Extreem-rechts nestelt zich steeds meer in het politiek bestel van de EU
9 oktober 2025
Verschenen op 6 oktober 2025 op German Foreign Policy (*)
Nederlandse vertaling door Ander Europa
Met dank voor de toelating tot publicatie
Met de duidelijke overwinning van weer eens een partij aangesloten bij de Europese partijengroep “Patriots for Europe” (PfE) bij de parlementsverkiezingen in Tsjechië heeft extreem-rechts zijn invloed in de Europese Unie verder versterkt. Bij die verkiezingen (3-4 oktober) werd de ANO-partij van miljardair Andrej Babiš de sterkste met 34,5 procent van de stemmen. Wordt hij premier, dan kan Babiš rekenen op de steun van twee andere extreemrechtse
Deelname aan regeringen
Zoals de SWP opmerkt, staan partijen uit het extreem-rechtse spectrum momenteel aan het hoofd van regeringen in vier EU-staten – Hongarije, Italië, België en Tsjechië.[1] In vier andere landen maakt extreem-rechts deel uit van een regeringscoalitie, namelijk in Finland, Slowakije, Kroatië en Bulgarije. In Zweden wordt de regering gedoogd door de “Zweedse Democraten”, die tot de ECR behoren. In Nederland is de Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders pas onlangs uit de regering gestapt. Dit betekent dat “een derde van alle regeringen in de lidstaten wordt geleid of gesteund door extreemrechtse partijen”, aldus het SWP-rapport.[2] Een verdere verschuiving naar rechts is te verwachten en te vrezen tegen het einde van 2027. In Frankrijk komen er ten laatste dan immers presidentsverkiezingen, en de Rassemblement National ligt duidelijk op kop. Bovendien mikt Vox in Spanje op regeringsdeelname in 2027; in Polen is een nieuwe overwinning voor Kaczyński’s extreemrechtse PiS (Prawo i Sprawiedliwość) niet onwaarschijnlijk bij de parlementsverkiezingen van 2027. De PiS levert al tien jaar de president, en zou ook het premierschap kunnen terugwinnen dat momenteel door de conservatief Tusk wordt uitgeoefend.
Een grote coalitie van rechts
In het Europees Parlement vindt een verdere verschuiving naar rechts plaats. Drie extreemrechtse groepen – ECR, PfE en ESN – hebben al ongeveer 26 procent van alle zetels. De SWP-analyse merkt op dat de ECR-partijengroep twee vice-voorzitters van het Europees Parlement levert en de voorzitters van drie commissies, waaronder die voor de belangrijke EU-begrotings- en landbouwcommissies.[3] De PfE-groep is nog steeds “institutioneel gemarginaliseerd door de meerderheid van het Parlement”, aldus de SWP-analisten: “Ze zijn niet vertegenwoordigd in het Bureau, noch bekleden ze een commissievoorzitterschap.” In juli kreeg PfE echter de post van rapporteur voor de onderhandelingen over de klimaatdoelstelling voor 2040. Bovendien werkt de EVP nu niet alleen samen met de ECR-fractie, maar ook met de PfE en zelfs de ESN-om een ultrarechtse meerderheid in het Europees Parlement te vormen. Dit gebeurde voor het eerst in september 2024, toen het Europees Parlement in een resolutie brutaalweg verklaarde dat de verliezer van de Venezolaanse presidentsverkiezingen (28 juli 2024) er de winnaar van was. Hiervoor was de EVP-fractie bereid om te vertrouwen op de extreem-rechtse stemmen van ECR, PfE- en ESN.[4] De “Venezuela-meerderheid” regeling is sindsdien bij verschillende gelegenheden teru opgedoken, bijvoorbeeld om de EU ontbossingsverordening af te zwakken in het belang van het Europese bedrijfsleven.
