Noten 24 en 25/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

[24]

HETZE PVV LEIDER WILDERS TEGEN VLUCHTELINGEN/”TESTOSTERONBOMMEN”

ASTRID ESSED

4 OCTOBER 2020

WILDERS SPREEKT OVER ”OMVOLKING”/VLUCHTELINGEN

ALS ”HYENA’S EN ”ACHTERLIJKE ISLAMITISCHE ZANDBAKLANDEN”

ASTRID ESSED

5 NOVEMBER 2021

[25]

NOS

ELF MAN OPGEPAKT NA BESTORMING WORDEN

10 OCTOBER 2015

https://nos.nl/artikel/2062272-elf-mannen-opgepakt-na-bestorming-woerden

Reacties uitgeschakeld voor Noten 24 en 25/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

Opgeslagen onder Divers

Noten 21 t/m 23/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

[21]

ZIE NOOT 20

[22]

FASCISME IN UITVOERING/OVER DE UITSPRAKEN VAN

PVV’ER MARKUSZOWER EN EEN PASSIEVE TWEEDE KAMERVOORZITTER

ASTRID ESSED

1 MEI 2022

[23]

REPUBLIEK ALLOCHTONIE

NIEUWE PLEK IN HATECRIME TEGEN MOSKEEEN

14 APRIL 2021

https://www.republiekallochtonie.nl/blog/achtergronden/nieuwe-piek-in-hatecrime-tegen-moskeeen

Brandstichting bij een moskee in aanbouw in Gouda, shockerende en grievende dreigbrieven in de brievenbus bij een flink aantal islamitische gebedshuizen verspreid over het hele land en onvervalste doodsbedreigingen aan het adres van de bezoekers van moskee Omar Ibn Al Khattab in Almere. Begin april tekent zich een nieuwe piek van gewelddadige anti-islam voorvallen in Nederland af. Roemer van Oordt deed een rondje langs de velden en schetst de achtergronden.

1) Waarom nu?
Een ingewikkelde vraag. Vaak zijn pieken in (gewelddadige) discriminatoire voorvallen bij moskeeën terug te leiden naar specifieke gebeurtenissen. In Nederland was het bijvoorbeeld flink raak na de moord op Theo van Gogh in 2004 en als reactie op een reeks internationale aanslagen uit naam van de islam in 2015 en 2016. Maar daar is momenteel geen sprake van. Soms gaat het om zogenaamd Copycat gedrag. Aandacht in de media voor anti-islamacties in Europa of elders lokt een andere daad uit. Ook daarvan nu geen spoor. Het zou kunnen dat er een verband is met aandacht voor de islam in verband met de aanvang van de voor moslims bijzonder betekenisvolle maand Ramadan, maar dat blijft gissen.
 
2) Waar en wat?
Nu verspreid over het hele land. In de praktijk gaat het vaak om doelwitten die herkenbaar zijn als moskee, dus met minaretten en koepels. Ook zijn moskeeën in aanbouw regelmatig de klos, zoals bij de brandstichting op 3 april in Gouda. Gelukkig voorkwam een passerende taxichauffeur die getuige was van het voorval erger door direct de brandweer te bellen. De materiële schade valt in het niet bij de zware aantasting van het gevoel van veiligheid bij bestuur en bezoekers. 

De eind maart en begin april breed gedeelde dreigbrief werd onder meer afgeleverd bij moskeeën in Amsterdam. Rotterdam, Culemborg, Deventer, Vaassen, Enschede, Utrecht, IJmuiden, Groningen, Almere, Leeuwarden, Apeldoorn, Steenwijk en Middelburg, Dat zijn gebedshuizen die daar direct, via hun koepelorganisatie of in de loop van de afgelopen week bij navraag door mij mee naar buiten zijn gekomen.

De brief bevatte een luier met daarop de tekst ‘Paascadeau voor de jankerds in onze maatschappij!!’ In de envelop zaten verder zowel een afbeelding van de profeet Mohamed met een hoofddeksel in de vorm van een brandende bom vergezeld van het opschrift ‘Muhammed terrorist’ als versnipperde bladzijden uit de Koran.

Deze vorm van hatecrime herinnert aan de meest recente Nieuwjaarswens in de vorm van een puzzel van de extreemrechtse formatie Pegida die in de brievenbus viel bij een groot aantal moskeeën, waarop een dameshak een Koran doorboort en de tekst ‘NO ISLAM JUST FREEDOM’ valt te lezen.

Opvallend daarbij is dat door Pegida en andere extreemrechtse splinters nooit verwezen wordt naar (individuele) moslims maar altijd naar de islam (als religie). Dat is niet zomaar. Hoe schokkend, kwetsend en beledigend ook, als er niets gezegd wordt over de aanhangers van de islam (moslims), maar alleen over de islam zelf is dat volgens het Openbaar Ministerie (OM) geen groepsbelediging of discriminatie en dus niet strafbaar

Dat geldt dus nadrukkelijk niet voor de anonieme dreigbrief die moskee Omar Ibn Al Khattab ontving. Zoals bestuurslid Fariz Akkouh mij telefonisch liet weten: ‘daar zit geen woord Chinees bij’.

3) Daders?
Dit keer anoniem, dus niet opgeëist door georganiseerde verbanden. De dreigbrieven werden gelet op de poststempels verstuurd vanuit een tweetal grote steden. De opgepakte brandstichter in Rotterdam is volgens de politie ‘een verwarde man’. Het moskeebestuur gelooft daar geen snars van, net zomin als de bonte reeks bestuurders en vertegenwoordigers van islamitische (koepel)organisaties die ik er naar vroeg. Steevast is hun antwoord iets in de trend van: ‘als een moslim betrokken is bij een gewelddadig voorval is het een terrorist, niet-moslims zijn op een of andere manier altijd verward’.


Extreemrechts
Anders dan nu, wordt de afgelopen jaren veel van de hatecrime tegen moskeeën uitgevoerd of opgeëist door de kleine harde kernen van Pegida Nederland en andere radicaal- en extreemrechtse formaties in Nederland, waaronder Rechts in Verzet en Identitair Verzet. Zij kiezen bewust en gericht voor maximale media-exposure. Tekenend is verder dat doelen die worden uitgekozen meestal al onder het kritische vergrootglas van politiek en samenleving liggen. Er wordt daarbij handig ingespeeld op de sterk gepolitiseerde en versimplificeerde discussie over zaken als salafisme, opruiend prekende imams, buitenlandse financiering van moskeeën en ‘de lange arm van Ankara’. Hiermee proberen ze de aandacht af te leiden van hun ideologische drijfveren en achtergronden, die inmiddels vooral sterk islamofoob en xenofoob zijn, maar hun oorsprong meer dan eens vinden in het antisemitisme.
Vaak refereren ze aan het breder levende idee over de onmacht en het gebrek aan daadkracht bij de politiek. ‘De tijd van toekijken is afgelopen en hopen op doortastende daden van onze politici is voorbij….Wij stappen in waar de overheid faalt’, of ‘Dit is nog maar het begin, we beginnen klein, wij trappen af, u hoort nog vaker van ons en wij gaan hier een verzetsvoorbeeld voor Nederland neerzetten’, zijn veelgebruikte teksten bij hun acties tegen (de bouw van) moskeeën.. Ook wanneer er openlijk gedreigd wordt met dit soort heftigere en meeromvattende herhaling van de acties, blijft het OM bij het standpunt dat er geen sprake is van strafbare feiten. De doelen die deze extreemrechtse organisaties nastreven staan haaks op onze grondwet en beperken de rechten van bijna een miljoen Nederlanders, waaronder geloofsvrijheid en het recht om instituties op te zetten om het geloof te belijden. Ondanks hun geringe actieve aanhang, dragen ze met deze strategie wel fors bij aan het voeden van anti-islam en xenofoob sentiment in de Nederlandse samenleving.

4) Melden en de publiciteit zoeken of juist niet? Wat is er zichtbaar?
Bij afwegingen om hatecrime al dan niet te melden of aan te geven spelen bij nogal wat plaatselijke moskeebestuurders angst voor represailles, groeiende gevoelens van onveiligheid onder de bezoekers, slechte ervaringen met de politie of andere betrokken instanties en het idee dat er toch niets mee gebeurt of dat het inmiddels ‘gewoon’ wordt gevonden een belangrijke rol. Wat we te horen en te zien krijgen is dus zonder twijfel slechts een beperkt deel van het verhaal. Dat maar een zeer beperkt deel van de aangiftes door het OM in behandeling werd genomen, helpt daarbij ook niet. Maar het moet gezegd dat bij een ander deel van de bestuurders de meldings- en aangiftebereidheid – al dan niet ingegeven door een uniforme beleidslijn van koepelorganisaties of door materiële afwegingen (waaronder verzekeringsclaims) – aanzienlijk hoger ligt.

Afhankelijk van eerdere ervaringen zoeken moskeeën (pro)actief naar aandacht van de media. Op de onderliggende vraag om dat wel of niet te doen is moeilijk eenduidig antwoord te geven. Aan de ene kant kan je beweren dat media-aandacht precies is wat de daders willen en dat je zeker de kleine, harde kern van georganiseerd extreemrechts daarmee in de kaart speelt. Anderzijds is aandacht voor het onderwerp nodig om het blijvend en met prioriteit op de politieke agenda te krijgen. Soms wordt in overleg met de politie in verband met het onderzoek besloten om af te zien van media-aandacht of om daar juist gebruik van te maken.  

En ook nu blijken de meningen daarover verdeeld. Sommige bestuurders die ik de afgelopen dagen sprak zijn voor. Bijvoorbeeld Fariz Akkouh van moskee Omar Ibn Alkhattab:

De kans op herhaling is dan volgens mij kleiner. Ze hebben het nieuws gehaald met hun actie en zullen geen aanleiding hebben om het nog een keer te doen. Als er niets over naar buiten komt is hun doel niet bereikt en slaan ze mogelijk op nieuw toe.  

In dezelfde stad deed Hassan Fadili, voorzitter van moskee Abou Baker Assadik, het niet:

We hebben dit keer besloten de media er niet bij te halen. Je geeft de daders dan toch de aandacht die ze niet verdienen. En voorbeeld doet volgen. Aangifte doen bij de politie van de ontvangen dreigbrief vonden we genoeg. En natuurlijk nemen we al tijden lang onze eigen veiligheidsmaatregelen. Het was wel vervelend dat het via andere kanalen toch nog voordat wij zelf onze bezoekers over het voorval hadden kunnen informeren bij de media belandde.

Dit zijn overigens mannen die weten waar ze het over hebben. Ze waren naast ontvangers van doorlopende hatemails – die ze naar eigen zeggen al lang van zich af laten glijden – eerder respectievelijk onder meer doelwit van bezoekjes van Geert Wilders en demonstraties en acties van Rechts in Verzet.

Naast het landelijke Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) treden ook diverse (Neder) Turkse en Marokkaanse islamitische koepelorganisaties naar aanleiding van deze nieuwe piek aan voorvallen actief naar buiten. De net aangetreden woordvoerder Ömer Karaca van Milli Görüş Noord-Nederland lichtte mij zondag tijdens een training die ik gaf aan het nieuwe, en zo bleek op alle fronten door vrouwen gedomineerde, niet-gescheiden om de vergadertafel gepositioneerde federatiebestuur het beleid toe.

Vanaf nu is de regel om bij vermoeden van hatecrime tegen onze instituties altijd aangifte te doen bij te politie en ook publiek te gaan. We zorgen er voor dat alles gedeeld wordt met de politie en met gremia die bovenop dit soort zaken zitten, zoals Republiek Allochtonië. We adviseren ook alle andere religieuze organisaties met klem om aangifte te doen bij vernieling en bedreiging, ongeacht de grootte van de materiële en immateriële schade.

Bij de aan de koepel verbonden Westermoskee in Amsterdam ging op 15 december 2020 een steen door een ruit. Aanvankelijk dacht het moskeebestuur dat het om vandalisme ging, maar nadat camerabeelden uitwezen dat de vermoedelijke dader een nazigroet uitbracht, gaat men er vanuit dat de vernieling in hun woorden ‘een haatdragend en islamofoob karakter heeft’. Een persbericht volgde, waarin werd aangegeven dat het een maand eerder al raak was in Utrecht en Zaandam.

Regionale koepels, zoals de Raad van Marokkaanse Moskeeën Noord-Holland, kwamen ook naar buiten met een persbericht. Daarin worden de autoriteiten op milde toon aangezet om nog meer actie te ondernemen. De secretaris van de koepel, Mohamed El Fakiri van moskee Al Mohsinien uit Langedijk is wel wat gewend. Hij heeft inmiddels maar liefst 22 camera’s aangeschaft om de zaak onder controle te houden. Dat heeft gewerkt, merkt hij: 

We hebben geen last meer. Vroeger was het steeds raak. Stenen door ruiten, poging tot brandstichting, bekladding. Het ging vooral om extreemrechtse jongens bij ons uit de buurt. Die hebben we jaren geleden samen met de politie een keer uitgenodigd om te praten. Ook dat heeft wel geholpen denk ik.

Een van de bij de Noord-Hollandse Raad aangesloten moskeeën ontving onlangs de envelop met luier en hatepost. De altijd goedlachse voorzitter Lahcen Farah van de duidelijk als zodanig te herkennen moskee El Oumma in Amsterdam somt de reeks haat- en dreigbrieven en mails van het afgelopen jaar nog even rustig op. ‘We doen altijd aangifte, maar horen of zien er helaas weinig van terug’. 

5) Impact en maatregelen
Niet alleen in Rotterdam, maar ook in Almere zit de schrik er flink in. Bestuurder Fariz Akkouh van moskee Omar Ibn Al Khattab lichtte te bezoekers zelf in:

Ze zijn natuurlijk heel erg geschrokken van de inhoud van de brief, maar vragen zich vooral ook af wat er mogelijk verder gaat gebeuren. Het zijn nogal heftige dreigementen. Het is voor ons daarom ook moeilijk te vatten dat de politie na de aangifte niet regelmatig patrouilleert bij onze moskee. Gewoon bijvoorbeeld tijdens het vrijdaggebed even laten zien dat er op onze veiligheid gelet wordt, dat ze het serieus nemen. We hebben de woordvoerder van de burgemeester gesproken. Die vindt het ook allemaal heel erg, maar verder horen we niets meer. 

