In den vreemde, dat was de grenzen over. In de zuidelijke provincies hier en daar in evacuaties mee, waaruit men een paar dagen later meestal weer met de anderen terugkeerde, net als die anderen de ramen opengooide, de klok opwond, de straat opging. En precies als voor die anderen leek er niets veranderd:
‘En jullie nu?’ zei de buurman. Hij kwam wat dichterbij.
‘Wat doen jullie?’
‘Wij?’ zei mijn vader, ‘wij doen niets. Waarom zouden we?’ En wanneer diezelfde vader met zijn dochter de soldaten van het bezettingsleger op straat ziet passeren:
‘Zie je wel’, zei mijn vader, toen we al bijna thuis waren, ‘ze doen ons niets’. En terwijl we voorbij het hekje van de buurman liepen, mompelde hij nog eens: ‘Ze doen ons niets’
DE EERSTE MAANDEN
ONDERGANG
DE VERVOLGING
DE VERDELGING VAN HET NEDERLANDSE JODENDOM
1940-1945
https://www.dbnl.org/tekst/
GEHELE BRON