NOOT 5/DEMASQUE

[5]
‘Een minderheidskabinet heeft, zoals de term al zegt, een minderheid van de Kamerzetels achter zich. Die is onhandig, want voor ieder plan dat je voorstelt moet je dus op zoek naar andere partijen die je willen steunen. En zoals het dan ook werkt: daar willen die partijen dan vaak ook iets voor terug”
AD

Hoe een minderheidskabinet werkt, en waarom ministers straks hard aan de bak moeten voor elke stem

Nu D66, CDA en VVD met z’n drieën verder onderhandelen, wordt de kans dat we een minderheidskabinet krijgen steeds groter. Maar wat betekent dat precies? Vier vragen over een minderheidskabinet beantwoord.

Wat is een minderheidskabinet, en hoe is dat anders dan een ‘normaal’ kabinet?

Normaal gesproken wordt een kabinet gesteund door minimaal 76 zetels in de Tweede Kamer, een meerderheid van de 150 beschikbare zetels dus. Dat is belangrijk, want een kabinet kan niet zomaar plannen doorvoeren. Daar is steun van de Kamer voor nodig. Als je een meerderheid van de Tweede Kamerzetels achter je hebt staan, weet je als kabinet dat je je in ieder geval weinig zorgen hoeft te maken of er wel met je plannen wordt ingestemd.

Een minderheidskabinet heeft, zoals de term al zegt, een minderheid van de Kamerzetels achter zich. Die is onhandig, want voor ieder plan dat je voorstelt moet je dus op zoek naar andere partijen die je willen steunen. En zoals het dan ook werkt: daar willen die partijen dan vaak ook iets voor terug.

Om zeker te zijn van steun voor je plannen kan een minderheidskabinet ‘gedoogsteun’ vragen van een oppositiepartij. Die partij maakt dan officieel geen deel uit van het kabinet, maar kan zich wel binden aan bepaalde afspraken over bijvoorbeeld de begroting of beleid. Dat is wel ingewikkeld, want een gedoogpartner kan makkelijker zijn handen van het kabinet af trekken als het diegene het niet meer ziet zitten.

Wat zijn dan de voor- en nadelen van zo’n minderheidskabinet?

Er zitten dus veel nadelen aan een minderheidskabinet. Het vergt veel politieke onderhandelingskracht van ministers, die veel meer hun best moeten doen voor steun voor hun plannen. En dan is het vaak makkelijk om partijen aan je kant te vinden voor ‘leuke’ plannen, zoals lagere belastingen. Maar moet je bezuinigen, vindt dan maar eens een partij die zich daaraan wil binden.

Toch is het niet alleen maar kommer en kwel als er een minderheidskabinet zit. Doordat je wisselend een meerderheid kunt zoeken aan de linker- én de rechterkant van de Kamer ben je als kabinet een stuk flexibeler. Zo zou er voor klimaatbeleid van een kabinet dat bestaat uit D66, VVD en CDA steun gezocht kunnen worden bij GroenLinks-PvdA, maar voor strenger asielbeleid juist weer bij JA21.

Ook is er voor de oppositie meer ruimte in een minderheidskabinet. 50Plus-leider Jan Struijs zei eerder al dat hij het hierom wel zag zitten. „Dan heb je per onderwerp invloed. Dat is een veel gunstigere situatie voor ons”

Hoe zit het dan met de Eerste Kamer?

Als je kijkt naar de Eerste Kamer kun je zeggen dat we al een minderheidskabinet hebben sinds het eerste kabinet van Mark Rutte in 2010. Het Nederlandse politieke landschap staat allesbehalve vast, en dus is het vaak lastig in formaties om een meerderheid in de Tweede én Eerste Kamer te krijgen.

Dealen met een minderheid zijn we dus wel gewend, maar toch is het beoogde minderheidskabinet van D66, VVD en CDA extra uitdagend. Er zou dan én in de Eerste én in de Tweede Kamer meerderheden gezocht moeten worden, en de verhoudingen verschillen nogal. In de Eerste Kamer is bijvoorbeeld de BBB ondanks een aantal overstappers nog een aardig grote fractie, terwijl ze in de Tweede Kamer niet zo veel meer te betekenen hebben.

Ook is het zo dat de minderheid in de Eerste Kamer nog nooit zo klein is geweest als een D66-VVD-CDA-kabinet nu zou hebben. Het komt dus niet neer op één partij die je aan je kant moet zien te trekken, maar er zijn vaak meerdere steunbetuigingen nodig.

