[22]
Monroe-doctrine
De oorspronkelijke doctrine die president James Monroe in 1823 muntte, hield in dat de VS het niet zouden toestaan dat Europese mogendheden zich nog zouden mengen in de aangelegenheden van staten in de Amerika’s – voormalige kolonies die toen net onafhankelijk waren geworden. ‘Eigenlijk was dat in de 19de eeuw alleen maar een gedachte’, zegt Andrew Gawthorpe, historicus van de Universiteit Leiden, gespecialiseerd in Amerikaans buitenlandbeleid.
Theodore Roosevelt breidde de doctrine in 1904 uit nadat Venezuela bijna in oorlog was geraakt met Europese mogendheden omdat die schulden weigerden af te betalen. Als ergens in de Amerika’s door ‘chronisch wangedrag’ een instabiel land zou ontstaan dat een ‘beschaafde samenleving’ verzwakte, behielden de VS zich het recht voor om in te grijpen, om te voorkomen dat de Europeanen dat zouden doen.
Amerikaanse interventies
Het idee van de VS als politiemacht in eigen achtertuin was geboren. Gawthorpe: ‘De VS waren niet zozeer tegen imperialisme op het westelijk halfrond, maar tegen de aanwezigheid van elk ánder rijk daar. Ze beschouwden Latijns-Amerika als binnen hun invloedssfeer en vonden dat zij het privilege hadden om te bepalen welke regeringen ze er wilden.’
De Amerikaanse interventies die begin 20ste eeuw volgden, bekend als de Bananenoorlogen, waren grotendeels ingegeven door economische belangen. Zo hadden de United Fruit Company en Standard Fruit Company, nu bekend als Chiquita en Dole, grote belangen in Honduras, waar het Amerikaanse leger leiders aan de macht hielp of hield, zodat de fruitgiganten konden floreren.
De VS bezetten Nicaragua om een Europees opgezette concurrent voor het Panamakanaal, onder beheer van de VS, onmogelijk te maken. Tot 1934 waren er ook nog invasies in Cuba, Panama, Mexico, Haïti en de Dominicaanse Republiek. Daarna gold juist het Good Neighbor-beleid, waarbij de VS beloofden niet te interveniëren, maar samen te werken.
Communisme indammen
Na de Tweede Wereldoorlog stonden de doctrines van de presidenten Truman en Kennedy alles toe om te voorkomen dat landen onder de invloed van de Sovjet-Unie zouden komen. ‘Elke linkse regering werd met argusogen bekeken’, zegt Gawthorpe. ‘Als ze niet communistisch waren, dan was de redenering wel dat de kans bestond dat ze het ooit zouden worden.’ Vooral Cuba, waar Amerikaans ingrijpen mislukte, was een schrikbeeld.
De manieren waarop de VS ingrepen, werden diverser en vaak heimelijker, en de activiteiten breidden zich uit van Midden- naar Zuid-Amerika. De Amerikanen steunden staatsgrepen in onder meer Brazilië en Bolivia. Het bekendste voorbeeld is de coup in Chili in 1973 van generaal Pinochet tegen de marxistische president Allende, met hulp van de CIA. De VS prefereerden dictators, zolang ze hun landen maar ‘stabiel’ hielden.
In Nicaragua bewapende de CIA in de jaren tachtig de oorlog van de zogeheten Contra’s tegen de marxistische regering. Dat gebeurde met geld afkomstig van illegale wapenverkoop aan Iran.
De Panamese dictator Manuel Noriega steunde de VS in Nicaragua, tot hij in ongenade viel na verschillende moorden door zijn regime en betrokkenheid bij drugshandel. Onder het mom van het tegengaan van drugshandel en het beschermen van democratie en mensenrechten vielen de VS in 1989 Panama binnen. Noriega gaf zich na enkele weken over.
Democratie en mensenrechten
Daarna begon een periode waarin de VS beweerden democratie te willen beschermen en dictators te bestrijden, zoals bij Operation Uphold Democracy, de invasie van Haïti in 1994 om het militaire regime daar te verdrijven. De focus verschoof evenwel naar het Midden-Oosten, met de Golfoorlogen, de oorlog in Afghanistan en interventies in Libië en Syrië, grotendeels met dezelfde rechtvaardiging van het beschermen van mensenrechten.
De bemoeienis van de VS in Latijns-Amerika bij machtswisselingen bleef sinds de jaren negentig voor zover bekend beperkt tot diplomatie, tot op 3 januari 2026 Amerikaanse helikopters het luchtruim van Venezuela binnendrongen. Nieuw was dat de VS voor het eerst zelf militair ingrepen in Zuid-Amerika.
De rechtvaardiging van Trump in Venezuela lijkt een potpourri van alle eerdere Amerikaanse redenen tot ingrijpen: economisch belang met olie, het verwijderen van een dictator, de strijd tegen drugs en het indammen van vreemde belangen (Rusland en China) in Amerika’s achtertuin.
Dat hij zich in zijn perspraatje presenteerde als een doorontwikkelde versie van Monroe is daarom niet verwonderlijk: ‘De Amerikaanse dominantie op het westelijk halfrond zal nooit meer in twijfel worden getrokken’, aldus Trump. ‘De Monroe-doctrine is een big deal, maar wij overstijgen dat. Echt heel ver. Ze noemen het nu het Donroe-document.’
EINDE
WIKIPEDIA
MONROE DOCTRINE