Noot 15/Waarschuwing
Reacties uitgeschakeld voor Noot 15/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 14/Waarschuwing
Hoewel de relatieve oververtegenwoordiging groot is, blijft de groep verdachten in absolute getallen een klein deel van de totale populatie. Van alle asielzoekers in de opvang werd in de onderzochte jaren ongeveer 3% verdacht van een misdrijf. [1, 2]
- Leeftijd en geslacht: De groep asielzoekers bestaat disproportioneel uit jonge mannen tussen de 15 en 30 jaar. Dit is wereldwijd de demografische groep die veruit het vaakst betrokken is bij criminaliteit. [1, 2, 3]
- Herkomstlanden: Specifieke nationaliteiten en groepen uit landen met aanhoudende conflicten of instabiliteit kennen structureel hogere verdachtepercentages dan andere groepen. [1, 2]
- Leefsituatie en perspectief: Factoren zoals langdurig verblijf in onzekere opvanglocaties, armoede, een gebrek aan dagbesteding en uitzicht op een verblijfsvergunning spelen een rol bij het ontstaan van overlast en criminaliteit. [1, 2]
‘Factoren bij asielzoekende personen
Voor mensen zonder
Maar er is een kleine groep die wel betrokken is bij overlast of criminaliteit. Voor dit deel blijkt vooral die kans om uiteindelijk asiel te krijgen belangrijk. Asielzoekers met een kleine kans op een verblijfsvergunning, bijvoorbeeld omdat zij uit landen komen die als worden gezien, zien we ook relatief vaker terug als verdachten. Door hun onzekere positie hebben zij minder kansen, maar ook minder te verliezen [4]. Dit betekent overigens niet dat iemand uit een ‘veiliger’ land ook direct criminaliteit pleegt. En ook kenmerken als verslaving of trauma kunnen hier een rol spelen [5].
Wat zeggen de criminaliteitscijfers?
In criminaliteitscijfers wordt bijgehouden hoeveel mensen van een misdrijf verdacht worden, veroordeeld worden als dader en hoeveel mensen slachtoffer zijn van criminaliteit. Van deze groepen mensen worden ook
Zo is het percentage verdachten het hoogst bij waarvan beide ouders in het buitenland geboren zijn. Van deze groep werd 2,8% in 2023 verdacht van een misdrijf. Ter vergelijking: van de groep mensen waarvan beide ouders in Nederland zijn geboren is datzelfde jaar 0,6% verdacht [1]. Mensen van Nederlands-Caribische, Somalische en Marokkaanse herkomst zijn het vaakst verdachten volgens deze cijfers [2].
Op basis daarvan zou je kunnen zeggen dat mensen met een migratieachtergrond vaker crimineel zijn of zelfs voor onveiligheid zorgen. Maar zulke criminaliteitscijfers zeggen op zichzelf nog niet zoveel. Ze laten namelijk alleen zien wat er bij de politie bekend is en bijvoorbeeld niks over zaken waar geen aangifte is gedaan. Ook betekent verdacht zijn niet meteen dat dit terecht is en je ook echt dader bent. Om de totale criminaliteit in Nederland in kaart te brengen worden daarom ook andere onderzoeksmethodes gebruikt, zoals enquêtes onder (mogelijke) daders en slachtoffers. In deze onderzoeken zie je veel kleinere verschillen tussen daders op basis van hun migratieachtergrond [3].
Er is geen verschil te zien in welke soort criminaliteit het meest wordt gepleegd op basis van iemands afkomst of migratieachtergrond. Bij alle groepen komt vermogenscriminaliteit het meest voor. Dit is bijvoorbeeld diefstal, een inbraak of fraude.
Op basis van deze onderzoeken kan je dus geen harde uitspraken doen over de werkelijke link tussen iemands migratieachtergrond en criminaliteit. Daarvoor moeten we naar meer kenmerken kijken.
Wat zijn de verklaringen van de cijfers?
Er zijn namelijk andere factoren die de kans om criminaliteit te plegen kunnen beïnvloeden. Ook speelt de manier van opsporing en van verschillende daders een rol.
Sociaaleconomische factoren
De waarin iemand leeft hebben invloed op de kans om criminaliteit te plegen. Zoals je werk, opleiding, inkomen of woonsituatie. Als je een slechtere sociaaleconomische positie hebt, vergroot dit het risico dat je de wet overtreedt. Dit gaat bijvoorbeeld om werkloosheid, een laag inkomen of opleidingsniveau, wonen in zogenaamde of geen woonplek hebben. Gemiddeld leven mensen met een migratieachtergrond in Nederland vaker in zo’n slechtere positie.
Als je groepen met elkaar vergelijkt die in dezelfde sociaaleconomische omstandigheden leven, verkleinen de verschillen tussen mensen met en zonder migratieachtergrond. Dit betekent dat mensen met én zonder migratieachtergrond met zo’n slechtere sociaaleconomische positie ongeveer evenveel criminaliteit plegen. Iemands afkomst zorgt dus niet voor een grotere kans op crimineel gedrag, maar de situatie waarin ze leven wel.
Factoren bij asielzoekende personen
Voor mensen zonder
Maar er is een kleine groep die wel betrokken is bij overlast of criminaliteit. Voor dit deel blijkt vooral die kans om uiteindelijk asiel te krijgen belangrijk. Asielzoekers met een kleine kans op een verblijfsvergunning, bijvoorbeeld omdat zij uit landen komen die als worden gezien, zien we ook relatief vaker terug als verdachten. Door hun onzekere positie hebben zij minder kansen, maar ook minder te verliezen [4]. Dit betekent overigens niet dat iemand uit een ‘veiliger’ land ook direct criminaliteit pleegt. En ook kenmerken als verslaving of trauma kunnen hier een rol spelen [5].
Andere kenmerken
Daarnaast hebben ook leeftijd en geslacht invloed op de kans om criminaliteit te plegen. De meeste criminaliteit wordt namelijk gepleegd door mannen onder de 30 jaar. De groep mensen met een migratieachtergrond bestaat ook uit relatief veel jonge mannen. Dit zorgt er automatisch voor dat deze groep een grotere kans heeft om in aanraking te komen met politie en justitie, bijvoorbeeld door vaker gecontroleerd te worden. Maar ook hier verkleinen verschillen in de criminaliteitscijfers als je rekening houdt met leeftijd en geslacht als kenmerken [6]. Iemands afkomst of migratieachtergrond is dus zelf geen verklaring voor iemands gedrag. Je kan daarom niet alle groepen en cijfers een op een met elkaar vergelijken:
Selectie op basis van afkomst
Los van het zijn van een jonge man in een stedelijke omgeving, zorgt ook de migratieachtergrond zelf bij sommige groepen voor een grotere kans om gecontroleerd of aangehouden te worden door politie. Dit noem je etnisch profileren of etnische selectie. Dit komt bijvoorbeeld door (onbewuste) vooroordelen over bepaalde groepen.
Wie vaker gecontroleerd wordt, heeft ook een grotere kans om geregistreerd te worden als verdachte. Dit vertekent de cijfers, zonder dat er daadwerkelijk meer criminaliteit wordt gepleegd door deze groep. De kans dat bijvoorbeeld een Antilliaanse jongere verdacht wordt is hierdoor 7 keer zo groot vergeleken met een jongere zonder migratieachtergrond [7]. In de video delen mannen hun ervaringen met herhaalde politiecontroles zonder duidelijke reden.
Zulke selectie op basis van iemands afkomst speelt niet alleen bij de politie. Ook later in het blijkt dat mensen met een migratieachtergrond vaker vervolgd worden en vaker een (hogere) straf opgelegd krijgen [8]. Dit komt ook deels door de eerdergenoemde sociaaleconomische kenmerken. Onderzoeken laten namelijk zien dat bijvoorbeeld de hoogte van je opleiding invloed heeft op de hoogte van je straf. Je krijgt sneller een hogere straf als je geen vervolgopleiding of baan hebt, vergeleken met een universitaire opleiding. Hierbij is het argument dat je in dat geval minder te verliezen zou hebben [9].
Rol van de media
De gevallen waar iemand met een migratieachtergrond (terecht of onterecht) met politie of justitie in aanraking komt, krijgen vervolgens veel aandacht in de media en politieke debatten. Hierdoor wordt het idee bevestigd dat mensen met een migratieachtergrond meer criminaliteit zouden plegen, maar daarnaast kan ook het zelfbeeld van groepen met een migratieachtergrond verslechteren [10].
De hoeveelheid criminaliteit in Nederland is al jaren aan het dalen. Tussen 2012 en 2023 zijn er volgens het CBS 35% minder misdaden geregistreerd. Ook de hoeveelheid verdachten en daders met een migratieachtergrond is hierin mee gedaald, terwijl de hoeveelheid migranten in Nederland in die tijd juist is toegenomen. Hieruit blijkt dus niet dat meer migratie automatisch leidt tot meer criminaliteit of onveiligheid.
Het aantal politiemeldingen van incidenten rondom asielzoekende personen die wonen op een COA-locatie of noodopvang is wel iets toegenomen. Maar de stijging van het aantal meldingen is in verhouding minder groot dan de stijging van het aantal asielzoekers in Nederland [11].