Stadsgenoot Hassan Fadili van moskee Abou Bakr Assadik valt hem bij:

We verwachten meer van de lokale autoriteiten. Van de burgemeester en van zijn ambtelijk apparaat. Ze moeten de juiste ondersteuning bieden, en onze veiligheid beschermen door meer zichtbaar te zijn in de omgeving van de moskeeën.

Belangrijk probleem blijft dat dit soort acties doorgaans zowel politiek als maatschappelijk worden beoordeeld als incidenten en niet gezien worden als onderdeel van een breder fenomeen dat vraagt om beleid. Naast het ontbreken van strafrechtelijke veroordelingen is er tegen deze trend weinig weerwoord van bijvoorbeeld bestuurders en politici. In de praktijk is slechts mondjesmaat sprake van consequente, unanieme en onvoorwaardelijke veroordelingen van discriminatoire, beledigende, intolerante en gewelddadige handelingen en uitingen tegen moslims of islamitische instituties.

De politieke ambities op dat vlak zijn niet alleen beperkt, maar ook nog eens voorwaardelijk. Ze worden doorgaans in één adem genoemd met de aanpak van – al dan niet veronderstelde – problemen binnen ‘de moslimgemeenschap’. Teken aan de want: sinds 9/11 is er in Den Haag honderden keren gesproken over moskeeën, waarbij het bijna altijd ging over de moskee als potentiële bron van dreiging en radicalisering en zelden of nooit over de moskee als doelwit van geweld. In de optiek van veel slachtoffers en hun vertegenwoordigers gaat het weldegelijk om een georganiseerde, vaak door extreemrechts geclaimde trend, waarvan de impact op de gemeenschap groot is.

Muhsin Köktas, voorzitter van het CMO, overlegde mij gisteren een lijst van incidenten die de afgelopen 2 jaar werden gemeld door de ruim 150 moskeeën die aangesloten zijn bij de Islamitische Stichting Nederland (ISN). Dat zijn er nogal wat.

We drukken alle moskeeën op het hart niet alleen bij ons te melden maar vooral ook aangifte te doen. Maar dat gaat niet altijd naar wens. Politie, justitie en politiek moeten actiever worden. Deze trend vraagt om meer bescherming, aangiftes moeten prioriteit krijgen en daders moeten gevonden, vervolgd en bestraft worden

Saïd Bouharrou van de Landelijke Raad van Marokkaanse Moskeeën vindt het eng dat je niet weet of het één mafketel is of een gecoördineerde actie. Net als Köktas pleit hij voor de aanstelling van een coördinator die moslimgerelateerde haatincidenten onderzoekt. Ook wil hij dat er voorrang wordt gegeven aan aanvallen en bedreigingen op moskeeën die gebaseerd zijn op moslimhaat en stelt hij zwaardere straffen voor, om het signaal af te geven dat het niet wordt getolereerd. Bouharrou acht het gezamenlijk met de overheid opgestelde veiligheidsprotocol voor moskeeën (Handreiking Veilige Moskee; RvO) ontoereikend. ‘We moeten niet wachten tot er doden vallen’, zegt hij bij de NOS

Per app laat Saïd Bouharrou mij weten:

Als samenleving zien we veiligheid als een grondrecht maar gaan eraan voorbij dat dit niet in de grondwet is verankerd. Misschien wordt het tijd om veiligheid wel expliciet te verankeren in de grondwet zodat een burger of gemeenschap zo nodig daarop een beroep kan doen richting de overheid. Het kabinet doet te weinig als het gaat om het waarborgen van de veiligheid van Nederlandse moslims en hun moskeeën. We hebben verschillende voorstellen aangedragen. Maar de overheid is aan zet. En hard gaat het niet helaas.

6) Hoe verder? Veel steunbetuigingen uit joodse hoek
De bestuurders die ik de afgelopen week sprak zijn alles behalve jankerds, klagers of mensen die in een slachtofferrol kruipen. Maar teleurstelling en onbegrip over het uitblijven van concrete actie druipt er wel van af. In eerder onderzoek concludeerde Ineke van der Valk al dat veel moskeeën weliswaar melding doen bij de politie, maar over het algemeen teleurgesteld zijn over de bagatelliserende en depolitiserende reactie van politie en overheden.

Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel. Naast nare berichten op Facebook ontving de moskee in aanbouw Assalam (Vrede) in Gouda donaties en steunbetuigingen van alle kanten. De Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam stak een hart onder riem van alle getroffen moskeeën en hun bezoekers met een mooie en krachtige steunbetuiging. Ook het Centraal Joods Overleg (CJO) spreekt in een brief aan CMO-voorzitter Muhsin Köktas nadrukkelijk afschuw uit over de bedreiging van islamitische instellingen. Er gaat vanuit de joodse gemeenschap een petitie ter ondertekening rond onder de titel ‘Geen ruimte voor islamofobie’. Daarin worden maatschappelijke organisaties, de politiek, actiegroepen, en individuen opgeroepen om zich uit te spreken tegen moslimhaat en de bedreigingen en geweld tegen de islamitische gemeenschap in Nederland af te keuren. Ook het Veiligheidspact tegen Discriminatie, kwam met een verklaring die bestuurders en politici oproept de vrijheden, rechten en veiligheid van moslims en hun instituties actief te beschermen. Het Pact bezoekt binnenkort een van de getroffen moskeeën in Amsterdam.

Die inlevende reacties zijn mooi. Maar de aanpak van dit maatschappelijke probleem vraag om veel meer en dat wordt door slechts enkele  politici structureel geagendeerd.
  

Mohamed Atrar van de koepel Moskee Alert in Amsterdam is zoals altijd klip en klaar:

We vragen niet veel, niet om een uitzonderingspositie, we vragen om gelijke behandeling. En dus om meer aandacht en vooral actie van lokale en nationale overheden als het gaat om al die narigheid tegen moskeeën. En dan is er nog heel veel wat niet naar buiten komt. Maar wat we vooral ook willen is om een keer te horen dat de islam, moslims en hun organisaties, hun moskeeën horen bij dit land en er onderdeel van zijn….


Lees ook: Overzicht haatincidenten gericht tegen moskeeen update april 2021


Deze maand verschijnt van de hand van Ineke van de Valk, Ewoud Butter en mijzelf de 4e Monitor Moslimdiscriminatie. Speciale aandacht is er voor discriminatie van moslims op de arbeidsmarkt, maar er wordt zoals altijd ook uitgebreid ingegaan op hatecrime tegen moskeeën en op radicaal- en extreemrechts in Nederland.

REPUBLIEK ALLOCHTONIE

OVERZICHT HAATINCIDENTEN, GERICHT TEGEN MOSKEEEN/

UPDATE APRIL 2021

https://www.republiekallochtonie.nl/blog/achtergronden/overzicht-haatincidenten-gericht-tegen-moskeeen-update-april-2021

Overzicht haatincidenten gericht tegen moskeeën, update april 2021

In achtergronden door Ewoud Butter op 05-04-2021 | 12:06

Sinds 2010 houd ik op Republiek Allochtonië een lijst bij met haatincidenten gericht tegen moskeeën. In dit artikel geef ik een update van deze lijst naar aanleiding van de recente brandstichting afgelopen week in Gouda en de dreigbrieven die moskeeën met pasen in Alkmaar, Culemborg, Deventer, Enschede, Almere, Amsterdam en Rotterdam ontvingen.

Korte historische schets

In 1976 werd voor de eerste keer in Nederland een moskee in brand  gestoken. Begin jaren ’90 waren er incidenten na het uitbreken van de Eerste Golfoorlog (1990-1991). In 1992 was er sprake van een forse toename. Het Parool publiceerde op 12 november 1993 het artikel ‘Twaalf maanden racisme’, waarin gemeld werd dat de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) van 1 januari 1992 tot juli 1993 337 politiemeldingen had genoteerd van acties die gericht waren tegen Nederlanders met een migratieachtergrond. Hieronder viel ook geweld gericht tegen moskeeën: zo waren moskeeën in Vaassen, Utrecht, Sliedrecht, Huizen en meerdere moskeeën in Rotterdam doelwit geweest van vandalisme en bekladding met racistische leuzen, was er sprake van vernielingen bij moskeeën in Nijkerk, Arnhem en IJmuiden, van brandstichting in een toekomstige moskee in Nijmegen en van een bommelding bij een moskee in Maastricht. 

Aan het begin van deze eeuw was er tot twee keer toe een forse toename van het aantal haatincidenten gericht tegen moslims en moskeeën: na de aanslagen van 11 september 2001 en na de moord op Theo van Gogh (2004). In het najaar van 2001 waren moskeeën volgens onderzoekster Ineke van der Valk vijftig keer doelwit geweest van verschillende vormen van geweld. Na de moord op Theo van Gogh op 2 november 2004 was er opnieuw sprake van een enorme toename van geweld gericht tegen enkele kerken, maar vooral tegen islamitische scholen en moskeeën. Alleen al tussen 2 november 2004 (de dag dat Van Gogh vermoord werd) en 30 november 2004 registreerde de Monitor Racisme en Extreemrechts 174 incidenten waarbij in 106 gevallen sprake was van islamofoob geweld dat in 47 gevallen gericht was tegen een moskee. 

Kijk voor een uitgebreidere versie van dit historisch overzicht, inclusief de reactie van de politiek, naar deze update.

Update van de lijst met haatincidenten gericht tegen moskeeen

Deze lijst publiceer ik, sinds maart 2010. De lijst is samengesteld op grond van vooral mediaberichten en eerdere blogs op Republiek Allochtonië, Frontaal Naakt (t/m 2009) en de database van Rechtspraak.nl.

Vooral sinds 2015 krijg ik zo nu en dan ook rechtstreeks meldingen van onderzoekers (Ineke van der Valk), individuen, moskeeen of moskeekoepels. Iedere lezer wordt van harte uitgenodigd te aanvullingen of correcties te mailen

Op de lijst plaats ik anti-islam incidenten met een duidelijk gewelddadig karakter (brandstichting, molotovcocktails, berdreiging e.d.) en incidenten die bedoeld zijn om de bezoekers van een moskee te belemmeren in het recht dat ze hebben om gebruik te maken van hun godsdienstvrijheid.
Incidenten die duidelijk gerelateerd zijn aan conflicten tussen Turkse politieke/religieuze stromingen  of Turks-Koerdische conflicten beschouw ik niet als anti-islam maar (meestal) anti Turkse regering. 
Inhoudelijke kritiek op de islam mag en komt niet in aanmerking voor deze lijst. Het plaatsen van varkenskoppen of het bekladden of besmeuren van een moskee beschouw ik echter niet als een serieuze bedoelde vorm van islamkritiek of een poging daartoe en komt wel op de lijst. 

Wat betreft demonstraties van extreemrechtse organisaties: met de nationale ombudsman Reinier van Zutphen (zie de Volkskrant) vind ik dat iedere groep het recht heeft om te demonstreren. En net als Berend Roorda van de Rijksuniversiteit Groningen vind ik dat ook‘ shockeren onder het recht op demonstreren valt. (in de Volkskrant). Hoewel de demonstraties van extreemrechtse organisaties geregeld binnen de kaders van de wet vallen, neem ik ze meestal toch op. Reden hiervoor is dat de doelen die deze extreemrechtse organisaties nastreven haaks staan op de grondwet zoals de beperking van rechten, waaronder de geloofsvrijheid, van een deel van de bevolking. Pegida is helder over haar doel:

Pegida is niet de enige extreemrechtse organisatie die, in de woorden van de NCTV, ‘intimiderende protestacties’ organiseert bij moskeeen. Ook andere extreemrechtse organisaties als Voorpost, Identitair Verzet en Rechts in Verzet lieten de afgelopen jaren van zich horen. Met deze acties maken deze organisaties gebruik van een politiek klimaat waarin het niet meer uitzonderlijk is geworden om ervoor te pleiten elementaire grondrechten aan een specifieke groep Nederlanders (moslims) te ontzeggen. Ze proberen op deze manier ook sahlonfähig te worden

Topje van de ijsberg

De lijst hieronder is bij lange na niet compleet. Heel veel incidenten halen namelijk nooit de media. Daarnaast hebben verschillende moskeeën het beleid, soms in overleg met de politie, om met dergelijke incidenten niet naar buiten te treden. De gedachte hierachter is dat de daders met media-aandacht krijgen wat ze zoeken. Ook bestaat de angst dat het tot kopieergedrag en dus tot meer bedreigingen of geweld leidt. En verder spelen angst voor onrust bij de achterban, gebrek aan vertrouwen in instanties zoals de politie en het OM en gewenning een rol. 
In eerder onderzoek concludeerde Ineke van der Valk al dat veel moskeeën weliswaar melding doen bij de politie, maar over het algemeen teleurgesteld zijn over de bagatelliserende en depolitiserende reactie van politie en overheden. 
 

