vesten en andere militaria, zowel modern als oud of antiek. Een deel ligt verstopt in geheime ruimtes. Ook wordt er een heuse werkplaats aangetroffen waar aan wapens en munitie gewerkt werd, met grondstoffen zoals kruit, slaghoedjes en kogels. Op gegevensdragers staan digitale handleidingen het bouwen en ombouwen van vuurwapens, traangas, semtex, landmijnen en het maken van munitie.
De politie telt 6 werkende vuurwapens, variërend van meerdere revolvers tot een oud kogel-grendelgeweer en een door verdachte zelf naar scherpe munitie verschietend omgebouwd gaspistool met bijbehorende munitie. De verdachte zegt dat wapens zijn hobby zijn. Over zijn gedachtegoed zegt hij dat hij dat vreedzaam uitdraagt en geweld verwerpt. In relatie tot de uitspraken over de 81 dooie antifa – zegt hij dat het waarschijnlijk dronken grootspraak was.
Zorgwekkend beeld
Het wapenarsenaal in combinatie met de munitie schetst een zorgwekkend beeld over de verdachte en de kringen waarin hij verkeert, vindt het OM. Toch ziet de officier van justitie op dit moment onvoldoende bewijs dat de verdachte het oogmerk had om concrete terroristische feiten voor te bereiden. Wel ziet het OM voldoende bewijs bij het bezit en vervaardigen van verboden wapens. Een stevige verdenking, aldus de officier van justitie donderdag in de rechtbank Rotterdam:
“De vraag is ook: waar houdt de liefde voor wapens op? Vandaag is het zelf maken, morgen ook schieten? (…) Dat verdachte daarnaast verkeert in kringen van mensen die een extreemrechts gedachtegoed aanhangen en zichzelf daar ook toe rekent, kan als katalysator werken voor verdere normalisering van wapenbezit en ook daadwerkelijk wapengebruik.”
Zowel de reclassering als het OM spreken hun zorgen uit over een verdachte met activiteiten die ‘de rand van extremisme lijken te zitten.’ Een “grijs gebied”. De officier:
“Wat ik hem ook aanreken is dat hij dit alles deed tegen de achtergrond van zijn activisme, een activisme dat niet strafbaar is maar dat tegen extremisme aanschurkt. De stap naar geweld is met een dergelijke ideologie klein, bij verdachte zelf of bij zijn medestanders. Als dat alles zich afspeelt in een setting waar wapens voorradig zijn en genormaliseerd, is dat doodeng. Verdachte had de wapens en de werkplaats in zijn woning, een woning die ook dienst deed als ontmoetingsplek –een stamtafel – voor de Geuzenbond.”
Celstraf
Toch ziet de reclassering op dit moment een klein risico op specifiek doelgericht gewelddadig extremisme door de verdachte zelf. Het OM neemt die zienswijze over. Omdat de verdachte niet eerder veroordeeld is, kiest het OM voor een lange onvoorwaardelijke straf en een lang voorwaardelijk deel met bijzondere voorwaarden om het risico op herhaling zoveel mogelijk te beteugelen. Een gevangenis straf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met voorwaarden- plus een proeftijd van drie jaar- is daarom passend, meent het OM.
De rechtbank Rotterdam doet op 26 februari uitspraak.
Hoort bij
-
Landelijk ParketOrganisatie
Oude wapens, maar ze werkten wel: twee jaar cel voor lid Geuzenbond
De rechtbank in Rotterdam heeft een extreemrechtse activist veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk. De politie vond vorig jaar augustus een grote verzameling antieke vuurwapens en munitie bij hem thuis in het Brabantse dorp Erp.
De 25-jarige man is lid van de Geuzenbond, die door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid wordt aangemerkt als extreemrechts.
De politie kwam hem op het spoor na een tip van inlichtingendienst AIVD. De Brabander zou gezegd hebben dat hij “kogels wilde gebruiken tegen Antifa”. Het Openbaar Ministerie kon daar geen bewijs van vinden. Daarom werd hij uiteindelijk ook niet aangeklaagd voor terrorisme.
‘Thrill seeker’
De man omschrijft zichzelf als een ’thrill seeker’. Al op jonge leeftijd zou duidelijk zijn geweest dat hij spanning niet uit de weg gaat en grenzen opzoekt, maar de wapens heeft hij niet willen gebruiken, zegt hij. Die had hij alleen als verzamelaar en liefhebber. Hij zegt ook dat hij geen extremist is en dat hij geen geweld wil gebruiken.
