Noten 1 t/m 3/Waarin een Koning klein kan zijn

[1]

UITLEG OVER DE DOOR WILDERS GENOEMDE ”B COMPONENT”

De uitkering die zij krijgen bestaat uit een inkomensdeel (A-component) en een component voor personele en materiële uitgaven (B-component). ”

KONINKLIJK HUIS.NL

BEGROTING VAN DE KONING

https://www.koninklijkhuis.nl/onderwerpen/financien-koninklijk-huis/begroting-van-de-koning

Begroting van de Koning

De Grondwet bepaalt in artikel 40 dat de Koning een uitkering van de Staat ontvangt. De Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH) werkt deze bepaling in de Grondwet verder uit. De wet regelt de uitkering voor de Koning, zijn opvolger (als deze meerderjarig is) en de Koning die afstand heeft gedaan van het Koningschap. Ook hun echtgenoten (of weduwen/weduwnaars) krijgen een uitkering. Op dit moment ontvangen Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima, de Prinses van Oranje en Prinses Beatrix een grondwettelijke uitkering.

De uitkering die zij krijgen bestaat uit een inkomensdeel (A-component) en een component voor personele en materiële uitgaven (B-component). 

De Prinses van Oranje heeft besloten dat zij tot het einde van haar studie de A-component terug zal storten, waarna het zal worden toegevoegd aan de algemene middelen. Met andere woorden: het gaat terug naar de staatskas. De B-component (de onkostenvergoeding) zal zij tevens terugstorten, zolang zij geen hoge kosten zal maken in haar functie van beoogd troonopvolger. 

De WFSKH bepaalt ook dat de personele en materiële kosten van het koningschap door het Rijk worden betaald. Dat zijn bijvoorbeeld kosten voor het personeel en het wagenpark van de Dienst van het Koninklijk Huis.

De uitwerking van deze bepalingen in de Grondwet en de WFSKH vindt jaarlijks plaats via de begroting van de Koning. De begroting van de Koning bevat de verwachte uitgaven voor de uitoefening van het koningschap. Deze uitgaven zijn opgenomen in drie artikelen:

Artikel 1: Grondwettelijke uitkeringen aan de leden van het Koninklijk Huis

Artikel 2: Functionele uitgaven van de Koning

Artikel 3: Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen

De totale uitgaven op de begroting van de Koning worden voor het jaar 2024 begroot op € 55.901.000. Het volgende overzicht laat alle bedragen zien (in miljoenen), die op de begroting van de Koning staan in 2024. In het onderste overzicht staan de bedragen uit andere begrotingen binnen de Rijksbegroting die met het Koningschap te maken hebben.

Infographic Begroting van de Koning 2024

Overzicht van alle bedragen (in miljoenen), die op de begroting van de Koning staan. In het onderste overzicht staan de bedragen uit andere begrotingen binnen de Rijksbegroting die met het Koningschap te maken hebben.

Vergroot afbeeldingVergroot afbeelding

Uitgeschreven tekst

Beeld: ©RVD

Documenten

KONINKLIJK HUIS.NL

HOE WORDT DE HOOGTE VAN DE UITKERING

VOOR DE KONING BEPAALD?

https://www.koninklijkhuis.nl/onderwerpen/financien-koninklijk-huis/vraag-en-antwoord/hoe-wordt-de-hoogte-van-de-uitkering-voor-de-koning-bepaald

De Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH) stelt de uitkeringen vast voor de uitkeringsgerechtigde leden van het Koninklijk Huis, en hoe deze uitkeringen aan de lonen en uitkeringen worden aangepast.

De A-component bestaat uit het inkomen. Het inkomen volgt de ontwikkeling van het netto-inkomen van de vicepresident van de Raad van State. Dat inkomen volgt weer de salarisontwikkeling van de rijksambtenaren. De B-component bestaat uit personele en materiële uitgaven. De B-component loopt voor de ene helft gelijk aan de salarisontwikkeling van de rijksambtenaren. De andere helft volgt de ontwikkeling van de prijzen.

[2]

NOS

PRINSES AMALIA ZIET VOORLOPIG AF VAN TOELAGE VAN

1,6 MILJOEN EURO

11 JUNI 2021

https://nos.nl/artikel/2384603-prinses-amalia-ziet-voorlopig-af-van-toelage-van-1-6-miljoen-euro

Prinses Amalia ziet voorlopig af van haar toelage. In december wordt ze achttien en vanaf dat moment heeft ze volgens de wet recht op zo’n 1,6 miljoen euro per jaar. Een kleine 300.000 euro per jaar daarvan is inkomen, de vergoeding voor personele en materiële uitgaven is ruim 1,3 miljoen.

Nu meldt Amalia dat ze tot het eind van haar studie geen beroep doet op het inkomensdeel van haar uitkering, en dat ze “zolang zij geen hoge kosten zal maken in haar functie als Prinses van Oranje” ook de onkostenvergoeding terugstort. De kroonprinses heeft daar zelf een brief over geschreven aan demissionair premier Rutte en die heeft de Tweede Kamer geïnformeerd.Rijksoverheid

De brief die prinses Amalia aan demissionair premier Rutte stuurde

Amalia slaagde gisteren voor haar eindexamen gymnasium. Ze gaat niet meteen een vervolgopleiding doen, maar ze wil “eerst de wereld verkennen”. In haar brief schrijft de kroonprinses dat ze het “ongemakkelijk” vindt om een uitkering te krijgen zolang ze daar “weinig als tegenprestatie tegenover kan stellen en andere studenten het zoveel moelijker hebben, zeker in deze onzekere corona-tijd”.

Dat een lid van het Koninklijk Huis afziet van de toelage, is nog nooit eerder gebeurd.

De toelage voor het Koninklijk Huis is bijna elk jaar een thema bij de behandeling van de begroting in de Tweede Kamer. In aanloop naar haar achttiende verjaardag kwam daar ook de discussie bij over de financiën van de kroonprinses. Sommige Kamerleden vinden het bedrag voor Amalia te hoog.

Rutte: begrip en waardering

Rutte heeft begrip en waardering voor de stap van de kroonprinses. Hij benadrukte dat het “echt haar brief en haar besluit was”.

De premier denkt niet dat dit besluit tot een nieuwe discussie zal leiden over de toelagen van het Koninklijk Huis. “Nee, de wet blijft de wet en zij maakt deze keus.”

Volgens de premier moeten we blij zijn met een kroonprinses die dit doet en “moeten we dat niet problematiseren”. Rutte denkt dat Amalia een “geweldige koningin” wordt.

EINDE

BLAUW BLOED

PRINSES AMALIA ZIET OOK VOLGEND JAAR AF VAN TOELAGE

20 SEPTEMBER 2023

https://blauwbloed.eo.nl/royaltynieuws/prinses-amalia-toelage-2024

De Prinses van Oranje ziet volgend jaar af van haar jaarlijkse toelage. Dit staat in de Miljoenennota die gisteren op Prinsjesdag is gepresenteerd. Prinses Amalia, die vanaf haar achttiende verjaardag recht heeft op een inkomen en onkostenvergoeding, ziet er wederom van af.

Prinses Amalia slaat de ruim 1,7 miljoen euro waar ze recht op heeft nog een extra jaar af. De toelage van 2023 is opgebouwd uit een inkomen van 307.000 euro en een onkostenvergoeding van 1,4 miljoen euro. In 2024 stijgt dit totale bedrag naar zo’n 1,8 miljoen, maar het hele bedrag wordt volgend jaar wederom teruggestort naar de Nederlandse staat. De prinses deed nog voor haar achttiende verjaardag afstand van haar jaarlijkse toelage. In een persoonlijke brief aan de toenmalige minister-president Mark Rutte legde ze uit waarom ze het bedrag nog niet wil ontvangen. 

“Ik vind dat ongemakkelijk zolang ik daar weinig als tegenprestatie tegenover kan stellen en andere studenten het zoveel moeilijker hebben, zeker in deze Corona tijd”, zo schreef prinses Amalia op 11 juni 2021. “Het inkomen zal ik daarom tot aan het einde van mijn studie terugstorten. Bovendien zal ik zolang ik mijn functie als Prinses van Oranje geen hoge kosten hoef te maken, ook de onkostenvergoeding terugstorten. Ik hoop dat u het begrijpt.” 

De prinses studeert sinds 2022 aan de UVA in Amsterdam en is dit schooljaar aan haar tweede studiejaar begonnen. De verwachting is dat Amalia pas gebruik gaat maken van haar toelage zodra ze haar studie heeft afgerond. 

Meer geld naar het koningshuis dan voorheen 

De kosten voor het koningshuis stijgen in 2024 meer dan voorheen. Uit de gepresenteerde Miljoenennota blijkt dat er komend jaar meer geld wordt uitgetrokken voor het koningshuis, namelijk ruim 55 miljoen. Dat is een stijging van zo’n 11 procent. Dit is de hoogste stijging sinds koning Willem-Alexander op de troon zit. 

Koning Willem-Alexander, koningin Máxima, prinses Amalia en prinses Beatrix hebben volgend jaar in totaal ongeveer 600.000 euro meer te besteden dan dit jaar, opgebouwd uit inkomen en onkostenvergoeding. Al stort Amalia haar toelage natuurlijk terug. De Rijksvoorlichtingsdienst laat weten dat de leden van het koninklijk huis daarin de cao van het Rijk volgen.

Foto’s: ANP

[3]

OVER HET NIBUD

Het Nibud is een onafhankelijk kennis- en adviescentrum op het gebied van huishoudfinanciën. Wij gaan voor een Nederland zonder geldproblemen. Ben je benieuwd wat het Nibud precies doet? Lees dan verder op deze pagina’s.

NIBUD: VERDWIJNING ENERGIETOESLAG ADERLATING VOOR

LAAGSTE INKOMENS

19 SEPTEMBER 2023

De meeste Nederlandse huishoudens hebben dankzij loonstijgingen en verhoging van de bijstand en het minimumloon volgend jaar meer te besteden dan dit jaar. Het verdwijnen van de energietoeslag betekent echter een koopkrachtdaling voor de huishoudens met de laagste inkomens.

Een alleenstaande in de bijstand zou er in 2024 € 36 per maand op vooruitgaan, maar door het verdwijnen van de energietoeslag slaat dat om naar een achteruitgang van ruim € 70 per maand. Gezinnen met meerdere kinderen hebben onder meer profijt van de wijzigingen in het kindgebonden budget. Hun koopkracht stijgt met bedragen tussen de € 50 en € 370. Dat blijkt uit berekeningen die het Nibud maakte op basis van de Miljoenennota.

‘We zien dat het kabinet de adviezen van de Commissie Sociaal minimum ter harte heeft genomen, gezinnen met kinderen worden beter ondersteund’, zegt Nibud-directeur Arjan Vliegenthart. ‘Maar aan het onderliggende patroon – dat de basis te weinig is om van rond te komen – is nog niets veranderd.’

Afhankelijkheid toeslagen te groot

Het Centraal Planbureau (CPB) waarschuwde het kabinet in augustus dat de armoede verder zou toenemen als er niet opnieuw maatregelen zouden worden genomen om de laagste inkomens te ondersteunen. De ingrepen in de huurtoeslag en het kindgebonden budget zorgen ervoor dat hun koopkracht in 2024 hier en daar een bescheiden plusje kent. Het Nibud ziet echter ook dat de koopkracht voor een alleenstaande met bijstand in 2024 daalt met 4,3 procent.

‘Deze regering is geconfronteerd met allerlei onverwachte gebeurtenissen zoals de oorlog in Oekraïne en een torenhoge inflatie. Desondanks hebben ze veel gedaan om huishoudens met lage inkomens te helpen. Dat neemt niet weg dat uit deze berekeningen blijkt dat de afhankelijkheid van (tijdelijke) toeslagen eigenlijk te groot is’, stelt Nibud-directeur Arjan Vliegenthart. ‘Een alleenstaande in de bijstand kon dit jaar met alle tijdelijke maatregelen en zonder tegenslagen rondkomen, maar als je volgend jaar € 72 minder kunt besteden, kom je elke maand te kort.’

