[Artikel Theo Para]/When Sandew Hira goes low

 

WHEN SANDEW HIRA GOES LOW/THEO PARA
VOORWOORD DOOR ASTRID ESSED
Dit artikel van de jarenlange criticus van de Bouterse militaire dictatuur
en ijveraar voor berechting van de verantwoordelijken voor de
Decembermoorden, Theo Para, is een excellente en kritische reactie op een eerder
artikel van Sandew Hira, pleitbezorger van de straffeloosheid van de verantwoordelijken
voor de 8 Decembermoorden [een van de 8 December slachtoffers is John
Baboeram, broer van Sandew Hira, pseudoniem voor
Dew Baboeram]
Het artikel van Sandew Hira:
”When they go low, we go high”
LINK
ZIE MEER OVER HIRA [BEKRITISEERD DOOR
ASTRID ESSED IN EEN AANTAL ARTIKELEN]
OVER THEO PARA

 

 

Astrid Essed
ARTIKEL THEO PARA:
LINK
TEKST ARTIKEL:
12 december 2017 – 14:12

When Sandew Hira goes low

In zijn laatste column beloofde Sandew Hira de uitspraak van Michelle Obama ‘When they go low, we go high’, toe te passen op zijn al dan niet vermeende tegenstanders. Het citeren van de Democaat Obama door de polemist was opmerkelijk. Zij deed die uitspraak immers in de context van haar kritiek op het etno-populisme en de lasterlijke stijl van de vrouwonvriendelijke Donald Trump, de presidentskandidaat van de Republikeinen. In die tijd sprak Hira in zijn Starnieuws-column zijn voorkeur uit voor Trump, die zou ‘de meest gematigde presidentskandidaat’ zijn. Maar opportunistisch citeren, met geen ander oogmerk dan geleend gezag, is onze columnist van Bakana Tori niet vreemd.

Gezicht I
Hira heeft twee gezichten. Hij heeft een pose van geveinsde tolerantie, de pose van kwetsbaar opstellen, dialoog, verzoening, en ja, liefde. Deze pose heeft geen ander doel dan de maatschappelijke support voor de nabestaandenbeweging voor gerechtigheid en het Decembermoordenproces, te ondergraven. Gerechtigheid wordt demagogisch tegenover nationale verzoening geplaatst.

Het meest opmerkelijke aan deze pacificerende pose is de selectieve gerichtheid. Van de president-hoofdverdachte vraagt hij in de geest van verzoening niets! Niet eens een excuus. Integendeel toont hij zich als ‘8 december nabestaande’ een megafoon van het narratief van de hoofdverdachte: Bouterse is onschuldig, zijn slachtoffers, inclusief Dew Baboeram’s (Hira) broer, wilde een coup plegen.

Hira noemt zichzelf onterecht een wetenschapper. Een wetenschapper erkent immers de grenzen van zijn of haar deskundigheid. Hira is geen historicus of jurist, geen strafrechtdeskundige. Eenieder mag een mening hebben, maar een wetenschapper betoont in het publieke discours respect voor deskundigheid en professionalisme. Hira gaat in zijn overmoed van de eerzucht zover, de rechters in het Decembermoordenproces weg te zetten als ‘poltici in toga’. Om vervolgens aan de hoofdverdachte het zelfdestructief advies te geven, het proces niet meer te erkennen en zijn advocaat uit het strafproces terug te trekken. Ziedaar de fantasiewereld van de hyperpartijdigheid. Gezicht I is Hira’s masker.

Gezicht II
Het andere gezicht van Sandew Hira, is die van de anti-mensenrechten demagoog, die smaad en laster niet schuwt. Hij is in die rol als virulente verdediger van de cultuur van de straffeloosheid, geradicaliseerd. Zo wil Hira ook straffeloosheid voor misdrijven tegen de menselijkheid en de massaslachting te Moiwana, terwijl de zelfamnestiewet van 2012 die misdrijven van amnestie had uitgesloten. Hira substitueerde ook de in de amnestiewet (2012) beloofde waarheids- en verzoeningscommissie, door een quasi-waarheidsvindingsproces met de alleszeggende naam: ‘De Getuigenis van president Bouterse.’ Dat deze mediashow, ‘in natura’ door de paarse staatsmedia en de president-hoofdverdachte, werd gefaciliteerd, maakte het nog duidelijker dat misleiding als waarheid werd opgediend.