De reclassering ziet dat anders. De jongeman zou zich “in een grijs gebied tussen een extreme vorm van activisme en rechtsextremisme” bevinden. Hij organiseerde evenementen en uitjes van de Geuzenbond en hij zou wel degelijk bereid zijn om wapens te gebruiken. Dat wordt volgens de reclassering bevestigd door zijn aanmelding bij een militaire opleiding in Oekraïne om te strijden tegen de Russen.
Denkbeelden spelen mee
De rechtbank heeft het advies van de reclassering overgenomen en stelt ook dat de man van plan was om de wapens te gebruiken. Ook al waren het vooral antieke vuurwapens, ze waren gewoon bruikbaar. Ook had hij zelf een gaspistool omgebouwd tot een werkend vuurwapen en bezat hij een grote hoeveelheid munitie. Zijn interesses en denkbeelden spelen ook mee in de hoogte van de straf.
Als hij vrijkomt, moet hij onder meer verplicht behandeld worden en meewerken aan huisbezoeken van de reclassering. De wapens worden in beslag genomen, behalve twee hagelgeweren die niet verboden zijn. Die geweren krijgt de man terug.
UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK
ECLI:NL:RBROT:2026:1897
Veroordeling voor het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid (vuur)wapens, munitie, en onderdelen en hulpstukken van (vuur)wapens en munitie, en het ombouwen van een gaspistool tot een werkend vuurwapen en het vervaardigen van 100 daarbij behorende kogelpatronen. Deze feiten hebben zich afgespeeld tegen de achtergrond van het politieke activisme van verdachte. De interesses en denkbeelden van verdachte zijn medebepalend voor de strafoplegging en de daarbij op te leggen bijzondere voorwaarden.
De rechtbank acht – ondanks de jonge leeftijd en het blanco strafblad van verdachte – een lange gevangenisstraf op zijn plaats. Echter gelet op de negatieve gevolgen van deze strafzaak voor zijn toekomst en de weggevallen eerdere verdenking van terrorisme geen hogere gevangenisstraf dan door de officier van justitie gevorderd.
Gev 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk m.a., met een proeftijd van 3 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
VV en OAHV van meerdere voorwerpen. Ten aanzien van de twee hagelgeweren (die niet verboden zijn) zal een last worden gegeven tot teruggave aan verdachte.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 71/223098-25
Datum uitspraak: 26 februari 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboorteplaats] 2001 in [geboortedatum] ,
ten tijde van het onderzoek ter terechtzitting gedetineerd in de [detentieadres] ,
raadsman mr. A.M. Seebregts, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 5 en 26 februari 2026.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging, waarbij de oorspronkelijke opgave van de feiten als bedoeld in artikel 261, derde lid van het Wetboek van Strafvordering op vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de nader omschreven tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. T.J. Kodrzycki heeft gevorderd:
- -bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;
- -veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
4Waardering van het bewijs
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 14 augustus 2025 te Erp, althans in Nederland,
vuurwapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
– een omgebouwd gaspistool van het merk/type Zoraki 918, kaliber 9x17mm (wapenomschrijving 14) en
– een kogel- grendelgeweer van het merk/type Mauser 98, kaliber 7,92x57mm (wapenomschrijving 3) en
– een kogel- grendelgeweer van het merk/type Chatellerault Mle 1892 Md, kaliber 8x50mmR (wapenomschrijving 9) en
– een revolver van het merk/type Bulldog, kaliber .320 Velodog (wapenomschrijving 5) en
– een revolver van het merk/type Brevet Nagant 1883, kaliber 9,4mm Velodog (wapenomschrijving 6) en
– een gaspistool van het merk/type Zoraki 917, kaliber 9mm P.A.K. (wapenbeschrijving 10),
en
munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van categorie III in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten:
– 209 kogelpatronen van diverse kalibers en fabrikanten (wapenomschrijving 15, 17 en 19) en
– 48 knalpatronen van het merk Geco, kaliber 9mm P.A.K (wapenbeschrijving 12 en 13),
en
onderdelen en hulpstukken als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie en gelet op artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van Wet wapens en munitie, te weten
