Dit is hét moment om je uitgebreid te informeren over wat deze plannen betekenen voor de sociale zekerheid en wat De Unie hieraan doet. Laat één ding duidelijk zijn: De Unie vindt deze plannen in hun huidige vorm onaanvaardbaar. Voor nu zijn het nog ‘slechts’ plannen en zal er nog een heel traject aan voorafgaan voor deze plannen werkelijkheid kunnen worden. Vandaag is tevens het debat over de regeringsverklaring begonnen. Er kan daarmee nog van alles veranderen. Houd onze website in de gaten voor relevante updates.
Op maandag 2 maart stuurden de gezamenlijke vakbonden na hun kennismakingsgesprek met het kabinet dit bericht naar de pers.
Het kabinet wil de maximale duur van de WW verkorten naar één jaar. Dat betekent dat je bij ontslag korter recht hebt op een loongerelateerde uitkering.
Daarnaast wordt voorgesteld het maximumdagloon met 20% te verlagen. Dat maximum bepaalt de bovengrens van de WW-uitkering.
Ook stelt het kabinet voor om de opbouw flink te beperken. Nu bouw je per gewerkt jaar in de eerste 10 jaar 1 maand WW op. Dat wordt als het aan dit kabinet ligt gehalveerd tot een halve maand per gewerkt jaar. Dit betekent dat je na tien arbeidsjaren, slechts vijf maanden kunt terugvallen op een WW-uitkering i.p.v. 10 maanden en anders moet terugvallen op de bijstand.
Daarnaast wordt de referte-eis aangepast waardoor je langer moet hebben gewerkt om überhaupt in aanmerking te komen voor de kortdurende WW-uitkering van 3 maanden. Beide hebben grote gevolgen voor vooral jongeren.
De uitkering in de eerste twee maanden van de WW zou verhoogd moeten worden van 75% naar 80%.
Voorbeeldberekening (indicatief):
- Huidig maximumdagloon ≈ € 6.600 bruto per maand
- WW-uitkering eerste twee maanden: 80% in de eerste twee maanden → circa € 5280 bruto per maand
- WW-uitkering na 2 maanden (70%) → € 4620 bruto per maand
Als het maximumdagloon 20% lager wordt:
- Nieuw maximum ≈ € 5.280 bruto per maand
- WW-uitkering eerste twee maanden (80%) → circa € 3.960 bruto per maand
- WW uitkering na twee maanden (70%): € 3696 bruto per maand
Dat is een verschil van bijna € 1.000 bruto per maand bij maximale uitkering.
Voor midden- en hogere inkomens kan dit dus een aanzienlijke inkomensval betekenen.
In de plannen wordt de WIA op meerdere punten versoberd. De grootste wijzigingen zitten in (1) het uitkeringsplafond en (2) het afschaffen van de IVA (voor nieuwe instroom).
- Lager uitkeringsplafond (maximumdagloon)
Het kabinet wil het maximumdagloon – de bovengrens waarover WW- en WIA-uitkeringen worden berekend – met 20% verlagen. In bedragen die nu rondgaan komt dat neer op een daling van ongeveer € 6.617 naar € 5.293,60 bruto per maand (op basis van het huidige maandmaximum).
Dat raakt vooral mensen met een midden- tot hoger inkomen: hun uitkering wordt sneller “afgetopt”, waardoor de inkomensval bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid groter wordt. - Afschaffing IVA
Nu krijgen volledig en duurzaam arbeidsongeschikten in de IVA een uitkering van 75% van het (gemaximeerde) dagloon. In de plannen wordt het IVA-onderscheid voor nieuwe instroom geschrapt, waardoor deze groep uitkomt op het niveau dat nu bij WGA gebruikelijk is: 70% in plaats van 75%. Ook gaan voor deze groep re-integratie verplichtingen gelden en risico op herbeoordelingen.
Belangrijk: volgens de budgettaire bijlage bij het regeerakkoord behouden huidige IVA-gerechtigden hun IVA-recht op het moment van invoering. - WGA: kortere ‘loongerelateerde’ fase
Voor mensen in de WGA wordt de loongerelateerde fase korter doordat die gekoppeld is aan de WW-duur en deze door het kabinet wordt verkort tot één jaar Daardoor kom je sneller in een vervolgfase terecht, met als risico de lage vervolguitkering die vaak ver onder het sociaal minimum ligt. In sommige gevallen bestaat er recht op een toeslag van het UWV tot het sociaal minimum.
