Nieuw beleid kon koning Willem-Alexander in zijn Troonrede niet aankondigen, wel gaf het staatshoofd een inkijkje in de uitdagingen waar de formerende partijen na de verkiezingen voor staan. Er moet werk gemaakt worden van bestaanszekerheid, uitgerekend in tijden dat de hand bij de overheid weer op de knip moet.
Met voor het eerst een leesbril op de neus, maar alweer voor de elfde keer sprak de koning de Staten-Generaal toe in wat de geschiedenisboeken ingaat als de laatste troonrede in het tijdperk-Rutte.
Waar het demissionair kabinet vorig jaar nog 17 miljard euro uittrok om de koopkracht over de volle breedte van de samenleving overeind te houden, is dit jaar niet meer dan 2 miljard euro vrijgespeeld voor de laagste inkomens. Voor deze groep trekt het kabinet de portemonnee om de huurtoeslag en het kindgebonden budget te verhogen. Mensen die in de knel komen met hun energierekening kunnen ook volgend jaar een beroep blijven doen op het Noodfonds Energie. Ook de arbeidskorting gaat omhoog, zodat werkenden een plusje op de salarisstrook terugzien. Met het pakket voorkomt het kabinet dat de armoede verder stijgt, maar het dringt de bestaande armoede niet verder terug.
Terughoudendheid
Meer zat er dit jaar niet in. Niet verwonderlijk nu politiek Den Haag zich na de val van het kabinet warmloopt voor nieuwe verkiezingen. ‘De demissionaire status van het kabinet betekent onvermijdelijk terughoudendheid in het doen van nieuwe voorstellen’, aldus de koning.
Maar er is meer aan de hand. Na lange tijd moet dit kabinet, maar ook het volgende kabinet, weer opletten wat er binnenkomt en wat het kan uitgeven. ‘De stand van de overheidsfinanciën en oplopende rentelasten dwingen tot grotere financiële voorzichtigheid dan in de achter ons liggende jaren’, luidde de waarschuwing van de koning, die daarmee vooruitliep op de komende verkiezingen en de kabinetsformatie die daarna volgt. Voor de aanpak van de uitdagingen waar de politiek voor staat moet weer gekozen worden uit schaarste.
Die uitdagingen zijn er zeker. Niet iedereen in Nederland kan genieten van dezelfde kansen in het onderwijs of de woningmarkt, waarschuwde de Troonrede. ‘Wie van buiten naar de Nederlandse samenleving kijkt, ziet op het eerste gezicht een aantrekkelijk land met goede voorzieningen en een sterke economie, ingebed in krachtige internationale structuren die beschermen en welvaart brengen’, aldus de koning. ‘Maar achter dat positieve beeld gaat de permanente opdracht schuil om te blijven werken aan kansengelijkheid, bestaanszekerheid en perspectief. Voor lang niet iedereen zijn een fatsoenlijk huis, een goede gezondheid en een veilige thuissituatie vanzelfsprekend. Niet elk kind krijgt dezelfde kansen op een goede toekomst en niet iedere inwoner van ons land voelt zich gehoord en gezien.’
Maatschappelijk weefsel
Met een blik op ontwikkelingen in het buitenland, met een invasieoorlog op het Europese continent, stond de koning nadrukkelijk stil bij de eigen democratie en wat hij omschreef als ‘het maatschappelijk weefsel dat ons als samenleving bij elkaar houdt’. ‘Onderhoud van de democratie is niet iets van de overheid alleen’, zei de koning. ‘Democratie is veel meer dan je stem uitbrengen. Het is een houding. Het is de bereidheid te luisteren, begrip op te brengen voor andere standpunten en een zorgvuldige afweging van belangen te maken. Als verschillen van opvatting verharden tot onoverbrugbare tegenstellingen, tast dat onvermijdelijk het vertrouwen in onze democratische instituties aan.’
Sprekend tegenover de zaal gevuld met vertrekkende politici en nieuwe uitdagers van de zittende macht als Pieter Omtzigt (Nieuw Sociaal Contract) en Caroline van der Plas (BBB) sprak hij de hoop uit dat de nieuwe lichting na de verkiezingen zal blijven bouwen aan het maatschappelijk weefsel. ‘Er ligt een grote opdracht voor iedereen die politieke of bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt om mensen houvast en hoop te bieden in een tijd van grote veranderingen.’
EINDE BERICHTGEVING
Reacties uitgeschakeld voor Noot V/1/Voorafgaande aan noot 1/Eerste Deel/Wij Willem-Alexander
In het Koninkrijk der Nederlanden wordt een nieuwe Koning niet gekroond, maar beëdigd en ingehuldigd. De nieuwe Koning is in functie vanaf het moment dat zijn voorganger overlijdt of troonsafstand doet. Volgens de Grondwet moet de Koning zo snel mogelijk daarna worden beëdigd en ingehuldigd.
De Grondwet schrijft voor dat de beëdiging en inhuldiging moet plaatsvinden in de hoofdstad Amsterdam tijdens een openbare Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal (de Eerste en Tweede Kamer). De Koning zweert of belooft trouw aan het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet en een getrouwe vervulling van zijn ambt.
Inhuldigingsceremonie
De huidige inhuldigingsceremonie is voor het eerst uitgevoerd in 1814 bij de inhuldiging van Koning Willem I, toen nog als soeverein vorst. Sindsdien is de Nieuwe Kerk in Amsterdam de locatie voor deze plechtigheid. De ceremonie kreeg haar definitieve vorm bij de beëdiging en inhuldiging van Koning Willem II in 1840.
Hoewel de plechtigheid in een kerk plaatsvindt, heeft de huldiging geen godsdienstig karakter. De betekenis ervan is puur staatsrechtelijk. Omdat de Koning in Nederland niet gekroond wordt, is de kroon bij beëdiging en inhuldiging alleen te zien samen met de andere regalia op de credenstafel.
De formulering van de eed of belofte van de Koning is vastgelegd in de Wet beëdiging en inhuldiging van de Koning, en luidt als volgt:
“Ik zweer (beloof) aan de volkeren van het Koninkrijk dat Ik het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet steeds zal onderhouden en handhaven.
Ik zweer (beloof) dat Ik de onafhankelijkheid en het grondgebied van het Koninkrijk met al Mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat Ik de vrijheid en de rechten van alle Nederlanders en alle ingezetenen zal beschermen, en tot instandhouding en bevordering van de welvaart alle middelen zal aanwenden welke de wetten Mij ter beschikking stellen, zoals een goed en getrouw Koning schuldig is te doen.
Zo waarlijk helpe Mij God almachtig! (Dat beloof Ik!)”
Regalia
De regalia zijn in 1840 in opdracht van Koning Willem II door verschillende edelsmeden gemaakt. Ze symboliseren de macht en waardigheid van de Koning. De regalia bestaan uit de kroon, de scepter, de rijksappel, het rijkszwaard en de rijksstandaard.
De kroon symboliseert de soevereiniteit van het Koninkrijk der Nederlanden en verbeeldt de waardigheid van het staatshoofd. De scepter staat symbool voor het gezag van de Koning. De rijksappel staat symbool voor het grondgebied van de Koning. Het rijkszwaard staat symbool voor de macht van de Koning. Op de rijksstandaard of -banier staat het Nederlandse wapen.
Nederland kent alleen een inhuldiging, geen kroning. Dit betekent dat de Koning(in) de kroon nooit op zijn of haar hoofd draagt. Bij een inhuldiging liggen de regalia, ook wel rijksinsigniën genoemd, op de zogeheten credenstafel. Op de tafel ligt ook een exemplaar van de Nederlandse Grondwet en een exemplaar van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.
Op 19 september 2023 opent Koning Willem-Alexander het nieuwe werkjaar van het parlement in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag met het uitspreken van de Troonrede.
Leden van de Staten-Generaal,
10 jaar geleden mocht ik voor het eerst in uw midden de Troonrede uitspreken. 10 jaar waarop ik dankbaar terugkijk. Sommige gebeurtenissen waren indringend en rauw van verdriet, zoals de aanslag op vlucht MH17. Op andere momenten ging emotie hand in hand met heling en verbondenheid, zoals dit jaar op 1 juli, tijdens de herdenking van de afschaffing van de slavernij. Natuurlijk denk ik aan de coronaperiode, die zo diep ingreep in ieders persoonlijk leven. En uiteraard denk ik aan de oorlog in Oekraïne. Het zijn dit soort momenten en gebeurtenissen die voor altijd deel uit zullen blijven maken van onze geschiedenis en die in uw en mijn geheugen staan gegrift.
Daarnaast waren er de honderden hartverwarmende bezoeken die ik in deze eerste tien jaar in het hele Koninkrijk mocht afleggen, met duizenden inspirerende ontmoetingen. Die hebben een onvergetelijke indruk op mij gemaakt. Nederland blijkt keer op keer een land van ondernemende en initiatiefrijke mensen die voor en met elkaar het goede willen doen, in verbondenheid met hun buren, dorp, stad, vereniging of regio.
Het is dezelfde diepe verbondenheid die ik ook weer voelde bij mijn laatste bezoek aan het Caribisch deel van het Koninkrijk. Ik ontleen er de vaste overtuiging aan dat het maatschappelijk weefsel van onze samenleving bescherming verdient. Er schuilt een grote samenbindende kracht in alles wat mensen met elkaar bereiken in het kleine, het dagelijkse, het gewone. Verbinding ontstaat waar mensen bij elkaar komen. Dat is niet vanzelfsprekend, maar vraagt blijvende aandacht en inzet van ons allemaal.
Wie van buiten naar de Nederlandse samenleving kijkt, ziet op het 1e gezicht een aantrekkelijk land met goede voorzieningen en een sterke economie, ingebed in krachtige internationale structuren die beschermen en welvaart brengen.
Maar achter dat positieve beeld gaat de permanente opdracht schuil om te blijven werken aan kansengelijkheid, bestaanszekerheid en perspectief. Voor lang niet iedereen zijn een fatsoenlijk huis, een goede gezondheid en een veilige thuissituatie vanzelfsprekend. Niet elk kind krijgt dezelfde kansen op een goede toekomst en niet iedere inwoner van ons land voelt zich gehoord en gezien. Er is nog altijd discriminatie en racistische uitsluiting in de samenleving.
Ook daarom blijft de verwerking van het slavernijverleden juist na dit herdenkingsjaar in het hele Koninkrijk hoog op de agenda staan. Zodat we na erkenning en excuses samen mogen werken aan heling, verzoening en herstel.
De demissionaire status van het kabinet betekent onvermijdelijk terughoudendheid in het doen van nieuwe voorstellen. De stand van de overheidsfinanciën en oplopende rentelasten dwingen bovendien tot grotere financiële voorzichtigheid dan in de achter ons liggende jaren. Er zijn onderwerpen die hoe dan ook om daadkracht vragen: het armoedevraagstuk, het herstel voor de toeslagenouders, de afhandeling van de aardbevingsschade in Groningen, MH17 en de steun aan Oekraïne.
Daarnaast delen het demissionaire kabinet en de volksvertegenwoordiging de verantwoordelijkheid om door te werken aan de overige beleidsterreinen die ons allen raken, zoals de bouw van voldoende woningen en goed onderwijs. U mag erop rekenen dat het kabinet bereid is te doen wat in het landsbelang is, uiteraard in goed overleg en nauwe afstemming met u.
Dat betekent in de 1e plaats dat het kabinet ongeveer 2 miljard euro aan koopkrachtmaatregelen neemt, zodat de armoede niet toeneemt. Om te voorkomen dat gezinnen met de laagste inkomens in 2024 achterblijven in koopkracht, gaat de huurtoeslag omhoog. Om kinderarmoede tegen te gaan wordt het kindgebonden budget verhoogd. Ook wordt het Noodfonds Energie verlengd, zodat mensen die hun energierekening niet meer kunnen betalen een vangnet hebben. Daarnaast wordt volgend jaar de arbeidskorting verhoogd, zodat werken meer loont. Voor Caribisch Nederland komt extra geld beschikbaar om armoede te bestrijden.
Ook bij de afhandeling van de toeslagenaffaire en de aardbevingsschade in Groningen mag de demissionaire status van het kabinet geen vertraging opleveren. Het kabinet zet alles op alles om het leed dat mensen en gezinnen is aangedaan zo goed en zo snel mogelijk te herstellen. In het toeslagendossier krijgen ouders meer regie en meer keuzes, zodat zij sneller verder kunnen met hun leven. De inwoners van het aardbevingsgebied kunnen erop rekenen dat de agenda van schadeherstel en versterking, sociale maatregelen en economisch perspectief in goed overleg wordt uitgevoerd.
Het brute geweld van Rusland tegen het Oekraïense volk in de illegale aanvalsoorlog tegen een soeverein buurland laat zien dat verworvenheden die voor ons decennialang zeker leken, dat niet zijn. Aan de oostgrens van Europa woedt een strijd om fundamentele democratische en rechtsstatelijke waarden.
Deze strijd raakt ook onze eigen veiligheid en toekomst. Veel Nederlanders voelen en tonen zich betrokken bij de Oekraïners. Het draagvlak voor steun aan Oekraïne is onverminderd groot. En dat is belangrijk, want hoe langer deze oorlog duurt, des te dringender humanitaire, militaire en financiële bijstand aan Oekraïne nodig is. De Nederlandse regering blijft, in nauwe samenwerking met EU- en NAVO-bondgenoten, al het mogelijke doen om te zorgen dat de Russische agressie stopt en de Oekraïners weer in vrede en vrijheid kunnen leven. Nederland is de thuisbasis van het Internationaal Strafhof en voelt daarom een speciale verantwoordelijkheid voor de voorbereiding op de berechting van oorlogsmisdaden. Vanwege het grote belang van een sterke NAVO en een sterk defensieapparaat gaat het kabinet door met de voorgenomen extra investeringen in de krijgsmacht. Onze steun en dank gaan uit naar onze militairen die wereldwijd werken aan vrede en veiligheid.
De Europese Unie heeft na de Russische inval in Oekraïne laten zien dat eensgezindheid en geopolitieke invloed in elkaars verlengde liggen. In een wereld van toenemende dreiging en machtspolitiek is versterkte internationale samenwerking van groot belang, zowel binnen de EU als met andere gelijkgestemde landen, zoals de Verenigde Staten. Nederland steunt het uitgangspunt van ‘open strategische autonomie’. Europa moet minder afhankelijk worden van Rusland, China en andere landen. Dit geldt onder meer voor energie, grondstoffen en medicijnen. Dat is net zo goed een veiligheidsvraagstuk als een economisch vraagstuk.