HuishoudtypeKoopkrachtverandering in procente 2023-2024Netto bedrag per maand in euro’s
Alleenstaand bijstand-4,3%-72
Eenouder 1 kind bijstand-2,3%-54
Eenouder 2 kinderen bijstand1,9%+50
Alleenstaand € 20.000 uitkering-4,0%-70
Alleenstaand AOW + € 75003,1%+70
Alleenstaand werkend € 35.0002,9%+72
Eenouder 1 kind werkend € 35.0003,6%+120
Paar zonder kinderen € 35.000 en € 35.0003,5%+169
Paar 3 kinderen € 90.000 en € 45.0004,7%+371
Alleenstaand zelfstandig € 40.000-1,6%-53

Kindgebonden budget voor meeste huishoudens omhoog

De veranderingen in het kindgebonden budget pakken met name voor huishoudens met meerdere kinderen goed uit. Nu is het nog zo dat de bedragen voor het 1ste kind en de volgende kinderen verschillen. Vanaf volgend jaar krijgen ouders voor ieder kind een even hoog bedrag. De bedragen voor de oudere kinderen gaan daarnaast extra omhoog.

Doordat de bedragen flink zijn opgehoogd, heeft bijvoorbeeld een tweeverdienershuishouden met 3 kinderen en een inkomen van € 135.000 ook nog recht op kindgebonden budget. ‘Je kunt je afvragen of dat wenselijk is,’ zegt Vliegenthart. ‘Maar uiteraard adviseren wij huishoudens met hogere inkomens wel om te checken of zij komend jaar ook aanspraak kunnen maken op het kindgebonden budget. Laat het geld vooral niet liggen.’

Huurtoeslag omhoog en zorgtoeslag omlaag

Huurders die recht hebben op huurtoeslag merken in 2024 dat de maximale huurtoeslag omhoog gaat. Het kabinet wil hiermee kwetsbare groepen extra ondersteunen.

De tijdelijke verhoging van de zorgtoeslag die dit jaar gold, vervalt volgend jaar. Hierdoor daalt de zorgtoeslag voor huishoudens met een laag inkomen met € 30 tot 50 per maand. Arjan Vliegenthart: ‘We zien binnen de toeslagen grotere verschuivingen dan in andere jaren. Bij de ene toeslag komt er wat bij, de andere wordt juist lager. Het is goed om daar rekening mee te houden.’

Lonen stijgen harder dan inflatie

De verwachte inflatie zal volgend jaar 3,6 procent zijn. De lonen stijgen naar verwachting met gemiddeld 5,2 procent. Dit betekent voor meerdere huishoudens een koopkrachtstijging. Het Nibud waarschuwt echter voor een al te rooskleurige voorspelling van de inflatie. De afgelopen jaren hebben laten zien dat de prijsstijgingen veel hoger kunnen uitpakken dan verwacht.

Huishoudens kunnen er op basis van deze voorspelling in de huidige tijd dan ook niet vanuit gaan dat de inflatie niet hoger zal worden dan het voorspelde percentage. Is de inflatie hoger, dan zal de koopkrachtstijging lager zijn dan we nu verwachten. Ook gaat het hierbij om een gemiddelde loonstijging. Is de loonstijging in een bepaalde cao minder dan het gemiddelde, dan valt de koopkrachtstijging ook tegen. Omgekeerd kunnen werknemers in bedrijfstakken met hogere loonstijgingen dan gemiddeld er juist beter vanaf komen.

KOOPKRACHTVERANDERINGEN IN 2024

file:///C:/Users/Essed/Downloads/Koopkracht-2023-2024-117-voorbeelden-Prinsjesdag.pdf

Reacties uitgeschakeld voor Noten 1 t/m 3/Waarin een Koning klein kan zijn

Opgeslagen onder Divers

Over de politieke en morele medeplichtigheid van de Nederlandse regering aan de Israelische misdaden

ASTRID ESSED OVER DE MORELE MEDEPLICHTIGHEID

VAN DE NEDERLANDSE REGERING AAN DE ISRAELISCHE MISDADEN

Vuur en rook boven Gaza-Stad na een Israëlische luchtaanval AFPHTTPS://NOS.NL/COLLECTIE/13864/ARTIKEL/2381067-UREN-NA-TOESPRAAK-NETANYAHU-OPNIEUW-ISRAELISCHE-LUCHTAANVALLEN-OP-GAZA

MISDADEN VAN DE ISRAELISCHE BEZETTINGVERWOESTING VAN GAZA



MISDADEN VAN DE ISRAELISCHE BEZETTINGVERWOESTING VAN GAZA

BEZETTINGSTERREUR
foto Oda Hulsen Hebron 2 mei 2017/Verwijst naar foto van een Palestijnse jongen, die tegen de muur wordt gezet doorIsraelische soldaten, die hem toeriepen ”Where is your knife!”/Later vrijgelaten

NB Het is dus NIET de foto van een Palestijnse jongen, die bij de kraag wordt gegrepen

Foto van Oda Hulsen valt soms weg

Israeli settlements in the disputed palestinian territory
Green mountains with settlements near Jerusalem, Israel

ILLEGALE ISRAELISCHE NEDERZETTINGEN, BITTEREBIJPRODUCTEN VAN DE ISRAELISCHE BEZETTING

Beste Lezers,

Op 23 maart anno 2023 deed ik middels een mailbrief een Oproep aan de toenmalige minister van

Buitenlandse Zaken, Hoekstra, om op te treden tegen de maar voortdurende

Israelische misdaden tegen het Palestijnse volk [1]

Op 18 april ontving ik een reactie via DAM [Directie Noord Afrika en Midden-Oosten [2] met de gebruikelijke zalvende woorden over ”twee partijen”

[alsof het Gelijke Partijen zijn en geen Bezetter en Onderdrukte]

Zie de DAM mailbrief direct onder de noten

Vanwege andere werkzaamheden heb ik niet direct kunnen reageren, maar nu dan, op 12 september jongstleden [!] mijn felle reactie!

Zie onder de DAM brief!

En Zie ook de link op mijn website!

ASTRID ESSED

NOTEN

[1]

MAIL ASTRID ESSED AAN MINISTER HOEKSTRA VAN

BUITENLANDSE ZAKEN DD 23 MAART 2023/NEDERLANDSE

REGERING, KOM IN ACTIE EN TREED OP TEGEN DE ISRAELISCHE 

MISDADEN!

[2]

MAIL DAM [OVERHEIDSORGANISATIE] DD 18 APRIL NAAR AANLEIDING

VAN  ASTRID’S BRIEF AAN MINISTER HOEKSTRA OVER NEDERLAND’S

MEDEPLICHTIGHEID AAN ISRAELISCHE MISDADEN

A

MAIL DAM AAN ASTRID ESSED

Reactie op uw brief omtrent de ontwikkelingen in Israël en de Palestijnse Gebieden

DAM <dam@minbuza.nl>

Tue, Apr 18 at 3:14 PM

Geachte mevrouw/mijnheer,

Dank voor uw bericht waarin u uw ernstige zorgen uitspreekt over het optreden van Israël in de Palestijnse Gebieden.

Het kabinet kijkt met zorg naar de huidige spanningen en het toenemend gebruik van geweld, zoals ook blijkt uit de door u genoemde voorbeelden. Het is in het belang van beide partijen om verdere escalatie te voorkomen. Het kabinet blijft daarom oproepen tot de-escalatie en spreekt zich nadrukkelijk uit tegen unilaterale stappen die de situatie verder onder druk zetten. Het Nederlandse beleid ten aanzien van het Midden-Oosten Vredesproces is gestoeld op sterke bilaterale relaties met zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit, die ook worden gebruikt om deze boodschap over te brengen. Wanneer Nederland berichten ontvangt dat een van beide partijen zich schuldig maakt aan schendingen van mensenrechten en/of internationaal recht, dan vraagt het de betreffende partij met klem om opheldering en het ter verantwoording roepen van de mogelijke daders. Ook op Europees niveau wordt deze boodschap uitgedragen, getuige de recente verklaring van de EU-Hoge Vertegenwoordiger Borrell en alle 27 EU-lidstaten gezamenlijk. Vooralsnog ziet het kabinet echter geen heil in sancties, maar blijft het zich onverminderd inzetten om beide partijen nader tot elkaar te brengen. In dit kader steunt Nederland de recente initiatieven van Jordanië, Egypte en de VS in Aqaba en Sharm el-Sheikh om Israël en de Palestijnse Autoriteit te bewegen om de situatie te de-escaleren en zodoende uiteindelijk de weg vrij te maken voor een vreedzame oplossing van het conflict.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben over de Nederlandse inzet.

Hoogachtend,

Marc GerritsenDirecteur Noord-Afrika en Midden-OostenMinisterie van Buitenlandse Zaken Marleen MonsterHoofd Team Midden-Oosten VredesprocesMinisterie van Buitenlandse Zaken

Help save paper! Do you really need to print this email?

Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico’s verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten.

This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages

B

REACTIE ASTRID ESSED AAN DAM

Astrid Essed <astridessed@yahoo.com>

To:DAM

Tue, Sep 12 at 8:37 PM

AAN

De Minister van Buitenlandse Zaken, de heer W Hoekstra [nu waarnemend minister Schreinemacher]

De Directie Noord-Afrika en het Midden-Oosten,

mevrouw Monster en de heer Gerritsen

Onderwerp:

Reactie op uw beantwoording van mijn brief dd 23 maart jongstleden

met als mailaanhef: ”Nederlandse regering, kom in actie en treedt

op tegen de Israelische misdaden!”

Zie voor uw beantwoording dd 18 april onder P/S

Daaronder mijn brief dd 23 maart

Geachte minister Hoekstra [nu waarnemend minister Schreinemacher]

Geachte heer Gerritsen

Geachte mevrouw Monster,

Ze zeggen weleens ”Hoe later Nacht, hoe schoner Volk”

Onze correspondentie [mijn brief dd 23 maart, uw antwoord dd 18 april]

dateert alweer van enkele maanden terug en in die periode is er, politiek

gezien, veel gebeurd.

Her kabinet Rutte IV is inmiddels gevallen [1] en er komen nieuwe

verkiezingen dd 22 november 2023! [2]

Toch zijn mijn brandbrief, alsmede uw antwoord daarop, nog steeds

zeer actueel!

Door drukke activiteiten heb ik niet eerder kunnen reageren, waarvoor excuses.

Of moet ik zeggen:

”U bent nog niet van mij af, al dacht u misschien van wel?

Welnu, hierbij mijn reactie.

GEEN GELIJKE PARTIJEN

MORELE MEDEPLICHTIGHEID NEDERLANDSE REGERING

Wat mij zo stoort aan uw reactie op mijn Brandbrief over de misdaden

van de Israelische Bezettings en Apartheidsstaat [3] is, dat u voortdurend

suggereert, alsof er sprake is van twee gelijke partijen en daarmee geniepig de essentie van de hele ellende rond het Israelisch-Palestijnse conflict

negeert:

De Israelische bezetting van de Palestijnse gebieden sinds 1967!

Dat weet de Nederlandse regering, wiens standpunt u hier vertolkt, zeer goed!

Ook is de Nederlandse regering op de hoogte van VN Veiligheidsraadsresolutie 242, die Israel in 1967 reeds opriep,

de Bezette Palestijnse gebieden te ontruimen [4] wat tot op

heden niet is gebeurd.

Daaraan toegevoegd de sinds eind zestiger jaren gestichte en zich nog steeds uitbreidende illegale nederzettingen [5], de Muurbouw, eveneens

illegaal verklaard door het Internationale Gerechtshof [6], de barbaarse

onderdrukking van de bezette Palestijnse bevolking zich o.a. uitend in het ongelijke rechtssysteem en misdadige militaire invallen, bijvoorbeeld

in Gaza [7], folterpraktijken van gevangenen, administratieve detentie [8], het is teveel om

op te noemen.

Zodanig is de situatie verziekt en uit de hand gelopen, dat zowel Human Rights Watch als Amnesty International, twee gerennommeerde mensen-

rechtenorganisaties, Israel aanduiden als Apartheidsstaat! [9]

En to add insult to injury, is er nu een openlijk fascistische regering

aangetreden!

Zie voor achtergrondinformatie over het fascistische karakter van de Israelische regering, de link naar mijn mail aan uw adres! [10]

Er zijn hier dus niet ”twee gelijke partijen”, zoals u in uw mail

tegenover mij bazelt [met alle respect]

Er is hier een Onderdrukker en Onderdrukte en de Onderdrukker

moet aangepakt worden!