Wat zijn mogelijke oplossingen?
Verschillende factoren zorgen er dus voor dat je met een migratieachtergrond een grotere kans hebt om met politie en justitie in aanraking te komen. Maar iemands migratieachtergrond is op zichzelf geen voorspeller of verklaring voor iemands criminele gedrag. Dit is vooral afhankelijk van andere sociale factoren.
Onderzoek laat dan ook zien dat criminaliteit effectiever vermindert door te investeren in onderwijs, werk, woonomstandigheden en gelijke kansen dan door te focussen op afkomst. Zo tonen experimenten in Italië en de Verenigde Staten aan dat criminaliteit en illegale activiteiten afnemen als mensen toegang krijgen tot werk en een vaste verblijfplaats. Verschillen op basis van migratieachtergrond verdwijnen dan [12].
Ons huidige systeem vergroot daarentegen ongelijkheid en verschillen, bijvoorbeeld door mensen die ‘minder te verliezen hebben’ eerder een hogere straf te geven. Hierdoor versterken stereotypes en krijgt niet iedereen gelijke kansen, wat uiteindelijk niet bijdraagt aan een veiligere samenleving.
De hoeveelheid criminaliteit in Nederland is al jaren aan het dalen. Tussen 2012 en 2023 zijn er volgens het CBS 35% minder misdaden geregistreerd. Ook de hoeveelheid verdachten en daders met een migratieachtergrond is hierin mee gedaald, terwijl de hoeveelheid migranten in Nederland in die tijd juist is toegenomen. Hieruit blijkt dus niet dat meer migratie automatisch leidt tot meer criminaliteit of onveiligheid.
Het aantal politiemeldingen van incidenten rondom asielzoekende personen die wonen op een COA-locatie of noodopvang is wel iets toegenomen. Maar de stijging van het aantal meldingen is in verhouding minder groot dan de stijging van het aantal asielzoekers in Nederland [11].
Wat zijn mogelijke oplossingen?
Verschillende factoren zorgen er dus voor dat je met een migratieachtergrond een grotere kans hebt om met politie en justitie in aanraking te komen. Maar iemands migratieachtergrond is op zichzelf geen voorspeller of verklaring voor iemands criminele gedrag. Dit is vooral afhankelijk van andere sociale factoren.
Onderzoek laat dan ook zien dat criminaliteit effectiever vermindert door te investeren in onderwijs, werk, woonomstandigheden en gelijke kansen dan door te focussen op afkomst. Zo tonen experimenten in Italië en de Verenigde Staten aan dat criminaliteit en illegale activiteiten afnemen als mensen toegang krijgen tot werk en een vaste verblijfplaats. Verschillen op basis van migratieachtergrond verdwijnen dan [12].
Ons huidige systeem vergroot daarentegen ongelijkheid en verschillen, bijvoorbeeld door mensen die ‘minder te verliezen hebben’ eerder een hogere straf te geven. Hierdoor versterken stereotypes en krijgt niet iedereen gelijke kansen, wat uiteindelijk niet bijdraagt aan een veiligere samenleving.
- In criminaliteitscijfers komen mensen met een migratieachtergrond vaker terug. Ze worden vaker verdacht, veroordeeld en zijn vaker slachtoffer van criminaliteit. Toch kan je op basis hiervan niet direct concluderen dat er een link is tussen migratie en criminaliteit. Het zegt namelijk niks over de totale criminaliteit en laat andere belangrijke kenmerken weg.
- Zo zijn er verschillende factoren die de kans om criminaliteit te plegen kunnen beïnvloeden. De sociaaleconomische omstandigheden waarin je leeft en je leeftijd en geslacht hebben hier bijvoorbeeld invloed op. Als je rekening houdt met deze kenmerken verdwijnen de verschillen tussen mensen met en zonder migratieachtergrond grotendeels.
- Door iemands migratieachtergrond is de kans daarnaast groter dat diegene gecontroleerd wordt door politie en justitie. Zulke etnische profilering vergroot de kans automatisch dat je uiteindelijk ook vervolgd en veroordeeld wordt. Dit vertekent de cijfers, zonder dat deze groep ook echt meer criminaliteit pleegt.
- Iemands migratieachtergrond is op zichzelf geen voorspeller of verklaring voor iemands criminele gedrag, andere sociale factoren wel. Daarom is het effectiever bij het verlagen van criminaliteitscijfers om te investeren in onderwijs, werk, woonomstandigheden en gelijke kansen dan te focussen op afkomst.
Reacties uitgeschakeld voor Noot 14/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 13/Waarschuwing
- Europees Migratiepact: Met de instemming van de Tweede Kamer en de inwerkingtreding van nieuwe EU-regels, is er in Europees verband gekozen voor striktere buitengrenzen en snellere procedures. [1, 2]
- Strengere wetgeving: Politieke partijen zoals de VVD en het CDA gebruiken de term expliciet als antwoord op de druk op huisvesting, zorg en onderwijs. Dit vertaalt zich naar concrete maatregelen, waaronder de inperking van gezinshereniging. [1, 2]
Hoewel de term breed wordt geaccepteerd als politieke standaard, is er ook kritiek. Analisten en maatschappelijke organisaties wijzen erop dat de retoriek over ‘grip’ soms leidt tot onrealistische verwachtingen of wordt ingezet als politiek instrument in plaats van een oplossing voor de complexe realiteit achter migratiestromen. Organisaties als VluchtelingenWerk
8 x migratieonzin van extreemrechts – én de feiten
Het kabinet Schoof wil het ‘strengste asielbeleid ooit’ voeren en wees daarvoor een aparte minister aan: Marjolein Faber, minister van Asiel en Migratie. In het regeerprogramma staat dat Nederland ‘de grote stroom van asielzoekers’ niet aankan en dat de regering alleen nog toekomt aan de grondwettelijke taken als het aantal asielzoekers beperkt wordt. Maar als je naar de feiten kijkt, lijken zowel de problemen als de oplossingen onzin.
De Raad van State heeft op 10 februari 2025 een negatief advies uitgebracht over de asielplannen van minister Faber. De kabinetsvoorstellen die tot het ‘strengste asielbeleid ooit’ zouden moeten leiden, dragen volgens de Raad van State niet bij aan een beperktere instroom van asielzoekers. Wel zorgt het beleid volgens het adviesorgaan voor extra belasting van de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de rechtspraak. Minister Faber heeft nog niet inhoudelijk gereageerd, maar liet eerder al weten niet van plan te zijn de kabinetsvoorstellen aan te passen.
Dit artikel verscheen op 13 december 2024 eerder op OneWorld.nl.
Er zou een asielcrisis zijn
Veelzeggend waren de woorden van premier Dick Schoof bij de presentatie van het regeerprogramma: ‘Mensen ervaren een asielcrisis.’ Niets wijst er namelijk op dat er ook echt een asielcrisis ís. Mensen die een eerste asielaanvraag doen vormen al sinds 2011 zo’n 10 procent van alle migranten die naar Nederland komen. De rest zijn bijvoorbeeld expats en studenten. Bovendien komen er op dit moment relatief weinig asielzoekers naar Nederland: in de eerste helft van het jaar waren het er een kwart minder dan vorig jaar in dezelfde periode. ‘Volle opvangcentra of vastlopende asielprocedures zijn geen asielcrisis, dat zijn problemen in de uitvoering van het asielbeleid’, aldus docent migratierecht Mark Klaassen van de Universiteit Leiden.
Nederland vangt minder mensen op dan het Europees gemiddelde
Nederland zou enorm veel asielzoekers opvangen
Nee, dat is niet aan de hand. Vorig jaar waren het er ruim 38.000. In vergelijking met andere Europese landen vragen er in Nederland juist minder mensen asiel aan: in de EU zijn er gemiddeld 2,3 asielaanvragen per 1000 inwoners, in 2023 waren dat er in Nederland 2,1. Maar ook Europa als geheel vangt niet enorm veel vluchtelingen op. Zo verbleef bijna 70 procent van alle vluchtelingen wereldwijd in 2023 in een buurland. Libanon is het land met het hoogste aantal per hoofd van de bevolking: de regering schat het aantal Syrische vluchtelingen op 1,5 miljoen op ruim 5 miljoen inwoners. In absolute cijfers vangen Iran en Turkije de meeste vluchtelingen op (3,4 miljoen). Andere landen in dat rijtje zijn Duitsland en Colombia (2,5 miljoen), en Pakistan (2,1 miljoen). Je zou het ‘benadelingswaan’ kunnen noemen, schreef CBS-
Wel is er sprake van een bewust gecreëerde ‘opvangcrisis’. Een tijdlijn op de website van COA laat zien hoe de overheid het aantal bedden en personeel steeds afschaalde wanneer er tijdelijk minder asielaanvragen waren, waardoor de organisatie niet voldoende was voorbereid toen het aantal asielaanvragen weer toenam. Met als gevolg dat er bijvoorbeeld mensen in Ter Apel buiten moesten slapen.