Ook in het internationale handelsbeleid werkt het kabinet aan economische weerbaarheid en het verlagen van ongewenste strategische afhankelijkheden. Op het gebied van ontwikkelingssamenwerking richten we ons op de grondoorzaken van armoede, terreur, irreguliere migratie en klimaatverandering. Dat draagt niet alleen bij aan het bereiken van de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, maar ook aan de stabiliteit en welvaart in de wereld.
Wereldwijd staan democratie, vrijheid en de rechtsstaat onder druk. Niet alleen ver weg, maar ook op ons eigen continent. Des te belangrijker is het dat wij onze eigen democratische rechtsstaat koesteren, beschermen en versterken. Het is onacceptabel dat de georganiseerde misdaad onze samenleving ondermijnt en doordringt in onze straten, buurten en bedrijven. Bedreiging van journalisten, advocaten, politici en andere hoeders van de democratische rechtsstaat, vanuit welke hoek dan ook, is onaanvaardbaar. Dat vergt een continue inzet op veiligheid. Bijvoorbeeld door strenger toezicht te houden op personen in detentie.
Onderhoud van de democratie is niet iets van de overheid alleen. Het vraagt iets van ons allemaal. Democratie is veel meer dan je stem uitbrengen – het is een houding. Het is de bereidheid te luisteren, begrip op te brengen voor andere standpunten en een zorgvuldige afweging van belangen te maken. Als verschillen van opvatting verharden tot onoverbrugbare tegenstellingen, tast dat onvermijdelijk het vertrouwen in onze democratische instituties aan, en daarmee het maatschappelijk weefsel dat ons als samenleving bij elkaar houdt. En juist in het gewone dagelijkse leven – op scholen, in bedrijven, in kerken en moskeeën, in sportverenigingen en in gezinsverband – worden verschillen overbrugd en ontstaat onderling vertrouwen en een gezamenlijk toekomstperspectief.
Een goed voorbeeld van de manier waarop de regering die kracht van onderop wil stimuleren, is via cultuur. Cultuur confronteert, inspireert en overbrugt tegenstellingen. Van festivalterrein tot concertgebouw, en van museum tot muziekschool. Daarom blijft het kabinet bevorderen dat mensen kunnen genieten van cultuur, bijvoorbeeld met de Cultuurkaart voor jongeren. Ook wil het kabinet de openbare bibliotheek op zoveel mogelijk plaatsen terugbrengen, als plek waar mensen kunnen lezen, leren en elkaar ontmoeten.
Kansengelijkheid, bestaanszekerheid en perspectief bieden aan mensen, vormen de kern van de ambitie waarmee dit kabinet aan de slag is gegaan – in goede samenwerking met gemeenten, provincies en waterschappen. De publieke dienstverlening is de plek waar mensen de overheid vaak voor het eerst tegenkomen. Daar, bij het overheidsloket, moet vertrouwen ontstaan.
Daarom is het cruciaal om uitvoeringsorganisaties eerder te betrekken bij het maken van nieuw beleid, ruimte te geven aan de professionals in de uitvoering, en meer oog te hebben voor de uitvoerbaarheid en gevolgen van wet- en regelgeving.
Op veel beleidsterreinen gaat het werk door, ook nu het kabinet demissionair is. Zo moeten er op het gebied van migratie en inburgering en de effecten daarvan op onze samenleving belangrijke keuzes worden gemaakt, bijvoorbeeld over werk- en studiemigratie.
Wat betreft asiel is in de komende periode voldoende opvang nodig. Bovendien liggen de onderhandelingen over het gemeenschappelijk Europees asielstelsel niet stil, net zomin als de gesprekken in EU-verband over het beheersbaar maken van de instroom.
Een zeker bestaan met gelijke kansen valt of staat met goed onderwijs. In het onderwijsbeleid is er veel aandacht voor taal en rekenen en voor een grotere waardering van het middelbaar beroepsonderwijs, waar de vakmensen van de toekomst worden opgeleid. De herinvoering van de basisbeurs is een feit. De meest kwetsbare leerlingen krijgen een steuntje in de rug, met extra activiteiten buiten het klaslokaal en een gratis gezonde maaltijd op school. Het kabinet blijft inzetten op de aanpak van het lerarentekort, onder andere door regionaal de samenwerking tussen scholen, lerarenopleidingen en gemeenten te bevorderen. Het kabinet ondersteunt jonge onderzoekers en docenten, en stimuleert zowel praktijkgericht als wetenschappelijk onderzoek aan hogescholen en universiteiten.
Digitalisering en kunstmatige intelligentie leiden tot nieuwe kansen en risico’s op het gebied van werk, gezondheidszorg, onderwijs en economie. Het kabinet zet stappen om ervoor te zorgen dat iedereen veilig en vertrouwd kan meedoen, onder meer door mensen te helpen digitale vaardigheden op te doen.
Extremere weersomstandigheden en hoge energieprijzen onderstrepen het belang van een ambitieus klimaatbeleid dat steunt op een breed maatschappelijk draagvlak. In deze kabinetsperiode is een verandering in gang gezet, met subsidieregelingen voor isolatie, zonnepanelen, warmtepompen en andere maatregelen om burgers en bedrijven te helpen bij het maken van duurzame keuzes. Speciaal met het oog op het bedrijfsleven zetten we stappen om de capaciteit van het elektriciteitsnet in hoog tempo te vergroten en de overgang naar meer flexibel en gespreid gebruik te stimuleren.
Van meet af aan is duidelijk dat het stikstof- en natuurbeleid samen moet gaan met toekomstperspectief en duidelijkheid voor de landbouw. Zeker voor jonge boeren die willen bouwen aan een duurzame toekomst. Voor hen maakt het kabinet volgend jaar geld vrij voor steun bij bedrijfsopvolging. Ook de biologische sector krijgt extra ondersteuning. Het kabinet blijft zich inzetten voor voortgang op het stikstofdossier, in de wetenschap dat het probleem anders alleen maar groter wordt, met alle gevolgen van dien voor de natuur, maar ook voor de woningbouw en de aanleg van wegen. Daarom is het positief dat de provincies hun gebiedsplannen voor de reductie van stikstof hebben gepresenteerd, en dat enkele honderden bedrijven die veel stikstof uitstoten nabij kwetsbare natuur nadenken over meedoen aan een uitkoopregeling.
Op het gebied van de volkshuisvesting en ruimtelijke ordening neemt het kabinet de regie om met overheden, bouwers en corporaties meer betaalbare woningen te bouwen. Door in iedere regio bouwafspraken te maken, extra locaties aan te wijzen en financiële steun te geven.
Ook werkt het kabinet aan betere bescherming van huurders, door de regulering van de middenhuur. Voor al die politieagenten, leraren, verpleegkundigen en anderen met een salaris rond modaal is dat van groot belang. Een goede, betaalbare woning – in koop- of huursector – is immers een van de basisvoorwaarden voor bestaanszekerheid.
Het kabinet werkt aan een nieuwe Nota Ruimte, waarin de toekomstige inrichting van ons land centraal staat. Daarin gaat het onder meer om de balans tussen landbouw, visserij en natuur, ruimte voor een duurzame energievoorziening, circulaire economie, nieuwe stedelijke ontwikkeling en vitaal platteland. Ruimtelijke vraagstukken zijn in ons land ook altijd verbonden met water en mobiliteit. Onderwerpen die de komende periode dringend aandacht blijven vragen, zijn onder andere duidelijkheid over de toekomst van Schiphol, het onderhoud van onze infrastructuur en verbetering van de waterkwaliteit.
Voor de arbeidsmarkt is samen met werkgevers en werknemers een uitgebreid pakket maatregelen ontwikkeld dat nu wordt uitgevoerd. Het is belangrijk dat zoveel mogelijk mensen de kans krijgen op een baan, voor hun persoonlijke ontwikkeling, maar ook omdat ons land iedereen nodig heeft. Meer vaste banen, tegengaan van discriminatie en betere werkomstandigheden voor arbeidsmigranten geven meer zekerheid aan kwetsbare werknemers.
Omdat de arbeidsmarkt verandert, is het belangrijk dat werkenden zich tijdens hun loopbaan blijven ontwikkelen. Het kabinet ondersteunt dit via het Nationaal Groeifonds en met regelingen die bijvoorbeeld gericht zijn op leren en ontwikkelen in het mkb. Met de Wet toekomst pensioenen, die op 1 juli jongstleden in werking is getreden, is een grote stap gezet naar een toekomstbestendiger pensioen. Pensioenuitvoerders, werkgevers en werknemers werken hard aan de overstap naar het nieuwe stelsel.
De basis voor onze welvaart wordt iedere dag opnieuw gelegd door het innovatieve Nederlandse bedrijfsleven, van familiebedrijf tot multinational en van boerenerf tot Brainport Eindhoven. Verdienen komt altijd vóór verdelen. Het zijn de ondernemers die zorgen voor de financiële mogelijkheden om de grote maatschappelijke kwesties te kunnen aanpakken. Het kabinet blijft streven naar een zo aantrekkelijk mogelijk ondernemingsklimaat, met oog voor de problemen waar ondernemers mee kampen, zoals de krappe arbeidsmarkt.
Daarnaast blijft het kabinet werken aan versterking van onze innovatiekracht en concurrentiepositie, en aan een voorspelbaar en stabiel fiscaal beleid. Met de autonome landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten bouwt het kabinet samen aan een toekomstbestendige economie en kwalitatief hoogwaardig bestuur.
Met de recent gesloten zorgakkoorden is de basis gelegd om de zorg goed, toegankelijk en betaalbaar te houden voor komende generaties. Hiermee worden curatieve zorg en langdurige zorg beter met elkaar verbonden. Met bijzondere aandacht voor meer regionale samenwerking tussen huisartsen, wijkverpleging, ziekenhuizen, gemeenten en andere partijen.
Voor ouderen werkt het kabinet aan meer zelfstandige woonvoorzieningen en goede zorg dichtbij. Mantelzorgers zijn van onschatbare waarde en daarom moeten zij worden ondersteund, bijvoorbeeld door de samenwerking en kennisoverdracht met de professionele zorgverleners te verbeteren. Het Nationaal Preventieakkoord draagt eraan bij dat Nederlanders gezonder kunnen leven, met als een van de belangrijke doelen een rookvrije generatie in 2040.
Ook werkt het kabinet met betrokken partijen verder aan hervormingen in de jeugdzorg, zodat kwetsbare kinderen en gezinnen sneller en beter geholpen kunnen worden. We zien dat jongeren steeds vaker kampen met mentale problemen, zoals somberheid en eenzaamheid. Samen met jongeren werkt het kabinet daarom aan oplossingen om hiermee om te kunnen gaan, bijvoorbeeld door het onderwerp beter bespreekbaar te maken en aandacht te hebben voor prestatiedruk op scholen en universiteiten. Een jonge generatie die gezond en gelukkig kan opgroeien, is een sterk fundament voor de samenleving van morgen.
Leden van de Staten-Generaal,
De komende maanden kiest Nederland opnieuw richting voor de toekomst. Er ligt een grote opdracht voor iedereen die politieke of bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt om mensen houvast en hoop te bieden in een tijd van grote veranderingen. Zo kunnen we blijven bouwen aan het maatschappelijk weefsel van ons land. De regering zal, in samenwerking met u, al het mogelijke doen om te werken aan de oplossing van problemen waar ons land voor staat. U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.
Op 19 september 2023 opent Koning Willem-Alexander het nieuwe werkjaar van het parlement in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag met het uitspreken van de Troonrede.
Leden van de Staten-Generaal,
10 jaar geleden mocht ik voor het eerst in uw midden de Troonrede uitspreken. 10 jaar waarop ik dankbaar terugkijk. Sommige gebeurtenissen waren indringend en rauw van verdriet, zoals de aanslag op vlucht MH17. Op andere momenten ging emotie hand in hand met heling en verbondenheid, zoals dit jaar op 1 juli, tijdens de herdenking van de afschaffing van de slavernij. Natuurlijk denk ik aan de coronaperiode, die zo diep ingreep in ieders persoonlijk leven. En uiteraard denk ik aan de oorlog in Oekraïne. Het zijn dit soort momenten en gebeurtenissen die voor altijd deel uit zullen blijven maken van onze geschiedenis en die in uw en mijn geheugen staan gegrift.
Daarnaast waren er de honderden hartverwarmende bezoeken die ik in deze eerste tien jaar in het hele Koninkrijk mocht afleggen, met duizenden inspirerende ontmoetingen. Die hebben een onvergetelijke indruk op mij gemaakt. Nederland blijkt keer op keer een land van ondernemende en initiatiefrijke mensen die voor en met elkaar het goede willen doen, in verbondenheid met hun buren, dorp, stad, vereniging of regio.
Het is dezelfde diepe verbondenheid die ik ook weer voelde bij mijn laatste bezoek aan het Caribisch deel van het Koninkrijk. Ik ontleen er de vaste overtuiging aan dat het maatschappelijk weefsel van onze samenleving bescherming verdient. Er schuilt een grote samenbindende kracht in alles wat mensen met elkaar bereiken in het kleine, het dagelijkse, het gewone. Verbinding ontstaat waar mensen bij elkaar komen. Dat is niet vanzelfsprekend, maar vraagt blijvende aandacht en inzet van ons allemaal.
Wie van buiten naar de Nederlandse samenleving kijkt, ziet op het 1e gezicht een aantrekkelijk land met goede voorzieningen en een sterke economie, ingebed in krachtige internationale structuren die beschermen en welvaart brengen.
Maar achter dat positieve beeld gaat de permanente opdracht schuil om te blijven werken aan kansengelijkheid, bestaanszekerheid en perspectief. Voor lang niet iedereen zijn een fatsoenlijk huis, een goede gezondheid en een veilige thuissituatie vanzelfsprekend. Niet elk kind krijgt dezelfde kansen op een goede toekomst en niet iedere inwoner van ons land voelt zich gehoord en gezien. Er is nog altijd discriminatie en racistische uitsluiting in de samenleving.
Ook daarom blijft de verwerking van het slavernijverleden juist na dit herdenkingsjaar in het hele Koninkrijk hoog op de agenda staan. Zodat we na erkenning en excuses samen mogen werken aan heling, verzoening en herstel.
De demissionaire status van het kabinet betekent onvermijdelijk terughoudendheid in het doen van nieuwe voorstellen. De stand van de overheidsfinanciën en oplopende rentelasten dwingen bovendien tot grotere financiële voorzichtigheid dan in de achter ons liggende jaren. Er zijn onderwerpen die hoe dan ook om daadkracht vragen: het armoedevraagstuk, het herstel voor de toeslagenouders, de afhandeling van de aardbevingsschade in Groningen, MH17 en de steun aan Oekraïne.
Daarnaast delen het demissionaire kabinet en de volksvertegenwoordiging de verantwoordelijkheid om door te werken aan de overige beleidsterreinen die ons allen raken, zoals de bouw van voldoende woningen en goed onderwijs. U mag erop rekenen dat het kabinet bereid is te doen wat in het landsbelang is, uiteraard in goed overleg en nauwe afstemming met u.
Dat betekent in de 1e plaats dat het kabinet ongeveer 2 miljard euro aan koopkrachtmaatregelen neemt, zodat de armoede niet toeneemt. Om te voorkomen dat gezinnen met de laagste inkomens in 2024 achterblijven in koopkracht, gaat de huurtoeslag omhoog. Om kinderarmoede tegen te gaan wordt het kindgebonden budget verhoogd. Ook wordt het Noodfonds Energie verlengd, zodat mensen die hun energierekening niet meer kunnen betalen een vangnet hebben. Daarnaast wordt volgend jaar de arbeidskorting verhoogd, zodat werken meer loont. Voor Caribisch Nederland komt extra geld beschikbaar om armoede te bestrijden.
Ook bij de afhandeling van de toeslagenaffaire en de aardbevingsschade in Groningen mag de demissionaire status van het kabinet geen vertraging opleveren. Het kabinet zet alles op alles om het leed dat mensen en gezinnen is aangedaan zo goed en zo snel mogelijk te herstellen. In het toeslagendossier krijgen ouders meer regie en meer keuzes, zodat zij sneller verder kunnen met hun leven. De inwoners van het aardbevingsgebied kunnen erop rekenen dat de agenda van schadeherstel en versterking, sociale maatregelen en economisch perspectief in goed overleg wordt uitgevoerd.
Het brute geweld van Rusland tegen het Oekraïense volk in de illegale aanvalsoorlog tegen een soeverein buurland laat zien dat verworvenheden die voor ons decennialang zeker leken, dat niet zijn. Aan de oostgrens van Europa woedt een strijd om fundamentele democratische en rechtsstatelijke waarden.
Deze strijd raakt ook onze eigen veiligheid en toekomst. Veel Nederlanders voelen en tonen zich betrokken bij de Oekraïners. Het draagvlak voor steun aan Oekraïne is onverminderd groot. En dat is belangrijk, want hoe langer deze oorlog duurt, des te dringender humanitaire, militaire en financiële bijstand aan Oekraïne nodig is. De Nederlandse regering blijft, in nauwe samenwerking met EU- en NAVO-bondgenoten, al het mogelijke doen om te zorgen dat de Russische agressie stopt en de Oekraïners weer in vrede en vrijheid kunnen leven. Nederland is de thuisbasis van het Internationaal Strafhof en voelt daarom een speciale verantwoordelijkheid voor de voorbereiding op de berechting van oorlogsmisdaden. Vanwege het grote belang van een sterke NAVO en een sterk defensieapparaat gaat het kabinet door met de voorgenomen extra investeringen in de krijgsmacht. Onze steun en dank gaan uit naar onze militairen die wereldwijd werken aan vrede en veiligheid.
De Europese Unie heeft na de Russische inval in Oekraïne laten zien dat eensgezindheid en geopolitieke invloed in elkaars verlengde liggen. In een wereld van toenemende dreiging en machtspolitiek is versterkte internationale samenwerking van groot belang, zowel binnen de EU als met andere gelijkgestemde landen, zoals de Verenigde Staten. Nederland steunt het uitgangspunt van ‘open strategische autonomie’. Europa moet minder afhankelijk worden van Rusland, China en andere landen. Dit geldt onder meer voor energie, grondstoffen en medicijnen. Dat is net zo goed een veiligheidsvraagstuk als een economisch vraagstuk.
Ook in het internationale handelsbeleid werkt het kabinet aan economische weerbaarheid en het verlagen van ongewenste strategische afhankelijkheden. Op het gebied van ontwikkelingssamenwerking richten we ons op de grondoorzaken van armoede, terreur, irreguliere migratie en klimaatverandering. Dat draagt niet alleen bij aan het bereiken van de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, maar ook aan de stabiliteit en welvaart in de wereld.
Wereldwijd staan democratie, vrijheid en de rechtsstaat onder druk. Niet alleen ver weg, maar ook op ons eigen continent. Des te belangrijker is het dat wij onze eigen democratische rechtsstaat koesteren, beschermen en versterken. Het is onacceptabel dat de georganiseerde misdaad onze samenleving ondermijnt en doordringt in onze straten, buurten en bedrijven. Bedreiging van journalisten, advocaten, politici en andere hoeders van de democratische rechtsstaat, vanuit welke hoek dan ook, is onaanvaardbaar. Dat vergt een continue inzet op veiligheid. Bijvoorbeeld door strenger toezicht te houden op personen in detentie.
Onderhoud van de democratie is niet iets van de overheid alleen. Het vraagt iets van ons allemaal. Democratie is veel meer dan je stem uitbrengen – het is een houding. Het is de bereidheid te luisteren, begrip op te brengen voor andere standpunten en een zorgvuldige afweging van belangen te maken. Als verschillen van opvatting verharden tot onoverbrugbare tegenstellingen, tast dat onvermijdelijk het vertrouwen in onze democratische instituties aan, en daarmee het maatschappelijk weefsel dat ons als samenleving bij elkaar houdt. En juist in het gewone dagelijkse leven – op scholen, in bedrijven, in kerken en moskeeën, in sportverenigingen en in gezinsverband – worden verschillen overbrugd en ontstaat onderling vertrouwen en een gezamenlijk toekomstperspectief.
Een goed voorbeeld van de manier waarop de regering die kracht van onderop wil stimuleren, is via cultuur. Cultuur confronteert, inspireert en overbrugt tegenstellingen. Van festivalterrein tot concertgebouw, en van museum tot muziekschool. Daarom blijft het kabinet bevorderen dat mensen kunnen genieten van cultuur, bijvoorbeeld met de Cultuurkaart voor jongeren. Ook wil het kabinet de openbare bibliotheek op zoveel mogelijk plaatsen terugbrengen, als plek waar mensen kunnen lezen, leren en elkaar ontmoeten.
Kansengelijkheid, bestaanszekerheid en perspectief bieden aan mensen, vormen de kern van de ambitie waarmee dit kabinet aan de slag is gegaan – in goede samenwerking met gemeenten, provincies en waterschappen. De publieke dienstverlening is de plek waar mensen de overheid vaak voor het eerst tegenkomen. Daar, bij het overheidsloket, moet vertrouwen ontstaan.
Daarom is het cruciaal om uitvoeringsorganisaties eerder te betrekken bij het maken van nieuw beleid, ruimte te geven aan de professionals in de uitvoering, en meer oog te hebben voor de uitvoerbaarheid en gevolgen van wet- en regelgeving.
Op veel beleidsterreinen gaat het werk door, ook nu het kabinet demissionair is. Zo moeten er op het gebied van migratie en inburgering en de effecten daarvan op onze samenleving belangrijke keuzes worden gemaakt, bijvoorbeeld over werk- en studiemigratie.
Wat betreft asiel is in de komende periode voldoende opvang nodig. Bovendien liggen de onderhandelingen over het gemeenschappelijk Europees asielstelsel niet stil, net zomin als de gesprekken in EU-verband over het beheersbaar maken van de instroom.
Een zeker bestaan met gelijke kansen valt of staat met goed onderwijs. In het onderwijsbeleid is er veel aandacht voor taal en rekenen en voor een grotere waardering van het middelbaar beroepsonderwijs, waar de vakmensen van de toekomst worden opgeleid. De herinvoering van de basisbeurs is een feit. De meest kwetsbare leerlingen krijgen een steuntje in de rug, met extra activiteiten buiten het klaslokaal en een gratis gezonde maaltijd op school. Het kabinet blijft inzetten op de aanpak van het lerarentekort, onder andere door regionaal de samenwerking tussen scholen, lerarenopleidingen en gemeenten te bevorderen. Het kabinet ondersteunt jonge onderzoekers en docenten, en stimuleert zowel praktijkgericht als wetenschappelijk onderzoek aan hogescholen en universiteiten.
Digitalisering en kunstmatige intelligentie leiden tot nieuwe kansen en risico’s op het gebied van werk, gezondheidszorg, onderwijs en economie. Het kabinet zet stappen om ervoor te zorgen dat iedereen veilig en vertrouwd kan meedoen, onder meer door mensen te helpen digitale vaardigheden op te doen.
Extremere weersomstandigheden en hoge energieprijzen onderstrepen het belang van een ambitieus klimaatbeleid dat steunt op een breed maatschappelijk draagvlak. In deze kabinetsperiode is een verandering in gang gezet, met subsidieregelingen voor isolatie, zonnepanelen, warmtepompen en andere maatregelen om burgers en bedrijven te helpen bij het maken van duurzame keuzes. Speciaal met het oog op het bedrijfsleven zetten we stappen om de capaciteit van het elektriciteitsnet in hoog tempo te vergroten en de overgang naar meer flexibel en gespreid gebruik te stimuleren.
Van meet af aan is duidelijk dat het stikstof- en natuurbeleid samen moet gaan met toekomstperspectief en duidelijkheid voor de landbouw. Zeker voor jonge boeren die willen bouwen aan een duurzame toekomst. Voor hen maakt het kabinet volgend jaar geld vrij voor steun bij bedrijfsopvolging. Ook de biologische sector krijgt extra ondersteuning. Het kabinet blijft zich inzetten voor voortgang op het stikstofdossier, in de wetenschap dat het probleem anders alleen maar groter wordt, met alle gevolgen van dien voor de natuur, maar ook voor de woningbouw en de aanleg van wegen. Daarom is het positief dat de provincies hun gebiedsplannen voor de reductie van stikstof hebben gepresenteerd, en dat enkele honderden bedrijven die veel stikstof uitstoten nabij kwetsbare natuur nadenken over meedoen aan een uitkoopregeling.
Op het gebied van de volkshuisvesting en ruimtelijke ordening neemt het kabinet de regie om met overheden, bouwers en corporaties meer betaalbare woningen te bouwen. Door in iedere regio bouwafspraken te maken, extra locaties aan te wijzen en financiële steun te geven.
Ook werkt het kabinet aan betere bescherming van huurders, door de regulering van de middenhuur. Voor al die politieagenten, leraren, verpleegkundigen en anderen met een salaris rond modaal is dat van groot belang. Een goede, betaalbare woning – in koop- of huursector – is immers een van de basisvoorwaarden voor bestaanszekerheid.
Het kabinet werkt aan een nieuwe Nota Ruimte, waarin de toekomstige inrichting van ons land centraal staat. Daarin gaat het onder meer om de balans tussen landbouw, visserij en natuur, ruimte voor een duurzame energievoorziening, circulaire economie, nieuwe stedelijke ontwikkeling en vitaal platteland. Ruimtelijke vraagstukken zijn in ons land ook altijd verbonden met water en mobiliteit. Onderwerpen die de komende periode dringend aandacht blijven vragen, zijn onder andere duidelijkheid over de toekomst van Schiphol, het onderhoud van onze infrastructuur en verbetering van de waterkwaliteit.
Voor de arbeidsmarkt is samen met werkgevers en werknemers een uitgebreid pakket maatregelen ontwikkeld dat nu wordt uitgevoerd. Het is belangrijk dat zoveel mogelijk mensen de kans krijgen op een baan, voor hun persoonlijke ontwikkeling, maar ook omdat ons land iedereen nodig heeft. Meer vaste banen, tegengaan van discriminatie en betere werkomstandigheden voor arbeidsmigranten geven meer zekerheid aan kwetsbare werknemers.
Omdat de arbeidsmarkt verandert, is het belangrijk dat werkenden zich tijdens hun loopbaan blijven ontwikkelen. Het kabinet ondersteunt dit via het Nationaal Groeifonds en met regelingen die bijvoorbeeld gericht zijn op leren en ontwikkelen in het mkb. Met de Wet toekomst pensioenen, die op 1 juli jongstleden in werking is getreden, is een grote stap gezet naar een toekomstbestendiger pensioen. Pensioenuitvoerders, werkgevers en werknemers werken hard aan de overstap naar het nieuwe stelsel.
De basis voor onze welvaart wordt iedere dag opnieuw gelegd door het innovatieve Nederlandse bedrijfsleven, van familiebedrijf tot multinational en van boerenerf tot Brainport Eindhoven. Verdienen komt altijd vóór verdelen. Het zijn de ondernemers die zorgen voor de financiële mogelijkheden om de grote maatschappelijke kwesties te kunnen aanpakken. Het kabinet blijft streven naar een zo aantrekkelijk mogelijk ondernemingsklimaat, met oog voor de problemen waar ondernemers mee kampen, zoals de krappe arbeidsmarkt.
Daarnaast blijft het kabinet werken aan versterking van onze innovatiekracht en concurrentiepositie, en aan een voorspelbaar en stabiel fiscaal beleid. Met de autonome landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten bouwt het kabinet samen aan een toekomstbestendige economie en kwalitatief hoogwaardig bestuur.
Met de recent gesloten zorgakkoorden is de basis gelegd om de zorg goed, toegankelijk en betaalbaar te houden voor komende generaties. Hiermee worden curatieve zorg en langdurige zorg beter met elkaar verbonden. Met bijzondere aandacht voor meer regionale samenwerking tussen huisartsen, wijkverpleging, ziekenhuizen, gemeenten en andere partijen.
Voor ouderen werkt het kabinet aan meer zelfstandige woonvoorzieningen en goede zorg dichtbij. Mantelzorgers zijn van onschatbare waarde en daarom moeten zij worden ondersteund, bijvoorbeeld door de samenwerking en kennisoverdracht met de professionele zorgverleners te verbeteren. Het Nationaal Preventieakkoord draagt eraan bij dat Nederlanders gezonder kunnen leven, met als een van de belangrijke doelen een rookvrije generatie in 2040.
Ook werkt het kabinet met betrokken partijen verder aan hervormingen in de jeugdzorg, zodat kwetsbare kinderen en gezinnen sneller en beter geholpen kunnen worden. We zien dat jongeren steeds vaker kampen met mentale problemen, zoals somberheid en eenzaamheid. Samen met jongeren werkt het kabinet daarom aan oplossingen om hiermee om te kunnen gaan, bijvoorbeeld door het onderwerp beter bespreekbaar te maken en aandacht te hebben voor prestatiedruk op scholen en universiteiten. Een jonge generatie die gezond en gelukkig kan opgroeien, is een sterk fundament voor de samenleving van morgen.
Leden van de Staten-Generaal,
De komende maanden kiest Nederland opnieuw richting voor de toekomst. Er ligt een grote opdracht voor iedereen die politieke of bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt om mensen houvast en hoop te bieden in een tijd van grote veranderingen. Zo kunnen we blijven bouwen aan het maatschappelijk weefsel van ons land. De regering zal, in samenwerking met u, al het mogelijke doen om te werken aan de oplossing van problemen waar ons land voor staat. U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.
”Prinsjesdag valt elk jaar op de derde dinsdag in september. De Koning gaat met de Glazen Koets naar de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Daar spreekt hij de Troonrede uit. Zo opent hij het nieuwe werkjaar van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer.
Daarna gaat de minister van Financiën met het koffertje naar de Tweede Kamer. Daar biedt de minister de Miljoenennota en de Rijksbegroting aan.”
Prinsjesdag valt elk jaar op de derde dinsdag in september. De Koning gaat met de Glazen Koets naar de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Daar spreekt hij de Troonrede uit. Zo opent hij het nieuwe werkjaar van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer.
Daarna gaat de minister van Financiën met het koffertje naar de Tweede Kamer. Daar biedt de minister de Miljoenennota en de Rijksbegroting aan.
Troonrede
Koning Willem-Alexander spreekt op Prinsjesdag 2023 de Troonrede uit in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. In de Troonrede staan de belangrijkste plannen van de regering voor het komende jaar.
De minister-president legt de voorlopige tekst van de Troonrede eind augustus voor aan de ministerraad. De minister-president bespreekt de tekst ook met de Koning. Tijdens de laatste ministerraad voor Prinsjesdag wordt de Troonrede definitief vastgesteld. Zo kan de Troonrede op tijd in de Staatscourant worden opgenomen, zodat de tekst op Prinsjesdag ook officieel beschikbaar is.
Aanbieden Miljoenennota en Rijksbegroting
De minister van Financiën overhandigt om 15.30 uur, na het uitspreken van de Troonrede, een koffertje aan de Tweede Kamer. Hierin zitten de Rijksbegroting en de Miljoenennota. Hierin staat hoeveel geld de regering het komende jaar voor de verschillende plannen beschikbaar stelt en waar dat geld vandaan komt.
Vroeger viel Prinsjesdag op de 1e maandag in november. Later op de 3e maandag in oktober. Maar er bleef niet genoeg tijd over om de begrotingsplannen voor 1 januari af te handelen. Daarom werd Prinsjesdag in 1848 vervroegd naar de 3e maandag in september.
In 1887 werd Prinsjesdag verplaatst naar de 3e dinsdag van september. Voor veel Kamerleden was de reistijd naar Den Haag lang. Om op tijd in de Kamer te zijn voor Prinsjesdag, moesten zij al op zondag van huis vertrekken. Vooral leden van christelijke partijen vonden dat een bezwaar.
Troon
Tussen 1815 en 1904 sprak de Koning (of de Koningin) de Troonrede uit in de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Vanaf 1904 is gekozen voor de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag. In 2020 en 2021 stonden de tronen tijdelijk in de Grote Kerk. Vanwege de verbouwing van het Binnenhof stonden de tronen in 2022 op Prinsjesdag in de Koninklijke Schouwburg. Ook in 2023 staan de tronen in de Koninklijke Schouwburg. Tijdens de Troonrede zit koningin Máxima naast de Koning op een neventroon.
Op Prinsjesdag spreekt de Koning in zijn functie als staatshoofd de Troonrede uit. De regering maakt in de Troonrede haar plannen voor het komende jaar bekend.
De Troonrede wordt uitgesproken in een Verenigde Vergadering van de Staten Generaal, dit is een gezamenlijke vergadering van de Eerste en Tweede Kamer. Het uitspreken van de Troonrede is in de Grondwet bepaald:
“Jaarlijks op de derde dinsdag van september of op een bij de wet te bepalen eerder tijdstip wordt door of namens de Koning in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid gegeven.”
In de Grondwet worden geen eisen gesteld aan de volgorde, lengte en inhoud van de Troonrede. Dit kan dus per jaar verschillen.
Op Prinsjesdag spreekt de Koning in zijn functie als staatshoofd de Troonrede uit. De regering maakt in de Troonrede haar plannen voor het komende jaar bekend.
De Troonrede wordt uitgesproken in een Verenigde Vergadering van de Staten Generaal, dit is een gezamenlijke vergadering van de Eerste en Tweede Kamer. Het uitspreken van de Troonrede is in de Grondwet bepaald:
“Jaarlijks op de derde dinsdag van september of op een bij de wet te bepalen eerder tijdstip wordt door of namens de Koning in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid gegeven.”
In de Grondwet worden geen eisen gesteld aan de volgorde, lengte en inhoud van de Troonrede. Dit kan dus per jaar verschillen.
Op 19 september 2023 opent Koning Willem-Alexander het nieuwe werkjaar van het parlement in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag met het uitspreken van de Troonrede.
Leden van de Staten-Generaal,
10 jaar geleden mocht ik voor het eerst in uw midden de Troonrede uitspreken. 10 jaar waarop ik dankbaar terugkijk. Sommige gebeurtenissen waren indringend en rauw van verdriet, zoals de aanslag op vlucht MH17. Op andere momenten ging emotie hand in hand met heling en verbondenheid, zoals dit jaar op 1 juli, tijdens de herdenking van de afschaffing van de slavernij. Natuurlijk denk ik aan de coronaperiode, die zo diep ingreep in ieders persoonlijk leven. En uiteraard denk ik aan de oorlog in Oekraïne. Het zijn dit soort momenten en gebeurtenissen die voor altijd deel uit zullen blijven maken van onze geschiedenis en die in uw en mijn geheugen staan gegrift.
Daarnaast waren er de honderden hartverwarmende bezoeken die ik in deze eerste tien jaar in het hele Koninkrijk mocht afleggen, met duizenden inspirerende ontmoetingen. Die hebben een onvergetelijke indruk op mij gemaakt. Nederland blijkt keer op keer een land van ondernemende en initiatiefrijke mensen die voor en met elkaar het goede willen doen, in verbondenheid met hun buren, dorp, stad, vereniging of regio.
Het is dezelfde diepe verbondenheid die ik ook weer voelde bij mijn laatste bezoek aan het Caribisch deel van het Koninkrijk. Ik ontleen er de vaste overtuiging aan dat het maatschappelijk weefsel van onze samenleving bescherming verdient. Er schuilt een grote samenbindende kracht in alles wat mensen met elkaar bereiken in het kleine, het dagelijkse, het gewone. Verbinding ontstaat waar mensen bij elkaar komen. Dat is niet vanzelfsprekend, maar vraagt blijvende aandacht en inzet van ons allemaal.
Wie van buiten naar de Nederlandse samenleving kijkt, ziet op het 1e gezicht een aantrekkelijk land met goede voorzieningen en een sterke economie, ingebed in krachtige internationale structuren die beschermen en welvaart brengen.
Maar achter dat positieve beeld gaat de permanente opdracht schuil om te blijven werken aan kansengelijkheid, bestaanszekerheid en perspectief. Voor lang niet iedereen zijn een fatsoenlijk huis, een goede gezondheid en een veilige thuissituatie vanzelfsprekend. Niet elk kind krijgt dezelfde kansen op een goede toekomst en niet iedere inwoner van ons land voelt zich gehoord en gezien. Er is nog altijd discriminatie en racistische uitsluiting in de samenleving.
Ook daarom blijft de verwerking van het slavernijverleden juist na dit herdenkingsjaar in het hele Koninkrijk hoog op de agenda staan. Zodat we na erkenning en excuses samen mogen werken aan heling, verzoening en herstel.
De demissionaire status van het kabinet betekent onvermijdelijk terughoudendheid in het doen van nieuwe voorstellen. De stand van de overheidsfinanciën en oplopende rentelasten dwingen bovendien tot grotere financiële voorzichtigheid dan in de achter ons liggende jaren. Er zijn onderwerpen die hoe dan ook om daadkracht vragen: het armoedevraagstuk, het herstel voor de toeslagenouders, de afhandeling van de aardbevingsschade in Groningen, MH17 en de steun aan Oekraïne.
Daarnaast delen het demissionaire kabinet en de volksvertegenwoordiging de verantwoordelijkheid om door te werken aan de overige beleidsterreinen die ons allen raken, zoals de bouw van voldoende woningen en goed onderwijs. U mag erop rekenen dat het kabinet bereid is te doen wat in het landsbelang is, uiteraard in goed overleg en nauwe afstemming met u.
Dat betekent in de 1e plaats dat het kabinet ongeveer 2 miljard euro aan koopkrachtmaatregelen neemt, zodat de armoede niet toeneemt. Om te voorkomen dat gezinnen met de laagste inkomens in 2024 achterblijven in koopkracht, gaat de huurtoeslag omhoog. Om kinderarmoede tegen te gaan wordt het kindgebonden budget verhoogd. Ook wordt het Noodfonds Energie verlengd, zodat mensen die hun energierekening niet meer kunnen betalen een vangnet hebben. Daarnaast wordt volgend jaar de arbeidskorting verhoogd, zodat werken meer loont. Voor Caribisch Nederland komt extra geld beschikbaar om armoede te bestrijden.
Ook bij de afhandeling van de toeslagenaffaire en de aardbevingsschade in Groningen mag de demissionaire status van het kabinet geen vertraging opleveren. Het kabinet zet alles op alles om het leed dat mensen en gezinnen is aangedaan zo goed en zo snel mogelijk te herstellen. In het toeslagendossier krijgen ouders meer regie en meer keuzes, zodat zij sneller verder kunnen met hun leven. De inwoners van het aardbevingsgebied kunnen erop rekenen dat de agenda van schadeherstel en versterking, sociale maatregelen en economisch perspectief in goed overleg wordt uitgevoerd.
Het brute geweld van Rusland tegen het Oekraïense volk in de illegale aanvalsoorlog tegen een soeverein buurland laat zien dat verworvenheden die voor ons decennialang zeker leken, dat niet zijn. Aan de oostgrens van Europa woedt een strijd om fundamentele democratische en rechtsstatelijke waarden.
Deze strijd raakt ook onze eigen veiligheid en toekomst. Veel Nederlanders voelen en tonen zich betrokken bij de Oekraïners. Het draagvlak voor steun aan Oekraïne is onverminderd groot. En dat is belangrijk, want hoe langer deze oorlog duurt, des te dringender humanitaire, militaire en financiële bijstand aan Oekraïne nodig is. De Nederlandse regering blijft, in nauwe samenwerking met EU- en NAVO-bondgenoten, al het mogelijke doen om te zorgen dat de Russische agressie stopt en de Oekraïners weer in vrede en vrijheid kunnen leven. Nederland is de thuisbasis van het Internationaal Strafhof en voelt daarom een speciale verantwoordelijkheid voor de voorbereiding op de berechting van oorlogsmisdaden. Vanwege het grote belang van een sterke NAVO en een sterk defensieapparaat gaat het kabinet door met de voorgenomen extra investeringen in de krijgsmacht. Onze steun en dank gaan uit naar onze militairen die wereldwijd werken aan vrede en veiligheid.
De Europese Unie heeft na de Russische inval in Oekraïne laten zien dat eensgezindheid en geopolitieke invloed in elkaars verlengde liggen. In een wereld van toenemende dreiging en machtspolitiek is versterkte internationale samenwerking van groot belang, zowel binnen de EU als met andere gelijkgestemde landen, zoals de Verenigde Staten. Nederland steunt het uitgangspunt van ‘open strategische autonomie’. Europa moet minder afhankelijk worden van Rusland, China en andere landen. Dit geldt onder meer voor energie, grondstoffen en medicijnen. Dat is net zo goed een veiligheidsvraagstuk als een economisch vraagstuk.
Ook in het internationale handelsbeleid werkt het kabinet aan economische weerbaarheid en het verlagen van ongewenste strategische afhankelijkheden. Op het gebied van ontwikkelingssamenwerking richten we ons op de grondoorzaken van armoede, terreur, irreguliere migratie en klimaatverandering. Dat draagt niet alleen bij aan het bereiken van de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, maar ook aan de stabiliteit en welvaart in de wereld.
Wereldwijd staan democratie, vrijheid en de rechtsstaat onder druk. Niet alleen ver weg, maar ook op ons eigen continent. Des te belangrijker is het dat wij onze eigen democratische rechtsstaat koesteren, beschermen en versterken. Het is onacceptabel dat de georganiseerde misdaad onze samenleving ondermijnt en doordringt in onze straten, buurten en bedrijven. Bedreiging van journalisten, advocaten, politici en andere hoeders van de democratische rechtsstaat, vanuit welke hoek dan ook, is onaanvaardbaar. Dat vergt een continue inzet op veiligheid. Bijvoorbeeld door strenger toezicht te houden op personen in detentie.
Onderhoud van de democratie is niet iets van de overheid alleen. Het vraagt iets van ons allemaal. Democratie is veel meer dan je stem uitbrengen – het is een houding. Het is de bereidheid te luisteren, begrip op te brengen voor andere standpunten en een zorgvuldige afweging van belangen te maken. Als verschillen van opvatting verharden tot onoverbrugbare tegenstellingen, tast dat onvermijdelijk het vertrouwen in onze democratische instituties aan, en daarmee het maatschappelijk weefsel dat ons als samenleving bij elkaar houdt. En juist in het gewone dagelijkse leven – op scholen, in bedrijven, in kerken en moskeeën, in sportverenigingen en in gezinsverband – worden verschillen overbrugd en ontstaat onderling vertrouwen en een gezamenlijk toekomstperspectief.
Een goed voorbeeld van de manier waarop de regering die kracht van onderop wil stimuleren, is via cultuur. Cultuur confronteert, inspireert en overbrugt tegenstellingen. Van festivalterrein tot concertgebouw, en van museum tot muziekschool. Daarom blijft het kabinet bevorderen dat mensen kunnen genieten van cultuur, bijvoorbeeld met de Cultuurkaart voor jongeren. Ook wil het kabinet de openbare bibliotheek op zoveel mogelijk plaatsen terugbrengen, als plek waar mensen kunnen lezen, leren en elkaar ontmoeten.
Kansengelijkheid, bestaanszekerheid en perspectief bieden aan mensen, vormen de kern van de ambitie waarmee dit kabinet aan de slag is gegaan – in goede samenwerking met gemeenten, provincies en waterschappen. De publieke dienstverlening is de plek waar mensen de overheid vaak voor het eerst tegenkomen. Daar, bij het overheidsloket, moet vertrouwen ontstaan.
Daarom is het cruciaal om uitvoeringsorganisaties eerder te betrekken bij het maken van nieuw beleid, ruimte te geven aan de professionals in de uitvoering, en meer oog te hebben voor de uitvoerbaarheid en gevolgen van wet- en regelgeving.
Op veel beleidsterreinen gaat het werk door, ook nu het kabinet demissionair is. Zo moeten er op het gebied van migratie en inburgering en de effecten daarvan op onze samenleving belangrijke keuzes worden gemaakt, bijvoorbeeld over werk- en studiemigratie.
Wat betreft asiel is in de komende periode voldoende opvang nodig. Bovendien liggen de onderhandelingen over het gemeenschappelijk Europees asielstelsel niet stil, net zomin als de gesprekken in EU-verband over het beheersbaar maken van de instroom.
Een zeker bestaan met gelijke kansen valt of staat met goed onderwijs. In het onderwijsbeleid is er veel aandacht voor taal en rekenen en voor een grotere waardering van het middelbaar beroepsonderwijs, waar de vakmensen van de toekomst worden opgeleid. De herinvoering van de basisbeurs is een feit. De meest kwetsbare leerlingen krijgen een steuntje in de rug, met extra activiteiten buiten het klaslokaal en een gratis gezonde maaltijd op school. Het kabinet blijft inzetten op de aanpak van het lerarentekort, onder andere door regionaal de samenwerking tussen scholen, lerarenopleidingen en gemeenten te bevorderen. Het kabinet ondersteunt jonge onderzoekers en docenten, en stimuleert zowel praktijkgericht als wetenschappelijk onderzoek aan hogescholen en universiteiten.
Digitalisering en kunstmatige intelligentie leiden tot nieuwe kansen en risico’s op het gebied van werk, gezondheidszorg, onderwijs en economie. Het kabinet zet stappen om ervoor te zorgen dat iedereen veilig en vertrouwd kan meedoen, onder meer door mensen te helpen digitale vaardigheden op te doen.
Extremere weersomstandigheden en hoge energieprijzen onderstrepen het belang van een ambitieus klimaatbeleid dat steunt op een breed maatschappelijk draagvlak. In deze kabinetsperiode is een verandering in gang gezet, met subsidieregelingen voor isolatie, zonnepanelen, warmtepompen en andere maatregelen om burgers en bedrijven te helpen bij het maken van duurzame keuzes. Speciaal met het oog op het bedrijfsleven zetten we stappen om de capaciteit van het elektriciteitsnet in hoog tempo te vergroten en de overgang naar meer flexibel en gespreid gebruik te stimuleren.
Van meet af aan is duidelijk dat het stikstof- en natuurbeleid samen moet gaan met toekomstperspectief en duidelijkheid voor de landbouw. Zeker voor jonge boeren die willen bouwen aan een duurzame toekomst. Voor hen maakt het kabinet volgend jaar geld vrij voor steun bij bedrijfsopvolging. Ook de biologische sector krijgt extra ondersteuning. Het kabinet blijft zich inzetten voor voortgang op het stikstofdossier, in de wetenschap dat het probleem anders alleen maar groter wordt, met alle gevolgen van dien voor de natuur, maar ook voor de woningbouw en de aanleg van wegen. Daarom is het positief dat de provincies hun gebiedsplannen voor de reductie van stikstof hebben gepresenteerd, en dat enkele honderden bedrijven die veel stikstof uitstoten nabij kwetsbare natuur nadenken over meedoen aan een uitkoopregeling.
Op het gebied van de volkshuisvesting en ruimtelijke ordening neemt het kabinet de regie om met overheden, bouwers en corporaties meer betaalbare woningen te bouwen. Door in iedere regio bouwafspraken te maken, extra locaties aan te wijzen en financiële steun te geven.
Ook werkt het kabinet aan betere bescherming van huurders, door de regulering van de middenhuur. Voor al die politieagenten, leraren, verpleegkundigen en anderen met een salaris rond modaal is dat van groot belang. Een goede, betaalbare woning – in koop- of huursector – is immers een van de basisvoorwaarden voor bestaanszekerheid.
Het kabinet werkt aan een nieuwe Nota Ruimte, waarin de toekomstige inrichting van ons land centraal staat. Daarin gaat het onder meer om de balans tussen landbouw, visserij en natuur, ruimte voor een duurzame energievoorziening, circulaire economie, nieuwe stedelijke ontwikkeling en vitaal platteland. Ruimtelijke vraagstukken zijn in ons land ook altijd verbonden met water en mobiliteit. Onderwerpen die de komende periode dringend aandacht blijven vragen, zijn onder andere duidelijkheid over de toekomst van Schiphol, het onderhoud van onze infrastructuur en verbetering van de waterkwaliteit.
Voor de arbeidsmarkt is samen met werkgevers en werknemers een uitgebreid pakket maatregelen ontwikkeld dat nu wordt uitgevoerd. Het is belangrijk dat zoveel mogelijk mensen de kans krijgen op een baan, voor hun persoonlijke ontwikkeling, maar ook omdat ons land iedereen nodig heeft. Meer vaste banen, tegengaan van discriminatie en betere werkomstandigheden voor arbeidsmigranten geven meer zekerheid aan kwetsbare werknemers.
Omdat de arbeidsmarkt verandert, is het belangrijk dat werkenden zich tijdens hun loopbaan blijven ontwikkelen. Het kabinet ondersteunt dit via het Nationaal Groeifonds en met regelingen die bijvoorbeeld gericht zijn op leren en ontwikkelen in het mkb. Met de Wet toekomst pensioenen, die op 1 juli jongstleden in werking is getreden, is een grote stap gezet naar een toekomstbestendiger pensioen. Pensioenuitvoerders, werkgevers en werknemers werken hard aan de overstap naar het nieuwe stelsel.
De basis voor onze welvaart wordt iedere dag opnieuw gelegd door het innovatieve Nederlandse bedrijfsleven, van familiebedrijf tot multinational en van boerenerf tot Brainport Eindhoven. Verdienen komt altijd vóór verdelen. Het zijn de ondernemers die zorgen voor de financiële mogelijkheden om de grote maatschappelijke kwesties te kunnen aanpakken. Het kabinet blijft streven naar een zo aantrekkelijk mogelijk ondernemingsklimaat, met oog voor de problemen waar ondernemers mee kampen, zoals de krappe arbeidsmarkt.
Daarnaast blijft het kabinet werken aan versterking van onze innovatiekracht en concurrentiepositie, en aan een voorspelbaar en stabiel fiscaal beleid. Met de autonome landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten bouwt het kabinet samen aan een toekomstbestendige economie en kwalitatief hoogwaardig bestuur.
Met de recent gesloten zorgakkoorden is de basis gelegd om de zorg goed, toegankelijk en betaalbaar te houden voor komende generaties. Hiermee worden curatieve zorg en langdurige zorg beter met elkaar verbonden. Met bijzondere aandacht voor meer regionale samenwerking tussen huisartsen, wijkverpleging, ziekenhuizen, gemeenten en andere partijen.
Voor ouderen werkt het kabinet aan meer zelfstandige woonvoorzieningen en goede zorg dichtbij. Mantelzorgers zijn van onschatbare waarde en daarom moeten zij worden ondersteund, bijvoorbeeld door de samenwerking en kennisoverdracht met de professionele zorgverleners te verbeteren. Het Nationaal Preventieakkoord draagt eraan bij dat Nederlanders gezonder kunnen leven, met als een van de belangrijke doelen een rookvrije generatie in 2040.
Ook werkt het kabinet met betrokken partijen verder aan hervormingen in de jeugdzorg, zodat kwetsbare kinderen en gezinnen sneller en beter geholpen kunnen worden. We zien dat jongeren steeds vaker kampen met mentale problemen, zoals somberheid en eenzaamheid. Samen met jongeren werkt het kabinet daarom aan oplossingen om hiermee om te kunnen gaan, bijvoorbeeld door het onderwerp beter bespreekbaar te maken en aandacht te hebben voor prestatiedruk op scholen en universiteiten. Een jonge generatie die gezond en gelukkig kan opgroeien, is een sterk fundament voor de samenleving van morgen.
Leden van de Staten-Generaal,
De komende maanden kiest Nederland opnieuw richting voor de toekomst. Er ligt een grote opdracht voor iedereen die politieke of bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt om mensen houvast en hoop te bieden in een tijd van grote veranderingen. Zo kunnen we blijven bouwen aan het maatschappelijk weefsel van ons land. De regering zal, in samenwerking met u, al het mogelijke doen om te werken aan de oplossing van problemen waar ons land voor staat. U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.
Bij de inhuldiging van koning Willem-Alexander, deze maand tien jaar geleden, was bijna 80 procent van de Nederlanders voorstander van de monarchie. Maar tien jaar later wil nog maar ruim de helft van de bevolking de monarchie behouden. Ook het vertrouwen in Willem-Alexander als koning, dat tijdens de coronacrisis een scherpe daling liet zien, herstelt zich niet. Dat blijkt uit de jaarlijkse NOS Koningsdag-enquête, uitgevoerd door Ipsos.
De koning kan rekenen op het vertrouwen van iets minder dan de helft (46 procent) van de bevolking, Dat is ongeveer net zo veel als vorig jaar. In 2020 was dat nog driekwart van de Nederlanders.
Die daling was met name te verklaren door de ophef die ontstond over een vakantie van het koningspaar in Griekenland midden in de coronacrisis.
Koningin Máxima kan op meer vertrouwen rekenen dan de koning (bijna 60 procent) , maar de tevredenheid over haar functioneren is de afgelopen jaren flink gedaald van ruim 80 procent in 2020 naar 64 procent in 2023. Wel vindt een ruime meerderheid dat ze van meerwaarde is geweest in het tienjarig koningschap van Willem-Alexander en dat ze daar een duidelijk eigen stempel op heeft gedrukt.
Zowel de koning als de koningin krijgt een iets lager rapportcijfer dan vorig jaar: een 6,5 voor Willem-Alexander en een 7,3 voor Máxima.
De forse daling van de steun voor de monarchie die in 2021 werd ingezet, is nu afgevlakt: 55 procent van de Nederlanders staat achter de monarchie, een lichte daling ten opzichte van vorig jaar. Onder ouderen blijkt die steun overigens aanzienlijk hoger dan onder jongeren.
De afnemende steun voor het koningshuis past in een bredere maatschappelijke tendens waarin instituties minder steun krijgen onder burgers. Daarbij valt op dat het koningshuis meer vertrouwen krijgt (bijna 40 procent) dan de landelijke politiek (17 procent) en de media (23 procent).
Verslaggever Koninklijk Huis Albert Bos:
“In deze cijfers zie je dat het wantrouwen in instituties en de politiek, ook op de monarchie en daarmee de koning afstralen. Tegelijkertijd laat het paleis zich hierdoor niet al te veel van stuk brengen. Het koningschap, vinden zij, is iets voor een lange termijn. En uitslagen van dit soort onderzoeken doen zij af als dagkoersen. Al letten ze er wel op en houden ze er ook rekening mee.
Wel vragen ze zich binnen de paleismuren af wat de herkomst van dit wantrouwen is en welke rol de koning daarbij moet aannemen. Dat is een ingewikkelde zoektocht. Zo vindt men continuïteit en stabiliteit belangrijk en wil men tegelijkertijd een koningschap dat bij de tijd past. Je ziet dat de koning probeert het vertrouwen te herstellen, maar het lijkt nog niet aan te slaan.
Duidelijk is dat het paleis zoekt naar nieuwe vormen en daarmee ook nieuwe doelgroepen. Met name jongeren. Dat zag je bijvoorbeeld met het filmpje waarin de koning aankondigt dat er een speciale lunch komt. Of met de podcast Door de ogen van de koning met Edwin Evers. Allemaal onder het strakke beheer van de Rijksvoorlichtingsdienst. Geen interviews met moeilijke vragen of ingewikkelde afspraken, maar een programma in eigen beheer. Om zo een andere huiskamer binnen te komen dan alleen de tv-kijker of radioluisteraar.”
Terugkijkend op tien jaar koningschap vindt de meerderheid (60 procent) dat Willem-Alexander is gegroeid in zijn rol. Vier op de tien Nederlanders vinden dat de koning van meerwaarde is geweest voor het land en dat hij mensen weet te verbinden, maar evenveel mensen zijn van mening dat het koningshuis vaker in opspraak is geweest dan onder koningin Beatrix.
Wat verder opvalt is dat de mate waarin mensen de koning ‘meelevend’ vinden, verder blijft afnemen. Nog maar 37 procent van de Nederlanders vindt deze eigenschap op koning Willem-Alexander van toepassing.
Prinses Amalia kan rekenen op sympathie en begrip van de bevolking. Velen zien in haar kwaliteiten die haar later tot een goede koningin zullen maken: “intelligente dame”, “betrokken en meelevend”, “dicht bij het volk”, zijn enkele van de reacties.
Maar liefst driekwart van de Nederlanders zou er begrip voor hebben als Amalia vanwege de aanhoudende bedreigingen uit het criminele milieu zou besluiten geen koningin te willen worden.
De prinses woont vanwege die bedreigingen nog thuis en kan niet aan het studentenleven meedoen in Amsterdam. Ruim vier op de tien Nederlanders vinden dat de overheid Amalia koste wat het kost zou moeten beveiligen om dat toch mogelijk te maken.
Reacties uitgeschakeld voor Noot 5/Wij Willem-Alexander
De koopkracht stijgt volgend jaar gemiddeld met 1,8 procent. Dat blijkt uit de Miljoenennota die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd en die de politieke redactie van RTL Nieuws heeft ingezien. Om te voorkomen dat het aantal mensen dat niet kan rondkomen nog verder groeit, trekt het kabinet ruim twee miljard euro uit.
Te veel volwassenen en kinderen leven in armoede”, schrijft demissionair minister van Financiën Kaag in het voorwoord van de Miljoenennota. “Zij kunnen de vaste lasten nauwelijks opbrengen en hebben geen geld over voor een gezonde maaltijd of nieuwe kleren.”
Kaag schrijft dat dat ‘onaanvaardbaar’ is en daarom geeft het kabinet 2 miljard euro uit aan armoedebestrijding.
Koopkracht
Volgens de koopkrachtcijfers gaan alle inkomensgroepen erop vooruit. Zo gaan de laagste inkomens er iets meer dan 1 procent op vooruit, net als gepensioneerden.
Gezinnen met kinderen hebben volgend jaar een plus van 2,4 procent, de hoogste inkomens een plus van 1,5 procent. Uitkeringsgerechtigden krijgen er 0,7 procent bij.