ONGRONDWETTELIJK

Het lijkt mij duidelijk, dat het aan de Nederlandse regering is, niet alleen

de Bezetter [Neen, NIET beide partijen: Israel bezet de Palestijnse Gebieden, Palestina niet Israel!] ter verantwoording te roepen en

te pressen, alleen of in EU verband, een einde te maken aan die bezetting

en de kwaadaardige voortbrengsels daarvan [o.a. de nederzettingen

en de Israelische Muur!].

Door dit achterwege te laten handelt de Nederlandse regering in

strijd met artikel 90 van de Grondwet, waardoor de Nederlandse

regering gehouden is, de Internationale Rechtsorde actief te

bevorderen. [11]

En de Israelische Bezetting, Nederzettingenpolitiek en de Israelische

Muur zijn in flagrante strijd met die Internationale Rechtsorde!

Niet alleen, dat de Nederlandse regering dat dus niet doet, zij

gaat nog verder door de militaire samenwerking met Israel uit te breiden! [12]

Dus….samenwerking met een bezettingsstaat, die foltert, standrechtelijk

executeert, een ongelijk rechtssysteem hanteert en nu ook nog openlijk

fascistisch is!

Israel maakt het nog bonter dan het Oekraine bezettende Rusland,

dat bij mijn weten nog geen nederzettingen in Oekraine gebouwd heeft

of daar een Muur gebouwd heeft.

Wat overigens niet betekent, dat ik mij niet ook fel keer tegen

die Russische bezetting. [13]

Maar de Nederlandse regering meet duidelijk met twee maten.

Wel de mond vol over de Russische terreur in Oekraine [14] [en terecht], maar Israel met fluwelen handjes aanpakken

EPILOOG

Bespaar mij uw zalvende Woorden [ik citeer uit uw Brief]

”Wanneer Nederland berichten ontvangt dat een van beide partijen zich schuldig maakt aan schendingen van mensenrechten en/of internationaal recht, dan vraagt het de betreffende partij met klem om opheldering en het ter verantwoording roepen van de mogelijke daders”

Natuurlijk deugt het ook niet, wanneer Palestijnen en/of hun organisaties

zich schuldig maken aan schendingen van mensenrechten, in welke vorm

dan ook en moet er terdege tegen geprotesteerd worden, maar een land

als Nederland, dat geen sancties wenst te nemen tegen Bezettings en

Apartheidsstaat Israel en er zelfs gezellig militair mee samenwerkt, heeft

zichzelf politiek en moreel medeplichtig gemaakt aan het barbaarse Israelische Bezettingsregime.

En zolang Nederland geen daadwerkelijke stappen onderneemt om aan

die Israelische Bezetting en Apartheid een einde te maken, heeft zij

Bloed aan haar Handen.

En wens ik van u geen Schrijven meer te ontvangen

The world will not be destroyed by those who do evil, but by those who watch them without doing anything.”

ALBERT EINSTEIN

https://www.goodreads.com/quotes/8144295-the-world-will-not-be-destroyed-by-those-who-do

Vriendelijke groeten

Astrid Essed

Amsterdam

https://www.astridessed.nl/

NOTEN 1 T/M 14

[Onder de noten uw Brief, daarna mijn Brief waarop u hebt gereageerd]

UW ANTWOORD DD 18 APRIL JONGSTLEDEN OP MIJN [ONDERSTAANDE]

BRIEF AAN U, DD 23 MAART JONGSTLEDEN

Reactie op uw brief omtrent de ontwikkelingen in Israël en de Palestijnse Gebieden

DAM <dam@minbuza.nl>

Tue, Apr 18 at 3:14 PM

Geachte mevrouw/mijnheer,

Dank voor uw bericht waarin u uw ernstige zorgen uitspreekt over het optreden van Israël in de Palestijnse Gebieden.

Het kabinet kijkt met zorg naar de huidige spanningen en het toenemend gebruik van geweld, zoals ook blijkt uit de door u genoemde voorbeelden. Het is in het belang van beide partijen om verdere escalatie te voorkomen. Het kabinet blijft daarom oproepen tot de-escalatie en spreekt zich nadrukkelijk uit tegen unilaterale stappen die de situatie verder onder druk zetten. Het Nederlandse beleid ten aanzien van het Midden-Oosten Vredesproces is gestoeld op sterke bilaterale relaties met zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit, die ook worden gebruikt om deze boodschap over te brengen. Wanneer Nederland berichten ontvangt dat een van beide partijen zich schuldig maakt aan schendingen van mensenrechten en/of internationaal recht, dan vraagt het de betreffende partij met klem om opheldering en het ter verantwoording roepen van de mogelijke daders. Ook op Europees niveau wordt deze boodschap uitgedragen, getuige de recente verklaring van de EU-Hoge Vertegenwoordiger Borrell en alle 27 EU-lidstaten gezamenlijk. Vooralsnog ziet het kabinet echter geen heil in sancties, maar blijft het zich onverminderd inzetten om beide partijen nader tot elkaar te brengen. In dit kader steunt Nederland de recente initiatieven van Jordanië, Egypte en de VS in Aqaba en Sharm el-Sheikh om Israël en de Palestijnse Autoriteit te bewegen om de situatie te de-escaleren en zodoende uiteindelijk de weg vrij te maken voor een vreedzame oplossing van het conflict.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben over de Nederlandse inzet.

Hoogachtend,

Marc GerritsenDirecteur Noord-Afrika en Midden-OostenMinisterie van Buitenlandse Zaken Marleen MonsterHoofd Team Midden-Oosten VredesprocesMinisterie van Buitenlandse Zaken

Help save paper! Do you really need to print this email?

Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico’s verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten.

This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages

MIJN BRIEF AAN U, DD 23 MAART JONGSTLEDEN

NEDERLANDSE REGERING, KOM IN ACTIE EN TREEDT OP TEGEN

DE ISRAELISCHE MISDADEN!

Astrid Essed <astridessed@yahoo.com>Thu, Mar 23, 6:47 AM
to dam@minbuza.nl

AAN

De Minister van Buitenlandse Zaken, de heer W Hoekstra

De Directie Noord-Afrika en het Midden-Oosten,

mevrouw Monster en de heer Gerritsen

Onderwerp: 

De gecontinueerde Israelische bezetting en Israel’s schendingen

van het Internationaal Recht

Oproep:

Nederlandse regering, kom in actie en treed op tegen de Israelische misdaden!

Deze oproep is zowel gericht aan minister Hoekstra als aan de

hem adviserende ambtenaren, mevrouw Monster en de heer Gerritsen

De walrus sprak:

De tijd is daar
Om over allerlei te praten”

Een schoen, een schip, een kandelaar,

Of koningen ook liegen

En of de zee soms koken kan

En een biggetje kan vliegen.
Uit het Engels vertaald uit:

 THE WALRUS AND THE CARPENTERLEWIS CARROLL: ALICE IN WONDERLAND

https://en.wikipedia.org/wiki/The_Walrus_and_the_Carpenter

Geachte heer Hoekstra

Geachte mevrouw Monster

Geachte heer Gerritsen

[Mocht u in tijdnood zijn, scroll dan direct door naar de essentie in

deze brief:

”DE FASCISTISCHE ISRAELISCHE REGERING EN HAAR MISDADEN/

EN/OF FACILITERING DAARVAN”]

OPROEP AAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Bizar en ongerijmd meneer Hoekstra, deze passage uit het onvergetelijke

boek Alice in Wonderland?

Nog ongerijmder en bizarder is de wijze waarop achtereenvolgende

Nederlandse regeringen, dit kabinet Rutte IV niet uitgezonderd, zich schuldig

hebben gemaakt aan het faciliteren van de Israelische bezetting en onderdrukking

van de Palestijnen en is daarmee moreel EN politiek medeplichtig

geworden zijn aan al het onrecht, de Palestijnen als volk aangedaan.

Want wie niet ingrijpt of in welke vorm dan ook zegt:

”Tot hier en niet verder” tegen misdaden van Staten, terwijl dat wel

mogelijk is, wordt een medeplichtige.

Zo ook de Nederlandse regering

En het is dan ook uw dure plicht, nu eens eindelijk in actie te komen

Het is immers volgens de Grondwet, artikel 90, uw plicht, het Internationaal Recht, waar Israel keer op keer lak aan heeft [1] te handhaven. [2]

ISRAEL/BEZETTING/ONDERDRUKKING

Ik hoef u niet te informeren over de sinds 1967 durende Israelische bezetting

van de Palestijnse gebieden Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en

Gaza [volgens het Internationaal Recht nog steeds bezet gebied] [3],

over de met zich meebrengende onderdrukking, de bouw van de illegale

nederzettingen, die nog vrolijk doorgaat, de in de diverse Israelische militaire

operaties begane oorlogsmisdaden, de wurgende Gaza Blokkade 

Lees daarover noot 4 maar.

DE FASCISTISCHE ISRAELISCHE REGERING EN HAAR MISDADEN/

EN/OF FACILITERING DAARVAN

Maar mijn Oproep geldt de huidige, wanhopige situatie onder

de nieuwe Israelische regering, die je gerust fascistisch mag noemen

met kolonisten hardliners in de regering, die het naakte bestaan van

Palestijnen als mens en als volk ontkennen [5]

Uit een dergelijk wereldbeeld komt alleen maar ellende voort en

dat bleef niet uit!

Door de Staat gesteund geweld van kolonisten tegen de bezette Palestijnse

bevolking was al jaren common practice [6], maar nu neemt het

huiveringwekkende vormen aan!

EEN POGROM IN DE STAD HAWARA WAARBIJ DOLGEDRAAIDE KOLONISTEN HUIZEN IN DE BRAND STAKEN! [7]

DE ZOVEELSTE UITBREIDING VAN DE ILLEGALE NEDERZETTINGEN

TEN KOSTE VAN DE PALESTIJNEN! [8]

DE ETNISCHE ZUIVERING VAN MASAFAR YATTA! [9]

HOE LANG MOET DIT NOG DOORGAAN?

OPROEP/OPROEP!

Een jarenlange bezetting, oorlogsmisdaden, systematische landroof,

een uithongeringsblokkade en nu een fascistische regering aan de macht,

die pogroms faciliteert, etnische zuiveringen op touw zet, Palestijnen

berooft van hun laatste stukje menswaardig leven

Hoog tijd voor u om in actie te komen, minister Hoekstra!

Dat kan op allerlei manieren

Het terugroepen van de Nederlandse ambassadeur voor overleg,

het op het matje roepen van de Israelische ambassadeur en het

belangrijkste en hoogst noodzakelijke:

HET INSTELLEN VAN SANCTIES TEGEN ISRAEL

Zeg het Associatieverdrag op of schort het op!

En dat kan gemakkelijk, want het Associatieverdrag heeft

een mensenrechtenclausule! [10]

En aan mevrouw Monster en de heer Gerritsen, die, verbonden

aan DAM [Directie Afrika en het Midden-Oosten] de minister

adviseren [11], de dringende oproep in die geest de minister 

met klemmende drang te adviseren

EPILOOG

Minister Hoekstra, als minister van Buitenlandse Zaken

draagt u grote verantwoordelijkheid!

Wegkijken van de misdaden, bezetting en onderdrukking door

Israel maakt u tot medeplichtige!

Handel dus.

En dit ten leste:

Als u de Russische inval in Oekraine [terecht] veroordeelt als

een beschadiging van de fundamenten van het Internationaal

Recht [12], waarom dan de misdaden van Israel keer op

keer met zachte hand aangepakt!

Denkt u daar maar eens over na

Vriendelijke groeten

Astrid Essed

Amsterdam 

NOTEN

Voor uw gemak zijn de noten hieronder als link aangebracht

NOTEN 1 T/M 12

Noten 1 t/m 12/Oproep aan minister Hoekstra/Treed op tegen de Israelische misdaden! | Astrid EssedHide original message

On Tuesday, April 18, 2023 at 03:14:52 PM GMT+2, DAM <dam@minbuza.nl> wrote:

Geachte mevrouw/mijnheer,

Dank voor uw bericht waarin u uw ernstige zorgen uitspreekt over het optreden van Israël in de Palestijnse Gebieden.