Lijst met incidenten
 

2001

  • In het najaar van 2001 waren moskeeën volgens onderzoekster Ineke van der Valk vijftig keer doelwit van verschillende vormen van geweld (Van der Valk (2012), Islamofobie en Discriminatie. Amsterdam: Pallas)

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

  1. 6 april 2013: Moskee Enkhuizen in brand gestoken (molotov cocktail volgens melding moskee)
  2. 14 april 2013: In tuin van Merkez moskee in Doetinchem bekladding: Mohammed is dood, Jezus leeft (melding moskee)
  3. 22 juli 2013: Varkenskop bij Arrahmaanmoskee in Boskoop
  4. 10 augustus 2013: Ertugrulgazi moskee in Haakbergen; moskee bekogeld met eieren (melding door moskee)
  5. 18 augustus 2013: Brand moskee in Deventer; onduidelijk of sprake was van brandstichting
  6. 30 augustus 2013: op dak van moskee is molotovcocktail-achtige bom gegooid van Mevlana moskee in Assen (melding door moskee)
  7. 15 september 2013: Mevlana moskee in Assen beklad met hakenkruizen en verschillende teksten waaronder ACAB (melding door moskee)
  8. 20 spetmber 2013: ruiten van Kubamoskee in IJmuiden met steoeptegels ingegooid. (melding door moskee)
  9. 20 december 2013: Twee varkenskoppen bij moskee Geleen

2014

  1. 15 februari 2014: bij moskee Abdulkadir Geylani moskee is racistisch teken achter gelaten (melding van moskee)
  2. 6 maart 2014: ruiten ingegooid van Yunus Emre moskee in Almelo
  3. 9 juni 2014: brandstichting Anadolu mskee in Rotterdam
  4. 14 juni 2014: Varkenskop bij moskee in IJmuiden
  5. 23 juni 2014; Moskeegangers IJmuiden verijdelen aanslag rechtsextremisten
  6. 28 juni 2014: Moskee beklad met hakenkruis
  7. 27 oktober 2014: Jongens proberen moskee in Etten-Leur in brand te steken
  8. 14 december 2014; Raam van moskee Enschede opgeblazen met vuurwerkbom

2015

  1. 3 januari 2015: Moskeeen schakelen burgerwacht na bedreigingen
  2. 8 januari 2015: Moskee in Vlaardingen aangevallen met brandbom
  3. 12 januari 2015: Rotterdam ISN Laleli moskee, Een glazen pot met verf gegooid tegen de voordeur van de moskee (melding moskee)
  4. 17 januari 2015: Stinkbom tegen Haagse moskee
  5. 19 januari 2015: Rotterdamse moskee bedreigd
  6. 31 januari 2015: Almelo ISN Yunus Emre moskee, Om 4 uur ’s-morgens hebben 2 personen het raam aan de zijkant van moskee kapot gemaakt. (melding moskee)
  7. 7 februari 2015: Activisten (rechts-extremistische) Identitair Verzet bezetten moskee in aanbouw
  8. 26 april 2015: Hakenkruizen op poort van moskee Arrahman in Breda
  9. 23 juni 2015: moskee Roermond bedreigd met aanslag
  10. 27 juni 2015: Purmerend ISN Waterland Kultur Merkezi; Op de ramen zijn door onbekenden anti-islam leuzen geplaatst. De politie en gemeente zijn geïnformeerd. (melding moskee)
  11. 23 september 2015: Zwolle ISN Ulu moskee, Een ruit van de voordeur is met steen kapot gegooid (melding moskee)
  12. 25 september 2015: Meerdere ruiten moskee Terhaarkade (Leiden) ingegooid
  13. 29 september 2015: Bekladding moskee in Delft; tekst tegen kindhuwelijken op fietspad gespoten
  14. 19 oktober 2015: Moskee aan Terhaarkade beklad met anti-islamgraffiti
  15. 11 november 2015; Assen ISN Mevlana moskee; Door het raam van de jongerenruimte is een baksteen gegooid.(melding moskee)
  16. 14 november 2015: Poging brandstichting moskee in Roosendaal
  17. 14 november 2015: Steen door ruit moskee Bergen op Zoom
  18. 25 november 2015: Leerdam ISN Anadolu moskee; Op binnenplaats van de moskee is fles sterke drank gegooid (melding moskee)

2016

  1. 6 januari 2016: Doodsbedreigingen voor bestuursleden As Soennah moskee Den Haag
  2. 6 januari 2016: Gorinchem, er wordt een steen naar de moskee gegooid. De ruit van de voordeur raakt beschadigd.
  3. 25  januari 2016: Varkenskop gevonden bij moskee in Mijdrecht
  4. 30 januari 2016: Moskeegangers Nijkerk opgeschrikt door varkensoor
  5. 11 februai 2016: Almelo ISN Yunus Emre moskee; Per post Koranpagina’s met verbrande zijkanten ontvangen (melding van moskee)
  6. 12 februari 2016: Hoogvliet ISN Merkez moskee; Op de buitenkant van de moskee is de tekst Geen Moskee geschreven (melding moskee)
  7. 14 februari 2016: Drunen ISN Hacı Bayram moskee; Per post Koranpagina’s met verbrande zijkanten ontvangen (melding van moskee)
  8. 16 februari 2016: Wijkgebouw in Hoogvliet beklad met ‘geen moskee’
  9. 25 februari 2016: Moskeeen doen samen aangifte:  Een groot aantal Marokkaanse moskeeën ontvangt pamflet met afbeelding van een adelaar op een hakenkruis ; in totaal werden door 39 moskeeen in o.a. Rotterdam, Den Haag, Leiden, Arnhem,Maastricht, Sittard, Breda, Tilburg en Delft aangiften gedaan (bron: 3e monitor moslimdiscriminatie, blz
  10. 28 februari 2016: busje van Masjied Bouw, een bedrijf dat zich bezig houdt met de bouw van een moskee werd ‘s nacht in brand gestoken.
  11. 2 maart 2016: Molotovcocktail op moskee Enschede (daders veroordeeld voor daad met terroristisch oogmerk)
  12. 11 maart 2016: Amsterdamse moskee meldt haat niet
  13. 12 april 2016: ISN moskee in Rotterdam beklad met anti islamleuzen (melding bij ISN)
  14. 20 maart 2016: Varkenskop aangetroffen bij moskee Lansingerland
  15. 6 maart 2016: ISN moskee in Rotterdam beklad met anti islamleuzen (melding bij ISN)
  16. 22 juni 2016: ISN Ayasofya moskee in Sneek ontvangt brief met bedreigingen (melding bij ISN)
  17. 4 juli: ISN moskee in Rotterdam beklad met anti islamleuzen (melding bij ISN)
  18. 22 juli: ISN merkez moskee in Hoogvliet met anti islamleuzen beklad (melding bij ISN) 
  19. 27 juli: ISN merkez moskee in Hoogvliet met anti islamleuzen beklad (melding bij ISN) 
  20. 25 augustus 2016: Vernieling bij moskee in Maassluis
  21. 10 september 2016: stenen door ruiten van moskeeen in Zwijndrecht (onduidelijk of het om moslimhaat gaat); melding bij ISN
  22. 18 september 2016: Tuig sloopt moskee in Medemblik
  23. 19 september 2016: Moskee Poelenburg bedreigd met dreigbrief
  24. 19 september 2016: Opnieuw geweld en bedreiging tegen [3] moskeeen (waaronder hierboven genoemde Poelenburg)
  25. 22 oktober 2016: graffiti op de muur van moskee in Dongen
  26. 1 november 2016: Moskeeen in Alblasserdam (HDV Yunus Emre Camii), Almelo (HDV Yunus Emre Camii), Doesburg (HDV Anadolu Camii), Maassluis (HDV Yeni Camii), Groningen (HDV Eyüp Sultan Camii) en Ijmuiden (HDV Kuba Camii) hebben een brief met anti islamitische/moslim en anti Erdogan uitspraken ontvangen (meldingen moskeeen bij iSN)

2017

  1. 11 januari 2017: Varkenskop bij moskee in Berkel en Rodenrijs
  2. 26 februari 2017: Ruiten vernield bij moskee in Kampen (kan ook vandalisme zijn geweest)
  3. 27 februari 2017: Molukse moskee in Waalwijk beklad met Fuck Allah en Fuck Isis
  4. 5 maart 2017: Moskee Nieuwegein bedreigd; dader veroordeeld 
  5. 24 maart 2017: Moskee in Assen beplakt met posters en kwetsende teksten
  6. 28 maart 2017: Anti-islam spandoeken op bouwplaats moskee Weesp
  7. 7 april 2017: Moskee in Heemskerk doelwit van brandstichting
  8. 2 mei 2017: Spandoeken tegen komst moskee in Tilburg
  9. 26 juni 2017 Haagse As Soennah moskee bedreigd met aanslag 
  10. 17 juli 2017: Anti-islam actie bouwplaats moskee Veghel
  11. 22 juli 2017: Varkenskop neergelegd bij moskee in Boskoop
  12. 2 september 2017: Extreemrechtse beweging bezet moskee in Venlo
  13. 30 oktober 2017: Deur moskee Barneveld beklad met hakenkruis en haattaal
  14. 12 november 2017: Pegida besprenkelt bouwlocatie moskee Enschede met varkensbloed

2018

  1. 18 januari 2018: Onthoofde en met bloed besmeurde pop bij Emir Sultan Moskee in Amsterdam
  2. 3 februari 2018: Moskee in aanbouw in den Haag beklad
  3. 7 februari 2018: Ruiten ingegooid bij Marokkaanse moskee Roosendaal (onduidelijk of hier sprake was van haatmisdrijf)
  4. 10 februari 2018: Brandstichting bij islamitisch centrum in Drachten 
  5. 10 maart 2018: Tientallen kruizen op bouwterrein moskee
  6. 12 april 2018: Rechts in Verzet plaatst spandoeken en borden bij moskeeen in Enschede
  7. 12 april 2018: Rechts in Verzet plaatst spandoeken tegen moskee in Houten 
  8. 6 juni 2018: Actiegroep plaatst spandoeken tegen moskee in Assendelft
  9. 7 juni 2018: Pegida blaast barbecue op laatste moment af na verzet van buurt
  10. 2 juli 2018: Rechts in Verzet plaatst spandoeken tegen moskee Oosterhout
  11. 22 augustus 2018: Nijmegen Rechtsaf voert actie bij moskee. Politie grijpt in. 
  12. 9 september 2018: Stenen door ruit Yunus Emre moskee Alblasserdam
  13. 1 oktober 2018: Pegida demonstreert met gruwelijke video voor moskee in Enschede
  14. 25 september 2018: Moskee in Nieuwerkerk aan den Ijssel besmeurd met tomatensaus
  15. 8 oktober 2018: Demonstratie Pegida in Utrecht vroegtijdig beeindigd
  16. 28 oktober 2018: Identitair Verzet protesteert bij moskee Leiden, ME ingezet
  17. 16 november 2018: Spandoek en poort op slot bij moskee in Geleen door Identitair Verzet 
  18. 17 november 2018: Posters tegen islamisering bij moskee Ede
  19. 24 november 2018: Opnieuw posters bij Turkse moskee Ede 

2019

  1. 3 maart 2019: Kwetsend spandoek en poppen geplaatst bij Haagse As Soennah moskee
  2. 8 april 2019: Moskee mikpunt van racistische aanval; De daders, een vader en zijn zoon, zouden een racistisch motief hebben gehad voor hun aanval. Bron: AD/Groene Hart via Nexis 
  3. 23 april 2019: brandstichting moskee Leeuwarden; veroordeling dader op 3 oktober
  4. 28 april 2019: Mishandeling met racistisch karakter bij moskee Waddinxveen
  5. 22 juni 2019: Pegida-aanhangers opgepakt bij manifestatie bij Al Fourqaan moskee
  6. 26 juni 2019: Vlak na aanslag in Utrecht belt Cornelis H. met Ulu-moskee: ‘Zat die Turk bij jullie? Jullie zullen branden’ (artikel in AD over veroordeling man die Ulu moskee in Utrecht bedreigde)
  7. 17 juli 2019: Veenendaalse moskee beklad met maandverband en smerigheid
  8. 16 september 2019: Poster-actie tegen Abou Bakr moskee
  9. 18 oktober 2019: Moskee Geleen doelwit extreemrechtse actiegroep
  10. 29 oktober 2019: Blauwe Moskee doet aangifte na bedreiging
  11. 12 november 2019: Lugubere vondst in brievenbus Zeister moskee: dreigbrief met getekende galg
  12. 14 november 2019: Na Zeist krijgen ook moskeeen in andere steden (Vlissingen en Oosterhout) dreigbrief met galg in de bus

2020

  1. 8 februari 2020: Morbide dreigbrief schokt Gouds moskeeen Nour en Al Fath; vandaag een brief, morgen een galg? (het gaat om een brief die al in november 2019 werd bezorgd; zie ook de meldingen van 12 en 14 november 2019)
  2. 18 juni 2020: Online haat tegen Blauwe Moskee heeft aandacht van politie
  3. (4 september 2020: Demonstratie Pegida in Apeldoorn op laatste moment verboden na dreiging vernietiging Koran); deze staat tussen haakjes, omdat ik doorgaans afgelaste demonstraties niet in de lijst opneem; omdat er behalve een demonstratie ook gedreigd werd een Koran te vernietigen staat deze er tussen haakjes bij
  4. 13 september 2020: Sympathisanten van extreemrechtse Rechts in Verzet bekladden straat en stoep als protest tegen te bouwen moskee in Enschede
  5. 11 november 2020: Ruit Turks-Nederlandse moskee Zaandam ingegooid
  6. 14 december 2020: Moskee en twee synagogen in Utrecht beklad met hakenkruizen 
  7. 15 december 2020: Steen door ruit Westermoskee in Amsterdam. Dader brengt nazi-groet
  8. 29 december 2020: Pegida stuurt volgens Turkse pers oudejaarskaarten (in puzzelvorm) naar zo’n 100 moskeeen. Op de kaart wordt Koran vertrapt. De actie wordt op de facebookpagina van Pegida bevestigd

2021

  1. 3 april 2021: Man aangehouden voor brandstichting moskee in Gouda
  2. 4 april 2021: Dreigbrief bezorgd bij moskeeen in Alkmaar, Culemborg, Deventer en Enschede en in Almere. Daarnaast is de brief bij moskeeen in Amsterdam en Rotterdam bezorgd, in ieder geval bij de Blauwe Moskee in Amsterdam. 
  3. 9 april 2021: Dreigbrief aan moskee in Almere: ‘Mensen van de islam moeten levend verbrand worden’

Reacties uitgeschakeld voor Noten 21 t/m 23/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

Opgeslagen onder Divers

Noot 20/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

[20]

HET FASCISTISCHE KARAKTER VAN DE PVV/BRONNEN, ONDERZOEKEN

30 OCTOBER 2022

HAATZAAIENDE PVV PROPAGANDA IN DE TWEEDE KAMER/

OPROEP AAN SYLVANA SIMONS, FRACTIEVOORZITTER VAN

POLITIEKE PARTIJ BIJ1

ASTRID ESSED

3 MEI 2022

FASCISME IN UITVOERING/OVER DE UITSPRAKEN VAN

PVV’ER MARKUSZOWER EN EEN PASSIEVE TWEEDE KAMERVOORZITTER

ASTRID ESSED

1 MEI 2022

UITPERS.BE

GEERT WILDERS, HET GROTE GEVAAR

ASTRID ESSED

21 DECEMBER 2021

GEERT WILDERS/HET GROTE GEVAAR/ZIJN ONTMENSELIJKING

VAN VLUCHTELINGEN/IN HIS OWN WORDS

ASTRID ESSED

9 DECEMBER 2021

NATIONAAL COMITE 4 EN 5 MEI INTERVIEWT THIERRY BAUDET VOOR VRIJHEIDSBOEK EN NOEMT HEM ”INSPIREREND”/NORMALISERING

FASCISME UIT ONVERWACHTE HOEK

ASTRID ESSED

6 MEI 2019

Reacties uitgeschakeld voor Noot 20/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

Opgeslagen onder Divers

Noot 19/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

[19]

”De PVV heeft sinds de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 17 zetels in de Tweede Kamer.”