Het woningtekort zou door asielzoekers komen
Het woningtekort is een reëel probleem, maar heeft andere oorzaken. Zo is er jarenlang te weinig gebouwd, door onder meer stijgende bouwkosten, gebrek aan menskracht en materialen, én het feit dat Nederland te veel stikstof uitstoot en bouwprojecten daarom vaak geen vergunning krijgen. Wat ook meespeelt in de wooncrisis: in Nederland werden veel woningen opgekocht door investeerders, die ze vervolgens duur verhuren.
Nieuwkomers hebben zelf ook last van het woningtekort
Het woningtekort wijten aan mensen die een verblijfsstatus hebben gekregen, de zogenoemde statushouders, is dus onterecht. In principe hebben statushouders binnen twaalf weken recht op een sociale huurwoning, maar op dit moment verblijven ruim 19.000 mensen met een verblijfsvergunning in een azc. De meeste mensen wachten al veel langer dan die drie maanden. Van de vrijgekomen sociale huurwoningen gaat 90 tot 95 procent niet naar statushouders.
Tot 2017 hadden Nederlandse gemeenten de plicht om statushouders voorrang te geven bij het vrijkomen van sociale huurwoningen. Daarna mochten gemeenten zelf bepalen aan welke groepen ze voorrang geven bij de toewijzing van sociale huurwoningen. Het kabinet Schoof wil verbieden dat gemeenten statushouders nog voorrang kunnen geven op een sociale huurwoning. Dat zou betekenen dat er nog meer statushouders opvangplaatsen bezet houden, waardoor er nóg meer azc’s, personeel en materiaal nodig zijn.
De speciale VN-rapporteur voor het recht op adequate huisvesting, Balakrishnan Rajagopal, zei tijdens zijn bezoek aan Nederland vorig jaar dat Nederlanders ten onrechte met een beschuldigende vinger naar asielzoekers en vluchtelingen wijzen. “Het is een argument dat gebruikt wordt voor politieke doeleinden en dat slechts bijdraagt aan stereotypen over bepaalde groepen buitenlanders. Het tegendeel is zelfs waar: nieuwkomers hebben juist last van het woningtekort.”
Twee derde van de opvanglocaties voldoet al niet aan de kwaliteitseisen
De asielopvang zou té aantrekkelijk zijn
Het tegendeel is waar. Het kabinet mag dan streven naar nog ‘soberdere’ opvang, in werkelijkheid voldoen al zo’n tweehonderd van de bijna driehonderd azc’s niet aan de kwaliteitseisen van het COA. Dat zijn namelijk noodlocaties. Meerdere instanties, zoals de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, maken zich zorgen over ongezonde leefomstandigheden op de locaties. In twee jaar tijd is het aantal kinderen in noodopvanglocaties verdubbeld. Het Kinderrechtencollectief
Wetenschappers geven keer op keer aan dat vluchtelingen niet naar een land trekken omdat het als ‘luxe’ te boek staat. In de eerste plaats is de veiligheidssituatie in het land waar ze vandaan komen een drijfveer. Vervolgens is de aanwezigheid van familie of vrienden voor veel mensen de belangrijkste reden om vanuit een ander EU-land door te reizen naar Nederland. “Het is belangrijk om te onthouden dat veel asielzoekers vooral ergens vandaan vluchten, in plaats van ergens naartoe”, aldus VluchtelingenWerk.
Een vluchtelingenstatus mag niet continu in twijfel getrokken worden
De gezinshereniging zou te hoog zijn
Na de val van het kabinet Rutte IV noemde voormalig minister van Justitie Yesilgöz ‘nareis op nareis’ – waarbij niet alleen het kerngezin (ouders en kinderen), maar ook andere familieleden naar Nederland komen – een ‘groot probleem’. Ze loog dat het over duizenden mensen ging. In werkelijkheid ging het in 2023 om 170 aanvragen, waarvan er voor zover bekend 10 zijn ingewilligd. Een verwaarloosbaar aantal. Het totaal aantal nareizigers – dus wel alleen het kerngezin – dat in het kader van gezinshereniging naar Nederland kwam, nam in 2023 juist af ten opzichte van 2022. In totaal waren het er iets meer dan 10.000. “Het is zeer kwalijk en schadelijk voor het draagvlak dat er een beeld werd neergezet van een exponentiële toename van nareizigers”, vindt
Te veel mensen zouden voor altijd mogen blijven
Na vijf jaar kunnen statushouders in de meeste gevallen een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aanvragen. In 2022 (de meest recente cijfers) werden 15.480 van die permanente vergunningen afgegeven. Het afschaffen van die vergunning zou er volgens het kabinet voor zorgen dat er minder asielzoekers naar Nederland komen. Juridisch mag het kabinet dat doen, schrijft juridisch adviseur asielrecht Anna Chatelion Coune op Verblijfblog.nl. Maar veel vluchtelingen zouden volgens haar alsnog uitzicht op een permanente vergunning houden op basis van de Europese regels. “De VN-vluchtelingenorganisatie (UNHCR) heeft altijd benadrukt dat de vluchtelingenstatus niet continu in twijfel getrokken mag worden, omdat vluchtelingen recht hebben op rechtszekerheid.”
Ook is het de vraag of asielzoekers zich nog zouden verdiepen in de Nederlandse taal en cultuur, en nog zouden zoeken naar een baan als ze niet weten of ze ooit voorgoed mogen blijven. Als ze dat niet doen zou dat een nadelig effect kunnen hebben op de sociale, psychische en financiële omstandigheden, en op het toekomstperspectief.
Door asielzoekers zouden de gezondheidszorg en het onderwijs in de problemen komen
‘Demografische ontwikkelingen leggen een enorme druk op onder meer de woningmarkt, de zorg, en het onderwijs’, staat er onder het kopje ‘Grip op asiel en migratie’ in het regeerprogramma. Het kabinet wekt daarmee de suggestie dat het de schuld van asielzoekers en migranten is dat deze sectoren vastlopen. Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren noemde het tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen een ‘dieptepunt’ dat asielzoekers ‘de schuld van alles krijgen’. “Je kent weinig schaamte als je kwetsbare mensen daar de schuld van geeft.”
In de strijd tegen het gebrek aan personeel zouden statushouders een rol kunnen spelen
Het onderwijs staat vooral onder druk vanwege personeelstekorten en dalende onderwijskwaliteit. De manier waarop het onderwijs gefinancierd wordt lijkt daar de grootste rol in te spelen, zo analyseert De Correspondent. Ook de problemen in de zorg hebben allerlei verschillende oorzaken. Zo staan er in de zorg momenteel 3,5 vacatures open per werkzoekende. De lange wachtlijsten stammen echter al uit de jaren negentig, en de marktwerking die werd geïntroduceerd om dat probleem op te lossen mocht niet baten. Een demografische ontwikkeling die wél grote druk legt op de zorg is vergrijzing en zolang die toeneemt, blijft de vraag naar zorg toenemen.
In de strijd tegen het gebrek aan personeel zouden statushouders en mensen die nog wachten op beslissing over hun asielaanvraag een rol van betekenis kunnen spelen. Zo nu en dan gebeurt dat al, maar het is nog uniek genoeg om de krant te halen.
Mensen die asiel aanvragen zouden te veel overlast veroorzaken
De grootste overlast die Nederlanders ervaren wordt veroorzaakt door rondhangende jongeren en andere buurtbewoners. Het gaat dan bijvoorbeeld om dronken mensen op straat, mensen die anderen lastigvallen of verwarde personen. Ook dakloze mensen veroorzaken overlast. Dat de meeste overlast wordt veroorzaakt door buurtbewoners, jongeren of dakloze mensen, betekent niet dat asielzoekers helemaal geen overlast veroorzaken. Uit de incidentencijfers van het COA blijkt dat 9 procent van de asielzoekers die in 2023 in een COA-locatie of tijdelijke gemeentelijke opvang verbleef betrokken was bij een incident. Het gaat dan om dreigen met zelfdoding, zelfdestructieve actie of fysieke en verbale agressie. Van de asielzoekers in de asielopvang werd 3 procent verdacht van een misdrijf. Er zijn in 2023 in azc’s wel meer incidenten geregistreerd (13.395) dan het jaar ervoor (9.370). Die stijging valt deels te verklaren door de slechte omstandigheden waarin de mensen verblijven, zegt ook COA-bestuurslid Joeri Kapteijns.
Dit artikel verscheen op 13 december 2024 eerder op OneWorld.nl.
Reacties uitgeschakeld voor Noot 13/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 12/Waarschuwing
De afgelopen decennia heeft Nederland een ongekend hoge instroom van migranten en asielzoekers te verduren gekregen. Dit heeft diepe sporen nagelaten in onze samenleving. Niet alleen is de druk op onze verzorgingsstaat, sociale voorzieningen en woningmarkt fors toegenomen, ook de veiligheid, culturele identiteit en sociale cohesie zijn ernstig ondermijnd. Het straatbeeld in veel steden en dorpen is ingrijpend veranderd; Nederlandse tradities, waarden en gewoontes zijn steeds minder vanzelfsprekend. Waar immigratie vaak als verrijking wordt gepresenteerd, laat de praktijk zien dat de sociale en financiële kosten immens zijn. Volgens ramingen van CBS en NIDI heeft bij ongewijzigd beleid in 2050 tot 40% van de Nederlandse bevolking een migratieachtergrond.