Het kabinet kijkt met zorg naar de huidige spanningen en het toenemend gebruik van geweld, zoals ook blijkt uit de door u genoemde voorbeelden. Het is in het belang van beide partijen om verdere escalatie te voorkomen. Het kabinet blijft daarom oproepen tot de-escalatie en spreekt zich nadrukkelijk uit tegen unilaterale stappen die de situatie verder onder druk zetten. Het Nederlandse beleid ten aanzien van het Midden-Oosten Vredesproces is gestoeld op sterke bilaterale relaties met zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit, die ook worden gebruikt om deze boodschap over te brengen. Wanneer Nederland berichten ontvangt dat een van beide partijen zich schuldig maakt aan schendingen van mensenrechten en/of internationaal recht, dan vraagt het de betreffende partij met klem om opheldering en het ter verantwoording roepen van de mogelijke daders. Ook op Europees niveau wordt deze boodschap uitgedragen, getuige de recente verklaring van de EU-Hoge Vertegenwoordiger Borrell en alle 27 EU-lidstaten gezamenlijk. Vooralsnog ziet het kabinet echter geen heil in sancties, maar blijft het zich onverminderd inzetten om beide partijen nader tot elkaar te brengen. In dit kader steunt Nederland de recente initiatieven van Jordanië, Egypte en de VS in Aqaba en Sharm el-Sheikh om Israël en de Palestijnse Autoriteit te bewegen om de situatie te de-escaleren en zodoende uiteindelijk de weg vrij te maken voor een vreedzame oplossing van het conflict.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben over de Nederlandse inzet.

Hoogachtend,

Marc GerritsenDirecteur Noord-Afrika en Midden-OostenMinisterie van Buitenlandse Zaken Marleen MonsterHoofd Team Midden-Oosten VredesprocesMinisterie van Buitenlandse Zaken

Help save paper! Do you really need to print this email?

Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico’s verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten.

This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.

Reacties uitgeschakeld voor Over de politieke en morele medeplichtigheid van de Nederlandse regering aan de Israelische misdaden

Opgeslagen onder Divers

Mail DAM [Overheidsorganisatie] dd 18 april aan Astrid Essed naar aanleiding van Astrid’s brief aan minister Hoekstra over Nederland’s medeplichtigheid aan Israelische misdaden

MAIL DAM [OVERHEIDSORGANISATIE] AAN ASTRID ESSED

DD 18 APRIL NAAR AANLEIDING VAN HAAR EERDERE BRIEF [23 MAART] AAN

MINISTER HOEKSTRA OVER NEDERLAND’S MEDEPLICHTIGHEID

AAN DE ISRAELISCHE MISDADENLEES EERST

REACTIE VAN DAM OP BOVENSTAANDE MAIL [IN LINK]

Reactie op uw brief omtrent de ontwikkelingen in Israël en de Palestijnse Gebieden

DAM <dam@minbuza.nl>

Tue, Apr 18 at 3:14 PM

Geachte mevrouw/mijnheer,

Dank voor uw bericht waarin u uw ernstige zorgen uitspreekt over het optreden van Israël in de Palestijnse Gebieden.

Het kabinet kijkt met zorg naar de huidige spanningen en het toenemend gebruik van geweld, zoals ook blijkt uit de door u genoemde voorbeelden. Het is in het belang van beide partijen om verdere escalatie te voorkomen. Het kabinet blijft daarom oproepen tot de-escalatie en spreekt zich nadrukkelijk uit tegen unilaterale stappen die de situatie verder onder druk zetten. Het Nederlandse beleid ten aanzien van het Midden-Oosten Vredesproces is gestoeld op sterke bilaterale relaties met zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit, die ook worden gebruikt om deze boodschap over te brengen. Wanneer Nederland berichten ontvangt dat een van beide partijen zich schuldig maakt aan schendingen van mensenrechten en/of internationaal recht, dan vraagt het de betreffende partij met klem om opheldering en het ter verantwoording roepen van de mogelijke daders. Ook op Europees niveau wordt deze boodschap uitgedragen, getuige de recente verklaring van de EU-Hoge Vertegenwoordiger Borrell en alle 27 EU-lidstaten gezamenlijk. Vooralsnog ziet het kabinet echter geen heil in sancties, maar blijft het zich onverminderd inzetten om beide partijen nader tot elkaar te brengen. In dit kader steunt Nederland de recente initiatieven van Jordanië, Egypte en de VS in Aqaba en Sharm el-Sheikh om Israël en de Palestijnse Autoriteit te bewegen om de situatie te de-escaleren en zodoende uiteindelijk de weg vrij te maken voor een vreedzame oplossing van het conflict.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben over de Nederlandse inzet.

Hoogachtend,

Marc GerritsenDirecteur Noord-Afrika en Midden-OostenMinisterie van Buitenlandse Zaken Marleen MonsterHoofd Team Midden-Oosten VredesprocesMinisterie van Buitenlandse Zaken

Help save paper! Do you really need to print this email?

Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico’s verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten.

This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages

Reacties uitgeschakeld voor Mail DAM [Overheidsorganisatie] dd 18 april aan Astrid Essed naar aanleiding van Astrid’s brief aan minister Hoekstra over Nederland’s medeplichtigheid aan Israelische misdaden

Opgeslagen onder Divers

Mail Astrid Essed aan Overheidsorganisatie DAM over de medeplichtigheid van de Nederlandse regering aan de misdaden van de Israelische Apartheidsstaat

MAIL ASTRID ESSED AAN DAM OVER DE MEDEPLICHTIGHEID

VAN DE NEDERLANDSE REGERING AAN DE MISDADEN VAN

DE ISRAELISCHE BEZETTINGS EN APARTHEIDSSTAAT

Vuur en rook boven Gaza-Stad na een Israëlische luchtaanval AFPHTTPS://NOS.NL/COLLECTIE/13864/ARTIKEL/2381067-UREN-NA-TOESPRAAK-NETANYAHU-OPNIEUW-ISRAELISCHE-LUCHTAANVALLEN-OP-GAZA

MISDADEN VAN DE ISRAELISCHE BEZETTINGVERWOESTING VAN GAZA



MISDADEN VAN DE ISRAELISCHE BEZETTINGVERWOESTING VAN GAZA

BEZETTINGSTERREUR
foto Oda Hulsen Hebron 2 mei 2017/Verwijst naar foto van een Palestijnse jongen, die tegen de muur wordt gezet doorIsraelische soldaten, die hem toeriepen ”Where is your knife!”/Later vrijgelaten

NB Het is dus NIET de foto van een Palestijnse jongen, die bij de kraag wordt gegrepen


NEDERZETTINGEN, BITTERE BIJPRODUCTEN VAN DE ISRAELISCHE BEZETTING:

LEES EERST DE ACHTERGRONDINFORMATIE

Astrid Essed <astridessed@yahoo.com>

To:DAM

Tue, Sep 12 at 8:37 PM

AAN

De Minister van Buitenlandse Zaken, de heer W Hoekstra [nu waarnemend minister Schreinemacher]

De Directie Noord-Afrika en het Midden-Oosten,

mevrouw Monster en de heer Gerritsen

Onderwerp:

Reactie op uw beantwoording van mijn brief dd 23 maart jongstleden

met als mailaanhef: ”Nederlandse regering, kom in actie en treedt

op tegen de Israelische misdaden!”

Zie voor uw beantwoording dd 18 april onder P/S

Daaronder mijn brief dd 23 maart

Geachte minister Hoekstra [nu waarnemend minister Schreinemacher]

Geachte heer Gerritsen

Geachte mevrouw Monster,

Ze zeggen weleens ”Hoe later Nacht, hoe schoner Volk”

Onze correspondentie [mijn brief dd 23 maart, uw antwoord dd 18 april]

dateert alweer van enkele maanden terug en in die periode is er, politiek

gezien, veel gebeurd.

Her kabinet Rutte IV is inmiddels gevallen [1] en er komen nieuwe

verkiezingen dd 22 november 2023! [2]

Toch zijn mijn brandbrief, alsmede uw antwoord daarop, nog steeds

zeer actueel!

Door drukke activiteiten heb ik niet eerder kunnen reageren, waarvoor excuses.

Of moet ik zeggen:

”U bent nog niet van mij af, al dacht u misschien van wel?

Welnu, hierbij mijn reactie.

GEEN GELIJKE PARTIJEN

MORELE MEDEPLICHTIGHEID NEDERLANDSE REGERING

Wat mij zo stoort aan uw reactie op mijn Brandbrief over de misdaden

van de Israelische Bezettings en Apartheidsstaat [3] is, dat u voortdurend

suggereert, alsof er sprake is van twee gelijke partijen en daarmee geniepig de essentie van de hele ellende rond het Israelisch-Palestijnse conflict

negeert:

De Israelische bezetting van de Palestijnse gebieden sinds 1967!

Dat weet de Nederlandse regering, wiens standpunt u hier vertolkt, zeer goed!

Ook is de Nederlandse regering op de hoogte van VN Veiligheidsraadsresolutie 242, die Israel in 1967 reeds opriep,

de Bezette Palestijnse gebieden te ontruimen [4] wat tot op

heden niet is gebeurd.

Daaraan toegevoegd de sinds eind zestiger jaren gestichte en zich nog steeds uitbreidende illegale nederzettingen [5], de Muurbouw, eveneens

illegaal verklaard door het Internationale Gerechtshof [6], de barbaarse

onderdrukking van de bezette Palestijnse bevolking zich o.a. uitend in het ongelijke rechtssysteem en misdadige militaire invallen, bijvoorbeeld

in Gaza [7], folterpraktijken van gevangenen, administratieve detentie [8], het is teveel om

op te noemen.

Zodanig is de situatie verziekt en uit de hand gelopen, dat zowel Human Rights Watch als Amnesty International, twee gerennommeerde mensen-

rechtenorganisaties, Israel aanduiden als Apartheidsstaat! [9]

En to add insult to injury, is er nu een openlijk fascistische regering

aangetreden!

Zie voor achtergrondinformatie over het fascistische karakter van de Israelische regering, de link naar mijn mail aan uw adres! [10]

Er zijn hier dus niet ”twee gelijke partijen”, zoals u in uw mail

tegenover mij bazelt [met alle respect]

Er is hier een Onderdrukker en Onderdrukte en de Onderdrukker

moet aangepakt worden!

ONGRONDWETTELIJK

Het lijkt mij duidelijk, dat het aan de Nederlandse regering is, niet alleen

de Bezetter [Neen, NIET beide partijen: Israel bezet de Palestijnse Gebieden, Palestina niet Israel!] ter verantwoording te roepen en

te pressen, alleen of in EU verband, een einde te maken aan die bezetting

en de kwaadaardige voortbrengsels daarvan [o.a. de nederzettingen

en de Israelische Muur!].

Door dit achterwege te laten handelt de Nederlandse regering in

strijd met artikel 90 van de Grondwet, waardoor de Nederlandse

regering gehouden is, de Internationale Rechtsorde actief te

bevorderen. [11]

En de Israelische Bezetting, Nederzettingenpolitiek en de Israelische

Muur zijn in flagrante strijd met die Internationale Rechtsorde!

Niet alleen, dat de Nederlandse regering dat dus niet doet, zij

gaat nog verder door de militaire samenwerking met Israel uit te breiden! [12]

Dus….samenwerking met een bezettingsstaat, die foltert, standrechtelijk

executeert, een ongelijk rechtssysteem hanteert en nu ook nog openlijk

fascistisch is!

Israel maakt het nog bonter dan het Oekraine bezettende Rusland,

dat bij mijn weten nog geen nederzettingen in Oekraine gebouwd heeft

of daar een Muur gebouwd heeft.

Wat overigens niet betekent, dat ik mij niet ook fel keer tegen

die Russische bezetting. [13]

Maar de Nederlandse regering meet duidelijk met twee maten.

Wel de mond vol over de Russische terreur in Oekraine [14] [en terecht], maar Israel met fluwelen handjes aanpakken

EPILOOG

Bespaar mij uw zalvende Woorden [ik citeer uit uw Brief]

”Wanneer Nederland berichten ontvangt dat een van beide partijen zich schuldig maakt aan schendingen van mensenrechten en/of internationaal recht, dan vraagt het de betreffende partij met klem om opheldering en het ter verantwoording roepen van de mogelijke daders”

Natuurlijk deugt het ook niet, wanneer Palestijnen en/of hun organisaties

zich schuldig maken aan schendingen van mensenrechten, in welke vorm

dan ook en moet er terdege tegen geprotesteerd worden, maar een land

als Nederland, dat geen sancties wenst te nemen tegen Bezettings en

Apartheidsstaat Israel en er zelfs gezellig militair mee samenwerkt, heeft

zichzelf politiek en moreel medeplichtig gemaakt aan het barbaarse Israelische Bezettingsregime.