Gemeenschappelijke basis
Tot nu toe maken slechts twee vertegenwoordigers van extreem-rechtse partijen deel uit van de Europese Commissie: Olivér Várhelyi, die dicht bij de Hongaarse premier Viktor Orbán (Fidesz) staat en commissaris is voor Gezondheid en Dierenwelzijn, en Raffaele Fitto, die lid is van Fratelli d’Italia (FdI), geleid door de Italiaanse premier Giorgia Meloni. Fitto is benoemd tot vicevoorzitter van de Commissie, en is bevoegd voor Cohesie en Hervormingen. De reden voor dit gebrek aan vertegenwoordiging aan de top is dat de twee andere landen met extreem-rechtse regeringsleiders – namelijk België en Tsjechië – er tot nu toe van hebben afgezien om vertegenwoordigers van hun partijen naar de Commissie te sturen. Maar dat hoeft niet zo te blijven. “Over het geheel genomen,” schrijft de SWP, “is de integratie van delen van extreem-rechts in het politieke systeem van de EU al ver gevorderd en blijft groeien.”[5] De ECR-gelieerde partijen in het bijzonder “worden nu behandeld als normale politieke actoren op veel gebieden.” Deze normalisering is toe te schrijven aan het feit dat de EVP in toenemende mate “raakvlakken vindt met de ECR, vooral op het gebied van industrie- en klimaatbeleid”. Zoals de SWP opmerkt: “Alternatieve meerderheden zonder centrumlinkse partijen zijn in het Europees Parlement alleen mogelijk als de ECR het eens is met de PfE. Maar een versoepeling van het cordon sanitaire tegen extreemrechts wordt moeilijk vol te houden gezien “de vage scheidslijn tussen de ECR en de meer radicale of extreme krachten”.
Afspraken
De gestage integratie van extreemrechts op nationaal niveau kan worden waargenomen in Frankrijk en elders. Vorig jaar, na de vervroegde parlementsverkiezingen, werden RN-parlementsleden uitgesloten als vice-voorzitter in de Nationale Assemblee. Maar dit werd vorige week teruggedraaid op basis van afspraken tussen het ‘centrumblok’, waar president Emmanuel Macron op steunt, en de RN. Met Sébastien Chenu en Hélène Laporte heeft de RN nu weer twee van de zes vicevoorzittersposten in het parlement in handen.[6] Kort daarna besloot de RN geen eigen kandidaten op te stellen bij de verkiezing van de voorzitters van de acht vaste commissies van het parlement en te stemmen op kandidaten van het ‘centrumblok’. Door deze regeling kon het blok links buiten de deur houden en alle voorzitters overnemen, behalve die van de commissie financiën, die is voorbehouden aan de oppositie.[7] Het valt nog te bezien of er nog meer overeenkomsten zullen volgen tussen het conservatieve centrum en de extreemrechtse RN. Ondertussen beweert een onlangs gepubliceerd boek, waarin bronnen dicht bij Macron worden geciteerd, dat toen hij vorig jaar het parlement ontbond, hij eigenlijk hoopte op een overwinning van de RN. Macron was van plan een premier van de RN te benoemen en legitimeerde deze stap door te beweren dat hij het leiderschap van de RN wilde ontmaskeren.[8]
Opmars
De laatste verschuiving naar rechts kwam met de parlementsverkiezingen in Tsjechië eind vorige week. De verkiezingen werden gewonnen door de ANO, een partij opgericht door miljardair Andrej Babiš, die 34,5% van de stemmen kreeg. Op EU-niveau sluit de ANO zich aan bij de extreemrechtse PfE-
Recordcijfers in opiniepeilingen
Ondertussen bereikt de AfD in Duitsland recordcijfers in opiniepeilingen. In een Forsa-enquête die vorige week dinsdag werd gepubliceerd, bereikte de extreemrechtse partij voor het eerst 27 procent, waarmee ze drie procentpunten voor ligt op de conservatieve Unie (CDU/CSU).[11] Een INSA-peiling ‘Sunday Trends’ (28 september) zette de AfD op 26 procent, opnieuw voor op de partijen van de Unie (met 24 procent). De stijgende populariteit van de AfD gaat samen met een verzwakkende steun voor de regeringscoalitie van CDU/CSU en SPD, die haar slechtste peilingresultaat sinds de federale verkiezingen behaalde, met een gecombineerd totaal van ongeveer 38 procent.[12] Eén expert, de socioloog Matthias Quent, gelooft dat als de AfD “haar volledige sympathisantenbasis mobiliseert”, zij “landelijk meer dan 30 procent zou kunnen bereiken” in een verkiezing.[13]
Noten
(*) German-Foreign-Policy.com is het werk van een team onafhankelijke journalisten en sociale wetenschappers die “permanent de hernieuwde pogingen van Duitsland opvolgen om terug een hoge machtsstatus te verwerven op economisch, militair en politiek vlak.” De meeste artikels zijn zowel in het Duits als het Engels beschikbaar.