Voor mensen met een aanvullend verzekerde excedentregeling hangt het af van de polisvoorwaarden of (en hoe lang) dit verschil wordt gecompenseerd.
Voor de AOW betekent het voornemen om de AOW-leeftijd verder te verhogen dat je mogelijk later recht krijgt op je AOW-uitkering dan eerder was afgesproken in het Pensioenakkoord. In het regeerakkoord wordt de AOW leeftijd 1 op 1 gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting in tegenstelling tot de 8 maanden per levensjaar als onderdeel van het pensioenakkoord.

Afbeelding: AOW plannen Kabinet (beeld: NOS.nl)
Dat kan betekenen:
- Langer doorwerken, voor de jongste generatie zelfs tot na hun 71e levensjaar.
- Of een periode overbruggen met eigen middelen of pensioen.
Wat wij van onze leden horen
Sinds de presentatie van het regeerakkoord ontvangen wij dagelijks reacties van leden. De toon varieert van bezorgd tot boos, van juridisch vragend tot persoonlijk geraakt. Achter de cijfers uit de CPB-doorrekening schuilen echte mensen met concrete zorgen over hun inkomen, hun rechtspositie en hun toekomst.
Een aantal reacties willen wij, geanonimiseerd, met je delen.
Inkomensval
“Dat betekent voor mij bijna € 1.000 bruto per maand minder. Op jaarbasis zo’n € 11.900. Ik heb vannacht bijna geen oog dicht gedaan.”
– Lid met IVA-uitkering
Rechtszekerheid
“Kan zoiets zomaar worden aangepast? Is er niet iets van verworven recht?”
– Lid met WIA-uitkering
Premie en rechtvaardigheid
“Ik heb altijd maximaal premie betaald. Is het dan eerlijk dat mijn uitkering ineens fors lager wordt?”
– Arbeidsongeschikt lid
Solidariteit
“Chronisch ziek worden kan iedereen overkomen. We hebben het hier niet over miljonairs, maar over mensen die niet meer kúnnen werken.”
– IVA-gerechtigd lid
Oproep tot actie
“Wat gaat De Unie doen? Komt er een collectieve actie of een rechtszaak?”
– Meerdere leden
Wat leden ons schrijven
In de vele mails en telefoongesprekken keren een aantal thema’s met betrekking tot de zorgen over de voorgenomen versobering van het sociale vangnet (AOW, WW, WIA) steeds terug:
- Grote financiële zorgen over een inkomensval van honderden euro’s per maand;
- Vragen over rechtszekerheid en verworven rechten;
- Onbegrip over de keuze om juist arbeidsongeschikten te raken;
- Een duidelijke oproep aan De Unie om zich stevig uit te spreken en actie te ondernemen.
Maar er is nóg iets dat wij nadrukkelijk willen benoemen.
Bij het verlagen van het maximumdagloon wordt vaak gesproken over “hoge inkomens”. Dat wekt de indruk dat het hier om grootverdieners gaat. Dat beeld klopt niet. Met het huidige maximumdagloon heb je het over vakvolwassen leerkrachten voor de klas, ervaren verpleegkundigen, politieagenten, ICT’ers, technici, middenmanagers in het mkb. Gewone hardwerkende mensen met middeninkomens. Mensen die je elke dag tegenkomt. Mensen in cruciale beroepen. De ruggegraat van onze samenleving.
Wanneer hun vangnet met 20% wordt verlaagd, raakt dat niet een kleine groep “aan de top”, maar een brede groep professionals die jarenlang premie hebben betaald en hun bijdrage hebben geleverd.
Sociale zekerheid is geen gunst. Het is een collectieve verzekering. Werkenden betalen premie in de verwachting dat het stelsel er is als het nodig is. Als die bescherming wordt versoberd, verandert de balans tussen premie en recht. Dat tast het vertrouwen aan.
