Syrie/Nationaal Coordinator Terrorismebestrijding en Veiligheid/Notitie Lokale Aanpak Jihadisme

NOTITIE LOKALE AANPAK JIHADISME

 

 

 

Lokale Aanpak jihadgangers
Vooraf
Dit document is in februari 2014 ter achtergrondinformatie opgesteld voor het Algemeen Dagblad
naar aanleiding van vragen over de gemeentelijke (lokale) aanpak van (uitreizende en
terugkerende) jihadgangers, mede als gevolg van het conflict in Syrië.
De lokale aanpak van jihadistische radicalisering is maatwerk. Randvoorwaardelijk aan de
uitvoering van de lokale aanpak is inzicht in de rollen van de gemeente en haar partners en in de
mogelijke maatregelen. De NCTV ondersteunt gemeenten hier gericht bij, ondermeer door kennis
en expertise te delen, (casus)overleggen te faciliteren en trainingen aan te bieden.
Achtereenvolgens gaat dit document in op:
1. context lokale aanpak jihadgang
2. rol en verantwoordelijkheden het lokaal bestuur en partners
3. rol NCTV bij ondersteuning lokale aanpak
4. overzicht van maatregelen (bestuurlijk, strafrechtelijk en overig)
 2
1. Lokale Aanpak Radicalisering en Jihadgang1
: de context
De strijd in Syrië eist steeds meer slachtoffers. Het afgelopen jaar kwamen in Syrië gemiddeld 5000
mensen per maand door geweld om het leven. Volgens de VN is de situatie in Syrië “drastisch
verslechterd”. Nederland maakt zich zorgen om de situatie in Syrië zelf, maar veiligheidsdiensten
hebben ook alarm geslagen over de vele honderden EU ingezetenen die zich aansluiten bij
jihadistische strijdgroepen aldaar en de mogelijke dreiging die zij voor Nederland kunnen vormen.
De reden dat Nederlandse jongeren die naar Syrië en andere jihadistische strijdgebieden vertrekken
en zich bij jihadistische strijdgroepen willen aansluiten, en niet bij de door de internationale
gemeenschap gesteunde Syrische oppositie, is dat zij zichzelf als onderdeel zien van de mondiale
jihadistische beweging (waarvan Al Qaida de meest bekende uiting is). Sommige jonge mannen (en
soms ook jongen vrouwen) begeven zich al jaren in deze ideologische kringen, anderen slechts
enkele weken voor vertrek. Personen in deze beweging beschouwen zichzelf als de enige ware
gelovigen, die een individuele verplichting hebben de islam te verdedigen tegen een wereldwijd
front van islamvijandige afvallige leiders, verraders, sjiieten, Amerikanen, Joden en al hun
bondgenoten. De verplichting kan volgens hen ingevuld worden door prediking, vorming en
opvoeding, maar zich voegen bij (en sneuvelen in) de gewapende strijd in oorlogsgebieden is voor
hen het meest nastrevenswaardige.
De dreigingsinschatting van jihadistische strijders is complex: het is niet altijd gemakkelijk te
onderkennen wie zich onderdeel vindt van deze beweging. Bovendien is niet altijd duidelijk wie
geweld legitimeert en wie daadwerkelijk bereid is geweld te gebruiken. Daarbij komt dat de definitie
van het door hen verklaarde oorlogsgebied erg ruim kan zijn. Het front kan zich zomaar in Boston,
Woolwich, Timboektoe, Aleppo of Amsterdam bevinden en is afhankelijk van de geschatte waarde
die een geweldsdaad zou hebben voor de jihadistische zaak. Aanhangers van de jihadistische
beweging zijn slechts een zeer klein percentage van het islamitisch spectrum. In Nederland gaat het
naar schatting om enkele honderden personen. Ondanks het geringe aantal, vormen zij vanwege
hun verheerlijking, rechtvaardiging en nastreving van (terroristisch) geweld een dreiging voor de
nationale veiligheid van Nederland.
Personen in jihadistische kringen hebben in het verleden – soms meerdere malen – geprobeerd zich
aan te sluiten bij jihadistische strijdgroepen in Tsjetsjenië, Afghanistan, Irak en Somalië, maar slechts
enkelen waren tot nu toe daarin succesvol. De ‘Jihadgang’ is dan ook niet nieuw. Het aantal
geslaagde reizen is dat wel (op dit moment met name naar Syrië).
Nederlandse jongens gaan weg als relatieve ‘amateurs’, maar kunnen terugkomen als professionals
en dat baart de veiligheidsdiensten grote zorgen. Ook de radicalisering van jongeren die (nog) niet
uitreizen maar zich openlijk solidair verklaren met hun ‘strijdende broeders’ elders baren zorg.
De zorgelijke politieke ontwikkelingen in diverse landen in Noord Afrika en het Midden Oosten
kunnen bovendien een gunstig klimaat scheppen voor toenemende jihadistische radicalisering.
Mede daardoor is het dreigingsniveau terrorisme in maart 2013 verhoogd van beperkt naar
substantieel. Hoe de diverse nationale en lokale partners de risico’s van uitreizigers en terugkeerders
1
 Artikel Nationale Veiligheid; lokale aanpak radicalisering en jihadgang 2013
ondervangen, is uiteengezet in de recente beleidsbrieven van de minister van Veiligheid en Justitie
die de afgelopen Dreigingsbeelden Terrorisme Nederland begeleidden (zie o.m. DTN 32, 33,34 en
35). In deze DTN’s is eveneens aangegeven dat het risico dat uitgaat van teruggekeerde jihadreizgers
voorlopig niet afneemt.
De vele partijen die zich met terrorismebestrijding bezighouden, hebben hun inzet als gevolg van het
verhoogd dreigingsniveau geïntensiveerd. Denk aan inlichtingenwerk, opsporing, vervolging,
vreemdelingrechtelijke maatregelen, maar ook de grensbewaking en beveiliging:
– De AIVD heeft de inzet van mensen en middelen op jihadgang en vooral terugkeer
geïntensiveerd. De dienst werkt, gezien het internationale karakter van de problematiek,
nauw samen met buitenlandse collega-diensten. De politie heeft een systematische
informatie-inwinning op dit terrein versterkt. De Dienst Landelijke Informatieorganisatie
(DLIO) verzamelt alle informatie vanuit regionale eenheden over radicalisering en jihadgang
en stelt periodiek een actueel overzicht op. De DLIO monitort relevante subjecten en richt
zich daarbij vooral op terugkeerders, rekruteurs, faciliteerders en financiers. De lokale
eenheden van politie worden gevoed met signalen van uit de gemeente en andere lokale
partners.
– De Koninklijke Marechaussee heeft de detectie aan de grens op in- en uitreis geïntensiveerd.
Beschikbare informatie met betrekking tot (potentiele) jihadreizigers wordt, voor zover dit
wettelijk mogelijk is, gericht gedeeld met CT-partners.
– Het Openbaar Ministerie heeft een landelijk juridisch kader vastgesteld waarin staat welke
juridische mogelijkheden er zijn om tot strafrechtelijke vervolging over te gaan. Op 23
oktober 2013 hebben de eerste rechtelijke veroordelingen plaatsgevonden van personen
met jihadisten uitreisplannen (zie Beleidsbrief bij DTN 34 en 35). In beginsel heeft het OM
voldoende wettelijk instrumentarium om samen met politie en in afstemming met de AIVD
strafrechtelijk op te treden (zie ook onder maatregelen).
Er is eveneens geïntensiveerde aandacht voor de lokale bestuurlijke aanpak van jihadistische
radicalisering. De vraag die terrorismebestrijders bezighoudt, is hoe de risico’s die van deze
individuen uitgaan zoveel mogelijk kunnen inperken (en daarmee aanslagen en jihadistische aanwas
kunnen voorkomen). De lokale aanpak kenmerkt zich door intensieve samenwerking tussen de
lokale driehoek en andere lokale partijen, met het doel maatregelen in te zetten daar waar deze
meest effect hebben zodat de dreiging die van deze personen en hun omgeving uitgaan zo veel
mogelijk worden tegengegaan.
In essentie is de (lokale) aanpak van jihadistische radicalisering in het algemeen en jihadgang van en
naar Syrië in het bijzonder onder te verdelen in: preventie, detectie en interventie.
Preventie
Het voorkomen dat personen zich onderdeel gaan voelen van de jihadistische beweging is zeer
complexe en heeft vele facetten die niet alleen op lokaal niveau te adresseren zijn. Het is intussen
duidelijk dat er geen uniek sociaal, etnisch, of psychologisch profiel bestaat van personen die
radicaliseren. Er is geen directe link te leggen met socio-economische, pedagogische of
onderwijskundige achterstelling. De reden waarom iemand overtuigd raakt en zich inlaat met de
jihadistische beweging hangt sterk af van de persoonlijke context.. Het gaat overigens over hele 4
klei
kleine aantallen die niet veel andere kenmerken hebben dan hun leeftijdsgenoten. Wanneer het
gaat om politiek-religieuze identificatieprocessen zie je onder geëngageerde moslims diverse
‘oriëntaties’. Ze kunnen zich richten op de verbetering van de positie van de eigen lokale of
nationale gemeenschap en deze belangen (passief of actief) dienen binnen het bestaande politieke
systeem. Ze kunnen zich ook veel breder identificeren met moslims in andere delen van de wereld.
Dit wordt vergemakkelijkt door verbrede informatiestromen via o.a. het internet. Wanneer
moslimjongeren zich gaan identificeren met de wereldwijde gemeenschap van gelovigen, in het
bijzonder met de slachtoffers van gepercipieerde onderdrukking, kan ontvankelijkheid ontstaan voor
radicale boodschappen. Een zekere mate van wantrouwen tegenover bestaande politieke systemen,
vervreemding, discriminatie, gevoelens van achterstelling etc. kunnen hierbij een motiverende rol
spelen.
Een deel van de jihadisten is geradicaliseerd omdat zij toevallig met andere jihadisten in contact zij
gekomen. Toeval hou je niet tegen, maar rechtvaardigheidsgevoel en idealisme kan gekanaliseerd
worden en religieuze gemeenschappen kunnen meer doen om te zorgen dat (nieuw-)
praktiserenden in hun (digitale) zoektocht niet ontsporen. Ook andere personen in de omgeving
kunnen een rol spelen in de begeleiding van (nieuw-)praktiserende, jihadistisch geëngageerde
personen. Naast de familie en vrienden kunnen onderwijspersoneel, jongerenwerkers en
hulpverleners ook een positieve invloed hebben in het kanaliseren van idealisme, het herkennen en
duiden van emoties, het tegenspreken van complottheorieën en het nuanceren van extreme
(politieke of religieuze) interpretaties. Dit alles is onderdeel van het versterken van de weerbaarheid
tegen de overtuigingskracht van de jihadisten. Samen met sleutelfiguren uit de islamitische
gemeenschap, kunnen lokale professionals verder bijdragen aan het ontmoedigend klimaat. Het is
dan ook van belang dat er lokale netwerken en samenwerkingsverbanden zijn waarin ambtenaren,
professionals en sleutelfiguren aandacht geven aan dit onderwerp. Uiteindelijk dienen hier passende
interventies uit voort te vloeien, die de dreiging die van deze personen en hun omgeving uitgaat te
verminderen.
Detectie:
Wil men interveniëren bij personen die zich in toenemende mate de ideeën, doelen en methodes
van het mondiaal jihadisme toe-eigenen of de intentie ontwikkelen om naar buitenlandse
strijdhaarden af te reizen, dan moet dit proces tijdig herkend worden. Dit is geen simpele opgave,
omdat veel persoonlijke uiterlijkheden en religieuze gedragingen overlappen met niet-gevaarlijke
islamitische uitingen. Ervan uitgaande dat radicalisering een afwijking van de norm betreft, is de
opdracht om deze afwijking zo vroeg mogelijk te herkennen. Dat is echter alleen mogelijk als de
norm bekend is. Is de gemiddelde belevingswereld en het gedrag van (jonge) geëngageerde
praktiserende Nederlandse moslims wel bekend? Kan het afwijkende proces naar het jihadisme toe
wel worden geduid? Een dergelijke duiding is niet zonder grondige kennis te maken. De NCTV heeft
daarom verschillende niveaus van trainingen en voorlichting laten ontwikkelen om het bewustzijn en
detectiecapaciteit onder professionals op lokaal niveau te vergroten. Een aantal gemeenten hebben
ook eigen trainingen ontwikkeld. Naast het versterken van de kennis is het van belang dat er ook
duidelijke lokale structuren zijn, waar de signalen gemeld en geduid kunnen worden en dat deze
meldingsstructuur ook aangehaakt is aan de veiligheidsketen. Ook hierin kan de NCTV ondersteuning
en advies bieden (zie voor een overzicht ook bijlage 1)
Interventie:
Op het moment dat duiding van opgepikte signalen2
 wijst op jihadistische radicalisering, is het zaak
de juiste partijen bij elkaar om tafel te zetten. Vanuit expertise kunnen deze partijen de casus
beoordelen en een interventiestrategie overwegen en opstellen om risico’s te verkleinen. Het type
interventie hangt sterk af van de persoon en context. Het zal zoals eerder gezegd altijd maatwerk
zijn. Iemand die net kennismaakt met het jihadistisch gedachtegoed vereist andere aandacht dan
iemand die verhard is teruggekeerd van de strijd in Syrië. Het is dan ook aan te bevelen om een
multidisciplinair casusoverleg beschikbaar te hebben dat zich over signalen van radicalisering, uitreis
maar zeker ook terugkeer kan buigen. Dat kan bijvoorbeeld plaatsvinden in het veiligheidshuis of in
andere bestaande overleggen voor bijzondere doelgroepen, maar dat kan ook een apart opgerichte
werkgroep zijn als de situatie daarom vraagt. Soms kan de insteek van interventie op het vlak van
zorg en begeleiding leiden tot een vermindering van risico’s. In andere gevallen zal gekozen moeten
worden voor verstoring of vervolging. De praktijk wijst uit dat een combinatie van harde
drukmiddelen en ‘zachte’ begeleiding noodzakelijk is. Soms is het ook aan te bevelen om een
gespecialiseerde coach in te zetten die tracht de betrokkene uit de extremistische beweging te
begeleiden en daarmee de risico’s duurzaam te verminderen. Zie voor een overzicht van interventies
en maatregelen die de lokale partners ter beschikking staan onder 4.
2
 Signalen kunnen op verschillende manieren opgevangen worden: door eerstelijnswerkers, scholen,
omgeving, moskeeën, politie etc. Eventueel verontrustende signalen delen met partners zodat deze geduid
kunnen worden. 6
2. Rollen en verantwoordel
2. Rollen en verantwoordelijkheden gemeente en lokale partners
Gemeenten en lokale partners kennen een veelheid aan rollen in de lokale aanpak van het mondiale
jihadisme:
H e rk e n n e n e n
s ig n a le re n
D u id e n
M e ld e n
R e a g e re n /
in te rv e n ië re n
R o lle n /
fu n c tie s
V o o rk o m e n
In fo rm a tie
a a n v u lle n
M o g e lijk e ro lle n in h e t te g e n g a a n v a n p o la ris a tie e n ra d ic a lis e rin g
A g e n d e re n
Rol gemeente3
Met betrekking tot de preventie van jihadistische radicalisering geldt dat gemeenten en lokale
partijen een bijdrage kunnen leveren. In contact met vatbare jongeren kunnen scholen, moskeeën,
sleutelfiguren, gemeenschappen, eerstelijnswerkers etc. een bijdrage leveren door veranderingen
waar te nemen en bij te dragen aan interventies (onder meer het voeren van gesprekken). Ook
kunnen zij aanvullende informatie aandragen en helpen duiden wanneer het signalen betreft die het
deze personen betreft, juist omdat zij bekend zijn met deze mensen of hun sociale omgeving.De
mogelijke rol bij het tegengaan van islamitische radicalisering betreft de volgende activiteiten.
Islamitische radicalisering
Aangrijpingspunten Mogelijke bijdrage(n)
Verkleinen voedingsbodem
– Het voorkomen van het ongewild bijdragen aan
gepercipieerde uitsluiting als ‘gezicht’ van de
overheid/samenleving
– Bewust bijdragen aan insluiting
Verkleinen vatbaarheid,
vergroten weerbaarheid
– In aanraking kunnen komen met minder of meer
vatbare jongeren
– Het voorkomen van het negatief beïnvloeden van een
gevoel van onrechtvaardigheid
– Sociaal isolement kunnen tegengaan (alleen specifieke
caseworkers)
– Afnemende binding met samenleving (vervreemding)
kunnen waarnemen
3
 Uit COT rapport De rol van eerstelijnswerkers bij het tegengaan van polarisatie en radicalisering Van ‘ogen en oren’ naar ‘het hart’ van de
aanpak , januari 2008
, januari 2008
Voor veel gemeenten die te maken krijgen met jihadgang is deze specifieke problematiek nieuw. Er
blijkt veel behoefte aan kennis en informatie over deze problematiek te zijn. De NCTV en de AIVD
hebben de afgelopen periode de ondersteuning van het lokaal bestuur en andere lokale partners
versterkt:
– In alle relevante gemeenten worden de burgemeesters regelmatig geïnformeerd over de
ontwikkelingen in hun gemeenten;
– Per gemeente zijn strategische sessies georganiseerd hoe een casusoverleg opgezet kan worden
e.d.;
– Onder coördinatie van de NCTV vindt maandelijks uitwisseling plaats tussen de meest relevante
gemeenten, waarbij ook de AIVD aansluit;
– Ook de nationale partners (NCTV, AIVD, politie en OM) komen regelmatig bijeen.
Toelichting:
AD 1. Het bepalen van de dreiging wordt gedaan door een inschatting te maken van de
betrouwbaarheid van de bronnen en de ernst van het signaal. Dit gebeurt op basis van de
overwegingen zoals op de volgende pagina uiteengezet:
Betrouwbaarheid signalen: oorsprong en herhaling van signaal
Van wie komt het signaal en wordt het door anderen bevestigd?
– NCTV
– AIVD
– Nationale Politie: Landelijke eenheid
– Nationale Politie: Regionale eenheden
– Gemeenten
– Wetenschappers en onderzoekers
– Eigen contacten (bijvoorbeeld NGO’s of professionals)
– Media
– Overige (lokale) partijen
Ernst: afweging van combinatie van volgende vragen (steeds een schaal)
1. Ideologie
Discriminerend, beledigende, intimiderende uitingen of gedrag vs. indicatie van
daadwerkelijke gewelddadig extremistische ideologische invloeden
2. Termijn
Eenmalig incident (bijv. één manifestatie/demonstratie) vs. structurelere aanwezigheid (ook
meerdere signalen)
3. Aantal
Gaat het om één persoon vs. een lokale groep of netwerk
4. Rekrutering
Slechts aanwezigheid gekende extremist (in stilte daar wonen) vs. beïnvloedingspogingen
van anderen (is persoon/groep ook actief – radicaliserend/rekruterend)
5. Contacten
Geïsoleerd vs. contacten met gekende extremistische personen/groepen
AD 2. Het bepalen van de weerbaarheid gebeurt met behulp van de volgende overwegingen:
Kennis / Kunde
– Zijn professionals zich bewust van de problematiek?
– Zijn professionals getraind in signaleren? En duiden?
– Zijn er personen in de organisatie vrijgemaakt om zich met extremisme/radicalisering bezig
te houden?
– Bestuurlijke verantwoordelijkheid? Bestuurlijk en ambtelijk draagvlak?
– Is er een breder preventieve aanpak waarin beleid tegen extremisme en radicalisering is
ingekaderd?
– Is er een meld/informatiepunt waar de signalen bij elkaar gebracht worden?
Samenwerkingsverbanden
– Welke partijen zijn betrokken bij het signaleren en duiden van de dreiging?
– Is er een signaleringsstructuur opgezet (meldpunt, (casus)overleg, afspraken met politie,
contacten/convenanten met hulpverlenende partijen,etc.)
– Is die structuur effectief (loopt het?)
4. Kaders, maatregelen en interventies
1. Internationaal uitgangspunt
De jongere mag niet gaan deelnemen aan het conflict in Syrië. Internationale verdragen,
ondertekend door zowel Syrië als Nederland verbieden dit. In het Internationaal Verdrag voor de
Rechten van het Kind is het volgende opgenomen:
Artikel 38 IVRK
2. De Staten die partij zijn nemen alle uitvoerbare maatregelen om te waarborgen dat personen die
jonger dan vijftien jaar zijn niet rechtstreeks deelnemen aan vijandelijkheden.
3. Onthouden zich ervan personen jonger dan vijftien jaar in hun strijdkrachten op te nemen of in te
lijven. Bij een leeftijd tussen 15 en 18 jaar voorrang geven aan degenen die het oudste zijn.
Daarbovenop is er sprake van een Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de rechten van het Kind
inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten (New York, 25 mei 2000). Dit is
geratificeerd door Nederland op 24-09-2009 en in werking per 24-10-2009. Maar ook geratificeerd
door Syrië op 17-10-2003 en in werking per 17-11-2003. Daarbij hebben zowel Nederland als Syrië
als verklaring laten opnemen dat de minimum leeftijd waarop mensen in het leger mogen
deelnemen 18 jaar is.
Van belang is om aanvullend kennis te nemen van de volgende artikelen uit het Facultatief Protocol:
Artikel 4
1. Gewapende groepen die zich onderscheiden van de strijdkrachten van een Staat mogen onder
geen enkele omstandigheid personen onder de leeftijd van 18 jaar rekruteren of inzetten bij
vijandelijkheden.
2. De Staten die Partij zijn, nemen alle uitvoerbare maatregelen om een dergelijke rekrutering en
inzet te voorkomen, met inbegrip van de aanneming van de nodige wettelijke maatregelen om
dergelijke praktijken te verbieden en strafbaar te stellen.
3. De toepassing van dit artikel uit hoofde van dit Protocol laat de juridische status van een Partij bij
een gewapend conflict onverlet.
Artikel 6
1. Elke Staat die Partij is, neemt alle nodige juridische, bestuurlijke en andere maatregelen om de
doeltreffende toepassing en daadwerkelijke uitvoering van de bepalingen van dit Protocol binnen zijn
rechtsmacht te waarborgen.
2. De Staten die Partij zijn, verbinden zich ertoe de beginselen en bepalingen van dit Protocol
algemeen bekend te maken aan zowel volwassenen als kinderen en met gepaste middelen te
bevorderen.
3. De Staten die Partij zijn, nemen alle uitvoerbare maatregelen om te waarborgen dat personen
onder hun rechtsmacht die in strijd met dit Protocol worden gerekruteerd of ingezet bij
vijandelijkheden worden gedemobiliseerd of anderszins worden vrijgesteld van de dienst. De Staten
die Partij zijn, bieden, indien nodig, deze personen alle passende hulp ten behoeve van hun
lichamelijk en geestelijk herstel en hun herintegratie in de maatschappij.
2. Rollen en verantwoordelijkheden gemeente en lokale partners
Gemeenten en lokale partners kennen een veelheid aan rollen in de lokale aanpak van het mondiale
jihadisme:
H e rk e n n e n e n
s ig n a le re n
D u id e n
M e ld e n
R e a g e re n /
in te rv e n ië re n
R o lle n /
fu n c tie s
V o o rk o m e n
In fo rm a tie
a a n v u lle n
M o g e lijk e ro lle n in h e t te g e n g a a n v a n p o la ris a tie e n ra d ic a lis e rin g
A g e n d e re n
Rol gemeente3
Met betrekking tot de preventie van jihadistische radicalisering geldt dat gemeenten en lokale
partijen een bijdrage kunnen leveren. In contact met vatbare jongeren kunnen scholen, moskeeën,
sleutelfiguren, gemeenschappen, eerstelijnswerkers etc. een bijdrage leveren door veranderingen
waar te nemen en bij te dragen aan interventies (onder meer het voeren van gesprekken). Ook
kunnen zij aanvullende informatie aandragen en helpen duiden wanneer het signalen betreft die het
deze personen betreft, juist omdat zij bekend zijn met deze mensen of hun sociale omgeving.De
mogelijke rol bij het tegengaan van islamitische radicalisering betreft de volgende activiteiten.
Islamitische radicalisering
Aangrijpingspunten Mogelijke bijdrage(n)
Verkleinen voedingsbodem
– Het voorkomen van het ongewild bijdragen aan
gepercipieerde uitsluiting als ‘gezicht’ van de
overheid/samenleving
– Bewust bijdragen aan insluiting
Verkleinen vatbaarheid,
vergroten weerbaarheid
– In aanraking kunnen komen met minder of meer
vatbare jongeren
– Het voorkomen van het negatief beïnvloeden van een
gevoel van onrechtvaardigheid
– Sociaal isolement kunnen tegengaan (alleen specifieke
caseworkers)
– Afnemende binding met samenleving (vervreemding)
kunnen waarnemen
3
 Uit COT rapport De rol van eerstelijnswerkers bij het tegengaan van polarisatie en radicalisering Van ‘ogen en oren’ naar ‘het hart’ van de
aanpak , januari 2008
2. Rollen en verantwoordelijkheden gemeente en lokale partners
Gemeenten en lokale partners kennen een veelheid aan rollen in de lokale aanpak van het mondiale
jihadisme:
H e rk e n n e n e n
s ig n a le re n
D u id e n
M e ld e n
R e a g e re n /
in te rv e n ië re n
R o lle n /
fu n c tie s
V o o rk o m e n
In fo rm a tie
a a n v u lle n
M o g e lijk e ro lle n in h e t te g e n g a a n v a n p o la ris a tie e n ra d ic a lis e rin g
A g e n d e re n
Rol gemeente3
Met betrekking tot de preventie van jihadistische radicalisering geldt dat gemeenten en lokale
partijen een bijdrage kunnen leveren. In contact met vatbare jongeren kunnen scholen, moskeeën,
sleutelfiguren, gemeenschappen, eerstelijnswerkers etc. een bijdrage leveren door veranderingen
waar te nemen en bij te dragen aan interventies (onder meer het voeren van gesprekken). Ook
kunnen zij aanvullende informatie aandragen en helpen duiden wanneer het signalen betreft die het
deze personen betreft, juist omdat zij bekend zijn met deze mensen of hun sociale omgeving.De
mogelijke rol bij het tegengaan van islamitische radicalisering betreft de volgende activiteiten.
Islamitische radicalisering
Aangrijpingspunten Mogelijke bijdrage(n)
Verkleinen voedingsbodem
– Het voorkomen van het ongewild bijdragen aan
gepercipieerde uitsluiting als ‘gezicht’ van de
overheid/samenleving
– Bewust bijdragen aan insluiting
Verkleinen vatbaarheid,
vergroten weerbaarheid
– In aanraking kunnen komen met minder of meer
vatbare jongeren
– Het voorkomen van het negatief beïnvloeden van een
gevoel van onrechtvaardigheid
– Sociaal isolement kunnen tegengaan (alleen specifieke
caseworkers)
– Afnemende binding met samenleving (vervreemding)
kunnen waarnemen
3
 Uit COT rapport De rol van eerstelijnswerkers bij het tegengaan van polarisatie en radicalisering Van ‘ogen en oren’ naar ‘het hart’ van de
aanpak , januari 2008

Reacties uitgeschakeld voor Syrie/Nationaal Coordinator Terrorismebestrijding en Veiligheid/Notitie Lokale Aanpak Jihadisme

Filed under Divers

Comments are closed.