Evenals bij Gezicht I, is Hira in de rol van Gezicht II, volledig selectief. Jegens Bouterse is Hira als ‘columnist’ fundamenteel kritiekloos. Hij propageert Bouterse als ‘antikoloniaal’ en ‘progressief’. Al Hira’s polemische energie richt hij tegen de critici van Bouterse, tegen het Decembermoordenproces, tegen vervolging van de schuldigen aan oorlogsmisdrijven in de Binnenlandse Oorlog, tegen de rechterlijke macht, tegen de strijd van slachtoffers en nabestaanden voor gerechtigheid en tegen hun mensenrecht op recht. Dat recht op recht dat is verankerd in het Amerikaanse Verdrag voor de Mensenrechten van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), waar Suriname partij bij is.

Concept ‘politiek geweld’ gesneuveld
Een van de belangrijke verworvenheden in het proces van nationale verzoening, was de feitelijke, algemene erkenning van 8 december als herdenkingsdag van de nabestaanden en hun solidaire vrienden. Die herdenkingsdag staat evenals, het in 2009 door president Venetiaan onthulde Nationaal Monument Bastion Veere 8 december 1982, in het licht van eerbetoon aan de vijftien helden en berechting van hun moordenaars.

De nabestaanden hadden de ruimte voor ongestoord samenkomen en het publiek uiten van hun doorleefde, authentieke narratief. Sandew Hira heeft aanmatigend deze verworvenheid van de nationale verzoening miskent en ondermijnd, door provocatieve acties op en rond deze dag te organiseren. Want provoceren is het om je als strijder tegen gerechtigheid en kwaadspreker over de slachtoffers (‘couppoging’), juist op deze dag met alternatieve acties en mediavertoon, te afficheren.

Toch toont Hira slechts onbegrip als deelnemers aan de nationale herdenkingsdienst hun verontwaardiging over dit toevoegen van moreel leed op zo een emotionele dag, doen blijken. Dat hij zijn toevlucht zoekt in een rancuneuze tirade van zelfvictimisatie, demonstreert empathisch tekort en vervreemding van de Surinaamse realiteit. Dat pater Toon vervolgens dé zondebok werd, hoeft niet te verbazen. Deze man, die zich decennialang heeft ingezet voor de menselijke waardigheid in Suriname, voor de binnenlandbewoners in het bijzonder, liet in zijn spreekbeurt geen spaan heel van Hira’s concept van ‘politiek geweld’.

Pater Toon liet met concrete voorbeelden zien hoe het verhullende begrip ‘politiek geweld’ de aard en ernst van de politiek gemotiveerde (oorlogs)misdrijven, bagatelliseert. Ik deel die conceptuele kritiek. ‘Politiek geweld’ is een verkeerde diagnose die leidt tot de foutieve therapie: straffeloosheid. Hira ontkent met zijn concept van ‘politiek geweld’ het criminele karakter van zulke ernstige politiek gemotiveerde misdrijven als ontvoering, folter en moord.

Hira, die in zijn pose van Gezicht I, graag zegt dat discussie en debat goed zijn, durfde inhoudelijk de discussie met pater Toon niet aan. Hij speelde het volledig op de man! En dan nog op zijn ‘witte’ huidskleur. When Hira goes low, schuwt hij onvervalst racisme niet. Ook de ‘witte’ directeur van het Surinaams Museum, Ladi van Putten, viel een racistische aanval ten deel, omdat hij niet onmiddellijk gehoor gaf aan een vergaderverzoek van Hira. De laatste verlangde van de museumdirecteur een op commando meeveren met zijn grillige houding jegens de tot Nationaal Monument Bastion Veere 8 december 1982, getransformeerde fusilladeplaats in het Fort Zeelandia.

De frustratie van Hira is begrijpelijk. Het lukte hem niet een wig te drijven tussen de 8 decembernabestaanden. Het lukte hem niet de nabestaanden van de Binnenlandse Oorlog op te hitsen tegen de 8 decembernabestaanden, ook niet met zijn artificiële, schismatische ‘Pad van Verzoening’. Het zal hem ook niet lukken, met raciale manipulatie van het antikoloniale sentiment, de morele gemeenschap af te brengen van eenheid in de strijd om verwezenlijking van de nationale belofte: ‘Recht en waarheid maken vrij!’. Hij heeft de morele gemeenschap op 8 december, 35 jaar na de decembermoorden, niet kunnen belemmeren to go high. Hij is er niet in geslaagd zijn papegaaien laster tegen de slachtoffers van de decembermoorden, als bonafide ‘andere mening’ te slijten. De nagedachtenis van de vijftien helden van de vrijheid is succesvol verdedigd

Reacties uitgeschakeld voor [Artikel Theo Para]/When Sandew Hira goes low

Filed under Divers

Comments are closed.