Van 1995 tot 2015 bedroegen de kosten van deze migratie gemiddeld zo’n 19 miljard euro per jaar; in het afgelopen decennium zijn die zelfs toegenomen tot 27 miljard per jaar. Alles bij elkaar komt dit neer op honderden miljarden euro’s – geld dat beter ingezet had kunnen worden voor zorg, onderwijs, veiligheid en het verlagen van belastingen. Met name migratie uit niet-westerse landen legt een onevenredig grote druk op de samenleving. De berekende kosten per niet-Westerse migrant bedragen tussen de 400.000 en 600.000 euro. Dit toont aan dat het huidige beleid onhoudbaar is – zowel sociaal als economisch. Het is tijd om het roer radicaal om te gooien: Nederland moet weer baas in eigen huis worden, met een migratiebeleid dat gericht is op bescherming van onze cultuur, welvaart en veiligheid.
Wij willen:
- Asielstop en afschaffing COA: We stoppen met het opnemen van nieuwe asielzoekers, breken lopende procedures af en ontmantelen het COA, zodat opvang in de regio de norm wordt.
- Asielprocedures alleen buiten Nederland: We laten nieuwe asielaanvragen uitsluitend via Nederlandse consulaten in conflictregio’s indienen, zodat ons land niet langer overspoeld wordt door proceduremigranten.
- Strafbaarstelling illegaliteit: We maken illegaal verblijf strafbaar en zetten actief in op opsporing en uitzetting, zodat ons land niet langer een toevluchtsoord is voor uitgeprocedeerden.
- Uitgeprocedeerde illegalen naar opvang in derde landen: We sluiten verdragen met (Afrikaanse) landen voor het opnemen van illegalen die in Nederland zijn uitgeprocedeerd en weigeren om terug te keren, zodat Nederland niet langer gedwongen wordt deze personen op te vangen.
- Boete betalen in plaats van EU-dwang: We conformeren ons niet langer aan Europese migratieafspraken en betalen desnoods een boete aan de EU (net als Hongarije), zodat we zelf weer zeggenschap krijgen over onze grenzen.
- Sancties voor landen die weigeren onderdanen terug te nemen: We zetten alle diplomatieke en financiële middelen in (van uitzetten ambassadeurs tot intrekken landingsrechten en stilleggen van het betalingsverkeer) tegen landen die weigeren hun uitgeprocedeerde onderdanen terug te nemen, zodat we deze impasse eindelijk kunnen doorbreken.
- Naturalisatiestop van 10 jaar: We verstrekken tien jaar lang geen nieuwe Nederlandse paspoorten, behalve aan huwelijkspartners en kinderen geboren uit Nederlandse ouders, zodat nationaliteit weer waarde krijgt.
- Geen permanente verblijfsvergunning: We schaffen de permanente verblijfsvergunning af. Mensen die een tijdelijke verblijfsvergunning verkrijgen moeten iedere vijf jaar hun nut en noodzaak voor de Nederlandse samenleving bewijzen (vergelijkbaar met het Amerikaanse GreenCard systeem), zodat we hier alleen migranten krijgen die iets komen brengen en niet alleen iets komen halen.
- AZC’s sluiten en Spreidingswet intrekken: We sluiten opvanglocaties in Nederland en trekken de Spreidingswet in, zodat gemeenten niet gedwongen worden migranten op te nemen.
- Ernstige versobering opvang: Zolang ze nog niet gesloten zijn, versoberen we de COA-opvanglocaties en verbieden het verlaten van het terrein aan de bewoners, zodat de aanzuigende werking voor profiteurs ophoudt te bestaan en de veiligheid van omwonenden gegarandeerd is.
- Vakantiegangers blijven weg: Asielzoekers die op vakantie gaan naar hun land van herkomst zijn duidelijk niet in gevaar, hun procedure wordt onmiddellijk beëindigd.
- Moderne grensbewaking: We voeren flexibele grenscontroles in met moderne technologie en automatische controle op biometrische gegevens, zodat Nederlanders vrij kunnen reizen maar buitenlanders effectief gecontroleerd worden.
- Uittreden uit internationale verdragen: We zeggen het VN-vluchtelingenverdrag, Schengen, het Marrakechpact en het EVRM op en streven naar een NEXIT, zodat Nederland volledig zelf kan bepalen wie ons land binnenkomt en wie niet.
- Denaturalisatie bij zware criminaliteit: We ontnemen het Nederlanderschap aan dubbele paspoorthouders die veroordeeld zijn voor ernstige misdrijven, zodat criminelen ons land kunnen worden uitgezet.
- Illegaal verblijf niet meer faciliteren: We stoppen gemeentelijke regelingen die illegaal verblijf faciliteren en beboeten gemeenten die dit toch doen, zodat illegaliteit niet beloond wordt.
- Sociale voorzieningen pas na 10 jaar werk: We laten immigranten pas aanspraak maken op toeslagen en uitkeringen na tien jaar arbeid in Nederland, zodat Nederland niet meer aantrekkelijk is voor gelukszoekers.
- Belasting op geldtransfers (remittances): We voeren een heffing tot 40% in op geld dat migranten naar hun herkomstlanden overmaken (€18 miljard in 2024), zodat Nederlands geld niet naar het buitenland vloeit. Het frauderen hiermee wordt zwaar bestraft en leidt tot intrekking van de verblijfsvergunning.
- GreenCard-systeem voor arbeidsmigratie: We introduceren een streng gereguleerd GreenCard-model voor tijdelijke werkvergunningen, zodat alleen economisch waardevolle migranten – die cultureel compatibel zijn – tijdelijk kunnen bijdragen zonder uitzicht op naturalisatie.
Reacties uitgeschakeld voor Noot 12/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 11/Waarschuwing
Extreem-rechts nestelt zich steeds meer in het politiek bestel van de EU
9 oktober 2025
Verschenen op 6 oktober 2025 op German Foreign Policy (*)
Nederlandse vertaling door Ander Europa
Met dank voor de toelating tot publicatie
Met de duidelijke overwinning van weer eens een partij aangesloten bij de Europese partijengroep “Patriots for Europe” (PfE) bij de parlementsverkiezingen in Tsjechië heeft extreem-rechts zijn invloed in de Europese Unie verder versterkt. Bij die verkiezingen (3-4 oktober) werd de ANO-partij van miljardair Andrej Babiš de sterkste met 34,5 procent van de stemmen. Wordt hij premier, dan kan Babiš rekenen op de steun van twee andere extreemrechtse
Deelname aan regeringen
Zoals de SWP opmerkt, staan partijen uit het extreem-rechtse spectrum momenteel aan het hoofd van regeringen in vier EU-staten – Hongarije, Italië, België en Tsjechië.[1] In vier andere landen maakt extreem-rechts deel uit van een regeringscoalitie, namelijk in Finland, Slowakije, Kroatië en Bulgarije. In Zweden wordt de regering gedoogd door de “Zweedse Democraten”, die tot de ECR behoren. In Nederland is de Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders pas onlangs uit de regering gestapt. Dit betekent dat “een derde van alle regeringen in de lidstaten wordt geleid of gesteund door extreemrechtse partijen”, aldus het SWP-rapport.[2] Een verdere verschuiving naar rechts is te verwachten en te vrezen tegen het einde van 2027. In Frankrijk komen er ten laatste dan immers presidentsverkiezingen, en de Rassemblement National ligt duidelijk op kop. Bovendien mikt Vox in Spanje op regeringsdeelname in 2027; in Polen is een nieuwe overwinning voor Kaczyński’s extreemrechtse PiS (Prawo i Sprawiedliwość) niet onwaarschijnlijk bij de parlementsverkiezingen van 2027. De PiS levert al tien jaar de president, en zou ook het premierschap kunnen terugwinnen dat momenteel door de conservatief Tusk wordt uitgeoefend.
Een grote coalitie van rechts
In het Europees Parlement vindt een verdere verschuiving naar rechts plaats. Drie extreemrechtse groepen – ECR, PfE en ESN – hebben al ongeveer 26 procent van alle zetels. De SWP-analyse merkt op dat de ECR-partijengroep twee vice-voorzitters van het Europees Parlement levert en de voorzitters van drie commissies, waaronder die voor de belangrijke EU-begrotings- en landbouwcommissies.[3] De PfE-groep is nog steeds “institutioneel gemarginaliseerd door de meerderheid van het Parlement”, aldus de SWP-analisten: “Ze zijn niet vertegenwoordigd in het Bureau, noch bekleden ze een commissievoorzitterschap.” In juli kreeg PfE echter de post van rapporteur voor de onderhandelingen over de klimaatdoelstelling voor 2040. Bovendien werkt de EVP nu niet alleen samen met de ECR-fractie, maar ook met de PfE en zelfs de ESN-om een ultrarechtse meerderheid in het Europees Parlement te vormen. Dit gebeurde voor het eerst in september 2024, toen het Europees Parlement in een resolutie brutaalweg verklaarde dat de verliezer van de Venezolaanse presidentsverkiezingen (28 juli 2024) er de winnaar van was. Hiervoor was de EVP-fractie bereid om te vertrouwen op de extreem-rechtse stemmen van ECR, PfE- en ESN.[4] De “Venezuela-meerderheid” regeling is sindsdien bij verschillende gelegenheden teru opgedoken, bijvoorbeeld om de EU ontbossingsverordening af te zwakken in het belang van het Europese bedrijfsleven.