Dat vertrouwen is essentieel. Uit ons onderzoek naar uitgavenzekerheid bleek al dat belasting- en premiebetaling samenhangt met het gevoel dat afspraken worden nagekomen en dat de overheid zorgvuldig omgaat met collectieve middelen. Als afspraken over de AOW-leeftijd worden aangepast en uitkeringsrechten worden verlaagd, zet dat ook de belastingmoraal nog verder onder druk.
De Unie vindt daarom dat:
- afspraken over de AOW-leeftijd uit het Pensioenakkoord moeten worden gerespecteerd;
- het maximumdagloon niet mag worden verlaagd ten koste van middeninkomens;
- bestaande rechten zorgvuldig moeten worden behandeld;
- inkomenszekerheid bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid geen begrotingsinstrument mag zijn.
Wij trekken hierin nadrukkelijk op met de Vakcentrale voor Professionals (VCP). Onze inzet is helder: deze plannen moeten van tafel of ingrijpend worden aangepast.
Voor De Unie staat vast: sociale zekerheid beschermt niet “de ander”. Zij beschermt ons allemaal.
Hoe nu verder?
Laat één ding duidelijk zijn: De Unie vindt deze plannen in hun huidige vorm onaanvaardbaar. De Unie en de VCP hebben ons hierover in diverse media inmiddels uitgesproken. Zie hier de links:
- Voorzitter Reinier Castelein van Vakbond De Unie bij Goedemorgen Nederland 27 februari 2026 (vanaf 4:10)
- Op 26 februari verstuurden de gezamenlijke vakbonden een persbericht over hun standpunt inzake de voorgenomen wijzigingen in de AOW.
- https://www.telegraaf.nl/
video/verbijstering-over- slopen-sociale-zekerheid-dit- is-bij-de-beesten-af/ 130899489.html - https://www.vcp.nl/aow-
afspraak-en-fatsoenlijke- politiek/
Het verkleinen van het sociale vangnet, het verhogen van de AOW-leeftijd in strijd met eerdere afspraken en het verlagen van uitkeringsrechten tasten de inkomenszekerheid van onze leden direct aan. Onze primaire inzet is dan ook helder: deze voorstellen moeten van tafel, of ingrijpend worden aangepast.
Het kabinet doet in het regeerakkoord een handreiking aan sociale partners en spreekt over een “gezamenlijke sociale agenda” en overleg over de uitwerking van maatregelen rond WW, WIA en loondoorbetaling bij ziekte. Wij gaan dat gesprek niet uit de weg – maar niet als uitvoerder van bezuinigingen. Wij nemen deel om invloed uit te oefenen, om tegenkracht te bieden en om voorstellen bij te sturen of tegen te houden waar dat nodig is.
- Uitwerking in wetsvoorstellen
Het kabinet moet de voornemens omzetten in concrete wetsvoorstellen. Dat kost doorgaans vele maanden tot zelfs jaren. - Consultatie en advies
Conceptwetten gaan vaak in internetconsultatie. Ook adviseert de Raad van State over de juridische kwaliteit en uitvoerbaarheid. - Behandeling in de Tweede Kamer
De Tweede Kamer bespreekt en wijzigt de voorstellen. Omdat het kabinet geen vaste meerderheid heeft, is steun van andere partijen noodzakelijk. Hier ligt een belangrijk moment om voorstellen te blokkeren of aan te passen. - Behandeling in de Eerste Kamer
Daarna volgt de Eerste Kamer. Die kijkt nadrukkelijk naar uitvoerbaarheid, rechtmatigheid en consistentie met bestaande wetgeving en afspraken.
- Politieke druk: in gesprekken met Kamerleden en via publieke uitingen maken wij duidelijk dat deze plannen maatschappelijk en juridisch problematisch zijn.
- Invloed via de Vakcentrale voor Professionals (VCP): gezamenlijk trekken wij op richting kabinet en parlement.
- Inzet op overgangsrecht en bescherming van bestaande rechten, mocht het kabinet toch vasthouden aan onderdelen van de plannen.
De komende maanden zijn dus cruciaal. Dat is de fase waarin plannen kunnen worden aangepast, vertraagd of tegengehouden. De Unie zal zich in die fase samen met de VCP actief en zichtbaar verzetten tegen maatregelen die de inkomenszekerheid van onze leden ondermijnen.
Wij houden je op de hoogte van de ontwikkelingen en van onze inzet.