En zolang Nederland geen daadwerkelijke stappen onderneemt om aan

die Israelische Bezetting en Apartheid een einde te maken, heeft zij

Bloed aan haar Handen.

En wens ik van u geen Schrijven meer te ontvangen

The world will not be destroyed by those who do evil, but by those who watch them without doing anything.”

ALBERT EINSTEIN

https://www.goodreads.com/quotes/8144295-the-world-will-not-be-destroyed-by-those-who-do

Vriendelijke groeten

Astrid Essed

Amsterdam

https://www.astridessed.nl/

NOTEN 1 T/M 14

[Onder de noten uw Brief, daarna mijn Brief waarop u hebt gereageerd]

UW ANTWOORD DD 18 APRIL JONGSTLEDEN OP MIJN [ONDERSTAANDE]

BRIEF AAN U, DD 23 MAART JONGSTLEDEN

Reactie op uw brief omtrent de ontwikkelingen in Israël en de Palestijnse Gebieden

DAM <dam@minbuza.nl>

Tue, Apr 18 at 3:14 PM

Geachte mevrouw/mijnheer,

Dank voor uw bericht waarin u uw ernstige zorgen uitspreekt over het optreden van Israël in de Palestijnse Gebieden.

Het kabinet kijkt met zorg naar de huidige spanningen en het toenemend gebruik van geweld, zoals ook blijkt uit de door u genoemde voorbeelden. Het is in het belang van beide partijen om verdere escalatie te voorkomen. Het kabinet blijft daarom oproepen tot de-escalatie en spreekt zich nadrukkelijk uit tegen unilaterale stappen die de situatie verder onder druk zetten. Het Nederlandse beleid ten aanzien van het Midden-Oosten Vredesproces is gestoeld op sterke bilaterale relaties met zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit, die ook worden gebruikt om deze boodschap over te brengen. Wanneer Nederland berichten ontvangt dat een van beide partijen zich schuldig maakt aan schendingen van mensenrechten en/of internationaal recht, dan vraagt het de betreffende partij met klem om opheldering en het ter verantwoording roepen van de mogelijke daders. Ook op Europees niveau wordt deze boodschap uitgedragen, getuige de recente verklaring van de EU-Hoge Vertegenwoordiger Borrell en alle 27 EU-lidstaten gezamenlijk. Vooralsnog ziet het kabinet echter geen heil in sancties, maar blijft het zich onverminderd inzetten om beide partijen nader tot elkaar te brengen. In dit kader steunt Nederland de recente initiatieven van Jordanië, Egypte en de VS in Aqaba en Sharm el-Sheikh om Israël en de Palestijnse Autoriteit te bewegen om de situatie te de-escaleren en zodoende uiteindelijk de weg vrij te maken voor een vreedzame oplossing van het conflict.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben over de Nederlandse inzet.

Hoogachtend,

Marc GerritsenDirecteur Noord-Afrika en Midden-OostenMinisterie van Buitenlandse Zaken Marleen MonsterHoofd Team Midden-Oosten VredesprocesMinisterie van Buitenlandse Zaken

Help save paper! Do you really need to print this email?

Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico’s verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten.

This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages

MIJN BRIEF AAN U, DD 23 MAART JONGSTLEDEN

NEDERLANDSE REGERING, KOM IN ACTIE EN TREEDT OP TEGEN

DE ISRAELISCHE MISDADEN!

Astrid Essed <astridessed@yahoo.com>Thu, Mar 23, 6:47 AM
to dam@minbuza.nl

AAN

De Minister van Buitenlandse Zaken, de heer W Hoekstra

De Directie Noord-Afrika en het Midden-Oosten,

mevrouw Monster en de heer Gerritsen

Onderwerp: 

De gecontinueerde Israelische bezetting en Israel’s schendingen

van het Internationaal Recht

Oproep:

Nederlandse regering, kom in actie en treed op tegen de Israelische misdaden!

Deze oproep is zowel gericht aan minister Hoekstra als aan de

hem adviserende ambtenaren, mevrouw Monster en de heer Gerritsen

De walrus sprak:

De tijd is daar
Om over allerlei te praten”

Een schoen, een schip, een kandelaar,

Of koningen ook liegen

En of de zee soms koken kan

En een biggetje kan vliegen.
Uit het Engels vertaald uit:

 THE WALRUS AND THE CARPENTERLEWIS CARROLL: ALICE IN WONDERLAND

https://en.wikipedia.org/wiki/The_Walrus_and_the_Carpenter

Geachte heer Hoekstra

Geachte mevrouw Monster

Geachte heer Gerritsen

[Mocht u in tijdnood zijn, scroll dan direct door naar de essentie in

deze brief:

”DE FASCISTISCHE ISRAELISCHE REGERING EN HAAR MISDADEN/

EN/OF FACILITERING DAARVAN”]

OPROEP AAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Bizar en ongerijmd meneer Hoekstra, deze passage uit het onvergetelijke

boek Alice in Wonderland?

Nog ongerijmder en bizarder is de wijze waarop achtereenvolgende

Nederlandse regeringen, dit kabinet Rutte IV niet uitgezonderd, zich schuldig

hebben gemaakt aan het faciliteren van de Israelische bezetting en onderdrukking

van de Palestijnen en is daarmee moreel EN politiek medeplichtig

geworden zijn aan al het onrecht, de Palestijnen als volk aangedaan.

Want wie niet ingrijpt of in welke vorm dan ook zegt:

”Tot hier en niet verder” tegen misdaden van Staten, terwijl dat wel

mogelijk is, wordt een medeplichtige.

Zo ook de Nederlandse regering

En het is dan ook uw dure plicht, nu eens eindelijk in actie te komen

Het is immers volgens de Grondwet, artikel 90, uw plicht, het Internationaal Recht, waar Israel keer op keer lak aan heeft [1] te handhaven. [2]

ISRAEL/BEZETTING/ONDERDRUKKING

Ik hoef u niet te informeren over de sinds 1967 durende Israelische bezetting

van de Palestijnse gebieden Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en

Gaza [volgens het Internationaal Recht nog steeds bezet gebied] [3],

over de met zich meebrengende onderdrukking, de bouw van de illegale

nederzettingen, die nog vrolijk doorgaat, de in de diverse Israelische militaire

operaties begane oorlogsmisdaden, de wurgende Gaza Blokkade 

Lees daarover noot 4 maar.

DE FASCISTISCHE ISRAELISCHE REGERING EN HAAR MISDADEN/

EN/OF FACILITERING DAARVAN

Maar mijn Oproep geldt de huidige, wanhopige situatie onder

de nieuwe Israelische regering, die je gerust fascistisch mag noemen

met kolonisten hardliners in de regering, die het naakte bestaan van

Palestijnen als mens en als volk ontkennen [5]

Uit een dergelijk wereldbeeld komt alleen maar ellende voort en

dat bleef niet uit!

Door de Staat gesteund geweld van kolonisten tegen de bezette Palestijnse

bevolking was al jaren common practice [6], maar nu neemt het

huiveringwekkende vormen aan!

EEN POGROM IN DE STAD HAWARA WAARBIJ DOLGEDRAAIDE KOLONISTEN HUIZEN IN DE BRAND STAKEN! [7]

DE ZOVEELSTE UITBREIDING VAN DE ILLEGALE NEDERZETTINGEN

TEN KOSTE VAN DE PALESTIJNEN! [8]

DE ETNISCHE ZUIVERING VAN MASAFAR YATTA! [9]

HOE LANG MOET DIT NOG DOORGAAN?

OPROEP/OPROEP!

Een jarenlange bezetting, oorlogsmisdaden, systematische landroof,

een uithongeringsblokkade en nu een fascistische regering aan de macht,

die pogroms faciliteert, etnische zuiveringen op touw zet, Palestijnen

berooft van hun laatste stukje menswaardig leven

Hoog tijd voor u om in actie te komen, minister Hoekstra!

Dat kan op allerlei manieren

Het terugroepen van de Nederlandse ambassadeur voor overleg,

het op het matje roepen van de Israelische ambassadeur en het

belangrijkste en hoogst noodzakelijke:

HET INSTELLEN VAN SANCTIES TEGEN ISRAEL

Zeg het Associatieverdrag op of schort het op!

En dat kan gemakkelijk, want het Associatieverdrag heeft

een mensenrechtenclausule! [10]

En aan mevrouw Monster en de heer Gerritsen, die, verbonden

aan DAM [Directie Afrika en het Midden-Oosten] de minister

adviseren [11], de dringende oproep in die geest de minister 

met klemmende drang te adviseren

EPILOOG

Minister Hoekstra, als minister van Buitenlandse Zaken

draagt u grote verantwoordelijkheid!

Wegkijken van de misdaden, bezetting en onderdrukking door

Israel maakt u tot medeplichtige!

Handel dus.

En dit ten leste:

Als u de Russische inval in Oekraine [terecht] veroordeelt als

een beschadiging van de fundamenten van het Internationaal

Recht [12], waarom dan de misdaden van Israel keer op

keer met zachte hand aangepakt!

Denkt u daar maar eens over na

Vriendelijke groeten

Astrid Essed

Amsterdam 

NOTEN

Voor uw gemak zijn de noten hieronder als link aangebracht

NOTEN 1 T/M 12

Noten 1 t/m 12/Oproep aan minister Hoekstra/Treed op tegen de Israelische misdaden! | Astrid EssedHide original message

On Tuesday, April 18, 2023 at 03:14:52 PM GMT+2, DAM <dam@minbuza.nl> wrote:

Geachte mevrouw/mijnheer,

Dank voor uw bericht waarin u uw ernstige zorgen uitspreekt over het optreden van Israël in de Palestijnse Gebieden.

Het kabinet kijkt met zorg naar de huidige spanningen en het toenemend gebruik van geweld, zoals ook blijkt uit de door u genoemde voorbeelden. Het is in het belang van beide partijen om verdere escalatie te voorkomen. Het kabinet blijft daarom oproepen tot de-escalatie en spreekt zich nadrukkelijk uit tegen unilaterale stappen die de situatie verder onder druk zetten. Het Nederlandse beleid ten aanzien van het Midden-Oosten Vredesproces is gestoeld op sterke bilaterale relaties met zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit, die ook worden gebruikt om deze boodschap over te brengen. Wanneer Nederland berichten ontvangt dat een van beide partijen zich schuldig maakt aan schendingen van mensenrechten en/of internationaal recht, dan vraagt het de betreffende partij met klem om opheldering en het ter verantwoording roepen van de mogelijke daders. Ook op Europees niveau wordt deze boodschap uitgedragen, getuige de recente verklaring van de EU-Hoge Vertegenwoordiger Borrell en alle 27 EU-lidstaten gezamenlijk. Vooralsnog ziet het kabinet echter geen heil in sancties, maar blijft het zich onverminderd inzetten om beide partijen nader tot elkaar te brengen. In dit kader steunt Nederland de recente initiatieven van Jordanië, Egypte en de VS in Aqaba en Sharm el-Sheikh om Israël en de Palestijnse Autoriteit te bewegen om de situatie te de-escaleren en zodoende uiteindelijk de weg vrij te maken voor een vreedzame oplossing van het conflict.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben over de Nederlandse inzet.

Hoogachtend,

Marc GerritsenDirecteur Noord-Afrika en Midden-OostenMinisterie van Buitenlandse Zaken Marleen MonsterHoofd Team Midden-Oosten VredesprocesMinisterie van Buitenlandse Zaken

Help save paper! Do you really need to print this email?

Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen. De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico’s verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten.

This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message. The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.

Reacties uitgeschakeld voor Mail Astrid Essed aan Overheidsorganisatie DAM over de medeplichtigheid van de Nederlandse regering aan de misdaden van de Israelische Apartheidsstaat

Opgeslagen onder Divers

Noten 1 t/m 14/Astrid Essed strikes again

NOTEN 1 EN 2

NOOT 3

NOOT 4

NOOT 5

NOOT 6

NOTEN 7 EN 8

NOTEN 9 T/M 11

NOOT 12

NOTEN 13 EN 14

Reacties uitgeschakeld voor Noten 1 t/m 14/Astrid Essed strikes again

Opgeslagen onder Divers

Noten 13 en 14/Astrid Essed strikes again

13]

OEKRAIENSE VLUCHTELINGEN, EUROPA EN CHRISTENHONDEN/

SOLIDARITEIT OF TROUBLE IN PARADISE?