[1] De partij van de Hongaarse premier Viktor Orbán (Fidesz) is lid van de PfE-fractie in het Europees Parlement. De partijen van de Italiaanse premier Giorgia Meloni (Fratelli d’Italia, FdI), van de Belgische premier Bart De Wever (Nieuw-Vlaamse Alliantie, N-VA) en van de Tsjechische premier Petr Fiala (Občanská demokratická strana, ODS) behoren tot de ECR-fractie.
[2], [3] Max Becker, Johanna Flach, Nicolai von Ondarza: Die schleichende Integration von Rechtsaußenparteien in Europa. SWP-Aktuell 2025/A 42. Berlin, 19.09.2025.
[4] Zie German Foreign Policy, Die Brandmauer bricht.
[5] Max Becker, Johanna Flach, Nicolai von Ondarza: Die schleichende Integration von Rechtsaußenparteien in Europa. SWP-Aktuell 2025/A 42. Berlin, 19.09.2025.
[6] Robin Richardot: A l’Assemblée nationale, l’élection des vice-présidents acte le retour du RN au bureau et les dissensions du NFP. lemonde.fr 02.10.2025.
[7] Robin Richardot: Aidé par le RN, le “socle commun” reprend la main sur les postes-clés de l’Assemblée nationale. lemonde.fr 03.10.
[8] Guillaume Duval: Emmanuel Macron : plutôt le RN que le front républicain? nouvelobs.com 30.
[9] Alexander Haneke: Warnungen aus der Prager Burg. Frankfurter Allgemeine Zeitung 02.10.2025.
[10] Zie German Foreign Policy Rumäniens ‘Bekenntnis zu Europa’.
[11] AfD liegt laut Umfrage nun drei Punkte vor der Union. handelsblatt.com 30.09.
[12] Schwarz-Rote Regierung so unbeliebt wie nie. bild.de 04.10.2025.
[13] Dietmar Neuerer: “Die Reformen werden keinen Unterschied für die Ergebnisse machen”. handelsblatt.com 05.
Uiterst rechts in Europa: verdeeld maar springlevend
De PVV is niet de enige uiterst rechtse partij die op een verkiezingsoverwinning lijkt af te stevenen. In heel Europa winnen partijen met vergelijkbare ideologieën terrein. Opiniepeilingen geven aan dat ze bij de aanstaande Europese verkiezingen in juni 2024 mogelijk een kwart van de zetels kunnen behalen. Maar hoewel Geert Wilders zoete broodjes bakt met Marine Le Pen kunnen we uiterst rechts in Europa niet over dezelfde kam scheren. Zo zorgt de Russische inval in Oekraïne voor onenigheid binnen de uiterst rechtse familie.
Heel Europa lijkt de afgelopen decennia getuige te zijn geweest van een verrechtsing. In veel landen boekten uiterst rechtse partijen verkiezingsoverwinningen. Met de Europese Parlementsverkiezingen in het vooruitzicht lijkt deze trend zich voort te zetten. Ook in Zweden, Portugal en Spanje, landen die lang ‘immuun’ leken voor deze stroming.
Overal in Europa duiken partijen en bewegingen op die zich fel verzetten tegen immigratie, de bestuurlijke ‘elite’ en de Europese Unie. Maar naast de vele gelijkenissen zijn er tussen de 27 lidstaten ook belangrijke verschillen.
Radicaal- enextreemrechts
Over het algemeen hanteren politicologen ‘uiterst rechts’ – in het Engels: the far right – voor partijen, bewegingen en individuen die aan de rechterflank van het politieke spectrum opereren. Die term verwijst naar ideeën die sociale ongelijkheid als ‘natuurlijk’ of zelfs wenselijk beschouwen en niet liberaal-democratisch zijn.
Als overkoepelende term omvat ‘uiterst rechts’ zowel radicaal- als extreemrechtse
Extreemrechtse groeperingen zijn per definitie antidemocratisch: ze verwerpen de beginselen van de parlementaire democratie. Al dan niet met geweld.