– 25 patroonmagazijnen bestemd voor diverse vuurwapens (wapenomschrijving 7) en
– een patroonmagazijn en een deel van de kast bestemd voor een pistool van het merk/type Beretta 1935, kaliber 7,65mm (wapenbeschrijving 39) en
– 2 patroonmagazijnen bestemd voor een vuurwapen van het merk/type BRNO-Enfield BREN-gun, kaliber .303 (wapenbeschrijving 41) en
– een loop inclusief kamer en trekkergroep van het merk/type Mauser 98, kaliber 7,92x57mm (wapenbeschrijving 1) en
– een vuurwapen met dichtgelaste loop van merk/type M1 karabijn, kaliber 7,62x33mm (wapenbeschrijving 8) en
– een deel van een vuurwapenloop bestemd voor een pistool van merk FN, kaliber 7,65mm br (wapenbeschrijving 24) en
en
onderdelen van munitie als bedoeld in art. 3 lid 2 Wet wapens en munitie en gelet op artikel 2 lid 2 categorie III onder 1 Wet wapens en munitie, te weten:
– 4395 patroonhulzen van diverse kalibers en fabrikanten (wapenbeschrijving 23, 25, 26, 28, 29, 30, 31, 32, 34, 35 en 40) en
– 397 slaghoedjes van de merken Magtech en RWS (wapenbeschrijving 20),
voorhanden heeft gehad;
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 14 augustus 2025 te Erp, althans in Nederland, zonder erkenning een of meerdere wapen(s) en/of onderdelen van vuurwapen(s) en/of munitie van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie te weten:
– een vuurwapen, te weten een omgebouwd gaspistool van het merk/type Zoraki 918, kaliber 9x17mm (wapenomschrijving 14) en
– 100 kogelpatronen van het merk/type CBC – Magtech, kaliber 9x17mm (wapenomschrijving 17)
heeft vervaardigd en/of getransformeerd;
3.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 14 augustus 2025 te Erp, althans in Nederland,
een of meerdere wapens van categorie I onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
– twee vlindermessen (wapenomschrijving p. 457) en
een of meerdere wapens van categorie I onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten
– 10 pijlen met een scherpe metalen pijlpunt (wapenomschrijving p. 456) en
een of meerdere wapens van categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten
– twee airsoftwapens, model Kalashnikov (wapenomschrijving p. 450) en
– een airsoftwapen, model Taurus PT92 (wapenomschrijving p. 453),
voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
De eendaadse samenloop van de feiten 1 en 2
1.
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;
2.
handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
en
handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
3.
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
7Straffen en maatregel
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1, 2 en 3 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Dit met aftrek van het voorarrest en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt om bij de strafoplegging rekening te houden met het gegeven dat de meeste wapens oud en in slechte staat waren. Munitie voor deze oude wapens is niet verkrijgbaar. Verdachte heeft nooit met de wapens geschoten en ook nimmer de intentie gehad om deze te gebruiken. Hij heeft veel negatieve gevolgen ondervonden van de aandacht van de media. Hij is neergezet als extreemrechtse terrorist. Zijn denkbeelden en opvattingen mogen geen rol spelen bij de strafoplegging.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
Verdachte heeft een grote hoeveelheid (vuur)wapens, munitie, en onderdelen en hulpstukken van (vuur)wapens en munitie voorhanden gehad. Dit alles lag in zijn woning, deels verstopt in verborgen ruimtes.
Verder heeft verdachte ook zelf een gaspistool omgebouwd tot een werkend vuurwapen, geschikt om projectielen af te schieten en 100 daarbij behorende patronen gemaakt. Naast dat omgebouwde gaspistool ging het vooral om oudere wapens. Deze wapens konden echter nog steeds daadwerkelijk worden gebruikt. Verdachte zegt een liefhebber en verzamelaar van wapens en munitie te zijn.
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Het ongeautoriseerde bezit van (vuur)wapens brengt een groot en onaanvaardbaar risico met zich mee. Bijna dagelijks wordt de Nederlandse samenleving geconfronteerd met (dodelijk) (vuur)wapengeweld. Tegen het voorhanden hebben en het gebruiken van wapens wordt hard opgetreden. Dit soort feiten worden zwaar gestraft.