PARLEMENT.COM

PARTIJ VOOR DE VRIJHEID

https://www.parlement.com/id/vhnnmt7m4rqi/partij_voor_de_vrijheid_pvv

Partij voor de Vrijheid (PVV)

Logo PVV

De Partij voor de Vrijheid (PVV) is een populistische partij, met zowel conservatieve, ‘rechtse’ als ‘linkse’ standpunten. De PVV is op 22 februari 2006 geregistreerd bij de Kiesraad door Geert Wilders, na zijn vertrek bij de VVD. Hij is sindsdien ook de politiek leider.

De PVV heeft sinds de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 17 zetels in de Tweede Kamer. De partij heeft 5 zetels in de Eerste Kamer en 0 zetels in het Europees Parlement.

De PVV is onderdeel van de oppositie en is dat, met uitzondering van de periode 2010-2012 waarin het het kabinet Rutte I gedoogde, altijd geweest.

Inhoud


  1. Kerngegevens
  2. Zetels
  3. PVV en Tweede Kamerverkiezingen
  4. PVV en Eerste Kamerverkiezingen
  5. Beginselen
  6. Bestuursvorm
  7. Historische ontwikkeling van de PVV

EINDE

TWEEDE KAMER.NL

TWEEDE KAMERLEDEN EN COMMISSIES/FRACTIES

https://www.tweedekamer.nl/kamerleden_en_commissies/fracties

3Zetels

Fractievoorzitter

FractievoorzitterJoost Eerdmans


EINDE



”De fractie van Forum voor Democratie (FVD) had sinds de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart 2021 acht leden. Na een afsplitsing in mei 2021 zijn dat er vijf. In de periode 2017-2021 had de fractie twee leden.”

PARLEMENT.COMTWEEDE KAMERFRACTIE FORUMVOOR DEMOCRATIE (FVD)
https://www.parlement.com/id/vkclknpj6de9/tweede_kamerfractie_forum_voor

Reacties uitgeschakeld voor Noot 19/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

Opgeslagen onder Divers

Noot 18/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

[18]

HET PAROOL

OPINIE: EXTREEM-RECHTS IN EUROPA STAART ZICH BLIND OP NIET HEEL OORSPRONKELIJKE AUTHENTIEKE CULTUUR

24 SEPTEMBER 2022

https://www.parool.nl/columns-opinie/opinie-extreemrechts-in-europa-staart-zich-blind-op-niet-heel-oorspronkelijke-authentieke-cultuur~b40fd30f/

Zondag gaat Italië naar de stembus. Grote favoriet voor de eindzege is Giorgia Meloni, leider van de extreemrechtse partij Fratelli d’Italia. Haar politiek cv is gerust ongebruikelijk te noemen. Ze was in haar jeugd actief voor de jongerenafdeling van de neofascistische Movimento Sociale Italiano, in 1946 opgericht door aanhangers van Mussolini

In een video uit 1996, waar ze inmiddels afstand van heeft genomen, zien we een jonge Meloni op de Franse televisie verklaren dat Mussolini een goede politicus was, die altijd in het belang van Italië heeft gehandeld. Dergelijke positieve uitlatingen over Mussolini, waarin hij in verband wordt gebracht met betere tijden, zijn in Italië niet zeldzaam. Historicus Francesco Filippo noemt het een voorbeeld van historische amnesie. Volgens hem zou het accurater zijn Mussolini te beschrijven als ‘de grootste slager uit de geschiedenis van Italië’.

Behoud van cultuur

Nu rijst natuurlijk de vraag waarom een partij als Fratelli d’Italia, die openlijk flirt met het fascisme van Mussolini, het zo ver kan schoppen in een democratisch systeem. Volgens de peilingen is de partij op dit moment goed voor ongeveer een kwart van de stemmen. Bij de vorige verkiezingen, in 2018, bleef Fratelli d’Italia nog op een schamele 4,4 procent steken. Terwijl andere partijen onder premier Mario Draghi een coalitie van nationale eenheid vormden, bleef Meloni’s partij altijd oppositie voeren

In een tijd waarin de crises elkaar opvolgen, biedt haar partij veel Italianen kennelijk een aantrekkelijk alternatief. Tegelijkertijd past de populariteit van Fratelli d’Italia in een bredere Europese trend. Denk bijvoorbeeld aan de recente winst van de Zweden Democraten en de historisch hoge score van Marine Le Pen tijdens de Franse presidentsverkiezingen van dit jaar.

Betekent dit dan een grote ommezwaai voor het Italië dat de afgelopen jaren door voormalig EU-bankier Draghi werd geleid? Volgens specialisten ligt een anti-EU-koers niet voor de hand, niet in het minst omdat Italië grote sommen geld ontvangt uit de Europese coronafondsen. Meloni’s nationalisme lijkt dan ook niet zozeer politiek of economisch van aard – hoewel ze wel voorstander is van lagere belastingen voor bedrijven – maar richt zich vooral op het behoud van de Italiaanse cultuur.

Onder druk

In dat opzicht is Meloni’s discours niet heel anders dan dat van bijvoorbeeld Le Pen. Meloni verdedigt de traditionele Italiaanse familie, waarmee ze zichzelf als vrouw en als moeder identificeert en is tegen de uitbreiding van LHBT-rechten en ‘genderideologie’. Christelijke waarden spelen in haar definitie van de Italiaanse cultuur een centrale rol, zo is zij ook tegen het recht op abortus en euthanasie.

Het is een nostalgisch nationalisme dat verlies van culturele waarden en tradities wil voorkomen. De Italiaanse identiteit staat volgens Meloni en haar partij onder druk door de toestroom van niet-westerse immigranten, moslims, de verregaande invloed van de Europese Unie en de wereldwijde ideologie van het zogenaamde ‘wokisme’.

Die visie op nationale cultuur is vergelijkbaar met die van andere extreemrechtse partijen in Europa, zoals bijvoorbeeld ons eigen Forum voor Democratie. Maar wat mogelijk zorgelijker is, is dat dergelijke ideeën ook steeds meer hun weg vinden naar de verkiezingsprogramma’s van middenpartijen.

Wokisme

Het idee van het Italiaanse volk dat in de verdrukking komt verschilt niet zo veel van het discours van de Franse centrumrechtse partij Les Républicains. In hun laatste verkiezingsprogramma stelden zij onder andere geboortepremies voor, om zo Franse gezinnen te stimuleren meer kinderen te krijgen.

Dit valt rechtstreeks te linken aan de omvolkingstheorie van filosoof Renaud Camus, die stelt dat de Franse bevolking uiteindelijk zal worden verdreven door immigranten, die gemiddeld gezien meer kinderen krijgen dan Fransen zonder migratieachtergrond.

In Nederland sprak VVD-minister Dilan Yesilgöz zich onlangs uit tegen het ‘wokisme’, dat zij bestempelde als een van de grote bedreigingen van de rechtsstaat. Daarnaast wordt op dit moment met belastinggeld een omroep gefinancierd die zich herhaaldelijk openlijk racistisch uitlaat op de nationale televisie.

Deze voorbeelden laten zien dat extreemrechts gedachtengoed allang salonfähig is: cultureel nationalisme manifesteert zich ook in Nederland bij mainstreampartijen, in de media en in de publieke ruimte.

Geen vertrouwen

Het moge duidelijk zijn dat een discours dat er enkel op is gericht warme, nostalgische gevoelens over het eigen volk aan te wakkeren en anderen uit te sluiten, niet opgewassen zal zijn tegen de actuele politieke en economische uitdagingen. Anderzijds, een politiek verhaal dat voorbijgaat aan de emoties en reële zorgen van de bevolking zal nooit het vertrouwen van de meerderheid krijgen.

Dit werd afgelopen dinsdag nog pijnlijk duidelijk uit cijfers die onderzoeksbureau I&O Research publiceerde: zo’n 80 procent van de Nederlanders heeft geen vertrouwen in het kabinet-Rutte IV. Waar rechtspopulisme een verdeling creëert tussen wij en zij op basis van een culturele definitie van het authentieke volk, ontstaat er in de Nederlandse politiek een steeds grotere afstand tussen politiek en burgers.

Dan rest de vraag of er een alternatief bestaat voor bovenstaande politieke ontwikkelingen. Een deel van de oplossing ligt ongetwijfeld in het realiseren van meer direct contact tussen bestuurders en burgers. Als cultuur- en letterkundige zou ik daarnaast willen pleiten voor een alternatief cultureel verhaal.

Niet Meloni’s simplistische en reductionistische interpretatie die de Italiaanse cultuur beperkt tot de landsgrenzen, maar cultuur als het resultaat van eeuwenlang menselijk contact en samenleven, ook (juist!) buiten de huidige landsgrenzen om. Een cultuur die zich isoleert, is gedoemd te mislukken.

EINDE ARTIKEL

Reacties uitgeschakeld voor Noot 18/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

Opgeslagen onder Divers

Noten 13 t/m 17/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

[13]

”De Duitse bezetter vond in de onrust die rondom de rellen en Koots dood ontstond, voldoende aanleiding om op 22 en 23 februari 1941 grote razzia’s te houden onder de Joodse bevolking in de Jodenbuurt. De razzia’s vonden plaats onder leiding van Obersturmbannführer Friedrich Knolle. Op bevel van Himmler, Seyss-Inquart en Rauter werden 427 Joodse mannen tussen de 20 en 35 jaar gearresteerd en samengebracht op het Jonas Daniël Meijerplein.”

WIKIPEDIA

RAZZIA VAN AMSTERDAM/RAZZIA

https://nl.wikipedia.org/wiki/Razzia_van_Amsterdam#Razzia

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

RAZZIA VAN AMSTERDAM

https://nl.wikipedia.org/wiki/Razzia_van_Amsterdam

”De opgepakte Joden werden naar Kamp Schoorl bij Alkmaar gebracht en van daaruit naar het concentratiekamp Mauthausen gedeporteerd. De omstandigheden in het werkkamp Mauthausen waren erbarmelijk en na enige tijd werden er overlijdensberichten naar Amsterdam verstuurd”

WIKIPEDIA

RAZZIA VAN AMSTERDAM/GEDEPORTEERDEN

https://nl.wikipedia.org/wiki/Razzia_van_Amsterdam#Gedeporteerden

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

RAZZIA VAN AMSTERDAM

https://nl.wikipedia.org/wiki/Razzia_van_Amsterdam

[14]

”Ter voorbereiding op de staking organiseerde de ondergrondse CPN op 24 februari een korte openluchtvergadering van ongeveer 400 Amsterdamse leidinggevende verzetsfunctionarissen op de Noordermarkt in de Jordaan. Stratenmaker Willem Kraan verkondigde hier het besluit tot staken. De merendeels communistische aanwezigen werden ook tot staken aangespoord door Piet Nak en Dirk van Nimwegen en stemden in met de plannen”

WIKIPEDIA

FEBRUARISTAKING/STAKINGSVOORBEREIDING

https://nl.wikipedia.org/wiki/Februaristaking#Stakingsvoorbereiding

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

FEBRUARISTAKING

https://nl.wikipedia.org/wiki/Februaristaking#Staking

[15]

”Op de ochtend van 25 februari 1941 stonden de trams stil in Amsterdam. Tezelfdertijd verspreidden aanhangers van de CPN het manifest ‘Staakt, staakt, staakt!!!’ onder Amsterdamse bedrijven. De staking breidde zich als een olievlek uit over de stad. Rond het middaguur van de 25e was de algemene staking een feit, eerder dan de organisatoren hadden verwacht en anders dan zij hadden voorzien.

Van Amsterdam sloeg de staking over naar ZaandamHaarlemVelsenHilversumBussumWeespMuiden en de stad Utrecht

WIKIPEDIA

FEBRUARISTAKING/STAKINGEN

https://nl.wikipedia.org/wiki/Februaristaking#Stakingen

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

FEBRUARISTAKING

https://nl.wikipedia.org/wiki/Februaristaking#Staking

[16]

”Van Amsterdam sloeg de staking over naar Zaandam, Haarlem, Velsen, Hilversum (waar werknemers van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek het voortouw namen), Bussum, Weesp, Muiden en de stad Utrecht”

DRAYBOSMA.NL

DE FEBRUARISTAKING

Vandaag is het 75 jaar geleden dat er door middel van de Februaristaking actie werd gevoerd tegen de Duitse bezetting, en de opkomende Jodenhaat in het bijzonder. De Februaristaking was een staking op 25 en 26 februari 1941 die begon in Amsterdam en zich uitbreidde naar de Zaanstreek, Haarlem, Velsen, Hilversum en de stad Utrecht en directe omgeving. Het was de eerste grootschalige verzetsactie tegen de Duitse bezetter in Nederland. De staking was het enige massale en openlijke protest tegen de Jodenvervolging in heel bezet Europa.