ASTRID ESSED’

24 JULI 2022

ZIE OOK

[14]

TWITTERPAGINA MINISTER HOEKSTRA

https://twitter.com/WBHoekstra/status/1496974375790206982?ref_src=twsrc%5Etfw%7Ctwcamp%5Etweetembed%7Ctwterm%5E1496974375790206982%7Ctwgr%5E365fa7aaa4e726afdf12ce1a55bd11995ae48bb9%7Ctwcon%5Es1_&ref_url=https%3A%2F%2Fwww.astridessed.nl%2Fnoot-12-oproep-aan-minister-hoekstra-treed-op-tegen-de-israelische-misdaden%2F

Wopke Hoekstra

@WBHoekstra

Nederlandse overheidsfunctionaris

#Rusland kiest er met laffe oorlogsdaden voor internationale afspraken in de wind te slaan, en de fundamenten van internationaal recht & internationale veiligheid ernstig te beschadigen. Vandaag met mijn collega’s van OVSE-landen overlegd over de aanval in Oekraïne. 1/3

Reacties uitgeschakeld voor Noten 13 en 14/Astrid Essed strikes again

Opgeslagen onder Divers

Noot 12/Astrid Essed strikes again

[12]

”6 april 2023, wetsvoorstel – Met Israël zijn afspraken gemaakt over de juridische status van defensiepersoneel dat aanwezig is op elkaars grondgebied. De Kamer debatteert met minister Ollongren (Defensie) en minister Hoekstra (Buitenlandse Zaken) over het verdrag waarin dit is vastgelegd.

Het verdrag met Israël is een bilaterale overeenkomst zoals we die ook met andere landen hebben, leggen Ollongren en Hoekstra uit. Het zegt niets over de inhoud van samenwerking. Er is vastgelegd dat de bevoegde autoriteiten jaarlijks afspraken maken. Het zou bijvoorbeeld kunnen gaan om wederzijds gebruik van trainings- en oefenfaciliteiten, gezamenlijke innovatiestudies en kennisuitwisseling.”

TWEEDE KAMER

VERDRAG MET ISRAEL OVER DE STATUS VAN ELKAARS

STRIJDKRACHTEN

6 APRIL 2023

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/plenaire_verslagen/kamer_in_het_kort/verdrag-met-israel-over-de-status-van-elkaars

THE RIGHTS FORUM

ONTLUISTEREND KAMERDEBAT LEIDT TOT GOEDKEURING

DEFENSIEVERDRAG MET ISRAEL

13 APRIL 2023

https://rightsforum.org/ontluisterend-kamerdebat-leidt-tot-goedkeuring-defensieverdrag-met-israel/

Op donderdag 6 april vond een Kamerdebat plaats over een met Israël te sluiten defensieverdrag. Vrijwel geen partij kwam opdagen en antwoorden van het kabinet blonken uit door vrijblijvende vaagheid. Toch werd het verdrag deze week aangenomen.

Donderdag 6 april debatteerde de Tweede Kamer over goedkeuring van een verdrag tussen Israël en Nederland dat de juridische ‘status van hun strijdkrachten’ op elkaars grondgebied regelt. Volgens het kabinet is dat een noodzakelijke stap voor nauwere samenwerking met het Israëlische defensie-apparaat. Ondanks de structurele mensenrechten­schendingen van het Israëlische leger en het annexatie- en nederzettingenbeleid van de Israëlische regering stemde een Kamermeerderheid voor goedkeuring van het verdrag.

Treurig was dat bij het debat vrijwel geen Kamerleden aanwezig waren. Alleen DENK, de initiator van het debat, de SP en PVV waren vertegenwoordigd. Regerings­partijen VVD en D66 hadden zich weliswaar aangemeld, maar trokken zich om onduidelijke redenen terug.

Nederlandse hypocrisie

Tijdens het debat hekelde Tunahan Kuzu van DENK de Nederlandse hypocrisie ten aanzien van de Israëlische bezetting en onderdrukking van de Palestijnen. Ook wees hij erop dat Israël kampioen-schender is van VN-resoluties. SP-Kamerlid Frank Futselaar vroeg zich vooral af wat de aanleiding voor het verdrag was, en waarom het inhoudelijk verschilt van vergelijkbare verdragen die Nederland eerder heeft gesloten.

De vraag is waarom je een militair verdrag zou sluiten met een land dat zich aanhoudend schuldig maakt aan schendingen van het internationaal recht.

Namens het kabinet slaagde minister van Defensie Kajsa Ollongren (D66) er niet in om deze en andere vragen te beantwoorden. De samenwerking zou volgens het kabinet bijdragen aan de versterking en innovatie van de Nederlandse krijgsmacht; Israël beschikt over waardevolle kennis en technologie, aldus Ollongren. Volgens Futselaar van de SP is dat niet het punt; hij vroeg zich terecht af waarom je een militair verdrag zou sluiten met een land dat zich aanhoudend schuldig maakt aan schendingen van het internationaal recht. Het antwoord daarop werd begraven in vaagheden.

Uitzonderen van Israël

Ook werd de vraag gesteld waarom met Israël maar liefst negen jaar over het verdrag is onderhandeld, terwijl er volgens het kabinet geen concrete plannen voor defensiesamen­werking bestaan. Doen we dat ook met willekeurige andere landen?, wilde de Kamer weten. Volgens Ollogren is negen jaar ‘geen ongebruikelijk lange duur’. Zij noemde een paar landen, waaronder Burkina Faso en Jordanië, als andere voorbeelden. De vraag is of dat klopt. Maar de crux is dat er in het geval van Israël wel degelijk concrete plannen bestaan, in de vorm van de aanschaf van een raketsysteem van leverancier Elbit, zoals wij eerder deze week schreven.

Daarnaast is het zorgwekkend dat bij dit verdrag, vergeleken met andere verdragen die Nederland heeft getekend, andere regels gelden met betrekking tot het dragen van wapens. Zo is met Israël afgesproken dat de wetten en regels van de zendstaat gelden, en niet die van de ontvangende staat. Ook voor deze uitzonderingspositie kon minister Ollongren geen reden geven.

Rechten van de Palestijnen

Een terechte vraag die meermaals door Kuzu en Futselaar werd gesteld is hoe de rechten van de Palestijnen in dit verdrag en overige onderlinge afspraken worden gewaarborgd, en hoe wordt voorkomen dat de Nederlands-Israëlische samenwerking (in)direct bijdraagt aan rechtenschendingen. In haar reactie volstond Ollongren met de opmerking dat het verdrag ‘niet indruist tegen artikel 90 van de Grondwet of de Nederlandse grondhouding ten aanzien van het internationaal recht en mensenrechten’.

Dat tekortschietende antwoord is opmerkelijk. Ollongren stelde namelijk in hetzelfde debat dat het kabinet geen screening zal uitvoeren om te voorkomen dat Israëlische militairen die zich schuldig hebben gemaakt aan volkenrechtelijke misdaden of terreurdaden bij de samen­werking betrokken raken. Dat betekent dat het kabinet met het sluiten van dit verdrag in de toekomst mogelijk een samenwerking aangaat met militairen die misdaden hebben begaan. Of, zoals Kuzu dit heikele punt tijdens het debat illustreerde:

Deze militaire samenwerking tussen Israël en Nederland betekent dat de sniper die Shireen Abu Akleh heeft gedood gewoon kan deelnemen aan militaire activiteiten op Nederlands grondgebied. Zonder deze screening is het reëel dat er oorlogscriminelen zullen trainen op Nederlands grondgebied.

Het voorbeeld illustreert de bredere praktijk waarin het kabinet voorbeelden van Israëls schendingen van het internationaal recht keer op keer van tafel veegt met de bewering dat ‘Nederland Israël consequent aanspreekt op de voortgang en uitkomsten van verschillende onderzoeken’. Wat dat betreft is het onderzoek naar de moord op Shireen Abu Akleh tekenend: ondanks Nederlands gemopper is de dader door Israël niet aangeklaagd, laat staan veroordeeld.

Israëlische bezetting

Ollongren benadrukte dat het verdrag op geen enkele manier kan worden gezien als goedkeuring van de Israëlische bezetting en dat alleen zal worden samengewerkt binnen Israëls internationaal erkende grenzen van voor 1967. Daarnaast is het verdrag volgens de minister ‘opgesteld met het oog op respect voor het internationaal recht en mensenrechten en wordt elke vorm van samenwerking daarom zorgvuldig en afzonderlijk afgewogen’. Ook onderstreepte zij dat de samenwerking met Israël de bezetting van de Palestijnse gebieden niet mag faciliteren of versterken: ‘Er wordt geen Nederlandse kennis overgedragen die concreet bijdraagt aan de instandhouding van de bezetting.’

Hoe Ollongren die afspraak gaat waarborgen bleef volstrekt onduidelijk. Het Israëlische leger vormt immers de spil van de bezetting en is verantwoordelijk voor het geweld, de onderdrukking en de apartheid waarmee de Palestijnse bevolking al decennia dag in, dag uit wordt geconfronteerd. Het leger faciliteert de bezetting en beschermt de kolonisten die pogroms aanrichten in bezet gebied. Daar kun je als Nederland niet omheen werken.

Verdrag aangenomen

Ondanks het onbevredigende debat werd het verdrag op dinsdag 11 april met een ruime meerderheid aangenomen. Alleen DENK, BIJ1, SP, PvdD en FvD stemden tegen. Opvallend is dat ook GroenLinks, de PvdA en D66 voor het verdrag stemden. Een motie van Kuzu om een jaarlijkse planning voor defensiesamenwerking met Israël voor te leggen aan de Kamer kreeg meer steun, waaronder van regeringspartij D66, maar werd desondanks verworpen. Volgende week debatteert de Kamer over de aanschaf van het Israëlische wapensysteem. In een volgend artikel gaan we daar dieper op in.

In de marge van het het debat meldde minister van Buitenlandse Zaken Wopke Hoekstra (CDA) dat op aandringen van Nederland in Europees verband een demarche (diplomatiek protest) wordt voorbereid tegen Israëls ‘annexatiebeleid’. In een eerdere nietszeggende reactie op schriftelijke Kamervragen van Sjoerd Sjoerdsma (D66) hierover ging de minister antwoorden nog uit de weg. Luxemburg sprak tijdens een recente vergadering van de VN-Mensenrechtenraad wel al van de jure en de facto annexatie van Palestijns gebied.

EINDE

Reacties uitgeschakeld voor Noot 12/Astrid Essed strikes again

Opgeslagen onder Divers

Noten 9 t/m 11/Astrid Essed strikes again

[9]

ZIE NOOT 3

[10]

”DE FASCISTISCHE ISRAELISCHE REGERING EN HAAR MISDADEN/

EN/OF FACILITERING DAARVAN

Maar mijn Oproep geldt de huidige, wanhopige situatie onder

de nieuwe Israelische regering, die je gerust fascistisch mag noemen

met kolonisten hardliners in de regering, die het naakte bestaan van

Palestijnen als mens en als volk ontkennen [5]

Uit een dergelijk wereldbeeld komt alleen maar ellende voort en

dat bleef niet uit!

Door de Staat gesteund geweld van kolonisten tegen de bezette Palestijnse

bevolking was al jaren common practice [6], maar nu neemt het

huiveringwekkende vormen aan!

EEN POGROM IN DE STAD HAWARA WAARBIJ DOLGEDRAAIDE KOLONISTEN HUIZEN IN DE BRAND STAKEN! [7]

DE ZOVEELSTE UITBREIDING VAN DE ILLEGALE NEDERZETTINGEN

TEN KOSTE VAN DE PALESTIJNEN! [8]

DE ETNISCHE ZUIVERING VAN MASAFAR YATTA! [9]”

MAIL ASTRID ESSED DD 23 MAART AAN MINISTER

HOEKSTRA/NEDERLANDSE REGERING, TREEDT OP TEGEN DE

ISRAELISCHE MISDADEN!