Verdachte heeft naar eigen zeggen al jaren een fascinatie voor wapens en hun werking. Hij heeft ter zitting verklaard dat hij de aangetroffen wapens niet had om te gebruiken. Hij was vooral een verzamelaar. Het door hem omgebouwde gaspistool en de daarbij behorende door hem vervaardigde munitie heeft hij niet durven gebruiken, omdat hij dacht dat het niet veilig zou zijn. Daarmee weerspreekt verdachte zichzelf. Hij gebruikte het wapen kennelijk niet omdat hij dat niet wilde, maar omdat hij het niet durfde. Hij was bang dat het pistool in zijn hand zou ontploffen.
In zijn woning zijn verder zeer veel voorwerpen, gereedschap en handleidingen en instructies aangetroffen bedoeld om zelf wapens en munitie te vervaardigen, waaronder voor (een gedeelte van) de vuurwapens die verdachte in zijn bezit had. Ook dat weerspreekt dat verdachte geen enkele intentie zou hebben gehad om (één van) de wapens daadwerkelijk te gebruiken. Indien die intentie er namelijk niet zou zijn, valt niet in te zien waarom de verdachte wel over scherpe (gebruiksklare) munitie voor die wapens wenste te beschikken. Gebleken is dat hij over de kennis en de vaardigheden beschikte om diverse soorten munitie zelf te vervaardigen. Op zijn laptop is een handleiding aangetroffen voor het maken van explosieven. Op een USB-stick staan handleidingen voor maken van een semtex bom, antipersoonsmijnen, traangas en 3D-printbare wapens.
Voor wat betreft de antieke wapens is de rechtbank van oordeel, dat deze wapens wel degelijk voor gevaarlijke situaties kunnen zorgen. Deze oude wapens waren immers mechanisch in orde, ook al heeft de politie vanwege gebrek aan geschikte munitie niet alle wapens kunnen testen. Het argument dat er heel moeilijk munitie verkregen kan worden voor deze wapens maakt dat oordeel niet anders. Het is niet onmogelijk om de betreffende munitie te verkrijgen of zelf te vervaardigen. Zeker niet buiten het formele circuit, waar verdachte zijn weg goed weet te vinden. Dat laatste leidt de rechtbank af uit de omstandigheid dat wat de verdachte wel in zijn bezit had, wegens het ontbreken van enig verlof of vergunning, ook niet via het formele circuit is verkregen.
Deze feiten hebben zich afgespeeld tegen de achtergrond van het politieke activisme van verdachte. Door de verdediging is aangevoerd dat zijn gedachtengoed geen rol mag spelen bij de strafbepaling.
De rechtbank is van oordeel dat zijn interesses en denkbeelden wel degelijk medebepalend zijn voor de strafoplegging en de daarbij op te leggen bijzondere voorwaarden.
Verdachte is naar eigen zeggen geen extremist en ook niet bereid om geweld te gebruiken om zijn idealen te bereiken.
Uit de aangetroffen goederen in zijn woning en de data uit zijn gegevensdragers komt echter een heel ander beeld naar voren. Daarnaast was verdachte bereid om daadwerkelijk wapens te gebruiken, hetgeen wordt bevestigd door zijn aanmelding bij een militaire opleiding in Oekraïne om te strijden tegen de Russen. Dit baart de rechtbank zorgen. Deze zorgen worden door de reclassering bevestigd.
Rapport van de reclassering
De reclassering heeft in haar advies van 23 januari 2026 aangegeven dat verdachte zich bevindt in een grijs gebied tussen activisme en rechtsextremisme. Hij heeft een berekenende en grens opzoekende houding die risicobepalend is voor zijn toekomst. Hij erkent bewust risico’s te hebben genomen om bepaalde wapens in huis te hebben, maar dit risico vanwege zijn interesse voor die wapens voor lief neemt. Hij omschrijft zichzelf als een ‘thrill seeker’. Op jonge leeftijd was al duidelijk dat hij spanning niet uit de weg gaat en grenzen opzoekt. Tevens kan gesteld worden dat verdachte over meer dan gemiddelde organisatievaardigheden beschikt, gezien het feit dat hij de ‘stamtafels’ organiseerde, een leidende rol had binnen de Telegramgroep en hij de evenementen en uitjes vanuit de Geuzenbond organiseerde.