Hebben we al vaker een minderheidskabinet gehad in Nederland?

De (toekomstige) oppositie noemt een minderheidskabinet spottend een ‘experiment’, maar als D66, VVD en CDA zo doorgaan, is het zeker niet de eerste keer dat in Nederland een minderheidskabinet wordt uitgeprobeerd.

Goede ervaringen hebben we er echter niet mee. Het laatste minderheidskabinet stond in 2010 op het bordes, toen VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV een kabinet vormden. Dat verliep prima, totdat er afspraken gemaakt moesten worden over extra bezuinigingen. Geert Wilders wilde daar toen niet aan meewerken en trok zijn gedoogsteun terug. Het kabinet viel na nog geen twee jaar, met als gevolg een litteken in het vertrouwen in de PVV dat nog steeds gevoeld wordt in Den Haag.

EINDE

‘Hoewel een nieuw kabinet volgens de partijen snel en slagvaardig aan het werk moet, zien zij geen reden om terug te komen op hun plan om een minderheidskabinet te vormen. Een minderheidskabinet kan niet automatisch rekenen op de steun van het parlement.”
AD

Ondanks grote spanningen: partijen houden vast aan minderheidskabinet

De onderhandelaars van D66, VVD en CDA blijven erbij dat een minderheidskabinet de beste optie is om snel een stabiel kabinet te kunnen vormen. Ook nu de spanningen tussen Europa en de Verenigde Staten hoog oplopen en Nederland volgens hen behoefte heeft aan een slagvaardig kabinet dat snel aan het werk kan.
Volgens de partijleiders van D66, VVD en CDA zijn de oplopende spanningen in de wereld een aanmoediging om haast te maken met de formatie van een nieuw kabinet. Nederland moet met gezag kunnen meepraten met andere Europese landen over hoe om te gaan met de oplopende spanningen met de Verenigde Staten. De Amerikaanse president Trump wil Groenland inlijven en kondigde handelstarieven af tegen Nederland en andere landen die daar openlijk tegen zijn.

„Dit maakt vooral duidelijk dat je niet nog zes maanden moet formeren’’, zegt D66-leider Rob Jetten. Hoewel een nieuw kabinet volgens de partijen snel en slagvaardig aan het werk moet, zien zij geen reden om terug te komen op hun plan om een minderheidskabinet te vormen. Een minderheidskabinet kan niet automatisch rekenen op de steun van het parlement.

Instabiele tijden

Maar volgens de partijen moet een kabinet in instabiele tijden sowieso op zoek naar breed draagvlak in het parlement, of het nu een meerderheids- of een minderheidskabinet is. „Ik denk dat de oppositie ook haar verantwoordelijkheid weet’’, aldus CDA-leider Henri Bontenbal.

De drie besloten anderhalve week geleden samen een minderheidskabinet te vormen. Dat was niet uit overtuiging. In de weken daarvoor konden zij het niet eens worden over welke vierde partij zou moeten aanschuiven bij de onderhandelingen. De VVD wilde niet in een kabinet met GroenLinks-PvdA, D66 niet met JA21.

Kwetsbaar

VVD-leider Dilan Yesilgöz vindt niet dat een minderheidskabinet Nederland kwetsbaar maakt of minder slagvaardig nu de internationale spanningen oplopen. „Dat zou alleen zo zijn als de regeringspartijen plannen voorleggen aan het parlement met als houding: teken maar bij het kruisje. En als de oppositiepartijen bij voorbaat zouden zeggen: we willen hoe dan ook niet samenwerken. Allebei is niet het geval.’’ Alleen de PVV heeft gezegd het aanstaande kabinet-Jetten zo snel mogelijk met een motie van wantrouwen weer naar huis te willen sturen.

De drie partijleiders ontvingen maandag een aantal politicologen die gespecialiseerd zijn in hoe minderheidskabinetten functioneren in andere landen, zoals in Denemarken. VVD-leider Yesilgöz noemde het gesprek na afloop ‘nuttig’. Volgens haar zijn er ideeën uitgewisseld die de komende dagen verder worden uitgewerkt.

Reacties uitgeschakeld voor NOOT 5/DEMASQUE

Opgeslagen onder Divers

Reacties zijn gesloten.