[11]

Artikel 90

  • 2

De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.

https://wetten.overheid.nl/BWBR0001840/2017-11-17#Hoofdstuk5

GRONDWET

https://wetten.overheid.nl/BWBR0001840/2017-11-17

Reacties uitgeschakeld voor Noten 9 t/m 11/Astrid Essed strikes again

Opgeslagen onder Divers

Noten 7 en 8/Astrid Essed strikes again

[7]

”Ik kan en wil die hier niet allemaal opsommen [trouwens, die lijst is onuitputtelijk], maar ernstige voorbeelden zijn  Israelische luchtaanvallen op Gaza uit 2021 [niet zo lang geleden dus], waarbij

in de periode tussen 10 en 21 mei 260 mensen zijn omgekomen,

onder wie tenminste 129 burgers [waaronder 66 kinderen] [10]

Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch wees in het

byzonder op een specifieke Israelische luchtaanval op vier dichtbevolkte

 gebouwentorens, waarin zich huizen, zaken en persagentschappen

bevonden.

Weliswaar leidde het niet tot dodelijke slachtoffers, maar drie Torens

werden met de grond gelijkgemaakt, velen werden dakloos en

verloren hun baan [11], in een gebied, wat door de wurgende

Blokkade van Gaza al economisch kapot gemaakt is [12]

Ik som niet alle bloedige Israelische aanvallen op Gaza op,

maar noem nog, te uwer opwekking, uit  het Jaarrapport van Amnesty International over 2022 het gewelddadige Israelische militaire

optreden in Gaza, waarbij 1700 huizen werden verwoest en honderden

mensen dakloos werden en zeker [volgens Amnesty rapportage] 17 burgers werden gedood, onder wie acht kinderen, excessief gewelddadig

militair optreden in de bezette Westbank, waaronder buitengerechtelijke

executies [13], administratieve detentie [14] en foltering tierden welig. [15]”

BRON

MAIL ASTRID ESSED AAN SUPERMARKT VOMAR DD 14 APRIL

2023 OVER DE GECONTINUEERDE VERKOOP VAN PRODUCTEN

UIT BEZETTINGS EN APARTHEIDSSTAAT ISRAEL

”A new report published by the Association for Civil Rights in Israel (ACRI) outlines the nature of the legal regime currently operating in the West Bank. Two systems of law are applied in a single territory: one – a civilian legal system for Israeli citizens, and a second – a military court system for Palestinian residents. The result: institutionalized discrimination.”

ACRI [ASSOCIATION FOR CIVIL RIGHTS IN ISRAEL]

ONE RULE, TWO LEGAL SYSTEMS: ISRAEL’S REGIME OF LAWS

IN THE WEST BANK

24 NOVEMBER 2014

REPORT

14 OCTOBER 2014

ACRI [ASSOCIATION FOR CIVIL RIGHTS IN ISRAEL]

ONE RULE, TWO LEGAL SYSTEMS: ISRAEL’S REGIME OF LAWS

IN THE WEST BANK

https://law.acri.org.il/en/wp-content/uploads/2015/02/Two-Systems-of-Law-English-FINAL.pdf

BTSELEM.ORG

MILITARY COURTS

https://www.btselem.org/military_courts

INTERNATIONAL REVIEW OF THE RED CROSS

THE JUDICIAL ARM OF THE OCCUPATION:

THE ISRAELI MILITARY COURTS IN THE

OCCUPIED TERRITORIES

https://www.icrc.org/en/doc/assets/files/other/irrc_866_weill.pdf

”Officially, military courts are authorized to try anyone who commits an offense in the West Bank, including settlers, Israeli citizens residing in Israel, and foreign nationals. However, in the early 1980s, the Attorney General decided that Israeli citizens would be tried in the Israeli civilian court system according to Israeli penal laws, even if they live in the Occupied Territories and the offense was committed there, against residents of the Occupied Territories. That policy remains in effect to this day. This means that people are tried in different courts, under different laws, for the exact same offense committed in the exact same place: Palestinian defendants are tried in military courts, their guilt or innocence determined according to the evidence laws followed in this court system, and their sentences according to the provisions of military orders. Israeli defendants are tried in a civilian court in Israel, exonerated or convicted under Israeli evidence laws, and sentenced under Israeli law as well.”

BTSELEM.ORG

MILITARY COURTS

https://www.btselem.org/military_courts

[8]

BTSELEM.ORG

TORTURE AND ABUSE IN INTERROGATION

https://www.btselem.org/topic/torture

BTSELEM.ORG

ADMINISTRATIVE DETENTION

https://www.btselem.org/topic/administrative_detention

Reacties uitgeschakeld voor Noten 7 en 8/Astrid Essed strikes again

Opgeslagen onder Divers

Noot 6/Astrid Essed strikes again

[6]

ICJ

LEGAL CONSEQUENCES OF THE CONSTRUCTION OF

A WALL IN OCCUPIED PALESTINIAN TERRITORY

https://www.icj-cij.org/case/131

OVERVIEW OF THE CASE

By resolution ES-10/14, adopted on 8 December 2003 at its Tenth Emergency Special Session, the General Assembly decided to request the Court for an advisory opinion on the following question :

“What are the legal consequences arising from the construction of the wall being built by Israel, the occupying Power, in the Occupied Palestinian Territory, including in and around East Jerusalem, as described in the Report of the Secretary-General, considering the rules and principles of international law, including the Fourth Geneva Convention of 1949, and relevant Security Council and General Assembly resolutions ?”

The resolution requested the Court to render its opinion “urgently”. The Court decided that all States entitled to appear before it, as well as Palestine, the United Nations and subsequently, at their request, the League of Arab States and the Organization of the Islamic Conference, were likely to be able to furnish information on the question in accordance with Article 66, paragraphs 2 and 3, of the Statute. Written statements were submitted by 45 States and four international organizations, including the European Union. At the oral proceedings, which were held from 23 to 25 February 2004, 12 States, Palestine and two international organizations made oral submissions. The Court rendered its Advisory Opinion on 9 July 2004.

The Court began by finding that the General Assembly, which had requested the advisory opinion, was authorized to do so under Article 96, paragraph 1, of the Charter. It further found that the question asked of it fell within the competence of the General Assembly pursuant to Articles 10, paragraph 2, and 11 of the Charter. Moreover, in requesting an opinion of the Court, the General Assembly had not exceeded its competence, as qualified by Article 12, paragraph 1, of the Charter, which provides that while the Security Council is exercising its functions in respect of any dispute or situation the Assembly must not make any recommendation with regard thereto unless the Security Council so requests. The Court further observed that the General Assembly had adopted resolution ES-10/14 during its Tenth Emergency Special Session, convened pursuant to resolution 377 A (V), whereby, in the event that the Security Council has failed to exercise its primary responsibility for the maintenance of international peace and security, the General Assembly may consider the matter immediately with a view to making recommendations to Member States. Rejecting a number of procedural objections, the Court found that the conditions laid down by that resolution had been met when the Tenth Emergency Special Session was convened, and in particular when the General Assembly decided to request the opinion, as the Security Council had at that time been unable to adopt a resolution concerning the construction of the wall as a result of the negative vote of a permanent member. Lastly, the Court rejected the argument that an opinion could not be given in the present case on the ground that the question posed was not a legal one, or that it was of an abstract or political nature.

Having established its jurisdiction, the Court then considered the propriety of giving the requested opinion. It recalled that lack of consent by a State to its contentious jurisdiction had no bearing on its advisory jurisdiction, and that the giving of an opinion in the present case would not have the effect of circumventing the principle of consent to judicial settlement, since the subject-matter of the request was located in a much broader frame of reference than that of the bilateral dispute between Israel and Palestine, and was of direct concern to the United Nations. Nor did the Court accept the contention that it should decline to give the advisory opinion requested because its opinion could impede a political, negotiated settlement to the Israeli-Palestinian conflict. It further found that it had before it sufficient information and evidence to enable it to give its opinion, and empha- sized that it was for the General Assembly to assess the opinion’s usefulness. The Court accordingly concluded that there was no compelling reason precluding it from giving the requested opinion.

Turning to the question of the legality under international law of the construction of the wall by Israel in the Occupied Palestinian Territory, the Court first determined the rules and principles of international law relevant to the question posed by the General Assembly. After recalling the customary principles laid down in Article 2, paragraph 4, of the United Nations Charter and in General Assembly resolution 2625 (XXV), which prohibit the threat or use of force and emphasize the illegality of any territorial acquisition by such means, the Court further cited the principle of self-determination of peoples, as enshrined in the Charter and reaffirmed by resolution 2625 (XXV). In relation to international humanitarian law, the Court then referred to the provisions of the Hague Regulations of 1907, which it found to have become part of customary law, as well as to the Fourth Geneva Convention of 1949, holding that these were applicable in those Palestinian territories which, before the armed conflict of 1967, lay to the east of the 1949 Armistice demarcation line (or “Green Line”) and were occupied by Israel during that conflict. The Court further established that certain human rights instruments (International Covenant on Civil and Political Rights, International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights, United Nations Convention on the Rights of the Child) were applicable in the Occupied Palestinian Territory.

The Court then sought to ascertain whether the construction of the wall had violated the above-mentioned rules and principles. Noting that the route of the wall encompassed some 80 per cent of the settlers living in the Occupied Palestinian Territory, the Court, citing statements by the Security Council in that regard in relation to the Fourth Geneva Convention, recalled that those settlements had been established in breach of international law. After considering certain fears expressed to it that the route of the wall would prejudge the future frontier between Israel and Palestine, the Court observed that the construction of the wall and its associated régime created a “fait accompli” on the ground that could well become permanent, and hence tantamount to a de facto annexation. Noting further that the route chosen for the wall gave expression in loco to the illegal measures taken by Israel with regard to Jerusalem and the settlements and entailed further alterations to the demographic composition of the Occupied Palestinian Territory, the Court concluded that the construction of the wall, along with measures taken previously, severely impeded the exercise by the Palestinian people of its right to self-determination and was thus a breach of Israel’s obligation to respect that right.

The Court then went on to consider the impact of the construction of the wall on the daily life of the inhabitants of the Occupied Palestinian Territory, finding that the construction of the wall and its associated régime were contrary to the relevant provisions of the Hague Regulations of 1907 and of the Fourth Geneva Convention and that they impeded the liberty of movement of the inhabitants of the territory as guaranteed by the International Covenant on Civil and Political Rights, as well as their exercise of the right to work, to health, to education and to an adequate standard of living as proclaimed in the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights and in the Convention on the Rights of the Child. The Court further found that, coupled with the establishment of settlements, the construction of the wall and its associated régime were tending to alter the demographic composition of the Occupied Palestinian Territory, thereby contravening the Fourth Geneva Convention and the relevant Security Council resolutions. The Court then considered the qualifying clauses or provisions for derogation contained in certain humanitarian law and human rights instruments, which might be invoked inter alia where military exigencies or the needs of national security or public order so required. The Court found that such clauses were not applicable in the present case, stating that it was not convinced that the specific course Israel had chosen for the wall was necessary to attain its security objectives, and that accordingly the construction of the wall constituted a breach by Israel of certain of its obligations under humanitarian and human rights law. Lastly, the Court concluded that Israel could not rely on a right of self-defence or on a state of necessity in order to preclude the wrongfulness of the construction of the wall, and that such construction and its associated régime were accordingly contrary to international law.

The Court went on to consider the consequences of these violations, recalling Israel’s obligation to respect the right of the Palestinian people to self-determination and its obligations under humanitarian and human rights law. The Court stated that Israel must put an immediate end to the violation of its international obligations by ceasing the works of construction of the wall and dismantling those parts of that structure situated within Occupied Palestinian Territory and repealing or rendering ineffective all legislative and regulatory acts adopted with a view to construction of the wall and establishment of its associated régime. The Court further made it clear that Israel must make reparation for all damage suffered by all natural or legal persons affected by the wall’s construction. As regards the legal consequences for other States, the Court held that all States were under an obligation not to recognize the illegal situation resulting from the construction of the wall and not to render aid or assistance in maintaining the situation created by such construction. It further stated that it was for all States, while respecting the United Nations Charter and international law, to see to it that any impediment, resulting from the construction of the wall, to the exercise by the Palestinian people of its right to self-determination be brought to an end. In addition, the Court pointed out that all States parties to the Fourth Geneva Convention were under an obligation, while respecting the Charter and international law, to ensure compliance by Israel with international humanitarian law as embodied in that Convention. Finally, in regard to the United Nations, and especially the General Assembly and the Security Council, the Court indicated that they should consider what further action was required to bring to an end the illegal situation in question, taking due account of the present Advisory Opinion.