Gemeenschappelijke basis
Tot nu toe maken slechts twee vertegenwoordigers van extreem-rechtse partijen deel uit van de Europese Commissie: Olivér Várhelyi, die dicht bij de Hongaarse premier Viktor Orbán (Fidesz) staat en commissaris is voor Gezondheid en Dierenwelzijn, en Raffaele Fitto, die lid is van Fratelli d’Italia (FdI), geleid door de Italiaanse premier Giorgia Meloni. Fitto is benoemd tot vicevoorzitter van de Commissie, en is bevoegd voor Cohesie en Hervormingen. De reden voor dit gebrek aan vertegenwoordiging aan de top is dat de twee andere landen met extreem-rechtse regeringsleiders – namelijk België en Tsjechië – er tot nu toe van hebben afgezien om vertegenwoordigers van hun partijen naar de Commissie te sturen. Maar dat hoeft niet zo te blijven. “Over het geheel genomen,” schrijft de SWP, “is de integratie van delen van extreem-rechts in het politieke systeem van de EU al ver gevorderd en blijft groeien.”[5] De ECR-gelieerde partijen in het bijzonder “worden nu behandeld als normale politieke actoren op veel gebieden.” Deze normalisering is toe te schrijven aan het feit dat de EVP in toenemende mate “raakvlakken vindt met de ECR, vooral op het gebied van industrie- en klimaatbeleid”. Zoals de SWP opmerkt: “Alternatieve meerderheden zonder centrumlinkse partijen zijn in het Europees Parlement alleen mogelijk als de ECR het eens is met de PfE. Maar een versoepeling van het cordon sanitaire tegen extreemrechts wordt moeilijk vol te houden gezien “de vage scheidslijn tussen de ECR en de meer radicale of extreme krachten”.
Afspraken
De gestage integratie van extreemrechts op nationaal niveau kan worden waargenomen in Frankrijk en elders. Vorig jaar, na de vervroegde parlementsverkiezingen, werden RN-parlementsleden uitgesloten als vice-voorzitter in de Nationale Assemblee. Maar dit werd vorige week teruggedraaid op basis van afspraken tussen het ‘centrumblok’, waar president Emmanuel Macron op steunt, en de RN. Met Sébastien Chenu en Hélène Laporte heeft de RN nu weer twee van de zes vicevoorzittersposten in het parlement in handen.[6] Kort daarna besloot de RN geen eigen kandidaten op te stellen bij de verkiezing van de voorzitters van de acht vaste commissies van het parlement en te stemmen op kandidaten van het ‘centrumblok’. Door deze regeling kon het blok links buiten de deur houden en alle voorzitters overnemen, behalve die van de commissie financiën, die is voorbehouden aan de oppositie.[7] Het valt nog te bezien of er nog meer overeenkomsten zullen volgen tussen het conservatieve centrum en de extreemrechtse RN. Ondertussen beweert een onlangs gepubliceerd boek, waarin bronnen dicht bij Macron worden geciteerd, dat toen hij vorig jaar het parlement ontbond, hij eigenlijk hoopte op een overwinning van de RN. Macron was van plan een premier van de RN te benoemen en legitimeerde deze stap door te beweren dat hij het leiderschap van de RN wilde ontmaskeren.[8]
Opmars
De laatste verschuiving naar rechts kwam met de parlementsverkiezingen in Tsjechië eind vorige week. De verkiezingen werden gewonnen door de ANO, een partij opgericht door miljardair Andrej Babiš, die 34,5% van de stemmen kreeg. Op EU-niveau sluit de ANO zich aan bij de extreemrechtse PfE-
Recordcijfers in opiniepeilingen
Ondertussen bereikt de AfD in Duitsland recordcijfers in opiniepeilingen. In een Forsa-enquête die vorige week dinsdag werd gepubliceerd, bereikte de extreemrechtse partij voor het eerst 27 procent, waarmee ze drie procentpunten voor ligt op de conservatieve Unie (CDU/CSU).[11] Een INSA-peiling ‘Sunday Trends’ (28 september) zette de AfD op 26 procent, opnieuw voor op de partijen van de Unie (met 24 procent). De stijgende populariteit van de AfD gaat samen met een verzwakkende steun voor de regeringscoalitie van CDU/CSU en SPD, die haar slechtste peilingresultaat sinds de federale verkiezingen behaalde, met een gecombineerd totaal van ongeveer 38 procent.[12] Eén expert, de socioloog Matthias Quent, gelooft dat als de AfD “haar volledige sympathisantenbasis mobiliseert”, zij “landelijk meer dan 30 procent zou kunnen bereiken” in een verkiezing.[13]
Noten
(*) German-Foreign-Policy.com is het werk van een team onafhankelijke journalisten en sociale wetenschappers die “permanent de hernieuwde pogingen van Duitsland opvolgen om terug een hoge machtsstatus te verwerven op economisch, militair en politiek vlak.” De meeste artikels zijn zowel in het Duits als het Engels beschikbaar.
[1] De partij van de Hongaarse premier Viktor Orbán (Fidesz) is lid van de PfE-fractie in het Europees Parlement. De partijen van de Italiaanse premier Giorgia Meloni (Fratelli d’Italia, FdI), van de Belgische premier Bart De Wever (Nieuw-Vlaamse Alliantie, N-VA) en van de Tsjechische premier Petr Fiala (Občanská demokratická strana, ODS) behoren tot de ECR-fractie.
[2], [3] Max Becker, Johanna Flach, Nicolai von Ondarza: Die schleichende Integration von Rechtsaußenparteien in Europa. SWP-Aktuell 2025/A 42. Berlin, 19.09.2025.
[4] Zie German Foreign Policy, Die Brandmauer bricht.
[5] Max Becker, Johanna Flach, Nicolai von Ondarza: Die schleichende Integration von Rechtsaußenparteien in Europa. SWP-Aktuell 2025/A 42. Berlin, 19.09.2025.
[6] Robin Richardot: A l’Assemblée nationale, l’élection des vice-présidents acte le retour du RN au bureau et les dissensions du NFP. lemonde.fr 02.10.2025.
[7] Robin Richardot: Aidé par le RN, le “socle commun” reprend la main sur les postes-clés de l’Assemblée nationale. lemonde.fr 03.10.
[8] Guillaume Duval: Emmanuel Macron : plutôt le RN que le front républicain? nouvelobs.com 30.
[9] Alexander Haneke: Warnungen aus der Prager Burg. Frankfurter Allgemeine Zeitung 02.10.2025.
[10] Zie German Foreign Policy Rumäniens ‘Bekenntnis zu Europa’.
[11] AfD liegt laut Umfrage nun drei Punkte vor der Union. handelsblatt.com 30.09.
[12] Schwarz-Rote Regierung so unbeliebt wie nie. bild.de 04.10.2025.
[13] Dietmar Neuerer: “Die Reformen werden keinen Unterschied für die Ergebnisse machen”. handelsblatt.com 05.
Uiterst rechts in Europa: verdeeld maar springlevend
De PVV is niet de enige uiterst rechtse partij die op een verkiezingsoverwinning lijkt af te stevenen. In heel Europa winnen partijen met vergelijkbare ideologieën terrein. Opiniepeilingen geven aan dat ze bij de aanstaande Europese verkiezingen in juni 2024 mogelijk een kwart van de zetels kunnen behalen. Maar hoewel Geert Wilders zoete broodjes bakt met Marine Le Pen kunnen we uiterst rechts in Europa niet over dezelfde kam scheren. Zo zorgt de Russische inval in Oekraïne voor onenigheid binnen de uiterst rechtse familie.
Heel Europa lijkt de afgelopen decennia getuige te zijn geweest van een verrechtsing. In veel landen boekten uiterst rechtse partijen verkiezingsoverwinningen. Met de Europese Parlementsverkiezingen in het vooruitzicht lijkt deze trend zich voort te zetten. Ook in Zweden, Portugal en Spanje, landen die lang ‘immuun’ leken voor deze stroming.
Overal in Europa duiken partijen en bewegingen op die zich fel verzetten tegen immigratie, de bestuurlijke ‘elite’ en de Europese Unie. Maar naast de vele gelijkenissen zijn er tussen de 27 lidstaten ook belangrijke verschillen.
Radicaal- enextreemrechts
Over het algemeen hanteren politicologen ‘uiterst rechts’ – in het Engels: the far right – voor partijen, bewegingen en individuen die aan de rechterflank van het politieke spectrum opereren. Die term verwijst naar ideeën die sociale ongelijkheid als ‘natuurlijk’ of zelfs wenselijk beschouwen en niet liberaal-democratisch zijn.
Als overkoepelende term omvat ‘uiterst rechts’ zowel radicaal- als extreemrechtse
Extreemrechtse groeperingen zijn per definitie antidemocratisch: ze verwerpen de beginselen van de parlementaire democratie. Al dan niet met geweld.