In februari 1941 overwoog de Communistische Partij van Nederland (CPN) om actie te voeren tegen een mogelijke Mussert-regering van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Op 17 februari 1941, toen de metaalstaking in Amsterdam-Noord op haar hoogtepunt was (als gevolg van – toen al – mogelijke gedwongen tewerkstelling van arbeiders in Duitsland) besprak de partijleiding van de CPN de mogelijkheden om voor de volgende dag een algemene staking uit te roepen. Omdat de Duitse bezetter zwichtte voor de eis om de uitzending naar Duitsland van Nederlandse metaalarbeiders te staken, verviel de aanleiding voor de staking.

Vanaf de winter ’40/’41 vielen leden van de nationaalsocialistische weerbaarheidsafdeling van de NSB Joden lastig in de Amsterdamse Jodenbuurt. Ze vernederden de Joodse bewoners en stalen hun spullen. De bewoners van de Jodenbuurt – een overwegend arme buurt – verzetten zich tegen de NSB’ers en vormden knokploegen. Ze werden in hun verzet gesteund door andere – niet-Joodse – Amsterdammers, vooral bewoners van de Jordaan en de Oostelijke Eilanden.

De weerbaarheidsafdeling trachtte caféhouders die niet van plan waren de toen net uitgevaardigde bordjes met teksten als ‘Voor Joden verboden’ of ‘Joden niet gewenscht’, te bewegen deze borden wél op te hangen. Dit leidde tot diverse opstootjes in de omgeving van het Rembrandtplein. Op 9 februari 1941 drongen NSB’ers, bijgestaan door Duitse militairen, op het Thorbeckeplein het café-cabaret ‘Alcazar’ binnen omdat daar nog Joodse artiesten optraden. Dit leidde tot een vechtpartij waarbij 23 mensen gewond raakten.

Hanns Albin Rauter, Generalkommissar für das Sicherheitswesen in Nederland, rapporteerde de zaak Koco op 20 februari 1941 aan Heinrich Himmler. Hij schetste daarbij een voor de Joden zo ongunstig mogelijke weergave van de feiten, waarbij geschetst werd dat er een moedwillige aanslag door de eigenaren van Koco op de manschappen van de Sicherheitspolizei was gepleegd. Volgens Rauter moest er eindelijk eens iets gebeuren tegen de Joden en hun wreedheden. Als represaille voor de gebeurtenissen in ijssalon Koco vonden op zaterdag 22 februari en zondag 23 februari 1941 in de Jodenbuurt razzia’s plaats onder leiding van Obersturmbannführer Friedrich Knolle. Op bevel van Himmler, Seyss-Inquart en Rauter werden 427 Joodse mannen tussen 20 en 35 jaar opgepakt en – naar later bleek – naar het concentratiekamp Mauthausen afgevoerd.

Zondag 23 februari was het zondagsmarkt in de Jodenbuurt, daardoor waren vele niet-Joodse Amsterdammers getuige van de razzia. De Nederlandse politie was niet op de hoogte gesteld van de razzia en was volledig overstuur. Ook de Amsterdammers waren verbijsterd en hun woede over het optreden van de Duitsers was groot.

De CPN zag door deze razzia een kans om de staking die op 18 februari niet was doorgegaan, alsnog uit te voeren. De CPN zag voldoende aanleiding “om de gehele massa te mobiliseren, daar de gehele massa tegen deze antisemitische actie was”. De CPN greep zodoende niet slechts terug op het idee van een staking die ze al op 17 februari overwogen had, maar gebruikte ook ongeveer dezelfde motivering: de dreigende machtsovername van de NSB door middel van de Jodenvervolging moest worden voorkomen. Wellicht zou de Duitse bezetter door een algemene staking in gaan zien dat de Jodenvervolging in Nederland een doodlopende weg was en zeker geen middel om de NSB aan de macht te brengen. Het landelijke partijbestuur en het bestuur van het District Amsterdam besloten vervolgens over te gaan tot een staking op 25 en 26 februari 1941.

Ter voorbereiding op de staking organiseerde de ondergrondse CPN op 24 februari een korte openluchtvergadering van ongeveer 400 Amsterdamse leidinggevende verzetsfunctionarissen op de Noordermarkt in de Jordaan. Stratenmaker Willem Kraan verkondigde hier het besluit tot staken. De merendeels communistische aanwezigen werden ook tot staken aangespoord door Piet Nak en Dirk van Nimwegen en stemden in met de plannen. Ze ontvingen pakken met manifesten en moesten proberen de arbeiders in de bedrijven tot staking te bewegen. De bedoeling was dat er twee dagen zou worden gestaakt: dinsdag zo veel mogelijk bij de overheidsbedrijven en woensdag een algemene staking, dus inclusief het bedrijfsleven.

Op de ochtend van 25 februari 1941 stonden de trams stil in Amsterdam. Tezelfdertijd verspreidden aanhangers van de CPN het manifest ‘Staakt, staakt, staakt!!!’ onder Amsterdamse bedrijven. De staking breidde zich als een olievlek uit over de stad. Rond het middaguur van de 25e was de algemene staking een feit, eerder dan de organisatoren hadden verwacht en anders dan zij hadden voorzien.

Van Amsterdam sloeg de staking over naar Zaandam, Haarlem, Velsen, Hilversum (waar werknemers van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek het voortouw namen), Bussum, Weesp, Muiden en de stad Utrecht. De communistische Vonkgroep deed ook een poging om de februaristaking uit te breiden tot Den Haag; pamfletten met een stakingsoproep werden uitgereikt bij de tramremise, maar er was geen stakingsbereidheid bij het personeel van de HTM.

De Duitsers braken de staking met geweld, intimidatie en meedogenloos ingrijpen. Hierbij vielen negen doden en 24 zwaargewonden en talloze stakers werden gevangengenomen. Na twee dagen was de staking ten einde. Dit was een gevolg van de combinatie van enkele factoren: het Duitse ingrijpen, de stakingsparolen van de CPN (de staking mocht slechts twee dagen duren) en de druk van het Amsterdamse gemeentebestuur om het werk te hervatten.

De steden die hadden meegedaan aan de staking kregen van de Duitsers hoge boetes opgelegd. Amsterdam moest 15 miljoen gulden betalen, Zaandam een half miljoen en Hilversum 2,5 miljoen. Omdat er in Hilversum, net als in Amsterdam, ook was betoogd was de boete daar relatief hoog.

De Februaristaking wordt jaarlijks herdacht bij het beeld van De Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein. Het bronzen beeld, dat een staker voorstelt, werd in 1952 gemaakt door Mari Andriessen. De Dokwerker staat symbool voor het verzet van ‘de kleine man’ tegen een grote macht. Het verhaal wil dat arbeiders spontaan in verzet kwamen omdat zij het lijden van hun Joodse medeburgers niet aan konden zien. Dat het initiatief voor de staking van de zijde van de CPN kwam, is bij velen niet bekend. Ook het verhaal van de ijssalon – aanleiding voor de razzia’s – kennen de meeste mensen niet.

Aan de zuidzijde van de Noorderkerk is een plaquette aangebracht die herinnert aan de verboden openbare bijeenkomsten op de Noordermarkt. Gedurende vele jaren waren de communistische organisatoren van de staking niet welkom bij de officiële herdenking, daarom hielden de communisten jarenlang een aparte herdenking. Op initiatief van Harry Verheij en Ed van Thijn werden beide herdenkingen vanaf 1968 samengevoegd.

EINDE

[17]

WIKIPEDIA

FEBRUARISTAKING

https://nl.wikipedia.org/wiki/Februaristaking#Staking

Reacties uitgeschakeld voor Noten 13 t/m 17/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

Opgeslagen onder Divers

Noten 10 t/m 12/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

[10]

”Naar aanleiding van de gebeurtenissen op 9 en 11 februari 1941 liet Hans BöhmckerBeauftragte van Amsterdam, op 12 februari om zes uur in de ochtend de Jodenbuurt volledig afsluiten door de Ordnungspolizei”

WIKIPEDIA

JOODSE RAAD VOOR AMSTERDAM/EIS TOT OPRICHTING

https://nl.wikipedia.org/wiki/Joodse_Raad_voor_Amsterdam#Eis_tot_oprichting

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

JOODSE RAAD VOOR AMSTERDAM

https://nl.wikipedia.org/wiki/Joodse_Raad_voor_Amsterdam

[11]

WIKIPEDIA

JOODSE RAAD VOOR AMSTERDAM

https://nl.wikipedia.org/wiki/Joodse_Raad_voor_Amsterdam

NPS

DE OORLOG/JOODSE RAAD

https://archief.ntr.nl/deoorlog/page/dossiers/780394/Joodse+Raad.html

Joodse Raad

Bij de organsatie van de jodenvervolging door de Duitsers was een belangrijke maatregel de instelling van Joodse Raden.

Aanvankelijk, in februari 1941, kwam er alleen een Joodse Raad in Enschede, opgericht.

Na de oorlog is er felle kritiek geweest op de Joodse Raad en zijn voorzitters. Ze zijn afgeschilderd als een willoos werktuig in handen van de bezetters.

Bij vrijwel alle dilemma’s waar ze voor kwamen te staan, kozen ze ervoor de Duitse bevelen op te volgen, omdat de gevolgen voor de joodse gemeenschap anders nóg ernstiger zouden zijn.

In andere landen zijn weigerachtige of tegenstribbelende leiders van Joodse Raden steeds direct vervangen door anderen – op dat punt kenden de nazi’s geen scrupules.

Bronnen:
*H. Knoop, ‘De Joodse Raad, Het drama van Abraham Asscher en David Cohen’ (Amsterdam, 1983)
*W. Lindwer, ‘Het fatale dilemma’ (Den Haag, 1995)
*G. Meershoek, ‘Dienaren van het gezag. De Amsterdamse politie tijdens de bezetting’ (Amsterdam, 1999)
*J. Presser, ‘Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945’ (2 delen – 1965

[12]

”Sinds november 1940 zijn er onlusten in Amsterdam tussen Duitsers, de WA (Weerafdeling van de NSB), de politie en (Joodse) knokploegen. Op 11 februari 1941 raakt de WA-man Koot bij een straatgevecht dodelijk gewond.”

TWEEDE WERELDOORLOG/JOODS VERZET TEGEN

DE DUITSE BEZETTER, AMSTERDAM 1941

TEKST

Sinds november 1940 zijn er onlusten in Amsterdam tussen Duitsers, de WA (Weerafdeling van de NSB), de politie en (Joodse) knokploegen. Op 11 februari 1941 raakt de WA-man Koot bij een straatgevecht dodelijk gewond. Hierop reageren de Duitsers met een serie maatregelen waaronder de tijdelijke afsluiting van de Joodse wijk. Ook worden arrestaties verricht. Dit roept veel weerstand op. Centraal punt voor de protesten is ijssalon Koco in de Van Woustraat, gedreven door twee Duits-Joodse emigranten, de heren Cahn en Kohn. De salon wordt druk bezocht door Joden en niet-Joden en vormt het mikpunt van de nazi’s in deze buurt. Een aantal vaste klanten besluit in actie te komen. Ze organiseren zich, schaffen zaklantaarns aan en maken wapens wapens (beklede gaspijpjes met riempjes) en ook van buiten krijgen ze hulp. De eigenaar van Koco in de Van Woustraat brengt een metalen fles van 50 cm lengte in zijn zaak aan, gevuld met ammoniakgas, om eventuele aanvallers te kunnen verrassen. Enige kleine successen op Nederlandse nazi’s vergroten het zelfvertrouwen dusdanig dat veel leden van de knokploeg onvoorzichtig en overmoedig worden. Voor vele jeugdige deelnemers voelt het als een Wild-West-avontuur.
Op 15 februari worden de ruiten van de ijssalon in de Van Woustraat kapotgeslagen, het is onbekend door wie. Een patrouille van de Grüne Polizei is op 19 februari toevallig in de buurt en gaat de ijssalon Van Woustraat 149 binnen om een kijkje te nemen. Vervolgens krijgen de agenten de bijtende vloeistof over zich heen. Het is onduidelijk of dit opzet is of dat de installatie per ongeluk afgaat.

De Duitsers lossen schoten en arresteren Cahn, Kohn en enkele andere Joden. Ernst Cahn, een man van ruim 51 jaar, wordt op 3 maart 1941 door een vuurpeloton doodgeschoten. Tijdens het voorafgaande verhoor en martelingen weigert hij de naam te verraden van de monteur die de installatie heeft bevestigd. Ernst Cahn is de eerste burger die in de Tweede Wereldoorlog in Nederland voor een vuurpeloton stierf.

EN NIEMAND DOET IETS, KAN IETS DOEN…

T.M. Sjenitzer-van Leening

Rauter laat vervolgens op zaterdag 22 en zondag 23 februari 400 Joodse mannen tussen de 20 en 35 jaar oppakken. Via kamp Schoorl worden ze afgevoerd naar Mauthausen waar de meesten sterven door de ondraaglijke omstandigheden in het kamp. Deze gebeurtenissen vormen de aanleiding voor de februaristakingen.

JOODS AMSTERDAM

IJSSALON COCO

Een van de bekendste ijssalons van Amsterdam is IJssalon Koco op de Van Woustraat 149. In de Tweede Wereldoorlog kwam het hier tot een confrontatie tussen het Joodse verzet en de NSB. Het was niet de eerste keer, ook voor de oorlog was er een confrontatie.

De ijssalon was van Ernst Cahn (Remagen, 27 juli 1889 – Waalsdorpervlakte, 3 maart 1941) en Alfred Kohn (Berlijn, 8 april 1890 – Auschwitz, april 1945). Er was ook een vestiging op de Rijnstraat 71-73, de vestiging waar Anne Frank in haar dagboek over verhaalt Ernst en Alfred waren in de jaren dertig Duitsland ontvlucht. De ijssalon was heel populair bij de buurtbewoners. Deze ijssalons waren onderdeel van een kleine keten met winkels in de Van Woustraat 149, Rijnstraat 71-73, Reguliersbreestraat en Jan Evertsenstraat 64.

februaristaking
Alfred Kohn
Alfred Kohn was getrouwd en scheidde in Berlijn op 6 maart 1933 waarna hij in dat jaar naar Nederland vluchtte. Ernst woonde op verschillende plaatsen in de stad. Rond de oorlog zijn de volgende adressen bekend: 31 december 1938 Amstelkade 23-1, 3 april 1940 Van Woustraat 149-1, 22 augustus 1940 Pieter Aertszstraat 95hs en 31 december 1940 Van Woustraat 149-1.

