Noot 99A/Waarschuwing

[99A]
AI-overzicht
De uitspraak “Als dat alles is” is een van de centrale thematische observaties van historicus dr. L. de Jong en historicus/schrijver Jacques Presser. Het typeert hoe de Duitse bezetter stap voor stap het leven van de Joodse gemeenschap in Nederland inperkte en hen isoleerde. Omdat de eerste maatregelen – zoals ontslag en het weren uit openbare gelegenheden – relatief onschuldig leken, dachten veel Joodse Nederlanders in eerste instantie: “Als dat alles is”, waardoor de schijn van normaliteit in stand bleef en massaal verzet uitbleef. [1234]
De reactie van de Joodse gemeenschap in bezet Nederland op de anti-Joodse maatregelen kenmerkte zich door onzekerheid, angst, en de misplaatste hoop dat meewerken de situatie zou sussen. [1]
Hieronder volgt een overzicht van hoe de gemeenschap en haar leiders reageerden en opereerden:
1. Oprichting en rol van de Joodsche Raad
De meest ingrijpende reactie – mede afgedwongen door de bezetter – was de oprichting van de Joodsche Raad voor Amsterdam in februari 1941, onder leiding van diamantair Abraham Asscher en hoogleraar David Cohen. [12]
  • Doel: Zij accepteerden deze taak in de veronderstelling dat ze door onderhandelingen met de Duitsers het ergste konden voorkomen of de maatregelen konden vertragen. [1]
  • Gevolg: De Raad fungeerde in de praktijk als een doorgeefluik van de Duitse bevelen, waardoor Joodse leiders ongewild meewerkten aan de eigen isolatie en uiteindelijke deportatie. [1]
2. De illusie van de ‘normale’ stappen
Elke nieuwe verordening – van het inleveren van radio’s tot de invoering van de ‘Jodenster’ in mei 1942 – werd door velen gezien als een opzichzelfstaand, tijdelijk offer. Het stelselmatige karakter van de ontmenselijking werd door de meesten pas begrepen toen het al te laat was. [1234]
3. Passieve houding en de hoop op redding
In tegenstelling tot wat men zou verwachten, koos het merendeel van de Joodse bevolking in het begin voor berusting. Dit kwam deels door een diepgeworteld vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat, deels door angst, en deels door de wens om de eigen gemeenschap niet in gevaar te brengen. Verzet tegen het ontslag van Joodse ambtenaren kwam aanvankelijk vooral uit niet-Joodse hoek, zoals van de kant van de kerken en universiteiten. [1]
4. Documentatie en Fotografie
Er was ook sprake van individuele, creatieve en intellectuele weerstand. Bekende Joodse fotografen en journalisten, zoals Sem Presser, legden de razzia’s en het dagelijks leven van vervolgden heimelijk of in opdracht vast. Hoewel deze beelden gevaarlijk waren, vormden ze later essentieel bewijsmateriaal voor de Holocaust in Nederland. [123]
5. Onderduik en illegaal verzet
Naarmate de deportaties in de zomer van 1942 op gang kwamen, veranderde de reactie in de gemeenschap drastisch. Het besef drong door dat gehoorzaamheid niet beschermde tegen vernietiging. Dit leidde tot de massale zoektocht naar onderduikadressen en de vorming van Joods en niet-Joods verzet, al kon dit niet voorkomen dat uiteindelijk ongeveer 75% van de Joodse Nederlanders de oorlog niet overleefde. [123]
ZIE OOK
DR PRESSER
ONDERGANG
DE VERVOLGING EN VERDELGING VAN HET NEDERLANDSE JODENDOM
1940-1945

Reacties uitgeschakeld voor Noot 99A/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Reacties zijn gesloten.