Meer dan politieke partijen
Hoewel er in theorie een duidelijk onderscheid bestaat tussen radicaal- en extreemrechts is dit verschil in de praktijk aan het vervagen. Zo zijn er partijen als Alternative für Deutschland (AfD) die aanvankelijk opkwamen als eurosceptische bewegingen, maar naar extreemrechts opschoven naarmate ze meer politieke invloed kregen.
Daarnaast zijn er partijen die een ander gezicht tonen in hun verkiezingsprogramma’s en naar het brede publiek dan voor hun eigen achterban, zoals Forum voor Democratie (FvD) in Nederland.
De semantische tweedeling tussen radicaal- en extreemrechts suggereert dat er significante verschillen bestaan tussen deze twee stromingen en impliceert zo ook dat enkel extreemrechts een bedreiging kan vormen voor de democratie. Dit kan onbedoeld bijdragen aan de mainstreaming van uiterst rechts.
Politicologen als Andrea Pirro pleiten daarom voor het systematische gebruik van de koepelterm ‘uiterst rechts’, want ook geïnstitutionaliseerde radicaal-rechtse partijen leunen op een brede ‘productiestructuur’ die grotendeels verborgen blijft – de zogenaamde backstage. Dit doen ze door bijvoorbeeld actieve banden te onderhouden met sociale bewegingen en netwerken die een rechtstreekse bedreiging vormen voor de democratische rechtsorde.
Door de koepelterm ‘uiterst rechts’ te hanteren, trainen we onze blik om voorbij de ‘institutionele frontstage’ te kijken en te zoeken naar voortekenen van democratische erosie. Door ons blind te staren op het partijwezen riskeert bovendien een blinde vlek te ontstaan waarbij we het bredere fenomeen – inclusief de sociale bewegingen en netwerken die erachter schuilgaan – uit het oog verliezen.
In verschillende EU-lidstaten zien we inderdaad directe verbanden tussen partijen en sociale bewegingen. Een goed voorbeeld hiervan is België, waar de uiterst rechtse Vlaamse jongerenbeweging Schild & Vrienden wordt geleid door Dries Van Langenhove, een voormalig Kamerlid in de fractie van Vlaams Belang.
Het uiterst rechtse landschap in de EU
Met de hulp van 31 vrouwelijke deskundigen hebben we een beeld geschetst van de huidige staat van radicaal- en extreemrechtse partijen en bewegingen in alle 27 lidstaten van de Europese Unie. We hebben de experts verzocht om niet alleen de belangrijkste politieke partijen op de rechterflank te identificeren, maar ook sociale bewegingen en andere extraparlementaire actoren in kaart te brengen.
De inzichten van de experts laten een zeer heterogeen uiterst rechts landschap zien. Ook eerdere analyses van Cas Mudde bevestigen dit.
In eerste instantie valt op dat, hoewel uiterst rechtse partijen en bewegingen in vrijwel alle EU-lidstaten actief zijn, de mate van hun invloed sterk verschilt. In twee EU-lidstaten, namelijk Italië en Hongarije, levert uiterst rechts de premiers. In Finland, Slowakije en Zweden zijn uiterst rechtse partijen betrokken bij de regering, al zij het soms in constructies van ‘gedoogsteun’.
In Nederland kwam de radicaal-rechtse Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders bij de Tweede Kamerverkiezingen in november 2023 als grootste uit de stembus. In Kroatië, Luxemburg en op Cyprus zijn uiterst rechtse partijen daarentegen electoraal gezien een marginaal fenomeen, terwijl in Litouwen, Ierland en Malta soortgelijke bewegingen niet in het nationale of Europese parlement vertegenwoordigd zijn.
Wat betreft de thema’s vinden uiterste rechtse partijen en bewegingen elkaar in hun verzet tegen migratie en de Europese Unie. Antimigratiestandpunten blijven de belangrijkste gemeenschappelijke noemer.
Op dit vlak is tevens een duidelijke radicalisering van mainstreampartijen zichtbaar. Zo voerde Denemarken een snoeihard anti-immigratiebeleid in, dat onder andere gesteund werd door de sociaaldemocraten.
In veel landen proberen centrumrechtse partijen de opmars van uiterst rechts te stuiten door hun standpunten te steunen of zelfs over te nemen. De radicalisering van mainstreampartijen maakt de grenzen tussen centrumrechts en radicaal-rechts poreus.
In veel West-Europese landen richten uiterst rechtse partijen hun pijlen voornamelijk op de islam, terwijl in Centraal- en Oost-Europa – met name in Bulgarije, Hongarije, Slowakije en Tsjechië – anti-Romasentimenten een belangrijke rol spelen.
Naast antimigratiestandpunten omarmen uiterst rechtse partijen en bewegingen in vrijwel alle EU-lidstaten steeds nadrukkelijker anti-genderstandpunten, een tendens die ook wordt bevestigd wordt door wetenschappelijk onderzoek. Van Zweden tot Griekenland en van Ierland tot Bulgarije verzet uiterst rechts zich in toenemende mate tegen gendergelijkheid, vrouwenrechten en de rechten van transgenders en homoseksuelen.
Daarnaast omarmt uiterst rechts traditionele idealen van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Een belangrijke kanttekeningen hierbij is dat de anti-genderstandpunten van uiterst rechts juist de oppositie in de hand kunnen werken, zoals bleek in Polen. Het anti-abortusbeleid van het Poolse Prawo i Sprawiedliwość (Pis, Recht en Rechtvaardigheid) was een belangrijke factor bij het mobiliseren van jonge kiezers om de regering omver te werpen.
Niet op dezelfde lijn
De coronapandemie bleek in veel Europese landen een katalysator te zijn voor uiterst rechts. De crisis diende als voedingsbodem voor de verspreiding van complottheorieën, waarbij veel uiterst rechtse partijen en politici erin slaagden om antivaxers effectief te mobiliseren.
Tegelijkertijd moet worden opgemerkt dat er ook aanzienlijke verschillen waren tussen lidstaten. Onderzoek laat zien dat in landen waar uiterst recht aan de macht was tijdens de pandemie, zoals in Polen en Hongarije, deze partijen gebruik probeerden te maken van de coronamaatregelen om hun macht te vergroten.
In de meeste landen wezen uiterst rechtse partijen echter de restrictieve maatregelen van de overheid af en verzetten zich luidkeels tegen vaccinatiecampagnes.
Naast de felle reactie op de pandemie vertonen uiterst rechtse partijen en bewegingen ook een tendens tot klimaatscepsis. In sommige West-Europese landen overheerst ontkenning van klimaatverandering. Dit gaat soms hand in hand met pleidooien voor lokaal natuurbehoud.
De Deense Volkspartij beschouwt de inheemse flora en fauna bijvoorbeeld als waardevol cultureel erfgoed dat beschermd en onderhouden dient te worden. Ook de Duitse AfD profileert zichzelf als partij die belang hecht aan dierenrechten en een zuiver milieu, maar bekritiseert tegelijkertijd de ‘klimaathysterie’ van de linkse elite.
Op het gebied van klimaat zijn er echter ook opvallende verschillen. In Centraal- en Oost-Europa staat dit thema minder hoog op de agenda. In Hongarije volgen uiterst rechtse bewegingen doorgaans de wetenschappelijke consensus, en in Bulgarije is klimaatverandering überhaupt geen thema.
Moeizame onderlinge samenwerking
Daarnaast zijn er – ondanks hun ideologische overeenkomsten – ook andere opvallende verschillen tussen uiterst rechtse partijen in Europa, die de internationale samenwerking bemoeilijken. Een van de belangrijkste ideologische kenmerken van uiterst rechtse is nativisme, een xenofobe vorm van nationalisme, die stelt dat uitsluitend inheemse ‘eigen’ bewoners tot de natiestaat behoren en dat niet-inheemse personen (migranten) en ideeën een bedreiging vormen voor de homogene natiestaat.
Het is niet heel verbazingwekkend dat partijen en bewegingen die vooral voor de inheemse bevolking opkomen moeilijkheden hebben om internationale samenwerkingsverbanden aan te gaan. Ondanks talrijke initiatieven zijn uiterst rechtse partijen er tot op heden niet in geslaagd om een stabiele en coherente parlementaire groep in het Europees Parlement te vormen.
In de aanloop naar de Europese verkiezingen van 2014 verwierp Nigel Farage, de toenmalige leider van de United Kingdom Independence Party (UKIP), een aanbod van Marine Le Pen van het Franse Front National – inmiddels Rassemblement National of RN – om een gemeenschappelijke fractie te vormen in het Europees Parlement, omdat haar partij beschuldigd werd van antisemitisme.
De terughoudendheid om met andere radicaal- en extreemrechtse partijen samen te werken verminderde wel in de afgelopen jaren. Dit heeft wellicht te maken met het electorale succes van deze partijen, wat ertoe heeft bijgedragen dat zij hun ‘extremisme-stigma’ zijn kwijtgeraakt.
Momenteel zijn uiterst rechtse partijen verdeeld over twee groepen in het Europees Parlement, die gezamenlijk 127 zetels bezetten. Enerzijds is er Identiteit & Democratie (ID), met onder andere de Italiaanse Lega van Matteo Salvini, het Franse RN, het Duitse AfD en PVV van Wilders (die overigens momenteel geen zetels heeft in het Europees Parlement). En anderzijds de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR), met onder meer de Italiaanse Fratelli d’Italia van Giorgia Meloni, de Poolse PiS en het Spaanse Vox.