Meer dan politieke partijen
Hoewel er in theorie een duidelijk onderscheid bestaat tussen radicaal- en extreemrechts is dit verschil in de praktijk aan het vervagen. Zo zijn er partijen als Alternative für Deutschland (AfD) die aanvankelijk opkwamen als eurosceptische bewegingen, maar naar extreemrechts opschoven naarmate ze meer politieke invloed kregen.
Daarnaast zijn er partijen die een ander gezicht tonen in hun verkiezingsprogramma’s en naar het brede publiek dan voor hun eigen achterban, zoals Forum voor Democratie (FvD) in Nederland.
De semantische tweedeling tussen radicaal- en extreemrechts suggereert dat er significante verschillen bestaan tussen deze twee stromingen en impliceert zo ook dat enkel extreemrechts een bedreiging kan vormen voor de democratie. Dit kan onbedoeld bijdragen aan de mainstreaming van uiterst rechts.
Politicologen als Andrea Pirro pleiten daarom voor het systematische gebruik van de koepelterm ‘uiterst rechts’, want ook geïnstitutionaliseerde radicaal-rechtse partijen leunen op een brede ‘productiestructuur’ die grotendeels verborgen blijft – de zogenaamde backstage. Dit doen ze door bijvoorbeeld actieve banden te onderhouden met sociale bewegingen en netwerken die een rechtstreekse bedreiging vormen voor de democratische rechtsorde.
Door de koepelterm ‘uiterst rechts’ te hanteren, trainen we onze blik om voorbij de ‘institutionele frontstage’ te kijken en te zoeken naar voortekenen van democratische erosie. Door ons blind te staren op het partijwezen riskeert bovendien een blinde vlek te ontstaan waarbij we het bredere fenomeen – inclusief de sociale bewegingen en netwerken die erachter schuilgaan – uit het oog verliezen.
In verschillende EU-lidstaten zien we inderdaad directe verbanden tussen partijen en sociale bewegingen. Een goed voorbeeld hiervan is België, waar de uiterst rechtse Vlaamse jongerenbeweging Schild & Vrienden wordt geleid door Dries Van Langenhove, een voormalig Kamerlid in de fractie van Vlaams Belang.
Het uiterst rechtse landschap in de EU
Met de hulp van 31 vrouwelijke deskundigen hebben we een beeld geschetst van de huidige staat van radicaal- en extreemrechtse partijen en bewegingen in alle 27 lidstaten van de Europese Unie. We hebben de experts verzocht om niet alleen de belangrijkste politieke partijen op de rechterflank te identificeren, maar ook sociale bewegingen en andere extraparlementaire actoren in kaart te brengen.
De inzichten van de experts laten een zeer heterogeen uiterst rechts landschap zien. Ook eerdere analyses van Cas Mudde bevestigen dit.
In eerste instantie valt op dat, hoewel uiterst rechtse partijen en bewegingen in vrijwel alle EU-lidstaten actief zijn, de mate van hun invloed sterk verschilt. In twee EU-lidstaten, namelijk Italië en Hongarije, levert uiterst rechts de premiers. In Finland, Slowakije en Zweden zijn uiterst rechtse partijen betrokken bij de regering, al zij het soms in constructies van ‘gedoogsteun’.
In Nederland kwam de radicaal-rechtse Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders bij de Tweede Kamerverkiezingen in november 2023 als grootste uit de stembus. In Kroatië, Luxemburg en op Cyprus zijn uiterst rechtse partijen daarentegen electoraal gezien een marginaal fenomeen, terwijl in Litouwen, Ierland en Malta soortgelijke bewegingen niet in het nationale of Europese parlement vertegenwoordigd zijn.
Wat betreft de thema’s vinden uiterste rechtse partijen en bewegingen elkaar in hun verzet tegen migratie en de Europese Unie. Antimigratiestandpunten blijven de belangrijkste gemeenschappelijke noemer.
Op dit vlak is tevens een duidelijke radicalisering van mainstreampartijen zichtbaar. Zo voerde Denemarken een snoeihard anti-immigratiebeleid in, dat onder andere gesteund werd door de sociaaldemocraten.
In veel landen proberen centrumrechtse partijen de opmars van uiterst rechts te stuiten door hun standpunten te steunen of zelfs over te nemen. De radicalisering van mainstreampartijen maakt de grenzen tussen centrumrechts en radicaal-rechts poreus.