De houding en pesterijen van de bezetter en de NSB leidden tot irritaties en Kahn en Cohn vormden met een aantal vaste klanten een knokploeg. De Grüne Polizei werd door hen op woensdag 19 februari 1941 met ammoniakgas bespoten, nadat deze op 15 februari de ruiten van deze ijssalon had ingeslagen. Cahn en Kohn werden gearresteerd en Cahn werd de eerste Jood en verzetsman die tijdens de bezetting in Nederland terecht werd gesteld (Waalsdorpervlakte, 3 maart 1941). Kohn werd veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf en kwam terecht in Auschwitz, waar hij in april 1945 werd vermoord.
Kort na de arrestatie vonden op 22 en 23 februari 1941 de eerste razzia’s in Amsterdam plaats. Er werden toen 425 Joden opgepakt en via Schoorl afgevoerd naar Mauthausen. De razzia’s vormden de aanleiding tot de Februaristaking.
DeIJssalon

Ernst Cahn
Ernst was sinds 25 februari 1914 gehuwd met Ursula Adolfine Theresia Hoffmann (Aken, 20 februari 1891 – Kfar Yehoshua, 24 mei 1974). Zij hadden twee dochters, Helga en Inge. Ernst en Ursula kwamen in januari 1936 naar Nederland en woonden vanaf 14 september 1938 in Naarden op de Schoonderberglaan 14. Ursula verhuisde in september 1941 naar de Amstelkade 145-3. Zij maakte in 1951 alijah (emigreerde naar Israël).

De film “De IJssalon” is gebaseerd op deze gebeurtenis. Deze film is geen historische verfilming, maar heeft eigen hoofdpersonen. Sinds 1992 is er een plaquette aangebracht op Van Woustraat 149 ter herinnering aan deze gebeurtenis.

Herinnering
“Groot is moeders verdriet als de Duits-Joodse eigenaars van ijssalon Koco in de Van Woustraat met vitriool uit hun zaak worden gespoten. Vaak had ik er ijs mogen halen. Wij vonden het het lekkerste ijs uit de hele buurt. Eigenaars, personeel en bezoekers worden door de Duitsers meegenomen. De winkel wordt leeggeroofd. Later horen we dat Cahn en Kohn zijn doodgeschoten. Moeder huilt en kan nauwelijks door vader getroost worden.”

Archief van de politie Amsterdam
In het archief van de politie wordt deze gebeurtenis op 19 februari 1941 beschreven: “Rapport Bj. Erntzen dat circa 10 uur door Duitsche politie een inval is gedaan in perceel Van Woustraat 149hs, ijssalon  “Coco”, eigenaar Alfred Kohn, 50 jaar, woont Van Woustraat 149-1. Volgens verklaring dezer politie werd uit het perceel op hen geschoten en werden zij bij binnentreden met ammoniak bespoten. Door de Duitsche politie werden enige schoten gelost, niet alleen in de richting van het perceel, maar ook naar andere richtingen.
Annie Voorzanger, 16 jaar, woont Kerkstraat 357hs alhier, die bij haar zuster,  woont Van Woustraat 149-2 alhier, op visite was kreeg een kogelwondje aan haar arm terwijl zij op laatstgenoemd perceel in de kamer zat. Door ap. Kluft – 1366 – is zij naar de G.G. & G. D. overgebracht en na behandeling naar haar woning vervoerd. Door Duitsche politie zijn vier arrestanten uit de ijssalon gehaald en medegenomen. Op last van deze autoriteiten moeten, totdat zij een nader onderzoek hebben ingesteld, drie ap’s in de salon en een ap op de kamer van Kohn blijven.”september 1939

Enkele dagen eerder, op 16 februari 1941, waren er ook ongeregeldheden bij de ijssalon.  Het politierapport meldt:
“10.15. Rapporteren de a.p.’s Van der Moren (619) en Van Maare (1640) dat zij te plm. 10 uur namiddag in de Pieter Aertzstraat bij de Van Woustraat surveilleerden. Zij hoorden op dat moment gegil en glasgerinkel. Het bleek hun bij onderzoek, dat de winkelruit van ijssalon de “Coco” gevestigd Van Woustraat 149 was stukgeslagen. Ook in de ijssalon was één klein ruitje stukgeslagen. De dader(s) daarvan zijn onbekend gebleven. Niemand kon eenige aanwijzingen geven. De eigenaar Alfred Kohn, oud 50 jaar, woont Van Woustraat 149-1 alhier, is Israëliet en statenloos. Rapporteur Van Maare zag, dat enkele personen uit het publiek rapporteur Van der Moren wilden vastpakken waarop hij (v. Maare) twee schoten uit zijn dienstpistool heeft gelost, waarop het publiek weg vluchtte. Niemand is hierbij getroffen. Afschrift gezonden aan H. B. kamer 42.” en

“Rapporteeren de a.p.’s Hansen (482) en Filbri (598) dat een ruit van een leegstaand winkelhuis Van Woustraat 147 is vernield. Oorzaak onbekend, doch staat waarschijnlijk in verband met de vernieling genoemd in bovenstaande mutatie. De eigenaar van het perceel is onbekend, doch de makelaar Denik, Reguliersgracht, heeft dit perceel in behandeling. Hij is gewaarschuwd. Van politieke richting eigenaar niets bekend. Afschrift gezonden aan H. B. kamer 42.”

In 1939 was de ijssalon al doelwit van antisemitisch geweld. Lees verder.

bron:
Stadsarchief Amsterdam, archiefkaart Alfred Kohn Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 442
Stadsarchief Amsterdam, archiefkaart Ursula Hoffmann Archiefkaarten, archiefnummer 30238, inventarisnummer 351
Stadsarchief Amsterdam, Politierapporten ’40-’45 Amsterdam 1950, archiefnummer 5225, inventarisnummer 6647
Stadsarchief Amsterdam, Politierapporten ’40-’45 Amsterdam 1950, archiefnummer 5225, inventarisnummer 6647
Anco Mali: Margot Frank en de anderen (Soesterberg 2005)
“Advertentie”. “Nieuw Israelietisch weekblad”. Amsterdam, 1939/09/13 00:00:00, p. 20. Geraadpleegd op Delpher op 27-02-2020, http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010874589:mpeg21:p020

Reacties uitgeschakeld voor Noten 10 t/m 12/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

Opgeslagen onder Divers

Noot 9/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

[9]

”Sinds november 1940 zijn er onlusten in Amsterdam tussen Duitsers, de WA (Weerafdeling van de NSB), de politie en (Joodse) knokploegen. Op 11 februari 1941 raakt de WA-man Koot bij een straatgevecht dodelijk gewond.”

TWEEDE WERELDOORLOG/JOODS VERZET TEGEN

DE DUITSE BEZETTER, AMSTERDAM 1941

TEKST

Sinds november 1940 zijn er onlusten in Amsterdam tussen Duitsers, de WA (Weerafdeling van de NSB), de politie en (Joodse) knokploegen. Op 11 februari 1941 raakt de WA-man Koot bij een straatgevecht dodelijk gewond. Hierop reageren de Duitsers met een serie maatregelen waaronder de tijdelijke afsluiting van de Joodse wijk. Ook worden arrestaties verricht. Dit roept veel weerstand op. Centraal punt voor de protesten is ijssalon Koco in de Van Woustraat, gedreven door twee Duits-Joodse emigranten, de heren Cahn en Kohn. De salon wordt druk bezocht door Joden en niet-Joden en vormt het mikpunt van de nazi’s in deze buurt. Een aantal vaste klanten besluit in actie te komen. Ze organiseren zich, schaffen zaklantaarns aan en maken wapens wapens (beklede gaspijpjes met riempjes) en ook van buiten krijgen ze hulp. De eigenaar van Koco in de Van Woustraat brengt een metalen fles van 50 cm lengte in zijn zaak aan, gevuld met ammoniakgas, om eventuele aanvallers te kunnen verrassen. Enige kleine successen op Nederlandse nazi’s vergroten het zelfvertrouwen dusdanig dat veel leden van de knokploeg onvoorzichtig en overmoedig worden. Voor vele jeugdige deelnemers voelt het als een Wild-West-avontuur.
Op 15 februari worden de ruiten van de ijssalon in de Van Woustraat kapotgeslagen, het is onbekend door wie. Een patrouille van de Grüne Polizei is op 19 februari toevallig in de buurt en gaat de ijssalon Van Woustraat 149 binnen om een kijkje te nemen. Vervolgens krijgen de agenten de bijtende vloeistof over zich heen. Het is onduidelijk of dit opzet is of dat de installatie per ongeluk afgaat.

De Duitsers lossen schoten en arresteren Cahn, Kohn en enkele andere Joden. Ernst Cahn, een man van ruim 51 jaar, wordt op 3 maart 1941 door een vuurpeloton doodgeschoten. Tijdens het voorafgaande verhoor en martelingen weigert hij de naam te verraden van de monteur die de installatie heeft bevestigd. Ernst Cahn is de eerste burger die in de Tweede Wereldoorlog in Nederland voor een vuurpeloton stierf.

EN NIEMAND DOET IETS, KAN IETS DOEN…

T.M. Sjenitzer-van Leening

Rauter laat vervolgens op zaterdag 22 en zondag 23 februari 400 Joodse mannen tussen de 20 en 35 jaar oppakken. Via kamp Schoorl worden ze afgevoerd naar Mauthausen waar de meesten sterven door de ondraaglijke omstandigheden in het kamp. Deze gebeurtenissen vormen de aanleiding voor de februaristakingen.

Reacties uitgeschakeld voor Noot 9/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

Opgeslagen onder Divers

Noten 6 t/m 8/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

[6]

WIKIPEDIA

WEERBAARHEIDSAFDELING

https://nl.wikipedia.org/wiki/Weerbaarheidsafdeling

[7]

”De WA trachtte caféhouders die niet van zins waren de toen net uitgevaardigde bordjes met teksten als ‘Voor Joden verboden’ of ‘Joden niet gewenscht’ te bewegen deze borden wél op te hangen. Dit leidde tot diverse opstootjes in de omgeving van het Rembrandtplein.”

WIKIPEDIA

RAZZIA VAN AMSTERDAM/OPSTOOTJES REMBRANDTPLEIN

https://nl.wikipedia.org/wiki/Razzia_van_Amsterdam#Opstootjes_Rembrandtplein

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

RAZZIA VAN AMSTERDAM

https://nl.wikipedia.org/wiki/Razzia_van_Amsterdam#:~:text=de%20Oostelijke%20Eilanden.-,Opstootjes%20Rembrandtplein,de%20omgeving%20van%20het%20Rembrandtplein.

[8]

”In 1941 trekken mannen van de Weerafdeling (WA) van de Nationaal Socialistische Beweging naar de Amsterdamse Jodenbuurt om Joden te mishandelen. Bij gevechten met Joodse knokploegen wordt een WA-man gedood.”

NATIONAAL ARCHIEF

FEBRUARISTAKING (1941)

https://www.nationaalarchief.nl/beleven/onderwijs/bronnenbox/februaristaking-1941

Waarom ontstaat de februaristaking tegen de Duitsers?

In 1941 trekken mannen van de Weerafdeling (WA) van de Nationaal Socialistische Beweging naar de Amsterdamse Jodenbuurt om Joden te mishandelen. Bij gevechten met Joodse knokploegen wordt een WA-man gedood.

De spanning loopt hierna op en als op 19 februari de Duitsers een inval doen bij ijssalon Koko, verdedigen de Joodse eigenaars zich met ammoniakgas. Ter vergelding volgen er op 22 en 23 februari razzia’s, waarbij 425 Joden ‘in gijzeling’ worden genomen. Als protest organiseren communisten op 25 februari de Februaristaking. Amsterdam komt stil te liggen en de vonk slaat over naar onder andere Haarlem, de Zaanstreek, het Gooi en Utrecht. Met harde hand breken de Duitsers de staking. Met de drie jaar latere Spoorwegstaking (1944) vormt ze een van de weinige proteststakingen in het bezette Europa

EINDE STUK

”Vanaf de winter van 1940/’41 vielen leden van de nationaalsocialistische Weerbaarheidsafdeling van de NSB, kortweg de WA, joden lastig in de Amsterdamse Jodenbuurt. De bewoners van deze overwegend arme buurt verzetten zich en vormden knokploegen. Ze werden in hun verzet gesteund door andere – niet-joodse – Amsterdammers, vooral bewoners van de Jordaan en de Eilanden”

WIKIPEDIA

JOODSE RAAD VOOR AMSTERDAM/RAZZIA IN DE JODENBUURT

https://nl.wikipedia.org/wiki/Joodse_Raad_voor_Amsterdam#Razzia_in_de_Jodenbuurt

ORIGINELE BRON

WIKIPEDIA

JOODSE RAAD VOOR AMSTERDAM

https://nl.wikipedia.org/wiki/Joodse_Raad_voor_Amsterdam

”De herdenking vindt plaats dicht bij het Waterlooplein. In februari 1941 hebben Joodse knokploegen daar gevochten om de Joodse buurtbewoners en handelaren te beschermen tegen de brutale overvallen van de gewapende weerbaarheidafdeling (WA) van de NSB.”

GEMEENTE AMSTERDAM

HERDENKING JOODS VERZET

https://www.amsterdam.nl/toerisme-vrije-tijd/evenementen/herdenkingen/herdenking-joods/#:~:text=De%20herdenking%20vindt%20plaats%20dicht,(WA)%20van%20de%20NSB.

Herdenking Joods Verzet

Op 24 februari 2023 om 14.00 uur is de herdenking van het Joods verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Evenals vorige jaren wordt deze herdenking georganiseerd door de Stichting Vriendenkring ’Mauthausen’.