Rusland als twistappel
Het wellicht belangrijkste potentiële knelpunt op dit moment lijkt de houding van uiterst rechts tegenover Rusland. Dit bleek onder andere in april 2023, toen de Europarlementsleden van de Finnenpartij de overstap maakten van ID naar ECR, omdat die laatste nadrukkelijker pro-NAVO en anti-Poetin is. Voor de Russische inval in Oekraïne waren uiterste rechtse formaties in Finland nog tamelijk pro-Russisch gestemd, maar de oorlog bracht daar verandering in.
De verdeeldheid van uiterst rechts ten opzichte van Rusland is niet alleen zichtbaar in het Europees Parlement. Ook in sommige lidstaten heerst binnen de uiterst rechtse partij familie verdeeldheid. In Bulgarije is de oudste belangrijke uiterst rechtse partij Ataka (Aanval) van oudsher pro-Russisch, terwijl VMRO (de Bulgaarse Nationale Beweging) pro-Amerikaans is.
In Nederland beschouwt PVV Rusland duidelijk als de agressor, maar is terughoudend in het verlenen van materiële steun aan Kyiv. FvD daarentegen stelt het NAVO-lidmaatschap ter discussie, pleit voor normalisering van de verhoudingen met Rusland en wil de sancties opheffen.
Origineel boven kopie
In vrijwel alle EU-lidstaten zijn uiterst rechtse standpunten in de afgelopen jaren genormaliseerd. Hierbij spelen zowel media als gevestigde politieke partijen een sleutelrol. Want zij bepalen welke thema’s in de politieke arena en in het bredere publieke debat aan bod komen.
Voor centrumrechtse partijen blijkt het bijzonder verleidelijk te zijn om op zoek te gaan naar ‘de bezorgde burger’ en uiterst rechtse standpunten over te nemen. Uit onderzoek blijkt echter telkens weer dat wanneer mainstreampartijen uiterst rechtse standpunten kopiëren, dit over het algemeen uiterst rechts in de kaart speelt.
Desondanks lijkt dit ook de strategie te zijn van de centrumrechtse Europese Volkspartij. De Europese Volkspartij, waar voornamelijk christendemocratische en conservatieve partijen in zetelen, is momenteel de grootste groepering in het Europees Parlement.
Tijdens het congres dat in maart van dit jaar plaatsvond, presenteerde de partij van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen haar plannen om asielzoekers voortaan naar “veilige derde landen” te sturen – een voorstel dat doet denken aan de omstreden Rwanda-deal van het Verenigd Koninkrijk. Het is maar de vraag of de Europese Volkspartij met deze imitatiestrategie de wind uit de zeilen van uiterst rechts kan halen.
Tussen 6 en 9 juni kunnen miljoenen Europeanen hun stem uitbrengen. En er staat veel op het spel dit jaar. Het mogelijke succes van uiterst rechts zal een coherente respons op uitdagingen zoals klimaatverandering en de oorlogen in Oekraïne en Gaza bemoeilijken. En het vormt een zorgelijk vooruitzicht voor minderheden en vrouwenrechten. Bovendien kan het de liberaal democratische principes waarop de Europese Unie is gebouwd ondermijnen.
De Europese verkiezingen mogen dan al vaak beschouwd worden als second order of ‘tweederangs’, wat onder meer resulteert in een lage opkomst. Maar vergis je niet: de inzet is hoog.
Reacties uitgeschakeld voor Noot 11/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 9/Waarschuwing
In het EU-pact staat onder meer:
- Kortere asielprocedures aan de buitengrens van de EU
- Onderscheid tussen kansrijke en kansarme asielzoekers
- Kansarme asielzoekers moeten uitzetting afwachten in (half) gesloten centra
- Ze moeten snel terug naar het land van herkomst of een ander veilig land
- Lidstaten mogen hun gehele asielprocedure ook laten uitvoeren in een veilig land buiten de EU
Kamer stemt in met Europees migratiepact, dat in juni van kracht wordt
De Tweede Kamer stemt in met het Europese asiel- en migratiepact. Met 105 van de 150 stemmen voor is de wet aangenomen die ervoor moet zorgen dat de Europese regels hier kunnen gaan gelden.
Na jarenlange onderhandelingen stelde de EU in 2023 vast welke nieuwe migratieregels er nodig waren om het beleid in Europa gelijker te maken. De regels moeten halverwege juni dit jaar ingaan.
In het EU-pact staat onder meer:
- Kortere asielprocedures aan de buitengrens van de EU
- Onderscheid tussen kansrijke en kansarme asielzoekers
- Kansarme asielzoekers moeten uitzetting afwachten in (half) gesloten centra
- Ze moeten snel terug naar het land van herkomst of een ander veilig land
- Lidstaten mogen hun gehele asielprocedure ook laten uitvoeren in een veilig land buiten de EU
Coalitiepartijen D66, VVD en CDA stemden voor het pact, net als PVV, JA21, BBB, SGP, ChristenUnie en 50Plus. Tegenstand was er dus op links en helemaal aan de rechterkant van de Kamer.
GroenLinks-PvdA-Kamerlid Westerveld zei in een verklaring voor de stemming dat de minderheidscoalitie “doelbewust voor een hardvochtige route over rechts” kiest. Ze wees erop dat Nederland “onnodig” regels toevoegt die het beleid strenger maken, zoals de versobering van gezinshereniging en de mogelijkheid om kinderen vast te zetten.
Onhaalbare voorstellen
Dinsdag werd er al gestemd over een aantal plannen om het pact aan te passen, onder meer van Westerveld. Vrijwel geen voorstel haalde toen een meerderheid, vooral omdat de coalitiepartijen niet ‘meestemden’ met rechts om het pact aan te scherpen en ook niet met linkse partijen om de regels te versoepelen.
ChristenUnie-Kamerlid Ceder, die ook voorstellen had gedaan om de wet aan te passen, stemde vandaag wel voor. Hij noemde het pact “een serieuze stap vooruit, na een lange periode van symboolpolitiek en onhaalbare voorstellen”.
‘Meer soevereiniteit voor Brussel’
Forum voor Democratie stemde tegen. Kamerlid Russcher stelde in zijn stemverklaring dat met het pact het migratieprobleem wordt “verdeeld en vergroot”.
Kamerlid Lammers van de van de PVV afgescheiden Groep Markuszower stemde tegen het EU-pact omdat het “een verdere overdracht van soevereiniteit aan Brussel” betekent. “We hebben geen Europees pact nodig, maar een Nederlands pact.”
Minister Van den Brink van Asiel en Migratie noemde het pact eerder “een belangrijke stap” om meer grip te krijgen op migratie, iets waar het al jaren over gaat in politiek Den Haag.
Na de Tweede Kamer moet ook de Eerste Kamer zich nog buigen over de Nederlandse goedkeuring van het Europese pact. Als de stemming daar langs dezelfde lijnen gaat als vandaag, is er ook in de senaat een meerderheid.
Reacties uitgeschakeld voor Noot 9/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 8/Waarschuwing
[8]
Kamer stemt in met Europees migratiepact, dat in juni van kracht wordt
De Tweede Kamer stemt in met het Europese asiel- en migratiepact. Met 105 van de 150 stemmen voor is de wet aangenomen die ervoor moet zorgen dat de Europese regels hier kunnen gaan gelden.
Na jarenlange onderhandelingen stelde de EU in 2023 vast welke nieuwe migratieregels er nodig waren om het beleid in Europa gelijker te maken. De regels moeten halverwege juni dit jaar ingaan.
In het EU-pact staat onder meer:
- Kortere asielprocedures aan de buitengrens van de EU
- Onderscheid tussen kansrijke en kansarme asielzoekers
- Kansarme asielzoekers moeten uitzetting afwachten in (half) gesloten centra
- Ze moeten snel terug naar het land van herkomst of een ander veilig land
- Lidstaten mogen hun gehele asielprocedure ook laten uitvoeren in een veilig land buiten de EU
Coalitiepartijen D66, VVD en CDA stemden voor het pact, net als PVV, JA21, BBB, SGP, ChristenUnie en 50Plus. Tegenstand was er dus op links en helemaal aan de rechterkant van de Kamer.
GroenLinks-PvdA-Kamerlid Westerveld zei in een verklaring voor de stemming dat de minderheidscoalitie “doelbewust voor een hardvochtige route over rechts” kiest. Ze wees erop dat Nederland “onnodig” regels toevoegt die het beleid strenger maken, zoals de versobering van gezinshereniging en de mogelijkheid om kinderen vast te zetten.
Onhaalbare voorstellen
Dinsdag werd er al gestemd over een aantal plannen om het pact aan te passen, onder meer van Westerveld. Vrijwel geen voorstel haalde toen een meerderheid, vooral omdat de coalitiepartijen niet ‘meestemden’ met rechts om het pact aan te scherpen en ook niet met linkse partijen om de regels te versoepelen.