In veel West-Europese landen richten uiterst rechtse partijen hun pijlen voornamelijk op de islam, terwijl in Centraal- en Oost-Europa – met name in Bulgarije, Hongarije, Slowakije en Tsjechië – anti-Romasentimenten een belangrijke rol spelen.
Naast antimigratiestandpunten omarmen uiterst rechtse partijen en bewegingen in vrijwel alle EU-lidstaten steeds nadrukkelijker anti-genderstandpunten, een tendens die ook wordt bevestigd wordt door wetenschappelijk onderzoek. Van Zweden tot Griekenland en van Ierland tot Bulgarije verzet uiterst rechts zich in toenemende mate tegen gendergelijkheid, vrouwenrechten en de rechten van transgenders en homoseksuelen.
Daarnaast omarmt uiterst rechts traditionele idealen van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Een belangrijke kanttekeningen hierbij is dat de anti-genderstandpunten van uiterst rechts juist de oppositie in de hand kunnen werken, zoals bleek in Polen. Het anti-abortusbeleid van het Poolse Prawo i Sprawiedliwość (Pis, Recht en Rechtvaardigheid) was een belangrijke factor bij het mobiliseren van jonge kiezers om de regering omver te werpen.
Niet op dezelfde lijn
De coronapandemie bleek in veel Europese landen een katalysator te zijn voor uiterst rechts. De crisis diende als voedingsbodem voor de verspreiding van complottheorieën, waarbij veel uiterst rechtse partijen en politici erin slaagden om antivaxers effectief te mobiliseren.
Tegelijkertijd moet worden opgemerkt dat er ook aanzienlijke verschillen waren tussen lidstaten. Onderzoek laat zien dat in landen waar uiterst recht aan de macht was tijdens de pandemie, zoals in Polen en Hongarije, deze partijen gebruik probeerden te maken van de coronamaatregelen om hun macht te vergroten.
In de meeste landen wezen uiterst rechtse partijen echter de restrictieve maatregelen van de overheid af en verzetten zich luidkeels tegen vaccinatiecampagnes.
Naast de felle reactie op de pandemie vertonen uiterst rechtse partijen en bewegingen ook een tendens tot klimaatscepsis. In sommige West-Europese landen overheerst ontkenning van klimaatverandering. Dit gaat soms hand in hand met pleidooien voor lokaal natuurbehoud.
De Deense Volkspartij beschouwt de inheemse flora en fauna bijvoorbeeld als waardevol cultureel erfgoed dat beschermd en onderhouden dient te worden. Ook de Duitse AfD profileert zichzelf als partij die belang hecht aan dierenrechten en een zuiver milieu, maar bekritiseert tegelijkertijd de ‘klimaathysterie’ van de linkse elite.
Op het gebied van klimaat zijn er echter ook opvallende verschillen. In Centraal- en Oost-Europa staat dit thema minder hoog op de agenda. In Hongarije volgen uiterst rechtse bewegingen doorgaans de wetenschappelijke consensus, en in Bulgarije is klimaatverandering überhaupt geen thema.
Moeizame onderlinge samenwerking
Daarnaast zijn er – ondanks hun ideologische overeenkomsten – ook andere opvallende verschillen tussen uiterst rechtse partijen in Europa, die de internationale samenwerking bemoeilijken. Een van de belangrijkste ideologische kenmerken van uiterst rechtse is nativisme, een xenofobe vorm van nationalisme, die stelt dat uitsluitend inheemse ‘eigen’ bewoners tot de natiestaat behoren en dat niet-inheemse personen (migranten) en ideeën een bedreiging vormen voor de homogene natiestaat.
Het is niet heel verbazingwekkend dat partijen en bewegingen die vooral voor de inheemse bevolking opkomen moeilijkheden hebben om internationale samenwerkingsverbanden aan te gaan. Ondanks talrijke initiatieven zijn uiterst rechtse partijen er tot op heden niet in geslaagd om een stabiele en coherente parlementaire groep in het Europees Parlement te vormen.
In de aanloop naar de Europese verkiezingen van 2014 verwierp Nigel Farage, de toenmalige leider van de United Kingdom Independence Party (UKIP), een aanbod van Marine Le Pen van het Franse Front National – inmiddels Rassemblement National of RN – om een gemeenschappelijke fractie te vormen in het Europees Parlement, omdat haar partij beschuldigd werd van antisemitisme.
