Zelfs als we de grenzen vandaag volledig zouden sluiten en geen enkele migrant meer toelaten, blijven de gevolgen van decennialang opengrenzenbeleid bestaan. Er zijn miljoenen mensen naar Nederland gekomen die vaak niet of nauwelijks integreren. Zij leven in eigen gemeenschappen, spreken de taal slecht en voelen zich weinig verbonden met onze samenleving. Dat zorgt voor blijvende druk op scholen, zorg, huisvesting en sociale zekerheid. Een migratiesaldo van nul zou dit probleem niet oplossen, want de groepen die al hier zijn en niet aarden, blijven structureel veel kosten en spanningen veroorzaken.
Onderzoek toont aan hoe groot deze lasten zijn. Een Somalische migrant kost de Nederlandse samenleving gemiddeld €688.000 over zijn hele leven, een Syrische migrant gemiddeld €375.000. Deze bedragen bestaan uit uitkeringen, toeslagen, zorg en andere voorzieningen. De rekening komt terecht bij de Nederlandse belastingbetaler, terwijl de samenleving intussen steeds meer onder druk staat: er zijn minder woningen beschikbaar, minder ziekenhuisplekken, enzovoorts. Daarom is het niet genoeg om de instroom te stoppen: we moeten ook inzetten op remigratie. Wij willen mensen die hier niet aarden actief ondersteunen bij hun terugkeer. Met een remigratiebeurs maken we de terugkeer financieel aantrekkelijk, en met remigratiecoaches zorgen we voor begeleiding bij het vinden van werk, huisvesting en voorzieningen in het thuisland. Zo helpen we hen een toekomst elders op te bouwen, terwijl Nederland de ruimte, middelen en sociale samenhang terugkrijgt die dringend nodig zijn.
Wij willen:
- Negatief migratiesaldo: We streven naar meer mensen die terugkeren dan dat er binnenkomen, zodat Nederland weer beheersbaar wordt voor de komende generaties.
- Remigratiebeurzen en -coaches: We bieden migranten en hun kinderen en kleinkinderen remigratiebeurzen en begeleiding door coaches aan, zodat terugkeer naar hun landen van herkomst haalbaar en aantrekkelijk wordt.
- Biometrische registratie van remigranten: We slaan biometrische kenmerken van remigranten op, zodat zij na terugkeer niet opnieuw naar Nederland kunnen komen.
FVD presenteert Remigratieplan als uitweg integratieproblematiek
De massale immigratie van de afgelopen decennia heeft onze samenleving ingrijpend veranderd. Volgens de huidige projecties zullen autochtone Nederlanders (inclusief derde generatie allochtonen) vanaf 2070 geen meerderheid meer vormen in hun land. In Amsterdam en Den Haag is dit sinds 2015 al het geval. In 2020 was 44,43% van de Amsterdamse bevolking slechts nog van Nederlandse afkomst. Dit was 44,41% in Den Haag en 47,68% in Rotterdam. Derde generatie immigranten tellen hierbij ook mee als autochtone Nederlanders.
Ook als we onze grenzen sluiten, zal Nederland met de huidige geboortecijfers aan het eind van deze eeuw géén dominant Nederlands land meer zijn. Een dergelijke verschuiving in de bevolkingssamenstelling is in de Nederlandse geschiedenis nog nooit voorgekomen. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de veiligheid en leefbaarheid van de Nederlandse samenleving.
Integratiecrisis
In oktober 2024 verscheen het onderzoek Migratiemagneet Nederland door Dr. Jan van de Beek. Hierin worden de kosten van immigratie nauwkeurig weergegeven en levert Van de Beek nieuwe inzichten in de moderne migratiestromen naar Nederland. Het onderzoek concludeert dat er geen sprake is van een asielcrisis, maar een integratiecrisis.
“Het is eigenlijk een integratiecrisis, die er uit bestaat dat we ieder jaar weer veel mensen met een grote culturele afstand tot Nederland binnenlaten die we heel moeilijk kunnen integreren en waarvan je kunt vaststellen dat die heel vaak in de armoede terechtkomen. En waarvan de kinderen vervolgens ook weer in armoede opgroeien”, meldt Van de Beek aan Wynia’s Week.
De cijfers van het CBS bevestigen het punt dat Van de Beek maakt: immigranten uit niet-Europese landen, met uitzondering van Indonesië, maken minstens vijf keer zo vaak gebruik van een uitkering als autochtone Nederlanders. Migranten uit Marokko, eerste en tweede generatie, komen samen tien keer vaker in de bijstand terecht dan Nederlanders. Tweede generatie immigranten, mensen die zelf in Nederland geboren zijn, maar minstens één van hun ouders niet, maken eveneens vaker gebruik van een bijstandsuitkering dan autochtone Nederlanders.
Asielzoekers, die (nog) niet in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering, vallen nog niet onder deze cijfers. Volgens berekeningen van de Rijksoverheid kost een asielzoeker gemiddeld €76,60 per dag. Dat is jaarlijks bijna € 28.000. Deze kosten worden opgemaakt aan huisvesting, personeelskosten van het COA, gezondheidszorg en kosten van levensonderhoud. Druk op overige voorzieningen, zoals inburgering, zijn niet meegerekend.
Eerder berekende Van de Beek de kosten van immigratie in het onderzoek Grenzeloze Verzorgingsstaat. Hieruit blijkt dat de kosten van een niet-Westerse immigrant in zijn hele leven gemiddeld oplopen tot wel € 300.000,-. De kosten bestaan uit onder meer een bijstandsuitkering, maar ook de gewogen druk op de zorg, het onderwijs en andere voorzieningen. Deze berekening is conservatief en incompleet; in zijn nieuwe boek Migratiemagneet Nederland (pagina 109) rekent Van de Beek de kosten verder op basis van afkomst. Mensen uit de Hoorn van Afrika en Soedan kosten de Nederlandse schatkist gemiddeld € 782.000 over hun hele leven.
Veiligheid
De integratieproblematiek kent meer effecten dan louter economische. In Ter Apel, waar het grootste aanmeldcentrum voor asielzoekers is gevestigd, is er groeiende overlast en onveiligheid. “Het asielcomplex heeft weinig goeds voor het dorp gebracht. Het is geen dorp meer, dat hele gevoel is weg. Huizen en tuinen worden bewaakt door camera’s. Je kunt de deur geen seconde open laten”, zegt een inwoner van Ter Apel.
Ook op andere plekken voelen Nederlanders zich minder veilig door (de komst van) een asielzoekerscentrum. In Haaften kwamen onlangs honderden bezorgde Tuil- en Haaftenaren naar een inspraakavond over de komst van een azc. Ze vrezen voor de veiligheid van henzelf en die van hun kinderen.
Cijfers van de Adviesraad Migratie vertellen ons het volgende: in 2022 zaten 83.080 mensen in een COA- of crisisnoodopvanglocatie. Van hen was 7,1% betrokken bij een incident, uiteenlopend van schelden en verbale intimidatie, tot schoppen en slaan. Ieder jaar is ongeveer 30% van alle incidenten fysiek van aard. De adviesraad maakt in de cijfers een onderscheid tussen incidenten en misdrijve
In heel Nederland waren in 2022 in totaal 158.290 geregistreerde verdachten van een misdrijf. Hiervan had 84.520 een migratieachtergrond – meer dan de helft. Eerste en tweede generatie immigranten worden respectievelijk twee keer en vijf keer zo vaak verdacht van een misdrijf als autochtone Nederlanders.
Het is belangrijk om ook buiten de statistieken, de papieren werkelijkheid, te kijken. In de samenleving zien we toenemende spanningen en onveiligheid op straat als gevolg van het importeren van etnische conflicten. Deze zomer vonden in Den Haag rellen en geweldsconflicten plaats tussen twee groepen Eritreeërs. Een recenter voorbeeld zijn de rellen die ontstonden naar aanleiding van een voetbalwedstrijd tussen Maccabi Tel Aviv en Ajax.
Cultuur
De culturele impact van de massa-immigratie is niet in eurotekens vast te leggen, maar is daardoor niet minder belangrijk. In de samenleving horen we vaak dat Nederlanders zich niet of nauwelijks thuis voelen in de grote steden, allereerst omdat ze hun eigen taal al niet meer kunnen spreken in winkels en restaurants.
EINDE STUK
””We moeten de immigratie inperken. Anders is het dweilen met de kraan open. Voordat je de deur openzet, moet je eerst zorgen voor een stabiele woonsituatie voor de mensen die nu in het land wonen. Het is ook belangrijk om in te zetten op vrijwillige immigratie, en 50.000 euro te geven om terug te keren naar het land van herkomst.”
Jonge Stemmen | Iem al Biyati (JFVD): ‘Zonder woning kan je geen leven opbouwen’
Hoe ben je in de politiek terechtgekomen?
“Als kind was ik heel erg gefascineerd door Defensie. De tanks, het buiten zijn in de bossen en iets kunnen betekenen voor Nederland sprak mij heel erg aan. Uiteindelijk ben ik bij de VEVA gegaan, een soort vooropleiding voor minderjarigen bij defensie. Zelf vond ik dat mijn romantische beeld dat ik bij Defensie had eigenlijk niet klopte, en ik was het niet eens met hoe defensie in Nederland heel erg het Amerikaanse belang dient in plaats van het landsbelang. Ik ben toen weggegaan, en toen zag ik een paar jaar later Thierry Baudet een pleidooi houden over het niet steunen van rebellengroepen in Syrië. Uiteindelijk kwam ik door die video in aanraking met FVD, en besloot ik lid te worden.”
Wat zien jullie als de grootste uitdaging voor jongeren op dit moment?
“Zelf denk ik dat het gebrek aan woningen het grootste probleem van de nieuwe generatie is. Je moet de kans hebben om bij je ouders weg te gaan, anders kan je jezelf niet ontwikkelen. Jongeren stellen uit om te gaan trouwen of aan kinderen te beginnen, waardoor je geen leven kan opbouwen.”
Wat is een concrete oplossing voor dit probleem?
“We moeten de immigratie inperken. Anders is het dweilen met de kraan open. Voordat je de deur openzet, moet je eerst zorgen voor een stabiele woonsituatie voor de mensen die nu in het land wonen. Het is ook belangrijk om in te zetten op vrijwillige immigratie, en 50.000 euro te geven om terug te keren naar het land van herkomst. Sommige migranten willen eigenlijk terug naar het land van herkomst, maar doen dat niet vanwege de voorzieningen hier. Dan heb je een natuurlijke uitstroom, en komen er woningen vrij. Verder kan je kijken naar het inrichten van kantoorpanden die leegstaan, en kijken naar de wetgeving om dat te kunnen versoepelen om bijvoorbeeld kantoorpanden op te breken in woningen.”
Je mag één punt voor jongeren gelijk doorvoeren. Welke is dat?
“Dan kies ik 100 procent voor de tegemoetkoming van de mensen die te maken hebben gehad met het leenstelstel. De compensatie gaat om een paar miljard, en dat is op te hoesten door politieke keuzes die je maakt. Het is een fout van de overheid, en dan moet je zelf die fout toegeven en mensen terugbetalen.”
Hoe zorgen jullie ervoor dat de stem van de jongerenpartij niet verloren gaat in bredere partijbelangen?
“Wij zijn echt verworven met de moederpartij. Onze partijleider Thierry Baudet spreek ik elke week. Dat geldt ook voor de bestuursleden en we zijn wekelijks bij de fractievergaderingen. Er zitten op de fractie bijna alleen maar mensen tussen de 20 en 40 jaar oud. Het grootste gedeelte is 20 tot 30 jaar, en dat is bij geen andere politieke partij anders zo. In de top 20 van de kandidatenlijst staan 13 JFVD’ers, en onze fractievoorzitter Lidewij de Vos is 28 jaar.
Over Lidewij de Vos gesproken, wat vind je ervan dat zij nu lijsttrekker is?
“Zelf ben ik er heel blij mee. Er is lang over gesproken en vergaderd nadat Thierry zelf met dit voorstel kwam. Elke partij kan roepen dat de jeugd de toekomst heeft, maar niemand heeft het lef om ook echt een jong iemand naar voren te schuiven. Het is een risico, maar we doen het samen. We vonden het ook oneerlijk dat de mediaoptredens van Thierry Baudet uitbleven door persoonlijke afkeer.”
Het aantal zetels voor Forum voor Democratie is de afgelopen jaren gekrompen. Waarom denk je dat de partij afgelopen jaren is gekrompen?
“Mensen houden niet van gezeik, en dat is er bij ons wel geweest. Denk aan mensen die weg zijn gegaan bij de partij en onze zetels meenamen. Het is voor onze partij wel gezond geweest dat zij weg zijn gegaan. Veel partijen zijn ook gesneuveld na rumoer, en wij zijn in ieder geval blijven bestaan. Ook denk ik dat onze standpunten tegen corona en de daarbij horende uitblijvende mediaoptredens niet hebben geholpen.”
Laatst is er een artikel online gekomen over hoe de jongerenpartij racistische appjes naar elkaar sturen. Hoe wordt daar intern mee omgegaan?
“Er zijn striktere regels wat betreft bijvoorbeeld whatsapp-groepen. Daar zijn grappenmakers in privé-groepen met elkaar in gesprek geraakt en die hebben dingen gezegd die normaal binnenshuis blijven. Denk aan de grappen die je maakt in de kroeg of in de playstation party. Omdat wij worden gezien als een krachtige oppositie, zijn wij daarmee een doelwit geworden. Hierdoor gebruiken ze elke stok om je mee te slaan, en dus ook appjes van bijna 10 jaar geleden. Dat van mij was bijvoorbeeld een woordgrap, maar leek een haatvol bericht. We waren jong en maakten grappen, maar er zaten blijkbaar mensen in die groep die niet het beste met ons voor hadden. Uiteindelijk doen we nu een screening voordat iemand een groepsapp in komt. We hebben nu een taboelijst met onderwerpen die we vermijden, ook omdat dingen zoals abortus zo gevoelig liggen en emoties kunnen oplopen, bespreken we dat soort onderwerpen niet meer op de app.”
Jullie zijn de grootste jongerenpartij van de Benelux, hoe komt dat?
“Via social media spreken we ontzettend veel jongeren aan en de plannen die wij met dit land hebben, lijken voor veel jongeren aantrekkelijk te zijn. Zelf bedenk ik veel van de content en probeer ik het zo spontaan mogelijk op te nemen. Met bijna 25.000 mensen die ons volgen op bijvoorbeeld Instagram, en de dingen die wij maken op Youtube en Tiktok maken zijn anders dan andere partijen. We proberen een community te bouwen van rechtse jongeren en laten zien dat ze niet alleen zijn. We hebben evenementen en jongerenkampen waar veel mensen bij elkaar komen. Dat is ontwapenend gezellig, en er komen geen jongeren die bijvoorbeeld politicusje komen spelen.”
EINDE
”FVD stelt voor om migranten die vrijwillig willen remigreren een eenmalige financiële premie aan te bieden. Deze vertrekpremie helpt hen bij het opstarten van een nieuw leven in hun land van herkomst en maakt remigratie financieel aantrekkelijker. De vertrekpremie die wij voorstellen bedraagt:
- €50.000 per volwassene
- €20.000 per kind
Deze eenmalige investering is aanzienlijk lager dan de blijvende kosten die veel migranten met zich meebrengen. Bovendien zijn culturele en maatschappelijke kosten niet altijd in geld uit te drukken. Het huidige beleid leidt tot miljardenuitgaven aan sociale voorzieningen, uitkeringen en zorg.”
FVD presenteert Remigratieplan als uitweg integratieproblematiek
De massale immigratie van de afgelopen decennia heeft onze samenleving ingrijpend veranderd. Volgens de huidige projecties zullen autochtone Nederlanders (inclusief derde generatie allochtonen) vanaf 2070 geen meerderheid meer vormen in hun land. In Amsterdam en Den Haag is dit sinds 2015 al het geval. In 2020 was 44,43% van de Amsterdamse bevolking slechts nog van Nederlandse afkomst. Dit was 44,41% in Den Haag en 47,68% in Rotterdam. Derde generatie immigranten tellen hierbij ook mee als autochtone Nederlanders.
Ook als we onze grenzen sluiten, zal Nederland met de huidige geboortecijfers aan het eind van deze eeuw géén dominant Nederlands land meer zijn. Een dergelijke verschuiving in de bevolkingssamenstelling is in de Nederlandse geschiedenis nog nooit voorgekomen. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de veiligheid en leefbaarheid van de Nederlandse samenleving.
Integratiecrisis
In oktober 2024 verscheen het onderzoek Migratiemagneet Nederland door Dr. Jan van de Beek. Hierin worden de kosten van immigratie nauwkeurig weergegeven en levert Van de Beek nieuwe inzichten in de moderne migratiestromen naar Nederland. Het onderzoek concludeert dat er geen sprake is van een asielcrisis, maar een integratiecrisis.
“Het is eigenlijk een integratiecrisis, die er uit bestaat dat we ieder jaar weer veel mensen met een grote culturele afstand tot Nederland binnenlaten die we heel moeilijk kunnen integreren en waarvan je kunt vaststellen dat die heel vaak in de armoede terechtkomen. En waarvan de kinderen vervolgens ook weer in armoede opgroeien”, meldt Van de Beek aan Wynia’s Week.
De cijfers van het CBS bevestigen het punt dat Van de Beek maakt: immigranten uit niet-Europese landen, met uitzondering van Indonesië, maken minstens vijf keer zo vaak gebruik van een uitkering als autochtone Nederlanders. Migranten uit Marokko, eerste en tweede generatie, komen samen tien keer vaker in de bijstand terecht dan Nederlanders. Tweede generatie immigranten, mensen die zelf in Nederland geboren zijn, maar minstens één van hun ouders niet, maken eveneens vaker gebruik van een bijstandsuitkering dan autochtone Nederlanders.
Asielzoekers, die (nog) niet in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering, vallen nog niet onder deze cijfers. Volgens berekeningen van de Rijksoverheid kost een asielzoeker gemiddeld €76,60 per dag. Dat is jaarlijks bijna € 28.000. Deze kosten worden opgemaakt aan huisvesting, personeelskosten van het COA, gezondheidszorg en kosten van levensonderhoud. Druk op overige voorzieningen, zoals inburgering, zijn niet meegerekend.
Eerder berekende Van de Beek de kosten van immigratie in het onderzoek Grenzeloze Verzorgingsstaat. Hieruit blijkt dat de kosten van een niet-Westerse immigrant in zijn hele leven gemiddeld oplopen tot wel € 300.000,-. De kosten bestaan uit onder meer een bijstandsuitkering, maar ook de gewogen druk op de zorg, het onderwijs en andere voorzieningen. Deze berekening is conservatief en incompleet; in zijn nieuwe boek Migratiemagneet Nederland (pagina 109) rekent Van de Beek de kosten verder op basis van afkomst. Mensen uit de Hoorn van Afrika en Soedan kosten de Nederlandse schatkist gemiddeld € 782.000 over hun hele leven.
Veiligheid
De integratieproblematiek kent meer effecten dan louter economische. In Ter Apel, waar het grootste aanmeldcentrum voor asielzoekers is gevestigd, is er groeiende overlast en onveiligheid. “Het asielcomplex heeft weinig goeds voor het dorp gebracht. Het is geen dorp meer, dat hele gevoel is weg. Huizen en tuinen worden bewaakt door camera’s. Je kunt de deur geen seconde open laten”, zegt een inwoner van Ter Apel.
Ook op andere plekken voelen Nederlanders zich minder veilig door (de komst van) een asielzoekerscentrum. In Haaften kwamen onlangs honderden bezorgde Tuil- en Haaftenaren naar een inspraakavond over de komst van een azc. Ze vrezen voor de veiligheid van henzelf en die van hun kinderen.
Cijfers van de Adviesraad Migratie vertellen ons het volgende: in 2022 zaten 83.080 mensen in een COA- of crisisnoodopvanglocatie. Van hen was 7,1% betrokken bij een incident, uiteenlopend van schelden en verbale intimidatie, tot schoppen en slaan. Ieder jaar is ongeveer 30% van alle incidenten fysiek van aard. De adviesraad maakt in de cijfers een onderscheid tussen incidenten en misdrijve
In heel Nederland waren in 2022 in totaal 158.290 geregistreerde verdachten van een misdrijf. Hiervan had 84.520 een migratieachtergrond – meer dan de helft. Eerste en tweede generatie immigranten worden respectievelijk twee keer en vijf keer zo vaak verdacht van een misdrijf als autochtone Nederlanders.
Het is belangrijk om ook buiten de statistieken, de papieren werkelijkheid, te kijken. In de samenleving zien we toenemende spanningen en onveiligheid op straat als gevolg van het importeren van etnische conflicten. Deze zomer vonden in Den Haag rellen en geweldsconflicten plaats tussen twee groepen Eritreeërs. Een recenter voorbeeld zijn de rellen die ontstonden naar aanleiding van een voetbalwedstrijd tussen Maccabi Tel Aviv en Ajax.
Cultuur
De culturele impact van de massa-immigratie is niet in eurotekens vast te leggen, maar is daardoor niet minder belangrijk. In de samenleving horen we vaak dat Nederlanders zich niet of nauwelijks thuis voelen in de grote steden, allereerst omdat ze hun eigen taal al niet meer kunnen spreken in winkels en restaurants.
In 2022 publiceerde het Sociaal Cultureel Planbureau het onderzoek Gevestigd, maar niet thuis, waarin immigrantengroepen zelf wordt gevraagd te reflecteren op hun integratieproces. Dit maakt het mogelijk om te duiden in welke mate de integratieproblematiek zich op sociaal en cultureel niveau afspeelt.
Een essentieel onderdeel van integratie is het daadwerkelijk opgaan in de Nederlandse samenleving. Wanneer verschillende mensen met elkaar in contact staan, ontstaat er wederzijds begrip en leert men van elkaars gebruiken. Momenteel zijn er bepaalde groepen in de samenleving die niet participeren in dit proces. Van oudsher lag bij veel personen met een Turkse achtergrond het zwaartepunt van de vrijetijdscontacten bij personen met een Turkse achtergrond. Dat geldt nu voor ongeveer een vijfde van de Turkse Nederlanders. Dit is wat hoger dan bij de Marokkaanse Nederlanders, van wie 16% veel vrijetijdscontacten heen met personen met een Marokkaanse achtergrond en weinig contacten met personen zonder migratieachtergrond.
Onder Somaliërs, een migrantengroep die recentelijk naar Nederland is gekomen, gaat 22% bijna uitsluitend om met mensen van dezelfde afkomst. Bij Polen ligt het percentage iets hoger: 25%. Bij Nederlanders met wortels in Suriname, het Caraïbisch gebied en Iraniërs ligt dit een stuk lager, en gaat ongeveer 10% uitsluitend om met mensen van dezelfde komaf.
In hoeverre grenzen van groepen worden overbrugd blijkt niet alleen uit het contactenpatroon, maar heeft ook een emotioneel-affectieve kant. Het SCP heeft migrantengroepen daarom gevraagd in welke mate zij zich identificeren met Nederland en hun land van herkomst. Hier blijken Surinamers, Caribisch-Nederlanders en Iraniërs het sterkst te integreren: zij voelen zich respectievelijk 38%, 33% en 27% sterk Nederlander, zonder veel affiniteit te hebben met hun land van herkomst.
Remigratiewet
Tot voorkort bestond er een Remigratiewet die financiële steun biedt aan oudere migranten die vrijwillig willen terugkeren naar hun land van herkomst. Tot 1 januari 2025 konden zij een remigratie-uitkering aanvragen; inmiddels is de regeling stopgezet. Er zat een aantal voorwaarden aan een remigratie-uitkering:
- u bent minimaal 55 jaar;
- u woont minimaal 8 jaar in Nederland;
- u bent buiten Nederland geboren;
- u heeft of had de nationaliteit van het land van herkomst;
- u was 18 jaar of ouder toen u in Nederland kwam wonen;
- u bent voor een bepaalde datum in Nederland komen wonen (deze datum verschilt per land van herkomst);
- u krijgt minimaal 1 jaar een Nederlandse uitkering.
De voorwaarden die hierboven zijn gesteld, zorgen volgens FVD voor een te beperkte Remigratiewet. Tweede en derde generatie immigranten komen per definitie niet in aanmerking voor een remigratie-uitkering. Hetzelfde geldt voor mensen onder de 55 die nog geen 8 jaar in Nederland verblijven. Dat terwijl juist zij, zoals hierboven is aangetoond, een groot deel uitmaken van de integratiecrisis. Het is daarom wenselijk om ook voor deze migrantengroepen een remigratieregeling te organiseren.
Hoe moet het dan wél?
Forum voor Democratie wil de Remigratiewet niet afschaffen, maar uitbreiden. De financiële regeling die nu van kracht is, moet worden opgerekt en toepasbaar zijn op migrantengroepen, ongeacht hun leeftijd en of zij in het buitenland zijn geboren.
FVD stelt voor om migranten die vrijwillig willen remigreren een eenmalige financiële premie aan te bieden. Deze vertrekpremie helpt hen bij het opstarten van een nieuw leven in hun land van herkomst en maakt remigratie financieel aantrekkelijker. De vertrekpremie die wij voorstellen bedraagt:
- €50.000 per volwassene
- €20.000 per kind
Deze eenmalige investering is aanzienlijk lager dan de blijvende kosten die veel migranten met zich meebrengen. Bovendien zijn culturele en maatschappelijke kosten niet altijd in geld uit te drukken. Het huidige beleid leidt tot miljardenuitgaven aan sociale voorzieningen, uitkeringen en zorg. Zoals berekend door onderzoeker Jan van de Beek, kost een niet-Westerse immigrant de Nederlandse staat over zijn hele leven tot wel € 782.000. Een vrijwillige vertrekpremie van €50.000 per persoon is een fractie hiervan en zorgt op de middellange termijn niet alleen voor het behoud van de Nederlandse welvaart, maar ook die van onze verzorgingsstaat, cultuur en veiligheid.