De herdenking vindt plaats dicht bij het Waterlooplein. In februari 1941 hebben Joodse knokploegen daar gevochten om de Joodse buurtbewoners en handelaren te beschermen tegen de brutale overvallen van de gewapende weerbaarheidafdeling (WA) van de NSB.

Programma

  • Welkomstwoord door de voorzitter van de Stichting Vriendenkring ’Mauthausen’
  • Sprekers: de heer H. de Vries Robles, de heer R. van Hasselt, de heer M Eprahim (ambassadeur van Israel)
  • Voordracht gedicht van Chawwa Wijnberg
  • Diverse liederen door het Jiddisj koor Hejmisch Zain
  • Jizkor (herinneringsgebed) en Kaddish (gebed) door rabbijn Abraham Rosenberg
  • Een minuut stilte.
  • Gelegenheid om bloemen te leggen

Aanmelden

Uiteraard is iedereen van harte welkom bij de herdenking. In verband met de nodige zitplaatsen verzoekt de organisatie om u van tevoren aan te melden. Dat kan per e-mail klij0055@planet.nl of telefonisch 06-48057860.

Wie, wat, waar?

  • 24 februari van 14.00 tot 14.45 uur
  • Monument voor het Joods Verzet, Hoek Zwanenburgwal/Amstel: monument bij het stadhuis
  • Vriendenkring Mauthausen (www.mauthausen.nl)

EINDE BERICHT GEMEENTE AMSTERDAM

”Sinds november 1940 zijn er onlusten in Amsterdam tussen Duitsers, de WA (Weerafdeling van de NSB), de politie en (Joodse) knokploegen. Op 11 februari 1941 raakt de WA-man Koot bij een straatgevecht dodelijk gewond”

TWEEDE WERELDOORLOG/JOODS VERZET TEGEN

DE DUITSE BEZETTER, AMSTERDAM 1941

ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 9

Reacties uitgeschakeld voor Noten 6 t/m 8/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

Opgeslagen onder Divers

Noot 5/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

[5]