Voorkomen
Omdat het kabinet is gevallen, is de begroting die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd vrijwel beleidsarm. Alleen voor armoedebestrijding trekt het kabinet dus wel de portemonnee. Zonder overheidsingrijpen zou het aantal mensen dat in armoede leeft in 2024 stijgen tot bijna een miljoen. De Tweede Kamer had er daarom bij het kabinet op aangedrongen om – ook al is het demissionair – toch met maatregelen te komen om dat te voorkomen.
“Een evenwichtig pakket. Zo zorgen we voor meer ruimte in de portemonnee en hopelijk minder stress”, aldus Kaag. “Het blijft onverminderd van belang te werken aan kansengelijkheid en bestaanszekerheid voor iedereen.”
Kindgebonden budget
Vooral de laagste inkomens profiteren van een reeks maatregelen die het kabinet neemt. Voor verhoging van het kindgebonden budget trekt het kabinet 1,1 miljard euro uit. Het maximale bedrag voor het eerste kind gaat met 750 euro omhoog, voor het tweede kind en verder met 883 euro.
Wie in een huurhuis woont en recht heeft op huurtoeslag, kan ook rekenen op een extraatje. De maximale huurtoeslag gaat volgend jaar met 416 euro omhoog. En het noodfonds voor mensen die moeite hebben de energierekening te betalen blijft ook in 2024 bestaan.
Iedereen die een baan heeft profiteert daarnaast van verhoging van de arbeidskorting. Dat is een belastingkorting voor werkenden. Deze gaat met 115 euro omhoog.
Een bezuiniging op jonggehandicapten wordt teruggedraaid. En het kabinet trekt 30 miljoen per jaar uit voor armoedebestrijding in het Caraïbisch deel van het koninkrijk.
Hogere inkomens
“Dit wordt voor het grootste deel betaald uit herverdeling, waarbij mensen hoog inkomen iets meer betalen”, schrijft Kaag. Hoge inkomens vallen eerder in het hoogste tarief en gaan dus meer belasting betalen. Dat levert 1,6 miljard euro op.
Uit de stukken blijkt verder dat de Nederlandse economie volgend jaar met 1,5 procent groeit. De staatsschuld daalt verder naar 46,9 procent.
Sobere begroting
“Behalve de maatregelen om stijging van de armoede tegen te gaan is het een sobere begroting”, zegt politiek verslaggever Roel Schreinemachers. “De verwachting is wel dat de Tweede Kamer nog het een en ander gaat verbouwen aan de plannen.”
“Zo willen verschillende partijen de accijnsverhoging voor brandstoffen die volgend jaar van kracht wordt geheel of gedeeltelijk terugdraaien. En gaan er ook stemmen op om nu al met extra maatregelen te komen om te zorgen dat mensen met de laagste inkomens beter kunnen rondkomen. In andere woorden: om hun bestaanszekerheid te verbeteren.”
Lees de belangrijkste plannen van Prinsjesdag 2023 in eenvoudige taal.
Rijksbegroting 2024
Elk jaar maakt het kabinet een begroting. Hierin staat hoeveel geld de regering uitgeeft en aan welke dingen. En hoeveel geld de regering krijgt.
In 2024 helpt de regering mensen met weinig geld. Daarom gaan mensen met meer geld iets meer belasting betalen. En worden roken en alcohol duurder. Daardoor hebben de meeste Nederlanders volgend jaar iets meer te besteden.
Minder armoede
Veel dingen zijn in 2023 weer duurder geworden. Bijvoorbeeld de boodschappen en de energierekening. Daardoor hebben mensen met een lager salaris minder koopkracht. Dat betekent dat ze minder kunnen kopen. Of hun rekeningen moeilijk kunnen betalen.
De regering neemt maatregelen om die mensen te helpen. Zo stijgt het aantal arme mensen niet verder. En leven er minder kinderen in armoede.
Wat doet de regering?
De huurtoeslag en het kindgebonden budget gaan omhoog.
De uitkeringen en het minimumloon stijgen evenveel.
De arbeidskorting wordt € 115 hoger. Mensen die rond het minimumloon verdienen gaan minder belasting betalen. Ze houden daardoor meer salaris over.
Er komen gratis schoolmaaltijden voor kinderen die dit goed kunnen gebruiken.
Mensen die de energierekening niet kunnen betalen, krijgen hulp. Een speciaal fonds betaalt een deel van de energierekening voor ze.
Mensen die reizen voor hun werk, kunnen meer reiskosten terugkrijgen.
Een goed bestaan voor iedereen
De overheid wil dat iedereen mee kan doen in de samenleving. Daarom gaat er veel geld naar koopkracht en gelijke kansen in het onderwijs. Ook is er geld voor wonen, klimaatverandering, en het leger. En de regering wil de regels voor belastingen simpeler maken. Voor bedrijven veranderen er belastingregels, maar wordt internationaal werken simpeler.
Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Ook in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) worden belastingregels beter en simpeler. En er komt geld om ook hier mensen te steunen.
Staatsschuld
Elk land heeft schulden: de staatsschuld. De staatsschuld van Nederland zorgt niet voor een financieel probleem, omdat het vergeleken met andere landen laag is. De regering verwacht wel dat de schuld de komende jaren hoger wordt. Daarom houden ze de financiën goed in de gaten. Om een gezonde portemonnee te houden. Ook in de toekomst.
Het kabinet maakt structureel € 2 miljard extra per jaar vrij om kwetsbare huishoudens te ondersteunen. Hierdoor stijgt het aantal mensen in armoede niet en daalt het aantal kinderen dat in armoede opgroeit. Dit wordt voor het grootste gedeelte betaald uit herverdeling, waarbij mensen met een hoger inkomen iets meer belasting betalen. Hoewel de ontwikkeling van de staatsschuld vooralsnog beperkt blijft, vraagt de stijging van het begrotingstekort om aandacht. Dit begrotingstekort komt in 2024 naar verwachting uit op 2,9%.
In de Miljoenennota 2024 geeft het kabinet invulling aan de afspraken uit de Voorjaarsnota 2023: er worden middelen vrijgemaakt voor de aanpak van het klimaat, voor de versterking van de rechtsstaat en voor de verbetering van het sociaal minimum op Caribisch Nederland. Ook de ouders die gedupeerd zijn in de toeslagenaffaire, de mensen in het Groningse aardbevingsgebied en de Oekraïners houden allemaal – hoe verschillend ook – recht op de onverminderde steun van het kabinet.
Minister Kaag: “Door de demissionaire status past het kabinet terughoudendheid. Dat neemt niet weg dat we een verantwoordelijkheid hebben om te streven naar een goed bestaan voor iedereen. Nu en in de toekomst. Totdat er een nieuw kabinet aantreedt, nemen we de maatregelen die noodzakelijk zijn. Daarom hebben we een evenwichtig pakket samengesteld met oog voor de kwetsbare mensen in de samenleving.”
Staatssecretaris Van Rij: “Belastinggeld innen is noodzakelijk, zodat we als overheid uitgaven kunnen doen. Voor onderwijs, voor infrastructuur en voor veiligheid. Ook gaan we door met het beter en eenvoudiger maken van het belastingstelsel voor burgers, ondernemers en de uitvoerende instanties.”
Staatssecretaris De Vries: “Het kabinet blijft doorwerken aan oplossingen voor problemen waar mensen tegenaan lopen. Ik ben blij dat, ook al zijn we demissionair, dit kabinet een gericht pakket aan inkomensondersteunende maatregelen presenteert. We blijven daarnaast knelpunten oplossen in het toeslagenstelsel, maar ook bij de Douane voor ondernemers die handeldrijven over de grens.”
Koopkracht- en armoedemaatregelen
Het kabinet heeft aandacht voor de ontwikkeling van de koopkracht van lagere inkomens. De koopkracht stijgt komend jaar voor de meeste mensen. De gemiddelde Nederlander gaat er 1,7% op vooruit. Wel zijn er verschillen in koopkrachtontwikkeling tussen groepen. Eén van de manieren om dat via de belastingen te voorkomen, is het verhogen van de arbeidskorting met € 115. Hierdoor houden werkenden met een inkomen tussen het minimumloon en een modaal inkomen netto meer geld over.
Ook gezinnen met kinderen gaan erop vooruit. Het kindgebonden budget gaat omhoog met maximaal € 750 voor het eerste kind, met maximaal € 883 voor het tweede en volgende kind en met € 400 voor kinderen tussen 12 en 17 jaar. Vanaf 2025 past het kabinet het toeslagpartnerbegrip aan. Dat zorgt er bijvoorbeeld voor dat grootouders die bij hun kind gaan wonen in een mantelzorgsituatie, niet meer gekort worden op hun toeslagen.
Verder stijgen de uitkeringen volledig mee met het minimumloon, doordat de dubbele heffingskorting in de bijstand in 2024 niet wordt afgebouwd. En ook komend jaar is er een gratis schoolontbijt op scholen met veel kinderen uit financieel kwetsbare huishoudens. Hiervoor komt € 165 miljoen vrij. De huurtoeslag gaat omhoog met maximaal € 416. En mensen die hun energierekening niet kunnen betalen, kunnen een beroep doen op het Tijdelijk Noodfonds Energie.
Door deze maatregelen blijft het aantal Nederlanders dat in armoede leeft gelijk op 4,8% van de bevolking. Dat is 1,3% lager dan bij de start van het kabinet. Het aantal kinderen dat opgroeit in armoede daalt naar 5,1%. Dat is 2,1% minder dan bij de start van het kabinet.
Overheidsfinanciën
De Miljoenennota 2024 is de begroting voor volgend jaar. De uitgaven in 2024 zijn naar verwachting ruim € 430 miljard, de inkomsten ruim € 402 miljard. Het begrotingstekort komt naar verwachting in 2024 uit op 2,9% van het bruto binnenlands product (bbp). De staatsschuld komt uit op 47,3% van het bbp in 2024. Dit is ruim onder de Europese grenswaarde van 60%.
De komende jaren loopt de schuld wel op, tot 52,9% in 2028. Het kabinet blijft hier aandacht voor houden, omdat het belangrijk is voor komende generaties dat de overheidsfinanciën gezond blijven. Daarom heeft het kabinet het koopkrachtpakket van dekking voorzien.
Pakket Belastingplan 2024
In het Belastingplan staan dit jaar noodzakelijke maatregelen voor de samenleving en het belastingstelsel. Koopkracht en armoedebestrijding zijn daar een belangrijk onderdeel van. En natuurlijk de maatregelen die nodig zijn om deze uitgaven te betalen. Deze worden voor een deel betaald door meevallers in 2024.
Tegelijkertijd zijn extra belastinginkomsten nodig door financiële tegenvallers op ander vlakken. Daarom gaan mensen met een hoger inkomen meer belasting betalen. Onder andere doordat zij iets eerder in het hoogste belastingtarief vallen. Ook verhogen we – onder andere uit gezondheidsoverwegingen – de accijns op alcohol, rooktabak en sigaretten. Omdat het huidige systeem in box 3 minder oplevert, wordt het heffingsvrije vermogen in box 3 niet geïndexeerd en stijgt het belastingtarief een jaar eerder naar 34%. Verder gaat de winstvrijstelling voor mkb’ers omlaag van 14 naar 12,7%. Dit maakt ook het fiscale verschil tussen werknemers en zzp’ers kleiner.
Het kabinet neemt ook maatregelen om het belastingstelsel beter en eenvoudiger te maken. Werknemers kunnen vanaf volgend jaar van hun werkgever een hogere onbelaste vergoeding voor reiskosten krijgen. Het huidige box 3-stelsel wordt verbeterd door meer vormen van vermogen te beschouwen als spaargeld.
Verder neemt het kabinet de financiële prikkel weg bij rechtsbijstandverleners om namens burgers en bedrijven bezwaar te maken. Onder andere tegen WOZ-beschikkingen en aangiften aanschafbelasting (bpm). Ook gaat het kabinet een aantal fiscale regelingen verbeteren of afschaffen, zoals in de motorrijtuigenbelasting en aanschafbelasting (bpm). Daarnaast kiest het kabinet ervoor om de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) te behouden. Maar wel op een aantal punten beter te laten aansluiten op het doel ervan. Namelijk: voorkomen dat het voortbestaan van een bedrijf in gevaar komt door een bedrijfsoverdracht.
Ondernemers die onopzettelijk een fout maken in hun douaneaangifte, worden voor deze fout niet langer strafrechtelijk vervolgd. Zij ontvangen in plaats daarvan een bestuurlijke boete. De periode waarover nagevorderd wordt gaat van 5 naar 3 jaar.
De vergroening van het belastingstelsel is een belangrijk onderdeel van dit Belastingplan. De klimaatopgave waar we als samenleving voor staan is fors. Daarom kunnen we ons door de gemaakte afspraken op klimaatgebied geen stilstand veroorloven. Het kabinet zet daarom, waar mogelijk en effectief, stappen om fiscale vrijstellingen en verlaagde tarieven voor gebruik van fossiele grondstoffen af te bouwen.
Caribisch Nederland 2024
In het Belastingplan 2024 zit ook het Belastingplan ‘BES-eilanden 2024’ van de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Hierin staan maatregelen om het belastingstelsel beter en eenvoudiger te maken. Ook wordt het gebruikelijke loon voor directeur-grootaandeelhouders aangepast. Voor de verbetering van de koopkracht in Caribisch Nederland komt € 32 miljoen structureel per jaar extra vrij.
De Nederlandse economie blijkt weerbaar onder onrustige macro-economische omstandigheden. Het economische beeld is gemengd. Zo zijn er nog zorgen over de hoge prijzen van energie en in de supermarkt. De hypotheekrente stijgt, waardoor de huizenprijzen iets dalen. Dit heeft mogelijk invloed op het vertrouwen van consumenten. In de eerste twee kwartalen van 2023 was er economische krimp. Maar voor het geheel van 2023 en 2024 wordt economische groei verwacht.
Werkloosheid heel laag
De werkloosheid schommelt rond de 3,6%. Dit is in historisch perspectief zeer laag. De afgelopen 20 jaar was de werkloosheid gemiddeld 6%. Nooit eerder was de arbeidsparticipatie zo hoog als in het eerste kwartaal van 2023. Al bijna 2 jaar staan er meer vacatures uit dan dat er werkzoekenden zijn. Dat is sinds het begin van de meting, in 2003, niet eerder voorgekomen.
Ook al is de arbeidsparticipatie hoger dan ooit tevoren, toch hebben scholen, zorginstellingen en het bedrijfsleven moeite om het personeel te vinden dat nodig is. Het gevolg hiervan is dat lessen vaker uitvallen, zorg van mindere kwaliteit is en dat ondernemers hun kansen niet of minder kunnen benutten. Dat is een belemmering voor bedrijven om de groene en digitale transitie waar we voor staan door te maken.