ChristenUnie-Kamerlid Ceder, die ook voorstellen had gedaan om de wet aan te passen, stemde vandaag wel voor. Hij noemde het pact “een serieuze stap vooruit, na een lange periode van symboolpolitiek en onhaalbare voorstellen”.
‘Meer soevereiniteit voor Brussel’
Forum voor Democratie stemde tegen. Kamerlid Russcher stelde in zijn stemverklaring dat met het pact het migratieprobleem wordt “verdeeld en vergroot”.
Kamerlid Lammers van de van de PVV afgescheiden Groep Markuszower stemde tegen het EU-pact omdat het “een verdere overdracht van soevereiniteit aan Brussel” betekent. “We hebben geen Europees pact nodig, maar een Nederlands pact.”
Minister Van den Brink van Asiel en Migratie noemde het pact eerder “een belangrijke stap” om meer grip te krijgen op migratie, iets waar het al jaren over gaat in politiek Den Haag.
Na de Tweede Kamer moet ook de Eerste Kamer zich nog buigen over de Nederlandse goedkeuring van het Europese pact. Als de stemming daar langs dezelfde lijnen gaat als vandaag, is er ook in de senaat een meerderheid.
Reacties uitgeschakeld voor Noot 8/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 7/Waarschuwing
- Europees Migratiepact: Met de instemming van de Tweede Kamer en de inwerkingtreding van nieuwe EU-regels, is er in Europees verband gekozen voor striktere buitengrenzen en snellere procedures. [1, 2]
- Strengere wetgeving: Politieke partijen zoals de VVD en het CDA gebruiken de term expliciet als antwoord op de druk op huisvesting, zorg en onderwijs. Dit vertaalt zich naar concrete maatregelen, waaronder de inperking van gezinshereniging. [1, 2]
Hoewel de term breed wordt geaccepteerd als politieke standaard, is er ook kritiek. Analisten en maatschappelijke organisaties wijzen erop dat de retoriek over ‘grip’ soms leidt tot onrealistische verwachtingen of wordt ingezet als politiek instrument in plaats van een oplossing voor de complexe realiteit achter migratiestromen. Organisaties als VluchtelingenWerk
Hoe politiek Den Haag ‘grip op migratie’ probeert te krijgen
“Ongeveer 900”, “ongeveer 1000”, “ongeveer 900”. Elke maandag(opent in nieuw venster) publiceert het ministerie van Justitie en Veiligheid een nieuwsbericht van één zin met de “asielinstroom” van de week ervoor. Die cijfers moeten omlaag, vindt het kabinet, dat ‘grip op migratie’ wil.
Nederland kan zoveel asielzoekers niet aan, is de gedachte. De zogenoemde asielketen zit verstopt, er is niet genoeg plek om mensen te huisvesten en zorg en onderwijs staan onder druk, vindt het kabinet. Daarom wordt gewerkt aan nieuwe regels in Europa en in Nederland.
Deze week stemde de Tweede Kamer in met het Europese Asiel- en Migratiepact, dat half juni moet ingaan. En over een kleine twee weken behandelt de Eerste Kamer ‘de asielwetten van Faber’, de asielnoodmaatregelenwet en de invoering van een tweestatusstelsel. En dan is er ook de spreidingswet, die al geldt, maar waarover de discussie voortduurt.
10 jaar praten
Het EU-pact werd donderdag in de Tweede Kamer aangenomen. De coalitie stemde voor. Tegenstand was er op links en bij FVD en de groep-Markuszower.
Het grote bezwaar van radicaal-rechts is dat er soevereiniteit wordt overgedragen aan Europa en dat de regels niet ver genoeg gaan. Links vindt dat de regels juist te streng zijn. GroenLinks-PvdA-Kamerlid Westerveld noemde het “een hardvochtige route over rechts”.
In het Europese migratiepact staat dit:
- Kortere asielprocedures aan de buitengrens van de EU
- Onderscheid tussen kansrijke en kansarme asielzoekers
- Kansarme asielzoekers moeten uitzetting afwachten in (half) gesloten centra
- Ze moeten snel terug naar het land van herkomst of een ander veilig land
- Lidstaten mogen ook hun gehele asielprocedure laten uitvoeren in een veilig land buiten de EU
De positie van D66 is interessant. De partij van premier Jetten beloofde in campagnetijd streng te zijn op migratie, maar is niet gewend hier voorop te lopen. En ook deze week bleek D66 terughoudend.
D66 stemde voor het migratiepact, maar over de bijbehorende terugkeerwet bleek onenigheid te zijn binnen de coalitie. Dat zit zo: het EU-pact gaat vooral over tegenhouden aan de buitengrens. Om mensen terug te sturen, is een extra terugkeerwet nodig. In het regeerakkoord is afgesproken dat ook die gesteund wordt door de coalitie.
Maar dat sluitstuk van het pact bleek strenger dan voorzien. In Brussel stemde D66 al tegen en ook in de Tweede Kamer wil D66 het er toch nog over hebben. Geen denken aan, zeggen VVD en CDA. Wordt vervolgd, want de Tweede Kamer moet zich er nog over buigen.
‘Strengste ooit’
Dat was het Europese deel. In ons land wordt ook gewerkt aan asielwetten, de wetten waarvan de vorige minister Faber (PVV) zei dat ze voor het “strengste asielregime ooit” gingen zorgen.
Het kabinet-Jetten zet die wetten door, en dat kan binnen de Europese regels. Het staat landen vrij nationale wetgeving op te stellen binnen de kaders van het migratiepact. Het gaat dan bijvoorbeeld om regels over opvanglocaties, sociale voorzieningen of sommige procedures.
Dit staat in de Nederlandse asielwetten:
- Een tweestatusstelsel met onderscheid tussen mensen die gevaar lopen vanwege hun etniciteit, geaardheid of religie en mensen die vluchten voor oorlog en (natuur)geweld
- Een verkorting van de verblijfsvergunning van vijf naar drie jaar
- Tijdelijke asielvergunningen die elke drie jaar worden beoordeeld
- Geen dwangsommen meer voor de IND
- Gezinshereniging wordt lastiger
- Illegaliteit wordt strafbaar
Volgens het ministerie is het nodig “de asielketen snel te ontlasten”. Daarom worden “nationale keuzes” gemaakt. Nederland wordt daarmee minder aantrekkelijk voor asielzoekers, is het idee.
Of de plannen ook doorgaan, is nog onzeker. Deze maand behandelt de Eerste Kamer de wetten, die in de Tweede Kamer al zijn aangenomen. Mocht de senaat ze goedkeuren, dan voert het kabinet ze “onverkort” uit, staat in het coalitieakkoord.
Maar er is veel kritiek, ook op de uitvoerbaarheid, onder meer van IND, Raad van State, kerken(opent in nieuw venster), advocatuur(opent in nieuw venster) en rechtspraak(opent in nieuw venster). De senaatsfractie van D66 is dan ook “heel kritisch”, zegt fractievoorzitter Dittrich. Hij dreigt tegen te stemmen, vooral vanwege de strafbaarstelling van illegaliteit, die de PVV er ter elfder ure in kreeg. Dittrich: “Waarom moet dat strafbaar worden? Dat zie ik niet zitten.”
Ook binnen de senaatsfractie van CDA leven bezwaren, tekende Trouw eerder op(opent in nieuw venster). Daar komt nog bij dat voorstander BBB deze week weer een senator kwijtraakte. Zo komt een meerderheid daar mogelijk in gevaar.
Als de Eerste Kamer er toch mee instemt, kan het snel gaan. Want dan wordt “een reeks instroombeperkende maatregelen met onmiddellijke ingang van kracht”, schreef minister Van den Brink (Asiel en Migratie, CDA) vorige week aan alle gemeenten. Hoewel het daarbij wel de vraag is in hoeverre uitvoeringsinstanties er klaar voor zijn.
De minister schreef dit aan de gemeenten, omdat die de al geldende spreidingswet moeten uitvoeren voor betere verdeling van asielzoekers. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Op veel plekken is daartegen verzet, bleek ook weer bij de gemeenteraadsverkiezingen.
Gissen
Bij die verkiezingen hebben veel partijen winst geboekt die tegen de komst van asielzoekerscentra zijn. Maar het kabinet houdt nog vast aan opgelegde spreiding. De minister maakte onlangs bekend dat gemeenten voor nog eens tienduizenden plekken moeten zorgen.
De spreidingswet wordt “voorlopig in stand” gehouden, maar moet uiteindelijk “overbodig” worden, staat in het coalitieakkoord. Dat gebeurt sneller als de instroom omlaaggaat, want dan zijn er minder opvangplekken nodig. Zie daar het verband met het EU-pact en de asielwetten.
Naar de ‘grip’ die het moet leveren, blijft het gissen. Gaat het ministerie uiteindelijk naar weekberichten van “ongeveer 300”, ongeveer 500 of “ongeveer 800”? Niemand kan dat voorspellen, al is het maar omdat vluchtelingenstromen voor een groot deel afhankelijk zijn van de situatie in de wereld.
EINDE
Reacties uitgeschakeld voor Noot 7/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noten 5 en 6/Waarschuwing
Reacties uitgeschakeld voor Noten 5 en 6/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers





