Hoewel de relatieve oververtegenwoordiging groot is, blijft de groep verdachten in absolute getallen een klein deel van de totale populatie. Van alle asielzoekers in de opvang werd in de onderzochte jaren ongeveer 3% verdacht van een misdrijf. [1, 2]
- Leeftijd en geslacht: De groep asielzoekers bestaat disproportioneel uit jonge mannen tussen de 15 en 30 jaar. Dit is wereldwijd de demografische groep die veruit het vaakst betrokken is bij criminaliteit. [1, 2, 3]
- Herkomstlanden: Specifieke nationaliteiten en groepen uit landen met aanhoudende conflicten of instabiliteit kennen structureel hogere verdachtepercentages dan andere groepen. [1, 2]
- Leefsituatie en perspectief: Factoren zoals langdurig verblijf in onzekere opvanglocaties, armoede, een gebrek aan dagbesteding en uitzicht op een verblijfsvergunning spelen een rol bij het ontstaan van overlast en criminaliteit. [1, 2]
‘Factoren bij asielzoekende personen
Voor mensen zonder
Maar er is een kleine groep die wel betrokken is bij overlast of criminaliteit. Voor dit deel blijkt vooral die kans om uiteindelijk asiel te krijgen belangrijk. Asielzoekers met een kleine kans op een verblijfsvergunning, bijvoorbeeld omdat zij uit landen komen die als worden gezien, zien we ook relatief vaker terug als verdachten. Door hun onzekere positie hebben zij minder kansen, maar ook minder te verliezen [4]. Dit betekent overigens niet dat iemand uit een ‘veiliger’ land ook direct criminaliteit pleegt. En ook kenmerken als verslaving of trauma kunnen hier een rol spelen [5].
Wat zeggen de criminaliteitscijfers?
In criminaliteitscijfers wordt bijgehouden hoeveel mensen van een misdrijf verdacht worden, veroordeeld worden als dader en hoeveel mensen slachtoffer zijn van criminaliteit. Van deze groepen mensen worden ook
Zo is het percentage verdachten het hoogst bij waarvan beide ouders in het buitenland geboren zijn. Van deze groep werd 2,8% in 2023 verdacht van een misdrijf. Ter vergelijking: van de groep mensen waarvan beide ouders in Nederland zijn geboren is datzelfde jaar 0,6% verdacht [1]. Mensen van Nederlands-Caribische, Somalische en Marokkaanse herkomst zijn het vaakst verdachten volgens deze cijfers [2].
Op basis daarvan zou je kunnen zeggen dat mensen met een migratieachtergrond vaker crimineel zijn of zelfs voor onveiligheid zorgen. Maar zulke criminaliteitscijfers zeggen op zichzelf nog niet zoveel. Ze laten namelijk alleen zien wat er bij de politie bekend is en bijvoorbeeld niks over zaken waar geen aangifte is gedaan. Ook betekent verdacht zijn niet meteen dat dit terecht is en je ook echt dader bent. Om de totale criminaliteit in Nederland in kaart te brengen worden daarom ook andere onderzoeksmethodes gebruikt, zoals enquêtes onder (mogelijke) daders en slachtoffers. In deze onderzoeken zie je veel kleinere verschillen tussen daders op basis van hun migratieachtergrond [3].
Er is geen verschil te zien in welke soort criminaliteit het meest wordt gepleegd op basis van iemands afkomst of migratieachtergrond. Bij alle groepen komt vermogenscriminaliteit het meest voor. Dit is bijvoorbeeld diefstal, een inbraak of fraude.
Op basis van deze onderzoeken kan je dus geen harde uitspraken doen over de werkelijke link tussen iemands migratieachtergrond en criminaliteit. Daarvoor moeten we naar meer kenmerken kijken.
Wat zijn de verklaringen van de cijfers?
Er zijn namelijk andere factoren die de kans om criminaliteit te plegen kunnen beïnvloeden. Ook speelt de manier van opsporing en van verschillende daders een rol.
Sociaaleconomische factoren
De waarin iemand leeft hebben invloed op de kans om criminaliteit te plegen. Zoals je werk, opleiding, inkomen of woonsituatie. Als je een slechtere sociaaleconomische positie hebt, vergroot dit het risico dat je de wet overtreedt. Dit gaat bijvoorbeeld om werkloosheid, een laag inkomen of opleidingsniveau, wonen in zogenaamde of geen woonplek hebben. Gemiddeld leven mensen met een migratieachtergrond in Nederland vaker in zo’n slechtere positie.
Als je groepen met elkaar vergelijkt die in dezelfde sociaaleconomische omstandigheden leven, verkleinen de verschillen tussen mensen met en zonder migratieachtergrond. Dit betekent dat mensen met én zonder migratieachtergrond met zo’n slechtere sociaaleconomische positie ongeveer evenveel criminaliteit plegen. Iemands afkomst zorgt dus niet voor een grotere kans op crimineel gedrag, maar de situatie waarin ze leven wel.
Factoren bij asielzoekende personen
Voor mensen zonder
Maar er is een kleine groep die wel betrokken is bij overlast of criminaliteit. Voor dit deel blijkt vooral die kans om uiteindelijk asiel te krijgen belangrijk. Asielzoekers met een kleine kans op een verblijfsvergunning, bijvoorbeeld omdat zij uit landen komen die als worden gezien, zien we ook relatief vaker terug als verdachten. Door hun onzekere positie hebben zij minder kansen, maar ook minder te verliezen [4]. Dit betekent overigens niet dat iemand uit een ‘veiliger’ land ook direct criminaliteit pleegt. En ook kenmerken als verslaving of trauma kunnen hier een rol spelen [5].
Andere kenmerken
Daarnaast hebben ook leeftijd en geslacht invloed op de kans om criminaliteit te plegen. De meeste criminaliteit wordt namelijk gepleegd door mannen onder de 30 jaar. De groep mensen met een migratieachtergrond bestaat ook uit relatief veel jonge mannen. Dit zorgt er automatisch voor dat deze groep een grotere kans heeft om in aanraking te komen met politie en justitie, bijvoorbeeld door vaker gecontroleerd te worden. Maar ook hier verkleinen verschillen in de criminaliteitscijfers als je rekening houdt met leeftijd en geslacht als kenmerken [6]. Iemands afkomst of migratieachtergrond is dus zelf geen verklaring voor iemands gedrag. Je kan daarom niet alle groepen en cijfers een op een met elkaar vergelijken:
Selectie op basis van afkomst
Los van het zijn van een jonge man in een stedelijke omgeving, zorgt ook de migratieachtergrond zelf bij sommige groepen voor een grotere kans om gecontroleerd of aangehouden te worden door politie. Dit noem je etnisch profileren of etnische selectie. Dit komt bijvoorbeeld door (onbewuste) vooroordelen over bepaalde groepen.
Wie vaker gecontroleerd wordt, heeft ook een grotere kans om geregistreerd te worden als verdachte. Dit vertekent de cijfers, zonder dat er daadwerkelijk meer criminaliteit wordt gepleegd door deze groep. De kans dat bijvoorbeeld een Antilliaanse jongere verdacht wordt is hierdoor 7 keer zo groot vergeleken met een jongere zonder migratieachtergrond [7]. In de video delen mannen hun ervaringen met herhaalde politiecontroles zonder duidelijke reden.
Zulke selectie op basis van iemands afkomst speelt niet alleen bij de politie. Ook later in het blijkt dat mensen met een migratieachtergrond vaker vervolgd worden en vaker een (hogere) straf opgelegd krijgen [8]. Dit komt ook deels door de eerdergenoemde sociaaleconomische kenmerken. Onderzoeken laten namelijk zien dat bijvoorbeeld de hoogte van je opleiding invloed heeft op de hoogte van je straf. Je krijgt sneller een hogere straf als je geen vervolgopleiding of baan hebt, vergeleken met een universitaire opleiding. Hierbij is het argument dat je in dat geval minder te verliezen zou hebben [9].
Rol van de media
De gevallen waar iemand met een migratieachtergrond (terecht of onterecht) met politie of justitie in aanraking komt, krijgen vervolgens veel aandacht in de media en politieke debatten. Hierdoor wordt het idee bevestigd dat mensen met een migratieachtergrond meer criminaliteit zouden plegen, maar daarnaast kan ook het zelfbeeld van groepen met een migratieachtergrond verslechteren [10].
De hoeveelheid criminaliteit in Nederland is al jaren aan het dalen. Tussen 2012 en 2023 zijn er volgens het CBS 35% minder misdaden geregistreerd. Ook de hoeveelheid verdachten en daders met een migratieachtergrond is hierin mee gedaald, terwijl de hoeveelheid migranten in Nederland in die tijd juist is toegenomen. Hieruit blijkt dus niet dat meer migratie automatisch leidt tot meer criminaliteit of onveiligheid.
Het aantal politiemeldingen van incidenten rondom asielzoekende personen die wonen op een COA-locatie of noodopvang is wel iets toegenomen. Maar de stijging van het aantal meldingen is in verhouding minder groot dan de stijging van het aantal asielzoekers in Nederland [11].
Wat zijn mogelijke oplossingen?
Verschillende factoren zorgen er dus voor dat je met een migratieachtergrond een grotere kans hebt om met politie en justitie in aanraking te komen. Maar iemands migratieachtergrond is op zichzelf geen voorspeller of verklaring voor iemands criminele gedrag. Dit is vooral afhankelijk van andere sociale factoren.
Onderzoek laat dan ook zien dat criminaliteit effectiever vermindert door te investeren in onderwijs, werk, woonomstandigheden en gelijke kansen dan door te focussen op afkomst. Zo tonen experimenten in Italië en de Verenigde Staten aan dat criminaliteit en illegale activiteiten afnemen als mensen toegang krijgen tot werk en een vaste verblijfplaats. Verschillen op basis van migratieachtergrond verdwijnen dan [12].
Ons huidige systeem vergroot daarentegen ongelijkheid en verschillen, bijvoorbeeld door mensen die ‘minder te verliezen hebben’ eerder een hogere straf te geven. Hierdoor versterken stereotypes en krijgt niet iedereen gelijke kansen, wat uiteindelijk niet bijdraagt aan een veiligere samenleving.
De hoeveelheid criminaliteit in Nederland is al jaren aan het dalen. Tussen 2012 en 2023 zijn er volgens het CBS 35% minder misdaden geregistreerd. Ook de hoeveelheid verdachten en daders met een migratieachtergrond is hierin mee gedaald, terwijl de hoeveelheid migranten in Nederland in die tijd juist is toegenomen. Hieruit blijkt dus niet dat meer migratie automatisch leidt tot meer criminaliteit of onveiligheid.
Het aantal politiemeldingen van incidenten rondom asielzoekende personen die wonen op een COA-locatie of noodopvang is wel iets toegenomen. Maar de stijging van het aantal meldingen is in verhouding minder groot dan de stijging van het aantal asielzoekers in Nederland [11].
Wat zijn mogelijke oplossingen?
Verschillende factoren zorgen er dus voor dat je met een migratieachtergrond een grotere kans hebt om met politie en justitie in aanraking te komen. Maar iemands migratieachtergrond is op zichzelf geen voorspeller of verklaring voor iemands criminele gedrag. Dit is vooral afhankelijk van andere sociale factoren.
Onderzoek laat dan ook zien dat criminaliteit effectiever vermindert door te investeren in onderwijs, werk, woonomstandigheden en gelijke kansen dan door te focussen op afkomst. Zo tonen experimenten in Italië en de Verenigde Staten aan dat criminaliteit en illegale activiteiten afnemen als mensen toegang krijgen tot werk en een vaste verblijfplaats. Verschillen op basis van migratieachtergrond verdwijnen dan [12].
Ons huidige systeem vergroot daarentegen ongelijkheid en verschillen, bijvoorbeeld door mensen die ‘minder te verliezen hebben’ eerder een hogere straf te geven. Hierdoor versterken stereotypes en krijgt niet iedereen gelijke kansen, wat uiteindelijk niet bijdraagt aan een veiligere samenleving.
- In criminaliteitscijfers komen mensen met een migratieachtergrond vaker terug. Ze worden vaker verdacht, veroordeeld en zijn vaker slachtoffer van criminaliteit. Toch kan je op basis hiervan niet direct concluderen dat er een link is tussen migratie en criminaliteit. Het zegt namelijk niks over de totale criminaliteit en laat andere belangrijke kenmerken weg.
- Zo zijn er verschillende factoren die de kans om criminaliteit te plegen kunnen beïnvloeden. De sociaaleconomische omstandigheden waarin je leeft en je leeftijd en geslacht hebben hier bijvoorbeeld invloed op. Als je rekening houdt met deze kenmerken verdwijnen de verschillen tussen mensen met en zonder migratieachtergrond grotendeels.
- Door iemands migratieachtergrond is de kans daarnaast groter dat diegene gecontroleerd wordt door politie en justitie. Zulke etnische profilering vergroot de kans automatisch dat je uiteindelijk ook vervolgd en veroordeeld wordt. Dit vertekent de cijfers, zonder dat deze groep ook echt meer criminaliteit pleegt.
- Iemands migratieachtergrond is op zichzelf geen voorspeller of verklaring voor iemands criminele gedrag, andere sociale factoren wel. Daarom is het effectiever bij het verlagen van criminaliteitscijfers om te investeren in onderwijs, werk, woonomstandigheden en gelijke kansen dan te focussen op afkomst.