Inflatie van het afgelopen jaar komt voort uit 3 internationale schokken. De eerste is de coronapandemie. Mensen bleven thuis en gaven minder geld uit. Winkels en fabrieken sloten of schortten hun productie op. De economie draaide als geheel op een lager pitje en de al lage inflatie daalde nog iets verder.
Het economisch herstel in de tweede helft van 2021 was krachtig. De consumptie veerde op. Tegelijkertijd liepen steunmaatregelen vanuit overheid nog door. De vraag naar goederen en diensten bleef sterk en de arbeidsmarkt krap. Consumenten gaven gespaard geld uit en het bedrijfsleven vulde voorraden aan.
De inval van Rusland in Oekraïne leidde tot een nieuwe schok voor de wereldeconomie. Met name door sterk oplopende energieprijzen. Door de regionale aard van gasmarkten, zijn de gevolgen van de gestegen gasprijzen het grootst in Europa. De inflatie in de eurozone daalt inmiddels weer. In Nederland blijft de afkoeling nog achter in vergelijking met andere landen. Al stemt de snelle raming over augustus (3,0% t.o.v. 4,6% in juli) positief. Maar de inflatie blijft naar verwachting dit jaar en komend jaar nog wel hoog.
De cao-lonen reageren met een vertraging op de sterk opgelopen inflatie. Hierdoor herstelt de reële loonontwikkeling in de loop van 2023 en 2024, na een historische daling in 2022. Hogere loongroei is bij de gestegen inflatie belangrijk voor de ondersteuning van de koopkracht. Het kabinet rekent mede door toenemende lonen op een koopkrachtgroei van 1,7% in 2024. Voor 2023 gaat het Centraal Planbureau (CPB) uit van een daling van 0,2% na een grotere daling van 2,7% in 2022.
Het kabinet maakt structureel € 2 miljard extra per jaar vrij om kwetsbare huishoudens te ondersteunen. Er is in 2024 een begrotingstekort, maar dit blijft, net als de overheidsschuld, onder de Europese grenswaarde.
Uitgaven voor de koopkracht
Koopkracht geeft aan hoeveel een huishouden kan kopen van het inkomen. De koopkracht stijgt komend jaar voor de meeste mensen. Het kabinet berekende een mediane koopkrachtontwikkeling van +1,7%. Wel zijn er verschillen in koopkrachtontwikkeling tussen groepen. Daarom maakt het kabinet structureel € 2 miljard extra per jaar vrij om kwetsbare huishoudens te ondersteunen. Door dit koopkrachtpakket voorkomt het kabinet dat de armoede in 2024 toeneemt. De armoede onder kinderen neemt zelfs af.
nkomsten en uitgaven
De totale uitgaven van het Rijk zijn in 2024 € 433,6 miljard. Het meeste geld gaat naar zorg, onderwijs en sociale zekerheid (uitkeringen). De inkomsten van het Rijk zijn € 402,9 miljard. Die inkomsten bestaan uit de belastingen en premies die mensen en bedrijven betalen. Het kabinet neemt in 2024 maatregelen om de koopkracht van mensen te verbeteren.
Belangrijkste inkomsten en uitgaven van het Rijk
Overheidssaldo en overheidsschuld
Het overheidstekort komt naar verwachting in 2024 uit op 2,9% van het bbp.
De overheidsschuld komt in 2024 uit op 47,3%. Dit is ruim onder de Europese grenswaarde van 60%. De komende jaren loopt de schuld op tot 52,9% in 2028. Het kabinet blijft hier aandacht voor houden. Het is belangrijk voor toekomstige generaties dat de overheidsfinanciën gezond blijven.
Prinsjesdag 2023: maatregelen voor meer bestaanszekerheid
Nieuwsbericht | 19-09-2023 | 15:35
Het kabinet neemt extra maatregelen om de koopkracht van mensen met een laag (midden)inkomen of een uitkering, en grote gezinnen, te verbeteren. Daarom investeert het kabinet komend jaar € 2 miljard in structurele maatregelen om ervoor te zorgen dat iedereen kan meekomen in de samenleving en om te voorkomen dat de armoede stijgt. Dit schrijven de ministers Van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen) in hun begroting die vandaag aan de Tweede Kamer is overhandigd.
In Nederland moet je fatsoenlijk kunnen rondkomen. Dit staat onder druk, onder meer als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Boodschappen en (energie)rekeningen zijn duurder geworden en de verwachting is dat de prijzen hoog blijven. Dat zorgt voor stress en geldzorgen, vooral bij een laag inkomen, een uitkering of een groot gezin. Het kabinet voelt een grote verantwoordelijkheid om maatregelen te nemen voor meer bestaanszekerheid, ondanks de demissionaire status.
Bestaanszekerheid
Het kabinet maakt in de Miljoenennota 2024 structureel € 2 miljard extra per jaar vrij om de koopkracht van gezinnen en mensen met een laag (midden)inkomen te verbeteren. Zo wordt de huurtoeslag verhoogd met maximaal € 416 per jaar. Het kindgebonden budget gaat omhoog. Voor het eerste kind met maximaal € 750 per jaar, voor het tweede kind met maximaal € 883 en maximaal € 400 voor kinderen tussen 12 en 17 jaar. Dit zorgt ervoor dat grote gezinnen en gezinnen met oudere kinderen beter kunnen rondkomen.
Verder stijgen de uitkeringen in gelijke mate mee met het minimumloon, doordat de dubbele heffingskorting in de bijstand in 2024 niet wordt afgebouwd. Het Tijdelijk Noodfonds Energie wordt deze winter weer opengesteld, waarmee een deel van de energierekening van mensen met hoge kosten en een laag inkomen wordt vergoed. Scholen met veel kwetsbare kinderen kunnen volgend jaar doorgaan met het aanbieden van gratis schoolmaaltijden, zodat kinderen niet met een lege maag in de klas zitten.
Als gevolg van deze maatregelen stijgt komend jaar voor de meeste mensen de koopkracht. De doorsnee Nederlander gaat er 1,7% op vooruit. Het aantal Nederlanders dat in armoede leeft, blijft komend jaar naar verwachting gelijk op 4,8% van de bevolking, 1,3%-punt lager dan bij de start van het kabinet. Het aantal kinderen dat opgroeit in armoede daalt naar 5,1%. Dat is 2,1%-punt minder dan bij de start van het kabinet.
Arbeidsmarkt
Werk moet lonen en zekerheid bieden, zodat je plannen voor de toekomst kunt maken. Werkenden met lage of middeninkomens gaan minder belasting betalen: de arbeidskorting gaat omhoog. Daarnaast werkt het kabinet verder aan de hervormingen op de arbeidsmarkt, zodat werkenden sneller een vast contract krijgen en weten waar ze aan toe zijn qua rooster en inkomen. Ook gaat de aanpak van misstanden bij arbeidsmigranten onverkort door.
Het kabinet blijft het belangrijk vinden dat mensen zich blijven ontwikkelen tijdens hun loopbaan. De SLIM-regeling, subsidie gericht op het stimuleren van leren en ontwikkelen in het mkb, krijgt extra middelen en wordt aangepast. Voor de periode van 2024 tot en met 2027 komt een bedrag van € 73,5 miljoen beschikbaar ter bevordering van individuele scholing van burgers.
Meedoen in de samenleving
In Nederland moet je fatsoenlijk kunnen rondkomen, ook als het even tegenzit. Maar soms komen mensen toch in de knel, bijvoorbeeld door complexe overheidsregelingen. De ongeveer 6.500 huishoudens die onbedoeld een lager inkomen hebben dan het bijstandsniveau krijgen de komende jaren een tegemoetkoming via hun gemeente. Voor de regeling is een wetswijziging nodig. Het gaat om een tijdelijke regeling voor de periode 2024-2027, vooruitlopend op een structurele oplossing die is voorzien vanaf 2028. Het kabinet reserveert voor deze tijdelijke regeling een bedrag van € 89 miljoen. De tegemoetkoming die de huishoudens zullen ontvangen, telt niet mee bij het verzamelinkomen en heeft dus geen gevolgen voor de hoogte van te ontvangen toeslagen. Ondertussen werkt het kabinet verder aan de vereenvoudiging van regelingen en de aanpak van hardheden in wetgeving.
Ook schrapt het kabinet de verlaging van de jonggehandicaptenkorting. Daarnaast investeert het in beschutte werkplekken voor mensen die niet bij een reguliere werkgever aan de slag kunnen. Gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven spelen een belangrijke rol in het begeleiden en mee laten doen van mensen met een arbeidsbeperking. Het kabinet heeft structureel ruim € 64 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de financiering van beschut werk. Voor de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven is op de begroting in 2024 een budget van ruim € 63 miljoen gereserveerd. Ook komt er vanaf 2026 tot en met 2029 € 88,9 miljoen beschikbaar voor de onderwijsroute, zodat nieuwkomers gemakkelijker kunnen doorstromen naar een mbo-niveau 2, 3 en 4-, hbo- of universitaire opleiding. Dit vergroot de kans op een goede baan voor inburgeraars.
Caribisch Nederland
Het kabinet heeft ook oog voor het verbeteren van de koopkracht en het terugdringen van armoede in Caribisch Nederland. Het trekt hier komend jaar € 30 miljoen voor uit. Vanaf 2025 wordt dit bedrag structureel verhoogd naar jaarlijks € 32 miljoen. Om gezinnen te ondersteunen, verhoogt het kabinet per 2024 de kinderbijslag met $ 90 per maand per kind. Dit is in lijn met de ambitie om kinderarmoede in 2025 te halveren. Daarnaast verhoogt het kabinet per 1 oktober de minimumuitkeringen naar het ijkpunt sociaal minimum. Vanaf 2024 worden het minimumloon en de minimumuitkeringen verder verhoogd, de precieze verhoging wordt nog vastgesteld. Hiermee zet het kabinet belangrijke stappen om te komen tot een sociaal minimum op Bonaire, Saba en Sint Eustatius.
EINDE
Reacties uitgeschakeld voor Noot 6/Wij Willem-Alexander
Dankzij de kabinetsmaatregelen tegen armoede gaat de laagste inkomensgroep er volgend jaar toch nog in koopkracht op vooruit. Dat verwacht het Centraal Planbureau in de macro-economische verkenning voor Prinsjesdag. In augustus verwachtte het CPB nog dat de koopkracht van de laagste inkomens zonder nieuw beleid zou dalen en de armoede zou toenemen.
Om die lagere inkomensgroepen te steunen, verhoogt het kabinet onder meer de huurtoeslag en het kindgebonden budget. De koopkracht van de hogere inkomens gaat er vergeleken met de raming in augustus juist wat minder op vooruit, want de steun voor lagere inkomens wordt deels betaald door hogere inkomens wat meer belasting te laten betalen.
Gemiddeld huishouden
Door de maatregelen verwacht het CPB dat de koopkrachtstijging voor het gemiddelde huishouden net ietsje lager uitkomt dan in augustus geraamd: een plus van 1,8 procent in plaats van 1,9 procent.
De energietoeslag van 1300 euro voor mensen met een lager inkomen verdwijnt volgend jaar. En daardoor dreigde de koopkracht van deze groep achteruit te gaan.
Maar het kabinet repareert dat nu dus met andere inkomensmaatregelen. Een van de belangrijkste daarvan is de huurtoeslag die omhoog gaat. De maximale huurtoeslag is volgend jaar 416 euro hoger dan dit jaar. En het kindgebonden budget wordt verhoogd: voor het eerste kind stijgt het maximale bedrag met 750 euro per jaar en voor het tweede kind met 883 euro.
Daardoor wordt een dreigende stijging van de armoede onder kinderen voorkomen. Het CPB verwacht nu een daling van het percentage kinderen in armoede van 6,2 procent dit jaar naar 5,1 procent volgend jaar. Zonder maatregelen zou dat 7 procent zijn.
Hoge belastingschijf eerder
De maatregelen worden deels betaald doordat het kabinet de tweede belastingschijf eerder laat ingaan. Vanaf een bruto inkomen van 75.625 euro ga je 49,5% belasting betalen. Dat zou oorspronkelijk pas bij 80.263 euro zijn.
Al met al gaan de meeste groepen er in koopkracht op vooruit. Toch zijn er volgens berekeningen van het ministerie van Sociale Zaken ook mensen van wie de koopkracht juist licht daalt volgend jaar. De koopkracht van alleenstaanden met alleen AOW daalt bijvoorbeeld met 0,3 procent.
En die van een alleenstaande op het sociaal minimum zonder kinderen daalt met 0,4 procent. Want zonder kinderen profiteer je natuurlijk niet van het hogere kindgebonden budget.
Nibud: verdwijnen energietoeslag is aderlating
Budgetinstituut Nibud is bezorgd over het verdwijnen van de energietoeslag en noemt dat een aderlating voor de laagste inkomens. Volgens eigen berekeningen van het Nibud gaat een alleenstaande in de bijstand er 4,3 procent op achteruit, wat neerkomt op 72 euro per maand.
“Een alleenstaande in de bijstand kon dit jaar met alle tijdelijke maatregelen en zonder tegenslagen rondkomen”, zegt directeur Arjan Vliegenthart. “Maar als je volgend jaar 72 euro minder kunt besteden, kom je elke maand tekort.”
Het Nibud heeft voor ruim 100 voorbeeldgezinnen berekend hoeveel euro zij erbij of juist minder krijgen. Ook in deze verwachting gaan de meeste groepen erop vooruit.
Komt de CPB-voorspelling uit?
De koopkrachtberekeningen van het CPB zijn vooral handig om te laten zien wat het effect is van kabinetsmaatregelen voor verschillende groepen. Het bureau baseert zijn ramingen verder op de verwachte loonstijging en inflatie volgend jaar, maar die kunnen in de praktijk natuurlijk anders uitpakken.
Stijgen de lonen bijvoorbeeld harder dan verwacht, dan zal de koopkracht voor veel groepen ook hoger uitkomen. Maar als alles veel duurder wordt dan gedacht en de inflatie dus harder stijgt, valt de koopkracht juist lager uit.
En dan raamt het CPB ook nog eens alleen de zogeheten statische koopkracht, waarbij wordt aangenomen dat iedereen in dezelfde situatie blijft. Dus je krijgt geen promotie op werk, verandert niet van baan en verhuist en scheidt ook niet, terwijl je koopkracht juist flink kan veranderen door dat soort ontwikkelingen in je leven.
Het CPB heeft ook geraamd hoe het verder met de economie gaat. De eerste helft van dit jaar kromp de economie, maar het CPB verwacht dat er over 2023 als geheel toch groei is en volgend jaar ook.