The Court concluded by observing that the construction of the wall must be placed in a more general context, noting the obligation on Israel and Palestine to comply with international humanitarian law, as well as the need for implementation in good faith of all relevant Security Council resolutions, and drawing the attention of the General Assembly to the need for efforts to be encouraged with a view to achieving a negotiated solution to the outstanding problems on the basis of international law and the establishment of a Palestinian State.

END

PRESS UN

INTERNATIONAL COURT OF JUSTICE ADVISORY OPINION

FINDS ISRAEL’S CONSTRUCTION OF WALL ”CONTRARY TO

INTERNATIONAL LAW”

https://press.un.org/en/2004/icj616.doc.htm

THE HAGUE, 9 July (ICJ) — The International Court of Justice (ICJ), principal judicial organ of the United Nations, has today rendered its Advisory Opinion in the case concerning the Legal Consequences of the Construction of a Wall in the Occupied Palestinian Territory (request for advisory opinion).

In its Opinion, the Court finds unanimously that it has jurisdiction to give the advisory opinion requested by the United Nations General Assembly and decides by 14 votes to 1 to comply with that request.

The Court responds to the question as follows:

“A. By 14 votes to 1,

The construction of the wall being built by Israel, the occupying Power, in the occupied Palestinian territory, including in and around East Jerusalem, and its associated regime, are contrary to international law”;

“B. By 14 votes to 1,

Israel is under an obligation to terminate its breaches of international law; it is under an obligation to cease forthwith the works of construction of the wall being built in the occupied Palestinian territory, including in and around East Jerusalem, to dismantle forthwith the structure therein situated, and to repeal or render ineffective forthwith all legislative and regulatory acts relating thereto, in accordance with paragraph 151 of this Opinion”;

“C. By 14 votes to 1,

Israel is under an obligation to make reparation for all damage caused by the construction of the wall in the occupied Palestinian territory, including in and around East Jerusalem”;

“D. By 13 votes to 2,

All States are under an obligation not to recognize the illegal situation resulting from the construction of the wall and not to render aid or assistance in maintaining the situation created by such construction; all States parties to the Fourth Geneva Convention relative to the Protection of Civilian Persons in Time of War of 12 August 1949 have in addition the obligation, while respecting the United Nations Charter and international law, to ensure compliance by Israel with international humanitarian law as embodied in that Convention”;

“E. By 14 votes to 1,

The United Nations, and especially the General Assembly and the Security Council, should consider what further action is required to bring to an end the illegal situation resulting from the construction of the wall and the associated regime, taking due account of the present Advisory Opinion.”

Reasoning of Court

The Advisory Opinion is divided into three parts:  jurisdiction and judicial propriety; legality of the construction by Israel of a wall in the occupied Palestinian territory; legal consequences of the breaches found.

Jurisdiction of Court and Judicial Propriety

The Court states that, when it is seized of a request for an advisory opinion, it must first consider whether it has jurisdiction to give that opinion.  It finds that the General Assembly, which requested the opinion by resolution ES-10/14 of 8 December 2003, is authorized to do so by Article 96, paragraph 1, of the Charter.

The Court, as it has sometimes done in the past, then gives certain indications as to the relationship between the question on which the advisory opinion is requested and the activities of the General Assembly.  It finds that the General Assembly, in requesting an advisory opinion from the Court, did not exceed its competence, as qualified by Article 12, paragraph 1, of the Charter, which provides that, while the Security Council is exercising its functions in respect of any dispute or situation, the Assembly must not make any recommendation with regard thereto unless the Security Council so requests.

The Court further refers to the fact that the General Assembly adopted resolution ES-10/14 during its Tenth Emergency Special Session, convened pursuant to resolution 377A (V), which provides that if the Security Council fails to exercise its primary responsibility for the maintenance of international peace and security, the General Assembly may consider the matter immediately with a view to making recommendations to Member States.  The Court finds that the conditions laid down by that resolution were met when the Tenth Emergency Special Session was convened; that was particularly true when the General Assembly decided to request an opinion, as the Security Council was at that time unable to adopt a resolution concerning the construction of the wall as a result of the negative vote of a permanent member.

The Court then rejects the argument that an opinion could not be given in the present case on the ground that the question posed in the request is not a legal one.

Having established its jurisdiction, the Court considers the propriety of giving the requested opinion.  It recalls that the lack of consent by a State to its contentious jurisdiction has no bearing on its jurisdiction to give an advisory opinion.  It adds that the giving of an opinion would not have the effect, in the present case, of circumventing the principle of consent to judicial settlement, given that the question on which the General Assembly requested an opinion is located in a much broader frame of reference than that of the bilateral dispute between Israel and Palestine, and that it is of direct concern to the United Nations.  Nor does the Court accept the contention that it should decline to give the advisory opinion requested because its opinion could impede a political, negotiated solution to the Israeli-Palestinian conflict.  It further finds it has before it sufficient information and evidence to enable it to give its opinion, and emphasizes that it is for the General Assembly to assess the usefulness of that opinion.  The Court concludes from the foregoing that there is no compelling reason precluding it from giving the requested opinion.

Legality of Construction by Israel of Wall

Before addressing the legal consequences of the construction of the wall (the term which the General Assembly has chosen to use and which is also used in the Opinion, since the other expressions sometimes employed are no more accurate if understood in the physical sense), the Court considers whether or not the construction of the wall is contrary to international law.

The Court determines the rules and principles of international law which are relevant to the question posed by the General Assembly.  The Court begins by citing, with reference to Article 2, paragraph 4, of the United Nations Charter and to General Assembly resolution 2625 (XXV), the principles of the prohibition of the threat or use of force and the illegality of any territorial acquisition by such means, as reflected in customary international law.  It further cites the principle of self-determination of peoples, as enshrined in the Charter and reaffirmed by resolution 2625 (XXV).  As regards international humanitarian law, the Court refers to the provisions of the Hague Regulation of 1907, which have become part of customary law, as well as the Fourth Geneva Convention relative to the Protection of Civilian Persons in Time of War of 1949, applicable in those Palestinian territories which before the armed conflict of 1967 lay to the east of the 1949 Armistice demarcation line (or “Green Line”) and were occupied by Israel during that conflict.  The Court further notes that certain human rights instruments (International Covenant on Civil and Political Rights, International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights and the United Nations Convention on the Rights of the Child) are applicable in the occupied Palestinian territory.

The Court ascertains whether the construction of the wall has violated the above-mentioned rules and principles.  It first observes that the route of the wall as fixed by the Israeli Government includes within the “Closed Area” (between the wall and the “Green Line”) some 80 per cent of the settlers living in the occupied Palestinian territory.  Recalling that the Security Council described Israel’s policy of establishing settlements in that territory as a “flagrant violation” of the Fourth Geneva Convention, the Court finds that those settlements have been established in breach of international law.  It further considers certain fears expressed to it that the route of the wall will prejudge the future frontier between Israel and Palestine; it considers that the construction of the wall and its associated regime “create a ‘fait accompli’ on the ground that could well become permanent, in which case, … [the construction of the wall] would be tantamount to de facto annexation”.  The Court notes that the route chosen for the wall gives expression in loco to the illegal measures taken by Israel, and deplored by the Security Council, with regard to Jerusalem and the settlements, and that it entails further alterations to the demographic composition of the OccupiedPalestinianTerritory.  It finds that the “construction [of the wall], along with measures taken previously … severely impedes the exercise by the Palestinian people of its right to self-determination, and is, therefore, a breach of Israel’s obligation to respect that right”.

The Court then considers the information furnished to it regarding the impact of the construction of the wall on the daily life of the inhabitants of the occupied Palestinian territory (destruction or requisition of private property, restrictions on freedom of movement, confiscation of agricultural land, cutting-off of access to primary water sources, etc.).  It finds that the construction of the wall and its associated regime are contrary to the relevant provisions of the Hague Regulations of 1907 and of the Fourth Geneva Convention; that they impede the liberty of movement of the inhabitants of the territory as guaranteed by the International Covenant on Civil and Political Rights; and that they also impede the exercise by the persons concerned of the right to work, to health, to education and to an adequate standard of living as proclaimed in the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights and in the Convention on the Rights of the Child.  Lastly, the Court finds that this construction and its associated regime, coupled with the establishment of settlements, are tending to alter the demographic composition of the occupied Palestinian territory and thereby contravene the Fourth Geneva Convention and the relevant Security Council resolutions.

The Court observes that certain humanitarian law and human rights instruments include qualifying clauses or provisions for derogation which may be invoked by States parties, inter alia where military exigencies or the needs of national security or public order so require.  It states that it is not convinced that the specific course Israel has chosen for the wall was necessary to attain its security objectives and, holding that none of such clauses are applicable, finds that the construction of the wall constitutes “breaches by Israel of various of its obligations under the applicable international humanitarian law and human rights instruments”.

In conclusion, the Court considers that Israel cannot rely on a right of self-defence or on a state of necessity in order to preclude the wrongfulness of the construction of the wall.  The Court accordingly finds that the construction of the wall and its associated regime are contrary to international law.

Legal Consequences of Violations Found

The Court draws a distinction between the legal consequences of these violations for Israel and those for other States.

In regard to the former, the Court finds that Israel must respect the right of the Palestinian people to self-determination and its obligations under humanitarian law and human rights law.  Israel must also put an end to the violation of its international obligations flowing from the construction of the wall in the occupied Palestinian territory and must accordingly cease forthwith the works of construction of the wall, dismantle forthwith those parts of that structure situated within the occupied Palestinian territory and forthwith repeal or render ineffective all legislative and regulatory acts adopted with a view to construction of the wall and establishment of its associated regime, except in so far as such acts may continue to be relevant for compliance by Israel with its obligations in regard to reparation.  Israel must further make reparation for all damage suffered by all natural or legal persons affected by the wall’s construction.

As regards the legal consequences for other States, the Court finds that all States are under an obligation not to recognize the illegal situation resulting from the construction of the wall and not to render aid or assistance in maintaining the situation created by such construction.  The Court further finds that it is for all States, while respecting the United Nations Charter and international law, to see to it that any impediment, resulting from the construction of the wall, in the exercise by the Palestinian people of its right to self-determination is brought to an end.  In addition, all States parties to the Fourth Geneva Convention are under an obligation, while respecting the Charter and international law, to ensure compliance by Israel with international humanitarian law as embodied in that Convention.

Finally, the Court is of the view that the United Nations, and especially the General Assembly and the Security Council, should consider what further action is required to bring to an end the illegal situation resulting from the construction of the wall and its associated regime, taking due account of the present Advisory Opinion.

The Court concludes by stating that the construction of the wall must be placed in a more general context.  In this regard, the Court notes that Israel and Palestine are “under an obligation scrupulously to observe the rules of international humanitarian law”.  In the Court’s view, the tragic situation in the region can be brought to an end only through implementation in good faith of all relevant Security Council resolutions.  The Court further draws the attention of the General Assembly to the “need for … efforts to be encouraged with a view to achieving as soon as possible, on the basis of international law, a negotiated solution to the outstanding problems and the establishment of a Palestinian State, existing side by side with Israel and its other neighbours, with peace and security for all in the region”.

Composition of Court

The Court was composed as follows:  Judge Shi, President; Judge Ranjeva, Vice-President; Judges Guillaume, Koroma, Vereshchetin, Higgins, Parra-Aranguren, Kooijmans, Rezek, Al-Khasawneh, Buergenthal, Elaraby, Owada, Simma and Tomka; Registrar Couvreur.

Judges Koroma, Higgins, Kooijmans and Al-Khasawneh append separate opinions to the Advisory Opinion.  Judge Buergenthal appends a declaration.  Judges Elaraby and Owada append separate opinions.

A summary of the Advisory Opinion is published in the document entitled “Summary No. 2004/2”, to which summaries of the declaration and separate opinions appended to the Advisory Opinion are attached.  This Press Communiqué, the summary of the Advisory Opinion and the latter’s full text can also be accessed on the Court’s Web site by clicking on “Docket” and “Decisions” (www.icj-cij.org).

Information Department:  Arthur Witteveen, First Secretary of the Court, (tel.:  + 31 70 302 23 36); Laurence Blairon and Boris Heim, Information Officers, (tel.:  + 31 70 302 23 37); e-mail address:  information@icj-cij.org.

Reacties uitgeschakeld voor Noot 6/Astrid Essed strikes again

Opgeslagen onder Divers