J.PRESSER

ONDERGANG

De vervolging en verdelging van het Nederlandse

Jodendom 

1940-1945

https://www.dbnl.org/tekst/pres003onde01_01/

Anti-Joodse maatregelen in Nederland vanaf 1940

01-07-1940Verbod voor Joden om in de luchtbeschermingsdienst te werken.
02-07-1940Joden worden uitgesloten van tewerkstelling in Duitsland.
31-07-1940Verbod op ritueel slachten wordt aangekondigd. Vanaf5 augustus 1940 wordt de ‘Verordening ter vermijding van het kwellen van dieren bij het slachten’ van kracht.
28-08-1940Het College van secretarissen-generaal krijgt informeel de opdracht geen persoon van ‘Joodschen bloede’ in overheidsdienst te benoemen, te kiezen of te bevorderen.
04-09-1940Alle niet-Nederlandse Joden dienen op last van de Duitse autoriteiten de kustgebieden te verlaten. In de periode tussen 4 en 9 september vond dit gedwongen vertrek in Den Haag plaats.
06-09-1940Verbod om Joden in overheidsdienst aan te nemen. Joden die al in dienst zijn mogen niet bevorderd worden. Kort daarop wordt dit uitgebreid van departementen en universiteiten naar alle gesubsidieerde instellingen.
13-09-1940Verordeningen betreffende het werk van joden en anderen in overheidsdienst.
14-09-1940Joden worden geweerd van markten in Amsterdam.
26-09-1940Verbod op publicatie van Joodse kranten, met uitzondering van Het Joodsche Weekblad.
30-09-1940Circulaire aan plaatselijke overheden waarin een jood wordt gedefinieerd als iemand met een joodse grootouder die lid is geweest van de joodse gemeenschap.
01-10-1940Elke Nederlander moet zich kunnen legitimeren met een distributiestamkaart met pasfoto, een geldig paspoort, een bewijs van Nederlanderschap of een door de Burgemeester afgegeven tijdelijk identiteitsbewijs. In aansluiting hierop wordt op 14 oktober 1940 besloten door de Secretarissen Generaal tot invoering van de legitimatieplicht en op 17 oktober 1940 kwam het besluit tot invoering van het Persoonsbewijs. Op 2 november 1940 zou de invoering van het Persoonsbewijs officieel in de pers bekend worden gemaakt. De Duitsers hadden besloten dat hiervoor één centraal systeem moest worden ingevoerd.
05-10-1940Alle medewerkers aan universiteiten, departementen en gesubsidieerde instellingen moeten een Ariërverklaring invullen over hun afstamming.
22-10-1940Afkondiging van een verordening (VO 189/1940) waarin werd bepaald dat Joodse ondernemingen zich moesten aanmelden bij de Wirtschaftsprüfstelle, een afdeling van het Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft, met een opgave van het vermogen van hun onderneming. Deze verordening regelt in grote lijnen ook wie wel en wie niet als Jood beschouwd dient te worden. De omschrijving is vooral bedoeld om ervoor te zorgen dat de bedrijven niet te makkelijk op naam kunnen worden gezet van anderen. De definitie in artikel 4 zal echter later bij de deportaties veelvuldig worden toegepast. Dat Artikel 4 van de verordening bepaalt wat onder een ‘Jood’ moet worden verstaan:
Jood is een ieder, die uit ten minste drie naar ras voljoodse grootouders stamt;Als Jood wordt ook aangemerkt hij die uit twee voljoodse grootouders stamt enhetzij zelf op de negende mei 1940 tot de joodskerkelijke gemeente heeft behoord of na die datum daarin wordt opgenomen;hetzij op de negende mei 1940 met een Jood was gehuwd of na dat ogenblik met een Jood in het huwelijk treedt.Een grootouder wordt als voljoods aangemerkt, wanneer deze tot de joods-kerkelijke gemeenschap heeft behoord.
04-11-1940Aankondiging dat per 21 november alle Joodse ambtenaren zullen worden geschorst en later ontslagen.
21-11-1940Er gaat een aankondiging uit, waarbij Joden uit hun overheidsfuncties worden ontheven.
19-12-1940Verbod voor Joden om Duits huishoudelijk personeel in dienst te hebben.
07-01-1941De Nederlandse bioscoopbond bepaalt dat joden niet meer tot bioscopen mogen worden toegelaten, wat op 12 januari in dagbladen wordt bekend gemaakt.
10-01-1941Alle Joden of personen met tenminste één Joodse grootouder moeten zich laten registreren bij de bevolkingsadministratie. Binnen vier weken na afkondiging moeten alle gemeenten opgave hebben gedaan, wat niet geheel binnen de termijn werd gedaan maar ook geen problemen opleverde omdat de Duitsers de gewenste gegevens ook konden verkrijgen vanuit de bevolkingsregisters en de administratie van de joodse gemeenten. Slechts een enkeling (twintig volgens dr. Lou de Jong) binnen de Joodse bevolking weigert. Er staan officieel 160.820 Joden geregistreerd, waarvan 15.549 half-Joden en 5.719 kwart-Joden.
16-01-1941Voor Amsterdam, de stad waar verreweg het grootste deel van de Joodse bevolking woont, volgt een extra maatregel. Zij dienen ook op te geven hoeveel huizen en hoeveel winkels de Joden bezitten, waar hun scholen en synagogen zich bevinden, welke tram- en buslijnen naar die wijken lopen, welke culturele instellingen er zijn.
01-02-1941Invoering van een numerus clausus in het onderwijs.
05-02-1941Artsen moeten opgeven of zij van Joodse bloede zijn.
11-02-1941Joden mogen niet meer naar de universiteit.
12-02-1941De buurt met veel Joodse mensen in Amsterdam wordt met prikkeldraad afgezet en omgedoopt tot de Joodsche Wijk. De versperring verdwijnt kort daarop, maar de borden blijven staan.
13-02-1941Oprichting van de Joodse Raad onder voorzitterschap van Abraham Asscher en David Cohen, die de dubieuze opdracht krijgt alle Duitse maatregelen uit te voeren, waaronder bepalen welke groep Joden met het eerstvolgende transport mee moet en alle protesten direct in de kiem smoren. Ze kunnen hiervoor beschikken over de enige Joodse krant, Het Joodsche Weekblad.
Voor drie grote en negen kleine groepen was een tijdelijke vrijstelling van deportatie, een Sperre (bis auf weiteres freigestellt vom Arbeitseinsatz), die voor bijna iedereen in feite slechts het verschil tussen ‘een latere dood of een vroegere dood’ betekende. Die twaalf groepen waren:
Joden die werkzaam waren voor de Joodse Raad of door de Joodse Raad van belang werden geacht voor het Joodse gemeenschapsleven, 17.500 personen;de zgn. Rüstungsjuden, namelijk Joden die werkzaam waren in bedrijven die belangrijke Duitse orders uitvoerden, 4.500 personen;gemengd gehuwden, 12.000 personen;Joodse diamantairs en diamantbewerkers, enkele honderden personen;vermogende Joden die tegen betaling van fl. 20000 – fl. 30.000 aan diamanten goud of juwelen voor zichzelf en familiedeun een vrijstelling kochten, ongeveer 1300 personen;Joden waarvoor een emigratiecertificaat naar Palestina was aangevraagd, ongeveer 2000 personen;Joden met een neutrale of geallieerde neutraliteit, enkele tientallen personen;
Joden die lid waren van de NSB, circa 60 personen;de Blaue-Reiter, ofwel Joden die vanwege speciale verdiensten voor Duitsland geen Jodenster hoefden te dragen, enkele tientallen personen;de Groep Frederiks-van Dam, namelijk Joden met een grote maatschappelijke betekenis voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog voor Nederland of Duitsland, uiteindelijk zo’n 650 personen;Door protestantse kerkgenootschappen beschermde Joden, ongeveer 1600 personen;Een groep Portugese Joden, die volgens Calmeijer geen Joden maar Ariërs waren, enkele honderden personen
22-02-1941Op deze dag en op 23 februari vinden de eerste arrestaties in Amsterdam van 427 Joden plaats, die worden afgevoerd naar Mauthausen, na gewelddadige protesten tegen de maatregelen. Als reactie hierop breekt de Februaristaking uit, de enige anti-pogromstaking in de hele oorlog.
27-02-1941Joden mogen niet meer als bloeddonor optreden.
28-02-1941Maatregelen tegen joodse organisaties zonder economisch doel.
12-03-1941Afkondiging van een tweede verordening (VO 48/1941) bepaalde dat kleine Joodse ondernemingen geliquideerd en grote of economisch belangrijke Joodse ondernemingen geariseerd moesten worden, dat wil zeggen voortgezet door niet-Joden. Kleine bedrijfjes werden geliquideerd door de Omnia Treuhandgesellschaft in samenwerking met door de Omnia aangestelde Liquidationstreuhänder.
31-03-1941Oprichting van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung, het centrale kantoor voor de emigratie van Joden. Het kantoor in Amsterdam organiseerde vanaf van de oprichting, die nooit officieel werd afgekondigd, tot het najaar van 1943 de deportatie van de Joden uit Nederland naar de concentratiekampen in Duitsland en Polen. De Nederlandse Zentralstelle werd op bevel van Reinhard Heydrich en op verzoek van Arthur Seyss-Inquart opgericht.
01-04-1941Bordjes met de tekst ‘Voor Joden verboden’ worden in Nederlandse cafés verplicht.
01-04-1941In april 1941 werd begonnen met de uitreiking van persoonsbewijzen aan iedereen in Nederland van 14 jaar en ouder. Het was een algemene verplichting en dus in die zin geen typische anti-Joodse maatregel, maar het document was wel een belangrijke administratieve schakel in de onderdrukkingspolitiek van de Duitse bezetter, gericht op de arrestatie van Joden en de opsporing van mensen in het verzet. Via Verordening nr 6/1941, artikel 9 werd namelijk bepaald dat voor personen van geheel of gedeeltelijk Joodse afkomst een bewijs van aanmelding moest worden opgemaakt. Dit bewijs van aanmelding gaf een aanduiding hoeveel Joodse voorouders iemand had. Het was verplicht om dit gele kaartje bij het persoonsbewijs bij zich te hebben, maar velen ‘vergaten’ dat, waardoor de opsporing van Joden bemoeilijk werd. Als gevolg daarvan moesten Joden zich vanaf 3 juli 1941 nogmaals aanmelden om een zwarte J op het persoonsbewijs te laten zetten. Er kwam één zwarte J naast de pasfoto en één J op de voorkant. Vanaf 23 januari 1942 hadden alle Joodse burgers twee grote zwarte J’s gestempeld op het hun persoonsbewijs. .
15-04-1941Bevel van General kommissar Hanns Rauter aan alle joden om hun radiotoestellen in te leveren op grond van een verordening van 11 februari.Op 13 mei 1943 zal dit voor de andere Nederlanders van toepassing worden. Met de invordering bij de politie wordt op 2 april 1941 begonnen.
01-05-1941Joodse advocaten, apothekers en artsen mogen geen niet-Joodse klanten en patiënten hebben. Verder wordt Joden de toegang tot effecten- en handelsbeurzen verboden en mogen Joden niet langer markten bezoeken.
06-05-1941Bepaalde straten in Amsterdam worden aangemerkt als ‘joodse straten’.
15-05-1941Synagoge in Den Haag wordt door brand verwoest.
15-05-1941Besloten wordt tot arisering van orkesten.
27-05-1941Verordening betreffende de aangifte en verzorging van landbouwgronden in joodse handen.
31-05-1941Verbod aan Joden om zwembaden en stranden te bezoeken.
11-06-1941Weer een razzia en een deportatie van 300 Joden uit Amsterdam naar Mauthausen.
01-08-1941Joodse makelaars mogen niet langer voor niet-Joden werken.
08-08-1941Eerste LiRo-verordening VO 148/1941: Joden zijn verplicht hun banktegoeden van meer dan duizend gulden (ongeveer 450 euro) over te maken naar de Lippmann-Rosenthal Bank, een voormalige Joodse bank die door de Duitsers is overgenomen.
01-09-1941Joodse kinderen mogen niet meer naar openbare scholen.
14-09-1941Razzia in Twente. Er worden honderd Joodse mannen opgepakt en gedeporteerd naar Mauthausen.
15-09-1941De beruchte plakkaten met het opschrift ‘Verboden voor Joden’ verschijnen. Joden mogen geen bezoeken meer brengen aan parken, dierentuinen, cafés, restaurants, hotels, pensions, schouwburgen, cabarets, variétés, bioscopen, sportinrichtingen, concerten, openbare bibliotheken, leeszalen of musea.
16-09-1941Invoering van reisvergunningen.
22-09-1941Joden worden geweerd uit alle verenigingen en stichtingen zonder economisch doel.
24-09-1941Vergunningen verplicht voor het uitoefenen van bepaalde ambachten en beroepen.
07-10-1941Razzia in Gelderland (Achterhoek, Arnhem, Apeldoorn en Zwolle). Er worden honderd Joden opgepakt en gedeporteerd.
20-10-1941Verdere verordeningen betreffende het uitoefenen van beroepen van joden. De Joodsche Raad gaat akkoord met de samenstelling van een cartotheek van joden in Nederland.
22-10-1941Joden moeten niet-joodse verenigingen verlaten en worden vanaf 7 november geweerd uit bridge-, dans- en tennisclubs.
28-10-1941Duitsers erkennen nog slechts de Joodsche Raad als belangenbehartiger van de Nederlandse Joden.
01-11-1941Via een verordening worden 1600 vergunningen ingetrokken tot het uitoefenen van een beroep door Joden.
03-11-1941In Amsterdam worden Joodse markten ingesteld.
07-11-1941Joden mogen zonder toestemming niet meer reizen of verhuizen.
05-12-1941Alle buitenlandse Joden in Nederland moeten zich voor ‘emigratie’ laten registreren.
01-01-1942Joden mogen geen niet-Joods huishoudelijk personeel meer hebben.
01-01-1942Joodse mannen worden opgeroepen voor kampen van de Rijksdienst voor de Werkverruiming in Noord- en Oost-Nederland (de zgn. Joodse werkkampen)
09-01-1942Openbaar onderwijs wordt voor Joden van alle leeftijden verboden.
10-01-1942In het oosten en noorden van het land worden werkkampen voor Joden ingericht. De eerste Joden uit Amsterdam vertrekken naar deze Joodse werkkampen.
17-01-1942De Zaandamse joden moeten naar Amsterdam verhuizen, waarmee de concentratie van Joden in het Judenviertel in Amsterdam begint.
23-03-1942Verbod voor Joden om vervoermiddelen te bezitten of te besturen.
25-03-1942Verbod voor Joden om met niet-Joden te trouwen. Buitenechtelijke seksuele omgang met niet-Joden zal zwaar gestraft worden.
26-03-1942Huisraad in woningen van Joden mag niet worden verwijderd.
01-04-1942Joden mogen niet meer trouwen in het stadshuis van Amsterdam.
24-04-1942Een groot aantal joodse slagerijen moet sluiten.
03-05-1942Alle Voljoden ouder dan zes jaar moeten een gele zespuntige Davidster met het woord “Jood” zichtbaar op hun kleding dragen. Halfjoden zijn uitgezonderd van deze verplichting. De leden van de Joodse Raad waren van de maatregel al op 29 april 1942 op de hoogte gesteld.
12-05-1942Joden mogen geen rekening meer hebben bij de postgirodienst.
21-05-1942Tweede LiRo-verordening VO 58/1942. Joden moeten al hun goud, zilver, antiek, kunstvoorwerpen, waardevolle spullen en cultuurgoederen inleveren bij Lippmann-Rosenthal aan de Sarphatistraat te Amsterdam.
29-05-1942Joden mogen niet meer vissen
05-06-1942Volledig reisverbod voor alle Joden.
11-06-1942Joden worden geweerd van de vismarkt.
12-06-1942Joden mogen slechts op bepaalde tijdstippen boodschappen doen bij een beperkt aantal winkels. Niet-Joodse winkels worden voor hen verboden. Ook wordt alle sport voor Joden verboden en moeten Joden hun fietsen en andere voertuigen inleveren. De maatregel wordt in Amsterdam pas een maand later van kracht. Ze kunnen hun fietsen tot en met 21 juli 1942 inleveren op het Frederiksplein, bij het Olympisch Stadion of in de Ter Gouwstraat. Wie zijn rijwiel niet inlevert, kan een celstraf van maximaal een half jaar of een geldboete van duizend gulden krijgen. Vanaf 28 juli 1942 moeten álle herenrijwielen ingeleverd worden, dus ook die van niet-Joden.
26-06-1942De Joodse Raad wordt ingelicht over de aanstaande deportatie van Joden naar het Oosten, in versluierend taalgebruik Polizeilicher Arbeitseinsatz voor Joden tot 40 jaar.
30-06-1942Instelling van de avondklok, Joden moeten tussen 20.00 uur en 06.00 uur thuis zijn. Ze mogen ook niet meer fietsen.
05-07-1942Eerste oproepen van de Joodse Raad vallen in de bus.
06-07-1942Verbod voor Joden om te telefoneren en verbod om bij niet-Joden op bezoek te gaan. Joden mogen in Joodse winkels alleen tussen 15.00 en 17.00 uur inkopen doen; in niet-Joodse winkels mochten ze sinds juni 1942 al niet meer komen.
14-07-1942Razzia in Amsterdam en transport naar het doorgangskamp Westerbork. De verlaten Joodse huizen worden door de Duitsers leeggehaald.
15-07-1942Vanuit Westerbork vertrekt de eerste trein met 1.135 Joden naar Auschwitz. Gedurende de gehele maand augustus vinden in Nederland razzia’s plaats. Tot 13 september 1944 zal wekelijks een trein naar Auschwitz of Sobibor gaan.
17-07-1942Er wordt afgekondigd dat Joden alleen tussen 15.00 en 17.00 ’s middags mogen winkelen.
22-07-1942De Hollandsche Schouwburg wordt in dienst genomen als verzamelplaats waar de Joden zich dienen te melden en opgehaalde en opgepakte Joden worden vastgehouden.
31-07-1942Het wordt Joden verboden nog langer in kapsalons te komen.
08-09-1942In Den Haag wordt het Joden verboden op publieke banken plaats te nemen.
15-09-1942Joodse studenten krijgen een studieverbod opgelegd.
02-10-1942Alle Joden uit werkkampen in Nederland (circa 5.000 man) worden overgebracht naar Westerbork. Op deze en de daarop volgende dag worden in vele kleinere provincieplaatsen hun gezinnen thuis opgehaald. Ongeveer 12.000 vrouwen en kinderen worden naar Westerbork vervoerd.
15-10-1942De crèche aan de Plantage Middenlaan 31 wordt gebruikt als dependance van de Hollandsche Schouwburg. Joodse kinderen wachten hier gescheiden van hun ouders op deportatie.
15-01-1943Alle vondelingen worden beschouwd als Joodse kinderen; ze worden naar de crèche in Amsterdam gebracht en gedeporteerd.
16-01-1943Vanuit de Hollandsche Schouwburg wordt een eerste groep van 450 Joden naar het nieuwe werkkamp Vught gebracht. In totaal zullen er in de oorlog 12.000 Joden gevangen worden gehouden.
20-01-1943De Ordedienst van Kamp Westerbork verschijnt in de Joodse instelling voor verstandelijk gehandicapten Het Apeldoornsche Bos. Op het station van Apeldoorn wordt die dag een goederentrein met veertig wagons in gereedheid gebracht. De helft van het personeel en een klein aantal patiënten vlucht ’s nachts en duikt onder.
21-01-1943In de nacht van donderdag 21 januari op vrijdag 22 januari 1943 worden alle patiënten van Het Apeldoornsche Bos in vrachtwagens naar de gereedstaande goederentrein gebracht.
22-01-1943In alle vroegte vertrekt de trein met bijna 1200 patiënten en 50 personeelsleden van Het Apeldoornsche Bos, rechtstreeks naar Auschwitz. Bij aankomst enkele dagen later worden alle patiënten direct gedood. De resterende 300 personeelsleden en ruim honderd Joodse Apeldoorners worden met een gewone trein naar Westerbork vervoerd en van daaruit later gedeporteerd.
05-02-1943Bepaling dat alle officiële post via de Joodsche Raad moet gaan. Joden mogen geen verzoekschriften of brieven meer rechtstreeks naar de Duitse autoriteiten sturen.
02-03-1943Eerste transport vanuit Westerbork naar het nieuwe vernietigingskamp Sobibor.
15-03-1943De Duitsers constateren dat zo’n 25.000 Joden ergens zijn ondergedoken. In een bijeenkomst in Den Haag besluiten Harster, Zöpf en Lages te gaan werken met premies om ondergedoken Joden op te sporen. Harster bepaalt de premie op zeven gulden en vijftig cent per Jood, een bedrag dat kan worden verdubbeld als de Jood de verordeningen heeft overtreden.
10-04-1943Verbod voor Joden om te verblijven in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Alle Joden uit Noord-Brabant worden verplicht zich te melden bij Kamp Vught.
22-04-1943Verbod voor Joden om zich te bevinden in de provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Holland, met uitzondering van Amsterdam. In feite zijn hiermee alle Joden in Duitse gevangenschap, met uitzondering van een beperkt aantal Amsterdamse Joden, enkelen met een uitzonderlijke vrijstelling (“Sperre”) en ondergedoken Joden.
23-04-1943De bezetter verklaart de Nederlandse provincies ‘judenrein’.
05-05-1943De bezetter deelt schriftelijk aan alle instanties die betrokken waren bij de Jodenvervolging mee, dat in de maanden mei en juni 23.000 Joden gedeporteerd moesten worden. Het is de derde fase van de Jodenverdrijving, die betrekking kan hebben op al degenen die tot dan een Sperre hadden. Hiervan waren slechts een deel van de groep gemengd-gehuwde Joden en de groep Calmeyer-joden uitgezonderd. Voor de gemengd-gehuwden werd bepaald dat kinderloze gemengd-gehuwden naar Westerbork moesten worden afgevoerd. De overige gemengd-gehuwden kregen de keuze: deportatie of sterilisatie. Het streven naar een judenrein Nederland moest betekenen dat nergens meer een Jodenster te zien mocht zijn. De duizenden gemengd-gehuwden moesten daarom sternbefreit worden, ofwel ontslagen van de verplichting een Jodenster te dragen. Ook kon men na sterilisatie weer de beschikking krijgen over vermogen dat was afgedragen aan de roofbank Lippmann-Rosenthal. Bovendien kon men onder bepaalde restricties weer deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. De resterende beperking was dat in het paspoort een J stond om voor de bezetter als Jood herkenbaar te blijven. Dat was wel een kleinere en rode J. De groep werd gedwongen een verklaring te ondertekenen dat men vrijwillig tot deze ingreep had besloten. Slechts een beperkt deel van de groep stemde in met sterilisatie; de meeste verkozen onderduiken of deportatie. Van de ongeveer vierduizend gemengd-gehuwde Joodse vrouwen hoefden degenen van 45 jaar en ouder niet te worden gesteriliseerd. Onder de groep 45 jaar en jonger werd geprobeerd onder de verplichting uit te komen via valse verklaringen dat men om medische redenen niet langer vruchtbaar was en sterilisatie dus niet langer noodzakelijk was. Anderen trachtten via de onderduik aan de operatie te ontkomen.
26-05-1943Razzia in Amsterdam. Duizenden Joden worden naar Westerbork overgebracht.
07-06-1943Vertrek kindertransporten vanuit kamp Vught naar kamp Westerbork om daarvandaan op 8 juni naar Sobibor getransporteerd te worden, waar de kinderen direct na aankomst op 11 juni vergast werden.
20-06-1943Opnieuw een grote razzia in Amsterdam met duizenden opgepakte Joden die naar Westerbork worden gestuurd.
29-09-1943Laatste grote razzia in Amsterdam. Transport van de laatst overgebleven Joden uit Amsterdam naar Westerbork, waaronder de leden van de Joodsche Raad. Vanaf dit moment zijn er, met uitzondering van de groep gemengd-gehuwden, de groep Calmeijer en ondergedoken Joden geen Joden meer in Nederland.
19-11-1943De Hollandsche Schouwburg wordt gesloten nadat de laatste groep opgepakte Joden uit de onderduik is afgevoerd.
19-11-1943Eerste transport vanuit Westerbork naar Theresienstadt.
11-01-1944Eerste transport vanuit Westerbork naar het concentratiekamp Bergen-Belsen.
02-02-1944Alle Portugees-israëlitische joden die als ‘Portugezen’ op de beschermende ‘Lijst-Calmeyer’ stonden alsnog uit hun huis gehaald en naar Kamp Westerbork overgebracht. Op 25 februari 1944 wordt deze groep van 308 personen eerst naar Theresienstadt gedeporteerd en enkele maanden later naar Auschwitz.
01-03-1944Razzia in Amsterdam op gemengd gehuwden.
01-05-1944Invoering van de TD-kaart, de Tweede Distributiestamkaart, als aanvulling op de in 1939 in Nederland in gebruik genomen distributiekaart voor de aanschaf van voedingsmiddelen. De TD-kaart werd gekoppeld aan de controle van persoonsbewijzen. Doel was te verhinderen dat Joodse onderduikers en verzetsmensen aan voedsel konden komen en in hun pogingen daartoe makkelijker op te sporen zouden zijn.
16-05-1944Razzia’s naar zigeuners en asocialen.
02-06-1944Laatste transport vanuit kamp Vught naar Auschwitz.
13-09-1944Laatste transport vanuit Westerbork.


TRACES OF WAR
ANTI-JOODSE MAATREGELEN VANAF 1940

https://www.tracesofwar.nl/articles/1938/Anti-Joodse-maatregelen-in-Nederland-vanaf-1940.htm

Reacties uitgeschakeld voor Noot 5/Februaristaking/Herdenking toen/Verzet nu

Opgeslagen onder Divers