De terughoudendheid om met andere radicaal- en extreemrechtse partijen samen te werken verminderde wel in de afgelopen jaren. Dit heeft wellicht te maken met het electorale succes van deze partijen, wat ertoe heeft bijgedragen dat zij hun ‘extremisme-stigma’ zijn kwijtgeraakt.
Momenteel zijn uiterst rechtse partijen verdeeld over twee groepen in het Europees Parlement, die gezamenlijk 127 zetels bezetten. Enerzijds is er Identiteit & Democratie (ID), met onder andere de Italiaanse Lega van Matteo Salvini, het Franse RN, het Duitse AfD en PVV van Wilders (die overigens momenteel geen zetels heeft in het Europees Parlement). En anderzijds de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR), met onder meer de Italiaanse Fratelli d’Italia van Giorgia Meloni, de Poolse PiS en het Spaanse Vox.
Rusland als twistappel
Het wellicht belangrijkste potentiële knelpunt op dit moment lijkt de houding van uiterst rechts tegenover Rusland. Dit bleek onder andere in april 2023, toen de Europarlementsleden van de Finnenpartij de overstap maakten van ID naar ECR, omdat die laatste nadrukkelijker pro-NAVO en anti-Poetin is. Voor de Russische inval in Oekraïne waren uiterste rechtse formaties in Finland nog tamelijk pro-Russisch gestemd, maar de oorlog bracht daar verandering in.
De verdeeldheid van uiterst rechts ten opzichte van Rusland is niet alleen zichtbaar in het Europees Parlement. Ook in sommige lidstaten heerst binnen de uiterst rechtse partij familie verdeeldheid. In Bulgarije is de oudste belangrijke uiterst rechtse partij Ataka (Aanval) van oudsher pro-Russisch, terwijl VMRO (de Bulgaarse Nationale Beweging) pro-Amerikaans is.
In Nederland beschouwt PVV Rusland duidelijk als de agressor, maar is terughoudend in het verlenen van materiële steun aan Kyiv. FvD daarentegen stelt het NAVO-lidmaatschap ter discussie, pleit voor normalisering van de verhoudingen met Rusland en wil de sancties opheffen.
Origineel boven kopie
In vrijwel alle EU-lidstaten zijn uiterst rechtse standpunten in de afgelopen jaren genormaliseerd. Hierbij spelen zowel media als gevestigde politieke partijen een sleutelrol. Want zij bepalen welke thema’s in de politieke arena en in het bredere publieke debat aan bod komen.
Voor centrumrechtse partijen blijkt het bijzonder verleidelijk te zijn om op zoek te gaan naar ‘de bezorgde burger’ en uiterst rechtse standpunten over te nemen. Uit onderzoek blijkt echter telkens weer dat wanneer mainstreampartijen uiterst rechtse standpunten kopiëren, dit over het algemeen uiterst rechts in de kaart speelt.
Desondanks lijkt dit ook de strategie te zijn van de centrumrechtse Europese Volkspartij. De Europese Volkspartij, waar voornamelijk christendemocratische en conservatieve partijen in zetelen, is momenteel de grootste groepering in het Europees Parlement.
Tijdens het congres dat in maart van dit jaar plaatsvond, presenteerde de partij van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen haar plannen om asielzoekers voortaan naar “veilige derde landen” te sturen – een voorstel dat doet denken aan de omstreden Rwanda-deal van het Verenigd Koninkrijk. Het is maar de vraag of de Europese Volkspartij met deze imitatiestrategie de wind uit de zeilen van uiterst rechts kan halen.
Tussen 6 en 9 juni kunnen miljoenen Europeanen hun stem uitbrengen. En er staat veel op het spel dit jaar. Het mogelijke succes van uiterst rechts zal een coherente respons op uitdagingen zoals klimaatverandering en de oorlogen in Oekraïne en Gaza bemoeilijken. En het vormt een zorgelijk vooruitzicht voor minderheden en vrouwenrechten. Bovendien kan het de liberaal democratische principes waarop de Europese Unie is gebouwd ondermijnen.
De Europese verkiezingen mogen dan al vaak beschouwd worden als second order of ‘tweederangs’, wat onder meer resulteert in een lage opkomst. Maar vergis je niet: de inzet is hoog.