[Artikel Peter Storm]/Een scalp, een brief en een verachtelijk Trouw artikel

EEN SCALP, EEN BRIEF EN EEN VERACHTELIJK TROUW ARTIKEL

 

 

Door peter | 26 maart 2014 

woensdag 26 maart 2014

Je zou denken dat journalisten en redacties de afgelopen maanden geleerd hebben dat stereotype beeldvorming van bepaalde bevolkingsgroepen door mensen uit die bevolkingsgroepen veelal niet wordt gewaardeerd. Je zou denken dat zulke stereotype vermeden worden, omdat ze als racisme worden ervaren, terecht als racisme worden ervaren. Maar dat geldt blijkbaar niet voor de oorspronkelijke bewoners van Amerika. Over hen kun om je nog steeds de beest bizarre negatieve beelden tegen, en daar wordt an hooguit wat lacherig over gedaan. Dat dagblad Trouw daar vandaag de dag aan meedoet, is best triest en kan maar beter niet onweersproken blijven.

Racistische beeldvorming stuit terecht op weerstand. De Zwarte Piet-discussie laat dat goed zien. Mensen zien het zwart schminken van mensen, om er een soort karikaturale zwarte knecht van de witte bisschop te maken, gelukkig voor wat het is: racisme, een verwijzing naar slavernij, het stereotyperen van zwarte mensen als grappig, dommig en hoe dan ook minder dan witte mensen. De eis dat de Zwarte Piet-figuur weg moet vanwege het erin vervatte racisme, weerklonk de laatste maanden van 2013 ongekend breed, en in tegenstelling tot eerdere jaren is dat geluid de maanden na 5 december ook niet verstomd. Een goede zaak!

En ook de vraag van zanger Gordon aan een kandidaat van Chinese afkomst in een talentenshow welk nummer hij ging zingen, “nummer 39 met rijst?” incasseerde veel tegenwind. Mensen van Aziatische afkomst hadden er genoeg van d om steeds maar neergezet worden als belachelijke typetjes die allemaal bij Chinese restaurants zouden werken. Ook daar kwam een racistisch stereotype onder hoogst welkom spervuur. Racistische uitingen die nog maar een paar jaar eerder bij slechts weinigen op weerstand stuitten, raken nu onder grotere groepen in diskrediet. Alweer: een goede zaak.

Maar oorspronkelijke bewoners van Amerika kunnen kennelijk nog steeds belachelijk worden gemaakt door een journalist, zonder dat een redacteur zegt: mensen, dit kan zo niet. Ik doel op het artikel “De indianen willen hun scalp terug”, vandaag op de website van Trouw. Het gaat over het Karl May-museum, gewijd aan de schrijver van avonturenromans over het Wilde Westen, met de bekende verhaalfiguren Winnetou en Old Shatterhand. Dat museum had een eeuw geleden scalpen gekocht, zeventien in getal. “Het was een koopje. De prijs bedroeg dan 1000 dollar, twee flessen whiskey en een fles brandy”. Wat flessen sterke drank, 1100 dollar voor trofeeën bestaande uit menselijke hoofdhuiden met haar er op. Voor dit soort bedragen ‘kochten’ kolonisten enkele eeuwen nog het hele eiland Manhattan voordat de etnische zuivering daar begon, maar dit terzijde. Waar het om gaat is dat het hier geen souvenirs betrof, maar overblijfselen van mensen. We hebben het hier over iets vergelijkbaars met lijkenpikkerij, gevolgd door het verhandelen en uitstallen van het resultaat ervan.

Kort geleden werd het museum echter aangeschreven. “De brief is ondertekend door de hoofdman van de Ojibwa, een indianenstam. Hij eist de scalp terug die het museum onlangs heeft verworven”, aldus het artikel dat vervolgens alinea’s doorgaat over Karl May en het museum. Dat zijn dus “de Indianen” uit de kop van het artikel, die “hun scalp terug (willen)”: één Indiaanse bevolkingsgroep van de talloze die er zijn, en daarvan dan in het bijzonder de aanvoerder. Nergens uit het artikel blijkt maar enig begrip voor de klaarblijkelijke visie vanuit de Ojibwa-gemeenschap: een hoofdhuid van één van hen hoort niet in een Duits museum, maar in die gemeenschap zelf. Terug met die ‘scalp’ dus. “We zullen geen middel schuwen om de wereld van deze gruweldaad in kennis te stellen”, zo citeert Trouw de brief, en noemt dat“dreigend”. Maar wat is er zo onredelijk aan het verlangen vanuit de Ojibwa-gemeenschap?

Vanuit het museum klinkt al: scalp teruggeven? Daar beginnen we mooi niet aan. Trouw: “het ding, door sommigen oneerbiedig ‘die toupet’ genoemd, is toch rechtmatig verkregen?”Rechtmatig verkregen? Vindt het museum dat gewelddadig afgenomen lichaamsdelen zomaar handelswaar kunnen zijn? Zou het museum accepteren dat het stoffelijk overschot van Karl May verhandeld zou worden en tentoongesteld in een museum? En zou het museum klachten van nabestaanden die het stoffelijk overschot terug willen voor een fatsoenlijke begrafenis, dat afwimpelen met “we hebben dat lijk toch rechtmatig verkregen?” En zou Trouw dat allemaal droogjes opschrijven alsof het de normaalste zaak van de wereld was?

Trouw gaat verder: “Als we die terug moeten geven, kunnen we het hele museum wel leegruimen”, zegt een verontwaardigde museummedewerker”. Ja, en? Als het museum vol staat met soortgelijke indiaanse voorwerpen – voor het museum gewoon kijkvoer, maar voor gemeenschappen waaraan ze zijn onttrokken zijn wellicht van grote emotionele en symbolische waarde – dan is leegruimen ervan en teruggave van de voorwerpen een rechtvaardige zaak.

Trouw belicht de visie van het museum, en beschrijft bijna lyrisch hoe het museum steun zoekt voor haar visie. Van hoor en wederhoor, van een poging om de praten met Objibwa – al was het maar om zelf even proberen uit te vissen in hoeverre de bewering klopt dat de hoofdhuid daadwerkelijk uit die gemeenschap komt – is geen sprake. Wel meldt Trouw dat het museum een test gaat doen “om te zien of de bewuste scalp wel echt een trofee van de Ojibwa is”. Natuurlijk: die indianen roepen maar wat, die willen puur om het museum te pesten hun hoofdhuid terug… De Ojibwa zelf worden niet gehoord. De hele toon is: wat een belachelijke eis, natuurlijk heeft het museum gelijk dat het er niet op in gaat. Daarmee kiest Trouw de kant van de kolonisatoren van toen en van de racisten van nu.

Dat laatste wordt duidelijk in de woordkeus die het artikel hanteert. “De Ojibwa, een indianenstam”, schrijft het blad. Ik heb even wat uitzoekwerk gedaan op Wikipedia. De betere naam voor deze Indiaanse bevolkingsgroep blijkt Ojibweg te zijn. Degenen van deze bevolkingsgroep die in het huidige Canada wonen, worden veelal Ojibwa genoemd; degenen die in de VS wonen staan bekend als Chippewa. Is het “een indianenstam”? Dat woord roept een beeld op van honderd mensen of zo. Er zijn er echter minstens 100.000 in de VS, en zeker 70.000 in Canada, en de aantallen worden hoger als je niet officieel geregistreerde leden van deze gemeenschap meetelt.

Je hebt het dus over een “indianenstam” van een kleine 200.000 mensen. Als zo ‘n grote bevolkingsgroep geen donkere huidskleur zou hebben en in Europa zou wonen, dan noemden we ze geen stam maar een volk. Of noemen we de ruim 300.000 IJslanders soms een Europeanenstam? Je ziet dit meer: de Masai, een bevolkingsgroep die woont in Tanzania en Kenya, worden ook wel eens als een ‘stam’ aangeduid. Het betreft hier 900.000 mensen. Dat zijn er enkele honderdduizend meer dan het aantal mensen in de Balkanstaat Montenegro Maar niemand duidt de ruim 650.000 Montenegrijnen aan als ‘volksstam’.

Aan de omvang van een bevolkingsgroep ligt het niet. Afgezien van huidskleur en afkomst is er geen verschil tussen wat in het ene geval een volk wordt genoemd en in het andere een stam, of het moet politieke zelfstandigheid zijn. Maar geloven we echt dat de Ojibwa en de Masai opeens geen stam meer genoemd zouden worden als ze over een eigen staat zouden beschikken? Worden de Basken – net als de Masai en de Ojibwa wonend in twee landen, zonder een eigen staat – een ‘stam’ genoemd om die reden? Nee dus. Hoe achtergesteld hun positie ook mag zijn, ze zijn (gedefinieerd als) wit, dus zijn ze een volk en geen stam. Zo diep zit racisme in het taalgebruik verankerd.

Maar de racistische uitsmijter bewaart Trouw voor de slotalinea ‘s: “men overweegt het ministerie van buitenlandse zaken in te zetten ter bemiddeling”, zo lezen we. “Of desnoods squaw Merkel zelve”. Pardon?! ‘Squaw Merkel’? Wat is dat voor neerbuigend misbruik van een woord dat in bepaalde Indiaanse talen voor ‘vrouw’ wordt gebruikt? Wat is dit trouwens voor, kennelijk lollig bedoeld, seksisme? Ik vond het ongelooflijk om dit te lezen.

Maar hiermee hield het belachelijk maken van indiaanse tradities nog niet op. De slotzinnen: “Claudia Kaulfuss, de directeur van het museum, heeft goede hoop. Scalpen werden immers veroverd opdat de kracht van de overwonnene op de overwinnaar overgaat. Kaulfuss vindt dat ze in deze kwestie zo sterk staat als een Ojibwa.” Alsof een hoofdhuid veroveren in een gevecht hetzelfde is als een hoofdhuid kopen voor elfhonderd dollar plus wat flessen sterke drank.

En alsof dat beeld van scalperende indianen zelf niet een zeer dubieus racistisch stereotype is waar zowel de museumdirecteur als het dagblad Trouw op badinerende toon over spreekt. Veel van dat scalperen werd trouwens zeer door Europese kolonisten en autoriteiten aangemoedigd met premies voor het inleveren van scalpen. Geldzucht ging hand in hand met koloniale massamoord. Trouw neemt het met dit artikel feitelijk op voor degenen die deze genocidale context nog altijd weigeren onder ogen te zien of er amusementswaarde aan ontlenen. Het artikel in kwestie is verachtelijk.

Peter Storm

Reacties uitgeschakeld voor [Artikel Peter Storm]/Een scalp, een brief en een verachtelijk Trouw artikel

Filed under Divers

Comments are closed.