Het blijft voor de reclassering de vraag of zijn politieke voorkeur onder extremisme te labelen is of dat het een extreme vorm van activisme is. De reclassering is van mening dat het radicaliseringsproces waar hij zich in bevindt zorgelijk is en er een flinter dunne lijn bestaat tussen de activistische vorm van betrokkene en extremisme.
De kans dat hij daadwerkelijk en doelgericht een gewelddadige actie zal ondernemen wordt door de reclassering als klein geacht. Het algehele risico op herhaling wordt ingeschat als matig.
De reclassering acht het noodzakelijk dat verdachte als bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel een meldplicht krijgt opgelegd, alsmede een behandelverplichting en dagbesteding.
De rechtbank zal dit advies overnemen en deze voorwaarden opleggen bij het hierna te noemen voorwaardelijk strafdeel. Deze voorwaarden kunnen helpen bij het verminderen van het gevaar voor herhaling.
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 13 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Oplegging straffen en maatregel
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf acht geslagen op wat er door andere rechtbanken en hoven wordt opgelegd in soortgelijke zaken. Daarbij is ook rekening gehouden met de Landelijke Oriëntatiepunten Straftoemeting. De rechtbank concludeert dat ondanks de jonge leeftijd en het blanco strafblad van verdachte een lange gevangenisstraf zeer wel op zijn plaats is. De rechtbank zal echter gelet op de negatieve gevolgen van deze strafzaak voor zijn toekomst en de weggevallen eerdere verdenking van terrorisme geen hogere gevangenisstraf opleggen dat door de officier van justitie gevorderd.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaringen, passend en geboden.
8In beslag genomen voorwerpen
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen voorwerpen die op de beslaglijst (zie bijlage III) zijn vermeld onder nummers 14, 16, 20 t/m 24, 26, 27, 29, 31 t/m 36, 38 t/m 47, 50, 51, 54, 56 t/m 58 te onttrekken aan het verkeer en de voorwerpen vermeld onder nummers 10, 11, 48 en 55 verbeurd te verklaren.
Ten aanzien van de twee hagelgeweren met IBN-nummers [nummer 1] ( [nummer 2] ) en [nummer 3] ( [nummer 4] ) heeft de officier van justitie gevorderd deze niet verboden voorwerpen terug te geven aan de verdachte. Deze hagelgeweren zijn niet opgenomen op de ‘lijst van inbeslaggenomen goederen en niet teruggegeven voorwerpen d.d. 4 februari 2026’.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht tot teruggave van twee hagelgeweren met IBN-nummers [nummer 1] ( [nummer 2] ) en [nummer 3] ( [nummer 4] ) aan de verdachte. Ten aanzien van de overige voorwerpen heeft de verdediging geen standpunt ingenomen.
Beoordeling
De in beslag genomen voorwerpen vermeld onder nummers 14, 16, 20 t/m 24, 26, 27, 29, 31 t/m 36, 38 t/m 47, 50, 51, 54, 56 t/m 58 zullen worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang.
De in beslag genomen voorwerpen vermeld onder nummers 10, 11, 48 en 55 zullen worden verbeurd verklaard.
De voorwerpen behoren aan de verdachte toe en het onder 2 bewezen feit is met behulp van deze voorwerpen begaan, of de voorwerpen zijn tot het begaan van het bewezen misdrijf bestemd.
Ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen met IBN-nummers [nummer 1] ( [nummer 2] ) en [nummer 3] ( [nummer 4] ) zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.
9Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9, 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
10Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
11Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;
bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde:
– de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
stelt als bijzondere voorwaarden:
1. de veroordeelde zal zich (op de dag van vrijlating uit detentie) melden bij [naam 1]
( [telefoonnummer 1] ) of [naam 2] ( [telefoonnummer 2] ) van Reclassering Nederland en blijft zich melden zo vaak en zolang de reclassering dat nodig acht. Hieronder valt ook het meewerken aan huisbezoeken. De meldplicht heeft tot doel betrokkene te kunnen begeleiden bij en controleren op de naleving van de opgelegde bijzondere voorwaarden. De reclassering bepaalt welke gespreksonderwerpen van belang zijn om een inschatting te kunnen maken van de recidive- en veiligheidsrisico’s, waarbij de privacy van de verdachte zoveel mogelijk gerespecteerd zal worden. De veroordeelde moet op een constructieve wijze meewerken aan deze gesprekken en openheid van zaken geven over de door de reclassering bepaalde gespreksonderwerpen, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
2. de veroordeelde zal, gezien zijn hang naar spanning en grenzen, meewerken aan diagnostisch onderzoek door ambulante forensische behandelinstelling De Waag, of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Indien behandeling nodig wordt geacht, werkt de verdachte mee aan deze behandeling, ook als dit het ProZorg-programma van De Waag betreft. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
3. de veroordeelde zal een passende en zinvolle dagbesteding vinden in de vorm van een opleiding dan wel betaald werk.