Immigratiestop nodig
Dit beleid kunnen we alleen uitvoeren wanneer we onze grenzen ook daadwerkelijk sluiten. Hierbij is het essentieel dat we verdragen die ons dwingen tot het opnemen van immigranten herzien of volledig opzeggen. Denk hierbij aan de Verdragen van Schengen, het VN-Vluchtelingenverdrag of het Marrakesh-immigratiepact. Het verstrekken van remigratie-uitkeringen werkt niet als we nieuwe mensen toelaten: we willen voorkomen dat na invoering van deze regeling immigranten naar Nederland komen met het oog op een remigratiepremie. Om misbruik van de regeling te voorkomen, mogen de mensen die een premie hebben ontvangen ook niet meer terugkomen naar Nederland. Indien deze mensen geen paspoort bij zich hebben, kan identificatie worden gerealiseerd door vingerafdruk- en retina scans van deze mensen op te slaan.
Strenge immigratiebeperkingen zijn dus nodig. Forum voor Democratie wil in ons grenzenbeleid het Nederlandse belang als uitgangspunt nemen; dus niet dat van de zieligen die hier een uitkering willen. We bepalen, naar Australisch model, zelf wie we binnenlaten en wie niet.
Aanzuigende werking
De vraag is vanzelfsprekend in hoeverre dit overtuigend zal zijn om terug te keren naar het land van herkomst. Nederland is immers een veiliger land dan Mali of Ethiopië en kent ruimere voorzieningen. In ons land krijgen statushouders bovendien voorrang op een woning en als ze lang genoeg blijven, daarbovenop een riante uitkering. Om ons plan tot een succes te maken, hebben we daarom een fundamentele herziening nodig van ons asiel- en sociale stelsel.
Allereerst willen we dat de voorrangsregelingen voor (huur)woningen gelden voor autochtone Nederlanders in plaats van statushouders. Onze overheid moet eerst voor onze eigen mensen zorgen, en zich dan pas bekommeren om vreemdelingen. Dat is een normaal en wenselijk uitgangspunt voor goed bestuur.
Daarnaast moeten we de uitkeringen die nu aan nieuwkomers worden verstrekt, flink verlagen. Voor veel statushouders is onze verzorgingsstaat een enorme ‘pull-factor’.
Ten slotte moeten we in ons buitenlandbeleid zéér terughoudend optreden in oorlogsgebieden. Vaak eindigt Westerse interventie in een verergering van het conflict. Zo steunde Nederland per ongeluk terreurgroepen in Syrië. Het zou beter zijn om gericht hulp te bieden, bijvoorbeeld door humanitaire steun met strenge controlemechanismen. Voorts is FVD van mening dat de beste uitweg uit een conflict tot stand komt via diplomatie.
Waarom remigratie?
Remigratie biedt een eerlijke en realistische oplossing voor migranten die geen binding hebben met Nederland en hier geen toekomst zien. We zijn als volkeren ten onrechte bij elkaar gevoegd. Dat mogen we na 60 jaar best erkennen.
Het is een echte win-win oplossing: Nederlanders behouden hun cultuur, sociale cohesie en welvaart, terwijl mensen uit andere delen van de wereld de kans krijgen om hun land op te bouwen.
”De massale immigratie van de afgelopen decennia heeft onze samenleving ingrijpend veranderd. Volgens de huidige projecties zullen autochtone Nederlanders (inclusief derde generatie allochtonen) vanaf 2070 geen meerderheid meer vormen in hun land.”
FVD presenteert Remigratieplan als uitweg integratieproblematiek
- Daling aandeel: Het aandeel inwoners zonder migratieachtergrond (autochtonen) daalt volgens CBS-prognoses geleidelijk.
- Tijdslijn: Demograaf Jan Latten verwacht dat de omslag, waarin deze groep onder de 50% duikt, al rond het jaar 2050 plaatsvindt.
- Prognose 2070: Het Planbureau voor de Leefomgeving en diverse CBS-analyses voorzien dat in 2070 de groep met een migratieachtergrond de overhand zal hebben op landelijk niveau. [1, 2, 3, 4, 5]
- Amsterdam & Rotterdam: Hier vormen bewoners met een migratieachtergrond al sinds respectievelijk 2011 en 2013 de meerderheid. [1]