Door de koopkrachtmaatregelen blijft de armoede stabiel, eerder dreigde die nog toe te nemen in 2024. De werkloosheid stijgt volgend jaar wel licht, maar is in historisch perspectief nog altijd erg laag.
EINDE
”De zorgpremie gaat volgend jaar fors omhoog. Voor het basispakket ben je in 2024 waarschijnlijk rond de 150 euro kwijt.”
De zorgpremie gaat volgend jaar fors omhoog. Voor het basispakket ben je in 2024 waarschijnlijk rond de 150 euro kwijt. Hoe lang blijven de zorgpremies nog stijgen? En wat betekent dit voor de betaalbaarheid van de zorg? “We zullen keuzes moeten maken. Waar in de zorg kan het wat minder?”
De stijging van 8,4 procent is de grootste bij DSW sinds de Zorgverzekeringswet in 2006 werd ingevoerd. Het kabinet raamde met Prinsjesdag al dat er gemiddeld zo’n 12 euro per maand bij zou komen.
In de afgelopen tien jaar steeg de zorgpremie ook jaarlijks, zij het minder hard. Gemiddeld ging de premie jaarlijks met 4,5 procent omhoog.
We hebben nu een exceptioneel hoge stijging”, zegt Patrick Jeurissen, hoogleraar betaalbare en toegankelijke zorg bij het Radboudumc. “Dat komt omdat de inflatie hoog is en er zijn hogere lonen in de zorg-cao’s afgesproken. De zorg is een heel loongevoelige sector en dat zien we nu met enige vertraging terug in de premie.”
De inflatie was vorig jaar gemiddeld 10 procent. In 2023 tot nu toe gemiddeld 5,6 procent. De zorgkosten bestaan voor 70 procent uit loonkosten. Ziekenhuispersoneel kreeg eerder dit jaar een loonsverhoging van 12 tot 15 procent, die deels wordt betaald uit de zorgpremie.
Meer betalen, minder gebruiken
DSW-topman Aad de Groot luidde bij de bekendmaking van de premie de noodklok over de stijgende premies. Die zijn volgens hem op de lange termijn niet meer houdbaar. Ook in de Tweede Kamer leven zorgen over de jaarlijkse verhoging. Onder andere SP, GroenLinks, PvdA en PVV denken dat de zorg voor steeds meer mensen onbetaalbaar wordt, waardoor zij zorg gaan mijden.
“We weten dat als je zelf meer moet betalen voor zorg, je er ook minder gebruik van gaat maken”, zegt Jeurissen daarover. “Het is niet een heel sterk effect, maar het is er wel.”
Hoogleraar Jeurissen denkt dat de zorgkosten de komende jaren zullen blijven stijgen. Dat beaamt Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie aan Maastricht University. Hij noemt onder andere de vergrijzing, nieuwe behandelmethodes en krapte op de arbeidsmarkt als redenen dat de premies voorlopig niet zullen zakken.
Vergrijzing is probleem
Op dit moment zijn de stijgende zorgkosten nog houdbaar, denkt Jeurissen, omdat de Nederlandse zorg niet exceptioneel duur is in vergelijking met de ons omringende landen. In de toekomst hebben we wel echt een probleem, zegt hij. “We staan nog maar aan het begin van de vergrijzing.”
Om de zorg ook in de toekomst betaalbaar te houden, zijn er volgens hem drie opties: het basispakket zorg verkleinen, patiënten meer laten betalen en de doelmatigheid van de zorg verbeteren. Op dat laatste zet men nu het liefst in, zegt Jeurissen. “Dan hoef je het zorgpakket niet kleiner te maken en hoeven mensen ook niet meer te betalen.”
Terwijl we eigenlijk heel veel dingen tegelijk zouden moeten doen, stelt hij. “Net als bij het klimaat. Alleen meer zonnepanelen leggen is ook niet genoeg. Zo zullen we keuzes moeten maken over sommige dure zorgvormen, zoals dure geneesmiddelen. En ook aan de indirecte kosten zouden we meer moeten doen.”
Het is nodig de vraag te stellen waar het in de zorg wat minder kan, meent Groot. Zo hebben we in Nederland heel uitgebreide ouderenzorg en zien we veel kinderen in de jeugdzorg. “Bij deze onderwerpen kun je je afvragen of het niet wat minder kan.”
Groot vindt ook dat verzekerden zelf kritisch moeten kijken naar welke zorg ze nodig hebben. “Je ziet dat veel mensen zijn oververzekerd voor zorg die ze eigenlijk niet nodig hebben. Het is goed om kritisch te kijken naar wat echt belangrijk is. Zo kun je je afvragen of je met een gezond gebit wel een aanvullende tandartsverzekering nodig hebt als je alleen af en toe voor controle gaat.”
Bron: RTL Z
EINDE BERICHT
”
Zorgpremie
Door onder meer loonstijgingen, inflatie en meer vraag naar zorg stijgen de zorgkosten in 2024. Hierdoor gaat de premie van de basisverzekering naar verwachting met ongeveer € 12 per maand omhoog. De totale zorgpremie in 2024 wordt daarmee gemiddeld € 149 per maand. In november 2023 stellen de zorgverzekeraars hun premie voor volgend jaar vast.”
RIJKSOVERHEID
KABINET ZET IN OP TOEGANKELIJKHEID EN BETAALBAARHEID
Kabinet zet in op toegankelijkheid en betaalbaarheid zorg in 2024
Nieuwsbericht | 19-09-2023 | 15:30
Gezondheid is belangrijk voor de kwaliteit van leven van individuele Nederlanders en voor het functioneren van onze maatschappij als geheel. Wanneer dat nodig is, moet iedereen kunnen rekenen op toegankelijke en betaalbare zorg en ondersteuning. Niet alleen nu, maar ook in de toekomst. Dat gaat niet vanzelf en vraagt om preventieve gezondheidsmaatregelen en het anders organiseren van de zorg. Het kabinet werkt hier samen aan met zorgpartijen, gemeenten en maatschappelijke organisaties. In totaal is er voor volgend jaar € 103,4 miljard beschikbaar voor de zorg. Dat blijkt uit de begroting voor 2024 van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Samen werken aan gezonde zorg
De vraag naar zorg neemt toe, maar het aantal zorgmedewerkers stijgt niet even hard mee. Daardoor dreigt de zorg vast te lopen. Deze kabinetsperiode zijn daarom met gemeenten en een groot aantal maatschappelijke partijen binnen en buiten de zorg akkoorden gesloten om veranderingen in te zetten zodat de zorg toegankelijk, betaalbaar en van goede kwaliteit blijft. Voor het Integraal Zorgakkoord (IZA) blijven de transformatiemiddelen in 2024 beschikbaar. Hierbij gaat het om € 2,8 miljard in de periode 2023-2027, waarmee de plannen vanuit de verschillende regio’s kunnen worden uitgevoerd. Dit geld wordt onder meer besteed aan de versterking van de eerstelijnszorg, zoals de huisartsenzorg en de wijkverpleging. Ook zet het kabinet in op samenwerking tussen gemeenten, de huisartsenzorg en de geestelijke gezondheidszorg. Verder wordt er geïnvesteerd in digitalisering en betere uitwisseling van patiëntgegevens. Zo is er € 9,3 miljoen beschikbaar voor de elektronische verpleegkundige overdracht, zodat (wijk)verpleegkundigen minder tijd kwijt zijn aan administratie.
Besparingen langdurige zorg uitgesteld
De ouderenzorg wordt de komende jaren anders georganiseerd aan de hand van het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO). Het kabinet trekt hier in 2024 € 345 miljoen voor uit. Met dit programma worden ouderen ondersteund om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven, en ontvangen zij zorg en ondersteuning, in de meeste gevallen thuis in hun vertrouwde omgeving. Het kabinet heeft besloten om twee eerder aangekondigde maatregelen binnen de Wet langdurige zorg uit het coalitieakkoord voor 2024 niet door te laten gaan. Dit gaat om de tariefsverlaging voor de ouderenzorg die samenhangt met de doorontwikkeling van het kwaliteitskader verpleeghuiszorg (€ 100 miljoen) en de tariefsverlaging voor de hele Wlz die samenhangt met meerjarig contracteren (€ 125 miljoen). Beide maatregelen zijn nog onvoldoende uitgewerkt om al in 2024 in de tarieven verwerkt te kunnen worden. Verder wordt het budget voor de uitvoering van de langdurige zorg volgens de reguliere systematiek verhoogd (€ 220 miljoen), omdat meer mensen een beroep doen op de langdurige zorg.
Hervormingen jeugdzorg
In 2024 zet het kabinet de plannen van de Hervormingsagenda Jeugd door. In de Hervormingsagenda Jeugd hebben de rijksoverheid, gemeenten, aanbieders, professionals en cliëntenorganisaties afspraken gemaakt die moeten leiden tot een beter werkend jeugdzorgstelsel zodat jeugdigen en gezinnen die dat echt nodig hebben snel de juiste hulp krijgen. De Hervormingsagenda Jeugd bevat een groot pakket maatregelen om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. In 2024 wordt in totaal € 1,45 miljard beschikbaar gesteld voor jeugdzorg. Tegelijkertijd zijn met betrokken partijen afspraken gemaakt over maatregelen om de jeugdzorguitgaven in 2024 te verlagen met € 374 miljoen.
Zorgpremie
Door onder meer loonstijgingen, inflatie en meer vraag naar zorg stijgen de zorgkosten in 2024. Hierdoor gaat de premie van de basisverzekering naar verwachting met ongeveer € 12 per maand omhoog. De totale zorgpremie in 2024 wordt daarmee gemiddeld € 149 per maand. In november 2023 stellen de zorgverzekeraars hun premie voor volgend jaar vast. Lage en middeninkomens worden via de zorgtoeslag deels gecompenseerd voor de zorgpremie. In 2024 wordt de zorgtoeslag maximaal € 127 per maand. In 2023 werd de zorgtoeslag eenmalig verhoogd om het verlies van koopkracht te dempen. Deze verhoging vervalt in 2024.
PALLAS
De financiering voor bouw van de nieuwe PALLAS kernreactor is rond. Dit is een grote stap om de toekomstige leveringszekerheid van medische isotopen veilig te stellen. Met de komst van de nieuwe reactor kunnen patiënten wereldwijd blijvend profiteren van de snelle toegang tot innovatieve en betaalbare nucleaire diagnostiek en (kanker)behandelingen. Voor 2024 is hiervoor het nog openstaande investeringsbedrag van € 320 miljoen in de begroting opgenomen. Dit is aanvullend op het eerder vrijgemaakte bedrag van € 1,36 miljard. Het kabinet is ook voornemens om een nieuwe staatsdeelneming op te richten en heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de manier waarop het kabinet regie gaat voeren op de kosten en planning van het bouwproject. Daarmee is bijna aan alle voorwaarden voldaan om het PALLAS-project van start te kunnen laten gaan. Een belangrijke resterende voorwaarde is de toets van de Europese Commissie op staatssteun, die momenteel loopt.
In Nederland moet iedereen kunnen rekenen op goede zorg en ondersteuning. Omdat mensen steeds ouder worden, neemt de vraag naar zorg toe. Maar het aantal zorgmedewerkers stijgt niet zo hard mee. Daardoor dreigt de zorg vast te lopen.
Het kabinet maakte daarom afspraken met gemeenten en een groot aantal maatschappelijke partijen binnen en buiten de zorg. Samen willen zij de zorg toegankelijk, betaalbaar en van goede kwaliteit te houden. Deze afspraken staan in het Integraal Zorgakkoord (IZA). Hiervoor is van 2023 tot en met 2027 € 2,8 miljard beschikbaar. Dit is onder andere voor een sterkere eerstelijnszorg, zoals de huisartsenzorg en wijkverpleging.
Verder wordt er geïnvesteerd in digitalisering en betere uitwisseling van patiëntgegevens. Zo is er in 2024 € 9,3 miljoen beschikbaar voor de elektronische verpleegkundige overdracht. Daarmee zijn (wijk)verpleegkundigen minder tijd kwijt aan administratie.
Zorgpremie gaat omhoog
In 2024 gaat de premie van de basisverzekering met ongeveer € 12 per maand omhoog. Hierdoor wordt de totale zorgpremie in 2024 gemiddeld € 149 per maand. Dit is nodig omdat de kosten van de zorg ook stijgen. Onder andere door loonstijgingen, inflatie en meer vraag naar zorg. Uiterlijk in november 2023 stellen de zorgverzekeraars hun definitieve premie voor 2024 vast.
Lage en middeninkomens worden via de zorgtoeslag deels gecompenseerd voor de zorgpremie. In 2024 wordt de zorgtoeslag maximaal € 127 per maand. In 2023 werd de zorgtoeslag eenmalig verhoogd vanwege de dalende koopkracht. Deze verhoging vervalt in 2024.
Zorg en ondersteuning voor ouderen van nu
Het aantal ouderen neemt toe in Nederland. Veel van hen willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. En regie houden over hun leven. De zorg en ondersteuning voor deze mensen moet daar in de toekomst bij blijven passen. En zo georganiseerd zijn, dat het aan de veranderende zorgvraag voldoet.
Zelfredzaamheid, geschikte woningen en digitale innovaties
De jeugdzorg staat onder druk. Het aantal kinderen en jongeren dat gebruik maakt van de jeugdzorg stijgt. Zij moeten soms lang wachten op de juiste hulp. Het is niet altijd duidelijk hoe goed en effectief jeugdhulp in Nederland is. En de uitgaven aan jeugdzorg nemen toe.
Daarom heeft het kabinet afspraken gemaakt met gemeenten, aanbieders, zorgprofessionals en cliënten. Zij willen dat jeugdzorg bij kinderen en jongeren past, betaalbaar blijft en beschikbaar is voor de meest kwetsbare jongeren die dit nodig hebben. Die afspraken staan in de Hervormingsagenda Jeugd. Dat gebeurt door onder andere:
specialistische zorg beter te organiseren voor de meest kwetsbare kinderen;
duidelijke keuzes te maken over de reikwijdte van de jeugdhulp;
nog meer en beter wijkgericht te werken waardoor gezinnen hulp en ondersteuning op een overzichtelijke manier aangeboden krijgen.
In 2024 wordt voor de jeugdzorg in totaal € 1,45 miljard extra beschikbaar gesteld. Dat geld gaat naar de gemeenten. Tegelijkertijd moeten de maatregelen uit de Hervormingsagenda geld besparen. In 2024 moet die besparing € 374 miljoen zijn.
EINDE
Reacties uitgeschakeld voor Noot 7/Wij Willem-Alexander