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
– de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
– de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen (bijlage III) en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
– verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 2:
de voorwerpen vermeld onder nummers 10, 11, 48 en 55;
– verklaart onttrokken aan het verkeer:
de voorwerpen vermeld onder nummers 14, 16, 20 t/m 24, 26, 27, 29, 31 t/m 36, 38 t/m 47, 50, 51, 54, 56 t/m 58;
– gelast de teruggave aan de verdachte van de voorwerpen met IBN-nummers:
- -hagelgeweer – [nummer 1] ( [nummer 2] );
- -hagelgeweer – [nummer 3] ( [nummer 4] ).
Dit vonnis is gewezen door:
mr. L. Feraaune, voorzitter,
en mrs. N.M. Ketelaar en D. van Putten, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 februari 2026.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst nader omschreven tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 14 augustus 2025 te Erp, althans in Nederland,
vuurwapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
– een omgebouwd gaspistool van het merk/type Zoraki 918, kaliber 9x17mm (wapenomschrijving 14) en
– een kogel- grendelgeweer van het merk/type Mauser 98, kaliber 7,92x57mm (wapenomschrijving 3) en
– een kogel- grendelgeweer van het merk/type Chatellerault Mle 1892 Md, kaliber 8x50mmR (wapenomschrijving 9) en
– een revolver van het merk/type Bulldog, kaliber .320 Velodog (wapenomschrijving 5) en
– een revolver van het merk/type Brevet Nagant 1883, kaliber 9,4mm Velodog (wapenomschrijving 6) en
– een gaspistool van het merk/type Zoraki 917, kaliber 9mm P.A.K. (wapenbeschrijving 10),
en
munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van categorie III in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten:
– 209 kogelpatronen van diverse kalibers en fabrikanten (wapenomschrijving 15, 17 en 19) en
– 48 knalpatronen van het merk Geco, kaliber 9mm P.A.K (wapenbeschrijving 12 en 13),
en
onderdelen en hulpstukken als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie en gelet op artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van Wet wapens en munitie, te weten
– 25 patroonmagazijnen bestemd voor diverse vuurwapens (wapenomschrijving 7) en
– een patroonmagazijn en een deel van de kast bestemd voor een pistool van het merk/type Beretta 1935, kaliber 7,65mm (wapenbeschrijving 39) en
– 2 patroonmagazijnen bestemd voor een vuurwapen van het merk/type BRNO-Enfield BREN-gun, kaliber .303 (wapenbeschrijving 41) en
– een loop inclusief kamer en trekkergroep van het merk/type Mauser 98, kaliber 7,92x57mm (wapenbeschrijving 1) en
– een vuurwapen met dichtgelaste loop van merk/type M1 karabijn, kaliber 7,62x33mm (wapenbeschrijving 8) en
– een deel van een vuurwapenloop bestemd voor een pistool van merk FN, kaliber 7,65mm br (wapenbeschrijving 24) en
en
onderdelen van munitie als bedoeld in art. 3 lid 2 Wet wapens en munitie en gelet op artikel 2 lid 2 categorie III onder 1 Wet wapens en munitie, te weten:
– 495 patroonhulzen van diverse kalibers en fabrikanten (wapenbeschrijving 23, 25, 26, 28, 29, 30, 31, 32, 34, 35 en 40) en
– 397 slaghoedjes van de merken Magtech en RWS (wapenbeschrijving 20),
voorhanden heeft gehad;
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 14 augustus 2025 te Erp, althans in Nederland, zonder erkenning een of meerdere wapen(s) en/of onderdelen van vuurwapen(s) en/of munitie van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie te weten:
– een vuurwapen, te weten een omgebouwd gaspistool van het merk/type Zoraki 918, kaliber 9x17mm (wapenomschrijving 14) en
– 100 kogelpatronen van het merk/type CBC – Magtech, kaliber 9x17mm (wapenomschrijving 17)
heeft vervaardigd en/of getransformeerd;
3.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 14 augustus 2025 te Erp, althans in Nederland,
een of meerdere wapens van categorie I onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
– twee vlindermessen (wapenomschrijving p. 457) en
een of meerdere wapens van categorie I onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten
– 10 pijlen met een scherpe metalen pijlpunt (wapenomschrijving p. 456) en
een of meerdere wapens van categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten
– twee airsoftwapens, model Kalashnikov (wapenomschrijving p. 450) en
– een airsoftwapen, model Taurus PT92 (wapenomschrijving p. 453),
voorhanden heeft gehad.
Reacties uitgeschakeld voor Noot 30A/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 37/Waarschuwing
Welke extreemrechtse netwerken spelen een rol bij de protesten in Loosdrecht?
13 MEI 2026
Defend Netherlands
De prominente coronademonstrant Eldor van Feggelen, in 2017 veroordeeld voor lidmaatschap van een criminele organisatie, sluit zich aan bij Defend Netherlands
Nederlandse Volks-Unie
Reacties uitgeschakeld voor Noot 37/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 36/Waarschuwing
[36]
Minister: AIVD doet onderzoek naar organisatie anti-azc-protesten
De veiligheidsdienst AIVD doet onderzoek naar de anti-azc-protesten van de afgelopen tijd. Dat zei minister Van den Brink van Asiel en Migratie in een debat in de Tweede Kamer.
Veel wilde de minister niet toelichten over het werk van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, maar wel dat er wordt onderzocht of er “sprake is van georganiseerdheid”.
Volgens Van den Brink wordt gekeken “welke patronen er zijn en wat daarachter zit”. Of daarbij ook onderzoek wordt gedaan naar buitenlandse bemoeienis, kon hij niet zeggen.
‘Patroon van haat en geweld’
De afgelopen tijd klinken geluiden dat het bij de soms gewelddadige protesten niet alleen gaat om bezorgde inwoners uit de betreffende plaats, maar dat er ook (extreemrechtse) organisaties bij betrokken zijn. Onder meer in Apeldoorn en Loosdrecht liepen demonstraties uit op geweld.
Kamerlid El Abassi van Denk sprak in het debat van een “patroon van haat en geweld” dat wordt opgestookt door Kamerleden “aan de rechterkant” van de Kamer. Ook had hij het over “anti-azc-terrorisme”.
Minister Van den Brink (CDA) zei alle geweld af te wijzen, maar wilde dit soort kwalificaties niet overnemen, omdat terrorisme gaat over motieven van daders. “Het kabinet is niet het instituut om zich daarover uit te spreken.” Dat ligt bij het Openbaar Ministerie en rechters, zei de minister.
Democratische middelen
JA21-Kamerlid Ceulemans wees erop dat dit kabinet met de spreidingswet in de hand inwoners “van de ene op de andere dag confronteert met iets wat ze niet willen”. Volgens JA21 veroorzaakt het beleid grote onrust bij “hardwerkende mensen” die opeens asielopvang in hun buurt krijgen.
Van den Brink zei daarop dat hij alleen maar uitvoer geeft aan de wet die nou eenmaal bij meerderheid is vastgesteld. Als mensen daar bezwaar tegen hebben, moeten ze wat hem betreft naar democratische middelen grijpen.
’99 procent vreedzaam’
PVV-leider Wilders riep op tot het intrekken van de spreidingswet en stelde dat gemeenten ertegen in verzet moeten komen. “Dan laat je zien dat je opkomt voor je mensen.” Hij zei verder het geweld te veroordelen en stelde dat “99 procent van de mensen” vreedzaam demonstreert.
Kamerlid Teunissen van de Partij voor de Dieren zei dat het tijd is om weg te bewegen van de discussie over asiel. “We hebben een debat te voeren over extreemrechts geweld.” Volgens haar steken burgemeesters hun nek uit, met alle gevolgen van dien, en is het kabinet daarna “oorverdovend stil”.
Van den Brink zei dat hij allerlei contacten heeft op lokaal niveau en dat hij ook van plan is om een of meerdere plekken te bezoeken waar dit speelt.
Reacties uitgeschakeld voor Noot 36/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers